Aan de orde is het afscheid van de vertrekkende leden.

De voorzitter:

Geachte medeleden. Vandaag zijn wij voor het laatst in deze samenstelling bijeen. Tachtig van u worden morgen opnieuw beëdigd als Kamerlid. Voor de andere zeventig is dit de laatste Kamervergadering, hoewel dat voor sommigen op iets langere termijn ook weer niet zeker is. Sommigen van die zeventig zullen met enige opluchting vertrekken; anderen met een verdrietig gevoel en allen met enige weemoed. Het vertrek van het Binnenhof is meer dan zomaar het vertrek uit een werkkring! Voordat ik de vertrekkende leden afzonderlijk ga toespreken, wil ik nog enkele woorden tot u allen zeggen, maar eerst heet ik de minister-president van harte welkom in ons midden. Wij stellen het zeer op prijs dat hij deze bijzondere vergadering van de Kamer wil bijwonen.

Wij hebben met elkaar de afgelopen ruim drieënhalf jaar heel veel meegemaakt, te beginnen met de grote vernieuwing van de Kamer die eigenlijk al naar de verkiezingen van 1998, misschien zelfs na die van 1994, in gang is gezet. Hoewel ik hoopte dat dit tij zou keren – u weet dat ik daarvoor een lans heb gebroken in het openbaar en achter de schermen – moet ik vandaag toch constateren dat dit niet het geval is, gezien het grote aantal van zeventig leden dat vertrekt. Dat betreur ik vanwege de kwaliteit van uw werk in de afgelopen drieënhalf jaar en ook vanwege het gebrek aan continuïteit en het verlies aan collectief geheugen dat hiervan het gevolg is. Er zijn ook leden die de Kamer tussentijds hebben verlaten. Over hen zal ik vandaag niet meer spreken. Met één uitzondering en dat is Karin Adelmund. Zij overleed op vrijdag 21 oktober 2005. Wij hebben haar in deze Kamer herdacht met de woorden dat zij "een bevlogen en toegewijd politicus was met uitgesproken opvattingen, eigenzinnig en creatief. Vergroeid met haar idealen: opkomen voor die groepen die er het bekaaidst van afkomen." Karin leeft voort in onze herinnering.

Evenzo denken wij met diep respect aan koningin Juliana en prins Bernhard, die in een relatief korte periode na elkaar zijn overleden. Wij hebben hen samen met de leden van de Eerste Kamer in een bijzondere Verenigde Vergadering herdacht, zoals wij in oktober 2002 prins Claus hebben herdacht.

Gelukkig waren er naast verdrietige ook vreugdevolle momenten, zoals de geboorte van de prinsessen Amalia en Alexia en de viering van het zilveren regeringsjubileum van Hare Majesteit de Koningin, die op 30 april 2005 begon met de feestelijke bijeenkomst van de Staten-Generaal in de Ridderzaal.Voorzitter

Internationale ontwikkelingen hebben ons niet onberoerd gelaten. De oorlogen in Irak en Afghanistan en met name de Nederlandse betrokkenheid daarbij zijn in de Kamer vele malen aan de orde geweest en zij leidden soms tot heftige debatten. Ook vonden natuurrampen plaats van een ongekende omvang, zoals de orkaan Katrina in New Orleans. De beelden van de vele slachtoffers, waaronder Nederlandse, en de verwoestende gevolgen van de tsunami op tweede Kerstdag 2004 in Zuidoost-Azië en in Oost-Afrika staan ons nog helder voor de geest.

Wij hebben met elkaar de toename van de dreiging van het terrorisme en de fanatieke radicalisering van sommige groeperingen in de samenleving beleefd. Sommigen van ons hebben de gevolgen hiervan aan den lijve ondervonden in de vorm van bedreigingen en zeer scherpe persoonsbewaking. Ik kan u verzekeren dat dat zeer ingrijpend is. Dieptepunt was de moord op Theo van Gogh.

Soms werden wij geconfronteerd met een kloof tussen onze kiezers en onszelf. Zoals bij het referendum over het Europees grondwettelijk verdrag. Nog geen jaar na het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie waaraan ook de beide Kamers der Staten-Generaal hun steentje hebben bijgedragen – er zijn negen parlementaire conferenties georganiseerd – zeiden de Nederlanders massaal "nee" tegen dat ontwerpverdrag. De initiatiefnemers van het referendum, de leden Karimi, Dubbelboer en Van der Ham, moet worden nagegeven dat zij velen aan het denken hebben gezet. Ook hierdoor groeide bij u de animo om u meer en vooral tijdig te verdiepen in zaken betreffende Europa. Allen zagen de noodzaak hiervan in. Zo is er nu de Tijdelijke Gemengde Commissie Subsidiariteitstoets. Deze commissie heeft inmiddels een aantal adviezen opgesteld die weer hebben geleid tot reacties van de Europese Commissie. Ik hoop van ganser harte dat deze ontwikkelingen worden doorgezet in de nieuwe Kamer die morgen aantreedt. Want – als u mij toestaat dat te zeggen – de discussie over Europa heb ik in de afgelopen verkiezingscampagne wel gemist.

Ik wil nu graag degenen onder u die de Kamer gaan verlaten toespreken. Ik doe dat in volgorde van anciënniteit.

Ik begin met mevrouw Gonny van Oudenallen. "Het regent tranen op het Binnenhof als Gonny weggaat", zei u zelf onlangs. U bracht ons inderdaad een traan en een lach. In de korte tijd van uw lidmaatschap was u zeer actief en bereikte u een aantal concrete resultaten, waaronder de aangenomen motie over de tweede zeesluis in IJmuiden.

Mijnheer Hans Wagner, toen u dit jaar op 31 mei de fractie van de Partij van de Arbeid kwam versterken, wist u dat dit mogelijk slechts voor korte tijd zou zijn. U bent een voorbeeld van Europese partij-integratie. U was in Berlijn een actief lid van de Duitse SPD. Uw maidenspeech was kort, duidelijk en zonder papier. Een goed voorbeeld!

Mevrouw Nevin Özütok, sinds eind mei 2006 bent u lid van de Kamer. Vanaf het eerste moment wist u de (interruptie)microfoon zelfbewust te vinden. In de Kamer heeft u zich in die korte tijd beziggehouden met veel onderwerpen, waaronder zelfs de Raming van de Kamer! Mede dankzij u kunnen onze opvolgers dus vanaf morgen hun werk doen. Het ga u goed!

Mijnheer Guus Krähe, u bent sinds 17 mei 2006 lid van de Kamer. U nam toen de plaats in van Adri Duivesteijn. Dat was een ruil tussen Zaltbommel en Almere. Op 30 augustus hebt u uw maidenspeech gehouden over zwerfafval en verpakkingen. Een concreet onderwerp dat goed bij u past.

(gelach)

De voorzitter:

Soms schrijf je dingen op waarvan je je pas na de reactie realiseert dat je ze zo niet bedoeld had.

De verschillende milieudossiers waren bij u in goede handen. Het ga u goed!

Mijnheer Olaf Stuger, ik wil hem toch rechtstreeks toespreken. U hebt zich vanwege privéomstandigheden moeten verontschuldigen. Op 28 september jongstleden werd u voor de tweede maal lid van de Kamer. U hebt uw energie sindsdien vooral aangewend ten behoeve van de verkiezingscampagne, al voerde u als lijstaanvoerder ook een aantal Kamerdebatten. De vrije val die u in de campagne per parachute maakte, liep voor u beter af dan voor uw collega Varela.

Mijnheer Peter Meijer, in november 2005 kwam na het overlijden van Karin Adelmund het Kamerlidmaatschap voor u uiteraard totaal onverwacht. Met nieuwe energie heeft u zich vooral ingezet voor het integratiebeleid, het grotestedenbeleid en het bestuur. Met een scherp en kritisch oog voor de praktische gevolgen van het voorgestelde beleid! Het ga u goed!

Mevrouw Ans Willemse-van der Ploeg, na een korte periode als Kamerlid in 1993/1994 bent u op 7 juni wederom beëdigd. Het is natuurlijk niet gemakkelijk, zo niet onmogelijk, om in zo'n kort tijdbestek een groot stempel op de Kamer te drukken. Maar de Kamer en uw fractie hebben in die korte periode geprofiteerd van de grote ervaring die u hebt opgedaan in de gemeentepolitiek en in vele organisaties.

Mijnheer Raymond Knops, op 11 oktober 2005 werd u lid van de Kamer. Uw betrokkenheid bij defensie lag voor de hand, gezien uw militaire voorgeschiedenis. U bent en blijft een Limburger in hart en nieren. U blaast dan ook een aardige partij mee in de fanfare Sint Hubertus in uw geboorteplaats Hegelsom. Ik wens u voor de toekomst veel succes, ook als zeer jonge vader. Het ga u goed!

Mijnheer Janmarc Lenards, na ruim een jaar Kamerlidmaatschap moet u helaas afscheid nemen van de Kamer. Door gezondheidsproblemen heeft u uw werkzaamheden eigenlijk pas in 2006 echt kunnen oppakken. Uw maidenspeech was grondig en kenmerkend voor uw inbreng in de Kamer. U hechtte zeer aan werkbezoeken in het land. Dat u daarbij soms wat vreemde capriolen moest uithalen om bijvoorbeeld een vissersschip op te komen, deerde u niet, om het veld in of, in dit geval, het water op te gaan. Wij hebben veel bewondering voor uw doorzettingsvermogen.

Mijnheer Anton van Schijndel, u was een onconventioneel en kleurrijk Kamerlid. Uw politiek optreden was origineel, zowel binnen als buiten de Kamer. Uniek was een plenair debat dat op uw verzoek is gevoerd om te ageren tegen een besluit van de gemengde commissie Subsidiariteitstoets, waar u zelf lid van was. U wist de media goed te vinden en zij u! U mag zich erop beroepen dat u werkelijk on-Haags bent opgetreden. In korte tijd heeft u hier uw sporen nagelaten. Het ga u goed!

Mijnheer Ed van der Sande, sinds 30 juni 2005 bent u lid van de Kamer. U werd vrijwel meteen de eerste woordvoerder Sociale Zaken voor de VVD-fractie. In zeer korte tijd heeft u zich de vele onderwerpen die tot het terrein van sociale zaken behoren eigen gemaakt en op een eigen verfrissende wijze voor het voetlicht gebracht. Door uw inzet, enthousiasme, directheid, gevoel voor humor en camaraderie kreeg u snel de waardering van uw collega's. In debatten was u prikkelend, confronterend, "to the point" en kort en bondig. Met uw vertrek verliest de Kamer een zeer talentvol Kamerlid.

Mijnheer Paul Jungbluth, u bent in juni 2005 benoemd tot Kamerlid. U heeft uw grote onderzoekskennis goed kunnen gebruiken bij uw vele inbrengen in de onderwijsdebatten. Uw collega's en ikzelf hebben altijd met veel genoegen geluisterd naar uw beschouwingen over het verband tussen onderwijs en maatschappelijke ongelijkheid. Ik hoop dat u de komende periode uw plaats weer zult vinden in de u zo bekende onderzoekswereld. Het ga u goed!

Mevrouw Anette Nijs, in juni 2004 verliet u het kabinet, om een jaar later terug te keren in de politiek. Ditmaal om het hoogste ambt te aanvaarden: het lidmaatschap van de Kamer. Uw inbreng in de commissie voor de Rijksuitgaven en elders getuigde regelmatig van een no-nonsense-aanpak en van kennis van hoe zaken in het bedrijfsleven worden aangepakt. Uw naam is ook verbonden aan het plan voor gratis musea. U keert nu terug naar een combinatie van bedrijfsleven en hoger onderwijs, gericht op uw geliefde land China. Ook daar zal ongetwijfeld gelden wat u onlangs zei in een interview: "Ik wil altijd tienen halen." En, zo zei u ook: "Over tien jaar wil ik graag professor zijn en als een soort salonliberaal om mijn mening worden gevraagd." Ik wens u daarbij veel succes. Het ga u goed!

Mevrouw Corien Jonker, u bent lid van de Kamer sinds 31 augustus 2004; u was eerder in 2002 enkele maanden lid. Deze periode in de Kamer heeft de samenhang tussen migratie en ontwikkeling uw bijzondere aandacht gehad. Hiertoe bracht u als lid van delegaties van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken bezoeken aan Turkije en Afghanistan. En u heeft de afgelopen zomer een stage doorgebracht in de vluchtelingenkampen in Thailand. Dit toont uw grote betrokkenheid. Het ga u goed!

Mevrouw Eske van Egerschot, ruim tweeënhalf jaar bent u lid geweest van de Kamer. U was zeer actief lid van de vaste commissies voor Financiën, Justitie en Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Wij kennen u als spontaan, betrokken en gepassioneerd. In debatten was u kundig, helder en bondig. Ook u was een talentvol Kamerlid. Als overtuigd dualist ging u zo nodig botsingen met bewindslieden, ook afkomstig uit uw eigen partij, niet uit de weg. Dat werd u, helaas, niet altijd in dank afgenomen. Velen zagen u als een heel jong Kamerlid. Dat bent u ook, maar terecht zag u uzelf altijd als een volwaardig politicus met een mandaat van uw kiezers om hier uw mening te vertolken. Het ga u goed.

Mevrouw Jelleke Veenendaal, u bent sinds 16 december 2003 lid van de Kamer. U nam toen de plek in van Erica Terpstra. U heeft zich onder meer sterk gemaakt voor het verruimen van de mogelijkheden van permanente bewoning van recreatiewoningen, voor verslavingszorg en voor maatschappelijke opvang. U heeft zich binnen de vaste commissie voor Defensie ingespannen voor de positie en erkenning van veteranen en reservisten. Het bestrijden van ongewenst gedrag binnen de krijgsmacht heeft mede dankzij u meer aandacht gekregen. U was direct wars van lange beschouwingen. Een zekere eigengereidheid was u niet vreemd. Een goed voorbeeld daarvan was uw kandidaatstelling voor lijsttrekker van uw partij. Een moedig besluit. Uw "campagnecamper" waarmee u van stad tot stad trok, staat ons nog helder voor de geest. U was ook actief lid van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa. Het ga u goed.

Mijnheer Arno Visser, u bent sinds 3 juni 2003 lid van de Kamer en vooral actief als woordvoerder hoger onderwijs en wetenschapsbeleid en vreemdelingenbeleid. Het afgelopen jaar was u voorzitter van de Tijdelijke commissie onderzoek tbs. Een functie die u zeer goed hebt vervuld. In korte tijd hebt u zich het voor u tot dan onbekende terrein van de tbs eigen gemaakt. En onder uw leiding kwam een helder en goed rapport tot stand. Uw politieke ervaring voor uw Kamerlidmaatschap in een aantal functies binnen uw partij kwam u goed van pas als woordvoerder vreemdelingenbeleid. Een zeer lastig onderwerp, zeker in de afgelopen jaren. Ik ken u al vele jaren, maar weet nog steeds niet wat u sneller doet: denken of praten. In beide bent u een kampioen. Het ga u goed.

Mijnheer Zsolt Szabó, vanaf juni 2003 bent u lid van de Kamer. U voerde vooral het woord over defensie, ontwikkelingssamenwerking en ICT-beleid. U deed dat met verve, humor en een dualistische opstelling. U heeft als enige van een Kamerdelegatie tijdens een werkbezoek aan een militaire wintertraining in Noorwegen een duik genomen in een speciaal voor u gehakt wak. Uw collega's hebben daar, zo luidt het verhaal, met een mengeling van bewondering en verbijstering naar gekeken. In de Kamer en in uw fractie was u "mister ICT". Het was voor mij een eer om onlangs uw naam te noemen in een toespraak in het Hongaarse parlement bij de herdenking van de Hongaarse opstand van 1956. De gebeurtenis die uw familie hier bracht! Het ga u goed.

Mijnheer Theo Brinkel, u bent lid sinds 3 juni 2003. U was woordvoerder Ontwikkelingssamenwerking, Buitenlandse Zaken en Defensie. Terwijl u zich in de Kamer boog over de situatie in Suriname, boog u zich thuis over de situatie in Zuid-Afrika, met als resultaat uw proefschrift over dat land. U bracht ook een bezoek aan Sudan, waar u werd geconfronteerd met de verschrikkelijke situatie in Darfur. Als lid van de Werkgroep NATO Response Force pleitte u voor een formeel, in de Grondwet verankerd, instemmingsrecht van de Kamer bij het uitzenden van militairen. Een pleidooi dat een gewillig gehoor vond bij de andere leden van de werkgroep. U zult nu uw wetenschap van de wereld gaan inzetten voor de wereld van de wetenschap. Het ga u goed.

Mijnheer Co Verdaas, sinds 30 januari 2003 bent u lid van de Kamer. Als gepromoveerd planoloog lag het voor de hand dat u zou toetreden tot de commissies voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en voor Verkeer en Waterstaat. U hebt een geheel eigen stijl: rationeel, praktisch, collegiaal en vol humor. Samen met uw stadsgenoten Eddy van Hijum en Arie Slob reist u regelmatig op en neer tussen Zwolle en Den Haag. Dat was vaak heel praktisch om uw politieke wensen voor te bereiden. We zullen u ook herinneren als lid van de Kamerband en van uw eigen band, John-Boy & the Waltons, speciaal bij het begin van een reces in Nieuwspoort. Het ga u goed.

Mevrouw Varina Tjon A Ten, u bent lid van de Kamer sinds januari 2003. Woordvoerder op het gebied van Ontwikkelingssamenwerking. Uw betrokkenheid met de medemens en in het bijzonder de zwakkeren in de samenleving, in Nederland en vooral ver daarbuiten, is voor een ieder zichtbaar geweest ... én opgetekend. Naast uw inzet voor kinderen en vrouwen is uw magnum opus zonder twijfel de door u opgestelde initiatiefnota "Recht op een fatsoenlijk bestaan. Gehandicapten en ontwikkelingssamenwerking". Ik heb regelmatig samen met u buitenlandse ambassadeurs mogen ontvangen. U was ook dan een waardig vertegenwoordiger van de Kamer. Voor uw Spaans had ik altijd grote bewondering. Dat geldt ook voor uw inzet voor uw tweede – of eerste – moederland Suriname. Het ga u goed.

Mevrouw Anja Timmer, sinds 2003 bent u lid van de Kamer. U heeft vooral het woord gevoerd over onderwerpen als verslaving en werken in de zorgsector. Dat u de zorgsector een warm hart toedraagt, is niet verwonderlijk, aangezien u 24 jaar lang werkzaam bent geweest als verpleegkundige. Over de problematiek rondom internationale kinderontvoering heeft u dit jaar een initiatiefwetsvoorstel ingediend. U toonde bij problemen op dit gebied zeer grote persoonlijke betrokkenheid. Een heel andere zaak waar u zich, samen met collega Van de Camp, voor inzet, zijn de belangen van de motorrijders. Als fanatiek motorrijdster bent u van mening dat er nog heel wat kan gebeuren om de Nederlandse snelweg motorvriendelijker te maken. Al haast ik mij eraan toe te voegen dat ook de natuur uw hart heeft. Het ga u goed.

Mevrouw Hannie Stuurman, vanaf 30 januari 2003 bent u lid van de Kamer. U hield zich vooral bezig met onderwerpen op het terrein van Rijksuitgaven en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. U was de woordvoerder arbeidsomstandigheden, arbeidstijden en emancipatie voor uw fractie. U bent mede-indiener van het initiatiefwetsvoorstel verlenging Wet SAMEN. Onlangs vertegenwoordigde u de Kamers in Australië in het kader van de vierhonderdjarige betrekkingen tussen dat land en Nederland. Dat brengt mij tot de opmerking dat u soms met de kwiekheid van een kangoeroe de interruptiemicrofoon kon bestormen om een altijd korte en to the point interruptie te plaatsen. U was een gewaardeerde collega vanwege uw aimabele persoonlijkheid en uw grote inzet. Het ga u goed.

Mijnheer Piet Straub, u bent lid van de Kamer sinds 30 januari 2003. U bent en blijft politieman in hart en nieren. Nu ik u zo zie zitten, voeg ik daaraan toe: ook in uiterlijk, zelfs zonder uniform. Ook in de Kamer was u zeer betrokken bij het politiebeleid, maar niet alleen het politiebeleid, ook het gevangeniswezen en de veiligheid hadden uw warme belangstelling. Ik herinner mezelf met zeer veel plezier een werkbezoek dat ik samen met u in uw geliefde provincie Friesland heb afgelegd. Het ga u goed.

Mijnheer Hilbrand Nawijn, u werd bij de verkiezingen van 2003 met voorkeurstemmen in de Kamer gekozen voor de LPF-fractie. Sinds 23 januari 2005 vormde u de Groep Nawijn. Het wekte geen verbazing dat u in de Kamer veel het woord voerde over vreemdelingenzaken en integratie. U heeft dit onderwerp vanuit vele invalshoeken kunnen behandelen: als ambtenaar, als advocaat, als minister en als Tweede Kamerlid. Uw optreden in de Kamer mag gekenschetst worden als onconventioneel en eigenzinnig, zowel qua inhoud als qua vorm. In 2006 sprong u op de bres voor de voetballer Kalou. Uiteindelijk deed een andere Kalou wel mee aan het wereldkampioenschap voetbal, maar niet met het oranje shirt dat u de andere Kalou had toegewenst. Het ga u goed.

Mevrouw Lousewies van der Laan, in januari 2003 werd u gekozen tot lid van de Kamer. U was eerst vicefractievoorzitter, later fractievoorzitter van D66. Ik heb de indruk dat u de Nederlandse politiek aanvankelijk met enige verbazing hebt bekeken. In uw manier van politiek bedrijven bent u vooral iemand van de grote lijn en het internationale perspectief. Een rode draad in uw onderwerpkeuze in de Kamer betrof steeds de plek van het individu in een veranderende wereld. Zo kwam u op voor homorechten, het naamrecht en het recht op privacy. Daarbij benadrukte u dat steeds meer beslissingen op talloze terreinen genomen worden op Europees niveau. Niet voor niets was u een tijd ondervoorzitter van de commissie voor Europese Zaken en was u eerder lid van het Europees Parlement en werkzaam voor Europees Commissaris de heer Hans van den Broek. U was met enthousiasme voorzitter van de nieuwe themacommissie Technologiebeleid. Als voorzitter van die commissie liet u zich de kans niet ontnemen om even plaats te nemen in een racewagen of om uw evenwichtskunsten te testen op een wiebelende plaat. U was Europees in uw idealen, Amerikaans in uw manier van politiek en campagne voeren, een wereldburger, maar ook een echte Haagse dame, met bontje. Eén ding is duidelijk: zonder u hadden wij hier vandaag waarschijnlijk niet op deze wijze gezeten. Het ga u goed.

Mevrouw Joanneke Kruijsen, u bent sinds 30 januari 2003 lid van de Kamer. U diende in 2005 samen met mevrouw Snijder-Hazelhoff een initiatiefwetsvoorstel in over een verbod op de handel in producten van zadelrobben en klapmutsen. In dit kader bent u met de Kamerleden Van Velzen en Snijder-Hazelhoff naar de ijsschotsvelden in Canada afgereisd om te protesteren tegen de zeehondenjacht. De in 2005 op uw initiatief gehouden internationale Habitatconferentie over de duurzame ontwikkeling van steden was een groot succes, vooral dankzij uw enorme inzet en inspiratie. U was een zeer betrokken, deskundig en aimabel Kamerlid. Ik eindig met de zin waarnaar u in uw maidenspeech verwees; u weet zelf waar die zin vandaan komt. "De vlinder is ontpopt, vlieg maar op je kleurige vleugels de zon hoopvol tegemoet." Ik wens u een zonnige toekomst. Het ga u goed.

Mijnheer Max Hermans, op 30 januari 2003 werd u lid van de Kamer. In de Kamer lagen uw interesses op het terrein van Verkeer en Waterstaat, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, ouderenbeleid en rampenbestrijding.

Een hoogtepunt was het lidmaatschap van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (TCI), die mede op uw initiatief in het leven is geroepen en die naar aanleiding van de kostenoverschrijdingen bij de Betuwelijn een parlementair onderzoek hield naar de kostenraming van grote projecten. Aanvankelijk door uw motie maar vooral door uw grote inzet, heeft dat onderzoek nuttige resultaten opgeleverd voor de werkwijze van de Kamer. Veel dank daarvoor. Het ga u goed.

Mijnheer Frank Heemskerk, u bent lid van de Kamer sinds 30 januari 2003. U kwam via het bankwezen de Kamer binnen en dat leverde de pakkende krantenkop op: "Rode bankier nu in blauwe bankjes". Hoewel uw maidenspeech in het teken stond van het frequentiebeleid, heeft u zich daarna vooral beziggehouden met economische zaken – markt en overheid – en vooral met de volksgezondheid. Uw belangrijkste wapenfeiten zijn de behandeling van de ingewikkelde megawetgeving die samenhangt met de introductie van het nieuwe zorgstelsel en het toezicht daarop.

U heeft zich ontpopt tot specialist op het terrein van de marktwerking, waarover u overigens niet juichend door het leven gaat. Ook u bent een zeer talentvol Kamerlid dat ons helaas alweer gaat verlaten. Eén keer ben ik ten onrechte heel boos op u geworden. Uw bijzondere reactie daarop ben ik niet vergeten! Dat is het geheim van het Binnenhof. Het ga u goed.

Mevrouw Thea Fierens, u werd op 30 januari 2003 lid van de Tweede Kamer. Als Kamerlid en als persoon bleek u van tegenstellingen te houden: uw belangstelling strekte zich uit van ontwikkelingssamenwerking en bijvoorbeeld het kleurrijke Ghana tot de gemeentelijke herindeling in Midden-Limburg, en van Afghanistan tot de gemeentelijke herindeling van de Achterhoek. De kleuren van de ontwikkelingslanden nam en neemt u graag mee naar het Nederlandse parlement. Kleurrijk was u immers altijd in uw optreden en kledingkeuze: een welkome afwisseling tussen de grijze pakken van uw mannelijke collega's. Ook hield u zich intensief bezig met de elektronische overheid en de toegankelijkheid van overheidswebsites voor gehandicapten, evenals met de beperking van de administratieve lasten voor de burger. Bij de behandeling van het initiatiefvoorstel Wet dwangsom bij niet-tijdig beslissen diende u zeer vele omvangrijke, indrukwekkende amendementen in. U zoekt naar tegenstellingen en kleuren in het leven. Het ga u goed.

Mijnheer Niesco Dubbelboer, u bent een hartstochtelijk bepleiter van democratie in allerlei vormen. Toen u op 30 januari 2003 lid van de Tweede Kamer werd, zei u dat u wilde werken aan het vergroten van de invloed van individuele burgers op de politieke besluitvorming. Zo diende u samen met Farah Karimi en Boris van der Ham het wetsvoorstel in om een raadplegend referendum over het voorstel voor het Verdrag tot Vaststelling van een Grondwet voor Europa mogelijk te maken. Dat hebben Nederland en Europa geweten! Ook het voorstel om het burgerinitiatief bij de Kamer mogelijk te maken, is oorspronkelijk van u afkomstig. Het verheugt mij zeer dat de Kamer dit voorstel heeft overgenomen. Uw hulp bij de voorbereiding van de verdediging van het burgerinitiatief in de Kamer heb ik zeer op prijs gesteld.

U hebt ook initiatiefwetsvoorstellen ingediend over het correctief referendum, het raadgevend referendum en de Tijdelijke referendumwet. U bent een zeer hartelijk, spontaan persoon. U vond het Kamerlidmaatschap het uitkomen van een jongensdroom. Behoud uw enthousiasme en uw gedrevenheid! Het ga u goed.

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Kris Douma, het lidmaatschap van deze Kamer startte voor u op 30 januari 2003. Door een motie van uw hand wordt iedere begroting voorafgegaan door een comply or explain-brief. Daarmee heeft u het begrotingsrecht en het budgetrecht van de Kamer een rijkere betekenis gegeven. U was woordvoerder op de onderwerpen WTO, Europa en innovatie. Een eerlijke wereldhandel gaat u duidelijk aan het hart, net zoals de Europese zaak. Tijdens de vijftiende interparlementaire Eurekaconferentie in de Ridderzaal liet u als voorzitter zien in een internationaal gezelschap uitermate diplomatiek en scherp op te kunnen treden. U bent recht door zee. Uw inzet en betrokkenheid zullen gemist worden. Het ga u goed.

Mevrouw Marjo van Dijken, u bent lid van de Kamer sinds januari 2003. Als echte Groningse was dat een behoorlijke overgang. Het gehandicaptenbeleid en de geestelijke gezondheidszorg hadden uw warme belangstelling. U bent zeer begaan met mensen die in geestelijke problemen terecht zijn gekomen. U wist waarover u het had bij al uw onderwerpen. Uw betogen, vaak vergezeld van brede gebaren, spreken boekdelen. Die betogen doorspekte u met voorbeelden uit het leven van gehandicapten, vaak over hun problemen in het openbaar vervoer. Ook de toegankelijkheid van ons eigen gebouw ging u zeer ter harte. U kon soms fel en met enig onbegrip reageren als uw inbreng niet op voldoende steun kon rekenen. U stak uw teleurstelling dan niet onder stoelen of banken. Kortom, uw hart zit op de juiste plek. Het ga u goed.

Mijnheer Jan Boelhouwer, u bent sinds 30 januari 2003 lid van de Kamer. U diende onder meer een initiatiefwetsvoorstel in over wijziging van de Gemeentewet ter invoering van de door de raad gekozen burgemeester. Daarmee heeft u getoond gevoelige politieke thema's niet uit de weg te gaan. U bent psycholoog. U was gedeputeerde in de provincie Noord-Brabant. In beide hoedanigheden heeft u altijd de noden en de problemen van de individuele mens vooropgesteld. Dat heeft u uiteraard ook als Kamerlid gedaan, bijvoorbeeld bij de behandeling van gemeentelijke herindelingen. U bent een zeer betrokken en loyale collega. Uw vele aardige en soms ook kritische briefjes tijdens de debatten, altijd vriendelijk en opbouwend geschreven, heb ik altijd heel erg op prijs gesteld. Het ga u goed.

Mevrouw Margreeth Smilde, u was van juli 2002 tot nu, met een kleine onderbreking, lid van de Kamer. U bent een bescheiden en beminnelijk mens, plezierig in de omgang. Tegelijkertijd bent u zeer vasthoudend als u iets wilt bereiken. Dat is bijvoorbeeld duidelijk gebleken bij de behandeling van de nieuwe Zorgverzekeringswet vorig jaar. U maakte zich sterk voor de vrije artsenkeuze, een budget voor patiënten- en consumentenorganisaties en voor een sterke positie voor de verzekerden om over te stappen naar een andere verzekeringsmaatschappij. Later heeft u zich ook zeer ingezet voor de pensionado's: Nederlanders die in het buitenland wonen of verblijven en die dreigden niet of onvoldoende verzekerd te zijn in de gezondheidszorg. Volgens u dien je als Kamerlid je nieuwsgierigheid te behouden, je te blijven opwinden en je te blijven verbazen. Ik wens u toe dat u dat ook in de toekomst zult blijven doen. Het ga u goed.

Mijnheer Wim van Fessem, vanaf juli 2002 bent u met een kleine onderbreking Kamerlid. Behalve woordvoerder Nederlands-Antilliaanse Zaken was u woordvoerder Justitie, woordvoerder terrorismebestrijding en vooral woordvoerder vreemdelingenbeleid. Ook was u lid van de Commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven en was u lid van de Nederlandse Taalunie. U had een zeer grote fascinatie voor de Nederlandse Antillen en voor Aruba. De Statenleden uit Aruba en de Antillen hadden bewondering voor uw duidelijke opvatting en het respect dat u toonde voor de mening van een ander. Daarnaast bestond bij hen en bij ons nog een andere bewondering voor u. Buiten de officiële vergaderingen ontpopte u zich als een echte artiest. Bij het slotdiner na de Contactplanbijeenkomst in 2004 op Curaçao gaf de heer Edwin Abath, Arubaans Statenlid, de mooiste liederen ten gehore en speelde u de sterren van de hemel op de piano. Ik wens u veel succes en voldoening in uw nieuwe toekomst en uw nieuwe werk. Het ga u goed.

Mijnheer Nihat Eski, met een onderbreking van enkele maanden bent u sinds 26 juli 2002 lid van deze Kamer. U houdt van discussie, maar u bent ook een voorzichtig mens. U streeft ernaar niet te snel te oordelen en dat beïnvloedt ook uw politieke handelen, zo heeft u zelf ooit eens gezegd. Hoewel u kalm overkomt, kunt u ook zeer fel reageren als het om voor u gevoelige onderwerpen gaat zoals veiligheid in het onderwijs of onderwijsachterstanden. Ook medezeggenschap van ouders kon u zeer beroeren. Tijdens werkbezoeken in het buitenland was u onvermoeibaar. Dit is een samenvatting van heel veel. De afgelopen maanden moeten niet gemakkelijk voor u zijn geweest. Ik wens u in uw vervolgloopbaan heel veel geluk toe. Het ga u goed.

Mevrouw Godelieve van Heteren, in oktober 2002 werd u lid van de Kamer. De afgelopen vier jaar hebben wij u leren kennen als een warme, bevlogen persoonlijkheid. Iemand die naast de onderwerpen volksgezondheid en rampenbeleid zeer begaan was met veel andere nationale en internationale ontwikkelingen. Zo was u een van de weinigen binnen uw fractie die tegen verlenging van de Nederlandse militaire aanwezigheid in Irak was. Als zeer actief voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken zette u zich in voor de organisatie van een Europadag, ter reflectie op de toekomst van Europa na het referendum. Daarnaast heeft u de contacten tussen Brussel en Den Haag op vele wijzen weten te versterken. U heeft de vaste commissie voor Europese Zaken tijdens buitenlandse werkbezoeken en in COSAC-verband op succesvolle wijze vertegenwoordigd. U behoorde ook tot de actiefste leden van de vriendschapsgroep met Groot-Brittannië. U bent een sociaal functionerende individualist. Met die eigenschappen maken wij ons geen zorgen over uw toekomst. Het ga u goed.

Mevrouw Ine Aasted Madsen-van Stiphout, u bent sinds 21 mei 2003 lid van de Kamer, nadat u dat ook al eerder bent geweest. U was in de tussenliggende periode, in uw eigen woorden, een actief "wachtkamerlid". De ervaring die u als directeur van een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen eerder had opgedaan, hebt u mede ingebracht in uw woordvoerderschappen op de terreinen maatschappelijk werk, zorgleerlingen, gehandicaptenzorg en jeugdgezondheidszorg. Ook als woordvoerder personeel in de commissie Defensie heeft u zich zeer ingezet. Geen moeite was u te veel, met als bijzonder hoogtepunt het per vliegtuig versturen van Limburgse vlaaien aan de Limburgse Jagers, die op dat moment in Irak werkzaam waren. Ook daaruit blijkt dat u altijd zeer betrokken bent bij de mens achter de organisatie. Dank, het ga u goed.

Mijnheer Rendert Algra, u werd lid van de Kamer op 26 juli 2002. U was altijd een echte Fries: u stemde altijd in het Fries. Uw "tsjin" zal ik niet gauw vergeten! Naast uw liefde voor het Fries toonde u een grote betrokkenheid bij veiligheid en in de eerste plaats de politie. Uw ervaring als politieagent te Amsterdam gedurende vijf jaar kwam goed van pas. Op uw initiatief, en ook daarin toonde u veel volharding, doet de Algemene Rekenkamer nu op verzoek van de Kamer onderzoek naar het aanschaffingsbeleid van het KLPD naar aanleiding van het niet doorgaan van de aanschaffing van politiehelikopters. Het ludieke element schuwde u niet, ook bij uw campagne voor voorkeurstemmen. Men weet nooit, of kan nooit weten, hoe een koe een haas vangt, moet u hebben gedacht. Helaas is het u niet gelukt. Het ga u goed.

Mijnheer Bart van Winsen, u bent sinds 23 mei 2002 lid van de Kamer. Uw belangstelling was vooral internationaal georiënteerd. U was onder meer woordvoerder Europees Veiligheids- en Defensiebeleid en u vertegenwoordigde de Kamer in de parlementaire vergaderingen van de Raad van Europa en de West Europese Unie, de NAVO-Assemblee en de OVSE-Assemblee. Ook was u plaatsvervangend lid van de interparlementaire Beneluxraad. Daarnaast was u verschillende malen verkiezingswaarnemer. Ik denk echter dat uw voorzitterschap van de Parlementaire Contactgroep Duitsland u nog wel het meest na aan het hart lag. Aan de goede betrekkingen met Duitsland hebt u zeer veel bijgedragen.

Zelf denk ik met veel plezier aan de door u geïnitieerde internationale conferentie van de Assemblee van de West Europese Unie in Enschede een paar jaar geleden, waar u bijna in uw eigen huis en in uw dierbare Twente gastheer was. Het ga u goed.

Mevrouw Antoinette Vietsch, u bent lid van de Kamer sinds 23 mei 2002. U hield zich in de Kamer bezig met volksgezondheid, gelijke behandeling bij arbeid en met het bouwbeleid. U was voorts lid van de Tijdelijke Commissie Onderzoek Zorguitgaven. Uw maidenspeech op 26 november 2002 is door mij als volgt ingeleid: "De heer Rouvoet mag één vraag stellen, evenals mevrouw Van Geen en mevrouw Arib. Daarna wordt het tijd voor de maidenspeech van mevrouw Vietsch. Vele mensen in het land wachten daar al uren op." En vervolgens voldeed u geheel aan die hoge verwachtingen. U heeft uw ervaringen als wachtlijstbrigadier aangewend in menig debat over de zorg. U schroomde niet misstanden, vooral door te grote bureaucratie, aan de kaak te stellen. U was een zeer grondig en toegewijd Kamerlid en verloochende terecht nooit uw wetenschappelijke achtergrond. Het ga u goed.

Mevrouw Fenna Vergeer, als een van de medeoprichters van de SP werd u op 23 mei 2002 in de Kamer gekozen. U bent een zeer betrokken Kamerlid, dat zich altijd heel grondig voorbereidt. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en vooral Integratiebeleid lagen u na aan het hart. Als een parlementaire terriër kon u zich vastbijten in vele onderwerpen. Over de frequentie van het gebruik van de interruptiemicrofoon verschilden wij soms van mening, maar u nam dat altijd zeer sportief op. U was lid van de enquêtecommissie Srebrenica en van de Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid. Samen met collega's diende u een initiatiefwetsvoorstel over het toelatingsrecht voor het bijzonder onderwijs in. Het wetsvoorstel inburgering heeft mede dankzij u alle hoeken van deze Kamer gedurende lange tijd gezien! Het ga u goed.

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer João Varela, u bent sinds 23 mei 2002 lid van de Kamer. Bij menig debat begon u uw inbreng met de woorden "Voorzitter, ik zal het kort houden". U bent een van de weinige leden die zich daar ook altijd aan hield. Als Kaapverdiaan van geboorte voelde u zich zeer betrokken bij onderwerpen als asiel- en integratiebeleid. U bent lid geweest van de Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid, de commissie-Blok. Daarin verdedigde u standvastig een minderheidsstandpunt over migratiehuwelijken. In 2003 diende u samen met het lid Depla een initiatiefwetsvoorstel in over het laten vervallen van de herverzekeringsplicht voor gesloten fondsen. En natuurlijk kennen we u als ijsdanser, parachutespringer en tennisser, waarbij ik me veroorloof op te merken dat het laatste u het beste afging. Het ga u goed.

Mevrouw Nirmala Rambocus, onder dramatische omstandigheden bent u eind 1982 uit Suriname vertrokken en naar Nederland gekomen, waar u een nieuw leven hebt moeten opbouwen. Uw politieke carrière hier begon toen vrijwel meteen. Sinds 23 mei 2002 bent u lid van de Kamer. Behalve in de commissies voor de Rijksuitgaven en voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, manifesteerde u zich vooral als woordvoerder arbeidsomstandigheden en arbeidstijden. Een hoogtepunt was ongetwijfeld uw lidmaatschap van de Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid.

Uw optreden in debatten wordt gekenmerkt door bondigheid en een no-nonsensebenadering. U hebt weinig met het politieke spel. Ook de Kamerorganisatie heeft u niet onberoerd gelaten. Tijdens de behandeling van de Raming 2005 hebt u een motie ingediend over uitbreiding van de fractieondersteuning, de bekende motie-Rambocus. Ik kan u verzekeren dat ik alleen al vanwege die motie regelmatig aan u heb gedacht, soms zelfs in de nachtelijke uren. Maar ik dacht ook en vooral aan u vanwege ons beider betrokkenheid bij Suriname, waar wij vaak over spraken. Ik heb onze contacten daarover, ook voordat u in de Kamer zat, altijd als zeer bijzonder ervaren.

Mevrouw Niny van Oerle-van der Horst, van al uw woordvoerderschappen heeft het thema ouderenbeleid en uw voorzitterschap van de themacommissie Ouderenbeleid terecht het meeste aandacht gekregen. Daarbij hebt u zich een toekomstgerichte en generatiebewuste denker getoond. Het onderwerp ouderenbeleid zal mede dankzij u nog lange tijd op de politieke agenda prijken. Een van de bevindingen uit het rapport betrof de participatie en betrokkenheid van mensen na het 65ste levensjaar. Met uw – ik ga nu iets zeggen wat niemand zal geloven – 72 jaar hebt u daarin als oudste lid van deze Kamer het goede voorbeeld gegeven. Ik ben ervan overtuigd dat uw getoonde maatschappelijke betrokkenheid, uw grote enthousiasme en uw enorme doorzettingsvermogen na dit afscheid van de Kamer zeker niet zullen verstommen.

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Erik van Lith, u bent sinds mei 2002 lid van de Kamer. In de Kamer hebt u zich vooral beziggehouden met water en met Brabantse aangelegenheden. Uw maidenspeech opende u als volgt: "Voorzitter. Water en lucht zijn basismaterie voor onze aarde. Ik wil daar niet al te filosofisch over zijn, maar als boerenzoon uit de polder van het Brabantse Geffen heb ik van jongs af aan met deze elementen moeten werken. Ik ben er als het ware mee opgegroeid." U zag het als uw taak om een brug te slaan tussen Brabant en Den Haag, zelfs de kerkgang op Goede Vrijdag moest daar soms voor wijken. U wilt nu liever verder gaan in het lokaal bestuur, wellicht als burgemeester, in een kleine gemeente staat hier. Laten wij vandaag echter de grote gemeenten niet uitsluiten. Het ga u goed.

Mijnheer Ali Lazrak is, zoals bekend, afwezig. Ik spreek hem toe. U bent sinds 23 mei 2002 lid van de Tweede Kamer. Sinds 4 februari 2004 vormt u daar een eenmansfractie. In de Tweede Kamer voerde u het woord over integratiebeleid, een onderwerp dat u zeer aan het hart gaat. U kwam zo'n dertig jaar geleden zelf als gastarbeider naar Nederland. Bij uw aantreden hebt u gezegd dat u van plan was vooral uzelf te blijven. Wij mogen constateren dat u dat gelukt is. Het ga u goed.

Mijnheer Mat Herben, als één Kamerlid een veelbewogen politieke periode achter de rug heeft, dan bent u dat wel. Over de dramatische gebeurtenissen in de aanloop naar de verkiezingen van 2002 en op de avond van 6 mei 2002 is al veel gezegd en geschreven. Deze hebben uw hele politieke loopbaan sterk bepaald. U hebt uw taak als fractievoorzitter tot drie maal toe steeds met verve vervuld. Dat geldt ook voor uw woordvoerderschappen op de terreinen van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken en vooral, gezien uw eerdere loopbaan, Defensie. Zo heeft u op 20 november jongstleden nog samen met uw collega Van der Staaij een initiatiefwetsvoorstel ingediend over het opnemen in de Grondwet van een tweederdemeerderheidsvereiste bij de goedkeuring van EU-verdragen. En – iets heel anders – in 2003 was u de beste tijdens het Groot Dictee der Nederlandse Taal, in de categorie prominenten. Een zeer speciale prestatie.

Uw voorliefde voor vliegtuigen hebt u, als vliegtuigspotter, ook hier kunnen uitleven. Uw betrokkenheid bij het JSF-project is zeer bekend. Zelf heb ik met vele anderen vaak genoten van uw humor, uw relativeringsvermogen, uw collegialiteit en uw altijd, ook vandaag weer, goede humeur. Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Wien van den Brink, al een maand na uw aantreden in de Kamer hield u uw maidenspeech in een debat over het ontbreken van de juiste gewasbeschermingsmiddelen om de uienteelt in Nederland te redden. Die inbreng, waarmee u opkwam voor de belangen van de agrarische ondernemers, heeft u steeds doorgezet in al uw debatten. Daarbij pleitte u vaak voor de veelgebruikte term van level playing field voor ondernemers in Europa. Ik weet dat wij op de afkorting van die term moeten letten.

Behalve in de commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit was u woordvoerder Economische Zaken. Gelukkig heeft u uw grote gedrevenheid behouden, ondanks uw zeer zware strijd tegen kanker sinds eind 2003. U heeft terecht van iedereen, ook van mij, zeer veel respect en zeer veel waardering gekregen voor uw doorzettingsvermogen en strijdlust die u toen en sindsdien, tot op de dag van vandaag, in de Kamer getoond heeft.

We zullen uw humor, uw gedrevenheid en uw warsheid van de regels en gebruiken zeer missen. Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Eerdmans, "Onopgemerkt blijven in dit leven, dat zou de grootste straf zijn die mij kan overkomen", zei u ooit in een interview. Die straf heeft u als Kamerlid niet gekregen. Uw felle en directe manier van debatteren heeft u veel bekendheid gegeven. Het is dan ook niet voor niets dat u vorig jaar de prijs voor de meest welsprekende politicus, de Thorbeckeprijs, heeft gewonnen.

Opgemerkt werd u ook omdat u niet-alledaagse werkbezoeken heeft afgelegd. U liet zich een week lang vrijwillig insluiten in een gevangenis. Hogere straffen, het tbs-stelsel, wapengeweld, de bureaucratie en het dierenwelzijn zijn onderwerpen waar u zich als Kamerlid hard voor heeft gemaakt. Onder meer over de invoering van minimumstraffen voor moord en doodslag diende u een initiatiefwetsvoorstel in.

Als Presidiumlid was u ook zeer actief. Ik mag daar echter verder niets over zeggen, omdat alles in het Presidium immers altijd geheim blijft, zoals ú weet.

Het is begrijpelijk dat uw vertrek uit de Kamer voor u toch een schok was, maar uw veerkracht zal u daar ongetwijfeld gauw overheen helpen. Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Van Aartsen, u bent lid van de Kamer sinds 23 mei 2002. U was eerst woordvoerder Buitenlandse Zaken en vanaf mei 2003 tot maart 2006 fractievoorzitter van de VVD. Sinds 20 april 2006 bent u voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken. Al deze functies in de Kamer heeft u met grote inzet en passie vervuld. Het werd door iedereen zeer gewaardeerd dat u zich na acht jaar ministerschap volledig inzette voor het hoogste ambt in de Nederlandse politiek.

Uw lidmaatschap van de commissie voor Buitenlandse Zaken – als oud-minister van Buitenlandse Zaken een unicum – vervulde de andere commissieleden, althans de meesten, met enige bescheidenheid, en allen met respect en enige trots. Als u in de commissie aan het woord was, had u een zeer aandachtig gehoor. In mei 2003 was de commissie u weer kwijt toen u voorzitter van de VVD-fractie werd. In april 2006 kon de commissie u weer verwelkomen als haar nieuwe voorzitter.

Als fractievoorzitter viel u op met uw brede, welonderbouwde, langetermijnvisies. U was niet de man van de vierkante centimeter, maar van een uitgesproken perspectief voor ons land en voor de wereld. Als een reden voor het niet opnieuw kandidaat stellen voor de Kamer gaf u in augustus van dit jaar aan "kennelijk niet toe te zijn aan een terughoudende rol". Juist daarom hebben wij ook uw inzet als Kamerlid op de achterbank en als commissievoorzitter zo enorm gewaardeerd. Het ga u goed.

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Eric Balemans. Ik heb bij het begin van de vergadering gemeld dat de heer Balemans tot zijn zeer grote spijt vandaag afwezig is omdat zijn dochtertje op dit moment in Utrecht aan haar keel wordt geopereerd. Ik spreek de heer Balemans toe.

U bent lid van de Kamer sinds 1998. U hebt ooit een mooie combinatie van uw woordvoerderschappen voor Defensie en Onderwijs gemaakt met het voorstel om de uitstroom van Defensiepersoneel in te zetten voor de tekorten aan leraren. Ook voor de voor- en naschoolse opvang hebt u een lans gebroken. Uiteindelijk hebben uw collega's Van Aartsen en Bos hierover een motie ingediend die heeft geleid tot een wet. Dat heeft u veel voldoening gegeven. U bent een aimabel, mild gestemd mens. Ik weet niet waarvan u zo vroeg grijze, witte haren heeft gekregen, maar u komt in ieder geval niet over als een persoon die gebukt gaat onder grote zorgen. U bent – en dat is te horen – Limburger, maar ook Utrechter en een halve Deen. Voor alle drie stond u pal. Het ga u goed.

Mevrouw José Smits, u bent sinds 30 januari 2003 lid van de Kamer. Eerder was u lid van 1998 tot 2002. Daarvoor was u journalist. Uw onafhankelijke geest hebt u hier vaak getoond. U bent niet bang om een afwijkend standpunt in te nemen. Zo stemde u als enige van uw fractie en van de Kamer tegen een motie over het via het overleg komen tot rookvrije werkplekken in zorginstellingen. U was vooral actief in de commissie voor VWS, waar u zich onder andere bezighield met de stelselherziening gezondheidszorg, de AWBZ en het gehandicaptenbeleid. Uw grote – ook persoonlijke – betrokkenheid bij het gehandicaptenbeleid blijkt onder meer uit het feit dat u de mede-indiener bent van een initiatiefwetsvoorstel over het tegengaan van discriminatie op grond van een handicap in het primair en voortgezet onderwijs. Het was voor mij een bijzondere gebeurtenis om met u uw dochter Thiandi te ontvangen en haar als actievoerder te adviseren. Dat hebben de leden geweten. U was voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze commissie met de vele gevoelige dossiers en markante leden, hebt u met het nodige stuurmanschap voorgezeten. Het ga u goed.

(applaus)

De voorzitter:

Mevrouw Fadime Örgü, met een onderbreking van acht maanden bent u vanaf mei 1998 lid van de Kamer. Uw ervaring opgedaan bij de Nederlandse Moslimomroep en een stichting voor welzijnsprojecten hebt u ingezet bij de onderwerpen waarop u zich in deze Kamer hebt geworpen, zoals wachtlijsten jeugdzorg, onderwijsachterstanden, veiligheid in scholen, kinderopvang en de ontwikkelingen bij de publieke en commerciële omroepen.

U hebt in de omroepdebatten regelmatig de degens gekruist met uw collega's Van Dam en Atsma. U hebt u altijd zeer stevig geweerd. U was er niet bang voor een eigen en eigenzinnig standpunt in te nemen. Prachtig was uw recente mondelinge vraag toen het ging over Lingo, waarbij u zei ook Ed het sprekende paard te willen behouden. U hebt aangegeven de Kamer te willen verlaten en kiest ervoor u op een andere manier te gaan inzetten voor de publieke zaak. Het ga u goed.

Mijnheer Aart Mosterd, u bent lid van de Kamer sinds 24 november 1998. U was onder andere lid van de vaste commissies voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven en van de Tijdelijke Commissie Onderzoek Zorguitgaven. Van de laatste twee commissies was u voorzitter. De procedure rondom het eerste burgerinitiatief werd met u als voorzitter van de commissie in de Kamer besproken. Voorts maakte u deel uit van de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica. U hebt veel heel lastige onderwerpen behandeld. Een kleine greep daaruit: het voortgezet en beroepsonderwijs, de AOW, Nabestaandenwet, Algemene Bijstandswet, Pensioenwet en onlangs de Wet maatschappelijke ondersteuning.

U bent kortweg te typeren als: een stille kracht, moeilijk van uw à propos te krijgen, een man met een zeer grote dossierkennis en een meester in het sluiten van compromissen. Harde werkers als u die ingewikkelde en ingrijpende wetsvoorstellen behandelen, krijgen ten onrechte weinig aandacht in de media. Een zeer collegiaal en aimabel Kamerlid verlaat de Kamer. Het ga u goed.

Mijnheer Gert-Jan Oplaat, met de titel "agrarisch ondernemer van het jaar 1994" kwam u in mei 1998 in de Kamer. U volgde in uw fractie Piet Blauw op als landbouwwoordvoerder. Uw aanwezigheid in de Kamer is niet onopgemerkt gebleven. De toekomst van de veehouderij in het landelijk gebied in een groeiende Europese Unie stond centraal in uw werk. De discussies over het mestbeleid en de diverse dierziektes waren ook markant. Met uw krachtige inzet kwam u op voor de agrarische ondernemers, uw achterban, onder meer uit de omgeving van Markelo en had u pittige debatten met bewindslieden en collega's. U was een scherp debater, met veel humor.

Uw liefde voor muziek en uw zangtalent zijn bijzonder. Met het Brook Duo – wij hebben wat in huis! – treedt u veel op en zingt dan zogenaamde melkbussenrock, après-skimuziek met een Twents accent. Eerder dit jaar liet u zich ontvallen dat u zeker zou kiezen voor een toekomst in de muziek als u de keuze moest maken tussen de politiek en de muziek. Wellicht horen we dus nog heel veel van u, in een van de twee, al zal het zeer onverwachte afscheid van de Kamer u rauw op het dak zijn gevallen. Ik wens u daarbij sterkte! Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mevrouw Farah Karimi, u bent lid van de Kamer sinds 19 mei 1998. U was een bevlogen woordvoerder Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, Europese Zaken en Defensie.

Naast uw drukke woordvoerderschappen vond u de tijd voor het schrijven van twee boeken, die veel aandacht hebben getrokken, een over uw eigen bewogen levensgeschiedenis en, onlangs, een over Afghanistan. Dat land heeft uw zeer bijzondere belangstelling. U heeft daar veel rondgereisd en zelfs uw beoogde opvolgster in de fractie als "buitenlandwoordvoerder" gevonden. Die grote belangstelling geldt natuurlijk ook voor uw geboorteland Iran. Op moedige wijze keerde u daar als Kamerlid regelmatig terug.

U was een gedreven Kamerlid dat menig bewindspersoon en Kamerlid en soms zelfs heel even de voorzitter, grijze haren heeft bezorgd. Nu verlaat u zelf als "éminence grise" de Kamer. Zelf heb ik zeer goede herinneringen aan onze samenwerking als buitenlandwoordvoerders in binnen- en buitenland. U gaat uw tomeloze energie nu elders inzetten, ongetwijfeld met hetzelfde grote idealisme. Het ga u goed.

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Siem Buijs, u bent lid van de Kamer sinds mei 1998. U was woordvoerder Volksgezondheid, Visserij en internationale zeevaart. En u was voorzitter van de vaste commissie voor VROM. Daarnaast was u, bent u de lijfarts/huisarts van de Kamer. Vaak is, ook tijdens vergaderingen waar u het woord voerde of dacht te gaan voeren, uw hulp ingeroepen omdat een Kamerbewoner uw hulp nodig had, soms op zeer dramatische momenten. Die momenten hebben wij samen meegemaakt. Heel, heel veel dank daarvoor.

Tijdens uw maidenspeech op 2 september 1998 zei u onder meer: "Toen ik de huisartsenpraktijk van mijn voorganger overnam, kreeg ik twee dingen cadeau, een bloeddrukmeter en een pen. Met het eerste zou ik volgens hem veel geld verdienen en met het tweede, de pen, het meeste geld uitgeven." Met dit laatste, zei u, wordt vanzelfsprekend niet mijn eigen bankrekening bedoeld, maar verzekeringsgeld.

U heeft in vele debatten op de spanning tussen de kwaliteit van de zorg en de betaalbaarheid daarvan gewezen, en steeds getracht daar een evenwicht in aan te brengen. De bloeddruk bij u en anderen is daarbij nog wel eens in opwaartse richting gegaan.

U heeft besloten om na ruim twaalf jaar actieve politiek meer tijd te wijden aan uw privéleven in Wissenkerke in Zeeland en aan uw vele hobby's. Ik wens u daarbij succes en plezier. Het ga u goed.

(applaus)

De voorzitter:

Mevrouw Khadija Arib, het moet voor u een vreemde gewaarwording zijn om nu, ondanks uw grote sprong omhoog op de kandidatenlijst, toch afscheid te nemen. U bent lid van de Kamer sinds 19 mei 1998. U heeft vele mondelinge vragenuren gevuld en vele schriftelijke vragen gesteld. U heeft zich vooral beziggehouden met een groot aantal volksgezondheidsonderwerpen. Ik noem er een paar: ziekenhuiszorg, huisartsenzorg, geneesmiddelenbeleid en het preventiebeleid. Uw hart ligt vooral bij de situatie van baby's, zowel voor als na de geboorte, getuige uw vele vragen over onder andere perinatale en prenatale screening en over de hielprik. Voorts bent u een pleitbezorgster voor een goede medische zorg voor asielzoekers en illegalen en voor bestrijding van kindermishandeling. Bijzonder is dat u drie initiatiefvoorstellen heeft ingediend, waaronder dat over de instelling van een kinderombudsman. Uw gepassioneerde en temperamentvolle betogen zullen zeker gemist worden, maar, durf ik te zeggen, wellicht, met een neutrale streep onder "wellicht", zult u hier binnenkort weer gehoord worden. Het ga u goed.

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Henk de Haan, ik zag u vanochtend midden op de tramrails staan praten met collega Waalkens terwijl van twee kanten trams aankwamen. Daaraan dacht ik toen ik de heer Buijs toesprak, maar gelukkig zit u nu hier.

U bent lid van de Kamer sinds 3 december 1996. Tot 20 april 2006 was u voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken en sindsdien voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken.

Met uw vertrek daalt het professorale deel van de Kamer bijna tot een nulpunt. Als Kamerlid was u ook altijd een beetje professor. En niet alleen binnenskamers. U nam bijvoorbeeld tijdens een werkbezoek aan Iran de gelegenheid te baat de leden van het Iraanse parlement de beginselen van een markteconomie grondig bij te brengen, om na een monoloog van drie kwartier enthousiast vast te stellen dat bijeenkomsten als deze recht doen aan het belang van de bilaterale dialoog. En een Keniaanse delegatie noemde u eens een "Keynesiaanse" delegatie! Uw inbreng in debatten was altijd to the point en helder en u stond open voor argumenten van anderen, ook van de oppositie.

Zelf heb ik zeer goede herinneringen aan de vele malen dat wij samen buitenlandse delegaties ontvingen en aan de vele ambassadeurslunches waarbij u aanwezig was. Dank daarvoor.

Behalve als emeritus hoogleraar zult u nu ook als emeritus Kamerlid door het leven gaan. Dat dit een rustend en louter pijprokend bestaan gaat betekenen, lijkt mij evenwel onwaarschijnlijk. Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mevrouw Ursie Lambrechts, met een korte onderbreking bent u sinds 1994 lid. U had woordvoerderschappen op zeer vele terreinen: Onderwijs, Jeugdzorg, Asiel- en Integratiebeleid en zelfs nog even Defensie. Het hoofdaccent lag altijd op Onderwijs. U heeft aan de invoering van veel grote onderwijsvernieuwingen bijgedragen, zoals de afschaffing van de basisvorming en de invoering van de tweede fase havo/vwo en het studiehuis. U heeft 166 moties ingediend, 160 Kamervragen gesteld en in totaal 146 amendementen ingediend.

Uw internationale oriëntatie blijkt uit uw inzet voor het openstellen van het internationaal baccalaureaat voor Nederlandse leerlingen. Ook was u als mijn opvolger een enthousiast voorzitter van de Contactgroep Verenigd Koninkrijk. Sir Peter kwam hier graag naartoe!

Helaas kunt u bij de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel over het toelatingsrecht tot het bijzonder onderwijs niet meer persoonlijk aanwezig zijn. Maar met uw zeer grote dossierkennis en uw politieke strijdbaarheid zal uw interesse in de vele onderwerpen niet afnemen als u geen Kamerlid meer bent. Als ik bij u eindig met "het ga je goed" ben ik voor één keer ook een echte Brabander zoals u. Het ga je goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Pieter Hofstra, u bent lid van de Kamer sinds 8 september 1994. U was woordvoerder op veel terreinen: EZ, Financiën en VROM. Maar u bent vooral bekend geworden als prominent woordvoerder Verkeer en Waterstaat. Ook was u onder meer lid van het Presidium en de Bouwbegeleidingscommissie. U was een doortastend voorzitter van de commissie EZ.

Als echte noorderling houdt u van het doen van robuuste uitspraken. U weet wat er bij de kiezers leeft. U bent joviaal en goedlachs, maar tegelijkertijd een kritisch Kamerlid dat menig bewindspersoon het vuur na aan de schenen heeft gelegd.

U bent een gezellig mens en als noorderling ook een Bourgondiër. Zelfspot is u niet vreemd. Zo zei u dat u bij een moeilijk onderwerp op eieren moest lopen, maar dat het dan niet goed zou aflopen voor die eieren. Vele nog niet bestaande infrastructuurwerken zijn al naar u genoemd, zoals de Hofstrabrug. Ik dank u voor alles wat u in het Presidium en elders voor de Kamer heeft gedaan. U gaat nu nog vaker van het hoge Noorden naar het verre Zuiden, in de wetenschap dat u in twaalf hectische Kamerjaren heel veel heeft bereikt. Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mevrouw Bibi de Vries, op 17 mei 1994 kwam u in de Kamer, toen als jongste van de VVD-fractie. Een wapenfeit uit die eerste jaren is dat u de vermogensbelasting met een duizendste procent wist te verlagen. Dit onder het motto "alle kleine beetjes helpen". En al vrij snel wist u te bereiken dat de regering de SER niet meer verplicht hoefde te raadplegen. De sociale zekerheid is een terrein waarin u later in uw Kamerloopbaan steeds actiever werd. U staat bekend als een harde werker, die geen blad voor de mond neemt.

Als voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven heeft u zich opgeworpen als ambassadrice van het VBTB-gedachtegoed en zich sterk gemaakt voor versterking van de controlerende taak van de Kamer. Voor de Algemene Rekenkamer en haar president was u een stevige, maar gerespecteerde counterpart. Ook zij zullen u zeer missen.

Tijdens uw twaalfjarige Kamerlidmaatschap heeft u tal van onderwerpen behandeld, variërend van oneerlijke concurrentie tussen rijschoolhouders tot en met een initiatiefwet over fiscale facilitering van banksparen. Een bijzondere en indrukwekende ervaring deed u op als vice-voorzitter van de enquêtecommissie Srebrenica.

Als vicevoorzitter van uw fractie had u een boeiende maar ook lastige tijd. U heeft die periode zojuist vastgelegd in een boek. U gaat nu "fris en fruitig het bedrijfsleven in", zoals u zelf stelde in een interview. Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mevrouw Saskia Noorman-den Uyl, u bent Kamerlid vanaf 17 mei 1994. U heeft heel veel aan wetgeving, vooral op het terrein van sociale zekerheid, gedaan. U was een zeer goede voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. U heeft een natuurlijk gezag, dat goed van pas is gekomen tijdens moeilijke vergaderingen. U bent bevlogen, gedreven en authentiek. Dat u zo uw eigen authenticiteit en stijl heeft zonder ooit uw achtergrond te verbergen, heb ik altijd zeer bewonderd, en ik ben niet de enige. Uw hart lag bij sociale zekerheid en armoedebestrijding. Ook heeft u een grote bijdrage geleverd aan de ingrijpende wijziging van de uitvoeringsstructuur van de sociale zekerheid en de arbeidsbemiddeling (SUWI). Maar u hield zich niet alleen met uw controletaak bezig. U diende regelmatig initiatiefwetsvoorstellen in indien u vond dat de regering tekortschoot. Uw laatste initiatiefvoorstel heeft u nog deze week in de Eerste Kamer verdedigd. U was ook voorzitter van de Kunstcommissie en lid van de Bouwbegeleidingscommissie van de Tweede Kamer. U zei: "Het Kamercomplex is het gebouw van de volksvertegenwoordiging, het hart van de democratie, waar geschiedenis, heden en toekomst bij elkaar komen. Cultuur is een van de belangrijkste dragers van de identiteit van een samenleving. Dat moet in de inrichting van ons gebouw zichtbaar worden." Ik dank u zeer voor al uw activiteiten ook op dit gebied.

U behoorde in de debatten tot mijn "moeilijke, maar zeer dierbare klanten". Daarnaast was u zelf een fantastische voorzitter, maar dat beïnvloedde op dit gebied uzelf als woordvoerder nooit. Ik wens u veel succes in datgene wat u na uw Kamerlidmaatschap gaat doen. Het ga u goed!

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Boris Dittrich, toen u afgelopen zomer uw vertrek aankondigde, zei u trots te zijn op uw bijdrage aan de wetgeving. Terecht, want u heeft maar liefst vier initiatiefwetten op uw naam staan sinds u de Kamer in 1994 binnenkwam. Vanaf het begin was u als oud-rechter een prominent justitiewoordvoerder.

U was onder meer lid van de Tijdelijke Commissie Evaluatie Opsporingsmethoden, maar ook cultuurwoordvoerder en natuurlijk fractievoorzitter. U kwam op voor de belangen van uw geliefde Amsterdam en sprong ook altijd in de bres voor de rechten van homoseksuelen. U komt op voor mensen die in grote problemen verkeren, zoals gedetineerden in Nederland en in het buitenland. U wist de publiciteit altijd goed te vinden en omgekeerd; niet met de waan van de dag, maar met uw inhoudelijke werk dat u op toegankelijke wijze verwoordde. Ik heb u zeer bewonderd toen u de dag na uw ingrijpende beslissing om af te treden als fractievoorzitter, na een moeilijke periode meteen weer de volgende dag het handwerk als justitiewoordvoerder oppakte. U bent voornemens, uw carrière internationaal voort te zetten. Wij wensen u daarbij veel succes. Het ga u goed.

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Bert Bakker, het is voor u een moeilijke en onverwachte gebeurtenis om nu afscheid te moeten nemen. U bent met uw lidmaatschap vanaf 17 mei 1994 een van de routiniers uit de Kamer. U staat bekend als een woordvoerder die van vele markten thuis is: van zorgstelsel tot publieke omroep, van financiën tot militaire uitzending. Uw woordvoerderschap in het kader van de uitzending naar Irak heeft u zelfs de eretitel Al-Bakker opgeleverd! In de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hield u zich vooral bezig met de sociale zekerheid.

Belangrijk was uw voorzitterschap van de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica. Dat was geen gemakkelijke opgave. Deze parlementaire enquêtecommissie en de Tijdelijke Commissie Besluitvorming Uitzendingen, eveneens onder uw voorzitterschap, hebben in belangrijke mate bijgedragen aan het op een zinvolle wijze omgaan met de verschrikkelijke gebeurtenissen rond de val van Srebrenica in 1995. Nog steeds wordt het in dit kader onder uw leiding herziene toetsingskader voor Nederlandse deelname aan vredesoperaties gehanteerd. De vraag die steevast aan de orde komt: is deze uitzendingsbrief van de regering wel "Bakker-proof"? Ik heb groot respect voor uw reactie eergisteren nadat de Kiesraad had bekendgemaakt dat u toch niet was gekozen. Het ga u goed.

(applaus)

De voorzitter:

Mevrouw Ella Kalsbeek, sinds 14 september 1989 bent u lid van de Kamer met een onderbreking in verband met het staatssecretariaat van Justitie, waarna u weer met volle inzet het Kamerlidmaatschap op u heeft genomen. U bent een voorvechtster voor een goed functionerende jeugdzorg en u bent ook buiten de Kamer zeer actief op dat terrein. Als Kamerlid heeft u zich op vele terreinen verdienstelijk gemaakt. Zo was u voorzitter van de evaluatiecommissie opsporingsmethoden, die met haar rapport veel commotie teweeg heeft gebracht. U voerde het woord over Sociale Zaken, Justitie, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en was voorzitter van de commissie voor het Onderzoek van de geloofsbrieven, waarin u ook vandaag en de dagen daarvoor weer zeer actief was. U was ook lid van de commissie voor de Verzoekschriften en voorzitter van de commissie Integratiebeleid. U kunt fel en vooral ook snel debatteren en laat een punt niet snel lopen. Maar u staat er ook altijd voor open, zich door anderen te laten overtuigen.

Ik heb u voor het eerst meegemaakt toen u als fractiemedewerker in 1986 Harry van den Bergh, Jan Schaefer en mij bijstond bij het opstellen en verdedigen van het wetsvoorstel over het pensioen van de weduwe Rost van Tonningen. Eigenlijk vind ik u sinds die eerste kennismaking helemaal niet veranderd! U bent en blijft een prettige, zeer deskundige collega! Het ga u goed.

(applaus)

De voorzitter:

Mijnheer Klaas de Vries, vandaag nemen wij niet voor de eerste maal van u afscheid in de Kamer. U was lid van de Kamer van 28 mei 1973 tot 1 september 1988. Sinds 23 mei 2002 bent u weer in ons midden. U oogst daarbij terecht veel bewondering, na uw ministerschap en jarenlange andere belangrijke maatschappelijke functies, voor uw inzet als Kamerlid, in het bijzonder voor het asielbeleid en de belangen van asielzoekers. Luis in de pels van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie is misschien voor u wel een geuzennaam. U staat bekend als een felle en vasthoudende debater. Uw prachtige volzinnen verbloemen nooit de scherpte die u in het debat brengt. Behalve als woordvoerder asielbeleid was u onder meer actief op het gebied van de kansspelen en Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken. Naast uw grote staat van dienst als woordvoerder op die terreinen heeft u de Kamer een grote dienst bewezen als voorzitter van de Commissie voor de Vernieuwing van de Wet op de Parlementaire Enquête. Een wetsvoorstel waarin u ook uw vroegere ervaringen als voorzitter van de enquêtecommissie Bouwsubsidie hebt kunnen verwerken. Na meer dan dertig jaar te zijn betrokken bij de huidige, meer dan 150 jaar oude Wet op de parlementaire enquête, bent u er onlangs – samen met een aantal collega's – in geslaagd de Kamer unaniem te doen instemmen met een initiatiefwetsvoorstel dat voorziet in een nieuwe Wet op de parlementaire enquête.

Ik ben u de afgelopen jaren zeer dankbaar geweest voor uw steun aan jonge Kamerleden – niet alleen in uw eigen fractie – en uw kwantitatieve, maar vooral kwalitatieve bijdrage aan ons collectief geheugen. Uw internetdagboek las ik – met duizenden anderen – zoals u weet altijd met zeer veel plezier. Het is prachtig proza, dat het verdient tot een boek over de afgelopen periode te worden omgewerkt. Al roep ik hiermee mijn eigen concurrentie op! Het is bijzonder nu samen met u te vertrekken. Samen met u draag ik ons geheugen en onze ervaring over aan collega Van der Vlies, die wij misschien wat eenzaam achterlaten. Klaas, het was goed je de afgelopen jaren weer in ons midden te hebben.

(applaus)

De voorzitter:

Het is mij ten slotte een groot genoegen dat ik de Kamer kan mededelen dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd om de leden Dittrich, Noorman-den Uyl, Hofstra, De Haan, Mosterd, Van Oerle-van der Horst en Van Winsen te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Mag ik deze leden verzoeken naar voren te komen, zich voor het spreekgestoelte op te stellen, zodat ik hun de versierselen kan opspelden die behoren bij deze benoeming. Ik verzoek de leden mij toe te staan om zonder te schorsen daartoe tijdens de vergadering enige tijd mijn stoel te verlaten.

(De bij de onderscheiding behorende versierselen worden door de voorzitter opgespeld.)

(applaus)

De voorzitter:

Graag wil ik de leden Dittrich, Noorman-den Uyl, Hofstra, De Haan, Mosterd, Van Oerle-van der Horst en Van Winsen ook vanaf deze plaats van harte feliciteren met hun koninklijke onderscheiding. Dat geldt ook voor mevrouw Bibi de Vries. Op haar verzoek zijn aan haar gisteren in kleinere kring door de burgemeester van Den Haag dezelfde versierselen uitgereikt. Ik mocht daar samen met een aantal collega's namens u allen bij aanwezig zijn.

Het woord is nu aan het in anciënniteit oudste vertrekkende lid, de heer Klaas de Vries, die daarom heeft gevraagd.

De heer Klaas de Vries:

Mijnheer de voorzitter en geachte medeleden. Als op een na oudstgediende onder de vertrekkende leden – u, voorzitter, bent baas boven baas – mag ik vanuit deze groep een kort woord spreken; dus vanuit deze groep en niet namens deze groep, want daarvoor was geen afstemming mogelijk. Wel wil ik u namens eenieder – dat doe ik blindelings – danken voor uw vriendelijke woorden. Wij hebben het zeer op prijs gesteld dat u voor ieder van ons een woord had.

Veel zittende leden keren morgen niet terug in de Kamer. Daar zijn verschillende redenen voor. Soms was het hun eigen keus, soms was het de beslissing van een ander, maar in de meeste gevallen waren het de kiezers, die op 22 november bij het bepalen van hun politieke voorkeur de vervulling van een persoonlijke ambitie om als lid van de Tweede Kamer werkzaam te blijven, niet mogelijk maakten. Vaak wordt gezegd en herhaald dat de kiezer altijd gelijk heeft. Wie daar in een lucide of zwak moment wel eens aan twijfelt, weet in ieder geval wel heel zeker dat alle kiezers bij elkaar nu eenmaal beslissen. Dat is een groot goed. Vorige week heeft The Economist een analyse gepubliceerd van de kwaliteit van democratieën. Nederland staat in de beoordeling op de derde plaats, achter Zweden en IJsland maar – dat is het warme nieuws – wel boven de rest. Dit onderzoek van The Economist is door onze media helaas in bescheiden mate onder de aandacht van het grote publiek gebracht. Kennelijk wilde men de bevolking niet in verwarring brengen, maar het is een feit: als wij nog 0,23 punt beter worden, staan wij democratisch bovenaan, althans bij The Economist. Dat moet dus een peulenschil zijn voor elke volgende minister voor staatkundige en bestuurlijke vernieuwing, als hij tenminste net zo ijverig is als zijn voorgangers.

Geachte medeleden, wie hier heeft mogen werken weet dat het een bijzonder voorrecht is om volksvertegenwoordiger te mogen zijn. Het is niet zomaar een baan. Je voelt elk moment een haast persoonlijke verantwoordelijkheid voor de gang van zaken in ons land en soms ver daarbuiten. En jij moet daar een oordeel over geven. Vind ik iets goed, of niet? Moet er iets in wetgeving of beleid veranderen, of niet? Zenden wij soldaten uit, of niet? Besteden wij het belastinggeld beter hieraan, of aan iets anders?

Het is ook een moeilijk en ingewikkeld ambt. Een volksvertegenwoordiger moet over zeer ingewikkelde vraagstukken een oordeel geven en daarover met deskundigen op hoog niveau kunnen praten. Hij moet bovendien elk vraagstuk in verband zien met andere vraagstukken, en daarbij moeilijke afwegingen maken. Tegelijkertijd moet hij over alles met de burgers van het land in de meest begrijpelijke taal kunnen spreken, want telkens weer over je werk verantwoording afleggen aan de burgers, dat is het hart van de democratie.

Het is ook een zware functie, zonder begrenzing van werkuren. Je bent volksvertegenwoordiger, altijd en overal. Als jij niet opstaat en je mening geeft, doet misschien niemand het. En elke dag is de vraag opnieuw, niet of je bereikt hebt wat je wilde, maar of je alles gegeven hebt om het te bereiken.

En het is natuurlijk een prachtig ambt. Elke dag weer de barricaden op. Kijken of je medestanders hebt of tegenstanders, of je het met anderen eens kunt worden of niet of niet helemaal, of je iets tot stand kunt brengen of kunt tegenhouden. Of je emotioneel kunt zijn, zonder je hoofd te verliezen. En of je je hoofd er wel bij kunt houden, als je er niet met je hart bij bent. Kamerleden doen hun werk in het licht van de schijnwerpers. Maar het Kamerpersoneel en de fractiemedewerkers, die hun werk ondersteunen en vaak ook zowel inhoudelijk als facilitair mogelijk maken, staan maar zelden in het zonnetje. Zij verrichten allen hun werk als vanzelfsprekend, voor links, rechts en centrum. Zij doen dat ongeacht of een Kamerlid meer aandacht heeft voor de wereld dan voor zijn werkomgeving. Ik wil daarom graag – dit keer namens allen die vertrekken – met grote nadruk het volgende uitspreken: dames en heren, medewerkers van de Kamer, medewerkers van de fracties, onze bijzondere en hartelijke dank en waardering gaat vandaag naar u uit!

(applaus)

De heer Klaas de Vries:

Aan het adres van de geachte collega's die morgen met nieuwe collega's het werk van de Tweede Kamer zullen voortzetten – vandaag vormen zij slechts een betrekkelijk kleine meerderheid in ons midden – past ook een woord van oprechte dank. Het valt niet altijd mee om de persoonlijke verhoudingen goed te houden in een omgeving waar mensen voortdurend strijd voeren over verschillende inzichten, belangen en idealen. Toch slagen wij daar meestal wel in. Dat komt door het besef dat wie de democratie hoog heeft, opvattingen van anderen zorgvuldig en met respect behoort te behandelen. Je krijgt immers alleen respect als je het zelf opbrengt.

Waarde medeleden, wij wensen u en uw nieuwe collega's de komende jaren vanuit de grond van ons hart tomeloze energie, rusteloze ijver, vruchtbare arbeid maar ook eindeloze vergaderingen en buitengewoon moeilijke keuzes toe. Dit alles in het belang van ons goede land en al zijn burgers. Het ga u goed.

De voorzitter:

Ik dank de heer Klaas de Vries hartelijk voor zijn mooie en indrukwekkende woorden.

Ik geef het woord aan de eerste ondervoorzitter, de heer Jan ten Hoopen, omdat hij dat heeft gevraagd.

De heer Ten Hoopen:

Geachte voorzitter, beste Frans. Op 28 mei 2002 schreef u parlementaire geschiedenis. Nooit eerder was een Kamervoorzitter namelijk gekozen op basis van vrije verkiezingen. Nooit eerder was er een open kandidaatstelling waaruit de 150 leden hun eigen keuze konden maken. En nooit eerder was er naast de officiële kandidaat van een fractie nog een tweede keuze uit diezelfde fractie te maken. Niemand, behalve uzelf misschien, geloofde aanvankelijk dat dit kon lukken. U deed het echter wel. De Kamer had er zelfs maar één ronde voor nodig om u tot haar Voorzitter te kiezen. Nog geen jaar later deed u het opnieuw. Toen was u wel dé kandidaat van uw eigen fractie. Ook toen was u bepaald niet de enige die het ambt ambieerde. De Kamer koos opnieuw vol overtuiging voor u. Ik denk – en wij denken allemaal – dat de tijd van voor de verkiezing van voorzitter Weisglas niet meer terug zal keren. Ook volgende week zal blijken dat de Kamervoorzitter niet meer in de bekende achterkamers wordt aangewezen. Ik zal niet zeggen dat dit de belangrijkste vernieuwing is die u in de Kamer wist te realiseren, maar het is er wel een die er zijn mag.

De vrije verkiezing van de Voorzitter geeft hem of haar een bijzondere en stevige positie. U wordt wel eens verweten dat u te veel de voorzitter van de oppositie bent. Dat zogenoemde verwijt heeft u juist altijd als een compliment opgevat. De Voorzitter is er volgens u bij uitstek om erop toe te zien dat de controlerende taak van de Kamer goed tot zijn recht komt. In uw visie ligt het in de aard der dingen dat de oppositie die taak doorgaans met meer verve en enthousiasme uitvoert dan de regeringspartijen. U beschouwde zichzelf als de verpersoonlijking van de controlerende taak van de Kamer. En doordat u door vrije verkiezingen op de voorzittersstoel terecht bent gekomen, kon u die taak ook met gezag uitoefenen. Ook als u wel eens onder vuur lag van een enkele fractie.

Ik heb als lid van het Presidium mogen ervaren dat u zich die kritiek wel aantrok, maar die bracht u eigenlijk nooit van uw stuk. Zo hebt u de door velen in deze Kamer niet erg gewaardeerde 30-ledenregel geïntroduceerd en met kracht verdedigd. Ook is onder uw leiding het vragenuur steeds losser, wat spontaner en steeds levendiger geworden. Vroeger was het ondenkbaar dat leden elkaar bevroegen en werd het vraag- en antwoordspel strak gereguleerd. Daardoor was het ook aantrekkelijker om u te zien voorzitten voor de ruim honderdduizend kijkers die elke dinsdag naar de tv kijken.

Toch hoor je wel eens de opmerking dat onder het huidige voorzitterschap te weinig vernieuwing tot stand zou zijn gebracht. Als het verwijt al terecht is – ik denk namelijk van niet – raakt dit ons allemaal. Een Voorzitter is, als het gaat om verandering van formele procedures en processen, nu eenmaal nét zo sterk als de Kamer, het Presidium en de Commissie voor de Werkwijze toelaten.

In de dagelijkse gang van zaken kun je vanuit de voorzittersstoel, zonder de formele regels te veranderen, wel veel bijdragen aan verlevendiging van het debat. Dat deed u ook, op allerlei momenten. Leden kregen de gelegenheid om elkaar via de interruptiemicrofoon te bevragen. Vroeger was dat gewoon een doodzonde. Zo is er meer gelegenheid gekomen om met elkaar in debat te gaan. Daardoor neemt, onder uw leiding, de scherpte van het debat toe. Tegelijkertijd waakte u er natuurlijk voor dat de minister of staatssecretaris vervolgens rustig kon toekijken.

Ook de onderzoeksfunctie van de Kamer heeft in uw voorzittersperiode aan kracht gewonnen. Wij doen meer onderzoek dan wij ooit hebben gedaan.

Mijnheer de voorzitter, ik geloof niet dat ik u beledig als ik zeg dat enige ijdelheid u niet vreemd is. Sterker, u bevestigt dat altijd zelf als eerste. Al die fraaie foto's van de groten der aarde met u ernaast – of zij naast u? – op uw werkkamer getuigen hiervan. Mij is verteld dat het nog maar de helft van de collectie is.

Dit brengt mij op de tweede taak van de Voorzitter: de representatie naar buiten. Ook die taak weet u met verve te vervullen. Wij kregen niet de indruk dat u dat als een loden last hebt ervaren. Is het waar dat u thuis een verjaardagskalender hebt met daarop alle nationale feestdagen van alle landen die een ambassade of consulaat in Nederland hebben? Is dat zo?

De voorzitter:

Ja.

De heer Ten Hoopen:

Kijk aan! Ook bij Stan Huygens met zijn overbekende journaal in De Telegraaf bent u altijd een graag geziene gast geweest.

Het Nederlandse parlement heeft in u altijd een uitstekende vertegenwoordiger en pleitbezorger van onze parlementaire democratie mogen ervaren. Het weekboek van de Voorzitter, een vernieuwing die u als persoon kenmerkt, getuigt daar ook van. Door uw achtergrond als diplomaat wist u immers al heel vroeg wat het betekende om Nederland te vertegenwoordigen. Dat u als diplomaat dicht tegen de politiek aan zat als secretaris van de toenmalige minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Jan de Koning, maakte voor u de overstap naar de Tweede Kamer bijna voor de hand liggend. Het was ook minister Jan de Koning die u op het idee bracht om u kandidaat te stellen voor de Tweede Kamer. U knikt, dus ik heb dat goed gevonden.

Uit de vuistdikke map van het documentatiecentrum blijkt dat die entree in de nationale politiek aanvankelijk probleemloos verliep, maar bij de verkiezingen in september 1989 was het ongemeen spannend voor u. U stond namelijk niet in alle kieskringen op de lijst. Uw partij had een lijst samengesteld die per kieskring sterk verschilde. Dat deed u bijna de das om. U dreigde ingehaald te worden door kandidaten die veel lager op de lijst stonden, maar wel in alle kieskringen. Na veel gereken en dankzij de medewerking van zo'n twintig VVD-kandidaten, die allen moesten bedanken, kwam het uiteindelijk met Frans, onze voorzitter, toch goed. Het was de eerste keer dat u met applaus in de Kamer werd ontvangen. En gelukkig behoefden de vroege luisteraars van Radio 1 uw opgewekte "ook een goede dag aan de luisteraars toegewenst" niet te missen.

De voorzitter van de Kamer heeft nog een derde, bepaald niet onbelangrijke taak: het toezicht op de ambtelijke werkorganisatie. U toonde voor het wel en wee van de Kamermedewerkers altijd veel belangstelling; de heer De Vries memoreerde dat ook al. U was niet de eerste voorzitter die het wekelijkse werkoverleg met de Griffier en de twee directeuren introduceerde. U was wél de eerste die dat overleg week in week uit, jaar in jaar uit, heeft volgehouden. Dat gaf u een goed beeld van wat er in de organisatie speelde, zodat u daarvoor ook in het Presidium de verantwoording kon dragen.

Voorzitter. U hebt altijd en overal gezegd dat het voorzitterschap van de Tweede Kamer het mooiste ambt is dat een politicus kan bereiken. Dat riep u niet alleen, dat straalde u ook helemaal uit. U heeft er zichtbaar van genoten en u heeft het ambt vervuld met passie maar ook met heel veel toewijding; zelfs onder omstandigheden die dat niet eenvoudig maakten. Bijvoorbeeld – u memoreerde dat zelf al – toen het noodzakelijk was om u enkele maanden zware persoonsbeveiliging te geven. In die periode leed u nog wel het meest onder de beperkingen die deze maatregel betekende voor onze open en toegankelijke parlementaire democratie.

Uw periode van het voorzitterschap kende een ongekende afwisseling van hoogte- en dieptepunten en verrassende ontwikkelingen; aan het begin van de vergadering hebt u dat gememoreerd. De komst van een compleet nieuwe fractie met maar liefst 26 zetels was zo'n grote verrassing. Om zo'n grote groep nieuwkomers zich thuis te laten voelen in de Tweede Kamer, ze er wegwijs te maken, vraagt heel veel van de voorzitter. Het overlijden van drie leden van het Koninklijk Huis in uw voorzittersperiode was ook voor u een heel trieste gebeurtenis. Maar er was ook vreugde, zoals het 25-jarig ambtsjubileum van de Koningin. Of de officiële opening van een belangrijke uitbreiding van de Tweede Kamer in het Logement van de Heeren van Amsterdam. Toevallig of niet de plek waar u uw werkzame leven begon.

Mijnheer de voorzitter, beste Frans! Ik rond af. Namens de Kamer wil ik je hartelijk bedanken voor je inzet als voorzitter, als eerste ondervoorzitter, als "gewoon" lid van het Presidium, maar ook als buitenlandwoordvoerder voor de fractie van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Je hebt ruim 24 jaar lang in al die functies een belangrijke bijdrage geleverd aan het goed functioneren van ons parlement.

Sinds de Tweede Wereldoorlog worden in opdracht van de Kamer de voorzitters geschilderd. En sinds augustus van dit jaar zijn die schilderijen in een fraaie opstelling bijeengebracht in de Rooksalon, samen met geschilderde portretten van illustere voorgangers, die we op dit moment in bruikleen hebben. Ook van jou is een schilderij gemaakt. De Haagse portretschilder Rudolf Kortenhorst, inderdaad de kleinzoon van, heeft die opdracht uitgevoerd. Mag ik je uitnodigen even de voorzittersstoel te verlaten om het schilderij zelf te onthullen? En mag ik de Voorzitter ten slotte verzoeken om een foto van het schilderij in de Handelingen op te nemen? Frans, het was een waar genoegen om je als Voorzitter te ervaren en het ga ook jou goed!

(applaus)

De voorzitter:

Als de Kamer het mij toestaat om op de uitnodiging van de eerste ondervoorzitter in te gaan, dan verlaat ik even de voorzittersstoel.

(De Voorzitter onthult met assistentie van de eerste ondervoorzitter het schilderij.)

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de minister-president, die daarom heeft gevraagd.

Minister Balkenende:

Voorzitter. Onder uw voorzitterschap heb ik de afgelopen vierenhalf jaar talloze keren met de Kamer mogen debatteren. Vele uren hebben wij samen in deze vergaderzaal doorgebracht. Ik heb het genoegen gehad u intensief van nabij aan het werk te zien. Niet alleen hier, maar ook bij ontvangsten, evenementen en herdenkingen. Onze contacten gaan verder terug dan uw periode als Kamervoorzitter. Zo herinner ik mij bijvoorbeeld nog onze gezamenlijke wandeling in Hyde Park, toen wij beiden lid waren van de meermalen genoemde contactgroep van Britse en Nederlandse parlementariërs. Wij vergaderden toen inderdaad onder leiding van Sir Peter Temple-Morris. Ik zie mevrouw Lambrechts zeer intensief knikken. Dat kan ik mij goed voorstellen, want zij moest altijd naast Sir Peter zitten. Zelf stelde hij daar trouwens ook veel prijs op. Mevrouw Lambrechts kleurt ervan, zie ik. Kuierend onder de bomen konden wij niet vermoeden wat de toekomst voor ons in petto zou hebben.

Als ervaren Weisglaswatcher – want dat ben ik – stel ik het zeer op prijs om aanwezig te zijn bij uw afscheid en ook iets tot u te mogen zeggen. U was de eerste gekozen Voorzitter van de Tweede Kamer na een open verkiezing met kandidaten. U was ook de eerste herkozen Voorzitter. Alleen al daarom hebt u een bijzondere plaats in onze parlementaire geschiedenis. Daarnaast was u ook nog eens het op een na langst zittende lid van deze Kamer in de oude samenstelling. Met bijna 25 jaar parlementaire ervaring, lange tijd als woordvoerder buitenland van uw fractie.

De mooiste baan van Nederland, zo noemde u het voorzitterschap van de Tweede Kamer. Het was een functie waarin u uw hele hart legde. U was meer dan alleen een technisch voorzitter. U was een bevlogen ambassadeur van onze parlementaire democratie. Een ambassadeur die het oog van de camera graag trotseerde voor het goede doel. U begrijpt wat ik bedoel.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister-president.

Minister Balkenende:

Het moet u plezier doen dat Nederland op de index van de democratie, zoals de heer Klaas de Vries net al zei, die het blad The Economist onlangs publiceerde, bij de beste drie van de wereld staat.

In een tijd waarin democratische instituties steeds kritischer worden bekeken en bejegend, stond u onwankelbaar op de bres voor de Kamer. Als een leeuw verdedigde u haar positie als anderen haar te na kwamen. Wie aan de Kamer kwam, kwam aan u. Ik heb daar steeds waardering voor gehad, ook op de schaarse momenten dat wij verschillende visies hadden, bijvoorbeeld in de discussie over de embargoregeling rond Prinsjesdag.

Passie in het parlementaire debat en levendigheid in de politieke discussie, daar was het u om te doen. Daarom werden op uw voorstel de drempels voor het houden van een spoeddebat flink verlaagd, iets wat ook aan mij beslist niet ongemerkt voorbij is gegaan. Ook streefde u naar kortere vergaderingen. Daar heb ik eerlijk gezegd iets minder van gemerkt. U hebt de strijd heroïsch gevoerd, daar wil ik niets aan afdoen. Ik kan mij echter debatten herinneren die voortduurden tot in de kleine uren, een soort parlementaire "rock around the clock".

U wilde passie in het parlement, maar wel op gepaste wijze. Daarmee maakte u het zichzelf niet gemakkelijk, want die twee deugden gaan niet vanzelf samen. In het vuur van het debat delven de correcte omgangsvormen soms het onderspit. Dat is overigens iets van alle tijden en alle plaatsen. Winston Churchill liet zich in 1926 in the House of Commons eens ironisch uit over zijn politieke tegenstanders die hem hadden uitgemaakt voor dief. Churchill zei dat hij best tevreden was met deze kwalificatie. Eerder hadden zij hem namelijk voor moordenaar uitgescholden. Hij was dus verguld met deze promotie. Zulke sterke staaltjes hebt u de afgelopen jaren niet aan de hand gehad. U hebt wel steeds gewaakt voor spelverruwing. Politici moeten een voorbeeld zijn voor anderen en dat kan alleen als zij zich correct gedragen.

U was een vernieuwer, maar kende tegelijkertijd de grenzen van de mogelijkheden die een voorzitter heeft. Uw stelling was: vernieuwing is goed, maar je kunt het ook overdrijven. Dat waren heel goede woorden. Bijzondere aandacht besteedde u aan het scherp houden van de instrumenten van de Kamer. U zei steeds weer: "Departementen moeten op scherp staan bij een Kamervraag. Ministers moeten sidderen bij een motie. Maar hoe meer moties, hoe minder er wordt gesidderd." Enerzijds verdedigde u de Kamer fel tegen opmerkingen van buiten, anderzijds wakkerde u in eigen kring de discussie aan over een effectief gebruik van de eigen middelen. U hebt Nederland steeds voorgehouden dat ons parlement zich kan meten met de beste buitenlandse parlementen. Daar past trots bij en zelfbewustzijn, van ieder Kamerlid afzonderlijk en van de voorzitter over het geheel. Die trots straalde u uit.

Ik vind het belangrijk dat het instituut Kamervoorzitter zich profileert, zei u ooit. De manier waarop u dat deed, hebben wij de afgelopen jaren intensief mogen volgen. Zo heb ik in de hal van dit gebouw een collectors item op de kop getikt, namelijk een postkaart met uw naam. Daar kan je een postzegel op plakken, een adres op zetten en hem versturen. Er staat dan bij: Frans Weisglas, Voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal. Als u de kaart die ik net liet zien niet mooi vindt, dan is er gewoon een andere. Daar staat ook weer op: Frans Weisglas, Voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De voorzitter:

Die van het schilderij is al in de maak.

Minister Balkenende:

Daar kom ik zo op. Het gaat niet alleen om die foto's. Er is ook nog een andere variant, die ik nu laat zien. Het is een foto van u waaronder staat: De Kamer aan het werk – u zult het ermee moeten doen, Kamerleden – The House of Representatives at work. Bij Algemene Zaken heb je dit soort dingen niet.

Voorzitter. Ik begrijp precies wat u nu voelt. Straks bent u geen Kamervoorzitter meer. Hoe zien wij de heer Weisglas nog? Het zou goed zijn, nu uw portret er is, dat er opnieuw een kaart wordt gemaakt met die beeltenis erop. Op de achterkant zetten wij: Frans Weisglas, oud-voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Tevens kunnen wij daar de vertaling in het Engels aan toevoegen. U leeft dan gewoon zo door. Ik neem zeker aan dat de organisatie van de Tweede Kamer – die is door de heer De Vries ook terecht in het zonnetje gezet – hiervoor zorg zal dragen.

Het is al gezegd, wij hebben u ook kunnen volgen via uw weekboek op internet. U doet daarin verslag van uw werkzaamheden en u geeft uw visie op actuele kwesties. Een reflectie op uw eigen rol ontbreekt daarin niet. Een goed voorbeeld daarvan vond ik in uw weekboek van 10 maart 2003, waarin u het volgende schrijft: "De oproep in mijn twee vorige weekboeken om dinsdag te gaan stemmen voor de provinciale staten heeft geholpen: de opkomst is hoger dan vier jaar geleden!" Het toont uw bescheidenheid. Dit is voor ons allemaal toch wel een moeilijk moment, want wat moeten wij straks zonder dat weekboek?

Mijnheer de voorzitter. U schreef parlementaire geschiedenis als eerste gekozen en herkozen voorzitter van de Tweede Kamer. U spaarde de hamer niet, maar het ging u om meer dan "order in the House". U onderscheidde zich als vurig en kleurrijk pleitbezorger van onze democratie. U vocht voor uw Kamer als het moest. U was onpartijdig, maar niet afstandelijk. U was een menselijke voorzitter, vaderlijk en waakzaam.

Mijnheer de voorzitter, beste Frans, ik wil je heel hartelijk bedanken voor 24 jaar passie in de politiek en voor 4,5 jaar voortreffelijk Kamervoorzitterschap.

(applaus)

De voorzitter:

Geachte medeleden, mijnheer de minister-president, in de allereerste plaats wil ik van mijn kant een dankwoord richten aan Hare Majesteit de Koningin voor de koninklijke onderscheiding die aan mij is verleend en die vanochtend in een zeer bijzondere bijeenkomst bij mij is opgespeld door de eerste ondervoorzitter, de heer Jan ten Hoopen. Ook hem dank ik daar zeer voor.

Ik dank ook de eerste ondervoorzitter, Jan ten Hoopen, voor de woorden die hij heeft gesproken. Jan, ik dank je vooral voor de samenwerking in de afgelopen vierenhalf jaar, die zeer intensief is geweest, vooral op momenten die je zelf ook hebt gememoreerd. Er waren lastige momenten, maar gelukkig ook vele mooie en vreugdevolle momenten. De wekelijkse en meer dan wekelijkse kop koffie die wij dronken, zal ik zeer missen.

Mijn woorden van dank voor de samenwerking en de vriendschap gaan ook naar de tweede ondervoorzitter, Mariëtte Hamer. Dit gold voor die tijd, alsook voor alle jaren dat wij met ons tweeën en drieën ontzettend goed hebben samengewerkt en samen zijn geweest. Deze woorden gelden tevens voor Sharon Dijksma en Gerda Verburg, die in mijn eerste periode ondervoorzitter waren.

Ik dank de minister-president voor zijn zeer vriendelijke woorden. Ik begreep de momenten waarop gelachen werd niet helemaal, want voor mij waren het de meest serieuze onderdelen van zijn toespraak. Dank voor uw woorden. Ook ik denk met heel veel vreugde en goede herinneringen terug aan de momenten waarop wij elkaar hebben leren kennen tijdens het werkbezoek aan het Verenigd Koninkrijk. Overigens feliciteer ik u met het feit dat u het hoogste ambt wederom heeft bereikt. U zult daarin morgen worden beëdigd. Net als u bewaar ik zeer goede herinneringen aan de vele malen dat wij samen waren, niet alleen hier maar bij heel veel zogenaamde "representatieve verplichtingen" die samen met u, uw echtgenote en mijn echtgenote allesbehalve een verplichting waren. De hechte band die tussen ons tweeën en ons vieren is ontstaan, is zeer bijzonder. Dank daarvoor.

Ik dank alle leden van het Presidium waarmee ik vierenhalf jaar lang heb samengewerkt. Daarvoor had ik er al acht jaar, maar uiteraard niet als Voorzitter, deel van uitgemaakt. Vierenhalf jaar lang hebben wij iedere twee weken op woensdagochtend een presidiumvergadering gehouden waarop vrijwel in stilte de niet-politieke beslissingen over het reilen en zeilen van de Kamer werden genomen.

Ik dank de fractievoorzitters. Het Presidium vormt het dagelijks bestuur van de Kamer. Wij kennen geen bestuur dat door de fractievoorzitters wordt gevormd. Af en toe, op bijzondere momenten, is de Voorzitter met de fractievoorzitters samen. Daaraan bewaar ik zeer goede herinneringen. Wanneer ik samen met de fractievoorzitters beslissingen moest nemen, gebeurde dat op een zeer constructieve manier, uiteraard door de partijen en door de fracties heen. Ik bewaar heel goede herinneringen aan de reizen die ik met de fractievoorzitters heb gemaakt naar de Nederlandse Antillen en Aruba en naar India. Na de verkiezingsuitslag dacht ik nog even terug aan deze laatste reis, omdat het voor de met ons meereizende journalisten vooral een reis was waarop, naar aanleiding van hun observaties wie met wie zat te praten, werd gespeculeerd welke coalitie er na de verkiezingen zou komen. Ik meen dat deze speculaties er flink naast hebben gezeten. Maar de heer Marijnissen gaat ook nooit mee op deze reizen.

Ik dank uiteraard in de allereerste plaats de leden van de Kamer met wie ik heb mogen werken en van wie ik de Voorzitter heb mogen zijn. U bent de Kamer. 150 leden zijn de Kamer. 150 leden hebben de eer, de plicht, maar ook – zoals Klaas de Vries het zei – het plezier om zestien miljoen Nederlanders te mogen vertegenwoordigen. De Kamer bent u. Ik vond het een voorrecht om u te mogen voorzitten. Soms wellicht te mild in de ogen van sommigen, soms te streng in de ogen van anderen. De klachten over mild en streng kwamen gelijkelijk verdeeld uit de oppositie en de regeringspartijen. Als geheim criterium heb ik altijd gehanteerd dat het nog steeds goed was als de klachten over mild en streng van oppositie en coalitie over een maand in evenwicht blijven. Zo is het bijna altijd geweest, met dank aan de heer Verhagen en mevrouw Halsema en aan alle anderen.

Uiteraard ook van mijn kant een woord van dank aan de medewerkers. In de Griffier van de Tweede Kamer, Jacqueline Biesheuvel, en haar voorganger die ik met veel plezier zie zitten, Willem-Hendrik de Beaufort, dank ik de medewerkers. Ik kan het niet mooier, oprechter en met meer overtuiging zeggen dan Klaas de Vries het deed. Ik sluit mij heel graag aan bij de woorden van Klaas, die overigens ook namens mij expliciet werden uitgesproken.

(applaus)

De voorzitter:

Ik wil een categorie medewerkers noemen die niet onze medewerkers zijn, namelijk de medewerkers van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging. Zij zijn de eersten die zeggen dat het zeer te betreuren is dat het nodig is dat zij voor ons politici werken. Zij werken intensief voor een aantal van ons. Ik heb dat ook gedurende een bepaalde periode intensief ervaren. Zij zeggen dat zij het betreuren dat zij voor ons moeten werken. Tegelijkertijd doen zij, de medewerkers van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging, dat werk op een buitengewoon plezierige wijze. Ik had er behoefte aan dat hier een keer gezegd te hebben.

(applaus)

De voorzitter:

Dank aan de journalisten, de parlementaire pers. U kunt niet zonder ons, wij kunnen niet zonder u. U kunt niet zonder mij, ik kan niet zonder u. Datgene waar de minister-president over sprak in het serieuze deel van de aan mij gewijde toespraak heeft bij mij altijd een heel serieuze achtergrond gehad. Ik ben ervan overtuigd dat een bepaalde mate van ijdelheid een noodzaak is om het politieke ambt te kunnen beoefenen. Die geeft je de drive om dat waarmee je bezig bent naar voren te brengen, via de publiciteit. Op die manier is dat voor onze kiezers zichtbaar. Het hoort bij ons werk, al heb ik ook wel eens in interviews gezegd – vanochtend nog – dat ik toegeef dat 150 keer de Frans Weisglas van vroeger, van voor mijn voorzitterschap, wat veel van het goede is. Dank aan de parlementaire pers!

De publieke tribune danken mag niet volgens het Reglement van Orde. Ik doe het toch even. Ik dank de publieke tribune van nu en in u allen die ons werk volgen, op de publieke tribune, via de media en op alle mogelijke manieren. Uiteindelijk, dank aan onze kiezers! Wij vertegenwoordigen u. Mij was het een eer om leiding te geven aan dat vertegenwoordigen.

Ik dank mijn echtgenote, die de afgelopen maanden regelmatig zei dat zij blij was om na 24 jaar geen zeemansvrouw meer te zijn. Gelukkig was en ben je kapitein op een hospitaalschip. Ik dank je voor je goede adviezen. Als ik niet luisterde ging het wel eens een beetje mis.

Sorry Mark! Weer een geheim erbij! Mark is "het broertje van". Sommigen hebben niet goed geluisterd.

Op 28 mei 2002 werd ik voor de eerste keer gekozen tot Voorzitter van deze Kamer. Jan ten Hoopen zei al dat de functie van Voorzitter van de Kamer de mooiste functie is in de Nederlandse politiek. Na vierenhalf jaar voorzitterschap vind ik dat nog steeds. Ik nam deze functie over van mevrouw Van Nieuwenhoven en toen ik zei dat dit de mooiste functie in de Nederlandse politiek is, had ik gelijk. Ik heb die met overgave en plezier vervuld. Het waren mooie en hectische jaren. Ik dank u voor uw vertrouwen.

De hamer die ik nu in mijn hand heb, de voorzittershamer, laat ik achter voor mijn opvolger of mijn opvolgster. Ik heb begrepen dat wij op 6 december weten wie het wordt. Ik heb nog een andere hamer. Dat is de miniatuurhamer die ik nu in mijn hand heb en die neem ik mee als aandenken aan u allen. Het ga u goed! Ik ga met u en met uw gasten een drankje drinken en iets eten in de Statenpassage.

(applaus)

Sluiting 18.10 uur

Naar boven