4 Opvang van Oekraïense vluchtelingen

Aan de orde is het debat over de opvang van Oekraïense vluchtelingen.

De voorzitter:

Aan de orde is het debat over de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Ik heet de bewindspersonen in vak-K van harte welkom. Ik noem hen even. Het zijn er vijf: de minister van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister voor Volkshuisvesting, de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen en de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs. Van harte welkom.

De minister van Justitie en Veiligheid heeft aangegeven dat zij vanwege een dringende privéomstandigheid tussen 13.15 uur en 16.15 uur niet bij het debat aanwezig zal zijn. Natuurlijk zullen haar ambtenaren het debat volgen en haar ook bijpraten. Ik hoop dus op uw begrip in dezen. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zal natuurlijk ook eventuele vragen die op dat moment spelen, beantwoorden.

Ik heet ook de woordvoerders, de mensen op de publieke tribune en de mensen die op een andere manier het debat volgen van harte welkom.

Aangezien we veel sprekers en veel bewindspersonen hebben, wil ik het aantal interrupties beperken: vier vragen of opmerkingen aan elkaar en zes aan de bewindspersonen. Een interruptie is een korte vraag of opmerking. U kent het. U kunt de uitgebreide inleidingen bewaren voor uw eerste of tweede termijn.

Dat waren de huishoudelijke mededelingen. Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Kröger van GroenLinks. Zij is ook de aanvraagster van het debat.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ik ben de "aanstichtster".

Voorzitter. De afgelopen twee maanden hebben bijna 5 miljoen Oekraïners hun land verlaten. Vanaf de eerste dag van die afschuwelijke oorlog kwamen mensen, ook in Nederland, in actie om opvang te bieden. De Nederlandse gemeenten hebben, met de veiligheidsregio's, in korte tijd bijna 50.000 bedden gerealiseerd. Dat verdient echt een groot compliment.

Maar veel plekken zijn noodopvang, en dus per definitie tijdelijk. Gemeenten zetten alles op alles om aan de verwachting te voldoen, maar in de praktijk gaat dat wel ten koste van reguliere taken. De alarmbellen rinkelen. Hoe gaat het kabinet gemeenten de komende maanden, en misschien wel jaren, financieel en met mankracht bijstaan? En wanneer staat die uitvoeringsorganisatie waarin het Rijk met lokale overheden samenwerkt, met doorzettingsmacht, die snel extra opvangplekken kan regelen, ook voor de lange termijn?

Voorzitter. Dat is niet alleen voor Oekraïners, maar ook voor al die andere mensen die recht op opvang hebben. Het contrast tussen de opvang voor Oekraïners en de opvang voor mensen uit bijvoorbeeld Syrië, Jemen en Afghanistan is namelijk echt verschrikkelijk schrijnend. Maandagavond kwam het bericht dat er met 300 mensen uit Ter Apel geleurd moest worden omdat ze anders op straat terecht zouden komen. Er moeten verplichtende afspraken over opvang en huisvesting gemaakt worden met alle gemeenten. De staatssecretaris blijft ook bij het mondeling vragenuur zeggen dat de noodwet echt alleen voor Oekraïners geldt. De aanleiding voor de noodwet is inderdaad de grote toestroom en de daardoor buitengewone omstandigheden in de opvang van ontheemden. Juristen vertellen mij echter dat het vervolgens een keuze is of je dit noodrecht van toepassing laat zijn op alle mensen die opvang nodig hebben, of alleen op mensen uit Oekraïne. Ik vraag de minister: geef mij de juridische onderbouwing waarom dat niet zou kunnen. Of is het inderdaad een politieke keuze? Dan is het wel een hele pijnlijke.

Voorzitter. We moeten serieus rekening houden met een nog veel grotere toestroom. Wat zijn de scenario's voor als er 100.000 tot 150.000 ontheemden naar Nederland komen en als mensen langdurig blijven? We zijn de eerste crisisfase voorbij. Waar liggen de plannen voor hoe nu verder?

Hier zitten vijf bewindspersonen, en ik voel ongemak bij het beslag leggen op hun kostbare tijd. Ik leefde eigenlijk in de veronderstelling dat minister Yeşilgöz als coördinerend minister en voorzitter van de MCCb het eerste aanspreekpunt zou zijn voor ons als Kamer. Dit is niet het laatste debat dat wij gaan hebben over dit onderwerp. Is het mogelijk dat een coördinerend bewindspersoon namens alle leden van het kabinet aanspreekbaar is?

Een paar specifieke vragen, allereerst over huisvesting. Kan het Rijk bijspringen door echt stevig in te zetten op de rijksvastgoedportefeuille en ervoor zorg te dragen dat op korte termijn locaties gereed gemaakt kunnen worden? Kunnen gemeenten geholpen worden om ook voor langere termijn contracten te sluiten voor locaties? Daarvoor lijkt de huidige regeling namelijk niet goed.

Het leefgeld is een ad-hocregeling. Wat zijn de plannen voor een meer structurele oplossing en voor het laten aansluiten bij de reguliere sociale voorzieningen?

Dan met betrekking tot onderwijs. Wat is de visie van de minister voor Onderwijs voor als mensen langer in Nederland gaan zijn? Op welke manier gaan we zorgen dat al die kinderen het onderwijs krijgen dat ze nodig hebben? Gaan we actief de stille reserve aanspreken, omdat we nu al met een enorm lerarentekort kampen? Is dat een mogelijkheid, zo vraag ik de minister. Hoe zorgen we ervoor dat Oekraïense studenten kunnen doorstuderen?

Klopt het dat de huisartsenzorg, maar ook psychosociale zorg, nog altijd niet geregeld is? Ik realiseer me dat die minister niet in vak-K zit, maar ik hoop dat die vraag toch beantwoord kan worden.

Dit zijn allemaal vragen die wat mij betreft ook te maken hebben met de onduidelijkheid van de rechten die ontleend kunnen worden aan de tijdelijkebeschermingsstatus. Waarom kiest de minister niet voor een heldere oplossing door alle vluchtelingen uit Oekraïne een tijdelijke verblijfsvergunning te geven?

Voorzitter, tot slot. We zitten in een crisis waarin eigenlijk geen enkel beleidsterrein ongemoeid blijft. De situatie roept nu om pragmatische oplossingen voor de korte termijn, maar vraagt vooral ook om vooruitkijken naar de lange termijn. Ik hoor heel erg graag van de coördinerend minister hoe dit wordt vormgegeven.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Kröger. Dan geef ik het woord aan de heer Van Haga, Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):

Voorzitter. Tijdens de coronacrisis raakte het kabinet verslaafd aan noodwetten, en van afkicken blijkt geen enkele sprake. Met verbijstering las ik het koninklijk besluit waarmee artikelen van de Wet verplaatsing bevolking in werking zijn gesteld. Er wordt letterlijk gedreigd met het vorderen van huizen. Opnieuw zijn onze grondrechten in gevaar. Noodrecht is er voor acute dreigingen, als er geen tijd is om het op een reguliere manier op te lossen. Vooruitlopen op een mogelijke noodsituatie met noodwetten is staatsrechtelijk onjuist. Er is geen noodsituatie, er is geen acuut tekort; er zijn namelijk nog 10.000 plekken vrij. Kan de staatssecretaris zijn uitspraak in De Telegraaf bevestigen dat de opvang van Oekraïense vluchtelingen niet problematisch is? De Wet verplaatsing bevolking veroorzaakt juist noodsituaties. Antikraakhuurders moeten hun huis uit, en de huur van bedrijven die al keihard zijn getroffen door de coronamaatregelen van dit kabinet, wordt opgezegd. Wat gaat het kabinet eraan doen om te voorkomen dat Nederlandse ondernemers opnieuw het kind van de rekening worden?

Voorzitter. Het is paniek zaaien, het parlement buitenspel zetten en grondrechten afpakken. Dit kabinet doet dit omdat er nu 30.000 vluchtelingen zijn, terwijl er al jaren 100.000 per jaar binnenkomen, het gevolg van jarenlang wanbeleid van de verschillende kabinetten-Rutte. De staatssecretaris komt nu voor de zomer met een wet om asielzoekers met dwang op te vangen. Dit is niet in het belang van Nederland. BVNL wil geen opvangdwang maar uitzetdwang. Gaat de staatssecretaris nu eindelijk prioriteit geven aan het uitzetten van veiligelanders en uitgeprocedeerden? BVNL is voor ruimhartige steun aan ontheemden, maar dat hoeft niet in Nederland te zijn. Hoe staat het in dit kader met de aangenomen motie van BVNL over het ruimhartig steunen van buurlanden?

Voorzitter. De conclusie is dat de opvang van Oekraïense vluchtelingen geen probleem hoeft te zijn, als het kabinet niet zo'n puinhoop had gemaakt van de asielopvang in de afgelopen jaren. Dus waarom maken we niet, net als Groot-Brittannië en Denemarken, een deal met Rwanda om niet-westerse asielzoekers daar op te vangen, in het belang van Nederland?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Piri, PvdA.

Mevrouw Piri (PvdA):

Voorzitter. "In de toekomst moet het anders: een flexibeler opvangsysteem met snel oproepbare noodopvang, in nauwe samenwerking met lokaal bestuur." Het hadden zomaar de woorden van deze staatssecretaris kunnen zijn. Maar deze ambities werden uitgesproken door een van zijn meer baardige voorgangers, VVD'er Klaas Dijkhoff, in het debat met de Kamer, eind 2016. Dijkhoff ging toen met de pet rond bij gemeentes om te smeken om extra opvangplekken.

Voorzitter. Ik heb natuurlijk veel respect voor het harde werk dat ook de huidige staatssecretaris verzet. Maar tegelijkertijd moeten we concluderen dat er weinig geleerd is van de vorige asielcrisis. Nederland vangt op dit moment meer dan 40.000 vluchtelingen uit Oekraïne op. We beseffen allemaal hoe groot de uitdaging is, omdat er al tekorten aan woningen en leraren zijn en lange wachttijden bij bijvoorbeeld de jeugdzorg. Ondanks het harde werk van vele ambtenaren, gemeenten en vrijwilligers door heel het land piept en kraakt ons asielsysteem aan alle kanten. Terwijl bijna 10.000 bedden voor Oekraïners voorlopig leeg blijven, is deze week ternauwernood voorkomen dat zo'n 300 mensen uit onder andere Afghanistan, Jemen en Syrië op straat moeten slapen. Het feit dat binnen enkele weken duizenden opvangplekken zijn gerealiseerd voor Oekraïners, toont aan dat er wel degelijk oplossingen mogelijk zijn, als er maar een politieke wil is. Mijn fractie vindt dat alle vluchtelingen die in ons land bescherming zoeken, fatsoenlijk moeten worden opgevangen. Daarom zijn wij er voorstander van om alle mensen die recht hebben op opvang, onder de noodwet te brengen, zodat we iedereen gelijk behandelen. Graag een reactie.

Voorzitter. Hoewel de bereidheid om mensen uit Oekraïne in ons land op te vangen zeer groot is, zijn sommige politieke keuzes die het kabinet maakt onbegrijpelijk en volgens mijn fractie onverstandig. Laat ik beginnen met de keuze om vluchtelingen uit Oekraïne in tegenstelling tot al onze buurlanden geen tijdelijke verblijfsvergunning te geven. Een tijdelijke verblijfsvergunning zou namelijk niet alleen meer zekerheden voor vluchtelingen betekenen, zoals de Europese Tijdelijke Beschermingsrichtlijn ook voorschrijft, maar laat de opvang ook beter aansluiten bij bestaande voorzieningen. Waarom zorgt het kabinet er niet voor dat studenten uit Oekraïne, een vrij beperkte groep, in ons land kunnen doorstuderen met behulp van studiefinanciering? Waarom kiest het kabinet voor de CAK-regeling voor onverzekerden en niet voor de zogenaamde RMA-regeling of zelfs een reguliere zorgverzekering, zodat mensen uit Oekraïne gewoon een zorgpas hebben en zorgverleners niet te maken krijgen met bureaucratische rompslomp. Waarom is er nog zo veel onduidelijk over de toegang die vluchtelingen hebben tot sociale zekerheid? Krijgen Oekraïners die werken ook de bescherming die daarbij hoort?

Dat zijn allemaal zaken die een tijdelijke verblijfsvergunning zou vergemakkelijken en die om een langetermijnvisie vragen, juist ook om het werk van gemeenten makkelijker te maken. Want net als in de crisis van 2015 en 2016 worden zij met grote uitdagingen geconfronteerd en blijft de hulp van het Rijk achter. Hoeveel geld gaat het kabinet vrijmaken voor extra capaciteit, ook voor de langere termijn? Acht het kabinet het aangekondigde normbedrag voor de dagelijkse opvang voldoende en kunnen de bewindspersonen toezeggen dat alle meerkosten worden vergoed en gemeenten er niet op achteruitgaan?

Oekraïners wordt nu ook afgeraden om een asielverzoek in te dienen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat een eventuele latere asielvergunning kan worden verleend met terugwerkende kracht, vanaf de eerste melding bij de autoriteiten? En worden kosten in afwachting van de inschrijving in de BRP gecompenseerd voor het direct verstrekken van leefgeld of traumaverwerking?

Voorzitter, dan de afronding. Taal en inburgering vanaf dag één. Een werkelijk flexibele asielketen zonder jojobeleid en betere instroom in het onderwijs. Juist als het wederom alle hens aan dek is, zo zou ik het kabinet willen voorhouden, bieden deze lessen uit vorige crises houvast. Dit komt de menswaardigheid in de opvang van mensen op de vlucht voor oorlog en geweld, waar deze ook vandaan komen, alleen maar ten goede.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Brekelmans van de VVD.

De heer Brekelmans (VVD):

Dank. Mevrouw Piri pleit inmiddels voor de derde keer ervoor om vluchtelingen uit Oekraïne een tijdelijke verblijfsvergunning te geven. Ze heeft die vraag eerder gesteld, en die vraag is ook eerder door het kabinet beantwoord. Wij hebben namelijk in Nederland een systeem waarbij het uitvoeringstechnisch onmogelijk wordt als wij dat een-op-een zouden vertalen. Dan moeten we namelijk de regelingen aanpassen en is de kans groot dat Oekraïners procedures gaan stapelen. En twee: als mensen een vergunning krijgen, hebben ze ook direct recht op een woning. Dan kijk ik naar de minister voor Wonen met de vraag: hoe kunnen wij 40.000 mensen direct een woning geven? Mevrouw Piri pleit nu voor de derde of vierde keer voor deze regeling. Dan zou ik graag van haar horen hoe zij deze problemen oplost.

Mevrouw Piri (PvdA):

Ik heb de beantwoording van het kabinet natuurlijk gezien. Ik vind het heel raar dat, als je een Europese richtlijn hebt die nationaal wordt omgezet in alle lidstaten, dat dus wel kan in Duitsland, in Frankrijk, in België, in Zweden, maar niet in Nederland. Ik heb daar geen antwoord op gekregen. Ik snap dat de acute opvang nu de prioriteit is van dit kabinet, maar straks zullen Oekraïners tegen heel veel zaken aanlopen, omdat het juridisch kader dat wij hier vormgeven, niet voldoende waarborgen geeft voor de voorbeelden die ik net noemde. Er komt straks een probleem met de zorgverzekering. Er komt een probleem omdat Oekraïners hier na zes maanden hun rijbewijs niet kunnen verlengen. Ik gaf net ook andere voorbeelden. Dat heeft allemaal te maken met het juridisch kader dat dit kabinet kiest. Mijn overtuiging is dat dat een politieke keuze is.

De heer Brekelmans (VVD):

Het is geen politieke keuze. Het is een uitvoeringskeuze. Mevrouw Piri kan uit blijven gaan van de Europese werkelijkheid, maar wij hebben hier in Nederland te maken met Nederlandse regelingen. Daarvan geeft het kabinet aan dat ze niet uitvoerbaar zijn. En ik heb geen antwoord gehoord op mijn vraag over die 40.000 woningen.

Ik wilde mevrouw Piri nog iets vragen. Zij pleit ervoor om alle asielzoekers onder het noodrecht te laten vallen. We hebben de keuze gemaakt om Oekraïners niet door de asielprocedure te laten gaan, omdat de asielprocedure overbelast is. Pleit mevrouw Piri er in feite voor dat alle asielzoekers dan niet meer door de asielprocedure hoeven?

Mevrouw Piri (PvdA):

Dat zijn eigenlijk drie vragen in één. Om eerst nog de eerste vraag te beantwoorden: het is echt een politieke keuze hoe je die Europese richtlijn hier inzet. Ik ben het niet eens met de keuze die het kabinet maakt.

Als het gaat om die noodwet, dan zien we dat er voor Oekraïners 10.000 bedden beschikbaar zijn die nu niet zijn opgevuld, terwijl we een tent moeten afbreken in Ter Apel waar kleine kinderen slapen voor wie we geen opvangplek hebben. De logische redenering zou dan zijn om, als er bedden vrij zijn, alle asielzoekers, alle vluchtelingen die recht hebben op opvang, op dit moment onder diezelfde regeling te brengen.

De heer Eerdmans (JA21):

Het antwoord op wat de collega van de VVD vraagt aan mevrouw Piri blijft onduidelijk, namelijk waar die 40.000 huizen dan vandaan komen. Ik sta een beetje versteld van dit betoog. Ik hoop ook dat de regering daar anders op antwoordt dan ik vrees, want er is een tijdelijke noodsituatie. Als ik de PvdA vandaag hoor, dan is het een kwestie van iedereen hier laten blijven en scholen, voorzieningen en huizen regelen, maar dat gaat niet. Dat blijkt elke dag uit de toestroom van mensen. De opvang is niet eens te regelen. De bedden zijn er niet, laat staan de huizen en de voorzieningen. Ik hoop echt dat de regering de waarschuwing afgeeft dat dat niet het signaal moet zijn, want we hebben inmiddels gehoord dat Vluchtelingenwerk Nederland zegt dat we wel kunnen uitgaan van vier tot vijf keer zoveel mensen uit Oekraïne die uit veilige landen komen en die er uiteindelijk voor kiezen om naar Nederland te komen, omdat ze niet terug denken te kunnen.

De voorzitter:

En uw vraag aan mevrouw Piri?

De heer Eerdmans (JA21):

Hoe reflecteert zij op deze waarschuwing van mij?

Mevrouw Piri (PvdA):

Ik ben het met één punt van het betoog van de heer Eerdmans eens, namelijk dat, als je een tijdelijke verblijfsvergunning geeft, dat niet automatisch betekent dat mensen recht hebben op een eigen woning. Dat kan. Dat kan je doen. Je kunt mensen een tijdelijke verblijfsvergunning geven zonder ze het recht te geven op bijvoorbeeld een sociale huurwoning. Ik hoor graag van het kabinet hoe het dat wil waarmaken. Ik ben het er níét mee eens dat Oekraïners hier geen recht zouden hebben op onderwijs. Wij zijn lid van de Europese Unie. Wij hebben ons te houden aan die Europese richtlijn. Daar staat gewoon heel specifiek in dat de mensen die onder deze regeling vallen, recht hebben op onderwijs en fatsoenlijke opvang. Dat betekent niet per se een eigen sociale huurwoning. Wat dat betreft moeten we gewoon alle zeilen bijzetten.

De heer Eerdmans (JA21):

Het is heel eenvoudig: mensen die een tijdelijke status krijgen, hebben recht op een woning. U kunt wel zeggen dat dat er niet onder valt, maar dat is juist wel de consequentie daarvan. Ik zie de staatssecretaris knikken. Dus of u moet die woorden terugnemen, of u moet zeggen: ik heb een foutje gemaakt. Maar dat kunnen we niet waarmaken.

Mevrouw Piri (PvdA):

Ze hebben recht op opvang, omdat deze mensen nu geen asiel hebben aangevraagd en omdat ze onder een speciale procedure vallen. Natuurlijk moeten wij ervoor zorgen dat er dus ook plekken beschikbaar zijn. Dat ben ik met u eens. Ik denk ook dat de kans heel groot is dat uiteindelijk een deel van deze mensen hier blijft. Uiteraard zal je dan ook, zoals voor iedereen met een verblijfsvergunning, een woning moeten regelen. Maar op dit moment dit argument aangeven als reden om geen tijdelijke verblijfsvergunning te geven, vind ik echt een foute keuze.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Piri. Dan geef ik het woord aan de heer Azarkan van DENK.

De heer Azarkan (DENK):

Voorzitter. Het is hartverwarmend om te zien hoeveel mensen bereid zijn om vluchtelingen uit Oekraïne zo goed mogelijk op te vangen. Er is sprake van een ongekende eensgezindheid, solidariteit en medeleven vanuit Nederland en de rest van Europa als het gaat om de komst van Oekraïense vluchtelingen. Nederland blijkt dan toch zorgzaam en empathisch te kunnen zijn. Veel Nederlanders laten daarmee hun ware solidariteit met vluchtelingen zien, op een manier die we lang niet gezien hebben.

Voorzitter. Deze royale en bovenmenselijke inspanning voor de Oekraïense vluchteling laat pijnlijk duidelijk zien dat we in de afgelopen jaren ernstig hebben gefaald in de opvang en de menselijke behandeling van andere vluchtelingen. Het verschil is echt schrikbarend groot. We hebben gezien dat andere vluchtelingen opgewacht werden met brandende fakkels, dat bestuurders van gemeentes werden bedreigd en geïntimideerd door groeperingen, omdat ze ruimte en onderdak boden aan vluchtelingen. Ik moet ook terugdenken aan debatten die we hier hebben gevoerd over het tot de nok toe gevulde vluchtelingenkamp Moria, waar kinderen opgestapeld in kapotte tenten sliepen, beschimmeld brood aten en mishandeld werden. Na lang onderhandelen vonden de ChristenUnie, de VVD, het CDA en D66 dat er ruimte was voor een handjevol, maar ze hebben er velen laten stikken.

Voorzitter. Ik denk ook terug aan de giftige antivluchtelingenretoriek hier in het huis van de democratie, en aan de vele leugens die de PVV en de VVD dagelijks vertelden om het draagvlak voor vluchtelingen te verkleinen. Ik moet terugdenken aan de voormalige leider van de VVD, die vertelde dat vluchtelingen ooglidcorrecties, borstverkleiningen en complete tandrenovaties kregen op kosten van de belastingbetalers. Pure leugens om afkeer en haat te zaaien. De VVD-fractie wilde een celstraf voor mensen die groepen drenkelingen van een boot redden. Je kunt het je niet voorstellen.

Voorzitter. Die antivluchtelingenretoriek zien we nog dagelijks in onze normale opvang, in Ter Apel, waar vluchtelingen nu al wekenlang onder onmenselijke en mensonterende omstandigheden leven, waar kinderen spelen tussen het afval, waar een penetrante rioollucht in de opvangtenten hangt, waar urinoirs vol stank en bruine drab zitten en mensen slapen op plastic stoelen en kartonnen dozen. Ik zal u de verschrikkelijke details besparen van dit beschamende tafereel, dat zich momenteel afspeelt in Nederland.

De voorzitter:

Dank u wel. Een interruptie van de heer Markuszower, PVV.

De heer Markuszower (PVV):

De heer Azarkan zei net dat de VVD en de PVV leugens vertelden. Nou ja, dat de VVD liegt, weten we allemaal. Dat is geen nieuws. De heer Azarkan gaf ook twee voorbeelden van onwaarheden die in dit kader door de VVD gezegd waren, maar de voorbeelden over de PVV ontbraken. Kan de heer Azarkan zeggen waar de PVV heeft gelogen over de asielterreur die over Nederland is uitgestort door diezelfde VVD?

De heer Azarkan (DENK):

Je moet wel durven, hè, om als lid van de PVV-fractie hier naar voren te komen en aan mij te vragen welke verschrikkelijke dingen en welke verschrikkelijke xenofobe anti-islamitische retoriek en anti-vluchtelingenretoriek hier in de afgelopen jaren zijn gewisseld. De wijze waarop de PVV spreekt over mensen, over mensen van vlees en bloed, is zó mensonterend, is zó haatzaaiend. Het is het businessmodel, het electoraal verdienmodel van de PVV, en dat weten ze.

De heer Markuszower (PVV):

Dat zijn allemaal kwalificaties. Dat zijn andere kwalificaties dan het woord "leugen". Wij zeggen dat van alle verdachten van misdrijven een op de drie niet-westers allochtoon is. Wat de criminaliteit onder asielzoekers betreft: zij hebben 4.500 misdrijven gepleegd in 2020. Dat zijn allemaal feiten. Dat kun je natuurlijk "xenofoob" noemen. Daar kun je allemaal kwalificaties aan geven. Maar kan de heer Azarkan aangeven waar we hebben gelogen? Want nogmaals, de VVD heeft gelogen. Dat weten we allemaal. De VVD liegt altijd. Maar de PVV vertelt gewoon feiten. Een op de drie misdadigers in Nederland heeft een niet-westerse allochtone achtergrond. Wat is daar de leugen?

De heer Azarkan (DENK):

Nogmaals, je moet het echt durven: hier naar voren komen en selectief winkelen in allerlei statistieken. Die PVV'ers lezen de hele dag de krant, en alles wat er in Nederland gebeurt aan misdaden en overvallen laten ze altijd lopen, behalve als daar naar hun oordeel iemand bij betrokken is die een buitenlandse achternaam heeft, die van migrantenafkomst is. Dat is het businessmodel. Dag in, dag uit gaat het hier zo. Het is wat de PVV groot maakt. Het is het enige wat ervoor zorgt dat ze die zetels hebben.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Azarkan (DENK):

Voorzitter. Ter Apel verandert steeds meer in het Lampedusa van de Lage Landen. Dat is het gevolg van de jarenlange, krankzinnige bestuurlijke onwil van deze regering om mensen fatsoenlijk op te vangen. Ik heb een aantal vragen. Waarom wachten we maandenlang met het zoeken van opvang voor niet-Oekraïense vluchtelingen? Waarom worden noodlocaties in Almelo en Wassenaar gesloten? Waarom doeken we tentenkampen op zonder uitzicht op een alternatief, waardoor duizenden vluchtelingen op straat belanden? De overheid heeft in de afgelopen jaren bewust beleid gevoerd op het uitprocederen en treiteren van vluchtelingen door ze onder slechte condities te vestigen en de juridische bijstand uit te hollen. Ik hoorde de woordvoerder van de VVD zeggen: het is al zo druk; mensen staan in de rij. Dat is beleid. Het is beleid om zo lang mogelijk te blijven procederen, ook vanuit de overheid, tegen die vluchtelingen die we niet willen hebben.

Tot slot, voorzitter. DENK staat aan de kant van de humaniteit, de medemenselijkheid en de internationale rechtvaardigheid. Het is goed en menselijk dat we een warm welkom hebben voor de Oekraïense vluchtelingen. En er moet nog veel gebeuren. Maar laten we ook stoppen met het oneerlijk, onmenselijk en ongelijk behandelen van andere vluchtelingen. Het enige wat ontbreekt, is de politieke wil.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Azarkan. Dan geef ik het woord aan mevrouw Podt van D66.

Mevrouw Podt (D66):

Voorzitter. Meedoen vanaf dag één, voor iedereen, waar je wieg ook stond. Voor D66 is dat de kern. Ik vind het dan ook hartverwarmend om Oekraïense kinderen nu naast Nederlandse kinderen in de klas te zien. Het is ook goed om te zien hoe de eerste Oekraïners hun weg vinden op de arbeidsmarkt. Vandaag zal ik vragen stellen over Oekraïners, maar ook over Syriërs, Afghanen en Jemenieten, die andere asielzoekers. Want het onderscheid schuurt. Waar een Oekraïner mee mag doen vanaf dag één, kunnen veel anderen dat niet. Waar Oekraïners zich vrij door Nederland kunnen bewegen, worden Syriërs steeds weer verplaatst. En waar Oekraïners mogen werken, moeten Afghanen wachten op hun procedure. Een gebrek aan autonomie, aan eigen regie over de meest fundamentele zaken in je leven, doet iets met een mens. D66 hoopt dat meer autonomie ook voor andere vluchtelingen meer centraal komt te staan in het beleid. Is het kabinet bereid om, wanneer de grootste piek voorbij is, te onderzoeken wat het effect is van deze manier van werken en op welke manier we autonomie voor alle nieuwkomers in Nederland kunnen bevorderen?

Voorzitter. De D66-fractie was eerder blij met het nieuws dat er geen sprake zou zijn van onderscheid bij de inzet van het rijksvastgoed voor opvang. Nu las ik in recente brieven dat rijksvastgoed beschikbaar wordt gesteld voor de tijdelijke noodopvang van ontheemden uit Oekraïne. Kan het kabinet bevestigen dat het rijksvastgoed nog steeds voor iedereen wordt ingezet en niet alleen voor Oekraïners?

De afgelopen tijd is er ook veel gesproken over aanwijzingen: ervoor zorgen dat burgemeesters of veiligheidsregio's, als het echt niet anders kan, kunnen aanwijzen op welke plek er opvangruimte moet komen. Dat is een verregaande bevoegdheid, waar we zorgvuldig mee om moeten gaan. Voor Oekraïners wordt deze mogelijkheid nu afgestoft. Voor andere asielzoekers krijgen we voor de zomer inzicht in de mogelijkheden. D66 wil ook zorgvuldigheid, maar snapt het verschil niet. De ellende in Ter Apel is wat ons betreft crisis genoeg. Daarom roept D66 de staatssecretaris ertoe op om het voorstel voor het juridisch kader voor de zomer naar de Kamer te sturen, zodat we het zo snel mogelijk kunnen bespreken. De crisis vindt immers nu plaats.

Die crisis zien we ook bij de kinderen in Ter Apel. Het is mooi dat er, volgens de brief, nu dagbesteding beschikbaar is, maar we blijven de situatie zorgelijk vinden, ook ten aanzien van onderwijs. Kan het kabinet ons regelmatig updaten om te voorkomen dat kinderen zonder onderwijs en dagbesteding komen te zitten?

De voorzitter:

Een interruptie van mevrouw Kröger, GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Voor de zomer een eerste onderzoek naar de mogelijkheid tot aanwijzing voor niet-Oekraïense mensen die wel recht op opvang hebben, is nog steeds heel laat. Is D66 het met mij eens dat we de minister moeten vragen om toch een juridische borging te vinden om ook andere vluchtelingen onder de huidige noodwet te laten vallen én om te kijken naar ander spoedinstrumentarium?

Mevrouw Podt (D66):

Ja.

De voorzitter:

Een helder antwoord. Dan de heer Jansen, Forum voor Democratie.

De heer Jansen (FVD):

Sorry, ik weet niet wat ik hoor. D66 pleit voor meer autonomie voor vluchtelingen en zegt dat specifiek asielzoekers zich vrijer moeten kunnen bewegen. Ik snap niet hoe die gedachte überhaupt in iemand kan opkomen. We hebben de afgelopen tien jaar toch al die criminaliteit gezien, net als de buschauffeurs die geterroriseerd werden? Er is zelfs een VVD-minister afgetreden die de criminaliteit van asielzoekers verdoezelde. In welke wereld hebt u geleefd? Dit is toch een heel slecht idee? Is D66 volledig blind voor de werkelijkheid?

Mevrouw Podt (D66):

Het is volgens mij in allerlei debatten van de afgelopen tijd wel duidelijk geworden dat het wereldbeeld van Forum voor Democratie en het wereldbeeld van D66 nogal verschillen, ook in dit opzicht. Ik denk dat autonomie heel belangrijk is voor mensen. Die zorgt ervoor dat mensen zich beter kunnen redden in de samenleving. Ik denk dat het heel ongezond is om heel lang tegen mensen te zeggen: dit is wat je moet doen en daar moet je heen. Volgens mij zijn we het er allemaal over eens dat je overlast en criminaliteit moet bestrijden, van wie dan ook, een asielzoeker, iemand van D66 of iemand van Forum voor Democratie; dat maakt me helemaal niet uit. Maar autonomie is een goed ding om te zorgen dat al die mensen die hier blijven, later op een goede manier hun plek vinden.

De voorzitter:

De heer Jansen. Nee? Vervolgt u dan uw betoog.

Mevrouw Podt (D66):

Voorzitter. Gemeenten hebben een belangrijke rol in de opvang van Oekraïners, maar zij worstelen met de financiering van het Rijk. De gekozen speciale uitkering zorgt voor veel administratieve verantwoording en losse onderhandelingen met andere departementen over alles buiten de opvang. De kortetermijninzet maakt dat gemeenten geen langetermijnafspraken met accommodaties maken, hoewel dat natuurlijk voordeliger is dan iedere maand verlengen. Kan het kabinet toezeggen dat de inzet wordt om de administratieve lasten voor gemeenten te verminderen en dat er ingezet gaat worden op meer langetermijnfinanciering? Er staat in de brief dat gemeenten afspraken met opvanglocaties kunnen vastleggen voor twaalf maanden, dus graag een bevestiging.

Voorzitter. D66 heeft vanaf het begin benadrukt dat we ons erop moeten voorbereiden dat mensen lang zullen blijven. In de pers kwam in relatie tot de huisvesting van Oekraïners het woord "Oekraïnedorpen" voorbij. D66 vindt dat met het oog op meedoen in de samenleving echt een heel slecht idee. Kan het kabinet toezeggen dat we zo veel mogelijk gaan inzetten op gemixt wonen in plaats van Oekraïners buiten de samenleving plaatsen?

Voorzitter. D66 is heel blij dat het kabinet opnieuw 10 miljoen beschikbaar heeft gesteld voor Moldavië, maar vraagt zich af of we als EU-lidstaten niet ook meer mensen moeten overnemen. Wil de staatssecretaris hier in EU-verband voor pleiten?

Voorzitter. In Rusland staan mensen ook onder druk en is de veiligheid soms in het geding. Er is dus aanleiding om het landenbeleid voor Rusland opnieuw te bezien en om meer coulance te betrachten met de Russen in Nederland die de dreiging van Poetin voelen.

Voorzitter. Meedoen vanaf dag één geldt wat ons betreft voor iedereen. Laten we ons er de komende tijd voor inzetten dat iedereen een goede start in Nederland kan maken.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Een interruptie van de heer Jasper van Dijk, SP, en dan van de heer Brekelmans.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Het asielbeleid en de opvang zijn een ongelofelijke puinhoop. Mevrouw Podt stond hier dinsdag nog vanwege de kinderen die verwaarloosd worden. Maar D66 zit ook al vijf jaar in de regering. Neemt u dit zichzelf nou niet ook kwalijk? En waarom steunt u dan bijvoorbeeld niet het voorstel van de SP om flink te investeren in de opvang? Want daar zit een heel grote zwakke plek door het zwabberbeleid rond de financiering. Die financiering moet veel structureler. Waarom steunt u dat voorstel van ons dan niet gewoon?

Mevrouw Podt (D66):

Volgens mij is er in het coalitieakkoord veel extra geld uitgetrokken voor de asielketen. Ik denk dat we de komende tijd heel goed moeten monitoren dat dit op een goede manier uitgevoerd wordt, zodat de procedures beter worden en de opvang beter wordt. Daarbij vindt u mij aan uw zijde.

De heer Brekelmans (VVD):

Mevrouw Podt maakt in haar betoog een groot punt van autonomie van het individu, dus ook van asielzoekers. Dat vind ik op zich mooi, maar als het gaat om gemeenten, dan mag die autonomie zo snel mogelijk overboord worden gegooid, want we moeten met spoed komen met noodwetgeving. We zien een enorme instroom. Voor gemeenten en voor iedereen is het hartstikke moeilijk om dat op te vangen, maar toch kan mevrouw Podt niet wachten om die opvang bij gemeenten door de strot te duwen en die autonomie zo snel mogelijk op geven. Hoe kan ze dat met elkaar rijmen?

Mevrouw Podt (D66):

Nou, ik kom uit die lokale gemeentepolitiek, dus als er iemand is die heel erg veel belang hecht aan autonomie van gemeenten, dan ben ik het. Maar ik vind ook dat dit een opgave is die we gezamenlijk moeten dragen. Wat we de afgelopen tijd hebben gezien is dat bepaalde gemeenten — Ter Apel, Westerwolde voorop — buitengewoon de dupe zijn van het beleid zoals het nu is. Ik denk dat we daarom nu in een crisissituatie zitten. Dat is niet, zoals de VVD zegt, omdat de instroom zo verschrikkelijk hoog is, maar dat is omdat we gewoon slecht gepland hebben. Als wij iedere keer de opvang plannen zoals een slecht ov-bedrijf dat zou doen, dus als je iedere keer de inzet pleegt op maandagochtend zoals je dat zondagmiddag zou indelen in de trein en dan verbaasd bent dat het allemaal niet goed loopt, dan gaan er dingen mis. Dus ik vind dat we dat beter moeten doen en ik denk dat voor nu die noodwetgeving nodig is, dat we die snel nodig hebben vooral. Dus ja.

De voorzitter:

De heer Brekelmans tot slot.

De heer Brekelmans (VVD):

De planning is er wel degelijk. Er zijn allerlei modellen waarin wordt gepland en soms is het iets meer, soms is het iets minder. Maar het COA heeft allerlei projecties hoeveel opvangplekken er nodig zijn. Het punt is dat gemeenten zeggen: wij willen dat niet. Er is niet voldoende draagvlak om voor zoveel mensen in Nederland opvang te bieden. Mevrouw Podt zegt vervolgens: ik wil ook nog meer mensen uit Moldavië halen, meer mensen uit Rusland. Ik hoor in haar hele betoog helemaal niks over het meer grip krijgen op de instroom, ik hoor niks over terugkeer, ik hoor niks over het aanpakken van overlast. Het enige wat ik hoor is: we moeten gemeenten gewoon dwingen om die opvang te realiseren, ook als er geen lokaal draagvlak is. Ik denk dat daarmee het draagvlak voor asielbeleid onder druk komt te staan. Zeker van mevrouw Podt, met haar ervaring vanuit de lokale politiek, vraag ik er nu eens een antwoord op te geven hoe ze ervoor zorgt dat dat draagvlak behouden blijft.

Mevrouw Podt (D66):

Twee dingen in het betoog van de heer Brekelmans, allereerst zijn opmerking dat die planningen er wel degelijk zijn. Op papier is die planning er inderdaad, maar wat we zien is dat bijvoorbeeld het COA een opdracht heeft gekregen om asielzoekerscentra te sluiten vóór de zomer van '21. Dat was eigenlijk een hele rare reactie, omdat we allemaal al wisten dat er na de coronacrisis weer meer mensen zouden komen. Dus die planning schiet tekort; dat hebben we niet goed gedaan.

Dan heeft de heer Brekelmans het over draagvlak. Voor mij is draagvlak iets wat breder is dan alleen een individuele gemeente. Zoals gezegd, door de manier waarop we nu met Westerwolde omgaan, is er daar ook geen draagvlak meer. In alle eerlijkheid, als ik naar de situatie in Westerwolde kijk en als ik burgemeester zou zijn van een andere gemeente in het land en ik zie daar overstromende toiletten en de ontzettende drukte die daar is, dan denk ik ook niet: hoera, geef mij ook zo'n asielzoekerscentrum. Dit is iets wat we gezamenlijk te dragen hebben. Zó houd je draagvlak.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Jasper van Dijk van de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter, dank u wel. Eerst het goede nieuws. Tienduizenden Oekraïners worden opgevangen in Nederland, zowel in gemeentelijke voorzieningen als bij particulieren thuis. Dit is écht indrukwekkend, want het is in korte tijd in elkaar gezet. We waren bijvoorbeeld op bezoek bij station Amsterdam Centraal, waar de ontvangst van Oekraïners plaatsvindt. Dat was echt goed georganiseerd. Ook op andere plekken zie je dat. Complimenten!

Nog een paar vragen daarover, bijvoorbeeld aan de minister van Justitie. Advocaten geven aan Oekraïners te willen helpen met rechtshulp. Ze kunnen voorlichting geven. Is het mogelijk om een voorziening voor rechtshulp te creëren?

En dan over de zorg aan Oekraïners. De werkwijze vergt veel administratieve rompslomp. Huisartsen geven massaal aan geen declaraties in te dienen. Is er een oplossing met VWS te bedenken?

Ten derde weten we dat al bijna 10.000 Oekraïners bij particulieren verblijven. Het gebrek aan toezicht is wel zorgelijk, want je moet echt uitkijken voor misbruik en mensenhandel. Hoe ziet de regering hierop toe? Wat doet u tegen uitbuiting van Oekraïners als zij gaan werken? Uitzendbureaus, bijvoorbeeld in het Westland, zijn berucht. Zorg dat zij de mensen fatsoenlijk behandelen. Dan kijk ik even naar de minister van Sociale Zaken. Ik heb ook vernomen dat de Oekraïners €60 leefgeld per week krijgen. Mensen in de bijstand of in de schuldsanering krijgen echter €50 per week. Ik zou willen zeggen: voorkom scheve ogen en trek dat gelijk.

Een ander punt waar je scheve ogen kunt krijgen is gemeentes die bewoners uit hun woning zetten om er Oekraïners in te plaatsen. In Hengelo was daar sprake van en in Alphen is daar op dit moment sprake van. In Alphen gaat het over tijdelijke bewoners. Ik kijk even naar de staatssecretaris of naar de minister van Wonen. Het gaat over tijdelijke bewoning. Minister Spies heeft aldaar gezegd: "Ik ga ze eruit zetten en ik ga daar Oekraïners in zetten, want ze moesten toch weg". Maar nu wordt die tijdelijke bewoning dus verlengd. Dat is ook pijnlijk, want nu belanden er mensen op straat. Volgens mij is dat niet goed voor het draagvlak. Voorkom dus een waterbedeffect.

Dan ga ik over naar de reguliere asielzoekers. Dat is echt een puinhoop. Wekelijks horen we over asielzoekers die op de grond moeten slapen en kinderen die worden verwaarloosd. Voor statushouders zijn geen woningen. Van de week moesten 300 vluchtelingen last minute gehuisvest worden. Het is ongelofelijk hapsnapbeleid. De regering holt van incident naar incident. In Ter Apel mogen de media niet meer komen. Waarom eigenlijk niet? Is het zo erg? Wees transparant. En wat doet de staatssecretaris? Die wijst vooral naar anderen, zoals de Tweede Kamer. Maar, beste staatssecretaris, dat is niet sterk. U moet niet naar ons wijzen, maar u moet zelf aan de bak. Ons voorstel voor een eerlijke verdeling van vluchtelingen ligt klaar. Dat kunt u zo overnemen.

Voorzitter. Ik noem vier punten. Stop het zwabberbeleid. Zorg voor een stabiele meerjarige financiering, zodat azc's niet elke keer gesloten worden en het personeel ontslagen wordt. Geef het personeel een ruimhartige beloning en een goede cao, want zij hebben het zwaar.

Twee. Zorg voor kleinschalige opvang naar draagkracht. Dus niet alleen in Rotterdam, maar ook in Bloemendaal. Kijk gerust naar de gemeentes die tot nu toe hun verantwoordelijkheid ontlopen. Zorg voor een snelle procedure en zorg voor terugkeer van asielzoekers die zijn uitgeprocedeerd. Als je dat niet doet, is dit killing voor het draagvlak, zeker als het gaat om asielzoekers uit veilige landen, die ook nog eens voor overlast zorgen. Dat maakt dat gemeentes geen trek meer hebben in opvang. Zorg dus ook voor veiligheid, niet alleen in de omgeving, maar ook binnen in de azc's, zodat het personeel veilig kan werken. Is er nu eindelijk een politiebureau in Westerwolde, oftewel in Ter Apel? Want het is te gek voor woorden dat dit is wegbezuinigd. Die bewoners trekken dat niet.

Kortom, de tijd van pleisters plakken is voorbij. Maak een deltaplan voor de opvang van vluchtelingen, waarbij financiering, verdeling en terugkeer centraal staan.

Mevrouw Kuik (CDA):

De heer Van Dijk heeft een terecht punt dat er mensen zijn die kansloos zijn en die heel lang hier plekken bezet houden van mensen die deze plek nodig hebben. Ik ben het dus helemaal eens met zijn pleidooi. We moeten zorgen dat mensen zo spoedig mogelijk teruggaan. Dat is iets wat een heleboel partijen roepen, zo van: come on! Ik ben benieuwd wat het idee van de heer Van Dijk is om dat ook daadwerkelijk nu voor elkaar te krijgen, want het blijkt toch gewoon elke keer heel ingewikkeld te zijn.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dat is een hele terechte vraag. Ik heb hier intense debatten over gevoerd met de voorganger van deze staatssecretaris, mevrouw Broekers. Je moet zorgen dat de landen van herkomst gaan meewerken, bijvoorbeeld Marokko, Tunesië en Algerije. Maar wat gebeurde er? De staatssecretaris werd niet eens ontvangen door de Marokkaanse autoriteiten. Dat was echt behoorlijk pijnlijk. Ik vraag dus ook aan deze staatssecretaris hoe het met zijn pogingen staat om met de Marokkaanse autoriteiten hierover te onderhandelen. Als Marokko dan zegt "wij nemen ze niet terug, wij hebben daar geen trek in", dan moet Nederland daar druk op gaan zetten. Dan moeten we kijken naar handelsrelaties en visumsanctie, want dit kan echt niet. Mensen die recht hebben op asiel, moeten we beschermen. We moeten hun opvang bieden. Maar mensen die geen recht hebben op asiel, zullen moeten terugkeren. Anders gaat je asielbeleid naar de haaien.

Mevrouw Kuik (CDA):

Dat is een punt waar we het ook weer over eens zijn, namelijk dat we daar echt met de landen van herkomst op moeten inzetten. Ziet de heer Van Dijk het belang van de pilot sobere opvang en vindt hij dat we die opvang meer over het land moeten verdelen, zodat niet alle druk komt te liggen bij een gemeente, zoals Westerwolde, of bij een plaats als Budel? Die plaatsen zeggen nu: dank u wel, dit levert ons te veel overlast op. Ziet u het belang van spreiding van de pilot sobere opvang?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Bovenaan het lijstje staat terugkeer. Iemand die geen recht heeft om hier te zijn, moet terugkeren. Als dat niet lukt, moeten wij er natuurlijk voor zorgen dat zij geen rotzooi kunnen trappen. Dat gebeurt nu wel. In Budel, gemeente Cranendonck, is het verschrikkelijk: steekpartijen, bedreigingen, intimidatie. Absoluut onaanvaardbaar! Zorg dus voor sobere opvang. Ik ben altijd voor pilots. Voorkom dat deze mensen rotzooi kunnen trappen.

Mevrouw Podt (D66):

Veel ideeën van de SP — ik zei "veel ideeën", nog niet direct goede ideeën — bijvoorbeeld om te kijken of we terugkeer naar Marokko of andere derdelanden kunnen bewerkstelligen, zijn op zich niet per se slecht. Ik denk dat er goede ideeën bij zitten. Naast alle druk opvoeren en allerlei gesprekken voeren, vroeg ik me af of de SP er ook voor in zou zijn om positieve prikkels te geven, bijvoorbeeld in de vorm van visa voor arbeidsmigratie.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Nee, dat lijkt mij een doodlopende weg. Ik weet dat D66 daarvoor is. D66 wil graag de migratie vanuit Afrika bevorderen. Moet je eens even kijken wat de arbeidsmigratie in Europa al voor discussies oproept: over uitbuiting, loondump en tekort aan huisvesting. Ik vind dat een hele kortzichtige, naïeve gedachte. Je moet ervoor zorgen dat mensen die geen recht hebben op asiel, terugkeren. Daartoe moet je de landen van herkomst onder druk zetten en ze niet gaan belonen.

Mevrouw Podt (D66):

Volgens mij is D66 helemaal niet van zins om massaal mensen hierheen te halen. Dat hebben wij nooit beweerd. Alleen zien wij arbeidsmigratie wel degelijk als een stukje in de puzzel. Is de heer Van Dijk het niet met mij eens dat het, naast allerlei druk en ingewikkelde dingen, ook gewoon goed kan helpen om positieve prikkels in te bouwen? Er zijn natuurlijk ook heel erg veel landen die het slecht trekken als we de hele tijd alleen maar zeggen: jullie moeten dit en jullie moeten dat. Als wij ook iets positiefs ertegenover stellen — wij zeggen: verleen arbeidsvisa — dan zou dat kunnen helpen.

De heer Jasper van Dijk (SP):

De onderliggende agenda van D66 is toch weer om nog meer goedkope arbeid uit de hele wereld aan te trekken. Dat staat ook in het regeerakkoord. Het is ongelofelijk opvallend dat de VVD daarmee akkoord is gegaan. Ik zou mevrouw Podt erop willen wijzen dat we nu een enorme instroom van Oekraïners hebben, bovenop het vrije verkeer van werknemers dat je binnen de Europese Unie al hebt. Er zijn dus heel veel mensen die op dit moment binnenkomen. D66 wil dat nog verder uitbreiden, ook voor mensen uit Afrika. Dat is niet doordacht. Je moet er echt voor zorgen dat arbeidsmigratie veel beter wordt gereguleerd en dat uitbuiting stopt, want anders krijg je een ongewenste tweedeling.

Mevrouw Podt (D66):

Met dat laatste stukje van de heer Van Dijk ben ik het zonder meer eens. Ik denk dat het twee kanten van dezelfde medaille zijn. Het een kan niet zonder het ander. Tegelijkertijd hoop ik juist dat we met elkaar kunnen kijken welke effecten het heeft nu de mensen uit Oekraïne hiernaartoe komen en straks allemaal aan het werk gaan. Ik heb net een verhaal gehouden over autonomie. Het lijkt mij uitstekend als we met dit kabinet eens gaan kijken welke effecten dat heeft op de Nederlandse samenleving, maar zeker ook op mensen zelf.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik zou mevrouw Podt willen vragen om eens te kijken naar de ervaringen die er nu al zijn met arbeidsmigratie vanuit de Europese Unie. Er zijn honderdduizenden mensen, met name uit Oost-Europa, die hier zijn komen werken. Ik heb daarover een grandioze initiatiefnota met de ChristenUnie geschreven. Ik zou zeggen: sla die er nog eens op na, want de negatieve effecten van dit model van arbeidsmigratie, dat vooral fijn is voor werkgevers, zijn er al jaren. Dus aan de slag!

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Dijk. Ik geef het woord aan de heer Brekelmans van de VVD.

De heer Brekelmans (VVD):

Door de invasie en oorlogsmisdaden door Rusland zijn miljoenen Oekraïners gevlucht. Minder dan 1% van deze vluchtelingen is nu in Nederland, maar in twee maanden gaat het toch al om 40.000 mensen. Dat is meer dan het aantal asielzoekers in een heel jaar. Laat ik beginnen met een compliment. De afgelopen weken zijn het kabinet, gemeenten en talloze Nederlanders direct in actie gekomen. Natuurlijk is niet alles meteen perfect geregeld, maar Oekraïners hebben een opvangplek, toegang tot zorg en onderwijs, en kunnen werken als ze dat willen. Dat is een prestatie van formaat. Ik heb hierover wel enkele vragen.

Ten eerste bevinden tienduizenden Oekraïners zich buiten opvanglocaties, deels bij mensen thuis. Tot op heden zijn slechts 56 Oekraïners officieel gematcht. In dit tempo hebben we over een paar weken 5% heel zorgvuldig gematcht en blijft 95% buiten het zicht. Wil de staatssecretaris kijken naar manieren om deze matching te versnellen?

Wat betreft werk zou ik de minister willen vragen of er gewerkt wordt aan een regeling voor Oekraïners die als zelfstandige kunnen werken. Wanneer kunnen wij hiervan resultaat verwachten?

Voor de crisisopvang maakt het kabinet gebruik van de Wet verplaatsing bevolking. De Raad van State adviseert positief over de twee artikelen uit de wet die tot op heden zijn geactiveerd. Andere artikelen uit de wet bevatten vergaande bevoegdheden. De VVD zou er grote moeite mee hebben als een oude wet uit 1952 wordt opgerekt voor dit soort ingrijpende maateregelen. Nu andere noodmaatregelen uit deze wet voorlopig nog niet nodig lijken, is het mijn vraag of de staatssecretaris bereid is om hiervoor een afzonderlijke juridische grondslag voor te bereiden.

De voorzitter:

Er is een interruptie van de heer Markuszower van de PVV.

De heer Markuszower (PVV):

De VVD zou er gróte moeite mee hebben, hoor ik de heer Brekelmans van de VVD zeggen. Maar wat is nou het definitieve oordeel? Als in het kabinet de VVD-staatssecretaris en de coördinerende VVD-minister van Justitie en Veiligheid nou wel komen met zo'n noodwetgeving — en de heer Brekelmans weet ook: ze gáán ermee komen — wat gaat de VVD dan doen qua stemgedrag? Dus kom niet met allemaal woorden, "de VVD zou liever willen dat …", of "het zou beter zijn als …", maar met stemgedrag: wat gaat de VVD stemmen als er noodwetgeving komt?

De heer Brekelmans (VVD):

Dat hangt van de situatie af. We hebben altijd gezegd dat dwang, als het gaat om opvang, een zwaktebod is, en voor ons een allerlaatste redmiddel in een noodscenario. Stel dat er morgen of in heel korte tijd in één keer tienduizenden Oekraïners naar Nederland zouden komen en dat het zou betekenen dat er duizenden mensen op straat zouden komen te slapen; dan zeggen wij dat je op zo'n moment, als je al het andere al hebt geprobeerd, tot dwangmaatregelen over kunt gaan. Daar is dan een juridische grondslag voor nodig. En of dat op een bepaald moment nodig zal zijn, beoordelen we op dat moment.

De voorzitter:

De heer Markuszower, tot slot.

De heer Markuszower (PVV):

Mag ik het volgende concluderen? De VVD gaat vandaag, en misschien in de komende weken, via de heer Brekelmans wat tamtam maken, wat roffelgeluid, dat ze liever niet die noodwetgeving hebben. Maar als het puntje bij het paaltje komt, en de VVD-staatssecretaris en de VVD-minister in het kabinet van Rutte, ook een VVD'er, gaan komen met noodwetgeving, gaat de VVD zoals we deze kennen uiteindelijk weer bij het kruisje tekenen. De VVD gaat gewoon doen wat Jesse Klaver en Sigrid Kaag willen dat ze gaat doen.

De heer Brekelmans (VVD):

Volgens mij was mijn antwoord aan de heer Markuszower heel duidelijk, en verdraait hij dat vervolgens weer met zijn eigen woorden. Op het moment dat het kabinet dwangmaatregelen voorstelt, zullen wij kijken of wij dat op dat moment inderdaad, als laatste redmiddel, noodzakelijk vinden. En als dat niet zo is, dan stemmen wij daar niet mee in.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):

De heer Brekelmans komt met een aantal procedurele vragen om de asielcrisis op te lossen, maar hij heeft onlangs in Elseviers Weekblad een mooi opinieartikel geschreven. Daarin kondigde hij een terugkeeroffensief aan om, laten we zeggen, de puinhopen van tien jaar asielbeleid op te lossen. Ik was daar heel erg in geïnteresseerd. Ik dacht: nou komen de oplossingen. Maar dan lees ik de oplossingen, en dan zie ik: "intensiveer de contacten met de herkomstlanden". Dat is dan een oplossing. "Werk samen met andere Europese landen", "neem een verplichte coronatest af als vreemdelingen hun vertrek frustreren" en "scherp de meldplicht aan". Is dit nou echt de oplossing die de VVD gaat aandragen om dit asielprobleem op te lossen?

De heer Brekelmans (VVD):

Allereerst dank ik de heer Van Haga voor het citeren uit mijn column; andere Kamerleden mogen dat ook best doen. Nee, ik heb niet gezegd dat er één oplossing is waardoor je morgen in één keer iedereen kan laten terugkeren. Wat ik heb gezegd, is dat er een heleboel mensen uit de Oekraïne en andere landen hiernaartoe komen, en dat onze opvang en onze woningen enorm onder druk komen te staan en dat het daarom juist nu belangrijk is om ook harder te werken aan terugkeer. Dat is ook weer mogelijk nu de coronabeperkingen zijn opgeheven, waardoor er meer terugkeer mogelijk is. Daarvoor moet je een breed scala aan dingen doen. Die heb ik allemaal uiteengezet. Ik ben blij dat u het daarmee eens bent.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):

Een terugkeeroffensief klinkt voor mijn partij als: nu gaan we echt iets doen, na tien jaar gaan wij echt de handen uit de mouwen steken en gaan we zorgen dat de mensen die uitgeprocedeerd zijn, eindelijk weggaan. Maar er is nog geen begin van een oplossing. Dus ik denk dat dit weer een slappe hap is die niet gaat werken.

Mijn volgende vraag. In mijn eigen bijdrage heb ik voorgesteld om, net als het Verenigd Koninkrijk en Denemarken gedaan hebben, bijvoorbeeld een deal te maken met Rwanda, om daar mensen op te vangen. Wat vindt de VVD daarvan?

De heer Brekelmans (VVD):

Daar kom ik zo meteen op terug. Ik denk dat we juist nu dergelijke deals met landen in Afrika, het Midden-Oosten en Noord-Afrika moeten sluiten, omdat dat de manier is om grip te krijgen op de instroom. Het voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk is misschien niet een-op-een te vertalen voor Nederland. Ik zeg niet dat wij die deal copy-paste morgen met Rwanda moeten sluiten. Wel vind ik het een ondersteuning van mijn pleidooi voor een terugkeeroffensief. Het laat zien dat dit soort migratieafspraken met derde landen mogelijk zijn. Ik riep het kabinet daar eerder toe op. Maak daar werk van. Zorg ervoor dat we dit in Europa gezamenlijk kunnen doen. Zet daarbij alle instrumenten in die we daarvoor hebben als het gaat om wortel en stok richting dat soort derde landen. En daarnaast staan er ook een aantal maatregelen in het regeerakkoord, bijvoorbeeld de ongewenstverklaring, die het minder aantrekkelijk maken om hier in Nederland illegaal te verblijven. Dus maak ook versneld werk van al dat soort maatregelen. Ik kom er zo op terug, maar ik zie de deal tussen het VK en Rwanda ook als een aanmoediging voor een terugkeeroffensief.

Mevrouw Kuik (CDA):

Ik snap heel goed de aarzeling van de heer Brekelmans als het gaat om de aanwijzingsbevoegdheid. Zoiets wil je eigenlijk van onderop hebben. Maar we zien nu al maandenlang dat Ter Apel er bijna onder bezwijkt, omdat er sprake is van een gigantische druk. Hoelang moeten we nog wachten om die druk te verlichten? De voorzitters van de veiligheidsregio's geven ook aan: geef ons nou die doorzettingsmacht. Ik zou zeggen: doet dat vooral niet structureel, maar het is wel nu nodig. Waar wacht de heer Brekelmans nog op?

De heer Brekelmans (VVD):

Op het moment dat je dat zou doen, zal het draagvlak bij andere gemeenten die nu al wel asielopvang verzorgen, verminderen. Daar ben ik bang voor. Er zijn duizenden extra plekken geregeld in de afgelopen maanden en de afgelopen jaren, maar ik ben het eens met mevrouw Kuik dat dat niet genoeg is. Als je met gemeenten in gesprek gaat om te kijken waar nu die aarzeling zit — dan sluit ik aan bij wat de heer Van Dijk eerder zei — dan zul je horen dat dat met name te maken heeft met overlast. Als je gemeenten kunt aanbieden dat je meer doet om overlast te bestrijden en dat je, als dat nodig is, werkt aan kleinschaligere opvanglocaties, dus als je met gemeenten bekijkt hoe het wél mogelijk is, dan moet het mogelijk blijven, vinden wij, om op basis van vrijwilligheid dit soort afspraken met gemeenten te maken. Wij vinden het nu nog niet aan de orde om dat soort dwangmaatregelen toe te passen, ook al zijn er — dat ben ik met mevrouw Kuik eens — af en toe spannende momenten, omdat het piept en kraakt.

De voorzitter:

Mevrouw Kuik, tot slot.

Mevrouw Kuik (CDA):

Het zijn wel meer dan spannende momenten. Ter Apel moet elke keer wachten op een lastminute-oplossing. De staatssecretaris geeft aan dat hij wel praat met al die burgemeesters en met al die gemeenten, dus daar ligt het niet aan. Alleen zullen we nu toch een moment moeten hebben om iets te forceren, om de druk bij Ter Apel weg te halen. Nu moeten er elke keer op het laatste moment oplossingen gevonden worden. Dat zagen we laatst weer, toen 300 mensen op het laatste moment herplaatst moesten worden. Dat is niet goed als het gaat om de kwaliteit van de opvang. Maar het is ook niet goed dat we één gemeente elke keer alle druk laten opvangen.

De heer Brekelmans (VVD):

Over dat laatste zijn we het uiteraard met elkaar eens. Over de analyse dat er een probleem is en dat het met name in Ter Apel een enorm probleem is, zijn we het eens. De vraag is alleen: welke oplossing stel je daartegenover? Als je kijkt naar de huidige opvanglocaties, dan zie je dat daar enorm veel noodopvang bij zit. Dat zijn allemaal locaties die de komende maanden of de komende jaren zullen aflopen. We zullen dus met de gemeenten duizenden nieuwe plekken moeten vinden. Als je nu tegen gemeenten gaat zeggen dat er dwangmaatregelen zullen worden toegepast, dan denk ik dat die gemeenten zullen zeggen: dan wachten we het wel af. Daarmee ben je dus het draagvlak voor het asielbeleid compleet kwijt. Dan heb je misschien voor de korte termijn wel een oplossing, maar heb je structureel een enorm probleem.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Brekelmans (VVD):

We hebben een vluchtelingencrisis in de eigen regio en daarbovenop blijft de reguliere asielinstroom onverminderd hoog. De eerlijke constatering is dat we dit structureel niet aankunnen. Er zijn niet genoeg woningen, er is niet genoeg personeel om al deze mensen te helpen en er is onvoldoende draagvlak om zo veel nieuwe azc's te openen. Dus wat willen het kabinet en veel partijen in deze Kamer doen? Ze willen dwang toepassen: als gemeenten niet willen, dan duwen we het hun door de strot. Wij vinden dat dat een zwaktebod is, en zeer schadelijk voor het draagvlak van ons asielbeleid. Kan de staatssecretaris bevestigen dat dwangmaatregelen een uiterst redmiddel in een noodscenario blijven en niet het standaardbeleid in ons asielsysteem worden?

De voorzitter:

De heer Ceder, ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):

De VVD doet het nu voorkomen alsof het Rijk hiervoor het initiatief heeft genomen. Maar kan de VVD bevestigen dat dit verzoek vanuit de veiligheidsregio's is gekomen, dus vanuit het lokaal bestuur richting het Rijk? Kunt u dat in ieder geval bevestigen? Kunt u ook bevestigen dat de suggestie dat het Rijk hierin nu het initiatief neemt, onjuist is?

De heer Brekelmans (VVD):

Ik kan bevestigen dat er een brief is verstuurd door de voorzitters van de veiligheidsregio's, de 25 burgemeesters, en de commissarissen van de Koning, in hun functie als rijksheren. Zij hebben dat verzoek gedaan.

Ik stel daar meteen tegenover dat er heel veel lokale bestuurders zijn, burgemeesters, wethouders en gemeenteraadsleden, die het totaal niet eens zijn met deze brief. Daar is ook veel weerstand tegen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ik wil dit toch even markeren. De VVD wekt nogmaals bij mij, en ook bij de kijkers, de suggestie dat het Rijk nu het initiatief neemt om dwang toe te gaan passen, terwijl dit een reactie is op een verzoek van de veiligheidsregio's en de commissarissen van de Koning. Het is wel belangrijk dat het in dat licht gezien wordt. Vindt u het ook niet belangrijk dat de kijkers en de mensen in de Kamer dat scherp hebben? Bent u het ermee eens dat het voornemen van het Rijk een reactie is, en niet per se de eerste actie?

De heer Brekelmans (VVD):

Dat laatste weet ik niet, want het idee om dwangmaatregelen toe te passen bestaat al jaren. Ook voor deze brief zong dat idee al rond. Maar het klopt dat vanuit burgemeesters en commissarissen van de Koning dat verzoek is gedaan, zoals ik net in antwoord op de heer Ceder zei. Maar voor het volledige beeld zet ik daarnaast dat er ook een heleboel lokale bestuurders zijn, en andere mensen in dorpen en steden, die daar enorm op tegen zijn.

Als het kabinet dan toch dwang zou willen toepassen, dan wil de VVD liever dwingende maatregelen om locaties voor flexwoningen te regelen. Als dat niet vrijwillig gaat en als dat te lang duurt, druk dat dan door. Dat is een oplossing voor vele Nederlanders die een woning zoeken en voor de doorstroom van vergunninghouders. Op dit moment kunnen 13.000 plekken in azc's worden vrijgespeeld. Graag een reactie van de minister daarop.

Daarnaast moet er meer grip komen op de asielinstroom. Hiervoor zijn migratiedeals met landen buiten de Europese Unie nodig. Vaak wordt gezegd dat deze landen dat niet willen. Deze week hebben we gezien dat het Verenigd Koninkrijk en Rwanda wel in staat zijn geweest om een migratiedeal te sluiten. Is het kabinet bereid in de EU te pleiten voor meer actie om ook dergelijke migratiedeals te sluiten, hierin ook zelf het voortouw te nemen en contact op te nemen met het Verenigd Koninkrijk over de ervaringen?

De voorzitter:

Dank u wel. De laatste vraag van mevrouw Podt, D66.

Mevrouw Podt (D66):

Ik vind dit ... Je mag natuurlijk altijd het verzoek doen, maar dit is een poosje geleden al heel erg uitgebreid onderzocht. Er is al heel duidelijk gemaakt welke praktische en vooral juridische hobbels er zijn om dit te doen. Het wordt aan alle kanten echt afgeraden om dit soort zaken te doen. Het klinkt heel stoer, maar zullen we dit gewoon alsjeblieft niet meer doen?

De heer Brekelmans (VVD):

Mevrouw Podt kan hier een hoop theater maken, maar het is gewoon al jarenlang staand kabinetsbeleid, en ook beleid binnen de Europese Unie, om te proberen migratiepartnerschappen te sluiten. Dat kan mevrouw Podt niet leuk vinden, maar dat is wel de inzet. Ik zeg ook niet dat wij die deal tussen het Verenigd Koninkrijk en Rwanda een-op-een kunnen kopiëren. Dat heb ik eerder ook aangegeven. Daar zijn inderdaad juridische bezwaren tegen. Maar het laat wel zien dat het überhaupt mogelijk is om dit soort migratieafspraken te maken. Ik vind dat daar meer werk van gemaakt moet worden.

De voorzitter:

De heer Ceder, ChristenUnie, en dan mevrouw Piri.

De heer Ceder (ChristenUnie):

De VVD en de ChristenUnie kunnen elkaar vinden op het punt dat we nu echt in Europees verband iets zouden moeten doen, ook aan de buitengrenzen. Dat staat ook in het coalitieakkoord. We hebben in het coalitieakkoord afgesproken dat er humane aanmeldcentra aan de buitengrenzen zouden moeten zijn. Dat doen we het liefst in Europees verband, maar als dat niet lukt — het lijkt niet te gaan lukken omdat een aantal landen dwarsliggen — dan in ieder geval met een kopgroep van gelijkgestemde landen. Is de VVD bereid om met de ChristenUnie in ieder geval staatssecretaris Van der Burg, minister Hoekstra van Buitenlandse Zaken en de premier daartoe op te roepen? Ik denk dat het belangrijk is om dit de komende periode in Europees verband aan te jagen. Als het niet binnen de Europese Unie lukt, dan dus met een kopgroep van landen. Denk hierbij aan Duitsland. Volgende week zijn de Franse verkiezingen. Misschien kunnen we de Fransen er ook nog bij betrekken om daar werk van te maken. Bent u bereid om de komende maanden samen onze bewindspersonen op te roepen om dat in Europees verband te doen?

De heer Brekelmans (VVD):

Als de heer Ceder mij vraagt om met die groep landen het voortouw te nemen om als EU afspraken te maken met derde landen, zeg ik: absoluut. Naast de drie bewindspersonen die hij noemt, gaat dit wat mij betreft het hele kabinet aan, zou ik durven beweren. Ook onze minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking kan daar een rol in spelen, evenals onze minister van Landbouw, die allerlei contacten heeft, bijvoorbeeld ook met landen in Noord-Afrika en Afrika. Volgens mij moet dit dus kabinetsbreed een prioriteit zijn. Ik vind inderdaad dat wij als Nederland binnen de EU het voortouw moeten nemen en daarvoor moeten pleiten.

De voorzitter:

De heer Ceder, tot slot.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dat is dan fijn om te horen. Dat gaan wij dan ook samen doen. Wij gaan de VVD daaraan houden, zodat we richting het kabinet met mooie voorstellen kunnen komen om de aanjaagfunctie te behouden. Daar hoort natuurlijk ook een verdeelsleutel bij, zoals u ook in het coalitieakkoord heeft gelezen. Die hoort er immers bij als je die afspraken maakt. Ik heb de VVD daarover in de afgelopen maanden, in deze periode, niet eerder gehoord. Bent u het met mij eens dat in die samenwerking die wij als twee partijen voorstaan, ook een aanjaagfunctie zit om die verdeelsleutel aan de grenzen van Europa te bewerkstelligen als niet de hele EU meewerkt?

De heer Brekelmans (VVD):

Ik dacht al dat de heer Ceder mij in deze val probeerde te lokken. Ik ga het dus toch even wat scherp stellen. Het gaat om twee verschillende dingen. De EU kan afspraken maken met derde landen. Dat is één: extern beleid. Ik vind dat wij als Nederland daarin samen met gelijkgezinde landen binnen de EU het voortouw moeten nemen en daartoe moeten aansporen. Het tweede waarop de heer Ceder doelt, is het gemeenschappelijk asielbeleid binnen de EU. Het zou goed zijn als we tot een hervorming van het asielbeleid komen. Als je tot een totaalpakket komt en als je hele duidelijk afspraken maakt over kwesties zoals waar mensen hun eerste asielaanvraag doen, over het Dublinsysteem, over de terugkeerregeling en over alles wat daarbij hoort, kan herverdeling daarvan onderdeel uitmaken. Maar het moet een totaalpakket zijn. We moeten er niet op voorhand voor pleiten om met een kopgroep van landen alvast te gaan herverdelen, zoals de heer Ceder weleens bepleit heeft.

Mevrouw Piri (PvdA):

Ik sla toch even aan op dit laatste. Dit klinkt hartstikke leuk, hartstikke pro-Europees: als we het met z'n allen doen, dan doen we ook iets aan die herverdeling. Maar we weten gewoon dat de EU dit nooit zal bereiken, omdat een aantal landen dat gewoon niet willen; denk aan Victor Orbán in Hongarije. Dat is dus voor de VVD een reden om überhaupt niks te doen aan herverdeling. Nu mijn vraag. De heer Brekelmans had het over Rwanda en het voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk. Daarover wil ik toch graag verheldering. Wat voor migratiepact met Rwanda moet Nederland onderzoeken, vindt u?

De heer Brekelmans (VVD):

De deal die eerder tussen de EU en Turkije is gesloten, is een voorbeeld, of kan een voorbeeld zijn, vind ik. Als mensen, bijvoorbeeld Syriërs die door Turkije reizen en vervolgens door willen reizen naar de Europese Unie, veilig in een land worden opgevangen, maak je afspraken met Turkije over hoe je de opvang in het land daar regelt. Je maakt daarover dus nadere afspraken. Als vluchtelingen uit de regio van Rwanda komen, zou je ook met Rwanda of landen in die regio dat soort afspraken kunnen maken. Ik ken de details van de deal van het Verenigd Koninkrijk nog niet. Er zijn wat algemene berichten over verschenen, maar niet over die deal. Maar als je mensen uit Afghanistan naar Rwanda zou brengen, is dat niet echt opvang in de regio; dat vind ik er lastig aan. Als dat onderdeel zou zijn van deze deal, sta ik daar minder om te springen. Maar wat we eerder met Turkije hebben gedaan, zoals ik net beschreef, kan volgens mij als voorbeeld dienen.

Mevrouw Piri (PvdA):

Een verhelderende vraag dan. Vindt u nu dat asielzoekers die in Nederland aankomen en die, zoals de heer Brekelmans zegt, uit "de regio van Rwanda" komen — is dat Afrika? — eigenlijk niet hier in een asielprocedure moeten zitten maar dat ze naar Rwanda moeten worden gestuurd om daar aan de asielprocedure te voldoen? Is dat wat u bedoelt?

De heer Brekelmans (VVD):

Het gaat er dan om dat je — even los van Rwanda — met een land in de regio afspraken maakt over veilige opvang daar. Zo zijn er, zoals mevrouw Piri heel goed weet, ook miljoenen mensen in Jordanië, Libanon, Turkije, landen in Noord-Afrika. Wij vinden het beter dat je met de landen daar afspraken maakt over humane opvang, zodat mensen daar een veilige plek hebben, en je mensen vervolgens geen reden geeft om een gevaarlijke overtocht over zee te maken met alle verschrikkingen van dien. Zo krijg je meer grip op hoeveel mensen hiernaartoe komen en hoeven mensen niet hun leven te riskeren. Als dat vervolgens betekent dat mensen, als ze toch komen, naar de regio teruggestuurd kunnen worden omdat ze daar ook veilige opvang hebben, vinden wij dat een goed idee.

Mevrouw Piri (PvdA):

Ik ben in ieder geval blij dat duidelijk is dat wat u voorstelt eigenlijk een heel onfatsoenlijk plan is. Over opvang in de regio is iedereen het eens. Het gaat erom dat mensen die hier aankomen, gewoon recht hebben op een fatsoenlijke asielaanvraag die beoordeeld moet worden. Als die niet wordt toegekend, worden ze teruggestuurd naar waar ze vandaan komen. En anders bieden wij hun bescherming of niet. Ik hoor de VVD hier ervoor pleiten om mensen die hier aankomen, naar een land als Rwanda te sturen, waar geen fatsoenlijke asielprocedure is, waar martelingen plaatsvinden en mensenrechtenschendingen. Die bescherming wordt vluchtelingen daar niet geboden. Dat is helemaal niet te vergelijken met de Turkijedeal. Turkije heeft toen wetgeving onder druk van de Europese Unie aangepast, om die bescherming te kunnen bieden aan Syriërs. Dat kunt u toch niet op een lijn brengen met Rwanda?

De heer Brekelmans (VVD):

Twee reacties daarop. Mevrouw Piri verwijt mij onfatsoenlijkheid. Ik durf te beweren dat het asielbeleid dat mevrouw Piri voorstaat, onfatsoenlijker is dan dat wat de VVD voorstaat. In het beleid van mevrouw Piri blijven de meest kwetsbare mensen per definitie in de opvangkampen achter, omdat zij niet het geld hebben om een mensensmokkelaar te betalen en niet de gezondheid om die verre reis over zee te maken. Mevrouw Piri wil vervolgens dat de mensen die dat wel kunnen betalen en die een betere gezondheid hebben, hiernaartoe komen en vervolgens hun leven riskeren op zee. Dat vind ik onfatsoenlijk. Dat is niet het asielbeleid waar ik voor sta.

Dan het tweede. Mevrouw Piri kan mij nu allerlei vragen stellen over die specifieke deal met Rwanda. Ik vind dat je er bij het sluiten van migratiedeals met bijvoorbeeld Turkije inderdaad voor moet zorgen dat dat humane opvang is. We weten allebei dat Turkije ook mensenrechten schendt als het gaat om journalisten en andere minderheden, waardoor ook Turken hier asielopvang krijgen. Mevrouw Piri weet dat beter dan wie dan ook, want zij is Turkijerapporteur geweest. Maar we weten ook allebei dat het tegelijkertijd gelukt is om voor Syriërs fatsoenlijke afspraken te maken, waardoor zij niet deze risico's lopen en daar humane opvang kunnen krijgen. Ik vind dus dat je dat soort deals met landen kunt sluiten. Maar ik zeg nogmaals dat ik niet vind dat je die deal tussen het VK en Rwanda een-op-een kunt kopiëren. Bovendien kennen wij allebei de details nog niet.

De voorzitter:

Mevrouw Piri, tot slot.

Mevrouw Piri (PvdA):

Ik hoop dat die details niet bekend worden, want ik vind het echt een onzalig plan. Maar het is mooi dat ik de VVD er eindelijk voor hoor pleiten om die meest kwetsbare vluchtelingen wel over te nemen. Hervestiging was ook een onderdeel van de Turkijedeal. Ik ben het ermee eens dat wij daar als Nederland veel meer voor moeten doen, maar het is voor het eerst dat ik de VVD hoor pleiten voor het verhogen van het aantal van die 500 kwetsbare mensen die wij per jaar opvangen, ook met dit kabinet en dit coalitieakkoord. Dat moet dan gewoon substantieel hoger. Dat moet u dan met mij eens zijn.

De heer Brekelmans (VVD):

Nee, dat ben ik niet met mevrouw Piri eens en dat weet zij ook. Op het moment dat wij migratiedeals zouden sluiten en de instroom daardoor afneemt, zijn wij bereid om als onderdeel daarvan ook te bekijken of meer hervestiging mogelijk zou zijn. Dat hebben we met Turkije ook gedaan. Nederland is een van de EU-landen die daar het meest voor hebben gedaan. Maar we gaan niet op voorhand meer doen aan hervestiging, zonder dat die deals er zijn en zonder dat die reguliere instroom is afgenomen, want dan span je het paard achter de wagen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik wil een punt van orde maken. We hebben hier een debat over de opvang van Oekraïense vluchtelingen in Nederland en dit wordt gewoon een asieldebat. Er worden hier elke dinsdag asieldebatten aangevraagd. Die worden allemaal afgeschoten. Die worden hier allemaal niet plenair gehouden. Ik zou dus eigenlijk willen verzoeken dat we het gewoon bij het onderwerp houden. We hebben het nu over alle landen gehad in het afgelopen drie kwartier, behalve over Oekraïne.

De voorzitter:

Dit is een verzoek aan de collega's. Dank u wel.

De heer Eerdmans (JA21):

Ik herinner mij precies het omgekeerde, namelijk dat wij hier dinsdag stonden en dat iemand zoals ik of meneer Markuszower vroeg om een apart asieldebat. Toen werd gezegd: nee, dat hebben we namelijk donderdag; dat gaat over Oekraïne en daar kunt u alles bij halen. Ik heb dus juist de indruk dat we precies doen wat ons verzocht is. Ik wou dat ook zeker in mijn termijn doen, voorzitter.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Volgens mij kan je die zaken niet uit elkaar houden. Dat is het hele punt. Dus dit debat, waar zo veel bewindspersonen aanwezig zijn, zou ik juist als kans zien om al die onderwerpen aan de orde te stellen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik heb er geen problemen mee dat het besproken wordt. Maar maak er dan een asieldebat van. Er zitten nu ook heel veel mensen thuis die bijvoorbeeld Oekraïners opvangen en die ermee te maken hebben, zoals onderwijzers, docenten. Die zitten hiernaar te kijken en die verwachten dat wij hier een debat hebben over de problemen en uitdagingen waar we voor staan. Ik zeg ook niet dat het niet mag, maar laten we dan de volgende keer bij het vragenuur gewoon zeggen: dit wordt een asieldebat. Dan weet iedereen waar hij aan toe is. Dat is mijn punt.

De voorzitter:

Dat is een oproep aan de collega's. De heer Jansen ook nog.

De heer Jansen (FVD):

Misschien ook een oproep aan u, mevrouw de voorzitter, om dan zo spoedig mogelijk ook een apart asieldebat in te plannen. Want natuurlijk is het logisch dat het vandaag ter sprake komt, maar het is een heel erg prangend issue dat iedere keer wordt uitgesteld en uitgesteld. Hier moet gewoon heel veel over gesproken worden. Dat blijkt uit de mate waarin er vandaag ook over wordt gesproken.

Mevrouw Podt (D66):

Ik ben het niet zo heel erg vaak eens met de heer Eerdmans in deze zaal in dit soort debatten, maar in dit geval wel. We hebben mensen inderdaad gewoon naar dit debat verwezen. Bovendien zijn dingen inderdaad gewoon met elkaar verweven, zoals de heer Van Dijk al zei. Dus ik denk dat we dat op deze manier moeten doen. Volgens mij komt er veel aandacht voor Oekraïners. Dat heb ik in ieder geval in mijn bijdrage gedaan, maar ja, het hangt wel samen.

De voorzitter:

U ziet het: het ligt verdeeld. En inderdaad is bij de regeling afgesproken om, naast de opvang van Oekraïners, ook aandacht te besteden aan aanhangige onderwerpen. Maar ik steun mevrouw Van der Plas wel: laten we straks, als de beantwoording vanuit het kabinet komt, de nadruk leggen op de opvang van Oekraïense vluchtelingen, want dat hebben we met elkaar afgesproken. Maar u gaat over uw eigen bijdrage. U vervolgt uw betoog.

De heer Brekelmans (VVD):

Nou ja, volgens mij is het punt dat er heel veel vragen specifiek over Oekraïners zijn te stellen, maar dat de voorzieningen die wij in Nederland hebben, het aantal opvangplekken en het aantal woningen uiteindelijk allemaal met elkaar samenhangen. Het is dus goed dat we het ook breder bespreken.

Ik zou daarom nog een vraag willen stellen over het meer grip krijgen op de instroom, want een andere reden voor de hoge instroom is gezinshereniging. Uiteraard hebben mensen hier recht op, maar er moet wel zorgvuldig worden beoordeeld of iemand daadwerkelijk tot het gezin behoort. Anders wordt hier misbruik van gemaakt. En wat schetst mijn verbazing? De staatssecretaris versoepelt de procedures waardoor het risico toeneemt dat meer mensen hier onrechtmatig naartoe komen. Is de staatssecretaris bereid om deze versoepeling te heroverwegen?

Ten slotte zorgt het feit dat Algerije niet langer een veilig land is, ook voor langere procedures en daardoor meer bezetting van opvangplekken, terwijl de inwerkingspercentages nog steeds laag zijn. Is de staatssecretaris bereid om de status van Algerije als inmiddels niet meer veilig land voor de zomer opnieuw te beoordelen?

De heer Eerdmans (JA21):

Bij JA21 zitten we toch een beetje met de ogen te knipperen bij dit VVD-verhaal. Ik weet nog dat ik twee maanden geleden een VVD-bewindsman heb horen zeggen: meneer Eerdmans, u gelooft in sprookjes met dat Deense model waarin mensen in andere landen worden opgevangen; dat kan helemaal niet, het is inhumaan. De voorganger van meneer Van der Burg verwees het allemaal naar het rijk der fabelen. Dus of de VVD denkt dat er weer snel Tweede Kamerverkiezingen aankomen — dat kan natuurlijk — of zij heeft het licht gezien. Ik ga eens luisteren naar het antwoord van de regering en afwachten hoeveel ballen de VVD uiteindelijk heeft om dit echt op de kaart te zetten. Wat JA21 betreft is dat totaal noodzakelijk.

Ik hoorde u net iets in een bijzin zeggen over de berichten van de IND, die de eisen aan gezinshereniging inderdaad wil gaan versoepelen. U weet net als ik dat dat de grootste vorm van migratie is die er is. Dat zijn mensen die nareizen, die dus als gezinsleden naar Nederland komen. De IND checkt of dat wel klopt — heel noodzakelijk — met DNA-checks, geboortechecks, alles. Dat wil men versoepelen. Waarom? Niet omdat men denkt dat het eigenlijk wel prima is. Nee, omdat de wachttijden te lang zijn. Die moeten we verkorten, dus de mensen gaan maar wat sneller door de controle. Heel erg onjuist en ook verkeerd. Ik hoop dat u niet alleen zegt dat u daar bevreesd voor bent. Gaat de VVD dit met JA21 echt totaal tegenhouden?

De heer Brekelmans (VVD):

Dat laatste ben ik met de heer Eerdmans eens: wij zijn tegen versoepelingen als het om gezinsherenigingen gaat. Wij waren ook verrast door dit bericht. Wij vinden dat het goed is dat je asielprocedures probeert te versnellen zodat mensen niet onnodig maandenlang zitten te wachten, maar dat moet wel zorgvuldig gebeuren. Ik heb net in mijn bijdrage gezegd dat ik het risico zie dat bij sommige landen vaak mensen uit de bredere familie ook onder een gezinsregeling hiernaartoe willen komen, terwijl ze daar geen recht op hebben. Dat moeten we voorkomen.

De voorzitter:

De heer Eerdmans tot slot.

De heer Eerdmans (JA21):

Ik ga zeker een motie indienen om dit onzalige plan van de IND terug te draaien en de staatssecretaris op te dragen om deze controles te houden zoals ze zijn: streng en rechtvaardig. Gaat de VVD daarin mee? Want dat lijkt mij een goede oproep aan het kabinet.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik overwoog daar zelf ook een motie over in te dienen, dus misschien moeten we daarover doorspreken.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik geef de heer Brekelmans twee gegevens en ik wil hem vragen of hij daar een verband tussen ziet. Het eerste gegeven is dat het asielbeleid, zowel de opvang als de terugkeer, een puinhoop is; dat kun je ook opmaken uit het betoog van de heer Brekelmans. Het tweede gegeven is dat de afgelopen tien jaar het asielbeleid is gerund door VVD'ers: Dijkhoff, Teeven, Harbers, Broekers. Ziet de heer Brekelmans dat verband tussen die puinhoop en de bewindslieden ook? En zo ja, wanneer gooit u de handdoek in de ring? Want het lukt u niet om het beleid te verbeteren.

De heer Brekelmans (VVD):

Ik zie dat verband niet, omdat het volgens mij, zolang als wij asielbeleid hebben, gewoon moeilijk te regelen is. Dat gaat al langer terug dan de afgelopen tien jaar. Dat komt doordat het aantal mensen dat hiernaartoe komt steeds verandert en doordat de samenstelling verandert. Net als de heer Van Dijk hadden wij twee maanden geleden niet kunnen voorspellen dat hier nu 40.000 Oekraïners zouden zijn, net zo goed als dat wij in 2015 niet hadden kunnen voorspellen dat er in één keer zo veel Syriërs hiernaartoe zouden komen. Het asielbeleid is dus razend ingewikkeld. Daar zitten allerlei dilemma's bij. Je hebt medewerking nodig van landen in de regio; daar hebben we het net over gehad. Je hebt te maken met Europese regelgeving. Ik ben het zeker met de heer Van Dijk eens dat het moeilijk is, maar ik vind het ook wel erg makkelijk om iedere keer te zeggen: het is dus allemaal de schuld van de VVD. Dat ben ik niet met hem eens.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Wat de Oekraïners betreft: absoluut eens. Dat verdient gewoon een compliment. We waren samen in Amsterdam. Dat zag er echt goed uit. Maar dat geeft de heer Brekelmans natuurlijk niet het recht om zich daarachter te verschuilen, want uw partij zit wel degelijk al tien jaar aan het stuur. Al tien jaar praten we over die terugkeer en al tien jaar komt er niets van terecht. Dan kunt u nu toch ook gewoon erkennen: het lukt ons niet, misschien moet iemand anders het proberen?

De heer Brekelmans (VVD):

Ik zeg niet dat er niks van terechtkomt. Ik zeg wel dat er in een heleboel opzichten nog meer kan gebeuren, dat er meer zou moeten gebeuren. Wij als VVD komen daarvoor ook steeds weer met nieuwe voorstellen, bijvoorbeeld met de ongewenstverklaring. Toen we eerder dit jaar problemen hadden met mensen die moesten terugkeren maar hun vertrek frustreerden doordat zij geen coronatest wilden laten afnemen, kwamen wij ook met een voorstel. Er komen dus iedere keer nieuwe belemmeringen op als het gaat om terugkeer, omdat mensen niet terug willen, terwijl ze geen recht hebben om hier te blijven, en omdat landen in de regio niet meewerken. Wij als VVD komen iedere keer weer met oplossingen en proberen oplossingen te vinden, maar ik ben het met de heer Van Dijk eens dat het meer moet en beter kan. Daarom heb ik ook gepleit voor een terugkeeroffensief.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Eerdmans, JA21. Ik begreep dat er op 22 juni ook een commissiedebat over asiel is, even qua achtergrond.

De heer Eerdmans (JA21):

Voorzitter, even voor de orde. Het lijkt mij heel verstandig om dat, net als bij klimaat, misschien wat vaker gewoon in commissieverband te doen. Mevrouw Van der Plas heeft daar wel gelijk in: we hebben het te vaak over brokjes asiel. We moeten het daar structureler over hebben in de Tweede Kamer. Dit even als voorbode op mijn bijdrage. Ik denk dat het goed is dat we dat, net als met de klimaatcommissie, elke acht of zes weken doen. Dit even geheel terzijde. Ik zal dit doorgeleiden, naar mezelf.

De voorzitter:

Het is goed om dit ook in de commissie te bespreken, lijkt mij. Op 22 juni is er dus een commissiedebat, dus bij dezen ook een uitnodiging aan de heer Jansen om daar dan bij te zijn. Gaat uw gang, meneer Eerdmans.

De heer Eerdmans (JA21):

Kijk, dan wordt het nog wat.

Voorzitter, dank. Sinds het uitbreken van de afschuwelijke oorlog in Oekraïne — dat is vandaag op de kop af acht weken geleden — zijn 5 miljoen Oekraïners hun land ontvlucht, van wie meer dan 90% vrouwen en kinderen zijn. JA21 vindt het van groot belang dat zij gewoon veilig en humaan worden opgevangen, totdat ze hopelijk weer kunnen terugkeren naar Oekraïne.

We hebben het heel vaak gezegd: JA21 is voor opvang in de directe regio. Daar zou het moeten plaatsvinden en daar gebeurt het ook voor het grootste deel. Het merendeel van de vluchtelingen, bijna 3 miljoen, is naar Polen gevlucht. Maar ook andere buurlanden, zoals Hongarije, Roemenië, Slowakije en Moldavië, vangen honderdduizenden Oekraïners op. Daar hebben wij veel respect voor. Wat ons betreft moet onze inzet in Nederland er ook op zijn gericht om deze landen te ondersteunen, zowel financieel als logistiek. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: kunnen wij nog meer doen? Vindt u dat het genoeg is, of zijn wij in staat om dit nog op te schroeven? En wat is de inschatting van de doorreispercentages van de buurlanden richting de rest van Europa? Daar heb ik net al iets over gezegd. VluchtelingenWerk Nederland zegt dat we eigenlijk in slaap worden gesust en dat er mogelijk nog weleens vier tot vijf keer zoveel mensen naar Nederland toe kunnen komen vanuit veilige gebieden als Polen.

Voorzitter. Ik heb de staatssecretaris in de commissie eerder gevraagd om een limiet. Is er nu voor Nederland een limiet waarvan we zeggen: dat is nou wel ongeveer de grens van waar wij aan kunnen voldoen bij de opvang van Oekraïners? Is er überhaupt een grens? U sprak in de commissie namelijk uit: nee, die is er voor mij niet. Nu zien we met welke aantallen we tegemoet getreden worden. Het lijkt mij juist goed om uit te spreken: dit is voorlopig wel de limiet om de opvang te kunnen waarborgen voor mensen die hiernaartoe komen. Bent u bereid om de noodwet daaromtrent, de Wet verplaatsing bevolking, in te trekken?

Voorzitter. De reguliere asielcrisis gaat onverminderd verder. Daarom is het goed dat we het daar ook over hebben. Ik zag een beetje de wanhoop in het debat tussen mevrouw Kuik en meneer Brekelmans. Binnen de coalitie is de onmacht zo groot dat u naar de interruptiemicrofoon moet gaan om uw eigen VVD-coalitiegenoot in wanhoop te vragen: "Maar hoe moet het dan verder? Hoe komen we uit het probleem Ter Apel?" Dat vind ik typerend. Dat schetst voor mij het probleem. U weet het zelf eigenlijk niet. Ik ben benieuwd hoe het kabinet daarmee omgaat.

Voorzitter. De kern van de situatie is dat de oorlog in Oekraïne genadeloos blootlegt hoe failliet ons asielbeleid is. De vluchtelingenstroom uit landen in Afrika en het Midden-Oosten is namelijk onverminderd doorgegaan. We zitten nu op een twee keer zo hoge instroom per maand als een jaar geleden. Dat is eigenlijk de kern. Dat is waarom wij nu zo veel problemen hebben met de opvang van mensen uit Oekraïne.

Voorzitter. De staatssecretaris overweegt wettelijke instrumenten in te zetten om de gemeentes te dwingen tot asielopvang. Het COA probeert mensen die de status hebben ... Voorzitter, ik snap dat er even gepraat moet worden in vak-K, maar misschien kan de staatssecretaris nog even luisteren. Het COA probeert de gemeentes te verplichten om 13.500 mensen met een status dwingend woningen te geven in gemeenteland en ze in hotels onder te brengen. Het hele asielbeleid zit muurvast. Het kabinet maakt nu nog eens duidelijk dat die mensen met voorrang een woning moeten krijgen. Hoe kunnen we dit de mensen uitleggen? Mensen in andere doelgroepen die al lange tijd staan te wachten op een woning, worden aan de kant geschoven voor de mensen met een vergunning uit de gebruikelijke asielprocedure. Dat is iets wat gaat knijpen. Het draagvlak verdwijnt. Wij gaan daar een aantal voorstellen en moties over indienen, denk ik, onder andere over het onzalige plan van de IND, wellicht met de heer Brekelmans.

Mijn laatste vraag gaat over de mensen die Oekraïners particulier in huis nemen. De heer Van Dijk van de SP sprak over 10.000, 20.000 of 15.000 mensen, geloof ik. Hoe gaat het daarmee? Er wordt namelijk voor gewaarschuwd dat het in de praktijk bar tegenvalt. Daar moeten we ook eerlijk over zijn. Mensen die uit barmhartigheid hun huis en hart hebben opengezet, krijgen die mensen op zolder of in huis, en lopen tegen problemen aan. Hoe groot is dit probleem? Kunt u daar iets over zeggen? Blijkt het in de praktijk mee of tegen te vallen? Misschien kunt u het precieze aantal aangeven.

Voorzitter, tot zover in deze eerste termijn.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Eerdmans. Dan gaan we naar mevrouw Koekkoek van Volt.

Mevrouw Koekkoek (Volt):

Dank u wel, voorzitter. Het Nederlandse asielsysteem lijkt in een permanente staat van crisis te verkeren. Met de komst van mensen die vluchten voor de oorlog in Oekraïne, wordt die crisis nog zichtbaarder. Ja, we zijn bezig een crisisstructuur op te tuigen om de komst van Oekraïners te ondervangen, maar het echte probleem lossen we niet op: het ontbreken van een degelijke basis, een stevig fundament, onder ons asielsysteem. Het gevolg is dat we noodgedwongen reactief werken, niet voor het eerst, en dat we de komst van nieuwe mensen nauwelijks aankunnen. Lang niet iedereen die hier veiligheid zoekt, krijgt de garantie op een acceptabel minimumniveau aan opvang.

Voorzitter. Deze situatie moet voor ons allemaal een grondige wake-upcall zijn. Er is actie nodig, maar we zitten met een Kamer die op dit onderwerp enorm principieel verdeeld is. Die verdeeldheid staat echte oplossingen in de weg. Dat kan niet langer zo. Het is tijd voor daadkracht en oplossingen, en die oplossingen zijn er ook. Zo stelt de Europese Commissie miljarden euro's uit Europese fondsen gemakkelijker beschikbaar voor lidstaten om de directe kosten voor de opvang van vluchtelingen te dekken. Mijn vraag aan het kabinet is: waar gaan we dit geld voor inzetten? Graag een reactie hierop van de staatssecretaris. We weten dat gemeenten, zeker in het licht van de wettelijke taakstelling die eraan komt, het geld heel goed kunnen gebruiken. Ik vraag de staatssecretaris: kunnen we een deel van dit geld gebruiken voor de opzet van een extra aanmeldcentrum om Ter Apel te ontlasten, of voor het inhalen van de achterstanden bij de IND? Graag hoor ik hierop een reactie.

Voorzitter. We horen verhalen over tekorten aan simpele basisvoorzieningen, ook voor de meest kwetsbaren. We kennen allemaal de verhalen uit Ter Apel. Het is natuurlijk zaak dat dit zo snel mogelijk opgelost wordt, maar hoe zorgen we er in de tussentijd voor dat de voorzieningen die er wél zijn, ook echt bij Oekraïners terechtkomen, zoals de duizenden beschikbare bedden of toegankelijke informatie over hoe zij bijvoorbeeld een bankrekening kunnen openen of onderwijs kunnen genieten? Ik hoor heel graag van de verschillende departementen wat hieraan gebeurt en ook wat er goed gaat, zodat goede gewoontes op de verschillende onderwerpen gedeeld kunnen worden.

Voorzitter. Vluchtelingen krijgen in Nederland nog steeds geen tijdelijke verblijfsvergunning, waardoor zij belemmerd worden in het opbouwen van een nieuw leven. Dat is eerder vandaag ook ter sprake gekomen. Hierbij geldt nog steeds dat ervan wordt uitgegaan dat zij binnen afzienbare tijd zouden kunnen terugkeren naar Oekraïne, terwijl we niet weten wanneer de oorlog zal stoppen, laat staan hoe het land er daarna aan toe zal zijn. Is de staatssecretaris bereid over te gaan tot tijdelijke verblijfsvergunningen?

Daarnaast weten we dat ongeregistreerde kinderen in andere landen sneller worden doorverwezen naar kinderbeschermingsinstanties. In Nederland ligt dit aantal flink lager. Hoe verklaart de staatssecretaris dit en wat gaat de staatssecretaris hieraan doen? En met name: wat kunnen we leren van, wederom, de goede gewoontes van andere landen?

Is de staatssecretaris bereid om een voorrangspositie toe te kennen aan kinderen bij de overplaatsing van de noodopvangcentra naar reguliere azc's? Graag hoor ik hierop een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. Vanuit Europa horen we de roep van de Polen om extra geld om de sociale voorzieningen daar op peil te kunnen houden, vanwege de toestroom van 2,5 miljoen vluchtelingen. Er gaan zelfs geluiden op in Polen voor een apart fonds. Hier zou een Europees asiel- en migratiepact juist kunnen voorzien in een behoefte. Hoe kijkt het kabinet hiernaar? Gaan we inzetten op zo'n apart fonds, of gaan we het asiel- en migratiepact eindelijk eens een keer effectief gebruiken? U hoort waar mijn voorkeur zit.

Voorzitter. Afgelopen week bereikte ons het verhaal van de Russische lhbti-asielzoekers die geïntimideerd werden, onder andere met pro-Poetin-opmerkingen. Het COA heeft eerdere signalen genegeerd. Wat doet de staatssecretaris om kwetsbare Russische lhbti'ers, maar ook lhbti-vluchtelingen uit Oekraïne, meer veiligheid te bieden? Wat kunnen we gezien de situatie extra doen?

Voorzitter, voordat ik afrond, wil ik nog een belangrijk punt meegeven. Het is van belang dat we Oekraïense vluchtelingen niet anders behandelen dan andere vluchtelingen. Daarom sluit ik me aan bij het initiatief van GroenLinks over het uitbreiden van de speciale noodwet naar alle vluchtelingen.

Voorzitter, ik rond heel snel af. We hebben nu behoefte aan actie. Ik hoor heel graag hoe het kabinet in deze crisis snel gaat handelen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Jansen, Forum voor Democratie.

De heer Jansen (FVD):

Ik ben toch weer verbaasd. Ik weet dat Volt opgericht is om Nederland om te vormen tot een soort EU-provincie. Het betoog van Volt is dat deze mensen allemaal een tijdelijke verblijfsvergunning moeten krijgen ...

Mevrouw Koekkoek (Volt):

Nee, dat zei ik niet.

De heer Jansen (FVD):

Misschien kunt u dat verduidelijken?

De voorzitter:

Dat is een vraag.

Mevrouw Koekkoek (Volt):

Ik ga even terug in mijn inbreng. Het betoog is: iedereen moet minimaal beschikbaar hebben wat nodig is om goed te kunnen leven. Ik maak het even heel simpel: dat gaat om eten, water, onderwijs. De tijdelijke verblijfsvergunning lost, zoals eerder vandaag aan bod is gekomen, meteen alle juridische problemen daarvoor op. Eerder heeft collega Piri ook uitgelegd dat je onderscheid zou kunnen maken in het bijvoorbeeld iedereen meteen een huis geven. Ik zie de heer Jansen zijn hoofd schudden, maar dit is al aan bod geweest en dat onderschrijf ik.

De heer Jansen (FVD):

U zei het dus wel. Maar het kan niet: op het moment dat mensen een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen, hebben zij recht op een sociale huurwoning en komen ze in allerlei voorrangstrajecten, omdat gemeenten allerlei regelingen hebben om statushouders voorrang te geven. Waar gaat u dan al die tienduizenden mensen een huis geven?

Mevrouw Koekkoek (Volt):

Dit is ook al eerder aan bod geweest tijdens het debat, maar we kunnen het overdoen. De tijdelijkebeschermingsrichtlijn die nu gebruikt wordt als basis om mensen goed op te vangen, is anders dan waar de heer Jansen nu naar verwijst. Dus er is helemaal geen noodzaak, waar nu op geduid wordt, om precies dat te doen waar de heer Jansen bang voor is, namelijk dat we een Europese provincie worden of overgenomen worden door buitenlanders. Ik weet niet precies waar de zorg zit, maar dat klopt dus gewoon niet.

De voorzitter:

De heer Jansen, tot slot.

De heer Jansen (FVD):

Mevrouw Koekkoek praat er volledig omheen, maar in haar eigen betoog zegt ze dus dat die tijdelijke regeling die nu is getroffen, niet voldoende is en dat er moet worden gekeken naar een tijdelijke verblijfsvergunning. Daarmee hebben ze een volwaardige verblijfsstatus. Misschien kan ze dan nog een keer voorlezen wat ze zei, want misschien is hier een misverstand, maar iedere keer lijkt ze eromheen te draaien.

Mevrouw Koekkoek (Volt):

Stap voor stap. Er mogen nu …

De heer Jansen (FVD):

Maar …

De voorzitter:

Mevrouw Koekkoek is aan het woord en probeert uw vraag te beantwoorden. Mevrouw Koekkoek.

Mevrouw Koekkoek (Volt):

Oké. Waarom ik het stap voor stap wil doen is omdat het debat al gehouden is.

De heer Jansen (FVD):

Ik stel u een vraag.

Mevrouw Koekkoek (Volt):

Dat hoor ik. Stap voor stap. Ik ga even op mijn eigen manier antwoorden als u het niet erg vindt. Er is een tijdelijkebeschermingsrichtlijn. Daaronder mogen meer mensen opgevangen worden op een manier die meteen toegang geeft tot alle goede basisvoorzieningen. Dat is juridisch de simpelste weg. Dat zouden we kunnen gebruiken. Dat doen we nu niet, niet op de manier zoals alle buurlanden dat doen. Ik zeg: dat zouden we wél moeten doen. Waarom? Omdat we daarmee perspectief schetsen voor mensen die hier moeten blijven. We kunnen er heel lang over soebatten of dat moet of niet moet, maar volgens mij moet het, en waarom? Omdat de oorlog tussen Oekraïne en Rusland niet in één keer over is, laat staan dat mensen meteen terug willen. Dáárom is dat nodig. Dat is iets héél anders dan zeggen: ieder mens dat hier komt, moet meteen een vergunning krijgen, moet meteen een huis krijgen en dat gaat dus voor enorme problemen zorgen voor al die Nederlanders die hier zijn. Dát is wat ik terughoor in de interruptie van de heer Jansen. Daarom doe ik het nu even stap voor stap, omdat we dit debat al een paar keer gehouden hebben vandaag.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Koekkoek. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Kuik van het CDA. Haar laatste debat volgens mij!

Mevrouw Kuik (CDA):

Voorlopig! Zeker.

Voorzitter. We hebben een debat naar aanleiding van de hartverscheurende situatie in Oekraïne. We hebben hier gelukkig in Nederland te maken met hartverwarmende initiatieven. Voor het CDA zijn er drie punten waar ik bij stil wil staan. De coördinatie en communicatie in de crisis, de crisis in de asielopvang, dus ook de doorzettingsmacht en de flexibele opvangschil, en het voorkomen van mensenhandel.

We hebben een morele plicht om de Oekraïners goed onderdak te bieden. Dit gaat over opvang van mensen uit onze regio. Er is al veel werk verzet door organisaties, particulieren, overheden. Daarvoor ook mijn complimenten.

Laat ik beginnen waar ik het vorige debat mee eindigde: de coördinatie en de communicatie in deze crisis. Het CDA hamert al vanaf het begin op een goede regie en coördinatie, niet om alles dicht te regelen, want dat verwacht niemand. Juist improvisatie en aanpassingen zijn nodig. Dus geen starheid of hokjesdenken, maar coördinatie om particuliere initiatieven te ondersteunen, krachten van publiek en privaat te bundelen en met gemeenschappen juist om de Oekraïense vluchtelingen heen te staan.

Het CDA was voorstander van een opvangambassadeur. Die wilde de staatssecretaris niet toezeggen, maar wel een directoraat-generaal. Ik vraag me af: wat doet dat team nu uiteindelijk? Klopt het dat nu ieder departement gemeenten afzonderlijk informeert en dat ieder departement afzonderlijk ook omgaat met die eigen bekostiging voor gemeenten? Kan de staatssecretaris erop ingaan hoe hij deze coördinatie ziet en hoe hij versnippering van rijksbeleid wil tegengaan? Wie heeft de regie bij de koppeling van hulporganisaties en gemeenten? Moeten de hulporganisaties een voor een die gemeenten aanschrijven?

Dan kom ik bij mijn tweede punt, de communicatie over beslissingen, want die is belangrijk om het draagvlak voor de opvang te behouden. Er is simpelweg een strijd om de ruimte in een en dezelfde gemeente. Welke regie is er op dit punt? De ruimte voor de opvang van asielzoekers blijft namelijk ver achter, zodat álle druk bij de gemeente van dat éne aanmeldcentrum komt te liggen, namelijk Westerwolde, in Ter Apel. De gemeente Westerwolde staat er al te lang alleen voor om pieken van asielzoekers op te vangen, omdat de asielketen vastloopt. Nu moeten we weer last minute 300 asielzoekers laten verdelen. Zo ga je niet om met mensen die vluchten voor oorlog en geweld, maar zo ga je ook niet om met een gemeente die een belangrijke taak op zich durft te nemen. Dus ja, die doorzettingsmacht is nu nodig. De voorzitters van de veiligheidsregio's vragen daar ook zelf om. Wil het kabinet dit wetsvoorstel versnellen? Wat gebeurt er in de tussentijd? Hoe wordt voorkomen dat vluchtelingen niet de opvang krijgen die mag worden verwacht en dat Ter Apel aan haar lot wordt overgelaten?

Voorzitter. De korte termijn heeft gruwelijk hard de langetermijnveranderingen nodig, want dit asielopvangsysteem staat op knappen. We kunnen gewoonweg de conflicten in de wereld en de vluchtelingenstromen niet precies voorspellen. Daarom willen we als CDA een flexibele opvangschil, dus met reservecapaciteit, voor het ondervangen van pieken en het creatief omgaan met leegstaande locaties bij dalen. We willen goede spreiding door het land plus extra aanmeldcentra en meer pilots voor sobere opvang van niet-kansrijke asielzoekers, zodat er zo spoedig mogelijk weer plekken vrijkomen voor anderen.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Het CDA pleit er ook voor om de wetgeving voor een aanwijzingsbevoegdheid te versnellen. Er is nu een onderzoek voor de zomer gepland. Waarschijnlijk is het kind van mevrouw Kuik dus ongeveer al aan het kruipen eer wij hier wat in de Kamer aan het doen zijn.

Mevrouw Kuik (CDA):

Dat weet ik niet!

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Mijn vraag aan mevrouw Kuik is: moeten we niet gewoon het kabinet vragen om met spoed met noodwetgeving te komen — op dezelfde manier als er noodwetgeving is gekomen voor de Oekraïners; noem het "een spoedprocedure" — zodat er in ieder geval snel, op heel korte termijn, een juridisch instrument komt om alle mensen die recht op opvang hebben in de keten, ook daadwerkelijk een plek te geven?

Mevrouw Kuik (CDA):

Ik vind dat er inderdaad snelheid moet zijn, omdat we zien dat we nu al maandenlang te maken hebben met een Ter Apel dat elke keer op het laatste moment moet worden geholpen. Dat heeft te lang geduurd. Voor ons als CDA is dit dus ook het moment om te zeggen ... We vinden het heel vervelend, want we hebben liever dat het van onderop komt, waarbij gemeenten dit zelf organiseren en aanbieden. Het lukt niet. De staatssecretaris praat inderdaad de blaren op zijn tong. Dat zie ik ook. Ik vind dat instrument dus belangrijk, maar niet voor structureel. Nu moeten we het inzetten, maar we moeten ook echt structureel gaan kijken hoe we dit weer op een andere manier gaan inrichten, zodat dit vanuit de gemeenten zelf komt.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dat kortetermijninstrument waar we het nu over hebben, kan dus de bestaande noodwetgeving zijn die geldt voor alle mensen die opvang nodig hebben of het kan een ander instrument zijn. Is mevrouw Kuik het met mij eens dat we dat eigenlijk gewoon binnen twee weken geregeld moeten hebben? Dat hebben we namelijk ook gedaan voor de Oekraïners. De nood is hoog.

Mevrouw Kuik (CDA):

Wat ons betreft is het z.s.m, zo snel mogelijk, voor de mensen die hier komen en op opvang mogen rekenen, maar ook voor een gemeente als Westerwolde die nu elke keer voor de hoge instroom opdraait, omdat er geen goede verdeling is.

Voorzitter. In de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen zouden in 2020 stappen worden gezet. Wat is hier nu op gebeurd, ook naar aanleiding van de punten die ik zojuist maakte? Het kabinet kiest niet voor het vorderen van langleegstaande panden. Waarom niet? Hoeveel vierkante meters zouden we hierbij kunnen winnen? De VNG pleit hier namelijk wel voor.

Misschien tot slot dan het punt over mensenhandel. Het is cruciaal dat signalen van mensenhandel en uitbuiting snel worden gezien en gemeld. Onbegeleide vluchtelingenkinderen zijn hier extra kwetsbaar. Gaat de staatssecretaris ook een doelstelling zetten om alle onbegeleide kinderen direct door te verwijzen naar de Raad voor de Kinderbescherming?

Dank.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Jansen, Forum voor Democratie.

De heer Jansen (FVD):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het kabinet is voornemens om potentieel 150.000 Oekraïense vluchtelingen op te vangen. Dat aantal werd genoemd als mogelijk het totaal aantal mensen dat hierheen komt. Sommige mensen zeggen dat er nog wel meer komen. Er wordt ook gesproken over het bijbouwen van hele dorpen voor Oekraïners. Stikstof is blijkbaar geen probleem meer.

Ik wil vooropstellen dat vluchten natuurlijk heel erg is. Als je huis of je land wordt gebombardeerd, dan is dat een verschrikkelijke situatie waar niemand om gevraagd heeft en waar niemand op zit te wachten. Daar heb ik heel veel begrip voor. Het gaat dus niet om de mensen zelf. Maar er moet ook begrip zijn voor de Nederlanders, want Nederland kan dit niet aan. Nederland zit niet in een luxepositie met honderdduizenden extra woningen die we nog wel eventjes ter beschikking kunnen stellen aan allerlei mensen in de hele wereld. Nee, we zitten al met een enorm woningtekort. Er is een tekort van 300.000 woningen. Onze starters kunnen nu al geen woning meer vinden. De koopprijzen zijn extreem gestegen; de huurprijzen zijn extreem gestegen. De wachtrijen voor de sociale huurwoningen zijn nu gemiddeld tien jaar en lopen in heel veel gemeenten op tot wel vijftien jaar. Het is absurd om te denken dat we, op de 100.000 mensen die hier al standaard jaarlijks bijkomen, nog eens honderdduizenden mensen kunnen gaan huisvesten.

Nu wordt er nog gesproken van tijdelijke opvang, maar we hebben het in het verleden gewoon gezien; ook met de Syriërs zou het tijdelijk zijn. Die zijn in 2015 en 2016 gekomen en krijgen nu allemaal een permanente verblijfsvergunning. Die blijven voor altijd. We hebben het gezien met de gastarbeiders in de jaren zestig en zeventig. Die zouden hier tijdelijk komen en die zijn hier gewoon permanent gebleven. Iedere keer wordt er gesproken over tijdelijkheid, iedere keer wordt er gezegd "nee, het is nu voor eventjes, en dan gaan ze weer terug". Dat is keer op keer niet waar gebleken. Ook nu gaan we zien dat de Oekraïners die hier komen, hier gewoon blijven, als het aan met name de linkse partijen hier in de Kamer ligt.

Er wordt al gesproken over het verlenen van tijdelijke verblijfsvergunningen. Een aantal mensen van de linkse partijen zei: moeten we niet overwegen om het om te zetten in tijdelijke verblijfsvergunningen? Dan hebben ze onmiddellijk recht op een huis, en die huizen zijn er niet. Nu al is het zoals ik het net al opnoemde. Studenten zitten nu bijvoorbeeld in tijdelijke woningen. Zij worden nu al uit hun huizen gezet ten behoeve van de huisvesting van Oekraïense vluchtelingen. Dat kan toch niet? Dat kunnen we toch niet verkopen aan onze eigen mensen? De afgelopen decennia hebben in het teken gestaan van iedere keer Nederlanders op de laatste plaats zetten. Nu dreigt die situatie weer te ontstaan. Ik vind het niet uit te leggen. Het is niet tijdelijk. Nederland zit al helemaal vol. Al sinds 1950 wordt erover gesproken dat Nederland vol is; toen hebben we emigratieprogramma's gehad en koningin Juliana zei het op dat moment. In de jaren zeventig, met 13 miljoen mensen, is er gezegd: Nederland is vol. We gaan naar de 18 miljoen mensen. Daar gaan we nu heel hard naartoe. Er lijkt geen enkel gevoel van urgentie te zijn.

Het hele land wordt volgebouwd. In ieder leeg weiland komt weer een nieuwe woonwijk. Het hele karakter van het land verdwijnt. Starters kunnen geen woning vinden, kunnen niet aan hun leven beginnen. En wij moeten maar de hele wereld gaan helpen. Ik vind het niet uit te leggen. Wellicht is het geen populair verhaal, want iedereen wil goed zijn en zielige mensen helpen. Dat zal allemaal wel, maar er zijn ook heel veel Nederlanders die hulp nodig hebben. Er zijn heel veel starters die niet kunnen beginnen met hun leven. Er zijn heel veel jonge mensen die tegen een uitzichtloze procedure aankijken met een sociale huurwoning. Dat is totaal niet uit te leggen. Dit mag absoluut niet gaan gebeuren. De VVD zegt nu nog tegen het huisvesten van deze mensen te zijn. Laat dat alsjeblieft zo blijven. Dit is ook echt een oproep aan u om in de coalitie hiervoor te blijven pleiten, want uw minister en staatssecretaris zijn bezig met een noodwet die burgemeesters de mogelijkheid geeft om hen te dwingen mensen op te nemen in hun gemeente. Dat mag nooit gebeuren. Dit moet worden gestopt, want dit draagt bij aan de verdere afbreuk van onze woningmarkt en ons land zoals dat al decennia gebeurt. Dit is heel ernstig.

Om af te sluiten met een positieve noot, zeg ik: natuurlijk moeten deze mensen worden geholpen. Daarom pleit Forum voor Democratie, zoals altijd, voor opvang in de regio. Er zijn heel veel landen in de buurt van Oekraïne, waar bijvoorbeeld Oekraïens als minderheidstaal erkend is, waar de cultuur heel erg op die van Oekraïne lijkt. Laat die mensen daar een tijdelijk huis vinden. Laat die mensen daar tijdelijk blijven, zodat ze ook weer veilig terug kunnen keren naar hun eigen land.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Jansen. Dan gaan we naar de heer Ceder, ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Sinds het begin van de Russische aanval zijn miljoenen Oekraïners op de vlucht geslagen. Ongeveer 40.000 van hen zijn in Nederland aangekomen. Voor het overgrote deel zijn dit vrouwen. De meesten van hen hebben ook kinderen. Veel van diegenen die het laatst zijn gekomen, hebben beschietingen en gevechten van dichtbij meegemaakt. Tegelijkertijd hebben we in Nederland te maken met een asielopvang die piept en kraakt. Desondanks complimenteer ik de staatssecretaris met alles wat er onder deze omstandigheden toch al gedaan en geregeld is voor de Oekraïense vluchtelingen. Natuurlijk zijn er wel zorgpunten, en daarmee evenzoveel actiepunten. Ik ga proberen om alle bewindspersonen aan het werk te zetten. Dat vinden ze misschien ook wel fijn.

Ik noemde net al de omstandigheden waar veel vluchtelingen uit vandaan komen. Behalve een dak boven hun hoofd en leefgeld hebben zij ook psychosociale zorg nodig. De toegang tot psychosociale zorg en ook tot reguliere medische zorg moet nog verbeterd worden. Niet iedereen kan nog een zorgverzekering afsluiten. En behalve een tekort aan huisartsen en tolken zijn er ook administratieve obstakels. Daar moeten we de artsen maar ook de vluchtelingen niet mee lastigvallen. Zijn de bewindspersonen het daarmee eens? Hoe pakken we deze knelpunten op korte termijn op, waaronder het punt dat er mensen zijn die nog geen zorgverzekering kunnen afsluiten? Mensen worden immers ook gewoon ziek en naarmate de tijd verstrijkt, kunnen er schrijnende situaties ontstaan.

Ik zeg "bewindspersonen", want er zitten er vijf. Dat geeft meteen een probleem aan. Gemeenten hebben een belangrijke taak in de opvang en zorg gekregen. We hebben met veel verschillende departementen te maken. Ze moeten allemaal in overleg, bijvoorbeeld over de vergoeding van de kosten. Kan dat niet anders? Kan er niet één aanspreekpunt komen voor gemeenten? Ik heb daarover een motie.

Ik heb ook begrepen dat particuliere opvang niet door het Rijk vergoed wordt, maar dat gemeenten dat zelf moeten ophoesten, terwijl de gemeentelijke opvang wel vergoed wordt en er voor die bewoners leefgeld komt. Dat kan ertoe leiden dat gemeenten particuliere opvang gaan ontraden. Ik vraag me af of het klopt dat dit verschil er is. Zo ja, ziet de bewindspersoon die daarvoor verantwoordelijk is, daar geen discrepantie in?

Voorzitter. De staatssecretaris legt in zijn brief van 30 maart uitgebreid uit waarom hij niet kiest voor een tijdelijke verblijfsvergunning voor Oekraïense ontheemden. De ChristenUnie is niet per se voor een tijdelijke verblijfsvergunning, maar misschien zijn er nu wel praktische bezwaren, omdat er geen verblijfsvergunning is. We hebben het net gehad over de ID. Er is gerefereerd aan het wettelijke collegegeld waar sommige studenten in september mee te maken krijgen. We hebben het gehad over zorg. Het zijn allemaal zaken die opgelost kunnen worden met een tijdelijke verblijfsvergunning. Ik zie nog geen concrete voorstellen om die problemen op te lossen, waardoor volgens de ChristenUnie het alternatief op tafel komt. Ik hoor graag van de bewindspersonen hoe alle praktische bezwaren door het niet verlenen van een tijdelijke verblijfsvergunning, opgelost kunnen worden. Daar zijn wij kritisch op. Volgens mij wordt er een motie over in de Kamer ingediend. Die willen wij in het licht van de beantwoording goed kunnen wegen.

Voorzitter. Ik heb het net gehad over de gevluchte studenten. Zonder een vergunning komen zij niet in aanmerking voor studiefinanciering en het wettelijke collegegeld. Studeren wordt daardoor onbetaalbaar voor hen. Hoe lossen we dit op? Of spreekt het kabinet nu uit dat wie het niet kan betalen, vanaf september geen studie in Nederland meer kan volgen? Ik hoor dat graag. Ik heb het net gehad over een volwaardig ID. Ook daar hoor ik graag welke oplossingen de verantwoordelijke bewindspersoon ziet.

Met betrekking tot werken roep ik op tot grote aandacht voor mogelijke gevallen van arbeidsuitbuiting. Is de Inspectie Sociale Zaken hier al gevallen van tegengekomen? Hetzelfde zou ik willen vragen over gevallen van mensenhandel.

Voor Oekraïense kinderen is het heel belangrijk dat ze Nederlandse taalles krijgen om snel aansluiting te vinden. Hoe denkt de staatssecretaris hierin te kunnen voorzien?

Voorzitter, ik ga afronden met een laatste vraag. We horen dat er flinke verschillen zijn in de manier waarop gemeenten de opvang ter hand nemen. Zo komen vluchtelingen op de ene plek in een voormalige gevangenis terecht, terwijl ze elders in een voormalig kantoorgebouw komen, waar ze betrokken worden bij de herinrichting ervan. Kan er een minimumstandaard ingevoerd worden of kunnen gemeenten de best practices met elkaar delen? Deze zorgen leg ik graag voor aan de bewindspersonen.

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Een laatste vraag van de heer Jasper van Dijk van de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Het is heel belangrijk dat we goede opvang regelen voor Oekraïners. Tegelijkertijd moet je ook scheve ogen voorkomen, bijvoorbeeld in de situaties die ik in mijn termijn noemde, dat mensen uit hun woningen worden gehaald om er Oekraïners te huisvesten. Dat lijkt me een beetje vreemd. Ik hoor ook verhalen uit gemeentes dat het leefgeld voor mensen in de schuldsanering €50 per week is en voor Oekraïners €60. Kunt u zich voorstellen dat dat tot scheve ogen kan leiden? Moeten we dat niet rechttrekken, liefst op het hoogste niveau?

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dat het tot scheve gezichten kan leiden, zoals de heer Van Dijk aangeeft, kan ik me best voorstellen. Ik hoor daarom graag de reden daarvoor van de minister, want ik heb nu niet scherp waarom die discrepanties en verschillen er zijn. Over woningen heb ik een motie klaarliggen, omdat ik denk dat we echt moeten investeren in tijdelijke flexwoningen. We zien dat gemeenten dat soms ook willen, maar tegen praktische of juridische belemmeringen aanlopen. Die zou ik graag willen wegnemen. Dat is meteen de vraag die ik in deze extra tijd stel aan de minister voor Volkshuisvesting. Ik denk namelijk dat het een tijdelijke oplossing zou zijn, niet alleen voor vluchtelingen maar ook voor daklozen en mensen die uit huis geplaatst worden en dat we echt moeten gaan investeren in tijdelijke flexwoningen. We moeten de gemeenten daar alle ruimte voor geven en belemmeringen wegnemen.

De voorzitter:

Dank u zeer.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan de heer Markuszower van de PVV.

De heer Markuszower (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Met maar liefst vijf bewindspersonen voeren we vandaag het debat over de opvang van de Oekraïense vluchtelingen. Wij als PVV zeggen: als de buurlanden van Oekraïne het niet meer aankunnen, dan kunnen wij in Nederland tijdelijk en beperkt ruimte maken voor de opvang van Oekraïense vrouwen en kinderen door de instroom van al die buitenlandse indringers uit Afrika en dat donkere Midden-Oosten te stoppen, door al die illegalen ons land uit te gooien en de Syriërs en andere veiligelanders terug te sturen naar waar ze vandaan komen.

Ondanks het oorlogsgeweld in Oekraïne is het wel opmerkelijk dat deze Kamer en een substantieel deel van het kabinet vandaag de hele dag tijd vrijmaken om wel over deze problematiek te spreken, terwijl ze tegelijkertijd aan de problemen van de gewone Nederland geen aandacht willen schenken. Als mijn fractievoorzitter, de heer Wilders, een debat aanvraagt om over de koopkracht te spreken en oplossingen wil aandragen om die te verbeteren, dan geeft niemand van de coalitie thuis. Dan wil het kabinet daar niet eens over spreken en wil de Voorzitter van deze Kamer het debat niet eens inplannen. Maar wij hier in deze zaal — ik zeg dit ook nadrukkelijk tegen alle bewindspersonen die hier vandaag zitten — zijn gekozen en benoemd om de problemen van de Nederlanders op te lossen.

Omdat Nederland in de afgelopen decennia volgepropt is met de verkeerde buitenlanders, die op onze welvaartstaat parasiteren door en masse niet te werken, die onze bijstandspotten opeten, die onze straten onveilig en onguur maken, die de gewone Nederlander op de woningmarkt verdringen, die de kwaliteit van het onderwijs aantasten en die de Nederlandse Staat ieder jaar opnieuw minimaal 20 miljard kosten, hebben we een gigantisch probleem, zo'n groot probleem dat we nu amper adequaat, beperkt en tijdelijk de Oekraïense vrouwen en kinderen de helpende hand kunnen bieden, zo'n groot probleem dat we er als overheid amper nog zijn voor onze eigen mensen en amper iets kunnen doen aan de problemen van de gewone Nederlander.

Daarom zeg ik, zoals de PVV als sinds jaar en dag zegt, ook vandaag: het opengrenzenbeleid maakt Nederland helemaal kapot. De Kaagsecretaris van Justitie en Veiligheid, die verantwoordelijk is voor het Nederlandse asiel- en immigratiebeleid, zegt dat iedereen in de hele wereld hier asiel mag aanvragen en dat alle echte vluchtelingen dat ook daadwerkelijk krijgen. Maar, voorzitter, weet u hoeveel echte vluchtelingen de wereld momenteel kent? Dat zijn er circa 85 miljoen. Dat is Nederland maal factor vijf. En weet u hoeveel migranten uit Afrika en het Midden-Oosten nog naar onze regio toe willen komen in de komende jaren? Dat zijn honderden miljoenen, zo niet 1 miljard mensen. Dat gaat dus niet.

Deze staatssecretaris, de Kaagsecretaris, voert de agenda van Sigrid Kaag en GroenLinks uit. Op alle vlakken wordt het asielbeleid versoepeld. Deze week nog heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aangegeven de voorwaarden voor gezinshereniging te gaan versoepelen, waardoor het aantal statushouders kan verdrievoudigen. Maar de echte doodtrap aan de Nederlander gaat de staatssecretaris nog uitdelen. Nog voor de zomer komt hij met een wetsvoorstel om gemeenten te dwingen asielzoekers uit Afrika en het Midden-Oosten te huisvesten. Als Nederland nu en in de toekomst een land wil zijn waar de eigen inwoners een normaal bestaan kunnen hebben, waar voldoende woningen zijn, waar geen kind met honger naar bed hoeft te gaan, waar het veilig is op straat, ook voor onze vrouwen en kinderen, waar we goed onderwijs aan onze kinderen kunnen geven en waar de islam niet alles wat hier licht is donker heeft gemaakt, als Nederland Nederland wil blijven, dan moeten we echt per direct stoppen met het toelaten van asielzoekers uit Afrika en het Midden-Oosten.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. U had het twee keer over "de Kaagsecretaris". U bedoelde volgens mij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

De heer Markuszower (PVV):

Zeker, voorzitter. Ja.

De voorzitter:

Dat wilde ik alleen even corrigeren voor de Handelingen. Ik dank u zeer.

De heer Markuszower (PVV):

Voorzitter. Een punt van orde. Ik zou die betiteling wel graag in de Handelingen willen hebben. Want het is juist belangrijk dat Nederland weet dat deze staatssecretaris …

De voorzitter:

We gaan netjes met elkaar om. Dat hebben we ook afgesproken in deze Kamer. Het is de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en u bent de heer Markuszower. Dat even voor de Handelingen.

De heer Markuszower (PVV):

Dat wist ik allemaal.

De voorzitter:

Ik heb goed geluisterd. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas van BBB. Zij krijgt ook vanuit vak-K alle aandacht.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ze mogen van mij wel even rustig kletsen, hoor. Ik wacht gerust.

De voorzitter:

Gaat uw gang, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Burgers in Nederland. Met de ellendige beelden die wij dagelijks zien, is het niet verwonderlijk dat miljoenen Oekraïners hun veiligheid in Europa en ook in Nederland hebben gezocht. We roepen altijd: eerst opvang in de regio. En vandaag zijn wij de regio. Het is hartstikke mooi dat mensen zich inzetten voor de Oekraïners die hiernaartoe komen, maar zeven mensen, compleet met jonge kinderen, in huis nemen, is ronduit onverstandig. Oorlogsvluchtelingen zijn niet zomaar een paar gezellige logeetjes. Het kabinet moet daarin ook duidelijk zijn naar al die goedwillende Nederlanders die zich niet realiseren wat ze zich op de hals halen. Mensen krijgen te maken met nieuwkomers uit een andere cultuur, soms geschaad door oorlogstrauma's. Het heeft een enorme impact op je thuissituatie en je gezin. Als mensen na twee weken concluderen dat ze het allemaal toch wel een beetje veel vinden, dan zitten de Oekraïners met een nieuw trauma. Ook is er het risico van Oekraïense vrouwen die in hun precaire situatie worden uitgebuit. Is er goed zicht op de situatie waarin Oekraïners belanden, vraag ik de minister.

Wat doet het kabinet om kwetsbare vrouwen te beschermen? Dit geldt ook voor de vrouwen in de azc's. Wij horen verhalen van Oekraïense vrouwen die 's nachts niet durfden te slapen en om de beurt de wacht hielden omdat ze zich belaagd en bedreigd voelden door mannelijke asielzoekers uit andere landen. Klopt dit, vraag ik de minister. En hoe wordt de veiligheid van vrouwen in azc's überhaupt gewaarborgd?

Voorzitter. Bijna de hele Tweede Kamer stond hier een paar weken geleden te applaudisseren voor Zelensky. Zelf vond ik dat nogal ongemakkelijk, eerlijk gezegd. Los van de compassie die ik heb met Oekraïne en zijn volk, vind ik wel dat we onze objectiviteit moeten behouden om hier afgewogen keuzes te kunnen blijven maken en onze ogen niet moeten sluiten voor eventuele problemen die op ons afkomen. Het is namelijk niet allemaal koek en ei.

Zo vertelde een docent van een middelbare school mij vorige week dat er problemen worden ondervonden bij het onderwijzen van Oekraïense kinderen. Dat ging om kinderen die moeilijk kunnen meekomen en zelfs om een aantal incidenten van racisme: meisjes met hoofddoekjes die worden uitgescholden en het gooien met bananen naar leerlingen met een donkere huidskleur. Natuurlijk doen niet alle Oekraïense kinderen dit, maar het gebeurt kennelijk wel. Ik stel deze vraag maar even, in de hoop daar antwoord op te krijgen. Is de minister daarvan op de hoogte?

We moeten dit wel benoemen en behandelen, en niet doodzwijgen. Hoe worden docenten hierin begeleid en kunnen zij met hun zorgen ergens terecht? Worden deze zorgen serieus genomen? De scholen met nieuwkomers staan onder zware druk en het coördinatieorgaan LOWAN moet het doen met anderhalve man aan personeel. Graag hoor ik hoe het kabinet van plan is dit onderwijs op de langere termijn in te richten. En is de minister bereid om tot de zomervakantie diplomavereisten voor Oekraïense leerkrachten op te schorten zodat zij voor de klas kunnen komen te staan, de overgang voor Oekraïense leerlingen makkelijker te maken en daarmee de veiligheid op scholen te waarborgen?

De verklaring omtrent het gedrag, de vog, voor Oekraïense leerkrachten is een ander probleem. Heeft de minister zicht op een versnelling van de vog-procedures? Ook vraag ik de minister of er ruimte in het budget is om het LOWAN tijdelijk uit te breiden.

Voorzitter. Dan de noodwet. Hiermee kan het kabinet verstrekkende bevoegdheden krijgen in de opvang van vluchtelingen. Maar het staatsnoodrecht moet iets zijn wat echt alleen in de meest uiterste gevallen ingezet wordt, bijvoorbeeld bij een gewelddadige revolutie of in geval van een binnenvallende macht. Het onteigenen van panden, eigendommen van mensen, staat totaal niet in verhouding tot de situatie waarin we nu zitten.

BBB is dan ook tegen dwangopvang. Het kabinet heeft dit recht per direct geactiveerd, maar moet snel daarna het wetsvoorstel wel aan de Tweede Kamer voorleggen. Dit is nog steeds niet gebeurd. We zijn nu drie weken verder. Wij moeten kunnen zien wat de einddatum is die het kabinet voor deze noodsituatie wenst te hanteren. BBB wil geen toestanden zoals rond de covidnoodwetten, waarbij de Tweede Kamer achteraf besluiten moet nemen over al afgelopen periodes. Wanneer kan de Kamer dit wetsvoorstel verwachten? Ik heb inmiddels namelijk begrepen dat het advies van de Raad van State ook binnen is.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Bisschop, SGP.

De heer Bisschop (SGP):

Mevrouw de voorzitter, hartelijk dank voor het woord. Het is altijd een beetje een ongemakkelijke positie als je de laatste bent, die de collega's in de weg staat voor een aangename lunch. Maar goed, ik zal het ermee moeten doen.

Het is bijna twee maanden geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. De beelden die binnenkomen, worden met de dag nog erger. Sindsdien zijn de gemeenten en de uitvoeringsorganisaties dag en nacht bezig geweest om onderkomens te organiseren voor gevluchte Oekraïners. Ook veel particulieren stellen vrijwillig huis en hart open. Dat gaat inderdaad met allerlei risico's en kanttekeningen gepaard, maar hulde daarvoor.

Voorzitter. Het kabinet zet noodrecht in om de opvang rond te krijgen. Mijn fractie plaatst zeer kritische kanttekeningen bij de greep naar dit paardenmiddel. Er is breed draagvlak voor de opvang van deze mensen, en het kabinet gaat over tot het ontsluiten van de weg om dwang toe te passen. Voor niet-Oekraïense asielzoekers wil de staatssecretaris nu ook komen met een wet waardoor gemeenten kunnen worden verplicht opvang te bieden. Onze vraag is: wat zijn de overwegingen van het kabinet om vrijwillige medewerking in te ruilen voor de optie dwang? Dan acht ik een antwoord in de zin van "dit is op verzoek van ..." — dat wil zeggen van commissarissen, van burgemeesters; let wel, niet-gekozen bestuurders — volstrekt ontoereikend. Dat kan geen argument zijn.

De Wet verplaatsing bevolking is al deels geactiveerd. Ik koppel daaraan de vraag: op welke analyse berust de inzet van deze wet? Wat was de urgentie daarvoor? Waarom is niet eerst het debat met de Kamer hierover aangegaan? Aangegeven wordt dat het noodrecht niet langer dan strikt noodzakelijk wordt ingezet. Wanneer en onder welke omstandigheden is het volgens het kabinet niet langer noodzakelijk? Gemeenten roepen op de onorthodoxe aanpak zo snel mogelijk in te ruilen voor een democratisch gelegitimeerde besluitvorming. Kortom, wanneer krijgen gemeenteraden weer het laatste woord?

Voor het verplaatsen van de eigen bevolking of het vorderen van panden ziet het kabinet nu geen aanleiding, zo kunnen we lezen. Maar onder welke omstandigheden vindt het kabinet dat dan wel gerechtvaardigd? Is het kabinet bereid te komen met een escalatieladder voor verdere inzet van deze wet?

Voorzitter. De druk op de asielketen is enorm. We roepen al jaar in, jaar uit: investeer in die keten; zorg voor een veerkrachtige en robuuste keten. Het kwam er maar niet van en het kwam er maar niet van. Het werd maar vooruitgeschoven. Nu zien we dan uit naar een aanpak die in juni met de Kamer gedeeld zal worden. Dat moeten we dan maar afwachten. Ik roep het kabinet in elk geval op om de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen versneld op te pakken. Kijk ook serieus naar het bijbehorende prijskaartje, zoals de aangenomen motie van mijn hand vraagt.

Voorzitter, tot slot nog een aantal vragen. Collega Van der Staaij heeft schriftelijke vragen gesteld over de toegang tot de zorg, de basiszorg, voor Oekraïners. Het is goed dat er nu meer regie lijkt te komen op die toegang. Gewerkt wordt aan de aansluiting van de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg voor onverzekerden op het declaratiesysteem van zorgaanbieders. Ook wordt de meldplicht opgeschort. Vraag: wanneer is dat geregeld?

Is de minister het met mij eens dat de leefgeldregeling voor Oekraïense vluchtelingen in lijn moet worden gebracht met de bijstandsuitkering van Nederlandse inwoners?

Tot slot: in hoeverre hebben we zicht op de praktische en financiële ondersteuning van de particuliere opvang, aangezien particulieren alleen via de uitkering van leefgeld worden ondersteund?

Ik dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Bisschop. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn aan de kant van de Kamer.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering tot 13.05 uur. Dan starten we met het afscheid van mevrouw Ploumen, PvdA.

De vergadering wordt van 12.20 uur tot 13.09 uur geschorst.

Naar boven