Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 100, pagina 8092-8107

Aan de orde is het spoeddebat over bezuinigingen bij de politie.

De voorzitter:

Ik heet de minister van BZK welkom. Voor dit debat hebben zich zeven sprekers aangemeld. De spreektijd is drie minuten per fractie.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. "Politie in geldnood" kopt vandaag het Algemeen Dagblad. Op elk bureau is er een tekort aan agenten. Ruim de helft van de korpsen dreigt failliet te gaan. Samen met VVD en PVV heb ik de afgelopen vier jaar gevochten tegen de bezuinigingen op de politie. De SP heeft veel onderzoek gedaan en met succes de problemen van agenten in de Kamer gebracht. In juni heeft deze Kamer dan ook mijn motie aangenomen om de bezuinigingen op de politie te stoppen. In de begroting van 2011 die met Prinsjesdag wordt gepresenteerd, kan de voorgenomen bezuiniging van 192 mln. niet worden opgenomen. Dat heeft deze Kamer beslist. De VVD en de PVV hebben dat voorstel gesteund en ik dank hen daarvoor.

Vanuit de korpsen hoor ik echter verontrustende berichten. In Midden- en West-Brabant worden 200 mensen ontslagen waardoor nog meer zaken op de plank blijven liggen. Bureaus worden massaal gesloten en daardoor kunnen mensen geen aangifte meer doen. In Rotterdam, Gelderland, Friesland, kortom overal moeten honderden politiemensen verdwijnen. De reden is telkens: de komende bezuinigingen. Op dit moment worden mensen op straat gezet terwijl de Kamer heeft besloten dat die bezuinigingen helemaal niet doorgaan. De minister wijst in dit kader naar de korpschefs die verantwoordelijk zijn voor het personeelsbeleid. De korpschefs wachten echter erop dat de minister aangeeft dat de uitvoering van de bezuinigingen moet worden stopgezet. Wie houdt nu wie voor de gek? Waarom heeft de minister de korpschefs niet even een briefje gestuurd met de uitspraak van de Kamer? Wat is dit voor gerommel?

Deze Kamer, ook de VVD en de PVV, heeft de bezuinigingen op de politie van tafel geveegd. Deze partijen hebben samen met de SP gevochten tegen die bezuinigingen. Het kan toch niet zo zijn dat de VVD nu omgaat? Het kan toch niet zo zijn dat de PVV nu omgaat? Al die warme woorden voor de politie waren toch wel gemeend? De PVV zal de politieagenten toch niet in de kou laten staan?

Deze minister zegt dat hij demissionair is en de motie daarom niet kan uitvoeren. Het is echter andersom. Een demissionaire minister moet juist heel goed luisteren naar de Tweede Kamer. Ik heb in dit kader een heel simpel verzoek. De minister moet gewoon de motie uitvoeren. Hij moet om te beginnen een briefje sturen naar de korpschefs waarin staat dat zij moeten stoppen met de bezuinigingen die zij nu doorvoeren. Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. De politie heeft het erg moeilijk. De politie heeft een in dat opzicht slecht kabinet achter de rug. Er staan bovendien vele dingen te gebeuren in de komende periode.

Ik vind het jammer dat collega Van Raak, die inderdaad samen met de VVD en andere partijen goed heeft gestreden voor het welzijn van de politie, een politiek spelletje hiervan maakt. Ik vind dat erg spijtig. De politie verdient dit niet. De PVV heeft de motie van de heer Van Raak ondersteund en is tot op de dag van vandaag geen voorstander van bezuinigingen bij de politie. Die motie is echter niet aangenomen. Mijnheer Van Raak, u weet donders goed dat wij nu in een situatie zijn beland waarin wij met onderhandelingen bezig zijn. Nu schijnen allerlei politiekorpsen aan de bel te hangen over acute financiële problemen in den lande, waardoor mogelijk personeel moet worden ontslagen en mensen minder blauw op straat zullen zien. Bovendien worden er geen mensen aangenomen. Dat is allemaal buitengewoon ernstig. Ik ben het ermee eens dat de minister ervoor moet zorgen dat dit een halt wordt toegeroepen. Op dit moment zijn wij er voorstander van om de plannen van het nieuwe kabinet af te wachten. Ik ben ervan overtuigd dat dit met heel goede plannen zal komen, waarin ook het door de heer Van Raak genoemde probleem is verdisconteerd en wordt opgelost.

De heer Van Raak (SP):

Nou moet het toch niet gekker worden: de heer Brinkman die mij van politieke spelletjes beschuldigt! Hij heeft mijn voorstel om de bezuinigingen bij de politie van tafel te vegen gesteund, en nu maakt hij een terugtrekkende beweging. Hij speelt zelf spelletjes over de ruggen van de agenten. Dat is onacceptabel. Ik vraag hem om voet bij stuk te houden. Wij hebben samen gestreden voor de politie en dat moeten wij samen blijven doen. Deze minister moet de bezuinigingen op de politie stopzetten. Dat heeft de Tweede Kamer zo beslist. Dat heb ik beslist en dat heeft de heer Brinkman beslist. Hij kan nu niet gaan tollen en gaan draaien. Deze minister moet de bezuinigingen die nu worden doorgevoerd, stopzetten. En daar moet de heer Brinkman achter blijven staan!

De voorzitter:

Hier plaats ik een vraagteken.

De heer Brinkman (PVV):

Mijnheer Van Raak, wat ik moet doen, dat bepaal ik zelf. Ik laat mij door u de wet niet voorschrijven. Verder kunt u hier wel allemaal grote woorden gebruiken, maar dat is zo doorzichtig. Wij zijn druk bezig met de onderhandelingen. Voor de drie betreffende partijen is de politie een buitengewoon belangrijk onderwerp. U probeert tijdens die onderhandelingen er een politiek slaatje uit te slaan. Dat is doorzichtig, kortzichtig en niet terecht. Dank u wel dat u wat dat betreft uw ware aard toont. Uw hart ligt niet bij de politie. U hebt niet het welzijn de politie voor ogen maar bent in hart en nieren een populist. Dat vind ik jammer.

De voorzitter:

Heren, heren, heren.

De heer Van Raak (SP):

Wat hierbij doorzichtig is, is de opstelling van de PVV. Vier jaar lang zegt hij een warm hart te hebben voor de politie, maar als het erop aankomt en de knopen moeten worden geteld, geeft de heer Brinkman geen thuis. Nee, wij hoeven niet te wachten op de formatie en een nieuwe regering, want wij hebben hier een Tweede Kamer. Die heeft besloten dat deze bezuinigingen van tafel zijn. Ik verwacht dan ook dat de volgende regering die bezuinigingen van tafel laat. Het zal toch niet zo zijn dat de PVV die opnieuw gaat doorvoeren. Ondertussen worden er mensen ontslagen, ondertussen worden er bureaus gesloten en ondertussen wordt de politie kapot gemaakt. Ik verwacht van de heer Brinkman dat hij ons blijft steunen en tegen de minister zegt: wij moeten nu ophouden met het doorvoeren van ontslagen en het afbreken van politiebureaus. Wij moeten nu bezuinigingen stoppen die straks nooit zullen worden doorgevoerd.

De voorzitter:

En de vraag is?

De heer Van Raak (SP):

Of de heer Brinkman daartoe bereid is. Is de PVV bereid woord te houden?

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter, ik hoop dat ik net zo veel spreektijd krijg als de inleiding op de vraag van de heer Van Raak.

De voorzitter:

Dat wou ik eigenlijk niet doen.

De heer Brinkman (PVV):

Mijnheer Van Raak, even voor de duidelijkheid: ik ga u niet steunen, ik steun het welzijn van de politie. Wij kunnen wel zeggen dat wij de dingen niet zien zoals ze zijn. Het feit blijft dat wij met onderhandelingen bezig zijn. Ik ben ervan overtuigd dat als de onderhandelingen zich toespitsen zoals het er nu uitziet, wij met een veel beter plan komen dan u hier in een motietje kunt aanhalen. Ik zet al mijn kaarten op die plannen, en daar laat ik het bij. Ik heb echt het idee dat wij het heel goed zullen regelen voor de politie.

De heer Van Raak (SP):

Aan dat afwachten van de heer Brinkman, hebben de agenten die nu worden ontslagen, helemaal niets. Dat geldt ook voor mensen die nu aangifte willen doen bij de bureaus die worden gesloten. Aan afwachten hebben wij helemaal niets. Deze Kamer heeft het besluit genomen en de minister moet dat gewoon uitvoeren.

De heer Brinkman (PVV):

Er is geen besluit genomen. Nogmaals, de motie waarover de heer Van Raak het zo nadrukkelijk heeft, is niet aangenomen. Hij heeft meerdere moties ingediend en deze motie is niet aangenomen. Ik blijf op het standpunt staan dat ...

De voorzitter:

Heren, heren, dit is geen onderonsje.

De heer Van Raak (SP):

Maar dit is een onwaarheid. In juni – iedereen hier kan dat nagaan – is de motie-Van Raak aangenomen waarin de minister wordt opgeroepen de invulling van de bezuinigingen te stoppen. Daar staat ook de handtekening van de PVV onder. Dat het geheugen van de heer Brinkman even wat slechter is, daar kan ik niks aan doen.

De heer Brinkman (PVV):

Nogmaals, ik zet mijn kaarten op de onderhandelingen die gaande zijn. Ik ga er nu niet over uitweiden hoe die onderhandelingen eruitzien. Ik hoop dat het niet al te lang duurt. Als dat het geval is, ben ik ervan overtuigd dat wij daadwerkelijk iets doen voor een betere politie, in plaats van een politiek spelletje te spelen zoals de SP dat doet, zoals de SP dat altijd doet.

Ik wil de heer Van Raak nog één ding aangeven. De PVV zit nog geen vier jaar in deze Kamer en nu al durven wij verantwoordelijkheid te nemen. Daar kunt u alleen nog maar van dromen na twintig jaar, mijnheer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):

Ja, heel graag.

Mevrouw Berndsen (D66):

Ik vraag mij af wie hier nu spelletjes staat te spelen. De Kamer heeft een motie aangenomen. Over twee weken hebben wij algemene financiële beschouwingen en volgende week wordt de begroting ingediend. Ik ga ervan uit dat de bezuinigingen die zouden worden doorgevoerd door het zittende kabinet geen onderdeel uitmaken van die begroting, dat zij van tafel zijn. Ik ben erg benieuwd, mijnheer Brinkman. De 10.000 agenten die u in uw verkiezingsprogramma hebt beloofd, zie ik graag komen.

De heer Brinkman (PVV):

Dat is dan heel vreemd. Ik heb namelijk van die 10.000 agenten geen schijntje gezien in het verkiezingsprogramma van D66. Het is dus een beetje raar dat u daar ineens op komt. D66 mag bij de volgende verkiezingen het onderdeeltje veiligheid van ons kopiëren, gewoon copy-paste. Dat geef ik aan u, mevrouw Berndsen. Daar hoeft u niet eens voorwerk voor te doen. U kunt het gewoon ons overnemen. Misschien is dat een idee.

Mevrouw Berndsen (D66):

Nee mijnheer Brinkman, u draait de zaken nu om.

De heer Brinkman (PVV):

Nee, ik draai de zaken helemaal niet om.

Mevrouw Berndsen (D66):

U zegt dat u die bezuinigingen nu niet gaat ondersteunen. U zegt zelfs dat een bepaalde motie niet is aangenomen. In uw verkiezingsprogramma zegt u dat er 10.000 agenten bij moeten komen. Daar refereer ik alleen maar aan en ik zeg dat ik benieuwd ben naar uw plannen.

De heer Brinkman (PVV):

Ik vind het werkelijk zo jammer dat zelfs D66, een partij die er prat op gaat principes, beginselen en standpunten te hebben – ik heb ze nog nooit gezien, maar u gaat er altijd prat op – zichzelf verlaagt tot het populistische geneuzel dat de heer Van Raak hier nu bezigt. U weet allemaal dat wij bezig zijn om een kabinet, een uniek kabinet, in elkaar te zetten. En nu gaat u mij de les lezen dat wij nu niet in één keer bepaalde bezuinigingen van tafel kunnen vegen? Kom zeg. U hebt het populisme uitgevonden, wat dat betreft.

Mevrouw Berndsen (D66):

Ik denk dat ik wat dat betreft te veel naar u heb gekeken, mijnheer Brinkman.

De heer Brinkman (PVV):

Dat hebt dan heel goed gedaan. U hebt snel geleerd.

De heer Dibi (GroenLinks):

Wat kan er toch veel veranderen in korte tijd.

De heer Brinkman (PVV):

Precies.

De heer Dibi (GroenLinks):

Van een brullende leeuw naar een mak lammetje dat precies dezelfde trekjes vertoont die u jarenlang hebt verfoeid bij de gevestigde partijen. U kaatst vragen terug en doet zelfs aan geschiedvervalsing door te beweren dat de motie niet is aangenomen. Ik kan mij nog goed herinneren dat de PVV met kop en schouders boven alle andere partijen uitstak, mijnheer Brinkman. Er moest 900 mln. extra komen voor meer blauw op straat en 10.000 agenten extra. Nu sluit u niet eens meer uit, binnen een periode van een maand of zo, dat er mogelijk nog een keer bezuinigd gaat worden op de politie.

De heer Brinkman (PVV):

Dat hebt u mij niet horen zeggen, mijnheer Dibi. Hebt u mij dat horen zeggen? Ik heb gezegd dat ik wacht tot het nieuwe kabinet met nieuwe plannen komt. Ik ben er heilig van overtuigd dat die plannen veel beter zullen zijn voor de politie dan de plannen waar de heer Van Raak over nadenkt.

Om eerlijk te zijn, vind ik het ook van u heel triest, mijnheer Dibi. Ik vind het triest van u omdat u altijd inhoudelijk goede debatten met mij hebt gevoerd en u zich nu kennelijk schaart – u bent blijkbaar erg zuur omdat Paars-plus niet door is gegaan – achter het populistische debatje van de heer Van Raak. Dat vind ik erg jammer.

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik wil waken over de consistentie van uw standpunten, mijnheer Brinkman.

De heer Brinkman (PVV):

Blijf lekker waken, zou ik zeggen.

De heer Dibi (GroenLinks):

U moet mij niet veroordelen omdat ik u vraag of u nog achter uw eigen standpunten staat. Gaat u maar lekker verder onderhandelen met die andere partijen en vormt u maar een kabinet. Wij wachten het allemaal af. U kunt echter niet beweren dat u extra geld wilt voor de politie en 10.000 extra agenten en tegelijkertijd niet uitsluiten dat er wordt bezuinigd op de politie. Wat u nu zegt, is dat er nog wordt onderhandeld en dat daar mogelijk nog bezuinigingen uit komen.

De heer Brinkman (PVV):

Dat heb ik dus niet gezegd. U zegt nogmaals iets wat ik absoluut niet gezegd heb, mijnheer Dibi. Ik heb niet gezegd dat er wordt onderhandeld en dat er aan het einde van de rit nog bezuinigingen uit komen. U kunt niet in de toekomst kijken. U weet niet wat wij allemaal besproken hebben, althans dat hoop ik. Als u het zou weten, zou u deze onzin in elk geval niet uitbraken. Wat u zegt, is gewoon niet waar. Ik zou zeggen: keer even terug op uw schreden, wees een inhoudelijk goed politicus en wacht af waar het nieuwe kabinet mee gaat komen.

De heer Dibi (GroenLinks):

U zou u zelf eens moeten horen praten. U praat met meel in uw mond. U doet hetgeen u heel vaak andere partijen hebt verweten. U hebt nu precies dezelfde trekjes. Mijn standpunt is dat wij niet kunnen bezuinigen op de politie gezien de problemen die bestaan. U zegt dat er nu wordt onderhandeld. Dat moet u allemaal lekker zelf weten. Als de heer Van Raak zo meteen een motie indient waarin de Kamer stelt, ongeacht wat de onderhandelingen nog gaan brengen, dat niet bezuinigd mag worden op politie, wat doet u dan?

De heer Brinkman (PVV):

Ik heb een demissionair kabinet nog nooit gezegd dat het bepaalde dingen moet doorzetten terwijl bekend is dat er een ander kabinet in de maak is die deze dingen niet zou willen. Ik zeg nogmaals dat hetgeen de heer Dibi nu doet, volgens mij populistisch geneuzel is van het zuiverste soort. Ik vind het jammer dat hij zich daarachter schaart. Helaas.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

De twee vragen die ik aan de heer Brinkman wil stellen, kan hij met ja of nee beantwoorden. Mijn eerste vraag is of de PVV-fractie deze motie heeft gesteund. Mijn antwoord op die vraag is ja. Ik kan dat namelijk nalezen in de Handelingen. Mijn tweede vraag is of de heer Brinkman die motie met de wetenschap van nu niet meer zou steunen.

De heer Brinkman (PVV):

Met de wetenschap van nu zouden wij die motie nog steeds steunen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Met alle respect; dan begrijp ik iets niet. Ik snap de redenering van de heer Brinkman best. Hij zegt: luister, er moet eerst een begroting komen en een nieuw kabinet. Hij zegt: daarop zullen we even moeten wachten, want het gaat over grote bedragen en het geld moet ergens vandaan komen. Dat snap ik allemaal best. Toch heeft hij de motie gesteund en verwijt hij vervolgens de heer Van Raak populisme. Of je bent consequent, of je bent het niet. De heer Brinkman moet niet nu even een beetje dreigende taal naar een collega-woordvoerder uitslaan.

De heer Brinkman (PVV):

Mevrouw Kuiken heeft het over dreigende taal? Is het verwijt een populist te zijn al dreigende taal? Als dat zo is, moet ik mij al drieënhalf jaar bedreigd voelen in de Kamer. Het is heel helder; wij zijn bezig een kabinet te formeren, waarbij de politie een heel belangrijk punt vormt. Ik zeg: laten wij een paar weken wachten en even geduld hebben. Over een paar weken kunnen wij het verder over de inhoud hebben. Over geld gesproken: er lagen nogal wat lijken in de kast. Van welke partij was de vorige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ook weer? Ik meen van de PvdA. Die lijken moeten eerst worden opgeruimd.

De voorzitter:

Zou u uw eigen betoog willen vervolgen, mijnheer Brinkman?

De heer Brinkman (PVV):

Ja. Ik ben ervan overtuigd dat de nieuwe plannen een goede en realistische verbetering voor de politie zullen inhouden. Nog even geduld dus.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik mij wat betreft de korpschefs en de korpsbeheerders eerder druk maak over allerlei andere zaken. In noem de ongelooflijk grote overhead die al sinds jaren groeit. De korpschefs en korpsbeheerders hebben die kennelijk niet weten te voorkomen. Men spreekt over een tekort aan geld. Waarom heeft men dan nooit iets gedaan aan de belachelijke dure werkbezoeken en dienstreisjes, vaak met partners, naar bijvoorbeeld Suriname of Zuid-Afrika? Als men geen geld had, hadden deze reisjes toch het eerste moeten zijn om te schrappen? Wat te denken van tientallen politiemensen die een dure zaal in Amsterdam afhuren om voor honderden bezoekers en politiemensen iftarmaaltijden en Suikerfeesten te houden? Nee, ik maak mij erg druk over deze exorbitante uitgaven voor zaken die totaal niet tot de kerntaken van de politie behoren. Ik doe dat zeker, als ik hoor van de uitslag van een onderzoek van EenVandaag onder 4600 politiemensen. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat 70% van deze dienders vindt dat zij onvoldoende tijd besteden aan hun kerntaken, namelijk het opsporen van misdadigers en het handhaven van de openbare orde. Dit is het daadwerkelijke probleem waarmee de politie in Nederland nu zit. Dit is het probleem dat moet worden opgelost. De politie en de korpsbeheerders klagen steen en been over een tekort aan personeel en over de financiën. Ik heb de stellige indruk dat een nationale politie deze problemen voor hen in de nabije toekomst allemaal kan oplossen.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Berndsen. Zij spreekt namens de fractie van D66.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Volgens mij houdt mevrouw Berndsen haar maidenspeech. Klopt dat? U hebt dat nog niet gezegd.

Mevrouw Berndsen (D66):

Dat klopt.

De voorzitter:

Nee, dat had ik inderdaad nog niet gezegd. Dat is interessant, want daardoor mag mevrouw Berndsen niet worden onderbroken. Ik geef haar graag de kans om haar maidenspeech te houden.

Mevrouw Berndsen (D66):

Bof ik even!

Voorzitter. Het is bijzonder om vanavond mijn maidenspeech te houden over bezuinigingen bij de politie. Met dat onderwerp heb ik mij de afgelopen jaren zeer intensief beziggehouden. Overigens was dit niet mijn meest favoriete bezigheid.

De afgelopen jaren is er al veel bezuinigd op de politie, waardoor er minder blauw op straat is gekomen. Dit was al voorspeld door de Raad van Korpschefs, terwijl minister Ter Horst het ontkende en deze uitspraak bovendien ongepast noemde. Helaas moeten we nu constateren dat 13 van de 25 politiekorpsen onder curatele zijn gesteld. Zoals voorspeld, kon dat niet zonder gevolgen blijven voor de operationele sterkte.

In de brief van de minister mis ik de sense of urgency. Het is makkelijk om op papier macromaatregelen als oplossingen voor te stellen, zoals bezuinigingen op overhead en ICT en het inzetten van het eigen vermogen, terwijl geen melding wordt gemaakt van maatregelen die de minister dan wel het kabinet zelf kan nemen als het gaat om het terugdringen van administratieve lasten zoals het gebruik van digitale dossiers voor het OM of het bijhouden van de rittenstaten voor de Belastingdienst, maar ook het doseren van onderzoeken door de inspectie en de vele audits die plaatsvinden.

Als reactie op de brief van de minister zet ik even de volgende feiten op een rijtje.

1. Nogal wat korpsen hebben geen eigen vermogen meer, en de korpsen die dat nog wel hebben, hebben daarop flink moeten interen.

2. Veel korpsen hebben flink op de overhead bezuinigd door intensieve samenwerking. Daar valt dus niet veel meer te halen.

3. Dit jaar zijn er minder studenten in opleiding dan was afgesproken omdat het niet betaalbaar was voor de korpsen, en voor het komende studiejaar zijn er 700 in plaats van 1600 studenten aangemeld.

4. In plaats van bezuinigingen op de ICT bij de voorziening tot samenwerking Politie Nederland is er sprake van overschrijdingen, die vervolgens weer door de korpsen moeten worden betaald.

5. De korpsen hebben in hun eigen begroting ruimte moeten vinden om de kosten van de door de minister met de bonden afgesloten cao te betalen.

Natuurlijk kunnen wij rekensommetjes maken over de sterkte. Wij kunnen ook een woordenspelletje spelen over het aantal operationele politiemensen en het aantal politiemensen dat er in 2014 moet zijn. De minister schrijft dat prachtig op in zijn brief, maar feit is dat vanwege de betaalbaarheid van de politie het kabinet de doelstelling met betrekking tot het aantal politiemensen in Nederland omlaag heeft bijgesteld. De minister kan de korpsen dus niet verwijten dat zij onvoldoende hebben gestuurd op aantallen. Immers, de minister heeft zelf de spelregels gedurende het spel veranderd. Bovendien is er tussen de 160 mln. en de 190 mln. bezuinigd.

Het uitgangspunt van de minister is dat de korpsen zelf hun problemen moeten oplossen. Dat is een gotspe. De financiële tekorten zijn mede ontstaan door de bezuinigingen die door de minister aan de korpsen zijn opgelegd. Het gaat mijn fractie dan ook te ver om te stellen dat de korpsen het dus maar zelf moeten oplossen. Bovendien blijkt uit het normkostenonderzoek dat de politie wel zo'n 300 mln. tekortkomt. Mijn fractie is dan ook van mening dat er geen bezuinigingen op de politie meer kunnen plaatsvinden. Een fatsoenlijk land heeft voldoende geld over voor zijn politieapparaat, niet alleen voor blauw en recherchecapaciteit maar ook voor voldoende technologische hulpmiddelen die ervoor kunnen zorgen dat de politie efficiënter, effectiever en veiliger haar werk kan doen.

Met belangstelling wacht ik het antwoord van de minister af.

De voorzitter:

Mevrouw Berndsen, mag ik u als eerste van harte feliciteren met uw maidenspeech? Wij komen elkaar op zo veel plaatsen tegen dat ik verwacht had dat u die al had gehouden! Ik schors de vergadering even, zodat de collega's u kunnen feliciteren.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De heer Dibi (GroenLinks):

Voorzitter. De politie heeft grote financiële problemen, zoveel is ons allemaal duidelijk. Dit baart ons volgens mij allemaal grote zorgen. Deels kunnen de problemen intern, binnen de politie, worden opgelost, door efficiënter te werken en te kijken naar de uitgaven. Ik zou de voorbeelden die de heer Brinkman noemde, niet willen noemen, maar de vraag is natuurlijk wel hoeveel geld er naar de kerntaken van de politie gaat, naar het primaire proces, in plaats van naar allerlei bijzaken, die veel minder relevant zijn.

Het steekt des te meer omdat klacht nummer één van Nederlandse burgers onveiligheid is, vaak op straat. Het is pijnlijk om te zien dat een demissionair minister een aangenomen motie niet uitvoert. Ik kan mij bij hoge uitzondering voorstellen dat een minister een motie niet wil uitvoeren vanwege principiële redenen, maar dan verwacht ik dat de minister bij het niet-uitvoeren van de motie dat klip-en-klaar – de uitdrukking "klip-en-klaar" moet ik niet gebruiken – herstel, dat de minister ons overtuigend mededeelt waarom hij de motie niet kan uitvoeren. Ik vond dit toch iets te gemakzuchtig. De minister kan in zijn beantwoording volgens mij kort zijn als het gaat om de motie. Of hij voert hem alsnog uit, of hij geeft aan wat het grote, zwaarwegende belang is waarom hij de motie niet kan uitvoeren.

Ik ben vergeten om ook langs deze weg mevrouw Berndsen te feliciteren met haar maidenspeech. Normaal moet je dan iets persoonlijks zeggen, maar wij kennen elkaar nog niet persoonlijk. Ik kijk uit naar heel veel goede debatten met u, mevrouw Berndsen. Laat u vooral niet intimideren door andere Kamerleden.

We zijn vandaag getuige geweest van iets heel interessants. Want een partij die altijd tegen de gevestigde orde heeft geschopt, begint toch verdacht veel op de gevestigde orde te lijken: met meel in de mond praten, draaien, allerlei bijzaken erbij slepen. Zelfs iftars worden er met de haren bijgesleept, om de aandacht af te leiden van het wijzigen van de eigen standpunten. De heer Brinkman heeft een motie gesteund die bij het demissionaire kabinet is ingediend. In die motie staat: koste wat kost niet bezuinigen op de politie. Dan is het toch niet raar dat andere partijen aan de heer Brinkman vragen of hij hier nog wel achter staat of inmiddels een ander standpunt heeft ingenomen? Dan krijg je allerlei gebrul over je heen, waardoor je het gevoel krijgt dat het gekonkel in de achterkamertjes de heer Brinkman pijn doet.

De voorzitter:

Dit gaat allemaal van uw tijd af, hè? Dit valt binnen de drie minuten spreektijd die u hebt, dat realiseert u zich?

De heer Dibi (GroenLinks):

Dat realiseer ik mij, ik was allang klaar.

De heer Brinkman (PVV):

Gekonkel in de achterkamertjes, daar zijn wij inderdaad wars van. Maar het is een feit dat wat u gekonkel noemt, formatieonderhandelingen zijn. Ik kan het u aanraden om die ook eens te voeren, want het is een buitengewoon mooi proces. Het is misschien een beetje zuur dat het bij u niet gelukt is, maar ik heb stille hoop dat het bij ons wel gaat lukken. Waarom spreekt u nu op deze manier en waarom begrijpt u niet dat het op dit moment voor de partijen hier, die druk bezig zijn met allerlei plannen, ook voor veiligheid en politie, gewoon beter is om de plannen af te wachten? Het is toch heel logisch dat wij nu niet allerlei uitspraken gaan doen over zaken waarmee wij in onze gedachten al bezig zijn?

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik wil het proberen los te trekken van de onderhandelingen die gaande zijn. Het is inderdaad vervelend dat de onderhandelingen rondom Paars-plus mislukt zijn. Ik wens u het beste. Doet u vooral uw best en maak er wat moois van. Maar als de partijen hier geconfronteerd worden met allerlei grote financiële problemen bij de politie is het niet raar als zij even naar de partij gaan die de grootste woorden sprak over de politie. De PVV stak met kop en schouders boven alle andere partijen uit als het gaat om het investeren in extra agenten. Ik vind het bizar dat al die grote woorden verdwijnen als sneeuw voor de zon als de PVV in een open, publiek debat, hier in het parlement, vragen krijgt van andere Kamerleden. Dan moet de heer Brinkman er niet omheen gaan draaien. Dan kunt hij zeggen dat er geen bezuinigingen zullen plaatsvinden en dat dit een breekpunt is voor zijn partij. Dat doen allerlei andere partijen ook, bijvoorbeeld met betrekking tot hypotheekrenteaftrek. Ook kan hij zeggen: nee, er wordt misschien wel bezuinigd; dat kan een uitkomst zijn van de onderhandelingen. Wat de bezuinigingen zullen zijn, zullen wij dan wel zien als de plannen daarvoor op tafel liggen. De heer Brinkman kiest echter geen van beide. Hij blijft een beetje in het midden.

De heer Brinkman (PVV):

Dat is niet waar. Ik kies ervoor om geen breekpunten te hebben. Ik ben tegen breekpunten. Ook kies ik ervoor om u te vragen om gewoon een paar weken geduld te hebben. U hebt al jaren geduld gehad, dus kunt u nu ook nog wel een paar weken wachten. Dat lijkt mij niet meer dan logisch.

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik heb alle geduld van de wereld. Het werk gaat hier gewoon door, maar het is niet raar om de PVV te bevragen of zij nog wel consistent is op haar standpunten. We worden elke dag namelijk geconfronteerd met iets anders. Nu eens is de partij ineens voor uitbreiding van de EU, dan weer is de partij ineens voor wijziging van het AOW-standpunt. Misschien is de PVV nu wel ineens voor bezuinigingen op de politie. Ik heb de heer Brinkman gevraagd om dat uit te sluiten, maar hij sluit dat niet uit. Ik ben benieuwd wat de komende weken gaan brengen.

Mevrouw Hennis-Plasschaert (VVD):

Voorzitter. In de brief van de minister van 13 september jongstleden wordt flink gegoocheld met sterktecijfers en fte-garanties. Dat is echter niet waar dit debat over gaat of zou moeten gaan. De motie van de heer Van Raak laat niets aan duidelijkheid over: de invulling van de bezuinigingen op de politie moet stoppen. Alhoewel de minister eerder stelde dat er geen verdere ombuigingen voor 2010 zijn voorzien, blijken in de junicirculaire opnieuw extra miljoenen bezuinigd te worden, en alle korpsen geven aan dat dit hoe dan ook, vroeg of laat leidt tot minder blauw op straat. Behoud of groei is voor geen van de korpsen aan de orde. Sterker nog, alle korpsen passen de formatie voor de komende vier jaar naar beneden aan. Hoe verhoudt zich dit tot eerdere uitspraken van de minister over het op peil houden van de operationele sterkte?

In diezelfde brief van 13 september stelt de minister dat de maatregelen noodzakelijk om bijvoorbeeld de stijgende kosten die voortkomen uit de politie-cao te dekken, zich richten op de overhead, en op de overhead alleen. Maar hoe moet ik in dat geval de berichten vanuit de korpsen duiden? Zij geven aan dat de rek er eenvoudigweg uit is. De financiële situatie is op zijn zachtst gezegd dramatisch. Maar liefst dertien korpsen zijn dit jaar onder preventief toezicht gesteld; alleszeggend en voor de VVD een bevestiging dat er in feite maar één weg voorwaarts is, namelijk spoedige totstandkoming van een nationale politie. Dit stelt ons niet alleen in staat om overhead en bureaucratie verder terug te dringen en dubbeling van taken te vermijden, maar het levert ons ook structureel een aanzienlijke besparing op.

Ik wil van de minister concreet weten of de bezuinigingen zoals opgenomen in de junicirculaire gevolgen hebben voor de operationele sterkte, ook voor de langere termijn. Zo ja, is de minister bereid om per direct gas terug te nemen en de korpsen conform te informeren? Ook wil ik de minister vragen hoe hij om denkt te gaan met het normkostenonderzoek Nederlandse politie waarin inderdaad, zoals aangegeven door mevrouw Berndsen, duidelijk gewag wordt gemaakt van een structurele onderfinanciering.

Tot slot wil ik net als de heer Brinkman de minister wijzen op een onderzoek van EenVandaag in nauwe samenwerking met alle Nederlandse politiebonden. Maar liefst 70% van de ondervraagde politiemensen vindt dat hij of zij de kerntaken, namelijk het opsporen van misdrijven en het handhaven van de orde, niet naar behoren kan uitvoeren. Ook in dezen graag een reactie van de minister.

De heer Van Raak (SP):

PVV en VVD zijn nu aan het onderhandelen, maar sommige dingen hoeven zij niet meer uit te onderhandelen, want daar hebben zij beiden hun handtekening onder gezet: de bezuinigingen op de politie moeten stoppen. De bezuinigingen zijn uit de begroting voor 2011, op Prinsjesdag, gehaald, maar, en dat weet mevrouw Hennis ook, er worden op dit moment mensen op straat gezet en bureaus gesloten. Op dit moment wordt de politie kapot bezuinigd, terwijl dat niet hoeft, want die bezuinigingen zullen er nooit komen. Wil de VVD mij steunen door deze minister op te roepen de korpschefs vanavond nog een briefje te sturen waarin wordt gezegd dat de uitvoering van de bezuinigingen voor 2011 en verder gewoon moet stoppen? Voor niks worden dingen kapot gemaakt en die kunnen wij straks niet meer terugkrijgen.

Mevrouw Hennis-Plasschaert (VVD):

Mijnheer Van Raak, ik denk dat u mij voldoende hebt gehoord: niet bezuinigen op de operationele sterkte is het uitgangspunt voor de VVD. Daar kunt u ons aan houden. Ik wil antwoord van de minister op mijn vragen over de junicirculaire en de daarin opgenomen bezuinigingen. Ik heb ook gezegd dat de gevolgen daarvan duidelijk moeten zijn. Daarnaast wil ik weten of de minister bereid is om per direct gas terug te nemen en de korpsen conform te informeren.

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik ben een beetje verbaasd. Mij rest alleen mevrouw Hennis te bedanken voor de helderheid die zij ons wel geeft, waar de heer Brinkman die niet wilde geven. Goed.

De voorzitter:

Het is de bedoeling dat u een vraag stelt.

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik was overvallen!

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Als ik de VVD goed beluister, zegt de VVD: voer die motie per direct uit. Mijn vraag is hoe dat dan moet. Waar moet dat geld vandaan komen? Het gaat om 190 mln. structureel. Dat is dus niet een bedrag dat we eenmalig moeten ophoesten; het is structureel. Waar komt dat geld vandaan? Bent u al zo ver in de onderhandelingen dat u een heel goed plaatje hebt van hoe het er straks allemaal uit moet zien? En brengt u uw potentiële coalitiegenoot niet in een heel lastig parket door nu eigenlijk aan een demissionaire minister te vragen om dit op deze manier uit te vaardigen zonder dat er een nieuwe begroting ligt, laat staan dat er al een nieuw kabinet op het bordes staat?

Mevrouw Hennis-Plasschaert (VVD):

Dank u wel voor de vraag. Ik sta hier als woordvoerder politie namens de VVD-fractie en niet als lid van het onderhandelingsteam aan de overkant. Ik kan alleen herhalen wat ik zojuist al heb gezegd: niet bezuinigen op de operationele sterkte is het uitgangspunt van de VVD.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Ook de Partij van de Arbeid wil in de nieuwe kabinetsperiode graag extra geld uittrekken voor de politie. Dat stond ook in ons verkiezingsprogramma. Dat is mede ingegeven door de recent verschenen onderzoeken waarin goed is onderzocht hoeveel de politie daadwerkelijk kost en wat de taak is die zij moet uitvoeren. Daaruit bleek duidelijk dat dit niet lukt met het budget dat de politie momenteel beschikbaar heeft.

Het geld willen wij graag besteden aan extra agenten op straat en rechercheurs voor de opsporing. Dat neemt niet weg dat we gelijktijdig blijven inzetten op slimmer en zuiniger werken door vermindering van de bureaucratie, vermindering van onze administratieve lastendruk, het schrappen van managementlagen en goedkopere ICT. Juist in deze crisistijden zul je én én moeten doen. Want als je zegt dat er extra geld bij moet, is vervolgens ook de vraag waar je dat geld dan vandaan haalt. Het moge helder zijn dat dit, als het aan de Partij van de Arbeid ligt, niet ten koste gaat van de zorg. En niet ten koste gaat van het onderwijs. En ook niet ten koste gaat van de preventie of de "linkse hobby's", zoals mijn geachte collega van de PVV ze wel eens wil noemen. Want dat zou betekenen dat we aan 10.000 agenten nog niet genoeg hebben, omdat het dan dweilen met de kraan open wordt. Dat is een belangrijke overweging. Het is ook de reden waarom we de motie van de heer Van Raak, hoe sympathiek ook, niet hebben gesteund. Dan vraag je namelijk feitelijk om een ongedekte cheque – los het maar op – terwijl je dit echt moet doen in een begroting en je zeker moet weten waar je het geld vandaan haalt en hoe je het gaat inzetten.

De heer Van Raak (SP):

Nooit ongedekt. Nooit ongedekt. Het moet gewoon niet in de begroting van 2011 staan, heel simpel. Het moet niet in de begroting van 2011 staan. Het is nog geen 200 mln. Als we de Roemer-norm voor de externen gaan handhaven op de ministeries kunnen we al twee keer zoveel geld binnenkrijgen. De dekking kan dus nooit een probleem zijn.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Dan wil ik de heer Van Raak eraan herinneren – mevrouw Berndsen kan dat beter uitleggen – dat ook politiekorpsen werken met meerjarige begrotingen. Als we het dus voor één jaar oplossen, hebben we het probleem dat de korpsen uitoefenen nog niet opgelost. Het gaat er mij om dat ik geen ongedekte cheque wil geven. Als je dit in een motie neerlegt, moet je ook met duidelijke voorstellen komen. Dan had de heer Van Raak samen met de VVD, de PVV en de andere partijen met een helder dekkingsplan moeten komen. Dan hadden we dat meteen kunnen ondersteunen. Nu weet ik niet waar het geld vandaan wordt gehaald. Misschien gaat het wel ten koste van de huren of wat dan ook. Dat zijn voorstellen die ik niet kan steunen.

De heer Van Raak (SP):

Dan moet mevrouw Kuiken toch beter luisteren. Het is structureel; het is voor altijd. De bezuinigingen gaan gewoon niet door. Het is dus niet voor één jaar; het is voor nooit. We gaan gewoon niet bezuinigen op de politie. Dat heeft deze Kamer gezegd. En over de dekking heb ik mevrouw Kuiken zojuist gezegd: heel dure externe ambtenaren. Dan houden we nog ruim 200 mln. over en daar kunnen we allerlei andere goede dingen voor doen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Dan had de heer Van Raak dat in zijn motie moeten meenemen, dan wel straks bij de begrotingen. Een motie neerleggen waarin staat "we stoppen ermee", maar vervolgens niet aangeven waar je het geld voor gaat inzetten, is niet de manier waarop we in dit land zaken kunnen doen. Ik vind het eerlijk gezegd ook een wassen neus voor al die politieagenten in Nederland die denken: mooi, het is nu klaar, want er ligt een motie. Vervolgens worden zij ingehaald door de werkelijkheid die "begrotingen" heet.

De heer Van Raak (SP):

Hoezo, een wassen neus? Deze Kamer heeft een besluit genomen. Deze Kamer is rechtstreeks gekozen en heeft wél iets te vertellen, in tegenstelling tot een demissionaire minister. De Kamer heeft besloten dat die bezuinigingen niet doorgaan. Klaar! Dat is geen wassen neus. Dat is keihard. Als de PVV en de VVD vandaag standhouden, blijft het hard. Dat is de belofte die wij aan de agenten hebben gedaan. Over het geld heb ik u net al verteld. Ik heb het geld twee keer opgehaald en dat is ook bikkelhard. Dat zijn harde euro's.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik herhaal dat ik nog steeds geen deugdelijke dekking zie in het financiële plaatje, noch dat daarover overeenstemming is met de andere fracties. Ik heb in het betreffende debat aan de collega's van de PVV en de VVD gevraagd of dit betekent dat, als alle bezuinigingen van tafel gaan, er niet meer slimmer gewerkt hoeft te worden, dus 190 mln. plus het bedrag uit het normkostenonderzoek. Toen gaven die partijen toch aan dat ze willen blijven inzetten op dat slimmer en efficiënter werken, dus toch nog bezuinigingen. Ik ben erg benieuwd welk voorstel er straks komt. Extra geld mag geen ongedekte cheque zijn. Dat moet je netjes en zorgvuldig doen, anders maak je mensen blij met iets waaraan ze misschien wel helemaal niets hebben.

Mevrouw Berndsen (D66):

Ik ben benieuwd wat mevrouw Kuiken dan wél wil doen. Ik hoor vooral wat zij niet wil doen. Wat betekent dit nu voor al die korpsen die financieel zwaar in de rode cijfers zitten en geen duidelijkheid krijgen over de vraag of zij die bezuinigingen over zich heen gaan krijgen? Het signaal van de Kamer was helder: geen bezuinigingen meer. Er is genoeg bezuinigd op de politie. Wat heeft de PvdA daar tegenover te stellen?

Mevrouw Kuiken (PvdA):

In het land vertel ik dat ik denk dat korpsen, gelet op de economische crisis, toch slimmer moeten gaan werken en daarmee dus een stukje zuiniger. Gelijktijdig zeg ik dat ik verwacht dat het nieuwe kabinet – of dat nu links, paars of rechts is – extra geld zal uittrekken voor de politie. Dat zal echter niet betekenen dat korpsen niet kritisch naar hun eigen portemonnee hoeven te kijken. Wellicht loopt het anders en wordt er zomaar 600 mln. extra uitgetrokken. Dat kan echter ook betekenen dat de politie het op andere terreinen alleen maar drukker krijgt omdat er bijvoorbeeld preventieprojecten stoppen. Ik weet het niet. Ik wil er wel graag constructief over meedenken. Ik heb echter geen zin om korpsen en politieagenten blij te maken met een dode mus, als blijkt dat wij het niet waar kunnen maken in deze economisch zware tijden. Dat is volgens mij een eerlijk verhaal.

Mevrouw Berndsen (D66):

Ik ben een groot voorstander van slimmer werken en dat kan ook best. Dat vraagt echter om investeringen in technologie, maar daarvoor hebben de meeste korpsen ook geen geld. Ik vind het makkelijk om dat hier in deze Kamer te zeggen. In de praktijk is dat niet echt realistisch. Natuurlijk wordt er tot op het bot bezuinigd. Ik hoor dat er in Friesland 250 mensen uit gaan. Dat gaat ook ten koste van de veiligheid van de politiemensen zelf. Zij moeten meer dan een half uur wachten op een tweede auto en dan hebben wij het over het gezag van de politie en over de mogelijkheid om op te treden. Dat kan zo niet. Ik verzoek mevrouw Kuiken echt dringend om de partijen in de Kamer te steunen om die bezuinigingen van tafel te halen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Dat verzoek steun ik van harte. Ik zeg er wel het volgende bij: mevrouw Berndsen had het over een bedrag van 280 mln., maar dat is inclusief de bezuinigingen. Dan moet zij het normkostenonderzoek toch nog eens goed nalezen.

Mevrouw Berndsen (D66):

Dat is 300 mln. Als dat normkostenonderzoek wordt uitgevoerd, zijn die bezuinigingen ook niet meer nodig. Als die 300 mln. erbij komt, zitten de korpsen niet meer in de problemen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Dat is inclusief de heroverwegingscommissie. Het wordt zo wel een ingewikkeld verhaal trouwens. Die commissie gaat uit van een nationale politie, maximale bezuinigingsvoorstellen, goedkopere ICT en administratie en minder bureaucratie. Dat staat in het normkostenonderzoek. Mevrouw Berndsen is niet de enige die dat heeft gelezen. Ik heb dat ook gedaan. Zij moet met mij constateren dat er in het verleden, en dat weet zij als geen ander, niet altijd even slim en handig met geld werd omgegaan. Ik zal niet allerlei vervelende voorbeelden noemen, maar het voorbeeld van de ICT heeft zij zelf al genoemd. Zij zei dat het kabinet dat niet goed had geregeld, maar, mind you, het was de politie zelf die daarvoor verantwoordelijk was. Die samenwerking lukte onvoldoende en dat kost veel geld. Jarenlang ging er heel veel geld naar de politie, 1,3 mld. in de laatste jaren, zonder dat wij wisten waar dat geld terechtkwam. Mijn partij heeft gezegd: dat moet een tandje minder, want in deze economische slechte tijden moeten wij allemaal een bijdrage leveren. Gelijktijdig hebben wij gevraagd om dat normkostenonderzoek om goed inzichtelijk te maken: wat kost de politie nu eigenlijk, wat is er nodig voor die agenten die wij op straat willen houden en voor die rechercheurs voor wie wij het doen? Die balans moeten wij nu zoeken, maar dan wel deugdelijk en met een juiste dekking.

De voorzitter:

De laatste keer, mevrouw Berndsen.

Mevrouw Berndsen (D66):

Ja, ik weet het.

Dat normkostenonderzoek maakt juist duidelijk dat de politie te weinig geld krijgt voor datgene wat zij moet doen. Als u om dat normkostenonderzoek gevraagd hebt, zullen wij dat ook moeten uitvoeren. Dan zullen wij geld moeten vinden voor de politieorganisaties. Ik ben het met u eens: ik ben voor een nationale politie en dat zal ongetwijfeld tot bezuinigingen kunnen leiden, maar het leidt ook eerst tot investeringen. Wij moeten ons hier in de Kamer niet rijk rekenen. Nogmaals, ik ben blij met uw toezegging dat u zich wilt inspannen om dat geld wel te vinden. Ik denk dat de politiekorpsen daar heel blij mee zijn.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik begon mijn verhaal met de woorden dat de PvdA graag extra geld wil, juist omdat wij goed hebben gekeken hoeveel het nu precies kost en wat de financiële situatie is, maar wel met een juiste dekking, volgens de principes die wij graag hanteren en niet ten koste van bijvoorbeeld het onderwijs. Ik weet overigens niet of uw collega Thom de Graaf ook zo gelukkig is met de nationale politie als u dat bent, maar dat is dan een gesprek voor u en D66.

Mevrouw Hennis-Plasschaert (VVD):

Het siert u natuurlijk dat u spreekt over ongedekte cheques en blij maken met een dooie mus. Maar was het niet uw minister die ons heeft opgescheept met die ongedekte cheque? En wordt het niet tijd dat u nu uw verantwoordelijkheid neemt om dit te corrigeren met de meerderheid in de Kamer?

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Het is onze verantwoordelijkheid geweest om kritisch te kijken naar de financiën van de politie: waar ging geld naartoe? Wij hebben geconstateerd dat er in de afgelopen jaren 1,3 mld. extra is geïnvesteerd in de politie, maar dat dit geld niet is gaan zitten in extra agenten en rechercheurs, maar meer in de bureaus, meer in de administratie en meer in de managementlagen. Dat hebben wij een halt willen toeroepen; daar dwong de economie ons ook toe. Gelijktijdig hebben wij gevraagd om een normkostenonderzoek om te kijken hoe die balans is. Dat onderzoek is er nu. Dat is mede de reden waarom wij in ons verkiezingsprogramma hebben gezegd: wij trekken er extra geld voor uit. Maar wij willen het wel daar inzetten waar het nodig is, namelijk op straat en bij de recherche. Als het geld weer verdwijnt achter de bureaus, word ik daar niet gelukkig van. Samen zoeken wij naar dat geld, maar het zal nog heel lastig worden voor u en mij om het erover eens te worden waar die dekking vandaan komt. Ik wil wel investeren in preventie en wil dat niet ten koste laten gaan van de zorg of het onderwijs. Dat is nu net het verschil tussen de linkse en de rechtse agenda. Dat maakt het ook lastig om 190 mln. structureel om te buigen.

Mevrouw Hennis-Plasschaert (VVD):

Ik mis in dit antwoord de politie-cao. Dat punt wilde ik net maken. Ik denk dat u dat heel goed hebt begrepen, maar weigert te antwoorden. Ik vraag u nogmaals om in te gaan op het feit dat er een ongedekte cheque is achtergelaten door uw minister.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Dank voor de verheldering van de vraag. Wij hebben inderdaad een heel behoorlijke cao afgesloten voor de politie met ruim 10%. Dat was ook terecht, want heel veel agenten kregen onvoldoende betaald en rechercheurs idem dito. Daar hebben wij graag geld voor willen uittrekken. Dat was ook na de periode waarin uw partijgenoot de heer Remkes de nullijn hanteerde en agenten er zelfs op achteruit gingen. Dat heeft inderdaad een gat geslagen in de begroting, maar het is geld dat wij er graag voor over hebben gehad, samen met de collega's van het CDA overigens.

De heer Brinkman (PVV):

Onvoorstelbaar. Geld dat wij er graag voor over hebben gehad. Andere Kamerleden de les lezen over ongedekte cheques en vervolgens voor een volgend kabinet een lijk in de kast van 140 mln. achterlaten. Dat is de PvdA ten voeten uit!

Er zijn in de afgelopen jaren twee problemen geweest met de ministers van de PvdA wat de politie betreft. Het eerste is dat zij niet hebben willen kiezen voor de nationale politie. Dat heeft ervoor gezorgd dat wij die 25 eilanden bleven houden. Dat heeft ervoor gezorgd dat wij als ultiem risico de vtsPN kregen met allerlei externe inhuur; wij kennen alle problemen: ICT die niet deugde. Dan is er ook nog eens het feit dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de PvdA het nooit heeft aangedurfd om direct met de korpschefs aan te sturen op daadwerkelijke vermindering van de overhead, maar dat via de korpsbeheerders heeft gedaan. Dat is de hele crux geweest.

De voorzitter:

Wat is uw vraag, mijnheer Brinkman?

De heer Brinkman (PVV):

Mijn vraag aan mevrouw Kuiken is: wilt u er alstublieft voor zorgen dat uw partij nooit meer een minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties levert?

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Wij zijn inderdaad geen voorstander van een nationale politie. Ten eerste wijs ik de Kamer er graag op dat Defensie heel centraal georganiseerd is, maar er tien jaar over heeft gedaan om weer enigszins gelijk uit te komen. Dat kwam doordat reorganiseren in eerste instantie altijd geld kost. Ook in dat opzicht ben ik het dus eens met mevrouw Berndsen: je moet oppassen dat je jezelf op dat aspect niet te snel rijk rekent.

Ten tweede maak ik me ook zorgen over de nationale politie. Die betreffen niet zozeer de wijze waarop die wordt georganiseerd als wel de vraag of we nog in staat zijn om politiezorg daar te blijven organiseren waar het nodig is: op de straat. Als ik of iemand bij mij in de straat te maken heeft met een overlastzaak, moet die terechtkunnen bij zijn burgemeester of gemeenteraad en niet genoodzaakt zijn Hero Brinkman te bellen.

De heer Çörüz (CDA):

Voorzitter. Vanaf 2001 is de politiesterkte gestegen van 49.478 naar 53.300, eind 2009. Met de Kamer was afgesproken dat voor eind 2010 de sterkte 52.200 zou zijn; wij zitten daar al boven. De 500 wijkagenten en de forensische assistenten reken ik daarin nog niet eens mee. Natuurlijk doen bezuinigingen pijn en ontstaat er onrust. Er ontstaan geluiden in de korpsen. Ook het CDA is daar niet doof voor. Het lijkt mij echter eerlijk om de boodschap mee te geven dat ook de politie niet ontkomt aan de bezuinigingen. Daarbij merk ik op dat de politie is "ontzien" in vergelijking met andere sectoren. In een KPMG-onderzoek was sprake van een bedrag van 240 mln. dat zou kunnen worden bezuinigd bij de politie. Dit jaar bedraagt de bezuiniging echter 160 mln., volgend jaar 190 mln.

Laat ik er gelijk bij zeggen dat het navrant is dat de korpsbeheerders, de korpschefs en de vakbonden allemaal hebben ingestemd met de bezuinigingen. Terwijl er geen geld is, is het extra navrant dat er kennelijk wel geld is voor allerlei zogezegd leuke dingen, zoals toeslagen, declaraties, dienstreizen etc. Daarover hebben we hier ook vaak van gedachten gewisseld. Je kunt dat geld maar één keer uitgeven en het komt uit één en dezelfde politiepot. Als er geen geld is, is er ook geen geld voor andere zaken.

Ik heb reeds gezegd en herhaal dat de bezuinigingen, waar wij achter staan, niet ten koste mogen gaan van de operationele sterkte. Ik heb er echter ook altijd bij gezegd dat we de vinger aan de pols houden. In zijn brief van 2 juli in reactie op de motie van de heer Van Raak heeft de minister helder aangegeven dat je de bezuinigingen van 190 mln. moet terugdraaien bij het begrotingsdebat, als je ze wilt terugdraaien. Dat lijkt me de juiste weg. Als je ergens anders 190 mln. wilt tenietdoen, zul je die ergens moeten vinden. Dat doen wij in de Kamer niet zomaar tussendoor. Wij hebben de bezuinigingen voor dit jaar geaccordeerd. Dit debat betreft de bezuinigingen van volgend jaar en die vallen onder de begroting.

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik ben een beetje in de war, omdat ik woordvoerders van de drie mogelijke coalitiepartners alle drie iets anders hoor zeggen. Mevrouw Hennis zegt dat de minister gewoon de aangenomen motie moet uitvoeren en dat we absoluut niet moet bezuinigingen op de politie. Wat de heer Brinkman zei weet ik niet precies. Hij sprak met veel meel in zijn mond: het kan wel, het kan niet. U zegt nu eigenlijk: bezuinigen doet pijn. Het lijkt dus alsof u de geesten rijp maakt voor toekomstige bezuinigingen. Begrijp ik dat goed?

De heer Çörüz (CDA):

Ik loop niet weg voor een consistente lijn. Ik heb de motie-Van Raak ook niet ondersteund. Daar kan dus geen enkel misverstand over zijn. Iedereen moet bezuinigen, dus ook de politie. Natuurlijk doet dat pijn, maar dat doet het ook bij andere sectoren. Ik praat niet met meel in de mond, dat heb ik niet gedaan en dat wil ik nu ook niet doen. Daar kan geen enkel misverstand over bestaan.

De heer Dibi (GroenLinks):

Die consistentie is te waarderen. Ik ben benieuwd wat uw toekomstige mogelijke coalitiepartners ervan vinden. U zegt dat niet op de operationele sterkte mag worden bezuinigd. Hoe gaat u daarvoor zorgen? U houdt de vinger aan de pols en bent niet doof voor kritiek uit de korpsen. Maar hoe kunt u garanderen dat niet wordt bezuinigd op de operationele sterkte? Zou u een motie daarover ondersteunen?

De heer Çörüz (CDA):

Ik wil alle goede dingen in het leven ondersteunen, dus zo'n motie zie ik dan wel tegemoet. Over de operationele sterkte het volgende. Niet voor niets heb ik allerlei getallen genoemd. Recentelijk hebben we hier gedebatteerd over de getallen van RTL: duizenden agenten er extra bij. Maar helaas zitten die te veel achter hun bureaus, en lopen ze niet op straat. Er zijn wel veel mensen bijgekomen, maar ze moeten de straat op, terwijl ze te veel achter hun bureaus zitten. Op dat punt moet de politie kritisch naar de eigen organisatie kijken. Laten we niet elke keer problemen makkelijk proberen op te lossen met alleen geld, want daar zit niet alleen de oplossing.

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik begrijp dat heel goed. Maar gaat u dan wel akkoord met het geven van extra taken aan de politie in de komende jaren? Wij horen allerlei berichten over het strafbaar maken van de illegaliteit, en over een ander drugsbeleid. Dan zal de politie zich ineens moeten bezighouden met allerlei andere zaken. Dan komen we nog meer in de problemen dan nu al het geval is. Hoe ziet u dat?

De heer Çörüz (CDA):

Dit is een mooi bruggetje, want ik heb daar een stukje tekst over. Ik refereer aan het bedrag dat collega Kuiken noemde: 1,3 mld., oftewel 33% erbij in de afgelopen zes jaar. Terwijl de werkbelasting van de politie de afgelopen jaren is afgenomen door de inzet van onder anderen parkeerwachters, milieuambtenaren, controleurs, verkeersregelaars, straatcoaches en stewards in voetbalstadions. Ik wil dus dat er ook kritisch naar de organisatie wordt gekeken, en ik zou wensen dat u dat ook zou willen. Tegen 1,3 mld. extra zou menige andere organisatie "U" zeggen. De belasting is afgenomen, en dan nog steeds zien we weinig blauw op straat. Hoe kunnen die dingen met elkaar in overeenstemming worden gebracht? Dan zou ik het prudent vinden als meerdere collega-Kamerleden ook durven te zeggen dat de politie ook in de eigen organisatie moet kijken.

De heer Van Raak (SP):

Agenten snappen er niets meer van, hoor. De VVD zegt dat de bezuinigingen van tafel moeten, en het CDA zegt dat de politie zal moeten bezuinigen. Waarom? Ik snap dat niet. Deze Kamer heeft een motie aangenomen, waarin wordt uitgesproken dat de bezuinigingen moeten stoppen. Komende Prinsjesdag zal de Koningin niet voorlezen dat er wordt bezuinigd op de politie. Dat heeft deze Kamer eruit gehaald, en dat gaat het CDA er heus niet in fietsen. Dat is dus helemaal geen probleem. Maar het probleem dat er wel is, is dat nu mensen worden ontslagen, dat nu bureaus worden gesloten omwille van bezuinigingen die er nooit zullen komen. Nu worden dingen kapot gemaakt, helemaal voor niks. Is het CDA bereid, dat in ieder geval te stoppen en de minister op te roepen dat ongedaan te maken?

De heer Çörüz (CDA):

Ik hoorde vanmorgen een interessant interview met een onderzoeker die iets presenteerde over bezuinigingen bij de politie. Hij zei: je kunt een organisatie ook kapot maken door er veel te veel geld aan te geven, zonder er prestaties tegenover te stellen. Dat beeld wil ik er ook naast leggen. U probeert altijd problemen af te kopen met geld, maar ik denk dat er al ontzettend veel geld naar de politie is gegaan. Ik gaf die getallen niet voor niets. Net als ik bent u controleur. U moet toch op een gegeven moment ook zeggen: jongens, wat voor prestaties hebben wij teruggekregen? Maar u zegt elke keer dat er meer geld moet komen, of dat een bezuiniging ongedaan moet worden gemaakt. Het zou u sieren om eens te kijken wat we daarvoor terugkrijgen. Dat wil ik graag doen.

De heer Van Raak (SP):

Nu is de politie dus echt in onzekerheid. De PVV vindt een rechtse regering fantastisch voor de politie, de VVD vindt dat de bezuinigingen van tafel moeten, en het CDA vindt dat bezuinigd moet worden op de politie. Nou, ik zie dit kabinet er nog niet komen, maar gelukkig hebben we nog de Tweede Kamer, en gelukkig hebben we nog de motie-Van Raak, waarmee de bezuinigingen van tafel zijn. Nu moeten we er alleen nog voor zorgen dat de motie wordt uitgevoerd.

De heer Çörüz (CDA):

Wacht nog even op de plannen met de politie. In ons verkiezingsprogramma wordt uitgegaan van 2000 agenten extra, als je de zaak op een andere manier organiseert en slimmer en efficiënter werkt. Daar hoeft helemaal geen extra geld bij.

De vergadering wordt van 20.03 uur tot 20.10 uur geschorst.

Minister Hirsch Ballin:

Mijnheer de voorzitter. Ik wil graag beginnen met ook van de zijde van het kabinet mevrouw Berndsen geluk te wensen met haar maidenspeech. De term maidenspeech wekt de verwachting van een speech die met een zekere welwillendheid wordt ontvangen bij gebrek aan ervaring, zeker wanneer wij het woord "maiden" letterlijk nemen. Maar mevrouw Berndsen heeft er iets heel anders van gemaakt. Zij heeft er een speech van gemaakt over het terrein waar zij bij uitstek ervaring in heeft opgedaan en wel als korpschef van de regiopolitie Fryslân. Dat korps behoort helaas tot de korpsen die nu onder curatele zijn gesteld, zoals het wat onvriendelijk heet, in verband met de financiële situatie van de politie. Maar mevrouw Berndsen spreekt natuurlijk zeer uit ervaring. Gelukgewenst dus met uw maidenspeech, mevrouw Berndsen.

Voorzitter. De opmerkingen die zijn gemaakt vanavond, de betogen die zijn gehouden en het dringende verlangen dat door de heer Van Raak is geuit om nu een eind te maken aan alles wat hij ziet als bezuinigingen op de politie, raken bij mij natuurlijk wel een gevoelige snaar. De politie is bij uitstek een overheidsorganisatie die mij ter harte gaat en waarvan ik het belang, evenzeer als u die vanavond gesproken heeft, onderken. Ik heb nu het voorrecht om voor de derde maal de rol van korpsbeheerder te vervullen: van de Korps landelijke politiediensten. In eerder fasen van mijn werkzaamheden ben ik dat geweest voor de Rijkspolitie en ook voor het Korps landelijke politiediensten, in de beginfase. Ik weet vanuit mijn verantwoordelijkheid op de beleidsterreinen van de rechtshandhaving hoe essentieel daarvoor een goed toegeruste politie is. En ik heb ook verlangens op het punt van de politiezorg. Al degenen die hebben gezegd dat er toch eigenlijk een grotere armslag moet komen voor de vervulling van de politietaken in ons land, hebben dus ook naar mijn hart gesproken. Ik zeg dit ook omdat ik weet hoe belangrijk voor de rechtshandhaving, voor wat ons in Nederland te doen staat op het gebied van de verdere versterking van de rechtshandhaving, een verdere versterking van het operationeel functioneren van de politie is.

Wij hebben de afgelopen jaren aanzienlijke verbeteringen bij de bestrijding van de criminaliteit kunnen realiseren, mede door de inzet, de kwaliteit en de vakkundigheid van heel veel politiemensen, maar ook door de goede samenwerking tussen politie, justitie en het binnenlands bestuur, de gemeenten en zorginstellingen. Wij hebben meer aandacht besteed aan preventie, veel meer dan voorheen gebruikelijk was. Wij hebben de afgelopen drie jaar een vermindering van de gewelds- en vermogenscriminaliteit met 19% en 25% kunnen realiseren. Tegelijkertijd ben ik mij er zeer van bewust dat er nog meer te doen is. Het is nog maar onlangs dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel over de bestrijding van overlast heeft aangenomen. Ook dat vergt een verdere inzet van de politie. Als het gaat om die soorten van criminaliteit – ik denk aan criminele dadergroepen, ook onder jonge mannen, en aan de bestrijding van overvallen van georganiseerde en andere vormen van zware criminaliteit – is er met name een veel grotere inzet en versterking van de recherche nodig.

Als het gaat om blauw op straat is het als eerste en vooral van belang dat de mensen die in uniform politietaken vervullen, beter worden toegerust. Daarom zijn ook de opmerkingen die mevrouw Berndsen maakte over de technologie die daarbij moet kunnen worden ingezet, zeer terecht. Ook op dat punt zijn er uitgaven nodig.

Alles wat over de versterking van de politie is gezegd, is ook naar mijn hart gesproken. Ik onderstreep daarbij met name dat, om ophelderings- en bestraffingspercentages te verhogen en de harde kern bij de overlastproblematiek aan te pakken, nog veel meer nodig is op het gebied van de recherche, kwantitatief en kwalitatief. Bovendien moet het blauw op straat beter worden toegerust, ook met moderne technologie, om doelmatiger te werken. Er horen minder mensen achter het bureau in administratieve functies. Daar hoort naar mijn overtuiging ook een vermindering van de overhead bij, waaraan momenteel middelen van de politie worden besteed. Dat hangt helaas sterk samen met het fenomeen dat de 25 regionale politiekorpsen in allerlei opzichten hun afzonderlijke gang zijn gegaan wat betreft automatisering en beheerfuncties. Sommige dingen worden daarbij doelmatiger gedaan als het beheer op een nationale schaal wordt georganiseerd.

Mevrouw Kuiken, die zich volgens mij als enige uitsprak tegen een dergelijke herinrichting van de politie, geef ik mee dat het echt een misverstand is om te denken dat beheer op de schaal van Nederland – laten wij de grootte van Nederland overigens niet overdrijven – met zich zou meebrengen dat er beleidsmatig aandacht en inzet worden onttrokken. Ook naar mijn overtuiging is het nodig dat al die politietaken die primair lokaal en regionaal moeten worden vervuld – dat zijn er een heleboel – ook daar moeten worden aangestuurd. Aan de gezagsverantwoordelijkheid van de burgemeesters en van de regionale en lokale functionarissen van het Openbaar Ministerie moet natuurlijk niets veranderen. Naar mijn inzicht moet een inrichting met nationaal beheer voor de politie helemaal niet betekenen dat alles vanuit een centraal punt wordt gedirigeerd, maar het maakt het wel mogelijk dat wij een aantal zinloze doublures en problemen wegnemen die er nu zijn in de communicatie tussen politiediensten. Daarom geef ik mevrouw Kuiken, met het oog op de toekomst van de politie en van de rechtshandhaving in Nederland en met het oog op de zorg voor de veiligheid van onze burgers, in overweging dat zij hier nog eens over nadenkt. Misschien dat zij dan, net als haar collega's, deze mogelijkheid serieus onder ogen ziet.

De voorzitter:

Ik wilde de minister eigenlijk laten doorpraten, maar mevrouw Kuiken is al twee keer genoemd. Ik begrijp dus dat zij nu even wil reageren.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik wil hier geen structuurdiscussie gaan voeren, maar is de minister het met mij eens dat zijn opvattingen over de inrichting van het bestel, heel anders zijn dan die van sommige collega's, die namelijk verder willen gaan en minder oog hebben voor de lokale verankering? Over de vraag wat onder de term "nationale politie" valt, zijn de opvattingen dus heel verschillend. Is de minister het bovendien met mij eens dat reorganiseren soms noodzakelijk is maar dat ook geld kost en dat wij ervoor moeten waken dat de politie daardoor weer heel erg in zich zelf gekeerd raakt, zoals wij zagen bij de omvorming van de gemeentepolitie naar de regionale politie?

Minister Hirsch Ballin:

Die reorganisatie, waarvoor ik met mijn toenmalige collega, mevrouw Dales, in de jaren negentig verantwoordelijkheid heb gedragen, is heel wat ingrijpender geweest dan de huidige reorganisatie, waarbij wij voortbouwend op een regionale structuur van de politie, die uiteraard moet blijven, de beheerfuncties nationaal opzetten. Die vergelijking gaat dus niet op. Desalniettemin is ook die reorganisatie binnen een kort tijdsbestek tot een goed einde gebracht. De vergelijkingen met de reorganisatie van de krijgsmacht gaan echt niet op. Natuurlijk moet de politie, ook een nationaal beheerde politie, een regionale indeling behouden. Natuurlijk moet het gezag voor al die politietaken die primair lokaal en regionaal zijn, niet alleen blijven bestaan; ik zie zelfs kans om dat gezag te versterken als het overleg van de burgemeesters en het Openbaar Ministerie zich niet meer hoeft te richten op beheertaken die doelmatig in een ander verband kunnen worden uitgevoerd. Dan kunnen zij het hebben over datgene waarvoor zij echt zijn aangesteld, namelijk het regionaal beleid op het gebied van veiligheid en rechtshandhaving.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik maakte een klassieke fout, want ik stelde meerdere vragen in één vraag. In een dergelijk geval pakt de ander natuurlijk aan wat hem het liefste is. Ik vraag daarom aandacht voor mijn eerste vraag. Ik denk dat de minister en ik best een aardig eind kunnen komen over de wijze waarop wij de politieorganisatie graag zien. Als mensen het echter hebben over de nationale politie en over de wijze waarop ze die willen organiseren, kan dit nogal eens verschillen van de opvatting van de minister. Is de minister het wat dat betreft met mij eens?

Minister Hirsch Ballin:

Om te beginnen dank ik mevrouw Kuiken voor de openheid die uit haar nadere vragen sprak. Natuurlijk kun je de gedachte van nationaal beheer van de politie ook op onverstandige manieren uitwerken. Ik pleit echter niet voor de onverstandige uitwerking, maar voor dat wat ik voor verstandig houd. Ik ben blij te horen dat dit in ieder geval iets raakt, ook bij mevrouw Kuiken. Ik verwijs in dit kader naar wat ik heb gezegd bij de opening van het academisch jaar van de Politieacademie.

Ik kom nu op de vraag die de heer Van Raak ongetwijfeld op de lippen brandt, namelijk of ik behalve het geven van mijn visie op een doelmatigere inrichting van de politie voor een betere taakvervulling ook iets kan toezeggen over de financiële positie van de politie in 2011. Ik kijk de heer Van Raak aan om te zien of ik hem goed heb begrepen. De begroting van 2010 ligt vast en die wordt uitgevoerd. Het gaat de heer Van Raak dus om 2011. Ik zie hem instemmend knikken. De heer Van Raak heeft in dit kader ook gesuggereerd om de kosten te bestrijden uit de opbrengsten van de uitvoering van de motie-Roemer over de inhuur van externen bij de ministeries.

Voorzitter, nu moet ik eigenlijk stoppen. Als ik over de orde van uw Kamer zou gaan, zou ik de suggestie doen om, na dit geconstateerd te hebben, de beraadslagingen voort te zetten nadat de algemene financiële beschouwingen hebben plaatsgevonden over de begroting die de regering aanstaande dinsdag, op Prinsjesdag, aan uw Kamer zal aanbieden. Ik ben namelijk niet in de positie om welke toezegging dan ook te doen over de begroting 2011. Ik kan ook niets uitsluiten voor de begroting 2011. Daarmee zou ik namelijk datgene te buiten gaan wat ik op de woensdag voorafgaand aan de derde dinsdag in september kan en mag zeggen. Mijn antwoord moet hier dus eindigen.

De heer Van Raak (SP):

De motie-Van Raak behelst dat de bezuinigingen niet in de begroting voor 2011 en verder komen. In de praktijk blijkt nu dat mensen de wacht is aangezegd: zij worden ontslagen, hun bureau moet dicht, zij krijgen minder uren. Dit alles gebeurt met het oog op de komende bezuinigingen. Op dit moment worden er in de korpsen en op de bureaus dus dingen kapot gemaakt. Ik vraag de minister alleen om vanavond een briefje te sturen naar de korpschefs en daarin te schrijven dat zij de uitvoering van de bezuinigingen moeten opschorten. Zij moeten geen nieuwe onzekerheid creëren bij de politie maar gewoon de begroting van de nieuwe regering afwachten, wanneer die ook komt. Ik ga er dus van uit dat deze bezuinigingen niet meer in de begroting voor 2011 staan. Dat heeft te maken met de door de Kamer aangenomen motie. Wat heeft het dan voor zin om nu nog onrust te stoken? De minister moet de korpschefs gewoon wijzen op het feit dat de motie is aangenomen en dat de uitvoering van de bezuinigingen voor 2011 en verder moet worden gestopt.

Minister Hirsch Ballin:

De heer Van Raak brengt twee dingen naar voren. Ik houd nu even in het oog wat mevrouw Kuiken net zei over meervoudige vragen. Ik zal proberen aan de verschillende elementen in de vraag van de heer Van Raak recht te doen. Een element is hetgeen hij ziet als een uitvoering van zijn motie en het andere is zijn veronderstelling dat er nu bezuinigingen worden doorgevoerd bij de politie of in ieder geval dat er wordt geanticipeerd op de besluitvorming over de begroting voor 2011.

Ik onthul helemaal niets over de begroting die aanstaande dinsdag zal worden gepresenteerd. Deze begroting wordt natuurlijk gepresenteerd door een demissionair kabinet. Desalniettemin zitten daarin elementen van het vereiste beleid, zoals dat mag worden verwacht ingevolge de opdracht die dit kabinet heeft gekregen. De vraag of er ten aanzien van de politie nieuw beleid moet worden gevoerd – bijvoorbeeld rekening houdend met de mogelijkheden van het nieuwe politiebestel of op grond van mogelijke prioriteiten op het gebied van rechtshandhaving en zorg voor de veiligheid – zal moeten worden beantwoord in het kader van de besluitvorming die volgt op het aantreden van een nieuw kabinet.

Dan de mogelijkheden die er zijn in verband met de aangenomen motie van de SP-fractievoorzitter. Het is het doelmatigst om daarover te spreken na de algemene financiële beschouwingen. Het kan zijn dat er daardoor een gefaseerd debat ontstaat over het politiebudget. Ik zal straks nog op een aantal punten ingaan. Het is niet zo dat ik mij nu opmaak om de avond af te sluiten. Bovendien volg ik natuurlijk de orde van de vergadering. Uiteraard wil ik graag ingaan op wat er nu is besproken, maar uit het oogpunt van de staatsrechtelijke verhoudingen moet ik er wel op wijzen dat ik nu niet kan anticiperen op wat er op Prinsjesdag in de begroting zal worden gepresenteerd. Evenmin kan ik anticiperen op wat een mogelijk nieuw kabinet zal voorstellen op het gebied van rechtshandhaving en veiligheid.

De heer Van Raak (SP):

De minister draait het om door te zeggen: ik ben demissionair en ik weet niet wat er bij Prinsjesdag komt. Nee, deze Kamer heeft een besluit genomen, dus de minister hoeft niets te besluiten. Hij moet gewoon uitvoeren. Deze Kamer heeft een motie aangenomen waarin wordt uitgesproken dat de bezuinigingen op de politie moeten stoppen en dat die bezuinigingen niet in de begroting voor 2011 komen te staan. Dat moet de minister gewoon uitvoeren; het is zijn begroting. Zijn begroting wordt op Prinsjesdag gepresenteerd, niet de begroting van een toekomstige regering. Het is zijn verantwoordelijkheid. Ik wil niet dat mensen nu de wacht wordt aangezegd, dat politieagenten nu op straat worden gezet en dat nu politiebureaus worden gesloten, omwille van bezuinigingen die er nooit zullen komen. Het gaat om deze begroting van deze minister. Deze minister heeft een opdracht gekregen van deze Kamer, en deze Kamer is de baas en niet de minister. Hij moet dat uitvoeren door vanavond een briefje te sturen naar alle korpschefs: de uitvoering van de bezuinigingen moet stoppen.

Minister Hirsch Ballin:

Ik wil niet, al helemaal niet in bozige termen, met de heer Van Raak over "wie is hier de baas?" spreken. Hij heeft een motie ingediend en die is aangenomen. Ook in mijn reactie op die motie heb ik gezegd dat wij uiteraard de begroting zoals die door de Tweede en de Eerste Kamer is aanvaard, zullen uitvoeren. Daarin wordt ook niet bezuinigd. De heer Van Raak zegt dat de motie over de begroting van 2011 moet worden uitgevoerd. Het moet wel duidelijk zijn wat een motie tot stand kan brengen. Een motie verandert niet een begrotingswet. Als de heer Van Raak een ander budget voor de politie wenst dan aanstaande dinsdag wordt gepresenteerd, dan zal hij een amendement moeten indienen. Wacht dat nog even af, het zijn nog maar zes dagen; eigenlijk minder: vijf dagen en ongeveer veertien uren. Op dat moment ligt voor de heer van Raak en zijn fractie de mogelijkheid open om een amendement voor te stellen op begrotingshoofdstuk VII. Als dat amendement wordt aangenomen – ik ga daar niet over – is dat uiteraard bindend voor het budgettaire kader. Indien de heer Van Raak wil dat gebeurt wat de Kamer heeft uitgesproken, dan geeft het staatsrecht aan hoe hij dat kan doen. Een motie zonder dekking, zonder een besluit van de begrotingswetgever over de financiering, kan de begroting niet veranderen. Als de heer Van Raak de begroting wel wil veranderen, heeft hij het volledige, democratisch recht om een amendement voor te stellen op de begroting die aanstaande dinsdag word gepresenteerd.

De voorzitter:

Mijnheer Van Raak, nog één keer.

De heer Van Raak (SP):

Het gaat mij om het feit dat nu bezuinigingen worden doorgevoerd bij de politie die er nooit zullen komen, omdat deze Kamer ze niet wil. Dat is ongelooflijk dom en ontzettend sneu voor de agenten die worden ontslagen, en ontzettend erg voor de buurtbewoners wier politiebureau verdwijnt. Hoelang gaat het nog duren voordat er een nieuwe regering is? Ik weet dat niet, maar er is wel een nieuwe begroting. Daarin hoort te staan dat de bezuinigingen er niet komen, dus mogen er ook geen mensen worden ontslagen. Minister, neem contact op met die korpschefs, want zij zeggen: wij horen maar niks van de minister. Zorg dat bij de korpschefs tussen de oren zit dat de bezuinigingen niet hoeven te worden doorgevoerd. Zo simpel is het.

Minister Hirsch Ballin:

Tot nu toe heb ik er vooral klachten over gekregen dat de korpsbeheerders te veel van mij hoorden, met name die van de korpsen waar curatele moest worden toegepast, zoals dat een beetje onvriendelijk heet. Wij hebben overleg gehad over hoe wij dat moeten realiseren en dat heeft inmiddels met vrijwel alle korpsbeheerders tot overeenstemming geleid.

De heer Van Raak zegt dat er agenten op straat worden gezet. Dat is een misverstand. Het blauw op straat is natuurlijk prima, maar zij worden niet ontslagen.

De heer Van Raak (SP):

Ik krijg heel veel berichten dat dit wel het geval is.

De voorzitter:

Mijnheer Van Raak, u had het woord niet.

Minister Hirsch Ballin:

Dat zijn de berichten van de heer Van Raak over iets wat helemaal niet het geval kan zijn. Wij hebben niemand gevraagd personeel te ontslaan. Als de heer Van Raak meent dat er toch mensen worden ontslagen wegens bezuinigingen, ontvang ik graag informatie daarover en dan ga ik er onmiddellijk achteraan.

De heer Van Raak (SP):

Daar heb ik al drie keer vragen over gesteld aan de minister. Dat weet hij heel goed. En als dat niet geval is, moet hij maar eens luisteren naar de korpschefs die deze bezuinigingen moeten doorvoeren. De minister weet bij god niet wat er in de praktijk van de politie gebeurt en dat vind ik heel bezwaarlijk. Hij moet moties uitvoeren, maar ook weten wat er speelt bij de politie. Als hij niet weet dat er vanwege de bezuinigingen nu mensen de wacht wordt aangezegd en bureaus worden gesloten, is dat een minister van politie onwaardig.

Minister Hirsch Ballin:

Als de heer Van Raak geen bevestiging kan geven van wat hij beweert, zegt hij altijd dat de ander niet weet hoe het in elkaar zit. Hij zegt dat er mensen worden ontslagen. Er is aan geen enkele korpsbeheerder gevraagd om mensen te ontslaan. Natuurlijk, er gaan mensen met pensioen. De korpsbeheerders moeten bovendien maatregelen nemen om hun begroting op orde brengen, maar niet door personeel te ontslaan.

De voorzitter:

Ik maak dit rondje vragen maar af. Ik denk echter dat het veel verstandiger is om de minister eerst zijn verhaal te laten vertellen. Ik ben bang dat de woordvoerders allemaal dingen gaan vragen die hij al van plan was te beantwoorden.

De heer Dibi (GroenLinks):

Wat mij betreft, is de uitvoering van de motie de kern van het debat. Het is wonderlijk dat als ministers vragen van de Kamer krijgen die ze onwelgevallig zijn of ze even niet goed uitkomen, zij zich heel bescheiden opstellen en vooral wijzen op hun demissionaire status. Wij krijgen echter om de haverklap wetsvoorstellen en nieuw beleid. Dan horen wij niets over de demissionaire status. Het kabinet is bezig met allerlei zaken, zoals het mogelijke verbod op gewelddadige games. Daar komen wij echter later over te spreken. Het is heel selectief winkelen in de demissionaire status. Volgens mij heeft de heer Van Raak het net heel goed gezegd. In juni is er al een motie aangenomen door een meerderheid van de Kamer. Tenzij het kabinet een heel zwaarwegend belang heeft om die niet uit te voeren, moet het deze uitvoeren, zeker gelet op de demissionaire status.

Minister Hirsch Ballin:

Ik heb de Kamer een brief gestuurd waarin ik heb uiteengezet dat de begroting 2010 volledig wordt uitgevoerd. Wat betreft 2010, waarvoor ik nu verantwoordelijkheid draag, is er dus geen probleem. Ik ben helemaal niet selectief in de demissionaire status aan het winkelen. Als minister ben ik tot de laatste dag verantwoordelijk voor het beleid en ik laat het wel uit mijn hoofd om mij te verschuilen achter welke drogreden dan ook. Het enige dat ik heb gezegd is dat de besluitvorming over de begroting voor 2011 pas kan plaatsvinden als de begroting is ingediend. Als dit kabinet niet demissionair was, zou ik op de woensdag voor de derde dinsdag van september ook hebben moeten zeggen dat de begroting voor 2011 volgende week wordt ingediend. Het bijzondere aan de huidige situatie is dat het kan zijn dat er, gegeven de budgettaire kaders, dingen staan in de begroting waarvan het kabinet op het moment dat het is gevormd, besluit om ze anders te schikken. Het kan zijn dat uitgaven worden verplaatst en dergelijke. Dat is het democratisch recht van een nieuw kabinet. Ik heb mij helemaal nergens achter verscholen.

Wat betreft de zorgen van de heer Van Raak het volgende. Ik heb in mijn brief al aangegeven dat ik geen extra bezuinigingen realiseer. Mevrouw Berndsen stelde dat er 700 in plaats van 1600 studenten voor de politieacademie zijn aangemeld. Volgens de cijfers die wij hanteren staat de teller voor 2010 op 1285 en voor 2011 op 900, terwijl de inschrijving nog loopt.

Ik zal de Kamer over al deze dingen uiteraard heel graag informeren en blijven informeren. Wij weten dat er bij onderdelen van de Nederlandse politie aanzienlijke zorgen bestaan. Dat blijkt ook uit het rapport waarover het Algemeen Dagblad vandaag schrijft. Ook daaraan wil ik graag iets doen. Ik heb niet gevraagd om een demissionaire status. Ik heb echter wel aangegeven wat naar mijn inzicht bij de verdere ontwikkeling van het beleid kan helpen. Dat heb ik de Kamer ook bij voorgaande gelegenheden doen blijken, ook toen het kabinet nog in functie was. Mijn opvatting is dat de recherche moet worden versterkt in kwantitatief en in kwalitatief opzicht, dat de politie beter moet worden toegerust voor de surveillancetaken en dat wij de doelmatigheid moeten vergroten door minder te laten wegvloeien naar beheersfuncties die beter op nationaal niveau kunnen worden gedaan. Die opvatting heb ik ook ingenomen toen ik nog met een collega samen voor de politie verantwoordelijk was. Ik denk dat ik consistent ben. Ik geef de Kamer uiteraard alle informatie die zij nodig heeft over de situatie.

Het rapport waarover het Algemeen Dagblad schrijft, van OBMC Consulting, gaat over een situatie met separate budgetten van afzonderlijke politiekorpsen. Wij hebben met de Kamer een afspraak gemaakt over de sterkte in 2010. De sterkte die wij hebben gemeten op 31 december jongstleden ligt daar duidelijk boven. Er is gesproken over 52.200 fte. Een sterkte van 53.348 ligt erboven. De operationele sterkte ligt ook aanzienlijk boven het afgesproken niveau. De instroomcijfers van aspiranten houden wij scherp in het oog, ook in verband met de uitstroom van politiemensen die met pensioen gaan.

Over het toekomstperspectief van de afzonderlijke korpsen zeg ik dat wij binnenkort weer een overleg van het Korpsbeheerdersberaad hebben. Ik zal daar ook bij de korpsbeheerders onder de aandacht brengen dat het verstandig is om bij de verdere ontwikkeling van hun beleid rekening te houden met mogelijkheden op het punt van het beheer bij de politie die ook in de Kamer vanavond tamelijk breed zijn onderstreept. Als minister van Binnenlandse Zaken heb ik het alleen over het Korps landelijke politiediensten. Ik hoop dat de collegae-korpsbeheerders, dus de beheerders van de regionale korpsen, in dezelfde geest absolute prioriteit zullen geven aan de operationele taken van de politie, en ik verwacht ook dat zij dat zullen doen. Ik ben ervan overtuigd dat ik daarmee naar beste kunnen uitvoering geef aan de intenties van de motie van de heer Van Raak.

De heer Dibi (GroenLinks):

De minister is snel begonnen met een hele riedel.

Minister Hirsch Ballin:

Ik heb antwoord gegeven!

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik bedoel dit niet denigrerend. De minister heeft een heel lang verhaal gehouden. Dat ging echter voorbij aan de vraag die ik stelde. Zijn demissionaire status verhindert de minister niet om in opdracht van een meerderheid in de Kamer volop aan het werk te gaan. De minister zei zojuist dat er door hem niet extra wordt bezuinigd. Het woordje "extra" vind ik intrigerend. Sluit de minister uit dat korpsen op dit moment gedwongen zijn om te bezuinigen op verzoek van de overheid?

Minister Hirsch Ballin:

Er zit een dubbelzinnigheid in het woord bezuinigen zoals de heer Dibi het nu gebruikt. Stel, een korpsbeheerder zegt tegen zijn korps: we moeten binnen de begroting blijven. Dan zullen sommige mensen uiteraard zeggen: er moet dus worden bezuinigd. Als je je begroting dreigt te overschrijden, kun je inderdaad zeggen dat je moet bezuinigen om niet te overschrijden. In die zin kan ik niet alleen niemand beletten om te bezuinigen, maar is het zelfs nodig om te bezuinigen. Beide Kamers der Staten-Generaal hebben ingestemd met de begroting. Als men meer uitgeeft dan die begroting toelaat, dan moet er in die zin worden bezuinigd. Wij verlangen echter van niemand dat er wordt bezuinigd om onder de begroting te blijven.

Mevrouw Berndsen (D66):

Misschien gaat de minister ons nog verrassen bij de algemene financiële beschouwingen. Misschien gaat hij dan toch de motie uitvoeren en gaat hij de bezuinigingen niet inboeken die waren voorzien. Maar goed, dat zullen wij horen tijdens de algemene financiële beschouwingen. Wel worden er, juist omdat korpsen moeten bezuinigen die onder curatele of onder preventief toezicht staan, weliswaar naar mijn idee geen mensen echt ontslagen, maar ontstaat er wel een verlies van arbeidsplaatsen. Daarbij gaat het om grote getallen. De minister noemde even Friesland en suggereerde daarbij haast dat de financiële problemen daar wellicht ook met mij te maken hadden. Dat is absoluut niet het geval, maar ik weet dat in Friesland 250 arbeidsplaatsen bij de politie gaan verdwijnen. Dat geldt voor meer regio's. Ik denk dat de heer Van Raak daarop doelt. Het is dus maar net hoe je het begrip "bezuinigen" invult, maar het gaat ten koste van de operationele sterkte. Dat kan niet anders.

Minister Hirsch Ballin:

De operationele sterkte wordt op dit moment per regionaal korps berekend. De herverdeling van de sterkte, die voortvloeit uit de berekeningen die zijn gemaakt over de wijze waarop de sterkte verdeeld zou moeten zijn volgens de normen die mijn voorgangster daarvoor heeft vastgesteld, heeft tot gevolg dat bij volledige toepassing daarvan sommige korpsen minder plaats zouden overhouden dan voorheen en andere plaatsen erbij krijgen. In verband met het vooruitzicht op een andere structuur van de politie, heb ik besloten om die ontwikkeling af te zwakken. Dat betekent dat de effecten op de omvang van het personeel van de afzonderlijke regio's niet zo scherp eruitzien als aanvankelijk was voorzien. Daar komt nog iets bij. Mevrouw Berndsen – ik heb haar overigens helemaal niet op haar vroegere functie willen aanspreken; ik heb alleen haar deskundigheid geprezen – weet uit haar deskundigheid, die zij meebrengt in dit eerste plenaire debat, natuurlijk dat de ontwikkelingen in de sterkte die voortvloeien uit die regionale herverdeling, inderdaad kunnen worden opgevangen, hetzij door mobiliteit tussen de regio's, hetzij door natuurlijk verloop. Daarom heb ik net gezegd, in reactie op de zorgen van de heer Van Raak, dat er geen ontslagen zijn gevraagd, ook niet in het kader van het preventief toezicht dat aan verscheidene regionale korpsen is opgelegd.

De voorzitter:

De minister vervolgt zijn eigen betoog.

Minister Hirsch Ballin:

Voorzitter, ik denk dat dat eigen betoog niet meer zo veel hoeft te omvatten. Ik zou nog willen wijzen op de waarde van het vormen van het politiedienstencentrum om de financiële druk die er natuurlijk ontstaat bij de politie en bij de overheid als geheel, zo min mogelijk te laten neerkomen op de operationele aspecten van de politiezorg; wat mij betreft komt die daar liefst helemaal niet neer, en nog liever zie ik zelfs een positieve ontwikkeling op het punt van de operationele capaciteit van recherche en blauw op straat. Daarom is dat politiedienstencentrum van belang. Over de wenselijkheid daarvan bestaat ook overeenstemming met de korpsbeheerders en de korpschefs.

Op het punt van de instroom bij de politieacademie ben ik al ingegaan. Naar ik meen heb ik hiermee gereageerd op de betogen in eerste termijn.

De heer Çörüz (CDA):

De opmerking van de minister over de instroom van de politieacademie is wel belangrijk. Als ik de minister goed heb begrepen, sprak hij over een aantal van 900 voor 2011.

Minister Hirsch Ballin:

De teller. De inschrijving loopt nog.

De heer Çörüz (CDA):

Die loopt dus eind december van dit jaar af, meen ik. Dan moeten wij, als ik mij niet vergis, volgens de voorganger van deze minister op 1600 zitten. Zijn voorganger heeft gezegd: als de korpsen daar niet in slagen, ga ik dat zelf doen. Staat die afspraak nog steeds?

Minister Hirsch Ballin:

Wij hebben het nu over december. Het is niet uitgesloten dat de kabinetsformatie dan is afgesloten. Het kan zijn dat daaruit voortkomt dat de instroom bij de politie op korte termijn een nationale aangelegenheid wordt. Een wetsvoorstel daarvoor dat is ingediend onder verantwoordelijkheid van mijn toenmalige collega Remkes en mij is nog aanhangig. Daarmee ga ik er niet van uit dat dit op 1 januari 2011 in werking zal treden, maar het is denkbaar dat er op dat moment sowieso een situatie is ontstaan waarin de instroom van aspiranten in verhouding tot vergrijzing en uitstroom een nationale verantwoordelijkheid is geworden. Dat zal dus ook de context vormen van het antwoord op de vraag van de heer Çörüz. Als iemand nog mocht denken dat ik tekortschiet in het bespreken van dingen doordat ik demissionair ben, dan is die indruk nu wel helemaal weggenomen.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de antwoorden in eerste termijn. Is er behoefte aan een tweede termijn, die wel heel kort moet zijn? Ik geef de heer Van Raak een spreektijd van één minuut.

De heer Van Raak (SP):

De kloof tussen de papieren werkelijkheid van het ministerie en de echte werkelijkheid op de politiebureaus is dieper dan ooit. Ik denk dat heel veel politieagenten die naar dit debat kijken met stijgende verbazing naar de minister hebben geluisterd. De korpschefs zijn bezig met harde bezuinigingen. Mensen wordt de wacht aangezegd, twee- tot driehonderd mensen per korps. Als je de korpschefs en politiemanagers vraagt waarom die mensen de wacht wordt aangezegd, waarom politieposten en -bureaus moeten sluiten, dan zeggen ze: vanwege de komende bezuinigingen. Dan zeg ik: maar er komen helemaal geen bezuinigingen. Zeggen zij: ja, maar wij hebben niets van het ministerie gehoord. Ik vraag de minister om wel wat van zich te laten horen. In juni is mijn motie aangenomen om de invulling van de bezuinigingen bij de politie te stoppen. Ik dien nu de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Tweede Kamer in juni een motie heeft aangenomen waarin de regering wordt verzocht, de invulling van de bezuinigingen op de politie te stoppen;

verzoekt de regering, de korpschefs hierover te informeren en hun te verzoeken, de uitvoering van de bezuinigingen aan te houden tot de plannen van de nieuwe regering bekend zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raak. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 222(29628).

De heer Van Raak (SP):

Ik wil voorkomen dat mensen nu de wacht wordt aangezegd, dat er nu onzekerheid ontstaat onder politiemensen, terwijl dat helemaal niet nodig is. De minister kan deze onzekerheid gewoon wegnemen, dat is geen enkel probleem. Hij kan even een briefje sturen naar de korpschefs en er even voor zorgen dat de juiste informatie op de juiste plek komt. Ik verwacht natuurlijk de steun van de VVD-fractie en helemaal van de PVV-fractie, zodat wij onze gezamenlijke strijd voor een betere politie in Nederland kunnen voortzetten.

Minister Hirsch Ballin:

Voorzitter. Ik reageer graag op de motie van de heer Van Raak. Misschien mag ik even iets zeggen over de inkadering ervan. Ik vraag de heer Van Raak niet om aardigheden, maar het klopt gewoon niet als hij de indruk wekt dat híj weet wat er bij de politie omgaat en degene die hem van antwoord heeft gediend niet. Ik ben zeer bewust van de druk en het belang van het werk dat door de politie in Nederland wordt verricht. Ik ben daar inmiddels zo lang bij betrokken dat ik ook weet hoeveel mensen bij de politie verlangen naar de best mogelijke omstandigheden om hun werk te doen. Er wordt werk van fantastische kwaliteit geleverd door de Nederlandse politie. Daar mag absoluut geen misverstand over bestaan. Ik zou ook graag zien – dat heb ik vanavond absoluut niet onder stoelen of banken gestoken – dat de positie van de politie verder wordt versterkt in Nederland.

Ik heb ook aangegeven langs welke weg dat kan gebeuren. Ik heb uitgesproken, ook uit mijn ervaring en mijn visie op de toekomst van de rechtshandhaving en de veiligheid dat de recherche in Nederland kwantitatief en kwalitatief moet worden versterkt, dat de mensen die op straat hun werk doen betere omstandigheden moeten krijgen om hun werk te doen, ook door gebruik te maken van moderne technologie. Zij moeten kunnen rekenen op vermindering van wat zij ervaren als rompslomp en vermeerdering van de mogelijkheden om hun werk gewoon goed te doen. De waardering die hun daarvoor toekomt is wat mij betreft ingekaderd in het enorme belang dat ik hecht aan een goede samenwerking van politie, justitie, binnenlands bestuur, aan de regionale verankering van de politietaken en ook aan de samenwerking waar die nodig is, nationaal en grensoverschrijdend. Daarvan hoeft de heer Van Raak mij echt niet te overtuigen.

Dan kom ik op zijn motie, waarin wordt herinnerd aan de eerder aangenomen motie. Op die motie heb ik gereageerd. Ik heb vandaag nog eens gezegd dat de begroting 2010, zoals aangenomen door deze Kamer en de Eerste Kamer, volledig wordt uitgevoerd. De budgettaire kaders van de begroting 2011 zullen aanstaande dinsdag, dus binnen zes dagen, worden gepresenteerd. Mogelijk komt een nieuw kabinet nog met nota's van wijziging daarop. Dat is het moment waarop de heer Van Raak zinvol een amendement kan indienen, als hij daar reden voor ziet.

De heer Van Raak verzoekt de regering, de korpschefs hierover te informeren en hen te verzoeken, de uitvoering van de bezuinigingen aan te houden tot de plannen van de nieuwe regering bekend zijn. Ik ga natuurlijk geen brief sturen aan de korpschefs en trouwens ook niet aan de korpsbeheerders, die de correspondenten zijn voor deze onderwerpen, waarin staat dat zij hun begroting mogen overschrijden. Voor zover preventief toezicht nodig was, moeten zij natuurlijk rekening houden met de geldende budgettaire kaders. Wat zij van mij weten en ook mogen weten, is dat het verstandig is om bij de uitvoering van hun beleid nu, rekening te houden met wat zich aftekent aan mogelijk nieuw beleid zoals dat de komende maanden gestalte zal krijgen. Ik zeg graag toe dat ik dit in het eerstkomende Korpsbeheerdersberaad, dat zeer binnenkort plaatsvindt, onder de aandacht zal brengen. Ik zal die boodschap graag bij deze gelegenheid aan de korpsbeheerders overbrengen.

Wat de heer Van Raak verder in de motie vraagt, is, voor zover het klopt, niet nodig en, voor zover het niet klopt, niet wenselijk. Daarom ontraad ik deze motie.

De heer Van Raak (SP):

De minister spreekt warme woorden over de politie, maar is ondertussen aan het goochelen. Deze Kamer heeft een uitspraak gedaan voor deze minister. Zij heeft een opdracht aan deze minister gegeven. En die opdracht wordt door de korpschefs op dit moment niet uitgevoerd, omdat ze op de minister zitten te wachten. Daar zit het probleem. Ik heb lang moeten zoeken, maar daar zit het probleem. De minister moet tegen de korpschefs zeggen dat de uitvoering van bezuinigingen in verband met 2011 en verder moet worden stopgezet, anders maken we dingen kapot bij de politie, terwijl dat niet nodig is. Als de minister daartoe niet bereid is, hebben zijn warme woorden weinig grond.

Minister Hirsch Ballin:

Van kapotmaken is natuurlijk geen sprake. Wat we aan de korpsbeheerders vragen, buiten uiteraard het zich houden aan de begroting, eventueel in het kader van preventief toezicht versterkt, dat vraagt niet anders dan dat de begroting in acht wordt genomen. Wat betreft de maatregelen die worden genomen, kan en mag er geen verschil van waardering zijn tussen de Kamer en mij: maatregelen mogen niet ten koste gaan van de ontwikkeling van de kwaliteit van de Nederlandse politie zoals ik die ook vanavond heb geschetst. Dat zal ik uit volle overtuiging ook in het aanstaande korpsbeheerdersberaad nog eens onder de aandacht brengen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor zijn beantwoording. Tenzij de heer Van Raak nu vraagt om de motie aan te houden of in te trekken ...

De heer Van Raak (SP):

Ik vraag me af wanneer erover gestemd kan worden.

De voorzitter:

... wilde ik zeggen dat we de motie bij de eerste de beste gelegenheid in stemming zullen brengen. Ik weet niet of dat morgen is, want volgens mij zijn er morgen geen stemmingen. Aanstaande dinsdag zijn er in ieder geval geen stemmingen, maar we zetten de motie op de agenda zo gauw het kan.

De heer Van Raak (SP):

Dus dan zal het woensdag worden.

De voorzitter:

Dat zou kunnen, ja. Afgesproken? Dan doen we het zo.

Sluiting 20.54 uur