Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 22, item 3

3 Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2018

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2018 ( 34775-VII );

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2018 ( 34775-B );

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2018 ( 34775-C );

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van Wonen en Rijksdienst (XVIII) voor het jaar 2018 ( 34775-XVIII );

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2018 ( 34775-XII ).

De voorzitter:

Goedemorgen. Ik heet beide bewindspersonen van harte welkom. Aan de orde is de begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, inclusief het Gemeentefonds, het Provinciefonds, de Rijksdienst, de Digitale overheid, exclusief de kustwacht van Caribisch Nederland.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Als eerste spreker is de heer Bosma van de Partij voor de Vrijheid aan de beurt. Hij heeft twintig minuten spreektijd.

De heer Martin Bosma (PVV):

Voorzitter, dank u wel. Felicitaties aan de nieuwe minister en aan de nieuwe staatssecretaris. Fijn dat u hier bent. Leuk, welkom. Ik hoop op interessante debatten. Deze beide mensen hebben een heel prachtig departement te beheren, inclusief de AIVD, een dienst die cruciaal is voor het overleven van ons volk. Binnenlandse Zaken is het moederdepartement en daar moeten we heel zuinig op zijn. Dit kabinet zal er niet zo heel lang zitten. Ik zou zeggen: geniet nog maar even van die dienstwagen en geniet ook nog maar even van de wittebroodsweken die elke minister gegund zijn. Wat mij betreft duren die wittebroodsweken niet zo heel lang, niet langer dan de eerste alinea van deze tekst en die is nu afgelopen.

Deze minister heeft aangekondigd voor heel Nederland te gaan doen wat zij eerder voor Amsterdam heeft betekend. Dat is geen belofte, dat is een dreigement. Deze minister werkte lang in de ambtenarij. Zij had een lange, briljante carrière aldaar. Daarna werd zij vier jaar geleden geparachuteerd te Amsterdam. Ik las in het Parool dat ze op het stadhuis werd aangeduid als "stagiair". Men zag haar periode daar als een stage. Haar cv'tje moest even opgeleukt worden voordat ze hier in Den Haag terecht zou komen. Hoe verliep haar stage? Stages willen nogal eens een inkijkje geven in de geschiktheid van iemand voor een echte baan. Maken haar ervaringen en ideeën haar geschikt voor deze functie? Hoe staat mevrouw Ollongren tegenover democratie? Hoe staat zij tegenover onze Grondwet? Hoe staat zij tegenover ons openbaar bestuur? Hoe goed is het dat zij de geheime dienst gaat leiden? Vandaag schrijven wij haar stagerapport.

Mevrouw Ollongren is erg van verbinding, zoals ze dat noemen. Verbinding betekent in het slinkse woordenboek meestal haat tegen de PVV. Zo ook hier. Ik citeer mevrouw Ollongren uit een speech te Amsterdam. "Wilders gaat in tegen alles wat Nederland Nederland maakt, en Amsterdam Amsterdam. Weg open samenleving, weg vrijheden, weg tolerantie, weg kunst & cultuur, weg EU, weg humaniteit en beschaving. Wat mij betreft geldt dan ook: de komst van Wilders als premier of minister mag dan nog nooit zo dichtbij zijn geweest, dat geldt dan ook voor de oprichting van de Republiek Amsterdam." Keer op keer pleitte mevrouw Ollongren als locoburgemeester van onze hoofdstad voor een onafhankelijk Amsterdam, samen met haar partijgenoot, wethouder mevrouw Kukenheim. Het is duidelijk wat mevrouw Ollongren hiermee zegt. Ze zegt: "Wat de Nederlandse burger ook zegt, wat de kiezer ook zegt, daar hebben wij maling aan. D66 is door God of door Allah gezonden. Wij zijn superieure wezens en trekken ons niets aan van de burger. Als de verkiezingsuitslag ons niet bevalt, beginnen wij ons eigen land, onze eigen staat. Burger, hou je muil." Dat is een principieel antidemocratische opvatting. Meedoen aan democratie vereist dat je je neerlegt bij de meerderheid, maar deze minister heeft blijkbaar maling aan de democratie. Als de uitslag van verkiezingen haar niet bevalt, dan is zij voor afscheiding van de grachtengordel en aanpalende landouwen. Een hek eromheen, dan hoeft het GroenLinks- en D66-volk zich niet langer iets aan te trekken van al die tokkies, populisten en andere minderwaardigen, die daarbuiten wonen. Lekker veilig achter een hek, ver weg van de boze buitenwereld. Een getto vol met bange D66-mensen. Ollongren zegt: democratie is leuk, mits osm wint, ons soort mensen; anders ga ik met blokken gooien en doe ik niet meer mee.

Nou, voorzitter, dat belooft wat voor de minister die toeziet op de werking van de democratie in Nederland. Antidemocraten 66 heeft bezit genomen van het moederdepartement.

Deze minister heeft maling aan de democratie. Zij heeft ook maling aan de wet en zij heeft ook maling aan de Grondwet. Ik noem bijvoorbeeld artikel 92 van het Wetboek van Strafrecht alsmede artikel 93, waarvan de tekst als volgt luidt. Ik citeer: "De aanslag ondernomen met het oogmerk om het Rijk geheel of gedeeltelijk onder vreemde heerschappij te brengen of om een deel daarvan af te scheiden wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie." Of om een deel daarvan af te scheiden! In de uitleg staat dat "afscheiding van een deel van het Rijk" toeziet op het maken van een deel van het grondgebied van het Rijk tot een zelfstandig nieuw rijk.

Voorzitter. Deze minister hoort niet thuis in vak-K. Deze minister hoort thuis achter de tralies, voor 30 jaar. Misschien kan ze daarna haar stage afmaken. Artikel 123 van de Grondwet ziet toe op het opheffen en instellen van gemeenten en provincies. De separatistische fantasieën van mevrouw Ollongren staan daar haaks op. Het is niet de taak van een D66-wethouder of van de locoburgemeester van Amsterdam om een deel van ons Koninkrijk af te scheiden, en al helemaal niet tot een politiek correcte heilstaat, een eldorado van kinderbakfietsen, genderneutrale toiletten en onbespoten quinoasalades.

De heer Verhoeven (D66):

Ik ken de heer Bosma nu zevenenhalf jaar. Ik heb vaak debatten met hem gevoerd, waarin hij allerlei onzinnige teksten met vaak grappig gekozen frases gebruikte om zijn punt te maken. Vaak ging het een beetje over de grachtengordel, over de elite en over de bedachte strijd tussen het volk, dat door de PVV vertegenwoordigd wordt, en de elite, die dan door de andere partijen vertegenwoordigd wordt. Ik heb dat meestal gewoon aangehoord zonder erop te reageren, omdat ik het vaak gewoon flauwekul vond, dat niet zo veel kwaad kon. De heer Bosma vindt het leuk om een beetje kattenkwaad uit te halen in de Tweede Kamer.

Nu gaat het echter helemaal verkeerd, want hij gaat nu echt een serieuze koppeling maken naar een straf die hij wil afroepen over de minister van Binnenlandse Zaken, op basis van een uitspraak die zij in het verleden in een andere functie gedaan heeft. Het slaat nergens op. Het is ook niet serieus. Het is het vermengen van komedie met een serieus politiek voorstel, dat hij hier doet. Ik vraag de heer Bosma om nu te stoppen met alle retoriek hieromheen. Ik vraag hem wat hij nu serieus met dit voorstel wil. Dan kan de Kamer dat direct beoordelen, want dit gaat veel te ver. Anders zal hij moeten stoppen en gewoon moeten gaan spreken over de inhoud van de begroting Binnenlandse Zaken. Maak dus even een keuze wat u wilt, maar niet steeds die rare vermenging van dingen: aan de ene kant grappig en leuke woorden en aan de andere kant zeer vergaande voorstellen.

De heer Martin Bosma (PVV):

Ik houd mij gewoon aan de feiten. Ik lees voor wat mevrouw Ollongren heeft gezegd in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Dat was niet een slip of the tongue. Dat was in een belangrijke rede, namelijk in de nieuwjaarsrede in de Stadsschouwburg, waar dan de hele top van Amsterdam, alle hoge ambtenaren en alle mensen uit allerlei maatschappelijke geledingen bij elkaar komen. Mensen feliciteren elkaar. Het is gezellig. Het is de kerstsfeer: vrede op aarde en in de mensen een welbehagen. Mevrouw Ollongren gaat dan los tegen de tweede partij van Nederland en stelt dat als mijn partij aan de macht komt, er geen humaniteit en geen beschaving meer zullen zijn. Dat is een keiharde aanval. Mevrouw Ollongren paart dat aan een voorstel dat zij meerdere malen heeft gedaan, namelijk dat Amsterdam zich moet afscheiden van het Koninkrijk der Nederlanden. Als er nog iets van rechtsstatelijkheid in uw deerniswekkende partijtje is, meneer Verhoeven, neemt u daar afstand van.

Hans van Mierlo liep niet op die grachten indertijd. Hij heeft de partij niet opgericht om een gedeelte van het Koninkrijk af te scheiden. Het is fundamenteel antidemocratisch om, zoals mevrouw Ollongren dat deed in de Stadsschouwburg, te zeggen: als de uitkomsten van verkiezingen ons niet bevallen, dan doen wij niet meer mee en dan scheiden wij ons af. Elk Kamerlid zou dat met mij eens moeten zijn. Als u een beetje democraat bent, meneer Verhoeven, dan bent u het ook met mij eens.

De heer Verhoeven (D66):

We hebben het hier vorig jaar tijdens een behandeling van, naar ik meen, de Zwarte Piet-wet van de PVV ook uitgebreid over gehad. Toen heeft de heer Bosma mij ook geconfronteerd met dit citaat. Toen heb ik hem geantwoord — en dat zal ik nu nog een keer doen — dat het categorisch wegzetten van groepen mensen in deze samenleving, het discriminerend uiten in de politiek, iets is wat de PVV bij herhaling doet en dat D66, sinds de PVV hier actief is en op deze manier bepaalde groepen mensen voortdurend buitensluit, zich daar altijd tegen zal verzetten. Ik heb toen ook uitgelegd dat de uitspraak van mevrouw Ollongren in die context geplaatst moet worden en ik heb toen ook gezegd dat D66 de discriminerende politiek en het categorisch uitsluiten van mensen zoals de PVV bij herhaling doet, nooit zal toestaan. Ik heb toen gezegd dat we daar nooit aan mee zullen werken en dat ik die opmerking van mevrouw Ollongren daarom ook van harte steun. En de heer Bosma, die altijd van de retoriek is, zou juist moeten weten dat zo'n speech nooit gekoppeld mag worden aan een gevangenisstraf van 30 jaar. Het slaat nergens op. Ik hoop dat de heer Bosma hier nu mee stopt, want hij weet dat hij een pad ingeslagen is dat doodloopt. Dat doet hij elke keer. En hij komt er nog mee weg ook, maar wat mij betreft niet vandaag.

De heer Martin Bosma (PVV):

De wet is duidelijk. Er staat gewoon 30 jaar gevangenisstraf op als je ernaar toewerkt om een gedeelte van het Koninkrijk af te scheiden. Mevrouw Ollongren heeft daar keer op keer voor gepleit. Ik kan het niet helpen dat dat rechtsartikel bestaat. U kunt het gewoon zelf nazoeken. Ik heb het hier allemaal bij me. Ik zal het u straks met heel veel plezier verschaffen.

Het is nogal wat. Mijnheer Verhoeven spreekt over het categorisch wegzetten van bevolkingsgroepen. Nou, dat is dus net wat D66 doet bij monde van mevrouw Ollongren. Als je zegt dat als mijn partij aan de macht komt, er geen cultuur meer zal zijn, geen humaniteit meer en geen beschaving, dan zeg je dat PVV'ers geen humaniteit hebben, dat we dus mindere mensen zijn, een soort ondermensen. Als je zegt dat wij geen beschaving hebben, dan zijn wij blijkbaar niet de osm-club waar mijnheer Verhoeven zich zo sterk voor maakt. Dat zijn serieuze aantijgingen. Ik vind dat allemaal prima. Als de locoburgemeester dat op zo'n moment doet, tijdens zo'n belangrijke speech in de Stadsschouwburg, waar de hele top van Amsterdam aanwezig is, dan vind ik dat prima. Maar ze komt met een voorstel dat gewoon keihard strafbaar is en dat ook haaks staat op de Grondwet. Artikel 123 geeft aan dat het niet aan een locoburgemeester is, of mensen met andere separatistische fantasieën, om een gedeelte van het Koninkrijk af te scheiden. Dat staat haaks op de Grondwet en het is strafbaar op grond van artikel 23. Sorry, artikel 93.

De voorzitter:

Mijnheer Verhoeven, als ik u een derde keer de gelegenheid geef tot een interruptie, dan zal ik dat bij iedereen moeten doen, terwijl de eerste termijn ...

De heer Verhoeven (D66):

Het lijkt me heel verstandig om dat te doen.

De voorzitter:

Ik ben nog niet uitgesproken. De eerste termijn staat gepland tot 14.15 uur, maar er moet daarvoor dan ook nog een lunchpauze plaatsvinden. Ik geef u nu het woord, maar ik vind niet dat het in dit debat een gewoonte moet worden, dat u daarna weer komt. Ik zit hooguit drie kwartier voor. Zo kan ik dit debat natuurlijk niet over drie kwartier aan mijn opvolger meegeven. Mijnheer Verhoeven, uw derde en laatste interruptie.

De heer Verhoeven (D66):

Mevrouw de voorzitter, de lunchpauze vind ik op dit moment niet het belangrijkste punt. Het belangrijkste punt is dat hier een parlementariër staat die serieus denkt of lijkt te menen, dat hij vanaf de katheder daar een gevangenisstraf van 30 jaar voor de minister kan regelen. Ik ben dus heel benieuwd. Ik zal dan inderdaad dit als laatste op dit punt vragen aan de heer Bosma. Maar anders doe ik een ordevoorstel. Ik wil graag van de heer Bosma weten wat hij nu van plan is met dit voorstel. Ik wil dat hij een concrete vorm aangeeft in plaats van een beetje belletje trekken op een wijze die veel verdergaat dan een grapje. Dus of met een politiek voorstel komen dat we op korte termijn kunnen behandelen, want dit gaat heel ver. Of er nu over ophouden. Voorzitter. U zou ook kunnen nadenken over een opmerking richting de spreker daar, want ik vraag me af of het nou verstandig is om degene die de interruptie plaatst toe te gaan spreken over de lunchpauze, terwijl hier een Kamerlid zijn boekje ver te buiten gaat.

De voorzitter:

Dank u wel. Even daarover. We zijn hier natuurlijk wel in de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het is normaal dat we het hier met elkaar oneens zijn. Ik geef het woord aan de heer Bosma.

De heer Martin Bosma (PVV):

Voorzitter. Ik doe helemaal geen voorstel, want het is niet aan mij maar aan het Openbaar Ministerie om vast te stellen of mensen strafbare feiten hebben begaan en vervolgd moeten worden. Ik stel vast dat mijn fractieleider heel veel creativiteit van het Openbaar Minister heeft mogen ervaren in de zaak die tegen hem is aangespannen. Dan gaat het over iemand die iets zegt wat niet correct is. Als het Openbaar Ministerie één procent van al dat enthousiasme en al die creativiteit aan de dag zou leggen in de zaak-Ollongren, in de uitspraken van mevrouw Ollongren, dan heeft het Openbaar Ministerie een heel sterke zaak. Ik denk dat een eventuele vervolging zich niet alleen zou moeten uitstrekken tot artikel 93 en artikel 92, maar een beetje creatieve rechter vindt daaromtrent veel meer strafbare zaken.

De voorzitter:

Mijnheer Verhoeven, u kunt een ordevoorstel doen als u dat wilt, maar u kunt niet voor de vierde maal deze interruptie voortzetten.

De heer Verhoeven (D66):

Ik doe een ordevoorstel om te zorgen dat we vaststellen dat de heer Bosma dus niets meer doet dan hier wat dingen in de Tweede Kamer roepen, wat hem inderdaad vrijstaat.

De voorzitter:

Dit is geen ordevoorstel, mijnheer Verhoeven.

De heer Verhoeven (D66):

Als u mij mijn zin laat afmaken wel, voorzitter.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Verhoeven (D66):

Onderbreek me dan niet. Ik wil weten of de heer Bosma niet verder gaat dan alleen maar een tekst hier in de zaal, dat hij de hoop uitspreekt dat het OM er wat mee doet en verder niks doet dan hier wat woorden achter elkaar zetten. Mag ik het zo samenvatten?

De voorzitter:

Mijnheer Verhoeven, dit is geen ordevoorstel.

De heer Verhoeven (D66):

Ik wil dat even helder hebben.

De voorzitter:

Maar dat is geen ordevoorstel.

De heer Verhoeven (D66):

Ik wil dat in het kader van de tekst van de heer Bosma helder hebben.

De voorzitter:

Dit is geen ordevoorstel.

De heer Verhoeven (D66):

Mijn ordevoorstel is dat ik wil weten of de heer Bosma hiermee meer wil doen dan alleen maar hopen dat het OM over zal gaan tot vervolging van de minister van Binnenlandse Zaken.

De heer Martin Bosma (PVV):

Voorzitter. Ik heb geen enkele hoop dat het Openbaar Ministerie hierover in actie zal komen.

Voorzitter. Deze minister wordt gedreven door blinde haat ...

De heer Verhoeven (D66):

Dus het is voor de bühne.

De voorzitter:

Mijnheer Verhoeven, ik heb u niet het woord gegeven.

De heer Verhoeven (D66):

Ik was genoodzaakt om het even te nemen, voorzitter.

De voorzitter:

Nee, dat was u niet. Ik heb u niet het woord gegeven.

De heer Verhoeven (D66):

Wel. U leidt deze vergadering niet op een evenwichtige wijze.

De voorzitter:

Mijnheer Verhoeven.

De heer Verhoeven (D66):

Het was dus voor de bühne.

De voorzitter:

Mijnheer Van der Molen heeft ook een interruptie.

De heer Van der Molen (CDA):

Ja voorzitter, dank u wel. Ik ben een nieuweling in deze Kamer, dus ik had mij erop verheugd om de heer Bosma te horen spreken. Ik hoor daar altijd grote verhalen over, maar ik vind dit wel echt een kleine actie door hier even breed in het debat wat te roepen Als u een vent was geweest, liep u de voordeur uit, meldde u zich bij de politie en deed u aangifte. Dat laat u na, dus ik vind het gewoon hartstikke gemakkelijk. Moet u niet gewoon nu even daar door die deur eruit en gewoon doen wat u hier allemaal beweert? Dat zou echt wat zoden aan de dijk zetten, in plaats van inderdaad die babbelverhaaltjes.

De heer Martin Bosma (PVV):

Het is geen babbelverhaal. U zou zich zorgen moeten maken over de democratie van Nederland en over de dingen die iemand gezegd heeft die enkele weken geleden verantwoordelijk geworden is voor de werking van de democratie in Nederland. Ik geloof in het parlementaire debat, ik ben een gekozen volksvertegenwoordiger, ik voer het debat hier. Wij hebben geen politie nodig, dat is de CDA-cultuur. De CDA-cultuur was altijd "we rule this country". Ik heb er geen enkele hoop op dat het Openbaar Ministerie hiermee iets zal gaan doen. En dus heeft het ook geen enkele zin om naar de politie te lopen.

De heer Van der Molen (CDA):

De heer Bosma spreekt in de verleden tijd als het over de CDA-cultuur gaat. Dat klopt, die cultuur is verleden tijd. Ik sta hier als iemand uit 1980, in dat jaar ben ik geboren waarin het CDA werd opgericht, dus ik voel me daar niet door aangesproken. Ik wijs u even op de inconsequentie van wat u doet, want dit is wel een beetje gemakkelijk. Als u een echte vent was en u had echt een groot probleem, dan had u aangifte gedaan. Sterker nog, dan had u dat allang gedaan nadat mevrouw Ollongren in het verleden die woorden had uitgesproken. Dat heeft u nagelaten, dat is gewoon het verzaken van uw taak als burger, niet alleen als parlementariër.

De heer Martin Bosma (PVV):

Nogmaals, ik geloof in het parlementaire debat en ik geloof niet in naar de politie rennen. Wij zijn hier om het volk te vertegenwoordigen, om de regering te controleren. De aangiftecultuur, dat is juist waar wij mee moeten stoppen, want wij hebben gezien waar dat toe leidt in de strafzaak tegen mijn fractieleider.

De voorzitter:

Voor de laatste maal, de heer Van der Molen.

De heer Van der Molen (CDA):

Ja voorzitter, de derde keer, inderdaad de laatste maal. Dan stel ik gewoon vast dat dit makkelijke praatjes zijn, en wel praatjes die niet zomaar gezegd worden. Want als hier een parlementariër staat die zegt dat een bewindspersoon achter de tralies moet verdwijnen, dan vind ik echt wel dat u zo groot moet zijn om daar ook echt vervolg aan te geven. Anders wordt het gewoon te gemakkelijk en dat ziet iedereen, ook buiten dit huis.

De heer Martin Bosma (PVV):

Het zou mooier zijn als het CDA was ingegaan op de casus, zoals ik die voorlegde, en op de uitspraken die ik aan de orde stel met betrekking tot de territoriale integriteit van het Koninkrijk en hoe dat nu eenmaal in het wetboek wordt becommentarieerd. Dat is zeer negatief. Jammer dat het CDA daar niet op ingaat en dat de partij die de wortels van Abraham Kuyper verder draagt dit blijkbaar allemaal accepteert en dan een beetje op mij gaat meppen. Maar ik vind het best, hoor. Misschien dat de heer Kuzu een betere bijdrage heeft.

De voorzitter:

Mijnheer Öztürk van DENK.

De heer Martin Bosma (PVV):

Natuurlijk. Mijnheer Öztürk, neem me niet kwalijk. Excuus.

De heer Öztürk (DENK):

Voorzitter. Als zelfs een nieuw Kamerlid een ervaren Kamerlid als Bosma flink onderuithaalt, dan wil dat zeggen dat hij niet goed is voorbereid. Ik had wat meer inhoud, kracht en body verwacht. Hij zegt letterlijk: wees een vent, mijnheer Bosma, ga aangifte doen of houd uw bek. Dat zegt hij.

De heer Martin Bosma (PVV):

Nee, dat zegt hij niet.

De heer Öztürk (DENK):

Ik vraag u daar ook naar te handelen. U staat onze parlementaire democratie te ondermijnen. U zegt tegen een minister dat zij achter de tralies hoort. Dan kunnen er twee dingen gebeuren in de Kamer. Dat weet de voorzitter ook. Of je dient een motie van wantrouwen in of je houd je stil. Een van de twee, mijnheer Bosma. Geen spelletjes hier. We willen vandaag een fatsoenlijk debat. Ik vind dat de voorzitter de heer Bosma daar op aan mag spreken.

De heer Martin Bosma (PVV):

De enige bijdrage van de heer Öztürk is dat hij de bijdrage van het CDA herhaalt. Hij legt de nieuwe collega echter wel een hard woord in de mond. Dat vind ik een tikje teleurstellend. Ik heb erover gezegd wat ik heb gezegd. Het is een zaak van de parlementaire democratie. Daar geloof ik in. Ik stel gewoon heel simpel vast dat het Wetboek van Strafrecht het een en ander over de separatistische fantasieën van mevrouw Ollongren zegt. Ik zeg ook dat dit een zeer slecht voorteken is voor de democratische gezindheid van deze minister.

De heer Öztürk (DENK):

Nogmaals, zwak. Het is ook een slecht voorbeeld voor de nieuwe Kamerleden onder ons. Ik ga ervan uit dat de heer Bosma nu doorgaat met de andere punten uit zijn bijdrage en dat wij deze discussie kunnen sluiten.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Bosma.

De heer Martin Bosma (PVV):

Voorzitter. Deze minister wordt blijkbaar gedreven door een blinde haat tegen de tweede partij van Nederland. Daarin gaat zij zo ver dat zij dingen zegt die keihard ingaan tegen de Grondwet en dingen die ingaan tegen de geest van de democratie. Uitgerekend die locoburgemeester wordt minister van Grondwetszaken, hoeder van onze democratie.

In Amsterdam haalde politiecommissaris, Aalbersberg, handtekeningen op in het proces inzake mijn fractieleider. Hij jutte mensen in moskeeën op om in actie te komen tegen een democratisch gekozen politicus. Mensen moesten handtekeningen zetten voor iets wat ze totaal niet begrepen. In Amsterdam is een keiharde mocro-oorlog aan de gang. De stad heeft een van de laagste oplossingspercentages van heel Nederland. De criminaliteit gaat er door het dak. Je zou zeggen dat het Amsterdamse college zegt: politiecommissaris, ga boeven vangen. Maar nee hoor, mijnheer Aalbersberg gaat handtekeningen verzamelen. Vlak na die actie werd mevrouw Ollongren locoburgemeester. Zij heeft dit nooit willen rechtzetten. Ik vind dat bizar. Ondertussen krijgt dezelfde politie tegenwoordig de opdracht om niet op de foto te gaan met Zwarte Piet, want dat schendt de neutraliteit van de politie. En mevrouw Ollongren had nog meer grote plannen met de politie. Zij wil de hoofddoek voor agenten. Onze neutrale politie moet een symbool van de islamitische veroveringszucht dragen. Ze zegt: die haatdoek past ons allemaal. De vlag van de jihad op het hoofd van onze agenten. Je moet er niet aan denken.

Hoe kunnen wij onze minister vertrouwen met de veiligheid en de veiligheidsdienst van Nederland als zij zo sympathiek staat tegenover de islam? Mevrouw Ollongren is met het gehele gemeentebestuur van Amsterdam onder de betovering gekomen van een soort gebedsgenezer, een soort Greet Hofmans, mijnheer Kenning, ook wel aangeduid als mijnheer Ontkenning. Die vertelt het politiek correcte gemeentebestuur precies wat het wil horen over de islam, namelijk dat de islam niets te maken heeft met de islam of zo iets. Iets anders dan: dat al die jihadisten niet de jihad plegen vanwege de jihad, maar omdat ze vervreemd zijn geraakt. Het zijn zielige jongens. Hoe ging loco Ollongren die jihad aanpakken? Nou, met stiekeme filmpjes, een grijze campagne, die in het diepste geheim gemaakt moesten worden. Niemand mocht weten wie de makers van die filmpjes waren. Op die manier moesten jihadgangers worden afgehouden van de jihad. Mevrouw Ollongren is producent van fakenieuws.

Nog een voorbeeld. Onder Ollongren moeten politieagenten acuut al het werk uit hun handen laten vallen als het ramadan wordt, want dan wordt de volledige politiemacht van onze hoofdstad gedirigeerd naar moskeeën en andere islamitische onderkomens om daar de iftar te vieren. Op die manier moet de politie zich populair maken bij een groep die blijkbaar extra aandacht verdient en gepaaid moet worden. De politie onder Ollongren doet dat niet bij jehova's, gekrookterieters of boeddhisten. Afgelopen zaterdagavond mochten wij de wrange vruchten plukken van al dat gekruip en gebuig: hordes Marokkaans tuig trekken door de straten, omstanders molesterend, vuurwerk gooiend naar diezelfde politie en onze dienders omsingelend. Het leverde intens bangmakende beelden op. En niemand werd gearresteerd; niemand! Onze politie is zo geïndoctrineerd dat ze er zelf begrip voor heeft dat ze bekogeld wordt met vuurwerk. Dat hoort erbij, want het is feest.

Voorzitter, ik weet niet wat mij meer schokte, de Marokkanenfurie of de reactie van de politie daarop. De politie nota bene die jarenlang aangestuurd is door het gemeentebestuur Amsterdam met mevrouw Ollongren erin. Altijd buigen en kruipen voor de islam en zijn aanhangers, in de hoop dat ze de opdrachten van de islam zullen vergeten. Onnozelheid ten top. En uitgerekend die mevrouw Ollongren gaat over onze geheime dienst, de AIVD. Dat is onze laatste verdedigingslinie tegen de oprukkende islam, die na 1.400 jaar jihad lekker op stoom aan het komen is. En die islam wordt nu geleid door iemand die zegt: ach ... Sorry, en die geheime dienst wordt nu geleid door iemand die zegt: ach, de islam is geen probleem; meneer ontKenning heeft het ons zelf verteld. En voor zover mohammedanen een probleem kunnen zijn, is dat omdat ze zielig en eenzaam zijn, en dat lossen we op met een paar stiekeme filmpjes op internet.

Voorzitter, wij zijn aan de goden overgeleverd. In Amsterdam heeft Sinterklaas geen christelijk kruis meer op zijn mijter, want dat is kwetsend voor mohammedanen. In Amsterdam kan de kerstmarkt geen kerstmarkt meer heten. In Amsterdam is onze dierbare Zwarte Piet door het politiek correcte gemeentebestuur systematisch kapotgemaakt. Tradities van moslims worden daarentegen uitbundig gevierd, zie de iftar met politiebegeleiding. Dat maakt duidelijk voor wie de overheid in Amsterdam zich inzet. Het gemeentebestuur van Amsterdam, inclusief mevrouw Ollongren, duidt PVV'ers aan als racisten. Dat is de verbinding die mevrouw Ollongren zoekt richting de tweede partij van Nederland en anderhalf miljoen kiezers. Het gemeentebestuur, inclusief mevrouw Ollongren, zegt ook letterlijk, ik citeer: "hoe maar asielzoekers, hoe beter", en mevrouw Ollongren is heus niet de enige die loco is. Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen. Voorzitter, we zijn al een heel eind op streek met ons stageverslag, met tot nu toe louter onvoldoendes. Democratie: onvoldoende. Grondwet: onvoldoende. Veiligheidsdienst: onvoldoende.

Dan het vierde punt, het openbaar bestuur. Dat is ongelofelijk belangrijk in Nederland. We hebben allemaal met gemeenten en provincies te maken en ze doen belangrijk werk: infrastructuur, ruimtelijke ordening, noem maar op. Denk maar aan de zorg die tegenwoordig bij de gemeenten op het bordje ligt. Denk aan de Wmo et cetera. Hoe heeft deze minister tijdens haar periode in Amsterdam zich gebogen over het openbaar bestuur? Dat geeft wellicht een indicatie hoe het de komende jaren zal gaan. Ik zou zeggen: vraag het niet aan mij, vraag het aan meneer Brenninkmeijer, onze voormalige Nationale ombudsman, een Hoog College van Staat. Meneer Brenninkmeijer heeft een rapport geschreven over het openbaar bestuur in Amsterdam en je zou verwachten dat mevrouw Ollongren, met haar schitterende ambtelijke carrière, eens goed orde op zaken zou hebben gesteld in de openbare dienst van de gemeente Amsterdam. Nou, voorzitter, dat is niet zo. Het rapport van de heer Brenninkmeijer over de ambtenarij in Amsterdam is één grote aanklacht. Het is vernietigend. Ik noem een paar dingen, een paar kreten: tot in de haarvaten gepolitiseerd; een politieke en ambtelijke machtsstrijd bepaalt de cultuur; dat zet de normale werking van de democratische en rechtsstatelijke processen onder druk; Amsterdam is een eilandenrijk; eerdere rapporten hebben niet tot verbetering geleid; men kijkt niet naar de eigen houding.

Voorzitter, ook hier weer een dikke onvoldoende. Vier dikke onvoldoendes! Maar het kan nog erger. Gisteren sprak mevrouw Ollongren tot ons via pagina's 1, 2 en 3 van De Telegraaf. Er zou fakenieuws verspreid worden. Het kwam uit Rusland en dat was helemaal synchroon met de bovenbazen uit Brussel. De Volkskrant meldde diezelfde dag: Europa maakt zich zorgen over Russisch nepnieuws. Met Europa wordt dan de EU bedoeld. Blijkbaar kwam er vanuit Brussel een campagne om dat hele nepnieuwsverhaal op te stoken. Wat een toeval. Het lijkt erop dat mevrouw Ollongren meerent met de Brusselse bovenbazen en daarom had zij in de gauwigheid geen voorbeelden paraat en stond ze enigszins te stamelen voor de camera's van EenVandaag.

De voorzitter:

Meneer Bosma, meneer Verhoeven heeft een vraag.

De heer Martin Bosma (PVV):

Mag ik even dit punt afmaken?

De voorzitter:

Ja.

De heer Martin Bosma (PVV):

Hoezo hebben mensen zich bij hun keuze bij de verkiezingen laten beïnvloeden door welk nieuws dan ook? Waar blijkt dat uit? Welk nieuwsfeit heeft mensen van mening doen veranderen waardoor de uitslag wellicht veranderd is? Ik weet het niet, ik zie het niet. Er is geen enkel voorbeeld van. We kijken naar de AIVD. Toen ik gisteren op de voorpagina van De Telegraaf las dat Rusland met nepnieuws de verkiezingen in Nederland heeft beïnvloed, dacht ik: hé, daar hebben we nog nooit iets van gehoord. Dan ga je in de oude jaarverslagen bladeren. In het jaarverslag AIVD 2016 — in de samenvatting nota bene van de NOS, niet van mij — zie ik: "De AIVD heeft geen hard bewijs gevonden dat Rusland ook de verkiezingen heeft proberen te beïnvloeden." Dat is toch wel heel vreemd. Dus in 2016 zegt de AIVD: nee, Rusland heeft niet geprobeerd de verkiezingen in Nederland te beïnvloeden. En gisteren zegt de minister exact het tegenovergestelde. Wat is daar aan de hand? Ik vind dat toch wel heel vreemd.

De minister komt met een verklaring die ik niet zo heel geloofwaardig vind. Ze zegt: ik kan geen voorbeelden geven want dan geef ik inzicht in hoe de AIVD werkt. Dat is toch vreemd? De essentie van nieuws dat de verkiezingen beïnvloedt is nou net dat het openbaar is en dat iedereen dat nieuws tot zich heeft genomen of heeft kunnen nemen. Dat geeft toch op geen enkele manier dan ook inzicht in de werkwijze van de AIVD? De minister mompelde nog iets over een Russische website die heel veel zou lijken op een Nederlandse website en ons zou hebben beïnvloed, maar niemand heeft ooit van die website gehoord. Geen journalist, geen twitteraar, geen facebookgebruiker, niemand kent die website. Ik hoor graag wat het webadres is van die website, hoe die website eruitziet en wat die allemaal heeft aangericht.

Het moge duidelijk zijn hoe deze campagne — want het is een campagne, zie gisteren het bericht in de Volkskrant over Brussel, waar het allemaal vandaan komt — moet eindigen, namelijk met het inperken van onze vrijheden. De multiculturele heilstaat zal heel veel lijken op Orwells fantasieën. Want wat is fake news? Dat ga ik straks ook aan de heer Verhoeven vragen als ik hem ga interrumperen. Kom nou eens met een definitie van fake news. Volgens mij is fake news alles wat niet politiek correct is. Gisteravond bereikt mij nog een bericht uit Berlijn over de facebooksite Presse Steinhöfel, waar wordt opgesomd wat er allemaal fake news is. Eigenlijk is alles wat niet politiek correct is, fake news geworden.

Vanochtend berichtte WNL ...

De voorzitter:

Meneer Bosma, heeft u ruimte voor een interruptie van de heer Verhoeven?

De heer Martin Bosma (PVV):

Ja, maar ik wil even dit punt afmaken, voorzitter. Ik zie de heer Verhoeven; ik ben zo klaar.

Vanochtend besteedde de omroep WNL aandacht aan fake news. En hoe werd dat geïllustreerd? Met beelden van tweets van partijgenoten van mij uit Almere: de heer Boutkan, mevrouw Raijer, de heer Toon van Dijk. Die werden dan getoond en daarvan werd gezegd: dat is fake news. Zover is het al. Dat is een heel gevaarlijke situatie. De minister gaat nu praten met media. Een minister die gaat praten met media, hoe diep zijn we gezonken in Nederland? En welk recht van spreken heeft deze minister inzake fake news als ze zelf een producent is van fake news? Op haar stagerapport vermelden wij voor geloofwaardigheid een 3. Misschien heeft meneer Verhoeven iets te zeggen.

De heer Verhoeven (D66):

Wat net gebeurde, illustreert ongeveer het verloop van dit debat. U bent voorzitter en vraagt aan de heer Bosma of hij ruimte heeft voor een interruptie. Vervolgens mag de heer Bosma nog even doorpraten.

De heer Martin Bosma (PVV):

Ja, ik zat midden in een punt, dan had u eerder moeten komen.

De heer Verhoeven (D66):

Op het moment dat de heer Bosma ...

De voorzitter:

Dat is heel gebruikelijk, meneer Verhoeven.

De heer Martin Bosma (PVV):

Ja, dan moet u eerder komen, meneer Verhoeven.

De heer Verhoeven (D66):

Ik weet niet wie van u tweeën nu de voorzitter is. Dat is even onduidelijk.

De heer Martin Bosma (PVV):

Ik spreek u toe, want u praat onzin.

De heer Verhoeven (D66):

Bent u het of is meneer Bosma het?

De voorzitter:

Meneer Verhoeven, dit zijn toch lullige spelletjes.

De heer Verhoeven (D66):

Nou, ik geloof niet ...

De voorzitter:

U kunt gewoon uw interruptie plaatsen. Welke vraag heeft u te stellen?

De heer Verhoeven (D66):

Nou, het was voor mij even niet helemaal duidelijk wie dit debat nou voorzit. Want u vraagt de hele tijd aan de heer Bosma of hij tijd heeft voor een interruptie, de heer Bosma geeft mij het woord en u zit er een beetje bij ...

De voorzitter:

Meneer Verhoeven, u weet toch dat ik hier op deze stoel zit.

De heer Verhoeven (D66):

Ik vond het een beetje merkwaardig. Ik dacht: ik vraag even wie nu eigenlijk het debat voorzit.

De voorzitter:

Heeft u eigenlijk nog een vraag, meneer Verhoeven? Want daarvoor staat u hier toch, met al uw ...

De heer Verhoeven (D66):

Dit debat en de tekst van de heer Bosma vragen ook om een scherpe voorzitter, die haar rol speelt en die de verantwoordelijkheid neemt voor een goed debat. Ik wil graag even wijzen, voorzitter, op het punt ...

De voorzitter:

Meneer Verhoeven, stelt u uw vraag.

De heer Verhoeven (D66):

Ik wil graag even wijzen op artikel 58 uit het Reglement van Orde, waarin staat dat de spreker zich moet houden aan het onderwerp van gesprek van een debat. De heer Bosma heeft zich in zijn eerste twintig minuten alleen maar beziggehouden met een stageverslag, zoals hij dat zelf heel ludiek noemde, van de minister van Binnenlandse Zaken. Mijn vraag zou zijn: wilt u alstublieft aan de heer Bosma vragen of hij zich aan het onderwerp van het debat van vandaag houdt, in plaats van alleen maar praten over een stageverslag van een minister, waarvoor hij helemaal niet in de positie is? Aan het eind van zijn betoog ging de heer Bosma inderdaad in op een inhoudelijk punt. Maar ik zou u willen vragen om, als hij weer verdergaat met allerlei zaken die niks met de begroting Binnenlandse Zaken te maken hebben, uw rol als voorzitter — u zit daar heel krachtig — op u te nemen en te zorgen dat de heer Bosma op basis van artikel 58 zich gewoon bij het onderwerp van de begroting houdt en niet alleen maar onzinteksten op ons af kan vuren. In antwoord op de vraag van de heer Bosma die hij mij straks gaat stellen wat fakenieuws eigenlijk is: de afgelopen 25 minuten, dat was fakenieuws.

De voorzitter:

Mijnheer Verhoeven, ik ga niet over de inhoud van de bijdrage van de heer Bosma, ik ga niet over de inhoud van uw bijdrage, niet over de inhoud van de bijdragen van alle andere insprekers. Het lijkt me toch wel een heel rare situatie worden als voorzitters dat gaan doen. Dus, nou ja, u hebt geen interruptie geplaatst, u hebt geen vraag gesteld, dus ik neem aan dat de heer Bosma alsnog door kan gaan met zijn betoog.

De heer Verhoeven (D66):

Ik heb nog een vervolgvraag. U gaat over de orde van dit debat, voorzitter. Het voorzitten van een debat is een belangrijk onderdeel van de democratische rechtstaat, waar de heer Bosma de mond van vol heeft. Dus ik hoop dat u de verantwoordelijkheid wilt nemen om dit debat goed en scherp volgens het Reglement van Orde voor te zitten. Dat zou u sieren. Dat is belangrijker dan de lunchpauze goed timen.

De voorzitter:

Zeker, voorzitter, eh, zeker, meneer Verhoeven. Maar ik geef nu het woord aan meneer Bosma, die zijn bijdrage kan vervolgen.

De heer Martin Bosma (PVV):

Voorzitter. Ik ben heel blij met de opmerkingen van de heer Verhoeven. Want als je gaat zeuren over "ja maar, dat is niet het onderwerp", dan weet je dat je een punt hebt. Ik had verwacht dat meneer Verhoeven hier de separatistische opmerkingen van mevrouw Ollongren zou gaan verdedigen. Ik had gehoopt dat hij mij uit de droom zou helpen dat, als je zegt "de verkiezingsuitslag bevalt ons niet, wij beginnen met een nieuwe staat", hij tegen mij zou zeggen: ja maar, het is wel democratisch. Ik heb een mening, ik hoor graag een feit wat er tegenovergesteld kan worden. Dat gebeurt niet. Ik had gehoopt dat de andere zorgen die ik uit inzake de Grondwet, inzake de veiligheidsdienst, inzake het openbaar bestuur door meneer Verhoeven werden gecounterd. Maar het enige wat hij heeft gezegd is: ja maar, het is het onderwerp niet. Natuurlijk is het wel het onderwerp, we praten over de begroting Binnenlandse Zaken en we hebben een minister Binnenlandse Zaken, een nieuwe minister Binnenlandse Zaken, die aan een nieuwe periode begint. Dan is het heel logisch om eens even te kijken waar die mevrouw voor staat. Die staat onder andere voor blinde haat tegen de tweede partij van Nederland en een gebrek aan liefde voor onze democratie. Dat vind ik een hele schokkende vaststelling. Ik doe die vaststelling, en ik had gehoopt dat iemand mij zou kunnen vertellen: ja maar, het is niet zo. En dan onderbouwd. In plaats daarvan hoor ik vooral mensen die in de ontkennende fase zitten. Ik vind het allemaal best, voorzitter.

De vraag is hoe de minister gaat bepalen wat fake is. Het NOS Journaal opende ooit met een bijdrage van dertien minuten waarin werd verteld dat president Trump zich had laten onderurineren in een hotel te Moskou. En hij zou heel snel aftreden. Daarna hebben we er nooit meer iets van vernomen, van dit fakenieuws, verspreid door de NOS. Gaat de hoofdredacteur van de NOS nu ook al achter de tralies verdwijnen? Ja, wat mij betreft niet, maar gaat de minister daar dan ook naar kijken? Of is het alleen fakenieuws als het past in de haatcampagne tegen Rusland, een haatcampagne die nodig is om onze vrijheden aan te pakken en om richting Rusland op de oorlogstrommels te slaan.

Voorzitter. Ik citeerde deze minister eerder toen ze zei: weg open samenleving, weg vrijheden, weg tolerantie. Dat was het commentaar van mevrouw Ollongren, een locoburgemeester die fanatiek actie voert tegen de tweede partij van Nederland, met 1,5 miljoen kiezers. Maar vandaag moeten we helaas vaststellen dat die woorden vooral een voorproefje zijn van haar programma als minister.

Voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Van der Molen heeft nog een interruptie.

De heer Van der Molen (CDA):

Ik heb nog even een praktische vraag. We dienen in eerste termijn natuurlijk geen moties in. Dat is de regel die we met elkaar hanteren. Maar even voor mijn eigen inzicht over hoe het morgen zal gaan: overweegt de heer Bosma nog een motie van wantrouwen naar aanleiding van dit vast opluchtende relaas? Of hoef ik daar morgen geen rekening mee te houden?

De heer Martin Bosma (PVV):

Ik hoop vooral dat het de CDA-fractie oplucht en ik hoop vooral dat de CDA-fractie nou eens even nadenkt over met welke cultuur ze in zee is gegaan en een coalitie is gaan vormen. Ik geef een paar heel simpele voorbeelden. Het gaat over democratie, het gaat over de Grondwet, het gaat over het openbaar bestuur, het gaat over de veiligheidsdiensten. Dat is geen peanuts, mijnheer Van der Molen, dat zijn geen kleine zaken. Het zou u toch sieren als het CDA, een partij met een geweldige achtergrond, teruggaande tot Groen van Prinsterer en Abraham Kuyper, antwoord zou geven op de zorgen die ik hier uit over rechtsstatelijkheid, over de Grondwet, over het naar mijn bescheiden mening overtreden van de wet. In plaats daarvan komt u echter zeuren over een motie en vraagt u of ik een motie van wantrouwen ga indienen. Nee, want dat heeft mijn fractie al gedaan in de richting van deze minister. Je moet er geen gewoonte van maken.

De voorzitter:

Mijnheer Van der Molen, u heeft nog een vraag?

De heer Van der Molen (CDA):

Ik stel vast dat de heer Bosma geen aangifte wil doen, ondanks zijn klaagzang, en dat hij geen motie van wantrouwen wil indienen, ondanks zijn klaagzang. Was dit nu een soort psychologische sessie van twintig minuten voor de heer Bosma? Dat scheelt ons maatschappelijke kosten, dat is fijn, maar het legt ook nogal een hypotheek op dit debat en dat vind ik erg jammer.

De heer Martin Bosma (PVV):

Wat een hypotheek legt op Nederland is een minister van Binnenlandse Zaken die gezien haar eerdere uitspraken, een aantal zeer gevaarlijke dingen heeft gezegd. Ik had gehoopt dat het CDA met zijn rechtsstatelijke achtergrond daar een inhoudelijk antwoord op zou geven, maar dat doet het niet.

De heer Öztürk (DENK):

De heer Bosma heeft twintig minuten lang zijn obsessie richting de islam geuit en nu zie ik dat hij ook een obsessie heeft richting de minister. Hij heeft dat geuit in een klaagzang. Ik neem aan dat de PVV bij zo'n belangrijke begroting als die van Binnenlandse Zaken ook met inhoud komt, met voorstellen voor de problemen die de gemeenten hebben, met iets over het Gemeentefonds en de zaken die ze in hun grote partijprogramma hebben beschreven, dat ene A4'tje. Komt hij nog met de inhoud van het partijprogramma van de PVV? Of komt hij de komende jaren alleen maar met een klaagzang richting de minister?

De heer Martin Bosma (PVV):

Onze Ottomaanse collega heeft niet goed opgelet. Als hij denkt dat de Grondwet niet inhoudelijk is, als hij denkt dat de werking van de veiligheidsdiensten niet inhoudelijk is, als hij denkt de werking van onze democratie — die in ieder geval mijn partij dierbaar is — niet inhoudelijk is, dan moet de heer Öztürk nog een beetje zijn best doen om in deze Tweede Kamer zijn draai te vinden.

De heer Öztürk (DENK):

Ik heb mijn draai al gevonden, gelukkig. Ik ben voor de tweede keer goed gekozen. Mijn punt is, mijnheer Bosma, dat u een ervaren Kamerlid bent. Mensen kijken thuis naar dit debat en de Kamer heeft ook een bepaald gezag over mensen. Heel veel gemeenteraadsleden, wethouders en burgemeesters kijken naar dit debat en verwachten ook van de PVV een stukje inhoud en een oplossing voor hun problemen. Mijn vraag is dan: bent u bereid om hier ook over dat soort zaken wat te zeggen en niet alleen maar met mevrouw Ollongren bezig te zijn?

De heer Martin Bosma (PVV):

Ik heb een aantal zeer principiële vraagstukken aangesneden, vraagstukken over de Grondwet, over democratie, over de veiligheidsdiensten, over de kwaliteit van het openbaar bestuur. U doet daar een beetje lacherig over, mijnheer Öztürk, dat snap ik ook wel, maar dat openbaar bestuur is ongelofelijk belangrijk voor heel veel gewone mensen in Nederland. Vroeger zat u bij de Partij van de Arbeid en toen deed u nog alsof u zich daar zorgen om maakte teneinde een plaats in de Tweede Kamer te krijgen. Maar heel veel mensen, heel veel burgers hebben elke dag te maken met het openbaar bestuur. Het gaat over infrastructuur en economie en het gaat over de gemeenten. Ik stel dan vast — u blijft maar lachen — dat dat openbaar bestuur in Amsterdam onder mevrouw Ollongren er niet bepaald op vooruit is gegaan. Er ligt een keihard rapport van de Ombudsman. Ik heb dat niet geschreven, dat heeft de heer Brenninkmeijer geschreven, voormalig Nationaal ombudsman, een Hoog College van Staat. Het is niet niets wat daarin staat. Ik wijs er dus op dat we een enorm zware periode tegemoet gaan met het openbaar bestuur in Nederland.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Öztürk.

De heer Öztürk (DENK):

Zwak, meneer Bosma.

De heer Martin Bosma (PVV):

Maar ik heb wel gelijk.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Bosma. We gaan nu luisteren naar meneer Middendorp van de VVD. Hoeveel tijd wilt u gebruiken voor uw eerste termijn? Uw totale spreektijd bedraagt 30 minuten.

De heer Middendorp (VVD):

Ik denk dat ik het makkelijk houd. Ik wil daar zo'n tien, twaalf minuten van gebruiken.

Mevrouw de voorzitter. Het is goed om hier te zijn, met die mooie vlag. Na het rapport van de vorige spreker, die nogal negatief was over de minister en zeer positief over Russisch fakenieuws, zou ik het inderdaad graag even hebben over de begroting van BZK. Want of je nu in een klein dorp of ...

Voorzitter: Arib

De heer Martin Bosma (PVV):

Ik wil daarop reageren, voorzitter.

De voorzitter:

Ik heb u gezien, meneer Bosma, goeiemorgen.

De heer Martin Bosma (PVV):

U bent trots op me, hè?

De voorzitter:

Ja. Gaat uw gang.

De heer Martin Bosma (PVV):

Even een persoonlijk feit. Ik ben helemaal niet positief over Russisch fakenieuws. Dus ga nu niet leugens hier verzinnen, want daar wordt niemand beter van.

De heer Middendorp (VVD):

Mevrouw de voorzitter. Ik wilde het hebben over de begroting van BZK. Wat de vorige spreker eigenlijk niet meldde, is dat of je nu in een klein dorp of in een grote stad woont, als je 's avonds gaat slapen en je je zorgen maakt over je werk of over de vraag of je de volgende dag genoeg tijd hebt om met je kinderen te zijn, dan wil je zeker weten dat de politiek er voor jou is. Je wilt dan zeker weten dat de overheid hard voor je werkt en je begrijpt. Mensen willen dat wij politici goed luisteren en dingen doen die hun leven beter en veiliger maken. Zij willen dat het internet veilig is en dat je niet drie keer naar een loket moet, maar ook iets digitaal kan afhandelen. Zij willen dat de overheid geen geld verspilt aan nutteloze projecten.

"Maar voor hen die ze op hun weg ontmoeten zien deze automobielen en motorwagens in snelle vaart er vrij dreigend uit", aldus het NRC in 1899. Als mensen nu meer dan 100 jaar later 's avonds op de bank om zich heen kijken — dat kan inmiddels via mobiele telefoons in de hele wereld — dan zien ze een wereld die razendsnel verandert. Het internet heeft ontzettend veel nieuwe mogelijkheden. Helaas hebben verspreiders van fakenieuws en terroristen ook zo'n mobiele telefoon en zo ook de wereld onder hun toetsenbord. Dat is een angstaanjagende gedachte, want mensen willen dat de overheid alles doet om hen veilig te houden, ook op het internet. Dat geldt bij het bestrijden van het grote kwaad, maar ook in het dagelijkse contact. Als je per internet belastingaangifte doet, wil je erop kunnen vertrouwen dat je persoonlijke gegevens veilig zijn. Mensen gaan steeds meer in bits en bytes communiceren. De VVD wil een krachtige overheid die daarop inspeelt.

Mevrouw de voorzitter. Wat nu tussen de overheid en Nederlanders fysiek gaat, moet in de toekomst digitaal kunnen, veilig, begrijpelijk en goedkoop. Dat vereist heldere en toegankelijke taal en toepassingen. De Ombudsman liet het nog eens zien bij mijnoverheid.nl en de Belastingdienst: digitalisering werkt alleen als het op een voor mensen begrijpelijke wijze gebeurt. Voor Nederlanders begrijpelijke taal en toepassingen zijn daarom volgens de VVD het begin- en eindpunt van een krachtige digitale overheid. Mensen die niet digitaal meekunnen, moeten daarnaast de mogelijkheid houden om op de oude manier met de overheid te communiceren.

Mevrouw de voorzitter. Ik ontkom er helaas niet aan om hier ook iets te zeggen over het bevolkingsregister. Het project om dat te moderniseren is in juli na veertien jaar gestopt zonder enig resultaat. Hoe je daar ook naar kijkt, dat is een ramp geweest waar we nog lang over zullen praten. Sinds juli lijken we ook niet veel te zijn opgeschoten met het toekomstvast maken de BRP. Er komt een commissie die gaat terugkijken. Dat is pijnlijk, maar ook goed. De lessen die we hieruit kunnen leren, zijn belangrijk voor de toekomst. Juist de toekomst, daar gaat het de VVD om. De VVD wil dan ook dat er snel een plan en een tijdpad komen voor de modernisering van de BRP. Het kan zomaar zo zijn dat het doorontwikkelen van de bestaande basisadministratie voldoende is. Tot slot vraag ik de regering hoe zij de toekomstige rol van het Bureau ICT-toetsing ziet.

Mevrouw de voorzitter. Waar overheid en private sector elkaar raken, is het ook in de digitale wereld spannend. Als de overheid gaten laat vallen op het internet bij publieke taken, moeten we goed opletten. De grote internetbedrijven zouden die zomaar kunnen gaan invullen. We moeten in ieder geval voorkomen dat het via Google straks makkelijker wordt om toegang te krijgen tot persoonsgegevens die nu door de overheid geregistreerd worden dan via de overheid zelf. De elektronische identiteitskaart is daarvan een belangrijk voorbeeld. Daarbij moet een slimme en krachtige overheid haar positie ten opzichte van de private sector scherp bepalen. Ik vraag de regering dan ook hoe zij het regeerakkoord op dit punt in praktijk gaat brengen en hoe zij de keuze tussen producten en diensten zelf ontwikkelen of dat door marktpartijen laten doen, scherper, sneller en vooral strakker gaat maken. Maar let op: als je iets niet zelf ontwikkelt, wordt het niet zomaar makkelijker. Als overheid moet je dan over kennis en kunde beschikken om producten en diensten in te kopen.

Mevrouw de voorzitter. We hadden het er net al even over dat de minister heeft aangekondigd dat zij met media- en internetbedrijven als Google en Facebook in gesprek gaat om buitenlandse mogendheden die nepnieuws verspreiden en zo ons democratisch proces kunnen infiltreren, aan te pakken. De VVD steunt dat, want de mensen in het land maken zich grote zorgen over nepnieuws en aanvallen als WannaCry. Die laatste legde alleen parkeergarages in ons land plat, maar dat kan veel erger. Voor de VVD is het duidelijk dat we onze vitale infrastructuur weerbaar moeten maken tegen digitale aanvallen van binnen en buiten Nederland.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik hoor de VVD-collega mooie woorden spreken. Hij heeft het over een krachtige overheid, een scherpe overheid, een overheid die naast mensen staat en die, in mijn eigen woorden, het leven voor mensen beter maakt. Kan de geachte VVD-collega dan reflecteren op het feit dat de VVD en het regeerakkoord nog steeds ademen dat we vooral voor een kleine overheid moeten gaan? Past dat in een beweging waarin we zien dat de markt niet alles kan en dat er juist soms meer en slimmer toezicht van diezelfde overheid nodig is om ervoor te zorgen dat de belangen van ons allemaal goed worden geborgd?

De heer Middendorp (VVD):

De VVD vindt dat de overheid krachtig moet opereren en waar nodig toezicht moet houden, maar dat zegt nog niets over of zij groot of klein moet zijn. In ieder geval moet de overheid sober zijn.

De voorzitter:

Mevrouw Kuiken, kort.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Dan zijn we helaas weer bij het mantra dat we altijd horen: sober en klein. Gelijktijdig zien we dat de overheid bestaat uit politieagenten en uit toezichthouders die kijken naar onze voedselveiligheid, die kijken of onze medicijnen deugen en die kijken of onze infrastructuur een beetje goed wordt aangelegd. Moeten we niet eens een keer af van het oude mantra dat we denken dat de markt alles moet doen in plaats van dat we een krachtige overheid hebben die de belangen van ons allemaal goed behartigt?

De heer Middendorp (VVD):

Het woord "helaas" zou ik niet gebruiken, want ik ben nog steeds voor een krachtige, kleine en sobere overheid. Het een sluit het ander ook niet uit, want voor de VVD is het heel belangrijk dat de overheid een scherpe beslissing maakt over wat zij wel en niet doet. Het is helemaal niet erg om iets niet te doen. Soms moet je er toezicht op houden of het goed gaat in de private sector; daar zijn we helemaal over eens. Maar juist die krachtige beslissing om iets niet te doen en dat in te kopen, vereist ook een heleboel kennis en kunde. Dat is wat de overheid moet doen. Ze moet die keuze goed maken en vervolgens zorgen dat de structuur die ze kiest, goed wordt uitgevoerd.

De voorzitter:

De vragen moeten kort zijn en de antwoorden ook. Tot slot, mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ja, ik rond af. Volgens mij kan dat mantra niet doorgaan. Je kunt niet zeggen: ik wil meer deskundigheid, ik wil het falen van de overheid voorkomen, ik wil beter toezicht — we hebben de catastrofes in de afgelopen jaren gezien — en volhouden dat dat kan met een kleinere overheid waar je minder voor betaalt. We zullen straks het debat ook met de minister vervolgen, maar het een kan niet samengaan met het ander.

De voorzitter:

Dat was geen vraag.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):

Ik houd het echt heel erg kort.

De voorzitter:

Goed zo.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):

Mijnheer Middendorp, u bent voorstander van een kleine overheid, maar de afgelopen tijd is juist heel veel deskundigheid weggegaan vanuit de overheid. Wat we zien, is dat die mensen via allerlei consultantcombinaties en constructies weer binnenkomen en echt bakken geld verdienen. Is dat de overheid die u voor ogen heeft, waarbij al het gemeenschapsgeld wordt besteed aan commerciële partijen?

De heer Middendorp (VVD):

Nee, ik heb gezegd dat ik voor een kleine en krachtige overheid ben die sober is en dat die overheid met kennis en kunde moet besluiten wat ze wel doet en wat ze niet doet. Als ze iets niet doet, betekent dat niet dat ze dat volledig loslaat maar dan zorgt ze ervoor dat de intentie die zij met iets had, goed wordt uitgevoerd. Dat betekent dus, zoals ik net heb gezegd, dat met kennis en kunde ingekocht wordt in wat zojuist "de commerciële markt" werd genoemd. Dat kan en als je dat goed doet, wordt iedereen in Nederland daar beter van. Daar gaat het uiteindelijk om, want we moeten zorgen dat het geld dat we in de vorm van belastingen van de mensen krijgen, goed besteed wordt. Er zijn best mensen die niet bij de overheid werken en die de overheid en de mensen in Nederland iets heel goeds kunnen leveren.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):

Nou, daar slaagt u niet echt goed in, want externe inhuur stijgt in percentages. We zien ook dat mensen zelfs meer verdienen dan de minister. Dat is onacceptabel, maar u accepteert dat. U gooit het gemeenschapsgeld gewoon over de balk naar al die dure consultants. Dat constateer ik.

De heer Middendorp (VVD):

Op het eerste punt vind ik dat de overheid sober en kritisch, met kennis en kunde, moet inhuren op de externe markt. Wat het tweede punt betreft: ja, ik accepteer dat er mensen zijn die meer verdienen dan een minister. Dat is eigenlijk het antwoord.

De voorzitter:

Dan stel ik voor dat u verdergaat.

De heer Middendorp (VVD):

Ja, dat was een kort antwoord.

De voorzitter:

Heel goed; tenminste, dat het kort was. Ik heb het niet over de inhoud; daar doe ik geen uitspraak over. Gaat u verder.

De heer Middendorp (VVD):

Waar de overheid en de private sector elkaar raken, is het ook in de digitale wereld spannend. Als de overheid gaten laat vallen op het internet ... Excuus, dit zou heel lang worden. Ik wil het hebben over WannaCry. De VVD steunt de oproep van de minister van gisteren om naar fake news te gaan kijken. Mensen maken zich grote zorgen over nepnieuws en dit soort aanvallen, zoals WannaCry. Dat legde alleen parkeergarages in ons land plat, maar het kan veel erger.

BZK moet in een veel hoger tempo aan de slag met de digitalisering. Daarbij zal het ook bestaande belangen van gevestigde partijen binnen de rijksoverheid en ICT-toeleveranciers en de soms heersende doe-het-zelfcultuur moeten doorbreken. De VVD hoopt dat de regering die uitdaging aangaat. In een complexe organisatie hoort bij een goede ICT-strategie ook coördinatie en het eerlijk en efficiënt doorberekenen van kosten. Als grote uitvoeringsorganisaties niet mee willen betalen of niet mee willen doen, schieten de mensen in Nederland niets op met digitalisering. Ik wil dus vragen hoe de regering de rol van BZK bij die coördinatie ziet, wat het plan van aanpak is om digitale krachten binnen de overheid te bundelen en wat de rol en taken van de Digicommissaris hierbij zullen zijn.

Digitalisering is voor de VVD de komende jaren een testcase voor de rijksdienst. Voor de VVD is het aantrekken van ICT-medewerkers en het waarborgen van ICT-kennis en -kunde prioriteit.

Daarmee kom ik ook op de beloningen in de publieke sector. Daarbij geldt dat publiek geld publiek verantwoord moet worden en dat bij het dienen van de publieke zaak geen excessieve beloningen horen. Tegelijkertijd moeten we wel specialisten aan kunnen trekken, zeker ook voor ICT. Tegelijkertijd moeten de wetten die we hier maken uitvoerbaar zijn. Ik vraag de minister dus ook goed te kijken naar de berichten over hogere kosten in de zorgsector voor het registreren van heel kleine bedragen. Het is dan ook goed dat de huidige Wet normering topinkomens geëvalueerd wordt. Ik hoor graag hoe en wanneer dat gaat gebeuren.

De VVD staat voor een krachtige en vitale overheid, nationaal en lokaal. Ons openbaar bestuur heeft veel te winnen bij digitalisering. Deze vergroot de mogelijkheden voor inspraak en dialoog in onze representatieve democratie. Mensen mogen van politici iets verwachten: ideeën, met hart en ziel voor Nederland werken, en bij het maken van wetten rekening houden met de moeilijke afwegingen die dat soms met zich mee brengt. De dialoog met de kiezer is daarbij voor politici van groot belang. Wetten zijn zeer geholpen bij internetconsultaties, en digitalisering biedt tal van nieuwe mogelijkheden. Ik ben heel benieuwd naar de ideeën van de staatssecretaris en de minister hierover.

Uiteindelijk zijn we hier allemaal om het goede te doen: wetten maken waar Nederland sterker en veiliger van wordt. De wereld verandert en een weg aanleggen is echt iets anders dan een plan maken voor een nieuw ICT-systeem. Het gaat steeds om mensen, afwegingen en implementatie; dus niet steeds opnieuw beginnen aan een groot project of een nieuwe visie, maar doortastend met kleine stapjes en zelflerend vermogen. En we moeten ons vooral steeds afvragen: wat hebben de Nederlanders daar eigenlijk aan? Dan, mevrouw de voorzitter, maken we Nederland sterker en veiliger, ook op internet.

De heer Martin Bosma (PVV):

Vroeger was de VVD een liberale partij. Nu wil zij dat ministers in contact treden met media. Is dat nou het VVD-gedachtegoed? Hoe ver moet dat gaan? Ik noemde in mijn bijdrage net als voorbeeld dat het NOS Journaal ooit opende met het verhaal dat Trump allerlei erotische toestanden zou hebben gedaan te Moskou en daarom heel snel zou aftreden, maar dat bleek onzin te zijn. Daar hebben we nooit meer iets van gehoord. Vindt de VVD, die blijkbaar de pers wil breidelen, dat het NOS Journaal of welk medium dan ook, moet worden aangesproken als er nepnieuws wordt gepresenteerd? Hoe ver gaat dat?

De heer Middendorp (VVD):

De VVD is nog steeds een liberale partij. Absoluut. Dat ministers in contact treden met media vinden wij helemaal niet erg, maar ik begrijp waar de vraag op ziet. Om die te beantwoorden: ik vind dat iedereen die nepnieuws verspreidt aangesproken moet worden. We hebben dat in de vorige bijdrage ook gezien.

De heer Martin Bosma (PVV):

"Ik vind dat iedereen die nepnieuws verspreidt moet worden aangesproken." Twee zinnen daarvoor zegt de collega dat hij van een liberale partij is. Voorzitter, wie gaat mensen die nepnieuws verspreiden aanspreken? Dat is een heel simpele vraag. Is dat een taak van de overheid? Wie bepaalt wat nepnieuws is? Heeft u enig gevoel dat een doos van Pandora wordt opengemaakt als de Staat gaat uitmaken wat nepnieuws is?

De heer Middendorp (VVD):

De vraag die u stelt, gaat heel hard een heel andere straat in. Als iemand iets tegen mij zegt waarvan ik denk dat het nepnieuws is, dan spreek ik diegene daarop aan. Dus, dat heet een gesprek, een dialoog. Op dit specifieke punt, zo denk ik inderdaad, steunen wij het kabinet ten zeerste om in gesprek te gaan met mediabedrijven om te kijken hoe wij dit gevaar moeten inschatten en voorkomen.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Bosma.

De heer Martin Bosma (PVV):

Met mediabedrijven. Hoe ver gaat dat? Als krant X of Y iets publiceert wat niet klopt — het is dus gewoon fake — gaat de hoofdredacteur van de Volkskrant of van welke krant dan ook, dan ook een telefoontje krijgen van de minister? Hoe moet ik dat regelen?

De heer Middendorp (VVD):

Ik verwijs voor het grootste gedeelte naar de voorgaande antwoorden, maar ik heb ook de brief gelezen en daar staat in dat de minister in gesprek gaat. Dat steunen wij ten zeerste. Ik denk dat het heel ingewikkeld is om hier met de heer Bosma vast te gaan stellen hoe dat gesprek moet verlopen. Dat is een mate van controle die ik niet van tevoren zou willen uitspreken.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Middendorp (VVD):

Ik denk dat ik klaar ben.

De voorzitter:

Oké, dank u wel.

De heer Middendorp (VVD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Özütok namens GroenLinks.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we voor het eerst met deze minister en de staatssecretaris over een van de belangrijkste onderwerpen, namelijk de begroting voor komend jaar. Vanaf deze plek wil ik de minister en de staatssecretaris veel succes wensen de komende tijd. Ik hoop dat we een prettige samenwerking tegemoet zullen gaan.

Vorige week is besloten dat de nieuwe delen bij dit ministerie, Wonen en Ruimtelijke Ordening, op een later moment in een wetgevingsoverleg aan de orde zullen komen. Ik zal mij daarom nu richten op het BZK-deel van deze begroting.

Voorzitter. GroenLinks maakt zich hard voor een inclusieve samenleving. Ik wil mijn bijdrage aan de begrotingsbehandeling graag geven vanuit het perspectief van een inclusieve overheid. Dat betekent een toegankelijke, transparante en diverse overheid. Voor een toegankelijke overheid is het van belang dat de overheid toegankelijk is voor al haar burgers. Dit betekent dat alle burgers, ongeacht hun beperkingen, mee moeten kunnen doen in de samenleving. Praktisch betekent dit dat bijvoorbeeld de gebouwen, het verkiezingsproces alsook de ICT voor alle burgers toegankelijk zijn. Ik ben benieuwd naar de ambities van de minister en de staatssecretaris op deze onderdelen. Hoe gaan zij ervoor zorgen dat de overheid nog toegankelijker wordt?

Ik heb een specifieke vraag over de aandacht voor de motie die mijn collega Voortman vorig jaar bij de begroting heeft ingediend, over de toegankelijkheid van de rijksgebouwen voor mensen met een beperking. Hoe staat het daar nu mee?

En dan de transparantie van de overheid. Een inclusieve overheid moet zo transparant mogelijk zijn. Dit betekent volgens GroenLinks dat burgers moeten kunnen begrijpen op basis van welke informatie door wie welke besluiten worden genomen. Uit het regeerakkoord begrijpen wij dat de minister op korte termijn in contact zal treden met de indieners, van GroenLinks en D66, van de Wet open overheid. Wij hopen dat hier een constructief gesprek over komt.

Voorzitter. Een transparante overheid betekent ook dat burgers echt betrokken worden bij de besluitvorming, zowel op landelijk als op lokaal niveau. We willen dat er veel meer werk wordt gemaakt van het betrekken van burgers bij het beleid. Daarom willen we niet dat het raadgevend referendum na het afschaffen van het correctief referendum het kind wordt dat met het badwater wordt weggegooid. In plaats van afschaffen zou ik zeggen: doorontwikkelen. Mijn fractie ziet daarvoor voldoende mogelijkheden, bijvoorbeeld door met een uitkomstdrempel te werken, maar ook door meerdere vragen te stellen.

Voorzitter. Als het raadgevend referendum inderdaad wordt afgeschaft, wordt Nederland naast de DDR het enige land in de wereld dat het referendum nadat het is ingevoerd, snel weer afschaft. Doorontwikkelen zou ik zeggen, want het referendum is naast verkiezingen het enige volwaardige instrument op nationaal niveau waarmee de burger zijn mening kan geven.

De heer Van Raak (SP):

Dat klopt. Nederland zal, als het allemaal doorgaat, het eerste land worden, na de DDR in de jaren zestig, dat een democratisch recht, het referendum, afschaft. We krijgen dan "DDR66" hier in de Kamer. Ik wijs GroenLinks er wel op dat wij ook het enige land in de wereld zijn dat een wet heeft aangenomen voor een echt bindend referendum, waarna partijen, waaronder GroenLinks, niet meer bereid waren om vervolgens diezelfde wet te verdedigen.

De voorzitter:

En de vraag is?

De heer Van Raak (SP):

Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat niet minder erg vind. Ik ben benieuwd wat mevrouw Özütok daarvan vindt.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):

Volgens mij hebben wij die discussie hier uitgebreid behandeld. Bij het correctieve referendum gaat het om een grondwetswijziging. Ik heb toegelicht waarom wij daar niet meer mee door wilden gaan. Wat ons betreft is het heel belangrijk dat wij het raadgevend referendum doorontwikkelen.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):

Ik hoor ook graag van de minister welke stappen en welke termijn wij kunnen verwachten als het gaat om het afschaffen van het referendum. Verder willen wij net als de regering dat democratie op lokaal niveau verbeterd wordt en dat gemeenten maximale experimenteerruimte krijgen om een vorm van burgerparticipatie verder te ontwikkelen. De vorige minister van Binnenlandse Zaken was van goede wil, maar concreet is er helaas weinig terechtgekomen van meer burgerbetrokkenheid bij beleids- en besluitvorming. Wat gaat de minister doen om ervoor te zorgen dat er wel iets concreets gaat gebeuren? Waar mogen we dit kabinet aan het eind van de periode op afrekenen? Wij willen dat actieve burgers, die de handen uit de mouwen steken om hun leefwereld samen te verbeteren en Nederland nog mooier en beter te maken, de nodige faciliteiten en ondersteuning krijgen. Ik denk bijvoorbeeld aan een ministeriële regeling die op hoofdlijnen een aantal waarborgen garandeert voor fatsoenlijke participatie en het recht op initiatief. Hoe kijkt de minister daartegen aan? Welke concrete acties kunnen we op dat gebied van deze minister verwachten?

Voorzitter. De afgelopen tijd is er veel te doen geweest over de decentralisaties. Er ontstaan verschillen tussen regio's en gemeenten in het aanbod van voorzieningen. Geleidelijk wordt zichtbaar dat de geboden voorzieningen aanzienlijk uiteen kunnen lopen, zo'n 20% à 30%. Het zou niet uit moeten maken in welke gemeente je als zorgbehoeftige woont, als je maar de zorg krijgt die je nodig hebt. Hoe zorgt de minister ervoor dat er geen enorme verschillen tussen gemeenten gaan ontstaan?

Een ander punt op het gebied van transparantie waarvan mijn fractie vindt dat er nog het nodige te verbeteren is, betreft de gemeenschappelijke regelingen en de lokale rekenkamers. Veel van die regelingen worden bestuurd zonder dat er een effectieve en transparante democratische controle plaatsvindt. Dit komt vaak doordat gemeenteraadsleden onvoldoende zicht hebben op de geldstromen en de besluitvorming bij gemeenschappelijke regelingen. Juist door de grote decentralisaties van de afgelopen jaren gaat er veel gemeenschapsgeld langs de gemeenschappelijke regelingen zonder goede democratische controle. Graag hoor ik van de minister of zij dit herkent. Welke concrete plannen heeft zij om dit aan te pakken? De volksvertegenwoordigers en de burgers hebben bij een transparante overheid kwalitatief hoogwaardige ondersteuning nodig van een rekenkamer om te beoordelen of alle gelden doelmatig worden besteed. Mijn fractie hoort graag van de minister wat de staat van de diverse rekenkamers is.

Dan de diverse overheid, voorzitter. Een inclusieve overheid is ook een diverse overheid. Dit betekent dat de overheid er zorg voor draagt dat iedereen in Nederland die zich aan de wet houdt, zich hier ook echt thuis kan voelen. Concreet betekent dit dat de overheid ervoor zorgt dat de mensenrechten goed worden beschermd, zodat iedereen zichzelf kan zijn in ons land. Graag hoor ik van de minister hoe zij aankijkt tegen de mensenrechten in Nederland. De Verenigde Naties hebben ons land recentelijk onder de loep genomen en tal van verbeterpunten benoemd. Hoe ziet de minister dat? Wat zijn haar concrete ambities op dit punt?

Een punt van zorg op dit vlak is het feit dat semipublieke instellingen die taken van de overheid overnemen, niet voldoende gebonden zijn aan bijvoorbeeld het Europees Grondrechtenhandvest. Hoe ziet de minister dit? Hoe gaat zij ervoor zorgen dat ook wanneer taken door semipublieke instellingen worden uitgevoerd, de rechten van burgers onverkort worden beschermd?

Voorzitter. Een diverse overheid betekent ook dat de overheid overal in het land vertegenwoordigd is. Al lange tijd zijn er veel zorgen over de voorzieningen in krimpregio's. Wat zijn de ambities van het kabinet op het gebied van krimp? Hoe wordt voorkomen dat in bepaalde gebieden belangrijke voorzieningen om de leefbaarheid te waarborgen, verdwijnen?

Last but not least op dit punt ga ik in op het personeelsbeleid van de overheid. Kabinet-Rutte I heeft diversiteitsdoelstellingen geschrapt. Welke ambities heeft Rutte III voor een divers personeelsbestand? Graag een reactie van de bewindspersonen. Hoe voorkomen we dat er alleen mooie algemene woorden over diversiteit gesproken worden, maar we aan het einde van deze kabinetsperiode weer moeten constateren dat er van deze mooie woorden concreet weinig terecht is gekomen?

Tot slot, voorzitter, heb ik nog enkele losse punten die ik graag onder de aandacht wil brengen. Het vorige kabinet heeft de WNT3, over de topinkomens, niet meer naar de Kamer gestuurd. Met dat wetsvoorstel zou de reikwijdte van de wet worden uitgebreid. Graag hoor ik van de minister hoe zij aankijkt tegen de hoge beloningen in de publieke sector. Ook ontvang ik graag een reactie van de minister op het feit dat er bij zowel de rijksoverheid als de decentrale overheden nog steeds erg veel externen worden ingehuurd. Onlangs heeft voormalig staatssecretaris Dijksma aangegeven dat er te weinig expertise en deskundigheid is. Er vindt uitstroom plaats van deskundig personeel en inhuur van expertise via consultants. Hoe denkt de minister hierover? Hoe denkt zij met deze problematiek om te gaan?

Voorzitter. De vorige minister zou over de budgetten voor de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman nog een overleg hebben. Ik wil graag een stand van zaken over wat er in dit overleg naar voren is gekomen.

Tevens wil ik ingaan op de brief van de minister over desinformatie en vervalste websites. Welke maatregelen kunnen we op dat gebied concreet van deze minister verwachten? Ik weet dat het nog vroeg is, maar ik zou hierover graag wat meer van deze minister willen horen.

Voorzitter. Ik rond af. Zoals ik in het begin van mijn inbreng al aangaf, zie ik uit naar een prettige samenwerking met deze bewindspersonen. Ik hoop dat de uitgestoken hand van de minister-president bij het debat over de regeringsverklaring in de richting van de oppositie, ook door deze bewindslieden wordt ondersteund, zodat we constructief kunnen werken aan een inclusievere overheid en samenleving.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Özütok. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Molen namens het CDA.

De heer Van der Molen (CDA):

Voorzitter, dank u wel. We staan niet alleen aan het begin van de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken, maar ook aan het begin van het werk van deze twee nieuwe bewindspersonen. Het vorige kabinet maakte op Binnenlandse Zaken een valse start: provincies en kleine gemeenten zouden volgens het toen geldende regeerakkoord opgeheven moeten worden. Door die stellingname kwam het tussen BZK en de medeoverheden eigenlijk niet meer goed. Wat het CDA betreft hebben we vandaag de kans om met het nieuwe regeerakkoord een andere koers te gaan varen. Een koers die de lokale overheid in de democratie versterkt. Dat is dringend nodig.

Daarnaast liggen er grote opgaven rond weerbaarheid van onze democratie, grensoverschrijdende samenwerking en digitalisering. Ik kom daar later in mijn bijdrage op terug. Ik wens de bewindspersonen op voorhand veel succes bij hun belangrijke werk en bij de beantwoording van mijn vragen.

Komende week vinden er diverse gemeentelijke herindelingsverkiezingen plaats. Komend jaar volgt de rest van Nederland. Lokale democratie en de positie van gemeenten staan al langer onder druk. Terecht is er veel aandacht voor de integriteit van het lokaal bestuur, maar de kwetsbaarheid neemt toe. De CDA-fractie is blij met de passage in het regeerakkoord dat leden van gemeenteraden en Provinciale Staten beter worden voorbereid, opgeleid en toegerust. We vragen de minister wat haar ambitie op dit punt is en of zij tempo wil maken, want de verkiezingen komen eraan. De vraag is ook wat er nog meer nodig is. Met opleiding en training zijn we er nog lang niet. Hoe neemt de minister de Kamer mee in haar aanpak?

Het kabinet investeert fors in onze veiligheid. We zien dat terug in de financiële versterking van de AIVD, maar daar hoort ook de versterking van de bevoegdheden bij om ons veilig te houden en buitenlandse invloed op onze democratie te weren. Als CDA vragen wij aandacht voor de beïnvloeding door statelijke actoren, oftewel het buitenland. Het regent internationaal voorbeelden van hoe onder andere Russische invloed zich verspreidt via sociale media. Men gooit bewust olie op het vuur als er maatschappelijke onrust ontstaat. Er zijn genoeg aanwijzingen dat ook Nederland hier niet immuun voor is. Dat is ook wat de AIVD concludeert. Als CDA pleiten wij ervoor om deze beïnvloeding via sociale media tot op de bodem uit te zoeken en aan te pakken. De tijd dat we op dit vlak naïef kunnen zijn, is definitief voorbij. Graag een reactie van de minister op dit voorstel. Het is ook aan ons als Kamer om ons hiertegenaan te bemoeien. Het is om die reden dat wij samen met D66 het initiatief zullen nemen om als Kamer een hoorzitting te organiseren om de partijen te spreken die hierin een rol kunnen spelen. Daarnaast is de CDA-fractie benieuwd naar de stand van zaken van het voorstel dat in de Kamer is aangenomen over de buitenlandse financiering van politieke partijen. Graag een update van de minister.

Voorzitter. De komende gemeenteraadsverkiezingen zijn de eerste verkiezingen waarin inwoners over de zorg kunnen stemmen. Met de decentralisaties hebben gemeenten een enorme klus geklaard. Tegelijkertijd verkeren tientallen gemeenten vanwege de decentralisaties in financieel zwaar weer. We zijn er nog niet met elkaar. De vorige minister heeft naar de mening van de CDA-fractie zijn taak als coördinerend bewindspersoon voor de decentralisaties verwaarloosd. Het is van belang dat de nieuwe minister meer werk maakt van artikel 116 van de Gemeenwet, en dus ook haar medeministers afremt, bijstuurt of aanspoort als dat in het belang van de gemeenten is. We vragen de minister wat haar missie is op dit punt. En we vragen haar om de Kamer te informeren hoe de vlag er op dit moment bij de gemeenten bij hangt.

De bestrijding van discriminatie is een belangrijk beleidsterrein. Het bestrijden van discriminatie is een belangrijke voorwaarde om integratie en samenleven te bevorderen. De vorige minister heeft in 2016 het Nationaal Actieprogramma tegen discriminatie naar de Kamer gezonden. Het ministerie van BZK vervult een coördinerende rol bij de bestrijding van discriminatie. Het was een mooi plan, maar met name de coördinerende, aanvurende rol die de minister van BZK daarin zou moeten vervullen, heeft de CDA-fractie de afgelopen jaren gemist. Kan de nieuwe minister aangeven hoe zij invulling gaat geven aan de coördinatie van dit belangrijke beleidsterrein?

Voorzitter. In het dorp Baard in mijn provincie Fryslân heeft kroegbaas Jaap Prins inmiddels de brugbediening van de provincie overgenomen. In veel stadswijken in ons land zijn bewonersbedrijven opgezet, wordt het groen onderhouden door bewoners of hebben vrijwilligers zich ontfermd over het lokale zwembad. Sommige overheden zien dat dit de toekomst is, maar andere gemeenten liggen dwars als inwoners zelf willen gaan ondernemen. Als CDA geloven we in de kracht van de samenleving. Democratie is meer dan verkiezingen, het is ook bijdragen aan je lokale samenleving. Maar dan moet je dat door de overheid wel mogelijk worden gemaakt. We zijn er zeer tevreden mee dat in het regeerakkoord voorzien wordt in een right to challenge, maar ook in de mogelijkheid om via experimenten maatschappelijke voorzieningen over te nemen. Dat verandert de verhouding tussen burger en overheid op een wat ons betreft positieve manier. Wij begrijpen dat we bij de maatschappelijke overname van voorzieningen eerst kijken wat er kan. Maar wij verwachten bij een "right to challenge" echt van de minister dat zij met wetgeving komt die de rechten van bewoners of groepen ten opzichte van de overheid vastlegt. De vraag aan de minister is hoe zij dit gaat uitwerken en op welke termijn.

Ook andere overheden, zoals de provincies en waterschappen, zouden mee moeten kunnen doen. Wil de minister hier positief naar kijken?

Net als de gemeente staat de rijksoverheid voor grote uitdagingen op het gebied van digitalisering. Onlangs bleek opnieuw dat de gemeenten nog een hele weg te gaan hebben om hun dienstverlening te digitaliseren, maar ook in eigen huis is er veel gezegd over het falen van het ICT-beleid, waarbij ik maar verwijs naar de bevindingen van de commissie-Elias. Toch heeft het regeerakkoord opnieuw ambities op dit vlak, en terecht. De door de vorige minister afgeblazen herziening van de Basisregistratie Personen wordt onderzocht en een modernisering is aanstaande. Maar er zijn meer opgaven, zoals bijvoorbeeld de Laan van de Leefomgeving, om de grote Omgevingswet mogelijk te maken.

De Algemene Rekenkamer en de Auditdienst Rijk concludeerden in het verleden dat Binnenlandse Zaken haar coördinerende rol onvoldoende oppakt. Dat betekent wat de CDA-fractie betreft het inzetten van de doorzettingsmacht van de staatssecretaris. Kan de staatssecretaris aangeven tot hoever deze doorzettingsmacht reikt en hoe hij deze in de praktijk wil gaan inzetten om de benodigde meters te maken? Ook om lijn te brengen in de aanpak van het Rijk om mee te groeien met de informatiesamenleving.

Feit is ook dat nog niet iedereen mee kan komen in de digitalisering. Systemen zijn er om mensen te dienen, niet andersom. Ouderen, maar ook laaggeletterden hebben daar soms grote moeite mee. Hoe gaat de staatssecretaris er werk van maken dat er altijd een alternatief voor digitale dienstverlening is? In het regeerakkoord staat alleen per post. Kan dat in de toekomst ook persoonlijk, zoals mondeling, telefonisch of via een loket mogelijk blijven?

Hoe kijkt de staatssecretaris naar de vorderingen die gemeenten hebben gemaakt om hun dienstverlening in 2017 volledig te digitaliseren? Volgens onderzoek in opdracht van BNR valt dat nogal tegen. Hoe vrijblijvend wil het kabinet blijven omgaan met de medeoverheden op het gebied van digitalisering en informatieveiligheid?

Als CDA-fractie hechten we zeer aan het onderwerp grensoverschrijdende samenwerking. Zeven provincies in ons land zijn grensprovincies en de werkgelegenheid, veiligheid en ondernemerszin kennen geen grenzen. De staatssecretaris heeft al aangegeven hier werk van te willen maken. Begin dit jaar heeft de commissie-Huizing diverse actiepunten op dat onderdeel benoemd. We begrijpen dat de uitvoering daarvan bij Sociale Zaken ligt, maar kan de staatssecretaris een update geven van de stand van zaken van die actiepunten en duidelijk maken hoe hij hierin de lead wil gaan nemen de komende jaren?

Tot slot een dringende zaak met betrekking tot de Rijksdienst. Het Rijksvastgoedbedrijf verpacht veel landbouwgrond. Dat wordt steeds meer gedaan in korte pachtcontracten om de opbrengst voor de schatkist zo groot mogelijk te maken. Het CDA zou willen dat, om meer zekerheid te geven aan de landbouwer en voor een duurzaam bodemgebruik, landbouwgrond voor een langere periode aan lokale agrarische ondernemers of jonge boeren wordt verpacht. Is de staatssecretaris het met ons eens dat in het rijkspachtbeleid duurzaam bodembeheer een belangrijke rol zou moeten spelen? Is hij bereid te onderzoeken hoe het Rijksvastgoedbedrijf grond zou kunnen uitgeven waarbij duurzaam bodembeheer en continuïteit een belangrijke afweging in het pachtbeleid zijn?

Daarnaast nog het volgende. Uit berichtgeving begrijpen wij dat bij de veiling van de pachtgronden in de IJsselmeerpolders vorige week een grote fout is gemaakt. Zo is één uur voor de sluiting van de veiling het hoogste bod bekend geworden, waarna andere geïnteresseerden konden overbieden en zo de grond in handen konden krijgen. Hoe heeft dit kunnen gebeuren als deze berichtgeving klopt? Graag vernemen wij of en welke maatregelen worden genomen om dit in de toekomst te voorkomen en hoe de gemaakte fout kan worden rechtgezet.

Dank u wel.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. De nieuwe minister is een edele vrouw die houdt van Brabantse gezelligheid en bekendstaat als een degelijke bestuurder. Dat kunnen wij bijzonder goed gebruiken.

Als lid van de oppositie had ik helaas niets te zeggen over het regeerakkoord, maar dat geldt opmerkelijk genoeg ook voor de minister. Zij is pas gevraagd om minister te worden toen de plannen al waren gemaakt. Anderen hebben een akkoord gesloten en zij moet dat uitvoeren. Dat is natuurlijk niet eerlijk. Daarom is het een goede gewoonte dat een nieuwe minister altijd één voorstel uit het akkoord mag schrappen. Ik weet niet of de minister-president dat ook al aan de minister heeft verteld, maar het is zo en ik heb ook een suggestie. Dat is het referendum. Want het zou toch wat zijn: je bent minister voor D66 en je moet een democratisch recht afschaffen. Dat kan toch helemaal niet! Het is één keer gebeurd, in de DDR in de jaren zestig. Maar we zitten hier toch niet te wachten op een DDR66? Ik heb wel een vraag aan de minister. Kan zij verzekeren dat een eventuele intrekkingswet voor het referendum ook zelf referendabel is?

Hier in de Kamer hebben we felle debatten gevoerd over de sleepwet, samen met D66-collega Verhoeven. Net als de SP heeft ook D66 destijds tegen de wet gestemd. Die sleepwetfunctie kon hier in de Kamer rekenen op heel veel gejuich, maar hier buiten op heel veel kritiek, van onze Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid tot aan de Amerikaanse FBI, tot aan onze eigen Raad van Europa in een dik rapport van ons eigen CDA-Kamerlid, Pieter Omtzigt. Allemaal zeggen ze dat het massaal binnenhalen van gegevens van onschuldige burgers niet effectief is in de strijd tegen terrorisme.

In maart is er een referendum over de sleepwet. Ik moet zeggen dat ik de manier waarop de regering deze campagne lijkt te willen voeren, stuitend vind. Iedereen die voor het referendum is, zou medeverantwoordelijk zijn voor terroristische aanslagen. Arjen Lubach muntte dat mooi in de term "terreurschwalbe". Zo kunnen we geen debat met elkaar voeren. Ik vraag de minister naar haar opvatting. Ik vraag ook of zij zich gaat bedienen van platte propaganda of dat zij bereid is om wel een serieuze discussie te voeren over de noodzaak en de effectiviteit van de sleepwet.

We kregen vanochtend ook een brief van de minister, waarin stond dat in Russische media op een onjuiste wijze is bericht over de Nederlandse politiek. Ja, dat is niet het alleenrecht van de Russen. Dat gebeurt in de Nederlandse media ook wel eens. Als er sprake is van een gevaar, als er nepnieuws wordt verspreid dat gevaarlijk, ondermijnend is voor ons democratisch proces, dan moet er worden opgetreden. Maar ik wil wel van de minister weten of zij voorbeelden kan noemen, want anders zijn het loze woorden. Ik wil ook van de minister weten waarom zij voortdurend het verband legt met de sleepwet. Ik kan mij niet voorstellen dat het massaal binnenhalen van gegevens van onschuldige burgers iets te maken heeft met een dubieuze website in Rusland.

De heer Verhoeven (D66):

Wat vindt de heer Van Raak van het voorbeeld uit de Verenigde Staten dat 126 miljoen Amerikanen Russische advertenties op Facebook hebben gezien?

De heer Van Raak (SP):

Als dat van invloed is geweest op de verkiezingen, dan is dat een ontzettend slechte zaak. Als dat een heimelijke ontwikkeling is geweest, een heimelijke poging tot beïnvloeding door een andere staat, dan moet daartegen worden opgetreden. Daar hebben we geheime diensten voor.

De heer Verhoeven (D66):

Denkt de heer Van Raak dat, als 126 miljoen Amerikanen, ongeveer 40 van het electoraat, advertenties krijgen te zien op Facebook, niet wetend wie de afzender is — terwijl achteraf blijkt dat ze vanuit Rusland zijn gefinancierd — dit invloed zou kunnen hebben op een verkiezingsuitslag?

De heer Van Raak (SP):

Ja, dat zijn we van harte eens, maar de vraag is niet of daartegen moet worden opgetreden. Als het kan, dan moet daartegen worden opgetreden. Daarvoor hebben we de AIVD, daarvoor hebben we de geheime dienst, daarvoor hebben wij er samen met D66 in de vorige periode voor gezorgd dat de AIVD niet met 40% wordt gekort, maar dat daar flink in wordt geïnvesteerd. Iets anders is dat ik de minister en een aantal D66'ers hoor zeggen dat dit een reden is dat wij een sleepwet moeten hebben. Dat snap ik niet helemaal. Ik snap niet helemaal het verband tussen het massaal binnenhalen van informatie, privéinformatie van onschuldige burgers, en het feit dat er nepwebsites zijn in Rusland of dat er op Twitter van alles wordt beweerd.

De voorzitter:

Tot slot de heer Verhoeven.

De heer Verhoeven (D66):

De heer Van Raak vroeg een voorbeeld. Ik gaf een voorbeeld en ik ben blij dat hij dat voorbeeld serieus neemt. Ik denk overigens niet dat alleen de AIVD hiertegen op zou moeten treden, maar ook partijen als Facebook en Google. Maar daar zal ik dadelijk in mijn eigen bijdrage meer over zeggen.

De heer Van Raak (SP):

Ja, en dan hoop ik dat de heer Verhoeven in zijn bijdrage ook wat meer gaat vertellen over zijn recente uitlatingen dat de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten helemaal geen sleepfunctie bevat. Ik heb namelijk samen met de heer Verhoeven in het debat over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten keihard geageerd ...

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Van Raak (SP):

... en de heer Verhoeven wist niet hoe snel hij amendementen moest indienen, bijvoorbeeld tegen de sleepwet. En dan twittert hij nu vrijelijk rond dat er helemaal geen sleepwet is! Ik hoop maar dat hier niet sprake is van nepnieuws.

De heer Van der Molen (CDA):

Voorzitter, dit is een aardige poging om het debat over de buitenlandse beïnvloeding over de sleepwet te laten gaan, die geen sleepwet is. Maar ik wil toch even terugkomen op het punt waar we het over hadden. Ik heb in mijn bijdrage voorgesteld dat wij de spade nog een heel eind dieper moeten steken om in beeld te brengen wat de situatie is van de buitenlandse beïnvloeding via sociale media. Wij hebben ook aangegeven dat we een hoorzitting willen doen, zodat wij ons daar als Kamer in kunnen verdiepen. De woordvoerder van D66 heeft aangegeven dat ook Facebook en Google hier aan tafel moeten zitten, om hun rol ...

De voorzitter:

En de vraag is?

De heer Van der Molen (CDA):

... in deze aanpak te bespreken. Even terug: zijn dit nu punten die de SP ook kan steunen? Het zijn wel de feitelijke stappen die we moeten ondernemen.

De heer Van Raak (SP):

Zeker. Absoluut. Ik ben er zeker voor om de googles en facebooken en wat al niet meer van deze wereld uit te nodigen, want als het gaat om de schending van privacy, dan zijn zij wel heel grote meneers. Zij weten bijna alles van iedereen, dus als het CDA het daarmee eens is, als het CDA hier op de bres staat voor de privacy, van harte, dan zullen wij elke hoorzitting van harte steunen.

De voorzitter:

De heer Van der Molen.

De heer Van Raak (SP):

Het punt dat ik maak, is dat ook door het CDA wordt gezegd: als je voor een referendum bent, dan ben je ook voor aanslagen, dan ben je voor de terroristen, dan ben je voor nepnieuws, dan ben je voor Poetin. Dan moet ik weer denken aan het referendum over de Europese grondwet, waar CDA'ers dreigden met "er komt oorlog", "het licht gaat uit". Dus ik vraag ook aan het CDA op wat voor manier zij die campagne gaan voeren. Gaan we straks een serieus debat voeren over de sleepwetfunctie of gaan we ons maandenlang beperken tot platte propaganda?

De voorzitter:

Die vraag komt als dat debat aan de orde is, want de heer Van der Molen is net geweest.

De heer Van der Molen (CDA):

Jazeker. De heer Van Raak heeft de kans gehad om een interruptie op dat onderwerp te doen.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van der Molen (CDA):

We gaan de rollen hier niet omdraaien, maar ik ben heel blij dat hij namens de SP aangeeft, de opvatting van D66 en het CDA te delen. En het klopt wel: op het moment dat wij een inlichtingendienst hebben, kunnen wij die niet alleen beter financieren dan wat het kabinet doet; die moet ook echt mogelijkheden hebben om op te treden en dat is wat de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten mogelijk maakt.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik stel voor dat u verdergaat, mijnheer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):

Ik zie een nieuwe minister. Ik zie ook veel nieuwe Kamerleden. Ik zie af en toe ook wel de verwondering in hun ogen over de vreemde wereld hier in Den Haag. Zelf was ik destijds heel erg onder de indruk van de verhalen van klokkenluiders. Mensen die misstanden kwamen melden, maar waar ik niets mee kon, omdat die mensen bang waren. Bang dat hun naam bekend zou worden, bang voor de gevolgen voor hun werk en voor hun leven. Samen met Kamerleden van andere partijen heb ik toen een Wet Huis voor klokkenluiders gemaakt, die steun kreeg van alle partijen hier in de Kamer. Dat huis staat nu in Utrecht, maar het functioneert helaas maar half. Het huis doet goed werk in het adviseren en begeleiden van klokkenluiders, maar het doet geen of nauwelijks onderzoek naar misstanden en bejegening. De voorzitter van dat huis is opgestapt en er loopt nu een onafhankelijk onderzoek. De minister zal het met mij eens zijn dat het huis alle wettelijke taken moet uitvoeren, dus ook het doen van onderzoek naar de bejegening van klokkenluiders en naar grote misstanden. Ik zal als initiatiefnemer van deze wet de Kamer in tweede termijn vragen om daarover een uitspraak te doen.

Naast het intrekken van het referendum staan in het regeerakkoord ook nog een aantal andere rare dingen, onder het kopje "Overheidspersoneel". Het kabinet wil dat mensen bij de overheid en in de rest van de samenleving gelijk worden behandeld. Arbeidsomstandigheden voor de ambtenaren moeten daarom slechter worden. Maar dan vraag ik de minister: hoe zit het dan met ons? Hoe zit het met politici? Als wij werkloos of ziek worden, gelden voor ons nog steeds betere regels dan voor alle andere mensen. Dat moet de minister toch ook raar vinden? Ik kan haar overigens geruststellen: ik ben bezig met een wet om dat wachtgeld af te schaffen. En ik werk daarvoor graag samen met deze bewindspersonen.

Voor vandaag heb ik nog wel een ander plan. Ik zag dat het aantal ministers flink is gestegen, namelijk van twaalf naar zestien. Dat is een stijging van 25%. We hebben nu meer ministers, maar we hebben natuurlijk niet meer werk. Dat is hetzelfde gebleven. Daarom stel ik voor om het ministerssalaris met 25% te verlagen. Dat heeft nog een extra voordeel, omdat dan ook de norm voor topinkomens in de publieke sector 25% lager wordt. Ik zou zeggen: tel uit je winst.

Zolang ik Kamerlid ben, maak ik mij al grote zorgen over de kwaliteit van de overheid. Bij elke grote verandering, bij elk nieuw beleid, bij alles wat de overheid ook doet, overal zien we de grijpgrage handen van peperdure consultancybureaus. We zien consultants die plannen maken, consultants die plannen uitvoeren, consultants die de plannen controleren, externen die torenhoge rekeningen sturen maar zelden een project goed afronden. De Tweede Kamer heeft hierbij eerder ingegrepen door een Roemernorm vast te stellen. Daarin staat dat niet meer dan 10% van de personeelskosten mag worden uitgegeven aan dure externen. De meeste ministeries houden zich daaraan. Waarom houdt het ministerie van Binnenlandse Zaken zich daar niet aan?

Al die moeizame decentralisaties en al die mislukte ICT-projecten; honderden miljoenen euro's worden weggegooid zonder resultaat. En in het regeerakkoord lees ik nu dat ministeries weer méér dure externen willen gaan inhuren. Het klinkt misschien bekend, maar ik zag dat niet terug in een van de verkiezingsprogramma's. Dus ik vraag de minister: welke lobby heeft dit voorstel ingestoken? En kan de minister de Kamer wel verzekeren dat de Roemernorm gehandhaafd zal blijven?

De heer Middendorp (VVD):

De heer Van Raak heeft het de hele tijd niet alleen over externen, maar ook over "dure externen". Daar komt dan een heleboel achteraan. Wij weten uit het gesprek over de BRP dat daarbij een heleboel mis is gegaan; dat is duidelijk. Maar de hele groep in één keer omschrijven als "dure externen met grijpgrage handen, torenhoge rekeningen en niks afronden" is wellicht wat overdreven. Dus ik vraag aan de heer Van Raak of het niet zo is dat de Roemernorm over externen gaat.

De heer Van Raak (SP):

Zeker. En bij die externen gaat het niet over mensen die via een uitzendbureau zijn ingehuurd. Daarbij gaat het over die dure consultants en die dure externen. En mijnheer Middendorp noemt terecht een voorbeeld. De Gemeentelijke Basisadministratie, de ICT bij de politie: we kunnen zo verschrikkelijk veel voorbeelden noemen. En telkens zie je dat er consultants of dure adviseurs, of u mag ze noemen hoe u wilt, worden ingehuurd om plannen te maken, plannen uit te voeren en plannen te controleren. En de rode draad in al die projecten is: heel veel geld, heel veel declaraties, honderden miljoenen die worden weggegooid, maar projecten worden niet met succes afgerond en moeten door de Tweede Kamer worden teruggetrokken. Dat is bij de politie nu al voor de tweede keer gebeurd. Eerst werd daar in 2011 500 miljoen weggegooid en nu opnieuw worden er honderden miljoenen weggegooid. Dat heeft te maken met het feit dat de overheid voor kennis, voor kunde afhankelijk is van externen. Dat betekent voor die externen ... Nou ja, voor hen geldt: als je een project niet afrondt, kun je blijven declareren. Dat is een prikkel. Je ziet ook dat die externen, die consultants kennis en netwerken meenemen. Die blijven dus niet bij de overheid. En je ziet verder dat die consultants en adviseurs ook voortdurend met deelprojectjes bezig zijn en het geheel uit het oog verliezen.

De heer Middendorp (VVD):

Ik ben het met de heer Van Raak eens dat externen iets moeten opleveren voor de overheid en dat zij dus met kennis en kunde door de overheid moeten worden ingehuurd. Ik heb ook net gezegd dat het niet makkelijk is om mensen in te huren, want daarvoor moet je zelf ook iets kunnen. Dus die mening deel ik. Maar ik zou toch aan de heer Van Raak willen vragen om ervan uit te gaan dat de Roemernorm geldt voor externen die wél iets afmaken en iets komen doen. Want die mag de overheid natuurlijk gewoon inhuren.

De heer Van Raak (SP):

Tuurlijk. Daarom is meneer Roemer ook heel ruimhartig geweest en heeft hij gezegd dat niet 1% of 5% maar dat maar liefst 10% van de totale personeelskosten mag worden besteed aan die types. Nou, dat vind ik nogal wat. Ik vind dat meneer Roemer hier heel ruimhartig is geweest.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Middendorp (VVD):

Dan is de heer Roemer heel ruimhartig geweest, maar dan zou ik toch aan de heer Van Raak willen vragen om die 10% niet weg te zetten als dure consultants met torenhoge rekeningen et cetera, maar er ook van uit te gaan dat die misschien wat produceren voor de overheid. Want ik deel de mening van de heer Van Raak dat de mensen die je inhuurt, ook iets moeten doen.

De heer Van Raak (SP):

Nou ken ik de VVD als een partij die zegt dat er geleverd moet worden, dat er gewerkt moet worden en dat, als je iemand inhuurt en er een plan is, dat opgeleverd en gerealiseerd moet worden. Dan vind ik het heel raar dat juist meneer Middendorp nu foute consultancybureaus, die heel veel belastinggeld opslorpen maar niet leveren, gaat verdedigen. Hadden we het maar gedaan bij de politie. Hadden we in 2011 maar zelf mensen opgeleid. Hadden we zelf maar een pool gemaakt van mensen die ICT-projecten kunnen organiseren. Dan hadden we nu niet met de gebakken peren gezeten.

De voorzitter:

Nu moet de heer Middendorp hierop reageren, kort.

De heer Middendorp (VVD):

Ik verdedig samen met de heer Roemer dat 10% van de consultants, adviseurs of mensen die extern ingehuurd worden, iets voor de overheid kunnen produceren. Dat is het enige wat ik vind. Het andere gedeelte, over de gebakken peren, zijn de woorden van de heer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):

Daar zijn we het van harte over eens.

De voorzitter:

Goed zo, dan gaat u verder.

De heer Van Raak (SP):

We zijn het van harte eens dat de mensen die worden ingehuurd, moeten presteren en moeten leveren. Wat we nu in de praktijk zien, is dat projecten niet worden afgemaakt maar dat er wel wordt gedeclareerd.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. In maart zijn er raadsverkiezingen. In sommige gemeenten gaat dat nog veel sneller en hebben we heel binnenkort raadsverkiezingen. Gemeenten horen een politieke afspiegeling te zijn van de lokale gemeenschap, maar met die lokale democratie gaat het niet goed. Gemeenten worden veel te groot, ook voor de raadsleden. Lokale politici willen aan de slag met lokale problemen. Maar hoe kan dat in gemeenten die soms wel 80 kernen hebben? Raadsleden hebben veel zeggenschap verloren. Gemeenten hebben meer dan 800 regionale samenwerkingsverbanden, die belangrijke taken uitvoeren, ook op het gebied van zorg en ondersteuning, maar waarover raadsleden in de praktijk nauwelijks iets te zeggen hebben. Over de veiligheid gaan de veiligheidsregio's, een uiterst ondoorzichtige en oncontroleerbare bestuurslaag.

Voorzitter. Raadsleden zijn geen volksambtenaren, die tot diep in de avond boven de papieren moeten zitten om te kijken of de ambtenaren hun werk goed hebben gedaan. Raadsleden zijn volksvertegenwoordigers, die opkomen voor de belangen van de bevolking en hun werk moeten kunnen doen. Ik vraag de minister daarom om haar visie, een plan voor versterking van de lokale democratie, een plan zonder consultants en zonder geklets maar met concrete voorstellen om de raadsleden meer macht en controle te geven over de overheid.

Dank je, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Raak. Ik geef nu het woord aan mevrouw Den Boer namens D66. Mevrouw Den Boer houdt haar maidenspeech. Zoals we weten, mag er tijdens een maidenspeech niet worden geïnterrumpeerd. Dat geldt alleen voor Kamerleden, zeg ik tegen de minister van Binnenlandse Zaken! Mevrouw Den Boer, u heeft het woord.

Mevrouw Den Boer (D66):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Vandaag treed ik, net als vele vrouwen voor mij, in de voetsporen van ons eerste vrouwelijke lid van de Tweede Kamer, mevrouw Suze Groeneweg. Afkomstig uit de Hoeksche Waard baande zij zich bijna een eeuw geleden een weg naar het politieke toneel. Haar levensdoel was bevordering van de emancipatie van iedere Nederlander, man of vrouw, jong of oud, rakker of stakker. Actieve betrokkenheid van alle Nederlanders bij wat er leeft in de samenleving is immers een basisvoorwaarde voor een veerkrachtige en weerbare maatschappij. 99 Jaar en 8 dagen geleden, op 7 november 1918, gaf Suze Groeneweg haar maidenspeech. Zij sprak haar woorden uit tijdens een zeer tumultueuze week in onze vaderlandse geschiedenis, waarin het einde van de Eerste Wereldoorlog zou worden beklonken, waarin Troelstra in Nederland een revolutie probeerde te ontketenen en waarin keizer Wilhelm naar Nederland zou vluchten. Het was in deze tijd dat Suze Groeneweg de volgende woorden uitsprak: ik voel als draagster van deze geschiedkundige gebeurtenis de zware verantwoordelijkheid te bewijzen dat vrouwen niet ongeschikt zijn voor de politiek. De stem van Suze Groeneweg klinkt nog altijd door. Haar woorden kenmerken de strijd die is gevoerd voor gelijke rechten van vrouwen en minderheden, zoals lhbti'ers, om een volwaardige plaats in de samenleving te bemachtigen.

Zelf werd ik in de koudste winter van de vorige eeuw geboren in Rotterdam-Zuid. Mijn leven werd een ontdekkingsreis, met inspirerende ontmoetingen, zowel in het buitenland als hier in Nederland. Mijn motivatie om namens D66 in de Tweede Kamer te gaan is een luisterend oor te vormen voor de problemen en de kansen die mensen dagelijks ervaren. Zoals de worsteling met toeslagen of het indienen van klachten. Maar ook met buurtinitiatieven over zaken die dichtbij de mensen staan. Daarnaast wil ik mijn expertise op het terrein van openbaar bestuur en veiligheid aanwenden voor de verdere ontwikkeling van een veilige, open en vindingrijke samenleving. Nederland is immers nooit af.

Voorzitter. Vandaag wil ik verder spreken over drie onderwerpen die voor mij en mijn partij belangrijk zijn als het gaat om het ministerie van Binnenlandse Zaken, te weten democratie, discriminatie en digitalisering. Als eerste vanzelfsprekend de democratie. D66 vindt het van belang dat mensen in vrijheid hun eigen leven vorm kunnen geven en daarbij hun bijdragen aan de samenleving kunnen leveren. De overheid dient daarbij doorspekt te zijn van integriteit. Oneigenlijke beïnvloeding van het democratische proces vormt een serieuze bedreiging voor onze democratie. Verkiezingen worden verliezingen als de integriteit van de electorale democratie niet kan worden gegarandeerd. Mijn collega Verhoeven zal straks verder ingaan op het online-aspect hiervan.

Een recent rapport van het WODC toonde onlangs weer aan dat ondermijning lokaal voorkomt. In 25% van de gemeenten vermoedt of weet een raadslid, wethouder of burgemeester dat infiltratie met een crimineel oogmerk plaatsvindt. Bijna een kwart van alle burgemeesters geeft aan, persoonlijk te zijn bedreigd. D66 vindt ook dat lokale bestuurders op de hoogte moeten zijn wat te doen in dit soort situaties en tevens dat zijzelf beter gescreend moeten worden. Is de minister dat met mij eens? Ik vraag de minister: is zij van plan om onze democratie weerbaarder te maken tijdens haar ambtsperiode? Hoe pakt zij dit aan?

Dan: bij een functionerende democratie hoort ook een open, transparante overheid, waarbij informatie een recht is in plaats van een gunst. D66 vindt het belangrijk dat de overheid een gezicht heeft en dat er makkelijk contact tot stand kan komen. Mensen moeten blind kunnen vertrouwen op de overheid. En gelukkig staat er in het regeerakkoord dat het kabinet hecht aan een open en transparante overheid en dat het in overleg zal treden met de initiatiefnemers van de Wet open overheid. We zien deze gesprekken met vertrouwen tegemoet.

Naast het belang van een weerbare en transparante democratie moet de overheid ook ruimte geven aan eenieder die zelf het initiatief wil nemen. D66 wil geen betuttelende overheid, maar een regisserende overheid, die met heldere spelregels ieder mens in zijn of haar kracht zet. De komende periode biedt het regeerakkoord volop ruimte aan initiatieven uit de buurt. Ik noem als voorbeeld de right-to-challengeregeling. Hoe en wanneer gaat de minister hiermee aan de slag?

Voorzitter. Ik schakel naar een ander onderwerp: discriminatie. Ons verkiezingsprogramma heette niet voor niets Kansen voor iedereen. Structurele ongelijkheid in kansen is een vorm van onvrijheid. Er zijn voorbeelden te over. Vorige week nog zagen politieagenten de Amsterdamse Ammar hard voorbij rennen. Hij werd onmiddellijk gearresteerd. Waarom? Vanwege zijn migratieachtergrond? Ammar wilde slechts zijn trein halen.

Nog te veel mensen in Nederland hebben het gevoel er niet helemaal bij te mogen horen. Ze voelen zich omwille van hun naam, hun herkomst, hun geloof, hun beperking, hun geaardheid of hun geslacht achtergesteld. En ongeacht hun achterstand in de samenleving weet de een hiermee om te gaan, terwijl de ander ontmoedigd raakt. Het is dan ook een taak van de overheid en van deze minister in het bijzonder om een inclusieve samenleving te bevorderen, waarin iedereen zich thuis voelt en waar iedereen wordt gevrijwaard van discriminatie. Gemeenten dragen hierin een bijzondere, maar ook wettelijke taak. Zij horen een toegankelijke antidiscriminatievoorziening te bieden, die discriminatieklachten moet registreren en onafhankelijke hulp moet bieden aan mensen bij de afwikkeling van hun klachten.

Een rapport over deze antidiscriminatievoorzieningen stelde afgelopen maart vast dat ze slecht vindbaar zijn voor mensen, dat het ze ontbreekt aan kennis en expertise en dat hun budget soms wordt wegbezuinigd door gemeenten. Voormalig minister Plasterk liet de reactie op dit rapport over aan zijn opvolger. Ik ben verheugd dat wij afgelopen donderdag al een brief hebben ontvangen van onze huidige minister, die hier voortvarend mee aan de slag gaat. Graag wachten wij het onderzoek en de vervolgstappen af. Wel vraag ik de minister of zij niet enkel alleen, maar ook samen met haar collega-bewindspersonen hier op zal trekken en er zorg voor zal dragen dezelfde actieve houding aan te nemen.

Dan, voorzitter, kom ik bij de laatste D, die van digitalisering. Ieder mens is in toenemende mate afhankelijk van de digitale dienstverlening van de overheid. Dat is mooi, want digitale communicatie is snel, goedkoop en veilig. Maar het betekent ook dat deze ICT betrouwbaar, professioneel, helder en continu moet functioneren. Te allen tijde moet men blind kunnen vertrouwen op een goed werkende digitale dienstverlening. Aldus draagt de overheid ook een digitale zorgplicht. Ze moet zorgen dat alle mensen in deze onlinewereld meekomen. Een digitale kloof in onze samenleving is onwenselijk. In 2011 schreef de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat de overheid moet beseffen dat ze een iOverheid is en innovatiemogelijkheden door digitalisering moet benutten. Daartoe schreef de WRR een aantal aanbevelingen. Kan de staatssecretaris onderzoeken in hoeverre de aanbevelingen uit het WRR-rapport uit 2011 inmiddels zijn overgenomen en welke stappen er nog gezet moeten worden?

Voor de minister en de staatssecretaris liggen er tal van uitdagingen en ik wens hen daarbij bijzonder veel succes toe.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. Het is een groot goed om in een veilig, open en democratisch land te mogen leven. Verworvenheden zoals gelijke rechten dienen gekoesterd te worden. De democratische rechtsstaat moet met hand en tand worden bewaakt en die mogen we niet verkwanselen. Terwijl sommige landen zich bevinden op een neerwaartse glijbaan van democratie naar autocratie, dienen u als minister, wij als leden van de Tweede Kamer, ambtenaren en samenleving als geheel ons gezamenlijk in te spannen om de democratie en gelijke rechten te onderhouden en bij regelmaat te voorzien van een apk-keuring. Dat zijn we aan onszelf verplicht en dat zijn we aan de Suzes Groeneweg in deze wereld verplicht. Ik en mijn partij, D66, achten dit van noodzakelijk belang. In Nederland doen we dat bij voorkeur in de vorm van een open dialoog en niet door macht van bovenaf op te leggen aan een ander. We moeten de "d" van democratie niet laten afbrokkelen en voorkomen dat we slechts een "emocratie" worden, waarin we elkaar voortdurend in de haren vliegen over incidenten. Democratie begint immers met luisteren. Wat mij betreft mag de D van democratie als eerlijke en heerlijke chocoladeletter in de brievenbussen van iedereen worden bezorgd.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Den Boer, u mag hier gaan staan. Als voorzitter wil ik u natuurlijk als eerste van harte feliciteren met uw mooie maidenspeech. U wordt persoonlijk vooral geïnspireerd door Suze Groeneweg en Aletta Jacobs. Dat spreekt ons erg aan. Maidenspeeches blijven altijd de mooiste speeches in deze plenaire zaal, vind ik zelf. Van harte gefeliciteerd.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

We gaan verder met het debat over de begroting van Binnenlandse Zaken. Ik geef het woord aan de heer Verhoeven namens D66. De heer Verhoeven houdt geen maidenspeech.

De heer Verhoeven (D66):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst nogmaals mijn felicitaties aan mijn collega Monica den Boer met haar prachtige maidenspeech. Ik ben het geheel met de voorzitter eens dat het een prachtige speech was. Er is natuurlijk al veel gezegd over de nieuwe bewindspersonen, over de minister en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Ik wil hun vooral heel veel succes wensen voor de komende jaren — voor de komende vier jaar, zeg ik tegen de heer Bosma — met hun prachtige taak en opdracht op dit mooie ministerie.

Ik wil slechts nog twee punten kort aanstippen in mijn bijdrage bij deze begroting, namelijk de beïnvloeding van de democratie door buitenlandse mogendheden en de digitalisering van de overheidsdienstverlening, waar collega Den Boer ook al wat over zei. Allereerst de beïnvloeding van het democratische proces. Landen als Rusland proberen op vele manieren het democratische proces in westerse landen te beïnvloeden. De afgelopen jaren is dat steeds duidelijker en concreter geworden. Onder andere de AIVD heeft hierop gewezen.

Grofweg gaat die beïnvloeding langs twee wegen. Allereerst moet je denken aan directe manipulatie van verkiezingsuitslagen. Hackers hebben bijvoorbeeld een poging gedaan om stemcomputers in de Verenigde Staten hacken. Ook de Duitse Bondsdag is gehackt. Dit toont dus ook aan waarom elektronisch stemmen of online stemmen niet wenselijk is. Dit toont aan hoe kwetsbaar onze democratie is voor cyberdreigingen. In Nederland is bovendien vlak voor onze verkiezingen in 2017 een kwetsbaarheid in de stemmentelsoftware geconstateerd. Daar is toen te laat op gereageerd door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken. Ik hoor graag van de huidige minister van Binnenlandse Zaken hoe het nu staat met die stemmentelsoftware en wat zij gaat doen om te voorkomen dat dezelfde situatie ontstaat als bij de vorige verkiezingen? Daar is toen te laat op gereageerd door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken. Ik hoor graag van de huidige minister van Binnenlandse Zaken hoe het nu staat met de stemtelsoftware en wat zij gaat doen om een situatie zoals bij de vorige verkiezingen te voorkomen.

De heer Martin Bosma (PVV):

Hoe staat D66 tegenover de mogelijkheid dat de overheid soms zelf fakenieuws produceert? Is D66 daar ook tegen? Ik refereer hierbij even aan de grijze campagne in de gemeente Amsterdam, waarbij stiekeme filmpjes werden gemaakt. Dat was een groot geheim. Die filmpjes zouden gelanceerd worden opdat niemand zou weten wie de maker ervan was. Hoe vindt D66 het als de overheid fakenieuws zou produceren?

De heer Verhoeven (D66):

Ik vind elke vorm van nepnieuws en fakenieuws onwenselijk. Daarbij vind ik niet dat je maar naar één groep moet kijken. Je moet proberen om alle vormen van nepnieuws te bestrijden en zo goed mogelijk bloot te leggen.

De heer Martin Bosma (PVV):

Ik ben erg blij met dat antwoord.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Verhoeven (D66):

Voorzitter. Ik ga inderdaad verder. Ik was bij de tweede manier waarop je beïnvloeding ziet. Dat is de indirecte wijze via nepnieuws, zogenaamde trollen, bots op internet of via de inkoop van advertenties. We zien dat Russische organisaties nepnieuws creëren en dat met een leger van bots verspreiden of dat ze trollen en bots gebruiken om de boodschap van een politieke bondgenoot te versterken. Daarnaast is in de Verenigde Staten gebleken dat Russische actoren advertenties hebben ingekocht op Facebook om zo de verkiezingen van vorig jaar november te beïnvloeden. Ik zei net al tegen de heer Van Raak dat 126 miljoen Amerikanen die advertenties gezien hebben. Natuurlijk heeft dat invloed en is dat een wezenlijke bedreiging.

Andere landen ondernemen daarom actie. In Duitsland is een wet aangenomen, de zogenaamde fakenieuwswet, en in Frankrijk werken acht traditionele mediabedrijven samen met Facebook om fakenieuws tegen te gaan. In de Verenigde Staten heeft het Congres actie gevraagd op het gebied van openheid over politieke advertenties. Mijn collega Marietje Schaake in het Europees Parlement heeft samen met 23 andere Europarlementariërs gepleit voor een duidelijk juridisch kader voor het verwijderen van fakenieuws zonder dat dit leidt tot censuur.

De heer Van Raak (SP):

Ik ben er allemaal erg voor, voor wat de heer Verhoeven zegt. We moeten dat aanpakken. Maar het verband dat voortdurend door D66'ers, ongeacht of ze minister of Kamerlid zijn, wordt gelegd met de sleepnetfunctie in de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zie ik nog niet zo. Als de Russen advertentieruimte inkopen in de Verenigde Staten, waarom zouden we dan een sleepnet nodig hebben om massaal informatie van Nederlandse burgers binnen te halen? Wat is dat verband? Waarom heb je zo'n sleepnet nodig om het plaatsen van advertenties op internet tegen te gaan?

De heer Verhoeven (D66):

Ik heb daar zelf in deze bijdrage nog niks over gezegd. De heer Van Raak begon net zelf over de AIVD, toen ik hem vroeg naar al die advertenties. Wat de heer Van Raak bedoelt met de "sleepwet" is de "Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten". Als je het over de AIVD hebt, is het ook logisch dat je refereert aan de wet die over de AIVD gaat. Ik heb daarnaast gezegd dat ik vind dat de aanpak breed moet zijn. Dus ook bedrijven als Google en Facebook moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen. De minister heeft gezegd in haar brief van een paar dagen geleden dat zij daar het gesprek over wil aangaan. Ik sta een brede aanpak van dit probleem voor. Ik ben het met de heer Van Raak eens dat ook de AIVD en de inlichtingen daar een bijdrage aan kunnen leveren. Daar hebben we een wet voor.

De heer Van Raak (SP):

We hebben een Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Die hebben we nodig, want we kunnen niet zonder zo'n wet. Maar onderdeel van die wet is de sleepnetfunctie. De heer Verhoeven heeft samen met mij bij de behandeling van die wet heel hard geageerd tegen de sleepnetfunctie. Hij heeft ik weet niet hoeveel amendementen ingediend — hij wist niet hoe snel hij moest zijn — over onder andere die sleepnetfunctie. Nu hoor ik hem zeggen dat er eigenlijk geen sprake is van een sleepnetfunctie in die wet. Mijn eerste vraag aan de heer Verhoeven is dus of er nou wel of geen sprake is van een sleepnetfunctie waar hij tegen heeft geageerd. Mijn tweede vraag is in hoeverre het massaal binnenhalen van informatie over Nederlandse burgers die nergens iets mee te maken hebben, ons helpt in de bestrijding van bijvoorbeeld Russen die advertenties plaatsen op internet.

De heer Verhoeven (D66):

Over het tweede heb ik net al iets gezegd, dus dat zou een herhaling van zetten zijn. De eerste vraag van de heer Van Raak is goed en terecht. Tijdens de behandeling van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten — ik meen dat die in januari was — heeft D66 inderdaad twintig amendementen ingediend. Die gingen overigens, op één na, helemaal niet allemaal over het sleepnet. Die gingen allemaal over verschillende onderdelen van die wet. Wij hebben eigenlijk de constatering gedaan dat een wet nodig is. Een modernisering van het kader in het digitale tijdperk voor de inlichtingendiensten is nodig en we willen die wet op een aantal punten verbeteren. Daar hebben we concrete voorstellen voor gedaan, twintig stuks. Die zijn volgens mij allemaal verworpen door de toenmalige ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie. Uiteindelijk hebben wij toen, na lang wikken en wegen, tegengestemd, omdat wij vonden dat we totaal niet serieus genomen werden en dat de aanpassingen wel degelijk hadden moeten worden overgenomen. Die wet is uiteindelijk aangenomen in beide Kamers. Die wet is dus een feit. Vervolgens kwam er een formatie. Toen hebben we in het regeerakkoord een aantal zinnen opgenomen om ervoor te zorgen dat er geen sleepnet kan, mag en zal zijn. Ik heb daarna als parlementariër dus de tweede mogelijkheid die ik had, aangegrepen om de scherpe kantjes van die wet af te halen. Vervolgens hebben we ook afgesproken dat er juist op dit punt een vervroegde evaluatie zou komen, omdat ik de zorgen absoluut terecht vind en omdat ik ook graag wil zien of een onafhankelijke commissie kan blootleggen dat die zorgen van de Nederlanders op dit punt er wel of niet zullen zijn. Dat is wat ik tot nu toe gedaan heb en er komt ook nog een referendum aan.

De voorzitter:

Dat weten we al.

De heer Verhoeven (D66):

Dat is op 21 maart. In de aanloop naar dat referendum zullen we een uitgebreid publiek debat voeren over de feiten achter deze wet. Ik zal daar graag een bijdrage aan leveren.

De voorzitter:

De heer Van Raak.

De heer Verhoeven (D66):

Ik zal daar graag een bijdrage aan leveren.

De voorzitter:

De heer Van Raak, tot slot.

De heer Van Raak (SP):

Daar zie ik naar uit, maar het is in ieder geval goed dat ook volgens D66 sprake is van een sleepnetfunctie in de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en dat dat ook het onderwerp is van het referendum. Ik vraag nog wel de opvatting na de brief van vanochtend van de minister, waarin de minister opnieuw zegt dat voor het aanpakken van dit soort fake news, bijvoorbeeld als Russen advertenties plaatsen op Amerikaanse websites, de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten plus die sleepnetfunctie nodig zijn. Vindt ook D66, net als de minister zegt, dat we om te voorkomen dat bijvoorbeeld Russen advertenties plaatsen op Amerikaanse websites, massaal privégegevens van Nederlandse burgers moeten binnenhalen?

De heer Verhoeven (D66):

Allereerst: ook ik zie uit naar het debat, onder andere met de SP. Ik hoop dat het debat van de kant van de SP dan minder doorspekt wordt met allerlei leugens en bedrog over de inzet van het onderwerp. Die is bij het Oekraïnereferendum totaal de mist ingegaan. Toen zijn allerlei dingen beweerd die niet klopten. Ik wil graag een inhoudelijk debat over deze wet. Laten we beginnen met de juiste naam voor deze wet: het is de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de Wiv. De vraag van het referendum gaat niet over een sleepnet of een sleepwet. Het gaat over die hele wet, over de vraag of je daarvoor of daartegen bent. Meneer Van Raak heeft zelf net gezegd dat we niet zonder zo'n wet kunnen. Ik neem dus aan dat de SP ook voor zo'n wet is en dat we vervolgens de komende maanden zullen debatteren over hoe die wet er dan precies uit zou moeten zien. Alle frames en andere onjuistheden in het debat zou ik vanaf nu dus graag niet meer willen horen. Dan krijgt de heer Van Raak het serieuze inhoudelijke debat waar hij zo om smeekt.

De voorzitter:

Een korte reactie.

De heer Van Raak (SP):

Ik vind dit ronduit stuitend.

De heer Verhoeven (D66):

Zeker.

De heer Van Raak (SP):

We hebben bij de algemene beschouwingen horen zeggen dat mensen die voor een referendum zijn, verantwoordelijk zijn voor aanslagen. Nu wordt door de minister deze suggestie gewekt: als je voor een referendum bent, ben je ook voor fake news. En dan gaat de heer Verhoeven tegen mij zeggen dat ik hier leugens sta te verkondigen. Dan wil ik van de heer Verhoeven ook weten welke leugens ik hier heb staan verkondigen.

De heer Verhoeven (D66):

Oké, dat zal ik graag doen.

De heer Van Raak (SP):

Prima, kom maar op.

De heer Verhoeven (D66):

U heeft tijdens het vorige referendum — want daar had ik het over — bijvoorbeeld gezegd dat Oekraïne lid zou worden van de Europese Unie op basis van het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. Dat was totaal onjuist. U heeft ook beweerd — althans, al uw kompanen in de fractie en anderen hebben dat gedaan — dat er miljarden vanuit de Europese Unie naar Oekraïne zouden gaan op basis van dat associatieverdrag. U heeft allerlei andere zaken gezegd. Ik geloof dat we zelfs militair samen zouden gaan optrekken tegen de Russen op basis van dat associatieverdrag. U, de heer Baudet, de heer Wilders en meneer Roos hebben allerlei zaken naar voren gebracht die totaal onjuist waren. Ik hoop dat we dat bij dit referendum niet gaan doen. Daar roep ik u nu toe op, want dat zou het debat verbeteren en dan zouden heel veel Nederlanders begrijpen waar deze belangrijke en ingewikkelde wet over gaat. Dan kunnen we als heel land een goed debat voeren over die wet in plaats van een debat dat is doorspekt met angstmakerij.

De voorzitter:

Echt tot slot, mijnheer Van Raak, want het debat over het associatieverdrag is uitvoerig gevoerd. U krijgt de gelegenheid om iets te zeggen en daarna is volgens mij de heer Öztürk aan de beurt.

De heer Van Raak (SP):

Wat de heer Roos of meneer Baudet zegt, weet ik niet. Daar ben ik niet verantwoordelijk voor en daar kan ik niets aan doen.

De heer Verhoeven (D66):

Maar dat waren tijdens die campagne uw vrienden.

De voorzitter:

Nee, nee, nee.

De heer Van Raak (SP):

Waar ik wel iets over kan zeggen, is wat er in het verdrag stond en de interpretatie van die regels. Dat hebben we gedaan, maar ik constateer dat in het debat over de Europese Grondwet werd gezegd dat er oorlog zou komen en dat het licht in Europa zou uitgaan. Ik constateer nu, met dit referendum, dat hier in de Kamer door fractievoorzitters en door Kamerleden alweer wordt geroepen dat we medeverantwoordelijk zouden zijn voor aanslagen en dat we ineens voor nepnieuws zouden zijn. Ik vind het beschamend om te zien dat de heer Verhoeven daar geen afstand van neemt.

De voorzitter:

Volgens mij is hier alles over gezegd.

De heer Verhoeven (D66):

Nee, voorzitter, hier moet ik echt even op reageren.

De voorzitter:

Heel kort, en niet uitlokken.

De heer Verhoeven (D66):

Absoluut niet, voorzitter. U kent mij.

De voorzitter:

Daarom.

De heer Verhoeven (D66):

Ik ben het met de heer Van Raak eens dat we niet mee moeten gaan in die terreurangstaanjagerij, die ik ook weleens heb gehoord. Ik ben zelf ook beschuldigd door Kamerleden van het feit dat ik terrorisme mede mogelijk zou maken omdat ik tegen bepaalde wetten heb gestemd. Daar heb ik altijd van gezegd dat ik dat een slechte manier van debatteren vind. U zult het mij niet horen zeggen. Als u tegen deze wet bent, kom dan met goede argumenten.

De voorzitter:

Dit debat komt terug.

De heer Verhoeven (D66):

Maar stop alsjeblieft met die bangmakerij die nergens op gebaseerd is. Dat is iets anders dan dat ik zeg dat u, als u tegen de wet bent, voor terrorisme bent. Want alle 150 leden in deze Tweede Kamer zijn tegen terrorisme. We willen het alleen op een verschillende manier bestrijden. En dat is goed.

De heer Öztürk (DENK):

We moeten stoppen met die bangmakerij. De sleepwet, of het sleepnet, heeft niks te maken met het fakenieuwsverhaal. Dus dan moeten we die koppeling ook niet leggen, ook D66 niet. Ik hoorde in de maidenspeech van de collega van D66 dat D66 wil dat de overheid luistert naar de burgers, maar ik zie dat D66 na de handtekening onder de coalitie, de burgers via het sleepnet wil afluisteren. Mijn vraag aan de heer Verhoeven is: wanneer gaat u nou de woorden die u heeft gebruikt voor de verkiezingen en waar D66 voor staat, waarmaken?

De heer Verhoeven (D66):

Het afluisteren van burgers gebeurt al sinds jaar en dag. Dat gebeurt namelijk op basis van de wetten die de inlichtingendiensten en zelfs de opsporingsdiensten mogelijkheden geven om mensen op een gerichte wijze af te luisteren, of om af te tappen als daar reden toe is. Het afluisteren van burgers is dus iets wat al sinds jaar en dag gebeurt. Daar zijn wettelijke kaders voor en die zijn heel belangrijk. Het belangrijkste moderne kader dat er nu is, is de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten waar het referendum over gaat.

De heer Öztürk (DENK):

Via het sleepnet zullen nog meer mensen in zicht komen en zullen nog meer mensen worden afgeluisterd. Daar gaat het eigenlijk ook om. Er worden angstbeelden neergezet: als je niet voor het referendum bent, dan ben je voor terrorisme; Rusland komt eraan. Is de heer Verhoeven ook voorstander van het oprichten van een fonds voor fakenieuwsslachtoffers? Fakenieuws heeft niet alleen maar invloed op onze verkiezingen; het heeft ook effect op personen: raadsleden, Statenleden, Kamerleden. Zij kunnen zich op dit moment niet goed weren.

De heer Verhoeven (D66):

Een fonds voor fakenieuwsslachtoffers lijkt mij wat ingewikkeld. Ik hoop dan dat niet de heer Öztürk de eerste is die heel veel geld uit dat fonds wil trekken. Maar ik zou niet per se zien dat dat nou de beste oplossing is. Laten we beginnen bij het begin en fakenieuws aanpakken in plaats van aan de achterkant de slachtoffers geld te geven. Ik zou zeggen: probeer de slachtoffers te voorkomen door echt een goede aanpak te volgen om fakenieuws te bestrijden. Daar zal ik straks in mijn bijdrage nog wat voorstellen voor doen. Als de heer Öztürk met een concreet voorstel komt voor een fonds, kijk ik daar welwillend naar. Hij had het er net over dat D66 mensen wilde afluisteren in plaats van naar hen te luisteren, maar ik luister altijd naar in ieder geval alle 149 volksvertegenwoordigers hier die met voorstellen kunnen komen. Op basis van de verkiezingsuitslag hebben zij hun stem gekregen en kunnen zij hier spreken. En dus luister ik daarnaar.

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Öztürk.

De heer Öztürk (DENK):

Öztürk zelf heeft dat geld niet nodig, maar ik heb met heel veel slachtoffers gesproken van fakenieuws, helaas ook van onze eigen media. Die slachtoffers hebben soms ook middelen nodig om zich daartegen te weren. Daarvoor zal ik wel met voorstellen komen.

De heer Verhoeven (D66):

Ik moet u wel zeggen dat ik straks in mijn tekst ook nog inga op de rol van DENK op het gebied van fakenieuws. Dus ik hoop wel dat u dan niet een fonds inroept voor slachtoffers terwijl u dan zelf de dader bent. Mag ik daar straks dan nog even op terugkomen?

De voorzitter:

U mag er straks op reageren, mijnheer Öztürk. Hij komt er nog op terug.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):

Er is toch een punt dat ik nog niet helemaal begrijp van mijnheer Verhoeven. U was in het verleden altijd tegen het massaal en willekeurig verzamelen van gegevens, van sleepnet zo gezegd. Als ik nu naar de tekst in het regeerakkoord kijk, dan zie ik dat het niet meer is dan een herhaling van eerder gemaakte beloften door een vorig kabinet. En toch zegt u dat u wel met deze wet wilt doorgaan?

De heer Verhoeven (D66):

Nou, als u ...

Mevrouw Özütok (GroenLinks):

Wat is er gebeurd met D66?

De heer Verhoeven (D66):

Als u zo vriendelijk zou willen zijn, dan zou u de passage uit het regeerakkoord even kunnen voorlezen, want misschien heeft u die bij u. Die gaat nu juist over dat massaal en willekeurig aftappen. In het regeerakkoord staat dat we dat niet gaan doen. Als je bezwaar van tevoren is dat je tegen massaal en willekeurig aftappen bent, en je schrijft vervolgens in het regeerakkoord op dat je dat niet gaat doen en dat, als dat wel gebeurt, je de wet aanpast en dat laat toetsen door een afhankelijke commissie, dan heb je wel een verhaal. Dan heb je als Kamerlid van D66 wel iets voor elkaar gekregen, in plaats van dat je langs de zijlijn staat en alleen maar "we zijn tegen, we zijn tegen" zegt, wat GroenLinks en de SP altijd doen. Ik heb me er dus voor ingezet en ik heb nu een zin in het regeerakkoord gekregen die uitgewerkt kan worden en die een garantie biedt dat we juist niet massaal en willekeurig gaan aftappen. Het was dus mijn inzet als parlementariër om de scherpe kantjes van de wet af te halen.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):

Ik begrijp dat u bent overgestapt van twintig amendementen naar een vage tekst.

De heer Verhoeven (D66):

Die twintig amendementen gingen niet over dit onderwerp, maar die gingen ook over allerlei andere onderdelen. Ik heb inderdaad gepoogd om zo veel mogelijk onderdelen aan te passen. Uiteindelijk maak je dan de afweging of je voor- of tegenstemt. We hebben destijds tegengestemd. Vervolgens heb ik tijdens de formatie gepoogd ...

De voorzitter:

Dat heeft u net al gezegd.

De heer Verhoeven (D66):

... om de scherpe kantjes van die wet af te halen. En daar ben ik dus op het belangrijkste punt in geslaagd.

Mevrouw Arissen (PvdD):

Ik ben zeer verbaasd over de houding van D66. Voor de verkiezingen diende ze maar liefst twintig amendementen in om onder andere de sleepnetfunctie maar ook andere privacygevoeligheden uit de wet te halen. U heeft daar met zeer veel energie en ik zou haast zeggen idealisme, gesproken. 75 minuten lang heeft u op die wet gehamerd. In het persbericht staat vervolgens ...

De voorzitter:

Kort.

Mevrouw Arissen (PvdD):

Aan onze concrete en constructieve bijdrage voor een betere wet had het kabinet duidelijk geen behoefte. D66 acht de huidige wet en de wijze waarop ...

De voorzitter:

En de vraag is?

Mevrouw Arissen (PvdD):

... deze er nu snel doorheen wordt gedrukt niet verantwoord en daarom stemmen wij tegen de wet." U zegt nu dat u volledig gerust ben gesteld tijdens de kabinetsformatie ...

De voorzitter:

De vraag?

Mevrouw Arissen (PvdD):

... en tijdens de onderhandelingen. Hoe zorgt D66 ervoor dat die zogenaamde sleepnetfunctie uit de wet wordt gehaald? Wordt de wet alsnog zo in werking gesteld, zoals ...?

De voorzitter:

Nee, dit kan niet. Echt, het moet kort. Heel kort.

Mevrouw Arissen (PvdD):

Dan is mijn vraag: hoe haalt D66 de sleepnetfunctie uit de wet?

De heer Verhoeven (D66):

Ik heb inderdaad, en dank daarvoor, destijds met veel energie, een vrij lange bijdrage en veel voorstellen tot aanpassing van de wet gepoogd om de wet beter te maken, maar vervolgens is de wet wel door een overgrote meerderheid aangenomen in beide Kamers. Dan is die wet nu dus gewoon een feit. Vervolgens kregen we tijdens de kabinetsformatie de mogelijkheid om alsnog afspraken te maken over die wet. Dat hebben we gedaan, juist door letterlijk te zeggen dat er geen sprake kan, mag en zal zijn van een sleepnet. Dat wordt na twee jaar getoetst door een onafhankelijke commissie.

De voorzitter:

Dit is een herhaling. Mevrouw Arissen.

De heer Verhoeven (D66):

Ja, maar het is een antwoord op de vraag van de gewaardeerde collega en ik probeer echt op een duidelijke manier nog één keer te zeggen wat mijn positie is, ook omdat ik de vraag vaker krijg in het land ...

De voorzitter:

Die heeft u duidelijk gemaakt.

De heer Verhoeven (D66):

... en het goed is als mensen weten waarom ik het als volgt heb aangepakt. Dus dat is mijn antwoord op uw vraag. Ik heb als parlementariër naar eer en geweten alle momenten aangegrepen om de scherpe kantjes van de wet af te krijgen. Ik zal bij het referendum ook aan iedereen die dat van mij wil horen, uitleggen waarom ik dat gedaan heb. Ik vind het ook mijn verantwoordelijkheid als Tweede Kamerlid om duidelijk uit te leggen waar je staat als Tweede Kamerlid ...

De voorzitter:

Ja, helder.

De heer Verhoeven (D66):

... op het moment dat de bevolking vragen heeft. Dan moet je daarnaar luisteren.

De voorzitter:

Mevrouw Arissen heeft nu het woord.

Mevrouw Arissen (PvdD):

Ik waardeer het enorm dat de heer Verhoeven mijn vraag probeert te beantwoorden. Echter, hij is niet beantwoord. Mijn vraag was namelijk: hoe haalt D66 de sleepnetfunctie uit de wet?

De heer Verhoeven (D66):

Heel kort dan.

De voorzitter:

Ja, graag.

De heer Verhoeven (D66):

We hebben een passage in het regeerakkoord. Daar staat in dat er geen sleepnetfunctie zal zijn zoals beschreven, en als die er wel is, passen we de wet aan. Die garantie had ik niet tijdens de wetsbehandeling, want toen zei een overgrote meerderheid: we gaan die wet niet meer aanpassen, meneer Verhoeven, gaat u maar weg met uw twintig amendementen. Nu heb ik alsnog voor elkaar gekregen dat de wet wordt aangepast. Dat staat letterlijk in het regeerakkoord, als een onafhankelijke commissie constateert dat er toch sprake blijkt te zijn van een sleepnet. Ik heb dus voor elkaar gekregen dat er geen sleepnet komt. Dat hebben de vier regeringspartijen afgesproken. De andere drie waren allemaal voor deze wet, wij niet. Als die er wel komt, zullen we een aanpassing in de wet doorvoeren om er alsnog voor te zorgen dat het ook wettelijk niet meer mogelijk is.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Arissen.

Mevrouw Arissen (PvdD):

Zoals D66 weet, is juist de onderzoeksopdrachtgerichte interceptie de sleepnetfunctie in de wet. Deze treedt gewoon per 1 mei in werking. Als D66 als coalitiepartner nu toezegt dat de sleepnetfunctie uit de wet wordt gehaald, zijn wij heel blij.

De heer Verhoeven (D66):

Dan is het ook van belang om te zeggen dat er natuurlijk allerlei andere waarborgen in de wet zitten die ervoor zorgen dat er nooit sprake zal zijn van bijvoorbeeld langdurig, grootschalig en stelselmatig aftappen, want er is bijvoorbeeld een commissie vooraf, een commissie van rechters, die de goedkeuring van de minister van een verzoek van de AIVD moet goedkeuren. Je hebt dus eerst rechters die de toestemming van de minister moeten goedkeuren en achteraf heb je nog een toezichthouder, de CTIVD, die ook voortdurend en op elk moment kan kijken of de wet wel goed wordt uitgevoerd door de AIVD. Die waarborgen hebben we destijds besproken en die zijn ook versterkt. Onder andere in de Eerste Kamer is de waarborg op het gebied van het toezicht verder versterkt dan het geval was toen we het onderwerp in de Tweede Kamer behandelden. Ook dat is een extra waarborg voor geen sleepnet. Ik hoop echt dat u overtuigd bent. Ik zie u nee schudden. Dat doet mij veel verdriet, maar gelukkig hebben we nog een aantal maanden om hierover te debatteren.

De heer Martin Bosma (PVV):

De heer Verhoeven kwam aan met allerlei voorbeelden van fakenieuws uit Siberië van heel lang geleden, maar het gaat over Nederland. Gisteren heeft de minister gezegd dat Rusland heeft geprobeerd om de verkiezingen in Nederland te beïnvloeden. Ik heb in mijn bijdrage het AIVD-rapport uit 2016 genoemd. Daarin staat dat de AIVD geen hard bewijs heeft gevonden dat Rusland heeft geprobeerd de verkiezingen te beïnvloeden. Vorig jaar was de heer Verhoeven lovend over dat rapport en steunde hij het. Daarom hebben wij al die debatten gehad, met al die scherpe inbrengen van de heer Verhoeven. Waarom beweert hij nu ineens het tegenovergestelde?

De heer Verhoeven (D66):

Nu haalt de heer Bosma echt willens en wetens, dus bewust, allerlei dingen bij elkaar om een soort verhaal te construeren dat gewoon niet klopt, dus dit is een heel matige interruptie. Dat is dan voor de kijkers thuis. Het is eigenlijk ook de disclaimer bij alles wat de heer Bosma zegt, zodat het nepnieuws van de heer Bosma door mij een beetje wordt ontkracht. Ik heb nooit iets over dat AIVD-rapport gezegd, behalve dat ik eraan gerefereerd heb; het staat er letterlijk in. Er zijn ook andere voorbeelden, bijvoorbeeld de hack op de OVV vlak voordat het rapport over de MH17 uitkwam. Ook in allerlei andere landen hebben inlichtingendiensten en andere organisaties duidelijk aangegeven dat de Russen achter pogingen tot beïnvloeding zaten. In die zin zijn er talloze voorbeelden waaruit blijkt dat de Russen op verschillende manieren, via hacken, dan wel via advertenties, dan wel via het verspreiden van nepnieuws door allerlei bots en trollen, desinformatie proberen te verspreiden via social media. Het is dus een serieuze kwestie. Daar moeten we absoluut wat aan doen.

De heer Martin Bosma (PVV):

Hoe kan het dat de AIVD in 2016 zei dat er geen beïnvloeding is en dat een D66-minister gisteren zei dat er wel sprake is van beïnvloeding? Wat is er in de tussentijd gebeurd?

De heer Verhoeven (D66):

Geen idee, maar er zijn diverse bronnen waaruit blijkt dat er allerlei vormen van nepnieuws zijn. Het is heel goed om deze vraag ook nog even aan de minister te stellen, maar de AIVD, de NCTV en allerlei andere organisaties hebben duidelijk gewezen op het feit dat er Russische beïnvloeding is.

Maar de heer Bosma heeft wel gelijk dat er ook in Nederland sprake is van het verspreiden van nepnieuws. Ik moet bijvoorbeeld denken aan het feit dat de heer Wilders op een gegeven moment een foto twitterde waarop de heer Pechtold tussen allerlei shariademonstranten stond. Dat is ook een voorbeeld van het verspreiden van nepnieuws. Daar zijn dus allerlei voorbeelden van. Het is goed om daar een serieus debat over te voeren, want mensen nemen heel veel dingen voor waar aan terwijl die gewoon niet kloppen. Dat is slecht voor de democratie en dat is slecht voor het publieke debat.

De heer Martin Bosma (PVV):

Net zei de heer Verhoeven dat dat nepnieuws moet worden aangepakt. Ook politici moeten dus worden aangepakt als zij iets melden en daarvoor het stijlfiguur van de ironie gebruiken. Zo ver gaat de liberale partij D66 dus al.

De heer Verhoeven (D66):

Als het plaatsen van foto's van de heer Pechtold tussen shariamensen ironie is en de Republiek Amsterdam een volstrekt serieuze aangelegenheid, wordt de vergelijking wel heel lastig.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw betoog.

De heer Verhoeven (D66):

Dat is precies het punt dat ik wil maken. De heer Bosma goochelt altijd met allerlei ingrediënten en komt dan tot een soort verhaal dat aan alle kanten rammelt, maar omdat het leuk uitgesproken is, lijkt het nog wat. Mensen trappen daarin. Dat is volgens mij niet goed voor onze democratie.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Verhoeven (D66):

Ik zoek even de draad van mijn verhaal terug. Volgens mij sprak ik over wat we in Nederland gaan doen aan dat nepnieuws. In het regeerakkoord staat dat er 5 miljoen extra voor onderzoeksjournalistiek wordt uitgetrokken. Dat is heel belangrijk. Ik ben heel blij dat de minister heeft geschreven in gesprek te gaan met Facebook, Google en Twitter over het tegengaan van politieke beïnvloeding. Ik wil de minister vragen om daarbij drie zaken aan te kaarten. Een: een scherpere aanpak van fakenieuws, trollen en bots. Twee: meer openheid van politieke advertenties. Drie: meer openheid over de algoritmes die die grote socialmediabedrijven gebruiken, want die bepalen de content en de plaatsingsvolgorde van bepaalde berichten. Is de minister bereid om in Europees verband voorop te blijven lopen in deze discussie?

Een tweede punt op dit vlak is dat we graag een bewustwordingscampagne willen om mensen meer digitaal weerbaar te maken tegen al dat nepnieuws. Uiteraard zou het het beste zijn om zo snel mogelijk te beginnen met digitale vaardigheden in het basisonderwijs, maar op de korte termijn moeten we ook wat doen. Daarom zou ik graag een bewustwordingscampagne willen. Die campagne zou ik "Trap er niet in!" willen noemen. Daarmee kunnen mensen zien dat niet alles wat men op internet leest per se waar hoeft te zijn. Dat zou kunnen helpen bij de bewustwording van nepnieuws. Is de minister bereid tot zo'n campagne als "Trap er niet in!", om ervoor te zorgen dat mensen begrijpen dat er nu eenmaal heel veel onjuiste berichten in omloop zijn en dat die ook actief verspreid worden?

Dan het onderwerp waar mijn collega van het CDA, de heer Van der Molen, ook al naar vroeg. Uit onderzoek blijkt dat trollen en bots ook veelvuldig zijn ingezet in de campagnes in Duitsland en Frankrijk. Ik zou mij daarom graag aansluiten bij het idee van de heer Van der Molen om een onderzoek in te stellen naar de beïnvloeding van buitenlandse actoren en op welke partijen of stromingen die beïnvloeding gericht was. Daarbij meld ik toch even de volgende drie feiten. In februari berichtte de NRC al over het gebruik van nepprofielen en trollen door DENK. De New York Times schreef over Russische inmenging in het debat over het Oekraïnereferendum via de partij van Thierry Baudet, die hier vandaag helaas niet aanwezig is. Diezelfde partij kwam overigens met een Facebook-campagne vanuit het niets met twee zetels in de Tweede Kamer. Ik zou ook willen wijzen op de fakenieuws-inbreng van de heer Bosma, zojuist in dit debat. Het lijkt me dus goed om dit te onderzoeken. Daarom steun ik het voorstel van mijn CDA-collega hierover.

De heer Öztürk (DENK):

Heb ik goed gehoord dat de heer Verhoeven van D66 hier zegt: er komt een "Trap er niet in!"-campagne? Volgens mij is die campagne al anderhalf jaar geleden door DENK ingezet.

De heer Verhoeven (D66):

Oké. Dat wist ik niet.

De heer Öztürk (DENK):

We hebben toen een prachtig mooi filmpje gemaakt met de boodschap: mensen, trap er niet in! De eerste keer dat ik "trap er niet in!" in deze Kamer heb gezegd, was precies drie jaar terug. Toen werden wij uit de PvdA gezet en droegen PvdA-Kamerleden allerlei onware gegevens over aan de journalisten. Toen heb ik ook gezegd: trap er niet in. Dit is dus óf plagiaat óf u vindt het zo'n goede campagne dat u denkt: nou, dat nemen we over. Het is een van de twee.

De heer Verhoeven (D66):

Nou ja, plagiaat lijkt me niet de weg die ik in wil slaan. Ik wist dit oprecht niet. Ik vind het hartstikke mooi dat de "Trap er niet in!"-campagne van DENK blijkbaar ook bij ons op de burelen navolging gevonden heeft. Ik zou dus willen zeggen: als ik hier straks met een motie over kom, dan mag de heer Öztürk mij daarin steunen. Ik hoop dat we dan samen kunnen optrekken. Dan kunnen we samen de barricaden op en zeggen: trap er niet in!

De heer Öztürk (DENK):

Ik ben bereid om de campagnefilms voor D66 en deze minister te maken: trap er niet in!

De heer Verhoeven (D66):

Nou, daar wil ik graag vriendelijk voor bedanken. Het meeondertekenen van de motie door DENK vind ik op dit punt ruim voldoende.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Verhoeven ...

De heer Verhoeven (D66):

Ik was nog niet klaar, hoor. Ik weet dat mijn tijd doorloopt, maar dat geldt voor iedereen in dit leven.

Ik wil het nog even hebben over de digitale dienstverlening door de overheid. In het regeerakkoord staat dat er een ambitieuze agenda voor de digitalisering van het openbaar bestuur komt. Ik ben nu overigens aanbeland bij de portefeuille van de staatssecretaris, van wie ik ook heel veel verwacht op dit gebied. Ik hoor graag van hem of hij dit ook als een belangrijk punt ziet en als een onderwerp waar hij zich in de komende jaren echt op wil gaan focussen.

We hebben gezien dat de breedheid van het thema "digitalisering" de nodige diepgang nog weleens in de weg staat. Het is vaak op allerlei fronten een beetje aan knoppen draaien, maar het komt niet tot een gestructureerde, integrale aanpak. We zien ook nog te vaak ICT-projecten die gewoon niet goed gaan. Neem bijvoorbeeld het BRP-project, maar er zijn in het verleden talloze voorbeelden te vinden. De commissie-Elias heeft daar destijds een rapport over afgeleverd. Welke taak ziet de staatssecretaris hier voor zichzelf? Is dit voor hem ook echt een prioriteit? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat we de komende jaren minder falende ICT-projecten zien? Ik geef toe dat dit politiek gezien misschien een wat minder sexy onderwerp is, want het goed beheren en managen van projecten wordt over het algemeen minder aantrekkelijk gevonden dan het opstarten van grootschalige nieuwe projecten. Ik zou het juist zo mooi vinden als dit kabinet aan de slag zou willen gaan met die nieuwe soberheid op het gebied van goed beheer.

Voorzitter, mijn laatste punt. Het voorkomen van falende ICT-projecten zou je moeten doen volgens het principe van "open source, tenzij". Ik bedoel daarmee: maak de broncode van software die met publiek geld is gefinancierd openbaar. Dat is een stimulans voor leveranciers van ICT om echt kwaliteit te leveren, en anderen kunnen diezelfde software dan weer gebruiken voor hun ideeën. Is de staatssecretaris bereid om het "open source, tenzij"-principe over te nemen en is hij ook bereid om één digitaal loket te creëren waar mensen kunnen zien welke software open source beschikbaar is?

Mijn laatste punt betreft de beveiliging van gemeentewebsites. De voorganger van deze staatssecretaris was een minister, namelijk PvdA-minister Plasterk. Hij ging te laconiek om met de gemeentewebsites. Ik hoop dat hier wat meer aandacht voor kan komen nu we een staatssecretaris hebben die op dit punt de verantwoordelijkheid heeft. Is hij bereid om de gemeenten aan te jagen, natuurlijk op een passende wijze als het gaat om de bestuurlijke verhoudingen, om hun websites te beveiligen, bijvoorbeeld door protocollen als HTTPS, DNSSEC en IP versie 6 te implementeren? Welk doel stelt de staatssecretaris hier voor hemzelf?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Verhoeven. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kuiken namens de PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Ook ik feliciteer de minister met haar benoeming. De staatssecretaris hadden we al eerder in een debat getroffen. Wij zullen elkaar nog veelvuldig treffen.

Het vertrouwen in ons politici is laag. Ik denk dus niet dat we de inwoners van Nederland hoeven uit te leggen dat ze er niet in moeten trappen. Ik denk dat we juist het omgekeerde moeten doen: wat is er nou nodig om er wel in te trappen en ons het vertrouwen te gunnen dat we nodig hebben om ons werk te kunnen doen? Ambtenaren en politici doen allemaal hun stinkende best, maar de integriteit van het bestuur staat onder druk. De onderwereld probeert in de bovenwereld door te dringen, en dat lukt helaas te vaak ook. Ik hoor dat met name in Brabant en Limburg, maar dat speelt in heel Nederland een rol.

Het is ook niet zo verwonderlijk dat we er niet van gediend zijn als bedrijven, neem een firma Snellever, goede contacten onderhouden met lokale raadsleden en op een duistere manier invloed krijgen met campagnegeld of op andere wijze. Gelijktijdig zien we dat in de landelijke politiek deals worden gemaakt met firma's die onvoldoende transparant zijn, waarvan de lobby onduidelijk is en waar we vervolgens als politici ook nog eens onvoldoende over geïnformeerd worden. We zien dat we van hoog tot laag nog wel echt een slag hebben te slaan als het gaat om integriteit, transparantie in ons werk en de vraag of we integer omgaan met de invloeden die we als politici allemaal alle dagen tegenkomen.

Ik maak me dan ook oprecht zorgen, in dit geval als gaat over de gemeenteraadsverkiezingen, of gemeenten daar voldoende tegen zijn opgewassen, of gemeenten voldoende in staat zijn om de integriteit te waarborgen, om ondermijning en intriges buiten de deur te houden. Er ligt een handreiking om gemeenten daarbij te ondersteunen. Ik vraag me af of dat voldoende is. Ik wil de minister dan ook vragen welke extra instrumenten ingezet kunnen worden om de gemeenten te ondersteunen bij het waarborgen van de integriteit. Daarbij denk ik aan een vog voor alle raadsleden. Veel raadsleden hebben die al, maar het is nog niet vanzelfsprekend. Ik denk aan instrumenten voor burgemeesters. Hoe kunnen zij nu omgaan met raadsleden, dan wel wethouders die zich niet integer gedragen? Het gaat dan dus niet om strafbare feiten maar om niet-integer gedrag. Feitelijk staan zij dan met lege handen. Welke instrumenten kunnen zij inzetten om dan toch handelend op te treden?

En hoe gaan we om met de transparantie van campagnegeld? Er wordt door D66 aan gerefereerd als het gaat om advertenties, maar het gaat natuurlijk om het volledige vraagstuk waar geld vandaan komt. Ik heb collega-raadsleden gehoord die zeggen dat zij af en toe worden benaderd door lokale omroepen die pakketten aanbieden voor reclame-uitingen die veel verder gaan dan het campagnegeld dat bij hen beschikbaar is. Dan blijken er collega-raadsleden te zijn, soms van lokale partijen, die soms tienduizenden euro's campagnegeld hebben waarvan niemand weet waar het vandaan komt. Vaak uit sponsoring door niet nader genoemde firma's, waarvan niet meer te traceren valt of zij dat gekregen hebben en waarvan ook niet duidelijk is wat er gebeurt als er een bestemmingsplan in stemming komt en hoe die invloed dan zijn weg vindt. Kortom, wij vinden dat belangrijk.

Voorzitter. Ik vind het ook belangrijk dat wij kijken hoe wij het lokaal bestuur en raadsleden verder kunnen versterken. Van kleine fracties, met weinig tijd en weinig geld, wordt veel verwacht. Op welke manier is de minister van plan om dat te ondersteunen?

Voorzitter. Nepnieuws. Wij hebben er allemaal mee te maken. Ik maak mij geen illusies. Ik denk dat wij een probleem hebben, zowel in binnen- als in buitenland. Daarom vond ik de brief van gisteren ook zo teleurstellend. Er staat feitelijk niets nieuws in. Mijn eerste vraag is dan ook: wat is nu feitelijk de aanleiding? Welke concrete dreigingen komen er op Nederland af? Wat kunnen we daaraan doen? Zijn er strafrechtelijke mogelijkheden die de minister aan het onderzoeken is die wij kunnen inzetten als Nederlands parlement, als Nederlands kabinet, om dat tegen te gaan? En welke rol gaat de minister zelf vervullen, in Nederland maar ook in Europees verband, om dat nepnieuws tegen te gaan? Het kan niet zo zijn dat wij een scoop scoren in de Telegraaf, maar dat vervolgens onduidelijk blijkt wat wij nu precies gaan doen. Daarvoor is het probleem — daar ben ik echt niet naïef in, het probleem van Russische maar ook andere invloeden — te groot. Graag een reactie van de minister.

De heer Verhoeven (D66):

Ik ben het eens met mevrouw Kuiken dat dit een belangrijk onderwerp is. Wat vond mevrouw Kuiken van de voorstellen die CDA en D66 hebben gedaan op het gebied van het aanpakken van nepnieuws? Een onderzoek in gesprek met Google, Facebook, Twitter over die advertenties? Die bots en die trollen aanpakken, een bewustwordingscampagne? Ik hoop op de steun van de Partij van de Arbeid te mogen rekenen om hier samen op te trekken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

U mag op mijn steun rekenen. Ik vond het een klassiek een-tweetje van u met uw minister. De minister komt met een inkoppertje via De Telegraaf en u doet er als coalitiepartners een aantal voorstellen bij, met meer inhoud dan de brief van de minister. Graag meer hiervan, maar ik verwacht ook nog wat meer van de minister.

De heer Verhoeven (D66):

Volgens mij haakt de Nederlandse bevolking nu juist af als wij in de Tweede Kamer gaan praten over politieke een-tweetjes. De minister heeft een brief gestuurd en CDA en D66 hebben aanvullende voorstellen gedaan die we hier vandaag bespreken. Laten we die op inhoud bespreken. Ik ben blij dat mevrouw Kuiken ook wat ziet in die voorstellen en dat zij er een concretisering in ziet. Dat is een mooie invulling van het dualisme, waarbij de minister met een hoofdlijn komt en de Kamer, al controlerend, tot een wat verdere verdieping kan komen. Het zou mooi zijn als de Partij van de Arbeid dat ook zou proberen de komende jaren. Ik reken daar ook wel op!

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Zeker, dat mag u doen. Ik houd u ook aan uw dualisme. Ik zie al wel dat u heel flexibel bent geworden in uw opvattingen, dus dat belooft nog wat voor de rest van de komende jaren.

De heer Verhoeven (D66):

Ik ben al zeveneenhalf jaar flexibel in mijn opvattingen. Dat heet voortschrijdend inzicht, praktische politiek, doen wat er nodig is om veranderingen in de wereld te kunnen meenemen in plaats van vastzitten in je eigen dogma's.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

U heeft goed geoefend voor de spiegel. Ik heb het gezien. U bent klaar voor het debat. Voorzitter, ik ga door met de topinkomens bij de overheid. Het zal geen verrassing zijn dat ik het buitengewoon teleurstellend vind dat de WNT3 in de ijskast is gegooid. Dat betekent dat er nog heel veel geld terechtkomt bij mensen van wie wij niet willen dat het daar terechtkomt. Hoe kunnen we zeggen: politieagent, verpleegster, onderwijspersoneel, wacht nog maar even, terwijl de hoge omes en vrouwkes er nog met heel veel geld vandoor gaan? Ik ga daarover een open vraag stellen. Ik kan me niet voorstellen dat de minister alles maar oké vindt. Neem die private zorginstellingen die meer dan €200.000 binnenhalen omdat zij aan de subsidiekraan van de overheid zitten. De gemeenteraad van Amsterdam vond dat niet oké. De minister zal dat vast ook niet oké vinden. Ik wil van haar weten, als dit wetsvoorstel het niet wordt, wat zij dan wel wil om de onrechtmatige topinkomens samen aan te pakken.

Ik heb al gezegd dat vertrouwen in de politiek ontzettend belangrijk is, net als vertrouwen in de overheid. Als inwoner van Nederland wil je dat de overheid er is voor jou, dat de regeltjes voor jou werken, dat je door de overheid niet verder in de schulden komt, dat de overheid je helpt, dat je niet op je AOW wordt gekort als er men erachter komt dat er in 1966 een klein foutje is gemaakt, dat de overheid er is om jou te beschermen tegen dit soort onkunde. Ik vraag de minister als coördinerend minister wat zij concreet gaat doen om ervoor te zorgen dat de overheid naast de burger staat, dat we de paarse krokodil lek kunnen prikken. Wat is haar actieplan?

Ik rond af. Er is een aantal goede vragen gesteld over de democratie en hoe wij die kunnen versterken. Er zijn ook goede vragen gesteld over discriminatie. Ik sluit mij daar kortheidshalve bij aan.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Van der Graaf namens de ChristenUnie. Mevrouw Van der Graaf houdt haar maidenspeech. Dat betekent ook dat zij niet mag worden geïnterrumpeerd.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Voorzitter. Dank voor het woord.

Voor wie sta ik hier? Voor wie staan wij hier? Dat is de vraag die ik mijzelf stel nu ik hier voor het eerst namens de ChristenUnie het woord mag voeren. Twee weken geleden werd ik beëdigd als Kamerlid en vandaag mag ik hier al staan, op een voor mij speciale dag. Op 15 maart 2007 werd ik beëdigd als lid van Provinciale Staten in Groningen. Vandaag, op de dag af tien jaar en acht maanden later, is mijn opvolger beëdigd, vanochtend. Daarmee is ook een eind gekomen aan mijn Statenlidmaatschap daar. Het afscheid schiet er nu eventjes bij in, maar als de Kameragenda dat toelaat — dat heb ik deze week al geleerd — dan komt het er hopelijk nog een keertje van.

Toen ik in 2007 Statenlid werd, wilde ik mijn verantwoordelijkheid in de samenleving oppakken. Ik besef nu dat dit wel heel grote woorden waren voor de rechtenstudent die ik toen was. Maar toch, zo ervoer ik het. Als ik nu op die periode terugkijk, dan komen mij vooral de mensen voor ogen voor wie ik er mocht staan. Ik denk dan aan de ouders die een jeugdzorgaanbieder wilden kiezen die het beste bij hun kind en hun opvoeding paste, en aan de bewoners die wilden delen in de opbrengsten van windmolens vlak bij hun in de buurt. Ik denk aan de uitgeprocedeerde asielzoekers uit Irak die uit protest wekenlang een tentenkamp opsloegen in Ter Apel, maar waar geen stromend water was en aan de vluchtelingen uit Syrië die met alles wat ze nog mee konden nemen een heel eind langs de aardappelvelden moesten lopen, voordat ze bij het aanmeldcentrum in Ter Apel aankwamen. Ze kunnen nu met de bus. Ik denk ook aan de boeren die ruimte wilden om hun bedrijf verder te ontwikkelen, in ruil voor investeringen in duurzaamheid, aan de voedselbanken die het eten gekoeld wilden transporteren en grote voedseltuinen wilden opzetten in de provincie en aan de scholieren die nu met korting naar de school van hun keuze kunnen reizen.

Als ik terugkijk op die periode in Groningen, dan was de aardbeving in Huizinge in 2012 als gevolg van de gaswinning, de zwaarste aardbeving tot nu toe, een keerpunt. Veel mensen zijn de wanhoop nabij. Ze voelen zich onveilig, hebben een groot gevoel van onmacht en weten niet meer waar ze het moeten zoeken. Ze hebben het vertrouwen in de overheid verloren. Daar ligt de opdracht voor de overheid, om te werken aan het herstel van vertrouwen en om mensen weer perspectief te geven. Ik ben bij veel van deze mensen thuis geweest en ik heb hun verhalen gehoord. Toen heb ik pas echt ervaren wat het betekent om volksvertegenwoordiger te zijn: om naast de mensen te staan en om te streven naar recht als er onrecht plaatsvindt. Dat is de drijfveer die ik meeneem naar de Tweede Kamer en ik zie uit naar de samenwerking met u allen.

Vanaf deze plek wil ik ook de nieuwe bewindspersonen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van harte feliciteren met hun ambt in het hart van het openbaar bestuur en de democratie. Ik wens hun veel wijsheid en zegen toe bij de uitvoering van hun taken. Ik zie uit naar een goede samenwerking. Ik wens in het bijzonder de minister een goede samenwerking toe met de gemeenten, de provincies en de waterschappen. In de afgelopen jaren hebben zij veel voor hun kiezen gekregen, onder andere met de decentralisaties, en ze hebben niet altijd het gevoel gehad dat er binnen het kabinet voor hun belangen en zorgen werd opgekomen. Daar ligt voor de minister een mooie uitdaging. Ik doe op haar het appel om het openbaar bestuur weer echt te herwaarderen.

In deze weken worden er op veel plekken lokale kieslijsten gevuld met mensen die enthousiast en gedreven zijn om de komende jaren hun tijd en energie in dienst te stellen van hun dorp of hun stad. Op een aantal plekken worden zelfs volgende week al raadsleden verkozen in verband met de herindelingsverkiezingen. Een goed functionerende lokale en provinciale democratie is heel belangrijk, maar niet vanzelfsprekend. Het is daarom van belang dat het regeerakkoord oog heeft voor de versterking van de opleiding en toerusting van de raads- en Statenleden. Daar is werk aan de winkel. Met de gemeenteraadsverkiezingen in het achterhoofd, vraag ik de minister of zij bereid is om op korte termijn werk te maken van een actieplan voor de versterking van de lokale democratie. Ik heb in de afgelopen tijd contact gehad met raadsleden. Daaruit blijkt dat niet alle raadsleden toegang hebben tot ondersteuning bij hun werk, onder andere via scholing. Voor Statenleden en raadsleden in grote steden is het redelijk op orde, maar vooral in de kleinere gemeenten zijn de mogelijkheden beperkt of niet aanwezig, of zijn de drempels heel hoog. Er zijn in de afgelopen jaren veel taken naar de gemeenten gegaan, zoals de Wmo en de jeugdzorg. Er komt dus veel op het bordje terecht van die raadsleden. Komende woensdag mogen we weer naar de stembus. De kiezer heeft er recht op dat de volksvertegenwoordigers goed zijn toegerust voor hun taak. Wat is daarop de visie van de minister?

Voorzitter. In de meeste gemeenten wordt het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen georganiseerd, maar in de gemeenten waar herindelingsverkiezingen plaatsvinden, kan dat niet samengaan. Bij het referendum over het Oekraïneverdrag in 2016 hebben herindelingsgemeenten een tegemoetkoming gekregen voor de extra kosten die ze daarom moesten maken. Is de minister bereid om de gemeenten ook nu tegemoet te komen?

Mensen maken zich zorgen over de veiligheid in het land en de invloeden vanuit het buitenland op onze samenleving. De brief van de minister over de beïnvloeding van de publieke opinie door statelijke actoren is zorgwekkend. Dat toont ook aan hoe kwetsbaar we zijn. Toont dit ook niet juist het belang aan van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten? Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. Ik geloof in de kracht van de samenleving. Inwoners zijn vaak veel beter in staat om problemen op te lossen dan de overheid. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de inwoners van Kloosterburen in mijn eigen provincie, die met een coöperatie de zorgvoorziening voor ouderen in hun eigen dorp hebben gekocht en zo zorg dicht bij huis konden houden, op een plek waar de voorzieningen onder druk staan. En de Roggeveenstraat hier in Den Haag, waar bewoners, verenigd als coöperatie, als eerste bewonersgroep in Nederland hun eigen straat konden kopen en waar de gemeente als bondgenoot van de buurt meewerkte.

In het regeerakkoord wordt er ruimte gegeven aan initiatieven vanuit de samenleving. Er wordt werk gemaakt van het uitdaagrecht, zodat inwoners de overheid kunnen uitdagen om een publieke taak zoals een buurthuis of een groenvoorziening mét budget aan hen over te dragen. Er komen experimenten met het recht op overname, stuk voor stuk voorstellen uit de Initiatiefnota coöperatief overheidsbestuur, die de ChristenUnie vorig jaar samen indiende met de Partij van de Arbeid. Hoe wil de minister dit vormgeven? En zal dit ook wettelijk verankerd moeten worden? De inwoners van Kloosterburen en van de Roggeveenstraat waren vasthoudend. Zij waren innovatief en hebben het uiteindelijk gered. Maar er moesten nogal wat hindernissen worden genomen. En die obstakels moeten uit de weg. Is de minister bereid om daar wat aan te doen?

Het kabinet wil ook aan de slag met het wegnemen van belemmeringen die mensen ervaren in de grensregio's. Er zijn nu nog te veel belemmeringen. Zo worden diploma's niet altijd erkend, vallen er gaten in de pensioenopbouw en zijn verzekeringen soms duurder. Een Nederlandse verpleegkundige met mbo-3 kan nu niet als vakkracht aan de slag in de Duitse ouderenzorg, omdat er aanvullende kwalificaties nodig zijn. Is de staatssecretaris bereid om hier snel actie op te ondernemen en, zo ja, hoe wil hij dat dan aanpakken?

We leven in een tijd waarin tegenstellingen tussen mensen vaak worden uitvergroot. Des te urgenter wordt de vraag wát we met elkaar delen. Waar we elkaar in ieder geval in kunnen vinden, zijn de Nederlandse vrijheden en gelijkheden, verankerd in onze Grondwet. De Grondwet heeft naast een juridische ook een symbolische functie. Die laatste kan beter tot uitdrukking worden gebracht. Met het opnemen van een algemene bepaling wordt daar al een begin mee gemaakt. Maar de grote vraag is nu wat mij betreft hoe we ervoor zorgen dat die Grondwet echt een levend document wordt, die ons als mensen dichter bij elkaar brengt. En hoe wil de minister daaraan werken?

Voorzitter, ik kom tot een afronding. Ik begon met de vraag: voor wie sta ik hier? Ik sta hier voor mensen met plannen en idealen, met wensen en zorgen, oud en jong. Als Kamerlid wil ik naar hen luisteren en een stem geven aan degenen die geen stem hebben. Ik wil streven naar recht als er onrecht plaatsvindt. Dank u wel.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Dank u wel. U hebt mooi gesproken. Van harte gefeliciteerd met uw mooie maidenspeech. Om de gelegenheid voor felicitaties te geven, schors ik de vergadering voor vijf minuten. Ik zal u als eerste feliciteren.

De vergadering wordt van 13.02 uur tot 13.07 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef mevrouw Arissen namens de Partij voor de Dieren het woord.

Mevrouw Arissen (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Mensen brengen steeds meer tijd online door. De mobiele telefoon, de tablet of de computer is steeds binnen handbereik. Alles wat je doet, zegt, vindt, hebt of bent, waar je bent en met wie, is tegenwoordig online te vinden. En de overheid kijkt straks met je mee en slaat alles op voor drie jaar en misschien wel voor altijd. Maakt dat de wereld veiliger? Of geven we steeds meer privacy op voor een schijnveiligheid, voor steeds meer overheidscontrole en censuur? Staan mensenrechten niet op de tocht, zoals het recht op privacy en de vrijheid van meningsuiting? En kunnen we er wel van op aan dat de overheid zich zal opstellen als de beschermende broer in plaats van de "big brother" die je bespiedt? Wat zal er gebeuren met de persvrijheid als journalisten hun bronnen niet meer kunnen beschermen?

Maar er gloort ook een beetje hoop aan de horizon. Want de cruciale sleepnetonderdelen van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 zullen niet op 1 januari, maar per 1 mei 2018 in werking treden. Gisteren is formeel bekendgemaakt dat het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, beter bekend als de sleepwet, op 21 maart 2018 zal plaatsvinden. Hoewel het referendum in maart niet als reden van de uitgestelde inwerkingtreding werd genoemd, siert het de minister toch dat zij de wet in ieder geval niet vooraf in werking laat treden. Dank daarvoor dus.

Het is namelijk ontzettend belangrijk dat alle mensen dan en in aanloop naar het referendum luid en duidelijk zeggen dat de buitenproportionele bevoegdheden die de inlichtingendiensten krijgen, onder andere om massaal onschuldige burgers af te tappen, moeten worden teruggedraaid. Zeker nu de coalitiepartijen op voorhand zeggen de wens van het volk te zullen negeren, roept de Partij voor de Dieren iedereen op om samen met ons keihard campagne te voeren om deze sleepwet van tafel te vegen — van tafel te slepen.

De heer Verhoeven (D66):

Ook hier even de precieze feitelijke situatie: de heer Buma van het CDA heeft in een interview iets gezegd over het negeren van een uitslag en vervolgens heeft de Kamer tijdens het debat over de regeringsverklaring een motie volgens mij collectief overgenomen. Die motie was volgens mij van de SP afkomstig en luidde dat de uitslag van het referendum serieus genomen zou worden. Dat is volgens mij de laatste stand van zaken, dus dat lijkt mij wel van belang voor het betoog van mevrouw Arissen.

Mevrouw Arissen (PvdD):

In ieder geval fijn dat ook D66 vindt dat de uitslag van het referendum zeer serieus genomen moet worden. Ik wil daar wel op aanmerken dat tijdens het Oekraïnereferendum ook werd gezegd: we gaan het nee serieus nemen, we gaan het duiden en we gaan kijken wat de burger bedoeld heeft met een nee. Daar ging men vervolgens een halfjaar over doen. De Partij voor de Dieren hoopt dat dit nu actief wordt opgepakt, dat het inderdaad serieus wordt genomen, dat, als er inderdaad een nee uit het referendum komt, dit ook zal worden meegenomen en dat daar snel op zal worden gereageerd, in ieder geval voor de inwerkingtreding van de wet.

De heer Verhoeven (D66):

Hoe wil mevrouw Arissen dan dat dat gebeurt? Want bij het Oekraïnereferendum zagen we dat de vraag was: wel of niet ratificeren van het verdrag? Vervolgens zijn er een aantal inhoudelijke aanpassingen gedaan die tegemoetkwamen aan het debat dat had plaatsgevonden. De ene partij vond dat geen serieuze aanpak van de referendumuitslag volgen, de andere partij vond van wel. Hoe wil mevrouw Arissen dat het gebeurt? Is de Partij voor de Dieren bijvoorbeeld voorstander van het volledig schrappen van deze wet?

De voorzitter:

Kort antwoord, mevrouw Arissen.

Mevrouw Arissen (PvdD):

Nee natuurlijk niet, want de Wiv 2002 heeft modernisering nodig. Dat staat buiten enige discussie. De Partij voor de Dieren vindt wel dat je de wetsartikelen, en dat zijn juist cruciale wetsartikelen, die de sleepnetfunctie betreffen en die per 1 mei in werking zullen treden, gewoon niet in werking kunt laten treden; dat hebben we ook gecheckt bij Bureau Wetgeving. Zo simpel is het dus. Zojuist heb ik van de heer Verhoeven vernomen dat D66 heel blij is dat deze sleepnetfunctie uit de wet wordt gehaald. Wij zullen D66 daar dus ook aan houden.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Verhoeven (D66):

De Partij voor de Dieren is dus niet voor het intrekken van de wet. De vraag tijdens het referendum zal gaan over het wel of niet intrekken van de wet. Kan ik er dan op rekenen dat de Partij voor de Dieren, omdat ze de wet niet wil intrekken, campagne voor de wet zal gaan voeren?

Mevrouw Arissen (PvdD):

Nee, dan heeft de heer Verhoeven mij geheel verkeerd begrepen. Er is nu al de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002. Die behoeft modernisering, maar de Partij voor de Dieren wil absoluut niet dat de Wiv 2017 zoals die nu voorligt en in werking zal treden, op die manier in werking zal treden, omdat hij ernstige privacymankementen kent en onschuldige burgers massaal kunnen worden afgetapt. Dat wil de Partij voor de Dieren niet. Wij zullen dus absoluut campagne voeren voor een nee.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Mevrouw Arissen (PvdD):

Voorzitter. Want het is absurd om te moeten constateren dat burgers zelf een referendum moeten organiseren om hun stem te kunnen laten horen teneinde hun grondrecht op privacy, hun veiligheid en hun democratie te beschermen. Dat de overheid dit niet doet, is buitengewoon triest. Wat zegt dit over de democratie als de AIVD meer interesse heeft in uw mening dan de coalitiepartijen? Nu is naar de burgers luisteren verworden tot de burgers afluisteren. Dat laatste is wel de stand van zaken. Waar oppositie-Buma vorig jaar nog zei dat de uitslag van het raadgevend referendum over het Oekraïneverdrag moest worden gehonoreerd, want anders zouden mensen hun vertrouwen in de politiek massaal verliezen, zei hij nu, hoe anders als coalitiepartner: ik wil dat die sleepwet doorgaat, hier ga ik uiteindelijk de keuze maken dat we dit referendum niet beschouwen als een echt referendum. D66 noemde de uitspraak onhandig om vervolgens ook te zeggen dat die wet gewoon doorgaat, nu zij in de achterkamertjes van het Binnenhof gerustgesteld zijn. Eerst tegen de sleepwet en voor referenda stemmen en wanneer het even niet uitkomt voor de sleepwet en tegen referenda zijn. Dit politiek opportunisme kan toch niet de bedoeling zijn van twee partijen die democratie met een D in hun partijnaam hebben staan?

Ook vraagt de Partij voor de Dieren nogmaals — vandaag doen we dat aan de minister van Democraten 66 — wat het standpunt van dit kabinet is ten aanzien van de sleepwetreferenda. Welke mogelijkheid ziet het kabinet om de bevoegdheden uit de wet die per 1 mei in werking zal treden, te wijzigen of niet in werking te laten treden? Normaal gesproken heeft het uitroepen van een raadgevend referendum een zogenaamde opschortende werking voor de wet waarover gestemd zal worden. Kan de minister toezeggen dat de Wiv 2017 niet eerder in werking zal treden dan wanneer het kabinet beargumenteerd heeft hoe het recht zal doen aan de uitslag en wij er hier in de Kamer over gedebatteerd hebben?

Tot zover het referendum, voorzitter. Dan terug naar de sleepwet. Laat helder zijn: de Partij voor de Dieren is fel tegenstander van de inwerkingtreding van deze sleepwet en herziening van de Wiv in deze vorm. Maar dat betekent niet dat wij niet bereidwillig zijn mee te werken aan een wet die wel goed is voor onze privacy en onze veiligheid wel dient. Want zoals ik al zei: er is wel modernisering nodig. De wet is versneld, met alle gebreken, hiaten en wazige onafgebakende bevoegdheden, door beide Kamers der Staten-Generaal gejaagd, omdat er verkiezingen aankwamen. Dat is op zichzelf al een schande, maar laten we zeggen: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Ik zie dat ik over mijn tijd ben, voorzitter.

De voorzitter:

Ja.

Mevrouw Arissen (PvdD):

Laat ik tot slot zeggen: de Partij voor de Dieren is van mening dat privacy veiligheid ís. Wij zullen nooit tolereren dat onze mensenrechten, onze grondrechten op het spel worden gezet voor schijnveiligheid.

Voorzitter. Dank u wel.

De heer Martin Bosma (PVV):

Klein vraagje nog. Mevrouw Arissen houdt een gloedvol debat over democratie, met een D. Heel mooi. Nou zijn we sinds gisteren een beetje vrolijk hier in de Tweede Kamer, want we hebben een vlag en die vlag staat voor alles, iedereen mag dat zelf invullen. De vlag staat voor Nederland en voor onze geschiedenis. De voorzitter kijkt even om: ja, hij staat er nog steeds. Maar die vlag staat ook voor democratie met een D. Iedereen heeft voor die vlag gestemd, behalve de Partij voor de Dieren. Waarom zijn jullie tegen onze mooie Nederlandse vlag, die het symbool is van onze democratie?

Mevrouw Arissen (PvdD):

Wij zijn helemaal niet tegen onze vlag, dat mag duidelijk zijn. Maar we hebben in de Tweede Kamer tijdens de begrotingsdebatten en tijdens het debat over het regeerakkoord over zeer veel belangrijke onderwerpen gesproken. En wat krijgt het volk? Het volkslied en de vlag. We hebben hier het wapen van de Staten-Generaal, dat staat voor de voorzitter. Wij vinden dat wij, behalve dat we niet in een identiteitscrisis zijn aanbeland, de Nederlandse vlag helemaal niet nodig hebben om te stellen dat we hier in de Nederlandse Staten-Generaal staan, we zijn er voor de burgers en we zijn volksvertegenwoordigers voor de Nederlandse burgers. Het is wel een feit dat wij in de Tweede Kamer beleid maken dat invloed heeft op heel veel meer mensen en landen en bijvoorbeeld ook op het klimaat, dan alleen het klimaat en de mensen in Nederland. Dat wil de Partij voor de Dieren hier benadrukken.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Arissen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bisschop namens de SGP.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter, dank u wel. Allereerst ook vanaf deze plek door mij een welkom aan de minister. De staatssecretaris hebben we al welkom geheten en we hebben toen al uitgesproken uit te zien naar een vruchtbare samenwerking. Dat doe ik ook graag in de richting van hare excellentie. Ook wil ik vanaf deze plaats beide dames feliciteren die een maidenspeech hebben gehouden, collega Den Boer en collega Van der Graaf.

Voorzitter. Ik wil het hebben over herindelingen. In het regeerakkoord staat een zinsnede die ons nogal intrigeert. Ik citeer: "Een proces van herindeling is gewenst voor gemeenten die langjarig en in hoge mate afhankelijk zijn van gemeenschappelijke regelingen voor essentiële taken". Ik moest enige tijd nemen om die zin goed op me te laten inwerken, want wat staat hier nou eigenlijk? Begrijpen we het goed dat de regering het aantal gemeenten fors wil verminderen? Is dat de bedoeling? Veel gemeenten werken immers voor essentiële taken al stevig met elkaar samen. Een van de collega's zei het al: er zijn 800 samenwerkingsverbanden. En wat is daar mis mee, zou je dan zeggen. Dat doen die gemeenten om juist hun gemeentelijke verantwoordelijkheid des te beter waar te kunnen maken.

Als dit zo doorgaat, krijgt je eigenlijk een soort regio's als een kleinste bestuurslaag. Zo'n opgedrongen regionaliseringsgolf — ik zeg het maar alvast — lijkt ons als SGP zeer ongewenst. Er is eerst stevig gedecentraliseerd naar de gemeenten om beleid dicht bij de burger te brengen en nu worden diezelfde gemeenten dan vervolgens verplicht om grootschaliger te worden en her in te delen. Herindeling zorgt ervoor dat de afstand tussen bevolking en lokaal bestuur alleen maar groter wordt. Kortom, wat is nou precies de inzet van de regering? Wat is het doel en welke rol ziet ze daarbij weggelegd — dat is een tweede vraag die hiermee verbonden is — voor de provincies? Moeten die provincies nog meer dan ze nu soms al doen, gaan aandringen op herindeling? Is het niet zinvoller om juist de democratische controle op de samenwerkingsverbanden te versterken in plaats van de politiek op afstand van de burger te plaatsen? Is de regering bereid om hier onderzoek naar te doen en te bekijken welke mogelijkheden er zijn om juist de democratische controle over die vrijwillig aangegane samenwerkingsverbanden tussen gemeenten te versterken?

Voorzitter. Een enkele opmerking over het parlementaire stelsel. Het regeerakkoord rept ook over plannen rond het kiesstelsel en de regionale stem. Graag hoort de SGP welk probleem daarmee precies opgelost moet worden. Aandacht voor de regio is heel belangrijk, maar laat de regionale vertegenwoordiging, zou ik dan zeggen, maar gewoon over aan de politieke partijen. Je kunt de collega's bij naam en toenaam noemen die een sterke regionale binding hebben. Niet een stelselwijziging, maar versterking van de betrokkenheid van de burgers moet centraal staan. Kunnen we ervan uitgaan dat in ieder geval de huidige representativiteit van het stelsel gehandhaafd blijft?

Het vertrouwen van de burger is een belangrijk uitgangspunt. Wij steken het niet onder stoelen of banken: wij hebben niets gezien in de referendumwet, zoals die nu nog vigeert. Wij zullen dus ook met overtuiging voor stemmen als het gaat om de afschaffing, de intrekking van die wet, maar tegelijkertijd roept dat wel de vraag op hoe we er dan voor kunnen zorgen dat het vertrouwen van de burger in het politieke stelsel blijft bestaan en hoe wij inhoudelijk betrokken worden bij de besluitvorming.

Voorzitter. Dan even aandacht voor de constitutionele rol. Van mensen die willen inburgeren vragen we kennis van de grondwettelijke rechten en plichten. Die kennis is ook belangrijk binnen de rijksoverheid. We zijn blij dat de Kamer op voorstel van collega Van der Staaij nu serieuzer werk gaat maken van de constitutionele toetsing van wetsvoorstellen. Het is immers de verantwoordelijkheid van het parlement om ervoor te zorgen dat geen enkele wet strijdig is met de Grondwet. Maar hier ligt ook een taak voor de regering. Het zou net zo logisch moeten zijn dat Binnenlandse Zaken, het departement, een constitutionele toets doet op wetsvoorstellen als Financiën een financiële toets doet. Binnenlandse Zaken is immers het moederdepartement, in het bijzonder de hoedster van de grondrechten en de Grondwet. Welke mogelijkheden ziet de minister om de constitutionele toetsing van wetsvoorstellen door Binnenlandse Zaken in te bedden in het hele proces?

Een daaraan verbonden punt is de relatie tussen Nederland en internationale wet- en regelgeving. Er is een staatscommissie parlementair stelsel die zich bezighoudt met onder meer vragen rond de Europese integratie. We gaan er daarbij van uit dat het wetsvoorstel van Van der Staaij over de tweederdemeerderheid voor Europese verdragen wordt meegenomen. Maar ook meer in het algemeen is het de vraag of het internationaal recht niet te sterk doorwerkt in Nederland. Een rechtstreekse doorwerking ondergraaft de kracht van het Nederlandse parlementaire bestel. De SGP vindt het belangrijk dat de regering hier eens kritisch naar kijkt. Is de minister bereid te komen met een notitie over de verhouding van Nederland tot de internationale rechtsorde en de doorwerking van het internationaal en Europees recht in Nederland?

Voorzitter. Dat waren de meer staatsrechtelijke vragen. Ik wil nog een paar andere punten aan de orde stellen, omdat ons daarover ook signalen bereiken, onder andere de tarieven voor begraven. Veel gemeenten laten onder het mom van het dekken van de kosten van begraafplaatsen, de tarieven voor begraven fors stijgen. Regelmatig trekken mensen hierover aan de bel. Natuurlijk, de vaststelling van de tarieven hoort bij de autonomie van de gemeenten en daar willen we ook niet in treden, maar we constateren tegelijkertijd dat op deze manier begraven soms financieel onmogelijk wordt gemaakt. Dat is een rare uitdrukking, want dat kan natuurlijk niet. In ieder geval zijn de maatschappelijke taak en maatschappelijke verantwoordelijkheid die de gemeenten in dit verband hebben, soms in het geding. Bij het waarmaken van maatschappelijke verantwoordelijkheden passen geen torenhoge tarieven. Ziet de minister mogelijkheden om ervoor te zorgen dat gemeenten tot reëlere en beter betaalbare tarieven komen?

Voorzitter. Eigenlijk zou ik nog een andere zaak aan de orde willen stellen. Die hoort formeel bij een andere vergadering. Op 11 december is er een wetgevingsoverleg Wonen en ruimtelijke ordening. Daar kan ik helaas niet bij aanwezig zijn, maar we hebben wel een paar prangende vragen. Die zou ik graag willen stellen, met uw welnemen.

De heer Van Raak (SP):

Dat begraven is een aangelegen punt. Dat is ook iets waar ik al vrij lang mee bezig ben. Je ziet eigenlijk een vermarkting van de begraafplaatsen. In het verleden hebben we veel aandacht gevraagd voor misstanden bij het opgraven en herbegraven. Kunnen we van de minister ook een meer principiële uitspraak vragen: is dit nu een publieke zaak of niet? Want in sommige gemeenten zie je dat er gewoon commercieel gerekend wordt. Het moet allemaal dekkend zijn. Kunnen we de minister de vraag meegeven of zij bereid is hier uit te spreken dat hier sprake is van een publieke taak en dat er dus niet met commerciële tarieven kan worden gerekend?

De voorzitter:

Dit is eigenlijk een vraag aan de minister via de heer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):

Ja, behalve als ik die vraag tot de mijne maak en samen met collega Van Raak deze vraag bij de minister neerleg.

De voorzitter:

Goed. Gaat u verder.

De heer Bisschop (SGP):

Dank. Ik wilde het even hebben over de Omgevingswet. De invoering daarvan wordt voortgezet. Dat is prima. Het moet een beleidsneutrale omzetting worden van de huidige regels. Dan is mijn vraag: gaat het alleen om handhaving van het huidige beschermingsniveau, of wordt tegelijkertijd ook aan gemeenten ruimte geboden voor aanscherping van de regels? Nu geldt bijvoorbeeld voor kleine bouwactiviteiten, zoals het bouwen van een dakkapel of een serre, een vergunningsvrijstelling. Dat scheelt een heleboel rompslomp. Bij de invoeringswet dreigt deze vrijstelling als generieke vrijstelling te verdwijnen. Gemeenten moeten het zelf maar bepalen. Dan komen er hooguit nog wat instructies waaraan het moet voldoen. Dat lijkt mij de omgekeerde volgorde. Om het vertrouwen van de burgers te behouden, moeten we zorgen dat we op dit punt zeker geen jojobeleid voeren. Laten we de generieke vrijstelling handhaven en kijken of er vervolgens in bepaalde gevallen als gevolg van de Omgevingswet mogelijk onaanvaardbare risico's ontstaan. Laten we dat dan goed regelen. Deelt de minister deze benadering?

Ik heb een punt over leegstaande stallen op het platteland. Als je over het platteland rijdt, zie je in toenemende mate leegstaande stallen. Dat leidt tot verkrotting en verrommeling van het platteland, maar ook tot misbruik van die ruimtes, onder andere omdat er soms hennepkwekerijen in worden ondergebracht. Dan vraag je je af waarom boeren die hun bedrijf beëindigen, die stallen niet slopen. Wel, zij lopen dan aan tegen allerlei fiscale beroerdigheid. Als een bedrijf wordt beëindigd, kan dat zomaar ertoe leiden dat als je die stallen loopt, je dat als eigenaar in belastingtechnische zin €100.000 kost. Dan denk je natuurlijk: dan laat ik ze wel staan; dan zakken ze maar in mekaar. Dat heeft te maken met de herwaardering van de percelen waarop gewoond wordt. Ik vraag de minister om daar eens goed naar te laten kijken en te bezien hoe in overleg met de betrokken overheden en de staatssecretaris van Financiën dit probleem aangepakt kan worden.

Voorzitter, tot slot iets over het wonen. We kennen allemaal de spanning die er op de woningmarkt heerst. Er zijn tekorten op zowel de koop- als de huurmarkt. Nieuwbouw blijft achter bij de behoefte. Er ontstaat weer een zekere gekte, waardoor de consument steeds verder opgejaagd wordt om snel een beslissing te nemen om wel of niet te kopen. Op dit punt zou de overheid dempend kunnen optreden. Welke mogelijkheden ziet de minister om de consument op dit punt te beschermen?

Tot slot een statement dat ik toch even wil maken. Het verzoek over het afschaffen van de wet-Hillen parkeer ik maar even; laten we dat maar even gewoon zo laten zoals het nu is. Wel ga ik nog even in op het punt van subsidies voor het vergroenen van de bestaande woningvoorraad. Er is wel subsidie beschikbaar, maar vervolgens is die weer op. Kan de minister erop toezien dat subsidies gedurende het hele jaar beschikbaar worden gehouden zodat ook op dit punt de vergroeningsdoelstellingen die het kabinet heeft geformuleerd, beter tot hun recht kunnen komen?

Voorzitter. Ik laat het hier even bij. Dank u zeer.

De voorzitter:

Dank u. Tot slot geef ik het woord aan de heer Öztürk namens DENK.

De heer Öztürk (DENK):

Voorzitter, dank u wel. Allereerst wil ik namens DENK deze nieuwe minister welkom heten in de Kamer. Een minister met een dubbele nationaliteit is een verrijking voor de Nederlandse politiek. Voor DENK is diversiteit een kracht, niet een probleem. Ik neem aan dat de minister dit zelf ook zo ziet. Daarnaast hebben we een staatssecretaris. Hij is de enige Limburger tussen alle andere, Randstedelijke kabinetsleden. Je kunt dat ook als een dubbele nationaliteit zien. Ik wens ook hem heel veel succes. Ik ga ervan uit dat hij zijn roots niet zal vergeten.

Voorzitter. Ik wil vandaag een aantal korte punten aanstippen en een aantal vragen stellen. Ik zou graag willen dat de minister op alle punten en vragen antwoord geeft.

Vraag 1. Hoe kijkt deze minister aan tegen kleine partijen? Vindt zij kleine partijen een verrijking van de democratie of ziet zij kleine partijen als een probleem? Zij is toch niet vergeten dat D66 ooit als een kleine rebelse partij is begonnen? DENK maakt zich zorgen over de staatscommissie parlementair stelsel. Onder het mom van vernieuwing van het stelsel wordt een conservatieve reflex verborgen. Wat is er aan de hand? De gevestigde orde ziet nieuwe partijen opkomen. Dat vindt de gevestigde orde niet fijn. Die nieuwe partijen zijn af en toe lastig, stellen scherpe vragen en maken het de gevestigde orde niet altijd makkelijk. Ze gaan dus kijken welke maatregelen ze kunnen nemen om die partijen tegen te houden. DENK vermoedt dat ze willen gaan werken met een kiesdrempel. Minister, u kunt het als D66-minister toch niet maken om een kiesdrempel in te voeren? Want u weet dat ook uw partij ooit op drie zetels stond, zoals DENK. Wat gaat u eraan doen om dit te voorkomen?

Vraag 2 gaat over de inspraak van burgers. Burgers voelen zich niet gehoord. Burgers hebben het gevoel dat hun mening niet telt en dat zij niet mogen meebeslissen. Burgers hebben daar gelijk in, want wat doet de regering? Zij schaft het raadgevend referendum af. Het nee in het Oekraïnereferendum vond de vorige regering al veel te lastig. Het dreigende nee bij het sleepnetreferendum heeft de huidige regering al bij voorbaat naast zich neergelegd: die sleepwet moet en zal er komen. De overheid ... In dit geval wil ik naar D66 kijken. D66 wil niet meer naar de burgers luisteren. D66 wil de burgers vooral afluisteren. Het is min of meer een afluisterpartij aan het worden. Wat vindt de D66-minister hiervan? Worden hier niet twee D66-idealen overboord gegooid? Zowel de privacy van burgers als de inspraak van burgers worden hier aangetast.

Vraag 3 gaat over de gekozen burgemeester. Minister, we verwachten dat u dit eindelijk voor elkaar krijgt. Kunt u ons dat toezeggen? Nederland is een van de weinige landen in Europa waar de burgemeester nog niet door burgers wordt gekozen. Nederland zit in de democratische achterhoede. Daar moet deze D66-minister toch iets aan doen.

Vraag 4 gaat over de financiering van Zwarte Piet. DENK constateert dat dat feest in zijn huidige vorm door veel mensen als discriminatoir wordt ervaren. Een onderzoek van de gemeente Amsterdam liet zien dat bijna 80% van de Amsterdammers met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond het feest als discriminerend ervaart. Iets wat als discriminerend wordt ervaren, zou niet met gemeenschapsgeld gefinancierd moeten worden. Deelt de minister deze redenering? Is zij bereid te kijken welke financiering vanuit het Rijk en de gemeenten naar Zwarte Piet gaat en hoe deze financiering kan worden gestopt? Voor alle duidelijkheid: DENK is voor aanpassing van het sinterklaasfeest en niet voor het afschaffen daarvan. Als de elementen eruit gaan die als racistisch worden ervaren, vinden wij het prima. Daarom juichen wij de aanpassing van Zwarte Piet toe, zoals dat bijvoorbeeld in Amsterdam en in Rotterdam gebeurt, want een feest is geen echt feest als groepen mensen er pijn van hebben.

Vraag 5 gaat over de bedreiging van politici. Lokale politici worden bedreigd door criminele organisaties. Dat blijkt uit onderzoek van Brandpunt. Criminelen proberen zo het beleid in hun voordeel aan te passen. Wat vindt de minister hiervan? Gaat de minister ingrijpen om de integriteit van het openbaar bestuur veilig te stellen? Politici worden niet alleen bedreigd door criminelen. Ze worden soms ook bedreigd door mediageweld; ja, mediageweld. Sommige media komen met beschuldigingen die later soms helemaal niet waar blijken te zijn. Als politicus blijven beschuldigingen aan je kleven, ook als ze later onterecht blijken. Op internet worden immers alle onterechte beschuldigingen als feiten bewaard. Daarom wil DENK een fake-newsfonds, dat burgers en politici juridisch en financieel ondersteunt bij hun eventuele rechtsgang en dat hen helpt om het fake news te verwijderen van internet. We weten dat deze minister fel wil optreden tegen nepnieuws uit Rusland, maar we vragen haar of ze ook iets wil doen tegen nepnieuws uit Nederland. De vrijheid van de pers is ook voor ons een groot goed, maar je moet ook de vrijheid hebben om de pers aan te klagen als die onzinverhalen publiceert. Ik overweeg op dit punt een motie in te dienen.

De heer Verhoeven (D66):

Ik heb het er net al even met meneer Öztürk over gehad, maar toen heeft hij niet gereageerd op mijn vraag. Ik stel die vraag nu dus nog eens. Zo'n fonds voor het helpen slachtoffers klinkt natuurlijk heel goed en heel nobel, maar ik zei net in mijn inbreng dat ook DENK in ieder geval die verdenking op zich heeft geladen door allerlei trollen, bots en nepsites te gebruiken om allerlei nieuws te verspreiden. Het is dus ook wel goed als DENK daarover zegt: dat doen we echt niet meer. Want anders draag je zelf bij aan het creëren van die slachtoffers. En dat kan toch nooit de bedoeling zijn. Zou u daarmee willen stoppen, mijnheer Öztürk?

De heer Öztürk (DENK):

Ik zie al een goede samenwerking met D66. Ze nemen onze campagne "Trap er niet in!" over. Dat is fantastisch. Ze willen ook meedenken over het fakenieuwsfonds. Dat is al winst. Laten we dat vasthouden. Wat DENK met name voor de verkiezingen heeft gedaan, is transparantie geven over wat er in dit huis gebeurt. We hebben het stemgedrag van Kamerleden een-op-een weergegeven. Ja, sommige Kamerleden hebben daar last van. Waarom? In de zaal of in de moskeeën vertellen ze een ander verhaal dan wat blijkt uit hun stem hier. Ik denk dat de burger er recht op heeft te weten wat hun gekozen Kamerleden hier met hun stem doen. En daar hebben wij gebruik van gemaakt. Op het moment dat hier weer een Kamerlid staat dat in de samenleving iets anders vertelt dan wat blijkt uit zijn stem hier, zullen wij weer een filmpje maken.

De heer Verhoeven (D66):

De filmpjes van DENK zijn inmiddels bekend. Het probleem van die filmpjes is dat zij een uitermate selectieve weergave zijn van een totaal aan feiten of van een geheel debat. Wat de knippers en plakkers van uw partij doen, is uit bepaalde situaties kleine stukjes knippen en die vervolgens als waarheid presenteren. Dat zou je eigenlijk een vorm van nepnieuws kunnen noemen. Daar zijn ook slachtoffers van, en dat zij slachtoffers zijn, is veroorzaakt door uw handelen, door het handelen van uw partij. Nou kan dat een keer gebeuren bij vergissing of in het enthousiasme, maar ik zou u het volgende echt willen vragen. U roept op tot een fonds voor slachtoffers van nepnieuws, maar als u zelf allerlei filmpjes de wereld in slingert waarin u mensen zwartmaakt op basis van selectieve beelden, dan ben u zelf de oorzaak van het probleem dat u wilt bestrijden. Volgens mij kan dat nooit de bedoeling zijn. Dus ik zou u echt in alle eerlijkheid willen vragen: stop daar dan ook gewoon mee. Wees dan een vent en stop daarmee. En ga dan praten over een fonds voor slachtoffers. Creëer niet eerst slachtoffers waar je vervolgens een fonds voor wilt oprichten.

De heer Öztürk (DENK):

DENK maakt filmpjes, ja. Zo'n debat als dat van vandaag duurt vier uur. De jongeren die daarboven staan, gaan niet vier uur lang naar u luisteren. Zij willen de highlights binnen twee, drie minuten zien. Daar zijn we goed in, ja. We laten de essentie binnen twee, drie minuten zien. Daardoor hebben wij heel veel jongeren — dankzij de films en de Facebook-actie van DENK — naar de stembus gebracht. We hebben politiek weer verlevendigd. We hebben politiek weer smoel gegeven. Ik denk dat dit ook een voorbeeld is geweest voor andere partijen. Ik zie dat ook D66 filmpjes maakt. GroenLinks en PVV maken ook filmpjes. Ik zie dat zelfs de Kamervoorzitter filmpjes maakt. Je kan iets niet vier uur lang laten zien; je moet knippen. Op het moment dat u bezwaar heeft en als er slachtoffers zijn: ik wil heel graag in gesprek met de slachtoffers. Ik wil er alles aan doen om met de slachtoffers in gesprek te gaan om te kijken wat voor pijn ze hebben geleden en wat we eraan kunnen doen, opdat zij die pijn niet meer lijden. Daar sta ik open voor.

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Verhoeven.

De heer Verhoeven (D66):

Ik wil dus echt aan DENK vragen om te stoppen met het selectief zwartmaken van bepaalde mensen die de politieke koers van DENK onwelgevallig is. Als de heer Öztürk daartoe bereid is, dan zou ik het ook heel goed vinden om te kijken naar een "trap er niet in"-campagne. Maar als DENK daarmee doorgaat, dan kunnen we helaas niet samen optrekken, want dan doen ze iets wat ze zeggen te willen tegenhouden en dat is niet geloofwaardig.

De heer Bisschop (SGP):

De filmpjes die DENK produceert, zijn echt fantastisch. De complimenten daarvoor.

De voorzitter:

En nu?

De heer Bisschop (SGP):

Ik zie wat hoongelach, en ik hoor ook wat, maar wat ik bedoel is dat dit hét lesmateriaal is dat je op opleidingen journalistiek gebruikt om te laten zien hoe je het níet moet doen, hoe je mensen níet tot hun recht laat komen, hoe je manipuleert en hoe je fakenieuws in de wereld brengt. Ik heb eigenlijk maar één vraag aan de heer Öztürk: realiseert DENK zich dat je juist door dat selectieve gebruik ook de oorzaak van fakenieuws kunt zijn, of is dat geheel buiten beeld?

De heer Öztürk (DENK):

Het is toch bijzonder. Voormalig minister Asscher heeft ook een filmpje over mij gemaakt. In anderhalve minuut heeft hij proberen weer te geven hoe een debat in elkaar stak. Hij heeft mij tien of vijftien seconden laten praten, de rest van de tijd stond hij te praten. Ik hoor de heer Bisschop daar niet over. De heer Verhoeven ook niet. Alle partijen in deze Kamer maken filmpjes. Dan kunt u mij aanwijzen en zeggen dat ik filmpjes maak. Ja. We zullen daar ook mee door blijven gaan totdat de hypocrisie in deze Kamer weg is. We pakken de hypocrieten aan. Ja. Als er hypocriete Kamerleden zijn die in zalen andere dingen vertellen dan hier, zullen we die filmpjes blijven maken.

De voorzitter:

Overigens wordt alles live uitgezonden. Burgers kunnen bij Debat Gemist alles terugzien, dus er wordt hier niet stiekem of anoniem ergens voor gestemd.

De heer Bisschop (SGP):

Daarom verwijs ik ook naar die filmpjes als lesmateriaal voor de opleidingen journalistiek, omdat daar dan het hele fragment getoond wordt. Dan komt er zo'n geknipt filmpje en springt onmiddellijk de fout ervan in het oog. Dat kun je dan ook heel gemakkelijk benoemen. Ik dank de heer Öztürk voor zijn reactie, maar het is geen antwoord op mijn vraag. Realiseert DENK zich dat hij aan verspreiding van fakenieuws doet, op het moment dat op deze wijze selectief geknipt wordt? En dan graag niet nu weer een jij-bak als "over het filmpje van meneer Asscher heeft niemand het". Nee, het debat is nu met de heer Öztürk. Kijk eens even naar binnen en vraag u zichzelf af: hebben wij ons voldoende gerealiseerd dat je door feitelijke juistheden te knippen en die op een bepaalde manier te rangschikken misleidende informatie kunt verstrekken? Of hebt u zich dat niet gerealiseerd?

De heer Öztürk (DENK):

Ja, de filmpjes van DENK zijn lesmateriaal, voor de persvoorlichters van de partijen hier. Al die persvoorlichters bekijken onze filmpjes en vervolgens adviseren ze jullie dat jullie ook van die filmpjes als van DENK moeten maken. Dat zie je ook bij Forum voor Democratie. Forum heeft heel veel manieren van hoe wij nieuws brengen, overgenomen. Daarnaast zijn er in deze Kamer ook een aantal — ik noem hen geen journalisten — mensen uit de media, zoals die van GeenStijl, die zodanige berichtgeving hebben dat Kamerleden worden bedreigd. Ik hoor de heer Bisschop daar nooit over. Ik zie De Dagelijkse Standaard, DDS, haat prediken op internet. Ik hoor de heer Verhoeven daar nooit over. Dat komt omdat DENK de hypocrisie hier aanpakt. Dat doet pijn. Ik kan me voorstellen dat die pijn u zo ver brengt dat u dit soort vragen aan mij wilt stellen.

De voorzitter:

Mijnheer Bisschop, ik zou echt een afrondende opmerking maken, anders blijven we ons op dit punt herhalen.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter, ik beperk mij inderdaad tot een afrondende opmerking. Ik constateer dat de heer Öztürk opnieuw nadrukkelijk geen antwoord geeft op gewoon een simpele vraag die aan hem gesteld is. En ook als het gaat over hypocrisie, is enige zelfreflectie niet verkeerd. Ik wens DENK heel veel denkkracht toe.

De heer Öztürk (DENK):

Bid voor ons.

De heer Van der Molen (CDA):

Dat laatste heb ik niet gehoord. Dat vond ik niet echt wellevend. Ik heb de volgende vraag aan de heer Öztürk. We hebben nu een hele verhandeling gehad over de problemen die u in het verleden heeft gehad met de journalistiek, over hoe DENK het doet, over hoe het met de filmpjes gaat. De heer Bosma heeft een uitgebreid verhaal gehouden over hoe de PVV onheus is bejegend. Bent u het met mij eens dat het voor de buitenwereld kan overkomen als enorme navelstaarderij dat wij het hier in de Tweede Kamer eindeloos over elkaar hebben en niet over de zaken die buiten dit huis spelen?

De heer Öztürk (DENK):

Dan zou ik zeggen: wie is begonnen? Ik heb mijn verhaal gehouden. Ik wil de slachtoffers van fakenieuws ondersteunen en dan krijg ik dit soort verhalen. Dus wie is begonnen? Ik wil het juist over de inhoud hebben. Ik wil juist een aantal zaken in de samenleving oplossen. Ik heb zeven voorstellen vandaag, die ik richting de minister maar ook richting de Kamer breng.

De heer Van der Molen (CDA):

Ik wil alleen maar even onderstrepen dat we net doen alsof Binnenlandse Zaken alles is wat zich binnen dit dorp Den Haag bevindt. Ik zou het heel fijn vinden als we overstappen naar de dingen waar mensen buiten dit huis echt wat aan hebben.

De voorzitter:

Ik wilde eigenlijk voorstellen dat de heer Öztürk zijn verhaal afmaakt, maar ik geef de heer Middendorp de gelegenheid om een vraag te stellen.

De heer Middendorp (VVD):

Ik ben ook benieuwd naar de rest van het verhaal, maar ik ben in ieder geval blij dat de heer Öztürk accepteert dat er fakenieuws bestaat, in tegenstelling tot sommige anderen hier. Ik heb toch nog een vraag en die sluit aan bij de woorden van de heer Verhoeven. Als ik het goed begrijp, is er nog geen antwoord gekomen op de vraag of de heer Öztürk ook zijn eigen slachtoffers met het fonds wil gaan helpen. Dan hebben we hier misschien wel te maken met een ponzi scheme.

De heer Öztürk (DENK):

Mochten mensen zich slachtoffer voelen, dan ben ik bereid om met die mensen in gesprek te gaan. Dat heb ik net aangegeven. Dat is een duidelijke handreiking aan de heer Verhoeven geweest. Als mensen achter onze rug met elkaar praten en zeggen dat ze zich slachtoffer voelen, vind ik dat jammer. Ik roep hen nogmaals op om te bellen en een afspraak te maken. Ik ben bereid om bij een kopje koffie of thee met die mensen in gesprek te gaan. Maar ik ga ervan uit dat ik die mensen kan overtuigen van de reden waarom wij dat doen.

De heer Middendorp (VVD):

Dus u bent in principe bereid om een fonds op te richten dat eventueel slachtoffers van DENK gaat financieren voor een juridische procedure tegen DENK?

De heer Öztürk (DENK):

Kijk naar wat er in deze samenleving gebeurt, kijk naar hoeveel raadsleden en Statenleden aangepakt worden door media of mensen die zich journalist noemen. Ik heb met slachtoffers gesproken die al tonnen aan advocaten hebben betaald om hun recht terug te krijgen. Daar heb ik het over. Ik heb het niet over een paar Kamerleden die zich hier onheus bejegend voelen of die hier ontmaskerd zijn. Daar heb ik het niet over. Ik heb het over mensen die pijn leiden door de artikelen van De Telegraaf. Je kunt in Nederland De Telegraaf niet voor de Raad voor de Journalistiek brengen, want daar zijn ze geen lid van. Als je De Telegraaf wilt aanpakken, moet je naar de rechter. Dan heb je tienduizenden euro's aan advocaatkosten. Daar heb ik het over. En u bent met uzelf bezig. Ik snap het niet. Ik probeer slachtoffers, daadwerkelijke slachtoffers, die pijn leiden, gezinnen die eronder lijden, te helpen en jullie zijn met jullie zelf bezig, met de films van DENK. Stap daar toch overheen!

De voorzitter:

Meneer Middendorp, tot slot.

De heer Middendorp (VVD):

Wij zijn beiden met slachtoffers bezig. Daarom wil ik serieus ingaan op het voorstel. Alleen, met het antwoord dat de heer Öztürk net gaf, ging hij niet in op de vraag, mevrouw de voorzitter. Dat zou hij wel kunnen doen door achter "slachtoffers" overal "van DENK" in te vullen: slachtoffers van DENK. Dan is het een heel duidelijk antwoord.

De heer Öztürk (DENK):

Ik had gehoopt dat Kamerleden dat soort zaken nu achterwege zouden laten en echt zouden bekijken wat de problematiek in Nederland is. Hoe kunnen wij de slachtoffers van mediageweld — en dat is er echt in Nederland; ik heb met heel veel mensen gesproken — helpen? Met DENK bezig zijn helpt deze mensen niet.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Öztürk (DENK):

Bestuurlijke transparantie. DENK staat voor transparantie, ook op het gebied van buitenlandbeleid. Vorige week kwam naar voren dat de Britse minister Patel ontmoetingen had met Israëlische functionarissen, waaronder premier Netanyahu. Deze ontmoetingen vonden plaats tijdens een privévakantie. Terwijl de Britten dachten dat hun minister op het strand van Tel Aviv aan het genieten was, zat zij aan tafel vakantiedeals te sluiten. Deze ontmoetingen heeft zij niet gemeld, terwijl zij wel verplicht was dat te doen. Zij moest daarom vorige week aftreden als minister. DENK wil dat we hier ook in Nederland beleid voor hebben. Kan de minister vertellen welke verplichtingen ministers en staatssecretarissen hebben op het gebied van transparantie? Is dit in Nederland streng geregeld, of zouden we dit beleid wat scherper kunnen maken? Ik overweeg over dit punt een motie in te dienen.

Vraag 7 gaat over de gemeentelijke herindeling. In Nederland worden steeds meer gemeentes samengevoegd. Dat is misschien goed om ze een beetje body te geven, maar dan zou je ook naar de andere kant moeten kijken, want misschien zijn grote gemeentes op dit moment niet zo ver om alle problemen van de gemeentes op te lossen. De grote steden worden steeds duurder en steeds meer overgenomen door yuppen en expats, die weinig binding met hun buurt hebben. In Amsterdam zie je bijvoorbeeld een sterke scheefgroei. Voor gewone mensen wordt de binnenstad onbetaalbaar wanneer mensen als prins Bernhard junior daar 102 panden kopen en daar zwaar aan verdienen. Jonge gezinnen ontvluchten de stad of wonen veel te klein: kinderen slapen met z'n vieren in een slaapkamer en oma slaapt in de woonkamer. Dat zijn enorme contrasten. Zou u die grote steden niet aan moeten spreken met de vraag: kunnen jullie alle problemen wel aan? Of moeten we kijken naar andere oplossingen? Is de minister bereid om daarnaar te kijken?

Eerlijk is eerlijk, toch? Misschien kunt u prins Bernhard junior aanmoedigen om zijn eigen beleggingen, in de vorm van 102 panden, om te zetten in een woningbouwcorporatie, zodat hij ook iets terug kan doen voor de samenleving.

Dan kom ik bij de vergoeding van gemeenteraadsleden. Veel partijen hebben moeite om voldoende goede raadsleden te vinden. Het werk kost veel tijd en wordt niet altijd goed betaald. In kleine gemeenten wordt soms zelfs minder dan €300 per maand betaald. Wij hebben als Kamer heel veel taken overgedragen aan de gemeenten. Er is dus werk bij gekomen en mensen draaien extra uren, maar ze krijgen dat niet vergoed. Vorige week riep de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden deze minister op om de vergoeding voor raadsleden in kleinere gemeenten te verhogen. Hoe staat u daar tegenover, minister? DENK wil graag dat u met de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden in gesprek gaat. Ik overweeg hierover een motie.

Voorzitter. Ik rond af. Van de kleine gemeenten ga ik terug naar dit kabinet. Ik vraag me namelijk af of dit niet te veel een Randstad-kabinet is. Als ik kijk naar de bewindslieden, dan komen de meesten uit de Randstad. Als ik kijk naar de Kamerleden, dan komen de meesten uit de Randstad. DENK is voor een goede balans in de politiek, zodat alle belangen voldoende vertegenwoordigd zijn. Wij vragen ons af hoe deze minister, die net als veel van haar collega's in de Randstad woont, al die miljoenen mensen die niet in de Randstad wonen op een goede en eerlijke manier gaat vertegenwoordigen? Deelt de minister onze zorgen over een oververtegenwoordiging van de Randstad in onze democratie?

Tot slot. Deze minister is ooit door de NRC de belangrijkste vrouw in het leven van Mark Rutte genoemd. Ik ga er dan maar even van uit dat de NRC geen fakenieuws heeft geschreven. Dat de minister de belangrijkste vrouw in het leven van de premier is, vinden wij een mooi compliment. Wij zouden u willen vragen of u de premier een beetje kunt bijsturen, want de premier heeft in het verleden soms wat rare uitspattingen gehad. Hij deed uitspraken als "ik haat de multiculturele samenleving", "pleur op!" en "Mo, vecht je maar in". Dat zijn niet echt uitspraken die horen bij een premier die er voor alle Nederlanders moet zijn. Wij willen de minister vragen om haar kwaliteiten in te zetten om onze premier, de heer Rutte, daarop aan te spreken en af en toe wat bij te sturen.

Tot slot wil ik de beide bewindslieden heel veel succes wensen in hun werk.

De voorzitter:

Dank u wel. Dit was de eerste termijn van de zijde van de Kamer.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering voor een halfuur, dus om 14.20 uur gaan we verder. Dan doen we eerst de regeling van werkzaamheden en dan doen we rond 14.30 uur het debat over de dividendbelasting.

De vergadering wordt van 13.51 uur tot 14.20 uur geschorst.