2 Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Mutluer

Vragen van het lid Mutluer aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de jaarwisseling en het excessief geweld dat is gebruikt jegens agenten.

De voorzitter:

Aan de orde is het mondelinge vragenuurtje. Ik heet van harte welkom de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en geef als eerste het woord aan mevrouw Mutluer, voor de eerste vraag van 2026. U heeft het woord.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Wat zich tijdens de afgelopen jaarwisseling heeft afgespeeld, was geen gewone ordeverstoring meer, maar excessief geweld. Politie, brandweer en medische hulpdiensten spraken over een slagveld en over situaties die aan oorlog deden denken. Met voorbedachten rade werd zwaar vuurwerk, vaak illegaal, ingezet, soms met zelfgebouwde constructies die meer weg hadden van bazooka's en mitrailleurs dan van vuurwerk. Er vielen doden en zwaargewonden, veelal minderjarigen die niet-afgegaan vuurwerk opnieuw aanstaken en daarbij gewond raakten. Hulpverleners raakten gewond en getraumatiseerd, meldkamers raakten overbelast en auto's en woningen brandden uit. Zelfs de Vondelkerk werd getroffen.

Voorzitter. Wat mij persoonlijk diep raakte, was het verhaal van een agente die in de pers vertelde dat zij werden bekogeld met vuurwerk en uitgescholden, terwijl ze nota bene een pasgeboren baby aan het reanimeren waren. Onbestaanbaar. Dit was geen spontane baldadigheid, maar doelgericht en georganiseerd geweld tegen mensen die hun werk deden om anderen veilig te houden. Onacceptabel, verwerpelijk en ronduit idioot gedrag. De korpschef Janny Knol sprak na afloop openlijk over de impact op haar collega's en zei in een talkshow dat er sprake was van criminele netwerken die politiemensen in de val hadden gelokt.

Mijn vragen aan de staatssecretaris. Hoe heeft deze situatie zo uit de hand kunnen lopen? Kan hij daarop reflecteren? Is vooraf een risicoanalyse gemaakt? Acht de staatssecretaris de getroffen maatregelen achteraf gezien voldoende doordacht en effectief om het ontstane geweld te voorkomen, of concludeert hij dat deze tekort zijn geschoten? Wat is het expliciete oordeel van de staatssecretaris over de uitspraken van de korpschef? Was hier daadwerkelijk sprake van criminele netwerken of kiest hij voor andere duidingen? In hoeverre is er concreet zicht op de betrokkenen en is de opsporing hier voldoende en voortvarend mee bezig?

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Rutte:

Voorzitter. Dank aan mevrouw Mutluer voor het stellen van deze vragen. Ik denk dat zij een emotie raakt die wij hier allemaal voelen. Het ging deze jaarwisseling over aan de ene kant grote, stoere, heldhaftige mensen, namelijk de hulpverleners bij de politie, ambulances, de brandweer, bij 112 en de boa's, de mensen die vol in wat mevrouw Mutluer "het oorlogsgebied" noemde, moesten stappen om ons allemaal veilig te houden. Dat zijn de grote, stoere, sterke mannen en vrouwen van dit land.

Zij werden geconfronteerd door sneue, zielige, kleine mannetjes. Daar hebben we het over. Mannetjes die grijpen naar de meest schandalige vormen van geweld om onze hulpverleners, de echte helden, het leven onmogelijk te maken. Ik neem daar met op z'n minst even stevige woorden als mevrouw Mutluer afstand van, van deze types en van wat zij in onze maatschappij veroorzaken. Want hoewel de jaarwisseling voor veel mensen feestelijk verliep, werd die helaas op heel veel plekken overschaduwd door excessief geweld, brandstichting en vernieling. Er zijn, mevrouw Mutluer zei het al, twee mensen omgekomen door vuurwerk.

Zij vraagt of er dan wel het maximale gedaan is. Ook dit jaar was er weer maximale inzet van onze hulpdiensten gevraagd. Zij kregen tijdens die maximale inzet op allerhande plekken te maken met zeer zwaar geweld. Die incidenten lijken ook ernstiger en gewelddadiger te worden. Dat gedrag is ronduit zorgelijk, want ieder incident van geweld en agressie tegen hulpverleners is er één te veel en is onaanvaardbaar.

In de aanloop naar en in de voorbereidingen op de jaarwisseling zetten de betrokken partners, zoals gemeenten, boa's, politie en jongerenwerkers, zich intensief in om de risico's op mogelijke escalatie op voorhand zo veel mogelijk weg te nemen. De vraag van mevrouw Mutluer is of dat voldoende is. Ik denk dat zij het maximale doen. Ik denk ook dat we ieder jaar opnieuw moeten leren van wat er gebeurd is en daarmee onze plannen moeten verbeteren. In die zin zou het voldoende moeten zijn als je het maximale inzet. Aan de andere kant hebben we hier ook te maken met een excessief, onacceptabel maatschappelijk probleem. Het is onmogelijk om met alleen politie, justitie en andere hulpverleners dit onacceptabele maatschappelijke probleem in één keer op te lossen. In die balans vind ik dat we de maximaal mogelijke inzet hebben gepleegd. De mensen die die inzet hebben gepleegd, hebben het maximaal mogelijke gedaan. En nee, maatschappelijk hebben we het niet voor elkaar. We zullen met elkaar en ook richting elkaar weer eens moeten leren wat het is om normaal te doen.

In de uitspraak van de korpschef gaat het over georganiseerd geweld. Ik kan daar in die zin in meegaan dat er vormen van organisatie en samenscholing waren waarin geweld werd gepleegd. Of dat nou echt helemaal voldoet aan de kwalificatie die zij daaraan heeft gegeven, zal uit nader onderzoek moeten blijken. Maar we hebben wel allemaal gezien dat hulpverleners in de val werden gelokt en vervolgens door grote groepen sneue, zielige, kleine mannetjes zijn belaagd. Dat vind ik net als mevrouw Mutluer onacceptabel.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

De vraag blijft: had dit voorkomen kunnen worden? In ieder geval ben ik het met de staatssecretaris eens dat de daders moeten worden opgespoord en bestraft. Uit de Kamerbrief die wij hebben ontvangen, blijkt dat 171 verdachten bij het Openbaar Ministerie zijn aangeleverd. We hebben eerder met elkaar afgesproken dat er bij geweld tegen hulpverleners tot 200% zwaarder kan worden bestraft. Dat gedrag vraagt namelijk om een helder en afschrikwekkend signaal. Minstens zo belangrijk is de voorbereiding op de aankomende jaarwisseling. Ik houd mijn hart vast. Een landelijk vuurwerkverbod, waar wij voor hebben gepleit en de meerderheid van de mensen achter staat, gaat natuurlijk het een en ander brengen. Tegelijkertijd geldt dat een verbod zonder stevig handhavingsplan en zonder intensieve internationale samenwerking vooral papier blijft. Het is dweilen met de kraan open zolang dat soort vuurwerk, met name illegaal, over de grens of online te verkrijgen is. De politie staat nu al onder enorme druk tijdens de jaarwisseling, mede door structurele capaciteitsproblemen. Je moet met name kijken hoe je niet alleen de incidenten in de nacht zelf wil aanpakken, maar juist ook de voorbereiding en de organisatie die hierachter schuilgaan.

Mijn laatste vraag is: welke concrete stappen gaat de staatssecretaris lokaal nemen om groepen die zich structureel schuldig maken aan dit soort ernstig en ontwrichtend gedrag, uit de anonimiteit te halen? Denkt hij aan bestuurlijke en strafrechtelijke instrumenten zoals gebiedsverboden met meldplicht, een last onder dwangsom of andere maatregelen? En wat gaat hij concreet doen om samen met Duitsland en België de grensoverschrijdende handel aan te pakken, zodat een Nederlands vuurwerkverbod niet structureel wordt ondermijnd, en er dus ook Europeesrechtelijk afspraken worden gemaakt over illegaal vuurwerk?

Voorzitter, ik rond af. Geweld tegen hulpverleners mag nooit, maar dan ook nooit een terugkerend ritueel worden.

Staatssecretaris Rutte:

We zullen ook deze jaarwisseling intensief moeten evalueren: wat is er gebeurd en wie waren de geweldsplegers? Politie en justitie zijn overigens al hard bezig om mensen te vervolgen. Mevrouw Mutluer raakte er al aan: we hebben een deel van de mensen al in beeld en opgepakt. Die zullen worden bestraft. Zo hoort het ook. Wat betreft de toekomst: ons handhavingsplan, dat met de Kamer is gedeeld, wordt in het eerste kwartaal geüpdatet. We gaan opnieuw kijken wat we moeten doen, wat werkt en wat niet werkt. Ik wil ook gezegd hebben dat dat niet alleen maar een verantwoordelijkheid van justitie kan zijn; ik denk dat mevrouw Mutluer dat met mij deelt. We kunnen niet alleen maar vanuit het justitiële kader zorgen dat mensen zich gedragen en een beetje normaal doen. Je kunt het niet alleen maar vanuit justitie voorkomen. Kijk bijvoorbeeld ook naar hooliganisme in stadions of op het Malieveld, waar we het ook hebben gezien. Dat kun je niet alleen justitieel bestrijden. We zullen ook maatschappelijk andere normen moeten vinden en ons op een andere manier naar elkaar moeten uitspreken. De middelen die mevrouw Mutluer noemt, zijn er nu al. We zullen intensief met gemeenten, burgemeesters, handhavers en ook het OM en justitie bezig blijven om passende maatregelen te nemen om mensen te identificeren, op te pakken en passend te bestraffen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ten eerste moeten we ermee stoppen om het gewone siervuurwerk te koppelen aan dit excessieve geweld. Het een heeft echt totaal niks met het ander te maken. Mensen die dit doen, zijn gewoon criminelen. Dat zijn niet alleen sneue jongetjes en sneue mannetjes; dit is gewoon crimineel gedrag. Laten we die twee dingen loskoppelen.

De politie wordt van na de jaarwisseling tot en met het begin van de jaarwisseling elke dag belaagd, bedreigd, bespuugd en geïntimideerd.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Er is een gezags- en een gedragscrisis in Nederland. Dat is waar we het over moeten hebben.

Mijn vraag is de volgende. Wij hebben als BBB vorig jaar een motie ingediend voor een meldplicht. Toen is gezegd dat dat aan het lokale gezag is. Mijn vraag is: zijn er meldplichten geweest na incidenten van vorig jaar, waarbij die mensen niet meer op straat mochten komen tijdens de jaarwisseling? En wanneer komt eindelijk ons wetsvoorstel naar de Kamer om een taakstrafverbod te krijgen voor mensen die geweld plegen tegen hulpverleners? Dat is nog steeds niet gebeurd en ik wil dat dat zo snel mogelijk naar de Kamer gaat.

Staatssecretaris Rutte:

Ik bedenk net dat ik mevrouw Mutluer ten aanzien van vuurwerk niet volledig heb beantwoord. De inzet is ook om internationaal, in Europees verband, te kijken of wij wat kunnen doen aan dat veel te zware en veel te gevaarlijke vuurwerk. Dat is dus wel degelijk de inzet van de regering.

Wat betreft mevrouw Van der Plas: de politie schat op dit moment in dat 50% van het gebruikte vuurwerk bij aanslagen op de politie wel degelijk legaal vuurwerk is. We hebben ook de beelden gezien waarin er allerhande vuurwerk dat je kunt afschieten met een soort van vuurkaarsen, massaal op de politie werd afgeschoten. Ook dat gebeurt. Laten we de discussie over vuurwerkverboden hier niet overdoen, maar het is niet zo dat het alleen maar illegaal vuurwerk is dat hier de problemen veroorzaakt.

Of de meldplicht is ingezet, weet ik eerlijk gezegd niet. Dat zal ik nader moeten laten uitzoeken. Ik zorg dat die informatie alsnog tot u komt. Het wetsvoorstel voor het taakstrafverbod ligt op dit moment bij de Raad van State. Zodra dat daarvan terugkomt, zullen we dat met spoed naar de Kamer sturen zodat het kan worden behandeld.

De voorzitter:

Tweede vraag, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ja. Ik maak me gewoon heel veel zorgen over het eerste deel van het antwoord. Er wordt gezegd dat die uitwassen ook legaal vuurwerk betreffen. Als de staatssecretaris en het ministerie van Justitie en Veiligheid denken dat de mensen die dit doen, of ze nou een rotje of een vuurpijl gooien, wat al verboden is, of iets anders wat legaal is, volgend jaar met een vuurwerkverbod denken "o ja, sorry, ik kan geen vuurpijlen meer kopen; nou, dan ga ik de politie ook maar niet aanvallen", dan zie ik het zwaar in. We hebben hier een onderliggend probleem van mensen die compleet, totaal lak hebben aan de regels, of ze nou een vuurpijl of een rotje hebben; als ze die niet meer hebben, zijn het volgend jaar waarschijnlijk bakstenen.

De voorzitter:

De staatssecretaris.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dáár gaat het om.

Staatssecretaris Rutte:

Ik geloof niet dat ik hier heb gezegd dat een vuurwerkverbod alles oplost. Dat heb ik niet gezegd. Ik ga in op de woorden van mevrouw Van der Plas, die zei: de mensen die dit doen, gebruiken illegaal vuurwerk. Helaas, dat is niet zo. Er wordt ook legaal vuurwerk gebruikt. Een vuurwerkverbod zal hooguit een deel van de oplossing kunnen zijn. Het zal lang niet alles oplossen en gaat ook niet volgend jaar alles oplossen. Dat heb ik hier niet beweerd. Ik ben het volstrekt met mevrouw Van der Plas eens dat we hier te maken hebben met een ernstige maatschappelijke ontsporing. Daar moeten we primair naar kijken.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Dank aan de minister voor zijn duidelijke bewoordingen zojuist. Ik heb een jaar geleden bij het debat over de jaarwisseling een voorstel ingediend om extra helmen en gehoorbescherming beschikbaar te stellen aan de agenten die bij de oud-en-nieuwdienst het werk oppakken. Er is door het ministerie meerdere malen toegezegd dat dat voor elkaar zou zijn, in december nog. Nu horen we, onder andere van politievakbond ACP, dat het niet het geval is en dat veel politiemedewerkers in basisteams en vrijwel alle boa's nog niet over adequate gehoorbescherming beschikken. Wat gaat deze staatssecretaris doen om dat op te lossen?

Staatssecretaris Rutte:

Ik moet eerlijk zeggen dat dit een vraag is die een detailniveau raakt, waardoor ik die niet met honderd procent zekerheid kan beantwoorden. Maar als is toegezegd dat boa's en politie toegang krijgen tot passende gehoorbescherming, hebben wij daarvoor te zorgen.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Het lijkt me heel belangrijk dat de staatssecretaris die toezegging hier nog even herbevestigt en dat het ministerie niet alleen bij de eenheden maar ook bij de gemeenten, die de werkgevers zijn van de handhavers, checkt wat er nog moet gebeuren om dit voor komende jaarwisselingen te regelen. Er was namelijk een zeer brede Kamermeerderheid die zei: als we zo veel steun uitspreken voor de boa's en de agenten, moeten we het voor hen makkelijk maken of in ieder geval mogelijk maken om die nacht te kunnen werken. Dan vind ik het wel heel slecht dat we achteraf toch horen dat er niet voldoende spullen waren. Gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat het bij de volgende jaarwisseling in ieder geval voor elkaar is qua helmen en gehoorbescherming?

Staatssecretaris Rutte:

Als die toezegging eerder is gedaan, moeten we die opvolgen; dat kan ik toezeggen. Voor de rest neem ik het punt mee. Het is een van de dingen die we in ons nieuwe handhavingsplan mee zouden kunnen en moeten nemen, als het nog niet hard is toegezegd, om te bekijken op welke manier wij kunnen zorgen voor adequate bescherming voor de mensen die voor ons in de vuurlinie staan.

Mevrouw Faber (PVV):

We hebben de afgelopen jaarwisseling gezien wat het gevolg is van tientallen jaren slap, links beleid. Ik vind het heel bijzonder dat PvdA-GroenLinks nu zo verontwaardigd is, want dit is in feite onder andere een gevolg van hun beleid. Maar dat geldt ook voor de VVD, de zogenaamde partij van law-and-order, die al meer dan tien jaar aan de knoppen zit. Nederland werd afgelopen jaarwisseling een oorlogszone. Ondanks de tomeloze inzet van de politie — die heeft echt maximaal geprobeerd om de boel in bedwang te houden — is het niet gelukt en is de hele zaak uit de hand gelopen.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

Mevrouw Faber (PVV):

Wordt het nu niet eens tijd dat in dit soort gevallen het leger wordt ingezet, dat het tuig wordt berecht met een verzwaringsfactor en dat degenen die uit Nederland gezet kunnen worden, uit worden gezet? Op papier hebben we allemaal mooie woorden. De staatssecretaris had het over kleine, zielige mannetjes, maar deze kleine, zielige mannetjes hebben wel de hele boel verstierd.

Staatssecretaris Rutte:

Ik ben het volstrekt met mevrouw Faber eens dat Nederland op sommige plekken bijna een oorlogszone leek, dat er excessief geweld is gebruikt en dat de inzet van de politie maximaal was. Zij verdienen daarvoor een compliment. Ik denk dat ik dat met mevrouw Faber kan delen. Mensen die worden opgepakt, hebben te maken met een strafeis die 200% is verhoogd. Er wordt dus zwaarder gestraft. Er wordt zwaarder opgetreden. Dat moet ook en dat blijven we ook doen. Het punt is wel dat we met alleen strafrechtelijk optreden dit probleem er niet onder krijgen. Ik bedoel het probleem dat grote groepen mensen zich op sommige momenten bijna vrijwaren, vrij voelen om op de grootst mogelijke manieren geweld te plegen. Dat speelt rondom oud en nieuw, maar helaas ook onder hooliganisme en sommige demonstraties. Dat is een maatschappelijke trend, die we met elkaar moeten keren. Justitie moet een eigen positie innemen en doen wat nodig is, maar dat is niet het enige wat helpt.

Mevrouw Faber (PVV):

Maar we hebben een burgemeester in Amsterdam die zegt: ik ga geen traangas stoppen in het waterkanon. Die zegt dat al van tevoren. Dat is in feite een uitnodiging, in de trant van: jongens, kom de boel maar afbreken, want ik ga toch niks doen. Ik ben in ieder geval wel blij dat de staatssecretaris zegt: we hebben verzwaringsfactor van 200%. Maar gaat het OM dat ook doen? Er zijn namelijk berichten waaruit blijkt dat het OM zegt: dat gaan we niet doen; we hebben een cellentekort, dus waar moeten we ze laten? Door dat slappe beleid zitten we op een glijdende schaal. Dat moet gewoon gestopt worden. Dan kunnen we wel mooie woorden hebben over kleine, zielige mannetjes, maar het lijkt erop dat deze staatssecretaris niet in staat is om deze kleine, zielige mannetjes onder de duim te houden.

Staatssecretaris Rutte:

Met alleen strafrechtelijk optreden krijgen we dit probleem er niet onder; dat is helaas het geval. Dat neemt niet weg dat mensen, als we ze oppakken, wel degelijk geconfronteerd worden met de strafeis die 200% is verhoogd. Het OM heeft altijd ruimte — zo werkt het nu eenmaal — om te kijken naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de dader en om daar een korting op toe te passen. Maar het startpunt is altijd die 200%, en dat blijft ook zo.

Mevrouw Straatman (CDA):

Ik deel het sentiment hier in de Kamer dat de beelden die we hebben gezien, afschuwelijk zijn. Ik vrees dat het geweld niet het gevolg is van links of rechts beleid, maar van een kleine groep relschoppers die zich ongelofelijk misdragen. Daar moeten we ons allemaal heel hard tegen uitspreken. We moeten ze oppakken. Daarom wil ik een vervolgvraag stellen op het punt dat mevrouw Faber maakte, over de 200%-verzwaringseis. Er komen namelijk bepaalde signalen vanuit de politie. Er wordt gevraagd om urgentie bij het Openbaar Ministerie. Die 200%-verzwaringseis ligt als beleidsregel bij het Openbaar Ministerie, maar ook uit WODC-onderzoek van vorig jaar nog blijkt dat heel vaak geen gebruik wordt gemaakt van de ruimte die er is om geweld tegen publieke personen zwaarder te bestraffen.

De voorzitter:

Uw vraag?

Mevrouw Straatman (CDA):

Hoe gaat deze staatssecretaris ervoor zorgen dat we niet alleen het beleid en de boodschap hebben, maar dat het in de praktijk ook daadwerkelijk leidt tot zwaarder straffen?

Staatssecretaris Rutte:

De minister heeft aangegeven hier op korte termijn over in gesprek te gaan met het OM om te zorgen dat nogmaals wordt bevestigd hoe belangrijk het is om die 200%-eis als basis te hanteren. Dat neemt niet weg — dat zei ik net ook tegen mevrouw Faber — dat het OM natuurlijk altijd de ruimte heeft om rekening te houden met de persoon van de dader, de omstandigheden en al dat soort zaken. Ik vind echter dat die 200%-eis er als heldere basis moet zijn. Die eis hebben we niet voor niks met elkaar afgesproken. Dat signaal zal opnieuw worden overgebracht aan het OM.

De voorzitter:

Tweede vraag, mevrouw Straatman.

Mevrouw Straatman (CDA):

Dan delen wij die lijn. We hebben die eis niet voor niets, dus laten we die ook vooral uitvoeren. Mijn tweede vraag gaat over een ander punt, namelijk: hoe gaan we nu om met de politieagenten en hulpverleners, in brede zin, die met deze afschuwelijke incidenten te maken hebben gehad? Het CDA heeft met een aantal andere partijen een initiatiefnota ingediend over het behandelen van PTSS als beroepsziekte. Kan de staatssecretaris aangeven of er op dit moment extra monitoring is voor hoe er wordt omgegaan met de politieagenten en hulpverleners die met deze afschuwelijke incidenten te maken hebben gehad? Is er ook vanuit die optiek meer aandacht voor?

Staatssecretaris Rutte:

We gaan nu echt de diepte in, dus ik moet even bladeren. Ik heb daar wel iets over in mijn papieren staan. Het formele antwoord is dat in principe de werkgever verantwoordelijk is voor de gezondheid van medewerkers. Vanuit dat perspectief heeft de politie zeker aandacht voor specifiek dit onderwerp en dus ook voor PTSS. Ik weet ook uit mijn eerdere ervaringen als Kamerlid dat dat vol in de belangstelling staat. Laten we hopen dat agenten en andere hulpverleners niet worden geconfronteerd met PTSS naar aanleiding van de ellende bij deze jaarwisseling. Mocht dat wel het geval zijn, dan heeft dat de volle aandacht.

Mevrouw Coenradie (JA21):

Gezien de massale verontwaardiging hier in de Kamer verwacht ik straks ook wel steun voor een debataanvraag. Ik ben namelijk van mening dat we dit niet alleen in het mondelinge vragenuur moeten bespreken, maar ook uitgebreider. Door jarenlange ondermijning van het gezag van de politie, door bezuinigingen en door steeds minder mandaat zien we dat de politie midden in een verharde maatschappij en zonder vertrouwen, vrijheid en rugdekking tegenover hufters staat. Dit tij kunnen wij, maar ook echt alleen wij, keren. Om die reden heb ik een paar vragen voor in ieder geval dit moment.

De voorzitter:

Kort.

Mevrouw Coenradie (JA21):

De politie vraagt om eigenstandige bevoegdheden die nu nog worden belegd bij de burgemeester, zoals het inzetten van traangas en rubberen kogels. De vraag aan de staatssecretaris is of hij hier werk van wil maken. De tweede vraag, die ik daarop aansluitend wil stellen, gaat over de meldplicht en de inzet van het leger. Wat is daarvan de stand van zaken? Wat is de visie van deze staatssecretaris?

Staatssecretaris Rutte:

Het is goed dat mevrouw Coenradie een debat aanvraagt. De vraagstukken die zij hier neerlegt, gaan namelijk wat verder dan we in alleen maar dit vragenuur kunnen behandelen, zeker waar het gaat om eigenstandige bevoegdheden voor de politie, voorbijgaand aan het bevoegd gezag. Die zullen ook juridische consequenties hebben. Dan moeten we de wet aanpassen. Dat kan ik hier niet van het ene op het andere moment toezeggen. Ik kan mij voorstellen dat daarover in het debat wat breder van gedachten gewisseld moet worden.

De voorzitter:

Daar gaat de Kamer over. Dat gaan we zo zien bij de regeling.

Mevrouw Dobbe (SP):

Helaas wordt het bijna standaard dat we hier na de jaarwisseling staan — voorheen stond mijn collega hier, nu ikzelf — omdat het mis gaat tijdens de jaarwisseling. Het is, denk ik, heel terecht dat hier verontwaardiging wordt uitgesproken en dat we ons ongenoegen hierover uitspreken. Kijk namelijk naar wat er gebeurt: niet alleen is er geweld tegen hulpverleners, maar er worden ook vuurwerkmitrailleurs ingezet — ik wist niet eens dat ze bestonden — om op mensen te schieten die thuis ook gewoon gezinnen hebben, broers, zussen, moeders, vaders. Het is een grote schande. Het is heel terecht dat die mensen keihard worden aangepakt. De constatering dat het toeneemt, ligt er ook en daarom is de verontwaardiging zo terecht. Maar wat is de analyse van de oorzaken van die toename? Als we die analyse niet maken, kunnen we dat geweld niet tegengaan en staan we hier volgend jaar weer. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook wat zijn analyse is van de oorzaken van de toename van het geweld tegen hulpverleners.

Staatssecretaris Rutte:

Dat weet ik niet precies. Ik zie echter wel een toenemende maatschappelijke ontsporing, gepaard gaande met geweld. Ik maak mij daar zorgen over. Ik denk dat als wij dit het hoofd willen bieden, wij twee dingen moeten doen. Aan de ene kant moeten we proberen te leren van de evaluatie en van de analyse van dat geweld, die ook nu weer zullen plaatsvinden. We zullen daarvan moeten leren hoe we dat geweld beter kunnen bestrijden. Dan zit je echt aan de juridische kant en aan de harde kant van de bestrijding. Ik hoor u daar ook steun voor uitspreken op het moment dat het ontspoort. Aan de andere kant denk ik dat het ook verstandig is om te kijken naar de plekken waar het wél goed gaat. Dat zijn er verrassend veel en daar horen we bar weinig over. Op de plekken waar het wel goed gaat, kunnen we de zaadjes vinden voor aanpakken die, los van het inzetten van juridische middelen, kunnen leiden tot een veel rustiger en meer gebalanceerde jaarwisseling. Er zal ongetwijfeld veel meer over te zeggen zijn, maar dan zullen we er wel breder naar moeten kijken dan alleen maar naar het geweld zelf en naar waar dat geweld vandaan komt en hoe we het sec kunnen bestrijden.

De voorzitter:

Mevrouw Dobbe, tweede vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel voor dat antwoord. Maar zo blijft het toch een beetje bij het gevoel dat wij hebben over de reden dat dit ontstaat. Maar het geweld tegen hulpverleners neemt toe, en het was al heel erg. Dat kan niet; dat mogen we niet accepteren. We moeten dat voorkomen: niet alleen aanpakken als het gebeurt — dat moet gebeuren — maar ook voorkomen. Ik zou de staatssecretaris daarom willen vragen of hij bereid is om deze analyse te maken en die met de Kamer te delen, zodat we hier met elkaar kunnen spreken over een aanpak waarmee we die toename kunnen terugdringen.

Staatssecretaris Rutte:

Ik kan in ieder geval toezeggen dat wij zullen komen met een beeld van wat er is gebeurd deze jaarwisseling. Daar zal ongetwijfeld een analyse bij zitten van waar die gebeurtenissen vandaan komen. Ik weet niet of we helemaal op het analyseniveau zullen komen waar mevrouw Dobbe nu om vraagt. Dat weet ik niet. Ik weet niet welk onderzoek er standaard wordt uitgezet en hoe dat eruitziet. Maar ik kan me wel voorstellen dat die behoefte bestaat. Ik hoor dat er heel waarschijnlijk nog een debat komt over de jaarwisseling. Dan zou dit een punt kunnen zijn om breder van gedachten over te wisselen met de minister.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Ik sta hier nu voor het vierde jaar op rij en voor het vierde jaar op rij geeft oud en nieuw echt een afschuwelijk beeld. Het wordt per jaar erger en erger, dat ben ik zeer eens met iedereen die dat hier zegt. Het is onze taak om ervoor te zorgen dat politie en hulpverleners op een enigszins normale manier die nacht doorkomen. Dat is nu gewoon niet het geval. Ik heb echt buikpijn van die beelden; een aantal voorbeelden is hier al genoemd. De Kamer heeft in brede meerderheid besloten tot pilots over extra geweldtoepassingen, bijvoorbeeld rubberen kogels en kleurstof in waterwerpers.

De voorzitter:

Uw vraag.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Die twee pilots komen pas in 2026. Mijn heel concrete vraag is wanneer die van start gaan. We hebben die namelijk absoluut nodig om de politie te beschermen tijdens zo'n nacht en tijdens nog vele andere vreselijke diensten die zij helaas moeten draaien en die zij ook voor onze veiligheid draaien.

Staatssecretaris Rutte:

Mevrouw Michon heeft groot gelijk dat helaas sommige vormen van geweld met geweld bestreden moeten worden. Dat lukt niet altijd; het zal niet altijd alles oplossen, maar als je tijdens het geval zelf de mensen veilig wilt houden, heb je die middelen nodig. De pilots zijn er niet voor niets. Wat ik ervan weet, is dat de politie er hard aan gewerkt heeft en dat twee onderdelen van de pilot klaar voor gebruik stonden, waarvan één onderdeel ook is gebruikt. Eén gaat over pepperspray die over grotere afstanden door de ME gebruikt kan worden. Dat is al ingezet. Daarnaast stonden er waterkanonnen klaar met daarin pepperspray verwerkt, maar het bevoegd gezag heeft er niet voor gekozen om die in te zetten. Dat middel was dus wel beschikbaar, maar is niet ingezet. Daar zullen moverende redenen voor zijn geweest waar ik niet in kan treden. Wanneer de pilot met de rubberkogels ingaat, weet ik niet. Ik kan wel zorgen dat dat wordt uitgezocht, maar ik weet het niet.

Kamerlid Kostić (PvdD):

De jaarwisseling was weer een slagveld: twee doden, vele gewonden, onder wie kinderen, en hulpdiensten die in een vuurwerkval werden gelokt. We weten van de politie dat het vuurwerkverbod veel van die ellende gaat schelen, want hoe minder vuurwerk, hoe minder chaos en hoe meer ruimte voor de politie om juist die raddraaiers aan te pakken. Mijn concrete vraag is of het kabinet eindelijk vaart gaat maken met de uitvoering van het vuurwerkverbod en vooral ook met het meenemen van de mensen daarin. Daar vragen de politie en de hulpverleners ook om.

Staatssecretaris Rutte:

Ja, dat is zo. Mijn collega van IenW is er volop mee bezig om ervoor te zorgen dat we het vuurwerkverbod daadwerkelijk in kunnen voeren met ingang van volgend jaar. Ik geloof dat de kritische datum 1 augustus van dit jaar is; dan moeten we alles in place hebben. Voor zover ik kan zien, is hij heel dicht bij de afronding van alles wat daarvoor nodig is.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Het moment waarop mijn hart stilstond, was toen ik een bericht las over een baby die gereanimeerd werd; zelfs daar werd vuurwerk op afgevuurd. Als je zoiets verzint, dan ben je vanbinnen echt kapot. Daarom is mijn vraag aan de staatssecretaris allereerst: heeft hij het idee dat we nu echt alles uit de kast halen om te normeren en te bestraffen, zodat mensen die dit hebben gedaan volgend jaar van een koude kermis thuiskomen en ook echt tot bezinning komen, of zegt hij "op dat punt kunnen we echt nog meer doen"? Kan hij die voorstellen dan doen? Kan hij die voorstellen doen voordat we het vermoedelijke debat over de jaarwisseling zullen hebben?

Staatssecretaris Rutte:

Ik deel de analyse van mevrouw Bikker volledig; laat dat duidelijk zijn. Ik geloof dat ik dat ook wel duidelijk heb gemaakt. Zij haalt het voorval aan waar mevrouw Mutluer het ook al over had en dat echt totaal ondenkbaar en schandalig is. Ik heb het niet voor niets over kleine, zielige mannetjes, want als we ze "hufters" noemen, maken we ze nog groot ook. Dat zijn ze niet; ze zijn kleiner dan dat. Halen we alles uit de kast? We plegen op dit moment in ieder geval de maximale inzet. Politie, justitie en de rechtspraak staan klaar om te doen wat nodig is. Maar als je zulk excessief geweld tegenkomt, ben je op een bepaald moment als politie bezig om de orde te handhaven, en kom je nauwelijks nog aan arresteren toe. Dat blijft dus lastig. Wat betreft het juridische kader ligt er nu een taakstrafverbod bij de Raad van State. Wat het kabinet betreft, is dat wetsvoorstel af; dat ligt nu bij de Raad van State. Zodra we dat terugkrijgen, wil ik dat zo snel mogelijk ter behandeling aanbieden aan de Kamer; althans, dat zal mijn collega dan doen. Afhankelijk van hoe snel dat gaat, is dat een extra middel dat nog ingezet kan worden binnen het strafrechtelijke kader. Voor de rest loop je, los van de pilots met extra geweldsmiddelen, aan de juridische kant en de handhavingskant op een bepaald moment wel tegen de grenzen van je mogelijkheden aan. Daar moet ik ook eerlijk over zijn. Er is op maatschappelijk gebied meer nodig om dit probleem het hoofd te kunnen bieden. We kunnen het inderdaad elk jaar opnieuw hebben over harder optreden, harder straffen et cetera. Ik ben er persoonlijk helemaal voor als we mensen kunnen pakken. Dat mag duidelijk zijn. Ik denk dat niemand die hier staat daarop tegen is. Maar er is op maatschappelijk gebied ook echt nog iets anders nodig om dit op te lossen.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Dank voor dit antwoord. In alle eerlijkheid denk ik dat het taakstrafverbod niet het winnende antwoord is. Ik denk dat het wel zou helpen als de mensen die zoiets idioots begaan een volgende jaarwisseling niet bij hun vriendjes zitten, maar keurig naar vier betonnen muren staren, zodat ze nog eens kunnen overdenken wat ze hebben gedaan. Ik denk dat dat veel meer helpt dan een taakstrafverbod. Als we het hebben over de aanpak van het geweld, dan noem ik bijvoorbeeld die vuurwerkmitrailleurs. In Duitsland, maar ook op andere plekken, hadden ze daar ook last van. Is de staatssecretaris bereid om versneld te kijken wat we in Europees verband hiertegen kunnen doen, om zo in ieder geval te voorkomen dat die rotzooi ons land binnenkomt?

Staatssecretaris Rutte:

Het is de inzet van het kabinet om in internationaal verband veel beter te kijken naar het vuurwerk, naar de soorten vuurwerk die worden verkocht en naar de manier waarop het naar Nederland komt. Dat is sowieso het geval. Voor de rest gaat het er inderdaad om dat we ervoor zorgen dat mensen binnen die vier muren zitten in plaats van bij hun vriendjes. Een taakstrafverbod kan daarbij helpen. Het kan wel degelijk ook helpen om gebruik te maken van een meldplicht. Er zijn dus wel dingen binnen het bestaande en het nieuwe instrumentarium die wellicht nog extra kunnen helpen. Maar dan hebben we alsnog met elkaar in maatschappelijke zin een aantal harde noten te kraken, te beginnen met tegen je buurman die rare dingen doet en zijn schuurtje volgooit met illegaal vuurwerk, zeggen: is dat nou wel normaal? Laten we daar eens een keer mee beginnen. We moeten niet denken dat dat stoer of groot is. Nee. Als je dat doet, ben je een klein, zielig — meestal — mannetje.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Onze fractievoorzitter sprak van "een veldslag" in plaats van een volksfeest. Dat is ook zo. Het was echt rampzalig. Mevrouw Bikker en mevrouw Mutluer spraken over die baby in nood; het feit dat dat kan gebeuren, is echt heel vreselijk. Maar ik wil nog een ander onderwerp bespreken: in Maarssen is een seniorencomplex aangevallen; ik kan het niet anders zeggen. De ruiten zijn daar ingegooid. Bij de enige uitgang die er was, werd brandgesticht, vuurwerk gegooid enzovoorts. Mijn vraag is welke mogelijkheden er nu zijn voor burgemeesters op het moment dat deze mensen opgepakt worden. Welke mogelijkheden zijn er dan om ervoor te zorgen dat dit volgend jaar niet opnieuw gaat gebeuren en dat dit niet steeds verder gaat? Kan de staatssecretaris hier duidelijkheid over geven?

Staatssecretaris Rutte:

Dit zijn natuurlijk walgelijke incidenten. Nou ja, het woord "incident" maakt het alweer klein. Dit gaat echt over grotesk geweld, dat je mensen in hun eigen woning, plaatsen waar mensen collectief wonen, aanvalt, brand sticht en enorm gevaar en grote angst bezorgt. Het is echt walgelijk. Er zijn wel mogelijkheden rondom gebiedsverboden. We zullen daar echt weer naar moeten gaan kijken en ook met de burgemeesters moeten delen hoe je de handhaving gericht in kunt zetten. Ik denk dat dat het meest aangelegen middel is om hier wat aan te doen.

We moeten ook in gesprek over handhavingsplannen. Dat klinkt alweer als een plan, dat klinkt slap, maar het is wel heel belangrijk. Alle ervaringen van deze jaarwisseling worden op dit moment gedeeld met alle betrokken partijen en op basis daarvan komt er een aanscherping op het handhavingsplan. Al dit soort ideeën en dit soort voorbeelden zullen we daarin mee moeten nemen om te zorgen dat we volgend jaar beter bewapend zijn om dit te doen. Aan de andere kant: als ook de kleine zielige mannetjes zich verder bewapen, dan komen we nog steeds nergens. Daar hebben we met elkaar iets aan te doen. Ik kan me goed voorstellen dat u in een breder debat met de minister deze onderwerpen even goed aftast, zeker als het nieuwe handhavingsplan er ligt, en bekijkt of dat zich als input voor het nieuwe handhavingsplan laat gebruiken.

Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):

Tot slot. Ik ben blij met de eensgezindheid van deze Kamer, want de jaarwisseling moet gewoon weer een feest worden in plaats van een slagveld. De jaarwisseling wordt gekaapt door enkele mafkezen. Mijn vraag richt zich met name op de wens voor een toezegging — dat hoorde ik de staatssecretaris eigenlijk al doen — over een nadere analyse van de jaarwisseling. De best practices: wat ging er goed, wat ging er niet goed en wat kan beter? Wat moeten we doen op korte termijn met België en Duitsland, zeker in de aanloop naar de aankomende jaarwisseling waarbij wij een vuurwerkverbod gaan implementeren? Wat gaan we in Europees verband doen? En met name: wat gaan we doen om die mafkezen, via een meldplicht, via een last onder dwangsom of gebiedsverboden, binnen te houden en niet naar buiten te laten? Daar wil ik een toezegging op.

Staatssecretaris Rutte:

Die geef ik van harte. Laten we dat doen. Laten we het niet alleen maar in smalle zin evalueren, maar kijken of we die evaluatie breder kunnen krijgen en of we een bredere analyse daarop kunnen krijgen. Gezien de tijdspanne waarbinnen u hierover weer in gesprek wil met de minister, is er best kans dat tegen die tijd nog niet alles gereed is. Daar zullen we dan mee moeten leven. U gaat op korte termijn natuurlijk in gesprek over de politie en de jaarwisseling. Er is een apart commissiedebat over de politie en misschien nog een debat over de jaarwisseling. Die bieden een aantal momenten om het hier nader over te hebben. Maar ik zeg het graag toe.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik dank mevrouw Mutluer voor de door haar gestelde vragen. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording.

Naar boven