Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 77, item 4

4 Spoor

Aan de orde is het VAO Spoor (AO d.d. 04/04).

De voorzitter:

We gaan over tot de orde van de dag. Aan de orde is allereerst het VAO Spoor, met als eerste spreker de heer Van Aalst van de PVV.

De heer Van Aalst (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Hoe krijgen we deze ontspoorde staatssecretaris weer op het spoor? Dat is een lastige vraag, maar de PVV gaat de uitdaging aan. Daarom doen wij vandaag twee voorstellen om de boel weer op de rails te zetten.

Ten eerste zou het goed zijn als deze staatssecretaris de transitie van ProRail naar een zbo een halt toeroept. De transitie kan niet op steun rekenen van de sector en de samenleving. De PVV voorspelt jarenlange ellende als deze staatssecretaris tegen beter weten in toch doorgaat met dit belachelijke idee.

Ten tweede zou het een prachtig idee zijn om een dikke vette streep te zetten door al die groene en circulaire plannetjes die deze staatssecretaris het spoor wil opleggen. De PVV wil daarom een rem op alle maatregelen die voortkomen uit de bedrieglijke klimaatideologie. De PVV dient daarom de volgende twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat:

  • -de transitie van ProRail naar zbo ten koste gaat van de opgebouwde relaties tussen ProRail en vervoerders;

  • -de transitie van ProRail naar zbo op felle weerstand uit de samenleving en de sector stuit;

van mening dat de transitie van ProRail naar zbo daarom niet positief kan uitpakken;

verzoekt de regering de zbo-plannen voor ProRail terug te draaien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 830 (29984).

De heer Van Aalst (PVV):

Dan de tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat:

  • -elektrische treinen gewoon op grijze stroom rijden;

  • -het hele duurzaamheidsgeneuzel de sector niks oplevert;

van mening dat deze tijd en energie beter besteed kunnen worden in het op tijd laten rijden van de treinen;

verzoekt de regering zich te richten op de primaire taken van het ov en te stoppen met alle circulaire en duurzame onzinmaatregelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 831 (29984).

De heer Van Aalst (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank. Het woord is aan de heer Laçin van de SP.

De heer Laçin (SP):

Goedemorgen, voorzitter. Goedemorgen, staatssecretaris. Ik denk dat we een goed AO hebben gehad. In tegenstelling tot de heer Van Aalst was ik wel tevreden. Laat ik beginnen bij het spoorgoederenvervoer. Goed dat de staatssecretaris heeft aangegeven dat zij niet zonder betrokkenheid van omwonenden gaat draaien aan de knoppen van risicoplafonds. Dat is een geruststelling. Maar er zijn nog wel wat zorgen over het traject Meteren-Boxtel. Daarom heb ik nog een motie specifiek op dat punt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er plannen liggen om meer goederentreinen te laten rijden over het traject Meteren-Boxtel;

constaterende dat het tracébesluit vastgelegd zal worden in 2019;

overwegende dat er grote zorgen zijn bij omwonenden over extra geluidsoverlast en trillingen;

verzoekt de regering om voor het definitieve tracébesluit in kaart te brengen welke extra maatregelen genomen kunnen worden om overlast voor omwonenden in te perken, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Laçin en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 832 (29984).

De heer Laçin (SP):

Dan nog twee punten. We hebben ook aandacht gevraagd voor Heerlen-Aken. Daarover zal de heer Amhaouch een motie indienen. We komen nog te spreken over de uitrol van ERTMS op de HSL-Zuid. Ook de spanningssluizen zijn een probleem. Daarover zal mevrouw Kröger een motie indienen, die ik ook heb ondertekend.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dan de heer Gijs van Dijk van de PvdA.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Dank, voorzitter. Goedemorgen. We hebben volgens mij een goed AO gehad, maar er is wel een punt dat ik van meerdere Kamerleden terug heb gehoord, namelijk de aandacht voor de regio en dus voor de toekomstvisie op het ov. Dat is echt van belang. Dat is meer dan alleen het uitspreken van woorden. Dat is ook het opnemen van plannen en ambities voor de regio, bijvoorbeeld voor Groningen en eigenlijk voor alle delen van het land. We moeten oppassen dat we hier niet te vaak en alleen door de Randstadbril kijken. Om dat nog eens te benadrukken sta ik ook onder een motie van de heer Stoffer.

Voorzitter. We hebben het ook over de Maaslijn gehad. Ik ben blij dat de staatssecretaris heeft aangegeven dat ze daar aandacht voor heeft. Er waren met name klachten over onveilige en vieze treinen en dat probleem wordt opgelost. Nu heb ik nog één motie over de regio.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Groningen, als zesde gemeente van Nederland, buiten het hoofdrailnet met zeer hoogfrequente intercity's valt;

van mening dat Groningers zeker moeten kunnen zijn van een kortere en betere treinverbinding naar de Randstad;

overwegende dat een kortere reistijd mogelijk is door meer treinen minder vaak te laten stoppen;

verzoekt de regering om zo snel mogelijk de reistijd per trein tussen Groningen en de Randstad te verkorten en hier voor het zomerreces de Kamer over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 833 (29984).

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Dank u wel.

De voorzitter:

De heer Amhaouch van het CDA.

De heer Amhaouch (CDA):

Dank, voorzitter. Ook dank aan de staatssecretaris voor het goede AO, waarin veel oplossingen op tafel zijn gekomen. Ik ga nu door met vier moties die nog beter spoor in Nederland moeten gaan realiseren.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het van belang is dat in het Toekomstbeeld OV 2040 zowel snelle verbindingen als stevige vertakkingen met de verschillende steden in de regio's in Nederland zijn geborgd;

verzoekt de regering dit te verduidelijken en te borgen in het Toekomstbeeld OV 2040, en de Kamer in de aangekondigde verdiepingsslag over de resultaten te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Amhaouch en Drost. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 834 (29984).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de realisatie op korte termijn van een rechtstreekse intercityverbinding tussen Den Haag-Rotterdam, Brabant/Brainport Eindhoven en het Rhein/Ruhrgebied op brede steun kan rekenen van de betrokken regionale overheden en economic boards;

verzoekt de regering om als uitwerking van de contouren Toekomstbeeld OV, parallel aan het onderzoek naar het verbeteren van de spoorverbinding met Berlijn, in samenwerking met de regio en relevante partners in Duitsland de alternatieven te onderzoeken voor deze rechtstreekse intercity inclusief de daarbij noodzakelijke infrastructurele maatregelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Amhaouch en Ziengs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 835 (29984).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vervoerconcessie hoofdrailnet 2015-2025 bepaalt dat NS de grensoverschrijdende verbinding met Aken verbetert door middel van een intercityverbinding zodra de infrastructuur daarvoor gereed is;

constaterende dat de provincie Limburg, de Duitse vervoersautoriteit NVR en het ministerie van lenW in het najaar 2018 een letter of intent hebben getekend;

verzoekt de regering in de onderhandelingen met de NVR het overleg zo spoedig mogelijk te gaan voeren om zo de randvoorwaarden en financiële gevolgen in kaart te brengen van een intercityverbinding via Heerlen naar Aken, en de Kamer hier uiterlijk in het derde kwartaal van 2019 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Amhaouch en Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 836 (29984).

De heer Amhaouch (CDA):

Dan de laatste motie, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat nog steeds enkeldekstreinen worden aangeschaft, terwijl er een grote capaciteitsopgave is voor het spoor;

overwegende dat via innovatieve oplossingen dubbeldekstreinen toegankelijker kunnen worden gemaakt voor mensen met een beperking;

verzoekt de regering om in overleg met de NS in te spelen op maximale capaciteit in treinen en hierbij te bevorderen dat het pas-toe-of-leg-uitprincipe wordt toegepast zodat investeringen in dubbeldekstreinen als de standaard worden gezien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Amhaouch en Schonis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 837 (29984).

De heer Amhaouch (CDA):

Ik pak nog een slokje water, voorzitter.

De voorzitter:

Ik begrijp dat u dat nodig heeft na vier moties.

De heer Amhaouch (CDA):

Dank u wel.

De voorzitter:

Mevrouw Kröger van GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Voorzitter. Drie moties en een vraag, dus ik ga snel van start.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de langetermijnvisie van NS en ProRail onder andere verplaatsing van twee storingsgevoelige spanningssluizen noodzakelijk noemt voor een substantiële prestatieverbetering op de hsl;

verzoekt de regering om middels een quickscan in ieder geval het tijdpad, de globale kosten en de vereiste manier van samenwerking tussen partijen in kaart te brengen om de spanningssluizen te kunnen verplaatsen, en de Kamer hier voor het MIRT-debat of begrotingsbehandeling in het najaar over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 838 (29984).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voor klimaatneutrale mobiliteit en duurzame bereikbaarheid in Nederland ook een modal shift naar fiets en ov nodig is;

overwegende dat in de huidige modellen nog geen rekening is gehouden met de additionele capaciteit voor het ov die voortvloeit uit de klimaatopgave;

verzoekt de regering om in de modellen voor de markt- en capaciteitsanalyse de klimaatopgave mee te nemen als uitgangspunt zodat er een beter beeld ontstaat over de toekomstige vraag naar ov,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Schonis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 839 (29984).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een enkel "vierkant wiel" van een vrachttrein duizenden mensen uit hun slaap kan halen;

overwegende dat er regels en afspraken zijn over de kwaliteit van wagons en vrachttreinen en dat deze zeker 's nachts goed moeten worden gehandhaafd;

overwegende dat controle op het rollend materieel ook van belang is voor de veiligheid;

overwegende dat het aandeel vracht op het spoor alleen kan toenemen als daar ook draagvlak voor is en dat dit draagvlak afhankelijk is van de afname van de overlast;

verzoekt de regering om in kaart te brengen wat er aan aanscherping van de controle en handhaving en desnoods de regelgeving nodig is en in te zetten op een merkbare verbetering voor omwonenden van het spoor,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 840 (29984).

De heer Van Aalst heeft een vraag aan u.

De heer Van Aalst (PVV):

Een korte vraag. We zien het woord "draagvlak" heel vaak in debatten voorbijkomen. Wat betekent draagvlak voor GroenLinks? Is dat een meerderheid van Nederland? Wat moet ik me erbij voorstellen?

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dat is een hele brede vraag. Draagvlak betekent in dezen dat omwonenden betrokken zijn in keuzes die gemaakt worden over bijvoorbeeld meer vracht op het spoor, dat het maximale is gedaan om geluidsoverlast en andere overlast te verminderen en dat er steun is voor die besluiten.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ik heb nog een laatste vraag.

De voorzitter:

O, excuses.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Een vraag over een onderwerp dat niet op de agenda van het AO stond, maar wel heel erg met spoor te maken heeft, namelijk de herziening van de verordening passagiersrechten op het spoor. Ik begrijp dat daar op Europees niveau binnenkort een debat over is. Mijn vraag is wat de inzet van Nederland wordt. Ik kan me voorstellen dat de staatssecretaris daar schriftelijk op terug wil komen. Het gaat mij er vooral om dat er echt wordt ingezet op doorgaande vervoersovereenkomsten, zodat je, als je een ticket boekt van bijvoorbeeld Amsterdam naar Nice en er één onderdeel uitvalt, door die passagiersrechten over dat hele ticket rechten hebt.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank, mevrouw Kröger. Het woord is aan de heer Drost van de ChristenUnie.

De heer Drost (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Drie moties van onze kant. Dank voor de beantwoording in het AO. Het was een goed overleg. De eerste motie gaat over de reistijdverkorting naar de landsdelen, in het verlengde van de motie die eerder is ingediend door collega's Van der Graaf en Ziengs.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Kamer met de aangenomen motie-Van der Graaf/Ziengs (35000-A, nr. 73) heeft verzocht de reistijdverkorting tussen de landsdelen te prioriteren in de uitwerking van het Toekomstbeeld OV;

overwegende dat het Toekomstbeeld OV een basis biedt voor verdere uitwerking en prioritering met de landsdelen;

verzoekt de regering in overleg met de decentrale overheden, in de najaarsbrief met betrekking tot het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) te schetsen welke stappen de komende jaren al gezet kunnen worden en daarbij aan te geven hoe deze stappen zich verhouden tot de doelen van het Toekomstbeeld OV,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Drost en Ziengs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 841 (29984).

De heer Drost (ChristenUnie):

De tweede motie gaat over kansrijke locaties in het ov, die wellicht nog niet in het toekomstbeeld zijn opgenomen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uit het Toekomstbeeld OV 2040 blijkt dat het aantal knelpunten in de ov-infrastructuur hoog is en de gezamenlijke overheden hiermee de komende twintig jaar voor een grote opgave staan;

constaterende dat er al is gekeken naar de bestaande netwerken en enkele regionale wensen voor nieuwe lijnen, zoals de verbindingen Veendam-Stadskanaal en Breda-Utrecht;

overwegende dat er nog meer witte vlekken bestaan in het ov-netwerk waar het ov-aandeel laag is, maar de totale vervoersvraag hoog;

verzoekt de regering samen met de decentrale overheden, verder in beeld te brengen welke locaties in Nederland op basis van de vervoersvraag kansrijk zijn voor een kwaliteitssprong in het ov-aanbod, bijvoorbeeld als het gaat om frequentie en reistijd, om zo meer mensen een aantrekkelijk alternatief te bieden voor de auto,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Drost en Schonis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 842 (29984).

De heer Drost (ChristenUnie):

De derde motie gaat over toegankelijkheid van het ov voor mensen met een beperking. We hebben veel vertrouwen in de aanpak van de staatssecretaris, maar we willen dat dit ook een basisvoorwaarde wordt voor de regionale vervoerders.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat toegankelijkheid van het spoor ook belangrijk is voor mensen met een beperking;

van mening dat dit ook een aandachtspunt moet zijn bij de verdere uitwerking van het Toekomstbeeld OV;

verzoekt de regering hier blijvend aandacht voor te hebben en er tevens op toe te zien dat ook decentrale overheden en regionale vervoerders de toegankelijkheid van het ov voor mensen met een beperking als basisvoorwaarde hanteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Drost. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 843 (29984).

De heer Drost (ChristenUnie):

Dank u.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Stoffer van de SGP. U wilt het spreekgestoelte iets naar beneden? De heer Drost is heel lang, hè?

De heer Stoffer (SGP):

Ja, precies. Ik houd het wat lager bij de grond.

Voorzitter. Ook wij vonden het AO Spoor een uitstekend overleg, maar één ding zat ons een beetje dwars, zoals de heer Van Dijk al aankondigde, namelijk dat, hoe je het ook wendt of keert, de beeldvorming uit het Toekomstbeeld OV 2040 is dat het een Randstadtoekomstbeeld is. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris dat best recht zou willen zetten, maar omdat het toekomstbeeld met anderen gemaakt is, kan ze dat niet zelf. Wij dachten dus: we helpen een handje door de Kamer te vragen een uitspraak te doen. De motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de contouren van het Toekomstbeeld OV 2040 het accent ligt op frequente verbindingen tussen grotere steden, en dat regionale bereikbaarheid geen specifieke doelstelling in het toekomstbeeld is;

overwegende dat voor de leefbaarheid en economische vitaliteit van de verschillende regio's, waaronder krimpregio's, een verbetering van de regionale bereikbaarheid met het ov van groot belang is;

spreekt uit dat verbetering van de regionale bereikbaarheid als specifieke doelstelling aan de vijf in het Toekomstbeeld OV 2040 opgenomen doelstellingen toegevoegd verdient te worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 844 (29984).

Dank. De heer Schonis, D66.

De heer Schonis (D66):

Voorzitter. We hebben nu al zo veel moties gehad, waarbij mijn naam een paar keer gevallen is, dat ik niet meer met eigen moties zal komen. Ik heb nog wel een drietal vragen aan de staatssecretaris.

De eerste vraag betreft ons plan voor het internationale spoor, dat we eerder hebben aangeboden. We kijken uit naar de appreciatie van de staatssecretaris en zijn benieuwd binnen welke termijn we die kunnen verwachten.

De tweede vraag gaat over Eurostar. Dat is een nog wel een aandachtspunt. We wachten nog steeds op de ondertekening van een aantal verdragen waardoor de vierde en de vijfde trein van Eurostar rechtstreeks van Amsterdam naar Londen kunnen rijden. Wat moet daar nog voor gebeuren, welke stappen moeten nog worden gezet en welke landen moeten nog tekenen? We zijn benieuwd naar het antwoord van de staatssecretaris.

Tot slot, voorzitter. Afgelopen week heb ik met collega Jan Paternotte — hij gaat over vliegen, ik over treinen — een opiniestuk geschreven over dat het toch wel heel mooi zou zijn dat, op het moment dat je een ticket boekt van Amsterdam naar Brussel, een treinkaartje opplopt in plaats van dat er een stoel in een vliegtuig voor je gereserveerd wordt. KLM en NS International zouden er samen voor moeten zorgen dat je dat soort korte afstanden met de trein doet in plaats van met het vliegtuig. Ik ben heel benieuwd of de staatssecretaris contact gaat opnemen met KLM en/of de Nederlandse Spoorwegen om te kijken of we dat snel realiteit kunnen maken.

De voorzitter:

Mevrouw Kröger heeft een vraag.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Zeker. Dat is natuurlijk een prachtig voorstel, eerder ook al weleens door mijn partij gedaan. Mijn vraag is alleen: het zou toch het allerbeste zijn als we binnenkort helemaal geen vluchten naar Brussel meer hebben? Daarover heeft de Kamer ook een motie aangenomen. We zouden toch gewoon zo snel mogelijk moeten stoppen met vliegen naar Brussel?

De heer Schonis (D66):

Volgens mij is het en-en. Maar ik heb u toen ook gevraagd: op het moment dat je de vluchten naar Brussel schrapt, ontstaat er toch ruimte voor andere vluchten? Het maakt niet uit hoe ver je vliegt: op het moment dat een vliegtuig vertrekt van Schiphol heb je er daar overlast en natuurlijk klimaatbelasting van.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Daarom stel ik voor dat we een CO2-plafond hanteren, want dan kan die korte vlucht naar Brussel helemaal niet vervangen worden door een lange vlucht naar bijvoorbeeld China. Maar de vraag is dus: zet de heer Schonis zich met mij in om de vluchten naar Brussel zo snel mogelijk geschrapt te krijgen? Ik begrijp uit de sector dat dit per 2021 kan.

De heer Schonis (D66):

Het antwoord is: ja. Anders had ik dat opinieartikel niet geschreven.

De voorzitter:

Dank u wel. Tot slot de heer Ziengs van de VVD.

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter. Ik mocht als lid van deze vaste Kamercommissie dit AO voorzitten. Het was een pittig AO. Er werden heel veel vragen gesteld en ik weet ook hoe de staatssecretaris haar tijd moest nemen om die vele vragen te beantwoorden. Vervolgens was het natuurlijk ook wel te verwachten dat er een VAO werd aangevraagd, want dat is kennelijk tegenwoordig te doen gebruikelijk, terwijl het jaren geleden vaak nog zo was dat wanneer in een AO de vragen beantwoord werden en toezeggingen werden gedaan, een VAO overbodig was. Maar alla, het is een feit. We zitten hier bij elkaar en er zijn weer heel veel moties voorbijgekomen.

In het AO waren een paar punten waarvoor de VVD-fractie iedere keer extra aandacht vraagt en dat gaat met name over de regio's, hier al door meerdere Kamerleden genoemd. Een ander punt van aandacht is het spoorgoederenvervoer. De staatsecretaris heeft daarop ook uitgebreid geantwoord, maar ik wil ten aanzien van het spoorgoederenvervoer toch nog eens benadrukken dat het belangrijk is om het transport meer over de rails te krijgen maar dan wel op een manier dat de overlast voor omwonenden zo veel mogelijk beperkt wordt. Ook daarbij hebben wij gewezen op mogelijk defect materieel op de rails, wat voor extra piekbelasting kan zorgen. Wellicht dat de staatssecretaris daar nog iets over kan zeggen.

Rondom die twee punten, regio's en spoorgoederenvervoer, zijn een aantal moties ingediend door andere partijen. Dat heeft mij ertoe gebracht om die moties in ieder geval te meeondertekenen omdat dit ook de punten waren die in het AO aan de orde zijn geweest. Ik heb er overigens het volle vertrouwen in dat de staatssecretaris die verder goed gaat oppakken.

Ik dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank. Vijftien moties in twintig minuten. Dat zijn er best veel. "Een dag geen moties, een dag niet geleefd" lijkt ook vanochtend weer het adagium. Dus ik ga de staatssecretaris de ruimte te geven om met haar beantwoording te komen. Ik schors voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 10.36 uur tot 10.41 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de staatssecretaris het woord.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Dank u wel, voorzitter. Ik ga snel naar de moties. Ik deel overigens dat wij een prima overleg hebben gehad. Ik zie ook de rode draad in het overleg terug in de aandachtspunten die de leden hier aangeven. Het is dus grotendeels herkenbaar.

Voorzitter. De motie-van Aalst op stuk nr. 830. Ik neem kennis van de positie van de heer Van Aalst, maar ik ontraad de motie.

Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 831, voorzitter. Die ontraad ik ook.

De motie op stuk nr. 832 over Meteren-Boxtel. Ik heb dit al opgepakt en u in mijn brief van 28 maart hierover geïnformeerd. Er zijn inmiddels substantieel aanvullende maatregelen genomen om hinder te beperken. Het gaat om 12 miljoen aan bovenwettelijke maatregelen. Daarmee ligt er een stevig pakket. Wij hebben ook intensieve gesprekken. Via de EU proberen we wat we allemaal kunnen, op TSI Noise en dergelijke, om via bronmaatregelen van alles te doen. Daarnaast heb ik de regio ook nog een aanbod gedaan voor extra voorstellen op basis van cofinanciering. Dat bedrag ligt er nu. Ik zeg de leden die deze motie hebben ingediend, graag toe dat ik de Kamer zo snel mogelijk informeer, maar ik wil de regio ook ruimte geven om met voorstellen te komen. Dus ik wil het niet koppelen aan een bepaald moment. Daarom ontraad ik de motie. Maar ik beloof wel dat ik de Kamer op de hoogte zal houden van de voortgang hier. Wellicht wil de heer Laçin zijn motie aanhouden, maar anders moet ik haar ontraden.

De heer Laçin (SP):

Ik ben blij met de aandacht van de staatssecretaris. Ik houd de motie daarom aan. Op het moment dat ook vanuit de regio voorstellen komen, zal ik het nogmaals beoordelen.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Laçin stel ik voor zijn motie (29984, nr. 832) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 833.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Er zijn een aantal moties ingediend die vragen om extra aandacht voor een bepaalde lijn of een bepaald onderdeel van het Toekomstbeeld OV. De rode lijn door die moties heen, wat ik in mijn inleiding probeerde te zeggen, is dat de leden vragen om goed te kijken wat er in de regio nodig is. Dat is precies wat wij in het proces met de regio's ook hebben afgesproken. Dit Toekomstbeeld OV is niet alleen van mij, maar hebben wij samen met de regio's tot stand laten komen. Daarin zit dus ook de afspraak om per gebied, per regio, te kijken wat nodig is. Dus of het nu gaat over witte vlekken of de aansluiting van bepaalde lijnen of bepaalde plekken, dat is allemaal in dat proces vervat. Ik hoor de aandacht die de leden daarvoor vragen. Daar zal ik bij de moties ook op terugkomen. Mijn verzoek is echter wel om dit proces integraal te houden, met informatie op de momenten die in dat proces voorzien zijn. Ook die afspraak hebben wij gemaakt met de regio's. In het najaar overleggen wij in de MIRT-overleggen met alle regio's wat in hun regio nodig is op spoor, maar ook op wegen en alle andere modaliteiten. Dan komen wij met een integraal gebiedsgericht pakket. Ik hoor de aandachtspunten die de leden daarbij aangeven, maar laten wij telkens dat moment en de verslaglegging over dat moment gebruiken om de Kamer te informeren over de voortgang. De motie van de heer Van Dijk op stuk nr. 833 vraagt om voor de zomer met iets te komen. Daarom zou ik die willen ontraden, niet omdat ik het aandachtspunt niet begrijp maar omdat ik naast dat zorgvuldige integrale proces dat wij met de regio's hebben afgesproken, niet weer een ander proces wil zetten. Ik ontraad dus deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 833 wordt ontraden.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

De motie van de heer Amhaouch op stuk nr. 834 ligt daar dichtbij, maar verzoekt de regering om te verduidelijken en te borgen in het Toekomstbeeld OV en om over de verdiepingsslag te informeren. Dat zit inhoudelijk dicht bij de strekking, maar hier zie ik de aansluiting met het proces dat wij hebben afgesproken. Dus ik laat het oordeel over deze motie over aan de Kamer. In het najaar geef ik dus in de context van de MIRT-gesprekken een update van de uitwerking van het Toekomstbeeld OV, en volgend jaar verwacht ik ook weer meer in detail op die uitwerking te kunnen ingaan.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 834 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Dan de motie op stuk nr. 835 over de intercityverbinding Den Haag-Rotterdam. Wij hebben daar heel wat over gewisseld. Zoals de motie nu verwoord is, vraagt zij om parallel aan de spoorverbinding met Berlijn ook voor deze verbinding een aantal dingen uit te werken. Ik laat het oordeel over aan de Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 835 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

De motie op stuk nr. 836 gaat over de verbinding met Aken. De studie wordt dit voorjaar afgerond. Overleg met de NS en NVR start zodra de beslisinformatie volledig beschikbaar is. Als ik in het derde kwartaal 2019 bij het MIRT-overleg, in de brief die wij dan schrijven over alle infrastructuurprojecten, u kan informeren, laat ik ook het oordeel over deze motie aan de Kamer. Ik zie de heer Amhaouch knikken. Dus dat heb ik dan zo geïnterpreteerd.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 836 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Dan de motie op stuk nr. 837. Ik snap het verzoek. Het verzoek is namelijk: zorg dat we met zo efficiënt mogelijke inzet van de middelen zo veel mogelijk reizigers een goede zitplaats bieden. Maar de vervoerder heeft hier ook een zelfstandige verantwoordelijkheid. Ik stel voor dat ik de NS vraag om een toelichting op de vragen die gesteld zijn door de heer Amhaouch en dat ik de Kamer dan een afschrift van die brief stuur. Ik zou hem dus willen verzoeken de motie aan te houden tot na afschrift van die brief, die ik aan de NS zal vragen.

De voorzitter:

Het voorstel is de motie op stuk nr. 837 aan te houden.

De heer Amhaouch (CDA):

Voorzitter. We hebben deze motie ook opgesteld omdat we een rondetafel hebben gehad waar we die vragen gesteld hebben, waarop de antwoorden echt onvoldoende waren. Wij kunnen het niet uitleggen. De opgaven zijn zeer groot. Mensen staan nu al in de trein. Een trein wordt aangeschaft voor tussen de 20 en 30 jaar, dus ik wil de motie best aanhouden. Maar dan willen we ook een heel duidelijk gemotiveerd antwoord hebben van de NS waarom ze dat doen, en zeker voor de nieuwe treinen die ze naar de toekomst toe aanschaffen.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Wij zullen meegeven bij het doorgeleiden van het verzoek aan de NS om specifiek op de punten in deze brief ook nadrukkelijk in te gaan.

De voorzitter:

Met deze toezegging wordt de motie op stuk nr. 837 aangehouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Amhaouch stel ik voor zijn motie (29984, nr. 837) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 838.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Dank u wel, voorzitter. Dit najaar verstuur ik de Voortgangsrapportage HSL-Zuid. Hierin zal ik ingaan op de stand van zaken van de quickscan over spanningssluizen. Dat was een toezegging in het AO. Dus daarom zou ik mevrouw Kröger willen vragen om deze motie aan te houden tot de voortgangsrapportage in het najaar. Want ik heb in de Kamer toegezegd: ik doe een quickscan. Dan hoeven we zo'n toezegging niet te bekrachtigen met een motie. Maar ik kan me voorstellen dat mevrouw Kröger zegt: ik houd hem wel boven de markt, zodat ik in het najaar, wanneer er gerapporteerd wordt, kan zien of dat ...

De voorzitter:

Voordat ik mevrouw Kröger het woord geef: de heer Van Aalst maakt een terecht punt, zeg ik ook in de richting van de staatssecretaris. In principe moet natuurlijk iedere motie wel een oordeel krijgen. Dus de vorige motie, op stuk nr. 837, wordt nu aangehouden, maar zou anders het oordeel "ontraden" hebben gekregen.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Als ik vraag om een motie aan te houden, is de default optie altijd dat als hij niet wordt aangehouden, hij dan voor dit moment ontraden wordt.

De voorzitter:

Precies. En hetzelfde geldt dan eigenlijk, hoor ik u zeggen, voor de motie op stuk nr. 838.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Ja.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ik zal de motie aanhouden, want ik hoor nu: de toezegging was er, maar niet zozeer dat het ook vóór de begrotingsbehandeling zou zijn. Dat hoor ik de staatssecretaris nu wél zeggen. Dus dan houd ik haar aan en dan zien wij de quickscan tegemoet.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Ja, ik zal de stand van zaken van de quickscan over de spanningssluizen dit najaar in de Voortgangsrapportage HSL-Zuid sturen.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (29984, nr. 838) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

De motie op stuk nr. 839 vraagt naar de modal shift. Als ik de motie zo mag lezen dat vastgesteld klimaatbeleid wordt meegenomen in de NMCA, dan kan ik het oordeel aan de Kamer laten. Op het moment dat het klimaatakkoord ook in de concrete maatregelen is vertaald, zal dat dus als uitgangspunt worden opgenomen. Dan zien we ook hoe die modal shift dus uitwerkt. In lijn met de eerdere toezegging in de kabinetsreactie op het Rli-rapport bekijkt IenW samen met de planbureaus hoe de WLO-scenario's in het licht van het klimaatakkoord als input voor de volgende NMCA gebruikt kunnen gaan worden. Dus ik laat het oordeel aan de Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 839 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

De motie op stuk nr. 840. Ik zou ook hier mevrouw Kröger willen vragen deze aan te houden, omdat die eigenlijk nog een keer vraagt om iets te doen wat ik al in het AO heb gezegd. In het AO heb ik gezegd dat ik bekijk hoe handhaving als het niet gebeurd verbeterd kan worden en dat ik in dit najaar via de voortgangsbrief daarop terugkom. Dus daarmee is ook dit eigenlijk weer vastlegging van iets wat ik heb gezegd. Maar ik kan me ook altijd voorstellen dat mevrouw Kröger zegt: ik wil het ook even zien. Dus daarom verzoek ik haar de motie aan te houden.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ik snap ten dele de reactie van de staatssecretaris. Maar ik denk dat het hem ook zit in "desnoods de regelgeving". De staatssecretaris heeft aangegeven dat zij gaat kijken wat er mogelijk is, want op dit moment kan er nog niet echt gehandhaafd worden op individuele treinenaanbieders. Er ging in kaart gebracht worden hoe handhaving verbeterd kan worden. Daarbij wil ik heel graag dat dan ook gekeken wordt of er dan eventueel regelgeving moet worden aangepast, of dat er andere manieren zijn.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Bij het kijken naar hoe het verbeterd kan worden, sluit ik niks op voorhand uit. Maar dat gaan we nou juist bekijken en dan kom ik daarop terug. Daarom vraag ik mevrouw Kröger nu de motie aan te houden.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dan houd ik haar aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (29984, nr. 840) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Hartelijk dank. Dan de motie op stuk nr. 841. Dit is ook eigenlijk een verzoek om te informeren in het najaar over de eerste stappen, dus om, hoe verder we zijn, de Kamer in elke stap mee te nemen bij de verdere uitwerking van het Toekomstbeeld OV. Ik zie die motie als een aanmoediging om direct aan de slag te gaan. Ik heb in het AO ook gezegd dat dit najaar nog niet alles compleet zal zijn. Ik doe dat samen met de regio's. Samen met de regio's hebben we gezegd daar ongeveer een jaar voor nodig te hebben. Bij elke najaarsbrief zal ik u informeren over hoever we dan zijn en de stappen die we dan al hebben kunnen nemen. Zo interpreteer ik deze motie. Ik laat het oordeel dan over aan de Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 841 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Voorzitter. Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 842. In de gebiedsgerichte programma's die we gaan maken, zullen we natuurlijk ook kijken of er nog kansrijke ov-maatregelen zijn die nu nog niet in de infrastructuur zitten. Ik snap het punt van de heer Drost: als er geen lijn is, kun je ook niet zien waar de knelpunten bij die lijn zitten. Ik denk dat het voorbeeld Veendam-Stadskanaal een mooie illustratie is van hoe we hiernaar kijken. Er zijn ook andere projecten in de regio, zoals de Maaslijn in Eindhoven. We hebben echt oog voor en zicht op de regio's en doen daar ook echt investeringen. Veendam-Stadskanaal is misschien een mooie illustratie van hoe we per regio kijken of er opties zijn die nu nog niet benut zijn, maar die wel heel goed zouden zijn. We nemen dat in hetzelfde proces mee en rapporteren er in hetzelfde proces ook over. Ik zou daar geen aparte rapportage van willen maken. Als het zo geïnterpreteerd mag worden, is het oordeel Kamer.

De voorzitter:

Dat is de motie op stuk nr. 842.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Ja. Dan de motie op stuk nr. 843. Dit is zo belangrijk dat het al geregeld is in het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Dat besluit is ook van toepassing op decentrale overheden en regionale vervoerders. Daarmee is deze motie overbodig, omdat het al wettelijk verankerd is, en ontraad ik haar dus.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 843 wordt ontraden.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Dan de motie op stuk nr. 844.

De voorzitter:

De heer Drost heeft hier een vraag over.

De heer Drost (ChristenUnie):

Ik denk dat het handig is om de motie aan te houden of in te trekken als zij ontraden wordt. Ik begrijp van de staatssecretaris dat de motie feitelijk overbodig is.

De voorzitter:

Ja.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Ja.

De heer Drost (ChristenUnie):

Dan lijkt het me ook onzinnig om erover te stemmen. Dan trek ik haar liever in. Kan dat?

De voorzitter:

Ja, hierbij.

De heer Drost (ChristenUnie):

Alstublieft.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Drost (29984, nr. 843 ) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Dan de motie op stuk nr. 844. Die gaat erover dat we moeten laten zien, anders dan in de beeldvorming, dat de regio echt heel erg belangrijk is. In een aantal moties is dat op verschillende manieren verwoord. Een aantal daarvan, die aansluiten bij het proces dat we hebben uitgelicht, heb ik oordeel Kamer gegeven. Maar de motie op stuk nr. 844 vraagt me expliciet om een apart doel toe te voegen. In het AO heb ik daarover gezegd dat ik me niet vrij voel om dat alleen te doen, maar dat de aandacht voor de regio's er via de gebiedsprogramma's absoluut in zit. De motie van de heer Amhaouch vraagt daar ook in het bijzonder naar. Ik ontraad de formulering van de motie op stuk nr. 844, maar niet omdat ik het aandachtspunt ontraad.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 844 wordt ontraden. Daar heeft de heer Laçin een vraag over.

De heer Laçin (SP):

De motie vraagt om een uitspraak van de Kamer en niet van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Nee, maar de staatssecretaris wordt wel altijd gevraagd om een oordeel te geven over het eventueel aannemen van zo'n motie. Dat heb ik u gegeven. U doet daarmee wat u wilt, want over elke motie besluit de Kamer zelf wat ze ervan vindt.

De voorzitter:

Precies. Nou, ontzettend veel dank voor uw snelle beantwoording van deze vijftien moties.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Er waren nog een paar vragen, voorzitter. Mevrouw Kröger stelde een vraag over passagiersrechten als onderdeel van een Europees traject. Dat is inderdaad niet aan de orde geweest in het AO, dus ik ga daar nu niet inhoudelijk op in, maar uiteraard zullen we de Kamer betrekken bij de voorbereiding van de Europese besluitvorming.

Dan de Eurostar. De vragen van de heer Schonis liggen voor een deel op het terrein van staatssecretaris Harbers. Ik stel voor dat we in de brief die we voor de zomer sturen over internationaal spoorvervoer, zowel deze vragen meenemen als een reactie op het D66-plan voor het internationaal spoor. Datzelfde geldt voor de vraag over vliegtickets en treintickets.

Nog een vraag van de heer Schonis: werkt u actief aan het samenwerken met de luchtvaartmaatschappijen? Ja, dat doen we, nationaal maar ook internationaal. Ik was vorige week in Berlijn bij mijn collega Ferlemann. Met hem hebben we afgesproken om een bijeenkomst te organiseren met de Nederlandse, Duitse en als het even kan ook Belgische partijen, omdat het eigenlijk gaat om de links vanaf de verschillende luchthavens. Wellicht kunnen we met elkaar een oplossing vinden waardoor het voor reizigers in dit hele gebied een interessante optie wordt, niet alleen vanaf Schiphol maar misschien ook vanaf Frankfurt en Zaventem, om vaker de combinatie vliegen-trein te nemen. We zullen al die partners daarbij nodig hebben. Daar gaan we dus een bijeenkomst over organiseren. Dat heb ik met Ferlemann afgesproken.

Voorzitter, ik hoop dat ik daarmee de vragen en de moties heb beantwoord.

De voorzitter:

Hartelijk dank voor uw snelle beantwoording. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de moties die zojuist zijn ingediend, zal dinsdag worden gestemd. Ik schors voor enkele ogenblikken en dan gaan wij door met het VAO Openbaar vervoer en taxi.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.