Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 2, item 5

5 Algemene Politieke Beschouwingen

Aan de orde is de voortzetting van de Algemene Politieke Beschouwingen.

De voorzitter:

We gaan verder met de Algemene Politieke Beschouwingen, de eerste termijn van de kant van de Kamer.

We zijn nu toegekomen aan de bijdrage van de heer Klaver namens de fractie van GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik hoop dat iedereen lekker in het lunchdipje zit, mochten ze naar mij luisteren. De heer Wilders begint al te snurken. Dat is meestal een goed teken.

Voorzitter. Dit voorjaar ben ik voor de derde keer vader geworden. In ons gezin hebben we nu drie snotneuzen. Dat is doodvermoeiend, maar ook heel leuk. Het was dit voorjaar, en zeker deze zomer, dat ik zo veel mogelijk tijd met mijn kinderen en met mijn gezin heb doorgebracht. Noem het een soort van verlengd vaderschapsverlof. Zo veel weken ben ik in een zomer eigenlijk nog nooit vrij geweest. Dat deed ik omdat ik dacht: ik moet bij mijn kinderen zijn; ik heb dit vak nu tien jaar, ik moet ook weer eens even wat meer tijd thuis zijn. Gewoon met ze spelen, zonder dat papa weer op zijn horloge moet kijken, voor het geweld door een woordvoerder die achter in de zaal zit, dat je weer aan het werk moet. Gewoon zonder stopwatch met elkaar zijn, van elkaar genieten.

Ik deed dat voor mijn kinderen, maar eigenlijk heeft deze zomer mij veel meer gebracht. Als je met je kinderen bent en ze voorleest, dan moet alles in dezelfde volgorde. Ik denk dat alle ouders dat herkennen. Je bent weleens moe, en dan denk je "ik sla een paar bladzijdes over". Dat wordt niet geaccepteerd. Het moet precies zoals je het iedere dag doet, met de juiste intonaties. En er is ook een behoorlijke strijd over tussen papa en mama en de vraag is dan welke de allerbeste is. Kinderen willen graag altijd hetzelfde filmpje kijken met jou. Ik heb nu Grizzy en de lemmings tot in den treure kunnen kijken op Netflix. Het is een echte aanrader. Maar iets anders komt er eigenlijk niet in. Als je met je kinderen stoeit — iets wat we graag doen — ze kietelt en aan hen vraagt "wie is de liefste van de wereld?", dan is daarop natuurlijk maar één antwoord mogelijk: papa. "En wie is de stomste van de wereld?" Mama. Soms voel ik me daar schuldig over en dan denk ik: dat moeten we omdraaien. Maar dat gaat er niet in. Want wij doen dingen op een bepaalde manier: jij bent de liefste, mama is de stomste. Repetitie. Dingen hetzelfde blijven doen. Je weet als ouder dat dit kinderen houvast geeft in een chaotische wereld. Maar je weet ook dat je ze eruit moet trekken. Je weet ook dat je ze nieuwe dingen moet aanbieden. En dat doe je.

Maar zijn wij niet allemaal ook ergens kleine kinderen? We vinden het onwijs fijn om te blijven hangen in dat wat we weten, in de patronen die we kennen. Ik memoreerde eraan: dit zijn mijn tiende politieke beschouwingen. Het is voor de vijfde keer dat ik hier als fractievoorzitter sta. Ik schrok er zelf van toen ik dat besefte.

Het was deze zomer dat ik met mijn oudste zoon een stukje fietste. De beste uitvinding ooit vind ik de zadeltjes die voor op je fiets passen, zodat een kind, als het niet meer in een zitje past, ook dan voorop kan zitten. Dan kun je nog even in zijn haren ruiken en gesprekken voeren. Mijn oudste zei tegen me: "Papa, jij bent toch Jesse Klaver?" "Ja, ik ben Jesse Klaver, maar allereerst ben ik jouw papa." "Ja, ja, je bent wel papa, maar je bent ook Jesse Klaver." "Ja, dat klopt, ik ben ook Jesse Klaver." Dat stemt mij enerzijds vrolijk. Mijn oudste zoon komt op een leeftijd dat hij steeds vaker wordt aangesproken op zijn bekende vader. Dat is niet altijd leuk. Ik hoop dat hij een onderscheid kan maken tussen de fractievoorzitter van GroenLinks en de kritiek die hij daarop misschien hoort, en wie zijn vader is.

Maar het liet me ook iets anders zien. Het liet mij ook weer zien dat je als fractievoorzitter een merk kan zijn, een imago. Iets wat beheerst moet worden, en beheerd. Voordat je het weet, ga je je gedragen zoals andere mensen denken dat jij bent. Deze zomer nam ik voor mijzelf een besluit: ik stap uit die mal. Anders kom ik, en komen wij politici niet verder. We moeten dat als mensen regelmatig doen, zoals we dat ook met onze kinderen proberen.

Voorzitter. Het zette mij aan het denken over al die jaren in de politiek, hoe wij met elkaar hier in het parlement werken en welke rol en bijdrage ik daaraan lever. Dat stemt me somber. Ik moet constateren — ik zal de eerste zijn om te zeggen dat ik er zelf aan meewerk — dat we behoorlijk bezig zijn met scorebordpolitiek, de eerste willen zijn, het debat willen winnen. De vraag die centraal staat, ook in aanloop naar deze politieke beschouwingen, is toch: wie gaat het goed doen? Ik heb begrepen dat jullie allemaal cijfers hebben gehad van de krant, dat jullie een zesjeskabinet zijn met nog een kans op verbetering. Maar te vaak zie je dat we bezig zijn met de vraag wie het debat wint: wie komt er als winnaar uit, in plaats van dat we kijken naar welke problemen er zijn opgelost. We vangen elkaar vliegen af.

Een hoogtepunt deze week in dat kader vond ik de discussie over het fonds. Ik heb nog geen idee hoe dat fonds eruit zou moeten zien, maar ik heb begrepen dat de coalitie wil dat minister Wiebes op zijn kop krijgt omdat hij te veel naar zich toetrekt. Ik snap die reactie, ik heb dat zelf ook zo vaak gehad dat je iets wilt claimen of naar je toe wilt trekken, of dat je het de ander niet gunt om met de eer te strijken. Maar het debat dat we nodig hebben, gaat niet over de vraag wie er eerder mee was, maar over hoe zo'n fonds eruit ziet. Hoe zorgen we ervoor dat we onze toekomst vormgeven? Te vaak laten we ons daarin trekken. Ik zelf doe dat dus ook.

Kijk naar de dividendbelasting vorig jaar.

Minister Rutte:

Ja.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ga er maar eens even goed voor zitten, zeg ik tegen de premier. Ik ben ontzettend blij dat onze oppositie ertoe heeft geleid dat de afschaffing van de dividendbelasting niet is doorgegaan. Kranten kopten: het favoriete speeltje van de oppositie is weg. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat soms ook zo voelde. Dat is niet goed. Ik voelde tot in het diepst van mijn ziel, zoals sommige mensen dat hier zouden verwoorden, dat dit een verkeerd besluit was. Ik ben dolblij dat het van tafel is. Maar denken "o jee, nou is het van tafel, wat is nu het volgende punt waarop je een kabinet kan aanvallen?" is niet de manier waarop je met elkaar politiek zou moeten bedrijven. Je bent ergens voor of je bent ergens tegen, maar het zoeken naar de zwakke plek is niet de manier waarop we Nederland verder krijgen.

Die scorebordpolitiek zien we ook in de manier waarop wij als parlement zelf werken. Ook daar werk ik volop aan mee. De voorzitter zei iets, voordat we met reces gingen in haar bijdrage — ik moet zeggen dat het om half vijf 's ochtends niet mee tot mij was doorgedrongen, maar ik heb het teruggelezen — over de hoeveelheid debatten die wij hebben staan; meer dan 200. Als we nu een debat aanvragen, dan zijn we over twee jaar aan de beurt om dat debat te voeren. Alsof het dan nog actueel is. Ik snap hoe het werkt, ik doe het zelf ook. Als je eenmaal een debat hebt aangevraagd waar een meerderheid voor was, of een dertigledendebat, dan laat je het staan. Voor hetzelfde geld komt het onderwerp namelijk een keer voorbij en dan is iemand anders eerder met het aanvragen van een debat, dan kan ik het in het debat niet meer omzetten. Oftewel: wie kan de eerste spreker zijn? Dat is wat ons enorm drijft. Ook mij, maar ik denk dat buiten deze zaal er niemand is die het ook maar iets interesseert wie de eerste spreker is bij een debat.

Als je kritisch naar al die debatten kijkt dan is de vraag: wat moeten we anders doen? Mijn fractie en ik hebben dat gedaan. Wij hadden 30 debatten op de lijst staan. We waren nog net niet hofleverancier, maar het scheelde niet veel. We hebben met elkaar gekeken over welke zaken hier in de plenaire zaal echt een debat gevoerd moet worden. Wat zijn de zaken die we met elkaar ook in AO's kunnen bespreken? Zonder afbreuk te willen doen aan iets van het belang van de onderwerpen, komen we tot de conclusie dat we twee derde van die debatten met gemak terug kunnen trekken. Dat is onze bijdrage aan het terugdringen van de enorme lijst aan debatten die wij hier met elkaar hebben.

En ik hoop dat het ertoe leidt dat we vaker met elkaar hoofdlijnendebatten kunnen voeren. Er staan debatten op de lijst die twee jaar geleden zijn aangevraagd over onderwerpjes waarvan ik me afvraag of wij daarover met elkaar bezig moeten zijn, terwijl de grote thema's van onze tijd vragen om hoofdlijnendebatten. Ik zou die graag willen voeren met de Kamer en het kabinet voordat de standpunten zijn ingenomen, want als het kabinet een standpunt heeft, is een coalitie daaraan gebonden. Ik snap dondersgoed dat een coalitiepartij dan niet meer luistert naar de goede ideeën van de oppositie. Er is net iets uitonderhandeld en daar moet je bij blijven. Er komen een paar uitdagingen aan die zo groot zijn dat we daar open met elkaar over moeten kunnen spreken. Het fonds, van wie het ook, daarvan weten we nog niet hoe we dat moeten vormgeven. Het is van het grootste belang dat daar een open debat over mogelijk is, omdat we alle ideeën nodig hebben, van de linkerzijde van de Kamer en van de rechterzijde van de Kamer.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik moet bekennen dat ik aan het begin van het betoog van de heer Klaver wel even zoekende was waar dit heen ging, maar dan toch nu even over die hoofdlijnendebatten. De heer Klaver raakt daarbij volgens mij namelijk wel een gevoel dat in de Kamer en in ieder geval bij alle vertrekkende Kamerleden in hun afscheidsbrief gezeten heeft. Want van welke partij ze ook waren, de afgelopen tien afscheidsbrieven raakten aan iets van dit gevoel. Volgens mij preludeert de heer Klaver op een hoofdlijnendebat over zo'n fonds. Net had ik het met de heer Dijkhoff over de arbeidsmarkt en de commissie-Borstlap. Ik moet dan terugdenken aan het debat dat we hier hadden over de Wet arbeidsmarkt in balans, waarbij er geen ruimte meer was voor het open debat. Stel dat dat rapport van de commissie-Borstlap er is. Zou de heer Klaver dat nou een onderwerp vinden waar we eerst een hoofdlijnendebat over moeten hebben, mits de agenda het toestaat omdat er niet voor twee jaar spoeddebatten op staan, alvorens minister Koolmees namens het kabinet met een reactie komt?

De heer Klaver (GroenLinks):

Ja, absoluut. Ik denk dat dit een thema is waar dat absoluut voor geldt. Dit is zo groot, dit gaat over zo veel kabinetsperioden heen. Hier heeft ook niemand de oplossing. Hier moet een open debat, een open gesprek, dialoog in deze Kamer over mogelijk zijn.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Dat betekent dan ook dat de GroenLinksfractie op dat moment zo open dat debat ingaat dat er meer ruimte is dan bij die laatste wetsbehandeling waar ik aan refereerde?

De heer Klaver (GroenLinks):

Zeker, want volgens mij gaat het twee kanten op. De vraag is die van de kip en het ei: waar begint het? Maar als je open het debat durft te voeren zonder dat er vooraf al heel diepgaand standpunten zijn ingenomen, dan willen wij als fractie in ieder geval beter luisteren om te kijken of we tot iets goeds kunnen komen voor Nederland.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Mooi!

De voorzitter:

In plaats van al die debatten bedoelt u.

De heer Klaver (GroenLinks):

In plaats van al die debatten. Wellicht vindt het navolging.

De voorzitter:

Ik waardeer het zeer. Een mooi gebaar en het verdient navolging, meneer Segers.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik weet niet hoeveel debatten van wat er nog staat, wij hebben aangevraagd ...

De heer Klaver (GroenLinks):

Drie stuks.

De heer Segers (ChristenUnie):

Drie stuks?

De heer Klaver (GroenLinks):

Ja, u doet het heel goed.

De heer Segers (ChristenUnie):

Als wij daar tweederde van schrappen, dan helpt dat niet heel erg.

De heer Klaver (GroenLinks):

Alle beetjes helpen, meneer Segers.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik houd ze nog even staande.

De voorzitter:

Echt?

De heer Segers (ChristenUnie):

We gaan er later over doorpraten, voorzitter.

De voorzitter:

Ja, dat lijkt me prima.

De heer Segers (ChristenUnie):

Waar we nu zijn aanbeland is het aantal debatten dat is aangevraagd en de vraag of niet meer vooraf op hoofdlijnen, zonder dat we ons ergens op vastpinnen en we later ons verlies uitgebreid moeten uitmeten, met elkaar kunnen debatteren. Ik vind het een mooi aanbod maar de heer Klaver begon eigenlijk met een soort zelfreflectie van wat onze houding hier eigenlijk is ten aanzien van elkaar, waarbij het gaat om winst en verlies, cijfers die worden gegeven en hoe we soms naar elkaar kijken. Dat heeft meer met zelfreflectie te maken en met onze houding in een debat als dit. De houding nu is dus anders dan die van een jaar geleden. Wat had de heer Klaver vorig jaar dan anders gedaan met de houding van nu?

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat is vrij simpel, maar als u het niet erg vindt, kom ik daar zo dadelijk op terug want anders verklap ik nu iets uit mijn betoog wat ik eigenlijk straks wilde vertellen.

De voorzitter:

Ja, dan krijgt u de gelegenheid om alsnog een vraag te stellen, meneer Segers.

De heer Baudet (FvD):

Ik wilde zeggen dat ik het volgens mij voor het eerst in mijn leven eens ben met de heer Klaver.

De voorzitter:

Nou, dat is ook goed om te constateren.

De heer Klaver (GroenLinks):

Kan dit moment vastgelegd worden?

De heer Baudet (FvD):

Volgens mij is een deel van de kritiek van de heer Klaver vergelijkbaar met punten die ik ook al eerder heb gemaakt.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Baudet (FvD):

Ik was dus inderdaad eerder. Ik ben het er dus mee eens. Dus het debat in de Kamer en de werkwijze hier moeten minder gericht zijn op het spel van elkaar vliegen afvangen en de poppenkast van het gebeuren maar veel meer op de inhoud en de grote lijnen en minder op actualiteit. Ik denk dat uiteindelijk — volgens mij vinden wij elkaar daar ook in — het referendum een noodzakelijk instrument is om een dergelijk parlement en een dergelijke democratie daadwerkelijk beter te laten functioneren, zodat je niet alleen maar eens in de vier jaar verkiezingen van de partijen hebt maar de bevolking ook daadwerkelijk naar aanleiding van een groot maatschappelijk debat zijn stem kan geven over de grote thema's waarover wij dan spreken. Ik vroeg me af of u dat ook kunt onderschrijven.

De heer Klaver (GroenLinks):

Wat ik interessant zou vinden, is het volgende. U komt nu met één voorstel. Wanneer hebben wij hier als Kamer nou een groot debat over de toekomst van onze democratie gehad? Er ligt wel een rapport; daar is ook wel degelijk over gesproken. Maar wanneer hebben we daar als fractievoorzitters op hoofdlijnen het debat over gehad? In plaats van nu op die vraag in te gaan en te zeggen of ik voor of tegen het referendum ben, waarvan ik echt denk dat het een belangrijke bijdrage kan leveren aan onze democratie, vraag ik: waarom voeren we dat brede debat niet met elkaar?

De heer Baudet (FvD):

Dat is mij uit het hart gegrepen. Precies dat heb ik twee weken geleden voorgesteld, tijdens een regeling van werkzaamheden waar u niet bij aanwezig was; ik wel. Ik heb voorgesteld om zo'n hoofdlijnendebat te houden. Ik weet nog de heer Van der Molen van het CDA, geloof ik, toen zei: dat gaan we helemaal niet doen, dat is allang gepland.

De heer Klaver (GroenLinks):

In plaats van nu te verwijzen naar de heer Van der Molen ...

De heer Baudet (FvD):

Helemaal goed. Laten we dat doen. Ik verheug me erop. Ik ben erbij.

De voorzitter:

Nou, goed om te horen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Weet u, meneer Baudet, ik heb moeten denken aan uw bijdrage van vorig jaar, want ik herkende dingen, zoals toen u vroeg of dit niet een rituele dans is. Al dat soort zaken zei u. Ik denk dat heel veel mensen hier in het parlement, in ieder geval ik en ook mijn fractie, wel een klein beetje met u meevoelden. Als er eenmaal een standpunt is ingenomen, dan is het namelijk lastig om nog iets te veranderen. Maar waarom reageerde ik toen op u zoals ik deed, als door een wesp gestoken? Dat heeft ook iets te maken met de manier waarop u dit parlement benadert. Ik noem het geen kritiek; het is eerder een reflectie op onze manier van werken. Ik doe dat, omdat ik van dit parlement hou. Dit is mijn tweede huis. De wijze waarop u spreekt over het parlement en de parlementaire procedures — u had het toen over "beneden mijn waardigheid" — is juist niet de wijze waarop we met elkaar moeten omgaan. Wat we hier doen is van het grootste belang en ik vind dat alle collega's hier ontzettend belangrijk werk doen. Daar moet ook een grote waardering voor zijn, wat mij betreft. De manier waarop u daarover sprak, staat me tegen.

De heer Baudet (FvD):

Dat begrijp ik. Ik ben blij dat na een jaar dan toch de wijsheid indaalt en dat de inhoudelijke boodschap die ik wilde vertellen, is ingedaald bij GroenLinks. Dat vind ik goed.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik hoop dat mijn boodschap over hoe je iets kunt brengen zonder misschien het parlement te hoeven schofferen, ook overkomt. Dat is misschien iets voor volgend jaar bij de Algemene Politieke Beschouwingen.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. De heer Segers vroeg wat er dit jaar nu anders is dan andere jaren. Ik zal u eerlijk bekennen: nadat dit kabinet dit voorjaar zijn meerderheid in de Eerste Kamer had verloren, dachten we "zo, dat is mooi; dan gaan we eens even kijken waar we tegen gaan stemmen". Vorig jaar — wat zeg ik, een maand geleden misschien nog wel — zou ik gewoon nog steeds hebben gedacht: ik ga strategisch dreigen om tegen een begroting te stemmen. Want dat is hoe het spel werkt: wil je ergens aandacht voor, wil je iets politiek op scherp zetten, dan dreig je om ergens tegen te stemmen. Dat doe ik nu niet, en met een reden. Want als je gaat dreigen, dan wordt het een strijd tussen oppositie en coalitie. Dan gaat er iemand winnen en iemand verliezen, en krijg je een zero-sum game. Dat wil ik doorbreken. Ik sta hier omdat wij ook naar de begroting hebben gekeken en hebben gedacht: als we nou ergens tegen stemmen, bijvoorbeeld het Belastingplan, wordt het dan beter voor Nederlanders of wordt het dan slechter? Kijk, ik vind het nog lang niet genoeg. Daar zal ik straks een aantal dingen over zeggen. We hebben er bijvoorbeeld over nagedacht of we tegen het Belastingplan moeten stemmen, strategisch. Maar wat nou als je gewoon naar de inhoud kijkt? Jullie hebben onze plannen van vorig jaar over de energierekening overgenomen. Er worden stappen gezet in de vennootschapsbelasting; dat jullie die niet al volgend jaar afschaffen, is een strijd die we nog te voeren hebben, maar ook dat zullen we doen. Dan ga ik niet tegen zoiets stemmen, omdat dat Nederland niet beter maakt.

Dat laat onverlet dat we dit najaar wel een inhoudelijke strijd krijgen over alle zaken die nog moeten veranderen in de begrotingen. Maar die strijd moet niet plaatsvinden vanuit het idee "wie gaat er winnen, oppositie of coalitie?" of "krijgt Segers of Klaver zijn zin?", want ik denk dat daardoor veel te weinig dingen tot stand komen, omdat het elkaar niet wordt gegund. Dat vind ik problematisch, omdat we Nederland daar niet mee verder helpen. Daarom zeg ik: wij gaan niet dreigen; waar we voor zijn, zijn we voor en waar we tegen zijn, zijn we tegen. Wij gaan niet tegenstemmen bij begrotingen die het beter maken en niet verslechteren.

Voorzitter. Dit najaar moet het wat mij betreft gaan om politieke strijd. Want ook al zeg ik hier dat we niet zomaar tegen een begroting of tegen het Belastingplan gaan stemmen, tegen de coalitie en het kabinet zeg ik wel: leg het maar uit. Leg maar uit aan kinderen in het onderwijs, aan ouders en aan docenten dat er niets extra's wordt gedaan om het lerarentekort op te lossen. Leg maar uit dat we, terwijl we zo veel geld in onze Nederlandse economie, op onze begroting, hebben, het verschil in salaris tussen het voortgezet onderwijs en het basisonderwijs niet oplossen. Leg het maar uit.

Leg maar uit aan mensen in de zorg die voor €15 per uur mensenlevens redden, dat we ondanks alle welvaart die we hier hebben en ondanks een begrotingsoverschot, niks doen om hun salaris te verbeteren. Leg het maar uit. Leg maar uit dat er nog steeds kinderen zijn met zeer complexe problemen, bijvoorbeeld omdat ze in hun jeugd zijn misbruikt, een depressie hebben of een eetstoornis hebben. Hun problemen zijn zo complex dat ze tussen wal en schip vallen, dat de gemeentes die verantwoordelijk zijn voor de zorg, geen zorg voor ze kunnen dragen. En daar zouden we niks aan doen? Leg het maar uit.

Leg maar uit dat mensen die het slachtoffer zijn geworden van een zedenmisdrijf soms maanden tot een jaar moeten wachten voordat ze gehoord worden, voordat de vermoedelijke dader wordt gehoord. Leg maar uit dat we daar niks aan doen met elkaar.

Leg maar uit dat we straks 130 kunnen blijven rijden op snelwegen, maar dat de woningbouw in gevaar komt. Leg het maar uit!

Het is niet uit te leggen. Dit zijn no-brainers. Dit zijn zaken die we met elkaar zouden moeten regelen, niet vanuit een politieke strijd omdat de één moet winnen of omdat de oppositie gelijk moet krijgen, maar omdat dit het beste is voor Nederland. Als we aan het einde van het jaar terugkijken hoe wij het als parlement hebben gedaan, dan gaat het er niet om welke cijfers ieder van ons hier krijgt. Als we deze problemen niet weten op te lossen, dan verliest Nederland en dan verliezen wij als politiek allemaal, omdat mensen er niet op kunnen vertrouwen dat we deze zaken fiksen.

Voorzitter. Ik had het er in een interruptiedebat met de heer Dijkhoff al over dat het tij keert. De voorpagina van de Financial Times is vandaag echt priceless. Er staat dat het kapitalisme aan een revisit toe is, dat we het moeten veranderen. Dat hoor ik ook in de bijdrage van de heer Dijkhoff. Ik zie het ook in de plannen van het kabinet. Ze voelen dat er iets niet helemaal goed gaat als grote bedrijven toch degenen zijn die je tot in het diepst van je ziel vooral wilt verdedigen. Ze voelen dat er een oneerlijkheid is ontstaan tussen arbeid en kapitaal. Ik zie dat ook het kabinet voelt dat de tijden veranderen, maar het is wel heel matig. Het is een heel klein teentje in het water om te voelen, om te kijken, om net wat dingen anders te doen.

Maar het is niet genoeg. Ik had het al over het fonds. Ik vind het heel goed dat het kabinet breekt met de economistische gedachte dat de overheid zich niet met de economie zou moeten bemoeien, dan de onzichtbare hand vanzelf goede uitkomsten geeft. Maar als ik dan hoor dat zo'n fonds gericht moet zijn op economische groei, dan schrik ik me een hoedje. Zo'n fonds moet erop gericht zijn om de grote maatschappelijke problemen op te lossen. Hoe zorgen we ervoor dat onze privacy in de toekomst beschermd is? Hoe zorgen we ervoor dat we de energietransitie door kunnen maken? Als je focust op wat winstgevend is, dan ga je inzetten op datgene wat je al weet, terwijl we met zo'n fonds juist moeten zoeken naar al die zaken waarvan we nog niet weten dat ze bestaan. En dat betekent ook niet één groot overheidsproject of drie hele grote dingen. Het betekent dat de overheid durfkapitaal, venture capital, beschikbaar moet stellen. Het betekent dat we moeten durven te gokken op heel veel verschillende innovaties, om te kijken: wat komt er bovendrijven, wat is het allerbeste en wat gaat onze samenleving verder helpen?

En dan schulden. Ik zie de minister van Landbouw zitten, die als Kamerlid heel veel met schulden heeft gedaan. Ik zie het ook terug in de plannen van het kabinet, ik zie dat het prioriteit krijgt. Schulden zijn iets heel complex. Schulden hebben te maken met hoe mensen in elkaar zitten, met de problemen die ze tegenkomen. Die kunnen heel divers zijn. Als je problemen krijg in je relatie en je gaat scheiden, dan heeft dat effect op het wel of niet hebben van schulden. Als je het geestelijk zwaar hebt, kan dat ervoor zorgen dat je in de schulden komt of dat je je baan verliest. Al die dingen kunnen we niet met één pennenstreek oplossen. Maar als ik zie dat we wel geld stoppen in programma's om schulden te voorkomen maar niet in het oplossen van de toeslagenellende die we met elkaar hebben gecreëerd, dan gaat er iets mis. Als overheid duwen wij mensen in schulden door de manier waarop wij ons belastingstelsel hebben gebouwd. Mensen komen in de problemen omdat ze hun kinderopvangtoeslag of hun zorgtoeslag terug moeten betalen. In plaats van alleen te focussen op het herstellen van die fouten, moeten we daarvan af. Dat betekent dat we moeten durven nadenken over alternatieven. Kunnen we bijvoorbeeld kinderopvang voor een aantal dagen in de week gratis maken? Gewoon als dienst van de overheid, in plaats van dat je als individu geld krijgt. Want dat is rondpompen. Hetzelfde geldt voor de zorgtoeslag. In het kabinet hiervoor is het jammerlijk mislukt om die inkomensafhankelijk te maken. Maar wat een goed idee was dat! Het was een goed idee, Klaas. Het was misschien niet goed uitgevoerd, maar het was een goed idee. Ga er naar terug. Probeer erover na te denken hoe je van al die zorgtoeslagen af zou kunnen komen, omdat dat mensen echt uit de problemen kan helpen.

En dan stikstof. Jarenlang hebben we gedacht dat we ongebreideld konden groeien, dat natuur geen prijs had, geen waarde. Maar die is er wel. En dat wordt uitgedrukt in het vonnis over stikstof. Dat betekent niet dat we straks een keuze hebben in wat we kunnen gaan doen: of langzamer rijden of een kleinere veestapel. We zullen het allemaal moeten doen. Ik zeg tegen het CDA en ook tegen de ChristenUnie: ik sta hier niet met veel plezier te vertellen dat we minder dieren in Nederland zullen hebben omdat ik een hekel heb aan boeren, omdat ik ze in de verdrukking wil duwen. Helemaal niet. Dat moeten we sociaal en eerlijk regelen, want deze boeren kunnen er niks aan doen. Die zijn ook slachtoffer geworden van een systeem. Maar dit systeem, dit businessmodel, waarin we honderden miljoenen dieren in Nederland slachten, ook voor de export, is niet houdbaar. Niet voor het klimaat, niet voor de gezondheid van mensen en niet als het gaat over de uitstoot van stikstof. Daar zullen we in een veel sneller tempo dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden vanaf moeten. Het uitstellen van dat soort besluiten helpt ons niet verder.

De heer Van der Staaij (SGP):

Even een informatieve vraag. Ik kon het zo gauw niet vinden, maar als de heer Klaver spreekt over sociaal en eerlijk saneren van de veestapel, hoeveel geld heeft GroenLinks hiervoor in de tegenbegroting uitgetrokken?

De heer Klaver (GroenLinks):

Daar staat in onze tegenbegroting geen geld voor.

De heer Van der Staaij (SGP):

Maar hoezo dan sociaal en eerlijk?

De heer Klaver (GroenLinks):

Er staan wel meer dingen niet in de tegenbegroting, deze onder andere ook, omdat we ons hebben gefocust op het koopkrachtbeeld en hoe wij dat anders zouden willen verdelen. Het is een gezamenlijke inzet. We hebben niet alle dingen die we zouden willen veranderen in de begroting opgenomen.

Maar als u vraagt: hoeveel is daar ongeveer voor nodig? Dat hebben we wel eerder becijferd. Ik denk dat je minimaal moet rekenen op een half miljard per jaar en misschien nog wel meer, afhankelijk van hoe je de uitkoop precies vormgeeft en in welk tempo je dat doet.

Over deze zaken zijn misschien nog grote meningsverschillen. Maar hierover moeten we het debat voeren en hierop moeten we besluiten nemen. Lef is nodig, want als we hier niet de grote stappen durven te zetten, dreigt 2020 een verloren jaar te worden. Ik vertel u, hier zijn grote meningsverschillen over, maar er zijn ook onderwerpen waarvan ik zou zeggen dat we het daar deze week al over eens moeten kunnen worden.

Ik sprak over de jeugdzorg. Mijn collega Lisa Westerveld is een vechtjas voor de jeugdzorg. Zij heeft met al die kinderen en die ouders voortdurend contact die in de problemen zitten, die maanden op een wachtlijst staan. Met die ouders die naast hun kind waken als ze naar bed gaan omdat ze bang zijn dat die kinderen anders de volgende ochtend niet halen. Wij moeten hier in staat zijn om te zeggen: we gaan niet de hele decentralisatie van de jeugdzorg terugdraaien, maar we gaan wel zien dat er een gat valt. Er is iets nodig bovenop wat er nu bij de gemeentes gebeurt. We moeten ervoor zorgen dat er expertisecentra komen waar deze kinderen direct terecht kunnen zodat we ze helpen.

Hiermee zijn niet alle problemen in de jeugdzorg opgelost, maar als we er als land niet eens in slagen om voor deze groep meest kwetsbare kinderen te doen wat nodig is, dan kunnen we met z'n allen wel naar huis.

Hetzelfde geldt voor de zedenmisdrijven. Mijn collega Kathalijne Buitenweg is hier al heel lang mee bezig. Als er volgens mij één reden is waarom ze in de politiek zit, dat is het wel vanwege de rechten van vrouwen. En als je dan hoort dat slachtoffers van zo'n zedenmisdrijf maanden tot een jaar moeten wachten totdat ze gehoord worden of dat de vermoedelijke daders worden gehoord, dan is dat niet acceptabel. Dat is niet alleen een probleem voor de slachtoffers en voor de hele verwerking van het trauma, maar ook voor ons rechtvaardigheidsgevoel als samenleving. Ik vind het prima dat ik een jaar moet wachten totdat ik iets hoor over mijn gestolen fiets, maar niet over zo'n zaak waar de integriteit van het lichaam wordt geschonden.

En dan het lerarentekort. De heer Dijkhoff had even een interruptiedebat met de heer Asscher. Wat is nou nodig, kunnen we die salarissen wel verhogen, zijn er niet andere middelen? De OECD heeft onlangs nog laten zien dat er wel degelijk een relatie is tussen de hoogte van salarissen in het onderwijs in vergelijking met de marktsector. Eigenlijk op alle niveaus doen we het Europese gemiddelde, behalve in het basisonderwijs. Daar is het verschil 30% met wat mensen op een andere plek kunnen verdienen. Dat verschil is te groot. We zeggen niet: maak dat nul. Het enige wat we zeggen is: breng dat ongeveer naar 15%. Het erge is, we weten allemaal dat het nodig is — het gaat ook gebeuren — om het verschil tussen het voortgezet onderwijs en het basisonderwijs in die salarissen op te lossen. Mijn vraag is: waarom doen we het niet? Wie in de coalitie heeft gezegd tijdens de onderhandelingen in augustus: dit is echt een superslecht idee, dit gaan we niet doen? We weten dat we dit moeten doen, vroeg of laat. We hebben de tijd niet meer om te wachten. Klassen met 60 kinderen. Straks hebben we een griepgolf in oktober en dan buitelen we hier weer over elkaar heen wie de eerste is om een debat aan te vragen over de toestand in het onderwijs, maar we stonden erbij en we keken ernaar. We kunnen het oplossen, bij deze begroting. Ik vind dat we dat moeten doen.

Voorzitter, ik kom tot een afronding, met een aantal gerichte vragen aan de minister-president. Graag zou ik zijn reflectie horen op scorebordpolitiek en zijn eigen rol daarin. Is de minister-president het met mij eens dat wij breder moeten kijken naar dit investeringsfonds? Dat het niet alleen maar gaat over het verdienvermogen, maar juist ook over de kansen voor maatschappelijk rendement? Is de minister-president bereid om toe te zeggen dat er geen geitenpaadjes worden gezocht in de hele stikstofproblematiek? Dat er geen natuurgebieden gesloten gaan worden en dat we onze natuur blijven beschermen? Is hij bereid om extra stappen te zetten om het lerarentekort op te lossen en in ieder geval de vraag te beantwoorden: wie vond het een slecht idee om de salarissen in het po en het vo op hetzelfde niveau te brengen? Is er ruimte voor gespecialiseerde jeugdzorgklinieken?

Tot slot: valt er te prakten over extra middelen voor de zedenpolitie?

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik stelde de vraag: wat zou er vorig jaar anders zijn geweest met de houding van nu? Ik wil collega Klaver danken voor die houding, namelijk een uitgestoken hand voor een constructief debat op hoofdlijnen. Maar ook kritische vragen en zelfreflectie, en een vraag om zelfreflectie bij het kabinet, bij de coalitie. Maar ik zou dat ook andersom willen doen. Laten we afspreken dat dit niet een debat is om te winnen, want dat doen we niet meer. Ik heb oprecht een vraag als het gaat om drugs. Dat doe ik op een dag als vandaag, waarop een gruwelijke moord heeft plaatsgevonden en de rechtsstaat en het rechtsgevoel zo zijn aangetast. Dan kijk ik naar Amsterdam. Dan kijk ik naar wat de korpschef zegt. Dan kijk ik naar wat de heer Akerboom zegt. Hij zegt: "Als je vergoelijkend praat over drugs, over cocaïne, over snuiven, dan ben je medeverantwoordelijk. Dan houd je mede iets in stand wat nu de samenleving kapot dreigt te maken, wat de gezondheid kapot dreigt te maken, wat de rechtsstaat kapot dreigt te maken." Dan kan ik oprecht niet begrijpen dat er een verschil wordt gemaakt. Aan de ene kant is GroenLinks heel erg voor preventie en gezondheid, en tegen roken. Maar als het gaat om drugs, wordt er zo'n andere toon aangeslagen. GroenLinks maakt zich wel zorgen over de biologische afbreekbaarheid van de capsules van lachgas, maar lachgas zelf mag niet verboden worden. Dus oprecht: leg het maar eens uit. Dat waren de woorden van collega Klaver. Leg het maar eens uit.

De heer Klaver (GroenLinks):

Allereerst, en laten we dat niet verliezen, hebben we volgens mij allemaal twee zielen, en houden we hier van de inhoud en van politiek in het debat. Laat het debat levendig en spitsvondig zijn. Laten we proberen dat zo goed mogelijk met elkaar te voeren. Twee. Het is een terechte vraag over drugs. Kijk, ik ben echt de totale loser binnen onze partij. Ik word echt uitgelachen. ik heb echt helemaal geen ervaring met drugs. Echt nul. Je ziet ze daar al schamper kijken.

(Hilariteit)

De voorzitter:

Vertel, meneer Klaver!

De heer Klaver (GroenLinks):

Het is zo. Ik kan er niks anders van maken, jongens. Ik heb er geen ervaring mee. En ik ben het wel met u eens. Op het volgende punt namelijk, en dan heb ik ook een wedervraag. Volgens mij moeten we heel erg oppassen. Als je denkt: "ik snuif een lijntje coke in het weekend en daar doe ik niemand kwaad mee, want ik vind het voor mezelf zo leuk", dan houd je daar wel een industrie mee in stand. Dat zal ik nooit, van ze lang zal ze leven, vergoelijken. Maar hetzelfde zou ik de andere kant op kunnen zeggen, bijvoorbeeld als het gaat over softdrugs. Ook daarbij hebben we een debat over de vraag hoe we soms sommige zaken totaal in de illegaliteit drukken. Ik vraag u om daarop te reflecteren. Is dat nu wel goed, wat we daar doen? Misschien kunt u van ons vragen dat we op sommige zaken er steviger in moeten vliegen en dat we duidelijke grenzen moeten stellen, ook wat betreft het effect van wat individuen doen. Maar dan hoop ik dat u dat ook ziet als het gaat om softdrugs, bijvoorbeeld.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik heb ook geen ervaring met drugs en dat maakt me binnen mijn fractie een held. Verder moeten we denk ik straks even een drugstest uitvoeren in dat vak daar, om te bepalen of iedereen een beetje helemaal clean is en zo.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik zie nu ook bij D66 ineens mensen die heel erg schrikken.

De heer Segers (ChristenUnie):

Oké. Ik zou zeggen: alles vanaf de VVD-fractie, dat nemen we helemaal mee, maar dat terzijde. En toch: ja, ook ik moet inderdaad die vraag stellen. Is de aanpak die we nu hebben, de meest effectieve? Maar ik doe nog een stap terug, want daarover kunnen we het hebben. Ooit hebben we het over meloenen gehad. Vorig jaar — de minister-president vindt het leuk als we hem daaraan herinneren — ging het over de dividendbelasting. Dat was voor ons een heel lastige.

De heer Klaver (GroenLinks):

De minister-president vond het een topdebat, vertelde hij mij laatst.

De heer Segers (ChristenUnie):

Prima, maar dat parkeer ik. Sorry, ik moet niet te veel zijweggetjes inslaan, want anders verdwalen we. Als het gaat over legale wietteelt: over graten in de keel gesproken. Dat is voor mij een zeer ingewikkelde.

De voorzitter:

Mag ik u even onderbreken? Ik zie jongeren op de publieke tribune. Over drugs gesproken: het was een grapje. Niet dat u met een verkeerde boodschap naar huis gaat. Gaat u verder, meneer Segers.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik vind het een prachtig moment, nu de voorzitter de jongeren toespreekt: gebruik geen drugs. Kunt u dat in ieder debat herhalen, ook een beetje de kant op van de linkse partijen? Ik moet mijzelf die vraag ook stellen. Is de huidige aanpak een effectieve aanpak? Wij zijn wel enorm over onze schaduw heen gesprongen ...

De heer Klaver (GroenLinks):

Zeker.

De heer Segers (ChristenUnie):

... doordat er iets in het regeerakkoord staat over wietproeven waar ik ontzettend buikpijn van krijg. Vanwege die normaliserende werking, vanwege het signaal dat wij afgeven. "Het is normaal, het is oké om een lijntje te snuiven, om zelfs softdrugs te nemen." Als je kijkt naar het THC-gehalte en de schadelijke werking ervan: het is rotzooi! Dan snap ik gewoon niet dat wij bij een Preventieakkoord schouder aan schouder staan en allerlei schadelijke middelen en allerlei schadelijke patronen willen doorbreken, terwijl er hier een sfeer omheen hangt — je ziet het nu ook weer, we lachen allemaal en vinden het grappig — als was het iets heroïschs, uit de jaren zestig. Ik snap dat gewoon niet.

De heer Klaver (GroenLinks):

U lacht gelukkig ook. Ik wil er niets heroïschs omheen hangen, maar volgens mij speelt hierin mee in hoeverre ... Kijk, ik vind dat mensen zelf bepalen waar de grens ligt, laat ik het zo zeggen. Als mensen drugs willen gebruiken en ze vinden dat prettig en ze doen dat gewoon, dan is dat prima. Maar u wijst op de keerzijde daarvan, en dat is het dilemma, ook voor ons. Je houdt hiermee een industrie in stand en bijvoorbeeld bij de cocaïnehandel of de xtc-handel gaat er iets verkeerd, en dat heeft een enorme impact op de samenleving. Het werkt ontwrichtend en er is een industrie omheen ontstaan, waarin de onderwereld en de bovenwereld met elkaar verweven raken.

De heer Segers (ChristenUnie):

Dit is eigenlijk de samenvatting van mijn probleem. "Als je drugs gebruikt, is dat prima, maar we vinden degenen die ze maken heel vervelend".

De heer Klaver (GroenLinks):

Ja.

De heer Segers (ChristenUnie):

Maar dat heeft alles met elkaar te maken!

De heer Klaver (GroenLinks):

Dus kunt u tegen mij zeggen: van sommige zaken ... Moeten we dan helemaal van de drugs af? Nou, sommige zaken moeten we misschien harder aanpakken en zeggen: dit kan absoluut niet. Maar andere zaken moeten we misschien toestaan. Dat zijn volgens mij de twee kanten waarover we het gesprek zullen moeten voeren. Dat lijkt mij ook een mooi onderwerp voor zo'n debat.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik zou daar graag een groter debat over willen voeren, maar de voorzitter kan niet tegen jongeren zeggen: "jongens, gebruik geen drugs", en vervolgens is het signaal dat drugs gebruiken prima is. We kunnen dat niet zeggen. De korpschef zegt: zodra je je inlaat met drugs, in welke vorm dan ook, ben je medeverantwoordelijk voor de gruwelijke industrie eromheen, tot Zuid-Amerika aan toe. Nogmaals, ook ik moet nadenken wat effectief is. Maar ik vraag nog één keer om zelfreflectie. Maak je niet alleen druk om de biologische afbreekbaarheid van de capsules, maar ook om het lachgas zelf.

De voorzitter:

De heer Dijkhoff heeft een vraag.

De heer Dijkhoff (VVD):

Ik heb even overlegd: wij gaan geen bekentenissen doen als fractie. Ik bleef vrij lang hangen op uw vraag thuis wie de liefste is en wie de stomste. Ik kan misschien namens de fractie wel zeggen dat wij die vraag anders zouden beantwoorden dan uw kinderen. En ik heb besloten die vraag zelf thuis niet te gaan stellen. Maar u had het over venture capital. Ook daarvan heb ik geappt: zei die dat nou echt? Ja, hij zei het echt: durfcapitaal. Ik vind dat een goed plan. Volgens mij is zo'n fonds niet per se voor dingen die gegarandeerd nu al winst geven. Ik vroeg zelf al: waar verdienen we dan over enkele decennia ons brood mee? Maar daarvoor zat een hele grote afkeer van winstgevendheid, terwijl het toch ergens in de mix wel prettig is als het geld niet gaat naar dingen die tot niks leiden, maar dat we een paar van die Willie Wortels stimuleren om dingen uit te vinden waar we wel een boterham aan kunnen verdienen. Ik kan dat niet helemaal balanceren. Uiteindelijk is durfkapitaal er wel op gericht om niet alles in je hele portfolio op rood te hebben staan en kwijt te zijn, maar om ook een aantal dingen te laten gebeuren waar geld uit voortkomt.

De heer Klaver (GroenLinks):

Volgens mij bedoelt u dat ik zei dat het niet alleen maar over het verdienvermogen en de groei van de economie moet gaan. Gaat uw vraag daarover?

De heer Dijkhoff (VVD):

Het klonk als een afkeer van winst en verdienvermogen, terwijl ik denk dat het middel er wel toe moet leiden dat je je verdienvermogen versterkt.

De heer Klaver (GroenLinks):

Geld verdienen en winst maken, is ontzettend tof. Dat is volgens mij hoe jullie dat zeggen, toch?

De heer Dijkhoff (VVD):

Wilt u dat nog een keer zeggen?

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat is toch VVD-achtig? Het is ontzettend tof. Het is ontzettend mooi als het kan.

De heer Dijkhoff (VVD):

Meestal zeggen we gaaf.

De heer Klaver (GroenLinks):

O, gaaf. Is tof een beetje te ouderwets? Geld verdienen is gaaf. Het is harstikke mooi. Ik zeg je alleen dat je daar niet moet beginnen. Het moet de uitkomst zijn. Als je investeert in innovatie, kan je er zomaar godsgruwelijk veel geld mee verdienen. Als Steve Jobs was begonnen met het idee dat hij heel veel geld wilde verdienen, had hij nooit de iPod en daarna de iPhone en al die andere zaken uitgevonden. Het gaat erom wat je wilt veranderen. Hoe wil je disruptive zijn? Hoe kan je de toekomst van je economie vormgeven? Daar begint het. Ik vind het prima als daar zaken uitkomen die ontzettend winstgevend zijn. Nog mooier is het als de overheid ervan profiteert en daarmee alle burgers in Nederland.

Maar ik voegde er nog iets anders aan toe. Ik mag hopen dat we er ook heel blij mee zijn als er zaken uitkomen die misschien niet winstgevend zijn in die zin dat we er geld mee verdienen, maar er wel voor zorgen dat ons klimaat verbetert of onze gezondheid verbetert, dus zaken die we niet kunnen monetariseren. Ik hoop dat zo'n fonds daar ook op gericht kan zijn. Ik heb wel een grote angst bij dat fonds. Als we moeten inzetten op winstgevendheid, komt er wel geld voor medisch onderzoek, maar dan alleen voor die zaken die economisch aantrekkelijk zijn. Dat zou ik juist niet willen.

De heer Dijkhoff (VVD):

De uitwerking van dat laatste wordt nog een heel discussiepunt tussen de heer Klaver en mij. Structurele uitgaven voor dingen die onze gezondheid sterker maken, kun je niet uit een fonds doen, maar die moet je uit de begroting doen. Anders is het geld op een gegeven moment op.

De heer Klaver (GroenLinks):

Daar ben ik het mee eens.

De heer Dijkhoff (VVD):

Het voorbeeld van Steve Jobs was wel goed. In de iPhone zitten minimaal drie technologieën die van de overheid afkomstig zijn, ook via durfkapitaal. Het was de vraag of een touchscreen ooit ging werken en of gps via satellieten ooit ging werken. Het was ook de vraag of internet ooit ging werken. Dat was overigens een militaire uitvinding. Je wist dat niet zeker. Daarna heeft dat bedrijf er een mooie iPhone van gemaakt. Als het gaat om de fase daarvoor kunnen we het eens zijn. Ik denk dat ik er een wandtegeltje van ga maken. De heer Klaver wil niet dat het doel is om geld te verdienen, maar als het effect is dat er godsgruwelijk veel geld mee verdiend wordt, dan is het oké.

De heer Klaver (GroenLinks):

U heeft dan wel een grote designtegel nodig om alles erop te zetten. Het is echter wel een vrij fundamenteel onderscheid. Als we als overheid ervan uitgaan dat er geld mee verdiend moet worden, dan gaan we inzetten op technologieën die we al kennen. U verwees volgens mij naar voorbeelden die ook in De Ondernemende Staat van Mazzucato worden genoemd. Dat is precies waar het om gaat. Durven wij als overheid weer echt fundamenteel onderzoek te doen naar dingen waarvan we denken: als dat echt zou gaan werken, zou dat fantastisch zijn? Het is een risico dat het het niet doet, maar als het het doet, dan verandert het de wereld.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Klaver. Dan geef ik nu het woord aan de heer Pieter Heerma namens het CDA.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Wie naar Nederland kijkt, ziet een geweldig land. De economie draait op volle toeren. De werkloosheid is historisch laag. We zijn het meest zuidelijke Scandinavische land van Europa: een open, egalitaire, vrije samenleving. Het heeft ons veel gebracht: welvaart, emancipatie, iedereen kans op vrij onderwijs, een kans om zich te ontplooien en om te mogen zeggen wat hij denkt. Niets meer aan doen zou je zeggen.

Echter, schijn bedriegt en dat is de paradox van deze tijd. Achter die mooie cijfers schuilt groeiend ongemak, veel mensen die zich zorgen maken over tweedeling, polarisatie, korte lontjes, verlies aan gemeenschapszin en vooral over de toekomst van hun kinderen. Nederland anno 2019 is als een verjaardagsfeestje: familie en vrienden over de vloer, kaas, worst, wijntje. Een deel van de kamer is vrolijk en geniet. Je hoort grote verhalen over verre reizen, dakkapellen, het nieuwe espressoapparaat of die flitsende carrièrestap.

Maar aan de andere kant van de kamer is het iets stiller. Ze zijn er wel, maar delen minder in de feestvreugde. Ze hebben iets te veel zorgen om argeloos te kunnen genieten. De kinderen gaan niet helemaal lekker op school. Hoe moet die studie straks betaald worden? Is er wel een baan voor ze te vinden, en een betaalbaar huis? Maar ze zijn ook stiller omdat ze er niet helemaal voor uit durven te komen. En de vrolijke kant van het feestje heeft ook eigenlijk niet zo veel zin om ernaar te vragen. Er is weinig contact met elkaar. Het lijken gescheiden werelden geworden.

Ondanks alle voorspoed lijken we met elkaar het gevoel te verliezen dat we een gemeenschap vormen. Lang gold in ons land het vertrouwen dat elke nieuwe generatie het vanzelf beter zou krijgen dan de vorige. Wie voor een dubbeltje geboren werd, kon kinderen krijgen die een kwartje zouden worden. Maar de rapporten van het SCP laten al een aantal jaren zien dat dit vertrouwen, dit gevoel voor de middenklasse aan het afnemen is. Aanzwellende onzekerheid: wie is er voor mij als het misgaat? Voor mijn kinderen? Van waar zal mijn hulp komen? Van de markt? Van de bureaucratische overheid? Nee. En dus ontstaat er angst om te vallen. De fear of falling.

Maar hoe zijn we hier gekomen? Ik kan bij dat antwoord niet om de filosoof John Rawls heen. Rawls is de meest invloedrijke politiek denker van de twintigste eeuw. Hij heeft een enorme invloed, tot op de dag van vandaag, met zijn boek A Theory of Justice en zijn concept van de sluier van onwetendheid. Zijn denken komt er in de kern op neer dat ongelijkheid veroorzaakt door andere mensen of door ongelukkige omstandigheden altijd weer rechtvaardig wordt gemaakt door de overheid. De mens is daardoor totaal vrij om individueel zijn geluk na te jagen, zonder enige wroeging of terughoudendheid.

Wie wil dat nou niet, zou je zeggen. Aanhangers van John Rawls zijn dan ook te vinden onder politieke partijen van links tot rechts, in eigenlijk alle westerse democratieën. Maar ook hier geldt: schijn bedriegt.

De heer Baudet (FvD):

Bij ons zijn echt geen aanhangers van John Rawls te vinden!

De heer Pieter Heerma (CDA):

Op De Tocqueville kom ik zo direct.

(Hilariteit)

De voorzitter:

Dan gaan we tussendoor naar de heer Jetten.

De heer Jetten (D66):

Ik wilde de heer Heerma eigenlijk eerst zijn mooie inleiding laten afmaken.

De heer Pieter Heerma (CDA):

En zover was ik nog niet.

De heer Jetten (D66):

Maar nu de heer Baudet die toch heeft onderbroken, heb ik een vraag. Ik deel voor een groot deel de schets van de heer Heerma dat in dit land sprake is van een enorme kansenongelijkheid en dat niet iedereen de afgelopen decennia heeft geprofiteerd van globalisering en van een steeds kleinere wereld. Maar het begint volgens mij bij gelijke kansen, en die gelijke kansen beginnen in het onderwijs. Vanochtend zagen we al een paar interessante interruptiedebatten daarover, onder andere tussen de heer Dijkhoff en de heer Asscher. In ieder geval bij die twee partijen hoorde ik de erkenning dat als we gelijke kansen in het onderwijs willen garanderen, we het lerarentekort moeten aanpakken. Is de heer Heerma dat eens met mij, met de heer Dijkhoff en met de heer Asscher? Zouden we dan vandaag gezamenlijk de oproep aan het kabinet moeten doen om een topprioriteit te maken van het aanpakken van het lerarentekort?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik vind het toch jammer dat de heer Jetten mij mijn inleiding niet even heeft laten afmaken. Ik kom zo nog op het onderwijs. Volgens mij ligt er een opdracht voor ons allemaal, heeft het kabinet er al veel geld voor uitgetrokken en hebben onder andere uw partij, maar ook de mijne, er ook moties over ingediend, ook het afgelopen jaar nog.

De voorzitter:

Maar daar komt u dus nog op terug.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Maar ik heb de heer Rawls aangevallen, dus ik vermoedde al een beetje dat de heer Asscher op zou staan.

De heer Asscher (PvdA):

Volgens mij is de les niet "dan moet de Staat alles oplossen". Ik zie het anders. Die sluier van onwetendheid betekent dat wij allemaal niet weten wie we zijn in de samenleving. Je kunt Pieter Heerma zijn, succesvol CDA-politicus of een kind dat opgroeit in Amsterdam Nieuw-West. Dat roept de vraag op: als je die sluier van onwetendheid hebt, hoe zou je dan willen dat de samenleving wordt ingericht? In een tijd waarbij het heel erg "ikke, ikke" is, vind ik het behulpzaam om je op die manier in een ander te verplaatsen. Ik denk dat de keuze dan heel snel is gemaakt dat je juist investeert in het onderwijs in de wijken waar het heel moeilijk is, omdat je weet dat dat uiteindelijk eerlijker is voor de samenleving als geheel. Welke namen je er ook op plakt, of welke partijen welke filosoof aanhangen, ik denk dat de verplichting om politiek niet alleen voor jezelf, voor één groep of één doelgroep te doen maar voor de samenleving als geheel, u wel degelijk aanspreekt. Dat betekent dat je ook bij de begroting voor volgend jaar — zo concreet mag het debat zo langzamerhand toch wel worden — meer geld moet uittrekken voor het bestrijden van het lerarentekort.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik ga zo toch eerst mijn inleiding afmaken. Ik snap dat de heer Asscher reageert op John Rawls, want volgens mij is hij gepromoveerd of afgestudeerd op Rawls. Het gaat mij niet om de intenties die Rawls had, want die waren een zoektocht naar rechtvaardigheid. Dat is altijd een nobel doel. In zijn uitwerking en qua dominantie heeft het wel degelijk hele negatieve effecten gehad. Als u mij toestaat mijn inleiding hierover af te ronden, ga ik zo direct, als u terugkomt, de vraag over het onderwijs echt beantwoorden. Is dat oké?

De heer Asscher (PvdA):

Ik ben geneigd om te zeggen: speak for yourself. Er worden hier allerlei dingen gezegd over wat Rawls allemaal heeft gedaan. Er zit hier een kabinet, dat verantwoordelijk is. We zien een probleem in de samenleving. Dat slaat harder neer bij kinderen die het al moeilijk hebben. Daar zou ik naartoe willen. Ongetwijfeld gaat uw inleiding daar nu naartoe. Daar verheug ik me op.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Mooi, dank u wel.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Zoals ik zei, bedriegt schijn ook bij Rawls en bij het idee dat iedereen dat zou willen. Want Rawls' visie op een rechtvaardige samenleving leidt tot een soort staatsliberalisme. Het probleem is dat de theorie in de praktijk gewoon niet werkt. De deugd rechtvaardigheid is niet zomaar uit de mens te halen en in een systeem te stoppen. Ieder voor zich en de staat voor ons allen; op die gedachte kun je geen samenleving of gemeenschap bouwen. Het rechtvaardigt "ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken". Scheidslijnen tussen winnaars en verliezers worden per definitie scherper als niet alles wat expliciet bij wet verboden is, derhalve is toegestaan. Ik vond op dit punt het betoog van de heer Dijkhoff erg mooi.

Altijd het onderste uit de kan halen, werkt niet, of het nou gaat om zzp-constructies, Polenconstructies, belastingmoraal of Panama Papers. Wat is vervolgens het antwoord van een overheid in een samenleving die zo werkt? Steeds langere formulieren en voorschriften en compliance-denken. Zolang het maar op papier klopt en alle vinkjes zijn gezet. Maar burgers raken moedeloos. Ik geef een voorbeeld. Het UWV heeft jarenlang duizenden boetes uitgedeeld voor formulieren die te laat waren of verkeerd waren ingevuld, maar de fraudeconstructies met Polen werden niet aangepakt.

Markt en overheid horen de samenleving ten dienste te staan, maar nu krijgt het individu vaak het slechtste van twee werelden, namelijk kilte van de markt en bureaucratie van de overheid. Individualisering en neoliberaal denken hebben bijgedragen aan een erosie van maatschappelijke samenhang en gemeenschapszin. Als we onszelf de vraag stellen in wat voor land we eigenlijk willen wonen, is het misschien tijd — ik kijk nu naar de heer Baudet — om te erkennen dat de grootste denker van de negentiende eeuw misschien een betere samenlevingsvisie had dan de meest invloedrijke van de twintigste. In het boek Over de democratie in Amerika beschrijft Alexis de Tocqueville namelijk al het gevaar van een te geïndividualiseerde samenleving. Hij voorziet en voorspelt het verliezen van grip op het eigen bestaan. Een samenleving van ieder voor zich, biedt geen bescherming. Tel daar globalisering, technologisering en wereldwijde migratie bij op en de verweesde samenleving is een feit.

De lokroep naar taking back control klinkt voor velen verleidelijk. Maar hoe herstellen we vervolgens de balans? Aan de hand van de begroting wil ik daarop in het vervolg van mijn bijdrage ingaan. Daarbij wil ik beginnen bij de overheidsuitvoering en de vraag hoe we de overheid en de markt meer ten dienste kunnen laten staan van de samenleving en de gemeenschapszin, waar we met z'n allen zo naar hunkeren. Want het gevoel niet in control te zijn, komt vaak door een moeizame relatie met de overheid. De Ombudsman stelde onlangs dat ook zelfredzame burgers verdwalen in regels en bureaucratie. Diensten zijn vaak onbereikbaar, anoniem en weinig behulpzaam en protocollen en procedures staan goede dienstverlening in de weg, concludeerde de Ombudsman. Veelal tot frustratie van de baliemedewerkers, die verantwoordelijk zijn voor dat directe contact met de burger. De hersteloperatie en de schadeafhandeling in Groningen, de Belastingdienst, het CBR, de IND, het UWV en de NVWA. Wel bureaucratie en compliance-eisen, maar disfunctionerende dienstverlening vormen een mix die niet vol te houden is.

Ik kreeg het afgelopen jaar een mailtje doorgestuurd en de kop daarvan was: "Dit kunnen jullie wel!". In dat bericht stond: "Peuter krijgt boete voor wildplassen". De uitsmijter was: dit land is gek geworden. Kennedy zei al — deze is speciaal voor Jesse Klaver — dat publiek vertrouwen de basis is van goed overheidsfunctioneren. Maar paradoxaal geldt inmiddels dat slecht overheidsfunctioneren een basis is voor publiek wantrouwen. De Miljoenennota en de Troonrede staan expliciet, wat mij betref terecht, stil bij dit grote vraagstuk, het grote vraagstuk van een menselijk gezicht van de overheid. Ik vind dat goed en het is ook hard nodig als je de opeenstapeling van incidenten ziet. Als je al die incidenten optelt, moet je misschien de conclusie trekken dat er structureel iets mis is.

De voorzitter:

U zou nog ingaan op de vraag van de heer Asscher.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ja, ik kom daar zo op. Hij moet geduld hebben.

De voorzitter:

Hij staat te wachten, zie ik.

De heer Asscher (PvdA):

Het was een inleiding.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Mijn inleiding duurt tot vlak voor het einde van mijn tekst.

(Hilariteit)

De voorzitter:

U moest er zelf om lachen, zie ik.

De heer Pieter Heerma (CDA):

De spanning loopt op. Ik wil graag van de premier horen wat het kabinet nou precies wil gaan doen. Want er zijn in de Troonrede en de Miljoenennota wel maatregelen aangekondigd waar het kabinet op terug gaat komen, maar wat het precies is weet ik niet. Wie gaat de leiding nemen over dit zelfonderzoek? Gaat de premier dat zelf doen of gaat een bewindspersoon dit doen? Dit is groot genoeg voor een helikopterblik en een overkoepelende regie. Ik zou het kabinet een suggestie mee willen geven, namelijk om ook iets te doen aan de managementcultuur die bij de rijksoverheid is ontstaan. Ooit is het met recht ingesteld, maar ik denk dat de omloopsnelheid bij de ABD te hoog is en dat managers te snel van plek naar plek gaan om elders hun kunstje weer te gaan doen. De vraag die daarbij rijst is of bijvoorbeeld de Deltawerken vandaag de dag nog gebouwd zouden kunnen worden of dat de vakinhoudelijke kennis daarvoor bij Rijkswaterstaat zou ontbreken. Ik zou ervoor pleiten om de omloopsnelheid bij de ambtenarentop te verlagen, zodat vakinhoudelijke kennis kan groeien en een stevige plek krijgt in de top van ministeries.

Ik doe nog één onderwerp en dan kom ik op de vraag van de heer Asscher. Ten slotte vind ik ook ...

De heer Asscher (PvdA):

Voorzitter, mag ik even?

De voorzitter:

Een punt van orde?

De heer Asscher (PvdA):

Nou, een suggestie: u zou ook een pauze kunnen inlassen in de inleiding. Dat is voor het debat wel goed. Ik vond het hartstikke goed wat u zei, maar ik kan het niet meer goed horen als ik steeds denk: wanneer komt het antwoord? Dus als u even dat onderwijspunt doet, gaan we daarna weer naar de inleiding.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Stelt u de vraag nog een keer, dan ga ik daarna door met mijn inleiding.

De heer Asscher (PvdA):

Heel fijn dat iemand gewoon staat te genieten; dat is terecht.

(Hilariteit)

De heer Asscher (PvdA):

Mijn vraag was deze. Of je nou De Tocqueville of Rawls gebruikt, uiteindelijk zijn wij met elkaar verantwoordelijk voor de keuzes voor volgend jaar. U begon uw inleiding met de opmerking dat er geweldig veel goed gaat in Nederland. Maar er gaan ook veel dingen echt mis. Een van die dingen kun je zien in de klaslokalen. Voor mij is een van de vragen in dit debat of we erin slagen om daarin een ander besluit te nemen, om extra geld uit te trekken om wat te doen aan dat lerarentekort. Die leraren hebben het gevoel dat er in haardvuursessies tientallen miljarden beloofd worden aan iedereen, behalve aan de kinderen die het nu nodig hebben.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik vind het toch jammer dat ik mijn inleiding niet af kan maken. Maar goed, een antwoord op de vraag van de heer Asscher.

De heer Asscher (PvdA):

Het is vooral voor mij jammer, ik weet het.

(Hilariteit)

De heer Pieter Heerma (CDA):

Als u zo direct maar weer goed gaat luisteren. Dit kabinet heeft al heel veel geld uitgetrokken om iets te doen aan het lerarentekort, om de druk bij leraren weg te nemen zodat ze hun werk goed kunnen doen. Dat gaat om vele honderden miljoen. Dat is goed. Dat verkleint ook de kloof waar de heer Asscher het over had. Ik zie dat er daarnaast nog veel problemen zijn, maar ik zie ook dat er binnen de onderwijs-cao, in de onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers nog wel ruimte zit voor verbetering. Ik denk daarbij aan de discussie over de prestatiebox, bijvoorbeeld. Maar ook aan de hoeveelheid wettelijke regelingen. Als je die meeneemt in de discussie, ontstaat er best ruimte voor bijvoorbeeld het specifieke probleem waarover ik de heer Asscher een vraag hoorde stellen aan de heer Dijkhoff: het speciaal voortgezet onderwijs en de onrechtvaardigheid die daar lijkt te bestaan. De mensen die de zwaarste groep in het voortgezet onderwijs les moeten geven, krijgen daar verhoudingsgewijs minder loon voor.

De heer Asscher (PvdA):

In Amsterdam Nieuw-West is een basisschool met nog één bevoegde leraar. Het antwoord dat we misschien wat kunnen doen aan de bureaucratie of de cao, geeft maar één kant van het verjaardagsfeest weer: laat ze maar wat minder bureaucratisch worden. Je moet overal naar durven kijken, vind ik. Maar wat op z'n minst nodig is, is nu de uitspraak dat er meer geld nodig is om dit probleem te bestrijden. Die uitspraak kunnen we hier doen. Dan gaan we vervolgens in een open debat in discussie over de vraag hoeveel geld dat dan is en op welke manier we het doen. Maar daar hebben ze wel recht op. En ja, ik ben heel blij met wat u zegt over die specifieke groep, het voortgezet speciaal onderwijs. Het is helemaal niet uit te leggen dat ze minder betaald worden dan hun collega's in het gewone voortgezet onderwijs. Als ik uw betoog goed beluister, gaat dat over de kwaliteit van de samenleving en de kwaliteit van de gemeenschap, over omzien naar elkaar. Dat gebeurt op die basisscholen. Daar komen we elkaar tegen. We laten de kinderen met de slechtste achtergrond het meest lijden onder het lerarentekort.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Het kabinet heeft voor komend jaar geloof ik al 650 miljoen — dat wordt nog 100 miljoen meer, structureel — uitgetrokken om de problemen van de werkdruk en het salaris op te lossen. Maar ik deed echt een poging — u heeft het altijd over een uitgestoken hand — om goed te luisteren naar wat u suggereert. Maar ik neem mee wat ik zelf vind. Ik vind namelijk, en dat heeft niks te maken met de andere kant van het feestje, dat ook in zoiets als de prestatiebox en de bovenwettelijke regeling potentieel ruimte zit om dingen beter te maken en daarbij ook recht te doen aan het specifieke punt dat u opbrengt. Het was dus de bedoeling om u tegemoet te komen.

Het is wellicht nog niet genoeg, zie ik aan de non-verbale communicatie van de heer Asscher, maar het debat is nog lang.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ik ben wel aangenaam verrast deze Algemene Beschouwingen ...

De heer Pieter Heerma (CDA):

Volgens mij is het hele debat al een beetje. Het is best een verrassende dag.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ja, het hele debat. In mijn woorden was het toch een beetje Klaas Dijkhoff die begon met de rauwe randjes van het kapitalisme af te vijlen. En dan nu uw inbreng, waarin u het heeft over bijvoorbeeld de kilte van de markt. Ik heb u zondag bij Buitenhof gezien, waar het ging over wonen. U zei: onze huisvesting moeten we niet langer als woningmarkt zien; dat is sociale huisvesting. Dat is mij uit het hart gegrepen. Het zijn mooie woorden. Ik vind algemene beschouwingen mooi, maar ze moeten ook weer niet te algemeen blijven, dus ik zou het ook graag willen hebben over wat we dan gaan doen. Als het gaat over de kilte van de markt, heeft u wat gezegd over wonen. Maar uw minister De Jonge heeft daar al wat vaker dingen over gezegd op het vlak van de zorg. Mijn concrete vraag is: wanneer gaat dit kabinet beginnen met de markt uit de zorg halen, of is het toch nog steeds de VVD die op dit vlak aan het langste eind trekt?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik dacht dat de vraag over de woningmarkt ging. Toen dacht ik: ik zal hetzelfde doen als bij de heer Asscher, want op de woningmarkt kom ik nog apart terug. Op de vraag over de zorg zal ik deels antwoord geven door te zeggen hoe ik ertegen aankijk. Deels zal ik de vraag, die eigenlijk aan het kabinet gesteld wordt, voor mevrouw Marijnissen doorverwijzen. De CDA-fractie vindt, vaak met de SP-fractie samen, dat de marktwerking in de zorg op veel terreinen niet goed functioneert. Kijk naar ziekenhuizen in de regio die gesloten worden zonder dat er alternatieven zijn. De SP heeft diverse moties ingediend die wij gesteund hebben, maar wij hebben ook zelf moties ingediend die zeggen dat de regionale factor in de zorg een grotere rol moet gaan spelen omdat nabijheid ook kwaliteit is. De heer De Jonge heeft volgens mij aangekondigd dat er van marktwerking naar samenwerking gegaan moet worden. Uit mijn hoofd gezegd — ik kijk daarbij naar links — komt er komend jaar nog uitwerking op een aantal van deze dingen. Die wachten we af.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ja, die wacht ik ook vol spanning af, maar wij staan hier vandaag bij de Algemene Beschouwingen en hebben het debat met elkaar. U trapt uw betoog af met de kilte van de markt. Ik zei al dat dit mij uit het hart gegrepen is. Hier hebben wij lang voor gestreden. Graag meer van dit soort teksten in het parlement! Maar ik wil het ook wel hebben over de daden, zoals ik al zei. U refereert er terecht aan dat we regelmatig als SP en CDA samen optrekken om juist die samenwerking te bevorderen boven concurrentie in de zorg. U noemde moties. Heel concreet is er ook een voorstel gedaan in een motie, nota bene van uw collega Keijzer, die is aangenomen hier in de Kamer. Die motie zegt: je zou moeten stoppen met winstuitkeringen, niet alleen in de verpleeghuizen, maar ook in de thuiszorg. Daar is hier gewoon een meerderheid voor, want die motie is aangenomen. Ik zou willen zeggen: dat maal uw woorden; wat let uw kabinet om te stoppen met het uitkeren van winst in de zorg? Dat is toch iets wat echt niet past als je de zorg niet als markt zou willen zien.

De heer Pieter Heerma (CDA):

In mijn beeld heeft de heer De Jonge juist aangegeven dat hij minder marktwerking en meer samenwerking wil. Dat gaat deels over deze debatten. U wacht die uitwerking af. Wij ook. We weten welke moties we allemaal aangenomen hebben. Op het moment dat wij en de SP vinden dat er te veel marktwerking is en niet genoeg samenwerking, dan is dat ook het debat waarin we met elkaar verder moeten kijken of het beter moeten maken.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Het spijt me, maar dit vind ik wel een beetje te makkelijk. We staan hier vandaag. U adresseert een belangrijk probleem. Daar heeft u over nagedacht, en dat begrijp ik ook. U heeft er ook allerlei grote namen bij gehaald. Inspirerend, maar ik denk dat het belangrijk is dat we dan een stap verder zetten. We zitten nog in een situatie waarin ziekenhuizen failliet gaan. We hebben zorgondernemers — ik vind dat nog steeds een ingewikkeld woord — die winst maken. We hebben nog steeds te maken met zorgverzekeraars, die vol met elkaar moeten concurreren in plaats van samenwerken. Dan is er toch nog niet een begin gemaakt met het stoppen van het zien van de zorg als een markt? Daarom nogmaals mijn vraag aan u: wat wilt u concreet gaan doen om die mooie woorden van u — nogmaals een compliment daarvoor — om te zetten in daden?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Dank voor het compliment. Maar ik gaf aan dat wij als CDA-fractie, mijn collega Joba van den Berg, daar al heel veel moties over hebben ingediend. Er is dus al heel veel actie ondernomen, precies op dit punt. Als u nog meer actie wil, is morgen het moment om moties in te dienen. Die gaan wij beoordelen. Maar mevrouw Marijnissen moet niet het beeld oproepen dat wij als CDA-fractie op dit terrein, juist als het gaat over de streekziekenhuizen en het belang daarvan voor de regio, geen moties hebben ingediend en geen actie ondernomen hebben, want dat hebben we wel gedaan.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Tot slot, voorzitter. Kijk, het punt is natuurlijk niet dat we hier geen moties indienen. Sterker nog, ik refereerde aan een motie, een voorstel dat hier is gedaan en dat op een meerderheid kon rekenen, om breed in de zorg geen winstuitkeringen meer toe te staan. Maar het gebeurt nog steeds. Daarom was mijn concrete vraag aan u: welke daden zijn er nu? In de afgelopen periode zijn er helaas ziekenhuizen failliet gegaan. We hebben te maken met een minister die daarover zei: "Het is maar een stapel stenen". We hebben te maken met zorgverzekeraars die gewoon de stekker uit een ziekenhuis kunnen trekken, wat een hele gemeenschap in diepe problemen brengt. Dat is wel de realiteit van de dag. Daarom zeg ik tegen de heer Heerma: ik vind het mooie woorden, maar ik zou het ook prettig vinden als we vaart gaan maken met de uitwerking ervan.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Dat laatste ben ik met mevrouw Marijnissen zeer eens, juist als het gaat over die regiofunctie en het feit dat het dus niet zo kan zijn dat een ziekenhuis wegvalt en dat er dan zorg voor die regio wegvalt. Ook daarover hebben wij als CDA-fractie moties ingediend die nu in uitwerking zijn. Als u zegt dat het niet alleen bij moties en woorden mag blijven en dat het ook effect moet hebben, dan gaan wij daar samen op toezien.

De heer Klaver (GroenLinks):

Volgens mij wordt er gesproken over een van de 4.000 moties die we jaarlijks indienen.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Volgens mij was de GroenLinksfractie afgelopen jaar overigens de fractie met de meeste moties.

De heer Klaver (GroenLinks):

Volgens mij ben ik de eerste om te zeggen dat wij daar volop aan meedoen. Maar het beste nieuws van deze hele Politieke Beschouwingen vind ik misschien nu al dat zelfs de meest rechtse partijen hier in het politieke spectrum, economisch gezien, toch echt inzien dat het hele neoliberale denken van de afgelopen jaren, waar ze zelf enorm aan hebben meegebouwd, geen stand houdt en dat daar iets in moet veranderen.

Het ging al over de rol van de overheid. Voor welke ellende zorgen wij zelf? Ik zou daar wel een kritische beschouwing over verwachten, zeker van de collega van het CDA, bijvoorbeeld als het gaat om de toeslagen. Als je het hebt over scorebordpolitiek, is het afgelopen jaar eerst de toenmalige staatssecretaris Wiebes op de grill gelegd over de zooi bij de Belastingdienst als het ging over de toeslagen en daarna staatssecretaris Snel. Het was immers allemaal een zooitje, ze moesten er wat aan doen en ze moesten het oplossen. Maar als we eerlijk zijn, was het de Kamer die jaren geleden zei dat er niet te veel controles vooraf moesten zijn, want mensen moesten gelijk hun toeslagen krijgen. Toen bleek dat daar veel fouten in zaten, zeiden we als Tweede Kamer: "Hoe hebben jullie dit kunnen doen, kabinet? Nu moeten jullie gaan handhaven!" Toen gingen ze handhaven en bleek dat er toch weer problemen waren. Toen was er de Bulgarenfraude. Toen moesten alle gaten weer gedicht worden ...

De voorzitter:

En de vraag is?

De heer Klaver (GroenLinks):

Welke lessen trekt u zelf uit het hele toeslagendebacle, welke rol heeft de Tweede Kamer daarin gespeeld en ook u zelf?

De heer Pieter Heerma (CDA):

De heer Klaver heeft zojuist in zijn termijn volgens mij heel mooi zelfreflectie laten zien. Hij pakt voorbeelden waar het CDA bij betrokken is geweest, voorstellen die zelfs oorspronkelijk in ons verkiezingsprogramma hebben gestaan, maar hij benoemt ook een proces in de Kamer, hoe er soms met zaken om wordt gegaan. Ik heb daar zelf jarenlange ervaring in bij debatten over bijvoorbeeld kinderopvang. Wat daar onder de noemer van kwaliteit of veiligheid — meestal is het een van die twee woorden — in uitvoering wordt opgehangen aan micromanagement ... Ik vind dat de heer Klaver gelijk heeft dat wij ook als Kamer naar onszelf moeten kijken, naar de rol die wij spelen in dit huis als het gaat om dat compliancedenken, om het micromanagen van uitvoerders en hoe vaak dat via moties en amendementen hier wordt toegevoegd aan wetgeving die de Kamer bereikt.

Kim Putters van het SCP gaf vorige week expliciet aan dat de uitvoeringsvraag een centrale rol moet gaan spelen in onze besluitvorming hier. Ook de Raad van State schreef daar gisteren over naar aanleiding van de Miljoenennota. Ik denk dat dat verstandig is. Ik betrek dat in eerste instantie op mezelf — dat doe ik overigens samen met de heer Segers — maar dit is misschien voor ons allemaal. Ik denk dat het verstandig is als wij die handschoen ook als Kamer oppakken. Ik heb het zojuist aan het kabinet gevraagd, maar volgens mij is een parlementair onderzoek op z'n plaats, niet over één uitvoeringsvraagstuk of over één dienst maar over het gezicht van de overheid überhaupt, over dat compliancedenken en dat formulierdenken. Ik zou een overkoepelend parlementair onderzoek willen, niet naar één dienst maar naar vragen als: hoe kan de uitvoering beter gaan functioneren en hoe kunnen wij dat als Kamer beter gaan doen? Daar preludeert volgens mij de heer Klaver ook op. Ik denk daarbij ook aan de commissie-Elias over de ICT, of de commissie-Grashoff over het breed welvaartsbegrip. Die parlementaire onderzoeken hebben laten zien dat de Kamer in een parlementair onderzoek ook aan zelfreflectie kan doen en dus het micromanagen van de uitvoering naar de toekomst toe kan voorkomen. Als dat is wat de heer Klaver bedoelt, dan is mijn fractie daartoe bereid. Ik wil samen met de heer Segers het voorstel doen om te kijken of we een dergelijke parlementaire onderzoekscommissie kunnen gaan instellen, niet naar één dienst, maar breed naar de vraag hoe de overheid haar menselijke gezicht meer kan tonen en hoe wij ons werk beter kunnen doen, zodat die uitvoerders hún werk beter kunnen doen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik vind dat een heel interessant idee waar mijn fractie echt wel voor openstaat. Maar de vraag was wat specifieker om ook hier tijdens deze Politieke Beschouwingen even te kijken naar de eigen rol. Want nogmaals, ik heb vorig jaar echt regelmatig met stijgende verbazing naar de debatten over de toeslagen gekeken. Het was alsof het geheugen hier in de Kamer over wat we er zelf voor troep van hebben gemaakt wel heel kort was. Ik ben echt de laatste om de staatssecretaris van Financiën te verdedigen, maar ik zou het wel goed vinden om juist in deze hele APB te kijken wat onze eigen rol is. Kunt u erop reflecteren welke zaken daar fout zijn gegaan en wat het CDA daar voor dingen heeft gedaan waarvan je zegt: dat was misschien niet goed?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik denk dat er dingen mis zijn gegaan bij zaken die onmiddellijk moesten gebeuren, zonder controle. Maar dat is in eerdere debatten ook al vastgesteld. In de huidige situatie bij de Belastingdienst speelt volgens mij ook iets anders, en dat is echt niet goed. Ik wil dus ook geen parlementair onderzoek over de individuele problemen die bij het UWV en bij de Belastingdienst spelen, en we gaan het daar niet meer over hebben, want dat moet ook doorgaan. Ik wil het juist een niveau hoger tillen en breed naar dit soort vraagstukken kijken. In zo'n parlementair onderzoek kun je de casuïstiek laten terugkomen, wat er gebeurt in zo'n parlementair proces, en hoe we dat met elkaar anders kunnen doen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Zo'n onderzoek kan ik me voorstellen als het gaat over compliance en kwaliteitseisen, maar ik focus niet voor niets op de toeslagen. Volgens mij is daar de conclusie op z'n plaats dat de hele filosofie die we toen hadden verkeerd was. Dat was het idee van eigen verantwoordelijkheid: laten we als overheid geen diensten financieren, maar individuen, die zelf verantwoordelijk zijn voor het aanvragen van zo'n subsidie. Daarmee hebben we gewoon een fout gemaakt met elkaar, en daar moeten we van terugkomen. Het zit 'm namelijk niet alleen in de uitvoering. Soms is er iets fundamenteel mis met de wijze waarop we denken dat de overheid moet functioneren. Bij toeslagen vind ik dat evident. We dachten echt: het is een eigen verantwoordelijkheid van mensen om die kinderopvang te betalen, want dan merken ze dat er een financiële prikkel is en gaan ze efficiënt om met de dienst die de overheid levert. Volgens mij is de conclusie dat het allemaal niet is gebeurd, dat we de overheid en de Belastingdienst met een enorme berg werk hebben opgezadeld en vooral mensen in de problemen helpen, omdat ze ofwel hun toeslagen niet krijgen uitgekeerd ofwel te veel krijgen, zodat ze het moeten terugbetalen. Dat is een fout geweest. Misschien is het goed om daar ook bij stil te staan en te zeggen: dat was verkeerd.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Volgens mij heb ik net gezegd dat dat daar niet goed gegaan is. Dat kun je bij het UWV bijvoorbeeld ook zeggen, want het feit dat werkgevers niet meer standaard controleerden of er wel een reden was waarom mensen uit dienst gingen, is hier in de Kamer ongeveer twaalf jaar geleden afgeschaft in wetgeving. Het was namelijk allemaal niet nodig. Wie werd er nou vrijwillig werkloos? Ook toen zijn er hier in dit huis besluiten genomen waarvan je achteraf zegt dat de uitwerking die dat gaf in een veranderende werkelijkheid, niet goed was. Het vraagstuk van het UWV namelijk was toen best een logische aanname. Dat kunt je ook zeggen van de oorspronkelijke toeslagen. Zelfreflectie breed is goed, maar ik heb het niet over dingen waarvan je achteraf moet constateren dat het niet goed was. Het gaat ook over processen die wij hier hebben, waardoor wij de uitvoerders gaan micromanagen. Dat is net anders bij het voorbeeld van zowel de Belastingdienst als het UWV waar wij het nu over hebben. Ik denk dat de heer Klaver van zijn eigen fractie de momenten weet waarop het is gebeurd, ik weet ze van mijn fractie ook. We doen het namelijk allemaal.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik ga terug naar het vorige punt. Ik hoor dus graag van het kabinet wat er gaat gebeuren aan kabinetszijde, want de voornemens in de Miljoenennota en de Troonrede zijn heel goed, maar ook hiervoor geldt dat het niet bij woorden alleen kan blijven.

Ik wil dan door naar een eerlijke economie, terugkomend op de angst om te vallen, om grip te verliezen. Het dominante geloof in de vrije markt stuit steeds meer op zijn grenzen. De concentratie van marktmacht bij techreuzen en de uitwassen in de beloning van topfunctionarissen zijn voorbeelden van het tekortschieten van een kapitalistisch marktdenken. Een eerlijke economie is een sterke economie. Dan gaat het ook over stabiele verhoudingen tussen werkgevers en werknemers, over lange termijn boven korte termijn, over het Rijnlandsmodel versus een Angelsaksisch model. Juist de kracht die altijd onder ons poldermodel lag, heeft onze economie sterk gemaakt. Daarom is het ook goed dat werkgevers en werknemers voor de zomer met elkaar de handschoen hebben opgepakt om te komen tot een pensioenakkoord. Dit is de kracht van ons poldermodel. Wel zien wij dat pensioenfondsen onder druk staan en dat dit leidt tot zorgen bij onze ouderen. Daarom wil ik graag weten wat het kabinet op korte termijn gaat doen om onnodige kortingen tegen te gaan. Dat is motie-Van Dijk waar de heer Dijkhoff het zojuist ook over had. Die is volgens mij Kamerbreed aangenomen en daarin ligt een opdracht aan minister Koolmees. Ook moet er op lange termijn wordt gekeken naar de houdbaarheid van het kapitaalgedekte stelsel, mede gegeven de lage rentes en het ECB-beleid. Dit was een motie van mijn collega Slootweg in datzelfde debat. Ik krijg hier graag een reactie op.

Als het gaat om het Rijnlandsmodel vind ik dat wij ook naar de financiële sector moeten kijken. Vandaar dat ik aan het begin van het zomerreces een voorstel heb gedaan om de Volksbank niet naar de beurs te brengen. Het CDA wil er een maatschappelijke bank van maken met eerlijke en begrijpelijke producten, eenvoudige kredieten voor kleine ondernemers, en daarmee ook een bank die door zijn bestaan, door het feit dat er een alternatief is, een reinigende werking kan hebben op de rest van de financiële sector, misschien wel meer dan zulke stapels regels van de overheid. Niet het maximale rendement van aandeelhouders, maar het maatschappelijk rendement moet voorop staan. Ik wil heel graag een reactie van de minister-president op de gedachte om van de Volksbank een coöperatieve bank te maken.

Mevrouw de voorzitter. De sociale staat van Nederland stelde dat de kwaliteit van leven er in tien jaar niet op vooruit is gegaan.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Heel goed: maatschappelijk rendement moet bovenaan staan. Zijn er in de ogen van de heer Heerma sectoren waarvan wij ons moeten afvragen of dat maatschappelijk rendement nog wel aanwezig is?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik heb zojuist over de financiële sector gezegd dat een volksbank die gericht is op dat maatschappelijke rendement, de werking van die sector kan verbeteren. Dus dat is er eentje.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Is de heer Heerma met mij van mening dat als wij een sector kunnen aanwijzen waar dat maatschappelijke rendement heel erg laag, nihil of zelfs alleen maar schadelijk is voor de maatschappij, wij daar iets aan moeten doen, gezien zijn betoog?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik weet wel waar mevrouw Thieme heen gaat. Ik ben het alleen over de sector waarover zij het heeft, totaal niet met haar eens.

Mevrouw Thieme (PvdD):

U weet nog helemaal niet waar ik het over ga hebben. Ik wil heel graag gewoon een antwoord. Als uw betoog is dat een sector maatschappelijk rendement moet hebben en als wij op basis van feiten tot de conclusie komen dat er bij een sector sprake is van een negatief maatschappelijk rendement, lijkt mij logisch te volgen uit dit betoog dat wij daar dan iets aan moeten doen. Dus even los van het meteen noemen van namen en rugnummers, moeten wij dat toch wel vaststellen na zijn betoog. Of niet?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Mevrouw Thieme mag dat vaststellen. Ik vind dit verstoppertje spelen heel mooi, maar mevrouw Thieme pleegt bij het CDA al jaren interrupties die gaan over de agrarische sector. Onze agrarische sector heeft heel veel maatschappelijk rendement.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dan moet ik hier dus vaststellen dat we bij de agrarische sector en in dit geval bij de bio-industrie, die op dit moment te veel methaan uitstoot en te veel stikstof — ammoniak, zeg ik tegen de heer Wilders, want hij wist niet wat stikstof was; ammoniakdepositie — te maken hebben met een sector die letterlijk een doodlopende weg is. Die kost de maatschappij meer dan hij oplevert. Dan heb ik het dus over de bio-industrie, de veehouderij. We hebben net het betoog gehoord van de heer Heerma. Hij kan dus niet anders dan concluderen dat wij naar deze sector moeten kijken en dat wij ook moeten kijken naar de mogelijkheden om de boeren een echt toekomstbestendig perspectief te bieden. Is hij dat met mij eens?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Sterker nog, daar hebben wij in het regeerakkoord afspraken over gemaakt. Minister Schouten — volgens mij sprak zij daarover deze week nog bij Jinek — is daar volop mee bezig.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Zo'n tien jaar geleden kwam de heer Koopmans van het CDA met een list, namelijk de Programmatische Aanpak Stikstof. Daarmee werd geprobeerd te voorkomen dat we zouden worden aangesproken over het verbod om de natuur te verslechteren. Hij dacht: "Weet je wat? Wij gaan gewoon een list verzinnen waardoor we nog meer stikstof kunnen uitstoten. Het maakt ons niet uit dat de natuur daardoor verslechtert. De veehouderij kan in ieder geval doorgaan."

Door de uitspraak van de Raad van State over stikstof zien we dat we veel te ver zijn gegaan, dat de natuur verslechtert en dat we echt wat anders moeten gaan doen. Is de heer Heerma met mij van mening dat het CDA dat tien jaar geleden nooit had mogen doen? Als we het dan even hebben over de lessen die we moeten trekken, hè?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Volgens mij kunnen we met elkaar vaststellen dat er door de uitspraak die over stikstof is gedaan een best wel groot vraagstuk ligt. Daar is de commissie-Remkes nu naar aan het kijken, in de volle breedte. Het kabinet heeft daarbij aangegeven vooraf geen taboes te hebben over oplossingen. Ik ben benieuwd wanneer de commissie-Remkes met een rapport komt. Dat is volgens mij eerdaags. Dan zal bekeken worden, ook zonder taboes, hoe wij hiermee verdergaan. Alleen, voor het CDA geldt dat het naar oplossingen in den brede zoekt — daar is wel een contrast met de Partij voor de Dieren — en het liefst mét onze fantastische agrarische sector in plaats van daartegen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Mag ik hier dan concluderen dat voor het CDA dan ook de inkrimping van de veestapel, van het aantal dieren, zeker geen taboe is?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Dat kan voor mevrouw Thieme nauwelijks als een verrassing komen, want zowel in het regeerakkoord als bij het klimaatakkoord van afgelopen voorjaar zijn afspraken gemaakt over een warme sanering van de varkenshouderij.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Pieter Heerma (CDA):

De sociale staat van Nederland, zo zei ik al, geeft aan dat de kwaliteit van leven er de afgelopen tien jaar niet op vooruit is gegaan. De minister-president gaat zijn tiende jaar in als premier. Wat vindt hij van de conclusie van het SCP? Welke opdracht ziet hij voor zichzelf en voor het kabinet voor de tweede helft van deze kabinetsperiode gegeven deze conclusie? Ik vind het verstandig dat het kabinet expliciet heeft gekozen voor een extra lastenverlichting voor burgers en middeninkomens en voor een mindere en latere lastenverlichting voor het bedrijfsleven, waarbij het voorstel van GroenLinks over een grondslagverbreding voor het grootbedrijf is meegenomen.

Een eerlijke arbeidsmarkt is ook cruciaal voor een eerlijke economie. Het tussenrapport van de commissie-Borstlap laat scherp zien hoe de verhoudingen tussen mensen met vast werk en mensen met flexwerk scheef is getrokken. De mensen aan de onderkant zijn de stootkussens van de conjunctuur geworden. Zij mogen de klappen opvangen. Dit besef vergroot de angst te vallen voor een groot deel van de middenklasse. Het leidt bijvoorbeeld tot zorgen van veel ouders, zo rond het einde van de basisschoolperiode, als het middelbare schooladvies binnenkomt. Maar die zorgen gelden ook voor bedrijven uit het mkb en familiebedrijven die moeten concurreren met sluwe platforms met twijfelachtige verdienmodellen. En dan is de vraag: in wat voor land willen we werken? Het is goed dat het kabinet ook bij deze begroting een begin maakt met fiscale maatregelen die bijdragen aan een eerlijker arbeidsmarkt. Maar we moeten verder gaan. Ik ben blij dat zowel de heer Dijkhoff als de heer Klaver bereid zijn hierover na te denken. Een hoofdlijnendebat op dit punt is echt een goed idee, dat is een goede suggestie van de heer Klaver. Wat mij betreft geldt daarvoor dat we bij een echte moderne arbeidsmarkt moeten gaan werken aan een collectief sociaal basisfundament voor alle werkenden, ongeacht contractvorm, zodat er niet geconcurreerd kan worden op arbeidsvoorwaarden.

Voorzitter. Goede ideeën hebben vele vaders en moeders. Dat brengt me bij het investeringsfonds. Ook een sterke economie kan een oneerlijke economie zijn. Ik vind het dan ook verstandig dat er wordt gewerkt aan de contouren van een groot investeringsfonds. Voor een sterke toekomst is verdienvermogen cruciaal, maar dan moeten we wel echt investeren in dat verdienvermogen en waken voor mission creep; de heer Dijkhoff noemde dit al in het kader van de woningcorporaties. Hoe gaat het kabinet hiervoor waken? Hoe gaat het kabinet het fonds zo vormgeven dat het ook echt bijdraagt aan kennis, innovatie en verdienvermogen in de toekomst?

Voorzitter. Als we het dan toch over de toekomst hebben moet ik ook iets zeggen over het leenstelsel.

De heer Wilders (PVV):

De collega van het CDA heeft al eerder over de pensioenen gesproken, realiseer ik me, maar ik wil hier toch nog even op terugkomen. U praat over het investeringsfonds dat er nog niet is, maar dat u blijkbaar heel zinvol vindt. Ik weet niet of het 10, 20, 30, 40 of 50 miljard euro betreft, maar er gaat veel geld in om. Hoe kunt u nou zo warmlopen voor een investeringsfonds, terwijl u tegelijkertijd de ouderen in dit land laat creperen? Als het gaat over hun pensioen houdt u dezelfde riedel als de collega van de VVD net: ja, we gaan proberen onnodige kortingen te voorkomen. Er zijn geen nodige kortingen! Alle kortingen op pensioenen zijn onnodig! Dus ik vraag u om een beetje prioriteiten te stellen. Kunt u voordat u helemaal lyrisch wordt over dat fonds ook iets zeggen over de ouderen van Nederland die zijn gepakt, en die in januari opnieuw fors gepakt dreigen te worden?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Volgens mij heb ik gerefereerd aan de moties waar de PVV-fractie ook voor gestemd heeft, die ertoe moeten leiden dat het kabinet zich vol gaat inzetten om met de pensioenfondsen de onnodige kortingen te voorkomen. Maar ook om te kijken, gegeven het ECB-beleid waar onze beide fracties kritisch op zijn, wat dat zegt voor de houdbaarheid van ons stelsel op de lange termijn. Dat is juist om te voorkomen dat op korte termijn onnodige kortingen plaatsvinden, maar om op de lange termijn onze pensioenen veilig te stellen.

Met dit bruggetje kom ik bij het investeringsfonds. Als zo'n investeringsfonds zorgt voor de kracht van onze economie in de toekomst, houdt dat ook verband met het omhooghouden van het pensioenstelsel in de toekomst. Ook dat is afhankelijk van een sterke economie.

De heer Wilders (PVV):

Maar ik heb het nu niet over de toekomst, ik heb het over 1 januari volgend jaar. Op 1 januari volgend jaar dreigen de pensioenen van heel veel Nederlanders te worden gekort. Dan is er nog helemaal geen investeringsfonds waar u het over heeft. Mijn collega Leon de Jong heeft een motie ingediend om de rekenrente aan te passen. Het is een beetje technisch, maar als je de rekenrente van 1% op 2% zet, is iedereen in ieder geval op de korte termijn geholpen en wordt er niet gekort. Ik stel dezelfde vraag aan u als leider van de fractie van het CDA die ik heb gesteld aan de leider van de fractie van de VVD: kan het CDA de gepensioneerden thuis die nu naar dit debat kijken garanderen dat zij op 1 januari niet worden gekort?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Nee, dat kan ik niet garanderen. Als we dat konden garanderen, hadden we de motie-Van Dijck niet aan hoeven te nemen. Het risico is er, want een aantal pensioenfondsen verkeren in zwaar weer. Juist daarom de opdracht aan de minister om met de pensioenfondsen in gesprek te gaan om te kijken of dat voorkomen kan worden. Echter, met het aanpassen van de rekenrente verdwijnt het probleem niet. Die pensioenfondsen zitten nog steeds in zwaar weer en dat betekent dat je nu, maar zeker op termijn de problemen twee keer zo zwaar op je bordje krijgt.

De heer Wilders (PVV):

Dat antwoord is glashelder. Iedereen die nu naar de televisie kijkt ziet dat het CDA bij monde van de fractievoorzitter in de Tweede Kamer niet garandeert dat de pensioenen vanaf 1 januari niet worden gekort. Er is wel geld en veel trots over de toekomst met misschien 10, 20, 30, 40 of 50 miljard voor een investeringsfonds. Er is ook een overschot op de begroting. Vorig jaar was dat 12 miljard, dit jaar 10 miljard en volgend jaar 2,5 à 3 miljard. Geld genoeg, geld om het hoogste tarief in de belastingschijf te verlagen, geld voor weet ik wat allemaal. Maar voor de ouderen, voor de pensioenen geeft het CDA voor 1 januari geen garantie en zegt: mensen, bereid je er maar op voor, als de motie niet lukt en er komt geen oplossing, dan wordt u gekort. Het is goed dat u dat zegt, u bent in ieder geval eerlijk. Nu weten alle mensen wat ze van u te verwachten hebben over het pensioen, en dat is korten.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Nou, deze conclusie van de heer Wilders is in ieder geval niet eerlijk, want dat is niet wat ik zei. Ik zei dat als er garanties bestonden, die motie niet nodig was geweest. De heer Wilders redeneert daarop dan door en zegt: die kortingen komen er. Nee, die motie is aangenomen zodat de minister gaat kijken of die kortingen voorkomen kunnen worden, maar feit is wel dat een aantal pensioenfondsen zich in zwaar weer bevinden, wat weer de noodzaak onderstreept om te komen tot een nieuw pensioenstelsel waar in deze Kamer een meerderheid verantwoordelijkheid voor genomen heeft maar de polder ook.

De heer Wilders (PVV):

Allemaal technische antwoorden waar de mensen thuis echt helemaal niks aan hebben. Er zitten nu honderdduizenden, misschien wel een miljoen ouderen naar de televisie te kijken. Zij zijn de afgelopen jaren alleen maar gekort. Zij hebben 6% inkomensachteruitgang gehad de afgelopen jaren. Terwijl wij allemaal salarisverhogingen kregen, hebben zij niets gekregen. Hun pensioenen zijn gekort of bevroren. En dan staat er nu in de begroting, waar uw handtekening onder staat, plus 1%. En die plus 1% die u belooft, kan als sneeuw voor de zon verdwijnen als er dadelijk toch wordt gekort. Dan wordt het min 5%, min 6% en voor sommige mensen misschien nog wel meer; dat verliezen ze, ouderen die dachten dat ze wat aan het CDA hadden. Ik stel maar een vraag. Ik vraag u niet hoe u het doet, maar ik vraag u: kunt u als CDA-leider in de Tweede Kamer garanderen dat de ouderen niet worden gekort? En u komt met zwetsverhalen. U komt met procedurele verhalen. U komt met vage moties. Maar de mensen thuis zijn niet gek. De ouderen weten dat ze niets hebben aan het CDA.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Dat het al jaren met ons stelsel niet goed gaat, is een gegeven. Niet voor niets is er in de polder bijna tien jaar over gesproken en is het hoogst noodzakelijk dat er een nieuwe stelsel komt. Alleen, politici die hier beweren dat er nooit gekort gaat worden in het systeem, zijn niet eerlijk over het systeem. Wel moeten we, ondanks dat fondsen in zwaar weer zitten, met elkaar proberen dat te voorkomen. En daar heeft de hele Kamer, ook u, de minister een opdracht toe gegeven.

De heer Krol (50PLUS):

Internationale organisaties hebben aangeduid welke pensioenstelsels in de wereld de beste zijn. Op welke plaats staat Nederland?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Op één.

De heer Krol (50PLUS):

En dat vindt u dus een stelsel dat veranderd zou moeten worden? Het is goed dat we dat noteren, want ik houd vol: hooguit op onderdelen. Maar als je het beste stelsel ter wereld hebt, dan ga je dat niet, zoals men dat nu van plan is, helemaal op de schop gooien, want daar benadeelt u de ouderen mee. Kunt u mij zeggen hoeveel landen in de wereld een kunstmatige rekenrente hanteren die lager is of op hetzelfde niveau als die in Nederland?

De heer Pieter Heerma (CDA):

U geeft aan dat het stelsel zo goed is en slechts op onderdelen aangepast moet worden. Maar daar gaat het nou net om. Als je een goed stelsel wil behouden, dan zal je rekening moeten houden met veranderende omstandigheden en een veranderende arbeidsmarkt maar ook met veranderende rentestanden en met pensioenfondsen die nu in de problemen komen. Dus is hervorming juist nodig om zekerheid ook naar de toekomst vast te houden. Dat is niet iets wat ik bedacht heb, daar is in de polder jaren over gesproken. Ik denk dat dit heel verstandig is en dat laat de kracht van onze polder ook zien. Als de uitwerking komt, zullen 50PLUS en de heer Krol ernaar kijken, maar regeren is ook vooruitzien.

De heer Krol (50PLUS):

Kunt u nog een keer de vraag beantwoorden die ik net aan u stelde? Hoeveel landen kent u met net zo'n lage kunstmatige rekenrente als in Nederland?

De heer Pieter Heerma (CDA):

We hebben net vastgesteld dat Nederland het beste pensioenstelsel van de wereld heeft. Dat komt omdat wij verstandig zijn en dus ook niet alleen naar de kortetermijnbelangen kijken maar ook naar de langetermijnbelangen van toekomstige generaties. Dat doen we. Dat heeft ook met solidariteit te maken. Er zijn nu op de korte termijn bij een aantal pensioenfondsen problemen. Die worden deels opgelost met een nieuw stelsel, maar er zal ook nu voor de korte termijn gekeken moeten worden of kortingen voorkomen kunnen worden en hoe ze voorkomen kunnen worden. Daar hebben we met z'n allen de minister van Sociale Zaken een opdracht toe gegeven de vorige week.

De heer Krol (50PLUS):

Ik zou zo graag willen dat het CDA en al die andere partijen die dat doen, ophouden om jongeren bang te maken. Er zit voldoende in de potten voor nu en voor de toekomst. Er komt elk jaar nog meer geld bij. Iedere keer dat mantra dat het slecht zou zijn voor jongeren, daarmee maakt u jongeren volkomen onnodig bang. Ik neem het u zeer kwalijk.

De heer Baudet (FvD):

Ik hoorde het volgens mij net goed, het CDA kondigt eigenlijk met zo veel woorden aan dat de pensioenen gekort gaan worden. U wil op geen enkele manier garanties afgeven. Het is van: ja, we zullen het allemaal wel zien. Dit terwijl we in de kranten lezen over de absurd lage rente die het gevolg is van het opkoopbeleid door de ECB ten aanzien van Zuid-Europese schulden. Daar heeft uw partij ook nooit iets tegen ingebracht. Het CDA was daar altijd voor; het is de partij van Merkel in de Europese Unie, de partij die in feite met volle kracht vooruit naar een federaal Europa toe wil.

De voorzitter:

En de vraag is?

De heer Baudet (FvD):

Daar is in ieder geval een heel groot deel van de onzekerheid voor de pensioenstelsels ontstaan. Maar het punt is natuurlijk dat op dit moment wel degelijk op alle mogelijke manieren een fictief rendement wordt gehanteerd, dat hoger ligt dan wat we nu als rekenrente voor de pensioenen hanteren. Als een belegger meer dan 1 miljoen heeft en dat in aandelen investeert, dan gaat de Belastingdienst ervan uit dat diegene 4% tot 5% per jaar winst maakt, en vanuit dat idee wordt diegene dan ook belast. Dat is ons fictiefrendementstelsel, de vermogensrendementsheffing.

De voorzitter:

En de vraag is, meneer Baudet?

De heer Baudet (FvD):

Pensioenfondsen beleggen nog veel meer dan dat, maar daar kunnen we blijkbaar niet hoger gaan dan 0% of 1% rekenrente. Dat is totaal inconsequent. Het kan wel degelijk: die rekenrente kan omhoog en die pensioenen hoeven niet gekort te worden. Als het CDA zou staan voor de principes waar het ooit voor stond, dan zou het dat nu ook gewoon verklaren. Dat gebeurt niet. Zeg het gewoon!

De heer Pieter Heerma (CDA):

Misschien moet de heer Baudet zo meteen even beginnen met het maken van excuses aan een Kamerlid van het CDA dat hij twee jaar geleden nog als beoogd premierkandidaat noemde. U zei dat het CDA hier niets aan gedaan heeft. Volgens mij weet iedereen in dit huis dat Kamerlid Pieter Omtzigt wel degelijk heel veel gedaan heeft met het beleid van de ECB en de gevolgen voor onze pensioenen. Hij heeft allerlei moties ingediend, die uw fractie ook gesteund heeft. Dus dat is sowieso zeer onterecht.

De voorzitter:

Was u klaar met het antwoord?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Nee. Ten tweede geldt dat een aantal pensioenfondsen in zwaar weer verkeert. Dan garanties afgeven is niet eerlijk en onbezonnen, want het stelsel moet goed blijven voor nu en voor de toekomst. Je kan niet gaan gokken met de pensioenen van onze kinderen. Zeggen dat we die rekenrente politiek aanpassen, omdat het op dit moment, op de korte termijn, goed uitkomt, is niet verstandig. De heer Baudet zei verder: doordat je geen garanties kunt afgeven over pensioenfondsen die in zwaar weer zitten, zeg je dat er gekort gaat worden. Ook dat is niet eerlijk, want daarvoor hebben we in dit huis, van links tot rechts, de motie-Van Dijk aangenomen, die het kabinet de opdracht geeft om te proberen dat te voorkomen.

De heer Baudet (FvD):

Het hangt af van wat je verder aan middelen hebt te besteden. Het hangt af van de manier waarop je fondsen kan aanwenden, enzovoorts. Als er een groot investeringsfonds wordt opgetuigd en tegelijkertijd ouderen worden gekort, vind ik dat heel cru.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Het interessante is dat die lage rentes — en daar heeft het ECB-beleid wel degelijk invloed op — ons heel veel nadelen opleveren. Nogmaals, collega Omtzigt zit daarbovenop. Maar de unieke situatie in de Nederlandse geschiedenis is dat die bizarre negatieve rente ons óók voordeel op kan leveren. Daarvan heeft het kabinet — dat is voor een kabinet van deze samenstelling best wel een bijzondere stap — gezegd: we gaan dat doen; we gaan, met die negatieve rente, enorm veel geld gebruiken om dat te laten werken aan het verdienvermogen voor de toekomst. Die bizarre situatie, die nadelen heeft, kan dan ook voordelen opleveren: voordelen voor de toekomst, voordelen voor ons verdienvermogen, maar dus ook voordelen voor onze pensioenen in de toekomst.

De voorzitter:

Gaat u verder, meneer Heerma.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik had het over de toekomst; dan komen we dus alsnog op het leenstelsel. Het CDA is vanaf het begin tegen dit leenstelsel geweest en ik ben blij dat steeds meer partijen hierop terugkomen. Collega Segers van de ChristenUnie verdient een compliment voor al het werk dat hij verricht heeft om met de jongeren meer partijen achter het standpunt te krijgen dat het systeem zoals het nu is, niet goed is. Maar de meningen verschillen nog wel over wat ervoor in de plaats moet komen: dé basisbeurs, een basisbeurs, of weer iets heel anders? Een groot deel van deze discussie zal gaan landen in verkiezingsprogramma's, maar is het niet verstandig om ook de komende periode om tafel te gaan met partijen die zeggen dat dit leenstelsel niet werkt en dat ze iets willen veranderen, gewoon om te kijken of er een kans is dat je de contouren voor een gezamenlijk plan kunt maken? Mijn fractie is daartoe in ieder geval bereid.

De heer Kuzu (DENK):

We kennen het standpunt van het CDA over dit onderwerp al langer dan vandaag. Het valt ook te prijzen dat de heer Heerma vandaag begint over het sociaal leenstelsel. Ik zou hem heel concreet de vraag willen stellen: waarom zouden we die discussie vooruit moeten schuiven? Heel veel politieke partijen in deze Kamer, volgens mij ook een meerderheid, geven aan: laten we gewoon die basisbeurs weer invoeren, in plaats van daar weer heel lang over te gaan vergaderen in achterkamertjes. Kunnen we daar vandaag zaken over doen?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik gaf net aan dat ik denk dat partijen in hun verkiezingsprogramma's met een uitwerking van dé basisbeurs, een basisbeurs of iets anders gaan komen Ik constateerde net dat ik juist een poging wil wagen met elkaar om te kijken of we het niet tot dat moment hoeven uit te stellen, maar dat de woordvoerders van de verschillende fracties de koppen bij elkaar steken en met elkaar overleggen of er consensus te vinden is over de contouren van een alternatief. Dus volgens mij gaat dat over hetgeen de heer Kuzu nu opbrengt.

De heer Kuzu (DENK):

Dat is harstikke goed. Dat is mooi. Dat is een mooi aanbod. Ik denk dat we vandaag al een eerste rondje kunnen maken om te kijken welke partijen voor het herstellen van de basisbeurs zijn. Wat ik me dan heel nadrukkelijk afvraag, is wat de positie van het CDA hierin is. Willen ze de basisbeurs zoals die was? Willen ze een nieuw soort basisbeurs? Wat moet er precies volgens het CDA gebeuren?

De heer Pieter Heerma (CDA):

In ons verkiezingsprogramma stond dat wij dé basisbeurs terug willen. De ChristenUnie was het hier altijd al mee eens, maar er zijn nu ook partijen die een basisbeurs willen. Er zijn partijen die aangeven iets anders te willen. Maar er is sowieso geen steun meer om in de toekomst door te gaan met het stelsel dat er nu is. De heer Kuzu denkt dat wij daar vandaag met z'n allen uitkomen. Ik denk dat daar meer werk voor nodig is. Mijn fractie is bereid om met andere fracties te gaan kijken of je contouren van iets waar je het op dit vlak over eens kunt worden, kunt gaan maken.

De heer Kuzu (DENK):

Toch nog even heel concreet. Morgen volgt een tweede termijn. Stel nou dat er een motie wordt ingediend over het herstellen van de basisbeurs. Wat is dan de positie van het CDA? Stemmen ze daarvoor of daartegen?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Dat hangt van de formulering van de motie af.

De heer Kuzu (DENK):

Die luidt: verzoekt de regering om de basisbeurs in ere te herstellen.

De heer Pieter Heerma (CDA):

En hoe wordt dat gedekt?

De voorzitter:

Nee, een motie is iets voor de tweede termijn. De heer Van der Staaij.

De heer Kuzu (DENK):

Voorzitter, dit is nu precies iets van de politiek wat mensen haten! Daardoor hebben de jongeren ook heel weinig vertrouwen in de politiek. Mooie woorden! Het begon zo mooi over het sociaal leenstelsel, dat we dat moeten afschaffen en dat er iets anders voor in de plaats moet komen. Maar waarom kunnen we daar niet op doorpakken op een moment als dit? Dat is gewoon heel erg jammer. Dat is de kwestie vooruitschuiven terwijl er nu heel veel mogelijk is.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik vind het heel jammer dat de heer Kuzu deze conclusie trekt, want dat is volgens mij niet terecht.

De heer Van der Staaij (SGP):

Het is heel goed dat steeds meer partijen zeggen: zoals het nu in elkaar zit, werkt het niet goed. Je ziet ook dat heel veel mensen, ook jongeren, zich te veel in de schulden moeten steken, terwijl er eigenlijk geen tegemoetkoming tegenover staat. Maar naarmate het steeds vaker en harder wordt gezegd, is de verantwoordelijkheid ook wel groter om er ook op kortere termijn al iets aan te gaan doen. Want je kunt het toch niet maken om het helemaal naar een volgende periode te schuiven? Mijn vraag is dus: wat verwacht de heer Heerma van het kabinet hierin? Het is toch ook heel gebruikelijk om scenario's te vragen en om te vragen om die uit te werken, zodat we daar ook verder met elkaar over kunnen spreken? Hoe staat de heer Heerma tegenover dat idee?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik wil graag als fractie met de fracties die het huidige stelsel niet willen, gaan kijken of onze woordvoerders met elkaar een eind kunnen komen. Ik heb er geen bezwaar tegen dat er aan het kabinet wordt gevraagd om erover na te denken. Maar volgens mij denken we wel langs dezelfde lijn.

De heer Van der Staaij (SGP):

Prima, maar betekent dit ook dat de heer Heerma zegt: wat het CDA betreft moeten we niet zeggen dat het pas na deze periode aan de orde is, maar moeten we kijken of we al binnen deze periode stappen kunnen zetten? Het gaat erom dat de tweedejaarsstudent die nu hoort dat er in de politiek echt breed ideeën leven dat het anders moet, niet denkt: ik heb er niks meer aan. Want dan is het extra zuur.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik moet ook eerlijk zijn. We hebben een regeerakkoord gesloten waarin we met elkaar afspraken hebben gemaakt. In die afspraken hebben we bijvoorbeeld het collegegeld gehalveerd. Ik ga hier niet eenzijdig een regeerakkoord opzeggen, maar ik constateer dat er een beweging gaande is die zegt: dat leenstelsel is geen goed idee geweest; dat moet anders. Juist omdat we niet stil moeten zitten tot de volgende periode, geef ik namens mijn fractie aan dat er bereidheid is om met andere fracties die het anders willen, de komende tijd om de tafel te gaan om te kijken of we tot de contouren van iets nieuws kunnen komen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Nog één keer voor de precisie. De heer Heerma heeft het over de contouren van iets nieuws voor de toekomst. Maar ik begrijp ook dat hij zegt: ik ben gebonden aan een regeerakkoord, dus ik kan er niet zomaar eenzijdig van afwijken. Maar houdt hij het voor mogelijk en vindt hij het eigenlijk ook niet onze plicht tegenover de studenten van nu om te kijken of er al eerder draagvlak is om tot veranderingen te komen?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Volgens mij zijn beide elementen die de heer Van der Staaij aanraakt wat ik probeer te zeggen. Ik heb een afspraak gemaakt in het regeerakkoord en dat ga ik echt niet eenzijdig opzeggen. Dat zou ik van de collega's ook niet verwachten op onderdelen waar wij tevredener over zijn dan anderen. Maar precies vanuit de gedachte "niet stilzetten" denk ik dat het goed is dat de woordvoerders van partijen die niet tevreden zijn over het huidige stelsel met elkaar om tafel gaan om te kijken: kunnen we iets nieuws bedenken?

De heer Klaver (GroenLinks):

Als die uitnodiging komt, zijn wij zeer bereid om daarover door te praten. Maar nu we toch bij onderwijs zijn, wilde ik echt ook nog even de stap zetten ...

De heer Pieter Heerma (CDA):

Mijn inleiding was heel lang geweest omdat dit eigenlijk het moment was waar ik de heer Asscher op wilde laten wachten. Maar dat was misschien niet helemaal fair.

De heer Klaver (GroenLinks):

Als het gaat over de lerarensalarissen en het lerarentekort dat er is, had ik het er in mijn bijdrage al over dat we weten dat er echt een groot probleem is met het verschil tussen wat er in het basisonderwijs wordt betaald en in het voortgezet onderwijs. Nu is eigenlijk mijn vraag: bent u ertegen dat we dat gelijk gaan trekken?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Er is behoorlijk veel geld uitgetrokken om dat verschil te verkleinen. De realiteit is dat er eigenlijk een dubbele werkelijkheid is. Een, het is heel lastig te verklaren waarom dat verschil er is. Tegelijkertijd geldt ook dat volgens mij bijna alle landen op de wereld dit verschil ook hebben. Maar — en die opening gaf ik richting de heer Asscher ook al — ik denk wel degelijk dat er gepraat kan worden over hoe we dat kunnen verkleinen. Dan pakken we wat mij betreft die andere elementen erbij die ik daarstraks op de vraag van de heer Asscher er ook al bij haalde, de bovenwettelijke regelingen. Maar ook dat geld dat in de prestatiebox is blijven liggen pakken we erbij om te kijken of je iets kan doen om dat verschil kleiner te maken.

De heer Klaver (GroenLinks):

Juist in andere Europese landen gaat het erover welk verschil is er met de marktsector. Dat verschil hier is twee keer zo groot als met het voortgezet onderwijs. Ik zie dat het kabinet tot halverwege is gekomen en ik hoor eigenlijk meneer Heerma zeggen: oké, ik ben bereid om die andere helft ook te dichten, maar dan moet er ook iets komen vanuit de sector zelf. Dat is in ieder geval al een begin van een gesprek, dat er mogelijk dus wel middelen beschikbaar kunnen komen om die kloof te dichten. Volgens mij is het onwijs belangrijk om dat nu te doen, want we zien dat de salariskloof een reden is waarom het in het basisonderwijs zo moeilijk gaat. Dus begrijp ik goed dat de heer Heerma zegt: ook het kabinet zal boter bij de vis moeten doen, zal geld moeten leveren, maar dan moeten we ook nog kijken wat er in de sector zelf beschikbaar is? Is dat hoe ik het verhaal moet opvatten?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik weet niet of de heer Klaver nu de hele hand neemt in plaats van een vinger, maar twee vingers zijn het in ieder geval. Ik zie dat er een probleem is. Ik zie overigens dat dat vraagstuk er in vrijwel alle Europese landen is, misschien verschillend per land. Ik heb richting de heer Asscher al aangegeven dat dat in het voortgezet speciaal onderwijs helemaal moeilijk uitlegbaar is; dat je dus eigenlijk het zwaarste vak kiest om daar minder geld voor te krijgen. Maar ik vind dat het kabinet daar ook al heel veel geld voor uitgetrokken heeft en ik zie, met bijvoorbeeld die middelen van de prestatiebox — dat gaat om geld, geld dat nu blijft liggen — maar ook het vraagstuk dat speelt met die bovenwettelijke regelingen — dat er mogelijkheden zijn om dat gat te dichten. Ik ga er nu niet op preluderen of daar meer geld van de rijksoverheid bij komt, maar ik probeerde u een vinger te geven.

De heer Klaver (GroenLinks):

Met de vinger wordt nu in ieder geval wel gewezen, maar vooral richting de sector zelf. Dat vind ik wel problematisch, want over de hele linie, sowieso in het voortgezet onderwijs en in het basisonderwijs, zullen lonen moeten stijgen, moeten betere arbeidsvoorwaarden komen, moet er ruimte zijn om nieuwe collega's aan te nemen. Ik vind het echt de verantwoordelijkheid van de overheid zelf om dat verschil tussen po en vo op te lossen. Eigenlijk is iedereen het erover eens. Arbeidsmarkteconomen die gewoon uitleggen: hoe werkt zo'n arbeidsmarkt? Dan zou ik toch echt iets meer ruimte willen zien, ook bij de CDA-fractie, om te zeggen dat dan in ieder geval dit najaar gaan proberen om daar een oplossing voor te vinden met elkaar. Misschien dichten we het in één keer, misschien hebben we toch nog twee stappen nodig, maar dat daar toch nog extra stappen worden gezet.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Er worden honderden miljoenen uitgetrokken, zowel voor de salarissen als voor de werkdruk en ook de kwaliteit. Dus er is al heel veel gedaan. Daarbij probeer ik te schetsen hoe er meer geld kan komen, maar dan wijs ik inderdaad ook op de sector zelf, op de verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. Ik ben benieuwd hoe het kabinet reageert op de beginnende gedachtegang bij de heer Dijkhoff die enige ruimte biedt. Ik ben daar volgens mij richting de heer Asscher rondom dat voortgezet speciaal onderwijs nog iets specifieker over geweest en welke mogelijkheden het kabinet ziet met de contouren. Wat mij betreft, zoals ik ze schets, om te kijken of de problemen nog verder opgelost kunnen worden.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik kom nog even terug op het punt van het leenstelsel. Ik wil toch even een moment markeren dat ik bijzonder vind. Ik stond hier net tussen de ondertekenaars van het manifest van Coalitie-Y. Daarover heeft de CDA-fractie gezegd: heel veel daarvan is sympathiek, maar we hebben onze eigen positie. Het wordt me nu wel een beetje duidelijk wat die eigen positie is. Er is een heel concreet voorstel, namelijk: laten we spreken. Dan is het heel begrijpelijk dat onmiddellijk de vraag wordt gesteld of er meteen ook boter bij de vis kan komen. Ik denk dat collega Heerma een heel goede middenkoers heeft gevaren, want we hebben inderdaad een regeerakkoord. We zijn steeds helder over de verwachtingen die we kunnen of mogen wekken, namelijk dat er op korte termijn misschien niet iets mogelijk is. Maar dan zou ik toch, in de geest van de bijdrage van collega Klaver, zeggen: dat open gesprek moet dan maar plaatsvinden. We weten dat de minister kijkt naar de doorstroming. Ze kijkt ook naar de vraag of er knelpunten zijn en of er iets is wat we nu al kunnen oplossen. Ik denk dus dat die openheid er van alle kanten is en dat we dat even moeten markeren. En nog een keer, in de geest van collega Klaver: let's talk.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik heb nu bijna de neiging om het compliment aan de heer Segers te herhalen, maar dat heb ik volgens mij net al rond genoeg gedaan.

Jongeren kampen niet alleen met het leenstelsel, maar ook met het vraagstuk van voldoende betaalbare woningen. Wonen is een eerste levensbehoefte: gewoon een dak boven je hoofd. Maar de woningmarkt is kapot: een rijtjeshuis van 1,5 miljoen euro, middenhuur in Amsterdam voor €1.900 per maand, en 800 aanmeldingen voor één sociale huurwoning in de buurt van Arnhem. Wie het zich kan veroorloven koopt een appartement voor zijn zoon of dochter, maar bij wie dat niet kan, leidt dit tot beginnende gezinnen bij papa en mama op zolder. Woningbouwcorporaties kwamen voort uit maatschappelijk initiatief, soms van een grootindustrieel — we hadden het er zojuist al over — maar vaak ook vanuit vakbonden, vanuit kerken, vanuit de maatschappij. Maar corporaties zijn eerst verstatelijkt en daarna marktpartij geworden. Ik besef volledig dat ik, als ik naar de geschiedenis kijk, daar als Heerma een bijzondere relatie toe heb, want de bruteringsoperatie van het begin van de jaren negentig kan niet los gezien worden van deze ontwikkeling.

De maatschappelijke verantwoordelijkheid van corporaties is wat mij betreft te veel naar de achtergrond verdwenen. We zijn met elkaar — ik denk de SP niet, overigens — volkshuisvesting allemaal "woningmarkt" gaan noemen. Wat mij betreft draaien we dat weer om, ook in ons eigen taalgebruik ...

De voorzitter:

Maak even uw zin af.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Dit was het einde van een zin.

(Hilariteit)

De voorzitter:

Oké. Hoeveel zinnen heeft u nog?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik heb nog zeventien minuten, maar ik was niet van plan om het vol te maken.

De voorzitter:

Nee, dat is goed. De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

Op het gevaar af dat ik u in uw inleiding onderbreek ...

(Hilariteit)

De heer Pieter Heerma (CDA):

Mijn inleiding duurt tot ongeveer uw bijdrage vanavond!

De heer Baudet (FvD):

Hoe kan het nou toch dat u de problematiek in de bouw, in de woningbouw, aankaart, de enorm hoge huizenprijzen, het gebrek aan betaalbare huurwoningen enzovoorts, maar dat u tegelijkertijd van een partij bent die vorig jaar het Marrakesh-immigratiepact heeft ondertekend, die uitgeprocedeerden niet effectief wil terugsturen en die in de persoon van Ferdinand Grapperhaus elke keer dat Theo Hiddema met concrete alternatieven komt, daar niet naar wil luisteren? Hoe is het mogelijk dat deze twee dingen tegelijkertijd bestaan: één u beklaagt zich over de dure woningen, de moeite die jongeren hebben om een woning te vinden enzovoorts; twee u laat de grenzen wagenwijd openstaan en u doet niets aan de massale immigratie.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik zie niet helemaal waarom als een partij een ander standpunt naar voren brengt dan "we gaan de grenzen sluiten", er geen recht meer is om over problemen op de woningmarkt te praten. Ik zie deze relatie niet.

De heer Baudet (FvD):

Dat is precies het probleem. U ziet dus de causaliteit niet. U ziet niet dat u zelf dit probleem veroorzaakt doordat de bevolking alsmaar blijft groeien — niet doordat wij zo veel kinderen krijgen in Nederland, maar doordat er zo ontzettend veel mensen hiernaartoe komen. Als wij een motie indienen om de Syriërs die nu terug kunnen ook effectief terug te sturen, zegt Madeleine van Toorenburg: ja, we moeten wachten op het landenrapport ... Duurt allemaal eindeloos, schiet allemaal niet op. Ziet u niet dat een direct gevolg daarvan is dat er niet voldoende woningen beschikbaar zijn? Het was net weer op het nieuws dat er voor 40 miljoen verbouwd wordt voor een nieuw azc, enzovoorts. Het wordt allemaal groter, terwijl de rest van de woningmarkt in Nederland stilstaat vanwege de onder andere door uw partij in de Europese Unie aangenomen stikstofrichtlijn. Ziet u daar niet de oorzakelijkheid van in? U veroorzaakt zélf de problemen die u hier zegt te willen bestrijden.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Er zijn heel veel oorzaken waarom er niet voldoende betaalbaar is gebouwd voor de middenklasse. Ik noemde de rol van woningcorporaties al als één oorzaak. Maar ook lokale besluiten hebben er soms mee te maken, bijvoorbeeld gemeentes die veel meer geïnvesteerd hebben in bedrijventerreinen dan in betaalbare woningen omdat dat meer geld opleverde. Of provincies die gemeentes de ruimte niet gaven om te bouwen. Er zijn veel oorzaken. De stikstofproblematiek hangt hier ook zeker mee samen. Er is twee keer een miljard uitgetrokken. 1 miljard van die 2 miljard is er juist voor het oplossen van deze knelpunten. Maar wat betreft uw vraag en uw causaliteit, het verbreden door het erbij halen van stikstof: ik vind het nog steeds een hele rare redenatie dat tenzij een partij de grenzen wil sluiten, deze partij niet mag praten over de problemen op de woningmarkt. Ik vind dat een heel rare redenatie.

De heer Baudet (FvD):

U mag er wel over praten, maar u moet zich realiseren ...

De voorzitter:

Meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

... dat u zelf het probleem veroorzaakt door de grenzen open te laten staan. Daardoor is er zo'n druk op onze woningen; daarom kunnen starters geen huis vinden, enzovoort. En dat wordt inderdaad versterkt door die absurde klimaatafspraken en -regels waar uw partij ook in vooroploopt. Dus het zijn twee grote projecten — een: de massale immigratie; twee: het klimaat — waardoor er geen betaalbare huizen zijn, waardoor er geen betaalbare woningen zijn, enzovoort. Al die andere zaken waar u het over heeft, zijn allemaal heel klein vergeleken met deze twee grote oorzaken, waarover u weigert te spreken. Daarom kunt u ook niet met geloofwaardige oplossingen aankomen.

De heer Pieter Heerma (CDA):

De heer Baudet redeneert de causaliteit wel weer erg naar zijn eigen standpunt toe. Over migratie gesproken, er is recentelijk nog een Europese top geweest in Finland om te praten over hoe Europa landen kan dwingen, meer onder druk kan zetten, om mensen terug te nemen. Wellicht is het goed voor de heer Baudet om een volgende keer daarbij te zijn, want er kan vanuit Europa wel degelijk iets gedaan worden op het terrein van migratie. Nog steeds heeft dat niets te maken met de vraag of we al dan niet vinden dat er iets moet gebeuren op de woningmarkt.

De voorzitter:

Dan ga ik naar mevrouw ...

De heer Baudet (FvD):

Ik ben vaak genoeg bij dat soort leuke ...

De voorzitter:

Meneer Baudet!

De heer Baudet (FvD):

... Europese dingen.

De voorzitter:

Meneer Baudet, u neemt nu het woord. Maar u kríjgt het woord.

De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

Ik ben ook weleens naar die Europese dingen toegevlogen.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Zie ik een heel klein beetje vliegschaamte ontstaan? Wel, hè?

(Hilariteit)

De heer Baudet (FvD):

Enorm. Maar het is allemaal gepraat voor de bühne. Uw partij heeft het Marrakesh-immigratiepact ondertekend. Uw partij weigert iets te doen aan de massale instroom van mensen. Uw partij blijft pleiten voor voorrang voor deze statushouders op de woningmarkt en weigert effectief statushouders die al lang terug kunnen, ook uit te zetten. Dus dat er dan een topje is geweest in Finland: ik vind het heel erg leuk, maar het verandert helemaal niets en dat weet u zelf ook.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik denk dat als je de wereldwijde migratieproblematiek wil aanpakken, je daar meer in kan doen als Europa dan als land alleen. U heeft maandenlang beweerd dat de dag nadat het Marrakeshpact gesloten zou worden, tienduizenden bootjes deze kant op zouden komen. Ze zijn er nog steeds niet.

De heer Baudet (FvD):

Dat is niet waar, want vandaag werd ...

De voorzitter:

Nee, meneer Baudet. Meneer Baudet, het spijt me. Ik ga naar mevrouw Marijnissen.

De heer Baudet (FvD):

Maar ...

De voorzitter:

Nee. Mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ik kon dit momentje niet helemaal laten lopen. De heer Heerma refereert aan de rol van zijn vader. Er was inderdaad een tijd dat onze vaders hier tegenover elkaar stonden in de rol waarin wij hier nu ook staan. Dat ging toen, exact zoals de heer Heerma benoemde, over het vermarkten van onze sociale volkshuisvesting. Ik vind het wel een mooi moment, want ik heb het idee dat wij nu, zoals wij hier vandaag staan, iets dichter bij elkaar zijn gekomen dan de heren toen misschien. En dat is mooi. Mijn vraag is of u dan ook bereid bent om samen stappen te zetten. Er is een brief gekomen van het kabinet en er gebeuren een aantal dingen. Dat is mooi. Maar wat mij betreft is het niet genoeg als u zegt dat we écht moeten stoppen met de volkshuisvesting zien als een markt. Dat omarm ik, maar bent u dan ook bereid om, bijvoorbeeld, die woningcorporaties, waar u een mooi pleidooi voor hield, te verlossen van die 1,8 miljard die zij nu jaarlijks moeten betalen, waardoor ze helemaal niet toekomen aan het bouwen van extra huizen, om maar eens wat te noemen? Zou dat niet een mooie stap zijn?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Als het gaat over die budgetteringsrelatie kan ik er niet helemaal omheen dat de naam Marijnissen door mijn hoofd was geschoten, zowel bij de voorbereiding van Buitenhof als bij die van dit debat. Er zijn toen namelijk ook al debatten gevoerd. Mijn vader is inmiddels twintig jaar geleden overleden. Ik kan er dus niet met hem over praten. Daarom is het ingewikkeld om vast te stellen welke motieven er wel en niet waren. Maar als ik zelf teruglees wat het doel was, was het doel dat de overheid zich terug zou trekken en dat corporaties terug zouden gaan naar de samenleving. Ik denk ook dat we hebben kunnen vaststellen dat het in de praktijk niet gebeurd is, maar ook dat er in de politiek sindsdien allemaal besluiten zijn genomen waardoor we, ook vanuit dit huis, de woningcorporaties steeds meer als projectontwikkelaars zijn gaan behandelen. Daarom interrumpeerde ik de heer Dijkhoff aan het eind van zijn betoog. Ik denk wel degelijk dat we woningcorporaties misschien weer als woningcoöperaties moeten gaan zien en hun maatschappelijke rol moeten zien.

Zoals u weet, hadden wij in ons verkiezingsprogramma rondom de verhuurderheffing een andere lijn dan in het regeerakkoord stond. Ook hiervoor geldt dat ik niet eenzijdig afspraken op kan zeggen, ook al zijn ze niet wat ik zelf bedacht zou hebben. Ik hoop dat mevrouw Marijnissen wel degelijk ziet dat er in deze begroting niet alleen iets gebeurt met geld, met serieus geld. Het is wel degelijk zo dat die 10 miljoen die ingeboekt is in de komende jaren al uitgegeven kan worden. Het gaat dus om 2 miljard om de woningmarkt in de komende paar jaar los te trekken. Dat is het doel. Zoals ook in de brief over de maatregelen van minister Ollongren staat, gebeurt er meer dan woningcorporaties geld te geven. Ze krijgen namelijk ook de ruimte en de maatschappelijke opdracht om betaalbaar te gaan bouwen. Ik weet dat het niet zo ver gaat als mevrouw Marijnissen zou willen, maar ik hoop dat ze de stap positief wil waarderen.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ja, zeker. Natuurlijk. Die stap wordt positief gewaardeerd. Ik snap ook de ingewikkeldheid van het regeerakkoord, maar tegelijkertijd vind ik dat woorden niet gratis mogen zijn. Het zijn mooie woorden, maar ook stevige woorden. Ik vind dat er dan ook daden uit moeten volgen. Ik noem natuurlijk niet voor niets die verhuurderheffing, die 1,8 miljard per jaar. Ondertussen is dat namelijk zo'n ontzettend blok aan het been van onze woningbouwcorporaties dat het leidt tot allerlei problemen. Volgens mij is het draagvlak voor die heffing totaal weg. Misschien is er inderdaad nog draagvlak bij de coalitiepartners, maar bij de rest van Nederland is die echt helemaal weg. Ik denk dat het een hele goede stap zou zijn om als kabinet te zeggen: als wij daar echt meer ruimte voor willen geven en woningcorporaties weer terug willen in de rol waarvoor ze ooit bedoeld waren, geven we ze die kans.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Het is vast niet de bedoeling van mevrouw Marijnissen, maar ik vind dat ze in haar samenvatting de plannen die er nu liggen, tekortdoet. Er wordt voor de komende jaren wel degelijk 2 miljard geïnvesteerd om de woningmarkt vlot te trekken. Dat zit deels in het versnellen en het losweken van projecten om betaalbaar te bouwen. Dat is het ene miljard. Maar er is ook 1 miljard voor woco's. Als mevrouw Marijnissen de brief van het kabinet van afgelopen week leest, ziet ze dat daar niet alleen meer ruimte zit, maar ook de opdracht richting woningcorporaties om betaalbaar te bouwen voor de middenklasse. Ik vind dat het dus niet alleen woorden zijn. Daar ben ik het gewoon niet mee eens. Ik vind het niet alleen woorden. Daar ben ik het gewoon niet mee eens.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, mevrouw Marijnissen

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ja, tot slot. Ik begrijp het. We gaan maar even uit van 100 miljoen per jaar. Ik heb begrepen dat het op kan lopen op het moment dat het goed besteed kan worden, maar in principe is er 100 miljoen per jaar. Op een bedrag van 1,8 miljard is dat niet heel veel. Daarom heb ik gezegd dat het nog niet het begin van een oplossing is. Een ander idee zou kunnen zijn — ik gooi het maar even bij de heer Heerma voor de voeten — het bevriezen van huren, om maar eens wat te noemen. We zien nu dat een betaalbaar huis vinden ontzettend moeilijk is geworden en dat de huren torenhoog zijn geworden. Ik zie dat het kabinet wel stappen zet. Of stapjes, zou ik eigenlijk willen zeggen. Als je tegelijkertijd analyseert dat we in een wooncrisis zitten, is er zo ontzettend veel meer nodig dan er nu gebeurt. Zou het dan niet een goed idee zijn om nu tijdelijk de huren te bevriezen om ervoor te zorgen dat de mensen die uit het onderzoek van het Nibud kwamen — een kwart van de huurders zit op dit moment financieel aan de grond en de helft van de huurders kan moeilijk rondkomen — een beetje te helpen?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik ben het er niet mee eens dat het maar stapjes zijn. Ik vind de combinatie van de 2 miljard die voor de komende jaren zijn uitgetrokken en het brede pakket aan maatregelen zoals dat in de brief is aangekondigd echt meer dan stapjes. Dat gaat ook over hoe je meer ruimte geeft om de huren betaalbaar te houden.

De heer Asscher (PvdA):

Ik vind het heel positief, terug naar de volkshuisvesting en dat concreet maken. Ik snap dat je niet in één keer alles kan doen, maar ik denk dat je niet als CDA gehouden kan worden aan bijvoorbeeld de ATAD, die aftrekbeperking, die veel meer blijkt te kosten aan corporaties dan was voorspeld. We hebben daarvoor gewaarschuwd. Die beperkt enorm de mogelijkheden voor corporaties om betaalbaar te bouwen voor lage inkomens en middeninkomens. Ik zou toch op dat punt de heer Heerma willen uitnodigen om zich te houden aan het regeerakkoord, maar ook te zeggen dat we hier gek bezig zijn. Een maatregel die bedoeld was tegen de sprinkhaanbedrijven, leidt er nu toe dat we niet bouwen voor de mensen die een woning nodig hebben.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ook tegen de heer Asscher wil ik zeggen dat deze Miljoenennota wel degelijk een kantelpunt markeert. Dat heeft hij zojuist wellicht in de bijdrage van de heer Dijkhoff ook kunnen horen en voelen. De coalitie gaat tussentijds behoorlijk extra investeren, een serieus bedrag. Dat is ook hard nodig gezien de problemen op de woningmarkt. In de volkshuisvesting, moet ik zeggen. Zij neemt ook maatregelen, zowel op het terrein van het behoud van betaalbare huurwoningen als op dat van bijvoorbeeld het laten betalen van beleggers boven starters. Ik kan echter niet alle problemen in één keer oplossen en ik voel me wel degelijk gebonden aan afspraken die wij maken. Ik denk — daar zal ook met minister Ollongren veel over gesproken worden — dat hier wel degelijk ruimte ontstaat voor woningbouwcorporaties maar ook voor anderen om betaalbaar te bouwen en een impuls te geven aan het oplossen van het probleem, dat we met z'n allen zien.

De heer Asscher (PvdA):

Ik was helemaal niet negatief over wat u zei. Sterker nog, ik was positief. Dan kunt u daarna zeggen "u bent niet positief", maar allee. Het gaat er wel om dat er meer betaalbaar gebouwd wordt. Mevrouw Marijnissen heeft wel gelijk dat de lasten voor de corporaties per saldo stijgen, ondanks die goede stap van de 100 miljoen. U zegt: dat heb ik afgesproken in het regeerakkoord; dat wilde de VVD. Maar in dat regeerakkoord werd niet voorspeld dat die kosten voor de corporaties zo hoog zouden zijn. Volgens mij is er een titel om te zeggen: nee, dat moeten we niet willen. Er is een maatschappelijk probleem; dat hebben we Dijkhoff horen erkennen. Je wil meer betaalbaar bouwen. Dus ga dat gesprek aan. Ik ben er niet bij, maar doe dat.

Misschien kunnen we op een tweede punt nu al nader tot elkaar komen. We zien dat heel veel verhuurders meer huur vragen dan gerechtvaardigd is en dat als ze tegen de lamp lopen, als je als huurder al daartegen in bezwaar durft te komen, er te weinig volgt. Het businessmodel werkt nu in het voordeel van huisjesmelkers die te veel huur vragen. Zou het CDA bereid zijn om met de Partij van de Arbeid — er is eerder over gesproken, ook in de Kamerdebatten — dat om te draaien en te zorgen dat je veel harder diegenen straft die een te hoge huur vragen en daarmee misbruik maken van kwetsbare mensen op zoek naar een huis?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik kijk in de richting van de heer Bruins, die er overigens niet is. Als het gaat over de ruimte voor woningbouwcorporaties, dan krijg ik de neiging om het over meloenen te hebben die doorgeslikt moeten worden. Het is wel degelijk zo dat wij in ons eigen verkiezingsprogramma verder hadden willen gaan dan we hebben gerealiseerd in de coalitie. Het is ook zo dat de verhuurderheffing enorm aan het stijgen is. Dat kan niet helemaal tenietgedaan worden met de 2 miljard die we nu uittrekken, maar het is wel een serieuze impuls voor de komende jaren. Ik ben blij dat de heer Asscher daar niet negatief over is. Als ik dat net te veel suggereerde, mijn excuus daarvoor.

Dan zijn concrete suggestie voor het aanpakken van de huisjesmelkers. Ik meen dat zijn collega Nijboer en mijn collega Ronnes daar in het verleden mee bezig zijn geweest. Ik meen ook dat daar moties over ingediend zijn. Ik ga in dit debat geen garanties geven, maar ik wil best kijken of daar in de richting van het kabinet nog goede suggesties uit kunnen volgen. Ik wil daar graag in tweede termijn even op terugkomen, want het is een concrete suggestie waar we al mee bezig zijn geweest. Volgens mij is het een constructieve suggestie, ook in relatie tot de maatregelen betreffende de huisjesmelkers die al in de brief van het kabinet staan.

De voorzitter:

Tot slot de heer Asscher.

De heer Asscher (PvdA):

Mooi, dat tweede punt. Daar gaan we werk van maken. Dan het eerste punt. We hebben allemaal kunnen constateren dat er geld op zoek naar een plan is, dat er een haardvuur is waar twee mannen ruzie maken wie het bedacht heeft, maar dat er nog weinig concrete ideeën zijn om te investeren. Volgens mij is dit zo'n concreet idee: betaalbare woningen, essentieel voor onze economie, essentieel voor jonge mensen op zoek naar een woning, essentieel voor oudere mensen die graag een kleinere maar betaalbare woning zouden willen. Dit is nou eens echt een goed onderwerp waar je niet heel lang onderzoek voor nodig hebt. We noemen het het Wobke-Wiebesfonds. Dat geld voor betaalbare woningen moet er nu komen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Wat mij zeer aanspreekt in het betoog van de heer Heerma — hij deed dat zondag al — is dat je eigenlijk van de woningmarkt naar volkshuisvesting moet. Dat is mij echt uit het hart gegrepen. Hoort daar wat de heer Heerma betreft ook bij dat we de huurmarkt weer gaan reguleren en dat we verder gaan ingrijpen op de huren en hoe hoog die zijn?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Volgens mij zitten er in de brief van minister Ollongren van gisteren, Prinsjesdag, maatregelen die meer ingrijpen, die meer sturen vanuit de overheid op zowel de huur- als de koopmarkt. Volgens mij zijn dit goede afspraken en moeten we daarmee aan de slag. Het is volgens mij geen totaal reguleren vanuit de overheid, maar ik wil hiermee aan de slag.

De heer Klaver (GroenLinks):

Het was een kabinetsbrief en een coalitiepartij, dus het verbaast mij niks dat u ermee aan de slag wilt. Maar als we even kijken naar het grotere idee, dan is er wel een groot probleem. Het ging al over monetaire beslissingen die worden genomen. Geld op de bank levert niks meer op. Het is heel interessant voor mensen om te investeren. Vastgoed is een goede investering. Dat rendeert, dat wordt veel sneller nog meer waard en dat heeft effect op de WOZ-waarde oftewel op de huurprijzen. Als je daarin niet rigoureus durft in te grijpen, valt straks bijna niks meer onder sociale huurwoningen. Er is al bijna geen middenhuur onder de €1.000. Moeten we niet ook gewoon vrij hard ingrijpen in wat er maximaal gevraagd kan worden aan huur, om ervoor te zorgen dat ook dat speculeren minder interessant wordt?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik zou de heer Klaver dan toch willen aanraden om de brief van gisteren heel goed te lezen. Juist op de punten die hij nu aangeeft, zoals het stijgen van de huur en het aanpakken van de speculanten, zitten er allerlei maatregelen in. Het kabinet gaat al aan de slag met de gedachte die de heer Klaver neerlegt, dus tel uw zegeningen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Vooruit.

De heer Pieter Heerma (CDA):

De heer Klaver moet zijn zegeningen tellen. Ik zal het netter zeggen.

De heer Jetten (D66):

Ik ben blij dat de heer Heerma zo bevlogen over de woningmarkt kan spreken. Wij hadden het afgelopen zomer allebei een tijdje over de stille ramp op de woningmarkt voor starters en mensen die zijn aangewezen op middenhuur en middenkoop. Maar het is inmiddels allang geen stille ramp meer, want iedereen ziet het. Iedereen ziet hoe moeilijk mensen in Nederland aan een huis komen. Ja, er ligt een mooie brief van de minister met een aantal maatregelen om bijvoorbeeld beleggers en huisjesmelkers harder aan te pakken en starters meer ruimte te geven. Maar de crux is ook dat we die 2 miljard goed investeren, zodat woningcorporaties kunnen bouwen en gemeentes woonwijken kunnen ontwikkelen. Daar zijn we het over eens, maar er hangt een donkere wolk van die stikstofcrisis boven onze hoofden. Die dreigt het bouwen van al die betaalbare woningen te blokkeren. Is de heer Heerma het met mij eens dat we het kabinet moeten oproepen om bij die stikstofcrisis te bekijken hoe in ieder geval de woningbouw aan de praat kan blijven?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik heb eigenlijk twee antwoorden op deze vraag en het ene is iets aardiger dan de andere. Laat ik met het aardige antwoord beginnen. Ik ben het met de heer Jetten eens. De heer Dijkhoff noemde haar al de minister van wonen, maar ik wil daar graag de minister van volkshuisvesting van maken. Deze minister van volkshuisvesting heeft een rol op te pakken, want als we het over geld en maatregelen hebben, kan het daar niet bij blijven. Het Rijk zal ook meer verantwoordelijkheid en regie moeten nemen, zodat die volkshuisvesting ook loskomt. Het Rijk moet daar gebieden voor durven aanwijzen en daar actief in meedraaien. Daar zullen we als Kamer ook in meegenomen moeten worden. Daarmee wordt de rol die de landelijke politiek en het Rijk op zich nemen in de volkshuisvesting groter dan die de afgelopen jaren is geweest.

Maar als het gaat om de stikstofproblematiek moet me ook van het hart dat ik een slecht gevoel heb over het antiboerenplan waar D66 vorige week mee kwam. Het beeld blijft hangen dat met één pennenstreek de helft van de agrarische sector is weggestreept. Ik vind dat niet goed en niet verstandig. Mijn eerste reactie was: geen boeren, geen eten. We weten dat onze agrarische sector in de toekomst van enorm belang wordt, juist voor de voedselvoorziening, niet alleen hier, maar mogelijk zelfs wereldwijd. Daarmee is en blijft het ook een enorme economische factor voor Nederland. Ik zou er dus, als het over stikstof gaat, een andere manier van denken tegenover willen plaatsen. De heer Klaver heeft al een heel andere manier van denken geïntroduceerd als het gaat om hoe we ons werk in de Kamer überhaupt doen, maar laten we nou eens op een andere manier gaan denken als er bij bouwprojecten problemen zijn met stikstof. Stel dat je nou eerst eens in de omgeving gaat kijken wat de leeftijd is van boeren die daar wonen. Ik geef je op een briefje dat er dan oude boeren tussen zitten die bedrijfsopvolgingsproblematiek hebben. Dan kan een goed gesprek voeren over een eerlijke prijs voor nog aan te wijzen dure bouwgrond weleens effectiever zijn om tot oplossingen te komen, dan goeie boeren met een goedlopend bedrijf wegpesten over de grens. Ik denk dat je dan echt resultaten kunt boeken. Daar doe je meer mee dan met zo'n verhaal dat de helft van de veestapel moet verdwijnen. Ik denk ook dat er dan een interessant stukje bijvangst bij kan zitten, namelijk dat je wat doet aan ondermijning. Dan kan namelijk die noodlijdende boer een drugscrimineel weerstaan die zich als suikeroom op het erf probeert te manifesteren, omdat er mét onze fantastische agrarische sector wordt gewerkt aan oplossingen in plaats van tégen hen.

De heer Jetten (D66):

Ik ben heel blij met dit antwoord, want de heer Heerma sluit zich eigenlijk volledig aan bij de visie van D66 als het gaat om een duurzame landbouwsector. Het eerste antwoord van de heer Heerma is: ja, als we willen bouwen, bouwen, bouwen, dan zullen we bij die stikstofcrisis moeten kijken hoe we dat bouwen dan ook daadwerkelijk voor elkaar krijgen. Dat betekent dat je op andere plekken de uitstoot van te veel stikstof moet terugdringen. Ook mijn verhaal richting de agrarische sector is: we zien dat uw systeem vastloopt; we zien dat er boeren zijn die 70 uur in de week moeten werken en met veel pijn en moeite net een minimuminkomen binnenhalen, en we zien dat er boerenbedrijven zijn waar geen opvolging meer is. Dat zijn bedrijven die je kunt helpen door bijvoorbeeld voor dierenrechten op te komen. Er zijn ook boerenbedrijven die de omslag naar duurzame landbouw willen maken en aan ons, aan de overheid, vragen: help me om naar die duurzame landbouw over te stappen. Als we die keuze durven te maken, als we volop durven te kiezen voor de kringlooplandbouwvisie van deze minister, dan kunnen we de veestapel laten inkrimpen, de stikstofuitstoot terugdringen en daarmee heel veel ruimte creëren voor die hoognodige woningen.

De voorzitter:

Dat was geen vraag.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Maar ik ga er wel op reageren.

De voorzitter:

Dat dacht ik al.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik vind wat de heer Jetten doet namelijk wel bijzonder. Ja, ik vind dat de minister een heel goed verhaal heeft — dat had ze van de week in Jinek ook — over hoe je die transitie met elkaar kunt maken en hoe je mét onze fantastische agrarische sector iets kunt doen. De heer Jetten moet alleen niet doen alsof dat is wat D66 vorige week maandag deed met de grote krantenkop "De helft van de veestapel moet weg." Dat is tégen onze agrarische sector, en dat vind ik jammer. Hij moet mijn antwoord dus niet interpreteren als steun daarvoor, want dat is het niet.

De voorzitter:

Dit is de tweede keer dat ik hoor dat de minister het in Jinek heeft besproken, maar het hoort ook in de Kamer. Dat even terzijde.

De heer Jetten (D66):

Zeker, voorzitter. Maar nogmaals, volgens mij vinden we elkaar hier toch wel weer in het midden. Wij als politiek zijn uiteindelijk besteld om de grote vragen te durven stellen en die ook met elkaar te durven beantwoorden. De heer Heerma had het daar in zijn betoog ook over, al gebruikte hij volgens mij wat andere woorden. De onderkenning die we met elkaar vandaag moeten doen is volgens mij — en ik denk dat ik mevrouw Thieme daarin aan mijn zijde vind — dat het huidige landbouwsysteem is vastgelopen. Dat is niet iets wat we de boeren kwalijk moeten nemen, maar ons allen. We betalen een te lage prijs voor het voedsel dat ze produceren. Daarmee hebben we boeren gedwongen om alleen maar op te schalen en op te schalen om überhaupt nog een fatsoenlijke boterham te kunnen verdienen. Het effect daarvan is dat we te hoge concentraties van de veestapel hebben en daardoor ook te hoge concentraties van uitstoot, die impact hebben op onze natuur en op onze volksgezondheid. Wij hebben nu met elkaar de unieke kans om de klimaatcrisis en de stikstofcrisis aan te grijpen om te investeren in een duurzame landbouwsector die ook over 10, 20 of 30 jaar nog toonaangevend in de wereld kan zijn. Als ons dat lukt, creëren we ook de ruimte om die huizen te bouwen.

De heer Pieter Heerma (CDA):

De heer Jetten raakt in zijn vervolgvraag heel even aan het punt dat boeren ook een eerlijke boterham moeten kunnen verdienen. Dat is iets waar mijn collega Jaco Geurts al jaren mee bezig is. Dat heeft ook met de inkoopmacht van supermarkten te maken. Als D66 daarover mee wil denken, dan vind ik dat heel welkom. Ik denk ook dat dat verstandig is, want dit is een fundamenteel vraagstuk in de transitie naar een kringlooplandbouw die is afgesproken. Maar wil je een transitie goed kunnen realiseren met elkaar, en wil je ook goede antwoorden kunnen vinden op een heel complex vraagstuk rondom stikstof, dan helpt wat D66 vorige week gedaan heeft niet. Ik denk dat de heer Jetten ook erkent dat het verhaal dat hij hier aan de interruptiemicrofoon vertelt, een stuk genuanceerder is dan wat toen daar in de krant is gezegd.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Jetten.

De heer Jetten (D66):

Ja, tot slot, voorzitter. Ik ga de uitnodiging van de heer Heerma graag aan om te kijken hoe we die kracht van boeren ten opzichte van grote supermarktketens en andere inkomens kunnen versterken. Dat lijkt mij echt cruciaal, ook om het verdienmodel van de landbouwsector overeind te houden. Nogmaals, onze visie op de kringlooplandbouw is niet bedoeld om mensen tegen de schenen te schoppen, maar om te voorkomen dat we mensen zand in de ogen strooien en om te kijken hoe we samen perspectief kunnen bieden.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het is een hartstikke goed plan van D66 om het aantal dieren in de toekomst ten minste te halveren. Ik wil weten of de heer Heerma weet hoeveel boeren wij nog in de veehouderij hebben. In 2005 hadden we er 9.800. Hoeveel hebben we er nu, denkt u?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Vertelt u het eens.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dat is gehalveerd. En waarom? Vanwege het beleid van het CDA en de VVD, die de boeren werkelijk in de schulden hebben laten lopen. In feite zijn zij gewoon schuldhorigen geworden van banken. Ze zijn maar doorgegaan met intensivering en grootschaligheid voor de grote cowboys. De familiebedrijven zijn verdwenen. Als het CDA hier een mooi verhaal wil neerzetten dat het zo graag voor de boeren wil opkomen, moet het vooral kijken naar zijn eigen beleid, want elke dag moeten er vijf tot zeven boeren stoppen. Dat is niet vanwege de plannen van D66, GroenLinks of de Partij voor de Dieren, maar vanwege het beleid van het CDA.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Het is wel heel bijzonder dat mevrouw Thieme zich hier nu als de grote beschermvrouwe van de boeren opstelt.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het gaat mij hier vooral om de hypocrisie van uw kant.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Mevrouw Thieme laat al jarenlang geen debat voorbijgaan zonder af te geven op onze fantastische agrarische sector en die als een vijand neer te zetten. Ik denk dat de heer Jetten ook weet dat de grote negativiteit waarmee het D66-plan is ontvangen, daarmee te maken heeft. Dat mevrouw Thieme het CDA hier dan verwijten gaat maken over de bejegening van de agrarische sector, vind ik echt een schande. We hebben een fantastische agrarische sector die wereldwijd van groot belang is, ook voor de toekomst met klimaatverandering en voor de voedselvoorziening. Wat ik hier in dit debat heb aangegeven, is: ja, er is een transitie nodig. Dat hebben we overigens ook in het regeerakkoord aangegeven. Die transitie blokkeren wij niet, maar we gaan die wel met onze fantastische agrarische sector maken en niet daartegen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Als er iets is waar het CDA hier echt verantwoordelijkheid voor moet nemen, is dat het feit dat elke dag vijf tot zeven boeren moeten stoppen met hun bedrijf en dat we te maken hebben met varkensboeren die niet meer een gewone, fatsoenlijke prijs voor hun producten krijgen. Dat heeft niets te maken met wat de Partij voor de Dieren wil. Dat heeft ook te maken met het feit dat uw CDA ook staat voor vrijhandelsverdragen zoals CETA, TTIP, het verdrag met Oekraïne en nu weer het verdrag met de Mercosur-landen. Ook die worden vanuit de boerensector weer massaal gezien als een grote bedreiging voor hun boterham. Wat heeft het CDA te zeggen over het feit dat het gewoon doorgaat met die internationale handel in landbouwproducten ten koste van onze eigen boeren?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ten eerste is bij de beoordeling van dit soort verdragen voor het CDA altijd de eerste prioriteit dat zij niet slecht moeten uitpakken voor onze boeren. Maar ik vind het ook heel raar dat mevrouw Thieme het CDA verwijten maakt op het punt van de eerlijke prijs die boeren voor hun producten moeten krijgen, want zoals ik zojuist ook al aangaf, was het mijn collega Jaco Geurts die hier in deze Kamer voor het eerst aandacht voor heeft gevraagd en die er nadrukkelijk mee aan de slag is gegaan dat een paar inkoopconglomeraten bij supermarkten deels door de Mededingingswet beter beschermd zijn dan die kleine boer en die kleine ondernemer.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Als Nederland met toestemming van het CDA wordt overspoeld met plofkippen uit Oekraïne en als een Mercosur-verdrag wordt afgesloten met Brazilië, waar de regenwouden op dit moment worden platgebrand vanwege de vlees- en veevoersector, dan weten we allemaal dat het CDA het de boeren op dit moment alleen maar lastiger gaat maken. Ik wil hier dus klip-en-klaar van het CDA horen of het daadwerkelijk achter de boeren staat en of het nee zal zeggen tegen die schaalvergroting in dit land, waardoor familiebedrijven verdwijnen, en tegen die vrijhandelsverdragen, waardoor we overspoeld worden met goedkope dieronvriendelijke en milieuonvriendelijke producten.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Het CDA staat altijd achter onze boeren en achter onze fantastische agrarische sector. Als mevrouw Thieme het echt zo goed voor heeft met het verdienmodel van onze boeren zodat zij een eerlijke prijs voor een eerlijk product krijgen, zou ik zeggen: de heer Jetten heeft de handschoen al opgepakt, misschien is het goed dat mevrouw Thieme ook eens met de heer Geurts om de tafel gaat.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u verder gaat met uw betoog.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik geloof dat de heer Klaver rondom drugs zijn hele fractie niet blij maakt. Ik heb niet de indruk dat ik zojuist mijn collega Geurts heel blij gemaakt heb. Mijn excuus daarvoor.

Ik had voor mijzelf aan het einde van mijn pleidooi om met boeren in plaats van tegen boeren te werken een bruggetje gecreëerd richting ondermijning. Velen voor mij zijn begonnen met de verschrikkelijke aanslag vanochtend in Amsterdam, die ons met de neus op de feiten drukte over hoe erg ondermijning doordringt en hoe erg het onze rechtsstaat aantast. Ik heb diverse mensen vandaag horen uitspreken dat het echt een aanslag op onze rechtsstaat is.

Ik was van plan om het in een deel van mijn betoog te hebben over zaken waar de heer Klaver het net over had: onderwerpen als snuifschaamte en dat er zonder vraag geen productie is. Maar ik wil eigenlijk vooral zeggen dat we die ondermijning echt een klap moeten toebrengen. De narcostaat voert een strijd met onze rechtsstaat en wij kunnen het ons niet veroorloven om die te verliezen. De aanslag van vanochtend laat zien dat we niet in de buurt zitten van Italiaanse maffiapraktijken, maar dat ze er al lang en breed zijn.

Met extra geld en ondermijningswetgeving bouwt het kabinet al aan een begin om iets te gaan doen, maar volgens mij is het niet voldoende. Om de georganiseerde misdaad echt een klap toe te brengen, zal er meer moeten gebeuren. Dat heeft ook met effectieve uitvoering te maken. Er zal een interventieteam ondermijning moeten komen, waarin alle takken van sport, recherche, financiële recherche, Belastingdienst, Arbeidsinspectie, maar ook hulpverleners en jongerenwerkers zitten. Een dergelijk team zal doorzettingsmacht moeten krijgen en zal dus ook allerlei procedures die gelden in Bibob-wetgeving, het mogen delen van informatie, aan de kant moeten kunnen schuiven. Die bevoegdheden moeten er gericht voor dit team komen. Dat raakt ook aan een pleidooi van de regioburgemeesters. Alleen dan kunnen we met facts on the ground deze strijd winnen van de narcostaat. Dan kunnen we de criminele netwerken gaan oprollen en zware jongens grote sommen geld gaan afnemen. Ik zie hierbij mogelijkheden die analoog zijn aan de Crisis- en herstelwet: tijdelijk gericht deze bevoegdheden geven om de georganiseerde misdaad echt een klap toe te brengen. Ik wil daarop graag een reactie van het kabinet.

Maar er geldt ook een sociale kant. Want bij kansarme jongeren, die al vanaf een jaar of tien stappen zetten in de georganiseerde misdaad, komen we er niet met repressie alleen. Er is ook een wijk- en familiegerichte aanpak nodig, langjarig gericht op wijkopbouw en met een alternatief voor jongeren die nu dreigen af te glijden. Ik denk dat hierbij waardevolle lessen te leren zijn uit de aanpak van Marco Pastors in het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. De heren Asscher en Dijkhoff hadden het er op een andere manier ook al over. Ik wil heel graag, zowel op het debat dat zij hadden als op dit vlak, de sociale kant van het tegengaan van ondermijning, een reactie van de minister-president.

Mevrouw de voorzitter. Dit jaar en volgend jaar vieren we 75 jaar bevrijding. De herinneringen aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, maar ook de heldenmoed van het verzet en onze bevrijders, verplichten ons allen om de vrijheid en saamhorigheid in ons land te koesteren en te beschermen. Ik pleit daarbij voor gezonde vaderlandsliefde: trots zijn op Nederland, op onze geschiedenis, op onze westerse waarden en tradities. En tegelijkertijd niet blind zijn voor bestaande onrechtvaardigheden als discriminatie. Als jij kiest voor Nederland, dan kiest Nederland voor jou. Het zal verbroederend werken en laten zien dat er tussen bevolkingsgroepen meer is dat hen bindt dan hen scheidt. Maar dat betekent ook dat we moeten bestrijden wat ongewenst is en volstrekt strijdig is met onze waarden en tradities. Ik heb het dan over meisjesbesnijdenis en vrouwenonderdrukking, maar ook over het salafistische onderwijs dat haat predikt richting onze samenleving. De minister van Onderwijs en de onderwijsinspectie hebben hier een taak op te pakken. Dat hebben zij in het belang van onze rechtsstaat. En dit geldt voor zowel het reguliere als het informele onderwijs, wat de collega's Dijkhoff en Segers vorige week volgens mij ook aangaven. Ik wil daarop graag een reactie van het kabinet.

Overigens stonden er in het regeerakkoord al verschillende maatregelen die een inclusieve vaderlandsliefde moeten bevorderen. Ik denk daarbij vanzelfsprekend aan de maatschappelijke diensttijd. Daarom ga ik Kennedy nog een keer aanhalen, speciaal voor de heer Klaver. "Vraag niet wat je land voor jou kan doen, maar wat jij kunt doen voor je land". Een andere manier om die gezonde vaderlandsliefde te stimuleren is het toegankelijk maken van onze geboortepapieren, het gezamenlijk toegankelijk maken daarvan op een mooie publieke plek voor heel Nederland. Dit kan namelijk verbroederend en integrerend werken, ook op mensen die nieuw zijn in Nederland. Want de Unie van Utrecht, het Plakkaat van Verlatinghe en de Apologie van Willem van Oranje markeren niet alleen in de geschiedenis van ons land, maar ook in die van de rest van de wereld een unieke en belangrijke omwenteling. Voor het eerst werd er namelijk vastgelegd dat de monarch zijn legitimiteit ontleent aan zijn mate van dienstbaarheid aan het volk. Laten we hier trots op zijn en laten we de verbindende werking ervan een kans geven. Ik hoor graag van het kabinet hoe het ervoor zorgt dat deze geboortepapieren van Nederland gezamenlijk een mooie plek gaan krijgen, vol in het zonlicht, zoals collega Dijkhoff zei, hoewel dat misschien voor de papieren zelf niet de beste plek is.

Mevrouw de voorzitter, ik rond af. Als we teruggaan naar het verjaardagsfeestje en denken aan die gescheiden werelden, dan hebben we in dit huis met elkaar dagelijks de taak om te bouwen aan een land waarin we willen wonen en werken, en waarin we met elkaar een gemeenschap vormen. Daaruit volgt de opdracht om de samenleving bijeen te houden, tweedeling te overbruggen en aan een sterke samenleving te bouwen, aan een eerlijke economie en een toekomst die mensen met vertrouwen tegemoet kunnen treden. Geen angst om te vallen, maar de wil om te klimmen. Om samen te klimmen. Want het uitzicht aan de top zal dat waard zijn.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Heerma. De heer Jetten.

De heer Jetten (D66):

Dat was een mooi rond betoog van de heer Heerma. Hij begon met "iedereen moet kunnen meedoen, die kloof moeten we overbruggen". En daar eindigde hij ook heel mooi mee. Maar ik heb eigenlijk een ding in het betoog daartussen gemist: de loonontwikkeling. Daar heb ik eerder met de heer Dijkhoff een interruptiedebatje over gehad. Volgend jaar stijgen de lonen gemiddeld met 2,5%. Vindt de heer Heerma dat voldoende?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik vind het heel goed dat de premier de verantwoordelijkheid heeft genomen om daar druk op te zetten. En ik heb heel goed gehoord dat de heer Jetten aan de heer Dijkhoff heeft gevraagd om te zoeken naar een manier om die druk erop te houden, zodat de gezamenlijke looneis van de minister-president en de FNV bij grote bedrijven in de praktijk tot stand komt. We moeten alleen kijken naar de manier waarop we die druk uitoefenen. En volgend jaar moeten we nog zien of die beweging rondom de winstbelasting gemaakt moet worden. Ik ben het namelijk eens met het punt van de heer Dijkhoff dat we ervoor moeten waken dat we de bedrijven die wel de goede beweging maken, straffen vanwege de bedrijven die dat niet gedaan hebben. Dat vind ik een wezenlijk vraagstuk. En de druk erop houden vind ik heel verstandig. Ik denk ook dat het niet vaak in de geschiedenis voorgekomen is dat de minister-president van een land de looneis van de FNV voor is geweest.

De heer Jetten (D66):

En dan toch ook voor de mensen thuis: die looneis van de FNV is 4,5% tot 5%. Die FNV en de fracties van het CDA, de VVD en D66 sluiten zich eigenlijk aan bij de oproep van de minister-president: zorg ervoor, beste werkgevers, dat medewerkers volgend jaar kunnen meeprofiteren van die economische groei. Wij zijn ertoe bereid om daar maximaal de druk op te houden, met de winstbelastingverlaging van 2021.

De voorzitter:

Dat was geen vraag.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Nee.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik heb een vraag over de jeugd. De heer Heerma, mijn collega van het CDA, had het over onderwijs, over hoe jongeren aan een woning moeten komen en over de taak die wij als overheid hebben om voor mensen te zorgen. Dan kom je eigenlijk automatisch uit bij jeugdzorg. In mijn bijdrage had ik het over een groep kinderen die tussen wal en schip vallen. Zij zijn echt de dupe geworden van de overheveling naar de gemeenten, iets wat we met elkaar hebben bedacht. Nu kent u het pleidooi voor die gespecialiseerde jeugdzorginstellingen waar wij als rijksoverheid zelf voor verantwoordelijk zijn. Hoe kijkt de heer Heerma daartegenaan? Ziet hij ruimte om met ons te onderzoeken hoe wij dit kunnen realiseren?

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ik ga de heer Klaver drie antwoorden geven, en die zijn allemaal vriendelijk. Het kan verkeren.

Het eerste is dat het kabinet niet voor niets 300 miljoen extra uittrekt voor de problemen in de jeugdzorg. Het tweede is — ik denk dat de heer Klaver dat weet, want zijn partij heeft sinds de gemeenteraadsverkiezingen op dit terrein best veel wethouders — dat er ook op lokaal niveau een verantwoordelijkheid te nemen is. Zeker als je ziet dat in sommige gemeenten het snelst groeiende bedrijf van de gemeente, en winnaar van de prijs voor ondernemer van het jaar, een bureautje is dat geld uit de jeugdzorg haalt voor hele lichte gevallen van autisme. Dat gebeurt letterlijk. Dus ook op lokaal niveau moet er wat gebeuren. Dat zijn mijn eerste twee antwoorden.

Het derde antwoord is dat de heer Klaver volgens mij wel degelijk aan een probleem raakt. Wat ik eerder bij de heer Asscher deed, doe ik nu weer. Ik ga nu niet toezeggen dat ik aan het einde van dit debat een zak geld heb, maar volgens mij raakt de heer Klaver een terecht punt en ik ben zeer benieuwd wat het kabinet erop gaat antwoorden.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dank voor deze opening.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Heerma. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Marijnissen namens de SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ik zie de bewindslieden hier allemaal zitten en moet ineens denken aan de uitspraak die ik de premier gisteren of eergisteren op de televisie hoorde doen. Het was ongeveer: politiek is showbizz voor lelijke mensen. Ik vroeg me af wie van de collega's hij in gedachten heeft gehad bij die uitspraak. Ik zie ze hier allemaal zo zitten: dat kan toch niet waar zijn?

De voorzitter:

Ik durf het niet te benoemen, maar hij wijst iemand aan.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Het wordt gevaarlijk dan! Ze bekvechten nog even verder erover. Dat snap ik.

Voorzitter. Toen we vorig jaar op deze plek stonden, ging het over het voornemen van het kabinet om de dividendbelasting af te schaffen. Het werd al genoemd: een cadeau aan de multinationals. Daar is het kabinet toen gelukkig van teruggekomen. Het kabinet dat toen tot in het diepste van zijn vezels voelde dat dit nodig was, neemt nu maatregelen rondom de winstbelasting om ervoor te zorgen dat bedrijven een fatsoenlijk deel belasting over hun winst gaan betalen.

Ook wil het kabinet, zo bleek recent, sneller stoppen met de gaswinning in Groningen. Dit leek eerst niet mogelijk, maar het besluit is nu toch genomen. Vanzelfsprekend wil men in Groningen eerst daden zien en is er nog heel veel werk te verzetten rondom de versterking. Maar hopelijk zal dit een kentering zijn. Dit geeft hoop. Hoop dat wellicht ook op andere vlakken bij dit kabinet sprake van een kentering zou kunnen zijn.

Ik wil daar wel een voorschot op nemen, bijvoorbeeld door in de markt de concurrentie te vervangen door samenwerking. Bijvoorbeeld door klimaatrechtvaardigheid vast te leggen als uitgangspunt voor al ons klimaatbeleid. Die omkering is nodig. Er is een groeiend maatschappelijk verzet tegen het feit dat rechtvaardigheid het op dit moment te vaak aflegt tegen het belang van de kortetermijnwinst. Toen ik recent bij een hoorzitting aan de baas van Shell vroeg hoe het stond met de moraliteit van zijn onderneming, keek hij een beetje moeilijk en zei: moraliteit, dat vind ik eigenlijk maar een complex begrip. Hij gaf aan dat Shell slechts iets zal doen op het moment dat de wet het bedrijf daartoe verplicht. Dat bevestigt ons in het idee dat het hedendaagse kapitalisme amoreel is. Daardoor houdt het de deur wagenwijd open voor immoreel handelen op alle niveaus. Kortzichtige productieprocessen die ten koste gaan van het leven op de planeet, een ongekende opeenhoping van inkomen en vermogen bij heel weinigen ten koste van de welvaart van velen.

De economie groeit. Daar hebben heel veel mensen heel hard voor gewerkt. De meeste mensen hebben echter niet hun eerlijke deel gekregen. Ondanks de mooie beloften van het kabinet vorig jaar bleek vorige week dat maar liefst half Nederland er niet in koopkracht op vooruit is gegaan. De lonen van mensen stegen niet of nauwelijks, maar de energierekening, de prijs van de boodschappen, de huur en de zorg stegen allemaal wel. Ons land had nog nooit zo veel miljonairs. Tegelijkertijd leven 600.000 gezinnen in armoede. Dat is niet rechtvaardig en dat moet dus anders.

Gisteren luisterden we naar de troonrede. Niet lang daarna opende de SP de Troontelefoon. Nederlanders konden dat telefoonnummer bellen om te laten horen wat ze van de troonrede vonden. Tweede Kamerleden van de SP zaten klaar om daarnaar te luisteren.

Beste minister-president, veel mensen maken zich zorgen. Tijdens de regeringen-Rutte zijn de uitkeringen aan aandeelhouders veel harder gestegen dan de lonen. De vraag is dus: hoelang laten we dat systeem nog zijn gang gaan? Hoelang laten we de ongelijkheid nog toenemen? Hoelang laten we het nog gebeuren dat de salarissen en de uitkeringen aan de top zoveel harder stijgen dan de lonen van mensen die daar zo hard voor hebben gewerkt?

Nu de gevolgen van de neoliberale politiek zo duidelijk zijn geworden, zien we ook dat de kritiek daarop zich langzaam verbreedt. Het zijn toch niet bepaald als radicaal bekendstaande heren, namelijk de heren Jan Terlouw en Herman Tjeenk Willink, die onlangs waarschuwden voor de desastreuse gevolgen als een samenleving vooral wordt gedicteerd door een vrije markt. Was het niet mijn gewaardeerde collega Gert-Jan Segers die vorig jaar nog waarschuwde voor de gevolgen van het rauwe kapitalisme? En was het niet mijn collega Rob Jetten die in zijn Kerdijklezing aankondigde de strijd te zullen aangaan met de enorme ongelijkheid en pleitte voor een miljonairsbelasting? Ik vraag de heer Jetten vandaag dan ook of die afspraak nog steeds staat. Zullen wij een voorstel indienen om te komen tot een effectieve miljonairsbelasting?

Ik zie dat de heer Jetten naar de microfoon komt. Dat is veelbelovend.

De heer Jetten (D66):

Als je zo'n open uitnodiging van mevrouw Marijnissen krijgt, dan moet je natuurlijk naar de interruptiemicrofoon. Ik heb begin dit jaar inderdaad de Kerdijklezing uitgesproken. We hebben het vandaag heel veel over inkomens gehad, maar de vermogensongelijkheid in ons land is eigenlijk veel groter dan de inkomensongelijkheid. Ik pleit met mijn partij voor een progressieve vermogensbelasting, waarbij je bij grotere vermogens ook wat meer belasting gaat betalen. Als mevrouw Marijnissen daar in de komende tijd met mij over na wil denken, heel graag.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Kijk aan!

Het werd al genoemd: premier Rutte zit hier binnenkort tien jaar. Ik geef toe dat er in die tien jaar veel gegroeid is: de winsten van multinationals bijvoorbeeld. Shell maakt 64 miljoen dollar winst per dag. Het aantal Nederlanders met een topinkomen is in de afgelopen periode met ruim de helft gestegen. Ook de winstuitkeringen aan aandeelhouders zijn flink gegroeid. Terwijl de winsten van grote bedrijven door het dak gaan, neemt de koopkracht van mensen nauwelijks toe. Dat in Nederland de 10% rijkste mensen twee derde van ons vermogen bezitten, betekent dat Nederland na de Verenigde Staten van de rijke westerse landen koploper is in vermogensongelijkheid. Terwijl de allerrijksten massaal de belastingen ontduiken, is er een groeiende groep mensen die niet meer in staat zijn om hun rekeningen te betalen.

Toenemende verschillen en minder samenhang; meer individualisme en minder solidariteit; private rijkdom versus publieke armoede. Na decennia van heilig geloof in de markt is het nu tijd om aan iets nieuws te beginnen. Wat mij betreft begint dat met het besef dat een land meer is dan een markt, de opvatting dat een mens meer is dan alleen een consument, en de overtuiging dat politiek meer is dan "je zoekt het zelf maar uit".

Mijn generatie en de generatie die daarna komt, groeien op in een onzekere wereld. Ook de SER waarschuwde ons onlangs nog voor een flexbaan, een flexhuis, een flextoekomst en niet weten wat je aan het eind van de maand op je rekening hebt staan. Dat leidt tot grote onzekerheid voor jonge mensen en brengt een hele nieuwe generatie in de problemen. We zullen meer moeten doen voor zekerheden voor iedere Nederlander, en zeker voor onze jonge generaties. Zij zijn immers de toekomst van dit land. Een betaalbaar huis, de mogelijkheid om te kunnen studeren zonder je gigantisch in de schulden te steken, een inkomen waar je zeker van kunt zijn, en een basis om een toekomst op te bouwen. Als de premier echt wil dat de lonen stijgen, verhogen we toch als eerste stap het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen? Dat is mijn vraag aan hem. Het minimumloon stellen wij hier in de Kamer namelijk zelf bij wet vast. Daar gaat de politiek dus wel degelijk over. Het heeft een direct effect op een half miljoen mensen die in Nederland moeten rondkomen van het minimumloon. Het helpt zo veel mensen die op dit moment de eindjes aan elkaar moeten knopen. Daarnaast tilt het de bodem van ons hele loongebouw omhoog, waardoor het een stuwend effect kan hebben op de rest van de lonen in Nederland. Dit najaar komen wij dan ook met een initiatiefwet om het minimumloon fors te verhogen. Dan hoeft de premier hopelijk niet meer te bedelen bij het bedrijfsleven en laten wij werknemers eerlijk meedelen in de winsten.

Maar er is natuurlijk veel meer nodig; dat realiseer ik mij ook. Wij zullen daarom dit najaar nóg een initiatiefwet indienen, inzake een gouden aandeel voor werknemerswinst. De medewerkers van een bedrijf met meer dan 100 werknemers krijgen een prioriteitsaandeel, waardoor zij recht hebben op winstdeling en meer zeggenschap. In veel Europese landen wordt daar al over gesproken en nagedacht en is men daar al verder dan wij. Het is wat ons betreft een eerste stap om een eerlijker balans tussen werknemers en aandeelhouders te kunnen realiseren.

Nederland zit in een wooncrisis. Wij hebben daar vandaag al een aantal keren over gesproken. Starters maken geen kans op een koophuis omdat beleggers de huizen voor hun neus wegkapen. De wachttijd op de wachtlijsten voor een sociale huurwoning bedraagt gemiddeld negen jaar. 2,5 miljoen Nederlanders wonen in een huis met gebreken en vorige week bleek dat een kwart van de huurders financieel totaal aan de grond zit. Het voorstel dat de SP onder andere vorig jaar bij de begroting deed om een miljardenfonds te starten voor wonen, lijkt te worden overgenomen. Dat is natuurlijk mooi; we zijn blij als onze voorstellen worden overgenomen. Maar zoals men al had kunnen begrijpen, zijn wij er nog niet helemaal van overtuigd dat het helemaal op de goede manier gebeurt.

Door de verhuurderheffing, die vandaag ook al een aantal keren is besproken, hebben alle huurders in de afgelopen periode €3.200 extra moeten betalen. Om een beeld te schetsen: van dat bedrag hadden die huurders ook acht zonnepanelen op hun dak kunnen leggen. Ik vraag de minister-president of dat eigenlijk niet een veel betere investering zou zijn geweest.

En er is meer nodig. Alleen bouwen is niet genoeg. We hebben niets aan gesubsidieerde huizen die vervolgens niemand kan betalen. Dan maken wij bouwers en verhuurders rijk, maar de woningzoekenden zijn daar niet mee geholpen. Wij stellen daarom ook voor om in de komende vijf jaar de huren te bevriezen. Over de nieuwe woningen die met het fonds gebouwd worden, zouden wij kunnen afspreken dat wij een betaalbare huurprijs vastleggen.

Als een opleiding een goede investering in de samenleving is, dan moet de samenleving ook investeren in onze jongeren. Als wij nu zien hoe groot de problemen met het lerarentekort zijn, dan is het onvoorstelbaar dat het kabinet hier op dit moment nog niet meer in investeert. En na een late bekering van een aantal partijen — zeg ik ook met een dikke knipoog naar mijn linkse collega's — is er hier een meerderheid voor het afschaffen van het schuldenstelsel. Een meerderheid hier in de Kamer, een meerderheid onder studenten en een meerderheid onder ouders. Zowat iedereen wil ervan af. Ik vraag de premier dan ook — wij hebben er vandaag al een aantal sprekers over gehoord — wat hem ervan weerhoudt om nu een nieuwe vorm van studiefinanciering in te voeren en daarmee niet te wachten tot de volgende periode. Er is nu al een hele generatie studenten als proefkonijn gebruikt, en het experiment is mislukt. De laatste drie jaar zijn de schulden van studenten met 5 miljard euro toegenomen. Wij vinden dan ook dat deze generatie gecompenseerd moet worden en dat wij allemaal zo snel mogelijk aan de slag moeten met het invoeren van een nieuwe vorm van studiefinanciering, zodat studenten zich niet langer in de schulden hoeven te steken en op jonge leeftijd al onnodig moeten leven met stress.

Ook een groot deel van de Kamer wilde de verzorgingshuizen sluiten. Duizenden zorgverleners verloren daardoor hun baan en veel ouderen die het thuis niet meer redden, verloren hun plek in een instelling. Wij hebben het sluiten van die verzorgingshuizen altijd een slechte keuze gevonden. Wij hebben dan ook, zowel binnen het parlement als daarbuiten, alles uit de kast gehaald om dat te voorkomen. Maar dat is niet gelukt, want ze zijn nu bijna allemaal dicht. Nu dat zover is, zeggen wij niet dat wij weer terug moeten naar de oude verzorgingshuizen met hun lange gangen, maar zeggen wij wel dat wij vooruit zouden moeten naar het zorgbuurthuis. Het zorgbuurthuis is een kleinschalig wooninitiatief waar ouderen met elkaar samen kunnen wonen, met vaste gezichten, vaste collega's, voldoende personeel en lekker vers eten, terwijl het daarnaast een inloopfunctie heeft voor ouderen uit de buurt die nog wel zelfstandig kunnen wonen, maar die wel behoefte hebben aan gezelschap of samen eten. Gezien ook de recente berichten dat op dit moment 14.000 ouderen wachten op een plek in een instelling — even voor de helderheid: die het thuis dus niet meer redden — zien wij dit echt als een noodzakelijke stap om te zetten. Het sluiten van de verzorgingshuizen vonden wij niet goed, maar het tegelijkertijd ook zo ontzettend veel bezuinigen op de zorg thuis, beoordelen wij als een van de meest kapitale fouten van het vorige kabinet. We zitten nu met de erfenis daarvan.

Een andere erfenis daarvan is dat maar liefst 77.000 zorgmedewerkers door die maatregelen hun baan in de zorg zijn verloren. Om dit tegen te gaan, hebben wij als SP, samen met zorgverleners, tientallen acties en debatten gevoerd. Nu hebben we een groot tekort aan zorgverleners en moeten we dure imagocampagnes starten om genoeg mensen te vinden.

Een meerderheid van de Tweede Kamer omarmde eerder al de uitgangspunten van ons zorgbuurthuis. In sommige gemeenten wordt er ook al werk van gemaakt. Ik vind dat een mooie stap. Een mooie stap naar hoe een menswaardige oude dag eruit zou kunnen zien en een mooie stap naar hoe we met elkaar de ouderenzorg zouden kunnen inrichten. Ik vraag de premier dan ook of hij net zo enthousiast is als ik.

Naast de zorg voor onze ouderen, moeten we ook de zorg voor onze jongeren goed regelen. De tekorten in de jeugdzorg zijn groot. Hierdoor staan gezinnen die hulp nodig hebben maandenlang op een wachtlijst en kampen zorgverleners met een torenhoge werkdruk. Die is zo hoog, dat ze twee weken geleden massaal staakten. Het is een unicum in de Nederlandse geschiedenis dat jeugdzorgmedewerkers het werk neerleggen. Dit moeten we dus snel oplossen.

Het vertrouwen in de rechtsstaat is een groot goed, maar het staat onder druk. Nu weer naar aanleiding van de onthullingen van RTL Nieuws over het proces tegen Geert Wilders. Ambtenaren van het ministerie van Veiligheid en Justitie hebben zich, zo lijkt, inhoudelijk bemoeid met deze individuele strafzaak. Dat is niet goed. Ministers en ambtenaren moeten daar ver van wegblijven. Daarom vraag ik de minister-president: wat is hier nu gebeurd? Hoe kan dit? Ik wil ook graag van de minister-president weten op welk moment hij op enigerlei wijze op de hoogte raakte van de inhoudelijke bemoeienis vanuit of door het ministerie van Justitie.

Vertrouwen in de rechtsstaat betekent ook dat mensen hun recht moeten kunnen halen. Wij deden als SP eigen onderzoek onder 1.200 sociaal advocaten. Daaruit bleek dat 70% van de sociaal advocaten op dit moment overweegt om te stoppen. Zij zien een groeiende tweedeling. Wat gaat het kabinet nu doen om een leegloop uit de sociale advocatuur te voorkomen? Niet in 2024 pas, zoals we de minister laatst hebben horen vertellen, maar nu! Want als de toegang tot het recht iets wordt voor alleen mensen met heel veel geld, dan krijgen we klassenjustitie in Nederland.

We hebben ook grote zorgen over de tekorten bij de politie. De mensen die klaarstaan voor onze veiligheid, hebben in toenemende mate te maken met agressie. En omdat er te weinig collega's zijn, blijven de aangiften op de plank liggen. We moeten investeren in voldoende collega's en waardering hebben voor onze politie. Vanzelfsprekend wil ik ook vanaf deze plek medeleven betuigen aan de familie en vrienden van het slachtoffer vandaag in Amsterdam, en daarmee eigenlijk ook aan de hele advocatuur in Nederland. Ik begreep dat een groot deel van de advocaten vandaag naar Amsterdam is gekomen om bij elkaar te zijn. Ik kan dat heel erg goed begrijpen. Steun dus ook voor deze doelgroep.

Voorzitter. Rechtvaardigheid betekent wat mij betreft ook dat mensen niet tegen elkaar worden uitgespeeld en dat collega's niet tot concurrenten van elkaar worden gemaakt. Maar op de Europese gebeurt dat nu precies wel. Dat wordt dan een "vrije markt" genoemd, maar heel veel mensen zijn daar helemaal niet zo vrij. Veel mensen gaan niet uit vrije wil, maar juist uit bittere noodzaak honderden kilometers van hun gezin vandaan werken. Eerder dit jaar was ik in Polen. In Polen wordt veel van het werk in de kassen gedaan door Oekraïners, ver weg van huis en haard. Hun kinderen zien en spreken ze alleen via skype. Ik heb geleerd dat je daar heuse skypedorpen hebt. Werken doen ze voor een laag loon. Ze zijn nodig omdat Poolse arbeidskrachten naar Nederland zijn vertrokken om hier het werk, veelal in de kassen, te doen. Die mensen leven onder slechte omstandigheden. Heel vaak wonen ze bij elkaar in een stacaravan op een camping. Vaak is hun werkgever ook nog eens hun huisbaas. Opkomen voor je rechten gaat als werknemer dus verdomd lastig, want als je je baan verliest, dan verlies je ook je huis. Vrijheid is wat ons betreft niet dat je mensen vogelvrij verklaart. Solidariteit betekent dat je de vrijheid van mensen moet beschermen. Daarom komen wij samen met de ChristenUnie met een initiatiefwetsvoorstel om voorwaarden te stellen aan arbeidsmigratie.

Voorzitter, u ziet: wij doen veel voorstellen die zorgen voor meer rechtvaardigheid. Het ging er in het debat vandaag ook al even over. Voorstellen die bouwen aan een samenleving gebaseerd op menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, zullen wij steunen. Die zullen wij ook altijd — dat hebben we overigens ook altijd gedaan — op de inhoud beoordelen. We zullen voorstellen van harte verder helpen als dat behulpzaam is en als ze bijdragen aan de waarden die ik net noemde. We zullen ons ook — dat hebben we ook altijd gedaan; zo kent u ons ook — blijven verzetten tegen plannen die niet rechtvaardig zijn of die de ongelijkheid vergroten.

Ongeveer een jaar geleden, rond deze tijd, introduceerden wij de term "klimaatrechtvaardigheid". Ik ben blij om te zien dat het begrip nu best regelmatig wordt overgenomen. Iedereen wil immers een schone wereld doorgeven aan z'n kinderen, maar de vraag is: hoe gaan we dat doen en waar komt de rekening terecht? Zorgen we ervoor dat die terechtkomt bij de grote vervuilers, die immers ook verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de vervuiling? Dat kan alleen als we het op een rechtvaardige manier doen en dat kan alleen als we het samen doen, want waarom zou ieder dit voor zichzelf moeten uitzoeken? Toen we ooit, in het kader van hygiëne en volksgezondheid, bedachten dat het goed was om riolering aan te leggen, zeiden we toch ook niet tegen elk huishouden: ieder voor zich; zorg maar dat je je op de riolering aansluit. Voor aardgas geldt precies hetzelfde. Nee, dat deden we samen. Dat organiseerden we samen.

Laten we dat dus nu ook doen en laten we dat vooral rechtvaardig doen. Wat te denken van bijvoorbeeld een groot investeringsplan voor zonnepanelen? Waarom gaat de overheid geen zonnepanelen leggen op de daken die daarvoor geschikt zijn? Dat is drie keer winst: mensen krijgen een beter huis met een lagere energierekening, we dragen bij aan de klimaatdoelen en we zorgen voor extra werkgelegenheid. Wij willen als SP graag vooropgaan in de uitwerking van dit soort ideeën. Maar voor vandaag wil ik veel meer de vraag neerleggen of dat niet de manier is waarop we naar dit soort dingen moeten kijken. Hoe kunnen we het samen doen en hoe kunnen we het rechtvaardig doen?

Voorzitter. Over rechtvaardigheid gesproken: veel gepensioneerden hebben al jarenlang een pensioen dat niet meestijgt met de prijzen. Daarbovenop dreigt nu zelfs een verlaging van miljoenen pensioenen. Je zou dan toch ook verwachten dat dit kabinet er nu voor zorgt dat de koopkracht van gepensioneerden flink gaat stijgen, maar het tegenovergestelde blijkt nu. Gepensioneerden kunnen nu van alle groepen op de minste koopkrachtvooruitgang rekenen. Het wordt nog erger. De inkt van het pensioenakkoord was nog niet droog of de nieuwe kortingsronde hing bij miljoenen mensen boven het hoofd. De belofte dat de kans op pensioenverlagingen substantieel kleiner zou worden door het pensioenakkoord lijkt dus ook een loze belofte te zijn, want nu wordt niet alleen duidelijk dat de meeste pensioenen niet alleen niet mee zullen stijgen met de prijzen, maar dat het nog erger is. Als er niks verandert, zullen de pensioenen van miljoenen mensen gekort worden, verlaagd worden. De vraag is dus ook wat de minister-president van plan is om hieraan te doen. Laat hij zijn minister, minister Koolmees, zijn gang gaan en stevenen we echt af op de verlaging van die pensioenen of gaat hij ingrijpen?

Voorzitter. Onze Eindhovense gemeenteraadslid Murat werd dit jaar in Turkije gevangengehouden. Hij werd opgepakt tijdens een vakantie omdat hij op sociale media kritiek uitte. De gevangenschap van Murat was natuurlijk intimidatie van Turken die in Nederland kritisch zijn. Onder andere op initiatief van de SP gaat de Kamer nu een parlementaire ondervraging organiseren over de financiering van religieuze organisaties. Dat moet natuurlijk ook gaan over de ongewenste beïnvloeding vanuit Turkije. Onze Murat kwam vrij, en dat is geweldig. Ik wil nogmaals onze minister van Buitenlandse Zaken dankzeggen voor zijn inspanningen op dat vlak. Maar er zijn natuurlijk nog meer Nederlandse politieke gevangenen in Turkije. Wat doet het kabinet om hen vrij te krijgen?

Voorzitter. De spanningen tussen de VS en Iran lopen hoog op, zeker na de recente aanval op de olie-installaties in Saudi-Arabië. President Trump stelt zelfs met een tweet dat de VS "locked and loaded" zijn, klaar om aan te vallen dus. In Washington is de inzet helder: er moet een ander regime komen, desnoods met oorlog. Achttien jaar na aanvang van de door Amerika zelfbenoemde "oorlog tegen het terrorisme" kan zomaar een nieuw hoofdstuk worden toegevoegd aan deze permanente oorlog in het Midden-Oosten, een permanente oorlog in Afghanistan, Irak, Syrië, Libië en elders, die tot vele honderdduizenden doden heeft geleid, tot miljoenen vluchtelingen en bovenal tot nog meer terrorisme. Een nieuwe oorlog moet voorkomen worden. Behalve wapenbedrijven, die al zo veel verdiend hebben, zit helemaal niemand te wachten op een nieuwe oorlog, en zeker niet de bevolking van Iran, die al zo te lijden heeft onder de conservatieve machthebbers daar, die met de mensenrechten niet zo veel ophebben. Ik roep het kabinet vandaag dan ook op om niks te doen dat ook maar enigszins kan bijdragen aan het oplopen van spanningen daar in de regio, en ik vraag het kabinet hoe het daarnaar kijkt.

Dan is er ten slotte nog iets waarvoor ik het kabinet echt wil oproepen om met ons op zoek te gaan naar oplossingen. Het is vandaag al een paar keer min of meer voorbijgekomen. Ik doel onder andere op de problemen bij de Belastingdienst, want die leiden tot grote ellende in de levens van mensen; denk aan het hele drama rondom de kinderopvangtoeslag. Maar wat te denken van het toeslagencircus überhaupt? Deze toeslagen voor bijvoorbeeld zorg en huur zouden mensen die in een onzekere financiële positie zitten, meer zekerheid moeten geven. Maar wat er gebeurt, is precies het tegenovergestelde. Het leidt ertoe dat mensen die toch al in een onzekere financiële positie zitten, vaak door een onzeker contract, onzeker werk en daardoor onzeker inkomen, in nog meer onzekerheid belanden. Dat moeten we toch samen kunnen oplossen?

Is het in feite, als je erover nadenkt, ook niet bizar dat mensen die een fulltimebaan hebben, niet genoeg betaald krijgen door hun werkgever om rond te komen, waardoor de overheid met allerlei toeslagen over de brug moet komen? Zouden de lonen van die mensen eigenlijk niet gewoon omhoog moeten? Moeten de lasten, de belastingen, voor die mensen niet gewoon omlaag, zodat ze rond kunnen komen van hun inkomen en niet gek gemaakt worden door het hele toeslagencircus? Wij hebben hier zeker ideeën over, maar voor nu vraag ik de minister-president of hij mijn opvatting deelt dat dit anders moet.

Voorzitter. De heer Heerma noemde het in zijn verhaal ook al even: vandaag de dag, maar ook later, staan wij er op vele momenten en plekken bij stil dat we ons 75 jaar geleden met internationale steun bevrijdden: bevrijdden van de Duitse bezetter en bevrijdden van de nazidictatuur. We maakten een eind aan oorlog en onderdrukking, en we begonnen aan een ongekende wederopbouw in Nederland. Er is behoefte aan een nieuw perspectief, een perspectief dat voortborduurt op deze mentaliteit van wederopbouw. Mensen zijn op zoek naar een rechtvaardiger samenleving, een samenleving waarin het niet alleen draait om wie het meest verdient en een structureel egoïsme, maar waarin het ook draait om wat we met elkaar kunnen bijdragen. Mensen zijn op zoek naar een samenleving waarin vanzelfsprekend iedereen verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen geluk, maar waarin we vooral ook samen aan iets bouwen, waarin we bouwen aan iets wat groter is dan onszelf: een goede toekomst voor de volgende generaties, een rechtvaardige wereld en een perspectief van hoop.

Voorzitter. Onze partij wil daar heel graag haar steentje aan bijdragen.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Mevrouw Marijnissen interrumpeerde mij daarstraks al, toen ze terugkwam op een vorige generatie Heerma's in dit huis. Ik wil nu hetzelfde doen. Ik was net medewerker in dit huis toen vader Marijnissen bezig was om met de SP uit de groef van "de tegenpartij" te komen. Dat ging met campagnes van "stem voor", maar ook met een beweging naar meer gemeenschapszin en naar een "wij". Hij was een van de eersten, misschien wel de allereerste, die destijds voorstelde dat er een nationaal historisch museum moest komen. We weten allemaal dat dat in de uitwerking niet alleen maar een succes geworden is. Maar hoe kijkt mevrouw Marijnissen, de SP, aan, vanuit die gedachte, de gedachte die vader Marijnissen had, tegen het voorstel dat ik heb gedaan en dat de heer Dijkhoff ook heeft gedaan, om onze geboortepapieren, de geboortepapieren van Nederland een prominente plek te geven, het liefst in de buurt van het parlement? Dit een beetje langs dezelfde gedachte die de vader van mevrouw Marijnissen wellicht had toen hij aan het begin van deze eeuw een dergelijk pleidooi hield.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ik had niet helemaal verwacht dat die vaders vandaag toch nog zo'n grote rol zouden spelen in het debat.

De heer Pieter Heerma (CDA):

En de rode ooms en kinderen.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Rode ooms; de hele familie komt voorbij. Maar u heeft gelijk. Mijn vader was natuurlijk niet de enige met dat nationaal historisch museum, ze hebben er met een aantal mensen over nagedacht en zijn er toen aan begonnen. Maar wij pleiten als SP al veel langer voor veel meer nationaal historisch besef. Voor een deel — niet geheel, maar wel voor een deel — kan dat ook een antwoord zijn op de vragen van deze tijd, bijvoorbeeld rondom identiteitsvraagstukken en het belang van geschiedenisonderwijs. Wij zullen vooraan staan om dat te beamen. Wij zijn gaarne bereid om na te denken over elk initiatief dat kan bijdragen aan dat historisch besef, op wat voor manier dan ook.

U refereerde er zelf al aan dat dat nationaal historisch museum uiteindelijk in de uitvoering helemaal is stukgelopen. Maar het zou machtig mooi zijn als het ons ooit, op zeker moment, toch nog eens zou lukken om dat initiatief nieuw leven in te blazen. Wie weet, is dat iets wat wij samen kunnen oppakken.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Wellicht kunnen we met de geboorte van de papieren van Nederland een eerste stap zetten. Dank.

De heer Segers (ChristenUnie):

Mijn vader heeft niet in de Tweede Kamer gezeten ...

Mevrouw Marijnissen (SP):

Dat mag ook, hoor!

De heer Segers (ChristenUnie):

... dus ik wil gewoon rechtstreeks u aanspreken.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Graag.

De heer Segers (ChristenUnie):

Er zaten heel veel herkenbare elementen in uw bijdrage en een hele mooie afsluiting over het gezamenlijke in de samenleving. Dat is heel herkenbaar als ik zelf nadenk over die samenleving. Je komt inderdaad in die samenwerking en met elkaar tot iets veel groters dan wanneer je alleen maar op jezelf en voor jezelf leeft. Er zaten ook hele herkenbare SP-elementen in de bijdrage, met hier en daar zelfs waardering voor de goede stappen in de goede richting van het kabinet, bijvoorbeeld als het gaat om de lasten en om wonen. Er zat zelfs een aanzet tot een belastinghervorming in. Dus er zaten heel veel interessante elementen in.

Maar toch ben ik wel benieuwd naar de positie van de SP als het gaat om samenwerking met coalitie en kabinet. We hebben de reflectie van collega Klaver gehoord, die zegt er anders in te willen staan dan hij er eerst in stond. Dat was namelijk: de ander moet verliezen en ik moet winnen. Als u die reflectie ook toepast, waar staat de SP dan? Kunnen we samenwerken als het gaat om die hele grote thema's?

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ja, ik probeerde dat net in mijn tekst al een klein beetje te doen, door de opmerking te maken dat wij plannen beoordelen op hun mate van rechtvaardigheid. Dat wat bijdraagt aan meer rechtvaardigheid, dat wat verdere ongelijkheid bestrijdt, zullen wij steunen. Wij zijn van harte bereid om mee te denken, om mee te helpen om die plannen nog beter te maken. Dat is eigenlijk altijd onze insteek geweest, denk ik. Natuurlijk wil ik ook graag meedoen aan de reflectieronde die we vandaag kennelijk allemaal doen, maar het is wel zoals wij er altijd al naar hebben gekeken: de inhoud voorop. Dat geldt ook daar waar het gaat om samenwerking. Ik kondigde in de tekst al aan dat we natuurlijk samen aan het kijken zijn of we wat kunnen rondom arbeidsmigratie. Ik begreep dat de heer Jetten bereid is om met mij na te denken over een effectieve miljonairsbelasting. Wellicht wil de heer Heerma nog wat met mij door op het pad hoe we tóch sneller stappen kunnen zetten om te stoppen met de markt in bijvoorbeeld zorg en wonen. Ik ben er gaarne toe bereid.

De heer Segers (ChristenUnie):

Dat klinkt goed. Inderdaad, we gaan samen onze gedachten over arbeidsmigratie op paper zetten. Daar zie ik naar uit. Maar er zijn de afgelopen jaren ook momenten geweest waarop als het spannend werd, een dubbeltje op zijn kant, de SP uiteindelijk tóch koos voor die motie van wantrouwen en er tóch weer met gestrekt been in ging. Wat ik oprecht hoop, is dat dat mooie einde, die gezamenlijkheid, het samen de schouders eronder zetten, inderdaad de toon zet voor komend jaar.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ik begrijp dat de heer Segers dat wenst, maar tegelijkertijd kunt u het ons toch niet kwalijk nemen. Wij zijn wel de partij hier in de Kamer die vooropgaat in de systeemkritiek. Ik ben echt niet te beroerd om op het moment dat het de goede kant opgaat, dat te erkennen. Dat vind ik ook wel bijzonder aan het debat vandaag. We hebben in de inbreng van een aantal sprekers gehoord dat bijvoorbeeld het heilige geloof in de markt als heilige graal voor alles los wordt gelaten. Ik wil niet onbescheiden zijn, op het gevaar af dat je dat bent. Maar het is natuurlijk wel de SP geweest die daar al heel erg lang — daar werd ook even aan gerefereerd toen het ging over de sociale woningbouw — kritisch op is. Wij zijn blij dat het in die zin weer de goede kant op gaat. Dat opent hopelijk weer nieuwe deuren voor toekomstige samenwerking, maar u zult het ons niet kwalijk nemen dat op de momenten dat wij dat de verkeerde kant op hebben zien gaan, wij dan kiezen voor de flinke oppositie.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik hoop inderdaad dat de SP het verzet, de verzetsoproep van de koning blijft ondersteunen. Want als er toch onoorbare dingen of onverantwoorde dingen gebeuren vanuit het kabinet, dan moeten we zeker als oppositiepartijen daartegen ingaan in plaats van te proberen om via allerlei onderhandelingen een gedoogpartij te worden.

Wat mij triggert om hier aan de microfoon te komen, is dat u zei dat de SP vooroploopt in systeemkritiek We kennen de SP natuurlijk, met name als het gaat om de discussie of dat wat we met z'n allen verdienen eerlijk wordt verdeeld en hoe we armoede gaan aanpakken. Maar we zien dat de uitdagingen van deze tijd ook gaan over de groeifixatie op de economie: het nationaal inkomen moet maar blijven groeien om op die manier iedereen van welvaart te voorzien. We zien ook dat dat problemen met zich meebrengt. De planeet groeit niet mee en we laten daarmee duurzaamheidsproblemen ontstaan. Ik zou heel graag willen weten of de SP met de Partij voor de Dieren van mening is dat we ons moeten herbezinnen op die fixatie op economische groei. Zou de groeiagenda van dit kabinet niet moeten gaan over hoe we nog meer nationaal inkomen krijgen, maar meer over: hoe kunnen we de economie zo ontwikkelen dat we het sociaal gezien goed voor elkaar hebben, maar dat we binnen de bandbreedte van wat de aarde aankan, van wat onze omgeving aankan blijven produceren en consumeren?

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ik kom graag heel kort terug op waar mevrouw Thieme mee begon: het gedogen. Ik heb het woord gedogen natuurlijk niet in de mond genomen. Het enige wat ik zei ... Er werd mij gevraagd om ook te reflecteren in het reflectierondje op hoe we dat doen. Ik heb alleen maar getracht te zeggen dat wij als SP volgens mij daar altijd heel open in zijn geweest. Wij beoordelen plannen op hun rechtvaardigheid en op of ze bijdragen aan het bestrijden van ongelijkheid. Goede plannen steunen we en slechte plannen niet. Dat zullen we ook in de toekomst blijven doen. Dus dat daarover.

Dan uw vragen over de fixatie op de economie. In mijn tekst heb ik dat ook genoemd. Ik heb genoemd dat de groeiende welvaart van een deel van de wereld ten koste van een heel groot deel van de andere wereld zorgt voor grote problemen rondom klimaat, maar natuurlijk ook grote problemen rondom migratie. Daar kunnen we niet van wegkijken. Vanzelfsprekend past dat bij een systeemkritische partij. Dat maakt natuurlijk niet ... Even voor de helderheid: wij zijn niet tegen kapitaal, wij zijn niet tegen geld. Ik ben niet tegen geld verdienen. Sterker nog, ik gun iedereen dat hij heel erg veel geld kan verdienen en dat hij heel erg gelukkig wordt. Natuurlijk. Maar we moeten wel zorgen dat we het samen doen en we moeten zorgen dat we het rechtvaardig doen.

De voorzitter:

Mevrouw Thieme, een korte vraag.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Zeker. Ik refereerde natuurlijk aan eerdere bijdragen van partijen die op dit moment in de Eerste Kamer heel hard nodig zijn en waarbij je een soort constructieve houding ontdekt. Het is heel erg goed om samen te werken, maar er moet natuurlijk wel een kritische massa hier in de Kamer blijven, lijkt mij.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Daar kunt u van op aan.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dus laten we dat vooral doen. Maar dat wordt steeds kleiner, aangezien de partijen allemaal op elkaar zijn gaan lijken. In die zin ben ik het ook eens met de heer Wilders. Maar goed, even over het punt van de economische groei. Dat is goed om te horen, omdat de SP in de afgelopen jaren dat ik de SP heb meegemaakt toch ook heel sterk zit op die economische groei als de indicator van of het wel of niet goed gaat, of we het beter kunnen krijgen en of we de koek met z'n allen beter kunnen verdelen. Ik denk dat we moeten vaststellen dat we niet oneindig kunnen doorgroeien, maar dat we gewoon moeten zorgen dat de verdeling beter wordt. Ik ben het dus met u eens.

De voorzitter:

Dank u wel. Dank u wel, mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de heer Jetten namens D66.

De heer Jetten (D66):

Voorzitter. Ook namens mijn fractie wil ik allereerst mijn medeleven betuigen aan de familie en nabestaanden van advocaat Wiersum, die vanochtend in Amsterdam op een hele laffe wijze is doodgeschoten. Als we de eerste berichten mogen geloven, is dit een aanval op onze rechtsstaat. Daarbij zijn niet alleen kroongetuigen, maar ook advocaten die mensen bijstaan in strafzaken, het leven niet meer zeker. Ik dank de minister voor de brief die hij vandaag al naar de Kamer heeft gestuurd. Ik vertrouw erop dat alles op alles wordt gezet om hier de onderste steen boven te krijgen.

Voorzitter. De Algemene Beschouwingen van een fractievoorzitter van coalitiepartij kennen doorgaans een vast stramien. De behaalde resultaten van de coalitie worden met trots opgesomd, de oppositie wordt voorgehouden dat er al veel voor elkaar is gekregen en een enkel lid van het kabinet krijgt misschien zelfs een pluim op de hoed. Maar dit gebeurt natuurlijk altijd met de waarschuwing dat er nog veel werk aan de winkel is. Ga ik dat vanavond allemaal anders doen? Dit is mijn eerste keer, dus ik ga het proberen, maar ik weet niet of ik de verleiding helemaal kan weerstaan. Wat ik wel weet, is dat ik dit debat tot nu toe een verademing vind ten opzichte van de Algemene Politieke Beschouwingen die we in voorgaande jaren hebben gehad. Het is een debat op inhoud en een debat dat respectvol wordt gevoerd. Het is af en toe hard op de inhoud, maar wel op een manier dat het voor de mensen thuis volgens mij prettig is om te volgen. Het is een debat met rust en orde. Normaal gesproken is dat niet een vorm die mijn fractie, die toch in een radicale traditie staat, heel erg past. Maar vandaag ben ik daar blij mee.

We staan als Nederland in het oog van een wereldstorm. De Verenigde Staten en China voeren een roekeloze handelsoorlog, Rusland raast in de achtertuin van onze Europese buren en de regisseur van brexit verdient inmiddels een Oscar voor het beste script van een horrorfilm. Ja, hier in Nederland kan ook weleens een windje opsteken in het oog van die wereldstorm. De boreale uilen, vertrekkende Kamerleden en proefballonnetjes vliegen je zo nu en dan om de oren.

Collega Baudet heeft het weleens over de brokstukken van onze samenleving, maar kijk wat we het afgelopen jaar samen tot stand hebben gebracht. Ons pensioenstelsel is gered voor de toekomst, mede dankzij samenwerking tussen coalitie, de Partij van de Arbeid en GroenLinks. Nederland heeft het eerste concrete klimaatplan van de wereld, mede dankzij de inzet van natuurorganisaties en bedrijven. We hebben een kinderpardon, zodat gevluchte, hier gewortelde kinderen in Nederland mogen blijven, dankzij een moedige stap van het CDA. Het bedrijfsleven gaat het komend jaar betalen voor de lastenverlichting van burgers, dankzij een flexibele wending van de VVD, en zelfs grote bedrijven als Shell gaan voortaan gewoon winstbelasting betalen, dankzij het voorstel van Bart Snels.

Voorzitter. U ziet, ik heb het nu toch gedaan. Toch kon ik de verleiding niet weerstaan om een aantal van die mooie successen van het afgelopen jaar op te sommen, maar tegen de mensen in vak-K zeg ik: ik doe dat ook een beetje voor u. Want de afgelopen weken bleek uit peilingen dat u populairder bent dan ooit en niet alleen onder de kiezers van de coalitiefracties. Zelfs de kiezers van de heer Asscher en de heer Klaver willen dat u het karwei voorlopig afmaakt. Er is alleen wel nog werk aan de winkel bij de kiezers van mevrouw Thieme, maar u weet dat daar sinds vorige week in ieder geval door mijn fractie ook hard aan wordt gewerkt.

Ik ben nu bijna een jaar fractievoorzitter en na een stevige inwerkperiode zijn dit mijn eerste Algemene Beschouwingen. Ik moet zeggen dat ik het met veel plezier en met minder spanning doe dan mijn eerste interview met Frits Wester. Van alle dertigers die in deze zaal zijn en die aan dit debat mogen deelnemen, zit ik nog het dichts bij de twintig. Dat verklaart wellicht de energieke start van mijn fractie na de zomer. Dat heeft hier en daar tot wat ongemak geleid. Dat kan ik niet ontkennen. Ik vind dat ook wel een mooi compliment, want voor mij gaat politiek niet alleen maar over de dagelijkse verontwaardiging, de gevatte tweet of de perfecte quote in het achtuurjournaal. Politiek is voor mij meer dan kalmpjes aan managen en een beetje bijplussen in koopkrachtplaatjes en beleidskaders. De politiek is er wat mij betreft om de grote vraagstukken niet uit de weg te gaan en die te durven agenderen.

De voorzitter:

Ja?

De heer Jetten (D66):

Ik kan nog even doorgaan, als u wilt. Mijn inleiding is wel wat korter dan die heer Heerma. Als u het mij toestaat ...

De voorzitter:

Ja, maakt u dit af.

De heer Jetten (D66):

Dank u wel. De politiek is er dus om de grote vraagstukken niet uit de weg te gaan. Dat zijn wat mij betreft vraagstukken over leven en dood, zoals Pia Dijkstra doet met haar initiatiefwetsvoorstel over voltooid leven. Het zijn vraagstukken die gaan over gelijke kansen en emancipatie, zoals Vera Bergkamp doet met een pleidooi voor een tijdelijk vrouwenquotum, of de simpele erkenning vandaag in dit debat dat we voor internationale problemen geen nationale oplossingen hebben en dat Europese samenwerking ons niet verzwakt, maar juist versterkt.

Soms komen die grote vragen ook een beetje ongevraagd en onverwacht op ons af, zoals nu het geval is. Om de natuur te beschermen moeten we de uitstoot van stikstof drastisch naar beneden brengen, maar de vraag is hoe. Willen we de komende jaren minder huizen bouwen? Willen we minder natuur? Willen we een list? Willen we minder treinen of minder wegen? Of willen we minder vee? Mijn fractie heeft daar de afgelopen week een duidelijke keuze in gemaakt. Wij willen de veestapel in Nederland halveren om de bouw van woningen voor jonge gezinnen en starters mogelijk te maken. Van biggen naar bouwen. Ik zeg daar tegelijkertijd bij: dan moet de overheid boeren ook helpen om de omslag naar die duurzame landbouw te maken en hun perspectief bieden. En ja, dat leidt soms tot ongemak, maar ik daag iedereen uit die daar kritiek op heeft om zelf ook een keuze te maken. Mijn fractie heeft die keuze gemaakt.

De heer Asscher (PvdA):

Ik vind het mooi dat iedereen allemaal recensies geeft van dit debat tot nu toe, maar volgens mij gaat het ook over politieke keuzes en ideologische verschillen. De heer Jetten is fractievoorzitter van een partij die dit kabinet steunt. Ik zou hem willen uitnodigen om de koers bij te stellen en het zal hem denk ik niet verrassen op welk punt. Het kabinet is van plan om volgend jaar minder aan onderwijs uit te geven dan dit jaar. De onderwijsbegroting gaat als percentage van het nationaal product bijna een procent omlaag. De bètawetenschappers moeten meer geld krijgen, maar waarom moet dat ten koste gaan van de alfa-, de gamma- en de medische wetenschappers? Het lerarentekort bedreigt de kansengelijkheid, waar Jetten het eerder over had, en onze economische toekomst. Het bedreigt eigenlijk het optimisme van Nederland. Mijn vraag aan de heer Jetten is: kunnen wij vandaag en morgen zorgen dat de Algemene Beschouwingen meer zijn dan een zelffelicitatie over het debat, door te zorgen dat daar meer geld naartoe gaat?

De heer Jetten (D66):

Als ik het debat tot nu toe heb beluisterd, springt het lerarentekort daar terecht uit als prangend punt. Mijn vader is zijn hele leven docent geweest. Hij is een paar maanden terug met pensioen gegaan. Ik heb met hem gesproken over dat vak, waar hij meer dan 40 jaar met heel veel trots in heeft gewerkt. Hij schetste mij altijd de toegenomen werkdruk van de afgelopen jaren en hoeveel tijd je als docent wel niet kwijt bent aan allerlei bureaucratische rompslomp, terwijl je eigenlijk bezig wilt zijn met het voorbereiden van lessen en het begeleiden van individuele leerlingen, en ze ook buiten het klaslokaal bij wilt staan als dat nodig is. Maar daar hebben leerkrachten, al die mannen en vrouwen die met veel plezier dat beroep beoefenen, de laatste jaren veel te weinig tijd voor gehad.

We hebben met z'n allen in deze Kamer dat probleem te lang niet onderkend. Als je teruggaat naar onze verkiezingsprogramma's, dan trokken partijen zoals de uwe en de mijne wel geld uit voor onderwijs, maar een enorme investering in de lerarensalarissen zag je eigenlijk in bijna geen enkel verkiezingsprogramma terug. Ik ben heel erg blij dat we in de formatieperiode met de vier formerende coalitiepartijen en het toenmalige demissionaire kabinet al een eerste stap hebben kunnen zetten in het terugdringen van die loonkloof. Ik ben ook blij dat het kabinet zo'n 333 miljoen, oplopend naar 430 miljoen structureel, heeft vrijgemaakt om die werkdruk voor leraren verder te verminderen. Maar met u ben ik ook afgelopen zomer weer geschrokken van berichten dat er scholen in Nederland zijn waar klassen dit schooljaar zijn begonnen zonder dat er een leerkracht voor de klas kan staan, dat er scholen zijn die overwegen om een dag minder in de week les te geven, en dat er pleidooien zijn om misschien zelfs de leeftijd van 4 naar 5 jaar op te hogen. Dat is niet wat u en ik willen. U en ik willen dat onderwijs de motor is van kansengelijkheid. Ik sluit me dan ook helemaal aan bij iedereen die hier vandaag eerder over heeft gesproken. De belangrijkste oproep aan het kabinet in dit debat is: kabinet, ga aan de slag met dat lerarentekort en meng je in de discussie tussen onderwijsbestuurders en vakbonden over een nieuwe cao voor het primair onderwijs. Als minister Slob voor het primair onderwijs op een gegeven moment bij ons terugkomt met de boodschap "de onderwijsbestuurders en de vakbonden kunnen er met elkaar uit komen, met een modernere cao en betere salarissen voor leraren, maar dan moeten wij als overheid daar ook extra geld bij zetten", dan is daar met mij absoluut over te spreken. Ik hoop ook dat het kabinet, gehoord het debat tot nu toe, morgen uitgebreid op het lerarentekort zal ingaan.

De heer Asscher (PvdA):

Het is mooi dat daar met u over te spreken is. Het antwoord weten we ook al: er is geld nodig. Die loonkloof zorgt voor een enorme achterstand. Ga maar na waarom het lerarentekort in het primair onderwijs zoveel groter is dan in het voortgezet onderwijs. Er is dus geld nodig. Het goede nieuws is: het is er. Het kabinet stelt voor om 3,4 miljard in de schatkist te storten, met negatieve rente. We kunnen er ook allerlei andere dekking aan geven. Het geld is er. Ze zijn nog op zoek naar ideeën voor een fonds, maar het geld is er. Het gaat dus om politieke wil. Ik heb u duidelijk gehoord: die politieke wil hebben wij gemeen. Misschien kunnen we dan, in de beste traditie van uw voorganger, die het, weliswaar in stilte, vaak voor het onderwijs opnam — dat deed hij een beetje achter de schermen; het is wel goed om dat een keer te benoemen, meneer Pechtold — deze Algemene Beschouwingen zorgen dat er geld komt voor het onderwijs, want we weten dat het nodig is.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik wil even teruggaan naar het begin van de bijdrage van collega Jetten. Hij somde een aantal dingen op. Hij zei: we zijn stevig uit de startblokken gekomen na het zomerreces. Ik kan dat inderdaad niet ontkennen. Het is ook mij niet helemaal ontgaan. Het is wel van belang dat je dat heel zorgvuldig doet, allereerst natuurlijk met betrekking tot boeren. Daarbij gaat het om familiebedrijven die soms al generaties lang op dezelfde plek bezig zijn. Het is nogal pittig om per ochtendblad tegen die mensen te zeggen: joh, het kan weleens afgelopen zijn. Maar ik zou graag over een nog gevoeliger thema willen spreken, namelijk voltooid leven. Dat kwam in diezelfde trits naar voren. Dat is een onderwerp waar wij zeer verschillend over denken, waardoor het heel moeilijk was om op dat punt een begaanbare weg te vinden. Wat we onder andere hebben afgesproken, is het volgende. Na die discussie over voltooid leven, die we even tot rust hebben gebracht, hebben we gezegd: het is ontzettend belangrijk om te kijken wat de vraag achter de vraag is, de nood achter de vraag. Wie zijn het die zeggen: mijn leven is eigenlijk voltooid; ik ben gezond van lijf en leden, van hoofd en lichaam, maar toch wil ik er een einde aan maken? We hebben gezegd dat we willen weten wie het zijn. Als je dan toch aankondigt dat je hoe dan ook een wetsvoorstel gaat indienen, dan ben ik oprecht benieuwd of de D66-fractie wel geïnteresseerd is in de uitkomst van dat onderzoek, in de zoektocht naar de mensen achter de vraag.

De heer Jetten (D66):

Het antwoord daarop is eigenlijk heel kort: ja. Het onderzoek dat door minister Hugo de Jonge wordt uitgevoerd levert hopelijk inzichten op waarmee wij ons wetsvoorstel kunnen verbeteren. Maar D66 heeft de afgelopen maanden ook weer ontzettend veel berichten ontvangen van mensen die ons benaderen en zeggen: "Natuurlijk moet er aandacht zijn voor waardig ouder worden, natuurlijk. Het is ook goed dat daar afspraken over zijn gemaakt in het regeerakkoord. Maar als het gaat over waardig leven, mag ik dan alsjeblieft ook zelf beslissen over een manier waarop ik waardig kan sterven als ik vind dat mijn leven voltooid is?" Dat is niet een onderwerp waar we lichtzinnig over moeten doen. Het is ook niet een onderwerp waarbij ik denk dat we het initiatiefwetsvoorstel in een paar weken door beide Kamers gaan loodsen. Het zal veel maatschappelijk debat oproepen en het zal hier in de Kamer emotionele debatten oproepen. Dat hoort ook bij onderwerpen die over zulke zware thema's als leven en dood gaan, maar het is de stellige overtuiging van mij en collega Pia Dijkstra dat we in dit land niet alleen oog moeten hebben voor waardig ouder worden maar ook voor waardig sterven.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik weet dat het aan beide kanten emotioneel is, dat het aan beide kanten heel gevoelig ligt en dat we daar hele sterke opvattingen over hebben. Ergens is er ook, spiegelbeeldig, een herkenning, maar dan is het des te belangrijker om wel recht te doen aan de werkelijkheid. Voor ons is het inderdaad geen begaanbare weg om, als iemand zegt dat zijn leven is voltooid zonder dat daar lichamelijk of ander lijden mee gepaard gaat, te zeggen dat hulp bij zelfdoding dan mogelijk is. Al die beroepsgroepen en de commissie-Schnabel zeggen: doe het niet, want de risico's zijn te groot; de negatieve impact op mensen die kwetsbaar zijn, is te risicovol. Mensen in de beroepsgroepen die heel dicht bij dat bed staan, zeggen: doe het niet. Is er een scenario denkbaar dat het onderzoek iets oplevert en dat in dat onderzoek iets zichtbaar wordt waardoor de D66-fractie zegt: wij heroverwegen het?

De heer Jetten (D66):

Om heel eerlijk te zijn: dat verwacht ik niet. Ik verwacht niet dat we op dat standpunt terugkomen. Ik kan me wel voorstellen dat we met het onderzoek maar ook met alle gesprekken die we voeren met deskundigen in Nederland maar ook in het buitenland — want we gaan ook in andere Europese landen kijken hoe de euthanasiewetgeving daar nu is georganiseerd — ideeën kunnen ophalen over hoe het wetsvoorstel Voltooid leven nog betere waarborgen kan krijgen, zodat er geen misbruik van kan worden gemaakt. Maar ons uitgangspunt zijn de mensen die een beroep op ons doen en die zeggen: mijn leven is voltooid, ik zie geen manieren meer om mijn leven op een waardige manier voort te zetten en ik wil niet dat ik me moet richten op allerlei manieren om mijn leven te beëindigen waarvan u en ik vinden dat dat geen menselijke manieren zijn om te sterven; ik wil op een waardige manier zelf kunnen beslissen over dat levenseinde. De heer Segers weet dat we met elkaar in het regeerakkoord afspraken hebben gemaakt over een onderzoek dat wordt uitgevoerd; daar hebben we ook de afgelopen weken met elkaar over gesproken. Wij zullen dat onderzoek heel serieus tot ons nemen, maar het staat vast dat D66 wil opkomen voor waardig sterven.

De heer Segers (ChristenUnie):

Tot slot. Ik weet dat wij principieel verschillend zijn en dat we hier verschillend in zullen blijven staan. Maar de commissie-Schnabel, die hier lang en goed naar heeft gekeken, en heel veel beroepsgroepen die dicht bij dat bed staan, zeggen: doe het niet. Al die adviezen wijzen die kant op. Stel nou dat uit dat onderzoek naar die groep, naar de vraag om wie dit nou gaat, duidelijk wordt wat al eerder, meer in de casuïstieke sfeer, duidelijk werd, namelijk dat er altijd een gelaagde vraag is, dat achter de vraag "ik zou willen sterven" altijd een andere nood schuilgaat en dat mensen soms zeggen "ik wil dít leven niet", en stel nou dat we op een andere manier zouden kunnen helpen en dat het veel ingewikkelder is, dan zou mijn klemmende oproep richting de D66-fractie zijn om dat onderzoek serieus te nemen en die feiten op zich in te laten werken. Hoe dan ook, we praten door.

De heer Jetten (D66):

Ik ontken de gelaagdheid van de door de heer Segers geschetste vraag niet, maar ik wil de suggestie verre van mij werpen dat dit een wetsvoorstel wordt waarmee mensen die zich melden voor voltooid leven, een soort nummertje bij de kassa kunnen trekken en dat er dan sprake is van: we gaan het voor u organiseren. Nee, natuurlijk niet. Ik wil ook dat mensen in gesprek gaan met mensen die een hulpvraag neerleggen en dat zij kijken wat de situatie is en of er echt sprake is van een voltooid leven. Dat gaan we heel zorgvuldig vaststellen, maar als je door die gesprekken met mensen uiteindelijk tot die conclusie komt en als die mensen zelf tot de conclusie komen dat door eenzaamheid, doordat iedereen om hen heen al is weggevallen of door welke reden dan ook hun leven voltooid is, dan wil ik voor hen ook de optie openhouden dat ze op een waardige manier kunnen sterven. Ik denk eerlijk gezegd ook dat alleen al het feit dat je dat gesprek kan voeren en dat de mogelijkheid van een voltooid leven op tafel ligt, heel veel mensen rust gaat geven, omdat ze weten dat ze ook bij hun levenseinde een mate van zelfbeschikking hebben.

De heer Klaver (GroenLinks):

Het was mij inderdaad opgevallen hoe D66 uit deze zomer is gekomen. Ik zou zeggen: ga zo door. Een mooi voorstel hoe we de intensieve veehouderij in Nederland moeten terugdringen, ook als het gaat over het wetsvoorstel, omdat je dat debat toch blijft opzoeken. Eigenlijk had ik er nog een verwacht. We hebben namelijk voor de zomer een debat gehad over het Klimaatakkoord en over Urgenda. De Urgenda-doelstelling wordt niet gehaald. Dat blijkt ook nu weer. We hebben toen met elkaar afgesproken dat de regering in het najaar bij de begroting met nieuwe voorstellen moet komen. Die lees ik niet. Wat zijn de voorstellen van D66 om toch te zorgen dat we die Urgenda-uitspraak gaan halen?

De heer Jetten (D66):

We hebben inderdaad voor de zomer dat historische Klimaatakkoord afgesloten, na de historische Klimaatwet die we met heel veel partijen door beide Kamers hebben geloodst. Dit politieke jaar is het jaar van uitvoering. Het kabinet zal heel veel wetsvoorstellen moeten doen en heel veel uitvoering moeten realiseren om de CO2-uitstoot daadwerkelijk naar beneden te krijgen. We hebben daarbij het doel gezet op 2030 en 2050. Maar terecht wijst de heer Klaver op een uitspraak van de rechter in het Urgenda-vonnis, namelijk dat we ook op de korte termijn die CO2-uitstoot al flink moeten terugdringen. Daar zal eind dit jaar nog een uitspraak van onze hoogste rechter op volgen. Ik heb zelf voor de zomer al vaker aangegeven dat ook de overheid zich aan uitspraken van de rechter moet houden. Ik ben heel blij met de suggestie van de mensen achter Urgenda. Zij hebben zo'n 40 voorstellen gedaan om, sneller dan het kabinet heeft voorgesteld, de CO2-uitstoot naar beneden te krijgen. De minister van Klimaat heeft ons toegezegd dat hij dit najaar met een reactie komt op al die 40 voorstellen. Wat mij betreft, gaan we dan doen wat mogelijk is.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voor de zomer debatteerden we en toen zeiden we: bij Prinsjesdag moeten we dit gaan regelen, want er zullen extra maatregelen voor nodig zijn. Ik hoor het al sinds 2018. Iedere keer is het: nee, even wachten op het Klimaatakkoord. Bij het Klimaatakkoord wordt er gezegd: laten we nog heel even wachten op de allernieuwste cijfers van het Planbureau. Dan zijn de nieuwste cijfers van het Planbureau er en dan is het: weet je wat, we wachten even tot Prinsjesdag. En nu hoor ik: we zijn er bijna. We hebben nog 74 dagen, dus ergens in oktober of november gaan we horen welke extra maatregelen het kabinet neemt. Wat zijn de keuzes die de D66-fractie wil maken? U doet het op het gebied van de intensieve veeteelt en wat we met stikstof kunnen doen. U heeft het over het voltooid leven. Ik vraag: wat wilt u nou doen om die Urgenda-uitspraak te halen? We hebben nog 74 dagen totdat het 2020 is. Op deze manier, met vooruitschuiven, komen we er niet. Wat wilt u?

De heer Jetten (D66):

We hebben tot 31 december 2020 om dat doel te halen. Dat is overigens ook geen heel lange termijn. Dat deel ik met de heer Klaver. Wat mij betreft, combineren we het een en ander. Dat Klimaatakkoord is super ambitieus met een halvering van de CO2-uitstoot. Je kunt kijken welke maatregelen uit het Klimaatakkoord je naar voren kunt halen. De stikstofcrisis dwingt ons de komende maanden ook tot moeilijke keuzes, die zullen bijdragen aan het halen van het Urgenda-vonnis. We moeten niet doen alsof er helemaal niks is gebeurd, want het kabinet heeft begin dit jaar voor zo'n 500 miljoen aan maatregelen aangekondigd in het kader van Urgenda, waaronder versnelde sluiting van kolencentrales, heel verstandige maatregelen wat mij betreft.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat is geen antwoord op mijn vraag. Het lijkt een beetje op de vraag wat we vanavond gaan eten, terwijl je met elkaar blijft filosoferen over wat dat allemaal kan zijn: pasta, pannenkoeken, frietjes, wat je ook maar lekker vindt. Het gaat om het maken van een keuze. En er is een keiharde deadline. U heeft gelijk, eind 2020. Daar gaat het om. Maar dat is maar iets meer dan een jaar. Dan moet je niet nu zeggen wat alle opties zijn waar we uit kunnen kiezen. Dan gaat het erom om daarin een keuze te maken. Ik weet dat het halveren van de landbouw een heel belangrijke bijdrage zou leveren, evenals het sluiten van extra kolencentrales. Wat wilt u, meneer Jetten? Het gaat niet om wat er kan. Wat wilt u?

De heer Jetten (D66):

Ik heb het al heel vaak gezegd in debatten met de heer Klaver. Al die punten die hij noemt, zijn voor mij bespreekbaar. We hebben het kabinet gevraagd om daarvoor met voorstellen te komen.

De voorzitter:

Goed, tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks):

Tot slot. We rollen de bal gewoon weer vooruit, want we hebben nog 74 dagen tot 2020, dus we hebben alle tijd. Wanneer is dan de deadline die het kabinet dit keer heeft om echt met concrete voorstellen te komen voor de Urgenda-uitspraak?

De heer Jetten (D66):

Ik weet niet welke datum de minister de vorige keer aan ons heeft toegezegd. We hebben dit debat in juli gevoerd en toen heeft minister Wiebes van Klimaat ons toegezegd dat hij op de 40 punten van Urgenda een inhoudelijke reactie gaat geven. Dan kunnen wij als Kamer kiezen wat nodig is om het Urgenda-vonnis te halen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter.

De voorzitter:

Dan ga ik naar mevrouw Thieme. Of de heer Baudet?

De heer Baudet (FvD):

Ik ben van de "dames eerst" school en geef het woord aan mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het is heel goed om te horen dat D66 de komende periode weer wil inzetten op de emancipatie van de vrouw en dat we een wetsvoorstel van haar tegemoet kunnen zien over duidelijke vrouwenquota. Dat is heel goed; daar steunen we D66 in. En ik ben blij dat D66 graag de kiezers van de Partij voor de Dieren blij wil maken. De reden waarom ik in de Kamer wil zitten is ook precies dat andere partijen ons het gras voor de voeten wegmaaien door met dit soort voorstellen te komen. Maar goed, het is naar aanleiding van de stikstofcrisis dat D66 komt met inkrimping van het aantal landbouwdieren, omdat we eigenlijk niet anders meer kunnen; alles zit op slot. Heeft D66 er niet met terugwerkende kracht spijt van dat zij tien jaar geleden voor die list van het CDA en de PvdA heeft gestemd om die stikstofregels te omzeilen met de PAS?

De heer Jetten (D66):

Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik dit een moeilijke vraag vind om te beantwoorden, want ik was toen nog niet eens raadslid in Nijmegen. Dit was geen vraag waarmee ik mij bezighield. Wat ik me de afgelopen maanden wel heb gerealiseerd is dat het systeem rondom de PAS gewoon niet werkt en dat het een wake-up call is dat ons systeem simpelweg is vastgelopen. Dat zei ik net ook al. Dat is niet alleen maar vanwege stikstof, maar ook vanwege fijnstof en de gevolgen daarvan voor de volksgezondheid. Denk aan de geitenhouderijen. Ik ben zelf opgegroeid in Brabant en heb familieleden met Q-koorts. Dat zijn allemaal gevolgen van een doorgeslagen systeem De boerenfamilies die daarin moeten ondernemen, zitten daar ook in vast. Zij kunnen er simpelweg niet uitkomen, doordat zij ook een boterham moeten verdienen. Ik neem dat hen dan ook helemaal niet kwalijk; het is vooral zelfreflectie, reflectie op de rol van de overheid. Ik ben er trots op dat we als D66 in het regeerakkoord en in het Klimaatakkoord voor elkaar hebben gekregen dat we de beweging richting die duurzame landbouw hebben ingezet en dat er ruimte is voor een warme sanering. Die stikstofuitspraak is volgens mij alleen maar een aanleiding om die ingezette koers te versnellen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik praat de heer Jetten even bij. Die Programmatische Aanpak Stikstof, dus die regels rondom stikstof om te voorkomen dat we de natuur met onze activiteiten aantastten, was een list. Het was niet een of andere maatregel die nu, tien jaar later, niet blijkt te werken. De reden dat ik vraag wat de heer Jetten daarvan vindt en of hij daar met schaamte op terugkijkt als fractievoorzitter van D66 is dat wij, nadat de uitspraak van de Raad van State kwam, meteen van minister Van Nieuwenhuizen hoorden dat zij op zoek ging naar een list, dus een list naar aanleiding van een list die mislukt was. Ik wil heel graag weten van D66 of zij dat gaat accepteren.

De heer Jetten (D66):

Nee.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Goed. Nu wordt er, typisch Haags, een commissie in het leven geroepen om eens even te kijken hoe er moet worden omgegaan met onder meer de stikstofcrisis: de commissie-Remkes. Is dat geen typisch Haagse manier om achter de schermen toch weer te komen met allerlei listen en maatregelen waar niemand meer wijs van wordt en waardoor uiteindelijk niets meer verandert? Gaat D66 voet bij stuk houden als het erom gaat dat wij kiezen voor minder landbouwdieren om ruimte te bieden voor de dingen die echt nodig zijn in Nederland?

De heer Jetten (D66):

Mijn fractie heeft op dat moment een heel heldere keuze gemaakt, denk ik. En hier is het verschil tussen D66 en de Partij voor de Dieren meteen duidelijk. Een commissie instellen kan mevrouw Thieme wel wegzetten als een Haagse manier om met problemen om te gaan, maar ik wil haar erop wijzen dat wij de afgelopen zes maanden juist enorme stappen op het gebied van klimaat hebben kunnen zetten dankzij het feit dat we hebben gezocht naar gemeenschappelijke uitgangspunten, naar draagvlak. Daardoor hebben we met een heel brede coalitie in deze Kamer dat klimaatbeleid kunnen steunen. Volgens mij gaan we geen oplossing uit de stikstofimpasse vinden als we nu alleen maar in de loopgraven blijven hangen. We moeten kijken hoe we samen perspectief kunnen bieden aan die boeren en hoe we het bouwen van extra woningen op één kunnen zetten. Dat is mijn inzet voor de komende maanden.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik sluit mij dan toch aan bij de heer Klaver, die net in zijn interruptiedebatje met de heer Jetten aantoonde dat het wel mooie woorden zijn, ook over het Klimaatakkoord en dat ze de uitspraak van de rechter over de Urgendakwestie gaan respecteren, maar dat het uiteindelijk toch weer uitmondt in voornemens, commissies en polderen en dat er uiteindelijk niets gebeurt. Om dus te voorkomen dat die stikstofcrisis blijft bestaan en dat we de klimaatdoelen die in de Urgendazaak aan de orde zijn gesteld, niet halen, vragen wij vanuit de Kamer om boter bij de vis te doen en om duidelijk te maken wat D66 van dit kabinet gaat eisen in plaats van dat ze zich met een kluitje in het riet laat sturen doordat het kabinet maar weer eens een onderzoekje gaat doen of zich gaat beraden op wat ze zouden kunnen doen in het najaar.

De heer Jetten (D66):

Mevrouw Thieme heeft volgens mij een verkeerde tegenstander uitgekozen in dit debat, want wij vinden elkaar in het pleidooi om op een heel andere manier met de bio-industrie om te gaan. Dat is een heel duidelijke keuze die mijn fractie de afgelopen week heeft gemaakt, omdat wij het bouwen van woningen op één zetten. De komende weken zullen wij met elkaar de druk op het kabinet en op iedereen die erover gaat, hoog moeten houden om niet met een list te komen, maar met een echt pakket om de stikstofuitstoot terug te dringen.

De voorzitter:

Goed. Tot slot.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Natuurlijk. U vindt ons echt aan uw zijde met betrekking tot uw plan, maar het gaat er ook om hoe hoog de druk op het kabinet wordt om daadwerkelijk andere stappen te zetten. Daar maak ik me zorgen over en dat wilde ik hier even neerzetten.

De voorzitter:

Dat heeft u gedaan. De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

Ik wil even teruggaan naar het thema onderwijs. Er werd al gezegd dat er komend jaar 150 miljoen van het onderwijs af gaat. Niet lang geleden werd bekend dat uw minister Kaag 100 miljoen aan Rihanna wil geven voor een ontwikkelingshulpproject. Maakt u niet helemaal de verkeerde keuzes, meneer Jetten?

De heer Jetten (D66):

Ik verbaas me altijd over het feit dat de heer Baudet niet bereid is om te investeren in ontwikkelingslanden, want hij maakt zich zorgen over migratie onze kant op. Een van de redenen waarom mensen wegtrekken, is dat ze geen perspectief hebben in het land waar zij wonen. Ik ben er trots op dat dit kabinet onder leiding van minister Kaag durft te investeren in landen met een grote, jonge bevolking die daar geen perspectief heeft. Door daar te investeren in onderwijs zorgen we ervoor dat mensen in hun eigen land kunnen blijven en kunnen helpen bij de opbouw. Dat zou u als muziek in de oren moeten klinken, meneer Baudet. U zou juist een groot voorstander moeten zijn van ontwikkelingssamenwerking.

De heer Baudet (FvD):

Ik stel even vast dat de heer Jetten hier met overtuiging verdedigt dat er minder geld gaat naar het Nederlandse onderwijs en dat dit geld wel moet gaan naar onderwijs of andere dingen in Afrika. Dat is op zichzelf al ernstig genoeg. D66 kan zich op geen enkele manier meer de onderwijspartij van Nederland noemen. Misschien wel de onderwijspartij van Afrika, maar niet de onderwijspartij van Nederland.

Er is nog een tweede probleem. Blijkbaar denkt hij dat mensen die meer geld verdienen of hoger opgeleid zijn, zoals dat heet, minder geneigd zullen zijn om naar Europa te gaan. De feiten bewijzen het tegendeel. Het is niet waar. Juist op het moment dat mensen geld gaan verdienen, hebben ze de mogelijkheden om te gaan reizen naar Europa. Vandaag was er een nieuw wereldrecord qua aantal Afrikanen die naar Europa zijn gereisd en allemaal op Griekse eilanden zitten. Die mensen die daar aankomen, zijn juist allemaal mensen uit de middenklasse- of lagere middenklasse. Het zijn mensen die geld hebben, want zij kunnen die smokkelaars betalen. Dus los van het feit dat u totaal verkeerde keuzes maakt — Nederlands onderwijs geen geld, Afrikaans onderwijs wel: foute prioriteiten — is het ook nog eens een keer gebaseerd op een volstrekt verkeerde redenering.

De heer Jetten (D66):

Dit kabinet heeft deze regeerperiode 1,9 miljard extra uitgetrokken voor onderwijs en wetenschap. De komende jaren besteden we 300 miljoen aan werkdrukverlaging. We investeren in krimpgebieden, in het voortgezet onderwijs. We investeren ...

De heer Baudet (FvD):

150 miljoen eraf, meneer Jetten.

De heer Jetten (D66):

Het zijn allemaal investeringen die erop gericht zijn om kinderen in Nederland de kans te geven om het beste uit zichzelf te halen. En ja, daarnaast is dit ook een kabinet met een internationale blik. Een kabinet dat gelooft dat je, door in de Europese Unie te blijven, de welvaart voor Nederland kan vergroten en, door in de Europese Unie te blijven, de buitengrenzen van ons continent kan bewaken. Dit is ook een kabinet met een internationale blik dat durft te investeren in landen waar mensen het iets minder goed hebben.

De voorzitter:

Een korte vraag.

De heer Jetten (D66):

Als ik de heer Baudet zo hoor, zegt hij eigenlijk: laat ze daar in Afrika maar creperen.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

De heer Jetten haalt er allerlei dingen bij die er helemaal niets mee te maken hebben, zoals de Europese Unie. Het is heel simpel: 150 miljoen eraf voor Nederlands onderwijs komend jaar en 100 miljoen naar Afrika, blijkbaar voor scholen daar. Dat is de verkeerde keuze. Daar staat Forum voor Democratie absoluut niet achter.

De voorzitter:

Dat heeft u ...

De heer Baudet (FvD):

Ik denk dat het heel goed is dat mensen in Nederland deze keuze helder gepresenteerd zien.

De heer Kuzu (DENK):

De heer Jetten en ik hebben allebei gebruik mogen maken van de studiebeurs. Dat is een onderwerp waarover we het nog niet hebben gehad.

De voorzitter:

Komt u daar nog op terug, meneer Jetten? Oké, gaat u verder.

De heer Kuzu (DENK):

Ik was eigenlijk heel blij dat ik terugkrabbelende bewegingen zag van de D66-fractie toen het over het asociale leenstelsel ging. Het was destijds een wet die uit nood geboren was. De D66-fractie zou op dit moment op zoek zijn naar mogelijkheden om dat anders vorm te geven. Ik wil de heer Jetten vragen wat die mogelijkheden zijn. Kunt u daar wat meer over vertellen?

De heer Jetten (D66):

De heer Kuzu zegt terecht dat het sociale leenstelsel destijds uit nood geboren werd. Het was een kabinet van VVD en Partij van de Arbeid dat de overstap wilde maken van de basisbeurs naar het sociale leenstelsel. Meerdere partijen hebben dat gesteund, waaronder D66. Wij hebben dat toen gesteund onder de voorwaarde dat de opbrengsten van het afschaffen van de basisbeurs werden ingezet voor kwaliteitsverbeteringen in het onderwijs en dat het geld in het onderwijs bleef. Dat was destijds een belangrijke randvoorwaarde voor ons.

De laatste tijd zie je een aantal ontwikkelingen. Ten eerste is er de vraag of het geld van de basisbeurs ook daadwerkelijk op de juiste plek terecht is gekomen, namelijk bij de kwaliteit in het hoger onderwijs. Ten tweede: wat zijn de effecten van het sociale leenstelsel op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs? Voor D66 staat voorop dat iedereen in dit land die wil studeren dat moet kunnen doen. Er moet geen onnodige drempel zijn, met allerlei selectiecriteria en bindende studieadviezen. Hij moet de studie ook kunnen betalen.

We zien de laatste weken in de eerste cijfers dat de instroom in het hoger onderwijs met het sociale leenstelsel eigenlijk niet is afgenomen. Je zou dan kunnen zeggen dat het best goed gaat, maar we weten allemaal dat er bepaalde groepen zijn die niet met de aanvullende beurs uit de voeten kunnen. Dus wat mij betreft is de zoektocht met de minister de komende tijd of we de aanvullende beurs kunnen verhogen en of we de doelgroepen die daar aanspraak op maken kunnen vergroten, zodat meer jongeren die nu buiten de boot vallen er toch voor kiezen om in het hoger onderwijs in te stromen.

De heer Kuzu (DENK):

Precies een van de punten waarmee heel veel studenten kampen, is het thema stress en prestatiedruk. Die worden veroorzaakt door het leenstelsel. Ik vind dit net iets te vrijblijvend, vooral voor een coalitiepartij die ook regeringsverantwoordelijkheid heeft en zelfs de minister van Onderwijs levert. Ik zou de heer Jetten daarom willen vragen of hij wat concreter kan zijn. We hebben net een debat gehad met de heer Heerma. Hij gaf aan: in mijn verkiezingsprogramma zat het zo, maar de komende periode moeten we daar met elkaar over spreken. Ik wil heel concreet van de heer Jetten weten: wat wordt uw inzet op dat punt? U wilt dus niet meer de basisbeurs zoals die vroeger was en waar u en ik van hebben kunnen genieten, maar iets anders. Wat is dat "iets anders" precies? Wat wordt uw inzet?

De voorzitter:

De heer Jetten, een kort antwoord graag.

De heer Jetten (D66):

Heel simpel. Die inzet is zoals ik net zei: kijken of de aanvullende beurs omhoog moet en of er meer doelgroepen gebruik van kunnen maken. Ik ga niet beloven dat de oude basisbeurs terugkomt. Daarbij gold hetzelfde bedrag voor elke student. Er waren heel veel studenten waarvoor dat bedrag ontoereikend was. Ze konden daarmee hun collegegeld en de kamerhuur niet betalen. Voor een heel grote groep studenten was de oude basisbeurs ook onnodig, omdat de jongeman op de steiger daarmee de studie van de toekomstige advocaat betaalde. Ik wil voorkomen dat we teruggaan naar dat oneerlijke systeem.

De heer Kuzu (DENK):

Het is precies zoals de heer Jetten zegt: "We gaan met elkaar bekijken of ...". Dat is ook precies wat ik bedoel met het feit dat D66 een regeringspartij is, een coalitiepartij. Het mag wat mij betreft wel iets concreter. Uw partij en mijn partij staan erom bekend dat we heel veel jongeren aanspreken: zeven op de tien jongeren en studenten zijn erop tegen. Ik zou dus graag willen zien dat u niet alleen kijkt wat er beter kan, maar dat u ook concreet invulling gaat geven aan uw plannen op korte termijn.

De heer Jetten (D66):

Voorzitter, heel kort. Wat mij betreft hoeven we op dit punt zeker niet te wachten totdat iedereen zijn verkiezingsprogramma's gaat schrijven. Als we hier in de komende twee jaar met elkaar uit kunnen komen, doe ik dat graag.

De voorzitter:

Kijk. Kort graag, meneer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):

We zien een verschuiving in de plannen van het kabinet van de sociale en geesteswetenschappen naar techniek. Daar maak ik me zorgen over, omdat we juist in de brede ontwikkeling van het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek moeten investeren. Ik zie dat het kabinet straks nadenkt over een brede investeringsagenda. Zou het niet goed zijn om die verschuiving even on hold te zetten totdat we weten wat we met die investeringsagenda gaan doen? Ik kan me zomaar voorstellen dat dat extra investeringen in de bèta- en techniekstudies betekent.

De voorzitter:

Kijk: u kunt wel korte interrupties plegen.

De heer Jetten (D66):

Ik wil de heer Klaver eigenlijk bedanken voor deze vraag. De afgelopen tijd is een beetje het sentiment ontstaan dat bèta en techniek beter zijn dan alfa en gamma. Dat is volgens mij een heel verkeerd beeld, want we hebben de komende jaren een aantal heel grote uitdagingen. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat alle wijken van het Gronings gas af gaan. Daar heb je zowel techneuten van de universiteiten voor nodig, als jongens en meisjes van de mbo's die in die huizen de overgang van het gas kunnen realiseren. Maar je hebt ook mensen uit de alfa- en gammawetenschappen nodig die nadenken over de manier waarop je zo'n transitie in de wijk op een goede manier vorm geeft. Je hebt planologen nodig die erover nadenken hoe je dat op een goede manier kunt aanpakken.

Ik ben het helemaal met de heer Klaver eens dat we echt moeten stoppen met de tegenstelling tussen bèta en techniek aan de ene kant en alfa en gamma aan de andere. De investeringsagenda die door het kabinet is aangekondigd gaat wat mij betreft juist in die grote uitdagingen zitten. Ik hoop dat universiteiten, hogescholen, roc's en bedrijven in de komende tijd allemaal met heel concrete voorstellen naar het kabinet gaan. Geen vaag investeringsfonds waar wij pas over jaren weer iets terug horen. Als wij nu kunnen investeren in onderwijs, kennis en innovatie, moeten wij dat doen.

De heer Klaver (GroenLinks):

U hebt het altijd over de korte vragen, maar ...

De voorzitter:

Een kort antwoord is ook een kunst.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat is aan u natuurlijk.

De heer Jetten (D66):

Het gaat hier om een onderwerp dat ons allebei aan het hart gaat, dus ...

De heer Klaver (GroenLinks):

De heer Jetten zegt: wij moeten geen tegenstelling creëren tussen de geesteswetenschappen, de sociale wetenschappen en de technische wetenschappen, maar dat gebeurt wél. Het gebeurt wél als je zegt: wij gaan het geld weghalen bij de ene studie en schuiven het naar de andere studie. Wat ik hier eigenlijk zeg, is: laten wij daarmee stoppen, zet dat on hold en ga daar niet mee verder, omdat in de komende tijd besloten moet worden waarin wij gaan investeren. Dit betekent dat er ook wel eens extra veel geld zou kunnen vrijkomen voor dat onderwijs. En voor we het weten gaan we nu allerlei verschuivingen instellen die helemaal niet nodig zijn. Is de heer Jetten dit met mij eens? Kunnen wij dan samen een manier vinden waardoor dit niet doorgaat?

De heer Jetten (D66):

Ik sta altijd open voor goede suggesties, maar ik heb ook in de tegenbegroting van de linkse partijen geen extra geld voor het hoger onderwijs gezien. Wel heb ik gezien dat het kabinet in de Miljoenennota geld heeft vrijgemaakt, ongeveer 41 miljoen, om die verschuiving op te vangen en te voorkomen dat het in de eerste jaren enorm gaat knellen. Als wij voor de jaren daarna een goede oplossing kunnen vinden, dan sta ik daar zeker voor open.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik zie dat er inderdaad incidenteel geld is geregeld voor het eerste jaar, maar het gaat mij juist om de tegenstelling die wij creëren tussen enerzijds geesteswetenschappen en sociale wetenschappen en anderzijds de techniek- en bètastudies. Die tegenstelling moeten wij weghalen; die hoeft er niet te zijn. In de komende tijd — mark my words — komt er geld beschikbaar om extra te investeren in wetenschappelijk onderzoek. Het zou echt zonde zijn als wij nu in de begroting deze wijziging erdoor duwen, omdat het niet nodig is.

De voorzitter:

U hebt uw punt gemaakt.

De heer Jetten (D66):

Dat erdoor duwen is volgens mij niet aan de orde. Ik ben blij dat de minister voor hoger onderwijs in de afgelopen maanden al wat meer on speaking terms is gekomen met al die bestuurders in het hoger onderwijs. Wij willen allemaal goed en toegankelijk hoger onderwijs, ongeacht de stroming.

Voorzitter. Ik begon mijn verhaal met de opmerking dat de politiek er is voor de grote keuzes. Ik ben 32. Hopelijk mag ik de toekomst nog wat langer meemaken dan de meeste mensen in vak-K, en dat geldt zeker voor de jongste generatie die binnenkort weer de straat op gaat om te protesteren voor de bescherming van onze planeet. Van mij krijgt men dan ook geen lezing over stilstand en behoud. Wat mij betreft richten we de blik niet op de schoenen, maar op de horizon.

De volgende vragen komen dan in mij op. Hoeveel kinderen moeten nog astma krijgen voordat wij serieus werk maken van schone lucht? Hoeveel kinderen moeten nog starten op school met een taalachterstand voordat wij eindelijk een vuist maken voor eerlijke kansen? Hoeveel Amerikaanse bedrijven moeten onze privacy nog schenden voordat wij die keihard aanpakken? Hoeveel dieren moeten nog levend verbranden in de stal voordat wij ons realiseren dat het zo niet langer kan met de bio-industrie? Hoelang kunnen we nog wegkijken van racisme voordat wij zeggen: dit is Nederland en dit is de eenentwintigste eeuw? En hoeveel mannelijke premiers moeten wij nog zien langstrekken voordat er een vrouw aan het roer staat in vak-K?

Als je dit soort vragen op je laat inwerken en je kijkt naar de geschiedenis van Nederland, dan leert die ons dat wij Nederlanders op cruciale momenten antwoord kunnen geven op de grote vragen. Na de Tweede Wereldoorlog stonden wij aan de wieg van de Europese Unie. Toen de dijken braken tijdens de watersnoodramp, hebben wij de Deltawerken gebouwd. Toen zich in de jaren zestig nieuwe energiebronnen aandienden, stapten wij in slechts vijf jaar over van kolen op gas. En nu zijn we weer op zo'n cruciaal moment aanbeland. De economie van vroeger brokkelt af. Van Rotterdam tot de Tweede Maasvlakte ligt zo'n 40 kilometer aan petrochemie die zich opnieuw zal moeten uitvinden. We gaan eindelijk stoppen met de gaswinning in Groningen, waardoor wij onze huizen op een andere manier moeten verwarmen. Wij moeten dus op zoek naar een nieuwe welvaart. Een nieuwe economie waarin ook de generaties na ons kunnen zeggen: wij krijgen het minstens even goed als de generaties voor ons. Daarom stel ik met de heer Segers voor om een generatietoets in te voeren, zodat wij ons beleid kunnen beoordelen op de impact die het heeft op de jongere generaties naast ons.

Het gaat er nu om spannen. Kiezen wij voor behoud of voor optimisme en investeringen? D66 wil investeren, investeren in de nieuwsgierigheid van Eindhoven, de biotechnologie van Delft, de energie van Rotterdam, het kweekvlees van Maastricht, de aardappelen van Wageningen, de ontdekkingen van Leiden en de branie van Amsterdam. Nu is het moment om de daad bij het woord te voegen. Want als we betaald worden om geld te lenen, dan moeten we investeren in de toekomst. We zijn als Nederland geen samenleving van renteniers, maar van pioniers. Het is goed dat het kabinet dit nu ook inziet en de begrotingsregels heeft aangepast om de komende jaren te kunnen investeren.

Maar ik zeg ook tegen vak-K: dat geld moet dan snel naar concrete projecten. Dus: niet jaren praten over fondsen, maar snel aan de slag met de concrete plannen die er liggen. Ik denk zelf, als het gaat om duurzame mobiliteit, aan de Noord/Zuidlijn die je kan doortrekken naar Schiphol of aan het verbinden van de Randstad met de lightrail. Maar ik denk ook aan investeren in vakonderwijs, wetenschap, kennis en innovatie voor de start-ups en scale-ups van morgen. Laat het Nederland zijn waar als eerste elektrische vliegtuigen opstijgen. Laat kunstmatige intelligentie nieuwe deuren openen voor baanbrekend kankeronderzoek. En breng de gezondheid van onze planeet in kaart met ruimtesensoren. Ik vraag daarom aan de premier of hij kan toezeggen dat het kabinet eind dit jaar de investeringsagenda gereed heeft, zodat we volgend jaar kunnen beginnen met die investeringen en het geld kan gaan rollen. Want ja, er zijn grenzen aan de groei — dat heeft de stikstofcrisis ons nogmaals duidelijk gemaakt — maar soms is slim sterker dan groot. David versloeg Goliath en Ajax versloeg Juventus en zelfs Real Madrid, dus het kan. Maar laten we dan nu ook een begin maken.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Laten we dan nu ook niet CETA ratificeren. Want al die plannen van D66 en al die dromen die de heer Jetten hier laat horen, en waarvan ik er vele deel, kunnen geen doorgang vinden als wij straks — dat zal dit jaar nog plaatsvinden — het vrijhandelsverdrag met Canada ratificeren. Want wat zien we? Wat lezen we in de krant? Dat Vermilion, een bedrijf dat in gaswinning doet, de staat Frankrijk al voor de rechter daagt in verband met zijn klimaatregelen. Als wij nu CETA gaan ratificeren, gaat de investeringsbescherming ook gelden voor de investering die Vermilion hier heeft gedaan bij de gaswinning in Groningen. Ik hoorde de heer Jetten zeggen dat de gaswinning in Groningen omlaag moet. Hè, hè, eindelijk. Die moet stoppen, zegt hij. Na al die acties van bezorgde Groningers heeft het kabinet samen met de Kamer gezegd: we gaan het doen.

De voorzitter:

En de vraag is?

Mevrouw Thieme (PvdD):

Maar straks komt het in de Eerste Kamer. Vermilion, dat Amerikaanse bedrijf, heeft al gezegd dat de Staat, als het straks in de Eerste Kamer wordt aangenomen, een rechtszaak tegemoet kan zien. We moeten CETA stoppen. Is D66 dat met mij eens?

De heer Jetten (D66):

Nee. Ik had het in mijn inleiding over de handelsoorlog tussen de VS en China. Die zet ook onze welvaart onder druk. We moeten dus in dat internationale speelveld onze vrienden kiezen. Dan kies ik een progressieve premier van Canada als mijn vriend om in internationaal verband betere afspraken te maken over handel en handelsverdragen te sluiten die een hogere standaard hebben als het gaat over bijvoorbeeld natuur en klimaat.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Even een correctie: ik heb het over het Canadese bedrijf Vermilion. Het gaat hier om een verdrag, CETA, dat al in werking is getreden, waar een investeringsbeschermingsclausule in zit. Dat betekent dus dat straks Vermilion, waarschijnlijk ook met veel succes, die investeringsbescherming kan opeisen en claims van honderden miljoenen euro's kan indienen, omdat wij de gaswinning in Groningen stop gaan zetten. CETA is dus cruciaal om Vermilion al dan niet die honderden miljoenen euro's te laten krijgen. Ik stel dus nogmaals de vraag aan D66: gaat D66 CETA stoppen en niet ratificeren dit jaar?

De heer Jetten (D66):

Een handelsverdrag met Canada, waarmee we de normen voor handelsverdragen wereldwijd weer hoger neerzetten, is volgens mij broodnodig in een tijd waarin Trump en China onze wereldhandel kapotmaken met een roekeloze handelsoorlog.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD):

De investeringsbescherming in CETA biedt bedrijven als Vermilion de mogelijkheid om claims in te dienen bij de Nederlandse staat. Dat moeten we toch niet willen? Dan moeten we toch zeggen dat we CETA niet gaan ratificeren omdat het betekent dat we straks honderden miljoenen euro's moeten gaan betalen aan Vermilion?

De heer Jetten (D66):

Nogmaals, ik zie juist de handelsverdragen met Canada als een manier om wereldwijd te laten zien dat internationale handel cruciaal is om onze welvaart te vergroten. En ja, er zullen in al die handelsverdragen altijd punten zitten die beter kunnen. Maar dit zet de standaarden echt hoger dan de meeste handelsverdragen die we al kennen.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Jetten (D66):

Als we de nieuwe economie tot stand brengen, dan moet die kansen bieden voor iedereen. We hebben te lang gedacht dat het met meer welvaart wel goed zou komen. Maar de vruchten van economische groei komen niet bij iedereen terecht. De ongelijkheid groeit. Ik zie dat ook om mij heen gebeuren. Zelf had ik geluk. Ik mocht als jonge leidinggevende bij ProRail allerlei kansen pakken en kreeg zekerheid met een vast contract, maar ik zag tegelijkertijd hoe mijn zusje, die in de zorg werkt, flexcontract na flexcontract afliep. Daardoor was voor haar een betaalbare woning en een hypotheek voor een eigen koophuis lang ver weg. Zij behoort tot een grote groep jonge mensen, of ze nu theoretisch of praktisch zijn opgeleid, die enorme druk ervaart: prestatiedruk, bindende studieadviezen, allerlei onnodige selectiecriteria in het onderwijs. Maar dan zijn er ook nog onzekere banen, torenhoge huren en een heftige combinatie van werk en privé. Hoe geven we die nieuwe generatie weer kansen en zekerheid in de eenentwintigste eeuw?

Dat doen we in de eerste plaats door de ramp op de woningmarkt het hoofd te bieden. De zekerheid van een dak boven je hoofd is geen voorrecht. Dat is een recht. De maatregelen die het kabinet gisteren heeft aangekondigd zijn dan ook een heel goede stap: 2 miljard investeringen om de woningbouw aan te jagen, speculanten en beleggers harder aanpakken en starters helpen om de woningmarkt op te komen. Als een huis weer bereikbaar is, dan moeten mensen ook weer zeker zijn dat werken loont. Het dreigement van de minister-president aan grote bedrijven om hun belastingverlaging voor volgend jaar te schrappen als de lonen niet stijgen bleek geen lege huls. Dat was voor ons allemaal misschien een beetje wennen. Mijn fractie gaat ervan uit — daar heb ik ook al een paar collega's op bevraagd — dat die waarschuwing ook geldt voor 2021. Is de premier het met mij eens dat een loonstijging van 2,5% veel te laag is?

Als werken gaat lonen, moet de arbeidsmarkt ook weer in balans. Mensen moeten kunnen kiezen of ze met of zonder baas willen werken; vrijheid als keuze en niet als toevlucht. Maar dan moet die vrijheid ook wel blijven lonen. Het kabinet verkleint nu de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers. Mijn fractie wil een garantie van het kabinet dat de opbrengst van die maatregel ook bij zelfstandigen blijft. Kan de premier die geven?

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ik heb een vraag over de lonen. Ik ben blij om vandaag de heer Jetten aan mijn zijde te treffen in het pleidooi voor hogere lonen. Het is ook goed dat het kabinet afziet van het verlagen van de winstbelasting voor in ieder geval komend jaar. Prima om dat door te trekken naar volgend jaar. Maar wat ik de heer Jetten wil vragen is het volgende. Wij kunnen hier als Kamer zelf natuurlijk ook wat doen om de lonen te verhogen, of in ieder geval om daaraan een flinke impuls te geven. We kunnen een beroep doen op het bedrijfsleven. We kunnen zelfs zeggen: foei, als jullie niet luisteren, krijgen jullie geen verlaging van de winstbelasting. Prima, maar veel beter is natuurlijk dat we zelf wat doen. Concreet zouden we het minimumloon kunnen verhogen, omdat dat een stuwend effect heeft op de rest van de lonen, en dat besluiten wij hier als politiek. Dus mijn vraag is: is de heer Jetten daartoe bereid?

De heer Jetten (D66):

Mijn inzet is vooral gericht op een loonsverhoging voor iedereen, aansluitend bij het pleidooi voor 4,5% loonsverhoging volgend jaar. Ik ben niet per definitie tegen een verhoging van het minimumloon, maar daarbij wil ik wel ook een waarschuwing geven: ik wil voorkomen dat dat vervolgens weer leidt tot minder banen en minder werkgelegenheid, want dan hebben we niemand geholpen. Dus volgens mij is de belangrijkste inzet van u en mij beiden dat alle lonen gaan stijgen.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Daar ben ik het vanzelfsprekend helemaal mee eens, maar wat ik lastig vind, is dat er te veel een afwachtende houding is. Er wordt inderdaad een beroep gedaan op het bedrijfsleven. Er wordt nu gezegd: jullie krijgen geen verlaging van de winstbelasting, maar dan moeten wel die lonen omhoog. Maar de mensen hebben daar natuurlijk nog niks aan. Helaas bleek afgelopen jaar dat half Nederland er niet in koopkracht op vooruit is gegaan. En wat zegt het CBS? Dat komt vooral omdat de lonen niet stijgen. Ik vind dus dat het onze plicht is om ook hier na te denken over wat wij als politiek nou zelf kunnen doen. Met het verhogen van het minimumloon zou je heel erg veel mensen helpen. Het heeft ook een stuwend effect op de rest van de lonen. Dat is iets wat wij heel concreet hier kunnen doen.

De heer Jetten (D66):

We hebben als coalitie ook wel nagedacht. Dat kunnen we als politiek zelf doen. Daarom hebben we bovenop wat we al hadden afgesproken nog een extra lastenverlichting van zo'n 3 miljard gedaan, waardoor iedereen er volgend jaar op vooruitgaat, met name werkenden. Hoeveel kunnen we nooit helemaal precies voorspellen, maar dat is wel een keuze die wij als coalitie hebben gemaakt: de lasten voor werkenden fors verlagen. Daarbij roep ik, nogmaals, het bedrijfsleven op om ook zijn verantwoordelijkheid te pakken en ervoor te zorgen dat de lonen volgend jaar fors omhooggaan.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Tot slot: ondanks alle mooie woorden vind ik dat toch te makkelijk. Het is mooi dat de lasten omlaaggaan. Maar dat was vorig jaar en het jaar daarvoor natuurlijk ook de belofte van het kabinet. Toen zou ook iedereen erop vooruitgaan. Helaas hebben we dus gezien dat half Nederland er niet op vooruitging, omdat de lonen niet stijgen. Wat kan de politiek doen? We kunnen het minimumloon verhogen. We kunnen er ook voor kiezen om een forse impuls te geven aan, om maar eens wat te noemen, de salarissen in de publieke sector; daar gaat de overheid ook indirect over. Dat zijn allemaal dingen die we als politiek kunnen doen. Dan blijft het niet alleen bij mooie woorden en een appel op het bedrijfsleven — waar ik het helemaal mee eens ben — maar dan laten we ook zien dat we echt wat voor mensen doen. Dan kunnen we ook garanderen dat mensen er aan het eind van het jaar op vooruit zijn gegaan, want het is nu voor heel veel mensen nog maar afwachten of de lonen daadwerkelijk omhooggaan.

De heer Jetten (D66):

Tegelijkertijd zeg ik dat dit wel een compleet ander debat is dan het debat dat we vorig jaar met elkaar hebben gevoerd. Toen hadden we het nog over het wel of niet afschaffen van de dividendbelasting. Gelukkig is het kabinet daarop teruggekomen en hebben we nu een voorstel liggen waarbij de winstbelasting volgend jaar gelijk blijft, zodat we die opbrengsten kunnen inzetten voor al die hardwerkende Nederlanders.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u verdergaat.

De heer Jetten (D66):

Voorzitter. Ik had het over een nieuwe economie, die ook kansen moet bieden voor iedereen. Ik heb net al in een paar interruptiedebatten met de collega's stilgestaan bij onderwijs, maar ik ga dat toch nog even herhalen in dit blokje, omdat ik het ontzettend belangrijk vind. Zonder goed onderwijs geen gelijke kansen voor iedereen. Het onderwijs is een paspoort voor de toekomst. Het lerarentekort dat we nu zien, is een maatschappelijke crisis. Het heeft in de eerste plaats te maken met geld, met een lopende onderhandeling over de cao tussen schoolbestuurders en de vakbonden. Ik wil het kabinet oproepen om nog eens heel goed te kijken welke rol het kabinet kan spelen bij het vlottrekken van die cao-onderhandelingen. Daarbij is wat mij betreft alle creativiteit nodig. Ik ben heel blij vandaag te horen dat zo'n oproep door bijna alle partijen wordt gedaan.

Maar het kabinet moet naast die cao ook goed kijken hoe de inzet voor de verlaging van de werkdruk uitpakt en hoe we die verder kunnen continueren. Ik was net als een aantal collega's afgelopen voorjaar bij de manifestatie op het Malieveld en sprak daar met heel veel onderwijzers die ontzettend blij waren met de inzet op werkdrukverlaging, bijvoorbeeld omdat ze op school voor het eerst in jaren weer een conciërge hadden kunnen aanstellen die allerlei nuttige klusjes in dat schoolgebouw doet, zodat de leerkrachten zich kunnen focussen op het voorbereiden en geven van lessen. Wat kan het kabinet nog meer doen om de werkdruk te verlagen en leerkrachten te verleiden om misschien hun tijdelijke contracten om te zetten in vaste contracten, misschien wat meer uren in de week te gaan werken dan hun huidige deeltijdcontract? Want we hebben al die creativiteit nodig om dat lerarentekort op te lossen.

Voorzitter. Ik groeide op in een modern, vrolijk en veelkleurig Nederland. Het was een open en tolerant land van mensen met alle soorten achtergronden, paspoorten, dromen en ambities. Een land van iedereen. Maar de afgelopen jaren is die openheid gaandeweg steeds meer onder druk komen te staan. Transgenders die bij Uber worden geweigerd, ervaren uitsluiting. Joden die horen dat ruiten van een ontmoetingsplaats zijn ingegooid, herkennen de donkere patronen van de geschiedenis. Geboren en getogen Nederlanders die te horen krijgen dat ze zich moeten invechten, herkennen die patronen even goed. Conservatieve politici hebben van het uitbuiten en aanjagen van alle soorten onbehagen hun verdienmodel gemaakt. Al bijna twintig jaar is het bij elk probleem alle ballen op elke moslim. Niet alleen nieuwkomers, maar ook de derde en vierde generatie wordt erop aangesproken. Dat zijn Nederlanders, hier geboren, die worden gewantrouwd. Want wie liefde of loyaliteit voelt voor het land van zijn of haar voorouders, zou blijkbaar geen volwaardig Nederlander kunnen zijn.

Voorzitter. Dit miskent de essentie van identiteit. Die is altijd meervoudig en gelaagd. Ikzelf ben Brabander, Nederlander, Europeaan, politicus, homo, zoon én Feyenoorder. En dat allemaal tegelijkertijd. En NAC'er, ja, zeg ik tegen een paar verontruste mensen in vak-K. Het miskent ook de essentie van Nederlanderschap. Want Nederlanderschap staat niet vast; het is een gedeelde zoektocht die continu aan de gang is.

Ik had eigenlijk gedacht dat het een andere kant op zou gaan met de blik vanuit de conservatieve hoek. Want vijf jaar geleden las ik over een jonge, veelbelovende CDA'er die een wat meer liberale opvatting bleek te hebben over identiteit. Hij zei in het buitenland getroffen te zijn door de kracht van diversiteit. Wat is er gebeurd met die verlichte ziel? Nu diezelfde verlichte ziel wordt getipt als toekomstig CDA-leider, drukt hij zich opeens uit in sombere anekdotes over onaangepaste migranten. Maar dat soort woorden hebben gevolgen in de echte wereld.

De voorzitter:

Het is onduidelijk wie u precies bedoelt.

De heer Jetten (D66):

Nou, aan de lichaamstaal te zien is dat wel duidelijk, voorzitter. Tja, er zijn ook zo veel kroonprinsen en kroonprinsessen tegenwoordig, het is bijna niet bij te houden.

Voorzitter. We kunnen er lacherig over doen, maar dat soort woorden, die simpele anekdotes die jaar op jaar maar weer voorbijkomen, hebben impact in de echte wereld. Ik denk aan een vriend die hier in Nederland is geboren en die bij een sollicitatiegesprek het compliment kreeg dat hij wel heel goed Nederlands sprak. Dat is een simpel voorbeeld, maar wel een uit duizenden. Wie in dit land met een Arabische achternaam solliciteert, maakt drie keer minder kans op die baan dan iemand met een Nederlandse achternaam en een strafblad. Drie keer meer kans met een strafblad dan wanneer je een Arabisch klinkende achternaam hebt.

Wij hebben nu als politiek een duidelijke opdracht. Wij moeten een beschaafd alternatief bieden. Dat alternatief bestaat uit een nieuwe houding, een politiek die het hele verhaal durft te vertellen. Het verhaal dat het onacceptabel is als religieuze extremisten kinderen indoctrineren met haat en dat we hard moeten optreden tegen radicalisering. Maar ook dat alle migrantengroepen een hoger onderwijsniveau halen dan ooit en dat nieuwe Nederlanders niet alleen naar de huisarts gaan, maar ook steeds vaker zelf huisarts worden. En bovendien dat alle Nederlanders, welke generatie dan ook, hier thuis zijn. Ik vraag aan de premier of hij morgen hier wil verschijnen als premier van alle Nederlanders en dat hij zijn vertrouwen uitspreekt in al die mensen die van Nederland hun thuis hebben gemaakt. Wil hij dan ook namens het kabinet vertellen wat hij gaat doen om de laatste grote drempels weg te nemen voor Nederlanders met een migratieachtergrond die keer op keer worden geweigerd als ze solliciteren voor een stage of baan?

Voorzitter. De politiek is er om de grote vragen te stellen en te beantwoorden. Vragen over vrijheid, gelijkheid, tolerantie, leven en dood. Maar die vragen gaan ook over vertrouwen in de overheid, toegang tot het recht en de kwaliteit van onze democratie. Vertrouwen in de overheid begint met de kwaliteit van dienstverlening. De heer Heerma heeft er ook al over gesproken, maar ik zou eigenlijk een vraag willen stellen aan iedereen in vak-K. Wie van u heeft geen problemen met zijn uitvoeringsorganisatie? Dat zijn er inderdaad maar heel weinig, zelfs niemand. Dat is wederom iets waar we gelukkig om kunnen lachen, maar het is ook heel pijnlijk dat heel veel Nederlanders, of ze nu een rijbewijs aanvragen, een toeslag aanvragen of met een andere instantie te maken hebben, niet de dienstverlening krijgen die wij van de overheid verwachten. We moeten heel terecht onszelf een spiegel voorhouden. Want dat ligt niet aan hardwerkende mensen aan zo'n servicebalie, maar dat ligt aan de manier waarop wij die uitvoeringsorganisaties met allerlei onmogelijke wetgeving opzadelen. De koning heeft daar gisteren in de troonrede hele mooie woorden aan gewijd. Mijn vraag aan het kabinet is: welke daad voegt het kabinet bij die mooie woorden van onze koning?

Ik zit ook te wachten op daadkracht van het kabinet op een onderdeel van onze rechtsstaat. Er zijn in dit land mensen die moeite hebben om de toegang tot het recht te vinden, mensen die zijn aangewezen op de sociale advocatuur. Daar zijn grote tekorten. De gezondheid van de rechtspraak staat daardoor onder druk. Er zijn heel veel sociaal advocaten die overwegen om te stoppen met hun werk. Mijn vraag aan de premier is: wat gaat het kabinet doen om deze uitdaging op te lossen?

Een versterking van de rechtsstaat moet ook hand in hand gaan met een versterking van onze democratie. Ik zie uit naar de wetsvoorstellen van minister Ollongren, volgend op het belangrijke werk van de staatscommissie parlementair stelsel. Maar wij als Kamer hoeven ook de komende tijd niet op onze handen te zitten. Wij kunnen ook zelf wat doen, want kijk even naar de realiteit van dit debat. Honderden, zo niet duizenden ambtenaren hebben de afgelopen maanden hard gewerkt om een heel dik pakket aan begrotingen naar onze Kamer te sturen. Wij hebben dat afgelopen weekend onder embargo ontvangen. Bij elke fractie hebben waarschijnlijk een aantal medewerkers en Kamerleden hard zitten zwoegen om al die stukken tot zich te nemen, en vandaag al hebben wij daarover het debat. Vandaag al moesten oppositiepartijen een tegenbegroting indienen. Dat laat zien hoe ongelijk de strijd tussen kabinet en Kamer in de afgelopen jaren is geworden. Wij zetten onszelf als democratie op achterstand. En bang voor de publieke opinie hebben we ons daar de afgelopen jaren niet over durven uitspreken. Mijn oproep aan de Kamer is: laten we kritisch kijken naar de manier waarop wij debatten aanvragen en moties indienen, maar laten we ook kijken hoe we de financiering van de Staten-Generaal kunnen versterken, zodat wij onze controlerende taak goed kunnen uitvoeren.

Voorzitter, tot slot. Mijn partij ging als progressieve motor het kabinet in. Het eerste jaar leek die een beetje te pruttelen, maar inmiddels hebben we de koers beter gevonden en krijgen we steeds meer vaart. Het is dan ook vanaf nu tijd om te bouwen aan het Nederland van over 30 jaar. Dat is wat mij betreft eigenlijk een soort Berlijn aan de Rijn: een plek waar creativiteit in de lucht hangt, waar radicale, nieuwe ideeën worden omarmd, waar culturen elkaar vinden en waar de geur van optimisme de straten vult. Dat is het Nederland zoals het hoort te zijn: een divers, open, dynamisch, tolerant, energiek en vrij land. Een land waar de hijskranen de wolken doorboren voor die hoognodige huizen. Een land waar de windmolens draaien. Een land met kansen, huizen en nieuwe zekerheden voor iedereen, of je nu Kajsa, Carola, Khadija of Mark heet.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Jetten. Dan geef ik nu het woord aan de heer Asscher namens de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):

Voorzitter. Ik wil beginnen bij vanochtend halfacht in Amsterdam, waar iemand in een gewone straat werd doodgeschoten. Iemand die vader was en die zijn werk deed. Dat heeft een enorme impact. Mijn vader was tot zijn dood advocaat. Ik ken Ferdinand Grapperhaus ook uit die hoek. Mijn broertje is advocaat. Tot zijn spijt ben ik de politiek ingegaan. Hij begon met strafzaken en uitleveringen. Ik kan u verzekeren dat de rechtsstaat bij ons een heel concreet iets was waarover we het hadden, dat het belangrijk is om je daarvoor in te zetten.

De advocaten, of ze nou in het strafrecht zitten of eromheen, hebben vandaag iets meegemaakt wat onvoorstelbaar was, namelijk een moordaanslag op mensen die zich voor anderen inzetten, die dat als beroep kiezen. Het is een afschuwelijke gebeurtenis voor dit land. Ik wil namens de Partij van de Arbeid het kabinet steun toezeggen om te doen wat nodig is om dit te gaan stoppen. Ik denk dat niemand vandaag al precies weet wat daarvoor nodig is — althans, dat zou heel bijzonder zijn — maar dat het moet stoppen, staat voor mij buiten kijf.

Voorzitter. Het politieke seizoen is begonnen. Dat kun je vandaag zien. Dat is een feest om te zien. Mensen hebben zichtbaar plezier. Het mooiste vond ik dat Pieter Heerma zo moest lachen om zijn eigen grappen, dat dat aanstekelijk werkte op ons allemaal. Dat houden we erin, als ik een goede grap weet te bedenken. Maar het is ook het begin van het schooljaar. Ik ben er in mijn interrupties al op ingegaan wat dat eigenlijk betekent. Wat ik mooi vind in mijn stad, maar ook in de plaats waar u woont, is dat je in deze tijd van het jaar een nieuwe groep verkeersdeelnemers ziet. Vaak op een nieuwe fiets of een tweedehands, maar in ieder geval een net te grote fiets. Bijna altijd met een veel te zware rugzak op hun rug. Met heel grote ogen vol verwachtingen over wat de toekomst heel concreet gaat brengen en nog een beetje slingerend op zoek naar de route naar de middelbare school: de brugpiepers. Weet u nog hoe u zich voelde? Het gekke is dat de ouders die brugpiepers zien gaan en eigenlijk tegelijkertijd de baby kunnen zien die ze nog heel kort geleden in hun armen hadden en ook al, door de oogharen, de volwassene die daar straks rijdt. De meeste ouders doen ook schietgebedjes dat al die automobilisten, die fietsers en die scooterrijders, vooral die afschuwelijke scooterrijders, zich bedenken dat ze ook ooit zo fietsten, met zo'n rugzak, door dat verkeer.

Die kinderen, die generatie, staan natuurlijk voor onze vooruitgang. Het is de toekomst die daar fietst. Dat roept de vraag op wat wij nou vooruitgang vinden voor die kinderen. Wat de Partij van de Arbeid betreft moet dat zijn dat ze allemaal iets moois van hun leven kunnen maken, dat ze opgroeien in een veilig land waar het goede beloond wordt, dat ze zichzelf mogen zijn en dat ze hun talenten kunnen ontdekken en kunnen gebruiken. Maar we weten ook dat de een uit een arme wijk naar een school vol problemen fietst, terwijl de ander zo het geluk tegemoet rijdt. De een kan thuis nog kind zijn en de ander heeft soms al de zorg voor een zusje of broertje thuis. Dus kunnen we eigenlijk nog vooruitgang bieden aan die kinderen? Kunnen we dat nog in een wereld vol spanning, vol conflicten, vol handelsconflicten, vol cynisme en vol nieuwe autoritaire leiders, in een wereld waar de planeet zelf misschien wel onleefbaar wordt voor die kinderen? Kunnen we dat nog? Zijn wij, hier in dit huis, ertoe in staat om het over echte vooruitgang te hebben?

Voorzitter. Als je leider of aanvoerder mag zijn van een beweging die al 125 jaar de sociaaldemocratie vertegenwoordigt, kan je enig optimisme en enige inspiratie ontlenen aan het verleden. Ik wil u voorstellen aan Fopkje Kijlstra. Ik kwam haar tegen in een hilarische Volkskrantreportage die gemaakt was in het stemhokje in Gorinchem op de dag van de Europese verkiezingen. Daar werd ze geïnterviewd samen met haar zoon. Intussen hebben we contact gelegd. Zij volgt dit debat via de televisie, heb ik begrepen. Het mooie is dat toen Fopkje 12 was, toen ze de leeftijd had van die brugpiepers nu, hier in Den Haag De Bijenkorf werd geopend, de eerste. Die was vol innovatie, om het in D66-termen te zeggen. Daar was iets heel bijzonders: daar was de eerste roltrap. Die roltrap bracht mensen automatisch naar boven. Een krachtiger symbool voor vooruitgang kun je bijna niet bedenken.

Toen Fopkje geboren werd — ze is nu 105 — mocht haar moeder nog niet stemmen. Toen waren er geen weekends. Toen stond oud worden gewoon gelijk aan armoede. Toen ze 15 werd, brak de Depressie uit, die vorige gigantische economische crisis. Zij is met haar familie in 1933 gaan kijken toen de Afsluitdijk geopend werd. Dat was een wereldwonder. Na de oorlog kwamen er kinderen. Na de oorlog kwam Drees, kwam de wederopbouw. Na de oorlog kwamen er betere voorzieningen, kwam er een oudedagsvoorziening. We bouwden een verzorgingsstaat. Als je door de ogen van Fopkje kijkt en je realiseert wat we eigenlijk in die eeuw hebben bereikt, dan zie je dat die vooruitgang kolossaal is. Onze voorgangers en wij hebben hier samen de mooiste verzorgingsstaat ter wereld gebouwd, met emancipatie, met vrijheid, met verheffing. Die vooruitgang is fenomenaal.

Overigens stemt Fopkje Partij van de Arbeid. Dat doet ze al haar hele leven én ze heeft mij beloofd dat haar hele leven te blijven doen. Ik hoor mensen gniffelen, maar zij hebben niet in mijn situatie gezeten: ik weet hoe belangrijk elke stem is. Dus ik reken op je, Fopkje, voor de komende jaren.

Dit roept de vraag op wat we voor eeuw kunnen bieden aan die brugpiepers. Als we nu niet wat doen, wordt dat een eeuw van ikke, ikke, ikke en van ongelijkheid op de wereld, van stress en van prestatiedruk. Dan is het goed om te kijken naar de begroting die nu voorligt, de plannen van dit kabinet, en de balans op te maken. In die begroting staat heel veel om heel blij mee te zijn. De economie groeit, er zijn gunstige voorspellingen voor de koopkracht en er zijn meer banen dan ooit, en dat is in die eeuw best weleens anders geweest. Ik vind het dus passend om, ook als leider van geloof ik de enige oppositiepartij die weet hoe het is om te regeren, hier ook dank uit te spreken aan de harde werkers van vak-K voor hun werk. Want het is niet altijd dankbaar werk en er wordt wel degelijk heel erg hard gewerkt. Deze twee dagen zijn natuurlijk het mooiste wat jullie overkomt in een jaar, maar ... Ik kijk even naar vak-K, maar alleen Wiebes geeft toe, zo te zien, dat hij het moeilijk heeft. Of gaat Hoekstra dat nu betwisten? Er is hier geen haardvuur.

Voorzitter. Toch klopt er ergens iets niet, want als je de minister van Financiën gisteren zag glunderen met het koffertje, dan begrijp je niet dat er geen rijen mensen op straat zijn met bloemen, met loftuitingen, met complimenten voor dit kabinet en dat de mooie woorden en beloften toch niet bij iedereen dat effect hebben. Dat heeft ermee te maken dat die belofte van vooruitgang niet gevoeld wordt. Juist als je je zegt te bekommeren om middengroepen, is er vaak iets anders nodig dan het koopkrachtverhaal dat we tot nu toe gehoord hebben. Ik denk dat de rijkdom die Nederland nu heeft — de langste reeks van begrotingsoverschotten sinds 1954, de laagste rentelasten sinds de vorige eeuw — verplicht tot meer. Het is geen verdienste om een begrotingsoverschot te presenteren als je geen oog hebt voor wat er nu misgaat in de samenleving. Je komt niet in het land van morgen met een speech of een lezing van gisteren. Wat heeft het kabinet tot nu toe gedaan met deze rijkdom? In 40 jaar is er geen kabinet aangetreden met een betere financiële positie dan dit kabinet. Wat hebben ze daar nu mee gedaan, als je de balans opmaakt? Ze hebben niet stilgezeten. De btw is verhoogd. Het referendum is afgeschaft. De energierekening werd verhoogd.

Een aantal andere dingen ging niet door, zoals de bezuiniging op arbeidsgehandicapten en op chronisch zieken. We hebben het gehad over de dividendbelasting. Er gebeurden ook goede dingen, zeker. Het vaderschapsverlof heb ik meteen genoemd. Er kwam een pensioenakkoord, mede of misschien wel vooral dankzij de inzet van de vakbeweging. Maar als geheel is het de vraag of je daarmee echt vooruitgang boekt, of je daarmee goed omgaat met de weelde die er nu is. Daar kan geen commissie of onderzoek naar een toekomstig fonds tegenop. Daar zul je nu wat aan moeten doen, want de noden zijn ernaar. Ik denk dat dat ook een van de redenen is waarom mensen cynisch worden over praten over vooruitgang terwijl je je ogen sluit voor wat er nu nodig is.

Ik denk aan Merel. Zij is violiste, zelfstandige. Hartstikke goed. Ze heeft net haar tweede cd uitgebracht. Haar carrière gaat goed. Zij werkt 60 of 70 uur per week, omdat ze heel veel moet repeteren. Ze wil eigenlijk niet uitrekenen wat ze per uur verdient. Vooruitgang is daar dus niet een theoretische koopkrachtbelofte. Vooruitgang zou zijn om wat meer zekerheid te hebben, meer zekerheid over wat er gebeurt als ze arbeidsongeschikt of ziek wordt.

Of ik denk aan André Loorbach. Hij is hier als gast van de Partij van de Arbeid. Ik heb hem ontmoet in Veendam, waar hij in zijn huis — en dat huis is zijn trots — een muur heeft vol foto's van Elvis, gesigneerd en wel. Hij vertelde me hoe hij in de crisis werd ontslagen als werknemer van een bouwwinkel en alles heeft geprobeerd om weer aan de bak te komen. En het lukte niet. Het lukte niet en het lukte niet. De WW kwam aan zijn einde en hij dreigde zijn huis te verliezen, en daarmee alles waar hij zo voor gewerkt had. Dat is die middengroep. Nu heeft hij weer werk, bij de overheid, bij de provincie Groningen, maar geen vaste baan. Vooruitgang is dan dus: zekerheid bieden, daarvoor kiezen. Dat verdienen die mensen van de middengroepen.

Met alles wat er veranderd is in de economische discussie is de structuur zelf onvoldoende veranderd. Er werd al gerefereerd aan tien jaar premier Rutte, maar dat kun je niet alleen hem verwijten. Je moet vaststellen dat we toch leven in een tijd waarin dat neoliberale denken, met de VVD als grootste partij, dominant is geweest in de manier waarop we hiernaar kijken. In die visie heeft André gewoon zijn kansen niet gepakt. In die visie werkt Merel gewoon als vrije ondernemer in een sector die niet goed loopt. Maar we weten dat dat niet waar is. We weten dat er eigenlijk behoefte is aan een ander verhaal, aan een andere visie, dan die toch schrale liberale visie waar we hier last van hebben. Ik denk dat we dat nu moeten veranderen. Ik denk dat dit het uitgelezen moment is om dat te veranderen, om het einde van het neoliberalisme, dat we op krantenpagina's zien, ook waar te maken. Ik heb hele positieve dingen gehoord, zeker ook van de fractievoorzitter van de VVD. Ik vind het mooi dat hij ook erkent dat het niet goed was. Die verlaging van de dividendbelasting is natuurlijk een symbool van de trickledowntheorie, de theorie dat welvaart via die aandeelhouders vanzelf naar ons toe komt. Dat is niet zo; dat is niet waar. De verlaging van die winstbelasting is nu uitgesteld, maar die gaat niks doen voor de lonen. Het komt naar de aandeelhouders. Bedrijven kopen hun eigen aandelen. Dat is wat we niet moeten willen.

Ik zou tegenover dat toch kille mensbeeld van Nederland als een bijna toevallige verzameling van calculerende burgers een ander beeld willen zetten, een positiever beeld: sociaaldemocratie, een gemeenschap waarin niemand helemaal selfmade is. Want je moet vooruitgang afmeten aan hoe we omgaan met de mensen die bij het begin de minste kansen hadden in plaats van aan het succes van de rijksten. Juist Nederland zou dat moeten kunnen doen. Dat zouden we bij deze begroting waar kunnen maken door een aantal andere keuzes te maken. Een alternatieve visie is mogelijk. Ik geef dat met drie contrasten aan.

Het eerste contrast is dat je een begrotingsoverschot presenteert terwijl op dit moment een enorm lerarentekort door het land woedt. Hoe kan je dat doen? Hoe kán je dat doen? Hoe kan je parmantig zeggen dat je 3,4 miljard gaat gebruiken voor de schatkist? Ik heb het gehoord, hoor: "We willen best kijken; de minister moet eerst praten en we wachten wat de sector zegt". De sector is heel duidelijk. De sector zegt: kinderen krijgen niet het onderwijs dat ze nodig hebben. Ouders zeggen: onze kinderen worden naar huis gestuurd. Er is een vierdaagse schoolweek. Er worden brieven verstuurd waarin staat dat kinderen niet op 4-jarige leeftijd maar op 5-jarige leeftijd naar school mogen. In dit rijke land, in de achttiende economie van de wereld! Hou op met filosoferen over toekomstfondsen, want dát is de toekomst. Die kinderen verdienen het. Als we wachten tot ze straks als brugpieper met die rugzak fietsen, dan zijn we te laat. Die kinderen verdienen nu actie en dat betekent: geld. Tegen iedereen die zegt dat geld niet de oplossing is, zeg ik: natuurlijk, dat weet ik, maar het is een gigantisch probleem. Tegen iedereen die zegt dat het onderwijs duur is en dat het veel wil, zou ik zeggen: probeer de kosten van onwetendheid. In plaats daarvan zou je juist een stap verder moeten gaan. Gebruik de te lenen miljarden om meteen te zorgen dat kinderen vanaf 2 jaar naar school kunnen en om te zorgen dat we vanaf de crèche tot de universiteit alle kansen benutten.

Voorzitter. Het tweede contrast, dat vandaag gelukkig veel aan de orde is gekomen, is het contrast tussen een begrotingsoverschot en de woningnood. Ja, ik ben blij met de brief van het kabinet over de woningnood; althans, met delen van die brief. Want er is een andere toon. Corporaties krijgen meer ruimte, zeker. Hoewel er heel veel onderzocht wordt, er heel veel wordt nagedacht en op heel veel wordt teruggekomen, proef ik daarin de bereidheid om onder ogen te zien dat er woningnood is en dat er een crisis is. Maar voor niets gaat de zon op. Die corporaties kunnen veel meer, maar op dit moment gaan ze per saldo meer betalen dan wat ze krijgen met die teruggave van 100 miljoen per jaar. Dat kan dus niet. Die corporaties kunnen 0,25 miljoen extra woningen, betaalbare woningen, bouwen als we ze verlossen van die last. Ik zou ervoor willen pleiten dat we ze ook in staat stellen om een rol te spelen in de wijkaanpak door samen met de gemeenten te zorgen voor meer politieagenten en meer begeleiding voor mensen die zorg nodig hebben en door er ook voor te zorgen dat de corporaties de ruimte krijgen om bij de toewijzing niet alle kwetsbare mensen in hetzelfde portiek te huisvesten. Want in de wijken van Nederland waar het minder goed gaat en waar de economische voorspoed niet geland is, daar kraakt het. Daar hebben de mensen het nodig dat een overheid voor ze opkomt. Dat kan.

Het derde punt is de ongelijkheid. Rob Jetten noemde het in zijn lezing. Die progressieve vermogensbelasting is er; die staat in de tegenbegroting van links. Daar hoeft u niet meer over na te denken. Dat kunnen we doen en het levert ook heel veel op. Maar die ongelijkheid is natuurlijk meer dan alleen maar een financiële kwestie. Dat heeft alles te maken met het feit dat mensen — om het verjaarsfeest van Heerma te citeren — niet kunnen oversteken naar de andere kant. Dat past niet bij Nederland, want de echte belofte van Nederland is dat we juist in dit land niet toekijken als de spreiding van kennis, macht en inkomen totaal scheefgetrokken wordt en dat we hier weten dat we een rijker, succesvoller en welvarender land zijn als we die met elkaar delen.

Dat brengt mij op de politieke conclusie over dit kabinet en de plannen voor volgend jaar. Ik denk dat het niet voldoende is om te zeggen dat allerlei fouten van vorig jaar nu niet worden gemaakt, hoe blij ik daar ook om ben. Als je ziet wat er nu nodig is in onze samenleving, denk ik dat dit kabinet een soort pirouette op een goudberg doet, een pirouette die te veel vervuld is met wie zijn naam op welk plan mag zetten en te weinig recht doet aan wat er nu nodig is. Een overschot in de financiën, maar een tekort richting de mensen.

De Partij van de Arbeid zal die plannen steunen die daar iets aan gaan doen. Dat betekent meer geld voor onze publieke sector, de mensen die ons veilig houden, zoals politie en militairen, de mensen die ons verzorgen, de verpleegkundigen, en de mensen die onze kinderen verder brengen, de leraren. We zullen die plannen steunen die echt iets gaan doen aan de woningnood. Het betekent ook dat, als het niet lukt om bij te sturen, we ze niet zullen steunen. Politiek is ook kiezen, is ook strijd. Ik hoop oprecht dat, na de mooie woorden die vandaag gezegd zijn, morgen zal blijken dat we ook zaken kunnen doen.

De heer Baudet (FvD):

Ik hoor een pleidooi voor de klassieke sociaaldemocratie, als ik het zo mag samenvatten. Een aantal dingen gaan mij aan het hart, namelijk het verdedigen van de publieke sector en investeren in onderwijs en zorg. Ik hoorde niet zo duidelijk het bestrijden van de bureaucratie, want dat zit aan de andere kant, maar ik denk dat we elkaar daar wel in kunnen vinden. Er is alleen één grote olifant in de Kamer, namelijk dat een verzorgingsstaat, een goede publieke sector, een vangnet, onverenigbaar is met open grenzen. Dat is iets dat sociaaldemocraten in de hele westerse wereld ongelooflijk moeilijk vinden om te onderkennen. De Britten worstelen ermee, de Fransen worstelen ermee. Maar in Denemarken is de sociaaldemocratische partij, de zusterpartij misschien wel van de Partij van de Arbeid, omgegaan. Die hebben onderkend dat wat zij allemaal willen aan sociaal vangnet onverenigbaar is met de migratiestromen die er nu zijn. Zij hebben gezegd: wij gaan echt een immigratiekritische partij worden, omdat we willen dat de verzorgingsstaat en het vangnet overeind blijven. Is van de Partij van de Arbeid een dergelijke move te verwachten de komende tijd? U hebt het er tot nu toe nog niet over gehad. Gaat u het überhaupt benoemen? Is het iets dat de Partij van de Arbeid een overdreven probleem vindt? Dat suggereerde u een beetje. Of gaat u de kant op die de Denen nu ook zijn gegaan?

De heer Asscher (PvdA):

De Partij van de Arbeid is voorstander van een fatsoenlijk en realistisch migratiebeleid. Dat betekent dat je onderscheid moet maken tussen de verschillende onderdelen daarvan. Ik vind dat wij vluchtelingen altijd moeten opnemen. Mensen die gevaar lopen, moet je opvangen. Dat kunnen we, dat kunnen we met andere landen samen. Ik vind ook dat het een realistisch beleid moet zijn. Dat wil zeggen dat ik zeer geloof in Europese samenwerking. Ik vind dat we het veel beter moeten doen in de situatie in Griekenland, maar ik geloof dat je met Europa oplossingen moet vinden. Wat hoort daar ook bij? Je bekommeren om de ongelijkheid in de wereld, een van de aanjagers van migratie. Opvang in de regio verbeteren, niet om ze daar te houden maar om perspectief te bieden, te zorgen dat meisjes en vrouwen veilig zijn, dat er onderwijs is, dat mensen aan het werk kunnen. Met andere woorden: ik denk dat je heel goed een fatsoenlijk en realistisch migratiebeleid kunt voeren. Ik hoor een beetje in uw vraag dat sociaaldemocraten dat niet zouden kunnen. Ik denk dat wij dat bij uitstek kunnen en dat wij gehouden zijn om het algemeen belang van onze kiezers te dienen.

De heer Baudet (FvD):

Ik blijf hangen op de uitspraak "dat kunnen we". Dat hoorde ik de heer Asscher zeggen met betrekking tot het immigratiebeleid. Welke aantallen kunnen we volgens hem dan jaarlijks opnemen? Ik denk zelf dat we al ver over ons maximum zitten en dat we eerder met remigratieprogramma's moeten gaan werken dan met nog meer immigratie. We hebben hier al veel te veel mensen die we niet kunnen opvangen.

De heer Asscher (PvdA):

Ik denk dat je dat niet in dat soort absolute termen moet bespreken. Het hangt er heel erg van af welke mensen hierheen komen en in hoeverre je erin slaagt hen een plek in de samenleving te geven, of ze aan het werk komen, of we erin slagen om ervoor te zorgen dat mensen die hierheen komen en die geen recht hebben op asiel weer teruggaan naar de landen van herkomst. Hoe aantrekkelijk ook vanuit de kracht van het debat, ik denk dat het niet fair is om daar een getal op te plakken. Ik denk dat u dat intellectueel met me eens zult zijn. Je gaat niet tegen de volgende vluchteling wier leven in gevaar is, zeggen: goh, we zitten aan de grens van Thierry. Wel ben ik het met u eens dat je een realistisch beleid zult moeten voeren, tenminste, als u dat voorstelt.

De heer Baudet (FvD):

Iemand zei ooit: de definitie van gekte is hetzelfde wat niet werkt, continu maar herhalen en dan de naïeve verwachting hebben dat het een keer anders zal uitpakken. De afgelopen decennia is het ons gewoon niet gelukt om mensen uit het Midden-Oosten en uit Afrika te integreren. Met een enkeling is dat wel gelukt, maar statistisch is het niet gelukt. Dat kunnen we constateren. Waarom zegt u dan: we kunnen het, maar het is maar net de vraag wie je binnenhaalt? Dat is toch niet realistisch? We hebben gezien dat we falen, keer op keer. Moeten we nu dan niet paal en perk stellen aan die voortgaande immigratie, gewoon even stoppen?

De heer Asscher (PvdA):

Twee opmerkingen. De ene is: ik houd er niet zo van om hiermee meteen tegen iedereen die zich in de afgelopen ik-weet-niet-hoelang in Nederland heeft gevestigd, te zeggen ...

De heer Baudet (FvD):

Dat doe ik ook niet. Nee, dat zeg ik niet.

De heer Asscher (PvdA):

Nee, u had het over ...

De heer Baudet (FvD):

Een enkeling. Er zijn individuen die fantastisch hun weg hebben gevonden in Nederland, maar hele grote groepen hebben dat niet. De eerste spreker van vandaag, de heer Wilders, memoreerde al dat 70% van de moslims in Nederland de sharia verkiest boven de Nederlandse wet. Dat betekent dat je een groot probleem hebt. En dat geldt voor allerlei sectoren, niet alleen voor hun religieuze affiliatie, maar ook voor gedrag op straat, participatie op de arbeidsmarkt, onderwijs, taalachterstanden, visie op emancipatie van vrouwen en noem het allemaal maar op. Over de hele linie zie je al decennialang gewoon een falend integratiebeleid. Volgens mij zijn we het daar langzamerhand toch wel over eens aan het worden in Nederland. Als ik dan de heer Asscher hoor zeggen "we moeten gewoon een realistisch immigratiebeleid voeren", dan vraag ik wat nu een realistisch immigratiebeleid is. Ik denk dat dat op dit moment even heel weinig immigranten zijn uit culturen die blijkbaar totaal anders zijn dan de onze en die heel moeizaam, áls dat überhaupt al gebeurt, integreren.

De heer Asscher (PvdA):

Het is lastig om in te gaan op een vraag met zo veel stellingen erin. Toch zal ik het even proberen. Dat is geen kritiek op u; ik bereid de voorzitter er even op voor dat ik de vraag in gedeelten zal moeten beantwoorden.

Het eerste is dat het verhaal dat 70% de sharia verkiest, onzin is. Dat moet u ook niet gaan lopen herhalen, want dat is gewoon niet waar. Toen Wilders dat zeven jaar geleden zei, is dat al gefactcheckt als onwaar. Daarom had ik vanochtend ook zo'n déjà-vu, zo'n Groundhog-Daygevoel toen er iemand naar voren kwam, die zei: weet je wat erg is? 70% ... Het klopt niet! Het klopt gewoon niet! En je kunt dat ook merken in onze samenleving. Je hoeft geen enkel probleem te ontkennen — ik zal dat ook echt niet doen — om je te verzetten tegen het defaitistische, bangmakerige beeld dat 70% van onze landgenoten die toevallig ook moslim is, de sharia aanhangt of de sharia verkiest. Dat is gewoon onzin. Dat is deel één van het antwoord.

De voorzitter:

Meneer Baudet, u hebt een paar vragen gesteld, dus het is goed als daarop in wordt gegaan.

De heer Baudet (FvD):

Dat kan ook. Maar de heer Asscher zegt dat je het kunt merken in de samenleving. Wat ik merk in de samenleving zijn een enorme vijandigheid van allerlei groepen, enorme onveiligheid en enorm zorgwekkende verhalen over shariascholen, over intolerantie op straat, mensen die hun wijk uit gepest worden en noem het allemaal maar op. Je kunt inderdaad merken dat het niet werkt.

De heer Asscher (PvdA):

Nogmaals, er zijn zeker problemen en die moet je oplossen. U zegt nu buiten de microfoon tegen Kamerleden die lachen, dat zij daar onderdeel van zijn, maar ik hou er niet zo van om elkaar onderdeel van het probleem te noemen. Dat zal ik bij u ook zeker niet doen.

Wat is nu verstandig? Om over de verschillende dingen ... Je hebt arbeidsmigratie. Op dit moment vind ik dat die te veel onderdeel is van een businessmodel dat zich richt op zo laag mogelijke kosten van arbeid. Daar hebben we met zijn allen last van. Daar hebben arbeidsmigranten last van en daar hebben Nederlandse werkzoekenden last van. Ook de kleinere Nederlandse bedrijven, die geen gebruik kunnen maken van die constructies, hebben daar last van. Daar ben ik dus zeer kritisch over. Wat is dan de realistische aanpak? Niet zeggen: laten we de grenzen maar dichtdoen. De realistisch aanpak is zorgen dat we de regels zo aanpassen dat werkgevers dat kostenvoordeel kwijtraken. Dan houd je nog steeds arbeidsmigratie, maar juist voor vacatures die niet vervuld zijn; niet om oneerlijk te concurreren. Dat vind ik een verstandige, realistische aanpak.

Als er problemen zijn met salafistische stromingen, dan moet je die aanpakken, oplossen. Die problemen zijn er. En ik vind dat kinderen niet vergiftigd moeten worden. Maar het hele pleidooi voor de brugpieper was: gebruik je hele vrijheid. We hebben voorgesteld om artikel 23 van de Grondwet te moderniseren, dusdanig dat vooropstaat dat alle scholen burgerschap, democratie en respect voor mensenrechten onderwijzen. Dat lijkt mij verstandig. Maar waar ik niet aan meedoe en wat ik u ook afraad om te doen, is voorbeelden tot de algemene norm verheffen. Uit het feit dat er in informeel onderwijs verkeerde dingen worden onderwezen, kan je niet afleiden dat onze buren, onze collega's, allemaal dat gedachtegoed aanhangen. Sterker nog, als je dat al zou denken, dan wordt het veel somberder. Het is niet zo. Natuurlijk zijn er integratieproblemen, zeker. Maar moeten we die allemaal gaan benoemen? Die benoemkampioenen, daar waren we toch ook al overheen? Alsof je een plusje van de meester krijgt omdat je zegt: ik zie een probleem en ik benoem het tenminste ... we've been there! Dat is al tien, vijftien jaar aan de gang. Volgens mij moeten we het hebben over wat we eraan kunnen doen. U zegt: stop migratie. Dat is mij veel te algemeen. Ik vind dat Nederland als beschaafd land altijd vluchtelingen die gevaar lopen, zou moeten opvangen. Ik vind niet dat Nederland open grenzen zou moeten hebben voor iedereen die hier wil wonen. Ik denk dat dat niet kan en dat dat niet past. Een manier om dat tot uitvoer te brengen, is in Europese samenwerking.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Baudet (FvD):

Ik heb nog één vraag. Bent u bereid om samen met ons, en misschien met andere partijen die dat ook willen, te bewerkstelligen dat Syrische statushouders worden teruggebracht naar Syrië, ook als zij liever in Nederland zouden willen blijven?

De heer Asscher (PvdA):

Ik hoorde de heer Baudet eerder zeggen: Assad heeft gezegd dat ze welkom zijn om terug te komen. De meeste Syrische vluchtelingen die ik heb gesproken, waren juist op de vlucht voor Assad. Er wordt daar gemarteld, er worden mensen vermoord, er wordt daar gezuiverd. Natuurlijk gaan mensen terug als het daar weer veilig is. Maar is het feit dat de dictator, die de mensen martelt, zegt dat ze van harte welkom zijn, voor u werkelijk het criterium om te zeggen dat we ze gaan terugbrengen? Is dat het moderne, welvarende Nederland, of zijn dat de brokstukken van de beschaving?

De voorzitter:

Ik stel voor dat u verdergaat. De heer Baudet komt straks aan de beurt en dan kunt u vragen aan hem stellen. Ik stel voor dat u verdergaat.

De heer Asscher (PvdA):

Voorzitter. Ik was bezig om tot enige politieke conclusies te komen over hoe het met het kabinet verdergaat. Ik wil erop wijzen dat het kabinet in maart van dit jaar de meerderheid is kwijtgeraakt in de Eerste Kamer. Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. Het kabinet is heel goed in staat om daar zelf oplossingen voor te zoeken, vermoed ik. Dat is in ieder geval gelukt bij het pensioenakkoord. Voor de Partij van de Arbeid staat bij de keuze die we nu maken voorop dat we de rijkdom die er nu is, niet beschouwen als onze toevallige verdienste, maar als iets wat ons verplicht om in te zetten voor de samenleving van straks. Daarbij denken we aan de mensen die de eeuw van Fopkje hebben gedragen, maar proberen we vooral een eeuw voor de brugpieper te creëren waar we straks trots op zijn.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Asscher. Ik wil eigenlijk voorstellen om ...

Meneer Kuzu, u had een beetje moeten doorlopen, want nu bent u te laat.

Ik wil het voorstel doen om een uur te schorsen.

De vergadering wordt van 19.22 uur tot 20.31 uur geschorst.

De voorzitter:

We gaan verder met het debat. We zijn nog steeds bezig met de eerste termijn van de kant van de Kamer. Ik geef de heer Segers namens de ChristenUnie het woord.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik hoop dat iedereen er weer helemaal bij is en lekker gegeten heeft.

Mevrouw de voorzitter. We staan op een kruispunt. De Raad van State heeft ons daar hardhandig bovenop gezet. We kunnen even geen kant meer op. Dat is het moment om na te denken over wat we echt belangrijk vinden en over wat het goede leven is.

Mevrouw de voorzitter. We stoten te veel stikstof uit, zo oordeelde de Raad van State. Daarom liggen duizenden bouwprojecten stil en komt er geen nieuwe wijk in Roermond, komen er geen windmolens in zee en komt er geen nieuwbouw voor bedrijven. Het verhaal van ons stikstofprobleem is eigenlijk ook het verhaal van Nederland. Het is het verhaal van ons allemaal. We willen alles, we willen het nu en we willen het allemaal tegelijk, op dat "hele kleine stukje aarde", terwijl de dingen die het leven waarde geven onder druk staan.

De weg vooruit is dan niet om de uitspraak van de Raad van State de schuld te geven. De weg vooruit is niet om natuurgebieden de schuld te geven dat ze zo ongelegen pal naast onze huizen en onze wegen gaan liggen. Hoe brutaal! De weg vooruit is niet om te zoeken naar nieuwe juridische trucs. Nee, de weg vooruit is erkennen dat onze manier van leven onszelf en de schepping uitput. En nu staan we op een kruispunt. Op dat kruispunt kunnen we nadenken over het goede leven dat we als samenleving willen leiden. Dat geldt niet alleen voor de omgang met de schepping, maar ook voor de omgang met elkaar.

Begin deze zomer waren we als ChristenUnie-fractie te gast bij woongemeenschap Taste, in een moeilijke wijk in Delft. Stellen en singles wonen daar samen. Ze hebben een prachtige tuin. Die hebben ze beschikbaar gesteld voor de buurt, in een van de dichtstbevolkte wijken van Nederland. Het is een buurttuin geworden. Op vrijdag organiseren ze een buurtcafé. Het is een plek waar mensen er voor anderen zijn. Het was een prachtige plek; een voorbeeld voor de samenleving zoals ik die voor me zie en zoals ik die graag zie.

De uitspraak van de Raad van State over stikstof en over de zogenaamde PAS herinnerde me aan de keuzes die daar worden gemaakt. Laten we dit moment aangrijpen om na te gaan wat het goede leven is en wat onze prioriteiten zijn. Ik zal duidelijk maken waar onze prioriteiten liggen. Die liggen niet bij een verhoging van de maximumsnelheid en niet bij ongebreidelde groei van het vliegverkeer. Onze prioriteit ligt wél bij de omslag naar een kringlooplandbouw die onder de bezielende leiding van de minister van Landbouw is ingezet. Maar dan wel met de boeren; niet over en zonder de boeren, maar samen met hen. Willen we ons leven leefbaar houden, dan zullen we allemaal moeten inschikken. Ons antwoord op de uitspraak van de Raad van State moet uiteindelijk een keus voor het goede leven zijn.

Mevrouw de voorzitter. Zo kom ik als vanzelf te spreken over de Coalitie-Y, over de hunkering van jongeren naar dat goede leven; een leven met minder schulden, met uitzicht en perspectief op een goede toekomst en een leven met meer rust en meer aandacht voor elkaar. De inzet van Coalitie-Y heeft alles te maken met de hoognodige omslag van een gehaaste neoliberale samenleving naar een samenleving met aandacht. Dat verlangen naar zo'n samenleving hoorde ik toen ik in gesprek ging met jongeren op hogeschool Windesheim in Zwolle. Jongere na jongere zei dat hij dromen had, maar gebukt ging onder schulden en prestatiedruk. Daardoor is de uitval hoog en worden steeds meer studenten somber. Zij vallen soms uit met burn-outs en de vraag naar psychologen neemt daardoor toe.

Mevrouw de voorzitter. De dag voor Prinsjesdag heeft Coalitie-Y haar manifest aan de minister-president aangeboden en eerder hebben we al gesproken op het Catshuis. Ik wil hem danken voor het luisterend oor dat hij voor deze jongeren heeft. Coalitie-Y is een brede coalitie van zo'n 36 jongerenorganisaties, inmiddels acht politieke partijen, een programmamaker, Tim Hofman, en duizenden individuen die zich online hebben aangesloten. Wij maken ons sterk voor jongeren. Dat doen wij omdat wij af moeten van de onbarmhartige mythe dat als jij maar investeert in jezelf en als jij maar kansen pakt, succes dan een keuze is, en dat falen dan ook je eigen schuld is. Het is een neoliberaal sprookje waar ook liberalen, zo blijkt vandaag, niet meer in geloven.

Het manifest van Coalitie-Y vraagt om stappen waardoor getalenteerde jongeren meer kansen krijgen op een huis. Het kabinet zet goede stappen op de woningmarkt. Ik wil het kabinet aanmoedigen om daarbij starters wél een kans te geven. Wanneer krijgen wij inzicht in de haalbaarheid van een vurige wens van de ChristenUnie om de overdrachtsbelasting voor starters naar nul te brengen en die voor investeerders vanaf het derde huis te verhogen? Want een woning is geen winstfabriek.

Ook vraag ik de minister-president om te reageren op een ander voorstel van Coalitie-Y, namelijk de invoering van een generatietoets. Ik doe dit voorstel vandaag samen met collega Jetten. Daarmee borgen wij dat bij het sluiten van bijvoorbeeld een pensioenakkoord en het ontwikkelen van een woonbeleid goed in kaart wordt gebracht wat de gevolgen zijn voor elke generatie, van jong tot oud, om daarmee te zorgen voor eerlijke en generatiebestendige keuzes. Is het kabinet bereid om een dergelijke generatietoets te ontwikkelen en te bezien welke rol planbureaus hierin kunnen vervullen?

Mevrouw de voorzitter. Het verhaal van onze stikstofuitstoot, het verhaal van de uitspraak van de Raad van State en het verhaal van Coalitie-Y staan voor iets groters in Nederland, voor de kans die wij hebben om een omslag te maken. Om niet te zoeken naar het betere of het beste, maar gewoon naar het goede leven. Het goede leven is voor mij een leven in verbondenheid met de Schepper, de schepping en elkaar. De ChristenUnie wil ruimte bieden voor een samenleving met aandacht, waarin mensen regie hebben over hun leven, de ruimte krijgen om naar elkaar om te zien en voor elkaar te zorgen, waarin wij oog hebben voor de volgende generaties, waarin wij zorg dragen voor de schepping en de vrijheden koesteren waar ons land op gebouwd is.

Ik ben blij met de reflectie in de Miljoenennota op het bredewelvaartsbegrip, waarbij verder wordt gekeken dan koopkracht en de omvang van de staatsschuld. De kwaliteit wordt immers niet daardoor bepaald, maar door het toegang hebben tot goed onderwijs, goede zorg en het wonen in een schone leefomgeving, door behoud van vrijheid, door onze rechtstaat, onze democratie en door veiligheid. Het kabinet schept daar de voorwaarden voor.

Ik ben blij dat het kabinet opnieuw de lasten verlicht voor burgers. Dit jaar met zo'n 3 miljard. Het is voor de ChristenUnie-fractie een stap in de goede richting. Maar ik vraag de minister-president wel om oog te blijven houden voor de verhouding tussen gezinnen die met één inkomen moeten rondkomen en de zogenaamde tweeverdieners. Het is onrechtvaardig als het gezinsinkomen van een eenverdiener veel zwaarder wordt belast dan datzelfde gezinsinkomen van tweeverdieners. Graag een reactie op dat punt.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het is goed dat de ChristenUnie aandacht vraagt voor het bredewelvaartsbegrip en ook een generatietoets wil toepassen. Ook wij maken onderdeel uit van Coalitie-Y.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ja.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Maar dat bredewelvaartsbegrip gaat ook over het goede leven buiten ons land, namelijk in landen waar het minder is, waar mensen moeten strijden, elke dag weer, omdat zij honger hebben of omdat zij geen kans hebben op een eerlijk en duurzaam bestaan. Als wij in dat licht kijken naar de Miljoenennota, zien wij dat het percentage dat wordt uitgegeven aan ontwikkelingssamenwerking op een niveau staat dat net zo laag is als in 1973. Dat stelt mij teleur, met de ChristenUnie in het kabinet, die ik al die jaren heb horen pleiten voor een hoog ontwikkelingssamenwerkingsbudget. Dus ik vraag mij af waarom dit zo gekomen is en waarom de ChristenUnie niet strijdt voor een hoger ontwikkelingssamenwerkingsbudget.

De heer Segers (ChristenUnie):

Wij strijden daarvoor; dat heeft mevrouw Thieme goed gezien. Dat heeft geleid tot een hoger budget. Incidenteel wordt er meer geld vrijgemaakt voor ontwikkelingssamenwerking. Wij delen in deze periode dus meer van onze rijkdom. Maar structureel is de ontwikkeling van het percentage afgezet tegen ons nationaal inkomen inderdaad zorgelijk.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het is zó laag. Het is net zo laag als 40 jaar geleden. Dat kan de ChristenUnie toch niet voor zijn rekening nemen, zeker gelet op de ontwikkelingsgelden die er beschikbaar waren in de afgelopen jaren? Helaas moeten wij dan constateren dat het geld vaak is geïnvesteerd in migratiezaken en in Nederlandse bedrijven in ontwikkelingslanden en dat wij nog helemaal niet hebben voldaan aan onze morele en internationale plicht om die landen verder te helpen in hun ontwikkeling.

De heer Segers (ChristenUnie):

Dit is ook de plek waar je vrijmoedig kunt zeggen wat je droom is en wat je hoop is. En dat is inderdaad dat dat percentage groeit of in ieder geval dat wij meer van onze welvaart delen met mensen die het veel minder hebben. Tegelijkertijd groeit het budget omdat ons nationaal inkomen groeit en onze economie groeit. Het budget groeit dan altijd mee. Daarbovenop is er ook nog incidenteel extra geld uitgetrokken voor hulp aan de allerarmsten. Dus wij zetten deze periode goede stappen, maar nog niet genoeg wat mij betreft.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dus we vinden de ChristenUnie aan onze zijde als we ervoor gaan pleiten dat er meer gelden naar ontwikkelingssamenwerking gaan en dat het budget, het percentage van ons bruto binnenlands product, omhooggaat?

De heer Segers (ChristenUnie):

Als ik naar de verdere toekomst kijk en naar wat de verder weg liggende droom is, dan kan ik hartgrondig ja zeggen, omdat ik dan de handen vrij heb. De komende anderhalf jaar ben ik gebonden aan afspraken in het regeerakkoord en daar zal ik loyaal aan zijn. Maar als de vraag is of ik meer wil delen omdat we een heel rijk land zijn, dan is mijn antwoord ja.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Segers (ChristenUnie):

Mevrouw de voorzitter. Ik ben blij met de verhoging van het kindgebonden budget. Dat verlicht de druk op jonge gezinnen en geeft drukbezette ouders weer iets meer lucht. Ook in gezinnen moet alles, moet het nu en moet het allemaal tegelijk. De ChristenUnie wil werken aan een samenleving met ademruimte voor gezinnen, juist in het spitsuur van het leven. Tegelijk maak ik me zorgen over het groeiende beroep dat op de zorg in het sociale domein wordt gedaan en de noodklok die gemeenten daarover luiden. We moeten zo eerlijk zijn om te erkennen dat gemeenten bij het maken van hun plannen belemmerd worden door de veranderingen in de uitgaven van de landelijke overheid. Om het maar even beeldend te maken: als wij geen JSF kopen of die aanschaf een jaar uitstellen, kunnen onze gemeenten minder doen voor mensen die zorg nodig hebben, voor kinderen die jeugdzorg nodig hebben of voor dak- en thuislozen. Dat is niet uit te leggen. Wil het kabinet daarom werken aan een meer trendmatige manier van financieren van het Gemeentefonds? De ChristenUnie wil, samen met D66, dat de schommelingen hieruit worden gehaald.

Mevrouw de voorzitter. Ik kom op de zogenaamde Investeringsagenda.

De heer Asscher (PvdA):

Hartstikke interessant; dat gaat het kabinet vast onderzoeken. Maar kunnen we ook iets doen voor volgend jaar? Er is een tekort van misschien wel 700 miljoen. Dat gaan daklozen voelen en dat gaat zwembaden doen sluiten. Kunnen we daar misschien nog wat aan doen?

De heer Segers (ChristenUnie):

Er gebeurt al wat. Er gaat extra geld naar bijvoorbeeld de jeugdzorg. Daar worden honderden miljoenen extra voor uitgetrokken. De gemeenten krijgen dus extra geld. De gemeenten krijgen deze periode sowieso veel extra geld, omdat nu eindelijk weer, trap op, trap af, de systematiek is gehanteerd waarbij, bij het groeien van de budgetten van de nationale overheid, lokale overheden ook meeprofiteren. Zij krijgen dus meer geld. En als wij de systematiek zo kunnen aanpassen dat zij veel beter weten wanneer zij wat krijgen en hoeveel, dan denk ik dat we ze meer recht doen dan dat we nu doen.

De heer Asscher (PvdA):

Dat was geen antwoord op mijn vraag. Ik bestrijd niks van systematiek et cetera. Van de week is er een brief verschenen van de 40 grote gemeenten, waarbij intussen ongeveer alle 350 gemeenten zich hebben aangesloten. Wat ik zie, is dat doordat het kabinet het geld niet uitgeeft dat het van plan was — vorig jaar was dat 12 miljard en dit jaar 10 miljard — die gemeenten moeten bezuinigen. Dat snapt helemaal niemand. Zij zien de troonrede en Dagobert Hoekstra op die goudberg, terwijl zij straks het zwembad moeten sluiten en moeten uitleggen waarom. Mijn vraag is: kunnen we ook wat doen voor komend jaar?

De heer Segers (ChristenUnie):

Mijn antwoord was dat we dat al doen, maar waarschijnlijk is dat voor u geen bevredigend antwoord. Er is lang en langdurig gesproken over bijvoorbeeld het geld voor de jeugdzorg. Daar gaan honderden miljoenen extra naartoe. Ik spreek ook wethouders. Ze komen van alle kanten ook naar ons toe en de noodklok wordt ook bij ons geluid. Ik ben daar niet doof voor. Ik wijs op het extra geld en ik wijs ook op de inzet die wij nu doen om ervoor te zorgen dat zij niet meer die onaangename verrassingen hebben die zij dit jaar hebben gehad.

De heer Asscher (PvdA):

Het is niet de verrassing die onaangenaam is, maar dat is het zwembad dat dichtgaat en dat er wordt bezuinigd op het welzijn en op de bibliotheek. Dan is het toch een beetje gek om te zeggen: sluit vooral het zwembad, ik kom met de heer Jetten met een motie voor een onderzoek. Ik weet wat er gebeurt voor de jeugdzorg; daar hebben we een compliment over gegeven. Maar er is een heel groot probleem. U stelt voor om een overschot van 3,4 miljard in de schatkist te storten. Mijn vraag is om ervoor te zorgen dat gemeenten niet hoeven te bezuinigen op dingen die u en ik heel belangrijk vinden. Laten we dat nu doen!

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik denk dat ik mezelf moet herhalen: het is niet niks wat we doen. Het zijn een paar grote stappen. Uiteraard had ik gewild dat de systematiek die we nu hebben al lang was aangepast, maar ik kan alleen maar doen wat ik nu kan doen. Dat is nu zorgen dat de verrassing van dit jaar er volgend jaar niet meer op die manier is.

De heer Klaver (GroenLinks):

Als die verrassing er volgend jaar niet meer is, dan is de bibliotheek gesloten. Dan zijn buurthuizen dichtgegaan. Dan kunnen zwembaden niet open. Dan is dat ten koste gegaan van heel veel. Ik beluister de heer Segers goed. De systematiek werkt niet. Het is raar dat gemeenten, als de rijksoverheid geld niet weggezet krijgt, minder krijgen en moeten bezuinigen terwijl zij die uitgaven wel moeten doen. Kunnen we dan niet tot elkaar komen en zeggen: oké, dit gaat misschien volgend jaar veranderen; zouden we nu dan niet met een kasschuif of iets dergelijks moeten werken om ervoor te zorgen dat we in ieder geval voorkomen dat gemeenten dit jaar extra moeten bezuinigen? Daarmee is het nog niet structureel geregeld, maar zorgen we er in ieder geval voor dat we nu geen onomkeerbare stappen zetten in die gemeenten.

De heer Segers (ChristenUnie):

Als je de geluiden en de zorgen die geuit worden hoort, snap ik natuurlijk dat je het gevoel hebt dat er te weinig gebeurt. Ik kijk naar wat er wel is gebeurd. Ik heb aan tafel gezeten toen de lokale overheden langskwamen. Toen werd voorgesteld om de zogenaamde trap-op-trap-afsystematiek te herstellen. Daardoor krijgen zij veel meer geld, omdat de overheid nu veel meer geld gaat uitgeven. Zij waren daar blij mee. We hebben bijvoorbeeld het abonnementstarief voor de Wmo ingevoerd. Dat is ook een lokale voorziening. Daardoor kunnen mensen door een bescheiden bedrag te betalen, 17,50 per maand, aanspraak maken op de Wmo-voorziening. We hebben daar geld voor geleverd. Toen dat debat hier werd gevoerd, was er de vraag of het wel genoeg was en of gemeenten niet werden afgeknepen. Er is nog een motie gekomen die Kamerbreed is gesteund. Wij houden de vinger aan de pols. De belofte is dat wij er dan, als het echt gaat knellen, als het niet uitkomt, voor hen zijn. Maar dat gebeurt stap voor stap. Ik zeg niet dat ik nu de wereld kan beloven, maar een van de stapjes die je kunt zetten, is een andere systematiek naast het extra geld dat er al naartoe ging, het extra geld dat er dit jaar naartoe gaat en dat er mogelijk volgend jaar naartoe gaat.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik ontken niet wat er allemaal gebeurt en wat voor extra middelen er naar lokale overheden gaan. Maar ik vind het wrang. We praten over een nieuwe systematiek. Ik neem aan, als twee coalitiepartijen daarmee komen, dat die ook de werkelijkheid gaat worden, dat we die systematiek gaan aanpassen.

De heer Segers (ChristenUnie):

Dat hoop ik ook.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat betekent iets voor volgend jaar, maar gemeenten moeten nu wel gaan bezuinigen. Als een buurthuis of een zwembad eenmaal is gesloten, gaat het volgend jaar niet weer open. We hoeven die systematiek nu niet in één keer aan te passen. Dat gaat ons niet op zo'n korte termijn lukken. Maar als we dat zien aankomen, dan moeten we voorkomen dat die gemeenten nu moeten gaan korten. Dat is de vraag die ik aan de heer Segers stel. Kunnen we niet voorkomen dat die kortingen nu niet doorgaan?

De heer Segers (ChristenUnie):

Politiek is altijd kiezen in schaarste. Dat geldt ook voor lokale politiek. Daar zal ook in schaarste moeten worden gekozen. Het is niet dat dit het schamel doekje voor het bloeden is, dat dit iets maar heel beperkts is. Het is naast extra geld dat er al naartoe gaat, naast extra geld dat daarbovenop nog eens een keer in deze begroting daarvoor vrijgemaakt wordt voor het lokale sociale domein, naast de wetgeving. Ik noemde bijvoorbeeld de Wmo, maar er zijn ook andere voorzieningen. We kijken heel goed of gemeenten uitkomen. We hebben de belofte gedaan dat we naast ze staan. We willen dat ze fatsoenlijk die lokale taak kunnen uitvoeren, dat ze er zijn voor mensen. Die belofte hebben we gedaan. Is dit ook een kleine stap? Het is nooit alles, maar het is zeker niet niks.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter, tot slot. U heeft het over keuzes in schaarste. Er is 3 miljard over. We hebben een overschot van 3 miljard. Om nou te zeggen dat er schaarste is, dat we moeilijke keuzes hebben moeten maken en dat iedereen zijn bijdrage moet leveren: dat is het verhaal van de crisis. We zitten nu ergens anders in. De rijksoverheid heeft begroot dat we extra uitgaven moeten doen en we zien dat dat niet lukt. Door de systematiek die we hebben gekozen is de consequentie daarvan dat gemeenten nu ook minder geld krijgen. Dat is niet eerlijk. Ik vind het heel goed dat u de systematiek wilt aanpassen. Het enige wat ik u vraag is om ervoor te zorgen dat we dit jaar geen stappen zetten. Volgend jaar hebben we goed nieuws voor ze. Ik zou het zonde vinden als de bibliotheek dit jaar moet sluiten. Die gaat volgend jaar niet opnieuw open. Dat zou ik zonde vinden. Ik hoop dat we een weg kunnen vinden in hoe we dit goed kunnen regelen, niet voor de gemeente of de bestuurders daar, maar voor de inwoners van al die gemeentes.

De heer Segers (ChristenUnie):

Het is wel kiezen in schaarste, omdat we nog altijd honderden miljarden schuld hebben die nog steeds afgelost moeten worden. Dat is schuld die drukt op volgende generaties. Ik had het net over generatiebestendig beleid. We hebben nog steeds schulden. Ik ga nu spreken over een investeringsfonds. Dat is ook schuld. Ik bedoel: we hopen dat we daar geld mee verdienen, maar het zijn nog altijd schulden die we maken. Ondertussen hoop ik dat de heer Klaver nog een klein beetje meeluistert; dank daarvoor.

Dat zijn dus nog steeds schulden. Dat is nog steeds kiezen in schaarste. Het is niet zo dat er opeens gratis geld is en dat het biljetten uit de hemel regent, die we vrijelijk kunnen uitgeven. Het is nog steeds schuld. We hebben nog steeds te maken met schaarste. Daarin proberen we sociaal te zijn. We proberen inderdaad de keuze te maken waardoor lokale overheden dicht bij mensen goede zorg kunnen verlenen. We doen al heel veel beloften. Er komt al veel geld. We zullen komend jaar zien of het voldoende is, en we houden de vinger aan de pols.

Mevrouw de voorzitter, de investeringsagenda, het fonds. Als er ooit een kans is om na te gaan wat we willen, wat goede, duurzame groei is, zodat we het goede leven kunnen leven, dan is het wel nu. Het kabinet wil een investeringsagenda ontwikkelen en daar veel geld — ik heb gelezen tientallen miljarden — voor uittrekken. Dat komt overeen met de Bijbelse wijsheid van Jozef, die de ChristenUniefractie geregeld heeft gedeeld. Jozef koos als onderkoning van Egypte voor investeringen in goede tijden, zodat het land goed was voorbereid op slechtere tijden. Ik las dat er verschillende geestelijke vaders zijn van dit idee, maar nu is wel duidelijk wie de echte geestelijk vader is van dit fonds. Wat mij betreft hebben we straks geen Hoekstrafonds, geen Wiebesfonds maar een Jozeffonds.

Dit fonds biedt de kans om te investeren in de economie van de toekomst, een economie die mensgericht is en rekening houdt met de draagkracht van de schepping. Dan kiest de ChristenUnie ervoor om te investeren in de omslag naar onze eigen, schone energie. Dan kiezen we voor snelle ov-verbindingen tussen landsdelen, binnen stedelijke regio's en met het buitenland. Dan kiezen we voor investeren in innovatie en onderwijs, waarbij alle jongeren meetellen, van jong tot ouder, en alle talenten de ruimte moeten krijgen, dus niet alleen voor investeren in knappe koppen, maar ook in vakmensen, in gouden handen.

Het investeringsfonds biedt de kans om de grote opgaven op het gebied van mobiliteit, woningbouw, klimaat en energie gezamenlijk te bezien, om dan in samenhang de goede keuzes te maken. Ik wil de minister-president vragen hoe het kabinet ervoor gaat zorgen dat dit als één gezamenlijke opgave ter hand wordt genomen.

Mevrouw de voorzitter. De Raad van State heeft ons hardhandig stilgezet, en we staan op een kruispunt, waarop we de weg moeten inslaan naar een samenleving waarin overbelaste mensen weer rust en ruimte krijgen en waarin we het goede leven kunnen leven. Daar is een andere, mensgerichte overheid voor nodig, een overheid met aandacht. Laat ik dan één voorbeeld geven. Vorig jaar stond ik hier bij de interruptiemicrofoon en vroeg ik de minister-president of het geen goed idee was om één loket te hebben in iedere gemeente waarbij burgers kunnen aankloppen met hun vragen over de energietransitie. Wat betekent dit voor mij? Wat kan ik doen aan mijn eigen huis? Dat was een royale toezegging. Wat betekent dit nu in de praktijk? Een jaar later hebben we de ontmoedigende situatie dat een inwoner van Rijswijk wanneer die op zoek gaat naar dat loket, doorverwezen wordt naar Rotterdam, waar hij €69 moet betalen voor een gesprekje van een uur. Ik vind het echt waanzin.

Als we dat willen doorbreken, moeten we afscheid nemen van een denken dat al te lang de toon heeft gezet. Het is neoliberaal denken, waarin de markt domineert, ons land de bv Nederland heet, de overheid als een bedrijf wordt gerund en burgers worden gereduceerd tot klanten. DUO, de Belastingdienst, NVWA, CBR, UWV, IND, SVB en wat de afkortingen ook mogen zijn — als de uitvoerende diensten van de overheid inderdaad bedrijven waren, waren ze allemaal allang failliet gegaan. Alleen kunnen mensen die ervan afhankelijk zijn, nergens anders naartoe. Mijn vraag aan de minister-president is: hoe gaat het kabinet werken aan de omslag naar een dienstbare uitvoering, waarin de menselijke maat weer centraal staat, waarin mensen belangrijker zijn dan regels?

Dat vraagt ook iets van onszelf als Kamer. Het vraagt om zelfreflectie. Met welke wetten hebben wij de uitvoeringsorganisaties opgezadeld? Mensen doen hun werk bij al die organisaties naar eer en geweten en met hart en ziel. Maar hoe werkbaar zijn de instructies die wij ze hebben meegegeven? Vandaar dat ik me aansluit bij collega Heerma en dat wij samen het voorstel doen om tot een parlementair onderzoek te komen, waarbij we langer terugkijken naar de breedte van de uitvoering door de overheid, en zeker ook naar de rol van de Tweede Kamer.

Mevrouw de voorzitter. Het falen in de uitvoering wordt misschien nergens zo hard gevoeld als in Groningen. Dit jaar moest volgens minister Wiebes het jaar van de uitvoering worden, een jaar waarin mensen eindelijk voortgang zien in hun dorp, wijk, straat, huis. Hoe staat het daarmee? Kunt u verzekeren dat ook als de gaswinning stopt, de inspanningen er onverminderd op gericht zullen zijn om recht te doen aan de mensen in Groningen die al jaren kampen met de gevolge van de gaswinning?

Mevrouw Thieme (PvdD):

In mijn interruptiedebatje met de heer Jetten van D66 heb ik het gehad over het gevaar van CETA, het vrijhandelsverdrag met Canada dat we binnenkort moeten gaan ratificeren. Of niet; we staan voor een keuze. Gaan we daadwerkelijk die gaswinning terugdraaien, dan moeten we voorkomen dat CETA daar een streep door zet. Als we CETA namelijk ratificeren, zullen bedrijven zoals het Canadese gaswinningsbedrijf dat in Groningen heeft geïnvesteerd honderden miljoenen euro's kunnen claimen bij de rechter vanwege de investeringsbescherming. De Partij voor de Dieren en andere partijen zeggen: dat moet je niet willen, we willen die gaswinning stopzetten, de Eerste Kamer moet daar straks in alle vrijheid voor kunnen stemmen, zonder de dreiging van CETA. Is de ChristenUnie ook bereid om nee te zeggen tegen CETA, samen met de Partij voor de Dieren en deze andere partijen?

De heer Segers (ChristenUnie):

We hebben in ieder geval de vrijheid om daar kritisch naar te kijken. Volgens mij was het een voorstel van u om een rondetafelgesprek en een hoorzitting te organiseren om al die aspecten heel goed te doorzien. Dat voorstel hebben we gesteund. We praten er daar graag over door. De beslissing ligt dus nog voor ons. Wij zijn inderdaad kritisch, ook over de geschillenbeslechting. Die moet echt passen in onze rechtsstaat. Wij kijken of de kwaliteitseisen die wij hanteren wat betreft dierenwelzijn en voedselveiligheid op hetzelfde niveau blijven en niet omlaaggaan. Dat zijn voorwaarden, zo hebben we dat ook in het regeerakkoord opgeschreven. Dus op die manier kijken we ernaar. Ik kan hier nu geen uitsluitsel geven, maar volgens mij trekken wij met u op wat betreft de rol van het parlement om alle informatie op te vragen, die op tafel te leggen en dan ons oordeel te vellen.

Mevrouw de voorzitter. Een goed leven is een leven in vrijheid. Ons gemeenschappelijke huis kan alleen vertrouwd zijn als het ook veilig is. We kunnen alleen het goede leven leven als we beschermd zijn. 75 jaar geleden is onze vrijheid duur bevochten. Dat geeft ons de plicht om die vrijheid te beschermen. Net als veel anderen maak ik mij grote zorgen over de invloed van het salafisme op jonge kinderen. We hebben allemaal de reportage daarover gezien bij Nieuwsuur. Ook hier moet de overheid een schild voor zwakkeren zijn en bescherming bieden tegen een radicale versie van de islam die vrijheid alleen maar gebruikt om vrijheid om zeep te helpen. Daar is vrijheid niet voor bedoeld.

Om eerlijk te zijn, mis ik soms het gevoel van urgentie bij het kabinet. Hoe staat het met twee wetsvoorstellen die al lang op de plank liggen of hier al lang zouden moeten zijn? Ik doel dan allereerst op het wetsvoorstel over regulering van buitenlandse financiering vanuit onvrije landen, een wetsvoorstel waar de ministers Blok, Koolmees en Dekker verantwoordelijk voor zijn. Hoe staat het daarmee? Wanneer komt dit wetsvoorstel naar de Kamer? En we hebben ook een wetsvoorstel aangekondigd gehoord over het eerder kunnen verbieden van antidemocratische organisaties. Collega Dijkhoff refereerde hier al aan. Ik begrijp dat dit wetsvoorstel inmiddels bij de Raad van State ligt. Ook in dit geval een warme aanmoediging om er werk van te maken, want als je ziet wat er nu gebeurt met die kinderen, breekt je hart. Wij moeten de middelen van de rechtsstaat kunnen inzetten om vrijheid te beschermen.

Als een goed leven alleen in vrijheid geleefd kan worden, kan de overheid niet wegkijken bij het vreselijke onrecht van mensenhandel en gedwongen prostitutie. Er is te weinig politiecapaciteit om mensenhandel en gedwongen prostitutie aan te pakken. Ik vind dat onbestaanbaar. Daarom doe ik samen met collega Asscher het voorstel om structureel 10 miljoen euro extra vrij te maken voor politiecapaciteit in deze strijd. Meer prioriteit is nodig. We hebben ook wetgeving nodig. Ik kijk op dit punt met een schuin oog naar staatssecretaris Broekers-Knol. Ze zit nog in haar eerste periode, maar we wachten op de wet betreffende de regulering van prostitutie, een belangrijke wet. Ook wachten we op de introductie van het pooierverbod. Daarvoor kijk ik naar een andere bewindspersoon. Van mijn kant opnieuw de warme aanmoediging om er werk van te maken.

Als iets haaks staat op vrijheid en het goede leven, dan is dat ook drugsverslaving. We zien de impact op jongeren. We zien de impact op Brabant, op een stad als Amsterdam. We hebben het rapport De achterkant van Amsterdam gelezen. We hebben als ChristenUnie een kleine traditie van zelfkastijding bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Vorig jaar spraken we hier over de meloen van de dividendbelasting. Dit jaar wil ik het hebben over de proeven met legale wietteelt. Er zit een merkwaardige dubbelhartigheid in het Nederlandse beleid rond drugs. Laat de burgemeesters wietplantages oprollen, maar laat ze ook zelf wiet verbouwen. We rollen drugslaboratoria op, maar we hebben ook twintig plekken in het land om pillen te laten testen. Dat is toch een tweeslachtigheid? Voor onze fractie is het experiment met legale wietteelt ook niet de opmaat tot legalisering. Voor ons is nu de kernvraag: hoe voorkomt de regering dat er een verdergaande normalisering van drugsgebruik optreedt? Hoe voorkomen we dat we met dit experiment het onzalige signaal afgeven dat drugs wel oké zijn?

Mevrouw de voorzitter, ik kom aan het eind. We staan op een kruispunt en we moeten nagaan wat een goed leven is met 17 miljoen mensen op een beperkt stukje van de wereld. Dat is een leven met minder schulden, met meer rust, meer aandacht voor elkaar, betere zorg voor de schepping, met een dienstbare, mensgerichte overheid. Het is een leven in veiligheid en in vrijheid. Maar als dit het moment is van zelfreflectie, reflectie op het goede leven, dan moeten we ook nagaan wat wij hier elkaar aandoen. We leiden hier in de Tweede Kamer, hier rond het Binnenhof een intens leven waar we allemaal in sociaal opzicht een prijs voor betalen. Die is voor sommigen zo hoog dat zij vroegtijdig stoppen, noodgedwongen moeten stoppen of tijdelijk moeten stoppen. Iedere keer als dat bij een collega gebeurt — recent was dat bij collega Arno Rutte — dan raakt dat ons allemaal. Het raakt in ieder geval mij, omdat we ons realiseren dat we zelf ook kwetsbare mensen zijn en zelf ook moeite hebben om een goed leven te leiden met de geliefden om ons heen. Ik heb niet de finale wijsheid om deze spanning voor ons allemaal op te lossen, maar het beetje wijsheid dat ik heb deel ik graag. Ik gun ons graag iets meer geld voor ondersteuning in ons werk hier, iets meer zondagsrust en bovenal de zegen van onze goede God.

Dank u wel.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik vind het goed dat de heer Segers aandacht vraagt voor de uitvoering en wat we burgers aandoen. Er is nog zo'n punt dat ik in mijn bijdrage heb aangestipt, en dat gaat over de politie en de zedenpolitie. Daar is echt een capaciteitstekort. Mensen die het slachtoffer zijn geworden van een zedenmisdrijf moeten soms maanden wachten voordat de zaak wordt opgepakt. Is de heer Segers bereid om ook te kijken wat we daar nog zouden kunnen doen om mensen tegemoet te komen?

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik vond het een heel mooi pleidooi. Het was ook ergens een heel persoonlijk pleidooi waarin u refereerde aan collega Buitenweg, wie het onderwerp na aan het hart ligt. Waarom raakt het je? Omdat je dan onmiddellijk gezichten voor je hebt, omdat je verhalen weet. Ik heb dat met mensenhandel en gedwongen prostitutie. Als je een paar slachtoffers hebt gesproken, dan heb je hen in gedachten als je daaraan denkt. Er is heel veel nood. Er is heel veel onvrijheid. Er is heel veel onrecht. De politie moet heel veel doen. Maar af en toe moet je even een hekje om iets zetten en zeggen: maar één ding, als we hier geen aandacht aan geven, dan zullen we het nooit zien; dan zullen we het nooit vinden. Als je niet op zoek gaat naar slachtoffers van mensenhandel, dan zul je ze niet vinden. Bij zedenkwesties is het misschien zo ingewikkeld dat het makkelijker is om te zeggen: weet je wat, we leggen het even terzijde. Het zijn soms van die onderwerpen waarbij je zegt: dat mag gewoon niet, dat is zo immoreel en zo cruciaal dat we hier wel aandacht aan besteden, ook al is het maar een klein hekje, ook al gaat het niet altijd om de grootste aantallen. Dus ja, ook dit is zo'n onderwerp dat mij raakt, dus ik sta daar zeer sympathiek tegenover.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dank. Dan gaan we kijken wat we daar de komende dagen voor kunnen betekenen.

De heer Asscher (PvdA):

Wat een fijn betoog van de heer Segers over het goede leven en de zoektocht daarnaar. Heel mooi. Een van de plekken waar mensen die stress en die onrust ervaren, is in de klassen van onze basisscholen. Ik wilde alleen even iets checken. Ik heb uw coalitiegenoten gehoord, die zeiden: we willen wel kijken, we willen wel praten, we snappen dat er een probleem is. Stel dat zij inderdaad denken: we gaan er extra geld voor uittrekken. U gaat ze dan toch niet tegenhouden? Dat wou ik even verifiëren.

De heer Segers (ChristenUnie):

Dat is een hele intelligente vraag. Zeg dan maar eens ... Ja, wat zou je dan moeten zeggen? Ja of nee? Er is een spitsuur. Het maakt heel veel verschil hoe groot die klas is. We zijn allebei vader, dus we hebben de situaties van de drukke en volle klassen gezien. We weten wat dat betekent voor leerkrachten. Het is heel makkelijk om te zeggen dat geld het probleem op de korte termijn niet oplost. Je hebt namelijk niet zomaar extra leraren. Je moet mensen opleiden en verleiden om van een andere baan over te stappen naar het onderwijs. Er wordt veel extra geld uitgetrokken. Ik zeg het toch maar. Het klinkt als een dooddoener, maar het is echt zo. Mede dankzij een aanmoediging aan het begin van deze periode, de demissionaire periode van de heer Asscher zelf, werd er nog 270 miljoen uitgetrokken. Daar is nog extra geld bij gekomen. Ik geloof dat mijn collega's hebben gezegd: ga eens kijken waar het nou knelt. Er ligt overigens nog steeds geld klaar. Er is in ieder geval in het primaire onderwijs nog geen cao. Dat is pijnlijk voor de leerkrachten. Hoewel er wel geld klaarligt dat zou kunnen landen bij die leraren, gebeurt dat nog niet. Het is van onze kant ook een aanmoediging om werk te maken van die cao. Uiteraard kan ik niks anders zeggen dan dat ik daar op dezelfde manier naar zal kijken.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Segers. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Thieme namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Ik heb nu twaalf Algemene Politieke Beschouwingen meegemaakt, maar ik maak voor het eerst mee dat meer dan één fractievoorzitter openlijk twijfelt aan de houdbaarheid van ons huidige systeem en de verslaafdheid aan de economische groei en ziet dat er grenzen zijn aan de groei. Dat stemt mij hoopvol. Maar wie de inleidende woorden, zinnen, van de Miljoenennota leest, moet concluderen dat het kabinet een gebrek aan realiteitszin heeft. Het voorwoord staat vooral vol met zelffelicitaties. De Nederlandse economie keert, ondanks brexit en handelsoorlogen, na jaren van krimp terug naar een normaal groeitempo, aldus het kabinet. Maar het kabinet laat slechts één kant zien van de medaille die het zichzelf uitreikt. De werkloosheid daalt, de lonen beginnen langzaam te stijgen en de overheidsfinanciën floreren als nooit tevoren. Voor het derde achtereenvolgende jaar is er een overschot. Daarmee wil het kabinet de publieke voorzieningen versterken en in 2020 nieuwe investeringen doen in verpleeghuizen en de woningmarkt. Het kabinet wil dan ook de lasten voor burgers verlagen. Wie kan daar tegen zijn? Daarnaast besteedt het kabinet maar liefst 3,4 miljard euro aan de aflossing van de staatsschuld.

Aan milieu en klimaat wijdt het kabinet maar een paar woorden in het voorwoord: het klimaatakkoord zorgt voor een duurzaam Nederland. Je moet maar durven. De werkelijkheid is namelijk een andere. Op het gebied van biodiversiteit scoort Nederland rampzalig. We hebben nog maar 15% van de biodiversiteit over die we begin vorige eeuw hadden. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is in Nederland het verlies aan oppervlakte en kwaliteit van de oorspronkelijke natuurlijk aanzienlijk groter geweest dan gemiddeld in Europa of de rest van de wereld. Het komt door de bio-industrie en het grootschalige gebruik van gif, landbouwgif. Wie door Nederlandse weilanden fietst, waant zich in het groen maar rijdt in feite door een raaigraswoestijn. Landschapspijn noemt de Friese journaliste Jantien de Boer het: de pijn van het verdwijnen van insecten en vogels.

Terecht winden we ons op over het Braziliaanse regenwoud dat in brand staat, maar we lijken te vergeten dat het kabinet stond te juichen toen de Europese Unie een vrijhandelsverdrag met Brazilië sloot omdat Duitsland zo nodig Volkswagens wil exporteren en Brazilië een vrijbrief wilde hebben om het regenwoud verder plat te branden voor veevoer en vleesexport. Het vrijhandelsverdrag met de Mercosur-landen is alleen maar meer olie op het vuur.

Ook zien we gemakshalve over het hoofd dat de bomenkap in ons eigen Nederland een fractie rapper gaat dan in het land van Bolsonaro, Brazilië, onder andere om de biomassaverbrandingsovens te vullen en dat dan groene energie te noemen. Houtovens. Als we alle bomen in Nederland zouden verbranden, hebben we voor hoogstens negen maanden aan elektriciteit. Gebrek aan realiteitszin. We kappen ook voor wegen en benzinestations. Zoals in Ouderkerk aan de Amstel, waar burgers in opstand zijn gekomen tegen de kap van 14.000 bomen voor de uitbreiding van de A9. We zouden juist massaal bomen moeten planten om de klimaatcrisis en de biodiversiteitscrisis af te wenden.

Nederland heeft een van de grootste slachthuizen ter wereld. 650 miljoen dieren slachten we per jaar, het overgrote deel voor de export. We hebben te maken met een wildgroei aan megastallen en steeds meer dieren verbanden levend bij stalbranden. Dit jaar zijn op deze gruwelijke manier meer dieren omgekomen dan in heel 2018. 167.000 om precies te zijn. Dat is net zo veel als Nijmegen aan inwoners heeft.

Voorzitter. Je zoekt vergeefs naar deze kant van de medaille in de Miljoenennota. Dat is geen toeval. Het kabinet schuift de verantwoordelijkheid voor het klimaat door naar toekomstige generaties, met een akkoord dat aanstuurt op een temperatuurstijging van 2°C. Het heeft kennelijk lak — ik kan het niet anders zeggen — aan de internationaal afgesproken doelen en de eigen verantwoordelijkheid. Het geld dat we vervolgens investeren, stoppen we vooral in lapmiddelen. Denk aan de energie- en subsidieslurpende mestfabrieken. Verder verzoekt het kabinet vooral de burgers om regelmatig de bandenspanning van de auto te controleren, de woning te voorzien van dubbel glas en wat aluminiumfolie achter de verwarmingsradiatoren aan te brengen.

Maar het kabinet gaat door roeien en ruiten als het om de economie gaat. Als er geld kan worden verdiend. Als grootverbruikers van energie moeten worden ontzien. Als het verdienmodel van bv Nederland moet worden verdedigd. Daarvoor moet alles wijken: mensen, dieren, planeet, democratie en rechtsstaat. De inkt van het Klimaatakkoord was nog niet droog of het kabinet gaf toestemming voor verdere uitbreiding van Schiphol. Ondanks massaal verzet probeert het kabinet koste wat het kost de opening van vliegveld Lelystad voor vakantievluchten erdoorheen te drukken. Ook al is de nood volgens het kabinet hoog, er is maar mondjesmaat geld beschikbaar om de Urgenda-doelen te halen: 500 miljoen euro. Geld is plotseling geen probleem als KLM van de Fransen moet worden gered. Een slordige 744 miljoen euro heeft het kabinet op een achternamiddag uitgegeven voor de aankoop van aandelen van Air France-KLM. Volgens de krantenberichten heeft het kabinet daar inmiddels 58 miljoen euro op verloren, maar dat zou ook nog weleens veel meer kunnen worden, als je kijkt naar de koersontwikkelingen. Ik wil graag van het kabinet weten op hoeveel verlies we nu precies staan.

Voorzitter. Het kabinet steunt vrijhandelsverdragen met landen als Brazilië: de Mercosur-landen. Het drukt het vrijhandelsverdrag met Canada, CETA, erdoor. In Brussel en Washington wordt alweer druk onderhandeld over TTIP-light, ondanks massaal protest van burgers, mkb'ers en boeren. Wat dit soort verdragen voor mens, dier en planeet kunnen betekenen leert het verdrag met Oekraïne. Hoewel dit werd weggestemd door de Nederlandse kiezer, verzekerde de minister-president ons plechtig dat niet wij ons zouden voegen naar de Oekraïense normen, maar dat Oekraïne zich zou voegen naar onze normen. De realiteit is dat we worden overstelpt met plofkippen die je in Nederland niet eens zou mogen produceren. Onze boeren, de dieren en de planeet hebben het nakijken. Hoe kan de minister-president dit soort vrijhandelsverdragen verdedigen tegenover de Nederlandse boeren, onze burgers en onze jeugd?

Het kabinet gaat ook onverminderd door met het uitdelen van subsidies aan de fossielebrandstoffenindustrie: 7 miljard euro per jaar. Dat is alleen vandaag al 20 miljoen euro. Nu hebben we dan de stikstofuitspraak van de Raad van State die een halt toeroept aan megastallen, woningbouw, luchtvaart en meer asfalt. Maar het antwoord van het kabinet luidt niet "we gaan het aantal landbouwdieren halveren", zoals collega Jetten van D66 anderhalve week geleden opperde, wat uiteraard een goed plan is. Nee, volgens het kabinet moet de stikstofnorm worden opgerekt. De minister van Infrastructuur en Waterstaat liet al weten dat we een list moeten verzinnen om de wet te omzeilen. Haar collega Schouten van Landbouw wist al welke. De rekenmethode moet op de schop, onder het motto: als de feiten ons niet zinnen, moeten ze maar wijken.

Voorzitter. Dit komt het wankele vertrouwen in de politiek niet ten goede en gaat de planeet niet helpen; integendeel. De norm voor stikstofuitstoot moet niet soepeler, maar strikter. We moeten er niet alleen voor zorgen dat de natuur niet verslechtert door al die ammoniak, maar er juist voor zorgen dat ze verbetert. Vaak, veel te vaak, is de rechter de laatste instantie waar de burger met zorgen over klimaat, dierenwelzijn en het milieu terechtkan. En telkens probeert het kabinet onder deze vonnissen uit te komen. In 2015 en in 2018 oordeelde de rechter in de Urgendazaak dat het kabinet zich moet houden aan zijn eigen klimaatdoelen. Vorige week herhaalden de procureur-generaal en de advocaat-generaal dit nogmaals in een advies aan de Hoge Raad — want het kabinet was natuurlijk weer in cassatie gegaan. Maar zij zeiden: hou het vonnis in de Urgendazaak in stand. Het kabinet roept consequent dat het de uitspraken zal respecteren, ook afgelopen juni, toen minister Wiebes liet weten de uitspraak te willen eerbiedigen, maar doet vervolgens even consequent precies het tegenovergestelde.

Voorzitter. Dit kabinet moet oppassen niet medeschuldig te worden aan ecocide: de welbewuste vernieling en ontwrichting van de enige planeet die we hebben. Dat zijn geen grote woorden; dat is een groot probleem, een probleem van immense omvang. Het kabinet zoekt willens en wetens de rand op van wat het ecosysteem aankan, ook als datzelfde ecosysteem laat zien die rand al ver gepasseerd te zijn. Welk adviesorgaan je ook raadpleegt, welk wetenschappelijk rapport je ook leest, allemaal zijn ze het erover eens dat radicale verandering onontkoombaar is, te beginnen met het mondiale voedselsysteem, alles wat we eten. Nederland speelt hier als tweede grootste voedselexporteur ter wereld een cruciale rol in. Het International Panel on Climate Change liet deze zomer weten dat we de doelstellingen van Parijs om klimaatverandering tegen te gaan alleen halen als we overstappen op een meer plantaardig dieet en dus minder vlees, eieren, melk en kip gaan eten. Het is een boodschap die de Partij voor de Dieren al dertien jaar uitdraagt in de Kamer en die op steeds meer bijval kan rekenen.

Voorzitter. Het verzet in de samenleving is groeiende. Kijk naar het protest tegen de bomenkap, tegen de megastallen en tegen vrijhandelsverdragen. Kijk naar het succes van de woudfundingsactie — dus niet crowdfundingsactie maar woudfundingsactie — van onze partij. Daarmee hebben we in twee weken tijd bijna twee ton aan euro's ingezameld om natuur vrij te kopen die door het kabinet in de uitverkoop wordt gedaan om zo kleingeld te maken van natuurgebieden. Kijk ook naar de massale opkomst bij klimaatmarsen. Volgende week is er ook weer één. Kom allemaal, volgende week vrijdag! Niet alleen in Nederland maar ook in het buitenland nemen deze klimaatmarsen in omvang toe. Kijk ook naar de 40 ambitieuze maatregelen van Urgenda, die 700 bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben onderschreven. En kijk naar de scholierenstakingen tegen klimaatverandering, die tijdens de troonrede een steuntje in de rug kregen van niemand minder dan de koning. Hij zei: "Ik voel me verantwoordelijk om door te geven aan jongere generaties dat je in verzet moet komen als het nodig is." Ik noemde natuurlijk ook het plan van D66, maar ook het voorstel van GroenLinks voor een noodwet voor halvering van het aantal landbouwdieren. Wat mij betreft strijden we zij aan zij tegen de bio-industrie.

Maar hoe reageert de overheid? Politie en veiligheidsdiensten infiltreren in de milieubeweging. Minister Wiebes zegt tegen de jonge klimaatstakers dat ze beter naar school kunnen gaan dan gaan staken. Minister Van Nieuwenhuizen bagatelliseert op televisie de milieuschade die wij de planeet toebrengen en legitimeert daarmee het achterhoedegevecht dat de klimaatontkenners voeren. En ze chanteerde in één moeite door de omwonenden van Schiphol door te zeggen dat ze niet op hulp kunnen rekenen als ze blijven eisen dat de luchthaven niet mag groeien.

Voorzitter. Vorig jaar hebben wij onze handtekening aan de begroting onthouden. Het was duidelijk te weinig en te laat, een begroting die aankoerste op een scenario van drie graden temperatuurstijging in 2050, terwijl klimaatwetenschappers hebben gezegd dat we koste wat het kost onder de twee graden opwarming moeten blijven en dat anderhalve graad het veiligste scenario is. Wij hebben onze politieke verantwoordelijkheid genomen door die begroting niet goed te keuren. De begroting die nu voorligt, de Miljoenennota waar we nu over spreken, maakt exact dezelfde cruciale fout: te weinig, te laat. Het is het derde achtereenvolgende jaar dat het kabinet een overschot op de begroting boekt, een unicum na negen jaar crisis. Nu het geld er wel is, is het veelzeggend waar het kabinet voor kiest. Meer dan 5 miljard houdt het kabinet dit jaar over, maar daarvan wil het bijna 3,5 miljard gebruiken voor aflossing van de staatsschuld. Slechts 1,7 miljard euro is beschikbaar voor nieuw beleid. Daarvan is een schamele 200 miljoen extra bedoeld voor klimaatbeleid, bovenop de bedragen die al eerder waren gereserveerd. Dit zijn politieke keuzes, geen wetmatigheden. Het is goed dat het kabinet afstapt van knellende begrotingsregels. Prima, maar waarom wordt dan toch meer gestoken in het aflossen van de staatsschuld dan in investeren in de toekomst, zeker als de staatsschuld historisch al zo laag is, de rentelasten verwaarloosbaar zijn en de noodzaak tot grootschalige investeringen in het CO2-neutraal maken van Nederland zo groot is?

Het kabinet kondigt in de Miljoenennota ook een groeiagenda en een investeringsfonds aan. Mijn vraag is: gaan we dit fonds gebruiken om onze ecologische schuld aan toekomstige generaties te voldoen? Graag een reactie. Is het kabinet bereid een breder toetsingskader voor de beoordeling van mogelijke investeringen uit het fonds te ontwikkelen? Daarbij gaat het om vragen zoals: is het wel goed voor de planeet, komt het wel bij de mensen terecht, zorgt het voor meer dierenwelzijn, zorgt het voor natuurbehoud? Is het kabinet bereid om een dergelijk toetsingskader te ontwikkelen? Er ligt nu namelijk te veel druk op het verdienvermogen van Nederland en op verhoging van de productiviteit. Onze steun kan de minister pas krijgen als sociale en ecologische eisen net zo zwaar of zwaarder wegen dan economische, naast het brede welvaartsbegrip waarvan we vandaag hebben gehoord dat meerdere fracties in deze Kamer ervan gecharmeerd zijn.

Voorzitter. Dat is voor straks, als de groeiagenda en het investeringsfonds naar de Kamer komen. Nu gaat het om het overschot op de begroting van 2020. Waarom gebruiken we dat overschot niet voor een warme sanering van de veehouderij? Met een bedrag van rond de 6 miljard, als je de rekenmethode van Wageningen Economic Research gebruikt, kunnen we zorgen voor een halvering van het aantal kippen en varkens in Nederland. Dat is ook het voorstel van D66. De CO2-doelstelling en de noodzakelijke ammoniakreductie komen zo binnen handbereik. Maar het is illustrerend voor de kortzichtigheid van dit kabinet dat deze noodzakelijke inkrimping tot nu toe nog niet eens is overwogen. Het roept de vraag op hoe het mogelijk is dat ogenschijnlijk verstandige, maatschappelijk betrokken mensen nog zo weinig overtuigd zijn van de noodzaak tot een radicale systeemverandering, terwijl de bewijzen dat we de planeet aan het kapotmaken zijn zich opstapelen en niet te negeren zijn.

Daarmee ben ik terug bij het begin van mijn bijdrage: het gebrek aan realiteitszin. Wij zijn ervan overtuigd dat deze kortzichtigheid komt door het menscentrale denken waarmee de fossiele politiek naar de wereld kijkt. Menscentraal denken. Typerend zijn de woorden die worden gebruikt om het nut van dier en natuur uit te drukken. Natuur is eerst en vooral een grondstof en wordt beschouwd als natuurlijk kapitaal. De CO2-opslag door bomen heet een ecologische dienst voor de mensheid. En de brandveiligheid van stallen moet aan dezelfde eisen voldoen als de opslagruimtes voor wc-rollen. Het is werkelijk niet te geloven. Dieren en de natuur worden in de politiek vooral op waarde geschat als ze nuttig voor de economie zijn en in geld kunnen worden omgezet. Dat komt tot uitdrukking in de manier waarop premier Rutte over Nederland spreekt: als een bv met multinationals als aandeelhouders, die recht hebben op een zo hoog mogelijk rendement. Het heeft een land opgeleverd, het land van Rutte, waarin alles en iedereen moet worden gemobiliseerd om de groei van het binnenlands product, ons nationaal inkomen, te maximaliseren. En dus moet de arbeidsmarkt verder worden geflexibiliseerd, moeten vaders en moeders voltijds de arbeidsmarkt op, moeten studenten vooral techniek gaan studeren en zuchten zorg en onderwijs onder de tirannie van het rendementsdenken.

Het interview dat minister Wiebes afgelopen maandag in het Algemeen Dagblad gaf, is illustratief. Om onze welvaart te behouden, moeten we nog meer gaan werken en nog productiever worden. Deeltijd werken is volgens hem een luxe die we ons niet meer kunnen permitteren. Deze armzalige blik ziet mens, dier en natuur eerst en vooral als productiemiddel. Dat dat gepaard gaat met welzijnsverlies ziet de minister niet. Dat een ontspannen arbeidsbestel een waarde in zichzelf vertegenwoordigt, onttrekt zich aan de waarneming van minister Wiebes. Het is typerend voor dit single issue-kabinet: alleen het bruto binnenlands product telt, economische groei telt.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren ziet het anders. In ons wereldbeeld — noem het een planeetcentraal wereldbeeld — hebben ecosysteem, natuur en dier ieder hun eigen waarde, onafhankelijk van het nut voor ons, mensen. Wij mensen hebben daarin een eigen rol te vervullen en een die veel bescheidener is dan op dit moment, waarin we ons meer rekenschap geven van de eigen waarde van dieren en natuur en opkomen voor de kwetsbaarsten en hen proberen te beschermen en te emanciperen. Ons respect en mededogen moet zich niet alleen uitstrekken tot de kwetsbaren van onze eigen soort, maar tot alle soorten. De gruwelijke lotgevallen van het dier in ons voedselsysteem zijn de bril waarmee wij naar de wereld kijken. Het is een manier bij uitstek om te leren hoe uitbuitend, vervreemdend, ontwrichtend en dus onhoudbaar ons economische systeem is: gericht op kortetermijnwinsten. Kijk je er met menscentrale ogen naar, dan zie je dat niet. Dan zie je winstcijfers, spaartegoeden, grondstoffen en groeiende bankrekeningen. Maar kijk je met planeetcentrale ogen, dan zie je wat er in de voedingsindustrie gebeurt: grootschalige uitbuiting van dieren en verspilling van grondstoffen. En in alle andere sectoren gebeurt hetzelfde, zowel in de publieke sector als in de private. Het gaat om dezelfde logica, dezelfde verhalen, dezelfde effecten. We zitten met zijn allen gevangen in een eenzijdige economische logica, waarin al onze zorgen worden uitgedrukt in geld. Grootschaligheid, productieverhoging en efficiëntie zijn de sleutelwoorden. Uitbuiting, vervreemding en ontmenselijking zijn de effecten. Gelukkig, gelukkig zijn er steeds meer mensen, ook politici, ook die ik vandaag heb gehoord, die bereid zijn om met andere ogen naar hun eigen handelen te kijken. Dat stemt mij, zoals ik ook al begon, zeer hoopvol.

Voorzitter, tijdens de 25 minuten die ik heb gesproken, zijn er in Nederland weer 31.000 dieren geslacht na een kort en ellendig leven in de veehouderij. Daarom ben ik voorts van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Thieme. Dan geef ik nu het woord aan de heer Krol namens 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. Ook 50PLUS is uit het veld geslagen door de moord op advocaat Derk Wiersum. Vorige week hadden we op verzoek van 50PLUS een groot debat over drugs. De meest erge kwesties kwamen toen voorbij, maar kennelijk kan het steeds nog erger. Goed dat we daar binnenkort opnieuw over gaan praten.

Mevrouw de voorzitter. Is het nou verstandig dat je als kabinet jaar op jaar belooft dat iedereen erop vooruit zal gaan, terwijl de burgers in werkelijkheid keer op keer bedrogen uitkomen? Deze minister-president begon er al jaren geleden mee door elke burger een enorm bedrag toe te zeggen. Beloftes aan bedrijven deed hij veel minder in het openbaar, maar juist die en hun aandeelhouders kregen wel forse extra winsten. De gewone burger kreeg die niet. En ouderen waren de afgelopen jaren helemaal sluitpost.

Nu gaf de minister-president in de Troontrede een winstwaarschuwing vooraf. Dat begrijp ik, gezien de niet-nagekomen beloftes van de vorige keer. En ook nu weer liet dit kabinet rechtstreeks, via het CPB en via de Koning, mooie cijfers naar buiten brengen. Ik vrees dat we, net als de afgelopen jaren, over enkele maanden zullen moeten concluderen dat deze wederom loze beloftes zijn.

Voor ouderen kunnen we nu al vaststellen dat ze voor de zoveelste keer verder achter gaan lopen op werkenden. Toch heb ik ook wel bewondering voor zoveel list en bedrog. De partij van de minister-president heeft er nauwelijks onder te lijden. Het is, zelfs na alle integriteitsproblemen waarmee zijn club te kampen heeft, in de peilingen nog steeds de grootste partij van het land. Dat kun je niet anders dan aanduiden als bewonderenswaardig. Hoewel, steeds meer ouderen beginnen het te doorzien. Zij weten al tien jaar dat het mooie praatjes zijn. Zij lazen in de krant, hoorden op de radio en zagen op de tv dat het goed zou gaan met hun inkomen, maar merkten in hun portemonnee iets heel anders. En je portemonnee, die liegt niet.

De Nederlandse economie groeide de afgelopen jaren fors, maar de koopkrachtverbetering hield geen gelijke tred en ouderen en gepensioneerden waren al helemaal de klos. Dat is oneerlijk. Dat moet echt anders. U zult begrijpen dat verreweg de meeste reacties die binnenkomen bij 50PLUS, over de pensioenen gaan. Ouderen hebben, boven op het gegeven dat hun pensioenen door de spelregels van dit kabinet niet worden geïndexeerd, ook op andere terreinen zware klappen te verduren gekregen. Ik ga bij de opsomming die ik nu geef, veel cijfers noemen. Iedereen die dat wil, kan die na afloop nalezen op onze website.

Ik noem de gestegen prijzen door de btw-verhoging en de waanzinnig oplopende huurprijzen. Een kwart van de huurders zit inmiddels klem. Lang niet iedereen heeft de luxe van een eigen huis, laat staan een afbetaald huis. Ik noem verder de prijsstijgingen bij het openbaar vervoer, waardoor niet alleen werkenden worden getroffen, maar ook ouderen. Zij kunnen daardoor minder vaak op bezoek bij hun kinderen, vrienden en kennissen, en worden daardoor nog sneller eenzaam. Waarom maken we buiten de spits het openbaar vervoer voor ouderen, net als voor studenten, niet gratis of in elk geval voordeliger?

Er is veel boosheid rondom de achterstanden bij het vernieuwen van rijbewijzen. De situatie bij het CBR zorgt echt voor kwaadheid.

Door een belastingmaatregel moeten AOW'ers elk jaar een groter deel van hun AOW zelf opbrengen. De invoer van de Bosbelasting voor ouderen die het iets beter hebben, zorgt ervoor dat ze eerder in een hogere belastingschijf terechtkomen dan werkenden. En gepensioneerden betalen hun zorgpremie zelf. Bij werkenden betaalt de werkgever mee. Met de Wet uniformering loonbegrip werden gepensioneerden niet gecompenseerd voor de verhoging van de eerste belastingschijf, werkenden wel. Bij de grote belastingverlaging van 5 miljard werd vooral gekeken naar werkenden, net als bij de plannen voor komend jaar. Die profiteren ervan, ouderen niet.

En dan de ouderentoeslag in box 3 voor mensen met een laag inkomen. Die is gewoon afgeschaft. De arbeidskorting voor werkenden is maximaal €3.800, voor ouderen maximaal €1.600. De ouderenkorting wordt drie keer sneller afgebouwd dan de arbeidskorting. Daarbij is opmerkelijk dat in de media en bij statistici geldt dat ouderen met een AOW en een aanvullend pensioen van €20.000 per jaar worden aangeduid als "hoge inkomens", terwijl bij werkenden met eenzelfde inkomen wordt gesproken van "middeninkomens". Dat noem je nou "framing".

Bejaardenhuizen werden wegbezuinigd. Dat zorgt voor extra woningnood, ook voor jongeren. Niet elke oudere heeft er behoefte aan, maar voor hen die er wel naar verlangen, vindt 50PLUS dat er een moderne versie van de vroegere bejaarden- en verzorgingshuizen moet terugkomen. Nu is het gat tussen zelfstandig thuis wonen en het verpleeghuis veel te groot.

Bij voedselbanken komen steeds meer ouderen. Vooral de groep 50-plussers loopt een groot risico op armoede. Dat zal volgend jaar, als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans alleen nog maar erger worden. Het aantal mensen met schuldenproblemen is ontoelaatbaar hoog. Ze worden vaak niet snel genoeg geholpen en lang niet altijd goed.

De zorg moet weer betaalbaar worden. Nu wordt er, in een beschaafd land als Nederland, zorg gemeden door stapeling van eigen bijdragen. De vraag voor het komende parlementaire jaar is dan ook of het huidige zorgstelsel in deze vorm nog wel houdbaar is. Het is in elk geval tijd dat er alternatieven worden onderzocht.

Dan was er ook nog de aflosboete om vooral ouderen, die keurig hun hypotheek aflosten nog eens extra en onverwachts te treffen. Daarbovenop hebben ze te maken met de pensioenellende die dit kabinet willens en wetens veroorzaakt. Eind dit jaar en volgend jaar dreigen er voor grote groepen kortingen op onze pensioenen. Onze pensioenen: niet alleen de pensioenen van mensen die gepensioneerd zijn, maar ook van alle jongeren die nog aan het opbouwen zijn.

Wat heeft het kabinet daarmee te maken? Bij het NOS Journaal hoorde ik de minister-president, de heer Rutte, tegen Ron Fresen zeggen dat politiek niet over de pensioenen gaat; dat zou alleen een zaak van werkgevers en werknemers zijn. Was het maar waar! Het is de politiek die samen met De Nederlandsche Bank de spelregels bepaalt. Juist daar wringt de schoen. Veel erger, mevrouw de voorzitter, is dat de minister-president ronduit onwaarheden verkondigde tegenover het NOS Journaal. Hij durfde zonder blikken of blozen te beweren dat de beleggingsresultaten van de pensioenfondsen zouden tegenvallen. Wat een complete onzin! Met de cijfers van de meeste pensioenfondsen is vrijwel niets mis. De inhoud van de pensioenkas van het ABP steeg van 173 miljard euro in 2008 naar ruim 445 miljard nu. Dat is waanzinnig veel, ongeveer net zo veel als de complete winst die de Nederlandse Staat in al die jaren binnenhaalde aan het Groningse aardgas. De inhoud van alle pensioenkassen samen steeg de afgelopen tien jaar van 700 naar 1.500 miljard euro. Dat is wat er gebeurt als je gemiddeld 7% rendement maakt: dan verdubbelt het kapitaal elke tien jaar.

Ook als je slechts, heel voorzichtig, 3% rendement zou maken, komt er nog steeds 45 miljard euro binnen. Dat is meer dan alle pensioenpremies bij elkaar. Er komt natuurlijk ook nog ongeveer 35 miljard aan premies binnen. Als we heel somber rekenen, met 3% rendement, heb je het nog steeds over zo'n 45 miljard aan beleggingsresultaat plus 35 miljard aan premies. Dat is 80 miljard. Er gaat per jaar ongeveer 35 miljard aan uitkeringen uit. Zelfs met de helft van het rendement uit het verleden, en dat is echt heel prudent — voor de mensen thuis: uiterst voorzichtig — houd je nog dus steeds een enorm positief resultaat van 30 miljard per jaar over. Het kapitaal blijft dan groeien. Dat zijn prachtige cijfers.

We hebben niet voor niks het mooiste pensioenstelsel ter wereld. Daar kun je op onderdelen best iets aan verbeteren. Denk maar aan de veel te hoge uitvoeringskosten en de salarissen aan de top, die ver boven de balkenendenorm liggen. Maar gooi ons pensioenstelsel alsjeblieft niet overboord, zoals een meerderheid van deze Kamer helaas wil.

Weg dus met het pas gesloten pensioenakkoord. Mijn partij, 50PLUS, was er nooit enthousiast over. Nu lijkt ook de FNV tot inkeer te zijn gekomen. Nu de coalitie nog. Daar zullen wij als 50PLUS ons het komende jaar vooral op richten.

Hebben we ook een alternatief? Jazeker. Dat is kinderlijk eenvoudig. Richt je niet op de kunstmatige, fictieve, extreem lage rekenrente, maar kijk meer naar de werkelijk gemaakte rendementen. Laat tot iedereen doordringen dat er een verschil is tussen die kunstmatige rente en de werkelijke rendementen. Waarom kunnen we binnen een paar uur wel de rekenmethode voor stikstof aanpassen en niet die voor pensioenfondsen? Dat kan gemakkelijk, want gemiddeld maakten de Nederlandse pensioenfondsen in de afgelopen 30 jaar rond de 7% rendement. Gemeten over meerdere jaren en zelfs met af en toe een negatieve dip is dat percentage zeer stabiel.

Mijn achterban is bovendien nog steeds niet vergeten dat de Nederlandse Staat in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw het toenmalige begrotingstekort heeft gefinancierd met geld uit het pensioenfonds. De overheid heeft in die periode tientallen miljarden uit het ABP "geleend" om begrotingstekorten aan te vullen. Dat geld is tot op de dag van vandaag niet terugbetaald. Dat heeft gevolgen voor pensioenen, hoewel zelfs die roof de stijging van de potten gelukkig niet heeft verhinderd. Gaat zoiets opnieuw gebeuren? Worden wij allemaal bang gemaakt, zodat wij niet in opstand komen tegen onnodige kortingen en zodat de kassen ongekend kunnen blijven groeien? Wordt er straks weer uit die kassen gegrepen door onze overheid, of in de toekomst wellicht door Europa? Ik wil geen complotdenker zijn, maar waarom zou er niet gecompenseerd kunnen worden, nu de pensioenpotten barsten van het geld en er jaar op jaar alleen maar meer geld bijkomt? Wordt er achter de schermen gewerkt aan een EU-stelsel, en zou onze 1.500 miljard daarvoor een aardig opstapje zijn? Of wil dit kabinet samen met de door deze minister zo in de watten gelegde werkgevers straks kunnen concluderen dat er zo veel geld in de potten zit dat de premies wel verlaagd kunnen worden? Is dit kabinet bezig met een tweede grote pensioenroof? Laat iedereen dat scherp in de gaten houden.

50PLUS is daarom blij dat de Vereniging Pensioenverlies is opgericht. Die gaat procederen tegen de Nederlandse Staat, net als de Stichting PensioenBehoud en de KBO-Brabant, ondersteund door de Vereniging van Gepensioneerden PGB en inmiddels ook de Vereniging van Oud-Hoogovens Medewerkers. Ze worden daarbij geholpen door enkele vooraanstaande juristen. De Eerste en Tweede Kamerfractie van 50PLUS en onze vertegenwoordiger in het Europarlement juichen dat van harte toe.

Het is een schande dat gepensioneerden, die geen kans meer hebben op reparatie van hun inkomenssituatie, beroofd worden van hun eigen geld. Pensioendeelnemers, werkend en gepensioneerd, zijn zeer succesvolle spaarders. De overheid zegt nu: uw spaarpot groeit mooi, en die zal ook wel goed blijven groeien, maar toch mag u, voor alle zekerheid, steeds minder uit uw spaarpot halen. Dat is het effect van jarenlang niet indexeren en korten. Dat is angsthazerij van de hoogste orde. De overheid is te voorzichtig en benadeelt mensen daardoor onnodig. Gepensioneerden voelen dat onmiddellijk in hun portemonnee. Werkenden merken het nog niet, of ze hebben het nog niet eens door. Maar zij merken het uiteindelijk wel in hun pensioenopbouw en zij komen straks bedrogen uit.

Genoeg is genoeg. Steeds meer ouderen zijn het zat. Bijna alle partijen krijgen boze mails van hun oudere leden. Het duurt niet lang meer, of zij kiezen eieren voor hun geld en stappen over. Want vergeet niet dat de volgende verkiezingen over maximaal anderhalf jaar plaatsvinden.

Dit jaar zal 50PLUS komen met een initiatiefwetsvoorstel om leeftijdsdiscriminatie strafbaar te stellen. Andere landen gingen ons in dat opzicht voor. Lang hebben we gedacht dat het in ons land niet nodig zou zijn. Was het maar waar.

"Ons land". Nu ik die woorden toch gebruik, merk ik op dat er op de wereld plekken zijn waar de bewoners niet alleen in enquêtes aangeven dat zij trots zijn op hun land, maar dat ook zichtbaar uitdragen. Kunnen wij niet dingen bedenken om die trots aan te wakkeren? Ik denk dan aan een "Made in The Netherlands"-dag. Dat zou dan een jaarlijkse zaterdag zijn waarop bedrijven producten, innovaties, diensten, wetenschappers, topsporters en ideeën van jong en oud in het zonnetje worden gezet. Laten wij samen aan het buitenland zien waar wij als klein landje allemaal in vooroplopen. Laten wij dat niet alleen zien in de paar minuten die wij volgend jaar kwijt kunnen in het filmpje bij het Eurovisie Songfestival, maar elk jaar, en groots, in de Jaarbeurs, met een tv-show en een wedstrijd waarbij ons koningspaar de prijzen uitreikt, in aanwezigheid van buitenlandse gasten en investeerders. Ik hoor hierop graag een reactie van de minister-president.

Mevrouw de voorzitter. Er is vandaag meermaals gepleit voor ondersteuning voor Kamerleden. Dat doet 50PLUS niet om nog meer moties in te dienen en ook niet om nog meer debatten aan te vragen. De Kamer moet het kabinet goed kunnen controleren. Daarom heeft het kabinet ook een vergaande informatieplicht. Helaas verdwijnt er te veel onder het tapijt. Nu zijn wij vaak geschokt door onthullingen van onderzoeksjournalisten. Maar dan zijn we natuurlijk al te laat; dan is het al fout gegaan. Als de Kamer haar controlerende taak goed wil kunnen uitoefenen, hebben wij ogen en oren in het land nodig. Wat gebeurt er echt? Wordt het beleid uitgevoerd? Wordt er gehandhaafd? Waar schuurt de regelgeving en waar is aanpassing nodig? Mijn fractie pleit ervoor om de departementale inspecties onder aansturing van het gezag van de Tweede Kamer te plaatsen. Dan weten we wél wat er gebeurt. Wij komen hier uitgebreid op terug bij het debat over de bevindingen van de commissie-Remkes.

Dit brengt me meteen bij het volgende punt. Vorig jaar werd het raadgevend referendum afgeschaft. 50PLUS heeft hemel en aarde bewogen om het referendum te behouden. Heb toch meer vertrouwen in de kiezer. 50PLUS wil het referendum terug. Samen met andere partijen gaat 50PLUS zich daar opnieuw voor inzetten.

De komende dagen gaan we het vooral hebben over geld. Alles draait om de getallen en de cijfertjes; de pagina's van bijna alle kranten stonden er vanochtend en vanmiddag bol van. Leuk voor de specialisten, maar onvoldoende voor de belangstellende Nederlanders. En hoewel deze regering geen gelukkige hand heeft in het aanbesteden van software, zou ik er toch voor willen pleiten dat alle kosten uit de begroting intelligent en interactief online komen, beter dan via de huidige tool. Zo worden inkomsten en uitgaven voor een veel grotere groep belangstellenden helder. Dan kan de burger opzoeken hoeveel subsidies er worden verstrekt, aan wie, hoe hoog, wat de diverse instituties kosten, hoeveel huurtoeslag er wordt uitbetaald en hoeveel bijstandsuitkering. Het gebeurt immers met geld dat niet van dit kabinet is, maar van de belastingbetaler met moeizaam opgebrachte centen. Die heeft recht op meer inzicht in de besteding van zijn euro's. Dat maakt de belastingmoraal ongetwijfeld hoger. Hoe dan ook, de begroting moet simpeler en transparanter.

En dan de kwestie-Wilders. De schijn van een politiek proces hangt in de lucht. Het verspreidt wat mij betreft een walgelijke stank. Ik zeg: over en uit. Natuurlijk kan de minister van Justitie en Veiligheid het Openbaar Ministerie een aanwijzing geven om tot vervolging over te gaan, maar dat moet expliciet en gemotiveerd. Bovendien is bemoeienis, als de verdachte een politiek tegenstander betreft, uit den boze. De minister van Justitie en Veiligheid kan ook een aanwijzing geven om een proces te stoppen. Is er de bereidheid om een streep te zetten door het Wildersproces? Niet om de trias politica te schenden, maar juist om de trias politica te redden.

Ook het komende jaar zal 50PLUS elk voorstel van het kabinet beoordelen op de voor- en nadelen. We zullen niet louter tegenstemmen omdat we oppositie zijn. Maar daarbij zou het enorm helpen wanneer het kabinet ons vaker en sneller bij de plannen zou betrekken. We kunnen dan constructief meedenken. Dat is goed voor dit kabinet dat slechts één zetel meerderheid heeft in de Tweede Kamer en moet werken vanuit een minderheidspositie in de Eerste Kamer. En laten we niet vergeten dat de coalitie hier in de Kamer een louter kunstmatige meerderheid van 76 zetels heeft. Als je kijkt naar het aantal kiezers dat ze vertegenwoordigen, heeft dit kabinet helemaal geen meerderheid. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie haalden slechts 49% van de geldig uitgebrachte stemmen; dat is minder dan de helft. En dat dan van de mensen die de moeite namen om naar de stembus te komen.

Tot slot, mijn advies aan dit kabinet: klim uit het eigen gelijk, luister van nu af tot aan de komende verkiezingen naar de hele volksvertegenwoordiging zoals we hier zitten. Dan komen we tot beter gedragen besluiten. Daarbij is meedenken door iedereen van wezenlijk belang, omdat dat beter is voor onze burgers.

Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Krol. Dan geef ik het woord aan de heer Van der Staaij namens de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen: houd ze in de gaten, die diplomaten! Afgelopen zomer heb ik wat navorsingen gedaan en ben ik gestuit op een heel vervelende affaire. Ik zal man en paard noemen. Het gaat om de Russische ambassadeur hier in Den Haag, Dmitrij Alekseevič Golicyn. Deze man heeft jarenlang ongestoord zijn gang kunnen gaan. Mijn prangende vraag aan de regering is: wist u hiervan? En zo ja, waarom is er niet ingegrepen? De Russische ambassadeur is nota bene betrokken bij het uit ons land wegsluizen van topstukken uit de Nederlandse schilderkunst: meesterwerken uit de Gouden Eeuw van Gerard Dou, Ruysdael, Rembrandt. Ze zijn allemaal vertrokken uit het land en in Sint-Petersburg beland. Waarom? Puur en alleen om de kunsthonger van tsarina Catharina de Grote te stillen.

En zo komt het dat er vandaag de dag meer Rembrandts in de Hermitage in Sint-Petersburg hangen dan in ons eigen Rijksmuseum in Amsterdam. Ik zie de historicus in de minister-president nu denken: wacht even, dat was ver voor mijn tijd. Dat klopt, het gebeurde in de achttiende eeuw. Maar daar komt hij niet mee weg. Ik hoef de premier niet uit te leggen dat hij staatsrechtelijk ook aanspreekbaar is op regeringsdaden uit het verleden. Dat verkwanselen van nationaal erfgoed uit de Gouden Eeuw — mooie naam: Gouden Eeuw — uitgerekend in de Eeuw van de Rede kunnen we toch niet accepteren?

Sta mij toe om toe te lichten waarom het verlies van één specifiek schilderij mij het meest aan het hart gaat.

Het gaat om een meesterwerk van Rembrandt, een enorm doek van ruim twee bij tweeënhalve meter. Het was een van z'n laatste werken. Kunsthistorici noemen het ook wel Rembrandts laatste woord. Je ziet dat in dit schilderij nog één keer eigenlijk alles wat Rembrandt te zeggen had samenkomt. De barokke drukte uit veel van z'n eerdere schilderijen is verdwenen. De stijl is rustig, eenvoudig, heel intiem. We kijken een oude vader in het gezicht. Hij buigt zich liefdevol over z'n zoon, die voor hem is neergeknield. De vader lijkt z'n zoon zachtjes naar zich toe te trekken. Als je inzoomt op de handen van de vader, dan zie je dat daar iets bijzonders mee aan de hand is. De ene hand ziet er stevig, krachtig uit. De andere hand oogt veel zachter, teer en kwetsbaar. De bovenmantel van de vader is warmrood. De zoon is kaal. Zijn kleren lijken wel lompen. Het is een bijzonder, ontroerend tafereel. Daar lijkt de man rechts op het schilderij, misschien wel een oudere zoon van diezelfde vader, anders over te denken. Die straalt iets nors, iets afstandelijks uit. Inderdaad, ik heb het over Rembrandts "De terugkeer van de verloren zoon". Misschien zijn er die dit schilderij niet kennen. Daarom is het vanaf nu te zien op mijn Twitteraccount, Facebook en Instagram.

Ik heb ook nog een speciale uitgave meegenomen. Ik kan natuurlijk wel zeggen dat het op Facebook en Instagram staat, maar hoe zit het dan met de minister-president en z'n Nokiaatje? Kan die er wel bij? Daarom heb ik voor de minister-president een exemplaar meegenomen. Via de bode zal ik dat ter hand stellen.

Omdat ik de voorzitter licht jaloers zie kijken, heb ik ook voor de voorzitter nog een exemplaar meegenomen, ook als dank voor de manier waarop ze deze vergadering weer leidt.

(Applaus)

De heer Van der Staaij (SGP):

De minister-president zet hem recht voor zich, zodat hij kan wegdommelen achter dat schilderij, maar daar trappen we niet in.

Voorzitter. Dit wereldberoemde schilderij van Rembrandt is dus niet meer in Nederland. Wat we gelukkig nog wel hebben, zijn de Bijbelse woorden van dit verhaal waardoor Rembrandt zich liet inspireren. Deze gelijkenis, deze parabel die Jezus eens vertelde, is voor de liefhebbers te vinden in Lukas 15. Een vader had twee zoons. De oudste was braaf, leefde netjes en bleef thuis om z'n vader te helpen op het bedrijf. De jongste zoon daarentegen eiste de erfenis op en trok de wijde wereld in. Hij wilde weg en draaide zijn vader de rug toe. Hoe lang die zoon precies weg geweest is, is niet bekend, maar het moet een lange tijd zijn geweest, want er staat dat hij naar een ver land reisde. Er staat ook dat het vele geld dat hij had meegekregen op zekere dag op was. Je zou kunnen zeggen: hij belandde in de goot. Uiteindelijk vond hij een baantje als varkenshoeder, in die tijd het laagste van het laagste. Hij had niets meer en wilde zijn honger stillen met de drab die voor de varkens bestemd was. Diep in die ellende komt hij tot inkeer en besluit naar huis terug te keren, schuldbewust, smerig, berooid.

Dan volgt in het verhaal die prachtige tekst, waar staat dat toen hij nog veraf was zijn vader hem zag en met ontferming werd bewogen. Zijn vader liep hem tegemoet, viel zijn zoon om zijn hals en kuste hem. Geen boze blik, maar een liefdevol oog. Geen afstandelijke hand, maar een warme omhelzing. Niet één verwijt uit zijn mond, maar een kus. Z'n vader is zo blij over de terugkeer van de verloren zoon, dat hij een groot feest geeft. De oudste zoon is daar boos over. Hij weigert naar het feest te komen. Voor zo'n wegloper die het geld van de vader er bij de hoeren doorheen jaagt, wordt het gemeste kalf geslacht, zo moppert hij, terwijl er nooit een feest gehouden is voor hem, de brave oudste zoon, die zich altijd keurig heeft gedragen. Zijn vader blijft de oudste zoon vriendelijk, indringend nodigen ook in de feestvreugde te delen. Hoe het afloopt met de oudste zoon, blijft open, maar aan het eind van het verhaal is juist hij in zekere zin de verloren zoon.

De onvoorwaardelijke liefde van de vader die uit deze gelijkenis spreekt, heeft de eeuwen door velen gefascineerd, en de genadige houding heeft de eeuwen door velen geïnspireerd, niet alleen Rembrandt, maar ook talloze andere schilders, componisten, schrijvers en dichters, en ook bestuurders en politici, als je in het verleden kijkt.

Voorzitter. Ter voorbereiding op deze Algemene Beschouwingen heb ik me afgevraagd of zo'n Bijbels verhaal eigenlijk hedendaagse Kamerleden nog wel wat zegt, of het hen aanspreekt, wat het losmaakt. Daarom heb ik, terwijl wij in de laatste week voor het reces met die VAO'tjes bezig waren, gewoon eens zes collega's aangeklampt, die natuurlijk dachten dat ik voor een handtekening onder een motie kwam. Maar ik had een heel andere vraag: wat zegt jou het verhaal over de verloren zoon? Ik vond eigenlijk de reactie wel prachtig.

Een "liberale parlementariër uit een atheïstisch nest" — zo noemde hij zichzelf — zei: "Voor mij betekent dit verhaal: geef de hoop nooit op. Zoon, vertrouw op de liefde van je vader, en vader, blijf openstaan voor je zoon." Een sociale liberaal die zich graag inzet voor de rechten van ongelovigen, plaatste wel wat kanttekeningen bij de oprechtheid van de bekering van de verloren zoon, maar hij voegde daar mild aan toe: "Als je iemand vergeeft, is dat zonder meer een viermoment." Een ander Kamerlid, dat de leeftijd van 50 reeds lang is gepasseerd, reageerde met passie: "Terugkomen is hier het kernwoord. Je kan zo blij zijn met iets wat bij je hoorde en weer terugkomt." Een nu christelijk Kamerlid, dat van huis uit niet vertrouwd was met Bijbelverhalen, zei: "Weet je, dit verhaal zegt mij dat niemand te diep kan zakken, maar er altijd weer een mogelijkheid is om op te krabbelen." Die notie hoorde ik ook terug bij een bedachtzame parlementariër uit een groeiende partij in het linkse deel van de Kamer: "Ik pleit er altijd voor om mensen na een misstap altijd een tweede kans te geven, al begrijp ik best dat oudste zonen dat wel lastig vinden." Een socialistisch Kamerlid begon ook over de oudste zoon. Ze zei: "De boosheid van de oudste zoon is eigenlijk ook best invoelbaar. Het is mooi dat de vader aan de beide zonen aandacht besteedt. Houd ook oog voor de brave, ontevreden oudste zoon," was haar pleidooi. Ik vond dat allemaal prachtige noties.

Wat mijzelf aanspreekt in dit verhaal, is eigenlijk ook wel het tegendraadse. Het is niet het voorspelbare verhaal van een rebelse zoon en een brave zoon, met als moraal van het verhaal: wees ook een brave broeder. Sterker nog, eigenlijk draait het niet om de zonen. Dat zie je ook op het schilderij van Rembrandt. Het volle licht, dat onze grootse schilder zo weergaloos kon vangen in zijn werken, valt op de liefhebbende vader. Voor mij staat deze gelijkenis symbool voor de onvoorstelbare liefde van de hemelse Vader voor zondige mensen, en dat door het volbrachte werk van Jezus Christus; liefde voor mensen die God de rug hebben toegekeerd. Dan doet het er niet toe of die mensen nu conservatief of progressief zijn, of ze braaf naar de kerk gaan of daar juist niets van willen weten. Diep in ons hart zijn we allemaal van Hem vervreemd, maar er is een weg terug, en bij thuiskomst leer je dan te leven van genade en vergeving. Dan is het pas echt feest en mag je met vallen en opstaan proberen zelf ook liefdevol en vergevingsgezind in het leven te staan. Dan wil je heel graag op die Vader lijken.

Ik besef: velen in ons land, in Europa, zien christelijke noties als iets uit een ver verleden, zijn blij dat ze het huis van de vader achter zich hebben gelaten. VVD-Kamerlid Herman Louwes, een nuchtere boer uit Groningen, die jarenlang voor de VVD in de Tweede en de Eerste Kamer zat, vroeg zich zo'n 70 jaar geleden bij de behandeling van de begroting Sociale Zaken af: veronderstelt ons systeem van sociale zekerheid niet een moraal die er vaak helemaal niet meer is? Louwes zei: "Hoevelen hebben geen herinnering aan de geborgenheid van de godsdienstige overtuiging en aan het fundament van een godsdienstig gezin?" Louwes zei: "Dat zijn geen verloren zonen, maar zonen van de verloren zoon. Het zegt hen niets meer." Tot zover Louwes.

En tóch! Ze zijn er ook nu: mensen op zoek, met een onbestemd verlangen. Op zoek naar een echt thuis. Ik denk aan die sympathieke twintiger. Nooit een voet in een kerk gezet. Hij doet alles waar hij zin in heeft. Hij gaat meteen flinke dosis pilletjes van feest naar feest en noemt zichzelf ruimdenkend. Bordeelbezoek vindt hij "niks mis mee". Maar als we wat langer doorpraten geeft hij aan: ik vind daar niet de echte liefde waar ik, als ik eerlijk ben, zo naar verlang. Een wekelijkse rustdag vindt hij betuttelend, maar hij voelt zich tegelijkertijd zó opgejaagd. Hij vindt het geweldig dat hij in dit land kan doen en laten wat hij wil. Niks is te gek: hij heeft zelfs de vrijheid om een eind aan zijn leven te laten maken als hij daar "klaar mee is". Maar hij vraagt zich af: is al die vrijheid niet doorgeschoten?

Mevrouw de voorzitter. Het is niet te geloven, maar laat ik nou even later ook zijn oudere broer ontmoeten. Dat gesprek viel me niet mee. Hij mopperde nogal over zijn jongste broer. Hij noemde hem "losbandig en verkwistend". "Ja", zei hij, "mijn broer is naar de verslavingskliniek gegaan en heeft bij de schuldhulpverlening aangeklopt. Ik ben daar niet blij mee. Dit gaat hardwerkende Nederlanders als ik weer veel geld kosten. Zijn schuld wordt kwijtgescholden, terwijl ik hard moet werken en steeds meer belasting moe betalen."

Ik ben benieuwd wat het kabinet nu wil zeggen, zowel tegen deze jongste zoon als tegen die oudste zoon. Herkent het kabinet de schadelijkheid van doorgeschoten vrijheid? Wat zijn nu de concrete stappen om normalisering van drugs tegen te gaan en verslaving aan te pakken? Wat mij opvalt, is dat het kabinet in een sneltreinvaart bezig is om staatswiet mogelijk te maken, maar dat de aanpak van misstanden in de prostitutie in de laagste versnelling staat. Waarom duurt het zolang voordat de aangekondigde wetten er komen? Waarom wordt niet meer menskracht ingezet in de strijd tegen mensenhandel?

Doorgeschoten vrijheidsdenken heeft ook de bescherming van kwetsbaar leven aangetast. Dat geldt niet alleen voor de abortuswetgeving, ook internationaal blijft er terechte kritiek komen tegen de euthanasiewetgeving, de manier waarop de toetsing daarin is geregeld. Wanneer gaat het kabinet die kritiek serieus nemen?

Nog een heel ander punt. Over doorgeschoten vrijheid gesproken: meer dan in de tijd van de gelijkenis is het tegenwoordig massaal mogelijk om naar een ver gelegen land te vliegen. Dat is prachtig, maar heeft ook een stevige schaduwkant in de daarmee gepaard gaande luchtvervuiling. Wanneer gaat de vervuiler daarvoor betalen?

Voorzitter. De jongste zoon in de gelijkenis maakte zich schuldig aan potverteren. Dat wil ik het Nederlandse kabinet niet direct verwijten. Al lange tijd groeit de Nederlandse economie. Dat is mooi. Maar we moeten er ook rekening mee houden dat er weer magere jaren kunnen komen. Zijn we recessiebestendig? Dat is een belangrijke vraag, zeker nu de economische en politieke situatie in de wereld zo uiterst onzeker en daarmee kwetsbaar is. Zou het niet een goed idee zijn om zoals in Zweden een lagere norm voor aanvaardbare staatsschuld te hanteren, om zo meer buffer te krijgen voor slechtere tijden? Graag hoor ik daarop de reactie van het kabinet.

Potverteren wordt in Europa helaas wél beloond. We zien dat de rente door de Europese Centrale Bank kunstmatig laag wordt gehouden en dat er miljarden van Noord-Europa naar Zuid-Europa gesluisd worden. Door die lage rente moeten ouderen die jarenlang hebben gespaard, straks interen op hun pensioen. Hoe gaat het Nederlandse kabinet daarmee om?

Mevrouw de voorzitter. We hebben in het land niet alleen te maken met jongste zonen, maar ook met oudste zonen: ontevreden burgers. Dit kabinet heeft daar oog voor gehad en gezegd het vertrouwen van ontevreden burgers te willen herstellen. We zijn nu halverwege de rit. Hoe wordt dit waargemaakt?

Terechte punten verdienen het om opgepakt te worden. De studieschuld van veel jongeren rijst de pan uit, vooral als je ouders niet heel rijk zijn en ook niet heel arm. Waarom schuift het kabinet dit probleem voor zich uit, terwijl duidelijk is dat het stelsel zo niet goed werkt? De SGP stelt voor om alle studenten uit gezinnen met een middeninkomen een echte tegemoetkoming in de studiekosten te geven in de vorm van een studiebeurs, in plaats van hen op te zadelen met een lening. Zo help je heel direct de middeninkomens, niet in de laatste plaats de eenverdieners onder hen. Want hoewel de koopkracht van eenverdieners gelukkig stijgt, gaan de tweeverdieners er opnieuw meer op vooruit. Daarmee wordt de kloof tussen een- en tweeverdieners weer groter. Het blijft de SGP een doorn in het oog dat eenverdieners soms tot wel zes keer zo veel belasting betalen over eenzelfde gezinsinkomen als tweeverdieners. Wat is nu hier het perspectief?

Om te voorkomen dat zonen en dochters uit een regio wegtrekken, vragen een goede spreiding van onderwijsvoorzieningen en versterking van de economie de aandacht. Onlangs trokken de Drechtsteden en Gorinchem hierover aan de bel. Het is een prachtige regio op een kruispunt van weg, water en spoor. Ze hebben plannen liggen voor versterking van de maritieme bedrijvigheid, voor maakindustrie, voor het vasthouden van jongeren die wegtrekken omdat er te weinig hoger onderwijs is en er te weinig betaalbare woningen zijn. Ziet het kabinet ruimte voor een regiodeal met dit gebied en andere gebieden die een impuls kan geven aan die ontwikkeling?

Mevrouw de voorzitter, ik rond af. Tot slot nog dit. Ik wilde vandaag graag het licht laten vallen op de liefhebbende vader. Het echte leven is meer dan politiek alleen. Juist als we daar geen oog voor hebben, kunnen we gemakkelijk te veel verwachten van Vadertje Staat. Vadertje Staat kan niet alles. Geen harten van jongste zonen veranderen. Geen oudste zonen van hun wrok afhelpen. Maar Vadertje Staat kan wel de goede weg wijzen, de juiste kaders bieden, soms met de sterke arm optreden, soms juist met zachte hand leiding geven. Laat dat met kracht, wijsheid en enthousiasme gebeuren. De SGP wenst de ministers en staatssecretarissen bij hun verantwoordelijke werk van harte Gods onmisbare zegen toe.

En o ja, mocht er zich ooit een gelegenheid voordoen voor een zacht prijsje De verloren zoon uit Sint-Petersburg terug te krijgen, dan zou ik zeggen: grijp die kans. Misschien dat een commissie-Pechtold hier eens naar kan kijken.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van der Staaij. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kuzu namens DENK.

De heer Kuzu (DENK):

Voorzitter. ik zag een pilletje liggen in het gangpad tussen D66 en GroenLinks. Dat is vandaag wel heel toepasselijk.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat tot aan de dag van vandaag het politieke landschap redelijk overzichtelijk was. De PVV gooide er een motie van wantrouwen in, de VVD kwam met asociale proefballonnen, GroenLinks hield volgbare verhalen over het klimaat en Baudet ging onnavolgbaar, theatraal en warrig filosoferen, en de Voorzitter en DENK lagen met elkaar in de clinch.

Vandaag zien we eigenlijk een compleet ander politiek landschap. We zien Wilders smeken om hulp. Dijkhoff vertelt vandaag een empathisch en realistisch verhaal over zijn familie. Ik voelde zowaar een band, niet alleen omdat we even jong zijn, maar zijn opa werkte bij Philips en mijn opa heeft weleens een gloeilamp van Philips gekocht.

Klaver houdt een heel raar filosofisch verhaal, en dat naar eigen zeggen zonder drugsgebruik. Dan vraag ik me af hoe een verhaal zou klinken wanneer hij een pilletje heeft geslikt.

De vraag is nu natuurlijk: wat blijft er over voor Baudet? Maar gelukkig kunnen we van één ding wel zeker zijn: zeker zijn dat de PvdA in ruil voor de macht na de verkiezingen alles wat ze vandaag hebben beloofd weggeeft aan de VVD.

Voorzitter. Wat kunt u dan van DENK verwachten? Wij gaan de verandering één filmpje minder maken.

Voorzitter. Tot zover de beschouwing over de beschouwingen. Terug naar de realiteit. Want nog altijd wil de mensheid belazerd worden. Zo begon een van de vele memorabele sketches van Van Kooten en De Bie in de jaren tachtig. Het toeval wilde dat in diezelfde periode een guitige jongeman uit Den Haag politiek actief werd. Wisten wij veel dat toeval ook zo wreed zou uitpakken. Die jongeman is inmiddels de belichaming van een politiek wonder, het grootste politieke talent van deze generatie. Die jongeman heeft de les van Van Kooten en De Bie als een rode draad door zijn premierschap laten lopen. Die jongeman die overal schaterlachend mee denkt weg te komen. Die jongeman begint over exact 26 dagen aan zijn tiende jaar als minister-president. Na tien jaar premierschap is het tijd om de balans op te maken en de feiten op tafel te leggen. Dan kan er eigenlijk maar één conclusie getrokken worden: Rutte is een ramp.

Voorzitter. Rutte belooft elk jaar koopkrachtverbetering, maar elk jaar komt er weer helemaal niks van terecht. Vorig jaar kreeg je er een paar stuivers bij, maar ondertussen pakte hij een euro via de btw-verhoging op boter, kaas en eieren. Waar gaat dat geld dan wél heen? Naar multinationals, grote bedrijven en de hoogste inkomens. Nog meer geld en nog meer gelegitimeerd graaien. Hij is ook een ritselaar. Hoelang laten de Nederlanders zich nog belazeren en bedonderen?

Voorzitter. Ik noem nog zo'n truc van Rutte. Hij beloofde in 2012 dat het eigen risico niet zou stijgen. Mooi, dachten mensen toen. Maar wat deed Rutte? In zijn regeerperiode steeg het eigen risico in de zorg van €150 per jaar naar €385 per jaar.

Voorzitter. Rutte zegt dat de economie op volle toeren draait. Maar de werkelijkheid is dat het aantal daklozen in zijn regeerperiode meer dan verdubbeld is, het aantal mensen rond de armoedegrens zo'n 1 miljoen bedraagt en 400.000 kinderen opgroeien in armoede. Dat is de politieke handelswijze van Mark Rutte: eerst van alles beloven en daarna de boel zo vaak belazeren, bedonderen en besodemieteren dat je er een Bosatlas mee kan vullen. Vandaag is het weer zover. Gisteren Prinsjesdag, vandaag de Algemene Politieke Beschouwingen en de begrotingsbehandelingen die hierna gaan volgen: opnieuw goednieuwsshows. Opnieuw allerlei beloftes die niet waargemaakt gaan worden. Opnieuw politieke partijen die over elkaar heen duikelen om het op te nemen voor de lage inkomens, de middeninkomens en de gepensioneerden. Opnieuw vliegen de honderden miljoenen en de miljarden euro's je om de oren voor meer veiligheid, meer woningen, beter onderwijs en goede zorg. Hier, op de Haagse vierkante kilometer, vindt iedereen dit spel geweldig. Maar de mensen in het land halen hun schouders op. Mensen vertrouwen de politiek minder dan de grootkapitalisten van ING, ABN AMRO en Shell. Dan heb je het écht bont gemaakt.

Voorzitter. Het is niet eerlijk om Rutte als enige verantwoordelijk te houden voor deze wantoestanden. Welnee, andere politieke partijen zijn net zo medeplichtig. Toch is het fascinerend dat alle politieke partijen die met de VVD van Rutte samenwerken, bij de eerstvolgende verkiezingen verliezen. Het overkwam Wilders met Rutte I, het overkwam GroenLinks dankzij het Kunduzakkoord, het overkwam de PvdA in Rutte II. Het laatste slachtoffer heet D66. Als politieke partij doe je er dus verstandig aan om zover mogelijk uit de buurt te blijven van Rutte. Samenwerken met Rutte creëert een soort Bermudadriehoek voor je zetels: je ziet ze nooit meer terug.

Voorzitter. Mensen in dit land verwachten dat de politiek de uitdagingen waar zij voor staan benoemt en oplossingen aandraagt, oplossingen voor het vinden van een betaalbare woning. Mensen worden hun wijk uitgejaagd doordat huren onbetaalbaar wordt en kopen niet meer te doen is. Mensen verwachten oplossingen voor de kosten voor de zorg. Mensen betalen zich bont en blauw aan het eigen risico, aan gemeentelijke eigen bijdragen en aan de eigen bijdrage in de apotheek en als je dan een keer aanspraak maakt op die zorg, dan komt er eerst iemand langs die net zo lang op je inpraat dat je er nog zieker van wordt.

Omdat de gevestigde politieke orde geen zin heeft om deze problemen op te lossen, wordt er gebruik gemaakt van politieke trucjes: de politiek van afleidingsmanoeuvres, de politiek van mensen tegen elkaar opzetten, de politiek van ophitsing en de politiek van verdeel en heers. Laten we nou eens een simpel voorbeeld pakken: de invoering van het boerkaverbod waar we de afgelopen zomer de kranten en de actualiteiten vol mee zagen. Wij hebben destijds in de Kamer al gezegd dat dit pure symboolpolitiek is en een pestmaatregel die onder het mom van vrijheid en veiligheid die vrijheid en veiligheid aan 300 vrouwen met gezichtsbedekkende ontneemt. De echte vraag is welk probleem je eigenlijk oplost met de invoering van een verbod voor een handjevol vrouwen die niet de bus in mogen of in het ziekenhuis mogen komen. Dalen daarmee de huurlasten? Zijn er dan plotseling meer betaalbare woningen in het land? Dalen de zorgkosten?

Dit is wat ons betreft nou typisch zo'n maatregel die geen enkel probleem oplost. Wilders is daar tenminste eerlijk over. Hij twitterde op dezelfde dag nog dat dit een opmaat is naar een totaal hoofddoekjesverbod. Van de VVD en het CDA zijn wel gewend dat ze Wilders achterna hollen vanwege electorale angst, maar het engste is dat zogenoemde progressieve linkse politieke partijen zijn verworden tot wegkijkers en zelfs oogluikend toestaan dat Nederland in de greep raakt van dit soort gedachtegoed. Met de PvdA voorop. Niks progressieve idealen en vrijheid voor iedereen, niks zijn wie je bent en niks gelijkwaardigheid. De PvdA vindt het prima dat vrouwen die een nikab dragen niet naar het ziekenhuis kunnen en uit de bus worden gejaagd.

Er wordt geen tegenstand geboden aan dit gedachtegoed. Het wordt juist geëxploiteerd, doorgevoerd en uitgevoerd. Hetzelfde gebeurt bij de aanpak van het salafisme in het islamitisch onderwijs. Laat ik er heel duidelijk over zijn: DENK is van mening dat individuele organisaties die haat en geweld prediken en die de democratische rechtsstaat omver willen werpen, keihard aangepakt moeten worden. Maar dan wel op een rechtsstatelijke manier. Precies daarom hebben heel veel mensen zich gestoord aan de uitingen van de politiek over de berichtgeving van de afgelopen week. Ik citeer Asscher, die het had over "gif" in de samenleving. Hiermee zet hij een hele groep onderwijsinstellingen in het verdachtenbankje. Hij hanteert de dubbele maat, want nog nooit heb ik dezelfde Asscher dezelfde krachttaal horen uitslaan als het gaat om reformatorische, christelijke of joodse scholen, die ook niet uitblinken in de links-progressieve maatstaf van seksuele diversiteit die de PvdA hanteert.

Voorzitter. Nederland zucht onder de grootste co-existentiële bedreiging van de democratische rechtsstaat en onze vrije samenleving. Die bedreiging is het oprukkend rechts-extremisme en het fascistoïde denken in ons land. Nooit eerder hebben we een politicus gehad die riep dat Europa dominant blank moet blijven. Nooit eerder hebben we een politicus gehad die politieagenten huizen in wil sturen om bij mensen een koran uit de boekenkast te rukken. Nooit eerder hebben we een politicus gehad die ertoe opriep om gebedshuizen te sluiten en "minder, minder, minder" van een groep te roepen. Heel veel mensen in ons land voelen zich daardoor verdrukt en verweesd. Zij voelen zich steeds minder thuis. Deze mensen vragen zich af waar dit in hemelsnaam naartoe gaat. Er is al een wet in de maak om de halal- en koosjerslacht te verbieden, waar de zogenaamd inclusieve partijen PvdA en GroenLinks in 2011 al voor hebben gestemd. Met het ongure, islamofobe maatschappelijke klimaat vragen mensen zich af waar dit op gaat houden. Bij een totaalverbod op het islamitisch onderwijs? Bij een totaalverbod op hoofddoeken? Bij een totaalverbod op de islam?

Voorzitter. In plaats van verzet te bieden tegen dit islamofobe klimaat lopen het politieke midden en een aantal links-progressieve partijen mee in wat de grootste gecoördineerde aanval op de religieuze vrijheid mag worden genoemd sinds de Beeldenstorm van 1566.

Voorzitter. Dan vraag je je natuurlijk af: wat zou de politiek dan wel moeten doen? Het is eigenlijk niet zo ingewikkeld. We zijn verantwoordelijk voor het bieden van oplossingen voor de problemen van de mensen in het land. Kom nou eens een keer met echte oplossingen voor de woningmarkt. Uit CBS-cijfers blijkt dat de huurstijgingen sinds het aantreden van dit kabinet hoger en hoger worden en boven de inflatie liggen. De WOZ-waardes breken alle records, waardoor een starterswoning onbetaalbaar is. DENK wil dat de exorbitante huurstijgingen aan banden worden gelegd. Particuliere middenhuur moet zo snel mogelijk onder het puntensysteem worden gebracht, zodat huurstijgingen van 10% tot 15% niet meer mogelijk zijn. DENK wil ook dat dit kabinet wettelijk een halt toeroept aan het slopen en in de verkoop zetten van sociale huurwoningen. Er zijn niet te veel, maar juist veel te weinig betaalbare woningen in ons land. Woningcorporaties zijn er voor betaalbaar wonen en niet voor vastgoedhandel en geldklopperij.

Je zou van de politiek ook mogen verwachten dat ze met oplossingen komt voor de stijgende kosten in de zorg. De betaalbaarheid van de zorg staat enorm onder druk. Daarom zegt dit kabinet eigenlijk: als je ziek wordt, is het je eigen schuld en moet je ook financieel bloeden. Jaar na jaar lopen de stijgingen van de zorgpremies de spuigaten uit. Sinds 2014 is de zorgpremie met €300 gestegen. Maar daar blijft het niet bij. Het verzekeringspakket wordt daarbij ook nog uitgekleed. Een medicijn bij de apotheek ophalen kost klauwen vol met geld. Het eigen risico is met €225 gestegen naar het absurde, asociale en abnormale bedrag van €385. Ik kan daarom eigenlijk maar één, uiterst pijnlijke, conclusie trekken. De zorg is onbetaalbaar en moet betaalbaar worden. Daarom moeten de winsten en reserves van zorgverzekeraars afgeroomd en de reserves van zorgverzekeraars geliquideerd worden. Schaf het asociale eigen risico af. Maximeer de premiestijgingen. Pak de farmaceutische industrie en de fabrikanten van medische hulpmiddelen aan. Stop buitensporige verrijking van ziekenhuizen. Kap met de zorgindustrie.

Voorzitter. Op de een of andere manier heeft de politiek toch de neurotische drang om zich bezig te houden met al die maatschappelijke en politieke ophef over hoe we ons verleden moeten noemen en hoe we moeten omgaan met diversiteit. Nederland lijdt aan een identiteitsstoornis. De Nederlandse identiteit van respect, verdraagzaamheid, tolerantie, gelijkwaardigheid, vrijheid en onze Grondwet lijdt onder een gecultiveerde angst voor het vreemde, onder internationaal isolationisme en de angst om politiek correct genoemd te worden. Angstig als we zijn om het verwijt te krijgen een "weg met ons"-mentaliteit te hebben, is de multiculturele samenleving bijna een scheldwoord geworden. Je mag tegenwoordig bijna niet meer zeggen dat je vindt dat diversiteit verrijkt en bij Nederland hoort. In de hedendaagse politiek en in de huidige samenleving is politieke correctheid volledig doorgeslagen in politieke incorrectheid. Je hoort "vol is vol", "minder, minder", "kopvoddentaks", "oppleuren" en "ze horen hier niet". Er zijn zelfs agenten — dat was echt een dieptepunt — die zichzelf trots "Marokkanenverdelgers" noemen. Hoe diep kunnen we nog zinken? De grenzen van grofheid en belediging richting minderheden worden jaarlijks door onze volksvertegenwoordigers verlegd. Dat is de enige grens die Wilders nog wel wil openhouden: zo plat mogelijk de verschillen benadrukken, zo plat mogelijk opkomen voor je eigenbelang, en zo plat mogelijk in een paar zinnen alles afbreken waar Nederland altijd voor heeft gestaan. De vrijheid van de een is in de huidige tijd meer waard dan de vrijheid van de ander. Er wordt gemarchandeerd met onze fundamentele grondrechten door ze voor de ene groep anders uit te leggen dan voor de andere groep.

Voorzitter. Daarom is er een partij nodig die opstaat voor de echte identiteit van Nederland en voor echte vrijheid. Wat DENK betreft hoef je je niet te schamen om tolerant en verdraagzaam te zijn. Wees daar trots op! Wat DENK betreft is het juist sterk om verschillen te benadrukken en te omarmen. Wat DENK betreft is het uitdragen van de multiculturele samenleving niet "weg met ons" maar "weg met wij tegen zij" en "weg met verdeeldheid". Wat DENK betreft komen we op voor echte vrijheid en niet voor de schijnvrijheid die alleen geldt voor de meerderheid of voor hen die het hardst roepen. DENK zal dan ook altijd zonder schaamte en vol trots de ware identiteit van Nederland uitdragen. DENK zal altijd opkomen voor de vrijheid van iedereen, ongeacht geloof, afkomst, geaardheid of wat dan ook. DENK zal altijd de stem zijn van die mensen die door het verrechtste, verharde en verruwde politieke klimaat niet aan bod komen. Want als één partij kan uitdragen waar Nederland met al zijn diversiteit voor staat, dan is het DENK wel.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Baudet namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):

Mevrouw de voorzitter. Als je aan het raam zit, kun je bij het landen op Schiphol een groot deel van Nederland aan je voorbij zien trekken. Het afwisselen van slootjes, akkers, velden, dorpjes en wat verderop het IJsselmeer. Het dichte wegennet van de Randstad schuift langzaam onder de straalmotoren door. Thuiskomen waar de mensen je taal spreken en waar je de gezichten kunt lezen, waar je de weg weet in de stad. Komend vanuit het vreemde word je je bewust van het eigene. Je ziet de Zeeuwse eilanden, de Deltawerken, de Rotterdamse haven met al zijn bedrijvigheid, de stranden aan de Hollandse kust, de kaarsrechte akkers en weilanden die ons land als een lappendeken bedekken en warm houden, de Hoogovens, de industrie, het land met de mooiste architectuur, de mooiste oude steden en de cultuur van eerlijkheid en van rechtschapenheid. Dat is ons Nederland, ons thuis, het enige land dat we hebben.

De heer Kuzu (DENK):

Ik vroeg me af of de heer Baudet dit op de heenweg of op de terugweg in de privéjet naar Ibiza heeft gezien.

De heer Baudet (FvD):

Op de terugweg. Dat land, dat Nederland, dat wij allen kennen en dat wij allen meemaken, bijvoorbeeld als we terugkomen van vakantie, dat is het land waarvan wij houden en dat is het land waarvoor we dit doen.

Maar we zijn niet alleen een politieke partij begonnen en Forum voor Democratie is niet alleen ontstaan omdat we van ons land houden, maar ook omdat we ons hele grote zorgen maken over dit land, want we denken dat we dit land aan het kwijtraken zijn. Wij willen dit Nederland, dat we zien als we thuiskomen en als we om ons heen kijken, beschermen en behouden. Het gaat nu niet goed. Bijna de helft van de mensen, 46%, kampt elke maand met financiële uitdagingen; dat lezen we in de kranten. Dat gaat niet alleen om mensen onderaan de samenleving. Het gaat ook om mensen uit de middenklasse en mensen met modale inkomens. Mensen die twintig jaar geleden nog prima rond konden komen, een huis konden kopen en geld konden sparen, kunnen dat nu niet meer. Dat is een gevolg van continue stijgingen van de lasten: woonlasten, zorgkosten, energiekosten, boodschappen. Alles wordt duurder. Er zijn veel te weinig woningen gebouwd. Het eigen risico in de zorg is de afgelopen jaren fors verhoogd en het geld wordt uitgegeven aan steeds meer bureaucratie- en managementlagen. De energiekosten blijven stijgen en dit kabinet verhoogde ook al de btw op essentiële goederen, een maatregel die vooral lagere inkomens en middeninkomens in de portemonnee treft. Wonen, zorg, energie en boodschappen zijn vier terreinen waarop dit kabinet niet aan de kant van de hardwerkende doeners staat. Studenten kampen ondertussen dankzij D66 met leningen. Zzp'ers, mensen die iedere dag risico's nemen en daarmee de innovatie creëren die ons land zo sterk maakt, verliezen hun zelfstandigenaftrek. Pensioenen zijn al sinds 2009 niet meer geïndexeerd. De historisch lagere rentestanden, een gevolg van de ECB-opkoopprogramma's voor Zuid-Europese schulden, doen onze spaarpotten verdampen.

Wat is hier aan de hand? We zien een Nederland dat onder het juk gebukt gaat van alsmaar stijgende kosten, alsmaar stijgende belastingen en alsmaar toenemende bureaucratie. Onder de kabinetten-Rutte steeg de collectieve lastendruk van ongeveer 35% naar bijna 40% nu. Die malaise is niet alleen economisch. De crisis zit niet alleen in de portemonnee. Onze straten worden onveiliger. Onlangs waren er weer twee nieuwe dieptepunten. Een 71-jarige man werd op klaarlichte dag in Den Haag mishandeld door straattuig, omdat hij ze aansprak op hun gedrag. Uiteindelijk stierf hij aan de gevolgen daarvan. En vanochtend liquideerde de mocromaffia in Amsterdam een advocaat.

De massale immigratie blijft doorgaan. Sinds Rutte aan de macht is, komt de nettotoename van het aantal niet-westerse immigranten nu overeen met de helft van de stad Den Haag, twee keer de stad Leiden of twee keer de stad Maastricht. In de drie grootste steden zijn autochtonen nu al een minderheid. Op talloze manieren betalen we ook hiervoor een prijs. Naast de duidelijke kosten voor asiel komt daar een duizelingwekkend criminaliteitscijfer bij. In de gevangenissen is meer dan de helft allochtoon of vreemdeling. Maar ik noem ook onderprestatie in het onderwijs, verminderde participatie op de arbeidsmarkt en de niet in geld uit te drukken prijs die we betalen als gevolg van het feit dat we ons niet meer thuis voelen in onze straten en onze tradities niet meer in ere kunnen houden. Ik zie, kortom, een Nederland dat zijn identiteit aan het kwijtraken is. Het mooiste land van de wereld verliest zijn glans. En dit alles komt door drie grote projecten. Drie grote projecten die de hele politieke agenda op de achtergrond domineren.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik sloeg aan op de criminaliteitscijfers. De heer Baudet neemt partijen, zeker de VVD, graag de maat over hoe slecht het gaat in die partij en welke fouten daar worden gemaakt door bestuurders. Er gaat heel veel mis. Ze hebben er 40 tot 50 jaar over gedaan om al die zaken op te stapelen. U bent nu een jaar of twee bezig en we hebben gezien hoe het er bij u in de partij aan toe gaat. En als het gaat over criminaliteitscijfers ... U heeft gezegd dat uw voormalige penningmeester fraude heeft gepleegd. Als dat zo is, gaat u dan aangifte doen? Want het gaat hier over belastinggeld.

De heer Baudet (FvD):

We hebben een poging tot fraude geconstateerd en verijdeld en daarnaast een aantal andere zaken. Ik heb me om een aantal redenen steeds op het standpunt gesteld dat ik het royement en de besluiten die ik samen met de bestuurders heb genomen, voldoende ernstig vond. We zien een aantal redenen om geen verdere juridische procedure te volgen. Vervolgens heb ik het bestuur van de partij weten uit te breiden. We hebben nu een dagelijks bestuur dat zich nog één keer over de kwestie zal buigen. Ik heb deze vraag neergelegd bij de uitvoerende bestuurders. Ik houd mij bezig met de politieke lijn. De rest van de organisatie ligt bij hen. Ik kan uw vraag doorspelen. U kunt die ook zelf per e-mail sturen als u dat wilt en dan kunt u een antwoord krijgen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Het is wel een heel andere manier van debatteren. U zegt: ik heb niet per se antwoord op de vraag, maar als u een mailtje stuurt, krijgt u misschien wel antwoord. Dat is ook een manier van met elkaar debatteren. Maar wat ik hier vraag is wel serieus. U neemt alle partijen voortdurend de maat over wat ze allemaal verkeerd doen en wat hun bestuurders verkeerd doen. Nu gebeurt het bij u in de partij. U heeft het voortdurend over het belastinggeld en dat we goed moeten controleren hoe dat wordt uitgegeven. Uw partij wordt gefinancierd met belastinggeld. Bestuurders van een wetenschappelijk bureau verdelen het omdat het anders terug zou gaan naar de staat. Met andere woorden: terug naar de belastingbetaler. U heeft het over een mogelijke poging tot fraude. Fraude! En u zegt: we hebben het afgedaan in de partij. U bent geen rechter. Als er sprake is van fraude, wil ik heel graag als belastingbetaler en als politicus, die u ook de maat neemt, dat u aangifte doet. Als er sprake is van fraude, moet dat tot op de bodem worden uitgezocht. Al duurt dat vijf jaar, het gaat om rechtvaardigheid. Als u zo'n grote mond heeft over hoe u de politiek gaat opschonen, doe het dan in uw eigen partij!

De heer Baudet (FvD):

Dat hebben we ook gedaan deze zomer. We hebben opgeschoond, schoon schip gemaakt. We hebben de mensen die zich hiermee bezig hielden geroyeerd. Ik ben blij dat een aantal stappen zijn gezet. Ik ben het met u eens dat het ernstig is. Daarom hebben we geen andere optie gezien dan het nemen van deze beslissingen. Bij een verijdelde poging tot fraude is het al een enorme stap als het bestuur zegt: jongens, wacht even, dit kan echt niet. Twee is een royement. Drie is uitbreiding van het bestuur en verdeling van taken, waarbij de politieke lijn door mij wordt gevoerd. Het dagelijks bestuur dat we nu ad interim hebben, buigt zich verder over deze kwestie. Ik neem uw suggesties heel serieus. Dit is iets waar wij zelf ook over spreken. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik het met u eens ben dat het zeer ernstig is.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks):

Serieus. "Ik neem uw suggestie serieus." Het speelt al vanaf de zomer! U gaat voorop in de strijd als politici over de schreef gaan, als bestuurders fouten maken. En terecht, natuurlijk moeten we dat doen. Maar nu gebeurt het bij u in de partij en ik spreek u aan als partijleider. U kunt hier wel degelijk zeggen wat u gaat doen en of er aangifte wordt gedaan. Dat is de centrale vraag. Als u echt zulke grote woorden heeft over dat er fraude gepleegd zou zijn, dan wil ik dat er aangifte wordt gedaan.

De heer Baudet (FvD):

Ik geloof dat ik nu drie keer heb gezegd dat er een poging tot fraude is verijdeld. Er is dus voorkomen dat het daadwerkelijk zover kwam; dat is iets anders. Dit staat overigens los van de ernst van de geconstateerde feiten en aantijgingen en van een aantal andere woorden behalve dat woord dat u net gebruikte. Ik heb volgens mij ook aangegeven dat we ten eerste dus intern opgetreden hebben, heel duidelijk. Daarvan hebben we vervolgens natuurlijk weer heel veel pijn en nadeel van ondervonden enzovoorts. En ik heb aangegeven dat ik het vervolgens heb neergelegd bij andere mensen, die dit moeten doen, omdat ik niet wil dat de schijn ontstaat dat er een persoonlijk conflict zou zijn dat losstaat van de organisatorische en integriteitsissues. Dus daar ligt het nu. En ik sta heel erg achter wat ik tot nu toe heb gezegd, namelijk dat de beslissing die we hebben genomen, dus de straf, ernstig genoeg is. Eén. En twee, dat er ontzettend veel nadelen zitten, politieke nadelen, aan een proces dat eindeloos duurt enzovoorts. Ik kan me dus heel goed voorstellen dat we dat niet doen. Nogmaals, ik laat het aan het uitvoerend bestuur om deze zaak nog een keer te bekijken.

Ik dank u voor uw interesse.

De heer Kuzu (DENK):

Dat is een totaal andere invulling van het partijleiderschap dan bij DENK. Nog niet zo lang geleden, twee jaar geleden, had de heer Baudet zijn maidenspeech hier in de Kamer. Die begon met wat gebrabbel in het Latijn over het partijkartel. Inmiddels zien we dat zich een aantal nieuwsberichten in een korte periode hebben opgestapeld. Ik noem er even een paar. Mensen worden de partij uitgesmeten, een privéjet naar Ibiza, planten voor €9.000. Ik vraag me af of er een politieke partij in deze Kamer is die planten heeft voor €9.000. Is dat nou het nieuwe partijkartel van de heer Baudet?

De heer Baudet (FvD):

Ja, het is een beetje alles op de grote hoop, hè? Er wordt van alles en nog wat bijgehaald en weet ik wat allemaal. Maar eh ...

De heer Kuzu (DENK):

Dat heb ik afgekeken van de heer Baudet!

De heer Baudet (FvD):

Wij hechten inderdaad zeer aan groen ...

(Hilariteit)

De heer Baudet (FvD):

... en we vinden het belangrijk om te investeren in planten, in bomen, dat soort zaken. Daarnaast sta ik helemaal achter de gedachte die een beetje spreekt uit de vraag van de heer Kuzu, namelijk dat het Forum voor Democratie een vernieuwende beweging is die vooroploopt in transparantie, nieuwe politiek en ambitie. Dat is inderdaad zo.

De heer Kuzu (DENK):

God, Allah — in welke god je ook gelooft of je helemaal niet gelooft — verhoede dat Forum voor Democratie de macht krijgt, want dan zou het dus normaal zijn om met een privéjet naar Ibiza te vliegen, met journalisten, om allerlei andere dingen te doen die de schijn van belangenverstrengeling ...

De heer Baudet (FvD):

Ah joh, hou toch op, wat een kletskoek!

De heer Kuzu (DENK):

Dat is helemaal geen kletskoek. Het zijn serieuze, reële vragen. De heer Baudet kan die afdoen als kletskoek, maar heeft de heer Baudet in de afgelopen periode niet eigenlijk gewoon een poging gedaan om, zeg maar, onderdeel te worden van het partijkartel? Is het voor hem eigenlijk een soort spel waar hij gezapig aan heeft meegedaan?

De heer Baudet (FvD):

Nee, dat denk ik niet. Ik herken mij niet in dat beeld.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Kuzu.

De heer Kuzu (DENK):

Ik denk dat heel veel mensen zich wel herkennen in dat beeld. Het is namelijk nogal raar als u met een privéjet naar Ibiza vliegt, als u planten haalt voor €9.000 en dat vervolgens gaat afdoen met "ja, wij houden van groen" en dat je ook nog tegen een collega zegt "als je vragen hebt aan mij, stuur een mailtje". Een ernstiger vorm van partijkartel heb ik niet mogen constateren.

De heer Baudet (FvD):

Oké, even kort dan. Blijkbaar willen de heer Kuzu en ook anderen ... Oké, één ...

De voorzitter:

Ja, tot slot.

De heer Kuzu (DENK):

Dus, voorzitter, zou de heer Baudet eigenlijk nooit meer het woordje "partijkartel" in zijn mond mogen nemen.

De heer Baudet (FvD):

Ja, ik vind het allemaal ... Het heeft natuurlijk allemaal niet zo veel met elkaar te maken. Wie geïnteresseerd is, is van harte welkom, hoor, maar bonnetjes over interieurdingen, bloempotten, planten, bureaustoelen, weet ik wat ... Hoe dan ook, u bent van harte welkom om te komen kijken. Er is echt helemaal niets aan de hand, helemaal niets raars. Twee. Ik heb al aangegeven dat we zullen kijken wat men precies wil weten over wanneer je met vrienden waarnaartoe op stedentrip gaat. Dat is allemaal best en tot je dienst. Ik zal dat intern bespreken.

(Hilariteit)

De heer Baudet (FvD):

En drie. Ik zie werkelijk niet waarover zoveel ophef is. Maar ik heb al gezegd: ik zal bespreken wat de afspraken zijn met de Kamer om dingen wel of niet te vertellen. De ene keer ga ik misschien met iemand achter op de fiets mee en iemand anders heeft misschien een vliegtuig waarin je mee kan. Dat is leuk.

Het derde punt. Het is niet zo dat ik zeg: stuur maar een mailtje, dan krijg je misschien als antwoord wat mijn opvattingen zijn. Nee, ik heb het volgende gedaan. Ik heb de noodzakelijke beslissingen genomen om de integriteit van de partij te beschermen. Vervolgens heb ik het bestuur uitgebreid, waarbij we een scheiding van taken hebben afgesproken. Ik denk dat dat heel gezond is. Dat hebben alle politieke partijen, waarbij de politiek leider niet gaat over de uitwerking van organisatorische zaken. Dijkhoff en Rutte gingen ook niet eindeloos spreken over de kwestie rondom Henry Keizer. Daar ging de partijorganisatie over. Dat is volgens mij een normale gang van zaken in elke politieke partij. Ik heb erover gezegd wat ik erover te zeggen heb.

De heer Jetten (D66):

Ik zal de heer Baudet verlossen uit dit gênante momentje door een ander onderwerp aan te snijden. Een serieus onderwerp. De heer Baudet begon zijn betoog met een soort Trots op Nederland-verhaal. Waarom kiezen de heer Baudet en Forum voor Democratie als het erop aankomt altijd voor Rusland?

De heer Baudet (FvD):

Ik heb volgens mij nog nooit gekozen voor Rusland.

De heer Jetten (D66):

Wij hebben onlangs, een paar weken geleden, een heel pijnlijk moment gekend voor Nederland. Er is in Oekraïne, in het Oekraïense luchtruim, een vliegtuig uit de lucht geschoten, de MH17. Daarbij kwamen meer dan 200 mensen om het leven, waarvan 196 Nederlanders. Onlangs hebben Oekraïne en Rusland een gevangenenruil gedaan, waarbij een van de hoofdverdachten die betrokken was bij het afschieten van de Russische BUK-raket werd uitgeleverd aan Rusland. Daardoor kan hij waarschijnlijk nooit meer in Nederland voor de rechter verschijnen om te worden beoordeeld voor deze verschrikkelijke daad. Het Europees Parlement heeft van links tot rechts de Oekraïense president opgeroepen om die gevangenenruil tegen te houden en de hoofdverdachte niet over te dragen aan Rusland. Alle Nederlandse politieke families die vertegenwoordigd zijn in het Europese Parlement hebben die oproep ondertekend, op één partij na: Forum voor Democratie. Schaamt u zich daar niet voor, meneer Baudet?

De heer Baudet (FvD):

Ik weet niet precies waar u op doelt, maar wij hebben vorige week bij stemmingen een oproep gesteund om Rusland te vragen om deze meneer uit te leveren. Ik weet niet precies naar welke stemming in het Europees Parlement u verwijst.

De heer Jetten (D66):

Het past in een traditie van de heer Baudet om het onderzoek naar de MH17-ramp ter discussie te stellen en brieven te sturen naar allerlei wereldleiders om het onderzoek in diskrediet te brengen. Als het Europees Parlement dan een oproep doet aan de Oekraïense president, een smeekbede eigenlijk, om te voorkomen dat een hoofdverdachte wordt uitgeleverd, zodat recht wordt gedaan aan de VN-resolutie om alle verdachten beschikbaar te houden voor een proces dat we met zijn allen willen voeren, ter ere van de Nederlandse slachtoffers en al hun nabestaanden, geeft Forum voor Democratie elke keer niet thuis. Daarom vraag ik u nogmaals: als u hier mooie verhalen houdt over uw trots op Nederland, waarom kiest u dan bij een van onze nationale tragedies elke keer voor de Russische belangen?

De heer Baudet (FvD):

Dat doe ik niet. Ik weet niet naar welke stemming in het Europees Parlement u verwijst. Ik weet wel dat wij vorige week in dit parlement gestemd hebben. Forum voor Democratie heeft toen voor een oproep gestemd aan Rusland om deze persoon uit te leveren en om mee te werken aan het onderzoek. Ik weet niet over welke stemming u het heeft, dus daarover zou u mij wat preciezere informatie moeten geven.

De heer Jetten (D66):

Ik zal zorgen dat het bij de heer Baudet terechtkomt. Nu verzoeken doen aan Rusland is natuurlijk mosterd na de maaltijd, want we hadden moeten opstaan als één sterk front toen de verdachte nog in Oekraïne was en we de uitlevering nog hadden kunnen tegenhouden.

De heer Baudet (FvD):

Nogmaals, ik weet niet welke stemming u bedoelt. Ik kan dus ook niet zeggen of het waar is of niet. Het kan een verzonnen verhaal zijn van de heer Jetten. Ik weet niet wat hij bedoelt. Ik weet niet waar hij naar verwijst.

De heer Jetten (D66):

Ik zal zorgen dat het allemaal bij u terechtkomt. Ik doe echt een oproep aan Forum voor Democratie om zich bij alle andere politieke partijen te voegen om elke keer als het gaat om ...

De heer Baudet (FvD):

U bedoelt alle ...?

De heer Jetten (D66):

... MH17 te kiezen voor de Nederlandse belangen.

De heer Baudet (FvD):

Bedoelt u alle Nederlandse politieke partijen of het hele Europese Parlement? Waar heeft u het eigenlijk over? Het hele Europese Parlement? Over wat voor stemming heeft u het?

De voorzitter:

Misschien kunt u daar later op terugkomen, in de tweede termijn.

De heer Jetten (D66):

Alle Nederlandse politieke families in het Europees Parlement hebben die oproep ondersteund, met uitzondering van Forum voor Democratie. Uit echt bijna elke Europese lidstaat waren er mensen die zich achter de Nederlandse oproep hebben geschaard. Ik zal ervoor zorgen dat de brief bij u terechtkomt.

De heer Baudet (FvD):

Ik weet niet waarop u doelt. Ik ben dus heel benieuwd. Ik zal daar zeker op reageren.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Baudet (FvD):

Maar het is dus absoluut niet waar dat wij kiezen voor Rusland of voor enig ander land. Wij kiezen voor Nederland. Er is maar één land waar we voor kiezen. Dit betekent dat we niet vinden dat de wereld is ingedeeld in landen die voor altijd onze vriend zijn en landen die voor altijd onze vijand zijn. In de geopolitiek streven wij een "realpolitieke" agenda na.

Ik stipte een aantal problemen aan die spelen: economische problemen, maar ook culturele problemen, het ons niet meer thuis voelen, de toenemende criminaliteit, het feit dat er druk staat op de woningmarkt en op de arbeidsmarkt, en het feit dat onze pensioenen aan het verdampen zijn. Mijn visie is dat al die problemen tezamen veroorzaakt worden door drie grote projecten die op de achtergrond al het beleid domineren. Alle gevestigde partijen zijn daar in meer of mindere mate een voorstander van: van links tot rechts en van GroenLinks tot VVD, CDA, D66 en de Partij van de Arbeid. Ten eerste is dat voortgaande immigratie, ten tweede Europese eenmaking en ten derde klimaatbeleid.

Alleen al in het afgelopen jaar werd opnieuw een immigratierecord gebroken. Alleen al deze week werd bekend dat, terwijl de woningmarkt op ontploffen staat, steeds minder mensen een huis kunnen vinden. Er wordt 40 miljoen uitgetrokken voor de bouw van een mega-azc. Sinds vandaag is er een nieuw record in het aantal vluchtelingen dat op bootjes naar Griekenland komt. Vorig jaar werd het Marrakesh-migratiepact getekend. In meer dan de helft van de gevallen worden uitgeprocedeerden niet uitgezet. De regering maakt evenmin haast met het repatriëren van Syrische statushouders, ook al is het overweldigende deel van het Syrische grondgebied inmiddels veilig. Kortom, met allerlei vormen van beleid steunt men de structurele demografische transformatie van Nederland.

Ten tweede de Europese eenmaking en de euromunt. Het Brusselse project moet en zal doorgaan. Ook daar is iedereen het over eens, over de hele linie van de gevestigde partijen. De een wil dat iets minder, de ander wat langzamer, maar het gaat gewoon door. Deze week werd bekend dat hoogstwaarschijnlijk de pensioenen zullen worden gekort. Dat was heel voorspelbaar. Dat komt door quantitative easing; het beleid van geld bijdrukken, wat noodzakelijk is om de Zuid-Europese schulden te kunnen betalen. Blijkbaar is men bereid om die prijs te betalen. Blijkbaar wil men dit Europese project laten doorgaan, ook al moeten we daarbij tot in lengte van dagen opdraaien voor de Zuid-Europese schulden in Griekenland, Italië, en eventueel in Portugal en Spanje. Men vindt het allemaal wel best. Het is de koers die men voor zich ziet.

Het derde megaproject is het klimaatproject en de energietransitie. Dat bepaalt dat ons land in de komende 30 jaar, naar 2050 toe, vrijwel helemaal van de fossiele brandstoffen af moet. Wij denken dat dit duizend miljard gaat kosten, voor maximaal 0,00007° minder opwarming. Mensen verschuilen zich een beetje achter het tussenmoment over tien jaar. Ze zeggen: het kost maar een paar miljard per jaar. Uiteindelijk zijn de kosten veel hoger. Men camoufleert dat een beetje. Men wil het er eigenlijk niet over hebben. Men zegt dat we hieraan kunnen verdienen. Maar de achterliggende reden of oorzaak is dat men gelooft in dit megatraject en in de transitie.

Wij willen deze drie dingen niet. Daarin verschilt Forum voor Democratie dus fundamenteel van de gevestigde partijen. Wij willen niet dat ons land zijn karakter verliest door massale immigratie. Wij willen niet dat al ons geld wordt doorgesluisd naar Zuid-Europa. We willen niet dat ons land één groot windmolenproefproject wordt.

Ik heb me heel vaak afgevraagd hoe het toch kan dat de gevestigde partijen in niet alleen Nederland maar in de hele westerse wereld zich hebben vastgeklonken aan deze drie grote projecten. Zonder enige twijfel zullen ze het einde van ons land en het einde van onze beschaving inleiden. Een massale demografische transformatie. Een gigantisch last van windmolens, zonnepanelen enzovoorts. En een Europees eenmakingsproject dat ons al onze welvaart kost. Hoe kan het dat het mooiste continent, in de meest interessante beschaving die er ooit geweest is, zich zo heeft vastgeklonken in die drie suïcidale projecten? Hoe kan het dat Nederland, dit prachtige Nederland, dit laat gebeuren? Ik denk dat dit komt doordat het wereldbeeld van de gevestigde macht er een is van mensen wier politieke denken beslissend is beïnvloed in de jaren negentig. Toen in 1989 de Muur viel, was de geschiedenis voorbij. Alle landen in de wereld zouden liberaal, democratisch en vrij worden. De tijden van ideologische strijd lagen definitief achter ons en de wereld zou nu dan eindelijk één worden. Geen grenzen meer, geen religie meer, zoals John Lennon dat ooit zong, en geen oorlog meer. Dit werd de heersende gedachte, de geest van de generatie die nu aan de knoppen zit.

Vanwege dat achterliggende wereldbeeld zien zij in de massale en alsmaar aanhoudende immigratie geen structureel, voor altijd blijvend probleem, maar hooguit een tijdelijke hobbel die even genomen moet worden, op weg naar een wereldstaat, wereldvrede en één mensheid. Daarom zien zij geen structureel probleem in de Europese eenwording, omdat culturele verschillen tijdelijk en overkomelijk zijn — een kwestie van aanpassen. Daarom willen ze heel Nederland volbouwen met windmolens en zonnepanelen, want binnen een paar jaar gaan Amerika en China dat ongetwijfeld ook doen en zal niemand in Afrika een airco willen omdat ook daar de zorg om de planeet prioriteit nummer één zal worden. Een droombeeld, geïnspireerd op het misschien aantrekkelijke ideaal in Francis Fukuyama's Einde van de geschiedenis, maar het blijft een droombeeld, een beeld dat niet klopt.

Dit land, dit mooie land, is kwetsbaarder en unieker dan men denkt. Al die immigranten uit verre uiteinden van de wereld worden in geen twee of drie generaties gezellige Nederlanders, als zij het überhaupt ooit gaan worden. Al die Zuid-Europese landen raken niet doordrongen van de protestantse arbeidsethiek. En al die windmolens waarmee wij ons geld verbrassen en ons landschap vernietigen, vinden geen navolging in andere delen van de wereld. Het enige wat wij doen, in onze blinde ambitie om voorop te lopen bij de onvermijdelijk geachte eenmaking van alle mensenkinderen en om een gidsland te zijn in het zichzelf afschaffen, is dat wij dit eiland, deze unieke plek op aarde, dit baken van vrijheid, deze grond, dit rijk, deze wereld van Rembrandt en De Ruyter, dit Nederland kwijtraken.

Forum voor Democratie is niet de zoveelste politieke partij, de zoveelste speler op het bord. Wij willen het bord zelf veranderen. Wij zijn een brede politieke en culturele beweging die een paradigmawisseling tot stand wil brengen. Tegenover Het einde van de geschiedenis van Fukuyama stellen wij The Clash of Civilizations van Huntington. Wij willen een einde aan de massale immigratie door de invoering van het Australische immigratiemodel. Mensen komen dan alleen nog binnen als ze echt iets komen brengen, iets komen toevoegen aan ons land en aantoonbaar affiniteit hebben met onze manier van leven. De klimaatplannen stoppen we. De schulden van Zuid-Europa betalen we niet meer. Alle welvaart die wij daarmee vrijspelen, alle enorme ruimte in economie en samenleving investeren wij in een kleinere overheid, beter onderwijs, betere zorg en meer veiligheid op straat. Meer woningen, meer wegen en meer innovatie. Die ruimte ontstaat dan. Dat kan echt.

Als we niet meer alles opgeven voor die drie grote projecten, die grandioze offers die wij elke dag brengen, dan is the sky the limit voor ons land. We kunnen dan van Nederland een mondiale innovatiehub maken. Wij kunnen een eiland bouwen in de Noordzee waarop wij een nieuwe luchthaven bouwen die klaar is voor de toekomst. Wij gaan alle delen van het land verbinden via hyperloops, heel snelle verbindingen waardoor mensen niet meer allemaal op één plek hoeven te wonen, waardoor het platteland niet leeg trekt en wij ook niet meer in de file hoeven te staan. We gaan nieuwe vormen van energie ontwikkelen en ontdekken, zoals thoriumcentrales en andere technologieën die wij nog niet hebben ontdekt. Dat is het alternatief dat voor het grijpen ligt, binnen handbereik, als wij stoppen met die drie grote projecten die ons al onze welvaart kosten. Ik heb er warempel al een beetje zin in.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik heb een vraag over de migranten van de tweede en derde generatie die zich natuurlijk niet gaan aanpassen aan dat protestantse arbeidsethos. Ik kijk naar mijn katholieke collega's hier. Hebben wij ook aanpassingsproblemen? Mijn oma komt uit Indonesië en mijn vader uit Marokko. Welke aanpassingsproblemen ziet u precies bij mij?

De voorzitter:

Nou, dat is een moeilijke vraag. Meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

U begrijpt dat de leden van het kabinet deze vraag graag willen beantwoorden. Er zijn allerlei voorbeelden van mensen met een migratieachtergrond die fantastische dingen doen in Nederland. Ik heb het er weleens over gehad dat ook mijn familie voor een deel uit Nederlands-Indië en voor een deel uit Frankrijk komt. Het is heel moeilijk om de discussie plat te slaan op een individueel geval. Maar statistisch gezien — wat natuurlijk belangrijk is voor beleid — zie je gewoon over de hele linie dat de integratie ongelofelijk achterblijft en voor ongelofelijke problemen zorgt. Natuurlijk moet je inzetten op de positieve voorbeelden, op de mensen die het goed doen, alleen moet je de ogen niet sluiten voor de realiteit dat er heel veel mensen zijn die het niet goed doen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik reageer daarop omdat een hele generatie jongeren haar uiterste best doet om verder te komen in deze samenleving. Zij vechten tegen vooroordelen en discriminatie. Zij proberen op te klimmen. Wat u zegt, is vrij vergaand. Ik heb een optimistisch beeld over de toekomst. En u zegt: zelfs als je de tweede of derde generatie bent, ga je nooit die echte Nederlander worden. Daar straalt pessimisme uit. Dat vind ik zonde.

De heer Baudet (FvD):

Maar dat zei ik niet.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat vind ik zonde, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

Ja, maar dat zei ik niet.

De heer Klaver (GroenLinks):

Daarom maak ik het wel degelijk persoonlijk en vraag ik het ook. U zegt: er zijn altijd wel individuele gevallen. En: we moeten het statistisch bekijken. Het gaat juist om die individuele gevallen. We kunnen hele generaties in Nederland niet platslaan. We moeten kijken naar ieder individu en ieder individu ook als zodanig beoordelen.

De heer Baudet (FvD):

Wat de heer Klaver mij in de mond legt, heb ik niet gezegd en heb ik ook niet bedoeld. Er zijn allerlei voorbeelden van mensen uit allerlei windstreken die het fantastisch doen in Nederland. Maar de integratieproblemen zijn zeer groot. Een hele grote groep mensen, ook van de tweede en derde generatie, integreert niet en voelt zich zelfs minder verbonden met Nederland dan met het land waar hun voorouders vandaan komen, voelt meer verwantschap met de islam dan met de Nederlandse wetgeving, enzovoort, enzovoort. Dat zijn feiten. Dan kun je wel zeggen: ik ken iemand. Ik ken ook allerlei mensen. Fantastisch. Helemaal goed. Maar de realiteit is dat de samenleving gebukt gaat onder gigantische integratieproblemen.

De heer Jetten (D66):

Ik begreep dat de heer Baudet de afgelopen zomer heeft gewerkt aan een zomermanifest voor het Forum voor Democratie en dat hij heeft gezegd: ik wil van Forum voor Democratie een liberaal-conservatieve beweging maken. Wij hebben hem vanavond gehoord over het beschermen van allerlei Nederlandse normen en waarden. Mijn vraag is eigenlijk heel simpel: is er in die normen en waarden van de heer Baudet ook ruimte voor vrouwenrechten en zelfbeschikking voor vrouwen?

De heer Baudet (FvD):

Uiteraard.

De heer Jetten (D66):

"Uiteraard." Dat is fijn. Maar toch waren heel veel vrouwen, en gelukkig ook mannen, onlangs verontwaardigd omdat de heer Baudet over vrouwen die een carrière nastreven enigszins neerbuigend sprak en zei dat dat vooral problemen veroorzaakt voor het aantal kinderen dat we in Nederland krijgen. Hij sprak over abortus als een doorgeslagen individualisering in plaats van het recht van vrouwen in Nederland om over hun eigen lijf te beschikken. Dus de vraag is eigenlijk heel simpel: is er in die brede liberaal-conservatieve beweging van Forum voor Democratie ook ruimte voor vrouwen?

De heer Baudet (FvD):

Ja. Deze wijze van mij dingen in de mond leggen, vind ik onaangenaam en ook heel vreemd. Dit heb ik allemaal niet gezegd. Dit is echt allemaal heel raar. Het antwoord is heel simpel: maar natuurlijk, doe niet zo absurd. Er is niets belangrijker dan dat mannen, vrouwen, kinderen, ouderen, iedereen in Nederland zich thuis kan voelen in de beweging die wij willen zijn en in het land dat we gezamenlijk willen bouwen. Daar kan nooit op enige wijze twijfel over bestaan.

De heer Jetten (D66):

Dus ondanks het citaat "vandaag de dag kan het zelfs gebeuren dat nieuw leven wordt uitgedoofd, om te vermijden dat de individuele vrijheid wordt verstoord" van de heer Baudet, staat hij pal achter het recht van Nederlandse vrouwen om zelf te beslissen over hun lijf en over abortus?

De heer Baudet (FvD):

Ja, absoluut. Als de gedachte dat iedereen hetzelfde zou moeten zijn emancipatie is, dan ben je bezig mensen opnieuw in een hokje te stoppen. Volgens mij is het juist idee dat mensen optimaal zichzelf moeten kunnen worden in Nederland, wat dat ook maar is. Dat is het idee. Je bent vrij om te worden wie je bent. Dat is inderdaad een liberaal-conservatieve gedachte, want het bevrijdingselement is groot, maar ook het samen-element, gemeenschap, is groot.

De voorzitter:

De heer Jetten, tot slot.

De heer Jetten (D66):

Ik ga er toch even op door, want je moet bij de heer Baudet vaker op een punt terugkomen. De ene week is hij voor een Nexit, de andere week tegen. Hij is nu de ene maand voor abortus en de andere maand tegen. Ik ben blij dat de heer Baudet nu zegt: je kunt niet iedereen in een hokje stoppen; iedereen moet vrij zijn. Kunnen we dan ook een deel van uw betoog van zojuist gewoon skippen voortaan? Krijgen migranten in Nederland en derde- en vierdegeneratie Nederlanders met een migrantenachtergrond voortaan ook van u de ruimte om zichzelf te zijn?

De heer Baudet (FvD):

Mensen krijgen de ruimte om zichzelf te zijn. Mensen hebben de ruimte om zichzelf te zijn. Daarom hebben wij ook de Wet bescherming Nederlandse waarden ontwikkeld. We zeggen dat het gaat om een aantal fundamentele uitgangspunten waar alle mensen in Nederland aanspraak op moeten kunnen maken. Het is nou eenmaal een gegeven dat heel veel van de gebruiken en culturen uit die verre windstreken waar die mensen vandaan komen heel onderdrukkend zijn en onvrijheid opleveren. Een voorbeeld is natuurlijk de boerka. Daar strijden wij tegen. Zeker.

De heer Jetten (D66):

Voorzitter, tot slot. De heer Baudet bevestigt dus dat Nederlandse normen en waarden gaan over vrijheid en zelfbeschikking. Ik kan van hem de garantie krijgen dat Forum voor Democratie hier in deze Kamer niet zal pleiten voor het inperken van de abortuswetgeving?

De heer Baudet (FvD):

Dit is toch nooit aan de orde geweest? Ik begrijp überhaupt niet waar de vragen vandaan komen. Het is een soort imaginaire politiek die de heer Jetten bedrijft. Er worden mij allemaal citaten en dingen in de mond gelegd waar ik me volstrekt niet in herken.

De heer Jetten (D66):

Ik leg hem niks in de mond. Die citaten zijn van de heer Baudet zelf. Dat is de crux van het politieke debat. Als je iets zegt, dan kun je daar ook mee geconfronteerd worden. Dan moet je daar ook verantwoording over afleggen.

De heer Baudet (FvD):

Je kunt toch heel goed in een essay allerlei kwesties opwerpen zonder dat dat de gevolgen moet hebben die de heer Jetten daar in een soort pavlovreflex in leest? Je kunt toch heel goed zeggen dat we ons best eens een keer allerlei dingen kunnen afvragen, zonder dat dat meteen betekent dat ik het blijkbaar wil verbieden. Dat is toch heel iets anders? Je kunt toch zeggen: jongens, we kunnen ons best afvragen of het plezierig is dat we X, Y, Z. Dat hoort volgens mij bij een vrije samenleving.

De voorzitter:

Volgens mij heeft u hier het nodige over gezegd, meneer Jetten.

De heer Jetten (D66):

Eén zin dan. Ik constateer gewoon dat vrouwen in Nederland die naar dit debat kijken ook na dit antwoord nog steeds niet weten waar Forum voor Democratie staat als het gaat om vrouwenrechten.

De heer Baudet (FvD):

Ik denk dat dat niet waar is.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Baudet. Ik geef tot slot het woord aan mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

Voorzitter, dank u wel. "Wie de wereld beschouwt, realiseert zich hoe bijzonder het is te leven in een land waarin mensen zich veilig kunnen voelen, waarin vrijheid samengaat met verdraagzaamheid en verantwoordelijkheidsgevoel". Dat was het begin van de Troonrede gisteren. Het zette me aan het denken. Het klinkt prachtig, maar ik vraag me oprecht af of we leven in een land waarin mensen zich veilig kunnen voelen en waarin vrijheid samengaat met verdraagzaamheid naar elkaar. Dat zou mooi zijn. Maar worden groepen in de samenleving niet vooral tegenover elkaar gezet? Doet de politiek daar niet hard aan mee? Seculier tegen religieus, gewone Nederlander tegen andere Nederlanders, jongeren tegen ouderen, mensen tegen dieren. Het benoemen van groepen kan uiteraard handig zijn om aan te geven waar je het over hebt en welke individuen in gezamenlijkheid meer bescherming of andere maatregelen nodig hebben, maar het gaat mis als het in negatieve zin bijdraagt aan de polarisatie en een negatieve bijdrage levert aan het politieke debat. Mensen zijn niet in hokjes te plaatsen. Laten we in onze debatten zoeken naar verbinding en als uitgangspunt nemen dat mensen gelijkwaardig zijn en dezelfde doelen nastreven, ongeacht geslacht, huidskleur, geaardheid of levensovertuiging. Laten we concluderen dat ook dieren rechten hebben, onder andere om te leven naar hun aard, zonder pijn of ander ongerief, en dus intrinsieke waarde hebben.

Voorzitter. Is er een algemeen gedragen verantwoordelijkheidsgevoel voor de impact van onze keuzes op anderen, mens en dier, de samenleving, de natuur, een leefbare aarde? Zo ja, ondersteunt de overheid dat, en in welke mate? Zijn we überhaupt wel veilig als de regering gerechtelijke uitspraken over het klimaatbeleid en het stikstofprobleem aanvecht en met creatief boekhouden nieuwe rekenmodellen presenteert waarmee de economie kan blijven groeien, infrastructurele projecten toch door kunnen gaan en megastallen mogen uitbreiden, die mensen en dieren chronisch ziek maken? Voelen mensen zich dan veilig?

Kan iedereen met een geliefde hand in hand of zoenend over straat lopen? Kan iedereen veilig wonen, zonder weggepest te worden door onverdraagzamen? Voelt iedereen zich veilig om zichzelf te zijn? Heeft het kabinet bijvoorbeeld ook plannen om lhbti'ers extra te ondersteunen en om de transgenders het leven te laten vieren? De overheid heeft de taak om haar burgers te beschermen en om de kwetsbare waarden in ons land te verdedigen.

Voorzitter. Het ging vandaag al vaker over het salafisme, over onverdraagzaamheid van mensen ten aanzien van andere leefwijzen en de rechtsstaat. Wat is de oplossing? Seculier vrij onderwijs wellicht. Als mensen zich moedig los worstelen uit een voor hen beklemmend geloof, of het nu moslims, gereformeerden of Jehova's getuigen zijn, moeten wij hun veiligheid garanderen. Mensen worden soms, omdat ze bijvoorbeeld in vrijheid voor liefde kiezen, verstoten door hun geloofsgemeenschap, hun familie. Eerder dit jaar debatteerden we over de verwerpelijke Nashvilleverklaring, over kinderen die al maandenlang hun ouders niet meer gezien hebben omdat de geloofsgemeenschap en uiteindelijk ook hun familie vond dat zij in zonde leefden door zelf te kiezen wie zij liefhebben. Hoe kunnen we deze mensen opvangen en ondersteunen? Hoe kunnen we de dolle mina's en de vrijdenkers uit de moslimgemeenschap ondersteunen in hun roep om in vrijheid hun leven te omarmen?

Maar zijn we veilig als onze eigen overheid onschuldige burgers afluistert en als extra waarborgen in de Sleepwet, die het op grote schaal afluisteren van onschuldige burgers moest voorkomen, niet worden nageleefd door de inlichtingendiensten, juist die diensten die ons veilig zouden moeten houden, maar die ons beroven van hetgeen nu juist een voorwaarde voor veiligheid is, onze privacy? Zijn we veilig als het UWV en de Belastingdienst, volgens het kabinet het gezicht van de overheid, mensen in grote financiële problemen brengen door de schuldenindustrie? Kunnen we de burger weer belangrijk maken, de mens die vermangeld wordt door de bureaucratie, die in de schuldenlast verkeert, mensen die vechten voor hun persoonlijke vrijheid?

Voorzitter. Kunnen we mensen zich veilig laten voelen, zelfs als de politie zelf zich niet veilig voelt? Wat doet het kabinet daaraan? Komt het vertrouwde gezicht van de wijkagent weer terug in de wijk, waardoor mensen een laagdrempelig aanspreekpunt hebben? Vanmorgen hoorde ik een rechercheur op Radio 1 in verbijstering reageren op de plannen van het kabinet: mooie woorden, maar de concrete uitwerking ontbreekt. Wijkagenten die er nog zijn, worden ingezet voor noodhulp. Aangiften van bijvoorbeeld mishandeling en verkrachting kunnen niet verwerkt worden. Er kan geen onderzoek gedaan worden, want de tijd is er niet en de capaciteit ontbreekt.

Voorzitter. De woorden van deze werkvloer kunnen net zo gemakkelijk gekopieerd worden naar de werkvloer van de zorg en het onderwijs. Ik sluit me graag aan bij de vragen van GroenLinks, de SP en de PvdA over de problemen in deze sectoren.

Voorzitter. Gisteren hoorden we in de Ridderzaal ook deze uitspraak: "Vertrouwen in de toekomst heeft ook te maken met de manier waarop mensen zich vertegenwoordigd voelen". Geeft het vertrouwen in de toekomst als dit kabinet akkoord na akkoord sluit met het bedrijfsleven, bijvoorbeeld het alom besproken Preventieakkoord, waarbij onafdwingbare afspraken worden gemaakt en de lasten bij de burger worden gelegd in plaats van bij de multinationals, die er hun verdienmodel van gemaakt hebben om mensen, jongvolwassenen en zelfs kinderen, verslaafd te maken aan ongezond eten? En dat terwijl de btw op een eerste levensbehoefte als groente en fruit verhoogd blijft van 6% naar 9%. Wil de minister-president toezeggen dat deze btw-verhoging nu teruggedraaid zal worden?

Voorzitter. Hebben mensen vertrouwen in de toekomst als hard werken niet beloond wordt, als de koopkracht nauwelijks toeneemt maar eerder daalt, als de pensioenen gekort worden en allerlei rare belastingconstructies ervoor zorgen dat mensen erop achteruitgaan als zij meer gaan werken? Vandaag luidt de Raad van State de noodklok voor werkende armen. Bij flexwerkers, schijnzelfstandigen en mensen die in deeltijd werken, komt relatief vaak armoede voor. Wat gaat het kabinet daaraan doen?

Voorzitter. Onze economie is vooralsnog robuust, liet de minister van Financiën weten. Maar wat wordt er bedoeld met "een robuuste economie"? Hoe kan onze economie robuust zijn als we tegen de ecologische grenzen aanbotsen? Als de hoeveelheid grondstoffen die de aarde ons jaarlijks kan bieden, ieder jaar steeds eerder in het jaar wordt opgemaakt? Nederland is door de zeer geflexibiliseerde economie juist niet robuust. Steeds meer mensen hebben het moeilijk in Nederland en kunnen moeilijker rondkomen. Wat gaat het kabinet daar nu concreet aan doen? Hoe gaat deze regering en einde maken aan het precariaat?

Voorzitter. Gaat het kabinet ondanks de stikstofuitspraak van de rechter extra woningen bijbouwen? Hoe? Gaat dat dan ten koste van het schaarse groen in Nederland? Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat mensen een passend dak boven hun hoofd krijgen en kunnen leven in een gezonde, groene leefomgeving? Van de minimale 48 m2 groen per inwoner die de VN adviseert, raakt Nederland steeds verder verwijderd, nu de kapwoede in dit land de laatste stukken bos laat verdwijnen. Wil het kabinet deze plannen herzien en laten aansluiten op het algemeen belang om Nederland en de aarde leefbaar te houden?

Voorzitter. Voelen mensen zich nog vertegenwoordigd door de volksvertegenwoordiging, door de zogenaamde traditionele politieke partijen? Want moeten we niet allemaal naar dezelfde doelen streven? Wie pakt de handschoen op om de achterban te verenigen van de progressief liberale partijen die universele waarden en verheffing van het individu als uitgangspunt nemen? Zou er niet meer samengewerkt moeten worden? Zouden niet alleen Kamerleden bij wet onafhankelijk en zonder last hun volksvertegenwoordigende taken moeten kunnen vervullen, maar ook in de praktijk de macht van de traditionele politieke partij doorbroken moeten worden? Daardoor heeft ieder Kamerlid echt evenveel recht van spreken, kan beschikken over evenveel ondersteuning en hoeft niemand met meel in de mond naar een debat. Want mensen snakken naar idealen, naar échte idealen, geen goedkope verkiezingsretoriek die sleets wordt naarmate ze vaker herhaald is.

Ik denk dat Nederland toe is aan een vrij, onbelemmerd debat en een herwaardering van de persoonlijke vrijheid en de individuele emancipatie. Een vreedzame strijd van ideeën, waarbij het beste idee aan invloed wint. Een echt debat, met aan het einde een stip aan de horizon. We moeten geen moeilijke onderwerpen uit de weg gaan.

Voorzitter. Ja, laten we een breed debat voeren over de staat van onze democratie. Er ligt een mooi rapport van de staatscommissie parlementair stelsel. En laten we het dan inderdaad hebben over zaken als de terugkeer van het referendum en de verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd. Nederlandse burgers willen actief meedoen en hun eigen lot in eigen hand nemen. Geef het volk die macht terug. Dát is verheffing en brengt het vertrouwen in de politiek en in onze toekomst terug.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Kooten-Arissen.

Voordat ik afsluit, wil ik toch nog even iets zeggen. Terwijl wij hier debatteren over de Miljoenennota, gaat de dood van de advocaat Derk Wiersum als een schok door heel Nederland. Het is afschuwelijk en het is ongekend voor onze rechtsstaat. Hij is 44 jaar en heeft twee kinderen. Namens de hele Kamer wens ik zijn vrouw, zijn vrienden, zijn geliefden en zijn familie heel veel sterkte toe.

De beraadslaging wordt geschorst.