17 Gewasbeschermingsmiddelen

Aan de orde is het VAO Gewasbeschermingsmiddelen (AO d.d. 02/11).

De voorzitter:

Een hartelijk woord van welkom aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat is nog steeds bij ons. Die kan maar geen genoeg van ons krijgen, en dat siert haar.

Aan de orde is thans het VAO Gewasbeschermingsmiddelen. Het AO vond plaats op 2 november. Of 11 februari? Dat weet ik ook niet meer. Wij hebben voor u negen deelnemers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Tjeerd de Groot van de fractie van D66. Hij heeft twee minuten spreektijd. Het woord is aan hem.

U bent al halverwege uw spreektijd, meneer De Groot. Welkom bij het VAO Gewasbescherming. Fijn ook dat u bij ons bent!

De heer Tjeerd de Groot (D66):

Voorzitter, ik heb een drietal moties en ik ga maar meteen beginnen met voorlezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat aanvragen van nieuwe groene laagrisicogewasbeschermingsmiddelen een zeer lange doorlooptijd kennen en de vraag onverminderd hoog is;

constaterende dat Nederland als enige Europese lidstaat een afbakening van 1.000 hectare voor de bedekte teelt en als een van de weinige lidstaten een afbakening van 5.000 hectare voor de onbedekte teelt heeft vastgesteld voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen voor kleine toepassingen waar andere lidstaten respectievelijk 5.000 hectare en 10.000 hectare of meer hanteren;

overwegende dat door de afwijkende afbakening toegelaten groene middelen momenteel niet beschikbaar zijn voor Nederlandse kleine teelten;

verzoekt de regering deze discrepantie weg te nemen en het maximale areaal voor kleine toepassingen voor de bedekte teelt naar 5.000 hectare en voor de onbedekte teelt naar 10.000 hectare te verhogen voor groene laagrisicogewasbeschermingsmiddelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Tjeerd de Groot.

Zij krijgt nr. 538 (27858).

De heer Tjeerd de Groot (D66):

En dan heb ik een tweede motie, en daarna nog een derde. Ik ga dus gauw door.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat aanvragen van nieuwe groene laagrisicogewasbeschermingsmiddelen een zeer lange doorlooptijd kennen;

constaterende dat er sprake is van een tekort aan specialistische beoordelingscapaciteit;

constaterende dat de Toekomstvisie gewasbescherming 2030 onderschrijft dat de behoefte aan gewasbeschermingsmiddelen verminderd moet worden;

overwegende dat groene laagrisicomiddelen in dezelfde lange wachtrij van beoordeling staan als reguliere middelen;

verzoekt de regering om een apart loket bij het Ctgb in te richten waarbij groene laagrisicomiddelen voorrang krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Tjeerd de Groot en Boswijk.

Zij krijgt nr. 539 (27858).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de Europese Green Deal de doelstelling is opgenomen om uiterlijk in 2030 25% van de landbouwgrond voor biologische landbouw te gebruiken en Nederland achterloopt;

overwegende dat Nederlandse overheidsinstanties een grote bijdrage leveren aan een natuurinclusieve samenleving waarbij in groten getale bloembollen en perkgoed worden afgenomen;

verzoekt de regering om met de biologische sector, gemeenten en provincies te bekijken of het mogelijk is het aandeel biologische bloembollen en perkgoed dat afgenomen wordt door gemeenten en provincies te verhogen naar minimaal 25% binnen afzienbare tijd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Tjeerd de Groot en Boswijk.

Zij krijgt nr. 540 (27858).

Dank u wel. Dan mevrouw Vestering van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Vestering (PvdD):

Voorzitter. De Nederlandse landbouw heeft er heel wat voor over om z'n exportpositie te behouden. Met tonnen mest en landbouwgif vervuilen we onze natuur, ons water en onszelf. In Nederland wordt per hectare landbouwgrond het meeste landbouwgif gebruikt van de EU. En het wordt alleen maar erger. Waar de EU in 2019 gemiddeld 6% minder gif is gaan spuiten, was dat in Nederland slechts 1%. Daarom de volgende moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst concrete doelen stelt voor de reductie van het gebruik en de schadelijke effecten van landbouwgif voor 2023;

constaterende dat uit de tussenevaluatie van deze nota blijkt dat de meeste tussendoelen niet werden gehaald en dat werd verwacht dat met voortzetting van het huidige beleid ook de doelen voor 2023 niet zullen worden gehaald;

verzoekt de regering aanvullende maatregelen te treffen en alles op alles te zetten om de doelen uit de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst uiterlijk in 2023 te halen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vestering.

Zij krijgt nr. 541 (27858).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een mix van schadelijke stoffen, waaronder landbouwgif, is aangetroffen tot in de kern van beschermde natuurgebieden;

constaterende dat de Raad voor de leefomgeving heeft aanbevolen om voor kwetsbare gebieden een maximaal toelaatbare toxiciteitsdruk te hanteren ter aanvulling op de huidige normen per stof;

overwegende dat de regering hier positief op heeft gereageerd en reeds een verkenning uitvoert naar de mogelijkheden hiervoor;

verzoekt de regering naast beschermde natuurgebieden ook woningen, scholen en speelplekken aan te merken als kwetsbare gebieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vestering.

Zij krijgt nr. 542 (27858).

Dank u wel. Dan de heer Thijssen van de fractie van de Partij van de Arbeid.

De heer Thijssen (PvdA):

Dank u, voorzitter. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Kamer heeft uitgesproken dat er spuitvrije zones ingesteld dienen te worden voor landbouwpercelen grenzend aan gronden die een woonbestemming hebben;

overwegende dat dat bij bestaand rechtmatig gebruik van landbouwpercelen om juridische redenen niet eenvoudig te bewerkstelligen is;

van mening dat blootstelling van bewoners aan gewasbeschermingsmiddelen vermeden moet worden en dat daarbij het voorzorgsbeginsel geldt;

van mening dat de eigenaren van landbouwpercelen in de nabijheid van gronden met een woonbestemming aangezet moeten worden tot het instellen van spuitvrije zones;

verzoekt de regering een regeling te ontwerpen waarmee deze eigenaren door middel van financiële compensatie aangezet worden genoemde spuitvrije zones aan te gaan houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thijssen en Bromet.

Zij krijgt nr. 543 (27858).

Dank u wel. Dan mevrouw Bromet van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Voorzitter. Ik heb een vraag en twee moties. De vraag gaat over het verbod van glyfosaat op verhardingen en de reparatie van de wetgeving die verworpen is door de rechter. Ik zou graag van de staatssecretaris willen weten hoe het daarmee staat.

Ik heb een motie over glyfosaat op rijksgronden.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Kamer zich eerder heeft uitgesproken tegen het gebruik van glyfosaat op land van het Rijk;

constaterende dat de minister gezien haar recente brief hierover onvoldoende uitvoering geeft aan deze motie;

overwegende dat 10% van de rijksgronden in eigen beheer is;

overwegende dat bij de 90% van de rijksgronden die in pacht is uitgegeven, bij een nieuwe pachtovereenkomst ook nieuwe eisen gesteld kunnen worden aan de manier van gebruik;

verzoekt de regering om per direct het gebruik van glyfosaat te stoppen op rijksgronden die in eigen beheer zijn en bij het (opnieuw) verpachten van gronden aan landbouwbedrijven voortaan de clausule op te nemen dat deze uitsluitend voor biologische landbouw gebruikt mogen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet, Thijssen en Tjeerd de Groot.

Zij krijgt nr. 544 (27858).

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

En de tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Gezondheidsraad in het "vervolgadvies gewasbescherming omwonenden" de zorgwekkende gevolgen van blootstelling aan landbouwgif vooral baseert op buitenlands epidemiologisch onderzoek, omdat er in Nederland weinig onderzoek wordt gedaan;

constaterende dat de Gezondheidsraad adviseert om een langlopende studie naar de langetermijngevolgen van de blootstelling aan landbouwgif in te stellen;

verzoekt de regering om een langetermijnstudie naar de gezondheidsgevolgen van blootstelling aan bestrijdingsmiddelen te doen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet en Thijssen.

Zij krijgt nr. 545 (27858).

Dank u wel. Dan mevrouw Van der Plas van de fractie van BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel, voorzitter. Onze voedsel- en bloemenmakers zijn hoogopgeleid. Het zijn geen nitwits die lollig in het rond spuiten met gif. Dat kan niet eens want boeren en tuinders moeten spuitlicenties hebben en regelmatig verplicht op cursus. Ze moeten alles weten over doses en werkzame stoffen. Dat is dus heel anders dan voor ons, de burgers, die wel op zaterdag onze huizen en tuinen kunnen volsprayen met pesticiden, zonder te weten wat de precieze werking is van die middelen.

Los van de kennis die boeren moeten hebben over gewasbeschermingsmiddelen, hebben we deze middelen nodig voor onze voedselproductie. In Noordwest-Europa is er sinds de komst van gewasbeschermingsmiddelen nooit meer een hongersnood geweest vanwege ziektes of insectenplagen. Hongersnoden vanwege plagen kwamen wel voor in de tijd van Ot en Sien, de tijd waar sommige Kamerleden en heel veel burgers naar terugverlangen en die zij romantiseren, want alles was onbespoten. Nou, zo romantisch was het allemaal niet, want er was veel sterfte op jonge leeftijd door ondervoeding, veroorzaakt door misoogsten en dus voedselgebrek.

Natuurlijk moeten we in de landbouw goed kijken naar de werking en het gebruik van middelen en de effecten ervan op natuur, mens, voedsel en omgeving. Niemand bestrijdt dit, maar informeer Nederland objectief en feitelijk, zonder bangmakerij en polarisatie. Stop met het opzetten van burgers en boeren tegen elkaar.

Wij dienen dan de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gewasbescherming een van de beleidsterreinen is waar polarisatie van het maatschappelijk debat over de landbouw het sterkst aanwezig is;

constaterende dat een brede coalitie van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties knetterhard werkt aan een transitie op het gebied van gewasbescherming aan de hand van het uitvoeringsprogramma behorend bij de Toekomstvisie gewasbescherming 2030;

constaterende dat deze complexe opgave steun verdient van partijen vanuit de bredere samenleving, ook van partijen die niet rechtstreeks bij dit uitvoeringsprogramma zijn betrokken;

constaterende dat polarisatie van het maatschappelijk debat leidt tot ondermijning van het draagvlak voor investeringen en inzet voor deze transitie;

verzoekt het kabinet scherp te zijn op polarisatie en valse framing op het gebied van gewasbescherming, en om zich actief in te zetten om de maatschappij goed en gestaafd met feiten en cijfers te informeren over de voor- en nadelen van gewasbeschermingsmiddelen en daarmee draagvlak te creëren voor het uitvoeringsprogramma;

voorts gaan we verder met het verspreiden van gezond verstand in de Tweede Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 546 (27858).

Dank u wel. Een vraag nog van mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ik heb een vraag. Wat betekent het eigenlijk dat het kabinet polarisatie tegen moet gaan? Betekent dit dat het kabinet tegen bepaalde partijen moet gaan zeggen dat ze het woord "gif" niet meer mogen gebruiken?

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Mogen? Ik zeg niet dat er een verbod moet komen op het gebruik van het woord, want in Nederland kennen we vrijheid van meningsuiting. Ik vind wel dat de minister er best eens iets van mag zeggen als bijvoorbeeld door de ministeries, op websites of hier constant met het woord "gif" wordt gestrooid en het dus letterlijk wordt rondgestrooid. Los daarvan, op websites en in documenten van het ministerie heb ik ook weleens het woord "landbouwgif" gezien. Ik zou graag willen dat het ministerie dat woord niet gebruikt, want we hebben het over gewasbeschermingsmiddelen en, als er bestreden moet worden, misschien ook nog wel over bestrijdingsmiddelen. Maar hier wordt vaak gedaan alsof er maar wat met gif wordt rondgestrooid, alsof iedereen daar ziek van wordt of dood aan gaat. Natuurlijk moet je goed kijken naar de werking van de middelen, maar ik denk dat het gros van Nederland denkt dat de boeren eigenlijk zomaar wat doen op die akkers.

De voorzitter:

Afrondend. Heel kort.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Nee, ik heb er niks op te zeggen.

De voorzitter:

Dat mag ook.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Nee? Nou, oké. Dat is dan duidelijk.

De voorzitter:

Dat was uw termijn. Dan de heer Van Campen van de VVD. Het woord is aan hem.

De heer Van Campen (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Neonicotinoïden. Ik moest er vroeg voor opstaan om het voor de spiegel te oefenen om het uit mijn strot te krijgen. Het is een spulletje dat ervoor zorgt dat bietenplantjes niet al in de eerste weken verpieteren door allerlei plagen, luizen en ander ongein. Het mag niet meer van Europa. In Nederland houden wij ons daar netjes aan, maar helaas zijn er andere landen, wel tien tot twaalf lidstaten, die daarvoor een ontheffing verlenen. Dat vinden we niet eerlijk tegenover onze bietentelers. De VVD wil dus graag op zoek naar een alternatief, en daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie het gebruik van neonicotinoïden door bijvoorbeeld bietentelers niet toestaat, maar dat lidstaten zelf bepalen of ze navolging geven aan dit verbod;

constaterende dat bietentelers in Nederland overgeleverd zijn aan andere middelen om bieten te beschermen, niet zelden middelen die tot meer milieudruk leiden;

van mening dat het onwenselijk is dat andere Europese lidstaten ontheffingen geven voor het gebruik van neonicotinoïden, omdat dit leidt tot een ongelijk speelveld voor Nederlandse bietentelers;

van mening dat het onwenselijk is dat een verbod leidt tot meer gebruik van andere middelen die leiden tot meer milieudruk;

verzoekt de regering in gesprek met de sector te komen tot een werkbaar alternatief voor het gebruik van neonicotinoïden door bietentelers, en de Kamer daarover zo spoedig mogelijk te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Campen, Boswijk, Van der Plas en Grinwis.

Zij krijgt nr. 547 (27858).

De heer Van Campen (VVD):

Tot slot nog een motie over de coördinatie van de strategie rondom de aanpak van knaagdierplagen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het RIVM stelt dat versnippering van beleid vermeden moet worden aangezien knaagdierplagen aan veel verschillende beleidsterreinen en regelgeving raken;

constaterende dat het kabinet stelt dat verbreding van betrokkenen bij knaagdierbeheersing wenselijk is en dat kennisuitwisseling en afstemming moet plaatsvinden over de aanpak voor zowel ratten als muizen;

van mening dat versnippering van beleid moet worden voorkomen door een duidelijk aanspreekpunt in te stellen zodat mensen weten waar ze moeten zijn voor voorlichting en advies over knaagdieren;

constaterende dat het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) onafhankelijk is en beschikt over de expertise om dit goed in te vullen;

verzoekt de regering de informatie- en voorlichtingspositie van de aanpak onder te brengen bij het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD),

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Campen, Boswijk, Van der Plas en Grinwis.

Zij krijgt nr. 548 (27858).

Dank u wel. De laatste spreker aan de zijde van de Kamer is de heer Boswijk van de fractie van het CDA.

De heer Boswijk (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Wij hebben één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de criminele handel in illegale gewasbeschermingsmiddelen groeit en Europol in 2020 maar liefst 1,3 miljoen kilogram illegale middelen van de markt heeft gehaald, bijna twee keer zoveel als in 2019;

constaterende dat wetgeving en handhaving nu vooral zijn gericht op individuele telers, waardoor criminele organisaties buiten schot blijven;

constaterende dat illegale en vervalste gewasbeschermingsmiddelen niet zijn onderzocht en getoetst en daarmee een bedreiging kunnen vormen voor de gezondheid en voor het milieu;

overwegende dat een samenhangend plan van aanpak nodig is om deze illegale praktijken aan banden te leggen;

verzoekt de regering om samen met de NVWA en andere betrokken partijen een plan van aanpak op te stellen om de criminele handel in illegale gewasbeschermingsmiddelen aan banden te leggen, en de Kamer hierover in het najaar van 2021 te informeren;

verzoekt de regering bij het opstellen van dit plan in ieder geval aandacht te besteden aan verruiming van inspectie- en handhavingsmogelijkheden, capaciteit bij de controlerende instanties en de mogelijkheden voor zwaardere straffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Boswijk, Grinwis, Tjeerd de Groot en Van Campen.

Zij krijgt nr. 549 (27858).

Dank u wel. Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors vijf minuten. Daarna gaan we luisteren naar de minister en de staatssecretaris.

De vergadering wordt van 16.37 uur tot 16.43 uur geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Dank u wel, voorzitter. Ik ga in op twee moties en er is een vraag aan mij gesteld. De overige moties zullen door de minister worden behandeld.

Allereerst de motie op stuk nr. 542 van mevrouw Vestering. Die gaat over de verkenning van een pilot voor de maximaal toelaatbare toxiciteitsdruk. Ik heb met betrekking tot het vraagstuk van de cumulatie van verschillende chemische stoffen inderdaad in een algemeen overleg aan de Kamer toegezegd dat het interessant is om eens te kijken of er reden zou zijn om te komen tot een maximaal toelaatbare cumulatieve toxiciteitsdruk. Daar voeren we nu een verkenning naar uit. Dan is het wel belangrijk om eerst die verkenning naar de vraag of we daar überhaupt iets mee kunnen, af te wachten in plaats van meteen de toepassing ervan op x of y hier vast te leggen. Dus daar zou ik nu ook niet toe willen overgaan. Ik zou eigenlijk willen vragen om deze motie aan te houden en eerst de resultaten van de verkenning af te wachten. Dan kunnen we die met elkaar bespreken en dan zien hoe en waarop we de resultaten van die verkenning daarna ook daadwerkelijk willen toepassen. Ik verzoek mevrouw Vestering dus om de motie aan te houden. Anders moet ik de motie ontraden.

De voorzitter:

Ik kijk even naar mevrouw Vestering. Ik zie nog weinig actie. Ze komt naar de microfoon.

Mevrouw Vestering (PvdD):

Nee, voorzitter, ik ben niet bereid om de motie aan te houden.

De voorzitter:

Helder. Dan wil ik graag een oordeel van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Voorzitter. Dan moet ik de motie ontraden, want daarmee wordt echt ver vooruitgelopen op de verkenning die ik heb toegezegd. Daar ben ik dus mee bezig.

Voorzitter. Dan de motie van de heer Van Campen op stuk nr. 548. Die verzoekt de regering om de informatie- en voorlichtingspositie onder te brengen bij het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen. Ik weet zeker dat de heer Van Campen het met mij eens is dat voorlichting aan burgers objectief, betrouwbaar en goed onderbouwd moet zijn. Het is dan ook een bewuste keuze geweest om die te beleggen bij een volledig onafhankelijke partij als Milieu Centraal, die gespecialiseerd is in de voorlichting aan burgers. Maar uiteraard staat niks de samenwerking met private partijen, die ook hele specifieke kennis kunnen hebben, in de weg. Ik heb inderdaad vernomen dat Milieu Centraal en het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen goed met elkaar in contact staan, maar de primaire verantwoordelijkheid blijft bij Milieu Centraal. Maar het is wel belangrijk dat goed gebruik wordt gemaakt van de kennis die er is. Ik ontraad dus de motie, maar ik denk dat in die samenwerking goed gebruik kan worden gemaakt van de kennis die er is bij dat kennis- en adviescentrum.

De heer Van Campen (VVD):

Dat kennis- en adviescentrum is een organisatie waarmee ook in de gemeenten en de provincies enorm veel wordt gewerkt. Er wordt veel gewerkt met overheden, ook in de dienstverlening richting bedrijven en burgers. Kan de staatssecretaris aangeven op welke wijze die samenwerking en de kennis en expertise van het kennis- en adviescentrum wordt benut? Ik kan me voorstellen dat dat misschien niet op dit moment kan, maar dat ze ons die informatie op een later moment doet toekomen. Ik ben daar wel nieuwsgierig naar.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Ik ben graag bereid om in een volgende brief wat nader in te gaan op de wijze waarop die samenwerking in de praktijk plaatsvindt. Misschien is dat een praktische oplossing. Dan ontraad ik dus deze motie.

Dan was er nog een vraag van mevrouw Bromet: hoe gaan we verder met het wetsvoorstel inzake het verbod op gewasbescherming buiten de landbouw? Naar aanleiding van de rechtszaak die heeft plaatsgevonden waardoor de wet buiten werking was gesteld, is er een ander wetsvoorstel ingediend waarmee de problematiek wordt ondervangen. Dat wetsvoorstel en de achterliggende brief van 13 april jongstleden zijn door uw Kamer controversieel verklaard. Dus we wachten eigenlijk tot het moment dat de Kamer besluit om dat onderwerp weer te gaan bespreken. Dan zullen we daar uiteraard graag toe bereid zijn. Daar is nu dus het wachten op.

Voorzitter. Dat was het.

De voorzitter:

Prima. Dank aan de staatssecretaris voor haar vele bijdragen van vandaag. Dan geef ik graag het woord aan de minister.

Minister Schouten:

Dank u wel, voorzitter. Eerst de motie-De Groot op stuk nr. 538. Ik snap de vraag achter de motie. Er loopt alleen op dit moment een gerechtelijke procedure over de vraag of we dit niet al te veel ruimte geven. Dat is op dit moment de feitelijke situatie. Als ik de motie zo mag interpreteren dat het verzoek is te bekijken of het ophogen van de areaalgrenzen effectief is voor het beoogde doel en wat de voor- en nadelen hiervan zijn, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

De heer De Groot knikt.

Minister Schouten:

De tweede motie, die op stuk nr. 539, gaat over de voorrang voor de groene laagrisicomiddelen, en een apart team of loket hiervoor. Het Green Team bij het Ctgb maakt daar ook al werk van. In de motie wordt gevraagd om een apart loket. Ik vraag me af of dat de portee van de zaak zou moeten zijn, want het Green Team is juist heel goed geëquipeerd om die groene middelen te behandelen. In het algemeen is er een behoorlijk tekort aan specialistische kennis, ook in Nederland, om dit soort zaken goed en snel te kunnen beoordelen. Daar zit dus eigenlijk de bottleneck. Ik wil kijken wat ervoor nodig is om die laagrisicomiddelen makkelijker toegang te geven in de procedures en dergelijke, maar ik weet dus niet of dat dan per se met een nieuw loket is, omdat we dat Green Team al hebben. Maar is de essentie van de motie om te bezien wat we nog kunnen doen om hierin stappen vooruit te zetten? Als ik de motie op die manier mag uitleggen, kan ik die ook oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Ook dat is het geval.

Minister Schouten:

Dan de biologische bollen en de gemeenten en de provincies. Over het algemeen gaan wij natuurlijk niet over het inkoopbeleid van de gemeenten en de provincies. Daar gaan zij zelf over. Ik vind het wel belangrijk dat we goed kijken hoe we ook dit kunnen stimuleren. Als ik de motie op stuk nr. 540 zo mag lezen dat ik bij VNG en IPO nadrukkelijk de mogelijkheid van biologische bollen en perkgoed onder de aandacht breng, dan kan deze motie oordeel Kamer krijgen. Ik zal er dan een brief over schrijven en dit in een gesprek nog eens benadrukken.

De voorzitter:

Ook daar knikt de heer De Groot. Wat een mooie functie heb ik vandaag: ik moet de bodylanguage van de heer De Groot aflezen.

Minister Schouten:

Ja, de knikjes van de heer De Groot.

Dan de motie op stuk nr. 541 van mevrouw Vestering over de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst. Ik was daarover een klein beetje in verwarring, want we hebben na die nota het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming 2030 opgesteld. Dat is de opvolger van de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst. Wat de motie vraagt, hebben we dus eigenlijk al opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie. Dat programma richt zich ook op de doelen die eerder in de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst stonden. Technisch gezien gebeurt het dus al. Volgens mij is hier dan de lijn dat de motie overbodig is, maar ik kijk even naar de voorzitter om te weten hoe tegenwoordig de benamingen zijn.

De voorzitter:

We gaan eerst even naar mevrouw Vestering luisteren.

Mevrouw Vestering (PvdD):

Hoe mooi zou het zijn als het overbodig zou zijn? Als ik goed kan rekenen, dan is 2030 later dan 2023. O, nee, schudt de minister. Maar met het nieuwe programma, het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie 2030, schuiven we de deadline, die we nu nog hebben gesteld in 2023, naar achter, naar 2030. Dat moet je niet willen, vandaar deze motie. Plus: het is heel belangrijk dat in die nieuwe Toekomstvisie geen kwantitatieve doelen staan. Die hebben we wel voor 2023, bijvoorbeeld als het gaat om de waterdoelen. Wij vinden dat heel belangrijk en het is zeker niet overbodig om deze motie in te dienen.

Minister Schouten:

Ik schudde nee, omdat ik mevrouw Vestering kan geruststellen. De waterdoelen die in de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst stonden voor 2023, zijn ook in de Toekomstvisie opgenomen. Dat vraagt deze motie en die vraag hebben wij al overgenomen.

De voorzitter:

En daarmee stelt de minister dat de motie overbodig is. Anders zou ze haar moeten ontraden.

Minister Schouten:

Ja, dan is dat de conclusie.

De voorzitter:

Dat is bij dezen gebeurd. Mevrouw Vestering nog even, kort en puntig.

Mevrouw Vestering (PvdD):

Sorry, ik geloof dat ik alle microfoons afga.

De voorzitter:

Dat moet ook.

Mevrouw Vestering (PvdD):

Heel fijn. Ik vind het toch echt belangrijk om op te merken dat ik nu een ontrading krijg op een motie die vraagt om aanvullende maatregelen om onze doelen te halen voor 2023, terwijl het Toekomstvisieplan is gericht op 2030. Dat is echt wat anders dan het halen van onze doelen over anderhalf jaar. Ik vraag om aanvullende maatregelen. Die maatregelen zijn niet opgenomen in het plan voor 2030.

Minister Schouten:

Het verzoek is dat we alles op alles zetten om de doelen uit de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst uiterlijk in 2023 te halen. De waterdoelen, die geformuleerd waren in de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst, zijn overgenomen in het Uitvoeringsprogramma Gewasbeschermingsmiddelen. Dat programma gaat over meer; daar komen allerlei zaken bij richting 2030. Ik hoor mevrouw Vestering eigenlijk twee dingen zeggen. Zij wil daarbovenop allemaal extra maatregelen. Ik heb al een actieprogramma en een Toekomstvisie geformuleerd, waaraan ik gewoon vasthoud. Dat is misschien niet heel verassend. Als dat de portee van de motie is, moet ik haar zeker ontraden. De discussie was of die zaken uit 2023 overgenomen zijn in de Toekomstvisie, en dat is zo.

De voorzitter:

Prima. De motie is gewoon ontraden. Dan de motie op stuk nr. 543.

Minister Schouten:

Ja. Dit is denk ik een beetje de "verleidingsmotie" in plaats van de "bestraffingsmotie". Zo moet ik haar maar proberen te lezen. We hebben namelijk eerst onderzocht of die bufferzones mogelijk waren, en dit is dan de motie "beloon het dan, als men het doet". Ik zou eigenlijk willen vragen of deze motie aangehouden kan worden. De reden daarvoor is dat we ook nog een discussie krijgen in het NSP, het Nationaal Strategisch Plan, behorende bij het GLB, over hoe we bijvoorbeeld omgaan met de beloning van akkerranden. Dat zijn ook mogelijkheden om die buffer te creëren. Heel sec, als ik deze motie zo zou moeten lezen, dan zouden we nu mensen gaan belonen die eerst wel hebben gespoten en het dan niet meer doen. Maar de biologische landbouw bijvoorbeeld doet het al niet en die zou die beloning dan niet krijgen. Dat lijkt me een ingewikkelde. Het is ook een motie waarvoor ik nu geen geld heb, maar ik denk dat we deze discussie juist goed kunnen voeren als het NSP aan de orde is. Dat zou voor mij de reden zijn om te vragen om deze motie aan te houden.

De voorzitter:

Dat is een vraag aan het adres van de indieners. Ik zie dat er geen actie komt.

Minister Schouten:

Dan moet ik de motie ontraden.

De voorzitter:

Dan is ze ontraden. Heel goed. Dan de motie op stuk nr. 544.

Minister Schouten:

Dat is de motie over glyfosaat op de rijksgronden. Het onderwerp rijksgronden ligt bij de staatssecretaris van BZK. De motie was aan mij gericht, dus heb ik die motie beantwoord. Ik zou willen voorstellen om de staatssecretaris van BZK deze keer de appreciatie op deze motie te laten geven. Zij zijn ook degenen die de contracten voor de rijksgronden afsluiten en de voorwaarden die daarin staan behandelen. Ik zal vragen of de staatssecretaris dat snel kan doen en zo ja, of het oordeel dan in de appreciatie van de staatssecretaris van BZK wordt geformuleerd. Ik denk dat de motie nu dan technisch moet worden aangehouden totdat de appreciatie er is. Ik zal verzoeken of dat voor de stemmingen kan worden gestuurd.

De voorzitter:

Dan moet de motie inderdaad even worden aangehouden totdat er een reactie van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken komt.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Wat kan ik doen? Ik wil graag dat zij aangenomen wordt en ik wil graag een appreciatie hebben, dus: ja. Alleen ...

De voorzitter:

Dan wordt de motie bij dezen aangehouden.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ja. Maar, voorzitter, de minister zegt dat ze het voor de stemmingen zal proberen te doen. Dan hoeft de motie toch niet te worden aangehouden?

Minister Schouten:

Ik kan er nu geen oordeel over geven, omdat het aan de staatssecretaris van BZK is. Technisch zou ik de motie nu dan moeten ontraden, omdat ik niet voor hem kan praten. Ik weet dus even niet hoe het technisch zit. Ik zou willen voorstellen om de motie aan te houden totdat u de appreciatie heeft. Ik zet alles op alles om te zorgen dat u de appreciatie op tijd heeft.

De voorzitter:

Ja, want we hebben natuurlijk geen enkele garantie dat de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken voor dinsdag al met een appreciatie komt. Het zou best kunnen, maar ik vrees dat het over heel veel schijven gaat.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ik heb begrepen dat de minister van LNV vraagt om snel met een reactie te komen. Ik hoop dat dat ook gebeurt. Ik houd de motie tot dan even aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Bromet stel ik voor haar motie (27858, nr. 544) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Schouten:

Dan kom ik op de volgende motie van mevrouw Bromet, op stuk nr. 545. Het kabinet heeft al aangegeven om de mogelijkheden voor aanvullend gezondheidsonderzoek te bestuderen, ook in het licht van — daar is hij weer — het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030. Het RIVM is op dit moment bezig om die mogelijkheden in kaart te brengen. Ik wil uw Kamer daarover in het eerste kwartaal van 2022 kunnen informeren, want het RIVM heeft tijd nodig om het goed te kunnen bekijken. Het loopt dus eigenlijk al. Ik zou u desondanks willen vragen om de motie aan te houden, want pas als we de mogelijkheden van het RIVM hebben, kunnen we goed beoordelen of dat onderzoek meerwaarde heeft en hoe we het precies zouden kunnen doen. Ik heb die stukken van de RIVM wel nodig om dat goed te kunnen beoordelen. Dus ik zou willen vragen om de motie aan te houden, waarbij ik opmerk dat we dus al bezig zijn om te kijken hoe we het zouden kunnen doen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

De motie vraagt niet om de manier aan te geven waarop het onderzoek gedaan gaat worden, maar om aan te geven dat er een onderzoek komt. Ik zou dus eigenlijk uit de woorden van de minister kunnen opmaken dat het onderzoek er komt, aangezien er al gedacht wordt over de manier waarop het onderzoek gaat plaatsvinden. Klopt dat?

Minister Schouten:

Ik heb aangegeven de mogelijkheden voor dat aanvullende onderzoek te zullen bestuderen. Ik heb aan het RIVM gevraagd wat de mogelijkheden zijn, op welke termijnen je dingen kunt krijgen et cetera et cetera. Met andere woorden, wat kan er technisch? Ik overzie dat nu nog niet, want anders had ik dat niet aan het RIVM gevraagd. Die informatie heb ik wel nodig om goed te kunnen beoordelen wat dat langjarige onderzoek zou behelzen, wat het gaat kosten, wat de technische mogelijkheden zijn en hoe lang het gaat duren. Dat moet natuurlijk allemaal mee worden genomen in die weging. Dat is de achtergrond van mijn antwoord. De bouwstukken worden dus geleverd, maar het definitieve besluit moet wel dán worden genomen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Het gaat mij te langzaam en ik houd de motie dus niet aan.

Minister Schouten:

Dan moet ik haar ontraden.

De motie van mevrouw Van der Plas vraagt mij scherp te zijn op polarisatie en valse framing. Ik ga altijd uit van feitelijke informatie. Dat is mijn lijn en daar informeer ik de Kamer over, en daarmee ook de samenleving. Uiteindelijk staat het iedereen natuurlijk vrij om daar zijn eigen opvattingen en zijn eigen gevoelens en meningen over te uiten. Ik herken mij dus niet in het beeld dat wij polarisatie, valse framing of iets dergelijks zelf zouden stimuleren. Ik hoorde daar wel een voorbeeld over worden gegeven door mevrouw Van der Plas. Tegelijkertijd denk ik dat het juist aan de Tweede Kamer zelf is om te zorgen dat het debat met respect wordt gevoerd en daarbij mogen natuurlijk alle meningen geventileerd worden. In dat licht moet ik deze motie ontraden, maar ik zal mij niet anders gaan opstellen dan ik hiervoor heb gedaan.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik heb het zelf weleens gezien in stukken van LNV. In mijn vorige leven heb ik er ook contact over opgenomen om aan te geven dat ik dat raar vond. In de Kamer worden mensen verder weleens vaker terechtgewezen als ze op een onbehoorlijke manier over medeburgers spreken. Ik zou inderdaad graag willen dat hierover met respect wordt gesproken. Je hoeft niks te maskeren en je hoeft het ook niet allemaal mooier te maken dan het is, maar als je het woord "gifspuiter" gebruikt of iets dergelijks zegt, moet je er wel rekening mee houden dat je over de groep mensen spreekt die voor ons voedsel zorgt. Die mensen proberen dat op een heel erg goede en duurzame manier te doen. Dat staat los van de excessen en los van de cowboys, want we weten allemaal dat die aangepakt moeten worden. Dat is eigenlijk een beetje mijn oproep. We willen naar een inclusieve samenleving waarin we niemand laten vallen. We moeten aardig zijn voor elkaar en daar ben ik het dus helemaal mee eens.

De voorzitter:

Helder.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dat is dan ook de onderliggende gedachte van deze motie. Ik hoop en ik verwacht dat iedereen het daarmee eens is en de volgende keer voor gaat stemmen.

Minister Schouten:

Dat zullen we gaan zien, maar ik heb net mijn toelichting gegeven. In dat licht ontraad ik deze motie, maar het is uiteindelijk natuurlijk aan uw Kamer.

Dan de motie van de heer Van Campen op stuk nr. 547 over de neonicotinoïden, een onderwerp dat een vrij lange historie en geschiedenis kent. Neonicotinoïden zijn in Europa verboden, maar het klopt dat er ontheffingen afgegeven kunnen worden door lidstaten, onder andere vanwege een landbouwkundige noodzaak. Ik ben er geen voorstander van om met allerlei ontheffingen te werken, omdat je dan inderdaad een ongelijk speelveld krijgt. Een besluit dat we in Europa nemen is uiteindelijk ook gewoon een besluit. Daar moet je dan ook gewoon met z'n allen invulling aan geven, is mijn opvatting. Dat doen wij ook. Wij hebben dus geen ontheffing gegeven voor neonicotinoïden in de bietenteelt.

Het verzoek is om in gesprek met de sector te komen tot een werkbaar alternatief voor het gebruik van neonicotinoïden. Ik zou eigenlijk willen vragen of de sector dit zelf in kan brengen bij het Uitvoeringsprogramma Gewasbescherming 2030. Daar zitten mogelijkheden in om dit soort vragen te stellen en dit soort zaken door te gaan voeren. Ik zou het dus eigenlijk willen omdraaien. Laat de sector dit zelf doen. Dan hoef ik de sector niet om een alternatief te gaan vragen, maar biedt de sector zich gewoon zelf aan. Dan is er ruimte in dat programma om ook te kijken naar die alternatieven. Als ik die motie in dat licht mag lezen, dan kan ik haar oordeel Kamer geven. Ik heb zomaar het vermoeden dat ze wel langs zullen komen voor een alternatief. Met deze uitleg dus oordeel Kamer.

De voorzitter:

Dat wordt beaamd vanuit de Kamer.

Minister Schouten:

Dan het Plan van aanpak Illegale Gewasbeschermingsmiddelen van het CDA, van de heer Boswijk. Hij vraagt ook om met de NVWA en andere betrokken partijen een plan van aanpak voor de criminele handel op te stellen. Ik deel zijn zorgen over de illegale handel in gewasbeschermingsmiddelen. Dat is een absoluut no-go, ook vanwege de risico's voor mens, dier en milieu. Wij hebben daarop al een aantal stappen gezet. Bij de NVWA gebeurt dat altijd risicogericht. Er moeten keuzes gemaakt worden en dan kijken we ook waar de grootste risico's zitten. Dat heeft er helaas — of anderszins, het is net hoe je het duidt — ook toe geleid dat er ongeveer 300 ton illegale biociden en gewasbeschermingsmiddelen in beslag zijn genomen en vernietigd in de periode 2015-2019. Er gebeurt dus al wel het een en ander.

Ik zal uw Kamer, in lijn met de motie, informeren over wat de NVWA samen met de Douane en andere organisaties precies al doet op het gebied van deze illegale handel, zowel bij de telers als bij de handelsorganisatie. We zullen ook kijken wat er verder nodig is om deze handel nog actiever te kunnen opsporen. Met die uitleg kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Dank u wel. Tot zover.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Dinsdag stemmen wij over de moties.

Naar boven