4 Begroting Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2020

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2020 ( 35300-XIV ).

De voorzitter:

Aan de orde is de begroting van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Kamerstuk 35300-XIV). Ik heet iedereen, de mensen op de publieke tribune, de woordvoerders landbouw en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van harte welkom.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik geef de heer Madlener, als eerste spreker namens de PVV, het woord.

De heer Madlener (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen door toch even stil te staan bij het overlijden van mevrouw Vogelaar. Ik heb veel met haar mogen debatteren en je schrikt enorm van zo'n bericht. Dus ik wil bij dezen de nabestaanden en vrienden heel veel steun toewensen.

Voorzitter. We gaan vandaag spreken over de begroting van Landbouw, Natuur en Visserij. Maar deze begroting wordt natuurlijk totaal overschaduwd door al het onheil dat onze boeren al jaren teistert. Als een politieke stikstofdeken hangt het in deze zaal en je voelt het overal: de onvrede groeit en groeit. Het grootste boerenprotest uit de geschiedenis gaat echt ergens over. De maat is nu echt vol. Na al die jaren van steeds weer nieuwe regeltjes, vaak afkomstig uit Brussel en als braafste jongetje van de klas door Nederland altijd zo actief in wetgeving omgezet, en na al die jaren van ellende zijn de boeren nu echt, echt boos. Eerst waren de vissers aan de beurt om hun investeringen en hun toekomst ten onder te zien gaan en nu zijn het de boeren van dit land. De boeren waar iedereen trots op is. Althans, dat beweren de politieke partijen. Maar als je echt trots bent op de boeren of de vissers, dan trakteer je ze niet telkens op nieuwe regeltjes en op steeds weer nieuwe zware lasten. Dan geef je ze niet de schuld, maar dan kom je voor ze op en dan trotseer je de Brusselse bureaucraten. Maar dit kabinet heeft laten zien dat het niets voor elkaar wil krijgen in Brussel. Onze vissers zijn totaal in de steek gelaten. Het is slappe hap en roomser dan de paus.

En nu zijn onze boeren aan de beurt. Eerst zijn er jarenlang totaal onmogelijke mestregels uitgestort over de boerensector met een onmogelijk fosfaatrechtenstelsel, waardoor het toekomstperspectief steeds onzekerder is geworden en de administratieve en financiële lasten torenhoog zijn opgelopen. Nog steeds zijn er duizenden knelgevallen die door totaal oneerlijke regels echt in zwaar weer terecht zijn gekomen. De politiek laat ze uiteindelijk vallen als een baksteen. En nu is het juridische stikstofmonster uit de kast gehaald om de boeren weer een kop kleiner te maken, want dat is wat er gebeurt. Terwijl diezelfde boeren een enorme prestatie hebben geleverd in de laatste twintig jaar door de stikstofuitstoot te halveren, staan ze nu ineens in het midden van een klimaatorkaan. Het kabinet heeft zich totaal overgeleverd aan het milieu en het klimaat van GroenLinks en de wereldvreemde studeerkamergeleerden van D66. Het is overgeleverd aan de dromen van de ChristenUnie en het CDA om altijd maar het braafste jongetje van de Europese klas te zijn. Als je goed kijkt, zie je ook een klein aureoolje boven hun hoofd verschijnen. De rechtse tegenkrachten van wat ooit de VVD was, zijn allang uitgedoofd onder Mark Ruttes ambities om de langstzittende premier te worden.

Voorzitter. Feitelijk is er niets aan de hand. De stikstofuitstoot daalt al jaren en is nu stabiel op een vrij laag niveau. De natuur in Nederland staat er helemaal niet beroerd voor. Het gaat met veel soorten zelfs beter dan vroeger. Zelfs de wolf is weer terug op de Veluwe en de bossen hebben geen last van zure regen. De lucht is schoner dan toen ik een kind was en ook het water in de vele sloten en beken gaat niet achteruit maar eerder vooruit in kwaliteit. Natuurlijk kan het altijd beter, maar voor een vol land als Nederland doen we het echt niet slecht en gaat het niet slecht met de natuur. De natuur past zich aan aan de omstandigheden en dat is ook de kracht van de natuur.

De heer De Groot (D66):

U zegt: het gaat niet slecht met de natuur. Volgens alle officiële lijstjes staan we onderaan in Europa. U zegt: het gaat goed met de bossen. Een op de tien eiken, toch echt een mooie Nederlandse boom, is ziek, doordat er te veel stikstof in de bodem komt waardoor schimmels en andere organismen niet goed werken en de eiken gewoon te weinig voedingsstoffen en water krijgen. Hoe ziet u dat?

De heer Madlener (PVV):

Het is maar hoe je wil kijken. Ik woon vlakbij een natuurgebied en ik wandel vaak in de natuur. Kijk eens om je heen! We zien dat de lucht en het water schoner worden. Het gaat niet zo slecht. We zijn geen derdewereldland. We zijn een heel druk land, met heel veel activiteiten, met heel veel mensen. Toch hebben we nog een relatief schoon klimaat. We kunnen schone lucht inademen. De eiken gaan niet massaal dood. Natuurlijk zal er eens een boom doodgaan; dat is ook de natuur. Maar over het algemeen staan de bossen er prima bij. Uw doembeeld, dat het zo slecht gaat met de natuur, vind ik echt overdreven. Het gaat best goed met de natuur. Heel veel soorten doen het goed. Kijk naar de ganzen in Nederland: het stikt van de ganzen. De bomen staan mooi in blad. Ik vind het gewoon overdreven. U gebruikt een doembeeld om nu de boeren te pakken en dat is onterecht.

De heer De Groot (D66):

D66 baseert zich hier op wetenschappelijk onderzoekers, die het hebben over een op de tien eiken. Ik vind dat toch echt een symbool voor Nederland, net als de grutto, waar het ook niet goed mee gaat. Ik had van de PVV verwacht dat u het voor dit soort symbolen, voor die belangrijke nationale bomen, toch wat meer zou opnemen. Want het gaat echt niet goed met de eiken. Ga maar na.

De heer Madlener (PVV):

Kijk uit het raam hier achter u. Ik zie u praten, terwijl ik achter u de bomen vol in blad zie staan. Die staan er prachtig bij. Ze staan midden in de stad. Hier kunnen we de Tweede Kamer niet verbouwen omdat er een stikstofprobleem zou zijn. Het is te zot voor woorden. Ik zou zeggen: ga de natuur eens in en kijk zelf, dan valt het reuze mee.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ik ben het eens met D66 dat het helemaal niet goed gaat met de natuur. In 100 jaar is 80% van de planten en dieren verdwenen uit Nederland. Ik heb een vraag aan de heer Madlener. Die gaat erover dat de lucht inderdaad schoner is geworden en dat het probleem van de zure regen is verdwenen. Hoe komt dat, denkt de heer Madlener?

De heer Madlener (PVV):

Dat komt door die fantastische prestatie van boeren. Die stoten namelijk inmiddels de helft minder stikstof uit dan toen ik jong was. Daar heeft iedereen zijn bijdrage aan geleverd. Dat is goed en dat moet ook geprezen worden. Maar we moeten niet overdrijven en zeggen: na al die stikstof- en al die mestregels die we hebben uitgestort over de boeren, gaan we nu weer die stikstof uit de kast halen. Het moet een keer klaar zijn. Het gaat helemaal niet slecht met de natuur in Nederland. Natuurlijk, sommige soorten doen het beter, andere soorten doen het weer wat slechter. Dat is ook de natuur; dat hoort erbij. Maar u gaat nu echt overdrijven door te zeggen: ieder menselijk handelen mag niet in de natuur gezien worden. Dat is overdreven. Dat doen andere landen in Europa ook niet en dat moeten wij ook niet doen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Het probleem van de zure regen is opgelost, niet doordat er een paar boeren waren die zeiden "we slaan de handen ineen en we gaan het probleem oplossen", maar doordat wij hier vanuit de regering en vanuit Europa regels hebben gesteld die ervoor zorgen dat de milieudruk afneemt. Dat is ook precies waar wij hier voor zijn. U doet het voorkomen alsof dat allemaal vanzelf gaat. Dat is niet zo.

De heer Madlener (PVV):

Ik ben juist bang voor uw regels, mevrouw Bromet. Ik ben bang voor uw regels. Een nieuwe schone auto stoot tien keer minder stikstof uit dan acht jaar geleden. Die auto is onbetaalbaar geworden door uw milieubelastingen, onbetaalbaar. Nu gaan we massaal tweedehandsauto's importeren, omdat we die auto niet meer kunnen betalen. We zien beleid als het bijstoken van houtsnippers. Miljarden aan belastinggeld gaan we in houtsnippers steken, die we moeten verbranden in de Nederlandse centrales. Het is te zot voor woorden. Allemaal extra stikstofuitstoot. Dat doet u vanuit het idee van klimaatbeleid. Het is te waanzinnig voor woorden. Het bijmengen van biobrandstoffen. Het is allemaal niet goed voor de natuur en dat is uw beleid. Daar wil ik tegen ageren. U moet stoppen met de boeren te pesten.

Voorzitter. De natuur past zich aan de omstandigheden aan. Dat is de kracht van de natuur.

De voorzitter:

Maak eerst uw zin af, meneer Madlener.

De heer Madlener (PVV):

Dit was mijn zin.

De voorzitter:

O, dat was hem? Oké. Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik aarzel een beetje, want alles wat de heer Madlener zegt, zien we ook in het debat en komt ook van de boeren. Het werkt eigenlijk niet als partijen als GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren daar dan de feiten tegenoverstellen. Het eerste wat ik zou willen doen, is de minister uitnodigen om uitgebreid in te gaan op alle beweringen die hier worden gedaan.

De voorzitter:

Dat gaat u in uw eigen bijdrage doen, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Mijn vraag aan de PVV-fractie is dan wel ...

De voorzitter:

Ja, daar gaat het om.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het gaat om één concreet voorbeeld waarin de PVV-fractie ervoor heeft gekozen om boeren meer ruimte te geven dan voor natuur en milieu verantwoord was: de fosfaatdiscussie. Na het afschaffen van de melkquotering wilde de PVV geen productiebeperking. Toen uiteindelijk werd ingegrepen, was dat een plan van de boeren zelf. LTO, NAJK en NZO hebben toen zelf een plan geschreven voor regels omdat ze bang waren de derogatie te verliezen. Dus ik ben eigenlijk gewoon benieuwd waar de PVV op stuurt als ze zegt "het zijn allemaal jullie regels". Het was het plan van de sector zelf dat ervoor zorgde dat ze 60.000 koeien naar de slacht moesten sturen.

De heer Madlener (PVV):

Ik denk dat de huidige plannen niet van de boeren zelf afkomen. Het is waar, Nederland wordt in Brussel altijd gechanteerd met derogatie, terwijl we die derogatie krijgen omdat Nederland een klimaat heeft waarin meer mest kan worden opgenomen; dat weet u ook. We moeten ons niet laten chanteren door Europa. We moeten ons onze mooie landbouwsector niet laten afpakken door Europa. We doen het goed. Het gaat best goed met de natuur, dat bent u hopelijk ook met mij eens. Een heleboel soorten doen het ook goed. Laten we niet doemdenken en laten we stoppen met het pesten van de boeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het punt is ... Ik kan me best voorstellen dat een partij zich verzet tegen natuur- en milieuregels, dat je zegt "Nederland is een grote stad, laten we het maar vergeten met de natuur". Dat kan een standpunt zijn.

De heer Madlener (PVV):

Ik weet niet wie dat zegt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Maar we hebben te maken met afspraken waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd en met de rechtsorde. Op het moment dat het er echt op aankomt, zeggen boeren zelf, zo hebben we kunnen zien, "dan maar een fosfaatreductieplan". Dat was van LTO, NAJK, NZO ...

De voorzitter:

En de vraag is?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

... en de Rabobank. Als de boeren op dat moment, hoe gemankeerd ook — ze hadden dat immers moeten voorzien — toch zeggen "laten we toch maar iets inkrimpen, want anders wordt het nog veel erger", waarom is de PVV dan niet bereid om te erkennen dat er wel degelijk milieu- en natuurgrenzen zijn waarmee je gewoon te maken hebt?

De heer Madlener (PVV):

Ik zou bijna de heer Remkes gaan citeren: het is de politiek die er een puinhoop van heeft gemaakt. Maar goed, natuurlijk zijn er milieuregels en die willen we ook niet allemaal afschaffen. Maar wat hier gebeurt, is dat we onszelf een stikstofprobleem aanpraten. Dat overdrijven we zwaar. Het zijn regels die veel strenger zijn dan in Duitsland en België. Een heleboel boeren, juist de kleine familiebedrijven, worden daarvan slachtoffer. Dat hele gevaar van stikstof is echt overdreven. Het gaat helemaal niet zo slecht met de natuur in Nederland. Sommige partijen hier willen het doen voorkomen alsof de aarde vergaat als we de boeren niet wegpesten, maar zo is het niet. Dat zijn ook feiten. De minister kan daar straks op reageren. Maar zo slecht gaat het niet met de Nederlandse natuur.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. Wij geloven in de kracht van de natuur. Die zien we om ons heen. Een beetje stikstof is voor heel veel planten juist heel goed. Er kan ook een prima ecosysteem ontstaan in een stikstofrijke natuur. Denk aan de bloemrijke akkerranden die we allemaal willen. Dat zijn stikstofrijke akkerranden, kan ik u vertellen. Stikstof is ook helemaal geen gif voor de planten. Het is juist voeding, net als CO2. Bomen en heel veel mooie planten doen het prima. Maar goed, mijn betoog is helder: het gaat niet zo slecht.

Het enige wat veranderd is in mei, is dat de rekenregeltjes die de Kamer zelf verzonnen en gewild heeft en die als basis golden voor de vergunningverlening, gesneuveld zijn voor de rechter. Dat is veranderd. Er is niks veranderd met de boeren. Er is niks veranderd met de natuur. Nee, dát is veranderd. We hebben te maken met een juridisch probleem, waardoor 18.000 overheidsprojecten niet kunnen doorgaan en heel Nederland op slot zit. En dus is er grote paniek. Dan zou je verwachten dat het kabinet het oplost door snel nieuwe regels te maken of de regels juist af te schaffen. Maar nee, dan blijkt het poldermodel een nachtmerrie. Er wordt geen daadkracht getoond, maar er wordt een commissie in het leven geroepen om alle partijen die het kabinet steunen te faciliteren. Iedere partij levert een bureaucraat, dan doe je er nog wat duurzaamheidshoogleraren bij, en hup, dan heb je weer maanden tijd gewonnen en is de hele coalitie weer tevreden. De heer Remkes mocht als VVD-coryfee wat bij schnabbelen en de commissie van zijn naam voorzien, en hup, de commissie-Remkes was geboren. Gelukkig waren Doekle Terpstra en Ed Nijpels niet beschikbaar, want anders hadden we ons weer aan die politiek correcte babbelaars mogen ergeren.

Voorzitter. De uitkomst van die commissie was natuurlijk geen verrassing. Het was voor iedere partij die de coalitie steunt wat wils. Het was politiek correct. Het was Europaproof. Het was milieu- en klimaatbestendig. Alles zat erin, behalve een oplossing voor de juridische impasse die was ontstaan. Er kwam geen noodwet en er kwam geen versoepeling van de veel te strenge regeltjes. Niets van dat alles. Vooralsnog wil het kabinet eerst de eurofiele liberaal-democraten van D66 en de milieuactivisten van GroenLinks faciliteren. Onder de weinig verheffende titel Niet alles kan, werd een soort nieuw regeerakkoord gepresenteerd. Dat werd ook meteen gretig overgenomen door het kabinet.

130 rijden op de snelweg, dat kan niet meer. Koeien laten grazen op een weiland bij een natuurgebied, dat kan niet meer. Je boerenbedrijf overdoen aan je kinderen, dat kan eigenlijk ook niet meer. Er een open stal bij bouwen om je biologische bedrijf rendabel te houden, kan ook niet meer. Een goede boterham verdienen als klein agrarisch gezinsbedrijf, kan ook niet meer. Maar wat wel kan, is de massale bijstook met houtsnippers, waardoor bossen worden gekapt en er heel veel stikstof extra wordt uitgestoten. Wat ook kan, is het importeren van honderdduizenden kilo's plofkippen en kooi-eieren uit Oekraïne. Wat ook kan, is een schimmige vleesdeal met Zuid-Amerika, waardoor er oerwoud wordt gekapt en onze veehouders worden weggeconcurreerd. Hoezo beter verdienmodel? Wat ook kan, is de btw verhogen op oer-Nederlands vlees, groente en fruit. Hoezo beter verdienmodel? Wat ook kan, is het verhogen van de milieuheffingen op schone auto's — milieuheffingen noemen ze dat! — zodat wij een nieuwe auto niet meer kunnen betalen en Nederlanders massaal oude tweedehandsauto's importeren uit Duitsland. Hoezo milieubeleid? En wat ook kan, is de grenzen open laten staan en ieder jaar honderdduizend nieuwe mensen hiernaartoe halen in ons overvolle land. Hoezo stikstofprobleem?

De heer Geurts (CDA):

Ik hoor de heer Madlener wild om zich heen slaan naar allerlei partijen. Dat laat ik even passeren, maar ik heb wel een heel concrete vraag. De motie van mijn hand om een commissie in te stellen die naar de stikstof zal kijken, wat de commissie-Remkes is geworden, is wel door de PVV-fractie gesteund. Als ik uw verhaal nu zo hoor, is mijn vraag: waarom?

De heer Madlener (PVV):

In mei was de uitspraak. Er ontstond toen grote paniek, maar er gebeurde maandenlang niets. De regering deed niets. Als het enige haalbare dan een motie van uw hand is om een commissie in het leven te roepen waar hopelijk wat uitkomt, dan hoeven we daar niet tegen te zijn. Maar wat komt eruit? Niks. De boeren worden gepest. Dat komt eruit. Het gaat om uw commissie. U zou zich hier moeten verzetten tegen de uitkomsten van die commissie. Dat doet u niet. U omarmt het. Uw regering heeft gelijk gezegd: gaan we doen.

De heer Geurts (CDA):

Het is heel bijzonder hoe de heer Madlener om zich heen slaat. Volgende week hebben we nog een debat over stikstof. Dan zult u de conclusie of de CDA-fractie dit omarmt of niet, wel horen. Maar wat is de oplossing van de PVV-fractie? We hebben te maken met een rechterlijke uitspraak. Als ik het verhaal van de PVV-fractie beluister, komt het bij mij zo over alsof we helemaal niks te maken hebben met de rechterlijke macht in Nederland: negeren, gewoon doorgaan, blind, alles mag, maar niet luisteren naar de rechterlijke macht.

De heer Madlener (PVV):

Ik heb al precies duidelijk gemaakt wat ik wil. We hebben namelijk een juridisch probleem. Wij hebben als Nederland veel te strenge regels afgesproken. De PAS zou daar iets van verzachten, maar die is nu gesneuveld. Dus we moeten die regels versoepelen. We moeten de oplossing niet zoeken in het pesten van de boeren of in het wegjagen van automobilisten, maar in het versoepelen van de regels. U komt zelf met een voorstel voor een drempelwaarde, zoals Duitsland dat ook doet. Prima! Dát is de oplossing. Daar hebben we toch geen commissie-Remkes voor nodig, die na een halfjaar met waardeloze voorstellen komt? Dát had moeten gebeuren! Dat had de regering allang kunnen doen. We moeten ons niet laten ringeloren door Brussel en onze eigen mooie sector het land uit jagen, maar we moeten opkomen voor onszelf. We moeten ons niet zoals bij de vissers altijd maar laten kleineren door Brussel.

Voorzitter. Ik rond af. Ik moet nu toch een beetje cynisch worden. Want het zijn juist die kleine en middelgrote familiebedrijven die getroffen worden door de strenge milieuregels. Zij zitten juist vaak in de buurt van de vele Natura 2000-gebieden die we hebben. Zij hebben nog relatief kleine aantallen vee en hebben niet de miljoenen om te investeren in hermetisch afgesloten industriële megastallen met luchtwassers. Ik toon nu het artikel in Het Financieele Dagblad over de opening van de eerste Remkesproof stal. Ik geloof dat er 33.000 varkens in staan. Ik zal het artikel ook aan de minister laten zien. Het is allemaal hermetisch afgesloten en het gaat om gigantische aantallen. Dit is echt een soort industrie. Dít is nou bio-industrie! Dit is Remkesproof. En dit is wat we krijgen. Ik weet niet wie dit wil, maar wij willen dit niet. We hebben een kleine, mooie sector met familiebedrijven. We hoeven geen megastallen van 20 miljoen die hermetisch zijn afgesloten, met alle kans op stalbranden.

Voorzitter. Wij willen juist die kleinere en middelgrote ondernemers steunen. Zij zijn nu zo waardevol voor ons land en ons landschap, meneer De Groot. Zij kunnen die mooie houtwallen onderhouden en al die prachtige bloemrijke akkerlanden laten bloeien. Dit beleid zal opnieuw tot een verdere schaalvergroting leiden. Dat is slecht voor ondernemers, slecht voor jonge boeren, slecht voor ons landschap en slecht voor het dierenwelzijn.

Voorzitter. Ik vraag het kabinet te stoppen met dit gepolder met de milieufundamentalisten en de mensen die ons vleesschaamte willen aanpraten en om niet te luisteren naar D66 en GroenLinks. Ik vraag het kabinet om de regels voor stikstof juist te versoepelen. Nederland hoeft niet de strengste regels van Europa te hebben. We hoeven niet strenger te zijn dan Duitsland en België. We moeten achter onze ondernemers gaan staan. We moeten echt achter onze boeren gaan staan en kappen met die overdreven regels, die zo veel stukmaken. Pas als u dat doet, als u dát doet, kunt u met recht zeggen: wij zijn trots op onze boeren.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Madlener. Dan geef ik nu het woord aan de heer Graus, ook namens de PVV. Er wordt geknuffeld. Ook fijn. Meneer Graus, ...

De heer Graus (PVV):

Mevrouw de voorzitter, goedemorgen.

De voorzitter:

... begint u altijd met knuffelen?

De heer Graus (PVV):

Met Barry knuffel ik altijd, ja.

De voorzitter:

Ach! Oké.

De heer Graus (PVV):

Aan knuffelen met sommigen moet ik niet denken, maar met Barry doe ik het heel graag.

Mevrouw de voorzitter. Het belangrijkste deel voor mij komt nu natuurlijk: dierenwelzijn. Daar ben ik ooit de Kamer voor ingegaan, om volksvertegenwoordiger te worden, of "dierenvertegenwoordiger" moet ik het eigenlijk noemen. Vanuit de Groep Wilders hebben we in 2005, 2006 gevraagd om de grondrechten van dieren te verankeren in de Grondwet. Dat deden we samen met GroenLinks, maar GroenLinks blokkeert momenteel zelfs mijn initiatiefwet. Ik kan momenteel niks, want de initiatiefwet is ingezet door GroenLinks. Ik heb hem ook klaar, maar Bureau Wetgeving laat mij niet toe vanwege het feit dat GroenLinks het al zoveel jaren lang bevriest. Kan de minister misschien in actie komen? Hoe kan de minister de rechten van dieren borgen in de Grondwet? Dat is voor ons zeer essentieel. Daar zijn we ooit mee begonnen als Groep Wilders. Ik ben een jongen van het eerste uur, en Barry ook. Naderhand werd het natuurlijk de Partij voor de Vrijheid, maar van mij had het trouwens altijd de Groep Wilders mogen blijven. Maar dat is nu eenmaal niet zo. Ik roep GroenLinks op om die wet vrij te geven, want wij willen die wet graag indienen. In principe kunnen we nu niks. Waarom wordt hij al zoveel jaren lang, langer dan tien jaar, geblokkeerd? Dat hoor ik dadelijk mogelijk nog wel. De huidige Wet dieren erkent de intrinsieke waarde van het dier en verzekert enkele behoeften, maar bij het groeiend aantal zware mishandelingen en de benedenmaatse, lachwekkende taakstrafjes — want die zijn echt schandalig — blijkt steeds weer dat artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek weliswaar de mogelijkheid biedt om een rechtsvordering in te stellen op grond van bijvoorbeeld het dierenwelzijn, maar dat de rechten ontbreken. Het is dus nodig.

Mevrouw de voorzitter. Binnenkort worden hier tijdens een algemeen overleg, een AO Dierenwelzijn, twee petities aan de minister aangeboden door mevrouw Gerda van den Wijngaert en de heer Michiel Mulder. Dat zijn twee burgers. Zij hebben ik weet niet hoeveel tienduizenden handtekeningen verzameld, want iedereen is het spuugzat: als je midden in de zomer ergens in een bos een hond aan een boom bindt en hem laat doodhongeren en verdorsten, dan krijg je gewoon een taakstraf van 100 uur of van 50 voorwaardelijk. Die mensen moeten de bak in! Die moeten de cel in, op water en brood, en een levenslang verbod krijgen op het houden van dieren. Zo moet je dierenbeulen aanpakken. Ik zal niet sterven voordat dat zo is, al moet ik zelf ooit minister of staatssecretaris worden om het zelf te regelen. Maar die kans is vrij klein, dus ik leg het nu maar neer bij deze minister, onze vicepremier.

Animalia hoeven niet dezelfde rechten te hebben als de homo sapiens, de mens, maar zodra we dieren hun vrijheid ontnemen hebben ze recht op een dierwaardig leven. Baby's en andere handelsonbekwame mensen zonder besef en zelfs misdadigers hebben rechten. Zelfs misdadigers! Waarom hebben dieren die niet? Zij hebben nooit een vlieg kwaad gedaan en worden allemaal gezond en wel geboren, zonder kwaad in zich. Want alle dieren worden goed en lief geboren. Waarom hebben dieren geen rechten? Minister, graag een antwoord, en graag actie. Ik vertrouw erop, ook als herder van uw schapen, want dit is de minister van dierenwelzijn en de vicepremier van ons land, en ook nog een gelovig mens. Of je in de evolutieleer gelooft of in het scheppingsverhaal: dieren waren er eerder dan mensen, waar je ook in gelooft.

Net als bij de laatstgenoemden, de handelsonbekwame mensen, kan een en ander bijvoorbeeld uitgeoefend worden — het hebben van die rechten — door juridisch vakbekwame vertegenwoordigers. Op 17 mei 2002 besloot de Bondsdag in Duitsland met een tweederdemeerderheid dierenbescherming op te nemen in de Grondwet. De Duitsers! Wij lopen met alles achter. Ook minister Weiss is ons aan alle kanten voorbij aan het vliegen. Zelfs in Bulgarije. In Bulgarije mocht ik zelf aanwezig zijn bij de introductie van de fulltime dierenpolitie. En wat doen we hier? We hebben een fulltime dierenpolitie. Het is één groot succes. Maar nee, het is een geesteskindje van de PVV en dus gaan we er parttimers van maken en het liefst draaien we ze de nek om. Partijpolitiek over de rug van weerloze dieren. Het is gewoon schandelijk. En dat terwijl de dierenpolitie volgens een oud-hoofdcommissaris een van de meest succesvolle eenheden is — eigenlijk mag je dat niet meer zeggen, maar laat ik het wel zo noemen — onder de nationale politie. Die teams zijn zo succesvol. Ze doen heel veel tegen ondermijnende criminaliteit. Als je bij een dierenbeul binnenvalt, kom je ook wapenhandel en mensenhandel tegen, handel in geld en honden, en hondengevechten. Het zijn gewoon hufters, en die moeten gewoon aangepakt worden. En dat doe je ook door dieren te beschermen.

Gaat het nog, mevrouw de voorzitter?

De voorzitter:

Ik ben helemaal wakker.

De heer Graus (PVV):

Dank u wel. Ik dacht dat u dat al was na Barry.

De voorzitter:

Ook.

De heer Graus (PVV):

Dank u wel. Ik verzoek de minister met een voorstel te komen om minimaal de vijf vrijheden — vrij van honger, dorst, pijn en noem ze allemaal maar op — beter te borgen en wel, nogmaals, in de Grondwet.

Verder doe ik wederom het verzoek om, natuurlijk in samenwerking met het ministerie en de minister van Justitie en Veiligheid, een levenslang verbod op het houden van dieren in te stellen na veroordeling. Een levenslang verbod, ook als zelfstandige straf. Heb je een dier mishandeld? Dan heb je geen recht meer om een dier te houden. Het zijn zieke idioten. Het zijn recidivisten. Ze moeten worden aangepakt. Je moet niet nog een keer een onschuldig dier in de handen van zo'n idioot geven.

Meneer Von Martels? Sorry, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

De heer Von Martels.

De heer Von Martels (CDA):

Ja, voorzitter, toch maar inderdaad via u.

De heer Graus heeft naar mijn mening wel een eenzijdig verhaal over dierenwelzijn: in alle gevallen moet degene die de overtreding begaat zwaarder gestraft worden.

De heer Graus (PVV):

Ja.

De heer Von Martels (CDA):

Maar ligt daar niet een sociaal probleem aan ten grondslag? En moet dan ook niet bekeken worden hoe dat is ontstaan? Alleen maar zwaarder straffen helpt volgens mij niet. Is de heer Graus dat met mij eens?

De heer Graus (PVV):

Dat klopt. Dat heb ik zelf ook ingebracht tijdens andere begrotingsbehandelingen LNV. Stel dat een boertje zijn vrouw verliest; zijn zoon rijdt met de motor tegen een boom aan. Die man komt in psychosociale problemen terecht. Zo'n man moet geholpen worden, want hij gaat zichzelf verwaarlozen en inderdaad ook zijn veestapel. Maar die man is per definitie geen dierenbeul. Die uitzondering heb ik altijd gemaakt. Ik heb het nu over de hufters die midden in de zomer een hond vastbinden aan een boom in Rijswijk. Ik heb het genoemd. Het zijn hufters. Ze laten honden doodhongeren. Dat doe je nog niet met de grootste misdadiger. Die mensen moet je gewoon keihard aanpakken.

De heer Von Martels (CDA):

Ik ben in ieder geval blij dat de heer Graus zelf de nuance aanbrengt. Het is geen vraag van mijn kant, wel een constatering.

De heer Graus (PVV):

Dat heb ik ook altijd gezegd. Die mensen vallen voor mij ook niet direct onder de dierenbeulen. Dit zijn mensen die door omstandigheden zelf in verval zijn geraakt. Die hebben ook psychologische, psychiatrische, hulp nodig. Dat heb ik zelf ook gezegd. Ik heb het nu over dierenbeulen, moedwillige dierenbeulen, die ziek zijn in hun hoofd. Ze worden vaak zo geboren, meneer Von Martels. Dat ga je niet meer veranderen. Als je geen respect voor dieren hebt, kun je het vergeten.

Ook wil ik een beroepsverbod indien er een arbeidsgerelateerd contact is met dieren. Denk bijvoorbeeld aan die slachthuiseigenaar die laatst een dierenarts van de NVWA, van de minister, dus van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, tegen de vlakte heeft geslagen. Zij heeft een hoofdwond. Die lieve mevrouw komt nooit meer aan het werk. Zij is een heldin, want zij is niet geweken voor de intimidaties van die slachthuiseigenaar, die nog meer op zijn kerfstok heeft. Die vrouw zit nu ziek thuis. Ik hoop haar binnenkort te mogen bezoeken. Ik vind het schandelijk. Zo'n man moet gewoon een beroepsverbod krijgen. Je blijft gewoon met je tengels van onze dierenartsen af. Vooral die slachthuiseigenaren moeten gewoon dimmen. Ze moeten terug in hun hok, met hun grote muil. Ik ben het echt spuugzat. Ik hoop dat de minister daar iets aan gaat doen. Misschien kan ik samen met de minister die vrouw bezoeken. Dan doen we iets goeds samen. Dan gaan we micromanagen. Want ieder mens en ieder dier is belangrijk. Het hoeft niet altijd om de grote structuur te gaan.

We willen dat er meer forensisch onderzoek komt bij verdachte dode dieren door ons Veterinair Forensisch Team, dus niet alleen door het Landelijk Expertisecentrum Dierenmishandeling. Dat is er ook door mij gekomen. Dat was een motie, waarbij mevrouw Ouwehand mij ook nog heeft gesteund. Wij hebben altijd gepleit voor een LED, een landelijk expertisecentrum dierenwelzijn of een landelijk expertisecentrum dierenmishandeling. Dat komt gewoon bij ons vandaan. Dat is er nu, maar ze blokkeren het Veterinair Forensisch Team van de dierenpolitie. Daar zit de eerste veterinair-forensische arts van Europa in. Dat is toch ongeloofwaardig? Dus ik heb graag dat het daar wordt ondergebracht. Logisch, want die mensen werken voor veel lagere tarieven dan het LED of het NFI. Voor een CT-scan betaalt het NFI €1.750. Het VFT betaalt er maar €200 voor. Ze werken dus ook nog veel goedkoper. Het is echt ongelofelijk dat we daar niet naar kijken. Dat geldt ook voor Kamerleden. Het gaat om publiek geld. We moeten dat Veterinair Forensisch Team dus helpen, want dat werkt ook nog veel goedkoper en beter. Het zijn de enige ter zake deskundigen op dit gebied. Dat geldt zeker voor dokter Van der Goot, wereldwijd bekend en een autoriteit, en Monique Verkerk, de dierenarts.

Bij het AO NVWA kom ik nog terug op het behoud van het dierenwelzijnsteam van de NVWA, dus daar ga ik nu niet verder op in.

Dan kom ik op verplichte etikettering van producten met ritueel of religieus geslachte dieren, tot het verbod er is. Dat verbod gaat er toch ooit komen. Geloof me maar. De mensen willen dat helemaal niet. Een merendeel van de mensen is fel tegen het ritueel martelen van dieren. Alleen de volksvertegenwoordiging deugt hier niet in, want het volk wordt in dezen niet vertegenwoordigd. Daarom moeten we gewoon blijven volhouden. Dan komt het vanzelf. Ik werd ook twintig jaar uitgelachen over de dierenpolitie. Nu is die er en is die één groot succes. Dan houden ze mij erbuiten. Zo gaat dat hier.

Dan een verbod op "trophy hunt"-reizen en een betere bescherming van de leeuw binnen CITES. De leeuw staat nu op lijst 2 en moet naar lijst 1, voor de hoogste bescherming tegen trophy hunt. De massale handel in cheeta's naar kamelenlanden, waar ze als huisdieren worden mishandeld, moet ook worden aangepakt. Daar krijg ik graag een reactie op van de minister. Ik wil dat de minister in contact treedt, of haar ambtenaren in contact laat treden, met Simone Eckhardt van de stichting SPOTS, die zich helemaal bezighoudt met de handel in cheeta's. Ik hoop ooit met haar naar Afrika te gaan. Zij weet hier alles van. Nu is de tijd te kort om het allemaal uit te leggen, dus ik wil Simone Eckhardt graag in contact brengen met het ministerie.

Voorts willen we dat CITES ook voor voor de handel gefokte exoten gaat gelden. We willen de instelling van een expertisecentrum knaagdieren, om knaagbranden te voorkomen, plus een proefstal met het "Stable Safe"-systeem, waardoor varkentjes bijvoorbeeld kunnen vluchten. Als er een brand uitbreekt en de rookmelders afgaan, vallen door de onderdruk van het voedersysteem schotten naar buiten waardoor de varkentjes kunnen wegrennen. Ze moeten kunnen vluchten. Rookmelders en sprinklerinstallaties hebben geen zin. Dan krijg je nog meer rook en dan stikken ze voordat de brandweer er is. Het is allemaal onzin. De dieren moeten kunnen vluchten. Daar gaat het om. Ik heb met de brandweer gesproken. Ik weet precies hoe het zit. Dat wil ik dus ook graag doen.

Bij dat kenniscentrum over knaagbranden en knaagdieren wil ik dokter Weijman betrokken hebben. Hij is zo wat de enige echte knaagdierenspecialist. Hij is ook rattenspecialist. Hij noemt de rat zelfs een evolutiekampioen. Die meneer moeten we hierbij betrekken. Graag een toezegging hierop, want dat kunt u gemakkelijk doen, zeg ik via mevrouw de voorzitter.

Dan de aanpak van dierenmishandeling binnen de overzeese gemeenten. Die overzeese gemeenten zijn gewoon Gallische dorpjes die niks doen aan dierenwelzijn. Ze hebben zich daar gewoon aan onze wetten en regels te houden. Dieren liggen daar aan te korte kettingen en worden mishandeld, en er wordt niets aan gedaan. Er moet een einde komen aan die Gallische dorpjes. Ook daar wil ik dat de minister actie onderneemt: daar moeten dezelfde dierenbeschermingswetten gaan gelden als hier.

We willen dat het dierenwelzijnsteam van de NVWA, het LID en de groene boa's, worden ondergebracht bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, met behoud van het budget uit de begroting van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Dat wil ik graag en mijn fractie ook. Daar ontvang ik graag een reactie op.

We willen dat de groene boa's worden voorzien van bewapening in de strijd tegen zwaarbewapende stropersbendes. Dat vragen wij trouwens al dertien jaar. Het duurt soms te lang voordat de politie in de buurt is, en dan staan ze er alleen voor.

We willen dat dierenmishandeling wordt gezien als een gekwalificeerd misdrijf, met differentiatie in strafmaat. Nu valt dierenmishandeling enkel onder de categorie "licht vergrijp".

We willen ook dat gemeenten sneller panden van illegale hondenhandelaren en dubieuze slachthuizen moeten kunnen sluiten. Deze vraag sluit eigenlijk ook aan bij mijn vorige verhaal. Ik heb al gevraagd om een beroepsverbod, maar ook een gemeente moet sneller in actie komen om al die nare martelgebouwen te sluiten. Misschien kan de minister dit doen in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Mevrouw de voorzitter. Elke keer weer blijkt dat dieren een hoofdrol spelen binnen de ondermijnende criminaliteit. Het meeste geld wordt mondiaal verdiend met dieren-, drugs-, mensen- en wapenhandel. Ik zei dat net al. Zieke puppy's komen aan, drugs gaat terug. De PVV wil dat deze minister samen met de minister van Justitie en Veiligheid, niet per kolom, maar over alle stromen tegelijkertijd, de illegale handel in dieren en hondengevechten qua aanpak, opsporing en handhaving op termijn gaat onderbrengen bij teams die zich bezighouden met de zwaar ondermijnende criminaliteit.

Tot slot, mevrouw de voorzitter. Ik wil de minister een dossier aanbieden van mevrouw Marieke de Lorijn. Dat heeft te maken met de cascade bij cavia's. Er is bijna geen medicatie meer mogelijk voor cavia's, dus er moet een soort verduidelijking en verruiming komen van de cascade, zodat ook cavia's goede medicatie kunnen krijgen. Dat wil ik de minister graag bij dezen aanbieden. Daar ontvang ik graag een reactie op. Die komt dan wel bij het algemeen overleg Dierenwelzijn. Wij zijn voor antibioticareductie — het kwam bij onszelf vandaan — maar de boel moet niet op slot.

Tot slot. Ik was afgelopen maandag bij de viering van 100 jaar KLM. Daar liep ik meteen — bam! — tegen de eerste stand aan: Wings for Animals. Dat is opgezet door stewardessen van onze nationale trots van de blauwe zwaan, de KLM. Er zit ook een vrouwelijke gezagvoerder van een 737 in het bestuur daarvan. Ik heb die vrouwen — ik wilde bijna "meiden" zeggen, omdat ze er allemaal jong en fris uitzagen — ontmoet, en ik ga me voor hen inzetten. En omdat de regering en de Staat mede-eigenaar en aandeelhouder zijn van KLM, wil ik vragen om erkenning van Wings for Animals. Ze lopen namelijk nogal tegen muren aan.

Dan het allerlaatste punt, mevrouw de voorzitter. Er is een tijger — dit is de laatste zin — in Buenos Aires, en die moet met spoed worden vervoerd. Die zit in een gesloten dierentuin. Die moet met spoed vervoerd worden naar Johannesburg via Amsterdam. Wij willen dat KLM dat gaat regelen. Help die dames van Wings for Animals en ook Hellemans, een bekende Nederlandse dierenarts, die ook bekend is van televisie. Help hen alstublieft en bemiddel erin om die tijger zo vlug mogelijk veilig in een reservaat in Johannesburg te krijgen, zodat hij weg is uit die martelkamer waar hij nu zit.

Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Graus.

De heer Graus (PVV):

Tot later vandaag!

De voorzitter:

Zeker, dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Lodders namens de VVD.

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter. Laat ik beginnen door mij aan te sluiten bij de condoleances, zoals de heer Madlener die net in de richting van de nabestaanden van mevrouw Vogelaar heeft gedaan. Ik sluit me daar namens mijn fractie volledig bij aan.

Voorzitter. Mag ik beginnen met een compliment? Vandaag en morgen bespreken wij in deze zaal de landbouwbegroting en uw timing is perfect. Deze begrotingsbehandeling valt midden in de week van het Nederlandse voedsel en aanstaande zaterdag is het Thank a Farmer Day. Dat zijn mooie initiatieven, waarbij we extra stilstaan bij de kracht van de Nederlandse landbouw. Ik zeg bewust: extra. Want waardering voor onze boeren en tuinders is iedere dag op zijn plaats.

Onze Nederlandse boeren en tuinders produceren kwalitatief goed voedsel tegen een betaalbare prijs. De Nederlandse agrarische sector heeft in vergelijking met andere landen per kilogram product de laagste impact op het milieu. Ondanks deze mooie prestatie staat de sector in de beeldvorming onder druk. Dat is niet terecht. De Nederlandse agrosector staat garant voor mondiale oplossingen voor het wereldvoedselprobleem. Zowel als producent als als land hebben we de juiste kennis en innovatiekracht om efficiënt en duurzaam voedsel te produceren. In Nederland wordt deze bijdrage weleens onderschat. Boeren en tuinders voelen zich ondergewaardeerd, terwijl de rest van de wereld de sector roemt om zijn kennis.

Mag ik een aantal feiten met u delen? Nederland is de tweede agro-exporteur van agrarische producten. De totale export bedraagt 90 miljard euro. 9% van de export betreft innovaties en technologische kennis. Het marktaandeel van de landbouw is ruim 18%. 9% van de mensen is werkzaam in de agrofoodketen. Ik kan geen andere sector benoemen waarin zo veel geïnvesteerd wordt in R&D. Het afgelopen jaar alleen al zijn de uitgaven daaraan met 17% gestegen. De Nederlandse land- en tuinbouwsector is verantwoordelijk voor 5% van het totale energieverbruik, maar tegelijkertijd is hij goed voor ruim 40% van de landelijke productie van duurzame energie. Ook op het gebied van innovatie is de sector koploper. In 2018 stonden zestien bedrijven uit de agrofoodsector in de mkb-innovatie-top 100. Ongeveer 52% van ons grondoppervlak wordt gebruikt door de land- en tuinbouw. Tot 2012 werd de meeste landbouwgrond onttrokken voor woningbouw en bedrijventerreinen. De laatste jaren zien we dit verschuiven: er wordt steeds meer grond onttrokken voor groen en steeds minder voor bouw.

Overal ter wereld kijkt men met bewondering naar de Nederlandse land- en tuinbouw. Er is veel waardering voor onze kennis. Nederland behoort namelijk tot de wereldtop in sectoren als de bloementeelt, de varkenshouderij en de zuivelindustrie. Dat is ook wel te verklaren. Nederland is een klein land en boeren moeten op een relatief beperkte ruimte hun bedrijf runnen. Daar is boerenslimheid voor nodig. Ondanks de regelmatige tegenwind en de lastige uitdagingen slaagt de sector erin om belangrijke veranderslagen te maken. De innovatiekracht draagt hieraan bij. Dat is niet alleen belangrijk voor Nederland, maar ook voor de rest van de wereld. Een combinatie van Nederlandse technieken, zoals de zaad- en plantveredeling, de kas- en stalsystemen en het watermanagement, is een gouden kans om in andere delen van de wereld, waar de bevolkingsgroei en de vraag naar voedsel toenemen, onze kennis en innovatie in te zetten. In landen zoals China is er vraag naar veel nieuwe technieken. In China woont 20% van de mensen, maar is slechts 9% van het land als landbouwgrond te gebruiken. Juist daar is het zaak dat iedere hectare optimaal benut wordt. In het Midden-Oosten, waar weinig zoet water is, worden met Nederlandse kassen tomaten geteeld. Ook in de geopolitiek speelt landbouw een belangrijke rol, want er is een verband tussen voeding en vrede.

Voorzitter. De minister lijkt zich met haar begroting en de in het regeerakkoord afgesproken richting van kringlooplandbouw vooral te richten op de regio. De aanpak van voedselverspilling en de inzet op streekproducten zijn hiervan voorbeelden. Het is prima om hier aandacht voor te hebben maar we mogen tegelijkertijd onze positie in de rest van de wereld niet vergeten. Het gaat hier echt niet alleen om het economisch nut en de mensen die een baan hebben in deze mooie sector. Het gaat ook om de meerwaarde die Nederland kan bieden op het gebied van klimaat, milieu en natuur. Immers, met de hoogproductieve en efficiënte landbouw blijft er, ondanks de toenemende vraag naar voedsel, ruimte voor ontwikkeling van stad en groen. Het Centrum voor Strategische Studies, een denktank voor veiligheid en geopolitiek, doet veel onderzoek en analyse, ook op het gebied van agrofood. Ik vraag de minister om te reflecteren op de internationale betekenis van onze land- en tuinbouw en op welke manier zij er zorg voor kan dragen dat de informatie, zoals de Agrofoodmonitor, beter toegankelijk wordt voor het bedrijfsleven.

Voorzitter. De actualiteit vraagt om tijdens dit debat in te gaan op de stikstofproblematiek. Volgende week is hierover het Kamerdebat. Ik heb zomaar het idee dat u gaat inplannen. Mijn collega Mark Harbers zal dit debat voor zijn rekening nemen, maar vooruitlopend daarop wil ik namens mijn fractie toch een paar dingen zeggen en een aantal vragen stellen.

Voor de VVD staat voorop dat boeren niet de schuldigen zijn van de huidige stikstofproblemen. Integendeel, de inspanningen die boeren de afgelopen tien, twintig jaar hebben gedaan om de uitstoot van stikstof, maar ook van andere stoffen, naar beneden te brengen verdient een groot compliment. Sinds 1990 is bijvoorbeeld de emissie van stikstof in de landbouw gedaald met 64%. Wel kunnen boeren bijdragen aan de oplossing. Dat lukt alleen als we samenwerking zoeken en niet lijnrecht tegenover elkaar staan.

Voor de VVD staat bij die oplossing vrijwilligheid voorop. Dat betekent dat als een boer wil stoppen met zijn bedrijf, of juist wil investeren in zijn bedrijf, de overheid hierbij kan helpen. Hoewel het kabinet vooropstelt dat alle inzet vrijwillig is, wordt de kabinetsbrief niet zo gelezen. Er is veel onduidelijkheid en dat leidt tot onrust. Dat kan ik me heel goed voorstellen. In de brief worden veel vragen niet beantwoord. Neem de externe saldering. De chaos lijkt compleet nu de provincie in de uitwerking van de beleidsregel verdergaat dan de afspraken met de minister. Kan de minister hierop ingaan en kan zij voor het debat van volgende week een duidelijke invulling geven van wat precies bedoeld wordt met externe saldering?

Dan de onduidelijkheid over metingen en rekenmodellen. Mijn irritatie groeit, en ik word gewoon weer boos als organisaties die de overheid adviseren, zoals het RIVM of het Planbureau voor de Leefomgeving, schimmig doen over metingen, over rekenmodellen of berekeningen. Deze organisaties moeten alle openheid en transparantie bieden die gevraagd wordt. Het is gek dat een stichting zoals het Mesdagfonds naar de rechter moet om inzicht te krijgen in deze rekenmodellen. Kan ik ervan uitgaan dat de minister het van harte eens is met de VVD dat elke vorm van mist voorkomen moet worden? En kunnen partijen die daarom vragen alle medewerking verwachten van, in dit voorbeeld, het RIVM?

Naast openheid vraag ik de minister ook om op zo kort mogelijke termijn over te gaan tot metingen in de praktijk. Want meten is weten. Ik zal in de tweede termijn, dat is niet gebruikelijk, een motie indienen om deze oproep, deze vraag kracht bij te zetten, waarbij metingen tot meer inzicht moeten leiden en de rekenmodellen meer gericht moeten zijn op de praktijk. Ik vraag hierbij om de buitenlandse ervaringen mee te nemen, zoals het Deense model.

Alle inzet is nodig om na te gaan welke doelen we echt moeten halen. De instandhoudingsdoelstellingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn overwoekerd door nationale toevoegingen. Graag hoor ik van de minister hoe zij, vooruitlopend op het tweede advies van de commissie Remkes, dit onderwerp zelf alvast oppakt. In de brief worden ook nog een aantal andere maatregelen genoemd.

De voorzitter:

De heer Futselaar wordt ongeduldig. Hij is bezig met allerlei gebarentaal in mijn richting.

De heer Futselaar.

De heer Futselaar (SP):

Voorzitter. Ik houd mij aan de orde, dus ik kan alleen non-verbaal met u communiceren.

De voorzitter:

Dat is waar.

De heer Futselaar (SP):

Ik kom even terug op het gestelde over het RIVM, een paar zinnen terug, en de metingen. Ik zou de VVD willen vragen, maar ik zou dat net zo goed aan het CDA kunnen vragen: nu ze toch complottheorieën gaan uitdragen, gaan ze dan ook de maanlanding en bijvoorbeeld de platheid van de aarde bepleiten? Ik vind dit echt heel erg ver gaan. Ik was afgelopen maandag bij de Universiteit van Amsterdam — ik ben ook woordvoerder Wetenschap en daarom zit mij dit hoog — en daar zei men: een van de grote problemen op dit moment is de twijfel aan het wetenschappelijk onderzoek. Dat is precies wat hier gebeurt. Mijn vraag is eigenlijk: waar is de VVD mee bezig?

Mevrouw Lodders (VVD):

De VVD wil graag openheid en transparantie over datgene wat gebruikt wordt om beleid op te maken. Als we het hebben over rekenmodellen en metingen in de praktijk, dan vind ik dat iedereen in dit land er recht op heeft om te weten hoe die plaatsvinden. Dat betekent dat het RIVM in dit verband de motorkap open zou moeten doen en zou moeten laten zien waar men mee bezig is. Dat is wat ik vraag. Ik bestrijd niet wat het RIVM zegt. Ik vraag om die openheid en die duidelijkheid. Het kan toch niet zo zijn dat schimmige rekenmodellen of anderszins ten grondslag liggen aan beleid? Dat zou de heer Futselaar ook niet willen.

De heer Futselaar (SP):

Nee, en dus stelt het RIVM data vast en die zijn ook beschikbaar, zoals er ook metingen in de praktijk worden gedaan. Als onderzoekers niet op afspraken komen om onder de motorkap te kijken — dat is gebeurd met de Mesdagstichting en het RIVM — dan kun je niet zien wat er in de motorkap zit. Maar er wordt nu een enorme ophef gemaakt. Er zijn organisaties die spreken van het corrupte RIVM. Dat kun je toch niet als politieke partij voorbij laten gaan, zonder daar afstand van te nemen?

Mevrouw Lodders (VVD):

De heer Futselaar heeft mij niet horen spreken over het corrupte RIVM. Ik zou graag willen dat hij dat terugneemt. Dat zal ik ook niet uitspreken. Het gaat mij om openheid over rekenmodellen. Er zijn nog andere organisaties in dit land die de overheid adviseren. Daar bestaat geen enkel misverstand of onduidelijkheid over cijfers. Waarom? Omdat daar transparantie plaatsvindt. Dat is wat ik vraag. Dat is mijn vraag richting de minister. Ik vind het schokkend, of het nu de Stichting Mesdagfonds is of een andere organisatie — in het verleden waren er andere voorbeelden — dat dit soort organisaties naar de rechter moet om openheid af te dwingen.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt de heer Futselaar.

De heer Futselaar (SP):

Voor de helderheid: ik heb mevrouw Lodders er niet van beschuldigd dat zij sprak over een corrupt RIVM. Ik heb alleen gezegd dat er organisaties zijn die dat soort dingen uiten en dat ik vind dat wij daar als Kamer afstand van moeten nemen. Daar zit dus een verschil.

Volgens mij is de Mesdagstichting niet naar de rechter gestapt, al zijn ze wel erg goed in het versturen van persberichten over het RIVM. Ik heb geen enkel bewijs, en er is ook geen enkele aanleiding voor, dat het RIVM schimmig zou doen over zijn modellen. Ik vraag mij af waar de VVD, waar mevrouw Lodders, dat vandaan haalt.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik heb die signalen wel. Als de heer Futselaar de uitingen van de VVD goed zou hebben gevolgd, dan zou hij weten dat het ons niet alleen gaat om het onder de motorkap kijken. Ik vind ook dat wij in Nederland te weinig daadwerkelijke metingen in de praktijk doen. Dat is mijn tweede vraag aan de minister. Ik kom daarover in tweede termijn met een motie. In landen om ons heen, dus ook in Europa, wordt de stikstofdepositie gemeten. Het lijkt mij ontzettend belangrijk om te weten wat er in de praktijk daadwerkelijk gebeurt. Op het moment dat er is gemeten en we de uitkomsten daarvan bij onze afwegingen kunnen betrekken, dan kunnen we ook heel gericht beleid maken. Ik ken de heer Futselaar als iemand die dat ook serieus neemt. Ik ga ervan uit dat zo'n motie over extra metingen in de praktijk op steun kan rekenen, zodat we er op basis daarvan voor kunnen zorgen dat we de goede dingen doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik mag de VVD-fractie al een hele poos meemaken in de commissie Landbouw, met mevrouw Lodders als woordvoerder. Er gaat bijna geen week voorbij of er is wel een aanval, vanuit de sector zelf georganiseerd, door personen die zich wetenschapsjournalisten noemen en die de hele tijd tegen de minister zeggen: wat u heeft geconstateerd over de gevolgen van bestrijdingsmiddelen, over de uitstootnormen van fosfaat, over stikstof of hoe het eigenlijk zit, dat vertrouwen wij niet. De VVD belast het ministerie voortdurend door te zeggen: u moet hierop reageren en wij hebben er eigenlijk niet zo veel vertrouwen in. Wordt het niet gewoon tijd dat de VVD de consequentie daaraan verbindt en het vertrouwen opzegt in de minister als ze zo weinig fiducie heeft in de gegevens die uit het ministerie komen en in het beleid dat de minister daar vervolgens op wil maken?

Mevrouw Lodders (VVD):

Mijn fractie baseert zich heel graag op feiten. Volgens mij bedoelde u gewasbeschermingsmiddelen, maar daar gaat uw vraag niet over. Uw vraag gaat bijvoorbeeld over het RIVM. Ik heb deze vraag aan de minister gesteld. Ik hoop morgen van de minister te horen dat zij het van harte eens is met de VVD-fractie als het gaat om organisaties als het RIVM of het PBL, het Planbureau voor de Leefomgeving. Wij hebben de afgelopen jaren al een aantal voorbeelden gehad. Ik heb overigens samen met GroenLinks, de voorganger van mevrouw Bromet, vragen gesteld over de manier waarop zij aan informatie komen. Laten we dat alsjeblieft transparant maken. Pas dan hebben we vertrouwen vanuit de praktijk en kunnen wij de goede dingen doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het gaat me wel om het patroon. De VVD-fractie trekt eigenlijk voortdurend alles in twijfel wat uit het ministerie komt wat ook maar een beetje wijst op een grens aan hoe groot de veehouderij in Nederland kan zijn of aan hoeveel landbouwgif we mogen gebruiken. Dat lijkt me een onwerkbare situatie. Ook mijn partij heeft kritische vragen aan de minister, maar die zitten meer op het vlak van: waarom handel je niet naar de beschikbare kennis? Dus ik vind het een rare positie. Ik denk dat de VVD daar een keer mee op moet houden, omdat mevrouw Lodders haar pleidooi nota bene begon met de duidelijkheid die boeren verwachten. Dat kan niet als je de beschikbare kennis voortdurend in twijfel trekt.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik herken mij helemaal niet in de lijn die mevrouw Ouwehand schetst. Op het moment dat daaraan behoefte is, stellen wij vragen. Ik denk dat het belangrijk is om de juiste dingen te doen. Ik zou tegen mevrouw Ouwehand willen zeggen: volg eens datgene waar ik de afgelopen jaren mee bezig ben geweest. Er zijn heel erg veel dingen in het beleid van deze minister die ik met positiviteit kan uitdragen. Ik denk dat wij dat ook hebben samengevoegd in de paragraaf over landbouw in het regeerakkoord.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Mevrouw Lodders houdt namens de VVD een reclamepraatje voor de Nederlandse landbouw. Tegelijkertijd is het zo dat op dit moment een derde van de boeren onder de armoedegrens leeft en elke dag vijf boeren stoppen. Vorige week stonden hier duizenden boeren op het Malieveld. De boeren hebben aangekondigd volgende week het Binnenhof te gaan bezetten. Ik zou weleens van mevrouw Lodders willen weten hoe zij kijkt naar de keerzijde van het succes van het Nederlandse landbouwbeleid en de rol die de VVD daarin heeft gehad de afgelopen jaren als regeringspartij.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik denk dat ik zojuist heb aangegeven hoe mijn fractie aankijkt tegen de boeren en de rol van de boeren in de maatschappij; hun rol als voedselproducent. Die is niet alleen beperkt tot Nederland. Ik denk dat wij een heel belangrijke waarde ook buiten Nederland en buiten Europa hebben. Ik vind het ontzettend belangrijk om dat ook naar voren te brengen en uit te dragen. Ik denk dat mevrouw Bromet met haar partij GroenLinks het met mij eens kan zijn. Ik zou willen dat wij daarin samen op zouden kunnen trekken, om die kennis en die innovaties die wij hier hebben om Nederland een beetje schoner te maken, elders te vermarkten.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Dat wil GroenLinks graag. Wij vinden het ook belangrijk dat de lessen die geleerd worden over een efficiënte veehouderij worden geëxporteerd, maar niet als het gaat over de milieubelasting. Ik hoor mevrouw Lodders helemaal niets zeggen over de problemen die zich nu opstapelen en die een resultante zijn van jarenlang VVD-beleid. Ik hoor haar alleen iets zeggen over stikstof. Mijn vraag is eigenlijk: is die ellende die nu naar voren komt en leidt tot al die demonstraties alleen het gevolg van het stikstofbeleid, of zit daar nog iet meer onder?

Mevrouw Lodders (VVD):

Nee, voorzitter, daar zit meer onder. In de afgelopen jaren werden boeren en tuinders geconfronteerd met regel op regel, en ik kan niet anders zeggen dan dat GroenLinks daar bij tijd en wijle ook aan meedeed. Soms staan we voor een belangrijke uitdaging en moeten we daar beleid op formuleren. Dan neemt de VVD ook haar verantwoordelijkheid. Ik noem als voorbeeld de fosfaatrechten, de introductie van het fosfaatrechtenstelsel. Maar we hebben ook een heel aantal regels waar de VVD inderdaad afstand van neemt. Ik noem het voorbeeld van de zaadcoating van het bietenzaadje. Een prachtige, innovatieve ontwikkeling, die in de landen om ons heen mogelijk is, maar in Nederland niet. Dat zijn wel heel kwetsbare voorbeelden, zeg ik in de richting van GroenLinks.

De heer Moorlag (PvdA):

Mevrouw Lodders zegt terecht dat er heel veel zaken zijn waar wij trots op mogen zijn. Hardwerkende boeren, het kennisniveau: er is heel veel om trots op te zijn. Maar tezelfdertijd moeten we toch ook erkennen dat die boeren opereren in een systeem dat hen prikkelt om echt tot aan de grenzen te gaan en over de grenzen heen te gaan, een systeem dat is gericht op productiemaximalisatie en een zo laag mogelijke kostprijs. Als mevrouw Lodders gelijk zou hebben, dan zouden die boeren nu niet staan te protesteren. Dan zouden ze zich geen zorgen maken over hun bestaanszekerheid. Dan zouden we niet al 30 jaar lang een probleem hebben met mest. Mijn vraag aan mevrouw Lodders is of zij oog wil hebben voor die vraagstukken. Hoe gaan we die vraagstukken echt duurzaam oplossen, zodat we de boeren bestaanszekerheid kunnen geven, maar ook een betere ecologische balans krijgen?

Mevrouw Lodders (VVD):

Dat vind ik een terechte vraag van de heer Moorlag. Wij hebben in ons verkiezingsprogramma opgenomen, en dat is overigens ook in het regeerakkoord terechtgekomen, dat wij het bijvoorbeeld heel erg belangrijk vinden dat de mestwetgeving herzien wordt. Er zijn nu veel te veel beperkingen voor de boer en tuinder om mest van dieren te gebruiken als een groene kunstmest. Het is mijn grote wens dat wij dierlijke mest kunnen gebruiken in plaats van kunstmest. Ik hoef de heer Moorlag niet uit te leggen dat de kunstmestfabrieken in Nederland eigenlijk de grootste industriële aardgasverbruikers zijn. Als we dat probleem met elkaar kunnen tackelen, dan levert dat heel erg veel winst op. Er zijn meer voorbeelden van wat we in die mestwetgeving zouden moeten herzien, waardoor we boeren meer ruimte geven om op een andere manier met meststoffen om te gaan. Ik denk dat dat heel erg belangrijk is. Ik zou boeren willen verleiden. Wat ik in de afgelopen weken heb gezien, is dat een aantal partijen lijnrecht tegenover de boeren gaan staan. Dat helpt niet, en dan krijgen we ze ook niet mee in een gewenste verandering.

De heer Moorlag (PvdA):

Dat laatste ben ik met mevrouw Lodders eens. Die polarisatie is gewoon slecht voor ons land. Als iedereen zich opsluit in zijn eigen gelijk, dan komen we niet verder. Maar dan roep ik mevrouw Lodders ook op om het niet alleen maar te zoeken in techniek en in het ter discussie stellen van normen en onderzoeksmethoden. Ik roep haar ook op om haar ogen niet te sluiten voor de fundamentele problemen, en die zijn systeemtechnisch: wij overprikkelen boeren gewoon om voor een veel te laag inkomen te produceren, onder omstandigheden die in deze samenleving niet houdbaar zijn. Mijn vraag aan mevrouw Lodders is of ze daartoe bereid is.

Mevrouw Lodders (VVD):

Zeker voorzitter, maar voor mijn fractie is innovatie een ontzettend belangrijk element. Ik kom daar zo nog op terug en zal een paar voorbeelden daarvan noemen, want dat is wel de sleutel tot succes.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Mevrouw Lodders (VVD):

In de brief, want daar was ik gebleven, worden nog een aantal andere maatregelen genoemd zoals kringlooplandbouw en grondgebondenheid. Mijn vraag aan de minister is of zij duidelijk wil aangeven dat kringlooplandbouw wel richtinggevend, maar niet wettelijk verplicht zal worden en dat de inzet van de overheid vooral moet zijn om daartoe te verleiden. Voor die verleiding zijn twee dingen nodig. Dat is niet alleen geld zoals subsidies of fiscale regelingen en een eerlijke prijs voor producten, maar ook alle wetten en regels die innovatie in de weg staan eerst eens op te ruimen. Met het opschonen van wetten en regels is een wereld te winnen. Mijn fractie heeft al zo vaak de frustratie van ondernemers, uitvinders en start-ups onder de aandacht gebracht: stroperige, lange procedures om de emissies uit stallen of mest terug te dringen; eenzijdige beoordeling, waarbij de veiligheid voor de boer en zijn omgeving genegeerd wordt. Voorzitter, ik kondig bij dezen een initiatiefnota aan waarmee wij een aantal concrete voorstellen doen om vaart te maken op dit dossier. Ik hoop hier voor het einde van het jaar bij u op terug te komen. Ik heb inmiddels van een aantal collega's begrepen dat zij daar graag aan meewerken.

Ik ga nog even verder, voorzitter, maar ik zie het klokje. Als we het hebben over verleiden, dan helpt het niet als we het rapport lezen van de taskforce Verdienvermogen Kringlooplandbouw; een taskforce die het heeft over bestrijdingsmiddelen en over schade door gangbare landbouw, een voorstel doet voor een klimaat- en milieuheffing en nieuwe duurzaamheidseisen voorstelt. Dan sta je ver van de praktijk en voed je het gevoel van een gebrek aan waardering. Afgelopen week hebben boeren, tuinders, vissers, transporteurs, loonwerkers en vele andere mensen hun ongenoegen geuit in de Agra-actie; de grootste boerendemonstratie die ik ooit gezien heb. Zij hebben bij deze actie veel sympathie ontvangen van mensen in het land. Zij vragen waardering en steun voor de soms moeilijke opgave waar ze voor staan.

Laten we daarmee aan de slag gaan. Initiatieven die zich bezighouden met toekomstbestendige voedselproducties, zoals Stichting Veldleeuwerik, krijgen geen steun. Het is doodzonde dat dit soort initiatieven stopt. Ik heb betrokken mensen gesproken die keer op keer een signaal afgeven, maar zij worden genegeerd. Als mensen een experimenteerruimte willen voor het oogsten van bietenblad voor eiwitwinning, lopen zij ook tegen muren op. Dus vraag ik de minister om op dit soort initiatieven te laten zien dat we echt een ministerie van Landbouw hebben, van duurzame, innovatieve landbouw.

Dank u wel.

De heer De Groot (D66):

Ik heb een opmerking en een vraag. Als het om kringlooplandbouw gaat, zal mevrouw Lodders het met mij eens zijn dat wanneer je wetten wilt afbreken — daar vindt de VVD D66 aan haar zijde — je ook duidelijkheid moet bieden over wat het wel moet zijn. Dat is mijn opmerking.

Mijn vraag gaat over meten is weten. Ook daar vindt de VVD D66 aan haar zijde.

De voorzitter:

Uw vraag is?

De heer De Groot (D66):

Nu willen de inwoners rond Schiphol en Lelystad ook graag weten hoe het daar zit met stikstof en fijnstof. Kunnen we daar samen optrekken?

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik heb gevraagd naar meten is weten. Als we het over stikstofdepositie hebben, moeten wij veel meer gaan meten. Ik wacht de reactie van de minister af. Morgen zal ik de motie indienen. Dat heb ik al aangekondigd. Wellicht kunnen wij daar samen overleg over hebben en kunt u zo'n motie steunen.

De heer De Groot (D66):

Hartstikke mooi. De bewoners rond Schiphol en Lelystad zullen zich verheugen. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Lodders.

Mevrouw Lodders (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Mijn collega gaat nu verder.

De voorzitter:

De heer Weverling namens de VVD.

De heer Weverling (VVD):

Voorzitter. In ons kleine en dichtbevolkte land moeten we blijven zoeken naar het evenwicht tussen natuur aan de ene kant en ruimte voor wonen, werken en leven aan de andere kant. Wat de VVD betreft, moet er meer aandacht zijn voor stedelijk groen, zoals groene daken, gevels, bermen en schoolpleinen. Het realiseren van meer groen in onze steden en dorpen draagt bij aan het welzijn van mensen en dieren en het is goed voor onze biodiversiteit. Daarnaast zorgt groen ook voor het afvangen van fijnstof, de opname van CO2, meer waterberging en schaduwplekken. Stuk voor stuk redenen om meer groen in onze leefomgeving te willen hebben. Het is ook meer dan decoratie.

Gelukkig heeft de Tweede Kamer vorig jaar een VVD-motie aangenomen om met young professionals te komen tot inventieve ideeën voor het vergroenen van onze leefomgeving. Ik ben blij dat de minister in het AO Natuur van 12 september heeft toegezegd ook dit onderdeel van de motie daadwerkelijk uit te gaan voeren. Is er al zicht op wanneer deze hackaton, zo noem ik het maar, met jonge groenprofessionals gaat plaatsvinden?

Een proeftuin waarin ook innovatieve ideeën aan bod komen is de Floriade van 2022 in Almere. Ditmaal focust de Floriade op het thema Growing Green Cities en dat biedt kansen; kansen voor alle deelnemende landen en kansen voor Nederland om te laten zien wat we in huis hebben. Zou het niet mooi zijn als we met deze wereldtuinbouwtentoonstelling nog beter nadenken over het leven in verstedelijkt gebied en in delta's? Er zijn wereldwijd namelijk honderden steden die ook uitdagingen hebben op het gebied van fijnstof en CO2-reductie. Het is dus een unieke kans om met projecten te tonen hoe wij in Nederland natuurinclusief bouwen en ruimte creëren voor heel veel functies op een klein oppervlak.

Ook het voeden van de inwoners van die steden is een uitdaging. De wereldbevolking groeit de komende decennia en wij weten al eeuwenlang hoe we dichtbij steden voedsel produceren met urban farms om de hoek. Denk hierbij aan onze eigen zeven Greenports. Deze unieke kennis is mondiaal gezien goud waard. Het is dus van belang dat we bij de Floriade niet alleen tonen hoe we steden kunnen vergroenen en hoe goed we natuurinclusief kunnen bouwen, maar ook dat we laten zien dat het echt een wereldtuinbouwtentoonstelling is. We moeten dus tonen hoe je met onze tuinbouwtechniek de bevolking efficiënt en duurzaam kunt voeden. Is de minister van mening dat er voldoende wordt gedaan om het ook echt een tuinbouwtentoonstelling te laten zijn?

De doelen van Nederland sluiten naadloos aan bij de doelen van de Floriade. We zijn dus allemaal eigenaar van deze mooie, internationale tentoonstelling. Om dat verder te benadrukken, wil ik graag met de minister naar de Floriade toe. Als ik goed ben ingevoerd, is zij nog niet op bezoek geweest bij de locatie. Is de minister bereid om de laarzen aan te trekken en met mij naar het gebied te gaan in Almere? Ik bedoel dus om erheen te gaan nu de Floriade daar in aanbouw is, en niet als het dadelijk klaar is.

Dan kom ik op het groen buiten dorpen en steden. Ook daar hebben we met elkaar een enorme opgave. Simpelweg moeten er meer bomen, bossen en begroeide bermen komen. We kijken dus reikhalzend uit naar de bossenstrategie. In Nederland hebben we veel tbo's, terreinbeherende organisaties, zoals de provinciale landschappen, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Ook zijn er honderden grootgrondbezitters, verenigd in de FPG. Daar heeft men wel 200.000 hectare landschap in bezit. Tijdens het AO Natuur heeft de minister mij toegezegd om met een inventarisatie te komen van mogelijk beschikbare gronden. Is de minister ook bereid om met de FPG, de Federatie Particulier Grondbezit in gesprek te gaan en de Kamer te laten weten hoeveel hectares men daar zou kunnen bijdragen? Ik heb namelijk goede hoop dat ook de leden van deze federatie nóg meer dan nu het geval is willen bijdragen aan een groener Nederland, om zodoende de bossenstrategie tot een succes te maken.

Al die particuliere eigenaren van landgoederen, bos- en natuurterreinen hebben ook heel veel bezoek van recreanten. Veelal hebben de particuliere grondeigenaren zelf boa's in dienst voor de openbare ruimte en veiligheid, en om het bezoek van recreanten in goede banen te leiden. Helaas zijn er steeds minder groene boa's beschikbaar, en worden er wel veel eisen gesteld aan hun opleiding en uitrusting. Is de minister met mij van mening dat we met elkaar zowel de lusten als de lasten moeten dragen? Hoe denkt de minister dit vorm te geven? Is zij bereid om serieus te kijken naar de mogelijkheid om 500 leden van de Jagersvereniging in te gaan zetten als boa?

Voorzitter. Nederland is internationaal koploper op het gebied van innovatieve land- en tuinbouw, de maritieme industrie, technologie en vooruitstrevend waterbeheer. Veelal wordt vanuit een aantal sterke Nederlandse regio's de hele wereld bediend. Daarom is het goed dat we de regiodeals in het leven hebben geroepen, want in de regio's gebeurt het. Deze week is het de Europese Week van de regio. Het thema is: regio's en steden, pijlers van de toekomst. Wij hebben in Nederland een aantal innovatieve regio's die daar een perfect voorbeeld van zijn. Het zijn regio's die lokale betrokkenheid combineren met internationale slagkracht. Het zijn regio's waar de synergie tussen bedrijven en kennisinstellingen ervoor zorgt dat een plek op het wereldtoneel opgeëist wordt, zonder het belang uit het oog te verliezen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Brainport Eindhoven, waar dagelijks ruim 65.000 mensen werken aan digitalisering, robotisering, big data en andere nieuwe technologieën, en ook nog de lokale voetbalclub gesponsord wordt. Denk aan de Seed Valley in Noord-Holland, de Foodvalley in Gelderland en de zeven green ports verdeeld over ons land, waar gewerkt wordt aan de wereldvoedselvoorziening van morgen. Denk ook aan de regio Leiden-Noordwijk, die zich heeft ontwikkeld tot een Europees kenniscentrum op het gebied van ruimtevaart- en luchtvaarttechnologie en waar studenten uit Leiden en Delft werk kunnen vinden. Ik noem ook de Drechtsteden, koplopers op het gebied van de maritieme maakindustrie, waar duizenden mensen iedere dag aan de slag gaan. Het zijn stuk voor stuk voorbeelden van de kracht van de Nederlandse regio's op internationaal niveau. Die mondiale innovatiekracht van de regio's is uniek en die moeten we verder versterken. Maar die innovatie moeten we wel, soms letterlijk, de ruimte blijven geven: ruim baan voor innovatie en leren van de kracht van onze regio's. Daar liggen wat mij betreft veel van de oplossingen die we nodig hebben om ons land slim in te richten en verder te brengen, en om de wereld te helpen met onze slimme oplossingen.

Niet alleen in Nederland, maar ook in de rest van de wereld, werken we met onze innovatieve bedrijven aan het op duurzame wijze vormgeven van de toekomst. Zo wordt 40% van alle groente die wereldwijd wordt gegeten, geteeld met zaad uit Nederland. Met nieuwe technologieën kan Nederland de groeiende wereldbevolking duurzaam voeden. Onze zaadveredelaars ontwikkelen zaden die zorgen voor groenten die weerbaarder zijn en daardoor minder gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben. Helaas blokkeert het Europese Hof de verdere uitrol van de CRISPR-Cas-techniek, waardoor Europa op achterstand wordt gezet. Kan de minister aangeven hoe de huidige lobby verloopt om dit alsnog mogelijk te maken? En hoe voorkomen we dat producten die buiten Europa veredeld zijn door middel van CRISPR-Cas toch in Europa te koop zijn, waardoor er eigenlijk een ongelijk speelveld gecreëerd wordt voor onze markt?

Het niet-omarmen van CRISPR-Cas is een voorbeeld van de manier waarop onnodige regels duurzame innovaties in de weg zitten. Gelukkig is het mijn VVD-collega Jan Huitema in Brussel wel gelukt om af te spreken dat het vastleggen van patenten op natuurlijke eigenschappen van planten niet meer mogelijk is. De natuurlijke eigenschappen van groente en fruit zijn daarmee vrij toegankelijk en dat is goed voor de wereldwijde voedselvoorziening. Graag verneem ik van de minister haar appreciatie van de aangenomen resolutie in het Europees Parlement.

Tot slot de visserij. Het pulsverbod, de brexit en de aanlandplicht zijn stuk voor stuk zaken die het leven van onze vissers niet makkelijker maken. Het is goed dat er nu bij het Europese Hof van Justitie een beroep wordt ingesteld tot nietigverklaring van het pulsverbod. Wetenschappelijk onderbouwde innovaties en technologische ontwikkelingen zijn de vissers ontnomen en het is goed dat daar een rechterlijke uitspraak over komt.

Een toekomstperspectief voor de viskottersector is van groot belang. Het is goed dat aan onze motie van 21 februari van dit jaar gehoor is gegeven om snel een kottervisie op te stellen samen met de sector. Het is van belang dat er op de overvolle Noordzee ook ruimte blijft voor onze vissers. We kijken dus uit naar deze visie. Misschien kan de minister daar wat meer over toelichten.

Voorzitter, ik ga afsluiten. We hebben als Nederland een enorme innovatiekracht. Met onze vooruitstrevende land- en tuinbouwsector en onze internationaal toonaangevende regio's kunnen wij bijdragen om de uitdagingen van morgen op te lossen. Wat de VVD betreft moeten we die innovatie niet in de weg zitten, maar juist ruim baan geven. Niet voor niets heeft Nederland de best presterende economie van Europa. Vandaag werd bekend dat we Zwitserland en Duitsland voorbij zijn, en zelfs de vierde economie van de wereld zijn. Laten we dat koesteren en ook verder ondersteunen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Futselaar.

De heer Futselaar (SP):

De SP heeft een amendement geïntroduceerd om in het kader van de stikstofproblematiek eenmalig 200 miljoen te investeren in natuurgebieden om herstel en buffering mogelijk te maken. Dat is ook in lijn met het advies van de commissie-Remkes en zelfs in zekere zin met de stikstofbrief van het kabinet. Ik vroeg mij af hoe de VVD hiernaar kijkt.

De heer Weverling (VVD):

Ik heb het amendement nog niet goed tot mij kunnen nemen. Het lijkt me goed dat ik dat eerst doe voordat ik hier iets over ga zeggen.

De voorzitter:

Heel verstandig.

De heer Futselaar (SP):

Het is vorige week rondgestuurd, maar dan hebben we het er nog wel over in de tweede termijn.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dank voor het betoog van de VVD. Het was eigenlijk best wel heel groen. Ik wil even teruggaan naar het begin van het betoog. Er werd een pleidooi gehouden voor meer groen in de stad, waaronder ook groene daken. Mijn vraag is: gaan we nu ook een aanpassing van het Bouwbesluit tegemoetzien om dit mogelijk te maken? Want er worden nog steeds heel veel nieuwe wijken en heel veel nieuw commercieel vastgoed gebouwd zonder groen dak.

De heer Weverling (VVD):

Dat is een hele interessante observatie van mevrouw Dik-Faber.

De voorzitter:

Ja. En het antwoord?

De heer Weverling (VVD):

Het Bouwbesluit is erg van belang. Ik heb vorige week op de vakbeurs Openbare Ruimte met ontwikkelaars zitten praten. Die zeiden ook dat het Bouwbesluit van belang is om inderdaad meer groene daken te introduceren. Laat ik de verwachtingen een beetje bijstellen, maar het is dus een interessante gedachte, waar ik zeker verder over na ga denken.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Volgens mij gaat er iets heel moois opbloeien, dus ik denk dat wij hier samen wel tot goede voorstellen kunnen komen. Laat ik vaststellen dat er nu niet alleen daken worden gerealiseerd waar geen zonnepanelen en geen groen op zit, maar dat vaak zelfs ook de draagkracht niet in de orde is. Ons Bouwbesluit loopt echt hopeloos achter. Ik zie uit naar de samenwerking om hier verbetering in te brengen.

De heer Weverling (VVD):

Ik hoor wat u zegt, mevrouw Dik-Faber. Groen moet je doen.

De heer Von Martels (CDA):

Ik was blij dat het pleidooi van de heer Weverling erg was gericht op meer groen in de stad, helemaal aan de hand van de CDA-motie vorig jaar. Maar is de heer Weverling het mij eens dat het ministerie ook nog een sterkere rol kan vervullen als het gaat om het bepleiten van meer biodiversiteit in de stad?

De heer Weverling (VVD):

Nou, het is van belang dat wij groen in de stad en groen buiten de stad hebben, en dat we dat ook robuuster maken. Dat is natuurlijk in grote lijnen mijn betoog. De biodiversiteit kan ook nog verbeteren. Uw vraag is met name of het ministerie meer een rol moet spelen binnen de stad. Ik denk dat het ministerie van LNV natuurlijk met name gericht is op andere gebieden dan puur in de stad, maar inderdaad, groen en natuur heb je ook in de stad. Dat is niet alleen een taak van bijvoorbeeld het ministerie van BZK. Volgens mij is het dus goed als die ambitie kabinetsbreed wordt gedeeld.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Weverling. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Bromet namens GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Voorzitter. Aan het begin van afgelopen zomer had ik op een mooie zondag mijn dertien collega-Kamerleden van GroenLinks op bezoek. Het zonnetje scheen. Mijn collega's waren onder de indruk van het uitzicht vanuit de tuin: het Varkensland, een veengebied ten noorden van Amsterdam, waar de grutto's net vertrokken waren. Natura 2000, midden in de drukke Randstad. We maakten een vaartocht door de weilanden. De schipper plukte wat watermunt voor het hete water dat hij had meegenomen en we dronken muntthee. Hij vertelde over de drassige veengrond en over de vogels en planten in dit natuurgebied, over de plant pitrus, een plant die vanwege de verzuring oprukt in het Varkensland. Het stikstofdebat was nog niet losgebarsten, dus misschien zou hij nu niet zeggen dat het door verzuring kwam, maar door stikstof, want stikstof zorgt voor verzuring van de bodem. De vaartocht symboliseerde de verschillende discussies die op dit moment plaatsvinden in het landbouwdebat: natuurlijk de stikstof, maar ook de effecten van klimaatverandering en de rol die het veenweidelandschap in de bestrijding daarvan speelt. Zoals u weet, schreef ik daar vorig jaar een initiatiefnota over.

Mijn eerste vraag aan de minister gaat meteen daarover. Voor de zomer werd er naar aanleiding van het initiatiefvoorstel over veen een motie aangenomen, waarin gevraagd werd om een nationaal plan voor de veenweiden. In de begroting spreekt de minister nog steeds over regionale plannen. Is zij vergeten de motie te verwerken? Wat gaat zij doen om de motie alsnog uit te voeren?

De stikstofdiscussie startte niet pas op 29 mei 2019, de dag dat de rechter bepaalde dat de Programmatische Aanpak Stikstof niet kan en dat de natuur beter beschermd dient te worden. Vorig jaar vroeg ik bij de begroting aandacht voor de boeren van Schiermonnikoog die inzagen dat zij hun veestapel zouden moeten inkrimpen omdat de natuur op het Waddeneiland te veel leed onder hun ammoniakuitstoot. Dank aan de minister dat zij de boeren na het debat te hulp is geschoten. Vergeet ook vooral niet te kijken, vraag ik haar, naar de manier waarop Schiermonnikoog dit deed: focussen op kwaliteit in plaats van op kwantiteit en bulkproductie. Het is een voorbeeld voor de rest van de Nederlandse veehouderij, want na Schiermonnikoog is de stikstofproblematiek nu ook in de rest van het land tot uiting gekomen. Ik hoop dat er snel Schiermonnikoogse kaas is en ik zou het leuk vinden — dit is de derde uitnodiging vandaag aan de minister om samen iets te gaan doen — om een broodje Schiermonnikoogse kaas te gaan eten.

Voorzitter. De portefeuille landbouw en natuur is niet altijd de meest prominente portefeuille geweest, maar de laatste weken kun je geen krant meer openslaan of het gaat over de mooiste portefeuille die er is: LNV. Het kabinet lijkt overvallen te zijn door de uitspraak van de rechter, maar voor GroenLinks was het geen verrassing. Wij stemden niet in met de PAS. Wij keken de afgelopen jaren lijdzaam toe hoe grof er werd bezuinigd op de natuur, terwijl de economie ruim baan kreeg. Talloze voorstellen voor meer natuur en minder vee werden door partijen als CDA, VVD maar ook D66 als onrealistisch naar de prullenmand verwezen. Vanuit mijn keukenraam heb ik de afgelopen jaren na de afschaffing van de melkquota, waar GroenLinks overigens ook tegen was, de stallen gebouwd zien worden. De pitrus verdrong de rietorchis en de zonnedauw, maar elke boer die een nieuwe stal wilde bouwen, kreeg een vergunning. De uitspraak van de rechter voelde voor ons als gerechtigheid. Eindelijk werd een belang dat zichzelf niet kan belobbyen op één gezet: de natuur. Een speciaal woord van dank aan de burgers die naar de rechter stapten omdat de meerderheid in de Tweede Kamer geen bescherming bood aan de natuur.

Wij van GroenLinks wisten meteen na de rechterlijke uitspraak wat er moest gebeuren: minder vee, langzamer rijden en geen verdere uitbreiding van de luchtvaart. De commissie-Remkes kwam twee weken geleden met diezelfde boodschap. Niet alles kan, schreef zij. Toen ik naar de heer Remkes zat te luisteren tijdens de persconferentie, hoorde ik hem teksten uitspreken die mijn voorgangers en ik van GroenLinks hier in de Kamer jaar in, jaar uit tegen muren uitspraken. Niet alles kan, was de samenvatting van alle voorstellen die wij hier de afgelopen jaren deden. Voorstellen die meestal geblokkeerd werden door een meerderheid van CDA, VVD, PvdA, D66 en ChristenUnie.

Voorzitter. Volgende week voeren wij het debat over de stikstofkwestie, maar ik wil daar nu alvast twee dingen over zeggen. Het eerste gaat over geld. Het tweede gaat over het uitkopen van boeren. In de brief die wij vrijdag ontvingen van het kabinet werden allerlei bedragen genoemd voor bestaande plannen. Ze zijn zo vaak herhaald dat de ingevoerde lezer ze kan dromen: 180 miljoen voor de sanering van de varkenshouderij, 100 miljoen voor stoppers in de veenweiden. Als de minister denkt dat zij ruimte in de stikstofuitstoot kan scheppen met plannen die toch al op de plank lagen, wil ik haar waarschuwen. Natuurherstel versnellen, bufferzones naast natuurgebieden aanleggen en boeren uitkopen kost geld. Veel geld. Geld dat vier maanden na de uitspraak van de rechter nog niet gereserveerd is door het kabinet.

Provincies zijn deze week op pad gestuurd met een lege portemonnee. Dat gaat niet werken. Ik heb daarom een paar vragen aan de minister. Hoeveel geld gaat het scheppen van ruimte in het stikstofdossier kosten? Wat bedoelt de minister met "Indien nodig is het kabinet bereid om voor de financiering van extra maatregelen die op de korte termijn genomen kunnen worden een begrotingsreserve in te stellen bij de Najaarsnota"? Welke andere prioriteiten komen daardoor te vervallen?

Dan de boeren. Niemand kijkt ernaar uit om boeren te dwingen hun bedrijf te verplaatsen of op te geven. Het gaat dan ook om boeren die het bedrijf van hun vader overnamen en zij weer van hun vader. Ook GroenLinks ziet hoeveel pijn een gedwongen vertrek kan doen, maar de uitspraken van minister tijdens de demonstratie van de boeren en in haar brief van vorige week hebben ons verontrust. Het stikstofprobleem is allereerst een probleem van de natuur. De druk van de uitstoot moet omlaag en de grootste vervuilers moeten daarvoor betalen. En ja, dat is dus de veehouderij. Wij betreuren het daarom dat de minister de provincies op pad stuurt met een lege instrumentenkoffer. Er is geen geld en ook geen titel. Alles moet op basis van vrijwilligheid, terwijl de commissie-Remkes adviseert om ook rekening te houden met onteigening.

Een daadkrachtige minister kan niet met iedereen vrienden blijven. Ik stel daarom de volgende vragen. Op basis van welke gegevens denkt de minister dat alle natura 2000-gebieden in Nederland kunnen worden geholpen met het vrijwillig opkopen van die rechten? Stel dat die vrijwillige uitkoop in een gebied niet lukt, heeft de natuur dan pech, of de bouwbedrijven, of de woningzoekenden? Stel dat het nodig is om wel de helft van de dieren te laten verdwijnen om de natuur te redden en woningen te bouwen, stapt de minister dan op?

Voorzitter. Ik bewaar de rest van onze stikstofzorgen even voor volgende week, maar ik hoop dat de minister ervan doordrongen is dat het geld uit de begrotingsreserve er bij de Najaarsnota echt moet komen. Het moet dan niet gaan om bestaande middelen, maar om nieuwe middelen. En het moet niet gevuld worden met een paar duizend euro, maar met miljoenen.

Dan de begroting van LNV. Ik wil daarover drie punten naar voren brengen, te beginnen met de voedselbanken. In de begroting is komend jaar 1 miljoen euro gereserveerd voor het beleid tegen voedselverspilling. In Nederland gooien supermarkten jaarlijks 180.000 ton voedsel weg. Tegelijkertijd helpen de voedselbanken slechts een klein deel van de mensen in dit land die voor hun boodschappen op de voedselbanken aangewezen zijn, namelijk 140.000 van de 400.000 mensen. Het is een schrijnende situatie dat er mensen zijn die 's avonds met honger naar bed gaan zonder de voedselhulp. De voedselbanken werken met bevlogen vrijwilligers. Ik heb zelf een ochtend meegeholpen met het uitdelen van het voedsel en ik was diep onder de indruk van hun inzet. Zij zouden ook graag het andere voedsel dat weggegooid wordt door de supermarkten uitdelen aan Nederlanders die honger lijden. Kan de minister toezeggen dat zij bij de besteding van het geld om voedselverspilling tegen te gaan in overleg gaat met de voedselbanken in Nederland, zodat zij hun ambities kunnen waarmaken?

In Frankrijk bestaat een wet die supermarkten dwingt om afgedankt eetbaar voedsel te donoren aan een goed doel of in te zetten voor de productie van diervoer of compost. Mijn collega Moorlag van de PvdA vroeg daar vorig jaar ook al naar. Zolang de voedselbanken nog niet voldoende voedsel hebben om alle mensen die voedselhulp nodig hebben te helpen, lijkt een wettelijke verplichting om voedselverspilling tegen te gaan mij nuttig. Wat vindt de minister van zo'n wet? Kan zij uitzoeken of een dergelijk verbod ook in Nederland ingevoerd kan worden?

Mijn volgende punt gaat over bomen. GroenLinks was al een tijdje bezig met het schrijven van een nationaal bomenplan, toen de minister aankondigde te komen met een bossenstrategie. In het laatste AO Natuur sprak tot mijn verrassing ook de SP plotseling van een nationaal bomenplan. Omdat samenwerken in de politiek cruciaal is om resultaten te boeken, hebben de SP en GroenLinks de handen ineengeslagen. Ik heb hier onze gezamenlijke initiatiefnota "17 miljoen bomen, het Nationaal Bomenplan". Het is vanmorgen via de mail aangeboden aan mijn collega-Kamerleden. Ik heb ook een exemplaar meegenomen voor de minister.

De voorzitter:

Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer.

(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.)

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Het voorstel gaat over meer bomen, maar ook over betere kwaliteit van bosbeheer, natuureducatie en een betere bescherming van bomen. Iedereen houdt van bomen. Volgens mij is het een onderwerp waar we in deze commissie de handen best voor op elkaar kunnen krijgen. Ik hoop dat de minister het met plezier leest en dat we er op een later tijdstip over verder spreken.

De heer Graus (PVV):

Over bomen gesproken, ik probeer hier al zolang als ik in de Kamer zit namens de PVV voor elkaar te krijgen dat de Nationale Boomplantdag — die vindt ieder jaar plaats — bij boeren plaatsvindt, om zo schaduwplekken te creëren voor dieren. Ik weet niet of mevrouw Bromet weleens langs een wei rijdt als het 33°C is. Dan zie je dat allerlei dieren zich verdringen om ergens een schaduwplekje te vinden van een trekker of zo'n platte wagen of iets anders. Hoe staat mevrouw Bromet daarin? Zou zij mij er alstublieft in willen steunen als bomendeskundige en als bomenfanaat dat er ook eens bomen komen om dieren te beschermen tegen hittestress en tegen hitte?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Het is leuk dat de heer Graus Boomfeestdag noemt, want ik heb zelf als kind ook een boom geplant op die dag. Die boom is inmiddels al heel dik geworden. Ik heb ook overleg gehad bij het schrijven van deze nota met de organisatie van de Boomfeestdag. Zij staat ook volledig achter deze nota. Zij is van plan om komend voorjaar het record bomen planten te gaan vestigen in aantallen. Ik denk dat het een goede suggestie is om ook te kijken of het op sommige plekken mogelijk is om schaduw te geven voor dieren.

De heer Graus (PVV):

Bedankt. Ik hoop dat mevrouw de minister dadelijk ook ... Ik zou het fijn vinden als we allemaal een boom bij een boer gaan planten op zo'n Boomplantdag. Dat zou leuk zijn, uiteraard bij de boeren die het willen en waar het mogelijk is.

De heer Von Martels (CDA):

Ik heb nog een paar vragen over het plan voor 17 miljoen bomen. Het klinkt heel sympathiek, maar ik zie in de praktijk dat heel veel terreinbeherende organisaties Natura 2000-gebieden omzetten van bos naar andere vormen van natuur. Hoe verklaart mevrouw Bromet dat?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Als u het bomenplan leest, zult u zien dat het niet een antibomenkapplan is. Wij zijn niet tegen de kap van elke boom. Soms is een boom ziek, soms moeten natuurdoelen bereikt worden op plekken waar juist zonlicht nodig is. Sommige natuur is gebaat bij de toetreding van zonlicht. Als het gaat over Natura 2000-gebieden, is bekend welke natuur daar beschermd moet worden. We kunnen niet van heel Nederland een bos maken. Maar ik zou ook alvast willen zeggen dat ons bomenplan zich niet alleen richt op de gronden van de terreinbeheerders. 40 jaar geleden was er iemand met visie. Diegene zei, ik denk hier in de Tweede Kamer: er moeten bomen komen, want er over 40 jaar is er een houttekort. Die bomen zijn nu groot gegroeid. Die bosregeling was voor agrariërs beschikbaar. Die bomen worden nu allemaal massaal gekapt omdat de regeling afgelopen is. Wij vinden dat er een nieuwe bosregeling moet komen voor agrariërs.

De heer Von Martels (CDA):

Dank voor het uitgebreide antwoord, zou ik tegen mevrouw Bromet willen zeggen. Maar zijn die 17 miljoen bomen nu een doel op zich of zijn die een middel om klimaatbeleid, natuurbeleid en biodiversiteit in samenhang te bevorderen? Dat lijkt me toch het uitgangspunt, en niet het aantal bomen specifiek.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Daar heeft de heer Von Martels helemaal gelijk in. We hebben uitgebreid zitten rekenen hoeveel bomen je per hectare kan planten. Dan verschilt het heel erg of je het over grote bomen of kleine bomen hebt. Het aantal van 17 miljoen verwijst naar het aantal Nederlanders. Wij zeggen minimaal 17 miljoen en denken dat er veel meer mogelijk is. Maar wij noemen wel een ander getal, namelijk dat van 100.000 hectare.

De voorzitter:

Gaat u verder, mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ten slotte. Er wordt vaak gedaan alsof er een tegenstelling aan het ontstaan is tussen stad en platteland, waarbij GroenLinks met het grootste gemak in het kamp "stad" wordt ingedeeld. Ik heb aan het begin van mijn betoog vandaag al verteld dat ik zelf tussen de boeren woon. Maar deze zomer reisde ik met mijn collega Paul Smeulders af naar het noorden van het land. We gingen naar Holwerd. We spraken daar mensen die model staan voor wat sommigen de participatiesamenleving noemen. Mannen met een baan, die al hun vrije tijd opofferen voor een project dat de effecten van bevolkingskrimp moet dempen, de landbouw verduurzaamt en de natuur verder helpt. Het is een heel mooi project, dat Holwerd aan Zee heet. Ze zijn al heel ver met geld uit de Postcodeloterij, geld van de provincie en geld uit de regiodeal, maar er is nog steeds geld tekort. De vraag aan de minister is: hoe kan zij de initiatiefnemers helpen om de laatste hobbels te nemen?

Voorzitter. Het zijn drukke tijden voor landbouwwoordvoerders, en ook voor de minister. Wij kennen de minister als een eerlijke, hardwerkende en bevlogen minister. Dat waarderen wij zeer. Ik kijk ook met veel bewondering naar haar plannen. Maar het is nu tijd voor daden. Daar horen duidelijke keuzes bij. Daarbij zullen er ook mensen teleurgesteld en boos achterblijven. Wij zullen de minister keer op keer opjagen om haar plannen moedig tot uitvoering te brengen, want de tijd van woorden is voorbij. Het is nu tijd voor daden.

De heer De Groot (D66):

Ik heb er even over na moeten denken, want ik was toch wat in verwarring door de bijdrage van mevrouw Bromet. Dat heeft te maken met het feit dat ik in het verkiezingsprogramma eigenlijk niets zie over warm saneren. Ik zie eigenlijk alleen een koude sanering van de veehouderij. In de aanvullende begroting, waarvan de inkt eigenlijk nog niet droog is, zie ik geen extra investeringen in natuur. Dus op welk moment maakte u nou die draai? Op welk moment dacht u: we moeten toch warm saneren — dat klinkt toch beter — en meer investeren in de natuur? Wanneer was dat?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Dat berust op een groot misverstand. Ik denk ook dat de heer De Groot niet goed heeft gekeken naar ons verkiezingsprogramma en de doorrekening daarvan. Daar staan namelijk wel degelijk bedragen in voor de warme sanering. Wij hebben altijd een warme sanering voorgestaan. En de tegenbegroting die wij samen met PvdA en SP ingediend hebben, was vooral gericht op sociaaleconomische aspecten en op de verhouding tussen het grote bedrijfsleven en de burger, en niet op alle aspecten van wat wij hier in de politiek naar voren brengen.

De heer De Groot (D66):

Dan begrijp ik mijn verwarring, want daarin vond ik eigenlijk niks terug van het verhaal dat mevrouw Bromet hier houdt. Maar dan is het nu weer opgehelderd. Dank u wel.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ik zou zeggen: lees ons verkiezingsprogramma er nog eens op na.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Bromet. Dan geef ik nu het woord aan de heer Geurts namens het CDA.

Na de heren Geurts en Von Martels gaan we overigens schorsen, want ik zie dat de heer Graus al een zak drop heeft opgegeten! Dat willen we ook niet. Hij heeft er zelfs twee.

De heer Geurts (CDA):

Eén zak drop?! Ik denk iets meer.

Voorzitter. Al eeuwen is Nederland in de wereld een hoogproductief landbouwland: van hongersnoden en ondervoeding in de negentiende eeuw, naar overvloed in de tweede helft van de twintigste eeuw. Het Nederlandse agrocomplex, van akkerbouw tot zaadveredelaars, heeft met onze eigen innovatieve boeren een enorme productiestijging per hectare bereikt. De land- en tuinbouw en visserij zijn de maakindustrieën van eigen bodem, horen bij Nederland en zijn sectoren van vitaal economisch belang.

Voorzitter. Voor onze voedselproductie hadden we vroeger veel meer boeren nodig dan tegenwoordig. De keerzijde daarvan is dat de afstand tot hoe ons voedsel wordt geproduceerd, groter is geworden. Had iedereen vroeger wel een boer in de familie, tegenwoordig is dat niet meer zo. De kennis over de totstandkoming en waarde van ons voedsel en haar productie is aan het verdwijnen uit ons collectief geheugen. Er zijn al groepen die denken dat boeren overbodig zijn. Immers, alles wat we nodig hebben, ligt in de supermarkt. En met dat denken, gaat er behoorlijk veel mis. Er is iets mis als mensen in het vliegtuig omwille van hun klimaatafdruk vragen om een wolkje sojamelk. Het gaat mis als we in ons eigen Kamerrestaurant allerlei waterige importdrankjes verkopen.

Voorzitter. Gezond voedsel is essentieel voor onze gezondheid. Kan de minister aangeven welk onderzoek er wordt gedaan door de overheid naar de waarde van ons voedsel voor onze gezondheid?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Even een korte vraag. Hoorde ik het CDA nou op een gezellige manier zeggen, namelijk door het zo te formuleren dat we tegenwoordig minder boeren nodig hebben, dat het CDA verantwoordelijk is voor het feit dat we in de afgelopen tien, twaalf jaar meer dan de helft van de varkensboeren zijn kwijtgeraakt, terwijl het aantal dieren is gestegen?

De heer Geurts (CDA):

Dat is een hele interessante wending! Ik had verwacht dat mevrouw Ouwehand weer zou zeggen dat het stoppen van al die boeren de schuld van het CDA is. Ik moet dus even nadenken over wat hier nou precies achter zit. Maar ik denk dat in wezen dát erachter zit, dus dan zend ik het terug naar de Partij voor de Dieren: met uw beleid hebben we morgen nog maar heel weinig boeren in Nederland, in ieder geval minder dan met het beleid dat op dit moment plaatsvindt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat is opmerkelijk, want het Landbouw Economisch Instituut, tegenwoordig Wageningen Economic Research, heeft een andere berekening gemaakt. Het heeft bij het burgerinitiatief Stop fout vlees precies doorgerekend hoe we het aantal boeren in Nederland een beetje op peil kunnen houden, maar het aantal dieren wel naar beneden krijgen. Als je de keuzes maakt van het CDA, raken we boeren kwijt en stijgt het aantal dieren; als je de keuzes maakt van de Partij voor de Dieren, houden we boeren en zijn er minder dieren in Nederland. Trekt het CDA hier nu de berekening van Wageningen Economic Research in twijfel?

De heer Geurts (CDA):

Dit is heel interessant, want hoe je het ook wendt of keert, ik kom altijd in de val die de Partij voor de Dieren voor mij zet. Daar trap ik gewoon niet in. Ik ga gewoon niet mee in dat frame. Ik heb hier betoogd — dat is een compliment aan onze agrosector en vooral een knipoog naar de voorzitter — dat het agrocomplex door de jaren heen een ontwikkeling heeft doorgemaakt: je kunt per hectare gewoon meer produceren met minder handjes. De arbeidscapaciteit neemt af; er zijn te weinig mensen. In de tuinbouw — daar ben ik geen woordvoerder van; dat is de heer Von Martels — zie je ook dat de productiestijging erin heeft geresulteerd dat er minder mensen nodig zijn. Dat is gewoon een gegeven waar we mee te maken hebben. Dat komt niet door CDA-beleid, dat komt niet door PvdD-beleid, dat komt gewoon door de werkelijkheid.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. De agroactie van vorige week is niemand ontgaan, denk ik. Vorige week maandagavond had ik een kippenvelmoment, toen ik de beelden zag van de tractoren die van Texel naar het vasteland kwamen en van de boeren die vanuit Groningen vertrokken en uitgezwaaid werden door hun burgemeesters. Onderweg werden de vanuit diverse windstreken komende boeren toegejuicht door onze burgers. Wie er vorige week dinsdag bij was, zal gevoeld hebben dat boeren graag het gesprek aangaan met de samenleving en graag toelichten hoe het eraan toegaat op het boerenerf. Wanneer mogen we de reactie van de minister op de punten van de Agractie verwachten?

Voorzitter. Boeren horen bij Nederland. Het telen van gewassen en het houden van dieren horen bij Nederland, nu en in de toekomst. Wie het heeft over halveren, wil dat duizenden gezinnen hun levenswerk opgeven. Ook veel banen daaromheen, op het platteland, zouden verdwijnen. Wie het heeft over halveren, maakt innovatie kapot en verplaatst de productie naar andere landen, met hogere emissies van broeikasgassen en ammoniak en minder dierenwelzijn tot gevolg. Wie het heeft over halveren, maakt de problemen groter in plaats van kleiner. Met zulke uitspraken, op zo'n toon, toon je geen begrip en respect voor al die hardwerkende mensen.

Voorzitter. Wie ook geen respect hadden, waren de extremisten die in mei inbraken in een stal in Boxtel en die bezetten. Vele boeren en ook ikzelf voelden onmacht en boosheid bij de bezetting in Boxtel. De afgelopen maanden heb ik de tijd gehad om hierover na te denken. Daardoor is voor mij nog duidelijker geworden dat deze organisaties, die misdrijven plegen, niet hard genoeg worden aangepakt en daarmee afgeschrikt. Het CDA wil dat degenen die deelnemen aan dit soort bezettingen, en dus aan de organisatie van misdrijven, in het vervolg worden vervolgd voor deelname aan een criminele organisatie. In georganiseerd verband worden niet alleen misdrijven gepleegd in Nederland, maar bijvoorbeeld ook in Australië, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Door de deelnemers te vervolgen voor deelname aan een criminele organisatie kunnen zij steviger gestraft worden; van een taakstraf naar een forse celstraf. Daarnaast streef ik naar een wetsvoorstel waarin opruiing en het betreden of vernielen van agrarische gebouwen zwaarder worden bestraft, net zoals in Australië is voorgesteld.

Voorzitter. Graag werk ik aan verbinding tussen stad en platteland. Dat kan ook bijdragen aan betere verdienmodellen voor boeren. De voedselscheidsrechter, beschreven in mijn initiatiefnota getiteld "Een eerlijke boterham", is in uitvoering. De minister is bezig met initiatieven om de verbinding tussen stad en platteland te versterken. Kan zij daarover al iets brengen? Welke mogelijkheden zijn er om ervoor te zorgen dat boeren beter lokaal hun producten kunnen afzetten? Is het mogelijk om over het aanbieden van lokale producten afspraken met supermarkten te maken? Want wie was de grote afwezige in de keten bij het protest vorige week? Dat waren de supermarkten. Die voelen zich nergens aan gebonden en halen net zo gemakkelijk producten van de andere kant van de wereld. Ook de supermarkten staan niet alleen in de wereld en moeten oog hebben voor hun omgeving. Daarbij is het ook nodig dat we in het handelsbeleid beter het behoud van onze standaarden borgen. Met Phil Hogan als Eurocommissaris heb ik daar hoop op. Wil de minister samen met de minister voor Handel hier een zeer hoge prioriteit van maken?

De heer Futselaar (SP):

Voorzitter, als u mij toestaat, eventjes over het volgende. De heer Geurts kondigt een wetsvoorstel aan. Dat zullen we zien. Ik denk dat dat bij onze collega's van Justitie en Veiligheid terecht zal komen. Hij zegt: ik wil dat ze vervolgd worden als criminele organisatie. Ik zoek een beetje naar hoe dat praktisch moet. Volgens mij besluit het Openbaar Ministerie uiteindelijk hoe en op welk niveau groepen mensen worden vervolgd. Wat stelt de heer Geurts concreet voor?

De heer Geurts (CDA):

Ik heb het geformuleerd; dit is een wens van mij. Ik ben zelf geen jurist op strafrechtgebied. Ik ben dus wat voorzichtig met het nu geven van een concreet antwoord. Dat moet ik in een initiatiefwetsvoorstel verder vormgeven. Waar het mij wel om gaat, is dat we zien dat er gewoon georganiseerd samengewerkt wordt en dat bedrijven geterroriseerd worden. Op de dag nadat in Boxtel die inbraak en bezetting hebben plaatsgevonden, kreeg ik bezorgde boerinnen, moeders, aan de lijn met de vraag: Jaco, hoe gaan we hier nou mee om; we hebben kinderen op ons erf lopen en die worden zo meteen overlopen door deze mensen? Dat heeft mij alleen maar gesterkt in de wens om ervoor te zorgen dat ik zo'n soort inzet in een wetsvoorstel verpakt krijg.

De voorzitter:

Maar dat wetsvoorstel wordt nog ingediend. Dan wordt het zeker uitgebreid besproken. Anders gaan we het over iets hebben wat nog niet iedereen heeft kunnen zien.

De heer Moorlag (PvdA):

De heer Geurts zegt iets over de actievoerders. Toen ik die boeren zag rijden, had ik ook wel een gevoel van "potverdorie, die hebben dat wel even goed voor elkaar". Ik ben jarenlang vakbondsbestuurder geweest. Petje af dat je zo'n actie organiseert! En ook heel terecht als er onverdoofd wordt gezegd dat 50% van de bedrijven maar moet verdwijnen. Maar een paar dagen ervoor was er een demonstratie van tienduizenden jongeren die zich zorgen maken over de vraag of er in de toekomst nog wel voldoende natuurlijk kapitaal voor hen is. Mijn vraag aan de heer Geurts luidt: heeft hij ook begrip voor die actievoerders, die vreedzame actievoerders, die zeggen dat het systeem tegen de grens van de groei aanloopt?

De heer Geurts (CDA):

Ik ben misschien niet duidelijk geweest, maar ik heb het hier echt over een groep die inbreekt in een varkensstal, die ook die varkensstal bezet, die het de ondernemer onmogelijk maakt om zorg aan die dieren te verlenen, om die dieren te voeden. Dat vind ik toch van een heel andere orde dan een protestactie voor het klimaat. Dat is een heel ander hoofdstuk. Wij hebben hier in Nederland gewoon de ruimte om te protesteren, binnen de grenzen die de Grondwet en wet- en regelgeving daaraan stelt. Maar om nou het ene — ik noem het maar even de situatie Boxtel — te vergelijken met die andere actie ... Dan denk ik: dan zijn we ver van het padje af.

De heer Moorlag (PvdA):

Dat deed ik niet. Ik zie dat verschil ook. Ik keur die actie in Boxtel ook af. Maar het gaat mij om het signaal dat die jongeren hebben afgegeven dat het systeem tegen grenzen aanloopt, ook hier in Nederland, en niet alleen als het gaat om het klimaat maar ook als het gaat om landbouw. Hoe kijkt de heer Geurts tegen dat signaal aan?

De heer Geurts (CDA):

Ik had de vraag waarschijnlijk niet goed begrepen. Het is prima. Je mag een klimaatmars houden. Daar maken ze hun zorgen mee bekend. Maar ik denk dat dit kabinet een aantal dingen gedaan heeft. Ik noem het Klimaatakkoord, et cetera. Dat dat voor sommige mensen niet ver genoeg gaat, dat kan. Maar ik die vraag begrepen in relatie tot die actie in Boxtel. Zo heb ik die dan ook beantwoord.

De voorzitter:

Ja, maar dat is helder.

De heer Geurts (CDA):

En zo heb ik die vraag dan ook beantwoord.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Geurts (CDA):

Dank, voorzitter. Het regeerakkoord kent vele goede initiatieven, onder andere het fonds voor jonge boeren, de aanpak van oneerlijke handelspraktijken en wetgeving om de positie van boeren in de keten te versterken. Het wordt tijd dat deze wetgeving ook echt in werking treedt. Ze kunnen bijdragen aan een beter verdienmodel voor onze boeren en tuinders. Wanneer verwacht de minister dit te doen?

Dan de stalbranden. Hoe staat het met de uitvoering van mijn motie over snelle detectiesystemen? De Kamer vroeg bij de begroting voor 2020 te komen met voorstellen en aan te geven hoe wij de boeren hierbij gaan ondersteunen. Graag een reactie van de minister. De vermeende mond-en-klauwzeeruitbraak in Kootwijkerbroek was er de oorzaak van dat ik de politiek in ben gegaan. Ik zag daar een overheid die recht tegenover de boer stond. Ondertussen wordt over de vermeende uitbraak al zo'n achttien jaar geprocedeerd. Nou gaat een vergelijking tussen vermeende MKZ en fosfaatrechten mank. Dat realiseer ik me heel goed, maar ik zie weer een overheid die bij de fosfaatrechten tegenover de boer is komen te staan. Wanneer krijgen onze boeren nou eens duidelijkheid? Het kan toch niet zo zijn dat een overheid hen tot wanhoop drijft? Er zijn mij toezeggingen gedaan door de voormalige staatssecretaris en daar houd ik de minister aan. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat het vakmanschap ook beloond wordt door bijvoorbeeld een Kringloopwijzer? Krijgt het mogelijk maken van boer/boer-contracten een plek in de herbezinning van het mestbeleid?

Dan de stikstofproblematiek. Er zal volgende week nog een uitgebreid debat aan worden gewijd, schat ik in. Maar de recente Kamerbrief heeft voor veel onzekerheid gezorgd. Ik vraag de minister om per direct met een crisislijn en een informatiepunt te komen waar ondernemers met hun vragen terecht kunnen. Het CDA loopt niet weg voor haar verantwoordelijkheid, maar mij is de afgelopen dagen wel duidelijk geworden dat het waarom en het hoe van het stikstofbeleid veel beter door het kabinet aan onze samenleving uitgelegd zal moeten gaan worden.

Over het RIVM-model zijn veel terechte vragen te stellen. De VVD-fractie heeft net heel aantal vragen gesteld. Ik sluit me daarbij aan. Het beleid moet ook beter worden onderbouwd. Het CDA vraagt de minister welke stappen zij ondernomen heeft en gaat nemen om de metingen van stikstofdepositie op korte termijn te verbeteren en hoe er openheid over het model gegeven gaat worden.

De voorzitter:

Ik wil toch voorstellen ...

De heer Geurts (CDA):

Ik heb nog één paragraaf.

De voorzitter:

Dan zou ik dat even doen.

De heer Geurts (CDA):

U heeft de leiding. Bij het protest was het ook prachtig om te zien hoeveel solidariteit er is in de sector, solidariteit die hard nodig is. Hou dit vast en zet deze energie om in meer samenwerking en positieve energie naar de samenleving.

Tot slot wil ik kwijt dat onze boeren, tuinders en vissers het verdienen om trots op te zijn. Ze hebben met recht een plek in Nederland om ons van veilig en gezond voedsel te voorzien. Het CDA heeft vertrouwen in mensen, vertrouwen in de samenleving en daarmee vertrouwen in de toekomst. Bovendien doen we als CDA ons werk in de overtuiging dat Gods schepping ons gegeven is om goed te beheren en haar beter achter te laten voor onze kinderen en kleinkinderen. Ik wens ons als Kamer, de regering en de ambtenaren bovenal Gods zegen toe.

De heer Futselaar (SP):

Het CDA heeft vertrouwen, maar niet in het RIVM, begrijp ik uit de woorden van de heer Geurts. Wat is nou de concrete aanleiding om twijfels te plaatsen bij de modellen en de metingen van het RIVM en trouwens ook van Wageningen Research die daarbij betrokken is. Wat is nou de concrete aanleiding?

De heer Geurts (CDA):

Ik verbaas me even over deze vraag. Als de heer Futselaar mijn werk in deze Kamer wat gevolgd zou hebben, zou hij kunnen zien dat ik in 2015 al vragen heb gesteld over de ammoniak en de ammoniakreview. In 2017 hebben we een briefing van de RIVM gehad. We hebben een hoorzitting gehad over het rapport over ammoniak. Er zijn gesprekken geweest in opdracht van het kabinet door het Rathenau Instituut met betrokken partijen en er is begin dit jaar een brief gekomen over het RIVM. Waar heeft de heer Geurts geen vertrouwen in? De heer Geurts wil gewoon transparantie hebben. Hij wil duidelijk weten hoe dat model eruit ziet, wat gaat erin en wat komt eruit. Ik zag net in een NOS-bericht dat ik daar ook in word gesteund door de heer Erisman, directeur van het Louis Bolk instituut. Hij zegt dat het goed is dat het transparant wordt gemaakt. Ik citeer even dat artikel: "toch wekt het achterdocht als je dingen niet nadrukkelijk openbaar maakt". Ik word dus ook gesteund door mensen buiten het CDA die zeggen dat we gewoon een transparant model moeten hebben. En waarom moeten we zo'n transparant model hebben? Omdat er ongelooflijk veel van afhangt.

De heer Futselaar (SP):

Volgens mij heb ik een interview met diezelfde heer Erisman gelezen waarin hij zei: je kunt misschien aan een paar dingen twijfelen over het RIVM, maar het algemene beeld over stikstof klopt ongetwijfeld. Maar goed, we kunnen mensen tegen elkaar citeren tot we erbij neervallen. Het RIVM geeft data aan organisaties die dat willen. Het model is gepubliceerd in wetenschappelijke publicaties. Mijn oprechte vraag is: zorgt niet de voortdurende discussie over de cijfers, zoals deze, voor vertraging in de uitvoering van noodzakelijke maatregelen om de stikstofcrisis aan te pakken?

De heer Geurts (CDA):

Ik zei wat gekscherend intern bij de CDA-fractie het volgende. Mijn collega Pieter Omtzigt heeft vragen gesteld over het model dat de elektrische auto's bepaalde. Ik kan daarin gewoon een aantal woorden weghalen en de woorden RIVM, stikstof et cetera toevoegen. Dan kan ik zowat dezelfde vragen indienen. Het gaat erom dat er geen enkele twijfel is over het model, omdat de gevolgen van dat model zo groot zijn, niet alleen voor boeren, maar veel breder in deze samenleving. Ik hoop op steun van de SP-fractie en verwacht die ook echt, om die helderheid te geven. Het gaat erom dat er echt een goede wetenschappelijke validatie van het model gaat komen. Want het is nu een black box.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ik wou even terugkomen op het kippenvelmoment dat de heer Geurts had toen de boeren op weg waren naar Den Haag. Ik heb hem zien zitten op het podium. Ik vroeg me af: is er ook weleens een moment dat de heer Geurts denkt "jee, ik ben van het CDA, ik ben al vanaf de Tweede Wereldoorlog ongeveer in het kabinet betrokken bij het landbouwbeleid. Misschien geldt de kritiek van de boeren ook wel een beetje voor wat wij gedaan hebben?"

De heer Geurts (CDA):

Ik heb die vraag wel vaker gehad. Ja, het CDA heeft vele jaren in de regering gezeten en daar ook zijn werk gedaan. Maar ik zal het even concretiseren. Ik heb die vraag ook gekregen over de Programmatische Aanpak Stikstof: u wist toen toch al dat dat niet zou gaan lopen? Nee, dat wisten we toen niet. De Programmatische Aanpak Stikstof is voorgelegd aan de Raad van State, hier door de Kamer behandeld en toen in uitvoering geweest. Dat de rechter daar nu een streep doorheen haalt, kunt u niet alleen het CDA verwijten.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Het gekke is dat de Raad van State best kritisch was op de Programmatische Aanpak Stikstof. Dat is ook voor GroenLinks en de Partij voor de Dieren aanleiding geweest om er niet mee in te stemmen. Beter laat dan nooit, maar ik zou willen zeggen tegen het CDA: als wij nu naar een toekomstbestendige veehouderij gaan hier in Nederland, zou ik heel graag willen samenwerken met het CDA om te kijken hoe wij ervoor kunnen zorgen dat de boeren die overblijven, kunnen opereren binnen de milieuruimte die er is, de natuur in goede staat achterlaten en ook een goed inkomen hebben, zonder dat zij lijden onder een zware schuldenlast. Als het CDA daarvoor openstaat, zou ik daarover heel graag een monsterverbond willen sluiten.

De heer Geurts (CDA):

Het is altijd wat gevaarlijk om in een monsterverbond te stappen, dus ik ben een stapje terughoudender. Ja, ik wil dat gesprek met de GroenLinksfractie aangaan. Daar ben ik zeker toe bereid, maar ik geef nog geen garantie over de uitkomsten van dat gesprek, zeker omdat de laatste zin van mevrouw Bromet heel belangrijk is: we moeten een goed verdienmodel voor onze boeren hebben.

De heer Madlener (PVV):

Ik heb twee vragen aan de heer Geurts. De eerste gaat over zijn betoog tegen de constante schaalvergroting. Zo heb ik het althans opgevat. Klopt het, meneer Geurts, dat u die schaalvergroting eigenlijk niet wilt? Het zijn toch juist die CDA-regels die schaalvergroting in de hand werken? De tweede vraag is: wat doet het CDA in Brussel? Wat het CDA daar doet, is allerlei deals sluiten met allerlei landen die onze boeren beconcurreren en onze marktpositie om zeep helpen. Ik noem goedkope plofkippen uit Oekraïne en de Mercosur-landen, u kent het allemaal wel. U komt hier met een compleet ander verhaal. Is het niet het CDA dat de btw verhoogt, juist op de producten van onze boeren? Is het niet een beetje makkelijk om hier het CDA mee weg te laten komen?

De heer Geurts (CDA):

Was het niet de PVV die in 2010 voor haar verantwoordelijkheid wegliep en nu vanuit de oppositie "mooie" woorden spreekt? Mooi tussen aanhalingstekens vanuit mijn perspectief. Ik hoop dat de PVV-fractie wel voor de buitenlandse handel blijft gaan. U doelt op Mercosur. Daar zijn een hele hoop vraagtekens bij te zetten. Die zullen ook behandeld worden op het moment dat die deal hier in de Kamer wordt besproken. Ik ben geen woordvoerder op dat punt; dat is een collega. Mijn persoonlijke mening daarover is: er hoort wederkerigheid te zitten in buitenlandse handel. Het tweede is dit. Als het om buitenlandse handel gaat, moet alles wat naar Europa komt, voldoen aan de Europese eisen. Maar om Mercosur nu gelijk bij het grofvuil neer zetten, gaat me veel te ver, want bijvoorbeeld voor onze melkveehouders en kaasproducenten is zo'n deal een hele goede deal.

De heer Madlener (PVV):

Ik had twee vragen gesteld. De eerste was of het CDA inderdaad afstand neemt van die schaalvergroting, die constante schaalvergroting waar het CDA juist aan meewerkt, of de heer Geurts die niet wil. Ik heb er overigens nog een motie toe ingediend die toetst of nieuwe regels die schaalvergroting in de hand werken. Het CDA heeft tegengestemd, dus ik snap dat verhaal helemaal niet van de heer Geurts. Ten tweede die handelsdeals. Ik denk dat de heer Geurts zich daar toch medeverantwoordelijk voor voelt, althans daar lijkt het op als ik hem zo een beetje omzichtige bewegingen hoor maken. Maar hij kan er toch niet aan voorbijgaan dat het CDA juist in Brussel voorstander is van die deals met Oekraïne, die daar tegen hele andere omstandigheden ónze boeren wegconcurreren. Úw boeren, waar u het voor opneemt, wegconcurreren, dankzij u. U bent degene geweest die de btw verhoogd heeft op onze boerenproducten. Daar kan het CDA toch niet van weglopen?

De heer Geurts (CDA):

Ik ben in spannende afwachting dat er een tegenbegroting van de PVV-fractie komt en dan gaan we het over die btw wel hebben. Ja, het CDA is vertegenwoordigd in Brussel. Dat zijn niet alle partijen hier. Daar worden zeker ook afspraken gemaakt. Als het dan over schaalvergroting gaat: als wij een systeem kunnen bedenken waarmee boeren een heel goed inkomen kunnen hebben met 100 varkens, waarom zou je er dan 1.000 willen houden? Alleen, het systeem zit anders in elkaar. Het lijkt wel of de PVV denkt dat Nederland op een eilandje ligt. Als u kijkt naar die wereldbol — tegen de heer Futselaar zeg ik: ik ga er nog steeds van uit dat die rond is — dan is Nederland maar een speldenknopje ten opzichte van de rest. Dus ja, ik weet niet waarom de PVV zich zo terugtrekt binnen de eigen grenzen en zegt: met de rest van de wereld hebben we niks meer te maken. Ik hoorde straks ook al dat we volgens de PVV eigenlijk met de rechterlijke macht niks meer te maken hebben. Dat wordt anarchie.

De voorzitter:

U mag daar even op reageren, meneer Madlener, en dan ga ik naar mevrouw Ouwehand.

De heer Madlener (PVV):

Ik vraag mij af of de heer Geurts zich nog wel thuis voelt bij het CDA, want hij komt hier met een compleet ander verhaal dan wat de daden van het CDA vertellen. Het zijn juist de CDA-regels ... De Rabobank schrijft in haar rapportage over de varkenssector: die warme sanering zorgt voor 5% minder varkens, maar het aantal ondernemers in de varkenssector gaat halveren! U bent niet de varkens aan het saneren, u saneert de ondernemers. Het is het CDA dat al die deals sluit en dat onze boeren ondermijnt. Het is het CDA dat deals met Oekraïne wil, met valse concurrentie vanuit het buitenland. Dan kan de heer Geurts hier toch niet ineens met een compleet ander verhaal komen? U bent totaal ongeloofwaardig, of u moet misschien weggaan bij het CDA.

De heer Geurts (CDA):

Ik hoor de heer Graus buiten de microfoon om roepen: kom maar bij ons. Het is altijd grappig als een PVV'er een CDA'er uitnodigt om over te lopen. Dat ga ik dus absoluut niet doen, laat ik daar ook helder in zijn. We kunnen er nog een heel betoog over houden waar het CDA wel of niet verantwoordelijk voor is. Ik heb in ieder geval de PVV weinig verantwoordelijkheid in deze samenleving zien nemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De heer Geurts durft het niet op het podium, niet op televisie, maar hij probeert het gewoon in de plenaire zaal: Mercosur. Het CDA heeft tot nu toe geen afstand willen nemen van dat verdrag en de boeren hebben bij het boerenprotest een lijstje met eisen overhandigd. Ze willen binnen vier weken duidelijkheid en een van de dingen die ze vragen is: wijs dat Mercosur-verdrag nou naar de prullenmand! De Partij voor de Dieren heeft vragen gesteld aan minister Kaag en die heeft bevestigd dat er geen sprake zal zijn van dezelfde eisen als we hier in Europa stellen en dat die ook niet kunnen worden afgedwongen door gesprekken. Dus de vraag is klip-en-klaar: is het CDA nu bereid om te zeggen: Mercosur, dat moeten we gewoon niet doen?

De heer Geurts (CDA):

Even voor de zuiverheid. Het Mercosur-stuk ligt nog niet in de Kamer ter bespreking. Dat is één. Twee: ik heb net aangegeven dat ik vind dat er bij buitenlandse handel wederkerigheid moet zijn. Ik heb ook heel duidelijk aangegeven dat ik vind dat de Europese regels moeten gelden voor de producten die naar Europa komen. Er zit een wederkerigheid in handelsrelaties en daar zitten ook goede elementen in, maar de Partij voor de Dieren wil helemaal geen buitenlandse handel. Die wil gewoon dat alles wat er in Nederland wordt geproduceerd, ook alleen hier in Nederland gegeten mag worden en dat er niet gehandeld wordt met het buitenland. Dan zeg ik tegen mevrouw Ouwehand ... Overigens gefeliciteerd met uw fractievoorzitterschap, zeg ik tegen mevrouw Ouwehand. Dat had ik namelijk nog niet gedaan, voorzitter.

De voorzitter:

Dat vind ik dan weer tegenvallen.

De heer Geurts (CDA):

Dat kan ik op deze manier mooi doen. Ik zie uit naar de samenwerking ...

De voorzitter:

En een bos bloemen.

De heer Geurts (CDA):

... met de nieuwe fractievoorzitter. Ik zeg tegen haar dat er wederkerigheid moet zijn in de handelsrelaties en dat het CDA vóór buitenlandse handel is. U komt geen boer tegen die, als hij goed nadenkt, tegen buitenlandse handel is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het maakt voor dit punt niet uit hoe de Partij voor de Dieren naar handel in het algemeen kijkt. Het gaat erom dat boeren een protest hebben georganiseerd. De heer Geurts heeft daar lovende woorden over gesproken. Nou vragen die boeren een aantal dingen. Een daarvan is dat ze zo snel mogelijk duidelijkheid willen, binnen vier weken, en dat ze Mercosur niet zien zitten. Ze vragen de Tweede Kamer om alsjeblieft te zeggen dat ze dat niet gaan steunen. De Partij voor de Dieren heeft haar huiswerk gedaan en heeft die teksten alvast gelezen. Die zijn gewoon beschikbaar. We hebben de minister voor Buitenlandse Handel gevraagd of daarbij dezelfde eisen gelden als in Europa. De minister zegt nee. Kunnen we die dan wel op lange termijn afdwingen? Nee, ook niet. Alle informatie is bekend, dus de vraag is: is het CDA bereid om deze eis van de boeren in te willigen?

De voorzitter:

Het is eigenlijk dezelfde vraag.

De heer Geurts (CDA):

Mevrouw Ouwehand krijgt gewoon hetzelfde antwoord. Ik kan het wel herhalen. Ik ben er redelijk goed in om precies hetzelfde te zeggen als ik in het verleden heb gedaan. Dat wordt ook bevestigd door de SP-fractie. Ik word er emotioneel van.

De voorzitter:

Ik zie het.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik kan het samenvatten. Het antwoord is gewoon nee. Het CDA wil niet het besluit nemen dat we Mercosur op korte termijn in de prullenbak gooien.

De heer Geurts (CDA):

Ik vind dit echt een valse tegenstelling. Het is ook niet terecht. Ik heb net geschetst hoe het gaat lopen. Ik heb mijn mening over deze zaken gegeven. Er is nog geen deal. Die moet nog in de Kamer besproken worden . Ik heb aangegeven dat dit in het kader van buitenlandse handel wordt besproken. Ik ga daar niet op vooruitlopen. Ik vind dat niet netjes ten opzichte van mijn fractie. Ik vind dat ook niet netjes ten opzichte van mijn collega die daar het woord over voert. Ik denk dat ik er heel helder over ben geweest. Ik heb dat ook in de media gezegd. Mevrouw Ouwehand weet dat heel goed.

De voorzitter:

Dat is ook weer helder. Ook ik word er emotioneel van.

De heer Geurts (CDA):

Dan komen mevrouw Ouwehand en ik de volgende keer weer in uw toespraak voor.

De heer Graus (PVV):

Er is net een bericht verschenen waar ik toch graag een reactie van een coalitiepartij op wil. Winanda de la Rambelje uit Delft vangt wild op. Net zoals bij alle wildopvang in Nederland staat zij op de rand van het faillissement. Ik weet dat u ook van wild houdt, net als ik. Alleen houdt u er meer van op het bord en houd ik meer van de dieren. Mogelijk kunt u me helpen. In de wet is niet geregeld wie er financieel verantwoordelijk is voor de zorgplicht. Dat is niet goed geregeld. Wil meneer Geurts me helpen? Hij is een gelovig mens. Hij gelooft in het scheppingsverhaal en dan weet hij ook dat de dieren er eerder waren dan de mensen. Mogelijk wil hij me helpen om aan de minister te vragen om hier een oplossing voor te vinden.

De heer Geurts (CDA):

Ik noem dit een Grausje. De heer Graus stelt mij een vraag, maar hij verwacht helemaal geen antwoord van mij. Hij vraagt: meneer Geurts, zou u deze vraag willen doorgeleiden naar de minister? Dat heb ik bij deze gedaan, meneer Graus.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Geurts. Dan ga ik nu naar de heer Von Martels. Na de heer Von Martels gaan we even schorsen. Dan weten jullie dat in elk geval. De heer Von Martels spreekt namens het CDA. Hij krijgt geen knuffel van meneer Graus.

De heer Von Martels (CDA):

Nee, dat is dan weer teleurstellend. Voorzitter. Dank u wel. Het is mijn eerste landbouwbegroting. Het is mooi dat ik als laatste het woord krijg, al is het dan alleen maar voor de pauze. Toch goed om dat te horen.

Voorzitter. Bij mijn eerste landbouwbegroting wil ik eerst nog even ingaan op de indrukwekkende economische cijfers van de landbouwsector. Ook mevrouw Lodders begon daarover. De toegevoegde waarde van het totale agrocomplex is 52 miljard euro. Dat is zo'n 7,4% van de totale economie. Bovendien zijn er 626.000 voltijds arbeidsplaatsen en dat is weer goed voor 8,7% van de nationale werkgelegenheid. We praten dus wel ergens over. Dat wil ik even duiden.

De Nederlandse landbouw is een prachtige maakindustrie van eigen bodem. Zeker in de regio is de landbouw belangrijk voor werkgelegenheid en daarmee ook voor de leefbaarheid. Bovendien zorgt de landbouw voor het mooie Nederlandse landschap. Daarbij is de tuinbouw met 28 miljard aan toegevoegde waarde de koploper. Zo veel innovatie, zo kundig georganiseerd management en steeds zuiniger en duurzamer omgaan met hulpbronnen zijn voorbeelden voor andere sectoren en de rest van de wereld. De Nederlandse tuinbouwsector exporteert naar 150 landen etenswaren, bloemen, planten, zaden en nog veel meer. De tuinbouw levert ook een hele belangrijke bijdrage aan de CO2-reductie. Daarbij is er wel een punt van aandacht, namelijk CCU: Carbon Capture Utilisation. De tuinbouw wil graag CO2 uit de industrie gebruiken. Voor de tuinbouw is de stabiele aanvoer van CO2 uit de industrie heel belangrijk om zelf geen CO2 meer te hoeven produceren als ze hun warmtegebruik verduurzamen. Heeft de minister hierover goed contact met de minister van Economische Zaken? Want het is belangrijk dat de kansen goed worden benut.

Op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen is de minister samen met de sector ambitieus. Ik maak me echter ook wel zorgen. Aan de ene kant verneem ik dat de milieudruk toeneemt omdat middelen niet langer gebruikt mogen worden. Ik doel daarbij op neonicotinoïden, waarvan we nu al weten dat de milieudruk in het afgelopen jaar is toegenomen. Dat is natuurlijk betreurenswaardig. Klopt dit, zo vraag ik de minister. Heeft zij ook het beeld dat ik net geschetst heb? Hebben wij dit toenemende probleem voldoende in beeld? En zouden er niet eerst alternatieven op de markt moeten zijn voordat ingegrepen wordt in het bestaande middelenpakket?

Aan de andere kant is er naast het stellen van doelen voor het verduurzamen van gewasbeschermingsmiddelen veel meer nodig. Zoals ook het PBL stelt, is het nodig dat er structureel wordt ingezet op kennis en overdracht. Daarvoor is boter bij de vis nodig van de minister. Zijn daar middelen voor beschikbaar? Dit keer heb ik het over financiële middelen en niet over gewasbeschermingsmiddelen. Is de minister bereid om te kijken of hier extra middelen voor kunnen worden ingezet?

Voorzitter. Het CDA wil dat we voor een gezonde leefomgeving en het klimaat meer bomen gaan planten in Nederland. Dat moet niet alleen gaan om bossen, zoals de minister wil, maar om al het groen op alle mogelijke plaatsen. Dat komt ook ten goede aan de biodiversiteit, waarbij alle beestjes, ook de kevers langs de kant van de weg, belangrijk zijn. Daarom wil ik de minister aanraden om haar voornemen voor een bosstrategie te verbreden naar een bomenstrategie. Alle bomen tellen immers mee. Mijn vraag aan de minister is: bent u daartoe bereid?

Voorzitter. Het is voor mij en ook voor de nationale parken nog erg onduidelijk hoe de extra middelen voor de nationale parken worden besteed. Er is 6 miljoen euro beschikbaar voor een kwaliteitssprong en procesondersteuning. De vraag is echter hoe nationale parken hier aanspraak op kunnen maken. Hoe moeten aanvragen gedaan worden en hoe worden die beoordeeld? Zou het enige in Nederland aangewezen UNESCO-biosfeergebied, de Maashegge, met een heggenlandschap van 275 kilometer op ongeveer 2.000 hectare, hiermee ook ondersteund kunnen worden? Of ziet de minister hiervoor andere mogelijkheden? De Maashegge is een prachtig gebied waar we kunnen zien hoe cultuur, landschap, economie en natuur al eeuwenlang samen gaan.

Voorzitter. Voor Nederland is het Europese landbouw- en visserijbeleid belangrijk. Er zijn nieuwe Eurocommissarissen voorgesteld: de Litouwer Sinkevičius — ik weet niet of ik het goed uitspreek — voor visserij en de Pool Wojciechowski voor landbouw. We hebben een jonge enthousiaste Litouwer op visserijbeleid. Dat geeft de kans om het Nederlandse innovatieve visserijbeleid op de kaart te zetten. Zijn er al plannen van de minister om kennis te gaan maken met deze beide heren? Want goede relaties in Europa zijn immers hard nodig op vele dossiers en vormen een basis voor het toekomstige landbouwbeleid.

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Von Martels. Ik wil eigenlijk nu het voorstel doen om te schorsen tot 14.30 uur.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Daarna gaan we eerst een nieuwe collega van de Partij voor de Dieren beëdigen en hebben we ook de regeling van werkzaamheden. Daarna gaan we verder met de eerste termijn van de zijde van de Kamer.

De vergadering wordt van 13.52 uur tot 14.30 uur geschorst.

Naar boven