Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 93, item 10

10 Vernieuwde rulingpraktijk

Aan de orde is het VAO Vernieuwde rulingpraktijk (AO d.d. 4/06).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Vernieuwde rulingpraktijk. Ik heet de staatssecretaris van harte welkom en zou mevrouw Leijten van de SP als eerste het woord willen geven.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Ik mag het van de staatssecretaris niet zeggen, maar een ruling is eigenlijk een belastingdeal tussen bedrijven en de Belastingdienst. In die deal, in die afspraak, wordt gekeken of de opgevoerde bedrijfsconstructie rechtmatig is of niet. We hebben eigenlijk altijd gehoord dat het goed zit, maar als er iets openbaar wordt is er altijd stront aan de knikker en is het bedrijf altijd bezig met zo min mogelijk belasting betalen. Daarom zegt de Belastingdienst nu dat hij bepaalde constructies gewoon niet meer gaat afsluiten, omdat die zo risicovol zijn voor belastingontwijking dat hij er geen afspraak meer over wil maken. Dat is een heel goede stap, maar die brengt mij er wel toe om de volgende motie in te dienen, want als je die constructie niet meer wilt goedkeuren in afspraken, waarom wil je die constructie dan überhaupt nog toelaten?

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Belastingdienst geen afspraken met bedrijven meer zal maken als daarin gebruik wordt gemaakt van een constructie met informeel kapitaal;

constaterende dat deze keuze is gemaakt omdat deze constructie vaak wordt gebruikt voor belastingontwijking en dat dat niet het doel van rulings kan zijn;

van mening dat het blijven toestaan van informeelkapitaalconstructies als uitlokking tot belastingontwijking moet worden gezien;

van mening dat eerlijk belasting betalen de norm moet zijn;

verzoekt de regering zo snel mogelijk een wet aan de Kamer voor te leggen waarmee de constructie informeel kapitaal wettelijk wordt verboden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 238 (25087).

Mevrouw Leijten (SP):

Dan een motie die niet kan verbazen gezien het debat.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris over wil gaan tot het publiceren van rulings tussen bedrijven en de Belastingdienst, zij het enkel een samenvatting van de afspraken;

constaterende dat het in z'n geheel publiceren van rulings internationaal wordt gezien als "'best practice"';

van mening dat het nut van publiceren verloren dreigt te gaan wanneer in de samenvatting te veel informatie wordt weggelaten om de ruling nog te kunnen controleren;

verzoekt de regering rulings in z'n geheel en geanonimiseerd te publiceren, inclusief de onderliggende stukken, en inclusief (de orde van grootte van) bedragen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 239 (25087).

Mevrouw Leijten (SP):

"'Best practice"' is slecht Nederlands. Ik bedoel: beste voorbeeld.

De voorzitter:

De heer Snels, GroenLinks.

De heer Snels (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Het algemeen overleg over de belastingrulings was een mooi debat. De staatssecretaris en het kabinet zetten echt stappen vooruit om het rulingbeleid aan te scherpen en de transparantie te verbeteren. Die transparantie is volgens mij vooral belangrijk omdat er nogal wat wantrouwen is ontstaan over de black box die het afsluiten van rulings toch is. De staatssecretaris heeft aangekondigd samenvattingen te publiceren. Dat vind ik een stap vooruit. Hij gaat het ook nog evalueren. Ook dat is prima. Tegelijkertijd hebben wij het debat gehad over of er niet nog iets extra's nodig is omdat het moeilijk blijft om samenvattingen te beoordelen op de inhoud als je de achterliggende ruling niet kent. Daarom dien ik deze motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet samenvattingen gaat publiceren van alle nieuwe belastingrulings en dat dit een stap vooruit is in een transparant rulingbeleid;

overwegende dat het voor de buitenwereld lastig blijft om de kwaliteit van samenvattingen te beoordelen zonder de onderliggende belastingruling te kunnen inzien;

constaterende dat er geen principiële bezwaren zijn tegen het volledig geanonimiseerd publiceren van belastingrulings;

verzoekt de regering een uitvoerbaar mechanisme te ontwikkelen waarbij externe partijen zoals wetenschappers of ander deskundigen op verzoek inzicht kunnen krijgen in de geanonimiseerde belastingruling bij samenvattingen van belastingrulings,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Snels, Leijten, Nijboer en Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 240 (25087).

De heer Snels (GroenLinks):

In het debat noemde ik dat wat huiselijk een soort WOB-procedure voor belastingrulings. Ik begrijp heel goed de terughoudendheid van de staatssecretaris. Deze motie vraagt aan hem om eens na te denken of er niet een uitvoerbaar mechanisme is te ontwikkelen waarbij we toch zicht krijgen op zowel de achterliggende rulings als de inhoud, zodat ook de buitenwereld wat meer zicht krijgt op hoe die twee dingen met elkaar samenhangen. Ik denk dat dat belangrijk is voor de openheid, de transparantie en het vertrouwen in het systeem van belastingrulings.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Slootweg van het CDA.

De heer Slootweg (CDA):

Dank u wel, voorzitter. We hebben inderdaad een goed debat gehad, waarin duidelijk werd dat er echt stappen vooruit gezet worden. Ik heb ook een staatssecretaris gezien, die zegt: belastingontwijkingsconstructies wil ik zo veel mogelijk tegengaan en ik wil gewoon naar een helder regime toe gaan. Dat betekent wel dat wij heel erg afhankelijk zijn van mensen die dat kunnen uitvoeren. Tijdens het debat hebben we het ook gehad over het feit dat het belangrijk is voor de Belastingdienst om goede, kwalitatieve mensen te hebben. Het zou zo jammer zijn als ze dan toch ineens met de kennis naar ik zal maar zeggen "'de andere kant"' gaan, omdat dat natuurlijk ook kennis is die interessant is voor het bedrijfsleven. Dat is met name zo, omdat het niet alleen maar uitgaat van wat die belastingafspraken dan zijn, maar omdat het ook echt een standpunt is dat de Belastingdienst in een bepaalde kwestie heeft ingenomen.

Ik kom niet met een motie, maar ik heb naar aanleiding hiervan wel twee vragen. Ik denk dat een concurrentiebeding niet precies past, maar je zou bijvoorbeeld wel kunnen denken aan een afkoelperiode van de ACM. Ik zou willen weten hoe de staatssecretaris daartegenover staat en of er iets te zeggen valt over hoeveel mensen er vanuit het APA/ATR-team in het verleden naar het bedrijfsleven zijn gegaan. Is dat nou echt iets waarbij je ziet dat er soort braindrain plaatsvindt, of wordt de soep niet zo heet gegeten? Met die twee vragen wilde ik mijn inbreng besluiten.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik vroeg de heer Slootweg in de eerste termijn van het debat: als je nou niet meer wil dat die constructie van het informeel kapitaal wordt afgesloten door de Belastingdienst, omdat daar vaak belastingontwijking door plaatsvindt, moet je die dan niet überhaupt verbieden? Toen heeft de heer Slootweg mij de tijd gevraagd om daar even over na te denken, dus ik wil graag weten of hij al een antwoord heeft.

De heer Slootweg (CDA):

Dat is iets anders. Ik heb het over het argument dat de staatssecretaris in dat debat heeft gegeven, namelijk dat men daarmee terugkomt op afspraken, of eigenlijk een uitspraak van de Hoge Raad, die, zo zeg ik uit mijn hoofd, in 1978 gedaan is. Daardoor is het niet zo eenvoudig om te zeggen: een streep erdoorheen. Dat vond ik een overtuigend verhaal.

Mevrouw Leijten (SP):

We zien wel vaker dat uitspraken van de Hoge Raad met een bepaalde bedoeling die niet voorzien was bij een belastingwet wel geopend worden. Dat is bij informeel kapitaal zeker het geval, maar we zien het ook bij andere gevallen. Dan kan je reactie zijn dat je op je rug gaat liggen en denkt: nou, helaas, belasting ontwijken mag dus. Maar je kan ook die wet aanpassen, waardoor een volgend proces bij de Hoge Raad zal stranden, omdat het niet de bedoeling is van de wet. En ik zou het nou zo goed vinden als het CDA daarvoor zou kiezen.

De heer Slootweg (CDA):

Waar ik, ten slotte, ook echt aan hecht, is dat wij in dit land een fatsoenlijke rechtsstaat hebben. Ik denk dat we juist met de praktijk die nu wordt ingevoerd een hele nieuwe dimensie gaan krijgen en dat de rechtspraak zich in die zin kan ontwikkelen. Daar ben ik ook helemaal niet huiverig voor.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Slootweg. Het woord is aan de heer Van Weyenberg van D66.

De heer Van Weyenberg (D66):

Dank u wel, voorzitter. We hebben gepraat over de nieuwe rulingpraktijk. De staatssecretaris heeft de regels fors aangedraaid, wat ik verstandig vond. Hij gaat ook samenvattingen publiceren, zodat mensen veel beter zicht krijgen op wat er afgesproken is. Dit moet uit het beeld van schimmigheid; het moet niks méér en niks minder zijn dan het uitvoeren van de wet. De samenvatting is naar het oordeel van de staatssecretaris de beste manier om dat transparant te maken. Mijn fractie steunt dat, maar ik wil wel de vinger aan de pols houden of dat inderdaad beter is dan bijvoorbeeld de geanonimiseerde publicatie. De staatssecretaris heeft in het debat toegezegd om ook na een of twee jaar te kijken of dit nou oplevert wat hij denkt. Ik zal geen motie indienen, maar ik wil hem vragen om ons na één jaar praktijk zijn eerste beeld te geven, en daar niet twee jaar mee te wachten. Kan hij ons dan meteen al na één jaar een eerste antwoord geven op de vraag: lukt het nou om met samenvattingen een goed beeld te geven?

Voorzitter. Ik heb ook gevraagd in hoeverre je als bedrijf eigenlijk administratiekosten, of een soort bedrag, moet betalen als je zo'n ruling krijgt. De staatssecretaris was terughoudend en ik begreep zijn angst wel. Het mag namelijk geen dealtje worden, waarin je betaalt aan de Belastingdienst en daar iets voor terugkrijgt. Dat wil ik natuurlijk ook absoluut niet. Tegelijkertijd vind ik het toch wel een interessante gedachte om dat uit te zoeken. De staatssecretaris zei: ik wil daar even op kauwen. Ik zou hem wel willen vragen om dit echt serieus te bekijken en ons in september, in de richting van de behandeling van het Belastingplan, een briefje te sturen met de voor- en nadelen en zijn uiteindelijke weging. Ik wil ook geen dealtje. "'Ik betaal, dus ik bepaal"', dat wil niemand. Maar ik wil dit punt toch eens serieus uitgezocht hebben. Ik proefde bereidheid, en ik concretiseer die vraag.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Heeft de staatssecretaris de antwoorden paraat? Dan geef ik hem het woord.

Staatssecretaris Snel:

Dank, voorzitter. Ik moet even mijn papieren ordenen, maar dan kan ik ook meteen door. Ik ben het met de leden eens dat het een nuttig en goed debat was. Een deel van mijn agenda kwam naar voren en tegelijkertijd kreeg ik van links en rechts uit de Kamer aansporingen om het daar niet bij te laten, maar verder te kijken. Logisch dus dat ik nu ook weer een aantal moties en vragen zie terugkomen, omdat dat onderdelen in het debat waren. Laat ik beginnen met het beantwoorden van de vragen en daarna de drie moties behandelen.

Allereerst de vraag van de heer Slootweg over het rulingteam. Het APA/ATR-team bestaat al en wordt straks een nog centraler team. Die mensen zien heel veel structuren langskomen. Die kennis zou best weleens zo nuttig kunnen zijn dat een hele hoop bedrijven proberen deze mensen over te nemen. Zou er niet een concurrentiebeding moeten zijn of een afkoelperiode à la de ACM? Je kan hier op twee manieren naar kijken. Laten we eerst even naar de feiten kijken. Gebeurt dit eigenlijk? In de afgelopen tien jaar is het aantal vertrekkers naar het bedrijfsleven op één hand te tellen, op minder dan één hand zelfs. Dat gebeurt dus niet massaal. Gelukkig zijn we binnen de dienst nog steeds in staat om deze mensen, ook als ze na een aantal jaar wat anders willen doen, interessant werk te bieden.

Principieel ben ik er overigens ook niet op tegen dat mensen uit het bedrijfsleven komen werken voor de dienst, want daar valt wat van te leren. Vice versa vind ik het ook goed dat de kennis die de dienst heeft van hoe de wet moet worden uitgelegd, nuttig wordt toegepast bij het bedrijfsleven. Ik heb dus geen enkel principieel bezwaar. Dan zou de vraag nog kunnen zijn of precies die mensen worden weggekocht vanwege hun kennis van veel informatie. Het antwoord daarop is dat zij als het goed is precies dezelfde informatie hebben als een hele hoop andere inspecteurs en mensen die voor de dienst werken. Zij moeten de wet kennen. Ze moeten de wet toepassen voor gevallen. Dat is precies wat ruling doet. Alles wat zij vervolgens besluiten om een ruling wel of niet af te geven, maken we transparant. In zichzelf is er dus niets wat die inspecteurs interessanter maakt dan een andere inspecteur, vakgroepcoördinator of iemand die casusbehandelaar is bij een groot bedrijf. Ik denk dus echt dat het niet nodig is.

Voor mij is de vraag of mensen uiteindelijk vertrekken dus het belangrijkst. Je ziet uiteindelijk wel mensen vertrekken, maar eigenlijk veel meer naar banen in de dienst zelf en binnen de overheid. Maar ik denk dat het goed is om daarover na te blijven denken. Als we een andere trend gaan zien, moeten we dat zeker doen.

Een concurrentiebeding is in het geval van de overheid wel grappig. Want het grappige of bijzondere aan een overheid is natuurlijk dat zij niet echt concurrenten heeft. Maar de heer Slootweg gaf al aan dat we er ook op een andere manier naar zouden kunnen kijken, bijvoorbeeld rondom de ACM. Ik hoop dat ik hiermee een beetje inzicht heb gegeven in hoe die ontwikkelingen zijn.

De heer Van Weyenberg had twee vragen. De eerste ging over de evaluatieperiode. Wij kiezen er inderdaad voor om te bekijken hoe de nieuwe situatie werkt. We gaan 1 juli beginnen. Wij denken dat we met het publiceren van samenvattingen eigenlijk de maximale informatie geven. Een deel van de Kamer vroeg om alles wat daarachter zit — dat zijn soms vuistdikke transferrapporten — ook te anonimiseren en publiek te maken. Ik denk dat dit niet veel extra info geeft. Integendeel zelfs, ik denk dat zo'n samenvatting meer helpt. Maar stel dat ik ongelijk heb en mensen zeggen dat dit niet het beste is. Dan is het misschien verstandig om de commissie met externen die we daarvoor hebben, daar nog eens naar te laten kijken. We hebben een periode van twee jaar bedacht. De heer Van Weyenberg vraagt nu om daar één jaar van te maken. Dan is de pool waarnaar we kunnen kijken minder groot, maar op zichzelf heb ik geen enkele tegenstand om te kijken of dat werkt. In antwoord op zijn vraag zeg ik dus: dat is goed. We zullen die commissie vragen om daar alvast na het eerste jaar zicht op te krijgen en er wat mee te doen. Ik denk wel dat het verstandig is om dat niet maar één jaar te doen, maar te blijven kijken of het de informatie geeft die we willen.

Zijn tweede vraag stelde hij naar aanleiding van de discussie die we hadden over de vraag of je vergoedingen moet vragen aan bedrijven voor het werk dat de Belastingdienst moet doen. Ik heb aangegeven dat je een beetje moet oppassen dat het niet net is alsof ze een dienst kopen, want dat willen we niet. We willen dat iedereen, of je nou een groot of klein bedrijf bent, gebruik kan maken van de diensten van de Belastingdienst. We moeten dus een beetje oppassen met het idee om daar een fee voor te vragen.

Aan de andere kant heb ik ook gezegd dat ik snap dat het geld en info kost. Zou je het hier dan niet net zoals bij een paspoort moeten doen, waar we ook geld voor vragen? Ondanks dat ik niet meteen stond te juichen, vind ik dit dus wel voldoende waard om echt nog even naar te kijken. Als de vraag van de heer Van Weyenberg is om daar voor het Belastingplan in het najaar op terug te komen en om deze gedachtes nog wat verder uit te werken, dan doe ik dat graag. Dat zeg ik hierbij dan ook toe.

Mevrouw Leijten (SP):

Mijn vraag gaat over de evaluatie van de samenvatting na één jaar. Hoe wil de staatssecretaris vaststellen dat die samenvattingen beter zijn dan anoniem publiceren? Welke vraag moet daarvoor beantwoord of ontkracht zijn?

Staatssecretaris Snel:

Dat is een vraag die ik aan die commissie zal stellen. Hier is te veel het idee ontstaan dat een ruling een afspraak of een deal is. U zei dat zelf ook een beetje in de inleiding, maar dat is niet zo. Dat kan ook niet zo zijn. Het kan niets meer of minder zijn dan de toepassing van de wet. Daar willen we vol transparant over zijn. Dat deden we altijd door het beleid te publiceren en aan het eind van het jaar aan te geven wat er allemaal gebeurd is. De Kamer zei dat ze het eigenlijk per ruling wilde kunnen zien. Toen heb ik eerst gezegd: of u daar heel veel wijzer van wordt, weet ik niet, maar laten we het toch doen. Dat heb ik nu toegezegd. We gaan het dus per ruling doen.

Een ruling is niet een soort beleidsstuk waaraan je kan zien wat het is. Het is echt een feitencomplex dat gewaardeerd wordt. Mijn mening is — en daar blijf ik bij — dat het veel nuttiger is als je stuk samenvat en leest wat er eigenlijk gebeurt, dan dat je eindeloze stukken hebt. Maar goed, ik heb gezegd: laten we dat doen. Als nu blijkt dat men vindt en dat de commissie zegt dat het moeilijk is om de kern van een ruling uit de samenvatting te halen, dan ben ik best bereid om naar een andere mogelijkheid te kijken. Dat ik daar niet voor kies, heeft te maken met een paar dingen die in het debat aan de orde zijn geweest. Een. Het zijn heel dikke stukken die ik allemaal moet anonimiseren. Dat kost mij heel veel tijd en energie en ik denk dat het er niet beter van wordt. Twee. Op het moment dat wij zo'n ruling publiceren, mogen we niet duidelijk maken om welk individueel bedrijf het gaat. Naarmate je daarachter meer casusinformatie geanonimiseerd probeert aan te geven, wordt het moeilijker om vol te houden dat er geen duidelijkheid is over om welk bedrijf het gaat. Maar dat moeten wij wel volhouden. Dat is het evenwicht waarvoor ik heb gekozen. Dat heb ik in het debat toegelicht en nu weer. Maar ik ben bereid om daar nog een jaar eerder dan we hadden afgesproken naar te kijken.

Mevrouw Leijten (SP):

Dit heb ik al heel vaak gehoord, dus dat hoeft eigenlijk niet herhaald te worden. Die evaluatie wordt natuurlijk toegezegd om straks mijn moties te ontraden. Daarom stel ik die vraag hier ook. Wat voor vraag gaat u aan de commissie stellen? Welke vraag moet beantwoord worden? Want deze commissie is niet onafhankelijk. Die is van de Belastingdienst en van het ministerie. De commissie heeft helemaal dezelfde redenering als de staatssecretaris, terwijl wetenschappers zeggen dat het anoniem publiceren juist details geeft die je niet in een samenvatting ziet. Daardoor weet je juist wel hoe het zit. Hoe gaat die commissie, die niet onafhankelijk is, dat dan evalueren? Dan staat de uitslag, zoals de staatssecretaris nu ook heeft geantwoord, eigenlijk al vast. Dat zou ik niet goed vinden. De staatssecretaris zegt net toe aan de heer Van Weyenberg dat hij gaat kijken of je op de een of andere manier een rekening kan geven aan degene die zo'n ruling, afspraak, deal krijgt. Kan hij voor het Belastingplan dan ook aangeven welke vraag die commissie zal beantwoorden om te kijken wat beter is: een samenvatting of een volledig geanonimiseerde publicatie?

Staatssecretaris Snel:

De vraag aan de commissie zal zijn: denkt u dat het aangepaste beleid, de nieuwe systematiek, behulpzaam is om het transparanter te maken? Nogmaals, met dat beleid moeten we nog beginnen, maar ik hoor mevrouw Leijten nu al bijna allerlei conclusies trekken. Ik doe dat niet, maar we leggen die vraag voor aan de commissie. Bij alles wat je nieuw doet, vind ik het altijd vrij snel om al na één jaar te evalueren. Maar goed, ik zie het belang van de Kamer, dus ik ga dat niet tegenhouden. Ik omarm het. Maar ik vermoed dat we echt meer dan slechts een jaar nodig hebben om te kijken of het ook helpt. Dan zal ik verder even niet ingaan op de suggestie dat er ambtenaren en twee externen bij zitten en dat het daarmee een soort bevooroordeelde commissie was. Die discussie hebben we ook eerder gehad, maar dat is expliciet niet zo. De samenstelling is op verzoek van de Kamer gedaan.

Dan kom ik bij de moties. Mevrouw Leijten heeft gelijk dat veel ervan gaan over de transparantie.

De eerste motie van mevrouw Leijten zegt eigenlijk dat als je vindt dat je ten aanzien van informeel kapitaal geen ruling en zekerheid vooraf moet geven, de hele basis eigenlijk komt te vervallen en de wet aangepast moet worden. In het algemeen overleg heb ik aangegeven — de heer Slootweg gaf er zo-even een juiste samenvatting van — waarom dat niet zo heel eenvoudig is. De Hoge Raad heeft gezegd dat kosten die men heeft in Nederland zakelijk moeten worden behandeld. Dat is inderdaad een sterk principe dat we kennen. Tegelijkertijd vind ik het niet raar dat als we zeggen dat we er in ieder geval geen zekerheid vooraf over willen geven, er vroeg of laat iets uit kan ontstaan, maar zolang de wet de wet is, maakt het feit dat ik mijn rulingpraktijk aanpak niet uit. Dat heb ik volgens mij ook proberen uit te leggen. Ik heb daarbij toen ook gezegd dat wanneer je er een beetje meer inzicht in wil hebben, het van belang is dat we er materiaal en cijfers over hebben. Een paar maanden geleden heb ik de Kamer er al een onderzoek naar beloofd. Ik ben het namelijk met u eens dat we daarnaar moeten kijken. Pas op basis van die onderzoeksgegevens die in 2020 komen, kunnen we wat doen. Al met al, de motie vraagt mij om het nu al zo snel mogelijk voor te leggen. Ik zeg daarvan: dat doe ik niet, ik wil eerst dat onderzoek afwachten in 2020 en op dat moment komt die vraag vanzelf terug. Dus om die reden ontraad ik de motie.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik weet dat ik de staatssecretaris niet op andere gedachten kan brengen, want hij zit vast in zijn denkpatroon en hij heeft onderzoeken nodig terwijl iedereen de schande van de belastingontwijking ziet. Ik vind het wel opmerkelijk. Er was een uitspraak over de fiscale eenheid, ook een constructie die we hebben, dat de wet toegepast zou moeten worden ook voor andere bedrijven van over de grens. Toen kregen we een noodwet met terugwerkende kracht om te voorkomen dat er een soort van inkomstenlek was. Toen was het dus wel mogelijk. De staatssecretaris kan de wet veranderen. Daarom vraag ik hem ook om de wet te veranderen. Als de staatssecretaris dat niet wil doen, dan gaan we het zelf wel doen. We zijn er mee bezig waar het gaat om de liquidatieverliesregeling. Dan gaan we zelf ook maar naar dat informeel kapitaal kijken.

Voorzitter: Martin Bosma

Staatssecretaris Snel:

Ik weet dat mevrouw Leijten dat wel zou willen, maar ik denk dat het verstandig is dat we de wet gaan aanpassen op het moment dat het beloofde onderzoek ons ook richting geeft. Ik vind het altijd verstandig dat je eerst feiten verzamelt en je dan vervolgens je keuze maakt. Het staat mevrouw Leijten natuurlijk volledig vrij om daar niet op te wachten. Mijn oordeel verandert er niet door.

Dan kom ik op de tweede motie van mevrouw Leijten. Daarin zegt ze eigenlijk: ik vind dat het belangrijk is dat het geheel en geanonimiseerd wordt gepubliceerd. Ik heb zo-even drie overwegingen gegeven die ik ook al in het AO heb genoemd. Dus om die reden ontraad ik deze motie.

De derde motie is van de heer Snels. Daarin zegt hij eigenlijk: fijn, die evaluatie maar kan je niet nu toch al iets van een soort mechanisme ontwikkelen waarbij andere externe deskundigen dan die welke we al hebben, nog meer inzicht kunnen geven in het geheel? In het AO heb ik gezegd het niet oneens te zijn met het idee dat we die informatie graag willen delen. Dat is precies de kern van het beleid waar we hier mee bezig zijn. Daarvoor zetten we deze stappen. Alleen, ik vind echt dat we voldoende inzicht moeten hebben in hoe dat werkt voordat we daar serieus stappen in kunnen nemen. Dus ik snap waar die wens vandaan komt, maar tegelijkertijd vind ik het van belang om het even te proberen op de manier waarop we het nu doen. Dat vind ik om de redenen die ik zojuist heb aangegeven, namelijk dat we meer risico's lopen, dat het niet anoniem kan blijven en dat het echt heel veel werk voor ons zal opleveren zonder dat het extra informatie geeft. Daarom moet ik deze motie ontraden.

De voorzitter:

Er is nog een vraag van de heer Snels.

De heer Snels (GroenLinks):

De motie was ook niet voor niets zo geformuleerd dat aan de staatssecretaris de opdracht wordt gegeven om een uitvoerbaar mechanisme te ontwikkelen. Dus dat geldt niet voor alle rulings, waar andere moties over gaan. Het geldt voor een steekproef van rulings, juist omdat we naar de buitenwereld een soort van toets willen hebben op wat nou de aansluiting tussen de echte belastingruling en de samenvatting is.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Snels (GroenLinks):

Ik denk dat dat belangrijk is. Ik zou toch de staatssecretaris willen meegeven om over zo'n mechanisme na te denken.

Staatssecretaris Snel:

De constatering in de motie luidt dat er geen principiële bezwaren zijn. Dat heb ik al eerder gezegd. Maar ik heb ook eerder gezegd dat je naast principiële bezwaren nog een aantal andere bezwaren kunt hebben. En die heb ik ook aangegeven. Er zijn dus meer dan alleen principiële no-goarea's waarom ik zeg dat het mij onverstandig lijkt. Dat heb ik dan ook aangegeven. De heer Snels vraagt: kunt u dan toch niet iets verzinnen om het uitvoerbaar te maken? Nou ja, wat ik heb verzonnen, is dat we het gaan doen zoals ik voorstel. We gaan na een jaar evalueren. Dan moet blijken hoe het gaat. Ik hoop eigenlijk dat we nog een beter zicht hebben na een iets langere periode dan een jaar. En dan gaan we kijken of het alternatief van de heer Snels misschien mogelijk is. Maar hij gaat nu iets te snel. Het zou immers raar zijn dat ik terwijl ik aankondig dat we rechtdoor gaan, ook al een uitvoerend mechanisme rechtsaf of linksaf ga zoeken. Ik zie de precisie waarmee de motie is vormgegeven, maar ik denk dat mijn oordeel niet verandert.

De voorzitter:

Afrondend. Laatste kans.

De heer Snels (GroenLinks):

Dan heeft mevrouw Leijten natuurlijk gelijk. We krijgen over een jaar een evaluatie van een commissie. Die commissie zal dan vaststellen wat de aansluiting was tussen de rulings en de samenvattingen. Dat vind ik op zich prima, maar dat zorgt er niet voor dat het deksel van de black box opengaat. Juist dat mechanisme om externen af en toe eens te laten kijken naar die aansluiting, is volgens mij sowieso een goed idee.

De voorzitter:

Heel goed.

Staatssecretaris Snel:

Daar ben ik het helemaal mee eens, want we hebben ook die externen. Juist die vragen we om ernaar te kijken.

De voorzitter:

Tot zover. Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Dinsdag stemmen wij over het drietal moties. Ik schors even tot 14.00 uur. Dan gaan we praten over de belastingplicht voor multinationals. U heeft even drie minuten pauze.

De vergadering wordt van 13.57 uur tot 14.02 uur geschorst.