Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 10, item 2

2 Vragenuur: Vragen Voortman

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen van het lid Voortman aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht "Dienstencheque levert banen op".

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. In tijden dat de negatieve werkloosheidscijfers ons om de oren vliegen, klinkt nieuws dat er mogelijk 228.000 banen voor het oprapen liggen bijna te mooi om waar te zijn. Maar dat is het niet, zo blijkt uit onderzoek van PricewaterhouseCoopers. Het invoeren van het Belgische systeem van dienstencheques zou 228.000 banen opleveren doordat mensen hun huishoudelijk werker niet langer zwart betalen en meer mensen een huishoudelijk werker zullen nemen. Daaruit volgt niet alleen nieuwe werkgelegenheid, maar volgen ook rechten en sociale bescherming voor de mensen die dit werk nu vaak zwart moeten doen. GroenLinks is voorstander van dienstencheques en pleit al langer voor het invoeren van dit systeem. Daarom roept mijn fractie het kabinet op om er nu werk van te maken. Ook dringt mijn fractie aan op een echt banenplan, waarmee het kabinet nieuwe banen creëert. Dit lijkt haar een eerste mooie stap daartoe te zijn.

Ik heb de volgende vragen aan de minister. Is de minister bereid, serieus te kijken naar dit systeem en te bezien op welke wijze het ingevoerd kan worden? Is de minister bereid, een proef te doen en de resultaten daarvan te gebruiken om te bekijken of en, zo ja, hoe dit systeem in Nederland kan worden ingevoerd? Tot slot zou ik graag willen weten hoe de minister de rechten en de positie van huishoudelijk werkers verbetert en hoe hij zorgt voor nieuwe werkgelegenheid.

Minister Asscher:

Voorzitter. Ik dank mevrouw Voortman voor het onder de aandacht brengen van dit rapport en van de positie van de vele mensen die in het huishoudelijk werk actief zijn. Ik deel haar zorgen over aan de ene kant de oplopende werkloosheid en aan de andere kant de positie van de huishoudelijk werkenden, die vaak te wensen overlaat. Ik waardeer het initiatief van Vebego, de opdrachtgever van het rapport waarover we spreken, om daarin mee te denken. Zoals bekend, heeft het kabinet de commissie dienstverlening aan huis onder leiding van mevrouw Kalsbeek ingesteld om onderzoek te doen naar dienstverlening aan huis, juist ook in relatie tot het al dan niet ratificeren van ILO-verdrag nummer 189, dat ziet op de rechten van domestic workers. Daarbij heeft de commissie expliciet de opdracht gekregen om internationale beleidsvarianten te vergelijken. Zij zal dus ook kijken naar het Belgische systeem van de dienstencheques. Mevrouw Voortman sprak daarover al eerder in een van de algemeen overleggen.

Ik zeg toe dat ik het rapport onder de aandacht breng bij de commissie, mocht zij daar zelf nog niet naar hebben gekeken. Als het rapport van de commissie-Kalsbeek is verschenen — dat is voorzien nog voor het einde van het jaar — kunnen kabinet en sociale partners hun standpunt bepalen. Daarop wil ik nu niet vooruitlopen, maar dat is het moment om over een eventuele proef van gedachten te wisselen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dat de commissie-Kalsbeek hiermee bezig is, is mij bekend. "Het rapport onder de aandacht brengen" vind ik dan toch een beetje te mager. In het rapport wordt becijferd dat het gaat om 228.000 banen, waarvan 125.000 nieuwe banen. Ik verwacht dan toch van de minister dat hij in ieder geval iets zegt over wat hij hiervan vindt. Vindt hij het een goed idee of zegt hij: ik weet niet of het wat is? Wat zijn zijn ideeën hierover? Daarnaast heb ik de minister gevraagd wat hij gaat doen om de rechten van huishoudelijk werkers te verbeteren.

Minister Asscher:

Het gaat bij de opdracht aan de commissie-Kalsbeek om beide punten. We willen de rechten van mensen in de huishoudelijke dienstverlening zo veel mogelijk op één lijn brengen met andere werknemers. We willen ook voorkomen dat zij in het grijze of zelfs in het zwarte circuit geduwd worden, want daarmee zijn zij slechter af dan nu. Daarom hebben we de commissie er ook naar gevraagd. Ogenschijnlijk is het ratificeren van het verdrag een mooie stap daartoe, maar ik ben zeer bezorgd over de mogelijke gevolgen daarvan. De commissie heeft als opdracht gekregen om naar de verschillende landen te kijken, waaronder België, waar het systeem van dienstencheques al een tijd gehanteerd wordt. Daarbij moet je je afvragen wat het kost en wat het oplevert. De commissie moet dit rapport bekijken. Ik hoop dat zij met een gedegen advies komt dat recht doet aan beide zorgpunten van mevrouw Voortman, die ook mijn zorgpunten zijn. Dat betekent: zorg ervoor dat mensen hun plek niet verliezen en niet het illegale circuit in worden geduwd omdat zij bij mensen thuis schoonmaken, maar zorg ervoor dat zij juist meer rechten krijgen, zodat het gemakkelijker wordt om zich te verzekeren tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid en om iets aan pensioenopbouw te doen. Organiseer dit echter niet zo dat de vele particuliere opdrachtgevers, de mensen die hen inhuren, te maken krijgen met prohibitieve eisen, waardoor zij kiezen voor het zwarte circuit. Dat is immers echt in het nadeel van deze mensen. Met andere woorden: er wordt hier al naar gekeken, niet voor niets door een commissie van experts. Die commissie moet met voorstellen komen die recht doen aan beide punten van mevrouw Voortman. Dit rapport kan daar een rol bij spelen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Wij komen dus nog te spreken over dit rapport en over het rapport van de commissie-Kalsbeek. GroenLinks wil in ieder geval dat hier serieus naar gekeken wordt. Zulke concrete cijfers, zulke hoge aantallen en zo'n duidelijke manier om de rechten en de positie van huishoudelijke werkers te verbeteren, kun je niet aan je voorbij laten gaan. De minister kan wel zeggen dat er nog naar de kosten moet worden gekeken en dat nog moet worden bekeken of er juist extra mensen in het zwarte circuit komen, maar voor GroenLinks is al duidelijk dat wij dit echt moeten onderzoeken. Daar zullen wij dus op terugkomen wanneer wij dit rapport bespreken.

De heer Van Weyenberg (D66):

Het is natuurlijk heel mooi dat de Vebego dit onderzoek heeft laten doen. Ik begrijp dat de minister verwijst naar de commissie-Kalsbeek, maar de D66-fractie heeft behoefte aan een analyse waarmee de minister aangeeft of hij de sommen en berekeningen een beetje kan plaatsen. Als dit tot heel veel extra banen leidt, vinden de minister, ik en volgens mij de hele Kamer dit een heel interessant idee. Is de minister bereid om de Kamer te informeren over wat hij van de berekeningen vindt? Ik snap dat de uiteindelijke weging op een andere plek thuishoort, maar hoe beoordeelt hij de sommen die ons nu zijn aangereikt?

Minister Asscher:

De commissie-Kalsbeek heeft de opdracht om niet alleen te kijken naar de rechten van domestic workers, maar ook naar de vraag hoe de samenleving dit op een fatsoenlijke manier kan oplossen, zonder dat dit tot heel veel kosten voor de overheid leidt. Die middelen zijn er nu immers niet voor de overheid. In dat kader zal ik het rapport onder de aandacht brengen. Ik verwacht ook dat daar serieus naar gekeken wordt. De commissie zal dus met een advies moeten komen waarin ook het kostenelement een rol speelt. Vervolgens, wanneer alle voors en tegens kunnen worden afgewogen, komt het kabinet tot een standpunt. Het kabinet zal dat standpunt aan de Kamer doen toekomen. Dan ga ik graag in debat met de Kamer over de vraag of dit een goed idee is — dat hoop ik oprecht, maar dan moet het wel betaalbaar zijn — of dat we een andere oplossing moeten kiezen voor Nederland.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor zijn komst naar de Kamer.