Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Dan zou nu aan de orde zijn de eindstemming over wetsvoorstel 30324, Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de invoering van een puntenstelsel rijbewijzen. De minister van Justitie heeft uitstel van deze stemmingen verzocht tot een nader te bepalen tijdstip. Ik stel voor, aan dat verzoek te voldoen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dit betekent dat wij als Kamer in deze samenstelling naar verwachting niet meer zullen stemmen.

Ik geef het woord aan mevrouw Kalsbeek tot het uitbrengen van het verslag namens de commissie voor het Onderzoek van de geloofsbrieven. Na het uitbrengen van het verslag zal de minister-president in ons midden zijn om het afscheid van de vertrekkende leden bij te wonen.

Mevrouw Kalsbeek:

voorzitter der commissie

Voorzitter. De naar ledental kleinste commissie van de Tweede Kamer heeft in de afgelopen dagen de taken verricht die haar zijn opgedragen. Die taken bestaan uit een aantal wettelijk voorgeschreven werkzaamheden. Allereerst bepaalt de commissie voor het Onderzoek van de geloofsbrieven of de personen die door het Centraal Stembureau verkozen verklaard zijn, ook daadwerkelijk als lid van de Tweede Kamer kunnen worden toegelaten. Daartoe onderzoekt de commissie of deze leden in spe:

  • - de Nederlandse nationaliteit bezitten;

  • - de wettelijk vereiste leeftijd hebben bereikt;

  • - geen onverenigbare functies bezitten (de incompatibiliteiten die de Grondwet en de Wet op de incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement noemen);

  • - niet uit het kiesrecht zijn ontzet.

Daarnaast onderzoekt de commissie het proces-verbaal dat in elk van de circa 10.000 stembureaus die Nederland telt, op de dag van de verkiezingen, 22 november jongstleden, is opgesteld over het ordelijk en rechtmatig verloop van de verkiezingen. Daarmee vervult de commissie een essentiële taak bij de bescherming van het vertrouwen dat alle burgers in onze democratie moeten kunnen stellen.

Ik zal eerst nader ingaan op het verloop van de verkiezingen zoals dat uit de processen-verbaal is gebleken en daarna op de toelating van de gekozen verklaarde personen.

De commissie dankt alle medewerkers van de Kamer die afgelopen vrijdag de feitelijke controle van de processen-verbaal hebben uitgevoerd. Omdat de Kamer tegenwoordig na de verkiezingen eerder bijeenkomt dan vroeger, moet deze omvangrijke controletaak in kortere tijd plaatsvinden. Gelukkig is dat dankzij de inzet van deze medewerkers ook ditmaal weer gelukt. Zij zijn daarbij zeer geholpen door de Hoofdstembureaus die alle bescheiden op die vrijdag, onmiddellijk na hun wettelijk verplichte zitting, prompt en overzichtelijk bij de Kamer hebben aangeleverd. Daarvoor komt ook aan hen zeer veel dank toe. Zonder hun medewerking zou de commissie haar controletaak niet goed en snel hebben kunnen verrichten.

Uit de controle is de commissie gebleken dat de verkiezingen volgens de regels zijn verlopen en dat er geen aanleiding bestaat te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde uitslag. Dit neemt niet weg dat er ook ditmaal weer vele grotere en kleinere onvolkomenheden zijn geconstateerd die onze en ieders alertheid vragen teneinde ze in de toekomst zo veel mogelijk te vermijden. De commissie heeft de overtuiging dat de nu geconstateerde onvolkomenheden de juistheid van de uitslag niet hebben kunnen aantasten.

Welke onvolkomenheden heeft de commissie genoteerd? De verzending van de oproepkaarten en stempassen blijkt in een aantal gemeenten een probleem en een aanleiding tot klachten te zijn: in grote steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Tilburg is deze klacht veelvuldig geuit maar ook in enkele kleinere gemeenten zoals Littenseradiel. Het blijft uiteraard een verantwoordelijkheid van de gemeente om hiermee zorgvuldig om te gaan. Een gemeente kan zich niet zonder meer aan haar verantwoordelijkheid onttrekken door de oorzaak bij een gebrekkige postbezorging te leggen. Een gemeente zou ruim bekend kunnen maken op welk moment de stempassen worden verstuurd zodat burgers actie kunnen ondernemen indien zij kort daarna nog geen stempas hebben ontvangen. Dit probleem is van meer gewicht in de 311 gemeenten die aan het SWS-experiment, dat wil zeggen "Stemmen in een Willekeurig Stembureau", hebben meegedaan dan in de gemeenten die daaraan niet hebben deelgenomen. In die laatste gemeenten kunnen kiezers immers ook op vertoon van een identiteitsbewijs alsnog aan de verkiezingen deelnemen.

Indien een kiezer om welke reden dan ook niet tijdig een stempas heeft ontvangen, dan kan hij of zij alsnog een stempas aanvragen. Daarvoor hanteren de gemeenten, zo blijkt, verschillende termijnen: in de ene gemeente kan tot op de dag voor de verkiezingen tot 17.00 uur een vervangende stempas worden aangevraagd, in andere gemeenten sluit die termijn al op de vrijdag vóór de verkiezingsdatum. Bij nationale verkiezingen is deze beleidsvrijheid voor de gemeenten naar de mening van de commissie ongewenst. Kiezers worden nu ongelijk behandeld, afhankelijk van de gemeente waar zij wonen. Belangrijker is nog dat nu niet zo gemakkelijk bekend kan worden gemaakt hoe men alsnog een stempas kan krijgen. Nu alle gemeenten die aan het SWS-experiment deelnemen, aan hun burgers een stempas geven in plaats van een oproepkaart, is naar de mening van veel kiezers de identificatie belangrijker geworden. De voorzitter van het stembureau kan verlangen dat een kiezer zich legitimeert, maar is daartoe niet verplicht. Veel kiezers hebben daarover hun verbazing uitgesproken. Ieder die een stempas "vindt" en naar geslacht en leeftijd met de geadresseerde overeen zou kunnen komen, kan zonder legitimatieplicht een stem uitbrengen. De oproepkaart biedt deze mogelijkheid uiteraard ook, maar omdat de stembureauleden in dat geval ook nog met een kiezersregister werken, wordt de drempel voor fraude hoger geacht.

Nu is de controle zeer oppervlakkig. Zo werd in Oudewater 5 abusievelijk een oproepkaart van een andere gemeente geaccepteerd. In stembureau Spijkenisse 21 meldde een journalist zich met de stempas van een andere persoon. De leden van het stembureau merkten deze persoonsverwisseling gelukkig op. In stemdistrict Maastricht 17 beantwoordde een kiezer de vraag van de voorzitter naar legitimatie met de wedervraag of de voorzitter van het stembureau zich wel kon legitimeren en of hij een bewijs van zijn benoeming kon tonen. Dat kon de voorzitter niet! De beide voorvallen tonen dat het gevaar van fraude niet moet worden overdreven. Vast staat wel dat niet iedereen hetzelfde denkt over een legitimatieplicht. Veel kiezers zeggen legitimatie wenselijk te vinden. Sommigen vinden dat nog zwaarder wegen indien er volmachtstemmen worden uitgebracht.

De registratie van kiezers in het buitenland levert nog altijd moeilijkheden en daardoor klachten op. Zo klagen enkele Nederlanders die zich in Noorwegen hebben gevestigd in hun woorden: "... dat de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank hen daar wél weten te vinden maar de Kiesraad niet." Nu beseft de commissie dat de Kiesraad op dit punt geen taak heeft en dus geen blaam treft, maar het probleem is er niet minder om. Nederlanders in het buitenland moeten zelf actie ondernemen door zich te laten registreren terwijl binnen Nederland elke burger automatisch zijn stempas of oproepkaart ontvangt. Bovendien ontstaan er ook na registratie nog problemen met de code om via het internet te stemmen. De verlegging van het initiatief naar de burger is kennelijk vreemd en roept telkens vragen op. Slechts 5% van de Nederlanders in het buitenland neemt deel aan de verkiezingen. De commissie doet graag een beroep op de minister voor BVK om dit reeds lang slepende probleem tot een oplossing te brengen, bijvoorbeeld door intensievere voorlichting bij uitschrijving uit de gemeentelijke basisadministratie wegens vestiging in het buitenland.

Ik kom te spreken over de stemlokalen en het op tijd beginnen. Een handvol klachten is opgetekend over het niet op tijd, dus om 7.30 uur, beginnen met de stemopneming omdat het gebouw niet open was. In Utrecht 94 moesten de leden van het stembureau zelfs eerst de deur forceren om toegang te krijgen tot het stemlokaal. Daar kon de stemming dus niet op tijd aanvangen. Zorgelijker zijn de gevallen waarin tegen 7.30 uur blijkt dat de stemmachine nog niet aanwezig is, zoals op station Den Haag Centraal, niet juist verzegeld is, zoals in stembureau 1 van Hof van Twente, of dienst weigert. Meestal is de vervangende machine wel binnen de voorgeschreven twintig minuten aanwezig, maar toch zullen er kiezers zijn die daar niet op kunnen wachten en dus hun stem verloren zien gaan. Ruim voor het openingstijdstip dienen de leden van het stembureau daarom te kunnen nagaan of alles in orde is zodat nog tijdig maatregelen kunnen worden genomen indien zich enig probleem voordoet.

Overigens ook aan het einde van de dag kunnen zich problemen voordoen. In stemdistrict Den Haag 112 weigerde de printer dienst waarop de leden van het stembureau de uitslag van het scherm van de stemmachine hebben afgelezen, hebben genoteerd en op een los vel bij het proces-verbaal hebben gevoegd. Problemen met de printer deden zich in Den Haag bij meer stembureaus voor, zoals daar ook het geval was bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2004.

Tot haar genoegen heeft de commissie menen te kunnen constateren dat het aantal klachten over de afstand tot de stembureaus, over de vindbaarheid en over de toegankelijkheid voor gehandicapten sterk is afgenomen. Hier en daar deed zich echter nog wel een enkel probleem voor. Ook de bediening van de stemmachine is soms voor gehandicapten nog moeilijk. Dit behoort dan ook onverminderd een punt van aandacht te blijven. Een opmerkelijk probleem deed zich voor in Amsterdam. Daar moest immers op het laatste moment worden besloten geen gebruik te maken van stemmachines, onder andere omdat het stemgeheim daarbij niet kon worden gegarandeerd. De stemhokjes, die daardoor weer moesten worden gebruikt, bleken echter van zulke slechte kwaliteit dat veel kiezers zich juist over dat punt beklaagden: in die stemhokjes kon het stemgeheim ook wel erg makkelijk worden geschonden.

De orde en rust in en om het stembureau is vrijwel nergens verstoord. Dat is goed nieuws omdat in het verleden stembureauleden zich geconfronteerd zagen met agressief gedrag van kiezers. Hoewel er ook nu wel uitzonderingen waren: in Rotterdam 441 moesten de leden van het stembureau zich een scheldkanonnade laten welgevallen en in Rotterdam 70 moest zelfs de politie even te hulp worden geroepen. In stembureau Tholen 6 kwam het tussen twee kiezers tot een felle woordenwisseling. Die is weliswaar met alle scheldwoorden in het proces-verbaal opgetekend, maar de relatie tot de verkiezingen ervan is niet duidelijk vermeld. Een opmerkelijke woordenwisseling van geheel ander niveau vond plaats in Amersfoort 15. Daar schoof de voorzitter van het stembureau een klacht van een kiezer dat de Kieswet in strijd zou zijn met de Grondwet terzijde met de opmerking dat wetten in Nederland niet aan de Grondwet getoetst mogen worden.

Bij het daadwerkelijk uitbrengen van de stem, deden zich in enkele stembureaus incidenten voor. Zo stemde in stembureau Nijmegen 42 een man ook voor zijn vrouw, die daartegen protesteerde. Het stembureau heeft daarop de vrouw ook nog de gelegenheid gegeven te stemmen. Eenzelfde incident deed zich voor in Boxtel 10, maar daar toonden de leden van het stembureau zich strikt in de leer. Zij gaven geen gelegenheid aan de vrouw om alsnog te stemmen. In Bloemendaal 8 hield het stembureau zich ook aan de wet, al was het daar de vrouw die voor haar man stemde. In Tilburg 17 draaide een 86-jarige kiezer zich om nadat hij zijn stem had uitgebracht, duwde de volgende kiezer voor wie de stemmachine reeds was vrijgegeven opzij en stemde nogmaals.

Zo zijn op naam van één kiezer soms twee stemmen uitgebracht. Maar dat is niet altijd het gevolg van een incident. Hierbij zien wij de enige serieuze fout die meer dan eens is begaan met stemmachines: een kiezer krijgt door het te vroeg vrijgeven van de stemmachine de gelegenheid meer dan een stem uit te brengen. Het gaat hier uiteraard om een fout van een lid van het stembureau. Natuurlijk moet de machine slechts zo vaak worden vrijgegeven als de kiezer mag stemmen: de eigen stem en maximaal twee volmachtstemmen. Deze fout komt meer dan eens voor: er is gemakkelijk een lijstje van meer dan twintig stembureaus op te stellen waar deze fout is gemaakt. De wet van de grote getallen maakt het overigens onwaarschijnlijk dat deze fout specifiek aan één partij ten goede zal zijn gekomen, zodat het niet waarschijnlijk is dat deze fout de uitslag zal hebben beïnvloed.

Diezelfde wet van de grote getallen moet de commissie te hulp roepen bij de beoordeling van de processen-verbaal. Daaruit blijkt bij elke verkiezing weer dat de vaardigheid van tellen en rekenen in veel gemeenten zwak ontwikkeld is. Het is verrassend hoeveel fouten gevonden worden in de processen-verbaal. Ze zijn vaak slordig, onoverzichtelijk, met veel doorhalingen en zogeheten verbeteringen ingevuld. Ook bij deze verkiezingen spant Amsterdam in dit opzicht weer de kroon, maar dat wil bepaald niet zeggen dat andere gemeenten foutloos werk hebben afgeleverd en tevreden achterover kunnen leunen. Het is een algemeen probleem dat mede zijn oorzaak vindt in de ouderwetse opzet van het formulier en in het feit dat het na een werkdag van circa 14 uur in haast moet worden ingevuld. De commissie geeft de minister voor BVK graag in overweging, het formulier van het proces-verbaal verder te uniformeren en de daarin gebezigde formuleringen eens tegen het licht te houden en ze te verduidelijken en te moderniseren. De gemeenten kunnen een bijdrage leveren door op dit punt de leden van de stembureaus nog beter te instrueren.

Tot slot: de betrouwbaarheid van de stemmachines. Meer dan 90% van de stemmen is bij deze verkiezingen machinaal geregistreerd en dus niet meer aan het papier toevertrouwd. En juist nu staat de betrouwbaarheid van de stemmachines ter discussie. De Kamer is hierover al in overleg met de minister voor BVK, die inmiddels onderzoek heeft toegezegd en voorafgaand aan deze verkiezingen vergaande maatregelen heeft genomen. De commissie voor het Onderzoek van de geloofsbrieven zal zich daarom beperken in haar opmerkingen op dit punt. Er heeft zich op de verkiezingsdag een aantal storingen voorgedaan bij de stemmachines, maar dat was geen groter aantal dan bij eerdere verkiezingen. De storingen zijn ook redelijk snel opgelost. Wat dat aangaat dus geen afwijkend beeld. De verzegeling van de machines heeft op een enkele plaats, die ik al heb genoemd, voor nieuwe problemen en vertraging gezorgd, maar ook dat is geen zwaar punt voor de commissie. Overigens blijkt niet uit elk proces-verbaal dat de verzegeling ook is gecontroleerd door het stembureau.

Wat de commissie wel buitengewoon is opgevallen met betrekking tot de stemmachines, is het aantal en de inhoud van de bezwaren die zijn ingebracht door de kiezers. Er zijn honderden bezwaren ingebracht en die bezwaren richten zich niet alleen en niet vooral op de mogelijke schending van het kiesgeheim en niet op de mogelijke manipulatie van het verkiezingsresultaat, maar vooral op de controleerbaarheid en de transparantie van het stemproces voor de burger. Zoals een kiezer in stembureau Leiden 31 het in zijn bezwaarschrift formuleerde: "Door het gebruik van stemmachines is kontroleerbaarheid vervangen door vertrouwen." De mogelijkheid tot controle voor alle burgers is ingeruild voor vertrouwen in "de autoriteiten" en enkele deskundigen. De commissie gaat ervan uit dat de principiële vraag of wij dát willen, in het overleg dat inmiddels tussen de minister van BVK en de Tweede Kamer loopt, zal worden beantwoord.

De commissie heeft er geen enkele aanwijzing voor gevonden dat bij deze verkiezingen met een of meer stemmachines onrechtmatig zou zijn gehandeld. Ook van foute tellingen, waarbij de oorzaak in de stemmachine zou moeten worden gezocht, is geen begin van aanwijzing gevonden. Waar iets fout ging – een aantal gevallen heb ik zojuist al genoemd – was de menselijke factor verantwoordelijk en niet de machine.

De minister voor BVK heeft de commissie op maandag 27 november schriftelijk vertrouwelijk ingelicht over de resultaten van de nacontrole bij 1023 van de 8800 gebruikte stemmachines. De minister stelt prijs op vertrouwelijkheid om de betrouwbaarheid van de huidige stemmachines op dit moment zo goed mogelijk te waarborgen. De commissie voor het Onderzoek van de geloofsbrieven laat het aan de vaste commissie voor BZK over om te oordelen over de noodzaak van deze vertrouwelijkheid. Tot de nacontrole was besloten in het overleg dat de minister met de vaste commissie voor BZK eind oktober heeft gevoerd over het gebruik van de stemmachines. Bij 1018 machines zijn zonder meer geen afwijkingen gevonden. Vijf machines gaven aanleiding tot extra controle, maar ook daarbij zijn er uiteindelijk geen afwijkingen gevonden.

Tijdens de zitting van het Centraal Stembureau waarbij de definitieve uitslag bekend is gemaakt, is nog een aantal bezwaren ingebracht. Die bezwaren betreffen ofwel aangelegenheden die naar hun omvang de juistheid van de vastgestelde uitslag niet zouden kunnen aantasten ofwel aangelegenheden die, zoals ik al heb aangegeven, reeds onderwerp van overleg tussen de Kamer en het kabinet zijn: het gebruik van de stemcomputer en het gebruik van de stempas en als gevolg daarvan de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van de uitslag van deze verkiezingen. De commissie wacht de uitslag van de juridische procedures die lopen bij de Raad van State af. De bezwaren hebben immers geen opschortende werking. Verder schaart de commissie zich achter de reactie die het Centraal Stembureau in het proces-verbaal op de ingebrachte bezwaren heeft gegeven.

Overigens wil de commissie vanaf deze plaats graag haar dank uitspreken aan allen die het verloop van deze verkiezingen kritisch hebben gevolgd. Deze dank is geen loze frase. Hun opmerkingen worden ter harte genomen en de commissie vertrouwt erop dat hun kritiek ernstig zal worden genomen in het overleg tussen Kamer en kabinet.

Mijnheer de Voorzitter. Samenvattend kan de commissie concluderen dat de geringe onregelmatigheden waarover ik heb gesproken de uitslag van de verkiezingen niet zouden hebben kunnen wijzigen en dat er geen reden bestaat om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde uitslag.

De commissie heeft vanuit deze overtuiging over de toelating van 148 leden kunnen beraadslagen. Daartoe zijn 148 geloofsbrieven in handen van de commissie gesteld.

Verder is in handen van de commissie gesteld het proces-verbaal van 27 november 2006 van de zitting van die dag van het Centraal Stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal tot het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen van de leden der Kamer ingevolge de stemming gehouden op woensdag 22 november 2006.

Uit de omstandigheid dat een aantal benoemd verklaarden reeds lid van de Kamer is, blijkt dat zij de vereiste leeftijd hebben bereikt, terwijl dit uit de stukken, gevoegd bij de geloofsbrieven van de overige benoemden, eveneens blijkt. Voorts blijkt uit de verklaringen van de benoemden dat zij geen betrekkingen bekleden die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap der Kamer, terwijl aan de commissie ten aanzien van geen enkele benoemde enige omstandigheid is gebleken waardoor hun Nederlanderschap in twijfel zou moeten worden getrokken.

Voorts is bij geen der benoemden gebleken van enige omstandigheid ten gevolge waarvan zij op grond van artikel 54 van de Grondwet uit de verkiesbaarheid ontzet zouden zijn.

De commissie stelt derhalve voor, als lid der Kamer toe te laten, nadat zij de eed respectievelijk de verklaring en de beloften hebben afgelegd: R.T.G. Abel te Schiedam, M. Agema te Assendelft, N. Albayrak te Rotterdam, Ch.B. Aptroot te Wassenaar, J.J. Atsma te Surhuisterveen, N. Azough te Amsterdam, J.C. van Baalen te 's-Gravenhage, J.P. Balkenende te Capelle a/d IJssel, W.I.I. van Beek te Maarheeze, M. Besselink te Groningen, J.J.G.M. Biskop te Roosendaal, P.J.M.G. Blanksma-van den Heuvel te Eindhoven, S.A. Blok te Den Haag, L. Blom te Sint-Annaland, B.J. van Bochove te Lelystad, A.J. Boekestijn te Leiden, H. van Bommel te Diemen, W.J. Bos te Amsterdam, M. Bosma te Amsterdam, S. Bouchibti te Amsterdam, L.T. Bouwmeester te Almere, H. Brinkman te Middenbeemster, J.H. ten Broeke te Haaksbergen, B.I. van der Burg te Bergschenhoek, M. Bussemaker te Amsterdam, W.G.J.M. van de Camp te Den Haag, C. Çörüz te Haarlem, E.A. Cramer te Zeewolde, F.J.M. Crone te Heemstede, M.H.P. van Dam te Utrecht, G.C.F.M. Depla te Utrecht, I. Dezentjé Hamming te Numansdorp, A.P.C. van Dijck te Venlo, J.J. van Dijk te Culemborg, J.J. van Dijk te Amsterdam, S.A.M. Dijksma te Enschede, J.R.V.A. Dijsselbloem te Wageningen, J.P.H. Donner te Den Haag, A.J.W. Duyvendak te Amsterdam, A.M.C. Eijsink te Den Haag, K.G. Ferrier te Leusden, S.R. Fritsma te Den Haag, P.L.B.A. van Geel te Helmond, C.E.G. van Gennip te Amsterdam, W. van Gent te Groningen, A.M.V. Gerkens te Haarlem, H.P.J. van Gerven te Oss, S.M.J.G. Gesthuizen te Haarlem, L.R. van Gijlswijk te Groningen, C.D.M. Gill'ard te Rotterdam, D.J.G. Graus te Heerlen, L.J. Griffith te Amsterdam, S. van Haersma Buma te Voorburg, F. Halsema te Amsterdam, B. van der Ham te Amsterdam, M.I. Hamer te Maassluis, M.C. Haverkamp te Nederhorst den Berg, A.J.M. Heerts te Apeldoorn, J.W.M.M.J. Hessels te Montfort, R.A.C. van Heugten te Helmond, Y.J. van Hijum te Zwolle, M.J.A. van der Hoeven te Maastricht, J. ten Hoopen te Zoetermeer, J.C. Huizinga-Heringa te Heerenveen, E. Irrgang te Amsterdam, L. Jacobi te Jirnsum, H. Jager te Appingedam, P.F.C. Jansen te Utrecht, F. Joldersma te Tilburg, P. Kalma te Amsterdam, H.G.J. Kamp te Zutphen, A.C. Kant te Doesburg, S. Karabulut te Amsterdam, C. van der Knaap te Rotterdam, A.G. Koenders te Amsterdam, G.P.J. Koopmans te Velden, A.J. Koppejan te Zoutelande, J.T.H.M. Kortenhorst te Wassenaar, R.W.F. Kortenhorst te Joure, F. Koşer Kaya te Den Haag, P. de Krom te Leidschendam, A.H. Kuiken te Breda, M.C. Langkamp te Den Haag, J.A.W.J. Leerdam te Amsterdam, H. van Leeuwen te Leidschendam, R.M. Leijten te Haarlem, P.P.E. Lempens te Weert, A.P.M. Luijben te Walsoorden, B. Madlener te Rotterdam, J.G.C.A. Marijnissen te Oss, J.J. Mastwijk te Hoogeveen, A. van Miltenburg te Zaltbommel, H. Neppérus te Voorschoten, F. de Nerée tot Babberich te Leefdaal, België, A. Nicolaï te Amstelveen, P.H. Omtzigt te Hengelo (Ov), H.J. Ormel te Hengelo (Gld), C.A. Ortega-Martijn te Rotterdam, E. Ouwehand te Valkenburg, M.L. de Pater-van der Meer te Zutphen, A. Pechtold te Wageningen, M. Peters te Utrecht, R.J.L. Poppe te Vlaardingen, A.A.G.M. van Raak te Amsterdam, J.W. Remkes te Groningen, C.W.J.M. Roefs te Bergen (L), E.G.M. Roemer te Sambeek, N. de Rooij te Tilburg, R. de Roon te Almere, A. Rouvoet te Woerden, M. Rutte te Den Haag, D.M. Samsom te Leiden, J.P. Schermers te Bunnik, J. Schinkelshoek te Den Haag, E.I. Schippers te Baarn, J.M.G. Schreijer-Pierik te Hengevelde, A. Slob te Zwolle, P.E. Smeets te Sittard, J.F. Snijder-Hazelhoff te Wagenborgen, J.L. Spekman te Utrecht, J.W.E. Spies te Alphen aan de Rijn, C.G. van der Staaij te Benthuizen, W.R.C. Sterk te Houten, F. Teeven te Diemen, M.L. Thieme te Maarssen, J. Tichelaar te Oranjewoud, F.C.G.M. Timmermans te Heerlen, P. Ulenbelt te Leiden, E. van der Veen te Nieuwegein, K. van Velzen te Den Haag, C.C.M. Vendrik te Hensbroek, G.A. Verbeet te Amsterdam, G. Verburg te Woerden, M.C.F. Verdonk te Nootdorp, M.J.M. Verhagen te Voorburg, R. Vermeij te Den Haag, B.J. van der Vlies te Maartensdijk, J.S. Voordewind te Amsterdam, J.M. de Vries te Goudriaan, N.J. van Vroonhoven-Kok te Den Haag, H.E. Waalkens te Finsterwolde, F.H.H. Weekers te Weert, J.G. Wijn te Amsterdam, G. Wilders te Den Haag, J.M.A.M. de Wit te Heerlen, A.G. Wolbert te Annen, A. Wolfsen te Amsterdam en H. Zijlstra te Utrecht.

De commissie stelt de Kamer voor, om een afdruk van haar rapport aan de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijkrelaties toe te zenden, met het verzoek aan het daarin vermelde aandacht te besteden.

De voorzitter:

Ik dank – een dank die zoals uit de reacties van de leden blijkt door iedereen wordt gedeeld – de commissie, haar voorzitter in het bijzonder en de medewerkers van de commissie voor het verslag en voor het zeer vele werk dat in korte tijd is verzet om tot dit verslag te kunnen komen.

Ik stel voor, overeenkomstig de voorstellen van de commissie te besluiten en het volledige rapport als Kamerstuk te laten afdrukken.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De beëdiging van de leden van de nieuw samengestelde Kamer zal morgen plaatsvinden.

Naar boven