6 Algemene Financiële Beschouwingen

Aan de orde is de voortzetting van de Algemene Financiële Beschouwingen,

en de behandeling van:

  • - de brief van de minister van Financiën d.d. 20 september 2022 inzake de Nota over de toestand van 's Rijks Financiën ( 36200 );

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2023 ( 36200-IX ).

De voorzitter:

Aan de orde is het vervolg van de Algemene Financiële Beschouwingen, maar voordat we daar echt mee beginnen, de heer Tony van Dijck, PVV.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Het nieuws springt op internet dat minister Kaag de fout in is gegaan met de witwasregels. Ik zou eigenlijk een brief willen, vóór haar beantwoording in eerste termijn morgen, waarin ze tekst en uitleg geeft. Het schijnt namelijk dat ze haar zakelijke en financiële belangen in een stichting heeft ondergebracht en verzuimd heeft zichzelf als belanghebbende daarin op te nemen.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Het zou goed zijn — het hoeft nú niet, maar voordat we morgen beginnen — om een klein briefje te krijgen over hoe dat precies zit, want als ík dat doe, dan betaal ik €22.000 boete.

De voorzitter:

Meneer Van Dijck, het is helder. Wij gaan nu niet die discussie aan. U heeft gevraagd om informatie. Dat verzoek ga ik doorgeleiden naar het kabinet.

De minister wil meteen daarop reageren.

Minister Kaag:

Dit is weer totale, goedkope onzin. Er is in de brief van de minister-president al bij het aantreden gezegd welke bewindspersonen wat op afstand hebben gezet. Omdat het op afstand staat, wordt het via een door de landsadvocaat aangewezen notaris door het kabinet verder afgehandeld. Bij andere gevallen — ik ben daar één van — is dat door de notaris weggezet in een stichting met drie bestuurders, en die zijn door de notaris aangemerkt als belanghebbenden. Kennelijk mag dat volgens de letter van de wet, maar in de geest niet. Dus wordt het nu door de drie bestuurders gerectificeerd, maar ik heb er niets mee te maken, juist omdat het op afstand is gezet. Punt.

De voorzitter:

Dank u wel. Laten we deze discussie niet hier verder voeren. Wel aan de orde zijn de Algemene Financiële Beschouwingen. Ik geef als eerste het woord aan de heer Van Weyenberg van D66.

De (algemene) beraadslaging wordt hervat.

De heer Van Weyenberg (D66):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. We leven in bijzondere tijden. Als financieel woordvoerder dacht ik na corona, waarin we 85 miljard steun hebben gegeven om banen te redden, om ondernemers te helpen, dat we daarna financieel in wat rustiger vaarwater zouden komen. Maar dat was buiten de oorlog van Poetin gerekend, en ook buiten de inflatie en de energieprijzen die ons nu zwaar raken. Ongekende tijden vragen om ongekende maatregelen en daar is het kabinet in augustus mee gekomen, maar ook met de aanvulling rondom het prijsplafond voor energie, waar ik zo nog een aantal vragen over wil stellen.

Natuurlijk moet je er dan ook over nadenken of we dat wel kunnen betalen. Ik denk dat de les uit hoe we in de periode rond 2012 hebben gereageerd op de recessie, is dat je bij zo'n schok niet in een soort bezuinigingsdrift moet vervallen. Het goede nieuws is dat Nederland dat ook niet hoeft, want we hadden onze zaken goed op orde en daardoor is er ruimte om de begroting te laten meebewegen en om weer een ongekend pakket te doen. Ik kan mij nog herinneren dat ik, toen corona begon, er persoonlijk rekening mee hield dat onze staatsschuld naar iets van 80% zou stijgen en dat ik bereid was die prijs te betalen, omdat we vonden dat je in zo'n gigantische verstoring mensen hun banen en hun inkomen moest verzekeren.

Voorzitter. Nu doen we in een heel ander type crisis wel hetzelfde. Mijn fractie steunt dat en die staatsschuld van 50% biedt daar ook echt alle ruimte toe. Sterker nog, het is een bijzondere situatie: ja, het tekort is hoog, maar in tijden van grote private zorgen over de huishoudboekjes daalt de staatsschuldquote van het kabinet. Dat is ook weer niet zo raar, want we weten allemaal dat inflatie een sluipmoordenaar is, zoals de heer Heinen zei. We weten dat mensen met schulden altijd de enige groep zijn die daarvan profiteert en de overheid heeft nu eenmaal een forse staatsschuld, dus daarmee daalt ook de staatsschuldquote.

Voorzitter. Dat roept wel ook vragen op. Terecht vroegen collega's naar de dekking. Laat ik die vraag dan maar bij voorbaat beantwoorden. We weten nog niet wat dit pakket kost. Dat hangt echt van de prijzen af. Het risico van huishoudens wordt voor een heel deel nu overgenomen door de schatkist. Dat vind ik verstandig. En ja, voor ons als financieel woordvoerders is dat ook een beetje een onbekend gebied, want we weten niet hoe de rekening wordt. Wat ik goed vind, is dat er een aantal dekkingsopties worden benoemd die vanzelf gaan. Het eerste deel is de energiebelasting: de 5 miljard uit het augustuspakket. Het tweede deel zijn de nog uit Brussel komende maatregelen rondom overwinsten. We weten niet wat die opleveren en wanneer. Het derde is dat de minister in de brief gisteren laat zien dat mochten de gasprijzen hoog zijn, we een deel daarvan terugverdienen omdat de gasopbrengsten stijgen; niet omdat we meer gaan pompen, voor de goede orde, maar omdat wat we doen meer oplevert. Dan resteert nog een gat. We weten niet of dat er uiteindelijk is. Bij de Voorjaarsnota zal dan moeten worden bekeken hoe we daarmee omgaan. Ik zie de heer Nijboer.

De voorzitter:

Dat klopt helemaal. De heer Nijboer, PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):

Bij begrotingen voor komende jaren is het eigenlijk zoals met alles in het leven: je weet niks. Je weet de inflatie niet, je weet de werkloosheid niet en je weet niet hoeveel uitkeringen je moet verstrekken; dat weet je nooit. Je maakt zo goed mogelijk, op grond van alle informatie die er is, een raming. Daar baseer je dan je beleid op en dat stel je bij bij de Voorjaarsnota. Dat is de begrotingspolitiek. We hebben natuurlijk corona gehad. Daarvan heeft de regering gezegd: "Dat is een hele grote crisis. We zetten het buiten haken. We weten niet wat het kost, maar we maken wel een raming. Dat doen we in de staatsschuld." Dat zou je nu ook kunnen doen. Mijn bezwaar is het volgende. We weten nu wat waarschijnlijk is: er wordt 23 miljard genoemd. Het is heel onzeker, maar dat wordt genoemd. Er is een enorm gat en we stellen het bij bij de Voorjaarsnota. Maar je moet nú zeggen wat je met dat gat doet. Het mag van mij in de staatsschuld. Het mag van mij ook worden gedekt met hogere vermogensbelasting, hogere winstbelasting of hogere belastingen voor vervuilers. Dat vind ik allemaal dingen om over te praten. Maar het doorschuiven van die hete aardappel naar het bijstellingsmoment vind ik niet zuiver. Deelt de heer Van Weyenberg dat niet met mij?

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik begrijp uiteindelijk wel waarom we dit nu doen. Er wordt niet gezegd: we zetten het nu al buiten de kaders. Als we de kosten hadden gebaseerd op de raming van de Macro Economische Verkenning, nog niet zo lang geleden, zou er een heel andere rekening uit gevolgd zijn dan de stand van de prijzen van vandaag, laat staan de stand van medio augustus. Dat loopt uit elkaar van 40 miljard tot 5 miljard. Met zulke gigantische bandbreedtes snap ik dat we daar nu niet een dekkingspakket voor maken. Dat is rondom het hele pakket uit augustus wel gebeurd, maar voor specifiek het energieplafond begrijp ik dit. Laat ik dan maar voor mezelf spreken: in de staatsschuld zou kunnen. Dat hangt er volgens mij ook weer van af hoe de economie er dan voor staat. Ik denk dat je dingen die je echt voor de lange termijn doet, in ieder geval nooit wilt gaan stoppen, of het nou uitgaven voor stikstof of voor klimaat of andere uitgaven zijn. De kern van mijn bijdrage — de resterende tien minuten — wordt juist: in deze crisis niet de lange termijn uit het oog verliezen. Dit zullen we dan wel moeten bezien. Ik zou het ook wel raar vinden om nu voor 20 miljard lastenmaatregelen te nemen en dan straks te zien dat het 5 miljard kost. We hebben ook bij corona gezien hoe de impact op de staatsschuld ontzettend meeviel, omdat het pakket dat we deden ook mensen en banen overeind hield en daarmee ook de economie overeind hield. Ik wacht dus rustig af wat er in de Voorjaarsnota gebeurt. Ik heb daar wel één vraag over. Die stel ik meteen in het verlengde van de vraag van de heer Nijboer. Ik vind dat wij als Kamer moeten weten hoe het nou staat met de uitvoering van dat prijsplafond en wat dat kost. We gaan maandelijks bevoorschotten naar de energiebedrijven en we gaan ook afrekeningen doen. Ik zou het kabinet dus eigenlijk willen vragen om ons elke maand een update te sturen over wat er voor een komende maand wordt bevoorschot en welke eindafrekening er voor de vorige maand heeft plaatsgevonden, zodat wij een gevoel kunnen houden van de kosten. Ik laat even aan hen wat een goed moment is.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Van Weyenberg (D66):

We doen een pakket en hebben uiteindelijk natuurlijk geen onbegrensde mogelijkheden. De heer Heinen zei dat de kern van zijn kijken de schuldontwikkeling wordt. Daar sluit ik mij bij aan. Die schuldontwikkeling geeft op dit moment nog geen reden tot zorg. Sterker nog, een schuld van 50% heb ik niet gehaald in de doorrekening van mijn verkiezingsprogramma, zeg ik maar eerlijk; daarin was de schuld toch een stukje hoger.

Voorzitter. Over het prijsplafond heb ik nog wel een aantal specifieke vragen. De vraag over het informeren over de besteding en de bevoorschotting heb ik al gesteld. Ik heb nog een vraag over de overwinsten. Ik lees in de Kamerbrief expliciet — en dat zou ik graag in dit debat bevestigd willen hebben — dat elke euro subsidie die wij via die bedrijven aan mensen geven, moet landen in een lagere energierekening. Dus elke euro; zo lees ik de brief ook. De heer Alkaya had daar vragen over. Graag die bevestiging. We hebben ook nog de clawback op overwinsten. Hoe gaat die eruitzien? Ik begrijp dat dat nog wordt uitgewerkt, maar dat is heel belangrijk voor het maatschappelijk draagvlak.

Dan de tweede vraag. Ik ben heel blij dat er een oplossing is gevonden voor mensen met een warmtenet, bijvoorbeeld mensen met stadsverwarming. Maar die oplossing is er nog niet voor mensen met blokverwarming. Ik lees dat daar wel naar wordt gezocht, maar dat dat heel ingewikkeld is. Ik doe hier wel een dringende oproep om daar een oplossing voor te vinden. Die mensen kunnen we financieel niet letterlijk in de kou laten staan. Als daar specifieke uitvoeringsproblemen zitten, hoor ik dat graag, maar ik denk dat een oplossing hier nodig is.

Voorzitter. Ten derde. Er zijn moties aangenomen over de mkb-regeling — daar wordt hard aan gewerkt — maar ook over maatschappelijke instellingen, zoals scholen en sportverenigingen. In de brief die we gister kregen over de uitvoering van de twee weken geleden bij de Politieke Beschouwingen aangenomen moties, lees ik dat daar door het departement nu hard aan wordt gewerkt. Ik zou er echt op willen aandringen om ook daarmee vaart te maken. Als dat kan worden betaald uit meevallers van dit jaar, is dat prima. Ik las ook daar een doorverwijzing naar de Voorjaarsnota, maar ik denk dat ook daar maatschappelijke problemen zijn die we niet moeten vergeten.

Voorzitter. Terecht zei de directeur van het Nibud, Arjan Vliegenthart, dat ook nu de rekening door de overheid wordt verlaagd — gemiddeld krijgen mensen ongeveer €2.500 steun — er nog steeds een rekening resteert van iets van €240. Dat kan voor mensen natuurlijk heel veel zijn. Daarom is het goed om niet te vergeten dat het pakket uit augustus er ook nog ligt. Dat is inmiddels 12 miljard geworden, want de energiebelasting gaat niet door. Daarvoor in de plaats is er het prijsplafond. Dat is echt een groot project. Achter de schermen hebben wij daar natuurlijk over meegedacht. In het kader van verantwoording vind ik het daarom heel goed om hier aan te geven wat daarbij voor D66 belangrijk was.

Het eerste was dat we gerichter wilden ondersteunen dan we deden. Ik ben blij dat er nu een prijsplafond is, maar daarnaast wil ik echt gerichtere steun voor kwetsbare huishoudens, voor de lage inkomens en de lagere middeninkomens. Als ik naar de koopkrachttabel kijk van het augustuspakket, dan zie ik dat de premier toch wel gelijk had: Nederland is een diep socialistisch land. Want dat koopkrachtpakket is inderdaad een pakket waarmee heel veel extra steun wordt gegeven aan de laagste inkomens — dat zijn dus ook middeninkomens — die klem komen te zitten. Dat vind ik verstandig.

Het tweede waar in ieder geval mijn fractie ontzettend op gestuurd heeft, is armoede. Eindelijk wordt dit ook door het Centraal Planbureau meegenomen in zijn ramingen. Dat vind ik echt heel waardevolle informatie. Er leek een gigantische stijging van de armoede in het verschiet te liggen, armoede bij huishoudens, bij kinderen. En dat kan natuurlijk niet. Ik vond het heel belangrijk dat we dat konden keren. Daar heeft mij fractie bij de invulling van het augustuspakket ook op gelet. Wat mij betreft, heeft dat ook wel resultaat gehad, want je ziet dat het pakket ertoe leidt dat, anders dan in de situatie waarin we niks hadden gedaan, 450.000 mensen minder in de armoede terechtkomen. Er zijn nog steeds veel te veel mensen die wel in de armoede zitten, maar ik vind dit toch wel een slok op een borrel. Ik heb daar nog wel een vraag over. De coalitie heeft het kabinet de doelstelling meegegeven om de armoede onder kinderen in deze kabinetsperiode te halveren. De armoede onder kinderen daalt nu in plaats van dat die stijgt, maar we zijn nog niet bij die halvering. Wanneer krijgen we nou een concrete uitwerking van de minister voor Armoedebeleid waaruit blijkt hoe wij dat doel gaan halen, vraag ik het kabinet.

Voorzitter. Het derde was dat wij na de discussie over de vermogensongelijkheid stappen moesten gaan zetten. Mevrouw Marijnissen sprak daar al over bij het debat over de regeringsverklaring. Want ja, wij gaan allemaal iets van de energiecrisis merken, maar dan moet je wel, vind ik, van de sterkste schouders een bijdrage vragen. Dat doen we via de mijnbouwheffing, het belasten van overwinsten van de producenten van energie, maar ook door eindelijk eens wat te doen aan de vermogensongelijkheid. Daar zit nu een pakket van bijna 3 miljard euro in, en dat vind ik echt een trendbreuk. Ik vind het een trendbreuk dat we eindelijk wat doen aan bijvoorbeeld de ongelijke verdeling tussen mensen met een bv, voor wie allerlei belastinguitstel en lagere belastingen gelden, en mensen in loondienst, die veel meer belasting betalen. Daarmee is zelfs in dit pakket, volgens mij voor de vierde keer op rij, dus vier keer in één jaar — ik hou van spelletjes: vier op een rij — eindelijk weer wat gedaan aan de winstbelasting door constructies aan te pakken. Dat vond ik belangrijk, dat vond mijn fractie belangrijk.

Voorzitter. Het vierde was verduurzaming, want de lange klimaatcrisis is niet weg. Sterker nog, deze energiecrisis laat zien dat we dit veel eerder en veel sterker hadden moeten aanpakken. Daarom ben ik blij met het extra geld voor bijvoorbeeld het isolatiefonds.

Voorzitter. Dan het vermogen. Iedereen die zegt "hé, het verkiezingsprogramma ging nog verder" heeft gelijk, maar ik vind het belangrijk dat het ons in deze coalitie nu toch is gelukt om hierin een grote stap te zetten. Ik zal het op de dag van vandaag niet over amuses of andere dingen hebben. Ik vind het een beetje warm voorgerecht. We doen heel veel, maar tegelijkertijd smaakt het nog steeds naar meer. Ik ben nog niet verzadigd. Maar voor nu vind ik het echt goed dat we een eerste en grote stap hebben gezet met de uitvoering van het rapport van Laura van Geest over de vermogensongelijkheid. Dat zeg ik ook tegen de collega's in de coalitie.

Voorzitter. Dan zou ik het nog wel willen hebben over een paar andere lange lijnen. De eerste is: de tekorten op de arbeidsmarkt. Die zijn gigantisch. Tijdens de Politieke Beschouwingen heeft mijn fractievoorzitter, Jan Paternotte, daarover samen met Sophie Hermans van de VVD een motie ingediend met het verzoek ook op zoek te gaan naar een voltijdbonus: hoe kunnen we er nu voor zorgen dat meer werken meer loont? Ik zou het kabinet willen vragen om daarbij ook naar de fiscaliteit te kijken. Zo'n voltijdbonus of meerwerkbonus kan op allerlei manieren, maar ik hoop dat de staatssecretaris van Financiën ook actief meedenkt. Ik zou hem in het bijzonder willen vragen om naast de voltijdbonus te kijken naar de arbeidskorting per uur. Dit is techniek, maar dat past wel een beetje bij de Financiële Beschouwingen. Als je de arbeidskorting die we nu hebben, per uur zou uitkeren, dan wordt een extra uur werken altijd meer lonend. En dat is met de huidige vormgeving nog niet zo. Dat kon allemaal niet, want we houden de uren niet bij, maar er komt nu een minimumloon per uur. Ik kijk naar de Partij van de Arbeid, die met een paar collega's hiertoe een initiatiefwetsvoorstel heeft opgesteld. De coalitie heeft dat omarmd in het coalitieakkoord. Zou het kabinet hier heel serieus naar willen kijken?

De tweede zijn de toeslagen. Het kabinet heeft in het pakket meer geld voor de toeslagen opgenomen. Daar horen deels ook nadelen bij, bijvoorbeeld dat die weer afgebouwd moeten worden en er momenten zijn dat de marginale druk stijgt. Tegelijkertijd staat in het regeerakkoord dat we af willen van die toeslagen. We willen naar een beter systeem van inkomensondersteuning waarin mensen minder vastlopen en waarin werken meer loont.

2030 is een beetje de stip op de horizon waar het hele coalitieakkoord op is gebouwd. Bijna het hele regeerakkoord staat in het Belastingplan van beide staatssecretarissen. Dat verdient een compliment, want we maken echt meters. Ik hoop dat dat ruimte geeft in de hoofden om het komende jaar volop te gaan nadenken over hoe we dat nieuwe systeem zonder toeslagen kunnen doen. We gaan met dit kabinet eindelijk de kinderopvang voor 96% vergoeden. Dat scheelt ontzettend in het lonender maken van werk. Maar om rond die stip op de horizon in 2030 van de toeslagen af kunnen zijn, zou ik het kabinet willen vragen om een uitwerkingsplan te maken. Er zijn nog allerlei moeilijke discussies te voeren met elkaar. Het is ook hartstikke ingewikkeld. Anders hadden we het wel eerder met elkaar opgelost. Het gaat erom dat we in staat zijn om tot 2030 de stappen te zeggen. Dat is dus mijn concrete verzoek.

Het derde is het klimaatfonds. Als we iets moeten doen, is het versnellen op het gebied van duurzaamheid. We halen de doelen nog niet. Ja, de Urgenda-doelen worden in deze jaren gehaald. Dat is belangrijk, maar we zijn nog niet bij de 55%, laat staan 60% CO2. De oorlog in Oekraïne en de afhankelijkheid van Russisch gas kunnen we echt niet zo snel mogelijk afbouwen. De minister heeft in afwachting van het klimaatfonds al wel projecten goedgekeurd die daaruit worden gefinancierd. Ik zou tegen de minister willen zeggen dat de inbox van D66 in ieder geval altijd openstaat voor meer versnellingsvoorstellen. Dus als die er zijn, wacht dan niet op het klimaatfonds en dien ze alvast in. We kunnen hier niet mee wachten.

Heel concreet: er is heel veel geld voor de maatwerkafspraken met de industrie. Ik weet dat een aantal partijen bij de Algemene Politieke Beschouwingen zeiden dat ze kernenergie wilden versnellen, maar ik zou ook hiermee wel willen versnellen. Wanneer komen die maatwerkafspraken nou? Kan ook daar bij de minister van Economische Zaken de turbo op? Dat vraag ik aan het kabinet.

Voorzitter. Dan heb ik nog twee punten uit de APB die zijn blijven liggen. Het eerste is dat er via amendementen van Volt en D66 100 miljoen extra beschikbaar komt voor de rijke schooldag. Ik zou aan het kabinet willen vragen: wordt dit nou echt met spoed uitgewerkt? De heer Dassen vroeg daar gisteren ook naar. Dat lijkt me belangrijk.

In datzelfde dossier: er staat nog geld op de aanvullende post bij Financiën. Ik ben een beetje bang dat dat een kip-eidiscussie gaat opleveren omdat de sector bang is om afspraken te maken. Kan de minister garanderen dat we elke euro uit het coalitieakkoord ook op tijd kunnen gaan uitgeven?

Het tweede is dat we nog steeds 2,5 miljoen per jaar zoeken voor de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Ik kijk naar de heer Azarkan, die daar bij de Politieke Beschouwingen over begon. Ik zeg maar heel eerlijk: het frustreert mij mateloos dat het ons op een begroting van deze omvang niet lukt om 2,5 miljoen te vinden. Ik zeg heel eerlijk dat ik die ook nog niet heb gevonden, op een manier waarvan ik weet dat dan niet allerlei andere mensen heel ongelukkig zijn. Dus ik zou eigenlijk de hulp willen inroepen van het kabinet. De motie van de heer Azarkan, die ook is aangenomen, is ingediend zonder bedragen. Maar vier keer 2,5 miljoen voor deze kabinetsperiode, zodat die coördinator ook beleidsgeld heeft, moeten we toch met elkaar kunnen vinden? Ik weet ook dat de minister op dit punt buitengewoon bewogen is. Ik vraag eigenlijk gewoon haar hulp.

Voorzitter. Mijn laatste punt betreft de gemeenten. Er is 1 miljard extra beschikbaar voor 2026. Ik heb zelf als informateur mogen formeren in Utrecht en heb gezien dat 2026 echt als een molensteen om de nek van de gemeentefinanciën hangt. Zij moeten namelijk meerjarig begroten. Dat is anders dan wat wij hier in Den Haag landelijk doen. Maar laten wij echt meters maken. Die nieuwe financiering voor 2026, waarin wat mij betreft geld voor taken geregeld moet zijn, net als het lokale belastinggebied, hebben we nog steeds niet op orde. Ik vraag een garantie van het kabinet dat we dit in 2027 gewoon hebben opgelost met de gemeenten, zodat we niet het volgende jaar weer een lapmiddel nodig hebben. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Weyenberg. Er is een interruptie van mevrouw Maatoug, GroenLinks, en ook van de heer Tony van Dijck, PVV.

De heer Tony van Dijck (PVV):

De heer Van Weyenberg begon zelf over het Nibud. Die kwam gisteren of vandaag met cijfers. Het Nibud zegt: een gezin met twee kinderen, in een rijtjeshuis, gaat volgend jaar in plaats van €339 per maand €310 betalen. Dus dat gezin gaat om precies te zijn €29 minder betalen voor de energierekening. Is dat wat de heer Van Weyenberg bedoelt met: we maken significante stappen en we gaan er flink op vooruit? Want die mensen worden niet gecompenseerd voor hun boodschappen, niet voor hun treinkaartjes, niet voor de verzekering. Die worden allemaal duurder met de dikke inflatie. Maar dat hardwerkende gezin met twee kinderen krijgt van D66 precies €29 per maand.

De heer Van Weyenberg (D66):

De heer Van Dijck staat hier met cijfers die ik nog niet gezien heb. Maar als ik naar dat energieplafond kijk, is de realiteit dat dat op jaarbasis €2.500 scheelt. Dat is ruim €200 per maand. Dat komt er. Afhankelijk van het inkomen komen er ook nog zorg- en huurtoeslag die zijn verhoogd. Ik gok dat de heer Van Dijck hier een voorbeeld heeft dat niet profiteert van de energietoelage van €1.300 en niet van het hogere minimumloon of de hogere uitkeringen. Maar we doen dus heel veel. In die zin doen we nu wat mij betreft ook wel een beetje het beste van twee werelden. Het koopkrachtpakket uit augustus is heel erg gericht op de meest kwetsbare huishoudens, ook om die armoede naar beneden te krijgen. Dat is heel belangrijk. Dat was voor mij echt cruciaal. Daarnaast is er een energieplafond dat ook voor mensen met een wat hoger inkomen die wel worden geconfronteerd met een hoge stijging, honderden euro's per maand scheelt.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dat is namelijk mijn probleem: D66, of deze coalitie, doet dus helemaal niets voor de middenklasse. Waarom is dat zo? De middenklasse valt buiten het pakket, want ze verdient modaal. Ga er maar van uit dat dit gezin modaal verdient. We hebben het dan over een gezin met twee kinderen. Zij zitten zwaar boven het plafond, want kinderen douchen elke dag. Ik weet niet hoe het bij u zit, maar bij mij gebeurt dat wel. Daarmee geef ik aan dat dat gezin er nauwelijks op vooruitgaat. Het zijn twee tientjes per maand. Dat hele koopkrachtpakket, met die toeslagen en noem maar op, ziet het aan haar neus voorbijgaan. Het enige waar het nog van profiteerde in het koopkrachtpakket, was die lagere energiebelasting, maar die vervalt nu, want die zit in die twee tientjes. Met andere woorden: ik wil van de heer Van Weyenberg of van het CPB — we kunnen dat samen vragen — een doorrekening om precies te weten wat zo'n modaal gezin nu verdient in een huis met energielabel C. Heel veel mensen wonen in zo'n huis. Dat zijn niet die duurzame woningen met zonnepanelen en noem maar op voor wiens bewoners u opkomt. Dat is gewoon dat simpele gezin met twee kinderen.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Zo'n gezin gaat er twee tientjes op vooruit. U maakt er 25 miljard voor vrij om dat gezin er met twee tientjes op vooruit te laten gaan.

De heer Van Weyenberg (D66):

Dit waren veel verwijten in één keer. Laat ik er toch een paar pakken. Volgens mij hangen de zorg- en huurtoeslag van de woonsituatie af. Volgens mij kun je daar ook met een modaal inkomen aanspraak op maken. Dat is zeker bij de zorgtoeslag zo. Ik lees nog weleens een misverstand. Ook als je boven het plafond komt, is het niet zo dat je in een keer niks krijgt, hè? Het hele verbruik onder dat plafond is in dit geval toch €2.500. Die ontvangt dat gezin van de heer Van Dijck wel.

Ik ben het volgende wel met hem eens. Ik zag in de doorrekeningen twee dingen nog niet, die ik ook graag zou willen hebben. Hoe ziet de koopkrachttabel die ik net noemde, uit de MEV, er nu inclusief dit prijsplafond uit? Die moet nog een stuk beter worden. Dat gaat dus om de klassieke, die met 7,5% verhoogd wordt in 2023 voor de mensen met minder dan 115% van het minimumloon. Ik zou ook graag een actualisatie willen van de armoedecijfers. Die zaten ook niet in de brief van minister Jetten van gisteren. Ik wil namelijk weten of het ons met dit plafond lukt — ik verwacht dat wel — om de armoede misschien nog een beetje extra te voorkomen. Wij doen dit juist voor iedereen. Het pakket dat er nu ligt, is voor heel veel mensen echt een hele forse slok op de borrel qua energierekening. Meer dan de helft van de huishoudens heeft een verbruik dat helemaal onder het sociale tarief komt te vallen. Daarnaast hebben we nog dat koopkrachtpakket van inmiddels 12 miljard. Volgens mij krijgt iemand in de bijstand hierdoor in totaal iets van €5.000 extra ondersteuning. Dat is ook hartstikke hard nodig.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik heb het niet over mensen in de bijstand. Die worden door D66 inderdaad rijkelijk bediend. Daar gaat het me niet om. Het gaat mij om het gezin met twee kinderen dat modaal verdient en woont in een huis met energielabel C. Die krijgen met dit pakket helemaal niets.

De heer Van Weyenberg (D66):

Dat is gewoon niet waar.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Het is een goede intentie dat u zegt "iedereen gaat erop vooruit", maar de heer Vliegenthart zelf rekent door dat het om twee tientjes per maand gaat wat betreft de energierekening. Verder kunnen we ook allemaal zien dat ze wat betreft het koopkrachtverlies ook alle planken misslaan. De enige plank die raak was, was die ten aanzien van de energiebelasting, maar die zit nu in die twee tientjes of vervalt. Met andere woorden, dit is een heel vertekend beeld. U maakt mensen blij met een dode mus. Zo'n gezin kan volgend jaar twee tientjes per maand verwachten van D66. En daar moeten we dan blij van worden?

De heer Van Weyenberg (D66):

De heer Tony van Dijck blij maken, heb ik allang opgegeven maar ik hoop dat het wel lukt om iets te doen voor de mensen die in de problemen zitten. Het is feitelijk ook onjuist dat je niets hebt aan het energieplafond in het voorbeeld van de heer Van Dijck. De voorbeelden staan in de brief van de minister voor Klimaat. Dat is ongeveer €2.500 aan een lagere energierekening. Ik zeg er ook bij: de overheid kan veel maar niet alles. Dus we gaan niet alles kunnen wegnemen. Maar laten we eerlijk zijn, ook de lonen moeten echt omhoog. Daar hebben we het nog helemaal niet over gehad in het debat maar het kan natuurlijk niet alleen van de overheid komen. Ook de lonen moeten echt fors omhoog. Die oproep doe ik hier overigens al maanden, zo niet jaren.

De heer Van Raan (PvdD):

Ik heb tussen de regels door geluisterd en ik begrijp dat de heer Van Weyenberg het klimaatbeleid als zodanig in stand wil houden, ook al gaan er nu grote bedragen naar een, in zijn ogen wellicht, onvoorziene post. Dat is goed nieuws. Ik zou hem het volgende willen vragen. We hadden het eerder ook over die coördinator racismebestrijding en die 10 miljoen euro. Ik heb een voorstel voor de heer Van Weyenberg waarvan ik hoop dat hij daarin kan meegaan, waarbij ik hem ook help om die klimaatdoelstellingen te halen, namelijk: we gaan de vrijstelling op kolenbelasting afschaffen. Als ik de heer Van Weyenberg daarin kan vinden, kunnen we dat geld besteden aan wat de heer Azarkan heeft voorgesteld. Op die manier hebben we twee bonen in een pot.

De heer Van Weyenberg (D66):

Begrotingstechnisch zit hier volgens mij nog wel een dingetje rond uitgaven en lasten, zeg ik dan toch tegen de heer Van Raan. Maar ik geef heel eerlijk toe, zeg ik tegen collega's, dat daarin op dit moment enige flexibiliteit wordt betracht. U bent allemaal nog scherp na de lunch. Het is goed om dat te constateren. Maar de heer Van Raan heeft mij heel goed begrepen. Ook een aantal maatregelen die met een jaar worden uitgesteld in het Belastingplan, bijvoorbeeld rond de energie voor grootverbruikers, worden nu wel in dit Belastingplan opgenomen, omdat ze een jaar later wel gewoon gaan gebeuren. Ik ben er heel beducht voor dat we in de terechte focus op de crisissen van vandaag vergeten dat we ook een aantal grote crisissen voor morgen het hoofd moeten bieden. Dat is ook de kern van mijn betoog vandaag. Ik ga nog altijd serieus kijken naar het voorstel van de heer Van Raan. Maar ik weet wel dat er bij de minister voor Klimaat, bij mij bekend om zijn groene hart, wel zorgen zijn over wat daarvan de impact zou zijn.

De voorzitter:

Laatste vraag voor de heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):

Laat ik dan toch proberen de laatste vraag te laten tellen. De vrijstelling van de kolenbelasting is in 2016 ingegaan. Dat was toen de kolencentrales versneld werden uitgefaseerd. En die staan nu aan. Dat betekent dat die vrijstelling haar doel nu voorbijschiet. Dus waarom gebruiken we die vrijstelling? Waarom maken we daar geen einde aan? Dat kan gewoon. Dat kunnen we afspreken. Waarom gebruiken we dat geld niet om een ander doel te verwezenlijken, om bijvoorbeeld de coördinator discriminatie voor vier jaar te betalen? Dan hebben we het geld gevonden en dan doen we wat aan die fossiele subsidie. Want het ís een fossiele subsidie.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik zei ook al dat ik de vraag van de heer Van Raan heel goed begrijp. Maar ik zie tegelijkertijd dat de minister voor Klimaat altijd heeft gewaarschuwd voor de effecten daarvan, bijvoorbeeld dat de energie op dit moment dan nog veel duurder kan worden. Ik kijk dus met belangstelling naar elk concreet voorstel van de heer Van Raan. Zo kent hij mij ook.

De voorzitter:

Dit dus!

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik zie u streng kijken, voorzitter.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Dan ga ik ook nog even proberen of we wat kunnen vinden. Ik ben heel blij met deze inbreng van de collega van D66 en ook met de lange termijn. Terwijl wij hier gemakkelijk zitten en alles goed gaat, gaat het niet goed met mensen in het land. Als we dan vandaag even terugkijken naar de overstromingen in Limburg, dan worden we overal ter wereld maar ook in Nederland geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering. Volgens mij hebben de meeste mensen Don't Look Up gezien. Dat gevoel kan mij echt overmeesteren. Dat hebben heel veel mensen. Zijn we aan het doen wat we moeten doen? Ik twijfel niet aan de intentie, maar we hebben al langer die intentie. Als wij kijken naar de resultaten, dan zien we dat we achterblijven bij de doelen die gesteld worden. Ik ben hier niet om te recenseren en te zeggen: u haalt het rapportcijfer niet. Want het gaat over iets veel groters. Ik heb de volgende vraag. We lezen in de Miljoenennota dat er meer maatregelen te nemen zijn. Dus er is wat geld uit het fonds gehaald om meer te normeren, om strenger te zijn bij de transitie. Dat gaat ook effect hebben op de markt. Ik heb daarover een vraag aan D66. Als we daarbij wat geld zouden overhouden, zouden we dat aan de heer Jetten kunnen geven om bijvoorbeeld meer mensen te scholen op weg naar een klimaatbaan. Of we helpen daarmee de heer Van Raan en de heer Azarkan. Volgens mij is mijn vraag duidelijk.

De heer Van Weyenberg (D66):

Dit soort documentaires grijpen je naar de strot. Wij worden straks beoordeeld door onze kinderen en kleinkinderen. Zij zullen beoordelen of wij hier wel genoeg hebben gedaan aan het tegengaan van klimaatverandering. Ik ben dat dus helemaal met mevrouw Maatoug eens. De insteek van mijn fractie is tweeledig. Er gebeurt veel. Dat hoor ik mevrouw Maatoug ook helemaal niet ontkennen. Ik noem bijvoorbeeld de bouw van wind op zee. Daar wordt in het klimaatfonds heel veel geld voor vrijgemaakt. Mijn zoektocht is steeds: wat kan sneller? Ik vroeg bijvoorbeeld naar die maatwerkafspraken met de industrie. Die kunnen, nu we ook iets willen doen aan de afhankelijkheid van buitenlands gas, aan überhaupt de afhankelijkheid van gas, extra belangrijk zijn. Dus dat is mijn eerste opdracht aan het kabinet. Kan dat daar niet sneller? En dat klimaatfonds ligt klaar. Dus als de plannen eerder klaar zijn, kun je het eerder inzetten.

Mevrouw Maatoug zegt voorts: we halen de 55% en 60% nog niet; wat kan daar nou sneller? Ik weet dat het kabinet zich heeft voorgenomen om dat gelijk op te laten lopen met de begrotingsbesluitvorming volgend jaar. Er is ook een rapport van mevrouw Van Geest. Zij heeft eerder bewezen dat zij ons van buitengewoon mooie rapporten kan voorzien over vermogen, met ook concrete handvatten, juist ook bijvoorbeeld over meer normeren. Dus ik ben het helemaal met haar eens dat het niet altijd alleen maar een kwestie is van extra geld. Het is ook een kwestie van strenger durven zijn. De regeerakkoordopdracht is bikkelhard: 55% en 60% als doel, zodat we die 55% ook altijd halen.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Als we dit debat vandaag voor het eerst hadden gevoerd, had ik gezegd: fijn antwoord. Maar in 2017 hadden we die ambities ook. We zijn sinds het regeerakkoord inmiddels al een paar maanden verder. We zien dat het achterblijft. Het gaat er niet om dat GroenLinks dan meer wil. Het gaat precies om de urgentie die ik de heer Van Weyenberg ook hoor uitspreken. Ik kom bij mijn vraag. Er wordt gekeken naar wat het kabinet doet. Op dit moment is het signaal dat wij geven: u kunt doorgaan met investeren in de fossiele industrie, want het loopt wel los en het gaat allemaal niet zo snel. Dat is volgens mij precies het signaal dat je niet wilt geven. Iedereen kijkt naar ons, met deze gigantische maatschappelijke opgave en met de urgentie die we voelen. Dan is dit niet voldoende. En dan hoop ik dat D66 niet alleen maar de doelstellingen nog een keer herhaalt, maar deze minister — dus de minister voor Klimaat, maar óók de minister van Financiën — aan het werk zet. We hebben geen tijd te verliezen.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik weet niet of we nu uitstralen: ga maar door met fossiel. De hoge prijzen hebben wel tot gevolg dat ik denk dat verduurzaming rendabeler is dan ooit. Dat is een goede bijzaak van de hele nare gebeurtenis waar we nu in zitten. Maar dat maakt wel dat ik van bedrijven hoor dat ze nadenken over verduurzaming en dat sneller dan ooit willen. We hebben bijvoorbeeld ook extra geld voor isolatie vrijgemaakt. We halen op dit moment de Urgendadoelen. Mevrouw Maatoug heeft gewoon gelijk: we zijn nog niet op die 55% of die 60%. Daar is meer voor nodig. Dat hebben we ook keihard afgesproken in het coalitieakkoord, dus daar ga ik het kabinet met kracht aan houden. De minister voor Klimaat en Energie ken ik wat beter en ik twijfel geen seconde aan zijn groene hart en ook niet aan zijn groene daadkracht. Kijk naar bijvoorbeeld wind op zee. Dat gaat met een tempo! Vijf jaar geleden stonden hier nog partijen te vertellen dat dat allemaal op subsidie draaide. Die projecten gaan ontzettend snel en ik denk dat de hoge prijzen ze nog een extra impuls geven. Nogmaals, mevrouw Maatoug heeft aan mij een bondgenoot. Het moet nog meer, want we zijn nog niet bij de doelen voor 2030. Het kabinet erkent dat ook ruiterlijk. Dat betekent dat er heel veel werk aan de winkel is.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Weyenberg. Dan geef ik het woord aan de heer Nijboer van de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Wat een verademing om gewoon een goed, inhoudelijk financieel-economisch debat te voeren vandaag, op af en toe een valse noot na, maar dat past bij het parlement. Maar allereerst de complimenten aan collega's voor hun doorwrochte betogen. Ze zijn misschien van een heel andere politiek gezindte, maar dat maakt niet uit, want daar is het debat voor bedoeld.

Voorzitter. Ik heb de afgelopen jaren steeds een economisch denker erbij gehaald waar ik geïnspireerd door ben geweest en die ik vond passen bij de tijd van het debat. Ik heb een keer Jan Tinbergen aangehaald. Dat is als PvdA'er vanzelfsprekend. Hij riep iedereen op: kijk nou toch uit raam, zie wat er in de samenleving gebeurt. Vorig jaar heb ik mijn betoog gestoeld op werk van de econoom Jan Pen, die over ongelijkheid een hele belangrijke wetenschappelijke bijdrage heeft geleverd. Ook dit jaar had ik wel voor hem kunnen kiezen met het rapport van Van Geest over vermogensongelijkheid. Vermogensongelijkheid is een ontzettend belangrijk thema in de samenleving: de armoede en de ongelijkheid dreigen toe te nemen en daar moet wat aan gedaan worden.

Maar ik heb een andere denker gekozen voor dit jaar. Dat is Nassim Nicholas Taleb. Hij is auteur van De zwarte zwaan. Hij beschrijft de menselijke biases — dat is het in het Engels, en ik denk dat de beste vertaling in het Nederlands "vertekeningen" is. Het gaat erover dat je denkt dat je de wereld begrijpt, maar dat je er eigenlijk een vertekend beeld van hebt gekregen. Hij is wiskundige, natuurkundige, schrijver en beleggingshandelaar geweest, en waarschijnlijk ook nog veel meer. Hij vindt zichzelf ook nog veel meer, want bescheiden is hij niet als je zo zijn boek leest. Maar hij is wel erg inspirerend.

Voorzitter. De zwarte zwaan staat ervoor dat mensen overal zwanen zagen. Die zwanen waren wit, want zwanen waren overal wit, en die kwamen ze overal zo tegen. Dat was een waarheid als een koe. En toen kwamen ze in Tasmanië en toen bleek er toch een zwarte zwaan te zijn. Toen bleek de hele wereld heel anders te zijn dan men dacht. Of het was zoals voor de kalkoen. Amerikanen houden kalkoenen. Die kalkoen kreeg elke dag te eten. Hij werd steeds "eelsker", zoals ze in Groningen zeggen, of steeds aanhankelijker, want, ja, daar kwam de baas weer met eten aan. Dat ging steeds beter en het werd gezellig. En toen kwam Thanksgiving: weg kalkoen. Het boek gaat over dat vertekende beeld en over dat je denkt dat een gewoonte altijd zo zal blijven of dat je een gemiddelde ziet en dat je denkt dat dat wel ongeveer zal zijn hoe de samenleving in elkaar steekt. De oproep is, en mijn oproep aan het kabinet is: wees robuust en denk erover na dat de samenleving weleens anders in elkaar zou kunnen zitten dan die nu lijkt. En 2022 is eigenlijk het jaar van de zwarte zwaan. Een oorlog in Europa. Een verwachting dat we steeds meer handel zouden drijven, dat de kosten van handel minder zouden worden, dat er steeds meer internationale verbindingen zouden komen, dat de prijzen voor energie zouden dalen, maar niets is minder waar gebleken. De centrale banken die met niets anders bezig waren dan met het zorgen dat er inflatie kwam. Risico's op deflatie. Ik ben zelf met de commissie Financiën mee geweest naar Japan om te kijken wat jarenlange deflatie en vergrijzing allemaal wel niet doet. Misschien is er wel risico op stagflatie, daar is jarenlang over gediscussieerd. Maar moet je eens kijken naar die enorme inflatiegolf waar we nu mee te maken hebben.

En rente. Geld was goedkoop. Er waren wel mensen die daarvoor waarschuwden, niet iedereen zei dat het goedkoop zou blijven, maar de Wopke-Wiebesfondsen vlogen ons om de oren. We hebben het vaker gezien in het verleden bij financiële crises. Natuurlijk waren er een aantal mensen die daarvoor waarschuwden, maar niemand zag het echt aankomen. De coronacrisis was een immense crisis. Ik kijk in het bijzonder naar de Partij voor de Dieren die altijd op de risico's van zoönosen wees, maar die hebben we met z'n allen niet zien aankomen.

Voorzitter. Waarom hecht ik er zo veel waarde aan om daar aandacht voor te hebben? Omdat in tijden van crisis altijd de meest kwetsbare mensen de hoogste prijs betalen. Dat gaat mij als sociaaldemocraat aan het hart. Mijn betoog vandaag zal erop gestoeld zijn om ervoor te zorgen dat de fundamenten op orde zijn. Dat we zulk soort zaken die wij niet zien aankomen of niet waarschijnlijk vinden toch met z'n allen kunnen dragen, dat we daar robuust voor zijn als samenleving.

Ik zou daar drie hoofdthema's over willen bespreken, voorzitter. In een tegenbegroting kun je niet die robuustheid bieden, maar het is wel langs die lijnen weergegeven: een sterke, sociale en duurzame economie is de basis voor een robuuste samenleving die tegen zulke enorme schokken kan. Allereerst een brede welvaartsstaat, een grote verzorgingsstaat waarin je, als er een keer wat misgaat, wordt opgevangen. Waarin elk kind de kans heeft om alles uit zichzelf te halen door fantastisch onderwijs waarin onderwijsachterstanden niet worden vergroot maar verkleind. Waarin armoede wordt tegengegaan en iedereen een fatsoenlijk dak boven zijn hoofd heeft. Een verzorgingsstaat, een welvaartsstaat die daarvoor zorgt is voor mij een heel belangrijke basis. En dat is nu niet op orde. We hebben al woningnood, maar als er nu een grote overstroming komt, wat gebeurt er dan? Zijn we daar voldoende op berekend? Of als er iets heel dramatisch gebeurt, zijn onze ziekenhuizen en is onze zorg na de coronacrisis voldoende toegerust op enorme rampen?

Dat zijn vragen waar ik mee zit. En één sluimerende ellende is al heel lang gaande, dat weten we allemaal wel, dat is geen zwarte zwaan. Dat is dat steeds meer mensen die hard werken niet meer rond kunnen komen van hun loon, niet meer een fatsoenlijk leven kunnen opbouwen. Dat is een probleem dat al aan het misgaan is en steeds groter wordt. Dat is dan ook de reden waarom wij het minimumloon van 14 euro zo belangrijk vinden. Als je in een samenleving meedoet en je best doet en je het eind van de maand niet eens meer op een fatsoenlijke manier haalt, dan gaat het helemaal mis.

Voorzitter. Een tweede thema dat heel belangrijk is om robuust te zijn en tegen klappen te kunnen, is een eerlijk belastingstelsel. En dat kan. Je kunt grote vermogens belasten, dat is een politieke keuze. Ik ken Laura van Geest al lang, en heb een rapport gekregen met allemaal opties: je hoeft niet eens de helft te doen en je maakt Nederland al zoveel mooier en beter! Dus dat kan. Je kunt vervuilers veel meer laten betalen. Je kunt hoge inkomens meer belasten. Als je dat allemaal doet, kun je dat geld gebruiken om arbeid en inkomen minder te belasten. Je kunt mensen structureel meer lucht geven in het leven. Dat is een politieke keuze. In mijn interruptie op de VVD zei ik al dat naar mijn mening de marginale druk een van de grootste problemen van deze Miljoenennota is. Dat betekent dat je er bijna niets meer van overhoudt als je een euro meer verdient. De middengroep — dat zijn de mensen die ongeveer €35.000 tot €40.000 verdienen — kunnen een dag in de week meer gaan werken, maar houden bijna niets over. Dat gaat niet goed. Dat is mis. Dat probleem wordt volgend jaar groter in plaats van kleiner. Dat komt door goede bedoelingen. Mensen moeten worden gecompenseerd. Daar ben ik ook voorstander van. Het is echter wel een uitwerking die je eigenlijk niet zou moeten accepteren.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik ben het eens met de zorg van de heer Nijboer over de marginale druk. De bijna gratis kinderopvang gaat hier ook bij helpen, maar die is er nog niet. Daar heeft de heer Nijboer gelijk in. Zolang we toeslagen hebben, worden deze verhoogd. Dat betekent dat er een groep komt die in de techniek van de afbouw van die toeslagen terechtkomt. De heer Nijboer zei: in ons plan is dat niet zo. Ik heb een feitelijke vraag. Als ik zijn plan goed begrijp, dan keert hij die €800 uit aan iedereen die bij de doelgroep hoort. Als je bij het plan van de Partij van de Arbeid en GroenLinks een paar euro meer gaat verdienen en over de grens van de toeslagen heen gaat, raak je volgens mij ook in een keer die €800 kwijt. Dan krijg je ook een heel grote marginale druk. Het is dus geen kritiek op de heer Nijboer, maar volgens mij hebben we dat allemaal zolang we in dit huidige stelsel met toeslagen proberen om op dit moment enige inkomensondersteuning gericht aan kwetsbare mensen te geven.

De heer Nijboer (PvdA):

Het is natuurlijk altijd zo dat als je ergens een grens stelt bij een inkomen — die grens hebben wij vrij hoog gesteld — je ergens een groep hebt die er wel recht op heeft en een groep die dat niet heeft. Dat geldt natuurlijk ook voor wat het kabinet doet voor de lage inkomens. Die €1.300 is een enorme hap geld bij 120%. Ik was echter bevreesd dat die afbouw steeds verder oploopt. Meneer Van Weyenberg heeft gelijk: welke methode je ook kiest via het belastingstelsel of via toeslagen, je hebt altijd met dit probleem te maken. Daar loop ik ook niet voor weg. Daarom is mijn fundamentele punt ook: belast vermogens, belast rijken, belast vervuilers en zorg dat het minder naar arbeid gaat. Dan heb je dat probleem minder of niet.

De heer Van Weyenberg (D66):

En maak een ander toeslagenstelsel of vervang het toeslagenstelsel door een vorm van inkomensondersteuning zonder die toeslagen die nogal eens niet worden gebruikt en zo. Ik begrijp heel goed de opmaat van de heer Nijboer. Ik ben niet op zoek naar een compliment, maar ik constateer wel dat deze coalitie voor het eerst, na druk van onder meer mevrouw Marijnissen en de PvdA, eindelijk stappen gaat zetten. Tot nu toe is dit in de afgelopen tien jaar niet gelukt; ook niet in coalities die wij allebei hebben meegemaakt. Dat we er nog niet zijn, geef ik de heer Nijboer graag.

De voorzitter:

De heer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):

Dat was het volgens mij.

De voorzitter:

De heer Heinen nog even?

De heer Heinen (VVD):

Ik wilde zeggen: geef die jongen een compliment. Ik ben het zeer eens met wat de heer Nijboer zegt over die marginale druk. Het is problematisch dat het minder loont als je meer gaat verdienen. Er is natuurlijk ook een heel inkomenstraject dat geen toeslagen heeft. Dat zit voornamelijk bij die middeninkomens. Je ziet daar dat de marginale druk voornamelijk komt door het afbouwen van heffingskortingen, waaronder de arbeidskorting. Als de heer Nijboer deze analyse maakt, is hij het er dan mee eens dat je ook eigenlijk de afbouw van die heffingskortingen niet zou moeten doen? Dat helpt die middeninkomens namelijk echt.

De heer Nijboer (PvdA):

Als ik vandaag of morgen een plan met de VVD kan maken om de vermogens of de winsten meer te belasten en dit te besteden aan dat arbeid lonender wordt, en we verdelen dat een beetje netjes — het gaat niet alleen maar naar de mensen boven de 1,5 ton — dan ben ik daar direct voor te porren. Dat is precies de kern van mijn voorstel.

De heer Heinen (VVD):

Hoe je het geld vindt, is natuurlijk weer een andere discussie. Ik snap dat de heer Nijboer zegt: ik zoek dat graag in vermogen. Daar kunnen we nog een boom over opzetten. Als we dit doen, dan is de consequentie in mijn voorbeeld dat twee of drie keer modaal een hogere arbeidskorting kan krijgen. Dat betekent dus dat wat hogere middeninkomens daarop vooruitgaan. Zegt de heer Nijboer "ik ben best bereid om daarnaar te kijken" of zegt de heer Nijboer "ik vind echt dat je moet nivelleren en dan mogen die groepen er niet op vooruitgaan"?

De heer Nijboer (PvdA):

Het grootste probleem zit natuurlijk bij de mensen met een inkomen rond de €35.000 tot €40.000. Daar is het grootste probleem. Daar richt ik mij ook op. U kunt mij niet verwijten — dat doet de VVD ook niet — dat ik voornamelijk voor de laagste inkomens in de Kamer zit. Maar als je de grote belastingherziening doet die ik voorsta, waarbij vermogens, winsten en vervuilers meer betalen en arbeid en inkomen minder, dan is met mij best te spreken over de afbouw van arbeidskorting.

De heer Heinen (VVD):

Terecht, want de middeninkomens zitten precies in die groep. Alleen, als je heffingskortingen langzaam gaat afbouwen, dan betekent dat automatisch dat je vaak mensen raakt die bijvoorbeeld op drie keer modaal zitten. Dat is gewoon de consequentie van het beleid. Wat mij opvalt, is dat in de Kamer dan vaak wordt geroepen: ja, maar dan gaan die groepen erop vooruit, dus dat moet je niet doen. Dan ga je dus altijd scherper afbouwen en dan verhoog je de marginale druk. Misschien kunnen wij uit dat debat komen en zeggen: als dat de consequenties zijn, dan accepteren we dat. In dat geval gaan we ergens komen.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik ben geen jaloerse sociaaldemocraat, dus ik gun iedereen een inkomensvooruitgang. Maar als de laagste inkomens en de middeninkomens er stukken meer op vooruitgaan dan de hoogste, dan is daar met mij over te spreken.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik hoop dat we daar komen, want dat zou in dit debat heel wat opleveren.

Voorzitter. Ik kom op mijn derde hoofdpunt. Daar is ook al veel over gezegd. Als je niet klimaatbestendig bent als land, dan kun je het wel vergeten. Als de zeeën of de rivieren overstromen, dan wordt het één grote ellende. Als je de stikstofcrisis niet oplost, maar die op zijn beloop laat — ik hoop dat er vandaag weer een zet is gegeven om die wél op te lossen — dan stokt de woningbouw helemaal. En als je niet zorgt dat je niet helemaal afhankelijk bent van allerhande dubieuze landen in de wereld, dan zijn er grote zorgen in het land. Ik vond wat dat betreft de opmerking over de strategische autonomie wel goed. Ik had het zelf niet zo genoemd in mijn gedachten, maar daar komt het eigenlijk wel op neer. Je moet ervoor zorgen dat je de basisvoorzieningen in het land in ieder geval op orde hebt en meerdere wegen hebt om te voorzien in je energie, je vervoer of je geldstelsel. Daar moet je over hebben nagedacht. Mijn vraag aan het kabinet is: is dat voldoende gebeurd?

Voorzitter. Ik kom op de Miljoenennota. Ik heb daar een drietal punten bij. Allereerst het energieplafond. Ik vind het goed, laat ik dat gewoon ronduit zeggen, dat het kabinet heeft geluisterd naar de Kamer, in het bijzonder natuurlijk naar de PvdA en GroenLinks, want daar komen de beste ideeën vandaan - het zal u niet verbazen dat dit mijn mening is. Maar er is echt een aangepast energieplafond en dat kunnen wij in grote lijnen steunen. Het is ook beter dan wat er bij de Algemene Politieke Beschouwingen lag.

Maar om niet politiek te gaan jubelen: mensen krijgen volgend jaar waarschijnlijk nog wel een enorm hoge energierekening. Dus er gaat niemand blij zijn. We leggen een plafond. Dat is verstandig. Het scheelt ook serieus geld — gemiddeld €2.500 is serieus geld — maar volgend jaar gaat er niemand blij worden van de energierekening. Die illusie moeten we hier in de Kamer niet hebben.

Voorzitter. Ik heb nog een tweetal zorgen. Allereerst de huurders in een tochtige huurwoning. Het kabinet heeft daar nog geen oplossing voor. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen is de motie-Kuiken/Klaver ingediend. Als je in een tochtige huurwoning woont, dan gaan de huren omlaag, of de woning is niet meer tochtig, en dan is de energierekening laag. De huurders kunnen daar niets aan doen. Hoe staat het daarmee en hoe zorgt het kabinet ervoor dat dit echt gaat gebeuren? Die mensen kunnen er echt helemaal niets aan doen.

Het andere punt betreft de winsten van de energiebedrijven. Daar is al meer naar gevraagd. Ik sluit me aan bij de vragen van de heer Alkaya op dit punt. Het kan niet zo zijn dat de energiebedrijven daar uiteindelijk van profiteren.

Een ander punt is de blokverwarming. Een blijvend punt. Ik geloof dat de heer Van Weyenberg daar zojuist ook naar vroeg. Daar moet wel wat voor geregeld worden. Ik snap best dat dat niet zo gemakkelijk is, maar het is wel een probleem.

Een beetje nevenstaand — want dit gaat vooral over consumenten — maar niet minder belangrijk, zijn de sportclubs, de culturele instellingen, de bibliotheken, de zorginstellingen en de scholen. Wat gaat daarvoor gebeuren? Consumenten hebben nu duidelijkheid, die hebben een prijsplafond, maar wat gaat er voor hen gebeuren? Dat moet echt, want die hangen echt in de touwen. Ik roep het kabinet op dit punt op tot actie.

Het tweede punt uit de Miljoenennota is eigenlijk hetzelfde als vorig jaar. Daar kan ik dus kortheidshalve naar verwijzen. Er zit een behoorlijk verschil tussen de CPB-raming en de kabinetsraming. Het CPB zegt: u heeft 2,5% tekort volgend jaar. En het kabinet zegt: 3%. Dat is maar 0,5%, maar dat is ongeveer 5 miljard. Dat komt voornamelijk, zo zegt het CPB, doordat het kabinet de eigen ambities niet waarmaakt. U zegt wel dat u investeert in onderwijs, maar die mensen zijn er helemaal niet. U zegt wel dat u investeert in defensie, maar vind maar eens het materieel. U krijgt het geld gewoon niet uitgegeven. Hoe kijkt het kabinet daar nou naar? Of is dit al een soort verkapte ingeboekte meevaller die straks bij de financiering van het energieplafond kan worden gegooid? Ik vind dat niet zo'n goed begrotingsbeleid. Als het CPB zegt dat het niet kan, en je hebt geen overtuigend weerwoord dat het wél kan, dan moet je het eigenlijk niet op die manier inboeken. Ik vraag het kabinet om een reactie.

Voorzitter. Het derde begrotingspunt — het zal het kabinet inmiddels niet meer verbazen, want ik heb het er in interrupties ook over gehad — is het begrotingsbeleid, of eigenlijk de afwezigheid daarvan. Wij kregen op de dag van de Algemene Beschouwingen een fors aangepaste Miljoenennota, met het prijsplafond. Er werden miljarden verschoven en er werden miljarden aan belastingmaatregelen als dekking ingezet. De dag voor de Financiële Beschouwingen kregen we een nog grotere miljardenaanpassing. Dat betekent dat de Miljoenennota totaal is verbouwd. Ik vind dat goed, want de Kamer heeft daarop aangedrongen — ik zie de minister ook knikken — maar ik vind het niet deugdelijk en ook niet ordentelijk dat de begroting niet is gedekt.

Ik kan me heel goed voorstellen dat je niet weet wat zo'n energieplafond kost. Het kan zijn dat dat 10 miljard, 20 miljard of 40 miljard kost. Maar je moet in de begroting duidelijk zijn over wat er gebeurt als het meer kost. Je kunt prima zeggen dat tussen de 5 en 6 miljard gedekt is, plus een paar dingen die nog worden uitgewerkt, en dat de rest gedekt wordt uit de staatsschuld. Dat is helder. Daar kan ik mee akkoord gaan. Dat vind ik prima. Of je dekt het — daar is met mij ook over te spreken — uit hogere belastingen op winsten, vermogens of vervuilers. Maar je kan niet zeggen: we dekken het niet en we kijken wel bij de Voorjaarnota. Dat is niet acceptabel. De Voorjaarsnota is een bijstelling van de begroting. Een voorjaarsnota is niet: we schuiven het door. Dit is het belangrijkste moment voor de begroting van volgend jaar.

Voorzitter. Het tweede punt is dat de raming ook niet actueel is. Ik vind dat je een begroting moet behandelen, zeker als je die een dag van tevoren nog aanpast, op basis van de meest actuele cijfers. Er wordt nu gewerkt met 11 miljard. Dat zijn de zogenaamde energieprijzen van de raming, maar de energieprijzen worden nu op 23 miljard geraamd. Daar moet je nog 2 miljard voor dit jaar van aftrekken, dus zeg maar ruim 20 miljard. Er zit dus 10 miljard tussen. Het gat in de begroting lijkt bij de Voorjaarsnota nu 6 miljard, maar het is eigenlijk 15 miljard. We moeten wel een beetje serieus blijven met z'n allen. Ik vraag de minister van Financiën om dat goed en beter en ook met een nota van wijziging aan te passen. Er is met mij echt over te spreken om het te dekken vanuit de staatsschuld, want het is een externe crisis en dat hebben we bij corona ook gedaan. Maar er is met mij niet te spreken over bezuinigen. Daarom maak ik er zo'n punt van. Want als je zegt dat de begroting moet sluiten en je houdt dat vol, dan houd je mogelijke bezuinigingen volgend jaar op zorg, onderwijs, wonen en wat dan ook de hele tijd boven de markt. Ik ben daar niet toe bereid en ik vind dat het kabinet daar helderheid over moet geven.

Voorzitter. Ik kom bij mijn slotwoorden. Als wij bouwen aan een sociale, sterke, groene, brede welvaartsstaat, en als wij zorgen dat de fundamenten op orde zijn en dat we robuust zijn, dan zullen wij ervoor zorgen dat wij allemaal geen kalkoenen worden.

Dank u wel.

Mevrouw Gündoğan (Lid Gündoğan):

Ik heb met veel plezier naar het verhaal van meneer Nijboer geluisterd, maar er is toch één ding waar ik de heer Nijboer op wil bevragen. Ik snap het principe en waar de PvdA voor staat. Ik steun dat grotendeels, dan wel geheel. Maar één ding bevreemdt mij. Toen de AOW in 1957 werd ingevoerd, maakten 740.000 mensen daar aanspraak op. Dat waren bijna allemaal arme mensen. Nu hebben we ruim 3,5 miljoen mensen. Op 18 januari van dit jaar schreven de professoren Raymond Gradus en Pierre Koning in het vakblad ESB vier redenen waarom de AOW en de WML losgekoppeld zouden kunnen worden. Toch heeft de PvdA, ondanks het adagium "de sterkste schouders, de zwaarste lasten" niet meegestemd. Wat is de afweging daarin geweest?

De heer Nijboer (PvdA):

Wij houden de AOW, en overigens ook de uitkeringen, gekoppeld aan het minimumloon, ook in onze tegenbegroting. We laten ook zien dat dat te financieren is. Daar zit een principieel punt achter, namelijk dat de koppeling van lonen aan uitkeringen echt heel belangrijk is om iedereen te laten meestijgen in de welvaart. Als je vindt dat een leefbaar loon het minimumloon is, geldt dat ook voor een leefbaar inkomen voor mensen met alleen AOW. Daar komen er steeds meer van, want er zijn steeds meer zzp'ers die afhankelijk zijn van de AOW. Een tweede punt, dat meer een macro-economisch punt is, is dat ik vind dat het pensioenstelsel iets te veel kapitaalgedekt is. Ik zou een meer evenwichtige verhouding tussen het omslagstelsel — de AOW waar we met z'n allen voor betalen — en een kapitaalgedekt stelsel willen hebben. Ik vind dat ook macro-economisch verstandig. En dat betekent dus een hogere AOW.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Gündoğan. Uw laatste vraag.

Mevrouw Gündoğan (Lid Gündoğan):

Ja, tot slot. Ik kan me vinden in de opmerking dat het pensioenstelsel te veel kapitaaldekking heeft. Een van de dingen die wordt gezegd, is dat de AOW op minimumniveau aanzienlijk hoger is dan het sociaal minimum. Het is prima mogelijk om de reguliere koppeling tussen de AOW en het wml in stand te houden. Al de punten die in het vakblad ESB worden genoemd … Verschillende economen hebben zich hierover bevreemd uitgelaten. Een hogere ouderenkorting zou namelijk de ouderen die echt aan de onderkant staan, veel beter helpen. Het zou een specifieke in plaats van een generieke maatregel zijn geweest, die de schatkist nu 2,5 miljard per jaar kost. Ik zie met dat geld heel veel ruimte om andere dingen te doen voor mensen die echt aan de onderkant van de samenleving zitten. Ik vind het een bevreemdende afweging om de rijke ouderen gewoon te laten meeveren met de koppeling die de PvdA beoogt.

De heer Nijboer (PvdA):

Overigens is het met het kabinetsvoorstel een sigaar uit eigen doos. 1,8 miljard van die 2,5 miljard wordt door ouderen zelf opgebracht. Die 2 miljard kun je dus niet anders besteden, want dan zou je op de ouderen bezuinigen. Ik heb een andere opvatting. Ik vind dat de ouderen de afgelopen tien, vijftien jaar al heel veel hebben ingeleverd en dat er best een inhaalslag mogelijk is. Daar kun je anders over denken. Ik heb ook een visie op de verzorgingsstaat. We hebben maar een aantal brede publieke voorzieningen waar iedereen aanspraak op heeft. De kinderbijslag is er daar een van. Die zou je ook inkomensafhankelijk kunnen maken. Daar ben ik geen voorstander van. De AOW is er een van. Natuurlijk, als je als gepensioneerde een hoger inkomen hebt, betaal je ook een hoger inkomstenbelastingtarief. Ik ben er geen voorstander van, maar het is een andere politieke keuze. Ik zeg helemaal niet dat je niet anders kunt kiezen, maar de koppeling kun je maar één keer loslaten. Als je 'm loslaat, heb je 'm losgelaten. En dan ben je 'm voor altijd kwijt.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Nijboer. Dan geef ik het woord aan mevrouw Inge van Dijk van het CDA.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dank je wel, voorzitter. Kent Nederland nu al een oorlogseconomie? Dit vroeg columnist Peter de Waard zich af in maart van dit jaar. Hij zag verschillende aanwijzingen. Het budgettaire beleid van de overheid verkeerde in wanorde, de strijd tegen de opwarming van de aarde werd tot nader order uitgesteld, en alles was ineens vloeibaar. In een oorlogseconomie zijn er geen taboes meer. Ik vermoed dat hij achteraf meer gelijk heeft gekregen dan hem lief is. De oorlog in Oekraïne is voor onze inwoners inmiddels voelbaar in hun dagelijks leven. Forse prijsstijgingen van energie en dagelijkse boodschappen zijn aanleiding voor de grootste koopkrachtreparatie in decennia. De Waard eindigt zijn column onder andere met: "Het kenmerk van een oorlogseconomie is dat er niets valt te voorspellen. Meer dan ooit moeten de prognoses van het CPB over inflatie en groei met een korreltje zout worden genomen." En zo is het nu.

In deze onzekerheid is het als varen in de mist. En wie vaart in de mist heeft een kompas nodig om koers te houden, een kompas dat veel verdergaat dan begrotingsregels, een kompas op basis van een aantal principes die wat mijn fractie betreft richtinggevend zouden moeten zijn.

Het eerste principe gaat over bestaanszekerheid, bestaanszekerheid voor de laagste en de middeninkomens. Het gaat om gewone, vaak hardwerkende mensen die soms zelfs met een redelijk salaris niet kunnen rondkomen. Prudent begroten is belangrijk, maar het mag nooit tot gevolg hebben dat mensen in de kou komen te staan of honger moeten lijden. Het tweede principe is dat overheidsfinanciën altijd gemeenschapsgeld is. Als controleur van de minister van gemeenschapsgeld moeten wij ons afvragen: doen we genoeg, doen we het juiste en wordt het geld goed besteed?

Laat ik vooropstellen dat er een heel serieus bedrag wordt uitgetrokken om mensen te compenseren. Zo'n 35 miljard voor koopkracht en een energieplafond zijn geen klein bier. Tijdens de Algemene Beschouwingen is terecht veel over het energieplafond gesproken. Ik lees dat gehoor is gegeven aan de wens tot verlaging van de prijsplafonds, met name voor elektriciteit, en de verhoging van de volumegrens voor elektriciteit. Dat zijn goede stappen. Maar dan hebben we het over huishoudens en het niet-energie-intensieve mkb en dus niet over de bakker om de hoek, de tuinbouwer of het lokale zwembad. Plannen voor het energie-intensieve mkb liggen er nog niet. In november komen er vooruitlopend op de tegemoetkoming energiekosten gelukkig al wel maatregelen, want niks doen voor deze groep tot het tweede kwartaal 2023 vinden wij onverantwoord. Maar ligt er dan ook een voorstel voor verenigingen? Een voetbalvereniging met 1.000 leden betaalt zomaar €40.000 meer aan energie. Alle contributie simpelweg verhogen is echt geen oplossing. Hoe kijkt het kabinet naar oude kerkgebouwen?

Gemeenschapsgeleden die energieleveranciers ontvangen, zijn bedoeld voor inwoners. Daarom moeten ongewenste effecten worden voorkomen. Ik denk aan de acties die energiebedrijven de afgelopen weken hebben genomen of nu nemen om te anticiperen op de komst van het prijsplafond met als doel er zelf beter van te worden. Ik zou dan ook graag snel geïnformeerd worden over de precieze aanpak hiervan.

Dan de overige maatregelen. Het kabinet heeft de keuze gemaakt om volgend jaar veel te doen voor het verhogen van toeslagen. De argumenten zijn dat we hiermee zo goed als mogelijk de lagere inkomens bereiken en gezinnen met kinderen extra helpen. Dat lijkt voor een deel inderdaad te werken. We zien echter ook een plus bij het rijkste kwintiel door deels generieke maatregelen. Is het geld daar dan echt nodig? Nog steeds lopen wij vast in een systeem dat zich niet leent voor echt gerichte maatregelen. Nog steeds wint de systeemwereld het van de leefwereld van mensen. En dat komt doordat we steeds achter de feiten aan lopen. We moeten eerder aan de slag als we problemen zien aankomen. We spraken vorig jaar in de derde termijn van de Algemene Financiële Beschouwingen al over energieproblemen, koopkracht en de gerichtheid van maatregelen. Waarschijnlijk praten we hier ook de komende tijd nog vaker over. Graag zou ik een brief van het kabinet willen over de uitvoerings- en systeemproblemen waar ze het afgelopen jaar tegenaan gelopen zijn in verband met de gerichtheid van maatregelen, en wat mogelijke oplossingsrichtingen daarvoor zijn. Of dat nu aanpassen, afschaffen of toevoegen van wetten en regels is, het koppelen van systemen of geld: verbeteren begint met analyseren en geïnformeerd worden. Graag een reactie.

De heer Alkaya (SP):

Mevrouw Van Dijk vraagt terecht aandacht voor de uitwassen in het stelsel dat we nu hebben, namelijk energiebedrijven die een dag na de aankondiging van het prijsplafond de tarieven gaan verhogen. Ik vind het wel enigszins naïef — misschien is dat een veel te groot woord, maar zo komt het op mij over — om daar verbaasd over te zijn. Wij kunnen toch van marktpartijen niet een soort moraal verwachten dat ze dat niet doen, als wij als overheid en als samenleving niet voorkomen dat ze dat doen? Daarom mijn vraag aan het CDA: waarom hebben jullie tegen onze motie gestemd om dividenduitkeringen, bonussen en de inkoop van eigen aandelen te verbieden als je gebruikmaakt van die compensatieregeling?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik vind "naïef" inderdaad wel een heel groot woord, want ik hoorde de SP net ook al spreken, in een overigens heel mooi betoog, over de moraliteit van ondernemers et cetera. Ik geloof toch echt in het goede van mensen. In principe geloof ik niet dat alle ondernemers per definitie erop uit zijn om de overheid of burgers een poot uit te draaien. Daar zit misschien het verschil in denken in. We gaan hier gemeenschapsgeld heenbrengen. Daar moeten we superstrak en -sterk op zijn, maar ik wil niet mee in de frame dat alle ondernemers per definitie boeven zijn, want dat is gewoon niet zo.

De voorzitter:

Laatste vraag, de heer Alkaya.

De heer Alkaya (SP):

Niemand zegt dat alle ondernemers per definitie boeven zijn. We constateren alleen in de praktijk dat de energiebedrijven doen wat ze hebben gedaan, namelijk immoreel handelen, prijzen verhogen, een dag nadat ze een blanco cheque van de overheid hebben gekregen. Als je dat constateert en je gelooft, zoals mevrouw van Dijk zegt te doen, in het juist handelen van bedrijven en je gelooft in het goede in de mens, terwijl je constateert dat ze hier zo'n misbruik van maken ... Is mevrouw Van Dijk het dan met mij eens dat we dat onmogelijk moeten maken, want blijkbaar gaan ze daar niet goed mee om.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Daar ben ik het zeker mee eens. Daarom vind ik het ook echt belangrijk om snel geïnformeerd te worden. Volgens mij is daar een paar dagen geleden ook over gesproken met de energiewoordvoerders. Volgens mij zijn wij het daar allemaal over eens. Daar is geen enkele discussie over. Het verschil dat ik wilde aangeven, is dit: de SP gaf aan "de markt heeft geen moraal". Zover zou ík niet willen gaan. Maar in dit geval moeten we hier wel echt heel strak bovenop zitten.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Voorzitter. We willen werken meer lonend maken, en daar gaat mijn derde principe over. Maar de ingewikkelde knoop die we proberen te ontwarren, trekken we met de maatregelen juist strakker aan. En ja, we verhogen het minimumloon met 10%, we voeren het minimumuurloon in, en werkenden gaan een klein beetje minder belasting betalen. Maar van elk uur dat mensen meer gaan werken, houden ze volgend jaar vrijwel niets over, en dat steekt als een graat in mijn keel. Enerzijds omdat ik me financieel zorgen maak over deze groep, maar juist ook omdat deze groep de hardwerkende middenklasse van Nederland is. We doen al heel vaak een beroep op de solidariteit van die groep. Dit is ook de groep die vaak nog in het weekend staat te fluiten bij de handbalvereniging, maar nu moet overwegen om zijn kind van het handbal af te halen, omdat verenigingen de contributies moeten verhogen om zelf niet ook om te vallen. Daarom hebben de collega's van GroenLinks en de PvdA samen met Hilde Palland en mij vorige week ook een motie ingediend om ons als Kamer te informeren over wat dit kabinet deze periode gaat doen om de extreme marginale druk aan te pakken. Dat is niet makkelijk. We hebben de langetermijnambitie om toeslagen af te schaffen, maar dat wil niet zeggen dat je op korte termijn stil kunt blijven zitten.

De heer Nijboer (PvdA):

Dit is muziek in mijn oren. Ik hoop dus — het kabinet is ook al bezig zoveel miljarden te verslepen — dat we misschien ook dezer dagen nog wat kunnen bereiken. Ik had net met de heer Heinen van de VVD al een interruptiedebat. Is mevrouw Van Dijk bereid om te kijken of we niet toch echt nog wat uit die vermogens of winsten kunnen halen om te zorgen dat de marginaledrukproblemen van de middengroepen, die ons allemaal zo aan het hart gaan en die volgend jaar groter worden, weer kleiner worden? Is ze bereid om daar in het Belastingplan bij deze Financiële Beschouwingen nog wat extra's voor te doen?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik vind dat we daar in dit Belastingplan echt een serieuze stap in zetten. Volgens mij noemde mijn collega van D66 het "een trendbreuk". Ik vind ook dat de gesprekken die we met elkaar voeren in de Kamer, anders zijn dan in het verleden. Hier is over te praten en volgens mij is er beweging in. Ik ben voor nu niet bereid om daar een nog grotere stap in te zetten, omdat ik vind dat we ook de andere kant nog een keer goed met elkaar moeten bediscussiëren. Wat zijn de consequenties aan de andere kant voor de langere termijn? Dat debat mis ik nog een beetje en dat wil ik ook graag gaan voeren.

De voorzitter:

De laatste vraag van de heer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):

Dat is eigenlijk minder dan ik van de VVD kreeg. Dat had ik niet verwacht. Dat is een beetje een interruptie die mijn eigen ruimte beperkt. Dat is niet de bedoeling, dus dat ga ik nu weer proberen op te rekken!

(Hilariteit)

De heer Nijboer (PvdA):

Er ligt namelijk een heel rapport-Van Geest, waar we van alles en nog wat uit kunnen kiezen. We zien dat met de goedbedoelde maatregelen van het kabinet — de zorgtoeslag en zo — de marginale druk volgend jaar verhoogd wordt voor bepaalde groepen, die van €35.000 à €40.000. Dat terwijl afgelopen jaar elke partij in de Kamer zei: "Dat moeten we niet willen; dat moet kleiner worden. Het is al zo'n groot probleem." Dan kunnen we toch met z'n allen proberen om daar wat aan te doen? We hebben de opties, we hebben de wil en we hebben het probleem. Dan kunnen we het toch proberen de komende weken?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Proberen kan altijd. Kom gewoon met hele goede argumenten en breng het dan ook breed in beeld, dus niet alleen maar eenzijdig wat we kunnen ophalen, maar ook wat de consequenties zijn. Dan gaan we erover praten met elkaar. We gaan volgens mij nog best wat uurtjes bij elkaar zitten voor het Belastingplan, dus daar is nog alle ruimte voor met elkaar.

De voorzitter:

De laatste vraag voor de heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik deel geheel met mevrouw Van Dijk dat we op het gebied van vermogen nog wat te doen hebben, zeker naar de toekomst toe. Mag ik één ding tegen haar aan houden? Ik sta voor de afspraken die we nu gemaakt hebben. Maar nog steeds lopen de belastingdruk van iemand die werknemer is in het toptarief en die van bijvoorbeeld mensen met een bv serieus uit de pas. Is mevrouw Van Dijk met mij van mening dat, als stip op de horizon, de marginale druk, dus de belastingdruk, voor iemand met een bv ultiem niet lager zou moeten liggen — dat is hij nog steeds: een procent of 5 à 6 — dan voor iemand die in loondienst is?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Principieel vind ik inderdaad dat wij daar een stap in moeten zetten. Daar zal ik dan ook in mijn vervolg nog een heel klein stukje aan toevoegen.

De voorzitter:

De laatste vraag van mevrouw Maatoug, GroenLinks.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Dan moet ik het in één keer goed doen, zonder bonus, zoals de heer Nijboer had. Ik voel de druk. Ik ken collega Van Dijk en ik kijk ook uit naar de Belastingplandebatten. Maar toch nog over die bedrijfsopvolgingsregeling. Ik ken het CDA en vooral mevrouw Van Dijk als iemand die zegt: geef nou rust en laat mensen nou weten waar ze op kunnen wachten. Dit is zo'n regeling waar we al heel lang over praten. Ik heb het net al gehad over al die rapporten. In het regeerakkoord stond: we gaan wat doen met die reeks van nul euro. Nu lees ik in de Miljoenennota: we gaan iets doen aan fiscale constructies. Dat wordt weer niet ingevuld. Is dat niet precies de soort politiek die we niet wilden hebben? Maak een keuze; de beleidsopties liggen er. Maak politiek de keuze, hoe moeilijk dat ook is. Vecht met D66, vecht met de VVD, ga armpjedrukken en kies wat het wordt. Dan kunnen mensen zich voorbereiden en dan heeft de uitvoering tijd. Laten we niet om politieke redenen weer even wachten en de hete aardappel doorschuiven. Kan het CDA hier zeggen hoe het de invulling van die constructie wil zien, specifiek op het punt van de bedrijfsopvolgingsregeling?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Om te beginnen vind ik dat heel veel hete aardappels nu juist al wel genomen zijn. Dat vind ik ook echt te waarderen. Dat je niet alle hete aardappels in één keer neemt … Laten we daar ook eerlijk over zijn: het is ook gewoon best wel een heftige, grote stap. Wat de BOR betreft: wij zijn niet tegen afschaffing van de BOR; wij zijn tegen het nu plaatsvindende misbruik van de BOR. Ik denk dat dat niet een heel vreemd antwoord van ons is. Wij vinden het belangrijk dat wij deze regeling niet zonder meer de nek omdraaien, omdat die ook heel veel goede dingen doet, maar het misbruik willen wij uitsluiten. Wij willen dat daarin stappen gezet worden. Ik kan me zomaar voorstellen dat we hier volgend jaar rond deze tijd over praten.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog weer.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Wij zouden graag zien …

De voorzitter:

Van heel ver zie ik de heer Omtzigt — laat ik het daarop houden — iets uitstralen.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Ja, als het over de BOR gaat, spits ik mijn oren. Welk misbruik en oneigenlijk gebruik hebben de CDA-fractie en de rest van de coalitie nu eindelijk gevonden? Ik geef maar even het voorbeeldje dat ik hier een aantal maanden geleden heb gegeven. Via een slimme constructie regel je dat je bedrijf eerst van de oude generatie naar de jonge generatie gaat. Daar was de BOR voor bedoeld en daarvoor betaal je weinig belasting. Dan verkoop je het bedrijf weer terug en dan kun je dat een tweede keer doen. Dan hang je alles voor schulden en dan maak je er enorm veel gebruik van. Toen ik zei dat dat me niet de bedoeling van de BOR leek en toen ik daar een motie over indiende, wezen alle regeringspartijen dat ineens af.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

De heer Omtzigt bedoelt het dubbel boffen; volgens mij noemde hij dat zo. Dat vond ik wel mooi gevonden. Ik kan me heel goed voorstellen dat dat een van de constructies zal zijn waarvan straks voorgesteld gaat worden om die niet meer mogelijk te maken. Waarom is er toen tegen de motie gestemd? Wij hebben in het regeerakkoord afspraken gemaakt: wij gaan met een voorstel komen. Dat ligt er nog niet. Ik zou dit graag in het voorstel willen betrekken, maar het is evident dat ik het door u aangedragen voorbeeld niet zo heel fijn vind.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Fijn om te horen dat het niet zo'n fijn voorbeeld is, want er waren bij politieke partijen wat mensen die deze BOR wel ten koste van alles wilden handhaven; laat ik het zo zeggen. Ik hoop dat dat afgeschaft kan worden. En dan een tweede iets. Stel, je gebruikt de BOR en vraagt daar advies over. De BOR zit in je privévermogen en gaat bijvoorbeeld over van vader op dochter. Vindt het CDA dat die advieskosten dan aftrekbaar moeten zijn bij de vennootschap die overgaat? Of deelt het CDA de mening dat het een privéaangelegenheid is, dat die advieskosten dus niet aftrekbaar moeten zijn en dat je die zelf moet betalen, omdat dit gewoon hoort bij de erfenis die je krijgt?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Daar heb ik nog helemaal niet over nagedacht. Door mijn hoofd gaat dan: als ik een hypotheek aanvraag, zijn mijn advieskosten ook aftrekbaar. Ik kom daar graag op een later moment in tweede termijn op terug. Ik wil daar gewoon heel eventjes naar kijken.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

We zouden graag zien dat de marginale belastingdruk uiteindelijk nergens hoger is dan een toptarief van 49,5%. Wij zouden het een mooi streven vinden om aan het eind van deze kabinetsperiode alle marginale druk van meer dan 60% te hebben aangepakt. Maar wat kunnen we dit jaar nog doen om de werkende middenklasse te ondersteunen? We spreken allemaal werkgevers die graag dit jaar al …

De voorzitter:

Maakt u eerst even uw zin af.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

... een uitkering aan hun werknemers willen geven onder de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling, die volgend jaar omhooggaat. Zij zien namelijk dagdagelijks werknemers bij hen rondlopen die echt nu al een kleine bijdrage nodig hebben. Ik weet dat dit hier al vaker besproken is, maar toch: kunnen we echt niet iets bedenken? Het liefst zie ik zoiets als een renteloze lening die werkgevers dit jaar aan werknemers kunnen verstrekken en waarvoor ze gebruik kunnen maken van de hogere vrije ruimte van volgend jaar. Het is eigenlijk het via een omweg naar voren halen van deze uitkering.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Dit is naar mijn hart, maar er is mij iets opgevallen in het Belastingplan. Deze regering heeft een belastingplan ingediend waarin alle werknemers met een inkomen vanaf €37.000 — en dan heb ik het niet over de afbouw van de toeslagen, maar alleen over de belastingen — meer dan 49,5% belasting betalen door de afbouw van de heffingskorting. Ze betalen over het eerste stuk 49,7%. Vanaf €37.000, hè? Dat is een benedenmodaal salaris. Later gaat dat naar ver boven de 50. Degenen die in Nederland het allerlaagste tarief betalen, zijn de mensen met een inkomen boven de €110.000, want zij betalen 49,5%. De doelstelling is duidelijk, maar dit kabinetsbeleid gaat precies de andere kant op. Waarom is het een goed belastingplan als de marginale druk daar enorm omhoog aan het gaan is en we nu dus de laagste marginale druk bij de hoogste inkomens hebben?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Volgens mij vinden wij dat op het gebied van marginale druk helemaal niet lekker, tenminste, als ik goed naar de collega's heb geluisterd. Het zit gewoon niet lekker. Tijdens het debat over de arbeidsmarkt hebben wij daar ook echt een motie over ingediend. Wij moeten nu niet stilzitten en stoppen met denken over dit onderwerp. Het is ook niet makkelijk, want volgens mij hebben wij al verschillende visies daarop gegeven. We zouden er iets mee kunnen doen, maar wij moeten er wel echt deze kabinetsperiode mee aan de gang. Is het een goed belastingplan omdat daarin die marginale druk hoger is? Nee. Sterker nog, wat we nu gaan doen met de toeslagen, maakt het uiteindelijk alleen nog maar erger. Maar dat wil niet zeggen dat we nu stil moeten zitten. Voor de korte termijn snap ik de oplossing, want je kunt daarmee iets gerichts doen, voor kinderen, voor mensen aan de onderkant. Maar voor de langere termijn klopt het niet.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Het interessante is … Ik hou er wel van om te studeren op hoe je naar rechts rijdt, maar als je in de tussentijd met 120 kilometer naar links rijdt, dan schiet dat studeren op hoe je naar rechts rijdt, niet heel erg hard op.

De tweede groep is de groep alleenverdieners. Er zat een mooie tabel in het Belastingplan. Een alleenverdiener die van €25.000 naar €50.000 gaat, heeft een gemiddelde belastingdruk die op de 80% zit. Een alleenverdiener houdt dus nog geen €5.000 over als hij van €25.000 naar €50.000 gaat. Sterker nog, je gaat erop achteruit. Want als je €25.000 krijgt, krijg je de €1.300 energiecompensatie. Dan mag in een sociale huurwoning wonen, en met €50.000 mag je dat niet. In Nederland heeft een alleenverdiener met €50.000 bruto-inkomen dus vaak netto minder te besteden dan een alleenverdiener met een inkomen van €25.000. Dat weten we al tijden. Het verschil wordt erger.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Waarom gaat de coalitie, zeker de partijen die het altijd over de marginale belastingdruk hebben, daarmee akkoord?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Het rechts rijden waar meneer Omtzigt het over heeft, doen we natuurlijk niet uit luxe. Dat doen we omdat we op dit moment wanhopig op zoek zijn naar manieren om mensen het hoofd boven water te laten houden. Dat is het eerste principe. Gelukkig is het tijdelijk. Daarom zeg ik ook: dat we nu tijdelijk deze keuze moeten maken, betekent niet dat wij mogen stilzitten en achterover mogen hangen, want we weten dit. Ik hoop dan ook echt dat er goede voorstellen gaan komen voor het Belastingplan, ook van de heer Omtzigt, zodat we hier iets aan kunnen doen. Het is gewoon een ingewikkelde puzzel, anders was het allang opgelost.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Ik heb het niet over de tijdelijke maatregelen. Bij de tijdelijke maatregelen snap ik waar we het over hebben, namelijk dat je een keer wat extra kinderopvangtoeslag toekent om het komende jaar door te komen. Daar heb ik wel kritiek op, maar ik snap dat. Maar het zijn de permanente maatregelen in het Belastingplan die leiden tot een permanent hoger belastingtarief. De hoogste belastingschijf in Nederland is nu de laagste geworden. Dat is nieuw in de geschiedenis. En dat van een kabinet dat zei dat het dit niet zou doen. De bulk van de maatregelen is bedoeld voor de mensen met de laagste inkomens. Aan de hoogste inkomens wordt niks gedaan. Dus wie gaat de rekening betalen? Dat zijn de mensen met de middeninkomens. Dat is keihard.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik hoorde niet echt een vraag, maar dit is wel een debat dat ik heel graag met u, met iedereen in de Kamer wil voeren. Want het zit iedereen dwars. Volgens mij is er een brede wil om dit met elkaar aan te pakken. Laten we daar dan alsjeblieft komend jaar gewoon plannen voor maken, het liefst met elkaar, zodat er volgend jaar iets ligt. Dan kunnen we elkaar aankijken en denken: we hebben eindelijk die stap gezet. We praten hier, zoals u zegt, al zo lang over. Volgens mij is de politieke bereidheid om hiernaar te kijken ontzettend groot. Laten we dat alsjeblieft samen doen.

De voorzitter:

De heer Tony van Dijck, PVV. Gaat uw gang.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Het is de machteloosheid die eruit springt. Daar had ik het ook over met betrekking tot deze minister van Financiën. "We willen er van alles aan doen, maar we weten niet hoe en we kunnen het niet." Het lijkt wel of mevrouw Van Dijk in een oppositiepartij zit die allerlei plannetjes heeft en allerlei dingen wil die er niet van komen. U bent een coalitiepartij. U kunt zeggen: "Ik wil die kant op. Ik wil de marginale druk naar beneden. Ik wil iets doen voor het mkb." Maar u wacht gewoon af en zegt "ik zou wel willen", maar er gebeurt niks.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

De heer Van Dijck is wel heel snel met zijn conclusies over afwachten. Volgens mij hebben wij een paar maanden geleden met een aantal partijen, onder andere GroenLinks, de motie ingediend over de toeslagen waarin we zeiden: kom maar met een contourenplan. Dat deden we juist omdat we niet af wilden wachten. Hetzelfde geldt voor de marginale druk. Dat hebben we ook gedaan met GroenLinks en de PvdA. Volgens mij is dat niet afwachten. Volgens mij moeten we het kabinet aansporen zodat we daarover een debat kunnen voeren met elkaar, en moeten we niet weglopen van dat debat. Het is makkelijker om maar ieder jaar te roepen "het is hopeloos, het is een schande en het is slecht", maar wij zeggen: "Kom alsjeblieft met een stuk. Dan kunnen we erover praten en kunnen we er stappen in zetten." Dat is net een andere manier van werken.

De voorzitter:

Tot slot, laatste vraag, de heer Tony van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Inderdaad, GroenLinks en PvdA: kom met een stuk. U hoort de oproep. Kom met een stuk, dan kan het CDA erover praten. Wellicht gebeurt het dan. U, het CDA, zit aan de knoppen.

De voorzitter:

Mevrouw Van Dijk.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Mevrouw Van Dijk zit aan de knoppen. Zíj kan het medebepalen. Zij heeft zelfs een staatssecretaris van CDA-huize, met heel veel kennis van zaken. Het CDA kan bepalen hoe de koers wordt ten aanzien van die marginale druk, ten aanzien van het mkb. Er zijn nu, as we speak, bedrijven die zich afvragen of ze november nog wel halen. Die zijn nu met plannen bezig om ermee te stoppen, want de rekeningen zijn onbetaalbaar geworden. Mevrouw Van Dijk zegt: wacht maar, er komt iets in november, maar ik weet niet wat; ik wacht af. U zit er niet om af te wachten. U zit in de coalitie om plannen te maken, om duidelijkheid te scheppen voor die bedrijven: jongens, wacht nog even met de deuren te sluiten, want 1 november heb ik iets voor jullie. U heeft niks en u komt met niks.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Een koopkrachtpakket van ongeveer 35 miljard zou ik toch niet echt "afwachten" willen noemen. Ik zou het afwachten noemen als we zeggen: we gaan nu niks doen en we wachten gewoon tot het voorjaar. De definitie van afwachten is toch echt anders. 35 miljard in de samenleving brengen vind ik niet afwachten. Ik vind dat: meer dan terecht acteren als mensen het heel hard nodig hebben.

Mijn vierde principe is een rechtvaardige overheid. Het kabinet heeft besloten om niet-bezwaarmakers op box 3 niet te gaan compenseren, maar om mensen te laten procederen. We krijgen signalen dat mensen dit massaal gaan doen, soms niet eens omdat ze op dat geld zitten te wachten, maar puur vanuit een diepzittend onrechtvaardigheidsgevoel. Veel van deze mensen zijn de hardwerkende middenklasse, waar ik het zojuist over had, inwoners die dingen hebben gelaten in het verleden om een appeltje voor de dorst op te bouwen voor hun oude dag. Ik ben heel benieuwd welke puinhoop deze verzoeken tot ambtshalve vermindering en een eventuele massaclaim bij de Belastingdienst gaan veroorzaken en wat dit de gemeenschap gaat kosten. Willen we in de toekomst steeds meer calculerende inwoners die voor de zekerheid altijd bezwaar maken, of willen we het vertrouwen van de burgers in de rechtvaardigheid van wetgeving behouden? Is compenseren van kleine spaarders dan niet én rechtvaardig én uiteindelijk ook goedkoper? Graag een reactie.

Voorzitter. Als vijfde principe wil ik "regeren met een vooruitziende blik" benoemen. We zien namelijk een trend ontstaan die we moeten keren. Dat is een trend van crisismanagement en een compensatiemaatschappij. We hadden de coronacrisis en hebben nu een energiecrisis. Beide konden we niet voorzien. Maar sommige vraagstukken met enorme impact, en dus ook financiële impact, zien we wel degelijk aankomen. Richten we onze blik wel ver genoeg op de toekomst? Denken we voldoende integraal over deze vraagstukken, of doet ieder ministerie dat in zijn eigen koker? Ik durf de stelling aan dat het laatste nog te vaak het geval is. Vergrijzing is bijvoorbeeld een integraal vraagstuk. Ze gaat gepaard met stijgende zorgkosten, ouderen die geen pensioen hebben opgebouwd en financieel kwetsbaar zijn, verlies van arbeidspotentieel, andere woonbehoeften en eenzaamheid. Ik kan zo nog wel even doorgaan.

Maar ook onze visie op het vestigingsklimaat is een integraal vraagstuk. Hoeveel belasting wil je ondernemers laten betalen? Hoeveel banen wil je voor de toekomst veiligstellen? Welke industrie wil je hier houden? Hoe blijf je innovatie stimuleren? Hoe wil je omgaan met onze familiebedrijven? Wanneer vraag je zo veel van ondernemers, dat solidariteit ook hier onder druk komt te staan? Welke minister is primair verantwoordelijk voor deze grote vraagstukken en spreekt collega's aan als besluiten niet integraal bekeken worden of als er niet aan scenarioplanning wordt gedaan? Ik zou het verstandig vinden als ons kabinet gaat nadenken over de verdeling van eigenaarschap bij grote, ministerie-overstijgende dilemma's. Ik zou het mooi vinden als we als Kamer periodiek met het betreffende ministerie het brede debat gaan voeren.

Dan onze compensatiemaatschappij. Die is voor nu hard nodig. Maar we moeten ook gaan investeren in een samenleving waarin mensen in staat zijn om zichzelf te helpen. Dat vraagt om antwoorden op vragen als: wat moeten we als overheid fundamenteel goed geregeld hebben voor inwoners? Als dat goed op orde is, wat mogen we dan van mensen zelf verwachten? Hoe gaan we om met initiatieven van onderop? Waar kan iemand op terugvallen als het hem of haar allemaal echt niet lukt?

Ik was onlangs op de Dag van de Christendemocratie. Een spreker vertelde over de relatie tussen hoe goed veel Nederlanders het nu relatief nog steeds hebben en het grote aantal psychische klachten waarmee zij tegelijkertijd kampen. Hij kwam met de theorie over het laten groeien van de perfecte boom. Er werd vergeten wind toe te voegen, waardoor deze boom vroegtijdig stierf. In hoeverre is onze samenleving nog bestand tegen wind en tegenslag? Hebben we niet ook een verplichting om onze inwoners weerbaar te maken? Misschien is er wat minder welvaart, wat meer welzijn en wat meer wij nodig. Misschien moeten we harder werken aan een samenleving waarin initiatief van onderop weer belangrijk wordt gemaakt.

Om het ook concreet te maken, zeg ik het volgende. Ik heb al vaker gepleit voor het opnieuw introduceren van spaarproducten voor jonge mensen, zoals Zilvervloot Sparen of bouwsparen. Dat zijn producten die bijdragen aan het stimuleren van spaarzaam gedrag en die mensen tegelijkertijd financieel weerbaarder maken. Er zijn allerlei redenen om hier nee tegen te zeggen, maar op dit moment nog veel meer om ja te zeggen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Stoffer, SGP.

De heer Stoffer (SGP):

Dat was een mooie afronding van het betoog van het CDA, van mevrouw Van Dijk. Die is me uit het hart gegrepen. Toen ontspon zich bij mij toch een gedachte. Ik dacht: misschien kunnen wij het daar ook eens over hebben. De afgelopen week hebben we het in de Kamer nogal gehad over een voltijdsbonus, zodat je zo veel mogelijk gaat werken, en allerlei varianten daarop. Maar als we de samenleving sterk willen maken, zou het dan ook niet mooi zijn om iets te doen aan vrijwilligers? Ik dacht dus bijvoorbeeld aan een vrijwilligersbonus of iets van dien aard. Is dat een idee dat mevrouw Van Dijk aanspreekt?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Het ligt natuurlijk volledig aan de invulling daarvan. Er is namelijk al iets dergelijks. Ik ben heel benieuwd. Als de heer Stoffer er een aanvullend idee over heeft, ben ik altijd heel erg bereid om erover door te praten. Mijn hart gaat namelijk wel harder kloppen voor het verenigingsleven en onze vrijwilligers, omdat ik ook echt geloof dat, als we dat verliezen, we een heel belangrijk segment van de samenleving aan het kwijtraken zijn.

De heer Dassen (Volt):

Ik heb nog een vraag aan mevrouw Van Dijk naar aanleiding van het interruptiedebatje dat ik net met meneer Heinen had. Mevrouw Van Dijk sprak zo-even over ondernemers en de druk die daar nu wordt ervaren en over de cruciale sectoren. Zij had het ook over de regie die vanuit de overheid moet worden genomen, waarvan we op dit moment echter zien dat dit helemaal niet gebeurt. Ik weet dat ook het CDA het belang onderstreept van strategische autonomie, terwijl er op dit moment verschillende bedrijven zijn in de voedingsindustrie, de metaalsector en de chemische industrie die dreigen te verdwijnen omdat ze niet meer kunnen concurreren met China en de Verenigde Staten. Is mevrouw Van Dijk het met mij eens dat er vanuit de overheid een duidelijke strategie moet komen over wie deze sectoren zijn die we willen behouden voor de toekomst en hoe we dat met elkaar voor elkaar gaan krijgen?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik heb dat ook proberen te verwerken in mijn betoog. Ja, daar ben ik het mee eens. Daar moeten we over gaan nadenken. We moeten weer vooruit schakelen en daar hoort dit ook echt bij.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Dijk. De volgende spreker is de heer Azarkan. Uit mijn ooghoek zie ik dat daar een afspraak over gemaakt is, in de zin dat de heer Azarkan wat eerder het woord voert vanwege een dringende privéafspraak. Dat heeft hij als het goed is afgestemd met de nummers 1 tot en met 8 op de sprekerslijst.

De heer Azarkan (DENK):

Dank, voorzitter, en ook dank aan de collega's. Het zijn geen vliezen die breken, het is een wat andere bijeenkomst helaas vanwege een familielid dat overleden is.

Voorzitter. Er is genoeg geld in Nederland voor ieders behoefte, maar volgens mij verdelen we het gewoon niet eerlijk genoeg. We hadden dit jaar overigens een unicum: de Miljoenennota was voor het eerst niet uitgelekt en dat kon ook niet want hij was nog niet af. Er moest nog een koopkrachtpakket ingefietst worden en eigenlijk is die nog steeds niet af. Dat is wel uniek, want ik heb dat nog niet eerder meegemaakt. Ik hoorde het gisteren van iemand van de coalitie en ik hoorde het vandaag ook weer van iemand, namelijk dat ze met elkaar hebben afgesproken: als we erover bevraagd worden dan zeggen we "de onzekerheid bij de burger hebben we nu neergelegd bij de onzekerheid van het kabinet". Ik vind dat leuk gevonden maar eigenlijk is dat niets anders dan: we hebben ons huiswerk niet af. Ik had graag gezien dat het pakket, waaronder het prijsplafond, goed uitgewerkt was en dat we daarover met elkaar konden discussiëren. Ik vind dat we daar bij de Algemene Politieke Beschouwingen maar ook hier te veel tijd aan kwijt zijn.

Voorzitter. Ik moest terugdenken aan een oud-collega, oud-voorzitter van een ondernemingsraad, Ton, die als levensmotto had: "als je haast hebt wanneer je tijd hebt, dan heb je tijd wanneer je haast hebt." Er is vorig jaar veel kostbare tijd verloren gegaan bij het formeren van het kabinet. Terwijl Nederlanders het steeds moeilijker hadden, waren Kaag, Rutte, Hoekstra en Segers toch veelal met elkaar bezig. In de tussentijd liep de energierekening op, werden de boodschappen duurder, werden de woningen nog schaarser en liep de arbeidsmarkt helemaal vast. Toen het kabinet in januari van dit jaar nog uit de bubbel stapte om het coalitieakkoord te presenteren, was een deel van het plan al achterhaald of niet eens uitvoerbaar.

Wat gaapt er een kloof tussen de grote ambities van het kabinet en de realiteit van de burgers. Het kabinet wilde het klimaatprobleem oplossen, maar liet de Nederlanders in de kou staan. Dit kabinet wilde het stikstofprobleem oplossen, maar vergat even dat ook boeren zuurstof nodig hebben om te ademen. Dit kabinet wil het toeslagensysteem helemaal afschaffen, maar laat de toeslagenouders en -kinderen oneindig lang wachten. We zien eigenlijk al vanaf het begin van het eerste kabinet onder leiding van Rutte dezelfde methode bij grote vraagstukken: eerst ontkennen, dan vooruitschuiven, niet serieus nemen en net zo lang negeren tot het echt niet anders kan. Dan gaat er een paniekknop aan. Plannen met grote woorden volgen elkaar dan in rap tempo op.

Voorzitter. Hoe kan het toch dat we nu in ons land door de ene na de andere crisis overspoeld worden? Hoe zijn we toch in die ellende terechtgekomen? Waarom doen wij het zo veel slechter dan andere landen? Welke verkeerde keuzes zijn er in het verleden gemaakt? Het antwoord is eigenlijk vrij simpel. De samenleving en de publieke sector zijn uitgekleed door de jarenlange bezuinigingen die zijn ingezet vanaf Rutte I. We zagen de komst van het asociale leenstelsel, de afschaffing van sociale werkplaatsen, de afbraak van de thuiszorg, het verhogen van het eigen risico, het in de uitverkoop gooien van de sociale huurwoningen, de korting op de chronisch zieken, de verhuurderheffing, de verhoging van de AOW-leeftijd en het jarenlang niet indexeren van pensioenen. Ik heb hier zo vaak gestaan! Er is gewoon negen jaar lang geen indexatie van je pensioen, terwijl de koopkracht 20% terugloopt. Ik noem voorts het verwaarlozen van de jeugdzorg en het niet willen investeren in de gesubsidieerde rechtsbijstand.

Voorzitter. De samenleving en de publieke sector zijn jarenlang uitgewoond en verwaarloosd. En dan vinden we het raar dat die samenleving niet schokbestendig is. De politieagenten, de verpleegkundigen en de docenten, voor wie we wel klappen maar die we gewoon geen eerlijk loon betalen, konden al nauwelijks rondkomen. Dat waren verkeerde keuzes en nu kunnen mensen het hoofd niet meer boven water houden. En dan zien we ongekende maatregelen. Dan moeten er ongekende maatregelen komen om het eigen falen te corrigeren.

Voorzitter. Dit debat gaat in de kern over bestaanszekerheid. Is de minister in staat om die bestaanszekerheid te garanderen voor alle Nederlanders? Niet voor niets is in 1983 het recht op bestaanszekerheid in artikel 20 toegevoegd aan de Grondwet. Dat zijn de sociale grondrechten. Hoe kijkt de minister tegen de invulling van dit grondrecht en andere sociale grondrechten aan?

Voorzitter. We hebben nogal een koopkrachtcatastrofe. Eigenlijk spraken we in alle Algemene Financiële Beschouwingen over die koopkrachtkater, over de koopkracht die altijd slechter uitpakt dan begroot. Het is gewoon niet uit te leggen. Het is niet uit te leggen dat die koopkracht in 2022 daalt met 7%, terwijl de economie in 2021 met 5% groeide en in 2022 met 4,6% groeit. We verdienen zóveel geld met elkaar, in twee jaar tijd. De welvaart stijgt enorm, maar de reële waarde van de lonen daalt. Dat is eigenlijk strijdig met alle economische modellen.

Dat betekent dat er een enorme herverdeling aan de gang is. We zagen het ook in het rapport van het interdepartementaal beleidsonderzoek. Er wordt gestuurd op inkomensgelijkheid maar niet op vermogensgelijkheid. Sturen op dat laatste zou te moeilijk zijn, maar dat is gewoon niet waar. Het is een kwestie van politieke wil. Ik wil graag een reactie van het kabinet. We hebben daar natuurlijk al een kabinetsreactie op gekregen, maar ik zou graag horen wat de minister van Financiën daarop te zeggen heeft.

Voorzitter. We hebben gezien dat arbeid te lang te weinig loonde. De vermogensverdeling is nog schever dan tot nu toe werd aangenomen. De rijkste 1% bezit 26% van het vermogen, en 10% van alle Nederlanders heeft meer dan 60% van het vermogen. En die arme 25%? Die heeft -2%, want die hebben schulden. Dus niet iedereen, zeg ik tegen de heer Heinen, heeft kunnen sparen. Dat geldt niet voor alle Nederlanders. We zijn grote groepen vergeten en achter die cijfers gaat veel ellende schuil, waaronder een verdubbeling van het aantal daklozen in ons land. Er zijn 300.000 kinderen die in armoede leven. Het is een schande dat mensen niet genoeg verdienen om hun eigen kinderen boterhammen te geven. En dan moeten wij het hier in de Kamer gaan regelen via scholen. Dat is de omgekeerde wereld.

Voorzitter. De fractie van DENK telt haar zegeningen. We steunen dan ook de voorzichtige maatregelen van het kabinet om vermogen meer te belasten en arbeid minder. Dat was ook precies de strekking van een motie van mijn hand die op 7 juni 2022 is aangenomen. Het kabinet schaft de jubelton af — heel terecht — beperkt het lenen van dga's bij de eigen vennootschap, verlaagt de lasten op arbeid en wil oneigenlijke belastingconstructies aanpakken.

Voorzitter. We hebben nog meer nodig. We hebben nodig dat we niet alleen maar achteraf meten hoe het met die vermogensongelijkheid zit, maar dat we weten hoe we erop kunnen sturen, met afrekenbare doelen. Het is geen natuurverschijnsel dat die koopkrachtdaling ons is overkomen. Dat is niet zo. We zagen die daling al in 2021 oplopen naar 2,7%. Het laatste cijfer is nu 13,6%. Vorig jaar, in september, vielen al zeven aanbieders van energie om. We hebben het wel degelijk zien aankomen. We kregen twee reparatiepakketten. Dat was terecht, maar ze schoten tekort. Het kabinet komt nu met een laatste herstelpakket, maar dat gaat pas in op 1 januari. Er zijn te veel mensen die kopje-onder gaan. Het kabinet is laat en reactief.

Voorzitter. We moeten ook naar het grotere plaatje en naar de oneerlijke verdeling kijken. Want terwijl de reële waarde van de lonen op dit moment wordt uitgehold, klotst het geld tegen de plinten bij de bedrijven. En die bedrijfswinsten komen, in de vorm van dividend, terecht bij beleggers, die vaak al vermogend zijn. Er is dus ook een verschuiving van arm naar rijk bezig.

Ik zou graag van de minister willen weten hoe zij aankijkt tegen de arbeidsinkomensquote. Die daalt van 80% in de afgelopen jaren naar 74,9%. Het is dat deel van de welvaart dat naar werknemers gaat. Hoe is dat eigenlijk, als we nu naar die geldontwaarding kijken? Hoe gaat dat zich verder ontwikkelen? Er is allang een trend bezig dat bedrijven minder belasting betalen en werknemers juist steeds meer. Ik vraag daar tijdens elke Algemene Financiële Beschouwingen aandacht voor. De effectieve belastingdruk op arbeid steeg volgens SOMO de afgelopen vijftien jaar van 35% naar 40%. De effectieve belastingdruk voor bedrijven daalde van 18% naar 7%. Het is gewoon oneerlijk. Bedrijven dragen te weinig bij aan ons onderwijs, aan onze infrastructuur en aan onze veiligheid. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek was in 2006 de belastingdruk voor grote bedrijven nog 24%. Die was in 2017 gedaald naar 16,2%. Dat is ruim een derde.

Voorzitter, tot slot. De fractie van DENK pleitte bij de Algemene Financiële Beschouwingen van een jaar geleden al voor het instellen van maximumtarieven, op grond van artikel 95b van de Elektriciteitswet en artikel 44 van de Gaswet. Uiteindelijk kwam dit een jaar later. Het is goed dat de collega's van GroenLinks en de PvdA hier hard op ingezet hebben. Ik ben er blij mee. Ik heb nog een klein aantal vragen aan de minister. Klopt het dat de budgettaire gevolgen 23,5 miljard gaan bedragen? Weten we iets meer dan dat er in die brief staat? En komt dat dan boven op het pakket van 17 miljard, en wordt het dan een koopkrachtpakket van in totaal 40 miljard? Of is die 40 miljard alleen voor het prijsplafond? En hoe gaan we die uitgaven dekken? Klopt het dat we voor dat geld de gehele energiesector hadden kunnen nationaliseren?

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Azarkan. En sterkte. Dan geef ik het woord aan mevrouw Maatoug van GroenLinks.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Voorzitter. Den Haag is verslaafd, verslaafd aan middelen.

De voorzitter:

Ik dacht aan Twitter.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

En verslaafd aan de korte termijn. Geldenveloppen hier, een tweetje daar, lekker pleisters plakken maar. De pepernoten lagen in de winkel, dus ik kon het niet laten. Tijdens het Startnotadebat vroeg ik aan de minister: wat is geld? Volgens mij zijn we het er met z'n allen over eens: geld is niets meer dan een middel om doelen te bereiken. Bij het maken van beleid zou dat de kern moeten zijn. En de kernvraag: wat is ons doel, lost dit plan het probleem op en wat zijn de schadelijke neveneffecten van hetgeen wij doen? De vraag zou niet moeten zijn: is er marktfalen, is er eigenlijk wel een reden voor overheidsingrijpen? Dat is redeneren vanuit het middel.

Voorzitter. Het gevolg van de in uw woorden Twitter- en in mijn woorden middelenverslaving is dat de overheid doet aan symptoombestrijding. Van veel dingen wordt gezegd dat het geen taak is van de overheid. Laat ik duidelijk zijn: wat GroenLinks betreft zijn dat de verkeerde vragen. En ik zeg het nog een keer, de kernvraag in de politiek zou moeten zijn: wat willen we bereiken en hoe kunnen we dat het beste bereiken? Als we deze vraag proberen te beantwoorden, is het antwoord dan nog steeds dat we de enige vaccinatiefabrikant in overheidshanden moeten privatiseren? Kan het antwoord dan echt zijn dat het instellen van een prijsplafond op energie marktverstorend werkt in de uitwerking? En is het antwoord dan dat we huurwoningen voor middeninkomens aan de markt moeten overlaten?

Voorzitter. Als we afstand nemen van de markt als de maat der dingen komen we misschien toe aan dingen doen en komen er andere oplossingen op tafel. Maar daar is een andere overheid voor nodig, stel ik. Een overheid die graag dingen wil bereiken en dingen doet. En nee, dit is niet een plat debat van markt versus overheid, maar een over doelen en waardegedreven politiek. Of Zoals Herman Tjeenk Willink ons in zijn hele carrière vele malen heeft verteld en ons vele malen heeft doen toeschrijven: wij moeten groot denken en klein doen.

Voorzitter. Tijdens de politieke beschouwingen en ook in dit debat vandaag en ook in de Miljoenennota horen we een nieuwe economische wind, anders denken. Mijn vraag aan deze minister: is zij bereid, via u voorzitter, not only to talk the talk, but also to walk the walk?

In mijn bijdrage heb ik vandaag drie hoofdvragen. De eerste is: waarom blijft dit kabinet cadeautjes geven aan de allerrijksten in dit land? De tweede vraag is: durft het kabinet te erkennen dat een eerlijke transitie een snelle transitie is? En tot slot: wil het kabinet afkicken van haar kortetermijnverslaving? Ik heb heel veel punten en ik heb op mijn blaadje staan dat ik rustig moet praten. Maar ik kijk mijn collega's en de gasten op de publieke tribune even aan, want meestal krijg ik achteraf te horen dat ik te snel was. Ik ga mijn best doen en zal aan kijken zien of het gelukt is. Maar overal is een eerste keer voor, en misschien is dat wel vandaag.

Voorzitter. Mijn eerste vraag was waarom wij cadeautjes blijven geven. We hebben het er net in het interruptiedebat al over gehad, en ik was heel blij met het antwoord van de VVD. Het was de eerste keer dat ik de VVD hoorde zeggen: wij vinden niet dat de allerrijkste 1% minder belasting moet betalen dan de andere huishoudens. Dat is een enorm belangrijke conclusie. We hebben de afgelopen jaren geleerd, rapport na rapport, bedoeld of onbedoeld, dat dat de situatie van nu is. Ik heb het niet over een GroenLinkshobby of linkse hobby's of het vieze woord "nivelleren" waar de VVD het over had. De vraag is: wat vind je eerlijk? Volgens mij is het eerlijk dat je allemaal bijdraagt aan de pot. Mijn vraag aan het kabinet: wat doet het pakket dat is gepresenteerd? Wat gaat die 1% betalen, vraag ik aan de minister. Dat vraag ik aan de staatssecretaris, maar ook aan de minister. In de plannen en in het ibo-rapport ligt ontzettend goed werk waar we ons voordeel mee kunnen doen. De mensen in de praktijk reiken tien constructies aan die veel gebruikt worden voor ontwijking. Die zijn allemaal legaal, onbedoeld. Daardoor lopen we met elkaar geld mis. Mijn vraag is waarom u maar vijf van die constructies aanpakt. Waarom laat u er vijf ongemoeid? Waarom pakt u er vijf maar een beetje aan? Als de doelstelling is dat die 1% eerlijk gaat bijdragen, dan maak je toch andere keuzes? Het antwoord kan niet zien: we gaan nog een keer op het rapport wachten. Maak die keuzes. Durf dat te doen.

Hetzelfde geldt voor het volgende, waarbij ik me aansluit bij de heer Azarkan, die nu weg is. Er is al veel gezegd over het belastingstelsel en ook over de factor arbeid. Die is aan het verliezen. Er was een heel mooi plaatje in de Miljoenennota dat liet zien dat de lonen achter blijven. Ik heb het eigenlijk nog nooit zo sterk gehoord. De Nederlandsche Bank, het Centraal Planbureau en de Miljoenennota van deze minister laten zien dat er ruimte is voor loonsverhoging. Er wordt een oproep gedaan aan werkgevers. Dan kijk ik even naar een van de grootste werkgevers in het land of iemand die de pot betaalt waar we dat mee betalen. Dan vraag ik deze minister: bent u bereid die oproep zelf ook uit te voeren? Bent u bereid om dat te doen in de zorg, bijvoorbeeld de ouderenzorg, waar we zien dat de salarissen achterblijven. Gaat deze minister doen waar ze andere werkgevers toe oproept?

Voorzitter. Dat brengt me op mijn tweede vraag. Een eerlijke transitie is een snelle transitie. We hebben soms de opvatting dat het goed is om te wachten, dat het beter wordt als je mensen de ruimte geeft. Maar soms, en dat lijkt contra-intuïtief, is voorspelbaar handelen het allerbeste. We kennen allemaal het feit dat goedkoop vaak duurkoop is. En ja, dan staat er weer een GroenLinkser achter het spreekgestoelte te zeggen: had de afgelopen 30 jaar nou naar ons geluisterd. Dat is niet wat ik probeer te zeggen. Dit is ook van waarde voor de debatten van vandaag en de keuzes die we vandaag moeten maken. Dat is zo op het stikstofdossier en dat is zo bij de klimaatcrisis. We zien een enorm grote fossiele reflex, want het is moeilijk om je belangen op te geven. Hier spreek ik deze minister en de minister van Financiën op aan. Waar enorme behoefte aan is, is een eindpunt, een transitiepunt waar we naartoe bewegen. De markt kijkt naar het Rijk. Wat zien we in de systematiek? Ik had het er net over in m'n interruptiedebat met D66. We zien elk jaar een aanpassing van de plannen. Het gedragseffect daarvan is dat mensen denken: ik wacht het nog wel even af, misschien komt er een subsidiepot, misschien word ik wel uitbetaald. Je remt de maatschappij af. Mijn oproep aan dit kabinet is: erken en durf te erkennen dat sneller eerlijker is, wees voorspelbaar in je beleid, maar durf ook te normeren en grijp niet te snel naar dat subsidie-instrument.

Voorzitter. Dat moet je doen, omdat het wat ons betreft goed is voor mens en natuur, omdat we de aarde over willen geven aan volgende generaties en ook nog aan onze eigen generatie. Maar als dat voor u niet belangrijk is, doe het dan omdat er anders grote economische schade is. De Nederlandsche Bank waarschuwt ervoor, de ECB, de AFM. Er zijn grote financiële risico's, omdat we dat klimaatrisico niet goed beprijzen. Ik vraag deze minister het volgende. In de portefeuilles van banken zien we 2 miljard langlopende leningen op intensieve veehouderij. Dat zijn risicovolle leningen waarvan je je kunt afvragen of dat de juiste keuzes waren. Aan deze minister vraag ik of het toezichtkader nu goed wordt toegepast. Zijn we dat financiële risico goed aan het wegen? Is de toezichthouder daar scherp op? De indruk die wij krijgen is dat men achterover hangt en wacht tot we het met z'n allen socialiseren. Dat kan toch niet de bedoeling zijn, vraag ik deze minister.

Ik dacht: ik hou even een adempauze en kijk naar de hulptroepen.

De voorzitter:

Volgens mij gaat het heel goed.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Dank je wel. Dat brengt me op de laatste hoofdvraag. We moeten afkicken op de korte termijn. Ik noem het heel bewust "een verslaving" en "afkicken", niet alleen om die tweetjes waar u het over had, voorzitter. Ik lees dat het iets doet met de dopamine in ons brein, dus misschien zijn we ook letterlijk verslaafd. In het debat het afgelopen jaar zie ik op een paar punten de heerschappij van de korte termijn. Laat ik met iets heel kleins beginnen: de beleidsinformatie die we gebruiken. Het heeft me echt verbaasd dat we op dit moment nog steeds niet goed weten hoe we de energieprijzen moeten doorrekenen in de inflatiecijfers. We zijn al meer dan een jaar aan het debatteren. In november stonden we hier beleidspakketten te maken. In maart stonden we hier. In juni stonden we hier en in augustus stonden we hier ook. Het CBS heeft in februari al aangeven: misschien moeten we hiernaar kijken; dit is essentiële beleidsinformatie. Mijn vraag aan de minister is: het kan toch niet zo zijn dat we maanden nodig hebben om zo'n essentieel stukje informatie te krijgen? Waren we er niet in geïnteresseerd? Hebben we geen opdracht gegeven? Hoe kan dat? Als het al niet lukt bij de beleidsinformatie, dan is het nog moelijker bij het maken van beleid.

Voorzitter. Dat brengt me naar het pakket. Ik was best blij toen ik in augustus de uitingen van de minister zag. Ik zag een minister van Financiën die eindelijk eens een keer zei: wij gaan problemen structureel oplossen. We staan hier met z'n allen moord en brand te schreeuwen, maar de reden waarom zo veel huishoudens door het ijs zakken, is dat de bestaanszekerheid niet op orde is. Als we die keuzes beter hadden gemaakt, als we ons structurele beleid beter op orde hadden gehad, dan hadden minder huishoudens een financieel probleem. Dan had de overheid minder hoeven bijspringen.

Voorzitter. Ik ben toch een beetje teleurgesteld als ik kijk naar het beleidspakket in de Miljoenennota. Ik reken heel ruim, maar twee derde van het pakket dat wij volgend jaar zien, is incidenteel. Mijn vraag aan de minister is dan: wat gebeurt er in 2024? Wat is er gebeurd met die ambitie? Ik hoop dat de ambitie niet is verdwenen. Via de voorzitter zeg ik tegen de minister: u mag ook gewoon zeggen dat het niet mocht van de VVD. Dat kan ook een antwoord zijn, maar dan weten we dat met z'n allen.

Voorzitter. Dan het derde punt in het afkicken. Als ik hier sta en een grote mond heb over vooruitkijken en over structureel beleid, dan is het ook gepast om aan de minister te vragen welke risico's zij ziet in het verlengde van de ingewikkelde tijd waarin wij zitten. Ik vind het namelijk een moeilijke tijd. Alle signalen gaan op rood. Het is enorm ingewikkeld. Maar ik zeg ook dat we met z'n allen in de shit zitten, omdat we het misschien — ik zeg misschien — hebben laten versloffen en we heel veel troep hebben laten verzamelen. Ik heb de volgende vraag. We hebben enorme uitdagingen. We zien een overheid die moeilijk kan uitvoeren. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de interruptiedebatten over de Belastingdienst en naar de debatten over de marginale druk. We zitten met de handen in het haar. We willen een structurele oplossing. De uitvoering kan het niet aan. Mijn vraag aan de minister is: hoe zorgen we ervoor dat we wel een stelselherziening kunnen invoeren? Wat is daarvoor nodig? Met betrekking tot box 3 hebben we gezien dat als je brandjes laat branden, het bosbranden worden. Volgens mij is niemand daar voorstander van.

Voorzitter, tot slot. We zijn verslaafd.

De voorzitter:

Eerst de heer Grinwis van de ChristenUnie. Hij maakt een gehaaste indruk.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik wil het mooie slotwoord van collega Maatoug niet verstoren. Mijn vraag gaat over die marginale druk. Ik ben het helemaal eens met mevrouw Maatoug. Als je kijkt naar de diverse doorrekeningen, dan zie je dat het ook GroenLinks is die keer op keer marginaledrukverhogende maatregelen heeft voorgesteld en heeft laten doorrekenen bij het CPB. Dit gebeurde met name in 2017. Dat was volgens mij de kampioensdoorrekening wat dat betreft. Er was een nieuw model bij het CPB: MICSIM. Iedereen liep erachteraan. Het was arbeidsaanbodverhogend. De urenbeslissing en dat mensen iets moeten overhouden aan een uurtje extra werk deden er gewoon niet toe. Wil mevrouw Maatoug daar ook op reflecteren?

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Dank voor deze vraag. Daar wil ik zeker op reflecteren. Eerlijk gezegd is dit een dilemma. Als je wat verder terugkijkt, dan zie je dat we een andere positie hebben gehad rond toeslagen. Als je aan GroenLinks vraagt waar we naartoe willen, dan denk ik dat we met elkaar de les trekken dat we eigenlijk meer toe willen naar voorzieningen. Dat je ongeacht de inkomsensverandering — we weten dat dit schommelt en verandert in de dynamiek van de arbeidsmarkt — van bepaalde dingen gewoon zeker bent. Ik denk dan aan je huis, dat je kinderen naar school kunnen, de kinderopvang en de zorg. Als die basisvoorzieningen goed zijn geregeld, dan zou dat ontzettend veel druk weghalen bij de uitvoering en bij hoe wij dat regelen. Ik denk dat dit levens relaxter en beter maakt. Dan kom je bij een dilemma. Ook dit jaar hebben we ons best gedaan om met een tegenbegroting te komen, ondanks de korte termijn. Er zijn maatregelen die je wil invoeren, maar die niet kunnen in de uitvoering. Je vindt een doel echter heel belangrijk. Je grijpt dan toch weer naar een middel, omdat het bestaat.

Volgens mij is de grote les die wij als fractie en volgens mij ook de ChristenUnie — ik kijk de heer Grinwis aan — trekken: hoe beheers je jezelf nou, zodat je tijd en ruimte hebt voor een structurele oplossing en je op korte termijn dingen doet die de wereld beter maken? De les die wij hebben getrokken, is dat dit betekent dat elke kortetermijnoplossing die je neemt, een stap moet zijn naar de wereld waar je heen wilt. Daarom ben ik zo aan het hameren op die doelen. Ik lees bijvoorbeeld het belastingstelsel. Die 1% krijg ik nu te horen van de heer Heinen. Was dit nou het doel van het kabinet of niet, los van de maatregelen die je vandaag neemt? Ik zou zeggen: doe andere maatregelen. Waarom zijn er niet meer maatregelen? Het is onduidelijk wat het doel is van dit kabinet. Dan wordt het moeilijk.

De voorzitter:

Uw slotwoord.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Ik dacht: ik doe even een dramatische pauze. Nee hoor, dat was een grapje. Ik dacht dat misschien nog iemand een vraag wilde stellen, want het is zo leuk om vragen te beantwoorden. Maar we zijn allemaal een beetje op, en er komen hierna nog zo veel sprekers.

Voorzitter. Tot slot, kortheidshalve. Ik heb nog niets over het plafond gezegd. Daar had ik een paar vragen over. Ik sluit me aan bij de woorden en vragen van de heer Alkaya en die van de heer Nijboer. Heel specifiek toch de vraag waarom dit niet eerder is uitgewerkt. We hebben echt tijd laten liggen tussen maart, juni en augustus. Wat is daar gebeurd?

Over vooruitkijken gesproken: we zien nu al het risico van overwinsten. Ik snap dat je de wereld niet kan voorspellen met dit plafond, maar kan de minister aangeven of hier een regeling voor gaat komen en hoe we dat gaan doen? Het kan niet zo zijn dat we publieke middelen gaan inzetten en dat de uitkomst daarvan is dat dit leidt tot megalomane winsten.

Tot slot wilde ik een vraag stellen over het mkb, maar er is nog geen regeling. Kunt u daar iets meer over vertellen?

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Maatoug. Dan geef ik het woord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie. Daarna gaan we een paar minuten pauzeren. Dan komt de heer Van Raan.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Deze Algemene Financiële Beschouwingen vinden plaats op een sleutelmoment. De koers die we nu kiezen met het schip van de overheidsfinanciën is cruciaal. Het is manoeuvreren tussen de Scylla van te veel doen en de inflatie verder aanjagen, en de Charybdis van te weinig doen en mensen in de kou laten zitten. Er liggen grote gevaren op de loer. Dit weekend nog waren er signalen dat de systeembanken Credit Suisse en Deutsche Bank in grote problemen zijn. Soms denk je in de herfst van 2022 onwillekeurig terug aan de herfst van 2008. Afgelopen weken zagen we het Verenigd Koninkrijk, aan de overkant van de Noordzee, op het randje van een monetaire apocalyps, na de aankondiging van een bizar pakket trickledowneconomie-maatregelen. Dat kun je van de maatregelen van ons kabinet niet zeggen, maar in deze perfect storm bekruipt je wel de vraag: wat staat ons nog te wachten?

Ondertussen is de inflatie in Nederland op recordhoogte. Steeds hogere energieprijzen. De boodschappen in de supermarkten worden sprongsgewijs duurder. Steeds meer bedrijven — bakkers, tuinders, vissers — zien zich genoodzaakt de deuren te sluiten. En steeds meer mensen zakken door de bodem van het bestaan, of maken zich op z'n minst zorgen over hun bestaanszekerheid. Terwijl koken of stoken in ons welvarende land nooit een dilemma mag worden.

Daarom steunt de ChristenUniefractie het koopkrachtpakket van het kabinet. We hebben ons niet voor niets hard gemaakt voor maatregelen als de verhoging van het minimumloon met 10%, waardoor de bestaansbodem in Nederland wordt opgetild. Wij hebben ons hard gemaakt voor een fors hoger kindgebonden budget, dat voor gezinnen echt een steun in de rug is. Hierdoor leven volgend jaar niet meer, maar minder kinderen in armoede. En dat is in crisistijd. En we hebben ons hard gemaakt voor extra middelen voor het Nationaal Isolatieprogramma, waarmee we meer dan met welke koopkrachtmaatregel ook het probleem bij de wortel aanpakken.

Toch, voorzitter, ik zeg het nog een keer: het is manoeuvreren tussen de Scylla van te veel doen en de inflatie verder aanjagen, en de Charybdis van te weinig doen en mensen in de kou laten zitten. Het door het kabinet aangekondigde prijsplafond is daar een goed voorbeeld van. Aan de ene kant ben ik te spreken over deze maatregel. Het plafond verplaatst de onzekerheid over de energierekening van de keukentafel bij de mensen thuis naar het kantoor van de minister. Aan de andere kant hebben de maximumprijzen mogelijk een inflatoir effect en leiden die tot een kleinere besparingsprikkel en tot aanzienlijke risico's voor de overheidsfinanciën. In hoeverre denkt de regering dat de combinatie van het aanvankelijke koopkrachtpakket en het prijsplafond de inflatie verder zal aanwakkeren? Is het prijsplafond voor aardgas met €1,45 nou wel zo goed gekozen? Hoe kijkt de minister hiertegen aan? Collega's van de PvdA en GroenLinks stelden bijvoorbeeld een prijs van €1,57 voor in hun tegenbegroting.

Welke mogelijkheden zijn er om de uitwerking van het plafond te monitoren en de maximumtarieven tussentijds bij te stellen? Of had een groter deel van de incidentele middelen uit het augustusbesluitvormingspakket als dekking moeten worden aangewend? Heeft het kabinet dat overwogen bij het uitwerken van het prijsplafond? Immers, de dekking van het prijsplafond en van de nog in ontwikkeling zijnde tegemoetkoming voor energie-intensieve bedrijven en organisaties is geen klein vraagstuk, dat ook nog eens is verdaagd naar de voorjaarsbesluitvorming.

Hoe wil de regering borgen dat energiebedrijven tegen scherpe prijzen blijven inkopen, nu hogere kosten rechtstreeks in rekening worden gebracht bij Financiën? Is het, nu de overheid een deel van de betaalrisico's van energiebedrijven overneemt, niet redelijk om van deze bedrijven een bijdrage te vragen? Welke mogelijkheden ziet het kabinet op korte termijn? Hoe pakt daarnaast het plafond uit voor de 450.000 huishoudens die gebruikmaken van blokaansluitingen? Wat is er mogelijk voor mensen met een handicap of met medische apparatuur, die daardoor genoodzaakt zijn veel elektriciteit te gebruiken? Ligt er niet een rol voor de zorgverzekeraars, bijvoorbeeld bij de stroomkosten van dialysesystemen?

Voorzitter. Als we niet uitkijken, raken we verslaafd aan crisisbeleid. Dan blijven we van ijsschots naar ijsschots springen. Collega Maatoug zei dat net ook al. Natuurlijk heeft mijn fractie meer dan begrip voor de uitzonderlijke situatie die het kabinet het hoofd moet bieden. Tegelijk sluit ik me graag aan bij het advies van de Raad van State die het kabinet adviseert "volgend jaar zichzelf en ook beide Kamers der Staten-Generaal te houden aan de procedureafspraken behorende bij de Voorjaarsnota nieuwe stijl". Wat is de reactie van de minister hierop?

De voorzitter:

Laatste vraag voor de heer Alkaya, SP.

De heer Alkaya (SP):

Het is inderdaad de laatste vraag. Daarom hoop ik ook op een oprecht antwoord van de ChristenUnie. De Socialistische Partij wil voorkomen dat het gemeenschapsgeld voor het prijsplafond in de zakken van aandeelhouders of bestuurders belandt. Vandaar onze motie die we bij de Politieke Beschouwingen hebben ingediend om dat bij voorbaat te verbieden, net zoals dat bij een aantal coronamaatregelen ook is gebeurd. We hebben een andere motie, samen met de ChristenUnie, aangenomen gekregen om onderzoek te doen naar de energiemarkt. Eigenlijk had ik ook op steun van de ChristenUnie voor de eerste motie gehoopt, maar die bleef uit. Ik zou graag willen begrijpen waarom. Waarom stemde de ChristenUnie tegen dat verbod?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik heb de motie niet meer 100% voor de geest, maar ik weet wel dat het kabinet heeft toegezegd om het prijsplafond nader te gaan uitwerken en ook te gaan kijken naar het risico van overcompensatie. In de brief die we gisteren hebben gekregen, is het kabinet daarop teruggekomen. Maar dat is nog zo niet precies, dat ik niet de zekerheid heb dat dat goed gaat komen. Betekent dat dat je in de boeken van een energiebedrijf kunt meekijken? Gaat daarmee dan daadwerkelijk geregeld worden dat zij verstandig stroom inkopen en dat er geen overcompensatie plaatsvindt? Of moet er een ander soort afspraak komen, bijvoorbeeld dat energiebedrijven tot x procent vergoed krijgen of dat ze anderszins gaan bijdragen, bijvoorbeeld aan een noodfonds? Ik verwacht eigenlijk een bijdrage van de energiebedrijven, want we nemen met een prijsplafond natuurlijk ook een enorm betaalrisico bij energiebedrijven weg. Dus ja, ik ben het met collega Alkaya eens dat we meer mogen verwachten van energiebedrijven dan de afgelopen jaren, maar ik heb vertrouwen in het kabinet dat ze dat nog nader gaan invullen. Ik wil een goed antwoord horen. Dat is waarschijnlijk de reden geweest waarom ik toen niet voor die motie, die ik niet meer 100% scherp heb, heb gestemd.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Regeren is vooruitzien. Het kabinet schrijft nadrukkelijk dat het prijsplafond tijdelijk en niet langer dan een jaar van kracht is. Maar de kans dat we langere tijd met relatief hoge energie- en grondstofprijzen te maken zullen hebben, is reëel. Hoe voorkomen we nou paniekvoetbal volgend jaar augustus? Welke instrumenten kunnen we nu vast creëren, zodat we over een jaar, in de zoektocht naar opties, niet weer geconfronteerd worden met bijvoorbeeld een computer bij de Belastingdienst die "nee" zegt? Daarom heb ik alvast één concreet voorstel en twee amendementen van mijn kant: voor een nieuwe korte eerste schijf en energiebelasting per 1 januari 2024 voor de eerste 1.200 kubieke meter aardgas en de eerste 2.900 kilowattuur elektriciteit. Op die manier hoeven we volgend jaar augustus niet opnieuw naar een prijsplafond te grijpen, met alle risico's van dien, maar kunnen we gerichter ingrijpen in de energierekening via de energiebelasting.

Voorzitter. Als we het toch hebben over structurele oplossingen: ons belastingstelsel is stuk. Dat is vandaag al vele malen aan de orde geweest. Het niet-gebruik van toeslagen is bijvoorbeeld fors. Waar blijven de nieuwe cijfers trouwens naar aanleiding van de motie? De marginale druk neemt, na een daling in het vorige kabinet, weer grotere extremen aan. Het stelsel van inkomstenbelasting en toeslagen is juist toe aan vereenvoudiging en niet aan zoiets als een voltijdsbonus om fiscale scheefgroei te compenseren. Deelt de regering dat inzicht? Welke stappen wil de regering zetten om een vereenvoudiging voor elkaar te krijgen?

Voorzitter. Ik gooi het even over een andere boeg. Volgens mij komen we er steeds meer achter dat ons economisch model niet houdbaar is. Meer spullen produceren, meer spullen consumeren, meer, meer, meer. Dat model valt niet te rijmen met de grenzen die de aarde ons stelt. Ik denk daarbij ook aan de bestel- en bezorgeconomie, met een groei van het aantal bezorgde en geretourneerde pakketjes per jaar waar je koud van wordt. Grote webshops, zoals Amazon en Bol, die door hun schaal en marktmacht lage prijzen hanteren, drukken de plaatselijke winkelier en de lokale mkb'er van de markt. Elke keer wanneer een consument op de webshop iets in het virtuele winkelmandje legt en bestelt, moet er een bezorger op pad, met gevolgen voor milieu en verkeersveiligheid. Iedere keer als zo'n bus over de stoep scheurt, hoop je maar dat op dat moment geen kleine kinderen de deur uitlopen. Het zou fair zijn als consumenten en bedrijven aan de maatschappelijke kosten van bezorging en retourzendingen meebetalen. Dat kan met een bestel- en bezorgbelasting, waar bij de bestelling een bedrag van x euro of een percentage y van het bestelde bedrag in rekening wordt gebracht. Dat beprijst de uitstoot van bezorgbewegingen en onveilige verkeerssituaties door bezorgers en brengt hopelijk een beetje de balans terug tussen enerzijds de lokale winkelier en mkb'er en anderzijds de internetgiganten met hun marktmacht, zeker als we de opbrengst terugsluizen naar dit mkb. Vindt het kabinet dit een goed idee dat het onderzoeken waard is?

Tot zover.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik snap het uitgangspunt van de heer Grinwis wel. Twee weken geleden hebben we het gehad over mensen die tussen wal en schip vallen. Er zijn ontzettend veel mensen, bijvoorbeeld chronisch zieken, voor wie het prijsplafond niet afdoende is, die aan huis gebonden zijn. Zij zijn gewoon afhankelijk van bestellingen. Zij kunnen hun boeken, kleding, eten of wat dan ook … Er zijn ook heel veel andere mensen die om wat voor reden dan ook de deur niet uit kunnen. We moeten die mensen wel in het oog houden. Ze hebben het al moeilijk, ze zijn al kwetsbaar, ze hebben al hoge kosten. En dan gaan we ze straks ook nog een keer een bezorg- en bestelbelasting opleggen. Hoe ziet de heer Grinwis dat? Kwetsbaren lijken namelijk weer de dupe te worden.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik deel de zorg van collega Van der Plas. Daarom vraag ik om dit verder te onderzoeken. We kunnen natuurlijk uitzonderingen maken voor een andere manier van bezorgen et cetera. Dat is echt iets om uit te zoeken. Maar het principiële punt is dat er best veel kosten worden afgewenteld op de samenleving. Ik noemde het voorbeeld van de verkeersveiligheid. Je houdt echt je hart vast in de gemiddelde woonwijk. Er worden nu kosten gemaakt die worden afgewenteld op de samenleving. Je ziet ook dat de traditionele winkelstraat er last van heeft. Natuurlijk weet ik ook dat de traditionele winkelier steeds vaker een webshop heeft. Natuurlijk weet ik dat chronisch zieken en gehandicapten aan huis zijn gekluisterd en geen alternatief hebben. Daarom gaat het minimumloon ook omhoog, en daaraan gekoppeld alle uitkeringen. Ik heb daar oog voor. Bij het prijsplafond vraag ik met nadruk om ervoor te zorgen dat de zorgverzekeraars mensen met een chronische ziekte of een handicap tegemoetkomen. Als het niet lukt, moet het via de gemeente, bijvoorbeeld met de Wmo. Maar ik wil hier wel even een principieel punt maken. We zijn nu doorgeslagen in die bestel- en bezorgeconomie. Daarom dit idee. En ik zie dat er inderdaad ook schaduwkanten aan zitten.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Nogmaals, ik snap het uitgangspunt wel. Maar goed, we leven ook in een nieuwe tijd. Mkb'ers spelen daarop in door zelf een webshop te beginnen. Als we dit gaan optuigen, dan gaan we daarbovenop weer allerlei dingen optuigen om mensen te compenseren of een extra toeslag toe te kennen via de zorgverzekeraar of via de gemeente. Ik heb deze week nog weer met een paar mensen gesproken die langdurige zorg nodig hebben. Zij zitten al tot hun nek in de formulieren en moeten dit dan ook weer allemaal gaan doen. Ik vraag me dus het volgende af. Het idee is sympathiek, maar gaan we geen grotesk monster creëren, waar we straks weer spijt van hebben?

Iemand die te hard rijdt in de straat, moet gewoon beboet worden. Ik zou zeggen: meer geld naar de politie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

En dat geld moet ook weer opgehaald worden.

Ik begrijp de zorg. Het is niet louter goud wat er blinkt aan dit voorstel. Er zitten nadelen aan, maar ook voordelen. Het adresseert in ieder geval een paar punten, namelijk dat we een bestel- en bezorgeconomie hebben gecreëerd, die jaar op jaar met 50 miljoen tot 100 miljoen pakketjes per jaar groeit. Het is iets wat booming is. Ik weet dat er ook duurzame initiatieven zijn, zoals verzamelloketten waar pakketjes kunnen worden bezorgd et cetera, et cetera. Het punt is dat we wel heel makkelijk op de bestelknop drukken en vergeten om bestellingen te bundelen. Het is een punt voor de consument en voor de bedrijven, het mkb, de winkelier. Daar is het ook voor bedoeld. Dat er haken en ogen aan zitten en dat die misschien te groot zijn, dat gaan we wat mij betreft horen als resultaat van dat onderzoek.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Laatste vraag. Heeft de heer Grinwis er ook met het mkb over gesproken of zij dit wel een goed idee vinden?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

In algemene zin staan de meeste mensen niet te klappen als je een belasting voorstelt. Het is wel zo dat er in verschillende plaatsen al initiatieven waren, van: help, onze winkelstraten verschralen, onze winkelkern verschraalt; soms komen mensen in de winkel kijken naar een product of ze komen het zelfs testen, en dan gaan ze terug naar huis en bestellen het een paar tientjes goedkoper online. De reacties zullen vast gemengd zijn, maar het principiële punt is toch dat je eigenlijk de rode loper uitrolt voor een bepaalde economie, terwijl de winkelier energiekosten heeft, hoge huurkosten heeft en belangrijk is voor het bindweefsel in de samenleving. Die wordt ook hierdoor stukje bij beetje teruggedrongen. Natuurlijk zijn de meeste winkeliers innovatief en velen hebben zelf een webshop et cetera, maar ik denk dat het principiële punt een best wel stevig verhaal is. Maar ja, er zitten ook nadelen aan.

De voorzitter:

De heer Heinen, VVD, laatste vraag.

De heer Heinen (VVD):

Dit is mijn laatste interruptie?

De voorzitter:

Zeker.

De heer Heinen (VVD):

Oké. Ik had er één bewaard omdat ik verwacht dat er nog best wel feitelijke onjuistheden worden gebezigd, was zo mijn inzicht. Maar dan interrumpeer ik op dat moment wel op een andere manier. Ik vind het namelijk ook belangrijk dat we als parlementariërs, ondanks dat de interrupties op zijn, nog kunnen opstaan tegen ...

De voorzitter:

Gaat u nu maar niet anticiperen op iets wat nog niet gebeurd is.

De heer Heinen (VVD):

We weten allemaal dat dat gaat komen. Maar u heeft gelijk. Ik ga terug naar de kern. Dit was een debat waar ook economen werden aangehaald, de grote denkers. De heer Grinwis kent vermoedelijk ook de heer Tinbergen, die zei: één instrument, één beleidsdoel. Ik hoor een voorstel om pakjes te belasten om mensen minder hard te laten rijden door woonwijken. Ik weet niet of dat nou helemaal het idee is, maar ik hoorde de heer Grinwis ook zeggen: dit gaat om online techgiganten. Over de mkb'er die een website heeft en daar ook iets verkoopt, sluit ik mij aan bij mevrouw Van der Plas. Ik ken iemand met een schoenenwinkel; die heeft flink geïnvesteerd in een website en kan nu eindelijk ook daar schoenen verkopen. Valt die dan ook onder die pakketbelasting? Dan raakt je namelijk juist het mkb.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Het gaat om het principe. Dat is één doel, namelijk: er zijn negatieve externaliteiten die worden afgewenteld op de samenleving. Ze hebben geen prijs, dus de samenleving betaalt de prijs. Dat is het ene beleidsdoel dat je met zo'n bestel- en bezorgbelasting tackelt en aanpakt. Dat heeft verschillende aspecten: verkeersveiligheid, milieu. Je kunt tegenwoordig een abonnement nemen waarmee je het hele jaar geen bezorgkosten meer hoeft te betalen. Je betaalt één keer een tientje en dan krijg je het hele jaar alles gratis thuisbezorgd. Wat ook een enorm probleem is, is het gratis retourneren van spulletjes. Ook ons landschap wordt vergald door steeds meer van die lelijke distributiedozen, en dat in onze mooie delta. Ik vind dat echt zonde. Er zijn dus echt wel redenen om dit voor te stellen. Maar inderdaad, als je een generieke belasting gaat instellen — en dat is dit — op een webshop, dan valt iedereen met zo'n webshop daar in principe onder.

De voorzitter:

Dank u wel. Uw slotwoord, volgens mij. Meneer Heinen, dit was uw laatste interruptie.

De heer Heinen (VVD):

Het gaat toch in drieën?

De voorzitter:

Nee, u heeft in totaal acht vragen. De heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Dan ga ik maar even verder op dat punt.

De voorzitter:

Dit is uw laatste vraag. Ik ben de boodschapper van het slechte nieuws, maar toch. De laatste vraag van de heer Omtzigt. Dan weet u dat.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

De boodschap, daar gaat het inderdaad om. De Jumbo of de Albert Heijn of de lokale apotheek. Dingen rondbrengen voor ouderen die niet zelf meer koken en dus elke dag een pakketje krijgen, namelijk een warme maaltijd. Ik bedoel, er worden nogal wat dingen bezorgd in dit land.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ja.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Ik vind het leuk dat we het gaan onderzoeken, want hoe iets precies werkt, moet je inderdaad altijd even bekijken. Denk aan de btw op groente en fruit. Maar heeft de ChristenUnie er echt over nagedacht of er extra belasting geheven moet worden op het rondbrengen van maaltijden, het thuisbezorgen van boodschappen door de supermarkt, bij ouderen of bij mensen die gehandicapt zijn, of ook gewoon bij tweeverdieners, die blij zijn als het om acht uur 's avonds wordt bezorgd? Op de apotheek die spullen rondbrengt? Moet daar echt een extra belasting op geheven worden in de plannen van de ChristenUnie?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Daar hebben we zeker over nagedacht, maar ik kan hier geen uitsluitsel over geven. Want ja, je kunt onderscheid maken tussen met de fiets bezorgen en niet met de fiets bezorgen, tussen elektrische karretjes, ja of nee, en tussen de flitsbezorger wel of niet. Er zijn dus zo veel variabelen hier, dus nee, het is eigenlijk meer het aan de orde stellen of het aan de kaak stellen van een probleem dat wel ieder jaar groter wordt. Het groeit snel, hè. Het aantal pakketten dat wordt rondgescheurd in ons land, neemt toe; het aantal retourzendingen ook. Het is dus meer het probleem aan de orde stellen en kijken of dat met een fiscale prikkel is op te lossen, of in ieder geval is te beprijzen, dan dat ik nu helemaal de heer Omtzigt kan vertellen hoe het eruit gaat zien. Als ik dat had geweten, had ik niet de vraag om een onderzoek aan staatssecretaris Van Rij hier aan de orde gesteld.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog. Nee, meneer Omtzigt. Achttien mensen willen dat ook. De heer Stoffer, SGP.

De heer Stoffer (SGP):

Ik luister hier zo'n beetje naar en dan denk ik aan de ene kant: ideeën zijn altijd goed. Als ik het allemaal zo hoor, dan wordt dit door de gemiddelde Nederlander nog niet het allerbeste idee gevonden.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Nee.

De heer Stoffer (SGP):

Maar gaat het de heer Grinwis om het verkeersveiligheidsaspect? Is dat eigenlijk het belangrijkste item dat hij hiermee wil oplossen?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Er zit ook een consumentenaspect aan. Iedere dag pakketjes bundelen tot meerdere pakketten zou een bestelbelasting kunnen bevorderen. Er zit dus ook wel een consumentenkant aan. En misschien kunnen consumenten iets bewuster bezig zijn met de aankoop. Daarmee wil ik niet zeggen dat er alleen maar onzindingen worden gekocht, integendeel. Maar milieunadelen zijn grotendeels te ondervangen, als inderdaad de stroom schoon wordt opgewekt en het vervoer elektrisch wordt of per fiets. Dat is te ondervangen. Maar verkeer en verkeersdruk in een wijk die daar niet op gebouwd is — want we hebben heel veel oude wijken — zijn toch wel een blijvend issue. Dus als ik het afpel, is dat een belangrijk aspect waar heel veel mensen in het land dagelijks mee te maken hebben en dagelijks zorgen over hebben.

De heer Stoffer (SGP):

Ik geloof dat ik zo dadelijk nog wel drie vragen heb, voorzitter. Dat klopt, hè?

De voorzitter:

Ja, dat klopt.

De heer Stoffer (SGP):

Dan doe ik er nog één.

De voorzitter:

Even kijken. Nee, nog twee. Hierna nog één.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter, dan laat ik hem zitten.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik dacht: er komt nog een mooie vraag over marginale druk of over eenverdieners. Maar ja, die houden we nog tegoed.

De voorzitter:

Uw slotwoord: daar was u volgens mij gebleven.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter, tot slot. Wat de ChristenUniefractie betreft gaan we meer koersen op de sterren en minder focussen op de golven; minder op de waan van de dag, maar meer op de lange termijn. Natuurlijk willen we daarbij bijzondere aandacht voor de zwakste schouders, een eenvoudiger en eerlijker belastingstelsel, zonder toeslagen, waarbij we tegelijk ontwaken uit de roes van eindeloos consumeren. Ook willen we oog hebben voor gezonde overheidsfinanciën, want ik zei het al: de Charybdis van te weinig doen en mensen door het ijs laten zakken, is reëel, maar de Scylla van het inflatiespook is dat evenzeer. In ver vervlogen tijden koersten Aeneas, Jason en Odysseus met succes tussen deze twee mythische zeemonsters door. Deze drie bewindslieden in vak-K — ze mogen zelf uitmaken wie de hedendaagse Aeneas, Jason of Odysseus is — staan voor eenzelfde moeilijke taak. Ik wens ze dan ook alle wijsheid toe met het schip van 's Rijks financiën en een behouden vaart.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Grinwis. Dan schors ik de vergadering voor een paar minuten en dan gaan we daarna luisteren naar de heer Van Raan, Partij voor de Dieren.

De vergadering wordt van 16.13 uur tot 16.23 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Van Raan, Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter. Ik zat net met de heer Grinwis nog te spreken over hoe de drie helden langs Scylla en Charybdis door de kolkende zee gingen. Was dat nou door zichzelf te blinddoeken en dingen in de oren te stoppen? Of was dat een andere manier? Blinddoeken lijkt me niet de geëigende manier om uit deze crisis te komen.

Voorzitter. Midden in de oliecrisis van 1973 deed premier Joop den Uyl van de PvdA in dit huis een voorspelling: "Het zal nooit meer hetzelfde worden als vroeger." Hij werd weggelachen, maar het klopte wel. De oliecrisis van toen werd de polycrisis van nu. Biodiversiteit, toeslagenschandaal, stikstofcrisis, een klimaatcrisis die ons noopt tot redden wat er te redden valt … Een onderdeel van deze polycrisis is de energiecrisis, die steeds meer landgenoten in grote problemen brengt en die door jarenlang te weinig doen aan de energiecrisis nu alleen kan worden bestreden door op ongekende schaal fossiele subsidies te verstrekken van circa 25 miljard euro. "Geen wonder dat we aanbeland zijn waar we zijn aangestrand", om ook de schitterende quote van Lieke Marsman aan te halen.

Voorzitter. Lange tijd was aardgas het roesmiddel dat ons voorzag in een onmetelijke spullenwelvaart. Terwijl een land als Noorwegen meer dan 1.000 miljard uit aardgasinkomsten reserveerde in het belang van de Noorse bevolking, verjubelden opeenvolgende Nederlandse kabinetten onze Groningse bodemschatten in een duizelingwekkende opheffingsuitverkoop. De opbrengst daarvan werd besteed aan vluchtige welvaartsbeleving. Uiteindelijk werd ook onze bestaanszekerheid daardoor aangetast.

Voorzitter. Meer dan 10 miljard werd geïnvesteerd in de gasrotonde die Nederland de gashub en het gasmannetje van Noordwest-Europa maakte. Het dreef grotendeels op handel in Russisch gas en het opslaan en vervolgens het herverdelen daarvan. Minister Kamp zei in 2015, het jaar van het Akkoord van Parijs, nog dat hij zich geen zorgen maakte over de mogelijke geopolitieke afhankelijkheid. "De Russen hebben altijd geleverd en zullen dat blijven doen." Inmiddels weten we beter, maar die bittere kennis helpt burgers niet om de energierekening te betalen.

Voorzitter. Nog steeds leveren we 90% van ons Nederlandse aardgas aan Duitsland en België, die dat doorleveren aan hun bevolking voor de helft van het bedrag dat Nederlandse huishoudens betalen. Om in bredewelvaartstermen te spreken: het is allemaal ten koste van het later van toen gegaan, en dat merken we in het hier en nu. Geen wonder dat we zijn aanbeland waar we zijn aangestrand. Om die fouten niet weer te maken, vraag ik de minister: waarom schakelt dit kabinet de gasintensieve industrie, waaronder ook de sierteelt en de plasticindustrie, niet voor het grootste gedeelte af? Waarom stapt de minister van Financiën niet over op een crisisklimaatbegroting?

De premier kon tijdens een persconferentie niet garanderen dat de gasopslagen in 2023 ook nog voldoende gevuld zijn. Wat denkt de minister van Financiën dat er met de gasprijzen gebeurt als de opslagen weer leegraken en de vraag naar gas weer toeneemt? Dit komt als een boemerang terug op het bordje van de minister. Fossiele energie gaat nooit meer goedkoop worden, maar voor niets gaat de zon op. Dus waarom staat de minister van Financiën het toe dat de rijksbegroting is gericht op het zo lang mogelijk in stand houden van de fossiele economie en energie, in plaats van op betaalbare duurzame energie?

Voorzitter. De polycrisis eist ook een integrale, systemische aanpak. In de troonrede zijn grote veranderingen aangekondigd. Ik citeer de koning: "Niemand kan voorspellen hoe de wereld eruitziet als de kinderen van nu zelf kinderen hebben. Maar het zal anders zijn, want onze huidige manier van leven stuit op economische, sociale en ecologische grenzen. Dat vergt een andere economie en arbeidsmarkt. Een andere omgang met ruimte en natuur. Andere manieren van wonen, werken, ondernemen en reizen. En andere vormen van samenleven." Dus waarom is de rijksbegroting hier dan nog zo weinig op ingericht? Wezenlijk verandert er te weinig te langzaam. Eigenlijk weet deze minister van Financiën ook wel dat zij ruwweg een driegradenbegroting gemaakt heeft.

Wat ook erg is, is dat deze minister ook wel weet dat ze een verkeerd en destructief verhaal in stand houdt. Ik citeer uit haar toespraak bij de aanbieding van de Prinsjesdagstukken. Ze zegt: "Ten slotte — maar dat is niet onbelangrijk — kan geld dat we nu investeren in bestaanszekerheid van mensen, niet naar zorg, onderwijs of koopkracht van toekomstige generaties gaan". In het kader van de brede welvaart heb ik hier nog een nare nasmaak van. Ze poneert namelijk een valse tegenstelling: of bestaanszekerheid, of zorg; of bestaanszekerheid, of koopkracht voor de toekomstige generaties. Het is een valse tegenstelling. De bewindspersonen die hier aanwezig zijn, kunnen nu besluiten om, in plaats van zorg of onderwijs te offeren aan de koopkracht, bijvoorbeeld 17,5 miljard per jaar voor fossiele subsidies te gebruiken. Maar in plaats van die fossiele subsidies af te schaffen, zijn het er alleen maar meer geworden. Neem de vrijstelling op de kolenbelasting, een belastingvoordeel dat je zou verwachten aan de vooravond van de industriële revolutie, en niet anno 2022. Deze vrijstelling zit er pas sinds 2016 in. De gedachte was kennelijk: laten we de arme kolencentrales nog wat gunnen, voordat ze geschiedenis zijn. Het is een soort palliatieve zorg voor terminale vervuilers.

Voorzitter. Dit kabinet heeft de kolencentrales recentelijk nieuw leven ingeblazen. Ze draaien op volle toeren. Hoe kijkt de minister op dit moment aan tegen de vrijstelling op kolenbelasting? Klopt het dat, nu deze kolencentrales weer op volle toeren draaien, de gederfde inkomsten door deze vrijstelling ook toenemen? Kan ze toezeggen om de Kamer nog voor de plenaire behandeling van het Pakket Belastingplan te informeren over deze gederfde inkomsten? Is zij bereid om de Kamer in deze brief ook te informeren over de ramingen van de omvang van de andere fossiele subsidies?

Voorzitter. Het kabinet blijkt achter de schermen ook bezig te zijn geweest met de voorbereidingen voor compensatie voor grote vervuilers. De Europese Commissie heeft een fossiele subsidie van 835 miljoen euro goedgekeurd. Deze fossielesubsidieregeling is de Partij voor de Dieren al heel lang een doorn in het oog. Samen met GroenLinks dienden we een motie in om deze af te schaffen, te schrappen. Het is een vrijwillige subsidie. We hebben de motie aangehouden, omdat we er nog een brief over zouden krijgen. Maar nu zien we geen budget terug. We weten eigenlijk niet wat de stand van zaken is van de besluitvorming achter de schermen en of die is afgerond. Kan de minister ons hierover informeren vóór de begroting van EZK?

Voorzitter. Ik vraag dit aan de minister van Financiën, omdat er al te lang onduidelijkheid bestaat en omdat fossiele subsidies zoals deze door hun aard een risico vormen voor een verantwoord begrotingsbeleid en dus voor de belastingbetaler. Dat is haar verantwoordelijkheid. Het doel van alle overheidsuitgaven is het vergroten van de brede welvaart. Met de nodige druk van D66, GroenLinks, de Partij voor de Dieren, maar ook anderen, is dit begrip door het kabinet in de afgelopen jaren steeds meer omarmd. Maar wie nog geen onderdeel zijn van het bredewelvaartsbegrip van het CBS, zijn de dieren. Er is een motie van mijn hand aangenomen om dierenwelzijn een plek te geven in het bredewelvaartsbegrip. Kan de minister hier een stand van zaken over geven? Ook de staatssecretaris van belasting, de heer Van Rij, kan iets doen voor de dieren. Is hij bereid om de landbouwvrijstelling eindelijk af te gaan schaffen? Het is de blindedarm van ons belastingstelsel, het inmiddels schaamteloze fiscale voordeel voor de landbouw dat al twintig jaar alleen maar meer ongelijkheid heeft veroorzaakt en dierenleed mogelijk in stand houdt. Dit instrument heeft de belastingbetaler in tien jaar 11 miljard euro gekost. Dat kan niet meer naar de koopkracht of de verduurzaming van de landbouw gaan. Graag een reactie.

Voorzitter, ik rond af. De minister van Financiën heeft gezegd dat het tijd is voor een meer duurzaam koffertje voor de Prinsjesdagstukken. Van links tot rechts stuitte dat op verzet in de Kamer, want het is al 158 jaar traditie. Wat de Partij voor de Dieren betreft praten we helemaal niet over het koffertje, maar over wat erin zit. Dat mag na 158 jaar inderdaad een heel stuk duurzamer en diervriendelijker.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Raan. Dan geef ik het woord aan de heer Dekker, Forum voor Democratie.

De heer Dekker (FVD):

Voorzitter. Twee jaar geleden stond Thierry Baudet hier. Hij noemde toen de grote ontwikkelingen die onze welvaart fundamenteel bedreigen. Hij sprak van de vier ruiters van de apocalyps: het onbegrensd bijdrukken van gratis geld in EU- en euroverband, het gewoon openhouden van de grenzen voor iedereen die maar wil komen, het najagen van onbetaalbare en zinloze klimaatplannen en de ingrijpende coronamaatregelen die toen in hun eerste fase waren. Er zijn inmiddels nog ongefundeerde, bizarre stikstofplannen en een oorlog met Rusland bijgekomen. Dat zijn dus zes catastrofale megatrends, zes rampzalige beleidsrichtingen waaraan de hele Nederlandse samenleving ten onder zal gaan als we niet subiet van koers veranderen.

Voorzitter. We zien het nu namelijk al misgaan over de hele linie. Neem de inflatie, die in Nederland 17,1% is. Dat is hoger dan in Brazilië. Dat is uniek en rampzalig, en het directe gevolg van het onhoudbare euro-experiment. Het zou onze minister van Financiën, en eigenlijk het hele kabinet, 's nachts wakker moeten houden, want dit soort inflatiecijfers ondermijnen op alle fronten het vertrouwen in het geld, in de economie, in de overheid en in de toekomst. Uit het verleden kan ik me nog televisieverslagen herinneren van koortsachtig overleg tussen ministers en vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers over hoe de inflatie te beteugelen en hoe een loonprijsspiraal te voorkomen. Ik herinner me afgepeigerde ministers van Financiën en Sociale Zaken en vakbondsmensen en werkgevers 's avonds laat. Het ging dan over vakbonden die hogere lonen eisten en over bedrijven die de hogere loonkosten weer moesten verwerken in de prijzen, met weer hogere prijsinflatie tot gevolg. Dat moest tot elke prijs worden voorkomen.

Toen ging het over inflatiecijfers van ongeveer 4%. Dat is meer dan 10% minder de inflatie nu. In deze ongehoorde, nooit eerder vertoonde inflatiecrisis heb ik dat soort nachtelijke beelden niet gezien. Welvaart gaat over meer dan economische groei en materiële voorspoed, lezen we in de Miljoenennota. We moeten beseffen dat we allemaal een beetje armer worden, heeft de minister van Financiën gezegd. Het is een sfeer van laconieke berusting, terwijl miljoenen mensen in Nederland serieus in de problemen komen. We zien dat spaargeld voor onze ogen verdampt en de hele economie met een vaart in elkaar dreigt te storten. Graag hoor ik van de minister hoe zij een allesvernietigende loon-, prijs-, schuldenspiraal denkt te gaan voorkomen. Hoe beziet zij in dit verband het eindeloos bijdrukken van geld door de Europese Centrale Bank? Moet de euromuntunie, waarmee het Noorden de schulden in het Zuiden financiert, blijven bestaan, ook als dat betekent dat Nederland te maken krijgt met dit soort inflatiecijfers?

Voorzitter. Van de 8,1 miljoen huishoudens in Nederland, hebben er 5 miljoen, ongeveer 65%, minder dan €35.000 netto per jaar te besteden. Daaronder vallen circa 1,3 miljoen huishoudens met kinderen. De kosten van levensonderhoud zullen nog met zo'n €6.000 tot €7.000 per huishouden, per jaar stijgen. In de Miljoenennota was te lezen dat deze kosten in 2023 nog eens met 2.000 tot 4.000 euro per jaar zullen stijgen. Het gaat zo niet meer. Hier gaan dan mensen letterlijk economisch en vaak ook psychisch aan onderdoor. Deze 5 miljoen huishoudens hebben hiermee in één jaar tijd zo'n 45 miljard euro aan welvaart, koopkracht en pensioenwaarde zien verdampen. Dat is ongehoord, onacceptabel en louter het gevolg van verkeerde politieke keuzes van dit kabinet. Ook 10.000 essentiële mkb-bedrijven, zoals bakkers en vele anderen, zijn zwaar in de knel gekomen. Het gaat mij te ver dat enerzijds in de beslisnota gesteld wordt dat dit geen maatschappelijk ontwrichtende werking gaat hebben, en anderzijds de minister zegt dat dit marktwerking is en dat er nogal wat mkb'ers failliet zullen gaan.

Deze inflatie is namelijk geen natuurverschijnsel, waarbij berusting past. In dit geval komt een belangrijk deel van de problematiek uit eigen keuken. De gas- en elektriciteitsprijzen zijn in ons land inmiddels de hoogste van heel Europa en, net als inflatie zelf, het resultaat van verkeerde politieke keuzes.

Allereerst hebben we namelijk de consumentenprijzen voor gas en elektra enorm opgevoerd door diverse opslagen en accijnzen te rekenen. Daarnaast zijn we al jaren devoot bezig om onszelf af te sluiten van alle traditionele, goedkope vormen van energie, ten faveure van kostbare en vaak vervuilende wiebelstroombronnen in de zogenaamde duurzame sfeer. Zo werd een hypermoderne kolencentrale dichtgedaan, moesten de woningen van het gas af en werd onze enorme Groningse gasvoorraden ter waarde van meer dan 1.000 miljard euro afgesloten. Vervolgens hebben we vergaande economische sancties ingesteld tegen 's werelds grootste gasproducent, Rusland. De enige optie die nu voor ons resteert, is om gas in te kopen op de wereldmarkt, vaak Russisch gas, maar dan tegen hogere prijzen. Een andere optie is om lng te importeren uit de VS, tegen nog hogere prijzen.

Voorzitter. Dit speelt zich af terwijl we bovenop de grootste gasvoorraad zitten van Europa. We hebben besloten om die niet verder te benutten, omdat er lichte aardschokken optreden in het winningsgebied, terwijl daar allang oplossingen voor zijn. Dat we van het gas af willen lijkt de echte reden te zijn, omdat we denken dat het weer dan beter wordt; klimaatbeleid.

De ongekende klappen die lagere en middeninkomens nu krijgen, worden mondjesmaat gerepareerd. Begrijp me niet verkeerd: iedere reparatie daarvan is goed, zeer gewenst en zelfs noodzakelijk. Maar het gebeurt telkens weer aan het einde van de pijplijn. De kern wordt niet aangepakt. De maatregelen worden niet teruggedraaid. De analyse wordt niet voldragen. Door het in stand houden van enerzijds bizar beleid en anderzijds compensatie via subsidies en cadeautjes, worden burgers steeds meer afhankelijk van de luimen van de overheid. De controle en sturing worden steeds verfijnder. Het werd vandaag "gerichte steun" genoemd.

Zo wordt er nu in het kader van een prijsplafond gewerkt met genormeerd energieverbruik. Tot een bepaald gebruik is de kilowattuurprijs verlaagd. Daarboven geldt een veel hogere prijs. Dit is een soort voorloper op het persoonlijk CO2-budget. Gas wordt bovendien nu veel meer belast met kosten en toeslagen dan elektra, want elektra kan zogenaamd "groen" worden opgewekt.

We doen iets soortgelijks met het stikstofbeleid. In een ver verleden heeft Nederland in Europees verband afgesproken 162 stukjes grond ongewijzigd te laten qua natuur. Het model voor de kritische depositiewaarde dat we gebruiken om de nitraat- en NO2-productie in de directe omgeving van die gronden te beperken, loopt ons nu enorm voor de voeten.

Wanneer we onverkort aan onze modellen willen vasthouden, moet een belangrijk deel van de boerenstand inkrimpen of verdwijnen, terwijl deze boeren net via allerlei regelgeving tot grootschaligheid werden gedwongen. Bovendien kan om modelredenen ook maar beperkt woningbouw plaatsvinden. Een onverkwikkelijke situatie, die linksom of rechtsom miljarden gaat kosten. De laatste inzichten van de commissie-Remkes veranderen hier niets aan. Dit alles is eigenlijk nergens op gebaseerd, want van reële natuurschade is zelden sprake. Bovendien is alle grond in Nederland cultuurgrond, door mensen aangelegd. Het aantasten van ongerepte natuur is hier helemaal niet aan de orde.

De zinloze en miljarden kostende coronamaatregelen hebben de maatschappelijke cohesie op alle niveaus nog verder verstoord en gezorgd voor economische kaalslag. Sectoren waar veel mensen bijeenkomen, zoals de uitgaanssector, zijn zwaar getroffen, net als de reissector en diverse diensten, zoals Schiphol. Door de Tozo en andere regelingen zijn ook hier deels reparaties uitgevoerd. Deels zijn kosten uitgesteld. Alles bij elkaar is voor zo'n 85 miljard aan overheidsgeld uitgegeven.

Op het gebied van massa-immigratie worden alle records gebroken. Huisvesting en ondersteuning voor Nederlanders lijken op het tweede plan te komen. Er zijn vele miljarden mee gemoeid, in directe zin voor de opvang, maar veel meer in indirecte zin, omdat alle publieke voorzieningen hierdoor enorm worden belast. Dit heeft Nederland in de laatste 25 jaar honderden miljarden gekost. Nu bedragen die kosten naar schatting tientallen miljarden per jaar.

Voorzitter. De zes grote thema's die ik aan het begin noemde, bepalen in hoge mate de inhoud en ook de sfeer van de begroting. De allerlaatste, spectaculaire inflatiecijfers zijn hierin logischerwijs nog niet eens meegenomen. Verder gaat het over corona, de EU, de vele internationale verplichtingen, stikstof, Oekraïne, migratie en vooral klimaat. Alles staat in het teken van wereldproblematiek.

Als een socialistisch getinte toegift is in de stukken ook een uitgebreide ibo-notitie opgenomen over vermogen en vermogensverdeling. De constatering is dat het vermogen in Nederland scheef is verdeeld. 1% van de Nederlanders bezit 26% van het vermogen, 10% bezit 60%. Deze verdeling is overigens in de laatste vijftien jaar niet schever geworden. Het ibo-stuk wekt niet de indruk dat vermogen en vermogensopbouw moeten worden gestimuleerd. Het voorwoord begint al met een verwijzing naar Piketty, de econoom die onophoudelijk hamert op het fenomeen dat kapitaal beter rendeert dan arbeid, dat dit ongewenst is en dat overheden hier maatregelen tegen zouden moeten nemen.

Ik heb dit document gelezen als een opmaat en onderbouwing voor het zwaarder belasten van vermogen. Gezien de almaar oplopende marginale lastendruk is het wel begrijpelijk, maar voor vermogenden, die meestal al minstens één keer belasting hebben betaald over het vermogen dat ze vergaard hebben, is het niet erg vrolijk stemmend. Overigens zien we vermogensopbouw, zolang het geen globalistisch hyperkapitalisme is, als een ultieme vorm van de opbouw van onafhankelijkheid. Ook over generaties heen kan dit een belangrijke waarborg zijn voor langetermijncontinuïteit en voor de samenhang binnen families. Hierbij moet me van het hart dat de recente schermutselingen over de vermogensbelasting in box 3 het ergste doen vrezen. Het werd vandaag al genoemd. Ik doel op de 30% belasting over het forfaitaire 4% rendement. Na een uitspraak van de Hoge Raad is door de minister bepaald dat alleen degenen die hiertegen tijdig bezwaar hebben gemaakt in aanmerking komen voor teruggave. Wanneer dit de omgangsvormen worden in deze belastingcategorie, ziet het er niet goed uit. Is de minister bereid om deze zaak te heroverwegen?

Al met al is het mijns inziens begrijpelijk dat steeds meer burgers zich afvragen: zit dit kabinet er nog wel voor mij, of vindt men allerlei abstracte doelstellingen en vermeende wereldproblemen veel belangrijker dan het lot van de Nederlander? Wij vinden de situatie in Nederland urgent en wij vinden dat daar urgente, onconventionele oplossingen bij horen.

Voor de korte termijn stellen we de volgende zaken voor. Wij zouden prijsinstrumenten inzetten om alle grote supermarktketens, die extreem geprofiteerd hebben van corona, te verplichten een basislevensmiddelenpakket van 100 essentiële producten aan te bieden, tegen het laagste prijsniveau van 2019. Wij zouden de gasbronnen in Groningen openen, maximaal inzetten op ruimhartige compensatie en op de versterking van de huizen van de Groningers, en de gasprijs voor consumenten koppelen aan de olieprijs. Wij zouden de prijzen voor gas, elektriciteit en brandstof terugbrengen naar het niveau van 2011-2013, toen de olieprijs op hetzelfde niveau lag als vandaag. Wij zouden het lage btw-tarief voor alle primaire levensbehoeften verlagen naar nul. We zouden de AOW met €150 per maand willen verhogen. We zouden de overheidstarieven bevriezen. We zouden alle kale huren tot €1.500 per maand bevriezen. We zouden de Wet toekomst pensioenen on hold zetten en de rekenrente verhogen. Op die manier kunnen we snel wat lucht creëren.

Voor de lange termijn zullen de zes catastrofale megatrends moeten worden gekeerd. Dat betekent uiteindelijk: uit de euro, die onze koopkracht als sneeuw voor de zon laat verdwijnen. We moeten uit de EU, waardoor we onze beslissingsbevoegdheid weer terugkrijgen. We moeten een eigen immigratiebeleid voeren. Aanzuigende werking door een aantrekkelijke cruiseaccommodatie hoort daar niet bij. We moeten de klimaat- en energietransitie stoppen. Het is een gruwelijke verspilling, uit naam van de mythe van de global warming. Bovendien brengen de grootschalige elektrificatie en de inschakeling van wiebelstroombronnen de leveringszekerheid van elektriciteit in gevaar. Geen stikstofonzin meer en geen onteigening. We zijn trots op onze boerenstand, die op duurzaamheids- en dierenwelzijnsterrein internationaal een voorbeeld is. We moeten stoppen met het dwingende coronabeleid en de dreigende terreur van het volksgezondheidsbeleid. Tenslotte, voorzitter, hebben we een realistisch buitenlandbeleid nodig. Wij zouden moeten aandringen op onderhandelingen over een staakt-het-vuren in Oekraïne. Het normaliseren van de geopolitieke verhoudingen is van het grootste belang. Op deze manier kunnen we de Nederlanders weer perspectief bieden.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dekker. Dan geef ik het woord aan de heer Eppink, JA21.

De heer Eppink (JA21):

Mevrouw de voorzitter. Ik was onlangs op bezoek in het Belastingmuseum in Rotterdam. Ik weet niet of mensen hier weten dat daar een belastingmuseum is. Als je daar binnenkomt, zie je allemaal cartoons, spotprenten, van ministers van Financiën van vroeger, of het nu Duisenberg is of Zijlstra, enzovoort. Ik ben gaan zoeken naar de spotprent die het beste past bij deze tijd. Ik ben uitgekomen bij minister De Wilde, 1938. U ziet, ik ben ver teruggegaan. Hier heb ik hem; ik laat nu een cartoon zien van minister De Wilde, met de zwaarbelaste Nederlander. De minister zegt tegen de zwaarbelaste Nederlander: "Ik kan de last niet verlichten, maar de pakken wel een beetje verleggen. Dat draagt makkelijker." Ik denk dit goed past bij deze tijd, omdat wij te maken hebben met hoge inflatie en hoge lasten.

De vroegere Duitse politicus Otto Graf Lambsdorff zei ooit dat inflatie de dief van de gewone man is. Dat zien we nu overal om ons heen, dames en heren. De gewone burger ziet de koopkracht in korte tijd verdampen. Decennialang was de inflatie onder controle, maar die tijd is voorbij. Nieuwe generaties ontdekken nu wat inflatie is. Ik heb het zelf meegemaakt in de jaren zeventig. Die begonnen ook met een oorlog, in het Midden-Oosten en met een oliecrisis. Daarom zien we dat inflatie wordt onderschat, in de hoop dat het wel meevalt. Voorspellingen zijn te rooskleurig, zoals die van De Nederlandsche Bank. Onze centrale bank schatte dat de inflatie dit jaar 8,7% zou zijn en volgend jaar 3,9%. En nu staan we op 17%, en staan de looneisen van de vakbonden ook op 17%.

Voorzitter. De Duitse econoom professor Hans-Werner Sinn stelt vast dat het prijsniveau van producten in Duitsland in één jaar met 46% is gestegen. De inflatie gaat volgende maand, volgens hem, van 9,1% naar 14%. Als schuldigen wijst hij de Europese Centrale Bank, Poetin en de OPEC aan.

De begroting waar we nu over spreken, gaat uit van een inflatie van 2,6% volgend jaar. Die begroting staat dus op drijfzand. Als ik kijk naar de voorstellen over het prijsplafond, dan zie ik een mistige horizon. Het is een op zich nuttig middel voor koopkrachtbescherming, maar de contouren zijn volstrekt onduidelijk. Mijn vraag aan de minister is of de minister meer uitleg kan geven over de gevolgen van het prijsplafond voor de begroting.

Voorzitter. Om de inflatie in toom te houden en de koopkracht te helpen is lastenverlichting een probaat middel. Geen grote loonsverhogingen en vergroting van de uitgaven van de overheid, want die jagen de inflatie alleen maar aan, en dan kunnen we die niet meer onder controle krijgen en begint die als het ware te galopperen. Maar die lastenverlichting moet dus wel dekking hebben, in tegenstelling tot wat de PVV naar voren brengt, en niet leiden tot enorme verhogingen van de staatsschuld.

De overheid int door de hogere energieprijzen meer inkomsten uit btw en accijnzen. En hier ben ik weer: neem bijvoorbeeld de benzinepomp. Sommigen stellen dat, tot nu toe, de overheid al 30 miljard euro extra inde. Er zijn ook nog andere meevallers, zoals de belasting voor bedrijven die veel hebben geprofiteerd van de crisis. Mijn vraag aan de minister is daarom mede te delen hoeveel meer inkomsten uit btw en accijnzen de overheid dit jaar tot 1 oktober heeft kunnen innen. Dus graag het bedrag. Dat kan ruimte geven voor bijvoorbeeld verlichting van lasten voor het mkb. Dat kan in plaats van de winstbelasting te verhogen van 15% naar 19%. Een golf van bedrijfssluitingen richt blijvende schade aan aan de Nederlandse economie, ook van energie-intensieve bedrijven. Het leidt tot breuken in de productieketens.

Voorzitter. In de jaren zeventig sprak men over het grote verschil tussen het nettoloon en de loonkosten als over een wig. Die verstoorde de arbeidsmarkt. Nu wordt de arbeidsmarkt verstoord door een soort omgekeerde wig. Lage nettolonen en het toeslagenstelsel leiden ertoe dat werken nauwelijks loont en dat meer werken helemaal niet meer loont. De gevolgen zijn te weinig werkenden, niet-vervulde vacatures en inflatie op vele gebieden. Toeslagen zijn voor sommigen een soort van bonus voor vrije tijd. Mijn vraag aan de minister — ik hoop mee te denken in hoe we dat kunnen oplossen — is of het niet verstandiger is werken weer lonend te maken, bijvoorbeeld door het tarief in de eerste schaal van de inkomstenbelasting flink te verlagen, naar dicht bij 0%, zodat het toeslagenstelsel geleidelijk tot een minimum kan worden beperkt. In fiscale wetgeving is het belangrijk dat het eenvoudig en uitvoerbaar is, zoals de staatssecretaris weet. Hoe ziet de minister dit idee?

De hoge inflatie treft ook de toekomst van de klimaat- en stikstoffondsen. Dat zijn twee fondsen voor in totaal 60 miljard euro. Dat geld wil de overheid op de kapitaalmarkt lenen. Vorig jaar, toen we het hierover hadden, leek dat geld nog gratis, want er was amper rente. Die tijd is voorbij, want de rente loopt op. Ik vraag aan de minister: hoe ziet u de dekking van deze fondsen?

Ten slotte, voorzitter, de gedupeerden van box 3. De Kamerbrede motie-Eppink neemt het op voor de kleine spaarders. Ik heb ruim 1.000 berichten van kleine spaarders ontvangen en dank hen daarvoor. De Hoge Raad heeft beslist dat alleen bezwaarmakers recht hebben op compensatie en laat het lot van de spaarders die geen bezwaar maakten over aan de politieke wil van het kabinet. Maar veel kleine spaarders waren niet op de hoogte van de bezwaarprocedure of hadden de middelen er niet voor. Ik wijs er ook op dat de advocaat-generaal bij de Hoge Raad de fictieve heffing op het spaarvermogen als een vorm van diefstal omschreef. Ik hoor dat het kabinet niets voor die mensen wil doen en hen, om een recente parlementaire term te gebruiken, "onder de bus gooit". De premier kennende heeft hij waarschijnlijk gedacht: ouderen hebben geld genoeg en compensatie kost te veel. Dat is een teken van sociale hardvochtigheid. Mijn vraag aan de staatssecretaris voor belastingen is: bent u bereid om met de Kamer over een regeling voor kleine spaarders inzake box 3 te spreken of gooit u hen ook onder de bus?

Dank u.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Eppink. Dan geef ik het woord aan de heer Stoffer van de SGP.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. "De grens is bereikt; ik red het niet meer": verzuchtingen die wij, en ongetwijfeld u ook, allemaal veel horen. Gas, boodschappen, brandstof: het is allemaal zo duur geworden dat een heel aantal gezinnen beknibbelt op eten, zwemles of kleding. Ook bij ondernemers leven zorgen over de energierekeningen en over de lastenverzwaringen die dreigen. Ik zou deze Algemene Financiële Beschouwingen kunnen vullen met deze actualiteit. Dat ga ik deels ook zeker doen, maar ik begin met iets anders.

We zijn de afgelopen tijd met de neus op de feiten gedrukt. Er zitten grenzen aan groei. Decennialang groeide de welvaart en steeg ons inkomen. We leken immuun voor tegenslag en teruggang. Maar de afgelopen tijd stapelden de problemen zich op. In die keten van crises wordt steeds vaker naar de overheid gekeken. Maar de samenleving, het maatschappelijk middenveld, vrijwilligersorganisaties, slaan we snel over. Mijn vragen aan het kabinet zijn dan ook de volgende. Hoe gaat het kabinet hen meer in positie brengen? Hoe gaat de minister het omzien naar elkaar concreet handen en voeten geven? Waarom kiest het kabinet voor een voltijdsbonus, maar niet voor een vrijwilligersbonus?

Voorzitter. Een stap over de grens betekent ook vaak een sprong in het onbekende. Zoals de Miljoenennota terecht zegt: de maakbaarheid van de economie kent zijn grenzen. Een minuscuul virus of een kolossaal schip in het Suezkanaal hebben ontwrichtende gevolgen. Bovenop die acute uitdaging komt de stapeling aan kabinetsplannen met alle gevolgen van dien voor de uitvoering. Problemen in box 3? Alle aandacht richt zich direct op een oplossing, waardoor andere zaken blijven liggen. Een hogere asielinstroom? Op stel en sprong worden gemeenten gedwongen extra mensen op te vangen. De problemen van de dag bepalen de grenzen van de oplossingen. Structurele problemen — ik noem de arbeidsmarkt en ook de krapte daarop — blijven in de la liggen, inclusief de rapporten met bijbehorende oplossingen. De Raad van State merkt op: kom met een sociaal-economische structuuranalyse. Wat is de reactie van het kabinet daarop en hoe komt het kabinet, en daarmee ook onze samenleving, uit die crisisstand?

Voorzitter. Vorige week las ik een treffende analyse in de krant. We komen om in de vangnetten, maar hebben straks geen palen meer om ze aan vast te knopen. Inderdaad, de laatste tijd is "compensatie" een toverwoord geworden. Maar ik denk dat we kunnen concluderen dat niet elk verlies door de overheid geïncasseerd kan worden. Mijn vraag aan de minister is of we dat duidelijker kunnen vertolken. De SGP heeft daarom bijvoorbeeld dit voorjaar tegen het miljardenpakket gestemd dat de btw op energie en de accijns op brandstof verlaagde. Dat is een schoolvoorbeeld van een dure en ook nogal ongerichte maatregel. Wat betreft de SGP moet het adagium zijn: de overheid als schild voor de zwakken. Er moet gerichte steun zijn voor lage en middeninkomens die het echt nodig hebben en voor energie-intensieve ondernemingen. Mijn vraag is of de minister die inzet deelt.

Voorzitter. Het is door velen genoemd: €1 meer verdienen en €0,87 afdragen aan de fiscus. Werken lonend maken komt nog niet erg van de grond in de plannen die nu voorliggen. Vandaag, op de dag van de leraar, kunnen we concluderen dat een dag extra werken lonender is voor de overheid dan voor die leraar of lerares zelf. Mijn vraag is: wanneer komt het kabinet met een grondige herziening van het belastingstelsel? De keuzes van het kabinet zorgen ervoor dat een gezin met één betaald werkende volgend jaar tot twaalf keer zo veel betaalt als een identiek gezin met twee mensen die een inkomen binnenbrengen. Tot twaalf keer zo veel! Mijn vraag aan het kabinet is: is de grens voor u nu ook eindelijk bereikt? Ik wijs ook nog maar een keer op de aangenomen motie die verzoekt om dit op te lossen.

Bij een kleine inkomensstijging zien middeninkomens hun voordelen uit hun handen glippen. Mijn vraag is: hoe gaat het kabinet de inkomenspositie van middeninkomens structureel verbeteren? Inderdaad, middeninkomens krijgen meer kindgebonden budget, maar na 2023 daalt dat weer. Feitelijk zijn we de koopkrachtdaling voor 2024 en verder al aan het inboeken. Mijn vraag is daarom: waarom is niet gekozen voor een structurele verhoging van het kindgebonden budget?

Voorzitter. Gisteren is er eindelijk meer duidelijkheid gekomen over het energieplafond. Zeker, dit helpt lage inkomens en gezinnen met hoge energiekosten. Dat compliment wil ik wel geven. Mijn vraag daarbij is of het ook grotere gezinnen met veel kinderen helpt. Daarnaast heeft de SGP twee bezwaren bij het energieplafond. Het eerste is dat het redelijk ongericht is. Ik heb daarbij een open vraag. Was er geen slimme, meer gerichte oplossing te bedenken? Ik zag nog iets voor dit jaar, de €380 die iedereen krijgt. Klopt dat inderdaad? Dat is twee keer €190. Er zijn heel wat gezinnen bij wie de rekening lager is dan dat. Krijgen die mensen geld toe? Hoe gaat dat precies werken?

Voorzitter. Ons tweede bezwaar is het gebrek aan dekking. De schatting is nu dat er bij de Voorjaarsnota zo'n 16,6 miljard euro ingevoegd moet worden. Welke opties liggen daarvoor op tafel? Waarom is niet direct dekking geregeld? Ik ben niet de eerste die dat vraagt. Is de minister bereid om op korte termijn een lijst met mogelijke bezuinigingsmaatregelen op te stellen, zodat we daar met elkaar over kunnen nadenken?

Voorzitter. Dan de energie-intensieve ondernemers. Zij wachten nog steeds op steun. In de brief staat dat ze pas in het tweede kwartaal steun kunnen aanvragen, dus op z'n vroegst eind maart of begin april 2023, als de winter voorbij of bijna voorbij is, en die ondernemers misschien wel failliet. Mijn vraag is waarom dat zo lang moet duren. Wat gaat het kabinet doen om dit eerder te regelen? Geef die mensen alsjeblieft perspectief. Ik begrijp dat er in november wellicht een oplossing komt voor acute problemen, maar ik — en niet alleen ik, maar vooral al die ondernemers — zou graag willen weten waar het kabinet dan aan denkt. Wordt dat een regeling waarmee ondernemers als bakkers, slagers en ga zo maar door letterlijk de winter door kunnen komen? Heel veel ondernemers hebben het namelijk gewoon zwaar. Na corona zijn de reserves op en de marges laag. Tegelijk verhoogt het kabinet de lasten en wordt van ondernemers verwacht dat ze de lonen verhogen, terwijl het mkb een van de palen is waarop onze economie gebouwd is. Wat is nu precies de visie van het kabinet op het mkb? Is de minister bereid de werkkostenregeling nog dit jaar te verhogen, zodat werknemers snel een eenmalige tegemoetkoming kunnen krijgen? In het Belastingplan lezen we dat de bpm-vrijstelling voor ondernemers wordt afgeschaft. Mijn vraag is of het kabinet openstaat voor goede alternatieven.

Voorzitter. Hoewel de spendeerdrift van het kabinet anders doet vermoeden, groeien er in Nederland nog steeds geen grenzeloze geldbomen. De kosten van gezinnen stijgen en de lasten voor ondernemers nemen toe. Daarbij is mijn vraag in welke uitgaven de overheid gaat snoeien. Ik weet dat het niet populair is, maar de kostenstijgingen voor zorg en sociale zaken kunnen we gewoon niet meer bijbenen. Dankzij de inflatie loopt de ontwikkeling van de staatsschuld nog niet uit de hand, maar mijn grote zorg is dat de stapeling van eenmalige ad-hocuitgaven het zicht op de begroting vertroebelt. Ook het CPB verzucht: "De naleving van begrotingsregels is op dit moment gebrekkig." Tegelijk loopt de rente op en komen er nog meer risico's op ons af. Mijn vraag daarbij is: wat is de langetermijnvisie van het kabinet? Op welke kaders stuurt het kabinet? In vroeger tijden bouwden we een buffer op. Wanneer begint het kabinet daar nu weer mee? Want als begrotingsgrenzen vervagen, wordt de parlementaire controle ook verstoord. Wat wil het kabinet daar concreet aan verbeteren?

Voorzitter. Voor financieel degelijk beleid moeten we ook over de grens kijken. De Europese begrotingsregels staan allang buitenspel in afwachting van nieuwe regels. Zet de minister in op snelle herinvoering van die regels? Het is goed dat de minister zich actief mengt in de discussie over de begrotingsregels, want een beetje Hollandse zuinigheid in de EU kan geen kwaad. De minister zet in op een betere handhaving van regels; dat is heel goed. Maar tegelijkertijd zet de minister in op een gezamenlijk paper met Spanje, die de deuren weer opent voor meer uitgaven. Hoe gaat dit samen? Hoe voorkomt de minister dat de regels dusdanig ruim worden dat handhaving feitelijk overbodig is? Wat zijn de concrete voorstellen van de minister om die handhaving effectiever te maken?

Voorzitter. De grens is voor veel mensen bereikt. De zorgen zijn voor heel veel mensen en bedrijven groot. Maar zoals u van de SGP gewend bent, eindig ik niet in mineur. Want als die grenzen van geld of van ons kunnen bereikt zijn, mogen we troost putten uit bijvoorbeeld een van de psalmen die de bekende koning David zo'n 3.000 jaar geleden dichtte. Neem het veertiende vers van psalm 147, waar David ons op God wijst. "Die uw landpalen — dat is een ouderwets woord voor grenzen — in vrede stelt, hij verzadigt u met het vette der tarwe."

Dat is een hoopvolle gedachte te midden van alle onrust. God regeert en hij kan vrede en ook welvaart geven. In vers 11 wijst de dichter, David, ook naar boven. Daar zegt hij: "De Heere heeft een welgevallen aan hen die hem vrezen en op zijn goedertierenheid hopen." Die godsvreze wens ik het kabinet, alle inwoners en ons hele land van harte toe.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Stoffer.

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter, als ik mag ... We zijn allemaal door onze interrupties heen, behalve mevrouw Van Dijk, geloof ik. Ik merk dat ik me er heel ongemakkelijk bij voel dat ik hier niks over kan vragen. Als de collega's het mij toestaan, zou ik één vraag aan de heer Stoffer willen stellen.

De voorzitter:

Daar gaan de collega's niet over, maar ik. Het probleem is dat als ik er eentje toesta aan u, ik dat bij iedereen moet doen. We hebben vanavond ook nog een debat over de Europese top en een dinerschorsing.

De heer Stoffer (SGP):

Mag ik een voorstel doen? Ik lever wel één vraag van mij in. Dan mag de heer Van Weyenberg die stellen.

De voorzitter:

O, kijk. Ook daar gaat u niet over. Nee, ik wil niet dat er wordt geruild. Volgens mij heeft de heer Grinwis nog een aantal vragen over, en mevrouw Inge van Dijk. Als we dat gaan doen, dan ... We krijgen nog allerlei begrotingen. Dus helaas.

De heer Stoffer (SGP):

Ik dacht: ik help u een beetje.

De voorzitter:

Ik snap het helemaal, maar ik moet streng zijn. Dat is volgens mij ook in het voordeel van ons als Kamer als geheel. De heer Dassen van Volt. Gaat uw gang.

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter. Schouder aan schouder om de oorlogsmachine van Poetin mee een halt toe te roepen: dat is wat de Europese Unie dit voorjaar deed. Schouder aan schouder samenwerken om onze vrijheid en democratie te beschermen. De eensgezindheid waarmee de sanctiepakketten werden opgetuigd en wapenleveranties werden voorbereid, lieten de kracht van een eensgezinde Unie zien.

Tegelijkertijd werd er meer in defensie geïnvesteerd om de stabiliteit, veiligheid en onafhankelijkheid van ons continent in de toekomst te kunnen waarborgen, waarbij ook steeds meer samen wordt geïnvesteerd. Dat is een belangrijke stap. Maar deze investering in externe veiligheid alleen is niet voldoende om de veiligheid van Europa te waarborgen. Als we Europa namelijk willen samenbrengen, als we van ons continent een serieus geopolitiek verband willen maken, dan zal dat hand in hand moeten gaan met de investering in bestaanszekerheid van Europeanen, in een sociaal en rechtvaardig Europa en het groene verdienvermogen van ons continent in de toekomst. Schouder aan schouder.

Voorzitter. Toch klinkt er vanuit de verschillende Europese hoofdsteden een bezorgd geluid. De gevolgen van de oorlog worden overal hard gevoeld. Mensen die de boodschappen en de energierekening simpelweg niet meer kunnen betalen. Bedrijven die de deuren moeten sluiten. De druk neemt toe. Juist dan is het vaak moeilijk om solidair te zijn, om schouder aan schouder te staan, maar des te belangrijker.

Voorzitter. Het aangekondigde steunpakket van de Duitsers van 200 miljard leidt dan ook tot gefronste wenkbrauwen. Want terwijl de één 200 miljard heeft, luidt de ander de noodklok, zoals de Slowaakse premier, die waarschuwde dat deze energiecrisis bij hem de economie de nek om kan draaien. Hoe kijkt de minister naar deze situatie, waarin landen met diepe zakken de mogelijkheid hebben om huishoudens en bedrijfsleven terecht te kunnen ondersteunen, terwijl anderen die zakken niet hebben en door het putje dreigen te gaan? Hoe waarborgen we de eenheid in deze tijd en wat zijn de stappen die de minister op dit moment onderneemt om die eenheid te waarborgen? Hoe beoordeelt de minister in dat licht de oproep om Europees leiderschap van de Franse minister Le Maire, die vraagt om een Europees actieplan tegen inflatie, en van Eurocommissarissen Breton en Gentiloni om voort te bouwen op huidige Europese fondsen om Europeanen en de industrie in de huidige crisis te helpen?

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Wij zijn Nederlandse parlementariërs, gekozen door Nederlandse burgers om in Nederland politiek te bedrijven. De heer Dassen begint met de Europese Unie. Vindt hij het net zo belangrijk dat een Nederlandse burger ... Of misschien vindt hij het wel belangrijker dat een Italiaanse burger wordt gecompenseerd voor zijn energiecrisis dan een Nederlandse burger. Ik wil de heer Dassen eraan herinneren dat hij toch echt gekozen wordt door Nederlandse burgers. Maar u scheert ze allemaal over één kam. Hoe moet ik dat zien?

De heer Dassen (Volt):

In de commissie Klimaat en Energie, in de commissie Defensie, in de commissie Economische Zaken, overal wordt erkend hoe belangrijk het is dat Nederland verankerd is in de Europese Unie, juist in het belang van de Nederlanders. Dat wij onze economie goed kunnen laten draaien, is dankzij een goed functionerende interne markt. Dat wij ervoor kunnen zorgen dat we onze vrijheid en democratie kunnen waarborgen, is omdat we in Europa met elkaar kunnen optrekken en samen kunnen werken. We kunnen ervoor zorgen dat we de klimaatverandering tegen kunnen gaan, en dat moeten we samen in Europa doen. Het belang van de Nederlanders, het belang dat wij hier allemaal zouden moeten vertegenwoordigen, is juist het belang dat we in Europa samenwerken en dat we de problemen waar we nu voor staan gezamenlijk aanpakken. Dat is volgens mij waar alle 150 leden van de Tweede Kamer zich hier keihard voor zouden moeten maken.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

De heer Dassen vertelt sprookjes. De internationale veiligheid van Nederland werd al jaren, sinds de Tweede Wereldoorlog, gegarandeerd door de NAVO. Weet u dat wel? Dat is geen Europese instantie.

De voorzitter:

Graag via de voorzitter, meneer Ephraim.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Ja, voorzitter. Dat wij verankerd zijn in Europa met de interne markt, prima. Dat wil niet zeggen dat er een transferunie moet komen waarbij wij andere landen gaan bevoordelen boven onze eigen burgers, die het al moeilijk genoeg hebben. Misschien moet de heer Dassen een baantje zoeken in het Europees Parlement of zo.

De voorzitter:

Nou, nou, nou. De heer Dassen is gewoon een gekozen volksvertegenwoordiger in deze Kamer, meneer Ephraim.

De heer Dassen (Volt):

Ik hoor geen vraag van de heer Ephraim, maar het zou hem toch veel kunnen helpen als hij het belang van de Europese samenwerking voor Nederland zou zien. Inderdaad, we zijn als Europa grotendeels afhankelijk van de Verenigde Staten in het NAVO-bondgenootschap. Ik ben heel blij dat we daar onderdeel van uitmaken. Ik denk ook dat we ervoor moeten zorgen dat we binnen dat bondgenootschap de Europese pilaar met elkaar versterken, zodat we gezamenlijk inkopen doen, wat een hoop zou kunnen besparen en wat we weer kunnen besteden aan de bestaanszekerheid van mensen. In mijn optiek zijn er juist heel veel kansen die de heer Ephraim elke keer laat liggen.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Ik denk dat dat wel meevalt. Zoals bekend denk ik dat een geopolitiek en federaal Europa met een Europees leger zeer slecht is voor Nederland. Maar we kunnen het ook hierbij laten, want de heer Dassen en ik worden het daar nooit over eens. En er komt vanavond nog een ander debat over Europa.

De voorzitter:

Zo is dat.

De heer Dassen (Volt):

Wellicht kunnen we er dan weer verder over discussiëren.

De heer Eppink (JA21):

Ik wil aan de heer Dassen vragen of hij gisteren heeft opgelet bij de stemmingen. Tijdens de stemmingen werd een motie-Eppink aangenomen waarin gesteld werd dat we geen nieuwe Europese schulden moeten aangaan voor nieuwe EU-fondsen. De motie werd ontraden door het kabinet, maar is toch aangenomen. Ik dank daarvoor trouwens ook de VVD. U praat dus over dingen die we eigenlijk al hebben afgewezen.

De heer Dassen (Volt):

Ik denk dat de heer Eppink de kortzichtigheid laat zien van de JA21-fractie door nu al te stellen dat we geen nieuwe Europese schulden met elkaar moeten aangaan. We zitten met elkaar in een crisis. Het is ook in het belang van Nederlandse ondernemers, die volgens mij JA21 toch ook aan het hart gaan, om juist te zorgen dat we als Europa deze crisis samen doorkomen. En ja, je hoort de discussie in andere landen alweer opbloeien, dat er een roep komt om nieuwe Europese schuldendeling. Dan kunnen wij hier in Nederland weer met z'n allen gaan zeggen: dat willen wij niet, dat willen we absoluut niet. Ik denk dat het heel terecht is dat de minister van Financiën de motie ontraden heeft. Ik denk dat het ook ontzettend kortzichtig is van de VVD dat zij voor deze motie heeft gestemd. Ik ben nog steeds van mening dat de discussie daarmee niet af is, maar dat we die juist nog moeten voeren.

De heer Eppink (JA21):

Ik wil er nog aan toevoegen dat als we beginnen met grote Europese fondsen, zoals een energiefonds of — laten we zeggen — een anti-inflatiefonds van honderden miljarden, 700 miljard of zo, het gevolg daarvan meer inflatie is. We moeten er in Europa, ook bij de Europese Centrale Bank, rekening mee houden dat als je meer geld gaat uitgeven, je meer inflatie creëert. Die gaat galopperen, en dan komen we er niet vanaf.

De heer Dassen (Volt):

We moeten er ook voor waken dat gezonde bedrijven in Europa omvallen vanwege de huidige energiecrisis. Dat is ook in het belang van Nederland. We moeten elkaar daarin helpen, juist om ervoor te zorgen dat Europa, als we deze crisis voorbij zijn, een gezonde economie heeft, waarvan Nederland en Nederlandse bedrijven goed kunnen profiteren.

De heer Eppink (JA21):

Ik wil er toch op wijzen dat het fenomeen inflatie enorm hardnekkig is. Het is heel moeilijk om ervan af te komen. Ik heb dat zelf meegemaakt in de jaren zeventig; ik heb dat verteld. Dat heeft tien jaar geduurd, omdat we voortdurend dezelfde fout maakten en meer geld gingen uitgeven. Bedrijven vallen dan ook om. Dus het bestrijden van inflatie is een van de prioriteiten die elke regering nu moet hebben.

De voorzitter:

Dank u wel. U vervolgt uw betoog.

De heer Dassen (Volt):

In de reactie van de minister werd gesteld dat er nog voldoende geld in de huidige Europese fondsen beschikbaar is. Maar kan de minister aangeven hoeveel miljard er nog beschikbaar is in deze fondsen en hoe dat verdeeld kan gaan worden?

Voorzitter. Het is geen geheim — ik ben blij dat de collega's daar net eigenlijk al over interrumpeerden — dat Volt er wél een voorstander van is om de acute spanning tussen lidstaten via een EU unity fund weg te nemen. Maar Volt is niet van die tijdelijke oplossing, want het liefst zouden we willen dat er een structurele oplossing komt, namelijk een permanent gemeenschappelijk fiscaal instrument voor de Europese Unie. Zo vangen we gezamenlijk de schokken op en redden we noodzakelijke, toekomstgerichte investeringen op het gebied van klimaat en digitalisering. Volt is in dat kader dan ook voorstander van een wijziging van de Europese verdragen, waarvoor Von der Leyen voorzichtig een eerste startschot heeft gegeven. Ik was benieuwd hoe het kabinet daar op dit moment in staat, want in het coalitieakkoord staat dat Nederland een leidende rol neemt in Europa. Wat is het leiderschap dat Nederland nu naar de tafel brengt? Het invoeren van een energieplafond mocht van de EU al veel eerder. Toch geeft het kabinet Brussel de schuld van het vertraagde handelen. Ook de meevallersheffing werd in Europa eerder omarmd; Nederland bleef afwachten. In meerdere landen sprak de regeringsleider de mensen al veel vaker toe, maar in Nederland bleef het lang stil. Dus graag een reactie.

Voorzitter. Deze tijd drukt ons ook met onze neus op de feiten, want jarenlang hebben we onszelf afhankelijk gemaakt en gehouden van fossiele brandstoffen, van het gas en van een imperialistische dictator. Steeds meer bedrijven komen nu stil te staan. HAK stopt de productie tijdelijk, Chemelot ligt voor een deel stil en de volledig duurzame smelter Nyrstar is bang dat hij deze crisis niet overleeft. Dit verslechtert onze concurrentiepositie ten opzichte van de Verenigde Staten en Azië, waar de prijzen van grondstoffen veel minder hoog zijn. Het probleem is dat we dit volledig aan de markt overlaten. Ik had daar net al een interruptiedebat over met de heer Heinen. Zonder regie is het een kwestie van willekeur welke bedrijven uiteindelijk zullen omvallen. Hieronder vallen ook bedrijven die essentieel zijn voor de Europese economie van de toekomst, zoals de groene maakindustrie. Heeft het kabinet een duidelijke afschakelstrategie waarmee dit soort bedrijven gered kunnen worden en we voorkomen dat productie uit Nederland en Europa verdwijnt? Is het kabinet bereid om in Europees verband te pleiten voor een afschakelstrategie? We moeten helder hebben welke bedrijven straks onmisbaar zijn voor een strategisch autonoom, duurzaam en financieel sterk Europa.

Voorzitter. Het kabinet heeft beloofd daar een leidende rol in Europa in te nemen. Geef het goede voorbeeld en start vandaag nog met een afschakelstrategie en een energiebesparingsstrategie. Om als Nederland een snelle omslag naar een groene economie te maken hebben we meer vakkrachten nodig. Enkele collega's haalden dat net ook al aan en Volt heeft dit punt ook al ingebracht tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Het kabinet heeft miljarden niet uit kunnen geven, niet kunnen investeren in onze gezamenlijke toekomst, vanwege onder andere personeelstekorten en het ontbreken van vakmensen. Hoe gaat het kabinet deze problemen adresseren?

Voorzitter. De bestaanszekerheid van veel Nederlanders staat al jaren onder druk. De ongelijkheid in Nederland is groot. Een kleine groep wordt rijker, maar de rijen voor de voedselbank worden langer. 10% van de huishoudens bezit 21% van het vermogen. 1% van de huishoudens bezit 26% van het vermogen. Het kabinet probeert nu met incidentele compensatieregelingen te lijmen wat structureel fout zit. Allereerst is het goed dat het kabinet in actie is gekomen na maanden van vragen door veel oppositiepartijen, om er inderdaad voor te zorgen dat mensen niet door het ijs zakken, maar het kan en moet ambitieuzer. Het kabinet heeft de kans om de regie te pakken. Het is namelijk in ieders belang dat we rijkdom en daarmee de pijn eerlijk verdelen en acute armoede bestrijden.

Daarom heb ik de volgende vragen aan het kabinet. Werken moet weer gaan lonen, horen we overal, maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Hoe kan het dat werkenden met een modaal inkomen er nauwelijks op vooruitgaan onder de plannen van het kabinet? Wanneer je van €1.000 bruto extra maar €130 netto overhoudt, wat gaat er dan mis en, vooral ook, wat gaat het kabinet eraan doen om ervoor te zorgen dat de middeninkomens er meer op vooruitgaan?

Voorzitter. Ik noem daarnaast vermogensopbouw. We zien vermogensopbouw via schenkingen en erfenissen het vaakst bij de rijke huishoudens. We houden de vermogensongelijkheid in stand door ons schenk- en erfbelastingsysteem en door vele ondoelmatige fiscale maatregelen. Op welke manieren is het kabinet bereid in te zetten op een progressievere erf- en schenkbelasting?

Voorzitter. Veel ondoelmatige regelingen kunnen vandaag nog geschrapt worden en gebruikt worden voor acute armoedebestrijding. Zo lazen we vandaag en gisteren in de krant dat de menstruatiearmoede echt groot begint te worden en dat meisjes om precies die reden niet meer naar school komen. Ik noemde eerder ook al het voorbeeld van de vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting voor oldtimers. Die kost de schatkist in 2023 99 miljoen. Maar er zijn er natuurlijk nog meer. Toch wil ik het kabinet vragen of het bereid is een van deze regelingen te schrappen en, naar Schots voorbeeld, in te zetten op het gratis toegankelijk maken van menstruatieproducten in scholen en publieke gebouwen. Wellicht kunnen we daarin dan ook meteen de 2,5 miljoen van de heer Van Weyenberg voor de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme meenemen.

Tot slot, voorzitter. Deze tijd vraagt dat Europese leiders schouder aan schouder gezamenlijk de regie pakken. We moeten als EU de gezamenlijke regie blijven houden, om landen, essentiële bedrijven en mensen de crisis door te helpen. Want elke crisis is ook een kans, een kans om het anders te doen. We moeten nu de omslag maken naar een nieuw Europa, naar een sociaal, rechtvaardig, duurzaam en strategisch autonoom Europa.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dassen. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel. Het is een beetje een gekke dag voor mij, gezien de uitkomst van het rapport-Remkes. Ik liet mij een beetje gekscherend ontvallen dat ik een beetje verliefd was geworden op de heer Remkes, maar dat was natuurlijk gewoon een grapje. Dat slaat helemaal nergens op, want dat is natuurlijk niet echt zo. Dat wil ik even voor het hele land gezegd hebben. Dit gaat namelijk al een heel eigen leven leiden. Nee, ik bood mijn excuses aan voor mijn eerdere kritiek op hem. Ik ben daar namelijk wel scherp in geweest. Maar ik moet ook eerlijk zeggen dat ik vind dat hij goed werk heeft geleverd. Toen zei ik als grapje dat ik verliefd op hem was geworden. Maar dat is dus niet zo. Meneer Remkes, dat is niet zo.

(Hilariteit)

De voorzitter:

Wat was de reactie van de heer Remkes? Of heeft u hem niet gesproken?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Nou, hij moet het uit de media vernemen, want ik had het gelekt.

Maar nu echt serieuze zaken. Voorzitter en beste inwoners van Nederland. Twee weken geleden heb ik tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen uitgebreid stilgestaan bij de situatie van mensen met een medische aandoening en chronisch zieken. Die mensen kunnen niet zomaar bezuinigen op gas en stroom, want zij zijn van gas en stroom afhankelijk om te kunnen leven. Ik had het over trapliften, elektrische bedden en warme huizen. Denk aan reuma- en spierpatiënten. Denk ook aan zuurstofconcentratoren — ik wilde bijna "zuurstofconcentractoren" zeggen — deurdrangers, nierdialyse et cetera.

Terwijl we hier de mond vol hebben van een inclusieve samenleving en zogenaamd niemand laten vallen, laten we bij de eerste de beste keer dat we kunnen laten zien dat we echt zo inclusief zijn en dat we echt niemand laten vallen, zien dat we een hele grote groep in Nederland, van tienduizenden zo niet honderdduizenden mensen, totaal niet in ons vizier hebben. We kunnen nog zoveel bushokjes volplakken met mooie posters en mooie beloftes, maar het gaat om wat we hier doen. Dan vind ik het schrijnend dat er bij het vaststellen van het prijsplafond totaal niet aan deze mensen is gedacht. Bij mijn weten is men ook vandaag nog niet met een voorstel gekomen om deze mensen extra te ontzien, ondanks mijn aangenomen motie van twee weken geleden. Het kabinet beloofde om met urgentie te kijken hoe we deze mensen gaan helpen. Denk daar nog even aan terug als we weer een "kijk ons eens deugen"-campagne gaan maken voor mensen met een beperking, chronisch zieken of andere kwetsbare groepen. Behalve de chronisch zieken breken ook onze burgers en ondernemers zich al maanden het hoofd over de energierekening en over de andere te betalen rekeningen. Voedsel is bijvoorbeeld al 25% duurder geworden. Dan hebben we het nog niet eens over benzine en alle andere spullen die we nodig hebben in het dagelijks leven.

Voor een aantal mensen is het geen probleem om wat meer te betalen. Zij gaan dan gewoon niet drie, maar twee keer per jaar op vakantie. Voor hen is er geen centje pijn. Wat mij wel mateloos stoort, is dat mensen die wel alles kunnen betalen, nu anderen de maat gaan nemen en zeggen dat het "eigen schuld, dikke bult" is voor de mensen met een hoge energierekening. "Dan moeten ze als ouderen maar niet in zo'n groot huis wonen". "Dan hadden ze maar zonnepanelen moeten leggen". "Dan hadden ze hun huis maar beter moeten isoleren". Geen enkele compassie voor mensen die dat geld misschien niet hadden. Geen enkele compassie voor de mensen die huren en afhankelijk zijn van hun huurbaas of woningcorporatie voor isolatie en verduurzaming van het huis. Wat voor de een zo lekker logisch is, is voor de ander onbetaalbaar. Wie rood staat, kan immers niet groen doen. Dan een kabinet, dat kil meldt dat we allemaal een beetje armer worden. Nou, veel mensen in Nederland worden fors armer. Wij, hier, in deze zaal, worden met ons inkomen van tussen de €120.000 en €180.000 per jaar een beetje minder rijk. Laten we het beestje gewoon bij de naam noemen en de burger niet als gekke Henkie behandelen.

Voorzitter. De koopkrachtproblemen tekenden zich al ruim voor de oorlog in Oekraïne af. De oppositiepartijen deden vorig jaar al voorstellen om mensen en bedrijven extra te compenseren. Sterker nog: ik heb op m'n tafel een motie liggen uit 2018 van de heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren, waarin wordt gevraagd om een onderzoek naar huurders in slecht geïsoleerde woningen en hun energiekosten en mogelijkheden voor isolatie en verduurzaming. Die motie begon al met de constatering dat de energietarieven de komende jaren hard zouden stijgen. Dat praten we over vier jaar geleden. Maar ja, veel van wat de oppositie aan oplossingen aandroeg, kon niet of was overbodig. Je wordt dan populist en in mijn geval Populientje genoemd, als je de zorgen van de burgers hier aan de orde stelt en naar oplossingen zoekt. Zorgen van burgers die wij hier allemaal moeten vertegenwoordigen. Als dat populisme is, nou, noem mij dan maar Populientje: ik ben er hartstikke trots op.

Beste bewindslieden, waarom is de primaire reactie uit het kabinet vaak: kan niet, mag niet van Brussel, doen we niet, is geen geld voor? Hoe vaak hebben we dit wel niet gehoord het afgelopen jaar? Maar het kan dus wel. Dat zien we aan de extra miljarden die nu op tafel worden gelegd. Het kan dus gewoon wel. Het kon al die tijd dus wel. Het was geen kwestie van niet kunnen, het was een kwestie van niet willen. Intussen liepen de rekeningen bij de inwoners van ons mooie Nederland op, vielen kinderen flauw van de honger, werd op waxinelichtjes gekookt en koppelden mensen zich van het gas af, bang voor een torenhoge naheffing. Dit is ook voor ons, hier in de Tweede Kamer, zo frustrerend. We zien het schip de rotsen naderen, maar de kapitein en haar bemanning wachten en wachten. En de coalitiepartijen volgen vaak, stemmen vaak hele goeie moties van de oppositie weg, dienen later soortgelijke moties in alsof zij zelf de bedenkers zijn en de oppositie wordt daar dan niet eens meer bij betrokken.

Voorzitter. Terug naar de "kan niet, mag niet"-cultuur van het kabinet. "Het mag niet van Brussel". Wij vormen nota bene zélf de EU. Als de EU een soort van superstaat is, die boven ons staat, en waar wij naar moeten luisteren en bevelen van moeten aannemen, dan moeten we daar gewoon direct mee stoppen. Maar dat is niet het geval. Het heeft te maken met onze eigen slaafse of, zo u wilt, passieve houding. Onze lobby in Brussel is gewoon flut. Ook laten we miljarden liggen, die in Brussel gewoon beschikbaar zijn. Landen als Frankrijk en Duitsland trekken die miljardenpotten leeg bij de EU. Zij weten precies waar wat te halen is, en sturen batterijen mensen naar Brussel om ervoor te zorgen dat dit geld bij hen komt. En wij zitten er een beetje bij te koekeloeren. We lieten heel lang 6 miljard euro liggen uit het coronaherstelfonds, want we dienden niks in. Herstelplannen moesten maar door een nieuw kabinet gebeuren. 6 miljard, voorzitter! 6 miljard! Italië reed intussen zingend met een volle geldkluis terug naar Rome. Frankrijk en Duitsland boren de fondsen voor bijvoorbeeld gezondheidsonderzoek aan. Deze landen hebben gewoon een heel overheidssysteem hiervoor opgetuigd en schuiven zelfs beroemde artsen naar voren als ambassadeurs. Er ligt bijvoorbeeld 4 miljard klaar voor kankeronderzoek. Hier bezuinigen wij op de zorg. Organisaties en artsen in Nederland snappen er helemaal niks van.

Dan "het kan niet uitgevoerd worden": het kan niet. Nou, dat is geen wonder als je alleen in problemen denkt en als in regelingen steeds de paar procent mogelijke fraudeurs centraal moet staan, in plaats van de 98% van de mensen die te goeder trouw zijn. Zo worden bijvoorbeeld tienduizenden mensen, die langdurige zorg nodig hebben, op werkelijk waar mensonterende wijze onderworpen aan een groteske vorm van bureaucratie. Mensen moeten bijvoorbeeld elk kwartaal weer op formulieren invullen of ze nog steeds een dwarslaesie hebben, of hoe vaak hun onderkant is gewassen en of dat nodig was, en hoeveel ze hebben geplast. Ik heb het deze week aangehoord. Ik word er gewoon onpasselijk van als ik deze verhalen hoor. Er wordt elke keer gevraagd of je nog steeds een rolstoel nodig hebt, terwijl je verdorie al 42 jaar rolstoelafhankelijk bent vanwege een dwarslaesie. Bureaucratie gaat altijd uit van die kleine groep fraudeurs, terwijl de grootste groep trouwe burgers centraal zou moeten staan in ons beleid. Dan kun je van een hele hoop bureaucratie af. Dat scheelt ons miljarden.

Dan het volgende: "er is geen geld voor." Waar we als overheid geld aan uitgeven, en hoeveel, is geen natuurverschijnsel waar kabinet en coalitie zich achter kunnen verschuilen. Het is een keuze. Toen covid toesloeg, konden we in vier weken tijd een ongekend steunpakket optuigen. En nu, na maanden trekken en duwen, lukt dat dus ook met een energieplafond. Dat is geen luxe cadeau voor de burgers om de campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen in te luiden, mag ik hopen. Eigenlijk is dit de burgers teruggeven waar ze recht op hebben. Dit pakket kan wel 23,5 miljard kosten tot eind 2023. O, wat veel, denken de burgers dan. Maar die burger weet niet dat we hier al meer dan 5 miljard voor gereserveerd hadden, dat we minimaal 21 miljard extra verdienen door de hogere gasprijzen, dat de Staat 11 tot 14 miljard aan extra btw binnenkrijgt door de stijgende prijzen, en dat de Staat meer dan 6 miljard extra aan loon- en inkomstenheffingen binnenkrijgt. We geven dus 18 miljard euro extra uit aan de burger, van de 40 miljard extra inkomsten. Gelukkig is er dus nog genoeg geld om de ondernemers die getroffen worden door deze crisis te ondersteunen. En dan heb ik het er nog niet eens over dat we nog ruim onder de Europese eis met betrekking tot het begrotingstekort zitten.

Voorzitter. Ik begon er al mee: het is goed dat er nu een energieplafond komt. Maar waar is de gevraagde oplossing voor de chronisch zieken die ver boven het energieplafond zitten en helemaal niet kúnnen bezuinigen op gas en stroom? En waarom is er nog steeds geen oplossing voor mensen met een kleinschalig warmtenet, mensen met blokverwarming of meerdere huishoudens die achter één aansluiting zitten? Het kabinet gaat dat "onderzoeken". Het gaat zich "maximaal inspannen". Maar in de brief staat ook de opmerking: "maar realiseert zich dat dit waarschijnlijk zeer lastig zal zijn". Dat doet alweer het ergste vermoeden. Regel het. Laat niemand vallen, weet u nog?

Voorzitter. Wij vinden het dan ook onacceptabel dat deze regering ons continu wil laten geloven dat we moeten bezuinigen op de zorg, omdat deze anders onbetaalbaar wordt, dat we uiteindelijk over 30 jaar 4,5 miljard structureel moeten bezuinigen. We vinden het onacceptabel dat we de burger wijs moeten maken dat we moeten besparen op geneesmiddelen en vitamine D-pillen om Pallas te kunnen betalen. Pallas is de nieuwe medische-isotopenreactor die de verouderde reactor in Petten gaat vervangen en waarmee kanker beter behandeld kan worden. We vinden het onacceptabel dat we ook nog geld voor tien jaar reserveren, terwijl dertien jaar nodig is voor een rendabele productie. Dat is verkeerde knieperigheid en spelen met de volksgezondheid. Ook zoiets irritants wat hier steeds wordt gezegd, is "de complexe zorg". De zorg is niet complex. Wij maken de zorg complex. We moeten het gewoon hebben over "de zorg" en niet meer over "complexe zorg". Wij zijn complex, de zorg niet.

Voorzitter. Er moet geregeerd worden vanuit het principe dat de overheid er is voor haar burgers en niet andersom. Neem dit voorbeeld. De Hoge Raad gaf aan dat het box 3-stelsel onrechtmatig was. Toch heeft het kabinet besloten om de mensen die geen bezwaar hebben gemaakt niet te compenseren. Mensen die in dezelfde situatie zitten, dienen op dezelfde manier behandeld te worden. Daarom moeten degenen die geen bezwaar hebben gemaakt ook gecompenseerd worden. Dan pas ben je rechtvaardig. Regel het. Wees een betrouwbare overheid. Het is verschrikkelijk voor die mensen om nu geen compensatie te krijgen omdat ze geen bezwaar hebben gemaakt. Hier wordt dan eigenlijk gezegd: ja, sorry, dan had je maar bezwaar moeten maken. Dat is geen betrouwbare overheid. Compenseer die mensen.

Voorzitter, ik sluit af. Kies voor wat echt telt en ga samen aan de slag. Nu doorpakken. Laat iedereen vrij, maar niemand vallen. Dit moet de coalitie aanspreken, want ChristenUnie, VVD, CDA en D66 hadden dit als verkiezingsslogan. Maak het waar.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Dan geef ik het woord aan de heer Ephraim, Groep Van Haga. Gaat uw gang.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Dank u, voorzitter. Dit kabinet is onder een ongelukkig gesternte begonnen. De dubieuze leus "Omtzigt naar elders" werd ijlings vervangen door "omzien naar elkaar". Gegeven dat de vier huidige economische crises, namelijk de inflatiecrisis, het stikstofdrama, de bouwinfarcten en de overbevolking inmiddels realiteit zijn, was een beter motto "afzien met elkaar" geweest. Na de voorzitterssoap komt ook "wijzen naar elkaar" in aanmerking.

Voorzitter. Wat burgers toch ten minste mogen verwachten, is een overheid die eerlijk is. Het kan werkelijk niet zo zijn dat de overheid wederrechtelijk verkregen geld weigert terug te geven, zoals bij het box 3-schandaal het geval is, omdat dit te duur is. Mijn mailbox liep over van berichten van burgers die zich belazerd voelden, omdat zij de overheid vertrouwden en geen bezwaar maakten. Zou de overheid accepteren dat een burger zijn belasting niet betaalt, omdat dit te duur is gezien zijn andere uitgaven? Een Staat die Wob-verzoeken en gerechtelijke uitspraken naast zich neerlegt en liever boetes betaalt van belastinggelden dan dat die transparantie betracht, terwijl men van burgers verwacht dat zij in het kader van allerlei regelgeving stapels onbegrijpelijke formulieren invullen; mevrouw Van der Plas had het daar eigenlijk ook al over. Een kabinet dat zich verschuilt wanneer de asielstroom onoverkomelijke problemen inzake bijvoorbeeld de huisvesting veroorzaakt en niet aarzelt om dwang te gebruiken. Een regering die in een pensioendebat inzake de nieuwe pensioenwet, de Wtp, vrolijk zegt dat de burger er niet meer dan 5% op achteruit zal gaan, lees: voor slechts maximaal 5% bestolen wordt. De burger, en met name de ondernemer, is de pinautomaat van de overheid geworden. Zelfs na zijn dood vindt de belastingbetaler geen rust. Erfbelasting, dus belasting over geld dat al vele malen aan belastingheffing onderhevig is geweest, kleeft aan het overlijden.

Voorzitter. We weten inmiddels dat energie en voedsel helaas geopolitieke machtsmiddelen zijn geworden. Hoe dom kan de overheid zijn om megalomane stikstofplannen te willen doordrukken en daarmee de boeren de nek om te draaien? Hoe onnozel is het om het Groninger gasveld te willen afsluiten? Er is één lichtpuntje: na 30 jaar onwetend gedram van linkse activisten beginnen ook zij eindelijk in te zien dat kernenergie nog niet zo'n gek idee is.

Terug naar de economie. Het mkb wankelt, aangezien hogere energie- en personeelskosten, grondstofprijzen, de terugbetaling van coronasteun en achterstallige belasting nauwelijks terug te verdienen zijn. Het dga-loon moet omhoog, de lage schijf van de Vpb wordt verkort, het tarief wordt verhoogd en box 2-leningen om de zaak overeind te houden worden ontmoedigd. Mochten er nog reserves overblijven na winstuitkering in box 3, dan weet de fiscus daar via stijgende tarieven ook wel raad mee. Maar hun financiële aders zijn reeds leeg. De vampierstaat heeft hier niets meer te halen. Het mkb, de nationale banenmotor en ruggengraat van onze economie, staat op omvallen. Toch is de financiële bloeddorst van de Staat onlesbaar. Door alle garanties en het opkoopprogramma inzake de euro, dreigen astronomische bedragen — een inschatting mijnerzijds is: in het zwartste scenario circa 200 miljard euro — mogelijkerwijs verloren te gaan indien de euro onhoudbaar wordt. Dan gaan ook de TARGET2-saldi gelden. Dat is met de stijgende rente slechts een kwestie van tijd.

Uiteraard is de rente gestegen onder invloed van de inflatie, wat slechts ten dele verklaard kan worden door de oorlog in Oekraïne. Economen wisten immers al sinds de Weimarrepubliek dat monetaire financiering op termijn inflatie tot gevolg heeft. Alleen, de centrale banken waren dit even vergeten. De rekening wordt momenteel aan diezelfde centrale banken gepresenteerd. Recentelijk ontving de Kamer een brief van DNB, waarin staat dat de president Klaas Knot helaas niet kan uitsluiten dat DNB te weinig kapitaal heeft om verliezen op te vangen uit de hoogte van de opkoopprogramma's en dus insolvent kan worden, waarna de Staat als enige aandeelhouder zou moeten bijspringen. Gaat u in zo'n scenario gerust uit van een totaal prijskaartje van 25 miljard euro.

Voorzitter. Dan het thema vermogensongelijkheid; collega's hebben het al besproken. Die is er altijd geweest. Maar er ligt inmiddels een ibo-rapport, "Licht uit, spot aan", waarin dit hemelschreiende probleem geadresseerd wordt. Helaas is men vergeten drie pijlers pensioenen mee te nemen, met name de tweede, het bedrijfspensioen. Dat is de grote gelijkmaker. In het rapport worden ook 40 suggesties gedaan voor hoe de roofridderstaat meer belasting kan ophalen. Iemand kan zijn neus, sokken of het huisvuil ophalen, maar belasting niet. Deze wordt opgehoest door hardwerkende burgers en ondernemingen teneinde de Staat, een kostenpost, te financieren. Belang van Nederland staat voor een land waar lef beloond moet worden, waar het niet vies is om geld te verdienen en waar het primaire besef is dat ondernemers zorgen voor de banen en het geld, niet de overheid. Die kost namelijk alleen maar geld. Hoe groter de overheid is, hoe groter de verspilling, bureaucratie en efficiency zijn. BVNL pleit daarom voor een kleine overheid, eigen verantwoordelijkheid en vrijheid. De laatste twee zijn ultieme verworvenheden van het zelfstandig ondernemerschap en de eerste is een must om dat te kunnen ontplooien.

Werken moet lonen. Juist nu het leven voor velen onbetaalbaar is, moeten werkenden meer geld overhouden, niet om te verjubelen, maar om simpelweg de energierekening en boodschappen te kunnen betalen. Dat is dus geen nut, maar noodzaak. Dat het kabinet het wettelijk minimumloon wil verhogen is daarom goed. Maar die sigaar van 10% komt wel uit de doos van ondernemers, waardoor de rekening voor die mensen, voor de ondernemers dus, kan oplopen tot 20%. Een kind kan uitrekenen dat ondernemers de hun opgelegde lastenverzwaring niet zullen kunnen opbrengen. Belang van Nederland is daarom voor het verhogen van het minimumloon, maar wel door middel van het verlagen van de last op arbeid voor ondernemers. Vraag een luidt: is de minister het met BVNL eens dat de belasting op arbeid omlaag moet, zodat de lonen omhoog kunnen, en dat de overheid zelf de broekriem moet aanhalen bij tegenvallende ontwikkelingen, zoals een ondernemer dat immers ook moet? Vorig jaar is met de vakbonden en werkgeversorganisaties in een SER-advies afgesproken om de verhoging van het wettelijk minimumloon te compenseren. De vraag aan de minister is: hoe gaat het kabinet hier invulling aan geven en is het kabinet bereid om dit te doen middels het verlagen van de arbeidslasten?

Voorzitter. Tja, dan wil ik het toch weer hebben over het box 3-fiasco. Graag citeer ik uit een van de vele mails die we ontvangen hebben: "Mijn vermogen in box 3 bestaat uit geld dat ik heb gekregen inzake een uitkering vanwege PTSS door ernstige trauma's na bijna 40 jaar politiedienst. Mijn gevoel is dat mijn overheid zich een deel van deze uitkering, ondanks een uitspraak van onwettigheid door Hoge Raad, toe-eigent. Daarom is compensatie voor mij een zaak van recht en het geloof in een betrouwbare overheid." Dat schrijft deze meneer. Ik had het niet beter kunnen zeggen.

Voor Belang van Nederland heeft het altijd als een paal boven water gestaan dat rechtsherstel snel, compleet en ruimhartig dient te zijn. De fiscus heeft in het verleden geld geïnd waar hij geen recht op had. Dat is diefstal. Ook de degenen die geen bezwaar hebben gemaakt, moeten gecompenseerd worden. Anders zou je immers alleen eerlijk behandeld worden door de Staat als je naar de rechter gaat. Mensen die nu achter het net vissen, zoals de meneer van de mail, zijn de echte kleine spaarders die dure fiscalisten en advocaten van €250 per uur kunnen betalen om bezwaarschriften in te dienen. Waar de staatssecretaris half september nog enige hoop leek te bieden aan niet-bezwaarmakers, werd deze hoop op Prinsjesdag vakkundig de grond in geboord. Niet-bezwaarmakers krijgen hun afgenomen geld niet terug. Onverteerbaar. Een overheid moet naar alle belastingbetalers betrouwbaar, consistent en rechtvaardig zijn. Rechtvaardigheid mag zich nooit beperken tot een gang naar het klachtenloket. Het recht behoort ook de mensen toe die de weg naar het loket niet weten te vinden.

Vraag drie. Wat denkt het kabinet dat het besluit om geen rechtsherstel te bieden aan niet-bezwaarmakers doet voor het vertrouwen in het kabinet en de overheid? De staatssecretaris schreef dat alles afwegend het kabinet bij het ondersteunen van de koopkracht van burgers in deze lastige tijd de prioriteit met name heeft gericht op de meest kwetsbare huishoudens. Dat is goede sier maken met andermans geld.

Belang van Nederland wil dat de niet-bezwaarmakers alsnog gecompenseerd worden. Geld kan daarbij geen enkel excuus zijn om het niet te doen, want terwijl de Nederlanders grote moeite hebben om rond te komen, ziet het huishoudboekje van de Staat er uiterst florissant uit. Door de hoge prijzen stroomt de schatkist voller dan ooit en de inflatie houdt de staatsschuld door het zogenaamde noemereffect binnen de perken.

Vier. Ik wil nog van het kabinet horen of ze misschien toch nog iets kunnen doen voor de niet-bezwaarmakers. Laat ik het begrip belasting nog eens exact uitleggen. Belasting is een rechtsverband tussen de overheid en de belastingplichtige, waarmee een heffing wordt opgelegd met als doel in de openbare uitgaven te voorzien. In de uitvoering moet de burger steeds meer geld betalen als belastingplichtige en netjes doen wat de wet hem opdraagt, maar laat de overheid het als wederpartij volledig afweten. De burger krijgt steeds minder terug voor de inleg die hij doet. Mede door de ongebreidelde bevolkingsgroei — onder twaalf jaar VVD-beleid kwamen er circa één miljoen nieuwkomers — is de druk op het socialevoorzieningenniveau onverantwoord groot geworden. Er is een chronisch tekort aan zorgmedewerkers, onderwijzend personeel, agenten en mensen binnen de justitiële keten. Binnen de uitvoeringsdiensten, zoals de Belastingdienst, jeugdzorg, maar ook het CBR en Schiphol, zijn de problemen al van zo'n enorme omvang dat een uitvoeringsinfarct onafwendbaar lijkt.

Belang van Nederland ziet de euro's dan ook liever in de portemonnee van de burgers dan op de rekening van de minister van Financiën. Het zijn immers de burgers die de economie met hun uitgaven draaiende houden en niet de overheid.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ephraim. Ik geef het woord aan de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Dank u wel, voorzitter. Het kabinet springt van ijsschots op ijsschots om te kijken hoe de problemen opgelost kunnen worden. Maar in plaats van dat problemen opgelost worden, komen er constant halve oplossingen en komt er steeds minder visie. Er ligt voor het eerst sinds ik hier in de Kamer sta een begroting zonder dekking. Er ligt een wetsvoorstel zonder wetsvoorstel.

Voorzitter. Ik zeg het maar, omdat je op deze manier uitvoeringchaos creëert. Het gaat mis als je niet aangeeft wie straks gebruik kunnen maken van het energieplafond, als je dat niet hier rustig een paar weken kunt bediscussiëren en in hoorzittingen met experts bekijkt of je iets vergeten bent en of het wel werkt, maar je vervolgens wel zegt: we hebben nu zoveel haast dat we het moeten gaan implementeren. Dat hebben we constant gezien. De hele zomer heeft het kabinet de tijd gehad, want vlak voor de zomer zei iedereen: doe wat. Er werden hier wel tien opties op tafel gegooid. Pas in het weekend voor Prinsjesdag is men begonnen. Waarom, vraag ik. Waarom zo laat? Ik voorspel u: over twee maanden hebben we de problemen.

Gaat het nu alleen over de energievoorziening? Nee, was het maar waar. We missen nog steeds een essentiële visie op de bestaanszekerheid. We hebben al jaren ermee te maken dat de armste 25% van Nederland geen vermogen heeft. Geen vermogen betekent dat je niet een kapotte wasmachine kunt opvangen, dat je niet de kleinste tegenslag kunt opvangen. We hebben al jaren geen politiek om de energiezekerheid zeker te stellen, de voedselzekerheid zeker te stellen, het onderwijs toekomstbestendig te maken of het functioneren van de overheid werkelijk te verbeteren. Wanneer krijgen we die wel?

Want als we die visie hadden, dan hadden we de vraag kunnen beantwoorden of wij bepaalde industrieën nu ook echt overeind moeten gaan houden. Dan hadden we de vraag kunnen beantwoorden of ze zulke essentiële dingen produceren dat ze een paar maanden in de mottenballen gelegd kunnen worden, net zoals KLM tijdens corona, toen alle vliegtuigen aan de grond stonden maar een paar maanden later wel weer konden vertrekken. We maken geen aluminium meer in Nederland, omdat we hier gewacht hebben. Wat zijn de essentiële zaken die deze crisis moeten overleven? Of gaan we een hypothetisch debat voeren over onafhankelijkheid en grondstoffenstrategie, maar laten we aan de andere kant onze productieve capaciteit schieten?

Voorzitter. Ik begrijp de ingreep. Ik begrijp dat je op het laatste moment wat voor burgers doet. De bestaanszekerheid staat met 17% inflatie onder grote druk. Maar nu is er een prijsplafond afgesproken met bijna een blanco cheque richting marktpartijen. Dat is een hele rare ingreep. Je garandeert het voor burgers, op een waarschijnlijk iets te hoog niveau, maar ik heb niet gezien hoe we er als overheid voor zorgen dat we de miljardenwinsten van energiebedrijven niet gaan subsidiëren. Dat is een grote zorg. Gister kon je op de markt van Zeebrugge voor €0,60 een kuub gas kopen. In Nederland kost dat vandaag rond de €1,50. Ik noem het maar even: wij winnen 19 miljard kuub gas per jaar. We hebben 17,5 miljard kuub daarvan geëxporteerd met langetermijncontracten. We gebruiken maar 1,5 miljard kuub zelf. Waarom? We kunnen alle huishoudens van eigen gas voorzien met wat we in de Noordzee en Waddenzee winnen, en nog een klein beetje in Groningen, maar we doen het niet. En dan importeren we duur gas uit het buitenland. De Nederlandse gasprijzen zijn de hoogste van de hele Unie, terwijl we het meeste gas winnen. Dit is geld weggooien. Daarom wil ik weten hoe die gascontracten eruitzien. Welke prijs is overeengekomen? Waarom is er bij een aantal van die gascontracten volgens het jaarverslag van GasTerra sprake van conflicten? Welke voorwaarden worden dus niet nagekomen? Graag een helder antwoord.

Kijk, toen de gasprijs op het hoogtepunt stond, namelijk van €3,50, was die 20 miljard kuub 70 miljard euro waard. Op dit moment lijkt de gasprijs €1,50 te zijn. Dan kun je het voor 30 miljard verkopen. Dat is ongeveer het geheel dat nodig is voor de energieprijscap. Dus ik wil weten: hoeveel blijft daarvan bij de Nederlandse Staat? Daar hebben we een begin van een antwoord op, maar het is een stuk minder dan die 30 miljard. Waar blijft de rest en hoe zorgen we ervoor dat het energieplafond geen subsidie-instrument wordt voor grote ondernemingen? Hoe zorgen we ervoor dat onze gasprijs weer daalt naar het Europees niveau? Als we subsidiëren, wil ik niet dat dit gebeurt voor de hoge prijs die hier betaald wordt.

Voorzitter. Dan nog een paar korte vragen daarover. Collega's zijn er net over begonnen. Ik heb twee weken geleden vragen gesteld. Ik heb u zien knikken bij het voorbeeld van die gehandicapte, die 5.000 kilowattuur nodig had, omdat ze aan de zuurstof zit. Dat kan niet uit. Je zou nog kunnen zeggen dat het via de zorgverzekeraar moet. Er zijn heel veel mensen in rolstoelen die gewoon warm moeten blijven. Toen zei het kabinet: voor de Algemene Financiële Beschouwingen krijgt u antwoorden. Ik heb het net nog gecheckt. Ik heb het de hele dag gevraagd, ook aan het begin. Die antwoorden zijn er niet. Waarom niet? Zo kan ik geen wetgeving maken. Het gaat om een paar honderdduizend mensen.

De volgende categorie zijn de mensen met blokverwarming. Dat is lekker ouderwets. Dat zijn vooral oude flats, waar mensen met een laag inkomen wonen, waar één aansluiting is, die het gehele complex verwarmt. Het is misschien niet superefficiënt, maar op dit moment vallen die niet onder de prijscap. Dat zijn de mensen die het het hardst nodig hebben. Dat is dus geen klein groepje. Dat is een grote groep, die het keihard nodig heeft.

De voorzitter:

Sorry dat ik u even onderbreek, maar uw vragen zijn net beantwoord. Dan weet u dat. Een paar minuten geleden zijn uw vragen over het prijsplafond, energie en de voorbeelden tijdens de APB beantwoord.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Dit is precies wat ik bedoelde aan het begin van mijn betoog. Ik wil enige rust hebben en dingen kunnen lezen. Dat zou ik in vijf minuten kunnen doen. Dan wil ik ook nog wat experts vragen. U mag denken dat ik alles weet, maar dat is niet zo. We hebben dat wel nodig om wijze besluiten te nemen. Doe ons dit niet langer aan, zeg ik tegen het kabinet. Ik wil voor die mensen oplossingen zien. Maar belangrijker, ik wil een andere bestuurscultuur zien. Vandaag hebben we een voorbeeld gezien. Vandaag hebben we Remkes gezien. Ik ben het op een aantal punten echt niet met hem eens, maar we zagen eindelijk wel een bestuurder die eerst met mensen gaat praten en dan niet een soort zorgakkoord sluit, maar gewoon zegt: iedereen gehoord hebbende, stel ik dit voor. Kabinet, ga dat ook eens doen. U zult niet elke dag applaus krijgen van alle oppositiepartijen, want als u van alle oppositiepartijen applaus krijgt, hebt u het verkeerd gedaan. Maar start alsjeblieft met regeren. Begin met het oplossen van problemen. Begin met een energiepolitiek. Begin met een politiek. Als u dan toch nog een voorbeeld wilt hebben: we hebben nu 17% inflatie, maar de vrijstellingen in de belastingen gaan maar met 5,6% omhoog. Zou het niet logischer zijn om daar 17% van te maken? Hoe denkt de staatssecretaris het vertrouwen van burgers te krijgen als hij wel de wet heeft overtreden — de Hoge Raad zegt dat — maar de mensen met box 3 niet compenseert?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Omtzigt. We zorgen dat dit stuk verspreid wordt onder de collega's en het kabinet.

Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer.

(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.)

De voorzitter:

Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Gündoğan. Gaat uw gang.

Mevrouw Gündoğan (Lid Gündoğan):

Dank u wel, voorzitter. In Nederland hebben we publieke schulden en private rijkdom. Onze private rijkdom is ongekend oneerlijk verdeeld. De eerste 10% in ons land bezit ruim 60% van al het vermogen. De onderste 50% bezit niks of heeft schulden. Wereldwijd is de schuldenberg excessief hoog, hoger dan in 1929, toen de grootste crisis tot op heden er was. Als daar niets aan wordt gedaan, hoeven we niet de vraag te stellen of het misgaat, maar wanneer het misgaat. Als je eenmaal die mondiale schuldenberg hebt gezien, kun je hem niet meer ongezien hebben. Na decennialang de sterkste schouders te hebben ontzien ten koste van de armsten, willen we de problemen van vandaag met het generieke medicijn van een ruimhartig prijsplafond oplossen. Het zal zeer waarschijnlijk de inflatie laten oplopen. Het is een duivels dilemma. We moeten ons realiseren dat we dit medicijn niet zonder gevolgen kunnen voorschrijven. Het generieke prijsplafond, in combinatie met alle andere stimulerende maatregelen, kan als een boemerang terug in ons gezicht komen door verder toenemende inflatie, door vergaande renteverhogingen of door een combinatie van beide. En dan krijgen we pas echt met een giftige cocktail te maken. Want er is veel te veel schuld in de wereld om hoge rentes te kunnen dragen.

Daarom zou ik dus willen vragen of het koppelen van de energietoeslag aan de zorgtoeslag niet een betere route is in deze ingewikkelde economie. Dan hebben we de doelgroep veel scherper afgebakend. Ongeveer de helft van de huishoudens komt in de problemen in deze energiecrisis, omdat we 40 jaar lang lonen en uitkeringen hebben afgeknepen. Anders waren deze mensen financieel beter weerbaar geweest.

Een ander groot deel van de huishoudens heeft ontzettend veel vet op de botten of heeft een zeer goed inkomen. Dat deel kan deze storm ook zonder overheidssteun doorstaan. Maar deze regering kiest ervoor om iedereen te compenseren, waardoor het prijskaartje voor de schatkist oploopt tot ongekende proporties. We gaan nu geld lenen van onze kinderen en kleinkinderen om miljonairs korting op hun energierekening te geven. We jagen er bovendien de inflatie verder mee aan. Dag prikkels om energie te besparen, hallo extra begrotingstekort van 5%.

Daarom zijn er wat mij betreft drie belangrijke punten. Eén: Europese samenwerking en verdere integratie. Wat wij nu nodig hebben, is nuchterheid, meer besef van de feiten en minder politieke voorkeuren of zelfs hobbyisme. En dan kom je snel tot de conclusie dat de Eurogroep hier een sterke rol in moet oppakken, willen we een ongekende economische crisis maximaal afwenden. Dan moeten we van een verdere monetaire en fiscale unie werk maken. Want alleen door verdere Europese samenwerking kunnen we het weinig besproken probleem van de torenhoge schuldenberg afwenden. Graag een reactie van de minister.

Maar dat neemt niet weg dat in het hier en nu miljoenen huishoudens zich nog steeds ernstig zorgen maken over of zij hun huis nog wel kunnen verwarmen in de winter en over of ze de stijgende prijzen in de supermarkt nog wel kunnen bijbenen. Diezelfde huishoudens zien de aanstaande verhogingen van de huur en de zorgpremie met daadwerkelijke angst tegemoet. Het zijn huishoudens waar sporten, studeren en gezond eten zo ongeveer de enige posten zijn waarop bezuinigd kan worden. Dat zijn op dit moment serieuze zorgen voor miljoenen mensen in nog steeds een van de rijkste landen op aarde. Daarom: pak een probleem aan zonder een economische crisis aan te jagen.

Twee: de genderagenda tot prioriteit te maken. Er dient meer koek te worden verdiend en die moet eerlijker worden verdeeld. Organisaties zoals de VN, het IMF, de Wereldbank, McKinsey en CFR hebben de afgelopen jaren becijferd wat de gelijkheid van mannen en vrouwen kan opleveren voor Nederland en voor de economie mondiaal. Daar ligt een potentieel van een 25% grotere economie. Dat geldt ook voor Nederland en voor onze partners in de EU. Dat is genoeg potentieel om de staatsschulden in de zuidelijke landen weer beheersbaar te maken en om ervoor te zorgen dat onze kinderen het straks ook weer beter hebben dan wij. Bij het debat over de krapte op de arbeidsmarkt heb ik dit ook al ter sprake gebracht. De potentie van gender equality is veel groter dan slechts het oplossen van de krapte. Een gelijke positie van mannen en vrouwen in de economie biedt een pad naar een nieuwe ronde van inclusieve welvaartstijging. En er zijn er meer. Ook hier graag een reactie van de minister.

Dan punt drie: omarm het idee van land sparing. De stikstofcrisis wordt steeds benaderd als crisis, als het opgeven van een stuk economie in ruil voor een schonere natuur. Maar dat klopt niet. Grote economen als Nicholas Stern en Joseph Stiglitz zeggen al geruime tijd dat het niet aanpakken van klimaatproblemen grotere kosten met zich mee zal brengen en een grotere dreiging voor de economie zal zijn. Daarom moet onze landbouw slimmer, efficiënter en schoner produceren. Dat kan. Dat heet land sparing: op minder land meer, schoon en efficiënt produceren. Dat zal ook moeten; althans, dat is mijn eerste interpretatie van de woorden van de heer Remkes. Het kan ook in Europa. Dan geven we driekwart van het huidige landbouwoppervlak terug en dan gaan we, zoals David Attenborough dat wilde, echt rewilden. En al die mooie natuur zal ons niet alleen genot, plezier en recreatie geven, maar die natuur zal ook de longen van de aarde kunnen worden en CO2 opnemen. Een werkelijke win-winsituatie. Ook hier graag een reactie van de minister.

Samenvattend: gender equality en veel slimmer omgaan met de verdeling van onze schaarse grond hebben dus de potentie om onze welvaart met tientallen procenten te laten toenemen. Over innovatie als groeimotor zijn we het in dit huis eigenlijk wel met elkaar eens, maar ook daar halen we bij lange na nog niet het onderste uit de kan. De stijging van de arbeidsproductiviteit is teleurstellend in het licht van de indrukwekkende innovaties van de afgelopen paar decennia. Met slechts een paar procent groei van de arbeidsproductiviteit smelten heel veel problemen als sneeuw voor de zon weg.

Voorzitter. In mijn "agenda van hoop", zoals ik hem wil noemen, zou ik de enorme potentiële baten van gender equality en land sparing binnenhalen voor Nederland. Tel daar de hefboom van een doeltreffende productiviteitsagenda bij op en we hebben hope and change veiliggesteld voor een nieuwe generatie.

De voorzitter:

Voordat u verdergaat, is er een vraag van mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Sorry dat ik het zo ruw onderbreek. Het triggert mij wel even wat mevrouw Gündoğan zei over een zo hoog mogelijke voedselproductie op zo min mogelijk land. Dat heet namelijk gewoon "intensieve landbouw". Dat is intensieve landbouw. Mijn vraag aan mevrouw Gündoğan was dus eigenlijk of zij voor intensieve landbouw is. Ik zie mevrouw Gündoğan namelijk ook vaak meestemmen bij moties over de Green Deal en biologische landbouw. Dat is precies het tegenovergestelde. Dan heb je meer grond nodig voor landbouw om mensen te voeden. Ik vind het fijn, hoor, als zij voor intensieve landbouw is. Als we de wereld willen voeden, moeten we namelijk op zo min mogelijk plek zo veel mogelijk voedsel produceren.

Mevrouw Gündoğan (Lid Gündoğan):

Land sparing gaat inderdaad uit van nog intensievere landbouw dan we nu hebben, maar op een andere manier. Die is becijferd en bestudeerd door de universiteiten van Cambridge en Oxford. Dat kan. Dat zou voor Europa betekenen dat we alleen nog maar gaan produceren op de meest vruchtbare delta's van Europa. Ik heb de documentaire al mogen zien. Dan gaan we bijvoorbeeld in een land als Portugal, dat weinig vruchtbare grond heeft, waar het vrij intensief is om nog iets van productie te hebben, stoppen. Dan ga je Portugal vragen om bijna alle landbouwgrond die ze nu in gebruik hebben, terug te geven aan de natuur. Maar dan ga je in hele stukken Nederland, maar ook Frankrijk, Engeland en bijvoorbeeld de Povallei in Italië, de opbrengsten hyperintensiveren. Dan moet je ook openstaan voor moderne technieken, zoals CRISPR-Cas9, en dan moet je alles echt superoptimaal inrichten. Dan kun je dit model toepassen, komt de voedselproductie niet in gevaar en kun je tegelijkertijd de ecologische voetafdruk minimaliseren.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Het verrast mij echt enorm dat mevrouw Gündoğan daar zo over denkt. Dan zou ik in de toekomst wel even heel goed kijken naar alle moties over de Green Deal en Fit for 55 en zo. Die willen namelijk echt iets totaal anders.

Mevrouw Gündoğan (Lid Gündoğan):

Ik zit er ook een beetje wiebelend in. Ik vind het klimaat heel belangrijk. Dit is volgens mij een derde weg die we kunnen bewandelen. Ik zie de beperkingen van kringlooplandbouw, maar ik wil ook van het dierenleed af. Dat zal ik gewoon heel duidelijk zeggen. In deze land sparing ga je ook naar een model toe waarin het aantal dieren minimaal is. Dan ga je veel meer naar een synthetische en moderne manier om aan eiwitten en vetten te komen. Dat kan. Daar is de universiteit van Wageningen ook mee bezig. Ik geloof echt dat we de weg voorwaarts moeten bewandelen en niet moeten uitgaan van wat er nu al is.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Nee, zeker. Er is niemand die dierenleed wil. Dat wil ik ook niet. Niemand wil dierenleed. Dat is natuurlijk logisch. Hier wordt altijd gedacht: als je veel dieren hebt, dan is dat dierenleed. Maar een boer met 2.000 varkens kan zijn varkens misschien wel beter behandelen dan een hobbyboer die drie varkens heeft en een slechte man is voor zijn dieren. Ik denk niet in aantallen. Het is vaak een maatschappelijke vraag of je dat wil. Wil je zo veel dieren op zo'n groot oppervlak? Willen we dat als maatschappij? Dat is een discussie die eeuwig loopt. We hadden eigenlijk al min of meer een afspraak staan, maar ik wil toch wel graag met mevrouw Gündoğan doorpraten over haar visie op die heel intensieve landbouw om de voedselproductie te redden, waar Nederland een supergrote rol in kan spelen.

Mevrouw Gündoğan (Lid Gündoğan):

Als ik daar nog kort op mag reageren? In dit model komt massavlees niet meer van een dier. De spekreepjes die een gemiddeld huishouden in de pasta gooit en het gehakt et cetera komen uit het laboratorium. Dan gaan we heel modern om met eiwitten en vetten. Dan kom je bijvoorbeeld, als je op vrijdag lekker wil koken voor je vrienden, bij het meer kringlooplandbouwachtige deel, waar de varkens lekker buiten hebben gelopen. Dan koop je het scharrelvarken.

De voorzitter:

We krijgen nog de begroting van Landbouw. Daarin is alle ruimte voor dit thema.

Mevrouw Gündoğan (Lid Gündoğan):

Het gaat er wel om om economisch anders te denken. Dat is de link en dat is waarom ik dit hier wil adresseren. Dit zou ook economische groei voor Nederland kunnen betekenen. Er is namelijk veel kennis rondom landbouw. Dus: hope and change.

Dat kan niet hetzelfde type economische groei zijn als we gewend zijn. CO2-neutrale of zelfs CO2-negatieve groei vormt het nieuwe kader waarbinnen we die groei dan moeten realiseren. Het speelkwartier is nu wel echt voorbij. Kernenergie moet voorlopig een hoeksteen worden van de strategie tot 2050. Daarnaast zijn er allicht betere oplossingen beschikbaar. Ik hoop dat ITER echt een keer van de grond gaat komen. Kernenergie is in dit verband op dit moment geen detail of zijpaadje. Ik hoop dus dat dit kabinet hier werkelijk werk van gaat maken.

Voorzitter. Ik heb bewust gesproken over de aanbodzijde van de economie: meer aanbod van arbeid, zowel van vrouwen als van minderheden — die had ik nog niet genoemd, maar dat doe ik nu kort tussendoor — meer grond voor natuur en economische ontwikkeling, land sparing, meer aanbod van energie en kernenergie. We hebben aanbod nodig om te groeien, onder andere om uit de schulden te groeien. Alleen de vraag stimuleren werkt niet meer als de capaciteit al volledig wordt benut en de inflatie de pan uit rijst.

Tot slot, voorzitter. Ik heb gewezen op de, voor mij althans, voor de hand liggende beleidsroutes die er zijn voor een nieuwe agenda van hoop, om de bestaanszekerheid van alle Nederlanders veilig te stellen, nu en in de toekomst. Naast groei, waarvoor we dus veel meer naar de aanbodzijde moeten kijken, zit Nederland ook met een giga verdelingsvraagstuk. Dat is een moeilijk vraagstuk, maar als er één probleem is dat schreeuwt om een oplossing, dan is het dit wel. Het kabinet sleutelt hier en daar een beetje, maar de grote beweging blijft uit. De grootste stijging van particuliere vermogens ooit is de afgelopen tien jaar onbelast gebleven. Dat kan gewoon niet. Dat verscheurt de samenleving. Daar kunnen en moeten we iets aan doen. Dat heet fiscale hervorming.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Gündoğan. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van ... Heeft u een vraag aan mevrouw Gündoğan, meneer Omtzigt?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Dat mag geloof ik niet meer, hè? Ik heb er al acht gehad.

De voorzitter:

Dat zou ik tegen u hebben willen zeggen: dat mag niet meer. Heeft u een andere vraag?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Zoals altijd maak ik er een bende van.

De voorzitter:

We hadden die antwoorden ook niet nu moeten verspreiden.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Nee, het is niet fijn om de antwoorden op je eigen Kamervraag tijdens de behandeling te krijgen. Ik wil 30 seconden lang drie vragen kunnen stellen naar aanleiding van deze Kamervragen.

De voorzitter:

Nee, nee. Sorry. Ik heb net de collega's ook niet de kans gegeven om andere vragen te stellen. Morgen is het kabinet aan zet. Dan heeft u ook ruimte voor interrupties. Nee, nee. U gaat dan een inhoudelijke vraag stellen en geen punt van orde maken. Of wel? Wat is dan het punt van orde?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

We hebben geen begroting. Het enige wat ik vraag, is: hoe ziet het prijsplafond eruit? Ik vraag de hele dag, al twee weken lang …

De voorzitter:

Ik ga u toch onderbreken. Ik heb tegen de collega's gezegd dat er geen interrupties meer zijn. Als service aan ons zijn de schriftelijke vragen verspreid. Morgen is het kabinet aan zet. Het is niet de bedoeling om nu extra vragen te stellen. Dat heb ik net ook niet toegestaan aan de heer Van Weyenberg. Nee, meneer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Ik wil toch een punt van orde maken.

De voorzitter:

Wat is uw punt van orde?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Mijn punt van orde is het volgende. We hebben geen begroting. Als ik voorbeelden vraag en een reactie daarop, en de antwoorden komen binnen tijdens mijn termijn, dan kan ik daar geen vragen over stellen. Ik ga vanavond schriftelijk spoedvragen stellen. Ik wil de antwoorden daarop voor morgenochtend hebben.

De voorzitter:

Prima.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Want de cijfers kloppen niet.

De voorzitter:

Dat is een oplossing. Dat kunt u doen.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Maar ik vraag het ook aan u, voorzitter. Wij behandelen nu een begroting zonder een begroting te hebben. Dat kán niet. Je krijgt dan dus dit soort gedonder. Straks weten we namelijk niet hoe het zit. Ik ga het zo doen.

De voorzitter:

Ik snap dat het vervelend is. Graag via de procedurevergadering. Dank u zeer voor uw begrip in dezen. Daarmee zijn we echt aan het einde gekomen van de eerste termijn aan de kant van de Kamer.

De (algemene) beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

We gaan morgen met elkaar verder. Dat zal om circa 11.45 uur zijn. Ik dank de bewindspersonen in vak-K. Ik dank de woordvoerders en de mensen die dit debat gevolgd hebben. Volgens mij was het een mooi inhoudelijk debat. Ik schors de vergadering tot 19.00 uur. Daarna gaan we verder met het debat over de bijeenkomst van de Europese Politieke Gemeenschap van 6 oktober en de informele Europese Raad van 7 oktober 2022.

De vergadering wordt van 18.05 uur tot 19.01 uur geschorst.

Naar boven