Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 106, item 4

4 Aanpassing indexering eigen bijdrage huurtoeslag en vervallen maximale inkomensgrenzen

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de huurtoeslag in verband met het laten vervallen van de bepaling dat de eigen bijdrage in de huurtoeslag wordt geïndexeerd met het percentage van de netto-bijstandsontwikkeling indien dat percentage lager is dan het percentage van de huurprijsontwikkeling en van de maximale inkomensgrenzen vanaf welke geen huurtoeslag wordt toegekend (Wet aanpassing indexering eigen bijdrage huurtoeslag en het vervallen van de maximale inkomensgrenzen) ( 34940 ).

De voorzitter:

Aan de orde is de Wet aanpassing indexering eigen bijdrage huurtoeslag en het vervallen van de maximale inkomensgrenzen. Van de zijde van de Kamer is er een zevental sprekers.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

De eerste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Koerhuis van de VVD. Hij heeft zich ingeschreven voor vijf minuten. Gaat uw gang.

De heer Koerhuis (VVD):

Voorzitter. Het kan bestaan dat je meer gaat werken of meer gaat verdienen en er toch op achteruitgaat. Een van de grootste oorzaken van dit probleem is de huurtoeslag. Ben je een timmerman of loodgieter die iets meer gaat werken of iets meer gaat verdienen, dan kan je als je pech hebt je hele huurtoeslag van €130 per maand verliezen. Dat is een drempel om meer te gaan werken of om een andere baan te gaan zoeken. Want waarom zou je meer gaan werken of een andere baan gaan zoeken en er dan op achteruitgaan? De VVD vindt dat niet eerlijk. Dat willen we vandaag oplossen, door ervoor te zorgen dat je niet in een keer de hele huurtoeslag verliest als je iets meer gaat werken of iets meer gaat verdienen. De VVD vindt dat een goede zaak.

Voorzitter. Het toeslagenstelsel kent een hoop problemen. Als je jaarinkomen net boven de inkomensgrens van de huurtoeslag zit en je komt daar pas aan het einde van het jaar achter, moet je een hoge som geld terugbetalen. Natuurlijk hebben mensen hier een eigen verantwoordelijkheid, maar we moeten ook de hand in eigen boezem steken. De VVD is blij dat we vandaag in elk geval een van de problemen van het toeslagenstelsel kunnen oplossen. Als je als bakker, slager of automonteur straks iets meer gaat werken of iets meer gaat verdienen, dan blijf je gewoon recht houden op je huurtoeslag, in plaats van hem in een keer te verliezen. Zo halen we de drempel weg om meer te gaan werken of om een andere baan te gaan zoeken en kan je die loonsverhoging zonder problemen accepteren. Nu de economie aantrekt, is dat extra belangrijk. We hebben iedereen nodig en hiermee maken we het extra aantrekkelijk om aan de slag te gaan. Bovendien worden betalingsproblemen hiermee vaker voorkomen. Ik voorzie dat zowel het aantal terugbetalingen als de hoogte daarvan sterk zal dalen. De VVD is dan ook blij met dit wetsvoorstel.

Dat is niet het enige wat met dit wetsvoorstel wordt aangepakt. Ook de zogenaamde kan-bepaling wordt afgeschaft. Nu is de ontwikkeling van de huurtoeslag soms gekoppeld aan de bijstand en soms aan de huurprijs. Dat maakt het een ingewikkeld en gek systeem. De huurtoeslag is natuurlijk niet bedoeld om de bijstand te compenseren. De VVD is blij dat we met deze wet dit systeem eenvoudiger kunnen maken en de koppeling tussen de huurtoeslag en de bijstand kunnen loslaten. Daarin zetten we vandaag een belangrijke stap. Maar het denken staat niet stil. Er zijn nog meer manieren om dit systeem eenvoudiger te maken. Hoe kijkt de minister bijvoorbeeld aan tegen het loslaten van de koppeling tussen de huurtoeslag en de huurprijs zodat er alleen naar het inkomen wordt gekeken om de huurtoeslag te bepalen?

De voorzitter:

Er is een vraag voor u van mevrouw Beckerman van de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ja, een verhelderende vraag. U zegt dat het systeem simpeler moet. U bent blij met iets wat het systeem wat moeilijker maakt, namelijk het niet in een keer al je huurtoeslag verliezen. Daar zijn wij ook blij mee. Maar kunt u nou eens uitleggen waarom u zo'n groot voorstander bent van het laten vervallen van de kan-bepaling? Voor mensen met een iets lager inkomen kan dat toch echt negatieve gevolgen hebben.

De heer Koerhuis (VVD):

De VVD is ervoor om het systeem eenvoudiger te maken. Een onderdeel om het eenvoudiger te maken is om dat moeilijke ding, die kan-bepaling, los te laten en af te schaffen.

Mevrouw Beckerman (SP):

Maar wat als mensen er dan op achteruitgaan? Wat is dan uw oplossing? "Eenvoudiger" is natuurlijk heel erg mooi, maar niet als je al weinig te besteden hebt en hierdoor erop achteruitgaat. Wat zou uw oplossing daarvoor zijn?

De heer Koerhuis (VVD):

Dat is een als-vraag. Als ik verderga met mijn betoog, zult u zien dat mensen er niet op achteruitgaan. Mensen gaan erop vooruit.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog. O, de heer Nijboer van de Partij van de Arbeid heeft op dit punt ook een vraag.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik ben op zichzelf helemaal niet tegen vereenvoudiging. Mijn vraag luidt alleen als volgt. Kijken huurders nu elk jaar hoe het zit met de indexatie en hoe dat precies in zijn werk gaat? Wordt het voor hen begrijpelijker? Dat lijkt de VVD namelijk te zeggen. Volgens mij is dat niet het geval; ze kijken gewoon wat ze elk jaar netto in de maand aan huurtoeslag krijgen. Dat wordt minder door dit onderdeel van de wet.

De heer Koerhuis (VVD):

Nee, nee. Als ik mijn betoog mag vervolgen: huurders gaan gewoon meer krijgen.

De heer Nijboer (PvdA):

Ja, dat lijkt me nogal wiedes. Het zou wat zijn als de huren stijgen — over tien jaar zijn de huren weer veel hoger dan nu — en je de huurtoeslag helemaal bevriest. Maar door dit onderdeel van de wet, dat gewoon een bezuiniging is, krijgen huurders minder dan wanneer deze wet niet was ingevoerd. De vraag is: waarom vereenvoudigt u niet zonder op de huurders te bezuinigen? Dat kan toch gewoon?

De heer Koerhuis (VVD):

We bezuinigen niet op huurders. Huurders gaan er gewoon op vooruit. Als ik verder mag gaan, zal blijken waarom.

De voorzitter:

Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog.

De heer Koerhuis (VVD):

Voorzitter. Ik ben trots op deze goede hervorming van de huurtoeslag, maar deze goede hervorming werd — en nu: wordt — weer misbruikt door linkse partijen om mensen een rad voor ogen te draaien. Zoals ik al eerder heb gezegd in deze Kamer en zoals het CPB nu ook heeft uitgerekend, blijkt dat de huurtoeslag van gemiddeld €213,50 per huurder per maand dit jaar — de heer Nijboer, mevrouw Beckerman — de komende jaren gewoon blijft doorstijgen met €6 in plaats van met €6,80 per huurder per maand. Ook de totale uitgaven van de huurtoeslagen blijven gewoon doorstijgen — meneer Nijboer — met bijna 1 miljard euro. Daarnaast nemen we nog heel veel andere maatregelen in het regeerakkoord ...

De voorzitter:

Maar na uw uitnodiging aan mevrouw Beckerman geef ik haar toch eerst het woord.

Mevrouw Beckerman (SP):

Je hebt kleine leugens en grote leugens, en je hebt natuurlijk statistiek. U zegt dat iedereen erop vooruitgaat, maar u weet dat gisteren de cijfers van het CBS bekend zijn gemaakt. De afgelopen zes jaar is de gemiddelde huur in totaal met 18,5% gestegen. Dan kunt u wel zeggen dat je iets meer huurtoeslag krijgt, maar mensen moeten dit wel gewoon betalen. Bent u dat met mij eens? En bent u het met mij eens dat we de huurtoeslag wel makkelijker kunnen maken, maar dat je dan wel iets moet doen aan de huren?

De heer Koerhuis (VVD):

Als u het debat breder trekt, moet u het helemaal breed trekken. Dan gaan de huurders er netto gewoon op vooruit. Als ik het breder mag trekken: huurders profiteren van de lagere inkomstenbelasting. We verhogen de kinderopvangtoeslag. We verhogen de kinderbijslag. We verhogen de zorgtoeslag. Als u het breder trekt, trek het dan helemaal breed. In de koopkrachtplaatjes waarnaar u verwijst, gaan huurders er gewoon op vooruit.

Mevrouw Beckerman (SP):

In de koopkrachtplaatjes zien we dat kleine groepen er niet op vooruitgaan en dat er een tweedeling ontstaat doordat huurders er veel minder op vooruitgaan dan andere groepen. U bent zo voor vereenvoudiging. We kunnen er toch simpel iets aan doen, namelijk ingrijpen in de huren?

De heer Koerhuis (VVD):

Maar nu heeft u zichzelf tegengesproken. U roept dat huurders erop achteruitgaan, en nu zegt u: huurders gaan erop vooruit. Dat is wat ik ook zeg.

De voorzitter:

Dank u wel. Vervolgt u uw betoog. We doen interrupties in tweeën, mevrouw Beckerman.

De heer Koerhuis (VVD):

Zoals ik al zei: we nemen nog heel veel andere maatregelen in het regeerakkoord, waardoor iedereen er gewoon op vooruitgaat, ook u dus. Laten we eens ophouden met mensen een rad voor ogen draaien, en gewoon eerlijk zeggen: ook u gaat voelen dat het beter gaat.

Voorzitter. Ik ben de politiek ingegaan om mensen een kans te geven op onderwijs en werk, om kansen terug te geven die ik zelf ook heb gekregen. Vandaag is een mooie dag op de woningmarkt. Met dit wetsvoorstel gaat werken weer meer lonen en geven we mensen weer meer kansen op werk.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Smeulders van GroenLinks. Hij heeft zich ingeschreven voor vijftien minuten. Nee, voor tien minuten, excuus.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Tien minuten, en dat moet gaan lukken, voorzitter.

Voor ons ligt een wetsvoorstel van de regering over de aanpassing van de eigen bijdrage in de huurtoeslag en het vervallen van de maximale inkomensgrenzen. In mijn inbreng zal ik op beide elementen van het wetsvoorstel ingaan, te beginnen met het schrappen van de zogenaamde kan-bepaling.

In het regeerakkoord hebben de coalitiepartijen afgesproken dat de huurtoeslag eenvoudiger moet zijn. En ja, wie kan daar nou tegen zijn, zie ik de minister denken. Het kabinet stelt dat de uitvoering van de huurtoeslag met dit voorstel ook eenvoudiger wordt, maar vergeet daarbij te vermelden dat de vereenvoudiging betekent dat de kwetsbaarste mensen in onze samenleving, de mensen met de laagste inkomens, de rekening gaan betalen voor deze vereenvoudiging. Het moge duidelijk zijn dat GroenLinks dit geen goed idee vindt. Juist de mensen die het al moeilijk hebben en die iedere maand blij zijn dat ze hun huur überhaupt kunnen betalen, gaan er financieel op achteruit. Gisteren bleek nog uit de nieuwe cijfers van het Centraal Planbureau — het werd net al genoemd — dat de huren ook dit jaar weer fors gestegen zijn. In de afgelopen zes jaar is de gemiddelde woninghuur in totaal met 18,5% gestegen, fors meer dan de stijging van de consumentenprijzen. Graag hoor ik dan ook van de minister wat zij gaat doen om te voorkomen dat deze forse stijging de komende jaren doorzet.

De voorzitter:

Mevrouw Van Eijs, D66, heeft een vraag voor u.

Mevrouw Van Eijs (D66):

De heer Smeulders refereert aan de stijging van de huren. Ik zal de cijfers van het CBS niet betwisten, maar we spreken vandaag natuurlijk over de gereguleerde huur. Dat zijn niet dezelfde cijfers als die u noemt. Klopt dat?

De heer Smeulders (GroenLinks):

De gereguleerde huur is een onderdeel van de totale huurcijfers. Die huren stijgen inderdaad minder hard, maar ook daar zit een flinke stijging in. En u weet ook dat het, gezien de positie van de corporaties en de maatregelen van het kabinet, met én de verhuurderheffing én de ATAD, heel redelijk is dat die prijzen de komende jaren alleen maar verder blijven stijgen.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Maar de woningcorporaties hebben zelf ook aangegeven dat zij erg hechten aan betaalbaarheid. Zij streven ook naar een huur die veel minder stijgt. Daar gaat het vandaag over: over die gereguleerde huur. Daar zouden wij vandaag dus ook naar moeten kijken. Is de heer Smeulders dat met mij eens?

De heer Smeulders (GroenLinks):

Ik ben het er zeker mee eens dat we met name moeten kijken naar de huur van woningcorporaties. Je ziet alleen dat die de afgelopen jaren ook is gestegen. U heeft volgens mij, net als ik, flink wat werkbezoeken afgelegd in dit reces, en ook met corporaties gesproken. Die maken zich door alle maatregelen die het kabinet hun oplegt, grote zorgen of ze de komende jaren kunnen staan voor betaalbare huren, zeker als je het combineert met bijvoorbeeld grote verduurzamingsopgaven — waar wij allebei voorstander van zijn — die ook nog eens voor een fors deel op het bordje van de corporaties neerkomen.

De heer Ronnes (CDA):

Ik ben de draad even kwijt als ik hoor zeggen dat hiermee de situatie van de huurders verslechtert. Je verwijst naar de cijfers van gisteren die laten zien dat de huren gestegen zijn. Dat is inderdaad waar. Maar de wetswijziging die voorligt, zorgt er juist voor dat er een specifieke link wordt gelegd naar het stijgen van die huren en niet naar andere effecten die dan weer in de huurtoeslag terechtkomen. Waarom geeft u aan dat het hierdoor slechter wordt? Hierdoor wordt juist veel beter een verbinding gelegd tussen het stijgen van de huren en de huurtoeslag.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Het zijn eigenlijk twee dingen. De huren zijn de afgelopen jaren gestegen. Dat is een onwenselijke situatie. Mijn belangrijkste punt is dat met name de meest kwetsbare huurders erop achteruitgaan door het voorstel dat nu voorligt, door deze vereenvoudiging. Dat zijn mensen voor wie iedere euro er één is. Ik wil een vraag terug stellen aan meneer Ronnes van het CDA. Waarom is het CDA eigenlijk voor dit wetsvoorstel? Waarom moeten de meest kwetsbare huurders de vereenvoudiging betalen?

De heer Ronnes (CDA):

Het klopt gewoon niet wat u zegt. Met dit wetsvoorstel wordt een eenduidige koppeling gelegd tussen de stijging van de huren en de huurtoeslag. De andere sociale effecten worden niet meer gecompenseerd via een indexering van de huurtoeslag, maar die zul je terugzien in de andere inkomensplaatjes, in de totale inkomensplaatjes zoals collega Koerhuis net heeft verteld.

De voorzitter:

Gaat u verder!

De heer Smeulders (GroenLinks):

Ik ga in mijn betoog graag verder op dit punt in. Huurders die de huurtoeslag ontvangen, betalen altijd een deel van de huur zelf, een soort van eigen bijdrage. Naarmate het inkomen stijgt, wordt deze eigen bijdrage groter en dat is ook rechtvaardig. Deze bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd met ofwel het percentage van de nettobijstandsontwikkeling of het groeipercentage van de huurprijsontwikkeling. Als gevolg van de kan-bepaling wordt altijd gekozen voor het laagste en daarmee het voor de huurder meest gunstige percentage van die twee. De afgelopen jaren was het meest gunstige percentage meestal het percentage van de nettobijstandsontwikkeling. Hierdoor wordt juist gegarandeerd dat de laagste inkomens gecompenseerd worden voor het achterblijven van de inkomensontwikkeling. Dat is ook rechtvaardig, want of je huishouden een hogere bijdrage wel of niet kan betalen, is immers vooral afhankelijk van de inkomensontwikkeling en niet van de huurprijsontwikkeling.

De heer Koerhuis (VVD):

Het zijn een hoop moeilijke percentages en een hoop woorden. Zou de heer Smeulders gewoon in de begroting willen kijken en dan zien dat de uitgaven voor de huurtoeslag 1 miljard omhooggaan?

De heer Smeulders (GroenLinks):

Het punt van dit debat is dat het kabinet — met de coalitie, want het staat zo in het regeerakkoord — voorstelt om een vereenvoudiging door te voeren. Dat staat volledig los van indexatie van de huurtoeslag en alles wat er meer gebeurt omdat het leven gewoon duurder wordt. U stelt voor om een vereenvoudiging door te voeren. De kleinste inkomens voelen die vereenvoudiging het meest. Waarom doet u als coalitiepartij dat? Waarom laat u de allerkleinste inkomens opdraaien voor de vereenvoudiging, waar u zo'n grote voorstander van bent? Door het schrappen van die kan-bepaling wordt de basishuur, en daarmee de eigen bijdrage in de huurtoeslag, altijd geïndexeerd met het groeipercentage van de huurprijsontwikkeling. Wanneer dit percentage hoger is dan het percentage van de nettobijstandsontwikkeling, stijgt de eigen bijdrage harder dan met de kan-bepaling het geval zou zijn en bovendien ook harder dan de inkomens. Onder de streep — daar gaat het om — betekent dit een negatief inkomenseffect voor de meest kwetsbare huishoudens die op termijn op kan lopen tot €100 minder huurtoeslag per jaar. U heeft dat ook gelezen in de brief van Aedes, de koepel van woningbouwcorporaties, om maar met wat cijfers te strooien.

De minister schrijft in haar schriftelijke beantwoording dat dit wetsvoorstel niet is bedoeld als bezuiniging. Zij verwijst hierbij naar het feit dat door dit voorstel meer geld voor de huurtoeslag beschikbaar komt. De minister gaat echter voorbij aan het punt dat er geld weggehaald wordt bij de meest kwetsbare groep ontvangers van de huurtoeslag. In de schriftelijke beantwoording stelt de minister verder dat het maar om relatief weinig geld gaat. Dat is volgens de schattingen voor de komende jaren misschien ook wel zo. Maar voor mensen die nu al iedere maand moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen, om de huur te kunnen betalen, is iedere euro er één, zeker nu met de komende btw-verhoging, waardoor boodschappen ook nog duurder gaan worden, allerlei dingen op mensen met een laag inkomen afkomen. Voor de mensen kan dat echt het verschil zijn tussen net wel en net niet een verjaardagscadeautje voor een familielid kunnen betalen. Daarom nog een keer de vraag aan de minister of zij kan garanderen dat de koopkracht voor huurders met een laag inkomen niet achteruit zal gaan door deze wetswijziging. Dat is voor ons echt een belangrijk punt.

Voorzitter. Het mag duidelijk zijn: mijn fractie is tot nu toe niet overtuigd door de argumenten van de minister dat het hier "slechts" om een vereenvoudiging gaat en niet om een lastenverschuiving ten nadele van de laagste inkomens. We zullen daarom ook het amendement van de collega's Nijboer en Beckerman om de kan-bepaling in stand te houden van harte steunen.

Voorzitter. De minister is op dit moment met betrokken partijen nog in gesprek over verdere veranderingen in de systematiek van de huurtoeslag. Kan de minister ons misschien daarover wat meer vertellen? Welke denkrichtingen worden besproken? Kan de minister ons misschien toezeggen dat de vereenvoudigingen die we nog tegemoet kunnen zien niet nog meer ervoor zorgen dat mensen voor wie de huurtoeslag van het grootste belang is om elke maand hun huur te betalen, erop achteruitgaan? En we zijn benieuwd of de minister kansen ziet om verduurzaming van woningen, een belangrijk onderwerp in deze Kamer, een plek te geven in deze nieuwe systematiek door veel meer te kijken naar de totale woonlasten in plaats van alleen de huur. GroenLinks denkt dat dit kansen biedt voor de energietransitie, waarbij de rekening niet mag komen te liggen bij de laagste inkomens.

Dan het tweede onderdeel van het wetsvoorstel. Daar kan ik veel korter over zijn. Voorgesteld wordt om de maximale inkomensgrenzen te laten vervallen. Mijn fractie steunt dit voorstel volledig, omdat de huurtoeslag over een langer inkomenstraject afgebouwd kan worden. Door die geleidelijke afbouw wordt de armoedeval die nu in het systeem zit voorkomen. Iemand die €1 te veel verdient, verliest in de toekomst niet meer het recht op de huurtoeslag en dat is alleen maar hartstikke goed.

Tot zover mijn eerste termijn. Ik zie uit naar de reactie van de minister.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Kops van de PVV. Hij heeft zich ingeschreven voor vijftien minuten.

De heer Kops (PVV):

Dat ga ik niet volmaken.

Voorzitter. Een wetsvoorstel met daarin twee maatregelen: het schrappen van de zogeheten kan-bepaling en het schrappen van de maximale inkomensgrenzen. Dat zijn twee maatregelen die gevolgen hebben voor de huurtoeslag en dan vooral voor de hoogte ervan. Door het schrappen van de kan-bepaling gaan huurders erop achteruit en door het schrappen van de maximale inkomensgrens gaan bepaalde huurders erop vooruit. De vraag is dan allereerst: waarom heeft de minister ervoor gekozen om deze twee maatregelen allebei in één voorstel te proppen? Is het schrappen van de maximale inkomensgrenzen wellicht aan het voorstel toegevoegd zodat de negatieve gevolgen van het schrappen van de kan-bepaling minder ernstig lijken? Ik hoor hierop graag een reactie van de minister.

Het schrappen van de maximale inkomensgrenzen is natuurlijk een goed plan. Ook Aedes en de Woonbond zijn daar enthousiast over. Het voorkomt dat huurders die door een geringe stijging van het inkomen net boven die maximale inkomensgrens uitkomen, al is het maar één enkele euro, daardoor hun volledige huurtoeslag kwijtraken. Hoe tegenstrijdig is het immers als huurders er door stijging van het inkomen feitelijk op achteruitgaan? Hoeveel huishoudens betreft het hier eigenlijk? De minister heeft aangegeven dat door deze maatregel zo'n 115.000 extra huishoudens recht krijgen op huurtoeslag. Dat is voor hen een mooi vooruitzicht, maar hoe zit het met de 77.000 huurtoeslagontvangers, die de minister ook noemt, die achteraf hun volledige huurtoeslag hebben moeten terugbetalen omdat zij daar vanwege hun te hoge inkomen tóch geen recht op hadden? Zit dat aantal al in die 115.000? Kunnen zij dan opnieuw huurtoeslag aanvragen?

Voorzitter. Dat klinkt natuurlijk allemaal leuk en aardig en dat is het natuurlijk ook zeker, begrijp me niet verkeerd. Maar voor degenen voor wie het schrappen van de maximale inkomensgrenzen geen gevolgen heeft, betekent dat gewoon een lastenverzwaring als gevolg van het schrappen van de kan-bepaling. Deze bepaling zorgt er momenteel voor dat, als de bijstandsontwikkeling achterblijft bij de huurprijsontwikkeling, dit gecompenseerd wordt door een lagere stijging van de eigen bijdrage in de huurtoeslag. Dus door deze bepaling te schrappen, zal voortaan alleen nog gekeken worden naar de gemiddelde huurstijging. En daardoor zal dus de eigen bijdrage gaan stijgen. Komt er gewoon op neer: onder de streep gaan huurders dus meer voor hun woning betalen. Maar hoeveel precies? Het Centraal Planbureau heeft berekend dat de huurtoeslag door deze maatregel met gemiddeld €0,80 per maand minder zal stijgen. Ook de minister noemt deze berekening expliciet in haar memorie van toelichting. In diezelfde memorie staat dat het schrappen van de kan-bepaling de schatkist in 2019 7 miljoen moet opleveren, oplopend naar 34 miljoen in 2012. En dat begrijp ik niet. Want in het regeerakkoord staat dat het schrappen van de kan-bepaling veel meer zal opleveren: van 35 miljoen in 2019 oplopend tot 99 miljoen in 2021. Hoe zit het nu? Welke bedragen kloppen? Belangrijker is nog de vraag hoeveel huurders er dan maandelijks op achteruit zullen gaan. Is dat dan méér dan in eerste instantie uit het wetsvoorstel zelf blijkt? De Woonbond heeft berekend dat huurders door deze maatregel in 2022 jaarlijks tot €94 minder aan huurtoeslag zullen ontvangen. En dat is veel geld. Klopt deze berekening? Kan de minister hierop reageren?

Voorzitter. De conclusie is: huurders zijn altijd de dupe. Sinds het kabinet Rutte-II zijn de huurprijzen in de corporatiesector met 17% omhoog gegaan. Alles wordt duurder. Ook de energierekening gaat omhoog en omhoog, niet alleen van huurders, maar van iedereen. Gisteren werd duidelijk dat huishoudens komend jaar €150 meer kwijt zullen zijn, €150 meer aan energiebelasting, dus puur aan belasting. Voor dat geld heb je nog geen kilowattuur stroom en nog geen kuub gas. Een hogere energiebelasting in een poging de energietransitie te financieren die feitelijk niet te financieren is.

In 2050 moeten alle 2,1 miljoen sociale huurwoningen van het gas af, klimaatneutraal zijn. De kosten daarvan zijn niet te overzien, maar zullen gigantisch zijn. Aedes, de koepel van woningcorporaties, heeft berekend dat dat in totaal 108 miljard zal gaan kosten. 108 miljard, dat is een bedrag om duizelig van te worden, dat is bijna €52.000 per woning. Wie gaan dat betalen? Uiteindelijk natuurlijk de huurders. Ook Aedes waarschuwt dat de rekening bij de huurders terecht zal komen. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, wil de minister dan ook nog de kan-bepaling schrappen. Doe het niet, stop ermee, stop met het uitknijpen van de huurders. Steeds meer huurders kunnen de maandelijkse lasten nu al niet meer dragen, nu al leven een miljoen huishoudens in energiearmoede. En als het aan dit kabinet ligt, wordt dat de komende jaren alleen nog maar erger. Door het schrappen van de kan-bepaling worden de huurders voor de zoveelste keer gepakt. Wanneer gaat de minister eens wat terugdoen voor de huurders?

Voorzitter. Dat is dan nu de staat van de volkshuisvesting in een notendop. Dat betekent: de lasten gaan omhoog en de woningmarkt is een puinhoop. En wat betreft die woningmarkt kennen we deze minister al als iemand die veel praat, veel overlegt en veel vergadert. Maar ja, de bouw van nieuwe woningen loopt wel achter. Wat moeten we doen? Ja, we moeten gaan versnellen, zegt de minister dan. Meer is het niet. Achteroverleunen, niets doen, daar komt het gewoon op neer. In de Woonagenda is een productie afgesproken van 75.000 woningen per jaar. De NVM, waar ik onlangs op bezoek was, zegt dat er zelfs 85.000 woningen per jaar nodig zijn, maar deze aantallen gaan we absoluut niet halen.

En dan: wat betreft de stijgende lasten, in dit geval van de huurders, doet de minister eigenlijk hetzelfde. Want een jaar geleden zei ze: als er voor die groep, de huurders, problemen ontstaan voor wat betreft koopkracht, dan moet mijn collega Koolmees daar maar naar kijken. Dat is lekker makkelijk: de ene D66-minister schuift het af op de andere D66-minister. D66'ers onder elkaar! Wat moeten we daar nu van verwachten? Staat de minister nog steeds achter deze uitspraak? Zo ja, wanneer en hoe gaat haar collega-minister de huurders dan eens compenseren? We horen het graag.

Ondertussen gaan de huurstijgingen gewoon door. Sterker nog, dit jaar stijgen de huren harder dan vorig jaar en de betaalbaarheid staat echt onder druk. Ook de Woonbond maakt zich hier zorgen over: 0,5 miljoen hurende huishoudens kunnen amper rondkomen. Het is dan ook tijd voor huurverlaging, maar ja, de minister wil dat niet en deze Kamer wil dat niet. PVV-moties die de regering verzoeken iets te doen voor de huurders, al is het maar iets, zoals het verlagen van de huren, worden keer op keer verworpen. Het lijkt wel een beetje op misgunnen; iets anders kan ik er niet bij bedenken. Maar ik kan u verzekeren: de PVV zal voor de huurders blijven opkomen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Ronnes van het CDA.

De heer Ronnes (CDA):

Dank u wel, voorzitter. In het regeerakkoord staat dat de huurtoeslag over een langer inkomenstraject wordt afgebouwd en de eigen bijdrage in de huurtoeslag wordt geïndexeerd met de huurverhoging. Daartoe wordt de zogeheten kan-bepaling in de huurtoeslag geschrapt. Daarnaast voeren we mogelijke vereenvoudigingen van de huurtoeslag door. Met deze wet doet het kabinet dus eigenlijk exact wat er in het regeerakkoord staat.

Nu komen verschillende partijen en belangengroepen met verschillende berekeningen van de omvang van het bedrag dat de huurtoeslagontvangers helemaal zelf betalen. Kan de minister daar nu absolute duidelijkheid over geven? Kloppen de cijfers die de minister noemt nog steeds? Waarom kloppen de cijfers die anderen noemen niet?

Het CDA vindt het goed dat de automatische compensatie van de huurtoeslag voor de achterblijvende bijstandsontwikkeling komt te vervallen. Daarmee wordt immers de doorwerking van maatregelen op het vlak van de sociale zekerheid in de huurtoeslag uit de regeling gehaald. Dat zorgt voor een grotere transparantie van de huurtoeslag en een eenduidige relatie met het huurbeleid.

De aanpassing van de eigen bijdrage moeten we niet als een op zichzelf staande maatregel zien. Het schrappen van de kan-bepaling maakt namelijk deel uit van een breder pakket aan maatregelen uit het regeerakkoord, onder andere de veranderingen met betrekking tot de inkomstenbelasting.

Voorzitter, ik zie iemand naar de interruptiemicrofoon ...

De voorzitter:

En u kunt waarschijnlijk zelf het best inschatten of het op dit punt is, dus ik geef meneer Nijboer van de Partij van de Arbeid meteen het woord.

De heer Nijboer (PvdA):

Je moet natuurlijk altijd alles in totaalpakketten bekijken, zeker als je naar koopkracht kijkt.

De heer Ronnes (CDA):

Juist!

De heer Nijboer (PvdA):

Maar waarom is er dan met het oog op het hele totaalpakket van alles bewust voor gekozen dat huurders er 0,8% op vooruitgaan en kopers 1,4%? De VVD was trots, want huurders gingen erop vooruit, maar het zou ook een prestatie zijn als ze erop achteruitgingen met zo'n groeiende economie. Waarom eigenlijk maar de helft aan huurders gunnen, terwijl daar de grootste betaalproblemen zitten?

De heer Ronnes (CDA):

De heer Nijboer maakt nu een soort wedstrijd van wie er het meest op vooruit moet gaan. Dat is niet de bedoeling. De inzet van dit kabinet is geweest dat het een evenwichtig pakket neer zou leggen waardoor iedereen in Nederland ging voelen dat mensen erop vooruitgaan. In plaats van elkaar nu te gaan "pakken" op wie er het meest op vooruitgaat, denk ik dat u eigenlijk moet zeggen: dit kabinet, deze coalitie doet geweldig werk, want eindelijk, eindelijk gaan de mensen in Nederland eens voelen dat men erop vooruitgaat.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik zou het de heer Ronnes graag gunnen, maar dat zeg ik niet. Als het beter gaat met de economie merkt iedereen het, net zoals iedereen het de afgelopen jaren heeft gemerkt dat het slechter ging. Ik spreek u aan op deze maatregel die huurders raakt. Het is gewoon een bezuiniging op de huurders. Zij krijgen door deze wet minder. Als deze wet niet was ingediend, gingen huurders er per saldo op vooruit. U zegt: kijk naar het totaal! Dan verwijs ik naar het totaal en zeg ik dat huurders op achterstand worden gesteld ten opzichte van kopers en zegt u: ja, daar moet u niet naar kijken; wees blij dat ze er wat bij krijgen! Onder al die cijfers liggen de politieke keuzes om huurders op achterstand te zetten. Ik snap niet dat het CDA die steunt.

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter, als het mag, wil ik via u nog even daarop reageren. Ik bekijk het op basis van feiten. Dit wetsvoorstel is een pakket van twee maatregelen. Als je de meerjareneffecten bekijkt in de cijfers die bij dit voorstel zitten, zie je dat er per saldo een gunstig resultaat uit komt voor de huursector. Ik begrijp dus echt niet waar uw indruk vandaan komt dat dit alleen maar een verslechtering zou zijn. Ja, het klopt dat het in de individuele situatie voordelig of nadelig kan zijn, maar het pakket dat hier ligt, zal uiteindelijk grosso modo een voordeel opleveren voor de huursector.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Ik ben blij dat de heer Ronnes erkent dat het in individuele gevallen nadelig kan uitpakken.

De heer Ronnes (CDA):

Ja, dat is altijd zo met maatregelen die wij hier nemen.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Dat hoeft niet altijd zo te zijn, namelijk als de maatregelen voor iedereen beter zijn. Het kabinet en de coalitie kiezen er nu voor om maatregelen te nemen die voor de meest kwetsbare mensen nadelig uitvallen. Zou de heer Ronnes willen toelichten waarom het CDA dat steunt?

De heer Ronnes (CDA):

Ja, dat zal ik doen. Als je de maatregelen, het pakket van de wetgeving waarover we het nu hebben, bij elkaar bekijkt, zie je dat er bij het vervallen van de maximale inkomensgrenzen per saldo een voordeel ontstaat. Wij vinden het erg goed dat mensen die in een kwetsbare situatie zitten en er eens een eurootje bij willen verdienen of een kleine loonsverhoging krijgen, niet meteen hun hele huurtoeslag kwijt zijn. In die samenhang bezien is dit voor de sociale huursector een heel goede stap. Ja, ik erken dat er kleine onderdeeltjes in zitten die nadelig kunnen uitvallen, maar als je dit per saldo bekijkt, is het alleen maar een positief verhaal.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Volgens mij zijn wij het allemaal eens met het vervallen van die maximale inkomensgrens. Als dat een apart wetsvoorstel zou zijn, denk ik dat heel de Kamer daarvoor zou stemmen, maar het gaat over de kan-bepaling. Mijn vraag is waarom het CDA het op deze manier schrappen van de kan-bepaling steunt, terwijl dat ten koste gaat van de meest kwetsbare mensen. Waarom?

De heer Ronnes (CDA):

Dat kan ik u heel eenvoudig zeggen. Als u naar dit totaalpakket kijkt, ziet u dat dit een groot voordeel oplevert. Dan ziet u dat dit voor de huursector een positief element is. Dit is het resultaat van wat in het coalitieakkoord staat. Het is ook nog eens zo dat dit zorgt voor een eenduidiger inzicht in de methodes als de huurtoeslag uiteindelijk uitgerekend gaat worden.

Mevrouw Beckerman (SP):

Een positief verhaal is natuurlijk fijn. Het verhaal zou nog positiever worden zonder de kan-bepaling. Zei u in antwoord op de vraag van de heer Smeulders nou letterlijk: ja, maar dat doen we niet, want dan wordt het duurder? Dan is het dus eigenlijk toch een centenkwestie.

De heer Ronnes (CDA):

Nee. Zoals het hier ligt, is het natuurlijk een totaalpakket waarover de vier coalitiepartijen het eens zijn geworden in het coalitieakkoord. Zoals dat in coalities gaat, is dat geven en nemen. Hier ligt een totaalpakket waarvan ik uiteindelijk onder de streep concludeer dat het voordelig werkt voor de huursector.

Mevrouw Beckerman (SP):

U zegt dus dat het een coalitieding is en dat het geven en nemen is. U heeft dus gegeven en u neemt ...

De heer Ronnes (CDA):

Als de ...

De voorzitter:

Even elkaar uit laten praten. Mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

En u neemt van de meest kwetsbare huurders. Overigens is er voor 17% van de mensen met de laagste inkomens helemaal geen positief koopkrachtplaatje. Daar neemt u nu van. Daarvan zegt u: dat hadden we eigenlijk niet gewild, maar zo hebben we het afgesproken in de coalitie. Is dat het?

De heer Ronnes (CDA):

Deels. Ik heb daar nog een argument bij gegeven: met het schrappen van de kan-bepaling wordt de uitvoering eenvoudiger. Dat is één. Het tweede element is dat je een meer eenduidige relatie krijgt tussen de berekening en de stijging van de huren.

De voorzitter:

Dank u wel. Vervolgt u uw betoog. O, de heer Kops.

De heer Kops (PVV):

De heer Ronnes zegt dat het schrappen van de maximale inkomensgrens positief is. Daar zijn we het allemaal over eens. Dat raakt 77.000 huishoudens. Dat is natuurlijk heel goed, maar er blijven nog heel veel andere huishoudens, heel veel andere huurders, over op wie dit geen effect heeft. Uiteindelijk gaan zij er door het schrappen van de kan-bepaling gewoon op achteruit. Dan kan de heer Ronnes wel met een totaalplaatje komen en zeggen dat we naar dat totaalplaatje moeten kijken, maar dan vraag ik me af of hij weleens op straat komt of met huurders praat.

De heer Ronnes (CDA):

Heel vaak.

De heer Kops (PVV):

Want de huurders die ik spreek, klagen alleen maar. Die zeggen: ik ga er alleen maar op achteruit. Ik kom maandelijks gewoon niet uit. Het gaat gewoon niet. Dan is mijn vraag: waarom? Waarom doet u dit eigenlijk? Waarom pakt u die laagste inkomens? Waarom?

De heer Ronnes (CDA):

U probeert mij weer in de schoenen te schuiven dat we juist de laagste inkomens pakken. Ik probeer duidelijk te maken dat met dit pakket aan maatregelen juist de mensen in de sociale huursector er per saldo een positiever beeld uit krijgen en er een positief effect uit krijgen. En ja, op individuele basis kun je ook mensen hebben voor wie het nadelig uitpakt. Dat erken ik, maar volgens de cijfers is dat grosso modo niet het geval. Dat ten eerste.

Twee. Ik kom heel vaak op straat en mensen zien die huren enorm stijgen. Waardoor komt dat? Dat komt gewoon doordat er te weinig huizen zijn. Dat is een ander onderwerp, waarover we later zullen spreken. Ik kijk ook bijvoorbeeld de heer Nijboer aan, want de PvdA zei twee jaar geleden dat er 100.000 woningen bijgebouwd moesten worden. Maar ze zijn er niet. Dit kabinet werkt er juist hard aan om die woningen te realiseren, zodat ook de huren die nu zo onder druk staan, minder onder druk komen te staan.

De heer Kops (PVV):

De heer Ronnes zegt dat huurders er in individuele gevallen op achteruit kunnen gaan. Daar gaat het toch juist om? Iedere huurder kijkt naar zijn eigen, individuele geval. Een individuele huurder heeft toch niets aan een totaalplaatje dat er volgens de heer Ronnes zogenaamd zo rooskleurig uitziet? Van de mensen die ik spreek gaat de energierekening omhoog, gaat de huur omhoog, gaat het btw-tarief omhoog: mensen houden gewoon maandelijks minder over. Dat zijn al die individuele gevallen van mensen die erop achteruitgaan.

De heer Ronnes (CDA):

Precies. En daarom hoop ik dat u gaat meedenken over de vraag hoe we dat kunnen aanpakken, bijvoorbeeld door te beginnen met extra woningen bijbouwen, zodat we die extreme huurstijging achter ons kunnen laten.

De voorzitter:

De heer Nijboer, op een ander onderwerp dan dit?

De heer Nijboer (PvdA):

Ja, voorzitter.

De voorzitter:

Gaat uw gang.

De heer Nijboer (PvdA):

De heer Ronnes zegt nu toch niet: ik hoop dat we onze bezuinigingen op de huurtoeslag kunnen opvangen door meer woningen te bouwen, zodat de huren gaan dalen; daarmee lossen we het op? Dat is toch niet de redenering van het CDA?

Onder de streep — zo staat het in het regeerakkoord — kost de ene helft van de maatregel, afbouw, 70 miljoen extra: daar is iedereen voor. Bezuiniging: 138 miljoen huurtoeslag. Dan wordt er toch per saldo bezuinigd op de huurtoeslag? Dat staat toch gewoon in het regeerakkoord?

De heer Ronnes (CDA):

Ik heb in mijn betoog net aan de minister gevraagd om duidelijk aan te geven of de cijfers nog kloppen. Ik moet constateren dat de stukken bij het voorstel per saldo nog voordeliger uitvallen, vergeleken met het cijfer in het coalitieakkoord. Het is dus goed om even met elkaar vast te stellen wat de goede cijfers zijn. Dat is één. Per saldo is het dan een positief verhaal.

De heer Nijboer (PvdA):

Misschien komen we dan nog een stukje tot elkaar. Als nu per saldo uiteindelijk blijkt dat het toch een bezuiniging is, wil de heer Ronnes daar dan vanaf? Dus als het niet alleen om individuele huurders gaat, maar dat het per saldo slecht is voor de huurders? Mijn stelling zou zijn: de ene maatregel gaat direct in — die 70 miljoen wordt direct uitgedeeld — maar de andere maatregel is een sluipmoordenaar die oploopt. Natuurlijk is die over drie jaar nog niet op de 70 miljoen. Dat is nogal wiedes.

De heer Ronnes (CDA):

Nee, het is geen bezuinigingsmaatregel. Het gaat om een totaalpakket en daar sta ik achter.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Ronnes (CDA):

Dank u wel. Het CDA heeft al eerder aangegeven dat met name het onderdeel van het vervallen van de maximale inkomensgrens ervoor zal zorgen dat een flink aantal huurders bij een beperkte stijging van het inkomen niet ineens de volledige huurtoeslag ziet wegvallen en men in een armoedeval terechtkomt. Dat is een goede zaak. Ik heb in mijn mailbox diverse voorbeelden gezien waarbij mensen door een kleine verandering in hun inkomen de volledige huurtoeslag in één keer zagen verdwijnen. De nieuwe opzet zal ervoor zorgen dat een geleidelijke afbouw ontstaat, wanneer een inkomen met kleine stappen blijft stijgen. Als iemand bijvoorbeeld een kleine loonsverhoging heeft, raakt hij niet van de ene op de andere dag zijn totale huurtoeslag kwijt.

Ten slotte kom ik nog even op een aanpalend onderwerp, namelijk het passend toewijzen. De minister schrijft in de criteria voor passend toewijzen: wel te handhaven op de huidige inkomensgrenzen in de huurtoeslag, gerelateerd aan dit wetsvoorstel. Dat brengt ons op de vraag hoe het staat met de knellende werking van passend toewijzen. De minister heeft in een eerder overleg op ons verzoek aangegeven dat hij gaat kijken of de afwijkingsruimte van 5% toereikend is, of dat daar nog wat meer ruimte in gezocht moet worden, bijvoorbeeld door deze te verhogen tot 10%. Het basisprincipe van passend toewijzen is goed, maar voor maatwerk is speelruimte nodig die de huidige regelgeving niet geeft. Ik verwijs naar de problematiek van probleemwijken, kleine dorpen en zorgwoningen, zoals wij al vele malen eerder hebben aangekaart. Met betrekking tot probleemwijken werd dit afgelopen zaterdag nog eens in beeld gebracht in het artikel "Gettovorming in volkswijken ligt op de loer" in De Gelderlander. Hoe staat het met dit verzoek? Is er al gesproken met de coöperaties? En wat heeft dat opgeleverd?

Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Koerhuis.

De heer Koerhuis (VVD):

Dit is de gebruikelijke interruptie wanneer de heer Ronnes begint over de knellende werking van het passend toewijzen. Voor de linkse partijen is het dan: de sluizen openzetten en geld uitgeven. Graag wil ik weer een bevestiging. Het is toch niet de bedoeling dat de huurtoeslaguitgaven dan gaan stijgen?

De heer Ronnes (CDA):

Het is niet de bedoeling om de sluizen open te zetten. Maar we moeten gelet op de maatregelen die in de afgelopen jaren zijn genomen en de druk op de woningmarkt wel oog hebben voor de knellende praktijksituaties die er nog zijn in het land. Dat zie je in grote wijken. Dat zie je bijvoorbeeld ook in kleine dorpen, waar maar een klein aantal sociale huurwoningen is. Ik heb er al langer voor gepleit. Dat weet u. Er zijn ook moties over aangenomen. Ik hoop dus dat de minister daar wat meer duidelijkheid over kan geven.

De heer Koerhuis (VVD):

Ik gebruikte de beeldspraak van de sluizen openzetten, maar ik bedoel, zoals u eerder ook heeft onderkend: hiermee hoeven de uitgaven voor de huurtoeslag niet omhoog te gaan.

De heer Ronnes (CDA):

Dat is niet mijn inzet.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Nijboer van de Partij van de Arbeid, die het zoals bijna altijd weer volledig uit zijn hoofd doet. Gaat uw gang.

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Politiek gaat over keuzes maken. Daar hebben we het elke dag over in dit huis. Vandaag ligt deze keuze voor: wat vind je nou echt belangrijk in de samenleving, wat zijn nu de grote problemen? Een van de grootste problemen nu is wonen. Dat geldt voor kopers, voor starters, die geen woonhuis kunnen vinden, en voor huurders, die jarenlang op de wachtlijst staan en de woonlasten steeds moeilijker kunnen opbrengen. Je ziet ook armoedeproblemen. Die zijn het meest geconcentreerd bij huurders. We hebben van de Woonbond staatjes gekregen van hoeveel mensen betalingsproblemen hebben. Je ziet ook dat mede door de hypotheekrenteaftrek huurders ten opzichte van kopers steeds meer problemen hebben om de woonkosten te betalen. Die huren stijgen, want er zijn te weinig woningen. Daar wees de heer Ronnes terecht op. De vraag is dan: wat doe je als kabinet als dat aan de hand is en het economisch hartstikke goed gaat? Het gaat goed met het land. Het gaat economisch goed en er kan geld worden uitgedeeld. Ik ga hier niet over de dividendbelasting beginnen, maar er kan zo 0,5 miljard extra voor worden gevonden, want er is geld genoeg. Waar kies je dan voor? Kies je er dan voor om te proberen de problemen die er zijn met het wonen en met de betaalbaarheid daarvan, op te lossen? Of maak je die problemen erger? In dat licht beoordeelt de PvdA het wetsvoorstel.

Het moet gezegd: er zijn problemen met de huurtoeslag. Als je een euro méér verdient, dan kun je je hele huurtoeslag kwijtraken. Tienduizenden mensen moeten daardoor hun huurtoeslag terugbetalen. Dat is echt een probleem. Daar is in de afgelopen jaren ook veel over gesproken. Het is een gewoon een goede zaak dat dat in het wetsvoorstel wordt opgelost, dat je niet je hele huurtoeslag kwijtraakt als je één euro boven de grens verdient. Het kost geld, maar de coalitie trekt daar geld voor uit. Dat is een goede zaak. Dat onderdeel steunen wij. Ik heb nog wel de vraag waarom de grens voor AOW'ers net €25 lager ligt dan voor andere groepen. Als je dan toch aan het vereenvoudigen slaat, waarom trek je het dan niet gelijk? En dan niet de verkeerde kant op, zo zeg ik tegen de VVD, die er altijd weer geld uit wil slaan. Nee, dan moet het de goede kant op, zodat AOW'ers ook net iets meer hebben. Het gaat ook niet over groot geld. Dat is een vraag aan de minister.

Maar dan kom ik op het andere deel van het voorstel. De publieke tribune is niet rijk gevuld als het gaat over een kan-bepaling. Je hebt er een hele studie voor nodig om te weten wat dat nou eigenlijk betekent. Dat merkte ik net ook wel in het debat, met vragen als "is de indexatie aan de bijstand?" en "is de indexatie aan de woonlasten?" En dan is het ook nog omgekeerd uitgelegd, want als de woonlasten harder stijgen, gaat de eigen bijdrage meer omhoog en krijg je dus minder huurtoeslag. Maar uiteindelijk gaat het hierom: krijgen de mensen nou meer of minder huurtoeslag in de portemonnee? En op welk moment krijgen ze dat? Ik noemde het net al even in de interruptie op de heer Ronnes: er wordt wel een soort sluipmoordenaar geïntroduceerd. Elk jaar neemt de huurtoeslag namelijk mondjesmaat minder toe. Ik formuleer dat precies. Ik zal niet, zoals het kabinet doet, zeggen dat het geen bezuiniging is. Het is wel een bezuiniging. Alles wat in dit huis wordt voorgesteld ten opzichte van de huidige wetten, alles wat wordt uitgewerkt en negatief uitpakt, vormt een bezuiniging. Dus ik vraag de minister om dit ook terecht te zeggen. Dit is structureel een bezuiniging op de huurtoeslag. Als dat niet zo is, dan vraag ik een interpellatiedebat aan met minister van Financiën over het begrotingsbeleid. We moeten daar niet omheen draaien. Dat is hoe we het hier afspreken. U kunt allemaal wel zeggen dat de huurtoeslag in de loop de jaren stijgt. Dat is natuurlijk zo, want de huren stijgen ook. Het zou dus wat zijn als de huren over twintig jaar twee keer zo hoog zijn en de huurtoeslag nog op het niveau van dit jaar zou zitten. Maar zo beoordelen we dat niet. Dit is per saldo gewoon een bezuiniging op de huurtoeslag. Minister, kom daar dan ook voor uit!

De heer Ronnes (CDA):

De heer Nijboer doet het weer. Hij probeert het wetsvoorstel te ontrafelen in kleine deeltjes. Hij beoordeelt al die deeltjes op hun merites en isoleert die van de andere. Maar zoals ik al eerder heb gezegd: de twee maatregelen worden in totaliteit genomen, zodat ze per saldo een verbetering in de huursector teweeg kunnen brengen. Meneer Nijboer, u begint met een mooi verhaal en zegt dat we hier al jaren over hebben gesproken. Ja, de PvdA en jaren erover spreken! Maar wat doen deze coalitie en dit kabinet? Zij komen met voorstellen die uiteindelijk, in totaliteit, de zaak verbeteren. Is de heer Nijboer dat stiekem niet toch met mij eens?

De heer Nijboer (PvdA):

Nee, ik vind 70 miljoen uittrekken voor een bepaalde groep en er 140 miljoen daarvan afhalen een verslechtering voor de huurders. Ik zei net dat het per saldo een bezuiniging is en daar ben ik op tegen. Ik vind dat niet eerlijk. Ik vind dat dit kabinet de huurders op achterstand zet ten opzichte van de kopers als je naar de totaalplaat kijkt; want dat is dan de vervolgvraag. Zij krijgen er nog niet de helft bij van de kopers en ze hebben het al moeilijker. Ik heb al betoogd dat ze het moeilijker hebben.

De heer Ronnes (CDA):

Wat de heer Nijboer doet, is niet terecht. Dat weet hij zelf volgens mij heel goed, want hij is heel goed met cijfers. Hij vergelijkt 138 miljoen met 70 miljoen. Ik lees voor: in 2020 is het schrappen van de kan-bepaling min 7 miljoen en in 2020 plus 70 miljoen. Het gaat dus om het bijplussen van 70 miljoen in de huursector en die 70 miljoen is cumulatief. U doet net of die 70 miljoen het totaalbedrag is. Die 138 miljoen is wel cumulatief. Dus u vergelijkt appels met peren en daardoor schetst u een verkeerd beeld. Per saldo zien we hier een vooruitgang als we in de cijfers van de minister kijken.

De heer Nijboer (PvdA):

Als we de kan-bepaling voor één jaar doen, tot 2020, en tegelijkertijd die afbouw doen, ben ik uw man. Dan doen we dat. Dan is het per saldo 63 miljoen. Wat ik zojuist heb proberen duidelijk te maken, is dat we voor een bepaalde groep die grenzen afschaffen. Dat doen we per 2020, want dat moet nog ingevoerd worden. Dat kost 70 miljoen en de huurders krijgen elk jaar tot in lengte van jaren minder huurtoeslag. Dat zie je niet zo snel en daarom is de maategel ook wel een beetje geniepig, want het is ook nog allemaal in de techniek. Uiteindelijk betalen de huurders de rekening daarvan en dat vind ik een slechte zaak. Per saldo is dat dus een achteruitgang.

De voorzitter:

Meneer Ronnes, we doen de interrupties in tweeën, dus de heer Nijboer vervolgt zijn betoog. Maar eerst heeft de heer Koerhuis nog een vraag.

De heer Koerhuis (VVD):

In het begin was de heer Nijboer nog precies, maar nu slaat hij de plank toch mis. Hij zegt letterlijk: de huurtoeslag gaat omlaag, gaat minder snel ...

De heer Nijboer (PvdA):

Minder snel stijgen, jazeker!

De heer Koerhuis (VVD):

Ja, maar de huurtoeslag blijft wel gewoon stijgen met €6 per maand per huurder, elk jaar weer. Zeg dat dan ook!

De heer Nijboer (PvdA):

Dat is hetzelfde als bij de AOW. Wanneer vinden we de bezuiniging op de AOW een bezuiniging? Dat is een makkelijker voorbeeld, want dat snapt iedereen. Als we stoppen met indexeren en de AOW gelijk houden, komen er toch meer AOW'ers bij, omdat we meer ouderen hebben, en geven we meer uit aan de AOW. Op die manier bezuinigen wij er niet op. Dat is de redenering van de VVD, maar die deugt niet. Dat doen we hier nooit. Dat is gewoon een doekje voor het bloeden of een soort rookgordijn optrekken om niet achter deze bezuiniging te hoeven staan. Kom er gewoon voor uit!

Je kunt ook alleen de eerste helft doen, want daar ben ik het mee eens. Daar ben ik het mee eens, maar daar kiest u niet voor. Het is niet heel duur. We hebben het hier niet over groot geld. Het is 138 miljoen en misschien wordt het nog wat minder door de nieuwe ramingen. Er is net een half miljard gevonden voor de dividendbelasting, terwijl drie van de vier partijen, als ik het goed heb begrepen, daar niet echt achter staan. Waarom dan dit geld niet vinden voor huurders die het moeilijk hebben? Daar gaat het over.

Voorzitter. Ik kom op de ramingen, want dat is inderdaad wel een beetje een zooitje ongeregeld geworden. Op verzoek van de Kamer — dat is de minister niet aan te rekenen — kregen we de cijfers voor over vier jaar. Ik heb net al uitgelegd of proberen te ontrafelen waarom die vier jaar niet zo relevant zijn, omdat dit structureel wordt ingevoerd. Maar goed, daar is naar gevraagd en dus geeft de minister die antwoorden. Er zit ook in dat de huren in 2020 niet meer zouden stijgen of in ieder geval dat de nettobijstand meer stijgt dan de huren, zodat er in 2020 niet op de huurtoeslag wordt bezuinigd. Mijn vraag is: hoe kan dat eigenlijk? Want de verwachting is toch dat de woningprijzen behoorlijk stijgen. De maximale huurprijzen zijn gekoppeld aan onder andere de WOZ-waarde van de woningen. Hoe kan het dan dat wordt voorzien dat er in 2020 geen echt grote huurstijgingen zullen zijn? In de praktijk maken we het toch allemaal andersom mee. Hoe komt de minister bij die ramingen? Leg me dat nog eens uit. Want ik zou verwachten — daarom vraag ik de minister ernaar — dat de huren steeds verder stijgen, gezien hoe het nu is op de woningmarkt. Ik zou het eerlijk gezegd logisch vinden dat je veel grotere effecten van deze maatregel verwacht dan in het regeerakkoord voorzien. Immers, huurders moeten een hogere eigen bijdrage betalen als de huren meer stijgen. Dat is dit wetsvoorstel. Hoe kan het nou precies andersom zijn? Hoe kan het nou dat dat in 2020 niet zo lijkt te zijn?

Voorzitter, tot slot. De betalingsproblemen van huurders verschillen sterk per individu. Dat hebben verschillende fracties ook al gezegd. De heer Ronnes zei: sommigen gaan erop achteruit. Er zijn groepen die 30%, 35% of in individuele gevallen soms zelfs 40% van hun inkomen in de maand aan huur kwijt zijn. Dat zijn mensen die huurtoeslag krijgen; dat zijn dus niet de hoge inkomens. De PvdA-fractie zou er voorstander van zijn dat goed en heel precies in kaart wordt gebracht wat de betalingsproblemen van huurders zijn en dat er vervolgens voorstellen worden gedaan om die op te lossen. Ik heb hier al een motie over voorbereid, maar ik vraag de minister te kijken of zij bereid is dat te doen. Want, echt waar, de betalingsproblemen van huurders staan hier in de Kamer veel te laag op de agenda, terwijl dit het reële leven van heel veel mensen raakt en is.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors drie minuten, voordat ik mevrouw Beckerman het woord geef.

De vergadering wordt van 11.38 uur tot 11.41 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef graag het woord aan mevrouw Beckerman van de SP-fractie.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. De huurtoeslag staat helaas al een aantal jaren onder druk. Er zijn ministers en politieke partijen die vinden dat er te veel geld naar huurtoeslag gaat. De toenmalige minister Blok maakte er geen geheim van te willen bezuinigen op de huurtoeslag. Is de huidige minister het daarmee eens? Er was namelijk vorig jaar nog sprake van een bezuiniging van 138 miljoen op de huurtoeslag en nu ineens niet meer. Hoe is die berekening te verklaren? Kan de minister daarmee toezeggen dat er in deze kabinetsperiode geen bezuinigingen zullen zijn op de huurtoeslag? Ik zou dat een goede stap vinden.

De uitgaven aan de huurtoeslag zijn gegroeid, maar dat komt door politieke keuzes. De politiek heeft ervoor gekozen om de lonen niet te laten stijgen. De politiek heeft ervoor gekozen om de huurprijzen te laten exploderen. Gisteren kwam het CBS nog met recente cijfers. In de afgelopen zes jaar is de gemiddelde huur in totaal met 18,5% gestegen. De huurstijging in de vrije sector is gigantisch. Ik hoorde net collega's zeggen dat dit niet uitmaakt voor deze huurders. Jawel, want mensen die eerst onder de liberalisatiegrens zaten, kunnen ook huurtoeslag ontvangen in de vrije sector. Ook de huren in de corporatiesector, zoals de heer Kops al heeft laten zien, zijn enorm gestegen.

Als de minister de uitgaven aan de huurtoeslag wil beteugelen, moet ze het toch met me eens zijn dat er veel betere manieren zijn om dat te doen? Denk bijvoorbeeld aan het verlagen van de huurprijzen. Welke stappen wil de minister zetten om de huurprijzen in de corporatiesector en de vrije sector te verlagen? Laten we niet vergeten dat veel mensen in ons land niet rond kunnen komen zonder huurtoeslag. Daarom is het goed dat de harde inkomensgrenzen vervallen. Net aan €1 te veel verdienen en daardoor je hele huurtoeslag mislopen is dan niet meer aan de orde.

115.000 extra huishoudens krijgen recht op huurtoeslag. Dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat alle huurtoeslagontvangers een hogere eigen bijdrage zullen moeten betalen. Momenteel wordt er voor de berekening van de eigen bijdrage gekozen voor het gunstigste scenario. De eigen bijdrage voor de huurtoeslag wordt geïndexeerd met óf het laagste percentage van de huurprijsontwikkeling óf het percentage van de nettobijstandsontwikkeling. Dat wil het kabinet nu loslaten. Het wil kiezen voor een permanente koppeling aan de huurprijs. Die huurprijs is al zo torenhoog. Waarom doet het kabinet dit? Wat is de noodzaak om niet voor de gunstigste oplossing te kiezen? Welk probleem is hiermee opgelost?

Samen met de Partij van de Arbeid heb ik een amendement ingediend om wel te kiezen voor de huurder, wel te kiezen voor het gunstigste scenario. De zogenaamde kan-bepaling moet niet worden geschrapt. Volgens berekeningen bespaart het kabinet er 51 miljoen mee. Dat is heel weinig, vergeleken met de 2 miljard die met heel veel gemak wordt gegeven aan multinationals in de vorm van de dividendbelasting. Dat is toch niet uit te leggen? Het is toch niet uit te leggen dat er zo makkelijk geld gevonden kan worden voor multinationals maar zo moeilijk voor de huurders? Het kabinet geeft 2 miljard weg aan multinationals en eist tegelijkertijd 2 miljard euro van de woningcorporaties, via de verhuurderheffing.

In crisistijd mochten huurders extra betalen, in tijden dat het goed gaat mogen ze weer extra betalen. Want hierbovenop gaat het kabinet nog meer belasting heffen, 300 miljoen euro. Het gaat om maatregelen tegen belastingontwijking door internationale bedrijven. Maar een nationale bedrijfstak zonder winstoogmerk, namelijk woningcorporaties, wordt getroffen. Dit zal weer ten koste gaan van huurders en hun huis. Vindt de minister het rechtvaardig om dan op de ondersteuning van huurders te beknibbelen?

Woningnood, lange wachtlijsten, torenhoge huren, achterstallig onderhoud, schimmel, vochtproblemen: wanneer is het genoeg geweest? Wanneer gaat in huurders en hun huizen geïnvesteerd worden in plaats van alleen te nemen?

Voorzitter. Hoe kan het dat grote gezinnen in verhouding tot eenpersoonshuishoudens minder huurtoeslag ontvangen voor precies dezelfde woning? Juist grote gezinnen hebben hoge kosten en de huurtoeslag is een middel om huurders met de laagste inkomens tegemoet te komen. Kunt u dan uitleggen waarom eenpersoonshuishoudens wel recht hebben op 40% huurtoeslag over het bedrag tussen de aftoppingsgrens en de huurtoeslaggrens, maar grote gezinnen niet?

Voorzitter. Al in mei stelde ik Kamervragen over huurtoeslag voor mensen die huren van een zorginstelling of voor beschermd wonen. Die vragen zijn nog steeds niet beantwoord. Ondertussen wordt van kwetsbare mensen die net een stap naar zelfstandigheid of herstel hebben gezet, huurtoeslag teruggevorderd. Dat brengt deze kwetsbare groep behoorlijk in de problemen, terwijl er een uitspraak ligt van de rechter dat deze mensen wél recht hebben op huurtoeslag. Hoe kan dat? Ik zie knikkende gezichten. Ik hoop ook echt dat de hele Kamer het ermee eens is dat dit niet moet kunnen en dat deze mensen op hun pad naar zelfstandigheid hiermee hard worden getroffen.

Ik wil afronden met een alternatief. Ik hoorde veel Kamerleden zeggen: we schrappen die kan-bepaling en we willen de huurders heus niet treffen, maar we maken zo het systeem simpeler. Ik geloof daar niet helemaal in, maar als u het systeem echt simpeler wil maken, heb ik nog wel een voorstel. Huurtoeslag is inderdaad ingewikkeld. Daar zijn we het over eens. Het moet overzichtelijker en eenvoudiger. Laten we de hypotheekrenteaftrek en de huurtoeslag daarom omvormen tot een woontoeslag. Niet langer staat dan het eigendom centraal, maar het inkomen. Ook mensen in koopwoningen kunnen moeite hebben met het betalen van de hypotheek. Dit is dé kans om de huursector en de koopsector gelijkwaardiger te behandelen. Is de minister daarom bereid om de mogelijkheden voor een woontoeslag te onderzoeken?

Mooi binnen de tijd. Geen vragen. Dan ga ik maar.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Van Eijs van D66. Ik kan u vast berichten dat we na mevrouw Van Eijs twintig minuten schorsen alvorens de minister de Kamer zal beantwoorden.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter. Vandaag behandelen we een kort maar belangrijk wetsvoorstel. Voorgangers gaven al aan dat deze wet twee verschillende voorstellen bevat.

In de eerste plaats stelt het kabinet voor om de huurtoeslag niet meer abrupt te stoppen als het inkomen iets stijgt. Hiermee komt een einde aan een oneerlijk, contraproductief en onwenselijk systeem. Dat is een heel goede zaak. Ik denk dat al mijn collega's wel mails hebben gekregen die pijnlijk illustreren hoe het huidige systeem van huurtoeslag kan uitwerken. Ikzelf kreeg bijvoorbeeld een mail van iemand die in plaats van 20 uur per week 40 uur per week ging werken. Omdat hij daardoor over de maximale inkomensgrens heen ging, moest hij over dat kalenderjaar zijn hele huurtoeslag terugbetalen. Netto ging hij er daardoor, omdat hij toeslagen verloor, maar €100 per maand op vooruit. Bovendien had hij er niet op gerekend, waardoor hij ineens meer dan €1.000 terug moest betalen aan de Belastingdienst.

Dit voorbeeld illustreert de twee belangrijke problemen van het huidige systeem van huurtoeslag. Ten eerste worden mensen die meer gaan werken of promotie maken hiervoor niet beloond. Zij zouden er immers op vooruit moeten gaan, maar werken meer voor de Belastingdienst dan voor henzelf. Waarom zou je meer gaan werken als het niet beloond wordt? Met dit voorstel laten we werken meer lonen. Daarom ben ik er zeer trots op. Mensen die nu net te veel inkomen hebben voor huurtoeslag gaan er enorm op vooruit met deze maatregel. Nibud heeft bijvoorbeeld berekend dat een alleenstaande gepensioneerde met een aanvullend pensioen van €7.500 er per maand €166 op vooruitgaat. Voor een stel met een bruto-inkomen van €2.500 per maand betekent deze wet dat zij recht krijgen op €100 per maand huurtoeslag. Dat zijn in verhouding echt enorme bedragen.

Het tweede probleem is dat gezinnen soms achteraf enorme bedragen aan huurtoeslag moeten terugbetalen. Dat gaat gemiddeld om €1.500. Zo'n bedrag hebben mensen natuurlijk niet op de bank staan. Dit kan dus tot enorme problemen leiden, bijvoorbeeld tot schulden. Dit komt veel vaker voor dan je wellicht denkt. Vorig jaar ging het bijvoorbeeld om 70.000 huishoudens. Met dit wetsvoorstel nemen we dit probleem grotendeels weg. Minder mensen zullen hoeven terugbetalen en zij die moeten terugbetalen hoeven een veel lager bedrag terug te betalen. Ik ben er trots op dat het kabinet deze twee belangrijke problemen wegneemt waar veel Nederlanders met een lager of middeninkomen tegen aanlopen. Het gaat hierbij om gewone mensen met een normale baan, om mensen die het niet breed hebben, om schilders, verpleegkundigen en politieagenten. Door dit voorstel gaan zij er financieel op vooruit en kunnen ze gemakkelijker hun woning betalen.

Dan is er natuurlijk nog het tweede onderdeel van de wet, waar meer weerstand tegen is. Het gaat dan om het schrappen van de kan-bepaling. Concreet betekent het dat de normhuur voortaan niet meer wordt verhoogd met de laagste van de huurprijsontwikkeling en de nettobijstandsontwikkeling. In plaats daarvan wordt de huurprijsontwikkeling in de sociale sector gevolgd. De eigen bijdrage stijgt mee met de huurstijging van de sociale huurwoningen, dus niet met de huurstijging in de vrije sector. Dat is wel een belangrijk onderscheid om te maken aangezien de huren in de vrije sector inderdaad veel sneller stijgen dan in de gereguleerde sector. De afgelopen jaren is er een huurakkoord geweest waardoor de huren gelukkig niet zo snel stegen. Gister bleek uit cijfers van het CBS dat de huurprijzen van corporaties ongeveer net zo snel stijgen als de inflatie. Ook nu onderhandelen Aedes en de Woonbond over een huurakkoord. Bovendien stijgen de lonen de komende jaren. Economen verwachten dat die sneller stijgen dan de inflatie en sneller dan de huren in de gereguleerde sector. Omdat de lonen stijgen, stijgt ook de bijstand mee. Ook neemt het kabinet een aantal belangrijke maatregelen die de koopkracht verbeteren. Denk aan het verhogen van de verschillende belastingkortingen. In augustus hebben we de nieuwste koopkrachtcijfers gezien en in 2019 ziet het beeld er goed uit. Ook de koopkracht van huurders stijgt gemiddeld per jaar met 0,7% door het kabinetsbeleid.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. De enorme voordelen van dit wetsvoorstel zijn evident. Ten eerste gaat een grote groep huurders er op vooruit, zij die op dit moment net te veel verdienen voor huurtoeslag. Belangrijker nog, mensen hoeven niet de hele huurtoeslag terug te betalen als ze een euro meer gaan verdienen. Ten tweede gaat de maatschappij als geheel er op vooruit omdat werken meer gaat lonen.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Mevrouw Van Eijs doet eigenlijk hetzelfde wat de heer Ronnes net deed; die kijkt naar de sector en u haalt zelfs aan het eind de maatschappij erbij. Het gaat ons erom dat er een aantal individuele gevallen zijn die er aantoonbaar op achteruitgaan door het schrappen van de kan-bepaling. Juist die individuele gevallen zijn de meest kwetsbare mensen in onze samenleving. Vindt u dat ook niet onwenselijk?

Mevrouw Van Eijs (D66):

Het is altijd goed om te kijken naar kwetsbare mensen in de samenleving. Ik denk dat het kabinet dat wel degelijk doet. De huurtoeslag is een van de aspecten waar we die kwetsbare mensen mee kunnen helpen. De huurtoeslag stijgt ook gewoon nog door. De mensen worden ondersteund. Daarnaast neemt het kabinet een heleboel andere maatregelen die ook die kwetsbare mensen ten goede zullen komen. Dat zien we ook in de berekeningen: alle groepen gaan er op vooruit.

De heer Smeulders (GroenLinks):

U zegt dat alle groepen er op vooruitgaan, maar de meest kwetsbare mensen gaan er het minst op vooruit, zoals uit die koopkrachtplaatjes blijkt. Maar daar gaat het mij nog niet eens om. Het gaat mij erom dat u ervoor kiest om een voorstel te steunen waardoor de meest kwetsbare mensen waar u volgens mij een groot hart voor hebt, er aantoonbaar op achteruitgaan. Waarom steunt u als D66 specifiek dit voorstel? Bent u het niet met mij eens dat het eigenlijk een onwenselijk voorstel is?

Mevrouw Van Eijs (D66):

Zoals ik net ook in mijn betoog heb aangegeven, denk ik dat het voorstel in totaliteit heel veel mensen heel veel voorspoed zal brengen. Ik noemde al de voorbeelden rond de enorme bedragen die mensen nu zullen krijgen. Al met al, in totaliteit kunnen we dit voorstel zeker steunen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan schors ik de vergadering tot kwart over twaalf.

De vergadering wordt van 11.56 uur tot 12.15 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik vraag de leden hun plaatsen in te nemen, ook de leden die zich nu nog in de coulissen bevinden. Ik geef graag het woord aan de minister voor de beantwoording in eerste termijn.

Minister Ollongren:

Voorzitter, heel veel dank. Dank ook aan alle woordvoerders voor hun inbreng, hun vragen en hun opmerkingen over dit wetsvoorstel. Een wetsvoorstel dat, zoals zonet ook door bijna alle woordvoerders is gezegd, gaat over twee wijzigingen in de Wet op de huurtoeslag: de andere wijze van indexering van de eigen bijdrage en het verlengen van het inkomensbereik. Ik roep nog in herinnering dat deze beide voorstellen gebaseerd zijn op aanbevelingen in het eindrapport van het IBO, het interdepartementaal beleidsonderzoek Sociale Huur, en vanuit daar hun weg hebben gevonden in het regeerakkoord.

Uit de eerste termijn van de Kamer blijkt dat de meeste vragen en discussies gaan over de andere indexering van de eigen bijdrage, de zogenaamde kan-bepaling, die wordt geschrapt, en in veel mindere mate over het verlengen van het inkomensbereik. Ik constateer dat er wel brede steun bestaat voor het verruimen van het inkomensbereik, wat ertoe leidt dat huishoudens bij een kleine stijging van het inkomen niet meer de hele huurtoeslag gemakkelijk verliezen. Ik merk dat dit over de gehele linie gezien wordt als winst. Daarom wil ik in de eerste plaats maar gewoon ingaan op dat schrappen van die kan-bepaling.

U heeft in de stukken gezien — het is ook al eerder in debatten met uw Kamer aan de orde gekomen — dat het motief voor dit voorstel is om de oneigenlijke vervlechting tussen het inkomensbeleid en het woonbeleid te corrigeren. De eigen bijdrage in de huurtoeslag wordt alleen nog maar afhankelijk van de huurontwikkeling, waardoor er een eenduidige relatie komt met het huurbeleid. Tot nu toe is bij een achterblijvende bijstandsontwikkeling sprake van een automatische compensatie via de huurtoeslag. Dat is, zo is ook geconstateerd door de commissie voor sociale huur, eigenlijk een gekke situatie: met een specifiek woningmarktinstrument doe je een algemene inkomensreparatie. Met dit wetsvoorstel wordt voorgesteld om dat automatisme te laten vervallen. Maar daarbij moet de positie van mensen met lage inkomens natuurlijk niet worden veronachtzaamd. Ik heb daar eerder ook op gewezen. Er is altijd een jaarlijks moment om integraal te kijken naar de koopkrachtontwikkeling. Daarover is integrale besluitvorming aan de kant van het kabinet en daarover wordt ook altijd in uw Kamer gesproken met, inderdaad, de minister van Sociale Zaken. De heer Kops vroeg daarnaar. Dan kan het geheel van de koopkrachtontwikkeling worden bezien en niet slechts één onderdeel dat meebepaalt hoe het gaat met de koopkracht. Terugkomend op dit voorstel: het voorstel leidt in de ogen van het kabinet tot een heldere verantwoordelijkheidsverdeling. Het maakt de huurtoeslag transparanter, omdat de doorwerking van maatregelen in de sociale zekerheid uit de regeling wordt gehaald.

Dan de effecten van dit wetsvoorstel. Ik heb het dan weer even over het totaal; de heer Ronnes en anderen hebben daar terecht op gewezen. Per saldo leiden deze twee wijzigingen ertoe dat er in deze kabinetsperiode meer geld naar de huurtoeslag en dus naar de huurtoeslagontvangers gaat. De effecten van de andere indexering van de eigen bijdrage zijn veel kleiner dan de effecten van het verlengen van het inkomensbereik. De effecten van een andere indexering zijn ook sterk afhankelijk van het daadwerkelijke verschil tussen de bijstandsontwikkeling en de huurontwikkeling. Dat blijkt ook uit het feit dat in het regeerakkoord eigenlijk een groter effect van de maatregel werd verwacht. Dat beeld is bijgesteld. Dat hebt u gezien, en sommigen van u hebben dat ook opgemerkt, in de memorie van toelichting. Inmiddels verwachten we dat in het jaar 2019 de huurontwikkeling lager zal zijn dan de bijstandsontwikkeling, waardoor de wijziging van de indexering helemaal geen effect zal hebben. Ik wil echt nogmaals benadrukken dat met de mogelijke effecten in latere jaren geen sprake is van een daling van het bedrag van de huurtoeslag dat huishoudens ontvangen. Wel kan het zo zijn, en dat is ook waar de heer Smeulders en anderen op wijzen, dat de huurtoeslag in de toekomst minder hard stijgt dan zonder de wijziging.

In de memorie van toelichting is aangegeven dat het schrappen van de kan-bepaling naar huidige inzichten leidt tot — ik maak het maar even precies — een beperking van de gemiddelde jaarlijkse stijging van de huurtoeslag met circa €0,80 per maand. Op basis van de huidige cijfers stijgt de huurtoeslag jaarlijks nog steeds met gemiddeld €6 per maand. Dus het vervallen van de maximale inkomensgrenzen heeft voor de huidige huurtoeslagontvangers bij een gelijkblijvend inkomen geen effect en wel wordt voorkomen dat deze groep bij een beperkte stijging van het inkomen direct de hele toeslag kan verliezen. Dus dat is het totaalpakket. Ik ben echt blij dat, ook met deze voorstellen, per saldo echt een verbetering ontstaat.

Het lijkt mij het beste dat ik nu aan de hand van de specifieke vragen de rest van de behandeling van het wetsvoorstel doe. Ik heb al het een en ander gezegd over getallen. Heel specifiek vroegen de heer Kops maar ook de heer Ronnes nog wat nader in te gaan op die bedragen. Ik zei net al dat ik heb geprobeerd de cijfers te actualiseren. Die zullen nog verder moeten worden geactualiseerd omdat wij natuurlijk in augustus ook altijd nieuwe ramingen krijgen. Maar de laatste cijfers zijn dus de cijfers die u van mij hebt ontvangen. Die zijn recenter dan de cijfers van de Woonbond. De nieuwe economische inzichten zijn op basis van het Centraal Economisch Plan, dat dus de basis is voor de geactualiseerde effecten zoals die in de memorie van toelichting staan. Dat leidt dus tot een veel beperkter effect dan wat oorspronkelijk bij het regeerakkoord werd beoogd. Zoals ik net ook al betoogde, als wij dan de allernieuwste ramingen van het CPB, dus die van augustus, bekijken, dan heeft uiteindelijk het schrappen van die kan-bepaling in 2019 geen effect. Uiteraard zijn er voor latere jaren nog geen cijfers beschikbaar.

Ik kom bij de heer Koerhuis. Ik wou de rest van de beantwoording even in de volgorde van de sprekers doen. De heer Koerhuis had nog één vraag, nog los van zijn betoog. Die ging over het loslaten van de koppeling tussen de huurtoeslag en de huurprijs. Dan heeft hij het over de genormeerde huren. Dat is denk ik iets waar wij naar zouden moeten kijken in het kader van het vereenvoudigen van de huurtoeslag. Maar ik denk dat de heer Koerhuis zich ook realiseert dat het loslaten hiervan grote inkomensconsequenties kan hebben, zowel positief als negatief. Dat vereist dus wel een hele zorgvuldige afweging. Dus ik plaats zijn vraag in het kader van de vereenvoudiging van de huurtoeslag en niet direct in relatie tot het voorstel dat hier voorligt. Maar het punt is helder.

Als ik me niet vergis, was de heer Smeulders de spreker na de heer Koerhuis. De heer Smeulders wees met anderen naar de huurstijging in het algemeen. Die huren stijgen door, zeker opgeteld, dat is waar. Het CBS is ook met nieuwe cijfers gekomen en meldde afgelopen woensdag dat de huur over de afgelopen zes jaar met gemiddeld 18,5% omhoog zou zijn gegaan.

Dan gaat het voor een deel om gewone inflatie, dus de algemene prijsstijging, voor een deel om huurverhogingen bij huurmutaties, dus bij verhuizingen. Bovendien mogen verhuurders sinds 2013 die huren met meer dan de inflatie laten stijgen. Maar voor de woningcorporaties is de gemiddelde ruimte die ze kunnen benutten om de huren te laten stijgen door de Wet doorstroming huurmarkt beperkt. Dus ja, al met al is er een huurstijging. Tegelijkertijd is die sinds 2012 boven op de inflatie relatief beperkt. Voor de toekomst wordt er nu door alle partijen — Aedes, Woonbond, Vastgoed Belang, IVBN — gewerkt aan een sociaal woonakkoord. Ik hoop en heb ook goede hoop dat het kan leiden tot goede afspraken over een beheerste huurontwikkeling. De huurstijging komt ook tot uiting door de algemene inflatie. Dat heeft natuurlijk een verband met elkaar. Met het effect van inflatie wordt elk jaar weer rekening gehouden bij de besluitvorming over het inkomensbeeld. Daarmee kom ik weer bij het punt dat ik aan het begin maakte: uiteindelijk moeten we kijken naar het totaalbeeld, dus niet alleen de huurontwikkeling maar het totale inkomensbeeld. Aan de hand van dát inkomensbeeld kunnen we kijken of er bijstellingen nodig zijn, bijvoorbeeld in de huurtoeslag.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter, zei u nu ... Zei de minister nu tussen de zinnen door dat zij eigenlijk zou willen dat er wel een beperking zou komen? Dus zou u willen dat de huren in de sociale sector inderdaad omlaaggaan, maar wacht u daarover simpelweg het akkoord af?

Minister Ollongren:

De heer, of mevrouw, excuses. U spreekt de voorzitter niet aan, en ik spreek u verkeerd aan. Ik antwoordde met het woord "beheerst". En wellicht had mevrouw Beckerman dat woord verkeerd verstaan. Waar ik op reken, zijn goede afspraken over een beheerste huurontwikkeling.

Mevrouw Beckerman (SP):

Een beheerste ontwikkeling, geeft dat aan dat u zegt: die 18,5% van de afgelopen jaren vind ik onbeheerst? Dus moeten we in de komende tijd zorgen dat dat minder wordt?

Minister Ollongren:

Nee. Dat heeft mevrouw Beckerman denk ik niet goed gehoord. Ik heb juist betoogd dat hoewel de cijfers zijn zoals ze zijn — dus er is natuurlijk sprake van een stijging van huurprijzen — die stijging eigenlijk over de afgelopen vijf jaar gematigd is geweest. Ik gaf ook aan dat mijn hoop voor het sociaal woonakkoord is dat er ook goede afspraken kunnen worden gemaakt over toekomstige beheerste huurontwikkeling.

Dan zei de heer Smeulders iets over de koopkracht van huishoudens met een laag inkomen. Daar heb ik net al iets over gezegd. Ik wil niet in herhalingen vervallen, maar zijn vraag duidde erop dat hij aandacht vraagt voor de koopkrachtontwikkeling van huishoudens met een laag inkomen. Die aandacht moet er ook zijn, maar ik blijf dat plaatsen in het kader van het algemene koopkrachtbeeld en ik zou ook hem willen vragen om dat te doen. Ongetwijfeld zal hij dat doen; ik weet niet of hij dat zelf doet, of met een collega. Met de minister van SZW vindt natuurlijk altijd een goed debat plaats over de koopkrachtontwikkeling. Ik vind dat ook echt de plek om naar die koopkracht van huishoudens met een laag inkomen te kijken. Ik zou de heer Smeulders ook willen vragen om dat niet geïsoleerd, enkel en alleen, te doen bij dit onderwerp. Ik kan uiteraard niet vooruitlopen op Prinsjesdag, maar dat is natuurlijk wel een belangrijk moment, want dan zullen we met z'n allen kunnen zien hoe de koopkracht zich over de hele linie ontwikkelt.

De heer Smeulders vroeg ook nog of er andere opties voor vereenvoudiging zijn verkend. Onlangs is de Nationale woonagenda gepresenteerd. Daarin wordt dit wetsvoorstel aangekondigd. Ook wordt aangekondigd dat we willen verkennen — inmiddels zijn we gestart dat te verkennen — welke verbeteringen en vereenvoudigingen mogelijk zijn binnen de huidige huurtoeslagsystematiek. Ik zei dat net ook in antwoord op de vraag van de heer Koerhuis. Dat gebeurt met de partijen die betrokken zijn bij de Woonagenda. We zullen eerst de uitkomst van de verkenning moeten hebben om te bekijken of er vereenvoudigingen kunnen worden doorgevoerd. Ik hoop eind dit jaar in ieder geval een tussenrapportage te kunnen verstrekken aan de Kamer.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Kan de minister aangeven aan wat voor oplossingen dan wordt gedacht?

Minister Ollongren:

We kunnen daar nu een debat over voeren, maar op dit moment wordt het gesprek met deze partijen gevoerd. Dan wil ik ook hun oplossingen of suggesties goed in overweging kunnen nemen en met hen samen kijken waar we uitkomen. Daarna, bijvoorbeeld na het verzenden van de tussenrapportage, zou ik met uw Kamer in debat willen gaan. Dan heb ik een breder palet voor u om te bespreken.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Ik heb in mijn bijdrage ook gevraagd om duurzaamheid daarin mee te nemen. Ik zou graag van de minister willen weten of dat mogelijk is.

Minister Ollongren:

De heer Smeulders vroeg, dacht ik, of verduurzaming een plek kan krijgen in de systematiek. Ik heb die vraag wel gehoord. Ik betwijfel alleen of dat een vereenvoudiging is, maar de gedachte begrijp ik wel. Ik wil dit dus wel meenemen in de uitwerking van de Woonagenda. Daarin staat ook dat we zouden kunnen kijken naar de mogelijkheid van een woonlastenbenadering. Ik kan me voorstellen dat de heer Smeulders denkt dat verduurzaming daarin een plek kan worden gegeven. Of het daar makkelijker door wordt, weet ik dus nog niet, maar het zit er wel in. Ik kijk even of de heer Smeulders nog andere specifieke vragen had, maar ik dacht het niet.

Ik ga over naar de volgende spreker: de heer Kops. De heer Kops vroeg waarom beide voorstellen — het zijn inderdaad twee voorstellen — in één wetsvoorstel zitten. Dat is heel eenvoudig: beide vereisen een wijziging van de Wet op de huurtoeslag. Die is aangekondigd in het regeerakkoord. Het gaat om één wet, die op twee punten wordt gewijzigd. Uit het oogpunt van efficiëntie, doelmatige wetgevingsprocedures, ligt het voor de hand om dat samen te voegen. Het werkt overigens efficiënt voor de Belastingdienst; dat vind ik zelf ook wel een belangrijke afweging.

De vraag van de heer Kops over collega Koolmees heb ik al beantwoord, geloof ik. Ik heb gesproken over het jaarlijkse integrale moment.

De heer Kops wees erop dat, zoals ook in het stuk staat, in de toekomst een grotere groep van huishoudens in aanmerking zal komen voor huurtoeslag. Hij bracht dat in verband met de huidige groep van mensen die eigenlijk moeten terugbetalen. Dat de armoedeval nu wordt afgeschaft per 1 januari 2020, voorkomt dat de situatie die zich nu voordoet, op die schaal in de toekomst kan voorkomen. Maar het gaat pas in als het ingaat. Dat betekent dat er verschillende groepen zijn, een nieuwe groep en de oude groep. We lossen het probleem dat er nu is, dus eigenlijk op voor de toekomst. Ik hoop dat dat helder was voor de heer Kops.

Dan ga ik naar de heer Ronnes. Hij had nog een vraag over het passend toewijzen. Hij zei dat dat een knellende werking heeft voor corporaties en vraagt daar aandacht voor. Hij wil wat meer ruimte voor maatwerk. Dat heeft hij eerder ook bij motie gedaan, een motie-Ronnes over dit onderwerp. Ik meen dat ik ook toen tegen de heer Ronnes heb gezegd dat ik dat inderdaad een belangrijk punt vind en dat ik het graag wil meenemen bij de evaluatie van de Woningwet. Dat vind ik een logisch moment om ook dit vraagstuk te adresseren. Tot nu toe is, zoals de heer Ronnes weet, uit onderzoeken die zijn gedaan op het gebied van passend toewijzen nog niet gebleken dat die 5% onvoldoende is. Maar ik begrijp heel goed dat het, terwijl je over de hele linie misschien wel kunt zeggen dat het voldoende is, in specifieke situaties — precies waar de heer Ronnes het over had — toch niet voldoende is. Laat mij daar dus bij de evaluatie op terugkomen. Die komt aan het eind van het jaar. Daarmee hoop ik ook een eerdere motie van de heer Ronnes goed uit te voeren.

De heer Ronnes (CDA):

Ik ben erg blij van de minister te vernemen dat ze er toch werk van wil maken en daar in elk geval goed naar wil kijken om eventueel verbeteringen aan te brengen. Maar zij had het over eind volgend jaar. Vervolgens moeten er dan nog maatregelen genomen worden. We spreken er al heel lang over. Ik hoor uit de corporatiesector dat men er knellend tegen aanloopt. Mijn verzoek, boven op wat de minister toezegt, is of zij in de gesprekken die zij heeft met corporaties, toch niet nog eens kan kijken welke noodzaak er zou kunnen zijn om daar een stuk versnelling in te brengen. In de huidige woningmarkt, met zo veel mensen die wachten op een woning en die zoeken naar een woning, levert dit gewoon extra nadeel op voor die woningzoekenden. Het zou, denk ik, helpen om daar toch voldoende aandacht aan te besteden.

Minister Ollongren:

Ik wil daar zeker voldoende aandacht voor hebben. Het is onderwerp van gesprek, ook met Aedes, de corporaties, en uiteraard met gemeenten, die daar vaak goed zicht op hebben. Of ik het kan versnellen, weet ik niet. Ikzelf vind het echt wel logisch om in de evaluatie van de Woningwet in het najaar ook dit aspect te belichten. Maar ik heb de heer Ronnes goed gehoord.

Dan de heer Nijboer. Een aantal van zijn opmerkingen en vragen heb ik in de inleidende passages al behandeld, denk ik. Hij had een heel specifieke vraag over de inkomensgrens voor AOW-gerechtigden. Dat gaat ook over het passend toewijzen. Wat we nu hebben gedaan, is het technisch overzetten van het ene systeem naar het andere systeem. Ik begrijp zijn opmerking wel, en wat hij zegt is misschien voor de toekomst ook wel een goed idee. Het is nu dus niet meegenomen, maar ook dit onderdeel zouden we bij de evaluatie van de Woningwet met betrekking tot het passend toewijzen kunnen betrekken, zoals net bij de interruptie van de heer Ronnes besproken.

Als het gaat om het schrappen van de kan-bepaling is het misschien wel goed om nog specifiek de vraag van de heer Nijboer te beantwoorden of dat nou een bezuiniging is. De insteek, of beter gezegd de raming destijds bij het regeerakkoord, was dat het ook minder geld zou kosten. Als het geld oplevert, kun je dat natuurlijk zien. Het schrappen van de kan-bepaling leidt uiteindelijk echter niet tot een daling van het bedrag dat huishoudens ontvangen aan huurtoeslag. Het is precies een zaak van "hoe kijk je ernaar". Het is minder "meer", maar toch wel degelijk "meer". Ik wil het dus niet zien als een bezuiniging maar als een aanpassing van het systeem.

De voorzitter:

We gaan het horen. Meneer Nijboer?

De heer Nijboer (PvdA):

"Ombuiging" mag ook nog tegenwoordig, want "bezuiniging" vonden bewindspersonen soms vervelend en dan noemden ze het "ombuiging". Maar we hebben gewoon afspraken in dit huis over hoe we begrotingen behandelen. Alle wetswijzigingen die leiden tot minder uitgaven dan voorzien, zijn bezuinigingen. Alles wordt altijd geïndexeerd want alles wordt altijd duurder; het leven van iedereen, van leraren en van weet ik veel wat. En als je daarvan afstapt, is het een bezuiniging. Ik vind dat de minister in de beantwoording, maar nu ook, eigenlijk eromheen draait. Ik denk dat ze gewoon eerlijk moet zeggen: per saldo gaat het regeerakkoord uit van een bezuiniging op de huurtoeslag. Natuurlijk is dat minder meer. Dat erken ik ook. Daar loop ik helemaal niet voor weg. Maar het is wel een bezuiniging.

Minister Ollongren:

Ja, maar dan vraag ik de heer Nijboer om ook in overweging te nemen, dat het handhaven van de kan-bepaling grote consequenties kon hebben voor de budgettaire houdbaarheid. Ik neem aan dat dat destijds ook in het ibo om die reden zo is opgeschreven. Daarom kan ik heel erg achter de keuze staan om de kan-bepaling te schrappen — dat is ook überhaupt beter voor budgettaire houdbaarheid — en tegelijkertijd de koopkracht van de lagere inkomens integraal te bezien, niet enkel en alleen vanuit deze bepaling bij de huurtoeslag.

De heer Nijboer (PvdA):

Nee, het kan niet beide waar zijn. De minister kan niet zeggen "deze maatregel heeft grote budgettaire consequenties voor de toekomst" en tegelijkertijd zeggen "het is maar €0,80 in de maand en het kost eigenlijk niks". Het is een van beide. Als de minister beweert dat als wij dit niet doen, de uitgaven aan de huurtoeslag helemaal vastlopen, dan is het een serieuze bezuiniging. Of het is wat eerst werd betoogd, dat het maar €0,80 per maand is en het allemaal wel meevalt — al is het dan nog steeds "niet houdbaar" — of het is niet houdbaar. Dat is de minister toch wel met mij eens?

Minister Ollongren:

Nee, dat ben ik niet eens met de heer Nijboer. Op de termijn van deze kabinetsperiode gaat het over een beperkt beslag. Sterker nog, met de nieuwe ramingen is dat waarschijnlijk nihil. De bepaling als zodanig zou echter op de veel langere termijn, als je het door zou trekken, wel consequenties hebben voor de houdbaarheid, gewoon van de begrotingssystematiek. Het zijn echt twee heel verschillende zaken. Je wilt de koopkracht van de lagere inkomens in de gaten houden. Dat gebeurt ook. De effecten op de koopkracht van de lage inkomens voor deze periode zijn heel beperkt. Dat kunnen we nu laten zien. Op de langere termijn kijk ik liever naar de integrale koopkracht, ook van de lagere inkomens, vanuit alles wat er voor lagere inkomens wordt gedaan en wordt gevraagd, terwijl we tegelijkertijd ook weten dat een risico voor de budgettaire houdbaarheid uit de systematiek is gehaald.

De voorzitter:

Dank u wel. Vervolgt u uw betoog.

Minister Ollongren:

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

De heer Smeulders staat op. Gaat u gang.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Wij spreken vandaag over dit wetsvoorstel. Ik snap het op zich wel dat de minister zegt dat we naar het totaalplaatje van de koopkrachtontwikkeling moeten kijken, ook van kwetsbare mensen en lage inkomens, omdat die geraakt worden door dit wetsvoorstel. Ik ben dan wel heel erg benieuwd wat de minister van Binnenlandse Zaken en Wonen heeft afgesproken met de minister van Sociale Zaken om deze groep mensen te compenseren. Als zij namelijk kan zeggen dat we daar goede afspraken over hebben gemaakt en er totaal geen reden is om ons daarover zorgen te maken, dan zou het al een stuk makkelijker zijn om hierin mee te gaan. Wij weten dat echter niet, en dat maakt het verdraaid ingewikkeld. Het enige wat wij zien is een wetsvoorstel waaruit blijkt dat kwetsbare mensen erop achteruitgaan. Ik ben heel benieuwd wat de minister kan zeggen over hoe zij dat afgesproken heeft.

Minister Ollongren:

Ik kan er twee dingen over zeggen. Een: u hebt gezien bij het regeerakkoord en de doorrekening daarvan dat per saldo ook die groep erop vooruitgaat. Het tweede, en daar hintte ik zonet al op, is dat we met elkaar even geduld moeten hebben tot Prinsjesdag. Dan kan ook de heer Smeulders zich een totaalbeeld vormen van of hij vindt dat het kabinet ook op dat punt met goede voorstellen komt. Ik kan er nu, op deze plek, echter niet meer over zeggen dan dat.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Dat snap ik ook nog, maar u heeft net ook toegezegd dat u gaat kijken naar een verdere vereenvoudiging van de huurtoeslag. Bent u bereid om bij die verdere vereenvoudiging, waar u zelf voor in de lead bent, de kwetsbare groepen en met name de betaalrisico's voor mensen in die groepen een belangrijke plek te geven?

Minister Ollongren:

Ik heb beide eigenlijk toegezegd. Ik heb gezegd dat ik ga kijken naar die vereenvoudiging. Ik heb ook gezegd dat ik zeker de positie van de meest kwetsbare groepen en de laagste inkomens niet veronachtzaam. Dus datgene wat de heer Smeulders vraagt, heb ik eigenlijk zonet al benoemd. Ik heb gezegd dat ik er zeker aandacht voor zal hebben, vanzelfsprekend.

In het verlengde daarvan vroeg de heer Nijboer ook nog om betalingsproblemen van huurders in kaart te brengen. Bij het nieuwe woononderzoek zal ook naar de woonlasten worden gekeken. Het is de bedoeling om daar in de loop van 2019 over te rapporteren. Een van de onderdelen daarvan is dat we de ontwikkeling van huisuitzettingen altijd nauwlettend volgen. Er vinden jaarlijks ongeveer 3.700 huisuitzettingen plaats. Dat daalt wat, maar het gebeurt nog steeds. In de meeste gevallen gaat het om huishoudens met een huurachterstand. Dat is iets wat we met elkaar, de corporaties in het bijzonder, zo vroeg mogelijk signaleren om te kijken wat de oorzaak is, een betalingsregeling te treffen en huisuitzetting te voorkomen. Het is natuurlijk belangrijk om voor dat soort zaken oog te hebben en in een zo vroeg mogelijk stadium te proberen daar iets aan te doen.

Dan ben ik bij mevrouw Beckerman.

De voorzitter:

Dan ga ik wel eerst de heer Nijboer het woord geven.

De heer Nijboer (PvdA):

Huisuitzetting is natuurlijk de meest extreme vorm. Woningcorporaties proberen dat zo veel mogelijk te voorkomen. Er zijn helaas veel meer mensen die gelukkig niet uit huis worden gezet: hele grote groepen die heel veel moeite hebben om elke maand de huur en alles aan elkaar te knopen. Het gaat mij dus niet alleen om de mensen die uit huis worden gezet, maar voornamelijk om die hele groep die moeite heeft om rond te komen.

Minister Ollongren:

Dat begrijp ik heel goed. We kennen de voorbeelden. Degenen van ons die in het lokaal bestuur werkzaam zijn geweest, hebben die ook gezien. Ik geef de heer Nijboer daar helemaal gelijk in. Tegelijkertijd weet hij ook dat, om die mensen zo goed mogelijk te helpen en te positioneren, er veel meer mogelijk is en ook zou moeten gebeuren dan alleen te kijken naar hoe het zit met de huren. Het gaat over mensen met, om allerlei uiteenlopende redenen, problematische schulden. Het gaat over mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, waar we natuurlijk graag iets aan willen doen. Er zit een heel palet aan vraagstukken omheen waar zeker op het niveau van de gemeentes natuurlijk alles aan moet worden gedaan en waar ook dit kabinet aandacht voor wil hebben. Het is een bredere problematiek dan alleen de huurproblematiek.

De heer Nijboer (PvdA):

Dat ben ik met de minister eens. Zij heeft gelijk dat je ook naar die andere facetten moet kijken, maar huur is wel een heel belangrijk deel van wat mensen kwijt zijn in de maand. We spreken hier nu over huren. Ik vraag de minister om daar meer aandacht aan te besteden, om heel precies te weten waar de knelpunten precies zitten. Is dat voornamelijk bij AOW'ers, bij gezinnen met meer kinderen of bij alleenstaanden? Waar is die huur het meest knellende? Waar zitten de mensen die 30%, 40% van hun inkomen kwijt zijn? Moeten we het beleid niet een beetje aanpassen om die groepen die het meest in de knel zitten tegemoet te komen? Dat is eigenlijk mijn hoofdvraag.

Minister Ollongren:

Het klopt dat bij de lagere inkomens de huur of het wonen een relatief groot beslag legt op het inkomen. Daar heeft de heer Nijboer helemaal gelijk in. Ik ben het ook helemaal met hem eens dat we dat goed moeten weten. Maar tot op zekere hoogte is het natuurlijk onvermijdelijk dat je bij een lager inkomen relatief meer kwijt bent aan het wonen. Het is ook waar dat er bij specifieke groepen ook specifieke knelpunten zijn. Wat mij betreft, is dat allemaal onderdeel van hoe we gaan kijken naar de vereenvoudiging van de huurtoeslag en hoe we überhaupt kijken naar deze groep. Maar ik blijf het wel plaatsen, als het gaat over het inkomensbeeld, in het totaal. Dus eens dat de huren daarbij een belangrijk onderdeel zijn, maar het is niet het enige.

Mevrouw Beckerman wees erop dat grotere gezinnen vaak weer wat grotere betaalbaarheidsproblemen hebben. Zij vroeg aandacht voor de huurtoeslag voor meerpersoonshuishoudens boven de aftoppingsgrens. Nou, dat zou een wijziging zijn die met veel extra geld gepaard gaat, dus dat is nu niet het voorstel. In de Woonagenda, waarover we al eens hebben gesproken, staat aangegeven dat we die vereenvoudiging en verbetering gaan verkennen, in overleg met de zonet door mij genoemde partijen. Wellicht dat het in dat geheel nog eens terug kan komen.

Mevrouw Beckerman vroeg aandacht voor de gedachte dat we naar een woontoeslag toe zouden moeten. Ja, huur en koop zijn natuurlijk wel heel erg verschillend. Ik begrijp haar punt op zich wel. Dat daarnaar kan worden gekeken, begrijp ik wel, maar dat is echt wel iets van de lange adem, denk ik. Dus dat lijkt me geen eenvoudige opgaaf.

Mevrouw Beckerman vroeg verder nog welke stappen ik zou willen zetten om huurprijzen in de sociale en de vrije sector te verlagen. Daarvoor verwijs ik ook naar het sociaal huurakkoord, waar wat mij betreft partijen eerst onderling tot goede afspraken zouden moeten komen over die beheerste huurontwikkeling, waarover we net al even een interruptiedebatje hadden.

En tot slot vroeg mevrouw Beckerman naar de bredere context. Zij wees op een aantal fiscale ontwikkelingen die gevolgen hebben voor woningbouwcorporaties, waaronder de Vpb. Zij vraagt regelmatig aandacht voor het feit dat woningbouwcorporaties in fiscale zin door de verhuurderheffing worden aangeslagen en aan de andere kant hun sociale opgaven hebben. Nou, ik heb al eerder, samen met staatssecretaris Snel van Financiën, toegezegd dat we die effecten goed in kaart zullen brengen. Ik zal uw Kamer daarover rapporten, dus ik heb daar echt wel oog voor. Maar ik wijs er ook op dat de wet verschillende waarborgen kent tegen te hoge huurverhogingen, waaronder de huursombenadering en de beperking op individuele huurvergoedingen. Het totaal van het systeem moet goed in balans zijn. We moeten inderdaad steeds kunnen beoordelen of de corporaties in staat zijn om hun kerntaak goed uit te voeren. In z'n totaliteit kan dat ook. Daar waar het knelt, is het vaak een kwestie van een specifieke woningbouwcorporatie. Over het geheel genomen is die investeringsruimte er wel.

Voorzitter. De anderen hebben veel vragen gesteld, maar ik hoop dat ik die in mijn inleiding in voldoende mate heb beantwoord.

De voorzitter:

Ik mis nog de beantwoording van een vraag over de zorg en het beschermd wonen.

Minister Ollongren:

Nou, voorzitter, dan hebt u nog veel beter opgelet dan ik. Maar ik dacht dat dat iets was wat ik net met de heer Ronnes had besproken. Of was dat een andere vraag? Mevrouw Beckerman gaat mij vast herinneren aan haar vraag.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dat klopt, voorzitter. Het ging erover dat de Raad van State uitspraak heeft gedaan over mensen die op weg zijn naar zelfstandigheid. Die komen bijvoorbeeld uit een zorginstelling en die gaan dan beschermd wonen. De Raad van State heeft de uitspraak gedaan dat zij wel recht hebben op ondersteuning, maar ze krijgen het op dit moment niet. Wij vinden, naar ik aanneem net als de minister, dat het belangrijk is dat mensen weer zelfstandig kunnen zijn. We kunnen mensen daarbij helpen door ze die huurtoeslag te geven, iets wat de rechter ook heeft uitgesproken. Volgt de minister dat?

Minister Ollongren:

Het antwoord op de laatste vraag is dat ik dat natuurlijk moet doen, maar misschien staat u mij toe dat ik daar in tweede termijn nog iets specifieker op inga, want ik heb de vraag in eerste termijn gewoon gemist, waarvoor excuses.

De voorzitter:

Prima. Ik kijk even rond of de leden behoefte hebben aan een tweede termijn. Ik heb één lid dat daarvan afziet. Zijn er meer mensen? O, er zijn een paar mensen die kort nog iets willen zeggen. Prima. We hebben daar alle gelegenheid voor. Ik geef als eerste het woord aan de heer Koerhuis van de VVD voor zijn tweede termijn.

De heer Koerhuis (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Zoals ik al zei is de VVD trots op deze groeiende hervorming van de huurtoeslag. Maar het denken staat niet stil. Er zijn nog meer manieren om dit systeem eenvoudiger te maken. Ik ben daarom ook blij dat de minister daarnaar aan het kijken is en dat meerdere partijen willen dat het systeem eenvoudiger wordt. Ik heb nog wel een paar vragen. In welk traject zit de minister nu om het systeem eenvoudiger te maken? Wie zitten daar aan tafel? De minister heeft het erover dat er mogelijk eind dit jaar een tussenrapportage komt. Komt die nou eind dit jaar of niet? De minister begon er ook over dat er voor- en nadelen aan zitten. Misschien kan de minister daar dan over uitweiden. Ze zegt dat het inkomensgevolgen heeft en dat dat een nadeel is. Dat kan natuurlijk ook een voordeel zijn. Een ander voordeel zou kunnen zijn dat je iets meer verantwoordelijkheid neerlegt bij huurders zelf. Als je bijvoorbeeld de koppeling loslaat tussen de huurtoeslag en de huurprijs en alleen kijkt naar het inkomen, dan leg je de verantwoordelijkheid om een eigen woning te kiezen iets meer neer bij de huurder. Dat zijn ook voordelen.

De heer Ronnes had het over passend toewijzen. Hij zei dat het knelt. Ik begrijp de individuele gevallen die de heer Ronnes noemde. Een oudere met een laag inkomen en een groot vermogen wil bijvoorbeeld misschien ook op wat duurdere sociale huurwoningen reageren. Dat begrijp ik nog. Maar dat vind ik niet helemaal passen in het rücksichtslos verhogen van de norm van 5% naar 10%. Zou de minister daar ook nog een beetje op kunnen reflecteren? Beiden hebben het over maatwerk. Maatwerk onderschrijf ik, maar het rücksichtslos verhogen van het percentage is geen maatwerk meer.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Smeulders van GroenLinks.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik zou de minister willen danken voor haar beantwoording. Ik moet eerlijk toegeven dat die onze zorgen over het afschaffen van de kan-bepaling helaas niet heeft weggenomen, omdat we echt denken dat de meest kwetsbare mensen geraakt worden door dit wetsvoorstel. We zijn wel blij dat de minister heeft toegezegd om bij de verdere onderzoeken rondom de vereenvoudiging van de huurtoeslag te kijken hoe duurzaamheid of eigenlijk inderdaad de totale woonlasten daarin een plek kunnen krijgen. Ik heb ook nog een motie, die gaat over die verdere vereenvoudiging. Ik zal haar voorlezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het regeerakkoord is afgesproken dat de huurtoeslag vereenvoudigd wordt;

constaterende dat veel huishoudens in de sociale huursector moeite hebben om iedere maand de rekeningen te kunnen betalen;

overwegende dat het niet wenselijk is dat nog meer huishoudens betaalrisico's krijgen;

verzoekt de regering om bij het uitwerken van de verdere voorstellen voor het vereenvoudigen van de huurtoeslag de betaalrisico's voor mensen in de sociale huursector te verminderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smeulders, Nijboer, Beckerman en Kops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 8 (34940).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Kops van de PVV.

De heer Kops (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de minister voor de beantwoording. "Vereenvoudiging van het systeem" zegt zij dan. Nou, wat ons betreft is er niets eenvoudiger dan het systeem gewoon in stand houden. Daarmee bedoel ik: de kan-bepaling in de wet gewoon in stand houden zoals die is. Ik heb begrepen dat de heer Nijboer en mevrouw Beckerman al een amendement hebben ingediend om dat element uit het wetsvoorstel te halen. Dat is natuurlijk heel goed. Maar toch dien ik ook nog deze motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de kan-bepaling in de Wet op de huurtoeslag in stand te houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9 (34940).

De heer Kops (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan de heer Ronnes van het CDA.

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter, heel kort. In de eerste termijn heb ik de minister met name gevraagd om nog eens duidelijk en scherp te stellen hoe het met het cijferwerk zit. Dat heeft ze gedaan. Ik kan concluderen dat de gedachtelijn die we voor dit debat hadden, niet veranderd is en dat de effecten van het totaalpakket echt een verbetering zijn voor de sociale huurmarkt. Uiteindelijk betekent dit pakket met de cijfers die we bij het voorstel hadden, onder de streep een vooruitgang met 111 miljoen euro. Het is goed om van de minister te horen dat er na de bijstelling voor 2019 waarschijnlijk nog eens een verbetering in zit. Dat is toch even wat ik als conclusie wil melden, met name ook omdat een aantal partijen het beeld scheppen dat we hier een bezuinigingsactie in de sociale huursector willen bewerkstelligen. Ik ben blij dat nu hard is gemaakt dat dit niet aan de orde is.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Nijboer van de Partij van de Arbeid.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik loop nog even terug om mijn motie erbij te pakken.

De voorzitter:

Doet u rustig aan, meneer Nijboer, anders staat u hier straks amechtig uw motie voor te lezen. Dat gaan we niet doen, hè?

De heer Nijboer (PvdA):

Nee.

Dank u wel, voorzitter. Om op de laatste woorden van de heer Ronnes aan te sluiten: het tegendeel is waar, want het is gewoon een bezuiniging. De minister zegt ook dat die voor de houdbaarheid van het stelsel echt nodig is en dat we er de eerste jaren nog niet zo veel van merken, maar dat die in de toekomst echt voldoende moet opleveren. Dat is in deze economische tijd en als je kijkt naar hoe het nu met de mensen en de woonlasten van huurders gaat, gewoon een onbegrijpelijke en verkeerde keuze. Daarom heb ik met mevrouw Beckerman het amendement ingediend om ervan af te zien. Ik hoop dat het de steun krijgt van de Kamer, want het geld kan echt gemakkelijk gevonden worden. Wij komen ook met een tegenbegroting waarin wij tal van opties zullen schetsen. Als je zelfs als iets niet in de begroting staat, 0,5 miljard kunt vinden voor iets waar je het niet mee eens bent, moet dat toch ook mogelijk zijn voor iets wat je aan het hart gaat? Dit moet toch ook voor huurders mogelijk zijn? Ik kijk voornamelijk naar het CDA en de ChristenUnie en spreek hen daarop aan, al is de ChristenUnie er niet.

Met Carola Schouten heb ik dat de afgelopen jaren keer op keer gedaan. Dit zeg ik ook in reactie op de minister die het rechtvaardigt met "een vereenvoudiging" en met "het is de uitkomst van interdepartementaal beleidsonderzoek". Dat is waar. Ik heb gelezen dat dat de uitkomst is. Maar een politicus moet ook zeggen wat hij daarmee doet. Dat is al jaren bekend. En toen wij in de coalitie zaten is het ook bij ons op het bord gelegd. Het zal wel een vereenvoudiging zijn voor de techniek, maar als de huurders erop achteruitgaan, zou ik als minister voor Wonen zeggen: "nee, dat doe ik niet, want dat is onverstandig" of, als ik het toch wil omdat het een vereenvoudiging is: "maak maar een variant waarbij de huurders er allemaal op vooruitgaan". Dat kan ook wel. Je zet niet klakkeloos je handtekening onder een bezuiniging op de huurders.

We hadden nog een gesprek over de woonlasten voor iedereen en de problemen die daarmee zijn. Daar heb ik graag meer zicht op. Ik heb er dan ook een motie over.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de woonlasten voor steeds meer mensen lastiger op te brengen zijn;

overwegende dat het voor iedereen in Nederland mogelijk moet zijn om betaalbaar te wonen;

verzoekt het kabinet te onderzoeken welke groepen mensen problemen hebben met het betalen van de woonlasten en voorstellen te doen om deze problemen op te lossen en de Kamer daarover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer, Beckerman, Smeulders en Kops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10 (34940).

De heer Koerhuis (VVD):

Ik heb een vraag aan de heer Nijboer. Hij spreekt grote woorden over een tegenbegroting, maar die hebben we nog niet gezien.

De heer Nijboer (PvdA):

Nee, die komt na Prinsjesdag. Ik kan moeilijk een begroting indienen voordat de ...

De heer Koerhuis (VVD):

U dient nu wel heel stoer een amendement in, maar staat er een dekking in dat amendement?

De heer Nijboer (PvdA):

Zeker. We hebben samen met de SP en GroenLinks voor de gehele kabinetsperiode zes alternatieve hoofdkeuzes gemaakt voor die van het kabinet. Wonen was een van de belangrijkste pilaren daaronder. Wij willen meer dan een miljard uittrekken om wonen betaalbaar te maken en te verduurzamen. Uit mijn hoofd meen ik dat het 1,2 miljard is, waar het kabinet bij de hele woonsector een miljard weghaalt. Deze maatregel niet laten doorgaan maakt daarvan deel uit.

De heer Koerhuis (VVD):

Dat was niet mijn vraag. Staat er in dit amendement een dekking? Zo niet, is de heer Nijboer het dan met mij eens dat de oude PvdA van "op de pof leven" terug is?

De heer Nijboer (PvdA):

Dat verwijt vind ik zeer origineel, zeker na de afgelopen periode. Er wordt ons veel verweten, maar niet dat wij de afgelopen jaren te veel op de pof hebben geleefd en dat minister Dijsselbloem de begroting uit het lood heeft laten slaan. We hebben dekkingen te over: Vpb, btw en natuurlijk ook de dividendbelasting. Ik wil ook wel zoeken naar dekkingen die voor de VVD minder pijnlijk zijn; dat is geen enkel probleem. We hebben daar ook voorstellen voor ingediend. Dit kost 138 miljard. Voor de orde van grootte: we hebben voor 10 miljard versleept ten opzichte van de kabinetsplannen. Daar mag u wat mij betreft te kust en te keur uit kiezen om dit ongedaan te maken. Dat is maar 1% van de door ons aangeleverde dekking.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Beckerman van de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank u wel, voorzitter. Dit is toch wel weer zo'n debat waarvan je eigenlijk al van tevoren weet wat er gaat gebeuren: we staan even wat tegenover elkaar en uiteindelijk sluit de coalitie de rijen. Dat vind ik echt wel weer heel erg jammer, zeker omdat juist de meest kwetsbare groep nu wordt weggemoffeld, alsof die hier geen last van zou hebben. Wij maken ons daar wel zorgen over, niet alleen over de kleine of iets grotere groep die er hierdoor op achteruitgaat, maar over de totale huursector. We hebben dat natuurlijk al heel vaak uitgesproken, maar de huurprijzen zijn enorm en er wordt nog steeds te weinig gebouwd. Voor heel veel huizen betaal je veel meer, maar je hebt dan wel veel achterstallig onderhoud, schimmel en gezondheidsproblemen. Het patroon is dat we elke keer een beetje en soms een beetje meer beknibbelen op huurders en dat huurders er minder op vooruitgaan. We zien elke dag de juichberichten in de krant over hoe goed het gaat met de economie. Dan is het natuurlijk heel erg pijnlijk voor huurders om te constateren dat dit vaak niet voor hen geldt en dat ze vaak in een slechter huis zitten dan voorheen. Dat is ook niet echt een bevredigend einde van dit debat. Ik ben blij dat de minister zegt dat zij in ieder geval wil kijken naar die huurprijzen en dat zij daarbovenop zal blijven zitten. We dachten aan een motie, maar die laten we nu achterwege.

Ik heb wel een paar andere moties. De eerste motie gaat over een punt waarop ik van de minister in de eerste termijn nog geen reactie heb gekregen. Ik hoop natuurlijk op een goed antwoord. Dan kan ik de motie aanhouden, maar ik zal de motie alvast indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in 2015 de Raad van State heeft geoordeeld dat huurtoeslag gegeven moet worden aan een cliënt die een appartement huurt via een zorginstelling;

overwegende dat huurtoeslag bij tijdelijke woonruimte eigenlijk niet mogelijk is, maar dat mensen die een stap zetten naar zelfstandig wonen, inkomensondersteuning verdienen als zij dat nodig hebben;

verzoekt de regering om huurtoeslag voor mensen die (tijdelijk) beschermd wonen of (tijdelijk) huren via een zorginstelling, mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Smeulders en Nijboer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11 (34940).

Mevrouw Beckerman (SP):

Mijn tweede motie gaat over de grotere gezinnen, die minder huurtoeslag krijgen dan eenpersoonshuishoudens, terwijl grote gezinnen vaak hogere lasten hebben.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat meerpersoonshuishoudens, met name grote gezinnen, in verhouding tot eenpersoonshuishoudens minder huurtoeslag ontvangen voor precies dezelfde woning;

overwegende dat grote huishoudens met lage inkomens hoge lasten hebben;

verzoekt de regering over het bedrag tussen de aftoppingsgrens en de huurtoeslaggrens meerpersoonshuishoudens hetzelfde recht op 40% huurtoeslag te geven als éénpersoonshuishoudens,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 12 (34940).

Mevrouw Beckerman (SP):

En dan de laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat huurders tegemoetgekomen worden in hun woonlasten via de huurtoeslag en dat huiseigenaren genieten van hypotheekrenteaftrek;

overwegende dat het wenselijk is om huur en koop gelijkwaardiger te behandelen;

constaterende dat al in 2012 een woontoeslag is benoemd in Wonen 4.0, waarbij niet het eigendom centraal staat maar het inkomen en de samenstelling van het huishouden;

verzoekt de regering te onderzoeken of een eigendomsneutrale woontoeslag kan worden ingevoerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Smeulders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13 (34940).

Mevrouw Beckerman (SP):

Volgens mij appelleert dat heel mooi aan de wens van de Kamer om het allemaal eenvoudig te houden. Volgens mij kunnen we het hiermee heel goed en eenvoudig regelen.

Dat was het einde, voorzitter. Dank u.

De voorzitter:

Zoals gezegd heeft mevrouw Van Eijs afstand gedaan van de mogelijkheid tot spreken in tweede termijn.

Ik kijk even naar de minister. Zullen we even een paar minuutjes schorsen?

De vergadering wordt van 13.06 uur tot 13.11 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef graag het woord aan de minister voor de beantwoording van de vragen in tweede termijn en haar appreciatie van een vijftal moties. Gaat uw gang.

Minister Ollongren:

Dank u wel, voorzitter. Ik had één vraag nog onbeantwoord gelaten, althans grotendeels onbeantwoord, van mevrouw Beckerman. Nu is het wat onaardig om deze te beantwoorden als mevrouw Beckerman nog niet de gelegenheid heeft gehad om de zaal te bereiken. Die laat ik dus nog heel even liggen. De heer Koerhuis had een tweetal vragen. Daarna kom ik bij de moties en het amendement.

De heer Koerhuis wilde nog iets meer weten over de vereenvoudiging. Wie zit er aan tafel, vroeg hij onder andere. Dat zijn de bekende partijen, maar ook de partijen die hiervoor nodig zijn: Aedes, de Woonbond, IVBN, dus de institutionele beleggers, Vastgoed Belang. Eigenlijk zijn het de partijen die ook in het kader van de Woonagenda zo'n belangrijke rol spelen. Ik wil hem inderdaad ook zeggen, daar vroeg hij naar, dat het de bedoeling is om eind van dit jaar een tussenrapportage te hebben. Dat is het streven.

De heer Koerhuis had naar aanleiding van de vraag van de heer Ronnes nog wel een opmerking. Hij vroeg mij toe te zeggen dat we bij het passend toewijzen niet "alle sluizen zouden openen". Volgens mij is dat ook niet wat de heer Ronnes vraagt. Het is denk ik ook niet waar ik naartoe zou willen, de corporaties en Aedes trouwens ook niet. Wij willen kijken of de regelgeving te knellend is. Dat kan liggen aan het percentage. Het zou kunnen dat we toe willen naar een verruiming daarvan. Maar ik zeg dat niet al op voorhand. Het gaat ons om de daadwerkelijke toepassing in de praktijk. Als het ligt aan het percentage, dan zouden we dat moeten aanpassen. Maar het gaat natuurlijk om het effect, het maatwerk zoals de heer Ronnes dat noemde. Dat is het doel. We moeten dus niet aan de voorkant al zeggen dat we het gaan oplossen door het verruimen van het percentage. Maar als het nodig is, is het nodig. Ik kom daar bij de Kamer op terug.

Mevrouw Beckerman had nog een antwoord van mij tegoed over de uitspraak van de Raad van State. Het ging erover dat mensen die uit een zorginstelling komen, recht zouden moeten hebben op ondersteuning. Ik heb er net nog even naar gekeken. In principe ben ik het wel met haar eens. Ik vind dat we dit goed moeten onderzoeken. Het moet natuurlijk passen binnen de wettelijke kaders en we moeten denken aan de uitvoerbaarheid door de Belastingdienst. Maar er is inmiddels ook overleg met de partijen gaande. We kijken naar allerlei mogelijkheden. Er wordt verkend of we een specifiek toegesneden model huurcontract kunnen hanteren: een overeenkomst van bepaalde tijd. Aan dat soort zaken moet u denken. Er wordt aan gewerkt en ik hoop — ik zal er straks bij de behandeling van de moties nog iets over zeggen — dat dit mevrouw Beckerman tot op zekere hoogte geruststelt.

De voorzitter:

Kunt u aangeven wanneer u de Kamer hierover kunt berichten?

Minister Ollongren:

Nou, dat zal ergens in het najaar zijn.

De voorzitter:

Bij de begrotingsbehandeling wellicht?

Minister Ollongren:

Daar zal ik naar streven, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel.

Minister Ollongren:

Ik kom bij de moties. De motie op stuk nr. 8 was ingediend door de heer Smeulders, mede namens een aantal andere partijen. In deze motie wordt gevraagd om bij de uitwerking van de voorstellen voor verdere vereenvoudiging van de huurtoeslag ook de betaalrisico's te betrekken. Ik heb eigenlijk al gezegd dat dit onderdeel moet zijn van hoe we naar die vereenvoudiging gaan kijken. Om die reden beschouw ik deze motie als ondersteuning daarvan en laat ik het oordeel erover aan de Kamer.

De heer Kops vraagt in zijn motie op stuk nr. 9 datgene wat een ander deel van de Kamer bij amendement voorstelt. Ik heb net betoogd waarom het kabinet ervoor kiest om de kan-bepaling niet in stand te houden. De heer Kops zal dus begrijpen dat ik zijn motie moet ontraden.

De motie op stuk nr. 10 is van de heer Nijboer en gaat over specifieke groepen die in de problemen zouden kunnen komen. Hij vraag daar aandacht voor. Het is een motie waarin het kabinet wordt gevraagd om iets te onderzoeken. Ik wil hem wel toezeggen dat ik dat doe. Dat zal volgend jaar zijn, want dan heb ik actuele cijfers uit het WoonOnderzoek. Langs die route wil ik het gaan doen. Het oordeel over de motie laat ik graag aan de Kamer.

De motie op stuk nr. 11 van mevrouw Beckerman c.s. is de motie waaraan ik net refereerde. Wellicht wil ze die na mijn antwoord van zonet aanhouden.

De voorzitter:

Ik kijk even naar mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dat zou natuurlijk wel sympathiek van mij zijn, hè?

De voorzitter:

Absoluut!

Mevrouw Beckerman (SP):

Maar het is lastig. We hebben de Kamervragen in mei ingediend. In principe staat er drie weken voor de beantwoording, maar dat kan uitgesteld worden tot zes weken. Maar het is al veel langer dan zes weken geleden. We wachten al heel lang. We krijgen nu een heel positief antwoord. Ik zou me ook kunnen voorstellen dat de minister zegt: we laten het oordeel erover aan de Kamer. Dan wachten we niet al te lang. Het duurt namelijk wel heel erg lang. En "in het najaar" vind ik ook altijd wat rekbaar. Het is best wel lang najaar; het lijkt wel altijd najaar te zijn in Nederland.

De voorzitter:

Ik kreeg het signaal van de griffie dat de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken juist erg vroeg is gepland in het schema.

Minister Ollongren:

Dat is waar.

De voorzitter:

Mag ik dat ertegenaan leggen?

Minister Ollongren:

Ik kijk natuurlijk naar mevrouw Beckerman. Ik snap het op zich wel. Als je een maand voor het reces of zo vragen indient en daar een hele zomer overheen gaat, dan lijkt het natuurlijk allemaal heel erg lang. Dat vind ik vervelend. Dat was niet de intentie. Maar ik heb net wel gezegd: we gaan het onderzoeken. Ik kom er dus op terug. Het is een goede suggestie van de voorzitter om het bij de begrotingsbehandeling te betrekken. Wat mij betreft hebt u dus de toezegging, maar als mevrouw Beckerman haar motie toch in stemming wil brengen, dan laat ik het oordeel erover aan de Kamer.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik ben blij met dat "oordeel Kamer". Ik zal even nadenken over wat wij daarmee doen.

De voorzitter:

Dank u wel.

We komen bij de motie op stuk nr. 12.

Minister Ollongren:

De motie op stuk nr. 12 is ook van mevrouw Beckerman. In die motie zit wel een passage die mij noodzaakt haar te ontraden. Het betreft het budgettaire effect. De opmerking in de motie dat het gaat over hetzelfde recht, betekent dat deze motie geld kost. Ik heb in mijn eerste termijn al gezegd dat we het bij de vereenvoudiging wel kunnen bezien, maar ik kan helaas niet nu al zeggen dat dat moet uitmonden in "hetzelfde recht". Deze motie wil ik dus ontraden.

De voorzitter:

Dank u wel.

Minister Ollongren:

Ook de motie op stuk nr. 13 is van mevrouw Beckerman. Dat is een onderzoeksmotie. Ik kan zeggen dat ik het oordeel erover aan de Kamer laat. Dat doe ik ook, maar ik zeg wel — ik denk ook dat de leden dat zich heel goed realiseren — dat dit iets is voor echt de langere termijn. Dit gaat veel breder dan alleen een woononderwerp. Met die kanttekening, die ik ook in eerste termijn heb ingebracht, wacht ik rustig af wat de Kamer hiervan vindt.

Volgens mij was er ook nog een amendement. Dat heb ik even niet voor me liggen, maar ik denk dat de indieners van het amendement zullen begrijpen en verwachten dat ik het ontraad. Het stelt namelijk precies het tegenovergestelde voor van wat er in het wetsvoorstel staat.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Tot slot geef ik het woord aan de heer Koerhuis.

De heer Koerhuis (VVD):

Ik heb een vraagje over de motie op stuk nr. 11. Het was mij niet helemaal duidelijk of het advies van de minister aanhouden is.

De voorzitter:

Het advies is aanhouden. Mevrouw Beckerman overweegt die aan te houden, maar de motie heeft oordeel Kamer gehad.

Minister Ollongren:

Ja.

De heer Koerhuis (VVD):

Daarover gaat dan mijn vraag, want deze motie heeft net als de motie op stuk nr. 12 budgettaire gevolgen. De vraag aan de minister is of ze daar dan wel dekking voor heeft.

Minister Ollongren:

Ik heb in mijn eerste antwoord, nog even los van de motie, al gezegd dat we dit gaan onderzoeken. We gaan hiernaar kijken. Ik heb ook gezegd dat het wel moet passen binnen de wettelijke kaders van de uitvoerbaarheid en de betaalbaarheid. Dat wil ik er naar aanleiding van de vraag van de heer Koerhuis best aan toevoegen.

De heer Koerhuis (VVD):

Maar het is geen onderzoeksmotie. Er staat gewoon: huurtoeslag voor bepaalde groepen die deze nu niet krijgen, wel mogelijk maken. De motie op stuk nr. 11 is geen onderzoeksmotie. De minister interpreteert de motie als een onderzoeksmotie en in die context begrijp ik het, maar dat is niet wat er staat.

Minister Ollongren:

Volgens mij heb ik mijn reactie op de motie al gegeven, met een toevoeging naar aanleiding van de opmerking van de heer Koerhuis van zonet.

De voorzitter:

Dank u wel. Hiermee zijn we aan het eind van de beraadslaging over deze wet gekomen.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij stemmen aanstaande dinsdag over deze wet. Ik dank de minister.

De vergadering wordt van 13.20 uur tot 14.01 uur geschorst.

Voorzitter: Arib