Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 61, item 4

4 Vragenuur: Vragen Ploumen

Vragen van het lid Ploumen aan de minister voor Medische Zorg en Sport over het bericht dat twee derde van de doktersassistenten wordt geconfronteerd met geweld.

De voorzitter:

Dan gaan we nu naar mevrouw Ploumen namens de PvdA, voor haar vraag over het bericht dat twee derde van de doktersassistenten wordt geconfronteerd met geweld. De vraag is gericht aan de minister voor Medische Zorg, die ik van harte welkom heet.

Mevrouw Ploumen.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Twee derde van de doktersassistenten heeft te maken met intimidatie, bedreiging en geweld. Dat is natuurlijk verschrikkelijk. Doktersassistenten zetten zich in om ervoor te zorgen dat wij de goede zorg krijgen bij de huisarts en ze zijn onmisbaar in elke huisartsenpraktijk. Ze verdienen ons respect en onze waardering en niet onze bedreiging en intimidatie. Zij moeten beschermd worden tegen bedreiging en intimidatie en daarom heb ik aan de minister een aantal vragen.

Ten eerste. Een collega van minister Bruins, minister Dekker, zei vanochtend dat hij een wetsvoorstel aan het maken is om geweld tegen hulpverleners specifieker en strenger te bestraffen. Gaat dit ook gelden voor geweld tegen doktersassistenten?

Dan mijn tweede vraag. Doktersassistenten melden dat ze het moeilijk vinden om aangifte te doen omdat dan al hun gegevens openbaar worden. Dus ook degene die hen bedreigt kan persoonsgegevens inzien. Dat is een enorme drempel. Wat is de minister van plan om te doen om de aangiftebereidheid bij de doktersassistent te vergroten?

In aanvulling daarop mijn derde vraag. Is de minister bereid om een meldpunt in te stellen waar doktersassistenten kunnen melden wanneer zij te maken hebben gehad met intimidatie en geweld? Natuurlijk moet er ook aangifte gedaan worden, maar blijkbaar is dat een drempel. En dan kan een meldpunt wel helpen om de problematiek scherp in kaart te krijgen, zodat er iets aan gedaan kan worden.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de minister.

Minister Bruins:

Voorzitter, dank u wel. Het voorstel dat collega Dekker vanmorgen presenteerde, geldt inderdaad ook voor agressie tegen doktersassistenten. Ik ben het helemaal met mevrouw Ploumen eens dat het onacceptabel is dat mensen die een publieke taak uitvoeren, op een of andere manier agressief worden benaderd. Dat kan niet zo zijn. Handen af van onze mensen die publieke taken verrichten. Dus de eerste vraag van mevrouw Ploumen kan ik bevestigend beantwoorden: altijd celstraf voor het slaan van een hulpverlener. Dus als die hulpverlener een doktersassistent is: celstraf.

Dan het punt van de aangifte. Nadat ik de enquête had gelezen van de beroepsvereniging van doktersassistenten heb ik geconstateerd dat de aangiftebereidheid nog laag blijft. Ik heb ook met de vereniging afgesproken dat we een nader gesprek hebben. Dat heb ik niet vanmiddag gedaan maar gisteren toen ik de resultaten van de enquête zag. Ik heb eigenlijk ook behoefte om met de Landelijke Huisartsen Vereniging te spreken. Huisartsen zijn namelijk de werkgever van doktersassistenten. De aangiftebereidheid moet dus omhoog. Op dit moment blijft die echter achter. Dat is helaas niet alleen het geval bij doktersassistenten. Ik zal dat punt, en ook het punt van het meldpunt, met de beroepsvereniging van doktersassistenten bespreken. Ik heb uit het eerste contact dat we hadden, begrepen dat zij vooral de nadruk willen leggen op het "handen af"-aspect, in de zin van: agressie is vreselijk en daarvoor moet je niet bij ons zijn. De huisartsen en doktersassistenten zijn er om goede zorg te verlenen maar er zit natuurlijk een grens aan. Je kunt je niet agressief gedragen bij de dokter.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Fijn om te horen dat de minister dit ook serieus neemt en dat hij in actie komt. Ik neem aan dat we nog wel specifiek zullen horen wat de maatregelen zijn die daaruit voortkomen.

Ik heb nog twee aanvullende vragen. Uw collega, minister Dekker, heeft ook aangegeven dat er nog aanvullend onderzoek door het WODC wordt gedaan naar praktijk en jurisprudentie. Ik ga er dan van uit dat dit ook voor de doktersassistenten geldt.

Nu ik hier toch sta: de doktersassistenten hebben een enorme behoefte aan formele erkenning van hun beroep. Iedereen, de minister, u en ik, kan zich doktersassistent noemen. Dat kan toch niet waar zijn in deze tijd? Ik wil dan ook nogmaals een lans breken bij deze minister om de formele erkenning van het beroep van doktersassistent in gang te zetten, conform artikel 34 van de Wet BIG. Dan weten we precies waar we over spreken. Dat zou mij zeer veel genoegen doen en het zou vooral heel goed zijn voor de doktersassistenten.

De voorzitter:

Nu u hier toch staat?

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Precies!

De voorzitter:

Het zijn wel vragen die niks met de aanleiding te maken hebben, maar zo gaat dat soms.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Voor de doktersassistenten moet dat mogen, voorzitter!

Minister Bruins:

Ik zal bij collega Dekker nagaan of dat aanvullende onderzoek zich ook richt, of anders zo in te richten is, op de doktersassistenten. En nu ik hier toch sta, ga ik het gesprek aan met de doktersassistenten en maak ik dit onderwerp ook onderwerp van dat gesprek.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

We schieten weer een stukje op! Dank u wel, minister.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Ploumen. Dan geef ik nu het woord aan de heer De Lange namens de VVD.

De heer De Lange (VVD):

Doktersassistenten moeten altijd veilig kunnen werken. Schelden, spugen, schoppen en slaan horen hier nadrukkelijk niet bij. Laat dat volstrekt helder zijn. Ik heb wel een vraag aan de minister. Is de minister bereid om samen met Justitie en Veiligheid in kaart te brengen of er nog juridische of andere belemmeringen zijn die het altijd veilig kunnen werken van onze doeners in de zorg belemmeren, om dit op te lossen en om dit met de beroepsgroep te bespreken?

Minister Bruins:

Dat is wel veel in één zin, voorzitter!

De voorzitter:

Ja, maar wel binnen dertig seconden. Dat vind ik ook weer knap.

Minister Bruins:

Het antwoord kan ook wel in dertig seconden, want dat luidt bevestigend. Ik zou graag willen kijken of er hiaten zijn in het juridische instrumentarium. Op basis daarvan kunnen we kijken wat er nodig is. En ik denk dat we dan soms het gesprek hier in deze Kamer aan moeten gaan als er een wetswijziging nodig is. Maar ik ben graag bereid om hierin ver te gaan. Het gaat hierom: blijf met je vingers af van onze harde werkers in de publieke taak.

De voorzitter:

Dan ga ik naar de heer Van der Staaij namens de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):

Het is een schande hoeveel doktersassistenten hun werk niet veilig kunnen doen. Uit deze cijfers is dat weer hard naar voren gekomen. De minister geeft ook aan dat hij meer werk wil maken van meldingen en aangiftes. Mijn vraag is: als het een te grote drempel is om incidenten te melden die op zichzelf soms misschien net weer te licht zijn voor aangiftes, wil hij dan de vinger aan de pols houden en bevorderen dat er goed in de gaten wordt gehouden hoe dit zich verder ontwikkelt, zodat we weten wat er speelt?

Minister Bruins:

Ja, wij waren al ver voordat deze enquête tot een uitkomst leidde voornemens om een "bestuurlijke werksessie", zoals dat in het jargon heet, met alle verschillende zorgpartijen te houden over het werkklimaat van werknemers. Dan gaat het dus ook over werknemers in de ggz. Het gaat ook over de gehandicaptenzorg en over de ambulancezorg. Het gaat ook over de doktersassistent. En bij het werkklimaat gaat het ook over agressie tegen medewerkers. Die sessie staat gepland voor medio april. Ik breng uw Kamer daar graag van op de hoogte, als bewijs dat dit niet alleen eventjes zo in een middagje bij mondelinge vragen moet blijven. Het is een heel belangrijk thema, dus ik ga u een vorm van een verslag van die sessie aanbieden om te zorgen dat dit een aangelegen thema blijft.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Iedereen spreekt zijn afschuw erover uit dat mensen in de zorg dit moeten meemaken. Maar mijn vraag aan de minister is: gaat hij ook met de doktersassistenten zelf spreken? Want hij zegt dat hij met de huisartsen gaat spreken. Dat zijn de werkgevers. Maar in mijn beleving zou hij ook in gesprek moeten gaan met de mensen zelf. Ga alsjeblieft in gesprek met de mensen zelf! En kan hij, vooruitlopend op het feit dat hij nog allerlei dingen aan het uitzoeken is, ervoor zorgdragen dat mensen anoniem aangifte kunnen doen bij de politie? In de jeugdzorg is dat ook al mogelijk. Waarom zou dat voor doktersassistenten niet kunnen?

Minister Bruins:

Ik dacht dat ik zojuist had geantwoord dat ik niet alleen in gesprek ga met de Landelijke Huisartsen Vereniging, maar ook met de Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten. Dat heb ik ze gisteren toegezegd. Dat gesprek zal ik ook voeren. En met de LHV — dat zijn vaak de werkgevers — zal ik bespreken wat er meer nodig is om te zorgen dat die aangiftebereidheid omhooggaat. En kan het aangifte doen namens iemand die agressief is bejegend, ook worden versterkt en verbeterd? Wat is daarvoor nodig? Dat zal ik doen.

De voorzitter:

En u zal de Kamer daar ook over informeren.

Minister Bruins:

Dat lijkt mij een goed idee, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel.

Minister Bruins:

Graag gedaan, voorzitter.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit vragenuur. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur. Dan gaan we eerst collega Geleijnse namens 50PLUS beëdigen en daarna hebben we stemmingen. Voor nu schors ik even de vergadering.

De vergadering wordt van 14.52 uur tot 15.01 uur geschorst.