Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 27, item 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 27, item 3 |
Najaarsnota 2025
Aan de orde is het debat over de Najaarsnota 2025.
De voorzitter:
Aan de orde is het debat over de Najaarsnota 2025. Ik heet de leden van de Kamer van harte welkom. Ik heet de minister in vak K van harte welkom.
Wij gaan beginnen met de maidenspeech van mevrouw Van Berkel van de fractie van D66 en daar nodig ik haar met alle plezier voor uit. Zoals gebruikelijk interrumperen wij geen maidenspeeches, dus ik geef mevrouw Van Berkel hiervoor graag het woord. Ga uw gang.
Mevrouw Van Berkel (D66):
Dank u, voorzitter. Geboren in Tegelen, groeide ik onder de rook van Rotterdam op in een gezin dat we hier in Den Haag "multiproblem" zouden noemen: een gezin met grote schulden, verslavingsproblematiek en huiselijk geweld, met een jonger broertje met rood haar en sproeten, maar wel met dezelfde oren, en met een moeder en stiefvader met hun eigen uitdagingen. Er waren ook dromen van een volle koelkast en net zulke mooie kleding als mijn vriendinnen, van rust en een stabiele basis thuis, en stiekem van wie ik misschien wel zou kunnen zijn, later als ik groot zou zijn. Moeder worden? Dat nooit. Niet omdat het me niet fantastisch leek om zo veel van iemand te houden dat het niet in woorden is uit te drukken, maar juist daarom. Ik weet namelijk hoeveel er mis kan gaan, hoe je beschadigd kan raken en hoe hard je moet werken om te helen. Nooit had ik toen gedacht dat ik vandaag hier als trotse moeder zou staan.
Nu ik het voorrecht heb dat ik hier vandaag mijn maidenspeech mag geven, heb ik mijn prachtige en onverschrokken dochter in gedachten. Net als elke ouder wil ik het beste voor haar: dat ze veilig is, dat ze zichzelf mag zijn, dat ze alles uit zichzelf kan halen als ze dat wil en dat zij het beter heeft dan wij. Daarvoor is er veel werk aan de winkel. Mijn dochter groeit op in een wereld vol mogelijkheden, maar ook met uitdagingen die we aan moeten gaan. Ze groeit op in een tijd waarin vrouwen veel meer kansen hebben dan vroeger, maar echte gelijkheid nog steeds niet vanzelfsprekend is, en helaas ook in een tijd waarin discriminatie lijkt toe te nemen, soms subtiel, soms zelfs openlijk. Voor onszelf en onze kinderen is het van het grootste belang dat we een rechtvaardigere wereld doorgeven dan we nu hebben, een wereld waarin vrouwen en meisjes compromisloos veilig zijn en waarin er niet elke acht dagen een vrouw wordt vermoord, een wereld waarin vrijheid van meningsuiting niet als excuus gebruikt wordt om anderen die jou niet aanstaan, weg te zetten en uit te sluiten.
Voorzitter. De afgelopen jaren heb ik vanuit de uitvoering al vaak gepleit voor minder en simpelere regels. Nu ik hier sta, kan ik deze gelegenheid natuurlijk niet voorbij laten gaan zonder daar nogmaals aandacht voor te vragen. We zijn vastgelopen in onze eigen regels en wetten. Mensen raken verstrikt in een wirwar van regels en een jungle van loketten. Juist de mensen in de meest kwetsbare positie brengen we met deze goede bedoelingen en Haagse proefballonnetjes verder in de problemen. Je zult maar plotseling je baan kwijtraken, ziek worden en in de schulden terechtkomen. Met hoeveel instanties en regelingen je dan te maken krijgt, valt niet tegen. Wat wel tegenvalt, is hoeveel je plots moet terugbetalen als je ondanks alles toch nog hebt kunnen werken en net te veel hebt verdiend.
Het is aan ons om dit te veranderen. Wat mij betreft beginnen we met het toeslagenstelsel. Als je eens een toeslagenouder hebt gesproken, weet je hoe urgent dit is. Nu we het er toch over hebben, de uitvoering vragen om te leveren, terwijl we fors bezuinigen en geen stabiele financiering regelen, is ook echt geen goed idee. Kijk maar naar de asiel- en migratieketen.
Ik weet helaas maar al te goed hoe het voelt om afhankelijk te zijn van hulp van de overheid en je een weg te moeten banen door al die regelingen en formulieren. Ook weet ik wat het betekent om al die politieke wensen, die veel te vaak helemaal niet kunnen, uit te moeten voeren. Ik weet ook hoe het voelt als dat in de uitvoering misgaat en als je tegenover wanhopige mensen zit, ook uit de uitvoering zelf, die je dat moet uitleggen. We kunnen en moeten zo veel beter.
Voorzitter. We praten hier in het debat over de Najaarsnota natuurlijk graag over cijfers, maar onze economie gaat over meer dan cijfers. Het gaat over jou en mij, over hoe we samenleven, delen en kansen creëren. Een gezonde economie is er een waarin iedereen mee kan doen, waarin innovatie hand in hand gaat met gelijke kansen voor ons allemaal en waarin groei niet ten koste gaat van mens en natuur. In zo'n economie is investeren in ons allemaal een investering in jezelf en zijn een open houding, verbondenheid en samenwerking in binnen- en buitenland van cruciaal belang.
De uitdagingen zijn groot, maar de kansen gelukkig ook. Daarom moeten we durven kiezen voor vooruitgang. Als we de stikstof- en klimaatproblemen oplossen, kunnen we weer vooruit en gaat ons land van het slot. Als we investeren in een leven lang leren en slimme technologieën die ons kunnen ondersteunen in ons werk, dan kunnen we samen onze productiviteit en welvaart vergroten. Als we afscheid nemen van onnodige en ingewikkelde regels, dan kunnen we snel een fijn huis voor iedereen bouwen. En als we bouwen aan het toekomstbestendig maken van de zorg en ons socialezekerheidsstelsel, dan kunnen we er samen voor zorgen dat onze kinderen en de generaties na hen ook kunnen rekenen op de beste zorg en een sociaal vangnet dat je opvangt als je valt.
Deze Najaarsnota laat niet alleen de dubbeldemissionaire staat van dit kabinet zien. Het illustreert ook het gebrek aan investeringen en het uitblijven van echte oplossingen, zoals rondom stikstof, om Nederland weer vooruit te helpen. De boodschap van Draghi voor Europa en nu ook van Wennink voor Nederland is helder: investeer fors in innovatie en het vergroten van ons verdienvermogen, los problemen op, zoals de file op het elektriciteitsnet, en maak werk van hervormingen. Hoe kijkt de minister naar het gebrek aan investeringen in onze economie? Is hij het met mij eens dat wij hier de grootste prioriteit van moeten maken? Hoe kijkt hij naar de aanbevelingen van de heer Wennink? Is hij ook van mening dat door het uitblijven van echte keuzes en oplossingen onze toekomst en welvaart op het spel staan?
Voorzitter. Eerder had ik het al over het belang van een sterke uitvoering, inclusief stabiele financiering. Ik noemde daarbij de asiel- en migratieketen. Vanaf 2027 staan daarvoor onrealistisch hoge bezuinigingen ingeboekt. Ook bij de EU-afdrachten zie ik iets vergelijkbaars, namelijk een forse bezuiniging, waarvan de haalbaarheid mij erg klein lijkt. Hoe kijkt de minister hiertegen aan?
Voorzitter. Ik ga afronden. D66 staat klaar om de moeilijke keuzes wél te maken, om samen oplossingen te vinden die Nederland weer vooruithelpen en ook om samen te bouwen aan een Nederland waarin iedereen erbij hoort en meedoet. Ik kijk uit naar de samenwerking met de collega's in deze Kamer om dit te bereiken.
Hoewel ik als klein meisje nooit had gedacht dat ik hier nu zo zou staan, wil ik wel graag tegen alle meisjes en jongens voor wie dat niet vanzelfsprekend is zeggen: laat je door niemand, maar dan ook echt door helemaal niemand vertellen dat het niet kan, dat het niet voor jou is weggelegd, dat jij er niet bij hoort en dat je niet mee mag doen. Het kan wel! Kijk maar. Ik sta hier ook.
Dank u, voorzitter.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Het is mij een eer om u als eerste te mogen feliciteren met uw heel persoonlijke, betrokken maidenspeech. Dat doe ik dan ook van harte. Ik nodig alle leden uit om mevrouw Van Berkel ook te feliciteren, dus ik schors voor enkele ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over de Najaarsnota. Wij zijn toegekomen aan de tweede spreker van de Kamer. Wij gaan luisteren naar mevrouw Van Eijk van de fractie van de VVD. Ga uw gang.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dank je wel, voorzitter. Vanaf deze plek wil ook ik mevrouw Van Berkel van harte feliciteren met haar prachtige maidenspeech. Ik sta naast haar als het gaat om de strijd om onze dochters veilig te houden. Heel belangrijk.
Voorzitter. De overheidsfinanciën staan er op dit moment goed voor. De Najaarsnota laat zien dat het begrotingsbeeld voor 2025 ongeveer 3 miljard euro gunstiger uitvalt dan eerder geraamd. Het EMU-tekort en de staatsschuld dalen licht. Dat is positief. Dat mag ook worden gezegd. Maar deze meevallers mogen ons niet in slaap sussen, want achter dit gunstige beeld schuilt een fundamenteler probleem. De structurele houdbaarheid van onze overheidsfinanciën staat onder druk. Zowel de Raad van State als de Europese Commissie waarschuwen daarvoor. Nederland doet op de middellange termijn nog onvoldoende om de financiën echt gezond te houden.
Voor de VVD is helder waar wij staan: wij kiezen voor een overheid die minder geld uitgeeft in plaats van meer, en wij houden ons aan de Europese begrotingsregels, niet omdat Brussel dat vraagt, maar omdat begrotingsdiscipline de basis is van een sterke economie. Het voorkomt dat we rekeningen doorschuiven naar volgende generaties. Juist nu het tekort in 2026, zij het voorlopig eenmalig, richting de 3% van het bbp gaat, is het belangrijk vast te houden aan trendmatig begrotingsbeleid en de zalmnorm. Dat betekent: niet elke meevaller meteen uitgeven en zeer terughoudend zijn met voorstellen die het saldo verder verslechteren. Alleen zo houden we ruimte voor echt noodzakelijke uitgaven, nu en in de toekomst.
Voorzitter. De Najaarsnota laat zien dat het kabinet goede stappen zet richting realistisch ramen. Dat is goed. Tegelijkertijd zien we dat het begrotingsbeeld nog steeds sterk wordt beïnvloed door incidentele meevallers, onderuitputting en openstaande taakstellingen. Voor de VVD is realistisch ramen geen technische exercitie, maar een voorwaarde voor degelijk financieel beleid. De Kamer moet kunnen vertrouwen op begrotingen die transparant en volledig zijn, zowel aan de inkomsten- als aan de uitgavenkant, zonder optimistische aannames, zonder schuiven achteraf. Recente adviezen van de Expertgroep realistisch ramen benadrukken dit, zeker bij grillige posten, zoals de vennootschapsbelasting. Mijn vraag aan de minister is dan ook hoe hij ervoor zorgt dat deze ramingen ook meerjarig structureel verbeteren. Hoe staat het met de lopende vervolgonderzoeken?
Aan de uitgavenkant zien we dat kasschuiven, onderuitputting en overprogrammering het beeld realistischer maken. Tegelijkertijd staat er nog altijd een taakstelling open van 4,6 miljard euro. Dat is fors. Verwacht de minister dat dit nog volledig ingevuld gaat worden? Structurele onderuitputting mag nooit een begrotingsinstrument worden. Wat hier als financiële meevaller wordt gepresenteerd, is in werkelijkheid vaak een signaal van verminderde uitvoeringskracht. Terwijl er de afgelopen jaren tienduizenden ambtenaren bij kwamen, blijven er door arbeidsmarktkrapte alsnog veel vacatures openstaan. Het gevolg is dat beleid wordt vertraagd en projecten niet of later worden uitgevoerd. Dat zien we pijnlijk terug bij grote hersteloperaties, in Groningen, bij de toeslagenaffaire. Burgers wachten al veel te lang op duidelijkheid en compensatie. Dat kan niet zo zijn. Mijn vragen aan de minister luiden als volgt. Hoe gaan we ervoor zorgen dat de overheid efficiënter gaat werken? Waar blijft essentieel werk liggen? Welke risico's lopen burgers en bedrijven hierdoor? Welke extra capaciteit wordt ingezet om deze achterstanden weg te werken? En ik wil vooral weten: wanneer kunnen mensen erop rekenen dat zij wel tijdig geholpen worden?
De voorzitter:
Ik hoorde hier een punt. Meneer Dijk, gaat uw gang.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Het is heel terecht dat mevrouw Van Eijk het heeft over hersteloperaties waarbij inderdaad geld overblijft, om het maar even zo te zeggen, maar zij wijt dat wel in een aantal zinnen aan bijvoorbeeld een personeelstekort. Je kan bij deze twee hersteloperaties toch niet stellen dat we een tekort hebben aan personeel?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Nee, ik denk dat het in deze twee specifieke situaties niet zozeer gaat om tekorten qua personeel. Ik bedoelde dat in het algemeen te benoemen, dus als je het hebt over de uitvoering van beleid. Zeker voor deze hersteloperaties is er veel capaciteit ingezet en nog altijd beschikbaar. Daar liggen de oorzaken wel wat complexer. We hebben natuurlijk het advies van de commissie-Van Dam gehad. We hebben opnieuw heel veel overhoopgegooid, als gevolg waarvan alles weer opnieuw op gang moet komen. Dat is daarbij wel een van de grondoorzaken. Eens.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik haak hier even op in, omdat ik denk dat dit het pijnlijkste aan deze Najaarsnota is. Juist op deze twee dossiers, waarbij mensen zo in de mangel zitten, al jarenlang, en we twee parlementaire enquêtes hebben gehad, lukt het dit kabinet, deze overheid niet om het geld dat daarvoor bedoeld is uit te geven. Ik ben benieuwd naar de mening van de VVD. Waar komt dat door? Hoe komt het dat juist op die twee onderwerpen, waarvan we door die parlementaire enquêtes precies weten waar de pijn en de problemen zitten, dit kabinet dat niet uitgevoerd krijgt?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik denk dat hier een wat diepere analyse onder ligt. Ik denk dat het niet alleen ligt aan dit kabinet of deze bewindspersonen, maar dat we wat dit betreft de hand ook in eigen boezem moeten steken. Wij maken het zelf ook ontzettend ingewikkeld. In de twee jaar dat ik nu in de Tweede Kamer ben, met alle discussies en debatten die ik heb gevoerd over de hersteloperatie, hebben we in ieder debat moties aangenomen, hebben we nieuwe opdrachten gegeven, zijn er weer rapporten gepresenteerd, hebben we weer een regeling erbij bedacht en hebben we weer iets aangepast. We maken het zelf ook onnodig ingewikkeld. Dat doen we vaak met hele goede redenen. We vinden het namelijk heel erg lastig en moeilijk als een bepaalde groep niet in aanmerking komt of onvoldoende gecompenseerd wordt. Dan verzinnen wij er weer letterlijk een regeling bij. Dat is de ene kant.
Aan de andere kant zie ik ook dat in de uitvoeringsorganisaties te weinig ruimte is, of misschien ook wel te weinig ruimte wordt genomen, ook door de professionals, om het beleid op een goede manier te kunnen uitvoeren.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ja, voorzitter. In algemene zin ben ik het hiermee eens, maar als ik kijk naar het stemgedrag, gisteren ook weer, dan blijkt daar iets heel anders uit. Al die voorstellen die gedaan worden, ook vanuit de Kamer, om makkelijker, soepeler en menselijker om te gaan met bijvoorbeeld de mensen uit Groningen of die van het toeslagenschandaal blijken voortdurend te worden weggestemd.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat heeft niks te maken met allerlei regelingen en voorstellen waardoor de Kamer het zo ongelofelijk moeilijk maakt. Dat heeft te maken met een mensbeeld dat achter het beleid zit, van wantrouwen jegens mensen die in de shit zitten. Daar heeft het mee te maken.
De voorzitter:
Ik hoorde geen vraag, maar het is aan mevrouw Van Eijk of ze hierop wil reageren. Dat is niet het geval. Dan geef ik het woord aan de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Het is fijn om te horen dat de VVD zegt dat de overheid niet te sterk moet groeien en dat de VVD voor een kleine overheid is. Dat zegt de VVD natuurlijk vaker, maar de afgelopen vijftien jaar is de overheid sneller gegroeid dan ons bruto binnenlands product. Ook het aantal ambtenaren is enorm gestegen, zoals u weet. De VVD zit al sinds 2010 in de regering. De VVD zegt steeds maar dat ze er iets aan wil doen, maar er gebeurt niets. Hoe reflecteert mevrouw Van Eijk daarop?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik zie hetzelfde beeld. Wat dat betreft hebben we een gedeeld beeld van een steeds groter wordende overheid. We vinden elkaar ook in de ambitie om dat terug te dringen. Vorige week heeft mijn collega Silvio Erkens een initiatiefnota gepresenteerd over hoe wij denken dat we de overheid sterker en efficiënter kunnen maken. Daar is natuurlijk een aantal jaren voor nodig; dat is niet iets wat je van de ene op de andere dag hebt gerealiseerd. Ook dit kabinet had een ambitie om stevig in te grijpen in het aantal ambtenaren en dat substantieel terug te brengen, maar dan moet een kabinet ook vier jaar kunnen zitten om dat helemaal voor elkaar te krijgen. Dat is de laatste periodes, misschien wel de laatste tien jaar, niet meer helemaal gelukt.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank voor dit antwoord. Ik begrijp dat het niet makkelijk is. Alleen, de VVD zat niet alleen de laatste tien jaar in de regering, maar de laatste vijftien jaar. Dan is het toch vreemd dat er maar niks lijkt te lukken. Ik wil dus toch nog één keer vragen: als je zo lang in de regering zit, vaak ook als dominante partij, en je zoiets wilt, hoe komt het dan dat dat maar niet lukt? Het aantal ambtenaren blijft maar stijgen. Dat zou terug worden gebracht — daar hebben we het heel vaak over — maar het lukt maar niet. Hoe kan dat volgens de VVD?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Omdat dit soort plannen een lange aanlooptijd hebben en jaren nodig hebben om ook echt in de organisaties door te dringen. Het duurt jaren voordat we die stappen met elkaar kunnen nemen. Daarbij geef ik hetzelfde antwoord als ik net ook richting de heer Dijk gaf: wij als Kamer maken het er ook niet makkelijker op. Wij maken complexe wet- en regelgeving en zorgen iedere week opnieuw, middels het aannemen van heel veel moties, voor nieuwe vragen, nieuwe onderzoeken, nieuwe monitoring en nieuwe regels. Het ligt dus niet alleen aan het kabinet; van de Kamer wordt ook wat verwacht. Ik denk dat we elkaar daar ook wat steviger op moeten aanspreken om daar ook echt stappen in te kunnen zetten.
De voorzitter:
Afrondend, meneer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, afrondend. Ik snap dat het niet makkelijk is, maar, nogmaals, we hebben het hier over vijftien jaar. In vijftien jaar zou dat gebeurd moeten kunnen zijn. Ik vind dat de VVD het zichzelf ook niet makkelijk maakt, want er zijn misschien aan de rechterkant partijen die het zouden kunnen steunen, maar die sluit de VVD altijd uit. U maakt het zichzelf dus ook niet makkelijk.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Voorzitter. De strategie van overprogrammering bij fondsen kan helpen om middelen ...
De voorzitter:
O, er is toch nog aanleiding voor een vraag.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Complimenten voor de initiatiefnota. In dit geval is die van collega Erkens, maar ook van de VVD-fractie, die daar vast over heeft meegedacht. Het voorstel kopt "Naar de beste overheid". Toch ontwaar ik bij de VVD vaak een enorme focus op efficiëntie, ook van regelingen, en een bepaalde visie op hoe de inkomensverdeling moet zijn. Dat is natuurlijk ook gedreven door de ideologie van de partij en dat is haar goed recht, maar dat leidt in de praktijk vaak tot regelingen die op papier efficiënt zijn, maar die hoge faalkosten hebben. Dan moet er weer iets hersteld worden. Denk aan de toeslagen. Denk bijvoorbeeld ook aan eenverdieners die arbeidsongeschikt raakten en via een rechtszaak uiteindelijk op een hele ingewikkelde manier tegemoet moesten worden gekomen met reparatiewetgeving. Ontbreekt de robuustheid van stelsels niet te veel in deze nota? Dat ten eerste. Ten tweede: is er niet veel te weinig aandacht voor faalkosten? Als beleid faalt, vraagt het namelijk een enorme inzet van mensen en geld om dat te herstellen.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
De heer Grinwis haalt hier een heel terecht punt aan. We zijn op dit moment nog steeds bezig met een aantal hersteloperaties: box 3, de toeslagenaffaire en het herstel van Groningen. Er komt nog een grote hersteloperatie aan voor de WIA. Dat is inderdaad een gevolg en een consequentie van beleid dat niet heeft gewerkt voor mensen. Ik denk dat we dat veel centraler moeten zetten en dat we de uitvoering veel beter en in een nog veel vroegtijdiger stadium moeten betrekken bij plannen die wij maken en in werking willen laten treden. Daar vinden we elkaar. Het een sluit het ander echter niet uit. Een efficiëntere en sterkere overheid kan heel goed samengaan met beleid dat werkt voor mensen en dat werkt voor de uitvoering om te voorkomen dat we dit soort hersteloperaties met elkaar moeten uitvoeren, ook in de komende decennia.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nog heel kort. Ik begon met een oprecht compliment voor het initiatief van de VVD. Ik ben daar best positief over en ik voel dezelfde noodzaak, want inderdaad, de overheid is enorm gegroeid terwijl ze minder is gaan presteren, zowel in productiviteit als in dienstverlening voor burgers die de overheid nodig hebben. De uitvoeringstoetsen houden vaak in: het ken net of het ken niet; het is uitvoerbaar of het is niet uitvoerbaar. Ze kijken niet echt goed naar het systeem en naar de gevolgen als het toch faalt. Moeten we de kans op falen en de "faalkosten", zoals ik het maar even noem — vanuit de infrahoek is de "faalkans" van iets een bekende term — niet nadrukkelijker een plek geven als we beleid vormen? We zouden dus niet alleen een uitvoeringstoets moeten doen, maar ook moeten kijken: wat als het misgaat; wat zijn dan de gevolgen?
De voorzitter:
Meneer Grinwis, ik heb wel een iets andere definitie van kort.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik denk dat de uitvoeringstoetsen die we op dit moment hanteren daar een heel mooie basis voor geven. Daarin worden ook altijd de risico's geïdentificeerd als het gaat om de uitvoering. Volgens mij kun je, door daar nog een slag in te maken, ook met elkaar inzichtelijk krijgen: "Wat betekent het als bepaalde maatregelen niet uitpakken zoals we nu verwachten? Welke consequenties heeft dat dan? Willen we of durven we die te aanvaarden? En beter nog: hoe voorkomen we die door dat beleid of dat stukje wetgeving nog net wat robuuster en beter te maken?"
Mevrouw Van Berkel (D66):
Is mevrouw Van Eijk het met mij eens dat juist nog meer ingewikkelde regels opleggen aan de uitvoering maakt dat de faalkans groter in plaats van kleiner wordt?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Eens, ja. Ik denk dat we het daar heel erg met elkaar over eens zijn. Maar het punt is precies dat op het moment dat we iets minder gericht of eenvoudiger maken, we daardoor mensen niet of minder goed bereiken. Dat is dan ook iets wat je met elkaar moet accepteren. Daar ligt meteen de moeilijkheid.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik was gebleven bij de overprogrammering en het punt dat het kan helpen om middelen sneller te besteden, maar dat dat ook risico's kent. Zonder voldoende uitvoeringscapaciteit blijven het papieren ambities. Neemt het kabinet uitvoeringskracht structureel mee bij toekomstige programmering? Zijn er uitvoeringsrapportages die beter inzicht geven in capaciteit, kasritmes en risico's? Ik weet dat al die informatie wordt aangereikt en voor ons beschikbaar is, maar het is best wel een uitdaging om dat ook voor onszelf op een rijtje te krijgen. Ik ben op zoek naar iets meer inzicht op dat punt.
Ook aan de ontvangstenkant zijn er meevallers, met name bij de loon- en inkomensheffing en de vennootschapsbelasting. Die zijn welkom. Maar één goed jaar is geen vrijbrief voor nieuw beleid zonder structurele dekking. Welke stappen worden gezet om juist de inkomstenraming en met name de vennootschapsbelasting structureel realistischer te maken? Ik weet dat dat geen makkelijke vraag is.
We zien grote mutaties bij rechtsherstel box 3. Dat is iets waar deze Kamer zich in de volle breedte zorgen over maakt. Zo wordt 5 miljard euro verschoven van 2025 naar 2026. Mag ik hieruit afleiden dat een groot deel van de terugbetalingen in 2026 zal plaatsvinden, vraag ik de minister.
Voorzitter. Ook een korte blik vooruit. Een sterke economie vraagt om gezonde overheidsfinanciën, maar ook om oog voor inflatie en verdienvermogen. De aanhoudend hoge inflatie raakt niet alleen huishoudens en bedrijven, maar ook de rijksbegroting zelf. Hogere lonen, indexaties en contractkosten maken beleid duurder, terwijl investeringen onder druk komen te staan. Voor de VVD benadrukt dit dat de overheid geen extra prijsdruk moet veroorzaken. Alleen met realistisch en terughoudend uitgavenbeleid houden we de economie stabiel en beschermen we de koopkracht op de lange termijn.
Vanaf deze plek wil ik mijn waardering uitspreken voor het recent gepresenteerde rapport-Wennink. Het rapport legt het debat over ons toekomstig verdienvermogen scherp op tafel. Voor de VVD is het helder dat we radicaal moeten kiezen voor economische groei. Productiviteitsgroei, talent, energie en infrastructuur zijn geen abstracte thema's, maar harde randvoorwaarden voor onze welvaart. Tegelijkertijd roept het rapport fundamentele vragen op, die ook hier bij Financiën thuishoren.
De voorzitter:
U heeft een punt aangekondigd in uw betoog, merk ik. Meneer Flach, gaat uw gang.
De heer Flach (SGP):
Even over dat rapport-Wennink. Ik hoor mevrouw Van Eijk zeggen: de VVD kiest radicaal voor economische groei. Nou is er ook best wat op dat rapport aan te merken, zeker als het gaat over de manier waarop bijvoorbeeld de landbouw en de hele agrarische sector daarin zijn meegenomen. Mijn vraag is eigenlijk heel eenvoudig: is er in die focus op radicale economische groei voor de VVD in de toekomst ook plek voor de landbouw in Nederland en is dat een beetje een robuuste plek?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik sta hier niet om het rapport volledig te recenseren. Er is een plenair debat aangevraagd met de minister van Economische Zaken en de minister van Financiën. Er wordt nog volop gedebatteerd, ook buiten deze Kamer, over de impact van dit rapport en de keuzes die gemaakt moeten worden. Ik ga hier dus nu ook geen antwoord op geven.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Op welke manier zorgen we ervoor dat ondernemers fiscaal worden gestimuleerd om te investeren in de groei van morgen? Als we vinden dat investeringen nodig zijn, durven we dan ook eerlijk te zijn over de prijs en de keuzes die daarbij horen? Hoe zorgen we ervoor dat publieke middelen doelmatig worden ingezet en dat groei niet alleen wordt verondersteld bij te dragen aan houdbare overheidsfinanciën, maar dat ook daadwerkelijk doet? Hoe borgen we dat investeringen gepaard gaan met wederkerigheid vanuit het bedrijfsleven? Ik hoor graag een reflectie van de minister.
Het voorgaande geldt ook voor het debat over een mogelijke investeringsinstelling of bank van de overheid. Kan de minister uitleggen wanneer een investeringsinstelling wel of niet meetelt voor het EMU-saldo, welke risico's uiteindelijk wél bij de overheid blijven liggen en hoe dit past binnen gezonde en transparante overheidsfinanciën?
De VVD is blij dat het kabinet ondanks de demissionaire status voortgang boekt met de integratie van Invest-NL en Invest International. Kan de minister duidelijkheid geven over het tijdpad naar 1 januari 2028 en de voorwaarden voor vervolgstappen?
Voorzitter, tot zover mijn inbreng in de eerste termijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot nog een vraag. Mevrouw Van Dijk, gaat uw gang.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Voorzitter, de microfoon staat niet aan.
De voorzitter:
Ik zal het geluid aanzetten. Dat helpt.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Anders moet ik wel heel hard praten. Dank u wel, voorzitter.
Wij delen toch in grote mate het enthousiasme over het rapport-Wennink. Ik hoor de VVD enkele vragen stellen aan de minister. Zij vraagt onder andere hoe hij denkt dit financieel te gaan managen, om het zo maar te zeggen, om die stappen te kunnen zetten, maar ik ben eigenlijk wel benieuwd naar de visie hierop van de VVD-fractie zelf.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dat heb ik, denk ik, wel gezegd in mijn inbreng. Het kan nooit zo zijn dat je de begrotingsregels anders gaat interpreteren of ruimer gaat uitleggen om die investeringen mogelijk te maken. Voor ons is nog steeds de kern dat voor houdbare overheidsfinanciën ook hervormingen nodig zijn. Er moeten wel keuzes worden gemaakt. En ja, wij delen de opvatting over het verminderen van consumptieve uitgaven en het verhogen van de investeringen, maar ook die moeten gewoon betaald worden.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Maar hervormingen leveren meestal pas op de langere termijn geld op, terwijl Wennink zegt dat het vijf voor twaalf is. Nou ja, de meeste of alle rapporten zeggen wel dat het vijf voor twaalf is, maar ik voel die urgentie ook wel echt. Hoe kijkt de VVD dan naar de korte termijn versus de lange termijn?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dat is een heel goede vraag, want we moeten meer en beter naar de lange termijn en de middellange termijn kijken. Juist daarom heb ik in mijn inbreng iets gezegd over houdbare overheidsfinanciën op de middellange termijn. Ook daarvoor zijn nog steeds een aantal stappen nodig. Volgens mij kunnen die hand in hand gaan. Door dat beter te waarderen en goed te kijken naar wat het oplevert, kunnen we onze modellen en onze ramingen, denk ik, nog een slag beter maken, maar dat moet wel gebeuren onder de randvoorwaarden die ik zojuist heb benoemd.
De heer Tony van Dijck (PVV):
De VVD maakt zich erg druk over de overheidsfinanciën en de houdbaarheid daarvan, over het bedrijfsleven, de groei en investeringen, maar in het betoog van mevrouw Van Eijk heb ik niet één keer de woorden "koopkracht", "bestaanszekerheid", "de burgers van dit land" gehoord. Hoe staat het met hun financiën? Heeft de VVD daar nog oog voor? Of is de VVD meer bezig met de overheidsfinanciën en het bedrijfsleven?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Meneer Van Dijck en ik hebben hier samen gestaan bij de Algemene Financiële Beschouwingen. Toen heb ik meer dan de helft van mijn spreektijd besteed aan ruimte en rust in de portemonnee, aan koopkracht, de middengroepen, de accijnzen en de energierekening. We hebben daar dus volop oog voor, en dat blijven we ook zeker houden. Vandaag voeren we het debat over de Najaarsnota, over de overheidsfinanciën, en ik heb ervoor gekozen om daar vandaag de focus op te leggen.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ja, maar het feit blijft dat de burgers van dit land niet rond kunnen komen. Dan kunnen de overheidsfinanciën wel op orde zijn, maar als de financiën van de mensen thuis niet op orde zijn, waardoor zij slapeloze nachten hebben en hun boodschappen, hun rekeningen en hun energie niet kunnen betalen en de verwarming uitzetten — dat is op dit moment het geval — … De paar dingetjes die de PVV heeft weten te bewerkstelligen in het hoofdlijnenakkoord, zijn nu teruggedraaid: het eigen risico, het bevriezen van de huren, de boodschappenbonus. Alles wat die burger een beetje lucht gaf in de portemonnee heeft de VVD met spoed, onder stoom en kokend water, teruggedraaid. Waarom? Waarom geeft u de mensen thuis niet iets meer lucht in de portemonnee?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Met dit kabinet, de Miljoenennota 2026 en het Belastingplan gaat iedereen, maar dan ook iedereen, er in koopkracht op vooruit. De kranten staan er vandaag vol van. Ik laat mij door de heer Van Dijck dus niet aanpraten dat wij daar niet voor staan of dat dit kabinet daar niet voor staat. Wij hebben ons daar volop voor ingezet, en uit de cijfers blijkt dat wij dat ook volop waarmaken.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Tony van Dijck (PVV):
De kranten staan er vandaag ook vol van — ik weet niet of u het AD gelezen heeft — dat de armoede weer oploopt. De kranten staan er ook vol van dat de lonen volgend jaar niet omhooggaan. De kranten staan er ook vol van dat meer dan de helft van de Nederlandse huishoudens de verwarming niet aanzet omdat ze bang zijn voor een te hoge rekening. Leest u die kranten ook, of leest u alleen maar over dat hele kleine plusje voor de mensen thuis? Bij datzelfde bericht staat overigens ook een kanttekening, namelijk dat de mensen halverwege volgend jaar waarschijnlijk weer een tegenvaller tegemoet kunnen zien. U verhoogt de kosten en de inflatie en de mensen schieten er niets mee op. De VVD heeft alleen oog voor de overheidsfinanciën en het bedrijfsleven. De burgers van dit land staan weer op de laatste plaats.
De voorzitter:
Het is "mevrouw Van Eijk". Graag via de voorzitter spreken, voor de orde van dit debat.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Feit is — ik herhaal wat ik net zei — dat iedereen er volgend jaar in koopkracht op vooruitgaat. En ja, ik deel ook de zorgen die de heer Van Dijck hier uit over mensen die nog steeds in de knel zitten en die moeilijk kunnen rondkomen. Wij zullen ons voor hen blijven inzetten.
Mevrouw Van Berkel (D66):
Ik hoop dat mevrouw Van Eijk ook het krantenartikel in de NRC heeft gelezen. Daarin staat dat de armoede onder onze Nederlandse bevolking juist is afgenomen, wat ontzettend goed nieuws is, maar dat dat vervolgens wel betekent dat nog meer mensen afhankelijk zijn geworden van een toeslag, wat nou juist weer voor allerlei inkomensonzekerheid zorgt. Ik ben erg benieuwd hoe mevrouw Van Eijk hierop reflecteert. Is zij het met mij eens dat we zo snel mogelijk stappen moeten zetten voor hervorming van ons toeslagenstelsel?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ten aanzien van de hervorming van ons belasting- en toeslagenstelsel delen we volgens mij de ambitie om zo snel mogelijk van dat soort zaken af te komen. Toeslagen, inkomensafhankelijke regelingen en heffingskortingen zijn allemaal zaken die het ongelofelijk ingewikkeld maken om als burger te begrijpen wat je überhaupt overhoudt aan het einde van de maand. Dat gaat alleen niet in één keer. Daar is best heel veel tijd voor nodig. Ik zie het als onze opdracht om in de aankomende periode met elkaar een gedeeld beeld te krijgen van en een visie te hebben over hoe die stip op de horizon eruit gaat zien en hoe we daar met elkaar in stappen naartoe zullen werken. Maar ja, ik deel het beeld en dus ook de ambitie om dit op te lossen.
De voorzitter:
Was u aan het einde van uw betoog?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ja.
De voorzitter:
Dan dank ik u daarvoor en dan nodig ik graag de heer Van Dijck van de fractie van de PVV uit voor zijn bijdrage.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter, dank u wel. We bespreken vandaag de Najaarsnota, de laatste begroting van dit turbulente jaar en waarschijnlijk ook de laatste begroting van deze minister — hoewel, je weet nooit hoe een koe een haas vangt.
Voorzitter. En toch … Sorry, allereerst nog mijn hartelijke felicitaties aan mevrouw Van Berkel.
En toch zien we dat de overheidsfinanciën er gunstig uitzien. Het tekort komt naar verwachting uit op 1,8%, een heel procentpunt lager dan verwacht bij de Miljoenennota. Dat is een meevaller voor deze minister van maar liefst 12 miljard. Ook de staatsschuld is lager dan ooit en valt alles mee. Deze minister laat de overheidsfinanciën gezond achter. Chapeau!
Tot zover het goede nieuws, voorzitter. Terwijl namelijk op het ministerie de champagne wordt ontkurkt, zitten de burgers van dit land in de kou, letterlijk en figuurlijk. Meer dan de helft van de Nederlanders — ik zei het net al in een interruptie — draait de verwarming niet open vanwege de hoge energiekosten. Mensen moeten kiezen tussen warm blijven of eten op tafel, aldus de Stichting Consumer Justice. We betalen de een-na-hoogste gasprijs van Europa. Waarom? Volgens TNO leefden vorig jaar een half miljoen huishoudens in energiearmoede en deze minister kijkt weg. Heel Nederland snakt naar lagere lasten, een beetje lucht in de portemonnee. Nederland is gewoon te duur voor veel mensen. Een op de drie Nederlanders heeft moeite om rond te komen en zijn rekeningen te betalen. De helft van Nederland kampt met schulden, 10% zelfs met problematische schulden, maar deze minister kijkt weg. Sterker nog, hij wist niet hoe snel hij de boodschappenbonus, de lagere sociale huren en het verlaagde eigen risico de nek om moest draaien toen de PVV vertrokken was. Alle PVV-maatregelen om mensen een beetje extra lucht te geven, werden gekild. Mijn vraag is dan ook of deze minister niet ziet dat de mensen het zwaar hebben en dat ze niet rond kunnen komen. Of wíl hij dit niet zien? Ik houd mijn hart vast.
Voorzitter. In het akkoord van CDA en D66 komen de woorden "bestaanszekerheid" en "koopkracht" niet één keer voor. De Nederlander is terug bij af en staat weer op de laatste plaats. In plaats van de lasten volgend jaar te verlichten, gooit deze minister olie op het vuur. Hij maakt alles nog duurder. De vliegtickets gaan in prijs omhoog. De benzine wordt duurder. De huren worden niet bevroren, maar knallen met 6% omhoog. Postzegels worden €0,09 duurder. Voor de pakketjes uit China gaan we €3 extra aan invoerrechten betalen. Deze minister wil daar zelfs nog een handling fee van €2 bovenop zetten. Ik dacht dat we het gehad hadden met die nationale koppen, maar daar zijn ze weer. Hotelovernachtingen worden duurder. Vlees en kip worden naar verwachting duurder. Ook zien we dat, door het wegvallen van de energietoeslag, de armoede weer toeneemt. Meer dan een half miljoen mensen kunnen hun energierekening simpelweg niet betalen, maar deze minister kijkt weg.
In de Najaarsnota zien we ook weer dat de accijnsinkomsten zwaar tegenvallen. Er wordt maar liefst 832 miljoen minder geïnd dan begroot. 832 miljoen; dat is bijna een miljard! Dat is ook niet zo gek, want half Nederland koopt z'n sigaretten en z'n alcohol over de grens. En passant tanken ze de auto vol en doen ze hun boodschappen. Zo spekken we de staatskassen van Duitsland en België. Hoe dom kun je zijn? Wanneer komt deze minister een keer bij zinnen en verlaagt hij de accijnzen? Je ziet dat dit niets oplevert en alleen maar geld kost. De cijfers liegen niet.
Hoe staat het met het ACM-onderzoek naar de prijzen in de supermarkten dat is aangekondigd? Wanneer is dat klaar, vraag ik aan deze minister. Dit kan niet wachten; het moet de hoogste prioriteit hebben. Elke week als ik boodschappen doe, worden de boodschappen namelijk duurder en duurder en duurder.
Gisteren konden we ook lezen dat de lokale lasten weer omhooggaan. "Huiseigenaar blijft melkkoe", kopte De Telegraaf. Gemiddeld gaan huiseigenaren meer dan €1.000 betalen voor hun lokale woonlasten. Meer dan €1.000! Dat is een trendbreuk. De gemeentes volgen het voorbeeld van deze minister. Dat belooft niet veel goeds voor de aanstaand woningbezitter. De hypotheekrente schiet weer omhoog, de hypotheekrenteaftrek gaat waarschijnlijk sneuvelen en we zien dan ook nog eens dat de huizenprijzen hoger zijn dan ooit. Probeer nog maar eens een huis te kopen in deze tijd. Maar deze minister kijkt weg. Het kabinet negeert de echte problemen van de Nederlanders. Ze zijn veel te druk bezig met houdbare overheidsfinanciën, met defensie, met stikstof, met klimaat, met Europa en met migratieproblemen. De problemen van de echte mensen worden genegeerd.
Voorzitter. Dan nog een tweetal punten waar ik aandacht voor wil vragen. Die staan een beetje los van de Najaarsnota, maar hebben wel alles met geld te maken. Het kan dus wel. Het eerste onderwerp: verkeersboetes. Ik hoorde bij WNL op Zondag de baas van het OM namelijk zeggen dat die veel te hoog zijn. Sterker nog, we hebben de hoogste boetes van Europa. Ook de baas van het Centraal Justitieel Incassobureau noemde de boetes veel te hoog en niet in verhouding. Als je een keer per ongeluk door rood rijdt — dat gebeurt ons allemaal weleens — krijg je een boete van €320. Betaal je die niet binnen acht weken, wat goed zou kunnen, aangezien veel mensen krap zitten en moeten kiezen tussen de boodschappen of de boete betalen, dan wordt die boete €500. Betaal je binnen vier weken weer niet, dan wordt de boete €1.000! Je rijdt dus een keer per ongeluk door rood, omdat je dacht: oranje; dit kan nog net. Dan ga je van €320, naar €500, naar €1.000. Dat gaat toch nergens meer over? Op deze manier duwen we heel Nederland richting schuldsanering. Sinds 1 april 2024 — ik ben er natuurlijk even ingedoken — geldt de Wet kwaliteit incassodienstverlening, waarin de incassokosten zijn gemaximeerd, maar niet voor de overheid. Incassokosten mogen maximaal 15% van het bedrag zijn, maar dat geldt niet voor de overheid. Waarom geldt deze wet niet voor de overheid, vraag ik aan deze minister. Kan deze minister de mensen op zijn minst een beetje coulance geven met het betalen van boetes, bijvoorbeeld in de tijd? Is de minister bereid om hiernaar te kijken?
Mijn andere punt, voorzitter, is … Dat van die boetes sprak u aan.
De voorzitter:
Laten we niet vanaf die plek invullen wat deze neutrale voorzitter wel of niet aanspreekt en gaat u vooral snel verder met uw tweede punt, passend binnen dit debat. Gaat uw gang.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ja.
Het tweede punt is heel kort en gaat over de goudvoorraad. We zitten nu natuurlijk in een nieuw geopolitiek landschap. Ik vraag me af: waarom hebben wij nog 200 ton aan goud gestald in New York, bij de Fed, ter waarde van 25 miljard? De Kamer heeft al eerder, bij monde van Forum voor Democratie, erop aangedrongen om deze voorraad te repatriëren, maar daar was toen geen meerderheid voor. Ik vraag deze minister om het idee om de goudvoorraad terug te halen naar Nederland weer te heroverwegen. Duitsland heeft inmiddels zijn goud teruggehaald. Ook Frankrijk en Italië bewaren het goud in eigen huis. Daarom wil ik deze minister met klem ertoe oproepen om ons goud terug te halen naar Nederland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag van de heer Flach. Over dit debat, hoop ik.
De heer Flach (SGP):
Jazeker. Ik had heel graag over goud geïnterrumpeerd, maar dat doe ik niet. Eerder in zijn bijdrage had de heer Van Dijck het over problemen op de woningmarkt en over het gegeven dat veel mensen geen woning kunnen vinden. Nu heeft de SGP samen met een aantal andere partijen een amendement ingediend om de 57 miljoen die is overgebleven van de Woningbouwimpuls te behouden voor de woningmarkt. Mijn heel simpele vraag aan de PVV is: kan zo'n amendement op steun van de PVV rekenen?
De heer Tony van Dijck (PVV):
De PVV is het er ook mee eens, en ik denk de hele Kamer, dat er snel gebouwd moet worden en dat de woningnood de hoogste prioriteit heeft. Ik weet niet hoe veel huizen je kan bouwen met 57 miljoen, maar dat zullen er niet veel zijn. Maar elk huis extra is er één en scheelt weer dat er mensen bij hun ouders op de zolder wonen, terwijl ze een gezin willen starten. Ik sta er dus niet negatief tegenover, maar moet natuurlijk de details kennen.
De heer Flach (SGP):
Dat snap ik. Dit antwoord is in ieder geval positief. De bedoeling van het amendement is dat het geld behouden blijft voor iets vergelijkbaars als de Woningbouwimpuls. Die impuls voorziet erin dat je complexe woningbouwprojecten, die nu moeilijk van de grond komen, een duwtje in de rug geeft. Dat geld dreigt nu vrij te vallen in de algemene middelen. Ik denk dat wij delen dat het goed zou zijn dat die 57 miljoen beschikbaar blijft voor de broodnodige nieuwe woningen.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Als het maar niet zo is — want dat hoor ik ook te vaak de laatste tijd — dat geld op zoek gaat naar een project. Vaak is geld niet het probleem. Het zijn de projecten, de regels en de bureaucratie die in de weg zitten en niet het tekort aan geld. Heel vaak, bij onderwijs en bij investeringen, hoor je: waar blijft het geld? Terwijl men er niet eens een goed doel voor heeft.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Geen interruptie?
De voorzitter:
Nee, de heer Vermeer staat klaar voor zijn eigen bijdrage. Dat enthousiasme waardeer ik ook.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Het laatste grote financiële debat van het jaar; althans ik hoop dat er niet met spoed weer iets tussenkomt. Die kans wordt met de minuut kleiner. We voeren een debat waarbij we ook vooruitblikken op een nieuw jaar en op wat komen gaat. Zoals mijn fractie al eerder heeft betoogd, zien wij grote uitdagingen voor ons verdienvermogen en ook uitdagingen op het gebied van de weerbaarheid van onze economie, onze soevereiniteit en onze onafhankelijkheid.
Centraal in mijn inbreng hier vandaag stel ik dan ook het verdienvermogen. Netcongestie, de-industrialisatie, hoge energiekosten — alle veroorzaakt door overhaaste verduurzaming — bedreigen de positie van ons bedrijfsleven en de koopkracht van onze burgers. Afgelopen vrijdag is het hier al eerder gememoreerde rapport-Wennink gepresenteerd, over het Nederlandse verdienvermogen, dus de mate waarin wij ook als overheid het geld binnen kunnen halen om al die voorzieningen die wij voor onze burgers overeind willen houden, te kunnen betalen. Hoewel wij op een aantal punten fors afwijken van zijn conclusies, staat in de kern van zijn boodschap wel de noodzaak tot investeringen in onder andere infrastructuur en betaalbare energie. Dat zijn dingen die wij al langer bepleiten.
Zoals gezegd zorgen de energietransitie en overhaaste elektrificering voor de nodige problemen. De oorzaak: een gebrekkig aanbod van te dure wiebelstroom aan de ene kant en een exploderende vraag aan de andere kant, bijvoorbeeld door het gebruik van datacenters en de inzet van AI daarin. Vorige week kopte De Telegraaf dat windparken 50% minder opbrengst genereren dan geraamd, terwijl de elektriciteitsbehoefte blijft stijgen. Op Europees niveau komt inmiddels de helft van het vloeibare gas uit de VS, gas dat ook nog eens erg duur is. In feite hebben we hiermee de Russische afhankelijkheid ingeruild voor de Amerikaanse afhankelijkheid. Het is een illusie om te veronderstellen dat hernieuwbare bronnen en elektrificering deze afhankelijkheid gaan keren. Die capaciteit is er simpelweg niet.
We hebben het hier in dit huis vaak over concurrentievermogen ten opzichte van machtsblokken in de wereld, maar als we kijken naar wat die blokken doen om hun autonomie vorm te geven, staan betaalbare energie en strategische onafhankelijkheid op energiegebied bovenaan. Of, zoals de regering-Trump het noemt: energy dominance. Betalen we in de EU gemiddeld 25 tot 30 cent voor een kilowattuur, in de VS is dit slechts 18 cent en in China zelfs 8 cent. En dan spreek ik over dollarcenten.
China drijft op goedkope kolencentrales en de Amerikanen hebben schaliegas. Europese de-industrialisatie is het gevolg. Wie van science fiction houdt, moet maar eens kijken wat Kardashev hierover te zeggen had. Hij deelde beschavingen in op basis van de inzetcapaciteit die ze hadden om energie in te zetten. Het eindpunt is natuurlijk interstellair reizen, maar zo ver zijn we nog niet. Een harde koerswijziging is noodzakelijk. BBB pleit voor het openhouden van kolencentrales, want je gooit je oude schoenen niet weg als je nog geen nieuwe hebt, en het inzetten op meer kernenergie en gaswinning in de Noordzee.
Naast een koerswijziging op klimaatbeleid zijn er de komende jaren ook tientallen miljarden nodig voor onze wegen, bruggen en sporen. Rijkswaterstaat spreekt van een erbarmelijke staat van onze infrastructuur, juist ook in de regio. BBB heeft tijdens de kabinetsperiode zijn uiterste best gedaan om geld beschikbaar te stellen voor infraprojecten zoals de Nedersaksenlijn en de sluis bij Kornwerderzand. Wij gaan deze inzet ook de komende jaren doortrekken. Hoe kijkt de minister aan tegen deze uitdaging? Zou het wat hem betreft een goed idee zijn om kritische investeringen een uitzonderingspositie te geven op de begrotingsregels, zoals nu ook het geval is bij steun aan Oekraïne? Begrotingsregels blijken ineens toch wel rekbaar te zijn. Onze nationale investeringsbehoefte hoeft wat ons betreft niet langer ondergeschikt te zijn aan de noden van het buitenland.
Wennink stelt in zijn rapport dat het bedrijfsleven behoefte heeft aan stabiliteit en vermindering van regeldruk. Het Adviescollege toetsing regeldruk maakte eerder al bekend dat de gemiddelde mkb'er 26 uur per maand bezig is met voldoen aan regelgeving afkomstig uit Brussel. De vraag aan de minister is: is verbetering van het concurrentievermogen wel mogelijk zonder harde koerswijziging in Europa?
Voorzitter, ik sluit af. Over accijnzen hoef ik het niet te hebben. Daarover heeft de heer Van Dijck al een pleidooi gehouden. De inkomsten dalen en de inkomsten in de buurlanden stijgen dankzij de Nederlandse omzet. Het probleem van de boetes is echts iets waar we iets aan moeten doen. Dat past ook bij het betoog van mevrouw Van Berkel over de problematiek van schulden. De grootste schuldenveroorzaker is gewoon de overheid zelf. Daar moeten we een streep door zetten.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft nog aanleiding tot een vraag. De heer Vermeer komt al terug. De heer Van Dijck.
De heer Tony van Dijck (PVV):
De heer Vermeer van BBB heeft het over de hogere energieprijzen. Ten opzichte van andere landen hebben wij hier in Nederland de hoogste. Hij geeft als oplossing het openhouden van de kolencentrales. Ik weet niet of dat überhaupt nog kan, want volgens mij zijn die allemaal gesloten en is dat dus niet zo makkelijk. Op de Noordzee naar gas boren en kerncentrales zijn allemaal lange termijn.
De voorzitter:
En uw vraag is?
De heer Tony van Dijck (PVV):
Waarom heeft de BBB niet veel harder ingezet — ze maken onderdeel uit van dit kabinet — op het verlagen van de energiebelasting? Nederland betaalt de hoogste energiebelasting. We zijn de mensen gewoon onnodig in de kou aan het zetten.
De heer Vermeer (BBB):
Wij hebben geen meerderheid hier in de Kamer en ook niet in het kabinet. Aan deze hele Najaarsnota heb ik welgeteld nul seconden hoeven te besteden in de coalitie. Dus ja, het is wat het is. Ik ben het met de heer Van Dijck eens dat wij echt iets moeten doen aan dat deel van de energieprijs, maar dat betreft slechts een deel van de energieprijs. Het gaat ook om de keuzes voor welke middelen je dat doet, welke netwerkkosten je accepteert en waaraan je die netwerkkosten doorberekent. Op dit moment worden de netwerkkosten die gemoeid zijn met het exporteren van stroom van windmolenparken op de Noordzee naar het Ruhrgebied betaald door de Nederlandse burger en ondernemer, en niet door de ontvanger van die energie en ook niet door de producent van die energie.
De voorzitter:
Meneer Van Dijck, maar het hoeft niet. Ik zag u twijfelen, maar u neemt 'm toch.
De heer Vermeer (BBB):
Eigenlijk twijfelt de heer Van Dijck nooit.
De voorzitter:
Meneer Vermeer, de heer Van Dijck is aan het woord. Gaat uw gang, meneer Van Dijck.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Misschien zou het volgende een idee zijn. We zijn koploper in Europa ten aanzien van de accijns op benzine, de energieprijs en de verkeersboetes. Op alles zijn we het braafste en het duurste jongetje van de klas. Misschien zou het goed zijn om deze minister een boodschap mee te geven, ook richting de onderhandelingstafel: Nederland moet teruggaan naar het gemiddelde in Europa ten aanzien van al die tarieven, belastingen, accijnzen en noem het maar op. Nu zitten we onze bevolking onnodig af te knijpen en in de kou te zetten, terwijl we relatief een rijk land zijn. Is de heer Vermeer dat met mij eens?
De heer Vermeer (BBB):
Ja, ik ben het daarmee eens. De heer Van Dijck weet ook dat we in het coalitieakkoord dat wij ooit samen hebben opgesteld, hebben geëist en afgesproken dat er geen excessieve verschillen zouden zitten tussen onze energietarieven en die van onze buurlanden. Nou, dat probleem is nog niet opgelost; daar is geen ruimte voor gecreëerd. Die ruimte is zeker niet gecreëerd ten opzichte van de tarieven buiten de Europese grenzen. Daar is dus nog ontzettend veel te doen. Volgens ons is dat cruciaal, voor de soevereiniteit en onafhankelijkheid van Europa maar zeker ook van Nederland in de wereld.
Mevrouw Van Berkel (D66):
De heer Vermeer en ik vinden elkaar ontzettend wat betreft de soevereiniteit en de positie van Nederland en Europa ten opzichte van andere grootmachten. We zijn als Europa de tweede economie ter wereld. Is de heer Vermeer het niet met mij eens dat het juist ontzettend veel verstandiger is om te investeren in hetgeen waarin wij achterblijven, namelijk in innovatie, sleuteltechnologie, AI en biotechnologie, in plaats van in oude, fossiele brandstoffen?
De heer Vermeer (BBB):
Volgens mij moet er en-en gebeuren. Zoals mevrouw Van Berkel weet: als het rapport-Wennink goed gelezen wordt en er gepraat wordt met de bedrijven, is het gebrek aan overheidsgeld hier vaak niet het probleem. Het probleem zijn de fiscale mogelijkheden voor bedrijven om zelf te investeren, maar ook regeldruk en de fiscale mogelijkheid om al het geld geactiveerd te krijgen dat bij welgestelde burgers, beleggingsfondsen en pensioenfondsen zit. Ons fiscale stelsel ondersteunt dat niet. Daarom pleiten wij, samen met onder anderen mevrouw Van Dijk van het CDA, al een poos voor de herintroductie van de tanteagaathlening, of de win-winlening, of hoe je die ook maar wil noemen. Wij moeten zorgen dat al het geld dat nu vastzit, geactiveerd en geïnvesteerd wordt. Dat gaat lang niet alleen om overheidssubsidie, want ik weet wel waar mevrouw Van Berkel naar wijst. Het rapport-Wennink is natuurlijk ook een rapport van een hele grote sector die graag wil dat de overheid een deel van de innovatie betaalt. Het is maar de vraag of dat nodig is.
Wat wij veel beter kunnen doen, is minder rigide omgaan met Europese staatssteunregels en niet bij de eerste de beste juridische waarschuwing al "we gaan het niet doen" zeggen. Als je een juridisch advies krijgt waarin staat dat het kan gaan om staatssteun, dan kun je gewoon kijken hoe andere landen daarmee omgaan. Desnoods neem je als Staat dat risico.
Mevrouw Van Berkel (D66):
Waar de heer Vermeer en ik het alweer met elkaar over eens zijn, is dat er heel veel privaat geld is dat veel beter geïnvesteerd kan worden, en dat juist onze eigen regels dat belemmeren. Hoor ik de heer Vermeer nu pleiten voor één Europese kapitaalmarkt? Want dat zou dat probleem ontzettend oplossen.
De heer Vermeer (BBB):
Mevrouw Van Berkel heeft dan blijkbaar stemmen in haar hoofd, want dat heb ik niet gezegd. Wij pleiten helemaal niet voor een Europese kapitaalmarkt of kapitaalmarktunie, zoals dat dan in een abstract begrip heet. Ook omdat in de laatste technische briefing die we hierover hebben gehad, de experts op dit gebied zeggen dat dat niet de oplossing is voor de problemen hier, omdat we die op een andere manier moeten oplossen. Het geld is er. Maar dat is ook een van de redenen dat wij hebben gepleit om de Volksbank, nu de ASN Bank, niet te privatiseren. Als het beleid van banken leidt tot marktfalen op het gebied van kapitaalverstrekking aan met name het mkb, dan moet je daar als overheid op ingrijpen. Het hoeft dus helemaal niets te kosten, het kan de Staat zelfs geld opleveren.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Mevrouw Van Berkel (D66):
Ik constateer dat de heer Vermeer en ik het eens zijn over het doel, maar dat het me wel opvalt dat hij wat klein denkt.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind dat een hele vervelende kwalificatie, want ik denk niet klein. Volgens mij denk ik juist veel groter dan alleen termen als "kapitaalmarktunie" en "of Europa dat even kan oplossen". Wij moeten juist creatiever zijn en we moeten de oplossingen zowel binnen als buiten Europa zoeken. Dit soort kwalificaties gaat ook niet helpen om samen problemen op te lossen, maar dat terzijde.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Stultiens stond al geruime tijd klaar, dus daar gaan we nu naar luisteren. Hij spreekt namens de fractie GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dit demissionaire kabinet maakt een aantal onverstandige keuzes bij de Najaarsnota. Wij komen daarom vandaag als GroenLinks-PvdA met vier wetswijzigingen om deze fouten te herstellen. Het gaat om meer geld voor Oekraïne, meer geld voor huizen, meer geld voor het klimaat en meer geld voor onderzoek en wetenschap.
Laat ik beginnen met Oekraïne. Twee weken geleden is hier een lang debat geweest in de Kamer en hebben 110 zetels aan het kabinet gevraagd, of eigenlijk verzocht, om 2 miljard extra steun voor Oekraïne uit te trekken. Destijds vond het demissionaire kabinet dit ontijdig, maar de Kamer vond van niet. Alleen lezen we nu in reactie op deze motie, deze aangenomen motie, dat het kabinet slechts 0,7 miljard wil uittrekken en die andere 1,3 miljard later nog wil bezien. Waarom negeert dit demissionaire kabinet deze duidelijke oproep van de Kamer? Zeker bij zo'n urgent onderwerp als de steun voor Oekraïne, waarbij het van groot belang is dat wij voor de veiligheid blijven staan, voldoende steun uittrekken en ook voor de komende maanden laten zien dat het geld beschikbaar blijft. Het is jammer dat het nodig is, maar als het kabinet weigert de motie uit te voeren, dan moeten we het zelf afdwingen met een amendement om wel het hele bedrag van 2 miljard euro uit te trekken voor Oekraïne. Ik reken erop dat alle partijen die twee weken geleden deze motie hebben gesteund, ook dit amendement zullen steunen.
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot een vraag. Gaat uw gang.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Natuurlijk is wat in Oekraïne in de oorlog gebeurt allemaal vreselijk, maar waarom wil GroenLinks-PvdA dat Nederland de grootste betaler is aan Oekraïne? Als ik zie dat Spanje 1,5 miljard uittrekt, dat landen als Italië en Frankrijk allemaal veel minder doen dan Nederland … De lat ligt nu al op 20 miljard in Nederland en met alle toezeggingen, exclusief die 2 miljard van u, gaan we naar 30 miljard in 2030 voor Oekraïne. Nogmaals, ik gun Oekraïne het beste, maar waarom vindt GroenLinks-PvdA het zo belangrijk dat Nederland de grootste bijdrage moet leveren van alle Europese landen bij elkaar, zelfs meer dan Duitsland?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
We moeten voorkomen dat we het debat van twee weken hier helemaal gaan herhalen. Toen zijn de argumenten uitgebreid gewisseld. Ja, ook wij vinden dat andere landen moeten bijdragen, daar hebben we het toen ook uitgebreid over gehad. Ik constateer alleen hier vandaag, dat er een motie is aangenomen die vraagt om 2 miljard, die niet wordt uitgevoerd. Dat vind ik onacceptabel. Dat de PVV die motie niet steunt, mag — daarover verschillen we van mening — maar als 110 zetels zeggen dat de motie moet worden uitgevoerd, dan verwacht ik dat die wordt uitgevoerd. Dat is mijn punt vandaag en voor de rest van de argumenten verwijs ik naar het debat van twee weken geleden.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Die motie kwam van GroenLinks-PvdA, dus nogmaals de vraag: waarom moet Nederland zo veel meer doen dan de rest van de Europese landen? Dat begrijp ik niet. Wat voor actie onderneemt GroenLinks-PvdA desnoods in het Europees Parlement om de andere landen te mobiliseren om ook hun fair share te leveren aan de wederopbouw en de verdediging van Oekraïne? Nu komt het alleen van de Nederlandse belastingbetaler. U gaat straks vertellen hoe zielig de Nederlandse burger erbij zit, maar u geeft wel 2 miljard weg. Dit jaar geven we al 8,5 miljard aan Oekraïne — dat is €1.000 per huishouden! Als we dat geld niet naar Oekraïne hadden gestuurd, hadden de mensen die nu in de kou zitten naar dit debat te kijken allemaal €1.000 kunnen krijgen! Ik gun Oekraïne al het geld van de wereld, maar ik vind het onterecht en niet fair dat Nederland zo veel, zo veel meer doet dan de rest van de Europese landen.
De voorzitter:
De heer Stultiens, met de winstwaarschuwing dat we niet het debat over gaan doen. Kunt u kort reageren?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik ga kort reageren. Eén. De uitspraak dat de PVV al het geld van de wereld gunt aan Oekraïne is natuurlijk niet waar, want u steunt die motie niet. Dat is dus onzin. Twee. De tegenstelling tussen Nederlanders in de kou en Oekraïners in de kou vind ik een valse tegenstelling. Wij laten zien dat we voor allebei kunnen opkomen. Drie. U vraagt aan mijn fractie wat wij doen als oproep aan andere landen. We hebben in dat debat meerdere keren aan het kabinet gevraagd: kunt u ervoor zorgen dat ook andere landen meer gaan betalen? Dus ja, daarmee zijn wij het eens: wij moeten niet de enigen zijn, maar dat geld is keihard nodig. We hebben deze week nog de president van Oekraïne op bezoek gehad. Ook hij vraagt om dat geld. Vandaar dat dit amendement er vandaag ligt.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Op dit punt. Die motie is een paar weken geleden aangenomen. Het kabinet heeft volgens mij op zeer korte termijn alle zakken leeggeschud en gekeken hoe ze zo snel als mogelijk op een heel doelmatige en efficiënte manier geld beschikbaar konden stellen aan Oekraïne. Het gaat om die 700 miljoen. Onze waardering daarvoor. Ik vind het echt heel erg fijn dat het op die manier is opgepakt. Ik mis dat een beetje in de inbreng van de heer Stultiens. Ja, we hebben gevraagd om 2 miljard en ik heb er alle vertrouwen in dat dit kabinet in de aankomende periode alles zal doen om ook de resterende middelen beschikbaar te krijgen voor Oekraïne.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik wil best een compliment ervoor geven dat die motie voor een deel is uitgevoerd. Het probleem is alleen dat een ander deel niet is uitgevoerd. Dat is mijn probleem. Ja, wij waren blij dat die 700 miljoen snel gevonden is. Ik zeg daar wel even bij: het is een afspraak van kabinet en coalitie zelf om dat buiten het kader te plaatsen. Er is dus helemaal geen dekking nodig. Dat zijn uw eigen afspraken. Volgens mij loopt u nu een beetje een gelegenheidsargument te zoeken. Belangrijker is, en daar maken wij ons zorgen over, dat in januari, februari en maart geld nodig is. Dat geeft Oekraïne zelf aan. En dat laten wij nu boven de markt hangen door te zeggen: dat bekijken we wel bij de Voorjaarsnota 2026. Dat vinden wij een groot probleem. Dat kan namelijk betekenen dat we het pas in april te horen krijgen en dat is volgens mij niet wat de motie vraagt en ook niet waarmee deze Kamer ingestemd heeft.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
En dat is ook niet wat het kabinet heeft gezegd, maar daar zal de minister dadelijk nog uitgebreid op ingaan, neem ik aan. Volgens mij is de inzet ook binnen Europa onverminderd om ervoor te zorgen dat die middelen zo snel als mogelijk beschikbaar komen voor Oekraïne. Daarom is dat amendement ook niet nodig.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Kijk, als het kabinet vandaag zou zeggen: we komen met dat geld in een nota van wijziging op de begroting van 2026, dan heeft mevrouw Van Eijk gelijk. Dan is het niet meer nodig en wil ik het best intrekken. Maar dat zeggen ze niet. Ze zeggen: we gaan het bezien in het voorjaar. Dat is een andere toon dan waar de Kamer om vroeg. Volgens mij kunnen we ook gewoon constateren dat het kabinet wat anders vindt dan de Kamer. Dat was namelijk precies wat de minister-president zei: ik vind het ontijdig, we willen het bezien in het voorjaar. De Kamer zei: dat willen wij niet. De Kamer heeft uiteindelijk het laatste woord met de 110 zetels die deze motie gesteund hebben.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik kom bij mijn, of bij ons, tweede amendement, op iets waar wij ook vinden dat de minister van Financiën een onverstandige keuze maakt. We zien namelijk hier dat hij doorslaat in zijn bezuinigingsdrang, zonder zich af te vragen of de doelen bereikt zijn. De heer Flach zei het al: het gaat over het geld voor wonen. Het was een voorstel van het kabinet zelf om geld voor wonen te reserveren met de Woningbouwimpuls, 57 miljoen euro. Die huizen staan er nog steeds niet. Het probleem is dus niet opgelost, maar het geld wordt daar wel weggehaald. Dat vind ik een heel rare keuze, vandaar dat ik van harte het amendement van de heer Flach ondersteun. Ik vraag ook de minister van Financiën waarom hij geld wil weghalen waarvan het in eerdere jaren het gebruik was om het wel te laten staan, technisch gezegd met de 100%-eindejaarsmarge. Dus geld in een fonds kan vaak gebruikt worden in latere jaren, want het doel is dat die huizen worden gebouwd. Vandaar de vraag: waarom wordt dat geld weggehaald? Ik roep de Kamer ook op om dat geld vooral te houden voor wonen.
Dan kom ik bij ons derde amendement. Eigenlijk is er sprake van een soortgelijke dynamiek. Bij geld voor het Klimaatfonds was het ook altijd goed gebruik dat dat beschikbaar blijft voor latere jaren als het niet uitgegeven kan worden. Nu gebeurt er iets raars, iets nieuws. Het kabinet haalt in deze Najaarsnota 118 miljoen euro weg uit het Klimaatfonds omdat het dit jaar niet kon worden uitgegeven. Ook hierover vraag ik de minister: is de klimaatcrisis inmiddels opgelost? Absoluut niet. Is het geld de komende jaren nog steeds nodig? Absoluut wel. Waarom wordt het geld dan nu weggehaald bij het Klimaatfonds? Het is ook niet in lijn met regels en afspraken van vorige coalities en kabinetten, want daarin was juist het gebruik, ook in de Tijdelijke wet Klimaatfonds, dat geld uit het fonds beschikbaar blijft voor toekomstige jaren.
Dan kom ik bij ons vierde en laatste amendement, voorzitter. Dat gaat over geld voor wetenschap, onderzoek en innovatie. Het is al een paar keer genoemd en volgens mij komt er in het nieuwe jaar nog een groot debat over: het rapport-Wennink. Het rare is dat eigenlijk alle partijen hier het belangrijk vinden om te investeren in de economie van de toekomst, maar dat er dit jaar toch geld weggehaald wordt. Er wordt 107 miljoen euro weggehaald uit het fonds voor onderzoek en wetenschap, ook wel bekend als het fonds van Robbert Dijkgraaf. Dit geld is keihard nodig en wij zeggen juist: laat het staan en maak het beschikbaar voor toekomstige jaren als het dit jaar niet kan worden uitgegeven.
Voorzitter, dit waren de vier amendementen. Nu komt vast de vraag of de appreciatie van het kabinet gaat verwijzen naar de dekking. Daar wil ik vast iets over zeggen. Het goede nieuws voor het huidige jaar is dat er veel meer ruimte blijkt te zijn dan van tevoren was verwacht en waarmee was ingestemd. Het gaat namelijk om incidenteel geld. Toen we de begroting van het huidige jaar ontvingen, was het plan van de minister zelf om 32 miljard euro aan uitgaven te doen uit de staatsschuld, met een begrotingstekort van 2,8%. De Kamer heeft daarmee ingestemd. Er werd gemikt op een staatsschuld van 548 miljard euro. We zijn nu bijna een jaar verder en wat zien we nu? Van deze niet-gedekte 32 miljard is slechts 21,9 miljard gebruikt, en is het begrotingstekort 1,8%. Het tekort is dus 10 miljard lager dan waarmee de Kamer heeft ingestemd. Bij de staatsschuld zien we zelfs nog een groter effect. De staatsschuld komt 23 miljard euro lager uit dan waarop het kabinet zelf van plan was uit te komen. Ook zien we op het uitgavenkader 3,1 miljard aan ruimte onder aan de streep. Oftewel: deze amendementen passen zeer goed in de budgettaire ruimte. Er blijft meer dan genoeg geld over, zelfs als het de minister niet zou lukken om de resterende taakstelling van 4 miljard in te vullen. Kijkende naar het patroon van eerdere jaren verwacht ik overigens dat hem dat gaat lukken.
Voorzitter, ik ga afronden. De minister van Financiën en het kabinet slaan in mijn ogen door in de drift om te bezuinigen en gaan nu zelfs geld weghalen bij fondsen voor wonen, klimaat en onderzoek. Het was altijd goed gebruik om het geld in die fondsen beschikbaar te houden voor toekomstige jaren, zeker omdat we weten dat de problemen nog lang niet opgelost zijn. Daarnaast voert het kabinet de ingediende en aangenomen motie over Oekraïne niet uit. Ik reken erop dat de Kamer daarom deze week ons amendement zal steunen
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de bijdrage van mevrouw Inge van Dijk van de fractie van het CDA. Ga uw gang.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank je wel, voorzitter. Allereerst proficiat aan collega Van Berkel met haar maidenspeech, met haar oproep tot een goede samenwerking. Alleen dan ontstaan grote resultaten.
Voorzitter. De Najaarsnota is natuurlijk geen directe voorspeller van vertrouwen in de overheid, maar speelt wel een hele belangrijke rol. Achter cijfers zit namelijk vaak het antwoord op de vraag of problemen opgelost worden. Deze inbreng gaat over vertrouwen. Dat doe ik in drie blokjes: onderuitputting in relatie tot vertrouwen, vertrouwen in de toekomst en tot slot het vertrouwen van ons als parlement in de begroting.
Voorzitter. Allereerst ga ik het dus hebben over onderuitputting. Ook nu zien we namelijk dat onderuitputting vaak wordt veroorzaakt door vertraging van de uitvoering. Dat doet iets met vertrouwen, vooral als je kijkt waar die vertraging onder andere optreedt, namelijk bij onze hersteloperaties, waar we grote beloften over hebben gedaan aan inwoners. Ik noem de onderuitputting bij de hersteloperatie Groningen als gevolg van gedragseffecten, maar ook omdat beleidskaders nog moeten worden uitgewerkt. Ik noem ook de onderuitputting bij de hersteloperatie toeslagen als gevolg van tragere uitvoering en invoering van het advies-Van Dam over een meer eenduidige schaderoute. We zien het ook bijvoorbeeld bij Klimaat en Groene Groei: onderuitputting door vertraging van de waterstofmarkt en een pauze van de elektrolyse op zee. We zien minder aanvragen bij de Investeringssubsidie duurzame energie, wat onder andere komt door hoge investeringskosten in relatie tot economische onzekerheid, waardoor bedrijven terughoudender worden. We beloven te veel wat we niet waar kunnen maken, en dat moet anders. En nee, dat is geen gebrek aan ambitie, maar een ambitie om realistischer beloftes te doen.
Voorzitter. Vertrouwen in de toekomst. Deze periode zien we nog gunstige cijfers, maar op middellange termijn zien we een stevige verslechtering. Dat schept geen vertrouwen als daar geen perspectief tegenover staat voor de economie en voor burgers die hiervan de effecten gaan voelen. De minister zegt: zorg per jaar dat je niet door de vangrail gaat, dan kan de Europese Commissie je niets maken. Wij denken dat wij van deze kortetermijnvisie moeten opschuiven naar een langetermijnplanning, een planning die werk maakt van het gegeven dat uitgaven nu harder stijgen dan de economie groeit. Ik zie daarbij twee belangrijke opdrachten, allereerst het beperken van de snel stijgende consumptieve uitgaven en daarnaast, nog belangrijker, meer groeien door te investeren in ons verdienvermogen. Met een grotere economie kunnen we ook zorgen voor een betere houdbaarheid van de overheidsfinanciën.
Peter Wennink noemde Nederland in 2024 al "fat, dumb and happy". We zijn welvaart als iets vanzelfsprekends gaan zien, in plaats van iets waar we zuinig op moeten zijn en wat continu onderhoud vraagt. Het rapport-Wennink dat afgelopen vrijdag uitkwam, gaf hier ook een stevige onderbouwing bij. Een sterke economie is geen doel op zich, maar een middel om onze vrijheid, solidariteit en welvaart te behouden. We weten dit al een tijdje, maar we zien op wereldwijde ranglijsten Nederland steeds verder zakken op competitiviteit, economische groei en innovatie. Vooral problematisch is de politieke instabiliteit in de afgelopen jaren. Dat geldt echt niet alleen voor de afgelopen twee jaar. Geen zinnig internationaal bedrijf gaat zomaar een langjarige investeringsbeslissing baseren op instabiliteit. Ook Wennink benadrukt dat jaren van instabiel beleid hebben geleid tot een vertrouwensbreuk. Nederland moet dat vertrouwen bij investeerders in binnen- en buitenland herstellen met een geloofwaardige en consistente strategie. Ziet de minister ook de noodzaak voor de Nederlandse economie om te investeren in groei, zodat de overheidsfinanciën op lange termijn weer houdbaar worden? Alleen op korte termijn "nee" op investeringen, helpt nu de rekening op nul te houden, maar gaat ons uiteindelijk onze welvaart kosten.
Naast het beperken van onhoudbare structurele uitgaven en het doen van belangrijke investeringen in ons verdienvermogen — weet u nog: het verschuiven van consumptieve uitgaven naar investeringen? — adviseert Wennink het volgende. We moeten ook inefficiënte fiscale maatregelen durven aanpakken en omvormen, niet-strategische deelnemingen gaan verkopen en bereid zijn de staatsschuld verantwoord te laten oplopen voor investeringen die aantoonbaar groot economisch rendement opleveren. Daarbij is het dus van belang om toekomstige opbrengsten te kunnen gaan ramen.
Voorzitter. De minister heeft dit verhaal vanuit het CDA al heel vaak gehoord. Wij kunnen deze voorstellen dan ook alleen maar omarmen. De koek moet groter en ons verdienvermogen dus omhoog. Mijn vraag aan de minister van Financiën is: begint hij na het stevige rapport van Wennink, de brede oproep vanuit de samenleving maar ook van diverse politieke partijen in de Kamer, ook tot andere inzichten te komen? Of blijft hij vasthouden aan de huidige bestaande kaders, waardoor we onvoldoende toekomen aan de broodnodige investeringen in ons verdienvermogen?
Voorzitter. Deze minister kennende zal hij zeggen dat het antwoord op alles "bezuinigen" is, maar dat is hem de afgelopen jaren niet erg goed afgegaan. Ik noem het onvoldoende dempen van de stijgende uitgaven, steeds teruggrijpen op het beperken van prijsbijstellingen en de tabelcorrectiefactor, en onhaalbare bezuinigingen inboeken die nu als een boemerang terugkomen. Denkt de minister dat een dergelijke aanpak voor de lange termijn houdbaar is?
Dan tot slot — het is overigens best een lang slot — over het vertrouwen van het parlement in de begroting. Goed kunnen controleren als parlement begint namelijk bij het kunnen vertrouwen op een goed inzicht. Dat ontbreekt echter nog op een paar punten. Kijk naar de verplichtingen. We zien dat er voor meer dan 1 miljard aan verplichtingen die niet zijn gerealiseerd in de uitgavenmutaties aangepast zijn zonder toelichting. Waarom ontbreekt deze toelichting als de Kamer wel budgetrecht heeft?
Voorzitter. Zoals al vaker geconstateerd met elkaar en gevraagd aan de minister, is er beter zicht nodig op de uitgaven, zowel aan zorg en sociale zekerheid als aan investeringen. Dit is beperkt omdat we nu één totaal uitgavenkader hebben. Zowel de Raad van State als de 17de Studiegroep Begrotingsruimte hebben hier al eerder over geadviseerd. Ook het rapport-Wennink pleit voor inzicht in verschillende soorten uitgaven. Gaat de minister dit inzicht verbeteren?
Ook inzicht in onze inkomsten kan beter. Met welke deelnemingen hebben we bijvoorbeeld de 137 miljoen extra verdiend en op welke lijden we verlies? Waar komt de hoge realisatie bij de belasting- en invorderingsrente vandaan en hoe is box 3 nu verwerkt? Daar hebben we vorig jaar overigens ook al naar gevraagd. Zien de herstelbetalingen op het jaar waarin is besloten dat het moet worden uitbetaald of op het jaar waarin daadwerkelijk wordt uitbetaald? De ramingen van de ib komen 9 miljard hoger uit. Wat is de uitsplitsing hiervan? Welk deel ziet op box 3?
Voorzitter, echt tot slot. In tijden van een laag vertrouwen in de politiek is de rijksbegroting, inclusief de Najaarsnota, geen rekensom, maar een kans om vertrouwen terug te brengen. Oftewel: cijfers laten samenkomen in daden.
Dank je wel, voorzitter.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Collega Van Dijk pleit voor realisme en om bij het ambitieniveau rekening te houden met wat echt kan. Tegelijkertijd vond ik de tekst in het tussenverslag en de agenda van collega's Jetten en Bontenbal over de toeslagen wel erg minimalistisch. Collega Van Berkel zei: we verwachten eigenlijk het meest van de mensen van wie we het minst kunnen vragen. Die sturen we eigenlijk het bos in met ons toeslagenstelsel. Wat is nou precies de ambitie van collega Van Dijk daarop? Ik verdenk toch een beetje het CDA van de wat terughoudende zin over de hervorming van de toeslagen in het stuk, niet zozeer D66. Daarom leg ik collega Van Dijk het vuur aan de schenen. Geef dat alsjeblieft de prioriteit die het echt nodig heeft, zoals collega Van Berkel in haar prachtige maidenspeech onderstreepte.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik hoor de oproep van collega Grinwis. Volgens mij is het Kamerlid Van Dijk geweest die twee jaar geleden al heeft gepleit om hier als Kamer gezamenlijk werk van te maken en niet alles te laten afhangen van het kabinet. Maar je ziet waar we nu staan: daar hebben we geen stap in gezet met elkaar. Ik omarm die oproep dus. Tegelijkertijd zou ik dan ook een oproep aan de Kamer willen doen. In het laatste Belastingplan hebben we het gewoon weer complexer gemaakt voor bedrijven en inwoners. Aan de ene kant vertellen we deze verhalen, die ik onderschrijf, maar aan de andere kant doen we heel inconsequent andere dingen in de praktijk. Daar heb ik moeite mee.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Die schoen trek ik heel graag aan, maar we weten allemaal dat de kabinetsformatie en coalitieonderhandelingen dé window of opportunity zijn waarin je kunt schuiven tussen uitgaven en lasten en waarin je een grote hervorming kunt neerzetten. Er moet namelijk altijd pijn worden genomen en dat is gedurende een kabinetsperiode en een Kamerperiode veel ingewikkelder. Die schoen trek ik dus aan, maar ik hoop dat collega Van Dijk de schoen ook aantrekt in de coalitieonderhandelingen, want dit is de kans en dit is het moment waarop het moet gebeuren.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik trek allebei de schoenen aan, want op één schoen is het ingewikkeld lopen.
De voorzitter:
De heer Stultiens, op twee schoenen, zie ik.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Op twee schoenen, zeker. Mijn vraag gaat over Oekraïne. Dit jaar bleek er meer geld nodig te zijn voor Oekraïne. Daarom is geld uit het volgende jaar naar voren gehaald. De collega van mevrouw Van Dijk, meneer Boswijk, was al maandenlang bezig om een gat volgend jaar te voorkomen. Daarom ligt er nu een amendement van onze kant dat zegt: ga nou niet het geld van volgend jaar gebruiken, maar voeg nu extra geld toe voor Oekraïne. Hoe staat mevrouw Van Dijk tegenover dit amendement?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik heb het amendement gezien en ik heb uiteraard ook contact gehad met mijn collega, omdat ik weet hoe belangrijk dit onderwerp is voor hem maar ook voor onze fractie. Dan is de vraag: hebben wij er het vertrouwen in dat het kabinet echt alles op alles gaat zetten om met die 1,3 miljard te komen? Wij hebben dat, dus wij vinden het amendement op dit moment ontijdig. De minister gaat het nog appreciëren, dus ik hoop dat hij een doorkijkje kan geven naar wat het kabinet gaat doen om die dekking te geven. Maar voor ons is het voor nu ontijdig, omdat wij het vertrouwen hebben dat het bedrag er gaat komen. Daarnaast vinden er op dit moment heel belangrijke gesprekken plaats waar Nederland ook aan deelneemt. Wij hopen dat ook daar een stukje van de oplossing voor Oekraïne komt, en niet eens voor Nederland.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Enigszins teleurstellend. Ik wil graag van mevrouw Van Dijk horen wat zij wel "tijdig" vindt. Zij vertrouwt erop dat die 1,3 miljard nog komt. Ik ben daar iets sceptischer over. Wat is dan voor mevrouw Van Dijk de uiterlijke deadline wanneer het geld er moet zijn? Is dat inderdaad bij de Voorjaarsnota of eerder?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Laten we eerst eens even de beantwoording van de minister afwachten en dan met elkaar de conclusie trekken of we vinden dat het kabinet zijn nek voldoende uitsteekt en of we met elkaar denken dat dit werkbaar zou kunnen zijn.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Vandaag stonden er weer allerlei berichten in de pers. Het CBS heeft aangetoond dat de armoede in Nederland weer gestegen is, zowel onder mensen met een bijstandsuitkering alsook onder werkende mensen. Dat komt vooral door de gestegen energielasten en het afschaffen van de energietoeslag. Dan is mijn vraag de volgende. Ik weet dat mevrouw Van Dijk geen groot fan is van het toeslagenstelsel. Ik ben dat ook niet. Maar het afschaffen ervan voordat er iets nieuws is waardoor mensen geholpen worden, zorgt voor een toename van armoede. Mijn vraag is met welk voorstel het CDA hier vandaag komt om te voorkomen dat mensen door het afschaffen van de energietoeslag nog meer in de armoede terechtkomen. Welk voorstel gaat u vandaag doen?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik ga daar vandaag geen voorstel voor doen. Zoals meneer Dijk weet, zitten we in financiële onderhandelingen. De koopkracht van mensen, oftewel armoede, is uiteraard ook een onderwerp van het gesprek dat je daar voert. Maar het artikel zegt nog iets meer, namelijk over welke groep met name te maken heeft met een toename in armoede. Dan zie ik ook wel weer een kans. Het zijn mensen die weinig werken, terwijl we met z'n allen weten hoe hard we mensen nodig hebben in onze arbeidsmarkt. We zouden die mensen misschien ook op die manier kunnen helpen. We moeten dus, naast zorgen dat ze financieel niet door het ijs zakken, ook nadenken over hoe we die mensen kunnen helpen om hun inkomen te vergroten. Ik zie daar namelijk ook een uitdaging. Als ik zie dat er zzp'ers zijn met een tegenvallend jaar, denk ik: de arbeidsmarkt staat te springen om mensen. Volgens mij moeten we die groep sowieso op een andere manier kunnen helpen.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is leuk voor de toekomst. Dat vind ik ook. Maar wat mij bevreemdt, is het volgende. Dat merk ik wederom in dit debat en ook in de inbreng van de heer Stultiens over zijn amendement met 2 miljard voor Oekraïne. Dan springt iedereen op uit zijn stoel en wordt er in één keer geld gevonden. Ook ik vind dat wij Oekraïne moeten steunen. Maar dan verwacht ik hier nu ook voorstellen van andere partijen om een toename van armoede tegen te gaan. Die komen niet. Dat doet iets met een samenleving. Dat doet iets met vertrouwen in de politiek.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Daarom pleit ik zo hartstochtelijk voor het echt vergroten van ons verdienvermogen. Ik maak me zorgen over onze welvaart op de lange termijn. De heer Van Dijck zal dan wel zeggen "nu, nu, nu". Ik heb er alle vertrouwen in dat de heer Van Dijck dadelijk met een heel net, mooi gedekt amendement gaat komen om dat wél te doen. Ik heb het overigens nog niet gezien, maar dat kan ook aan mij liggen. Dan kunnen we het daar inhoudelijk met elkaar over hebben.
De voorzitter:
De heer Tony van Dijck. Ik had net gezegd: afrondend op dit punt. Tony van Dijck, ga uw gang. U mag dan met de koffie buiten de orde …
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, ik hoop voor de heer Van Dijck dat het klopt, dus dan moet het kloppen, hè?
De voorzitter:
Het is vooral kloppend als het uit de mond van de voorzitter komt. Meneer Tony van Dijck, ga uw gang.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik wilde mevrouw Van Dijk toch nog iets meegeven, ook in het kader van de onderhandelingen. Er wordt veel gesproken over dat er meer geïnvesteerd moet worden. Mevrouw Van Dijk weet dat Nederland een spaarzaam landje is en dat we 600 miljard op de spaarrekeningen hebben staan. Maar mensen zijn er niet zo happig op om dat te investeren of te beleggen of noem maar op. Als je dat namelijk belegt of als je dat investeert, hoe veilig dan ook, betaal je vier keer meer belasting dan wanneer je het veilig op een spaarrekening laat staan.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Tony van Dijck (PVV):
A is het veiliger op een spaarrekening en b betaal je dus ook vier keer minder belasting dan wanneer je het investeert. Gaat mevrouw Van Dijk de onderhandelaars meegeven om daarnaar te kijken?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dat ga ik niet alleen de onderhandelaars meegeven; ik geef het kabinet al een hele tijd mee dat hier serieus naar gekeken moet worden. Dat heb ik gedaan door hier verschillende keren schriftelijke vragen over te stellen. We hebben het in het laatste Ecofin-debat ook heel nadrukkelijk gehad over de vraag: hoe gaan we hiermee om? De minister heeft toegezegd dat hij met een stuk hierover naar de Kamer komt, zodat we daar echt met elkaar over door kunnen praten. Hier zit namelijk gewoon wel iets waar we met elkaar over na moeten denken. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen dat geld op een veilige en verantwoorde manier kunnen investeren? Misschien kunnen ze er zelfs ook nog wel wat aan overhouden; dat zou heel erg mooi zijn.
De voorzitter:
Ik zou de Kamer willen verzoeken om de interrupties zo kort en bondig mogelijk te maken, dus kom snel tot uw vraag.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Meneer Van Dijck en mevrouw Van Dijk zijn het met elkaar eens.
De voorzitter:
Wat fijn. Meneer Van Houwelingen, volg dit voorbeeld, zou ik zeggen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat zal ik doen, voorzitter. Ik hoor mevrouw Van Dijk zojuist zeggen dat de economie wat moet groeien en dat we dan ook wel 2 miljard kunnen overmaken naar Oekraïne, want dat steunt het CDA. U lacht er zelf om, want het is eigenlijk een hele vreemde opmerking. Politiek is namelijk keuzes maken. Als het CDA ervoor kiest om 2 miljard te geven aan Oekraïne, dan kunnen we dat toch niet gebruiken — dat is mijn vraag, voorzitter — om bijvoorbeeld hier in Nederland de armoede te bestrijden? Ik las net in een krantje dat de armoede weer verder toegenomen is. Daar moet u toch eerlijk over zijn dan?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik vind het altijd wel bijzonder dat, als je probeert een macro-economisch verhaal te houden, dit weer gereduceerd wordt tot één klein dingetje: steun aan iets dat we ook belangrijk vinden. Onze veiligheid en de veiligheid van Oekraïne hebben wel degelijk effect op onze economie, ons verdienvermogen en dus ook wat mensen uiteindelijk in hun portemonnee overhouden. Daar wil ik dus gewoon niet naïef in zijn. Ik vind dat wij daar ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid in hebben. Onze veiligheid draagt dus ook bij. En andersom: stel je voor dat het ons zou overkomen. Dan hoop ik ook echt dat andere landen zeggen dat zij ons land helpen.
De voorzitter:
Afrondend op dit punt.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Afrondend, voorzitter. Hier worden we het niet over eens; dit debat moeten we niet gaan voeren. Wees er eerlijk over: als je besluit om 2 miljard uit te geven aan steun aan Oekraïne, kan je die niet meer hier besteden aan de zorg of het onderwijs. Dat merkt de SP volkomen terecht op. Dat is dan een keuze die het CDA maakt. Wij maken een andere keuze.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dat is zeker een keuze die het CDA maakt, net als de keuze die het CDA zal maken om fors te investeren in ons verdienvermogen, zodat de koek groter wordt en we uiteindelijk meer geld overhouden om mensen te kunnen ondersteunen in hun koopkracht.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Mevrouw Inge van Dijk noemde in haar inbreng iets over de fiscale regelingen en het schrappen van ondoelmatige en niet-doeltreffende regelingen. Volgens mij vinden we elkaar daarop. Echter, we hebben de afgelopen jaren ook ervaren hoe ongelofelijk ingewikkeld het is om een regeling af te schaffen. Ik vraag aan haar: hoe ziet zij voor zich dat we in de aankomende periode ondoelmatige regelingen kunnen schrappen en al die middelen die dan beschikbaar komen op een betere manier kunnen inzetten?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik denk dan heel erg: kunnen we pakketjes maken? Als je die hele lijst met regelingen in handen hebt — het wordt misschien een beetje technisch — kun je dan bedenken: waar dienen die eigenlijk voor? Volgens mij moet je eerst met elkaar beantwoorden: wordt dat doel bereikt? De tweede vraag is: vinden we dat doel belangrijk? Als we met elkaar zeggen dat we dat doel nog steeds heel belangrijk vinden, is het interessant om te kijken of we regelingen kunnen samenvoegen, zodat we dat geld niet weggooien, maar efficiënter inzetten. Volgens mij is dat een exercitie die we moeten gaan doen. Daarbij gaan we waarschijnlijk twee conclusies trekken. Een deel van het geld kunnen we misschien beter ergens anders inzetten, misschien voor armoede, en een deel van het geld moeten we blijven inzetten voor dat doel, maar via een andere fiscale regeling.
De voorzitter:
Dank u wel. Dank voor uw bijdrage. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Hoogeveen van de fractie van JA21 voor zijn bijdrage in deze termijn.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. De overheidsfinanciën staan er dit jaar gunstiger voor dan op Prinsjesdag werd gedacht. Het begrotingstekort komt in 2025 uit op 1,8% van het bruto binnenlands product, waar eerder nog werd uitgegaan van 2,1%. Ook de staatsschuld valt lager uit dan geraamd, op ongeveer 44,2% van het bbp. Dat geeft op korte termijn lucht en laat zien dat Nederland er begrotingstechnisch nog steeds goed voor staat. Laat ik dus beginnen met complimenten aan de minister. We zouden met z'n allen vooraan staan als de staatsschuld zou oplopen. Nu gebeurt dat niet. Ongeacht de factoren is dat een positieve ontwikkeling.
Op de lange termijn, zoals de Europese Commissie ook heeft aangekaart, zullen er wel keuzes gemaakt moeten worden. Ik zag de minister van Financiën bij het programma — hoe heet dat? — Goedemorgen Nederland op zondag. Daar had de minister ook een plausibel verhaal over dat we in de toekomst ook echt fundamentele keuzes moeten gaan maken over onze economie, sociale zekerheid en zorg.
Kijkende naar de economie zien we op dit moment een positief beeld. De economie doet het beter dan verwacht. Eind 2024 gingen het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank nog uit van 1,5% groei in 2025. In de laatste ramingen gaan we naar 1,7%. Ondanks het radicale en destructieve beleid van de Amerikaanse president Donald Trump met zijn importtarieven is onze economie veerkrachtig gebleken, ondersteund door loonstijgingen, renteverlagingen en een aantrekkende koopkracht.
Toch blijft de inflatie in Nederland de komende jaren naar verwachting boven de 2% en blijft die ook hoger dan in andere eurolanden. Dat is geen toeval en ook niet uitsluitend het gevolg van externe factoren. Er wordt vaak verwezen naar hogere energieprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, maar die verklaring schiet tekort. Energieprijzen raken alle Europese landen. Dat verklaart niet waarom de inflatie in Nederland structureel hoger ligt dan in vergelijkbare landen binnen de eurozone. Het verschil zit niet buiten Nederland, maar binnen Nederland en in de keuzes die wij hier maken.
Belastingen, heffingen en regulering werken in Nederland in meerdere sectoren prijsverhogend. Een concreet voorbeeld is de gedifferentieerde vliegbelasting. Volgens het CBS hadden in november voordelige vliegticketprijzen bijvoorbeeld nog een dempend effect op de inflatie ten opzichte van 2024. Maar met de invoering van de vliegbelasting draaien we dit soort effecten ook weer om. We verhogen beleidsmatig namelijk de prijzen. Mijn vraag is hoe het kabinet dit soort beleidsmatige prijsverhogingen meeweegt bij de beoordeling van inflatie en koopkracht op de middellange termijn.
Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Ook op andere terreinen, zoals mobiliteit, energie en consumptie, zien we dat beleidskeuzes bijdragen aan hogere prijzen. Volgens het CBS dalen de energieprijzen in de eurozone, terwijl deze in Nederland stijgen. Neem de benzineaccijnzen, die in Nederland tot de hoogste van de Europese Unie behoren. Het verschil met Duitsland is inmiddels zo groot dat het zelfs vanuit het midden van het land loont om over de grens te tanken. Vanuit Zeist scheelt dat al snel enkele euro's op een tankbeurt en vanuit Enschede kan dat oplopen tot €15. Tijd is geld, maar het is nog nooit zo rendabel geweest om vanuit Enschede een kwartiertje om te rijden.
Dit soort prijsverschillen leidt structureel tot uitwijkgedrag naar onze buurlanden. Dat geldt niet alleen voor brandstof, maar ook voor vliegen en andere accijnsgoederen, want prijsstijgingen op voedingsmiddelen, dranken, tabak en diensten zijn in Nederland gemiddeld gewoon groter dan in de eurozone. JA21 ziet hier een reëel risico op grenseffecten en weglekken van belastingen. Kan de minister inzicht geven in de omvang van deze grenseffecten en in hoeveel belastingopbrengsten hierdoor structureel weglekken naar het buitenland?
Voorzitter. Dan wil ik het hebben over de onderuitputting. Collega Van Dijk refereerde daar ook al aan. Het kabinet rekent in toenemende mate met een onderuitputting als onderdeel van het begrotingsbeeld. Voor 2025 gaat het om 7,1 miljard euro. De minister geeft aan dat er de afgelopen jaren sprake is geweest van een stijgende trend in de hoogte van de onderuitputting op de departementale begrotingen. Onderuitputting wordt hiermee niet alleen achteraf geconstateerd, maar ook vooraf meegenomen in het begrotingsbeeld. Het gevolg is dat onzekerheden vooraf in het begrotingsbeeld worden verwerkt, terwijl pas achteraf blijkt of die aannames houdbaar zijn. Na de invulling bij de Miljoenennota en de Najaarsnota resteert nog 4,6 miljard, die pas bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk moet worden ingevuld. De minister geeft zelf aan dat het onzeker is of dit volledig lukt en dat dit bij tegenvallers leidt tot een verslechtering van het EMU-saldo. Mijn vraag aan de minister is hoe deze groeiende inzet van onderuitputting zich verhoudt tot realistisch ramen en wat deze groei in onderuitputting betekent voor de betrouwbaarheid van het begrotingsbeleid.
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Dan gaan wij nu luisteren naar de heer Van Houwelingen van de fractie van Forum voor Democratie voor zijn bijdrage in deze termijn. Ga uw gang.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. We bespreken vandaag de Najaarsnota en daarmee de laatste wijzigingen die zich voordoen in dit begrotingsjaar, 2025. In het kader van het begrotingsrecht van het parlement is het vanzelfsprekend belangrijk dat dergelijke wijzigingen, die dus bij de bespreking van de begroting van 2025 door dit parlement nog niet goedgekeurd zijn, gedurende het begrotingsjaar alsnog ter kennisgeving en goedkeuring worden voorgelegd. Meevallers en tegenvallers worden daarbij gedurende het begrotingsjaar in principe verrekend binnen de begroting van het desbetreffende departement. Dat is de regel.
Bij het lezen van de Najaarsnota viel mij echter op, als ik me niet vergis, dat er de facto geschoven kan worden met geld tussen de verschillende departementen. Zo lezen we in de Najaarsnota op pagina 49 dat er vanuit het ministerie van Defensie 20 miljoen is overgeboekt naar de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, NWO, die valt onder het departement van Onderwijs. De reden die hiervoor wordt gegeven is: ter bevordering van de weerbaarheid. Ook vanuit andere ministeries, lezen we, is er geld overgemaakt naar begrotingsposten die eigenlijk horen bij OCW. Staat het ministeries vrij om gedurende een begrotingsjaar een deel van hun begroting in te zetten op het terrein van een ander departement? Of vergis ik me? Dat hoor ik dan graag. Er kan natuurlijk altijd wel een reden gevonden worden waarom een onderwerp dat in principe thuishoort op de begroting van een ander departement, ook voor het departement dat het geld overmaakt van belang kan zijn. Dat spreekt voor zich.
Defensie heeft, het voorbeeld dat ik net noemde, 20 miljoen euro overgeboekt naar NWO, onder het mom van "weerbaarheid". Als dat klopt, hoe verhoudt dit zich tot het begrotingsrecht van deze Kamer? Als deze Kamer er bewust voor kiest, bijvoorbeeld vanuit politieke overwegingen, om de zorg- of onderwijsbegroting te laten groeien, is het dan niet vreemd dat het de ministeries van VWS en OCW gedurende het begrotingsjaar vervolgens vrijstaat, blijkbaar, om deze extra middelen over te boeken — nogmaals, hiervoor kan natuurlijk altijd een reden voor worden gevonden — naar organisatieonderdelen die vallen onder de verantwoordelijkheid van andere ministeries?
Voorzitter. Dan mijn tweede vraag. Ik lees op pagina 58 dat door de EU geconfisqueerde rentebetalingen op de bevroren Russische tegoeden niet worden overgemaakt naar Oekraïne, wat ik had gedacht, maar als zogenaamde windfall profits op onze Defensiebegroting belanden. Dat is 100 miljoen euro in 2025, als vergoeding voor de militaire steun aan Oekraïne. Ja, wij zijn natuurlijk tegen, maar daar gaat dit debat nu even niet om. Dan is mijn vraag: waarom is gekozen voor deze constructie? Dat begrijp ik niet goed. Waarom worden de geconfisqueerde rentebetalingen niet rechtstreeks overgemaakt aan Oekraïne? Loopt Nederland door deze constructie nu niet een geheel onnodig extra risico om in de toekomst door Rusland aansprakelijk te worden gesteld voor de confiscatie van deze rentebetalingen en daarmee ook een risico op bevriezing van Nederlandse tegoeden of eigendommen in Rusland? Waarom nemen we dit onnodige extra risico, is mijn vraag aan de minister.
Tot slot, voorzitter. Ik heb nog een derde en laatste vraag over de incidentele suppletoire begroting waarmee vorige week, dus op de valreep van dit begrotingsjaar, nog even in totaal 700 miljoen euro extra aan militaire steun is vrijgemaakt voor Oekraïne omdat er sprake was van onderuitputting, onder andere op de Defensiebegroting van dit jaar. Deze Kamer werd door de minister van Defensie gevraagd binnen 48 uur met deze incidentele begroting in te stemmen. Mijn vraag aan de minister van Financiën is hoe hij aankijkt tegen een dergelijk gebruik van de incidentele begroting, als stelselverantwoordelijke dus. Waarom was deze begrotingswijziging bijvoorbeeld geen onderdeel van de Najaarsnota? De reden die werd gegeven, namelijk dat de contracten per se vorige week in plaats van eind deze week getekend zouden moeten worden, is in onze ogen ronduit ongeloofwaardig. Voor zo'n bedrag kunnen wapenfabrikanten echt nog wel een week wachten op een contract, lijkt me.
Zelfs als er per se vorige week voor dit bedrag een contract moest worden getekend, waarom kon, dus naar het oordeel van de minister van Financiën, deze incidentele begroting dan niet eerder naar de Kamer worden gestuurd, zodat wij er hier fatsoenlijk over hadden kunnen debatteren? In plaats daarvan werden we gedwongen — dat is eigenlijk wat er gebeurd is — om binnen 48 uur bij het kruisje te tekenen. Een onderuitputting op de begroting van maar liefst 700 miljoen euro is toch niet niets? Mijn vraag aan de minister van Financiën is dus de volgende. Dat materialiseert toch niet per se pas in de laatste paar weken van het begrotingsjaar? Daar hebben we het net ook uitgebreid over gehad. Er is heel veel onderuitputting, zeker bij Defensie, dus dat zie je aankomen. Hoe kan het dus zijn dat we ineens met zo'n begroting geconfronteerd worden, zeker bij Defensie, waarvan algemeen bekend is dat er sprake is van chronische onderuitputting op de begroting?
We zouden in het kader van een ordentelijk begrotingsproces, waar deze minister verantwoordelijk voor is, toch van het ministerie van Defensie mogen verwachten dat het deze incidentele begroting eerder naar de Kamer zou moeten kunnen sturen? Waarom is dat dus niet gebeurd? Hoe denkt de minister van Financiën daarover? Als hij dat met ons eens is, is hij dan bereid om zijn collega-ministers erop te wijzen dat incidentele begrotingen, zeker van deze omvang, die voortkomen uit de besteding van gelden die door onderuitputting zijn vrijgekomen — nogmaals, die komt niet uit de lucht vallen — bijvoorbeeld eerder regulier via de Najaarsnota naar de Tweede Kamer zouden moeten worden gestuurd? We kijken uit naar de antwoorden van de minister van Financiën.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Flach, die spreekt namens de fractie van de SGP. Gaat uw gang.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. De kortste dag van het jaar is in zicht. De kerstdiners worden voorbereid en de geur van oliebollen hangt al in de lucht. Dat zijn voor de vaste commissie voor Financiën dé signalen dat het tijd is voor een debat over de Najaarsnota. Dat gebeurt steevast in de laatste week voor het reces, diep in december. In de Najaarsnota worden de laatste financiële wijzigingen in de lopende begroting voorgesteld. Sinds september zijn er allerlei mutaties geweest in de begroting, diverse tegenvallers maar ook veel meevallers. Hoewel we daar als Kamer vandaag niet veel aan kunnen veranderen, is het goed dat we daar wel over spreken. Het gaat namelijk over miljarden euro's, die bijvoorbeeld niet uitgegeven worden aan allerlei urgente thema's of die juist meer opgehaald zijn door hoger dan geraamde belastingen. Op één punt wil de SGP nog bijsturing, namelijk in de woningbouw, maar daar kom ik zo op.
Voorzitter. De Najaarsnota geeft een actueel financieel beeld van de overheidsfinanciën. Er moet nog 4,6 miljard euro aan onderuitputting worden ingevuld. Is er al zicht op de invulling, vraag ik de minister. Of laat het kabinet de schuld volgend jaar oplopen? In de laatste jaren is er vaak geld verschoven naar de volgende jaren, is er vooraf al onderuitputting ingeboekt of is er gebruikgemaakt van overprogrammering om ervoor te zorgen dat het geld weggezet kon worden. De rek lijkt er wel uit te zijn. Hoe gaan we terug naar een realistisch kasritme?
Dan wonen. Er moeten snel meer woningen worden gebouwd, want de woningnood is ontzettend hoog. Daarvoor is ook veel geld nodig. Zeker, geld alleen is niet voldoende, maar zonder voldoende budget gaat dat niet lukken. Daarvoor zijn er allerlei regelingen, zoals de Woningbouwimpuls. In september is er al 40 miljoen euro uit 2025 doorgeschoven naar latere jaren. Er is nu echter nog steeds sprake van een onderuitputting van 57 miljoen euro. Tot nu toe werd die onderuitputting altijd doorgeschoven, met een zogenaamde 100%-eindejaarsmarge. Nu gebeurt dat echter niet. Waarom wordt opeens afgeweken van die regel, vraag ik de minister. Waarom wordt er dus feitelijk gekort op het budget voor woningbouw? 57 miljoen euro die gereserveerd was voor meer woningen, valt dus weg.
Voor de SGP is het helder: dat geld moet beschikbaar blijven voor de broodnodige woningbouw. Daarom heb ik samen met een aantal andere partijen, waaronder GroenLinks-PvdA, JA21 en inmiddels ook BBB en ChristenUnie, een amendement ingediend om deze 57 miljoen euro beschikbaar te houden voor de Woningbouwimpuls en dit geld door te schuiven naar volgend jaar, net zoals de afgelopen jaren ook gebeurde. Daarmee kan de bouwproductie doorgaan. Ik weet dat de Woningbouwimpuls inmiddels wat meer focus heeft en meer gericht is op complexe projecten, ook omdat de Realisatiestimulans in het leven is geroepen. Daarom heb ik in het amendement de suggestie gedaan om het budget op een andere manier aan woningbouw te besteden. Graag een reactie van de minister op dat amendement. Waarschijnlijk komt die via zijn collega.
Voorzitter. Er zijn ook een paar andere opvallende zaken te zien in de Najaarsnota. Zo vielen de opbrengsten uit afpakken, boetes en transacties opnieuw enorm tegen. Dat lijkt inmiddels een structurele trend. Jaar na jaar lukt het niet om deze post in te vullen. Dat gaat uiteindelijk ten koste van andere uitgaven. Waarom wordt de raming daarvan dan niet aangepast? Ik las in de begroting van JenV voor 2026 dat in ieder geval tot en met 2030 maar liefst 384 miljoen euro geraamd is, net zoveel als in afgelopen jaren. Is het niet zorgvuldiger om die raming te verlagen?
Voorzitter. Dan gaan we een tunnel in. De boetepost die volgend jaar wél vol gaat lopen, is die van de Blankenburgtunnel. Over overschrijdingen gesproken: de boeteopbrengsten dreigen daar hoger te worden dan de tolopbrengsten. Ondertussen hapert de inning van de tol aan alle kanten. Zelfs de Nationale ombudsman heeft zich er inmiddels tegen uitgesproken. Ik voorzie een forse overschrijding van de opbrengsten daar. Dit loopt uit de hand en is wat de SGP betreft niet acceptabel. Ten minste de eerste betaalherinnering zou gratis moeten zijn, zoals we dat ook eisen van bedrijven. Welke tunnel gaat het kabinet door deze boeteberg aanleggen? Met andere woorden, hoe gaat de minister dit oplossen?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Een dikke streep onder deze kwestie, want het is echt bizar wat hier aan de hand is. Overigens waag ik te betwijfelen of het nou zo veel opbrengt. Voor €1,51 krijg je namelijk een hele brief toegestuurd. De handelingskosten daarvan zijn volgens mij al veel hoger dan dat hele bedrag van €1,51 per personenauto.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Misschien kan de minister dat ook meenemen, want deze kwestie is echt de zotheid gekroond.
De heer Flach (SGP):
Inderdaad, meneer Grinwis. Dat ben ik van harte met u eens. Alleen, vanaf volgend jaar gaan de betalingsherinneringen wel €9 per stuk kosten. Daar gaat een forse post uit komen. Die is ook begroot. Daar komen nog de boetes bij voor als je per ongeluk die herinnering over het hoofd ziet. Daar leggen we de vinger bij. Wat de SGP betreft zou je moeten zeggen: nou, stop maar even met het innen van die tol totdat je een goed systeem hebt. Dat is misschien het meest efficiënt.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Ik wilde gaan afronden met het laatste blokje. Ook bij de Asielbegroting zie ik verontrustende signalen. Zo wordt er 160 miljoen euro toegevoegd aan een voorziening voor het betalen van dwangsommen. Deze dwangsommen worden door de IND betaald aan asielzoekers van wie de beslistermijn is overschreden. Ten eerste moeten die dwangsommen wat de SGP betreft zo snel mogelijk worden afgeschaft, maar ten tweede: wat betekent dit voor de toekomst? Het extra budget is namelijk niet structureel. Welke claim leggen de hoge dwangsommen op de toekomst? Wat zijn de verwachte kosten op langere termijn?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
De heer Flach schetst heel goed waarom het amendement voor wonen nodig is, namelijk: "Er is een probleem. Er is geld gereserveerd. Het geld kan niet worden uitgegeven. Het probleem wordt niet opgelost." Vroeger bleef dat geld dan gewoon bestaan. Ziet hij net als wij dat bij het Klimaatfonds eigenlijk precies hetzelfde gebeurt? Ook daar zien we een maatschappelijk probleem. Er wordt geld gereserveerd. Dat wordt niet uitgegeven. Het probleem wordt niet opgelost. Vervolgens wordt het geld weggehaald.
De heer Flach (SGP):
Ik vind het in algemene zin wel opvallend: bij fondsen hanteerden we inderdaad de 100%-eindejaarsmarge, maar dat is nu niet gebeurd. Dat is onder andere ingezet om de post via onderuitputting te dekken. Tegelijkertijd lees ik echter ook in de Najaarsnota dat het geen effect heeft op het EMU-saldo. Ik zie dus ook niet zozeer de logica daarvan in. Daarom stelde ik mijn vraag ook op die manier. Ik heb me niet zozeer in het Klimaatfonds en de achtergrond daarvan verdiept, maar de systematiek is eigenlijk hetzelfde.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Even over de boetes bij die tunnel. Ik heb in mijn termijn ook aandacht gevraagd voor de verkeersboetes. De Wet kwaliteit incassodienstverlening, de Wki, geldt voor het bedrijfsleven. U zei al: de eerste herinnering is kosteloos en daarna mag je maximaal 15% incassokosten vragen. Is de heer Flach het met mij eens dat dat eigenlijk ook voor de overheid zou moeten gelden? Het is natuurlijk raar dat de overheid 300% mag vragen en het bedrijfsleven maar 15%.
De heer Flach (SGP):
Absoluut. Ik vind dat de overheid zich aan dezelfde regels zou moeten houden als die we opleggen aan bedrijven. Dat vind ik in alle opzichten. Dat geldt ook zeker hier, ja.
De voorzitter:
U bent het met elkaar eens. Dank voor uw bijdrage. Dan is het tijd om te gaan luisteren naar de heer Grinwis, die spreekt namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Allereerst grote complimenten voor de maidenspeech van collega Van Berkel. Daarin klonk heel veel compassie voor mensen die het hardst een steuntje in de rug nodig hebben, maar voor wie we het het alleringewikkeldst hebben gemaakt om dat steuntje te krijgen. Het zet een dikke streep onder de noodzaak om ons stelsel, en met name de toeslagen, te vereenvoudigen, daar iets beters voor in de plek te stellen en een stelsel te krijgen met meer begrijpelijkheid en meer inkomenszekerheid. Ik hoop dat deze boodschap van collega Van Berkel door beide coalitiepartners, CDA en VVD, zal worden omarmd als topprioriteit; ik zei het al in mijn interruptie richting collega Van Dijk.
Voorzitter. Terwijl via het rapport-Wennink de miljardenclaims alweer op tafel werden gelegd, liet de Najaarsnota zien dat de financiële bomen niet langer bijna automatisch tot in de hemel groeien. Dan heb ik het nog niet eens over alle financiële wensen uit het werkstuk van Jetten en Bontenbal. Het einde van mijn telraam kwam al na een paar alinea's in zicht. Uitgavenmeevallers komen steeds moeizamer tot stand en aan de inkomstenkant gaat het ook niet meer vanzelf. Weliswaar verslaan de inkomsten nog steeds de ramingen, maar in veel mindere mate dan in de afgelopen jaren en waarschijnlijk zijn ze niet structureel. Kortom, een voorbode van financieel zwaarder weer.
Juist dan komt het aan op de vraag: welk financieel beleid voer je en met welke doelen? Voor mijn fractie geldt dat we allereerst willen opkomen voor minder armoede en meer bestaanszekerheid. Vanochtend nog zagen we in het nieuws het bericht dat de armoede na jaren van daling afgelopen jaar weer is toegenomen. Overigens baart niet primair het aantal mensen onder de armoedegrens mij zorgen, maar vooral hoelang mensen in armoede leven en de intensiteit daarvan. Wat is de reactie van de minister op deze cijfers van het CBS?
Ten tweede zet de ChristenUnie zich in voor goede zorg voor de schepping. Investeringen in natuurbeheer, elektriciteitsnetten en duurzame energie zijn geen luxe, maar pure noodzaak. Ondertussen wordt er 1 miljard per jaar bezuinigd op de SDE++, waardoor de belangrijkste investeringsmotor in verduurzaming van de energievoorziening gaat haperen. Dat mag het volgende kabinet dan vervolgens weer herstellen. Is de minister hierbij nog mijn bondgenoot?
Ten derde: voor de ChristenUnie is het belangrijk dat we problemen niet doorschuiven naar toekomstige generaties. Dat betekent niet alleen zuinigheid met vlijt, maar ook dat we de broodnodige investeringen doen in solide infrastructuur en openbaar vervoer, maar ook in veilige dijken en sluizen en de randvoorwaarden voor een functionerende, duurzame economie. Die moeten op orde. Kan de minister toelichten hoe hij de balans bewaakt en hoe hij nu al beleid inzet om te voorkomen dat het begrotingstekort en de staatsschuld de komende decennia weer rap oplopen?
Voorzitter. Om door te gaan op dat laatste punt: als ik de Najaarsnota lees zie ik een tweezijdig financieelbeleidsbeeld. Enerzijds zijn er de cijfers over het begrotingstekort en de staatsschuld. Die zien er op het eerste gezicht positief uit. Aan het begin van het jaar werd het tekort geraamd op 2,8% van het bbp. Dat is een angstvallig kleine marge ten opzichte van de Europese 3%-regel, maar dat tekort zou volgens de Najaarsnota nu zijn geslonken naar 1,8%. Er zit echter weer een addertje onder het gras; veel collega's hebben daar de vinger ook al bij gelegd. In deze laatste weken van het jaar moet dan wel blijken dat de nog openstaande post van 4,6 miljard euro aan taakstellende onderuitputting wordt ingevuld. Hoe schat de minister de kans in dat dat hem zal lukken? Is een tekort van ongeveer 2,2% daarmee niet realistischer? Is de stelling uit de Najaarsnota dat het uitgavenkader onderschreden wordt met 3,1 miljard dan niet een te rooskleurige voorstelling van zaken, nog afgezien van het feit dat taakstellende onderuitputting sowieso een anomalie is? Is dat de reden dat nu geld wordt weggehaald bij bijvoorbeeld de Woningbouwimpuls, waar het over ging toen werd gesproken over het amendement van collega Flach, en de fondsen — zie ook de amendementen van collega Stultiens — terwijl dat in eerdere jaren niet in deze mate gebeurde? Waarom, is mijn vraag.
Los daarvan zitten er nog wel wat onaangename verrassingen in de begroting. Alhoewel, verrassingen? Ik denk dan bijvoorbeeld aan de ingeboekte korting op de afdrachten aan de Europese Unie van 1,6 miljard euro, waarvan, gelet op alles wat er op dit moment gaande is, iedereen wel aanvoelt dat de korting er in die mate in ieder geval niet gaat komen. Of denk aan de begroting van het ministerie van Asiel en Migratie, die over een poosje nagenoeg leeg is, terwijl de instroom nog steeds hoog blijft, de uitstroom uit azc's klein blijft en er dus gewoon structurele capaciteit nodig is bij het COA, met een bijbehorend kostenplaatje. Maar denk dus ook aan de subsidies voor de verduurzaming van onze energievoorziening; ik had het er al over. Nu de kans niet gering is dat we deze minister nog een rondje gaan terugzien als hoeder van de rijksfinanciën, vraag ik hem of hij zich niet ontzettend zorgen maakt over de lijken die hij onherroepelijk aan gaat treffen in zijn eigen begrotingskast, en die eigenlijk wel vrij openbaar zijn opgebaard, zou je kunnen zeggen. Welk advies heeft hij in dat licht voor de formerende partijen? Kan de minister al dan niet schriftelijk uiteenzetten met welke tegenvallers de formerende partijen de komende maand te maken krijgen? Welke tegenvallers zijn terug te voeren op onrealistische afspraken in het hoofdlijnenakkoord, waar de minister als onderhandelaar nauw bij betrokken was?
Ten slotte nog één tegenvaller. Omdat het Europese klimaatbeleid wordt uitgesteld, is er nog een tegenvaller van 4 miljard in 2027. Hoe kan dat nou zomaar? Bovendien was de manier van communiceren wel een beetje ondermaats, hè? Het was een beetje weggeschreven in een alinea. Nu hebben we alsnog een brief gehad, maar soit, uiteindelijk gaat het hier om een andere kwestie. In de vorige coalitieonderhandelingen zijn de ETS2-inkomsten heel snel ingeboekt als algemene inkomsten. Was dat nou wel prudent en was dat wel netjes? Want de kosten van het leven en het produceren voor mensen worden door ETS2 wel hoger. Hadden we dat zomaar als algemene inkomsten moeten inboeken? Graag hoor ik hier een reflectie op van de minister.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag. Meneer Grinwis, als u terug naar het spreekgestoelte wilt gaan, dan geef ik mevrouw Inge van Dijk het woord. Gaat uw gang.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik weet dat de heer Grinwis het altijd heel fijn vindt om nog iets langer te mogen praten, dus bij dezen. De heer Grinwis ziet allerlei ambities van D66, en het CDA en maakt zich zorgen over armoede, maar aan de andere kant hecht hij ook waarde aan spaarzaamheid. Ik ben wel benieuwd hoe je dat volgens de ChristenUnie zou moeten oplossen. Hoe ziet de ChristenUnie dat?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank voor deze vraag en dank voor de extra spreektijd, collega Van Dijk.
De voorzitter:
Met mate, meneer Grinwis, zou ik zeggen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, met mate, met mate, voorzitter. Ik weet dat u de orde strak bewaakt en handhaaft.
Het moet uit de lengte of de breedte komen. Zo simpel is het. We kunnen heel makkelijk zeggen dat de overheid met minder ambtenaren beter moet functioneren, maar we weten allemaal dat daar de grote bedragen niet vandaan zullen komen. Je zult dus heel zorgvuldig naar je stelsels en regelingen moeten kijken, vooral naar stelsels en regelingen die aan vergrijzing zijn gerelateerd, en dan kom je toch bij de moeilijke post van de zorgbegroting. Heel veel zorgkosten worden nu collectief gedragen. Moeten mensen daar uiteindelijk niet zelf meer voor verantwoordelijk worden? Een bekende discussie, die eigenlijk al beslecht is, gaat natuurlijk over de verlaging van het eigen risico, die teruggedraaid moet worden. Dat is eigenlijk wel common sense. Maar dan verder. Natuurlijk moet je ook naar het stelsel kijken. Specialisten in loondienst nemen, levert niet morgen geld op, maar wel op langere termijn. En daarmee beheers je de operatieprikkel toch iets meer. Dat zijn allemaal geen makkelijk discussies en dit is met een minderheidskabinet ook niet makkelijk door beide Kamers te krijgen, maar de ChristenUnie zal bereid zijn om heel serieus naar dit soort grote posten als de zorgbegroting te kijken. Natuurlijk moet je ook kijken naar de sociale zekerheid, maar wij zullen er altijd voor waken dat het niet ten koste gaat van de kwetsbaarste mensen, van wie wij nu al vaak qua regelingen het meeste vragen. Wij zullen ervoor waken dat het stelsel niet nog onzekerder wordt. Er zal juist meer inkomenszekerheid moeten komen.
Wij hebben dus onze piketpaaltjes bij alle bezuinigingen die misschien nodig zijn, maar tegelijkertijd lopen wij niet weg voor het feit dat het uit de lengte of de breedte moet komen. Er zijn meer investeringen nodig. De wereld is in geopolitieke zin onrustiger en dan moet je meer investeren in veiligheid. Dat kun je niet alleen maar organiseren via lastenverzwaringen of door op de pof te leven.
De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Van Dijk.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik wil de heer Grinwis vooral danken voor zijn constructieve antwoord en opstelling.
De voorzitter:
Kijk! Daar houden we van. We gaan nu luisteren naar de laatste spreker van de Kamer en zeker niet de minste spreker: de heer Dijk van de fractie van de SP. Gaat uw gang.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. In 2025 lukte het het kabinet niet om geld dat bedoeld was voor het toeslagenschandaal en de aardbevingsellende uit te geven, niet omdat er geen problemen meer zijn, niet omdat het leed opgelost is, maar omdat herstel, erkenning en rechtvaardigheid opnieuw zijn vastgelopen in systemen. Dat is een signaal van een overheid die haar eigen problemen niet kan verwerken. Tegenover deze onderbesteding staan duizenden ouders uit het toeslagenschandaal en Groningers die al jarenlang wachten op herstel, niet omdat het geld er niet is, maar omdat de overheid vastzit in procedures, loketten, regels, bureaucratie en een flinke dosis wantrouwen tegenover mensen. Twee parlementaire enquêtes, twee keer een vergelijkbare harde conclusie. Dit was geen incident. Dit was systeemfalen. Bij het toeslagenschandaal was het dat omdat de bureaucratie en het wantrouwen mensen vermorzelden. Regels werden belangrijker dan recht, processen werden belangrijker dan proportionaliteit en uitvoeringsorganisaties raakten zo gefixeerd op fraude dat ze de mensen uit het oog verloren. In Groningen gebeurde hetzelfde. De schade moest worden aangetoond, ingepast en geobjectiveerd, bewoners werden dossiers, herstel werd een eindeloze administratieve molen waarin niemand nog het overzicht had en niemand verantwoordelijkheid nam.
Voorzitter. Wat deze dossiers verbindt, is een overheid die niet in staat is om te handelen buiten haar eigen bureaucratische logica, want de signalen zijn er en de waarschuwingen zijn er ook, maar het systeem kan die niet verwerken. Een overheid die zichzelf heeft ingericht op basis van beheersing, controle, wantrouwen en risicominimalisatie verliest het vermogen om keuzes te maken wanneer dat menselijk noodzakelijk is. Beide enquêtes zijn daar vernietigend over. De Staat was niet afwezig, maar juist te aanwezig, te aanwezig met regels, formulieren, procedures en, zoals ik al zei, een hele bak wantrouwen jegens mensen. Tegelijkertijd was diezelfde overheid, diezelfde Staat, afwezig in menselijkheid, verantwoordelijkheid en daadkracht.
Het is zeer pijnlijk dat er in 2025 juist daar geld overblijft, omdat het herstel niet klaar is, omdat de bureaucratische overheid het simpelweg niet kan absorberen, niet kan verwerken, niet kan uitvoeren. Een overheid die zo functioneert, lost geen problemen op, maar organiseert ze. We zien een vergelijkbaar patroon bij het WIA-schandaal. De onderbestedingen zijn dan een teken van groot falen, hét bewijs dat de overheid vastloopt in haar eigen bureaucratie en haar wantrouwen jegens mensen. Ik wil heel graag een reactie van de minister: hoe kijkt hij hiertegen aan en hoe beoordeelt hij dat er juist op die posten geld overgebleven is?
In onze voorstellen, de voorstellen van de SP, behouden we het geld dat bedoeld is voor de Groningers en voor het toeslagenschandaal, zodat we de gaswinning in Warffum kunnen stoppen en de jongeren met DUO-schulden door het toeslagenschandaal kunnen gaan helpen. Over het stoppen met de gaswinning in Warffum heb ik ook een vraag aan de minister. Vandaag, net, kwam het bericht van de NAM dat er in de Drentse gasvelden wordt gestopt met de gaswinning omdat die velden niet meer rendabel zijn. Datzelfde kan gelden voor Warffum. Waarom niet ook daar stoppen? Waarom daar zo halsstarrig?
Om een begin te maken met het oplossen van de wooncrisis wil de SP geld dat bedoeld was voor de Woningbouwimpuls gebruiken voor de bouw van zorgbuurthuizen en woningen voor dakloze gezinnen met kinderen, omdat ouderen een fijne en kleinschalige plek verdienen om van hun oude dag te kunnen genieten en omdat geen kind op straat hoort te slapen. Terwijl de betaalbaarheidscrisis erger wordt, kiest dit kabinet ervoor om de energietoeslag af te schaffen en de huren nog verder te verhogen. In 2024 vond de grootste huurverhoging in 30 jaar tijd plaats en dit jaar werden de huren wederom fors verhoogd. Dit kabinet zorgt er op deze manier voor dat meer mensen de armoede en onzekerheid in worden gedrukt. Om de armoede te verlichten en op te lossen doen we twee voorstellen. Het eerste voorstel is om de energietoeslag te behouden voor de mensen die 'm nodig hebben. Het tweede is om gemeenten meer ruimte te geven om te voorzien in de directe noden van mensen die nú in armoede leven. Denk aan laptops en fietsen voor kinderen die naar school moeten en deze dingen nu niet hebben. Denk aan het lidmaatschap van een sportvereniging of een muziekschool.
Voorzitter, ik rond af. Op een dag als vandaag lijkt het bespreken van de Najaarsnota op een technische exercitie, maar wij kunnen hier vandaag het verschil maken voor gewone mensen, die zich er iedere dag voor inzetten om hun leven en onze samenleving beter te maken, maar die niet de mogelijkheden en de middelen hebben om dit in vrijheid en met bestaanszekerheid te doen. Dan is er één conclusie die ik uit de Najaarsnota trek als het gaat om geld, om waar het wordt uitgegeven en waar het overblijft: er wordt wel geluisterd naar de roep om forse militarisering, naar miljonairs, naar multinationals, naar Trump, naar Rutte, naar Wennink en naar Draghi, maar niet naar vakbonden, naar zorgverleners en naar gewone mensen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde van de eerst termijn van de Kamer gekomen.
De beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
De minister heeft aangegeven 45 minuten nodig te hebben, om en nabij, maar ik ga even uit van 45 minuten, voor de voorbereiding van de beantwoording van de vragen. Over 45 minuten starten wij met de stemmingen. Daarna vervolgen wij dit debat. Ik schors dus voor 45 minuten en daarna gaan we stemmen.
De vergadering wordt van 12.18 uur tot 13.05 uur geschorst.
Voorzitter: Van Campen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-27-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.