Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 22, item 6

6 Belediging van staatshoofden en andere publieke personen en instellingen

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • - het Voorstel van wet van het lid Verhoeven tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafrecht BES teneinde enkele bijzondere bepalingen inzake belediging van staatshoofden en andere publieke personen en instellingen te doen vervallen ( 34456 ).

(Zie vergadering van 12 maart 2019.)

De beraadslaging wordt heropend.

De voorzitter:

Ga uw gang, mevrouw Bikker.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Voorzitter. In de motie die nu nog voorligt, staat dat we de beraadslagingen zouden moeten opschorten of iets van dien aard, maar de beraadslagingen waren gesloten. Ik heb derhalve een technische aanpassing in deze motie, zodat deze motie uitspreekt om de indiener te verzoeken de andere landen in het Koninkrijk om hun zienswijze te vragen. De motie spreekt dan uit dat het wenselijk is dat deze Kamer de stemming aanhoudt tot een rapportage over die zienswijze is ontvangen. Dat is de strekking van de motie.

In de tussentijd heeft onze commissie op verzoek van het lid Schouwenaar nog een overzicht ontvangen van de verschillende strafmaten in het Koninkrijk. Ik denk dat dit een onderstreping is van de argumentatie die in deze motie verwoord is.

De voorzitter:

De motie-Bikker c.s. (34456, letter I) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat volgens artikel 39, lid 2 van het Statuut voor het Koninkrijk de andere landen in het Koninkrijk in de gelegenheid moeten worden gesteld om hun zienswijzen in te dienen als een voorstel tot ingrijpende wijziging van de bestaande wetgeving wordt ingediend;

overwegende dat de andere landen binnen het Koninkrijk, te weten Curaçao, Aruba en Sint-Maarten, niet zijn geconsulteerd en hun zienswijze met betrekking tot het initiatiefvoorstel-Verhoeven nog niet hebben gegeven;

overwegende dat vanuit een land uit het Koninkrijk, Sint-Maarten, het bericht is ontvangen dat dit wetsvoorstel als een ingrijpende wijziging wordt gezien en dat het land graag een zienswijze zou geven;

verzoekt de initiatiefnemer de andere landen binnen het Koninkrijk te vragen hun zienswijzen in te dienen en de Kamer over de uitkomsten te rapporteren;

spreekt uit dat het wenselijk is dat de Kamer de stemming over het wetsvoorstel aanhoudt in afwachting van de gevraagde rapportage,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter K, was letter I (34456).

Ik kijk even naar de regeringstafel. Is er behoefte aan een korte reactie? Mij blijkt dat dit niet het geval is. Goed, dan brengen we deze gewijzigde motie in stemming.

U komt nog even terug, mevrouw Bikker?

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):

Ik ben iets vergeten, voorzitter. Dank voor uw genade. Ik zou u willen vragen om de motie voorafgaand aan het wetsvoorstel in stemming te brengen.

De voorzitter:

Dat verzoek had ons reeds bereikt, maar het is goed dat u het nog even zegt.

Ik vraag eerst nog even of misschien nog iemand anders het woord zou willen voeren in derde termijn. Mij blijkt dat dit niet het geval is.

De heer Verhoeven heeft laten weten dat hij ook geen behoefte heeft aan een reactie in derde termijn. Heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nog behoefte aan een reactie in derde termijn? Dat is niet het geval.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We gaan over tot besluitvorming, waarbij we ook in overweging nemen het verzoek van mevrouw Bikker om haar gewijzigde motie (34456, letter K) in stemming te brengen vóór de stemming over het wetsvoorstel. Kan de Kamer daarmee instemmen? Dat blijkt het geval te zijn.