4 Vragenuur: Vragen Westerveld

Vragen van het lid Westerveld aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over seksueel misbruik bij minderjarige jongens in jeugdzorginstellingen.

De voorzitter:

Dan gaan we nu naar de vraag van mevrouw Westerveld van GroenLinks over seksueel misbruik bij minderjarige jongens in jeugdzorginstellingen.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Voorzitter. Bijna een jaar geleden sloegen de inspecties in de gezondheidszorg alarm over de situatie in de jeugdzorg. "De meest kwetsbare jongeren worden onvoldoende beschermd", schreven zij in een alarmerend rapport. Inspecties zijn instanties die namens de overheid toezichthouden. Wanneer zij dat zeggen, dan is er wel echt iets aan de hand. Wanneer ook bekend is dat kwetsbare jongeren niet voldoende beschermd worden terwijl ze onder toezicht staan van de overheid, dan móét diezelfde overheid handelen. Als we dat niet doen, dan mag de overheid zich diep, diep schamen.

En nog belangrijker is: de overheid moet meteen in actie komen om de situatie te verbeteren en deze jongeren te helpen. Dat kan door bijvoorbeeld te investeren in hulpverleners, en door groepen te verkleinen zodat er meer begeleiding is voor deze jongeren die het meest kwetsbaar zijn. Dat kan ook door te investeren in onderwijs. Maar we zijn inmiddels bijna een jaar verder en de situatie is verslechterd, durf ik hier wel te zeggen. Zo werd recent bekend dat in vergelijking met een jaar geleden maar liefst 30% minder medewerkers in de jeugdzorg zijn ingestroomd. En we weten ook dat door de hoge werkdruk en door de zwaarte van het werk veel mensen de jeugdzorg uit stromen.

Ik schrok afgelopen weekend ook van het bericht in de Leeuwarder Courant dat minderjarige jongeren die verblijven in een jeugdzorginstelling, worden geronseld en seksueel worden misbruikt. Ze worden onder druk gezet om strafbare feiten te plegen. Ik besef heel goed dat deze staatssecretaris amper een week ook deze portefeuille heeft, en dat dit wel een heel zwaar onderwerp is om meteen in ons eerste gesprek over te praten. Maar ik heb toch een aantal vragen, omdat dit heel belangrijk is. Dit gaat wel over de toekomst van de meest kwetsbare jongeren.

Ik zou de staatssecretaris daarom het volgende willen vragen. Wat is er sinds het rapport van vorig jaar van de inspecties waarin ze alarm sloegen, concreet gebeurd om de meest kwetsbare jongeren te helpen? En is de staatssecretaris het met ons eens dat er onmiddellijk gewerkt zou moeten worden aan kleinere groepen, aan betere begeleiding van deze jongeren, en aan onderwijs ook in jeugdzorginstellingen? Ik wil de staatssecretaris ook vragen of we een beeld hebben. Om hoeveel jongeren gaat dit nu? Is dit alleen de situatie in Leeuwarden, of speelt dit breder, ook in de rest van het land? En wat gaat de staatssecretaris nú doen om deze en andere jongeren te helpen? Is er ook contact geweest met het Veiligheidshuis in Leeuwarden? Daar schijnen al langer signalen te zijn en trekken ze ook al langer aan de bel.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Blokhuis:

Voorzitter. Dank u wel. Ik heb vorige week de portefeuille Jeugd mogen overnemen van minister De Jonge. Dat is een hele mooie portefeuille met hele mooie kanten, maar ook met hele zwarte kanten. Waar we het vandaag over hebben, hoort tot de aller donkerste kanten van onze samenleving: misbruik van jongeren in een kwetsbare positie. Ik ben het op dat punt voor honderd procent eens met de inzet van mevrouw Westerveld; laat daar geen misverstand over bestaan.

Zij refereert aan de lagere instroom van hulpverleners in de jeugdzorg. Dat is een zorgwekkend fenomeen. En zij vraagt zich ook af wat er sinds vorig jaar is gebeurd met de best wel indringende aanbevelingen rond verbetering. Als ik me niet vergis, gaan we binnenkort hier plenair met elkaar in debat over het rapport van de commissie-De Winter. Ik denk dat mevrouw Westerveld daar ook op doelt. En we hebben in november een breder debat over het hele jeugdbeleid. Ik ga dan graag al die aspecten langs, maar ik wil niet weglopen voor de vragen die mevrouw Westerveld nu concreet stelt.

De aanleiding was het artikel in de Leeuwarder Courant waarin enorme misverstanden, ernstige calamiteiten en foute praktijken worden gesignaleerd in de kliniek daar. Wij wisten natuurlijk al dat meisjes massaal slachtoffer zijn van loverboys, van foute praktijken. Maar het moet ons ernstig aan het denken zetten dat jongens daar ook het slachtoffer van zijn, in toenemende mate, zo lijkt het wel. Mevrouw Westerveld vraagt of ik weet om hoeveel jongeren het gaat. Ja, wisten we dat maar. Ik vind dit wel huiswerk en ik zal er straks op terugkomen hoe we dat beter in beeld moeten gaan krijgen. Twee aspecten van hoe dat in de praktijk loopt, maken dit moeilijk. Hoe worden jongeren geronseld, geworven voor hele foute praktijken, voor misbruik in seksuele zin of voor criminele activiteiten? Jongeren worden fysiek geronseld, gewoon met auto's die voor de poort van de kliniek staan. Daarbij is het lastig voor hulpverleners om te detecteren van wie die auto is. Is die van een familielid, van een hulpverlener, of van iemand met hele fouten bedoelingen? Ik weet niet of ze naar elke auto gaan om het raampje open te draaien en te vragen wat iemand voor intenties heeft. Dat is al moeilijk. En het is zeker heel moeilijk als het gaat om digitale praktijken, via social media. Met een paar klikken op de knop zijn mensen met hele foute bedoelingen bij kwetsbare jongeren.

We moeten het signaleren en verbeteren. Daarvoor is ook het een en ander in gang gezet. Samen met de collega van JenV hebben we de volgende zaken nu in gang gezet. Dat is mede een reactie op de aanbevelingen die vorig jaar zijn gedaan. Ten eerste is er een opdracht van Jeugdzorg Nederland. De commissie-Azough is aan het werk gegaan. Die heeft in 2016 instrumenten ontwikkeld, niet alleen voor betere signalering maar ook voor samenwerking met de politie. Hoe breed wordt dat nu ingezet? Daar wil ik de Kamer graag over informeren in de aanloop naar het wetgevingsoverleg van november. CoMensha, de organisatie die mensenhandel in beeld brengt en daartegen in het geweer is, krijgt subsidie van VWS — dat is het tweede punt dat ik in dit kader wil noemen — om samen met Jeugdzorg Nederland en het Kenniscentrum LVB de signalering bij jeugdhulpinstellingen te verbeteren. Ten derde is de politie nu bezig met een pilot met jeugdhulpinstellingen voor betere samenwerking en uitwisseling van informatie tussen politie en jeugdhulp. Dat is altijd heel spannend — dat weet mevrouw Westerveld ook — want ...

De voorzitter:

Ja.

Staatssecretaris Blokhuis:

... het gaat om privacygevoelig informatie. Ik wil daarmee zeggen, voorzitter ...

De voorzitter:

Ja?

Staatssecretaris Blokhuis:

... dat er heel veel in gang is gezet. Ik wil graag de Kamer informeren over de voortgang. Een logisch moment is als wij de voortgangsbrief Samen tegen mensenhandel van CoMensha publiceren. Dat zal in november van dit jaar zijn. Dan kunnen we aangeven waar we op dit moment staan.

De voorzitter:

Ja. Het antwoord van de bewindspersonen dient ook maximaal twee minuten te duren.

Staatssecretaris Blokhuis:

Maar ik krijg zo veel vragen, voorzitter.

De voorzitter:

Ja ... Mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Ja, dat klopt, voorzitter. Ik stelde heel veel vragen, want er is ook heel veel aan de hand. Ik begrijp dat deze portefeuille nieuw is. Het is inderdaad soms een mooie portefeuille, maar het is vaak ook een hele zware portefeuille. De problemen in de jeugdzorg zijn in de afgelopen jaren best uit de hand gelopen. Als we weten dat er veel minder instroom is van nieuwe medewerkers en dat huidige medewerkers vaak de sector verlaten, dan stemt dat mij niet heel erg blij als ik kijk naar de toekomst. Het klopt inderdaad dat er een aantal wetsvoorstellen aan komen. We gaan nog praten over de commissie-De Winter, maar ik vraag me altijd af wat we nou heel concreet doen voor jongeren die nu in de problemen zitten, die nu kwetsbaar zijn en die nu worden benaderd. Dat is het probleem van wetsvoorstellen: als we die in gang zetten, dan is het a nog maar de vraag wat die oplossen en b dan duurt het nog een paar jaar.

Voorzitter. Als iets duidelijk wordt, ook uit het rapport van de Leeuwarder Courant, dan is het dat jongeren niet alleen maar worden benaderd door middel van iemand die bij wijze van spreken met zijn auto aan de poorten van een kliniek staat en aanbelt, maar dat het ook heel erg veel online gebeurt. Dat brengt natuurlijk een nieuwe uitdaging met zich mee. Ik wil de minister vragen ...

Staatssecretaris Blokhuis:

De staatssecretaris.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Sorry. Ik wil de staatssecretaris vragen of er voldoende capaciteit is om dit ook online op te lossen. Zijn er afspraken met socialemediaplatforms of is hij bereid om afspraken te maken met socialemediaplatforms over grooming, het online benaderen van jongeren? En is de staatssecretaris ook bereid om in gesprek te gaan met hulporganisaties om met hen na te denken over hoe we deze problemen goed kunnen aanpakken?

Staatssecretaris Blokhuis:

Dat zijn een paar concrete vragen. Laat ik nog even vooropstellen — voordat daar een misverstand over bestaat — dat ik mij samen met mevrouw Westerveld zorgen maak over deze problematiek. Dit schept echt een band, want dit gaat mij ook echt aan het hart. Wat kunnen we doen? Volgens mij hebben we inderdaad niet voor alles wetsvoorstellen nodig om nu al wat te doen. Sterker nog, volgende week woensdag is er een breed overleg met jeugdhulpinstellingen. Dat is mijn eerste bestuurlijke overleg met ze en dan zal ik — dat beloof ik; dat is gelijk een vrucht van deze vraag — dit thema ook op de agenda zetten en kijken wat we op de korte termijn al met elkaar kunnen doen. Daar wil ik graag de vraag aan koppelen wat we kunnen doen aan grooming via socialemediaplatforms en hoe de politie optimaal kan aanhaken, ook als het gaat om de capaciteit die beschikbaar is. Ik beloof mevrouw Westerveld dat ik die thema's woensdag op de agenda zet. Ik hoop dat ik voor het wetgevingsoverleg van november kan aangeven welke concrete stappen we op een zo kort mogelijke termijn zetten om deze superkwetsbare doelgroep te helpen.

De voorzitter:

Mevrouw Westerveld?

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Ik heb nog een laatste opmerking. Ik ben blij dat de staatssecretaris dit probleem serieus neemt en wil oppakken. Ik wil hem vragen om dit ook samen met de jongeren zelf op te pakken. Wat sociale media betreft, weten zij vaak beter dan volwassenen wat er aan de hand is en waar de gevaren zitten. Ook vinden veel jongeren het moeilijk om aangifte te doen, omdat ze nog in de picture zijn bij eventuele daders.

Staatssecretaris Blokhuis:

Ja, dat klopt.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Ik wil dus nog een laatste appel doen. Betrek de jongeren hierbij en vraag ook aan hen wat zij nodig hebben, niet alleen om aangifte te doen maar ook om dit probleem breder aan te pakken en op te lossen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Westerveld.

Staatssecretaris Blokhuis:

Ik dank mevrouw Westerveld voor dit gratis advies. Dat zal ik zeker ter harte nemen. Ik doe dat ook op andere dossiers waar ik al langer verantwoordelijkheid voor heb. Ook als het gaat om de maatschappelijke diensttijd en dak- en thuisloze jongeren betrek ik daar volop jongeren bij. En zeker bij dit thema is dat heel opportuun.

De voorzitter:

Eerst de heer Bisschop namens de SGP en dan de heer Van Wijngaarden.

De heer Bisschop (SGP):

Dit is een heel aangelegen punt, zeker. Het is ook goed om te zien welke maatregelen er door de staatssecretaris worden genomen. Dat kan misschien een begin betekenen van de vermindering van de problemen zoals die er op dit moment zijn. Alleen, het is geen structurele oplossing. Collega Westerveld wijst erop dat een van de belangrijkste dingen die moeten gebeuren, is dat die groepen kleiner worden. Tegelijkertijd heeft die instelling te maken met uitstroom van personeel. Dat is een vicieuze cirkel; daar wordt de belasting alleen maar groter door. Is de staatssecretaris bereid om in de begroting ruimte vrij te maken en ook aan te geven in de brief die hij toegezegd heeft, op welke manier hij, met een financiële injectie, die personele druk denkt aan te kunnen pakken? Want daar is gewoon geld voor nodig.

Staatssecretaris Blokhuis:

De heer Bisschop zal ook weten dat de begroting inmiddels is ingediend. Natuurlijk hebben we de ambitie, zoals geformuleerd door mevrouw Westerveld en de heer Bisschop, om als het even kan toe te werken naar kleinere groepen en om het vak aantrekkelijker te maken, zodat we aan de voorkant instroom krijgen en de uitstroom ook zo klein mogelijk houden. Dat geldt overigens zorgbreed als aandachtspunt, maar zeker ook in de jeugdzorg. Ik ga het gesprek hoe we dit concreet invullen graag verder met de Kamer in het wetgevingsoverleg aan.

De voorzitter:

Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Wijngaarden namens de VVD.

De heer Van Wijngaarden (VVD):

Ik hoor over pilots, er komt een debat, er wordt al lang over gesproken: ik vind het allemaal hartstikke goed, maar ik vraag mij af of wij daarmee het probleem gaan oplossen, aangezien de inspectie dit al een jaar geleden heeft aangekaart. Ik denk dus dat het enorm gewaardeerd zou worden als de staatssecretaris bereid zou zijn om zelf poolshoogte te gaan nemen in Leeuwarden en omgeving om te kijken hoe hij daar kan helpen. Mijn vraag is ook heel concreet: op welke wijze worden Woodbrookers en andere jeugdinstellingen die daar zitten, geholpen om bijvoorbeeld camera's op te hangen om te registreren wie daar komen, welk addergebroed daar komt om die jongens te ronselen? En in hoeverre worden die jongens nou geholpen om aangifte te doen? Dat is een heel concreet voorstel, in plaats van dat we alleen maar debatteren. Want het is al een jaar bezig. De tijd glijdt onder onze ogen weg, terwijl dit maar voortduurt.

Staatssecretaris Blokhuis:

Ik zou de suggestie wel van mij willen werpen dat er niks gebeurd is in dat jaar. Dat zou de heer Van Wijngaarden ook niet willen beweren. Er gebeurt heel veel, er wordt bijvoorbeeld scholing gegeven in het signaleren ervan. En mevrouw Westerveld kaartte terecht aan dat het niet alleen maar de mannen in foute auto's zijn die daar staan — "adderengebroed" is een mooie term — maar dat het meeste kwaad via onlineroutes gebeurt, en dat we juist daar de vinger achter moeten zien te krijgen. Daarop wordt vol ingezet.

De heer Van Wijngaarden vraagt mij ook om eens te gaan kijken en eens met de organisatie in gesprek te gaan over hoe je dit voorgoed kunt tackelen. Ik vind het heel ingewikkeld om werkbezoeken van mij hier via dit mondelinge vragenuur te regelen, maar natuurlijk ben ik zeer benieuwd hoe dat gaat. Ik weet niet of het logisch is dat ik daar ga kijken. Ik ga met de sector in gesprek, misschien ga ik op die plek kijken, maar ik heb sowieso de ambitie om op plekken in Nederland te kijken waar jeugdhulpverlening wordt geboden.

Mevrouw Westerveld heeft overigens ook nog gevraagd: gebeurt het alleen daar, of gebeurt het op meer plekken? Bij VWS bestaat wel duidelijk het beeld dat het op meer plekken gebeurt. Dat zal echt niet alleen tot Friesland beperkt zijn. Ik denk dat het probleem breder speelt. De heer Van Wijngaarden kan erop aan dat ik daar zeer serieus naar kijk. Ik zal op die locatie of op andere locaties poolshoogte nemen en ik zal kijken hoe we concrete handvatten kunnen bieden om dit tegen te gaan.

De voorzitter:

Een tweede aanvullende vraag, de heer Van Wijngaarden.

De heer Van Wijngaarden (VVD):

Ik had ook gevraagd of de staatssecretaris bereid is om te kijken of het helpt om daar bijvoorbeeld camera's op te hangen. In de Leeuwarder Courant lees ik namelijk dat mensen daar gewoon worden opgepikt en afgezet. Je wilt die lui die deze jongens misbruiken en drogeren letterlijk en figuurlijk in beeld krijgen. Dat kan dus helpen.

Staatssecretaris Blokhuis:

Mijn primaire reactie is dat dit een hele logische en zinvolle gedachte is, maar ik kom daar graag op terug omdat ik niet weet welke juridische belemmeringen daaraan zitten. Als die camera's gericht zijn op de publieke ruimte, heb je volgens mij een probleem als je de beelden daarvan gebruikt. Maar het is een logische vraag en volgens mij leeft dat type vraag in heel Nederland, dus ik kom daar graag op terug.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we gekomen ... Nee, wacht even. Er is nog één vraag van de PvdA. Mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Sorry, voorzitter, ik had mijn vinger wel opgestoken, maar blijkbaar niet assertief genoeg.

De voorzitter:

Zo ken ik u niet.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik dacht: ik doe eens een keer anders dan anders. Je krijgt weleens het advies om een andere weg te bewandelen.

Ik wil toch nog een aanvullende vraag stellen, want net als mevrouw Westerveld en de heer Van Wijngaarden maak ik mij er zorgen over dat het toch weer blijft bij mooie woorden. We weten immers dat er een tekort is aan goedopgeleide mensen om deze jongeren goed te helpen. We weten ook dat groepen te groot zijn en dat jongens en meiden vaak een complexe achtergrond hebben, waardoor zij extra kwetsbaar zijn. Mijn vraag is: wanneer weten we nou of we daadwerkelijk resultaten hebben geboekt? Anders staan we hier over een jaar namelijk weer met dezelfde resultaten. Mijn vraag is dus om niet alleen hiernaar te kijken, maar ook naar de vraag: wanneer hebben we het gevoel dat we voortgang hebben geboekt en zijn we dan ook afrekenbaar daarop? Want dat gebeurt eigenlijk nooit in de jeugdzorg.

Staatssecretaris Blokhuis:

Specifiek over deze ellendige praktijken zal CoMensha in november een tussenrapport uitbrengen. Daarin staat hoe de vlag erbij hangt als het gaat om slachtoffers van mensenhandel. De rapportage Samen tegen mensenhandel verschijnt in november. De Kamer krijgt die dan ook. Ik ga daar graag over in gesprek samen met de collega van JenV. Ik heb deze portefeuille net een paar dagen, dus ik denk dat u mij op dit moment even overvraagt met uw vraag wanneer ik resultaten heb. Ik wil dat gesprek graag een vervolg geven tijdens het wetgevingsoverleg, maar ik word op dit moment even overvraagd als ik moet gaan beloven dat ik in januari resultaten heb of zo.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Wordt vervolgd.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het vragenuur. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur en dan gaan we stemmen.

De vergadering wordt van 14.56 uur tot 15.00 uur geschorst.

Naar boven