Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 34, item 6

6 Wijziging Aanbestedingswet 2012

Aan de orde is de behandeling van: 

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Aanbestedingswet 2012 in verband met de implementatie van aanbestedingsrichtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU ( 34329 ).

De beraadslaging wordt geopend. 

De heer Dercksen (PVV):

Voorzitter. In mijn maidenspeech heb ik al gezegd dat ik het niet erg zou vinden om geïnterrumpeerd te worden, maar intussen moet ik mensen echt naar de microfoon slepen om hier een debat los te krijgen. Laten we dat ook eens proberen bij de aanbestedingsrichtijn. 

Om maar met de deur in huis te vallen: deze aanbestedingsrichtlijn, dit dwangbevel uit Brussel waar Nederland op onderdelen nog een beetje aan mocht sleutelen, is niet in het belang van Nederland. Het stemgedrag van de PVV-fractie laat zich dus raden. Telkens als de minister komt met regelgeving die slecht is voor Nederland, zal ik hem vragen om daarover in dit huis verantwoording af te leggen, ook als ik hier weer alleen sta. Eerlijk is eerlijk, ook het kabinet was op tal van onderdelen van mening dat onze regelgeving beter was of dat deze richtlijn voor Nederland beter zou kunnen. Maar ja, EU. We hadden het er al over: daar hebben we niet zo veel in de melk te brokkelen, we mogen slechts betalen. 

De Europese Commissie onderhandelt namens de lidstaten binnen Agreement on Government Procurement en als de Europese Commissie voor Nederland onderhandelt, kan dat natuurlijk alleen maar leiden tot teleurstellingen voor Nederland en voor ons mkb, onze enige echte banenmotor. De drempels waarboven moet worden aanbesteed, mochten bijvoorbeeld niet worden verhoogd. Dat is slecht voor Nederland, slecht voor onze werkgelegenheid en slecht voor onze welvaart. 

De PVV is, zoals bekend, een partij die groot voorstander is van handel drijven met het buitenland. Het aandeel handel met landen buiten de EU groeit overigens stevig en consequent. Velen, onder wie ikzelf, doen zaken binnen de EU en buiten de EU, binnen de eurozone en buiten de eurozone. Ondernemers laten zich immers niet hinderen door landsgrenzen of valutagrenzen. Managers laten zich hinderen door grenzen, managers van multinationals die miljoenen te besteden te hebben om in Brussel te lobbyen om de regelgeving te sturen daar waar zij de werkgelegenheid volledig hebben geoutsourcet, verplaatst, naar Azië. Die managers laten liever politici hun werk doen. 

De minister zei met gepaste trots dat Nederland op de vijfde plaats staat op de lijst van minst corrupte landen. Dat is mooi. Toch ging het echter fors mis bij een aantal aanbestedingen: met Pon bij de politie, met Ordina in Limburg en bij de NS. De voorbeelden zijn bekend. Hoe moet dat dan gaan in landen die niet op 5 staan op die lijst van niet-corrupte landen, maar bijvoorbeeld op nummer 61, Italië, of 69, Bulgarije? Denkt de minister nu serieus dat Nederlandse of andere buitenlandse ondernemers daar dezelfde kans hebben om een aanbesteding gegund te krijgen als de lokale ondernemers in Italië of Bulgarije? 

In het schriftelijk overleg noemde de PVV-fractie het voorbeeld van de CEO van Boskalis, die ten tijde van de berging van de Costa Concordia zei dat alleen in Nederland Europees wordt aanbesteed. Dat was niet vanwege dat ene voorval, zoals de minister suggereert in zijn beantwoording, maar vanwege een breed gedragen gevoel dat Nederlandse ondernemers in bepaalde delen van de EU op voorhand kansloos zijn als er lokale concurrentie is en dat alleen in Nederland de Aanbestedingswet letterlijk wordt uitgevoerd. 

In het schriftelijk overleg met de minister kwamen ook de keurmerken die de aanbestedende diensten kunnen voorschrijven ter sprake. Er zijn talrijke keurmerken, maar wat is de meerwaarde ervan? FSC, een houtkeurmerk, wast Amazonehout wit en tal van Amerikaanse universiteiten onderzochten bijvoorbeeld het fairtradekeurmerk van koffie. Daarover is ook in de Tweede Kamer gesproken. Deze onderzoeken tonen aan dat de werknemers, de koffiebonenplukkers, helemaal niets hebben aan al die keurmerken. De grootgrondbezitter heeft er wat aan, want die krijgt een hogere prijs. Een andere groep die profiteert van de keurmerkenbonanza zijn de bedenkers van die keurmerken die hun schuldgevoel van zich af proberen te schudden op de stoelen van de businessclass. Ik wil maar zeggen: van al die transparante, open procedures van keurmerken komt niets terecht. Actal stelde al eens vast dat duurzaam inkopen eigenlijk alleen maar duur is en dat het milieu er niets mee opschiet. Het gebruik van die keurmerken vloeit voort uit de aanbestedingsrichtlijn. Wordt het niet eens tijd om een bijl te zetten in dit duurzame woud van nietszeggende keurmerken? Wil de minister daar geen grip op krijgen? Uiteindelijk maakt het de Nederlandse samenleving immers armer door hogere prijzen. Of neemt de minister dat voor lief? De secundaire doelen van deze richtlijn, duurzaamheid en efficiency, worden hiermee in ieder geval niet gehaald. 

Dan kom ik tot het gebruik van EMVI. Bij werken heeft dat geleid tot een excessieve stijging van de offertekosten van maar liefst 64%, zo bleek uit kwalitatief onderzoek. Door de Europese aanbestedingen worden onze wegen nu aangelegd door Spanjaarden voor €6 netto per uur, terwijl de Nederlanders aan de kant staan. Hoeveel EU-zegeningen wilt u hebben? EMVI heeft bij werken dus geleid tot een enorme stijging van de offertekosten. Aangezien ondernemers geen filantropische instellingen zijn, zullen ze die hogere kosten uiteindelijk toch gaan doorberekenen. Dat zal zich vertalen in hogere offertes, hogere prijzen en duurder werk. Heeft de minister hierop zicht? Is dat te kwantificeren? 

Vele partijen hebben ook aandacht gevraagd voor het onnodig clusteren. Dat is wat ons betreft ook terecht, want het mkb heeft daar last van. De minister zal bij aanbestedende diensten aandacht vragen voor dit onderwerp, zo zegde hij ons toe. Dat is mooi, maar als ondernemers zich willen verweren tegen dit onnodige clusteren, moeten ze zich wenden tot de rechter, als ik het goed gelezen heb. Ondernemers moeten zich dan verweren tegen overheden die dat doen met dure juristen die door de belastingbetaler worden betaald. Is dat nu niet laagdrempeliger te organiseren, net zoals bij andere thema's binnen de Aanbestedingswet? De minister stelt ook dat de clusterverbodbepalingen juist zijn, maar dat het schort aan de toepassing van die bepalingen. Helaas laat de minister het daarbij. Hoe gaat hij ervoor zorgen dat die clusterverbodbepalingen wel goed worden toegepast? 

De PVV ziet grote problemen met en bij inbesteden. Daar lijkt nagenoeg geen zicht en al helemaal geen sturing op vanuit de Aanbestedingswet, terwijl de overheidsopdrachten, Europees gezien, intussen 20% van het bnp bepalen. Meer en meer overheidsdienaren achten zichzelf ondernemer in loondienst. Ze mogen jachthavens exploiteren en de afvalverwerking op zich nemen, om maar twee lokale voorbeelden te noemen. Maar het gebeurt ook op rijksniveau: minister Hennis is haar eigen cateringbedrijf begonnen bij Defensie en minister Bussemaker laat de digitalisering van het Nationaal Archief door ambtenaren uitvoeren zonder aan te tonen of dat financieel of kwalitatief, of het liefst beide, wel de juiste keuze is. Dat is ondernemertje spelen zonder concurrentie. Het is pure willekeur waarmee de overheid het bedrijfsleven onterecht buitenspel zet. Ondernemers zijn overgeleverd aan de grilligheid van politici. Die laatste zinnen komen van mevrouw Manunza, hoogleraar Internationaal en Europees aanbestedingsrecht aan de Universiteit van Utrecht. Wat gaat de minister daaraan doen? Ik weet dat er aan de overkant initiatieven en evaluaties zijn. Dit soort thema's komt echter niet zo vaak in de Eerste Kamer voorbij. Ik hoor dus graag hier wat de minister daaraan wil doen. Hoe voorkomen we dat de kosten, die uiteindelijk toch door de belastingbetaler worden betaald, niet onbeheersbaar worden? 

In de beantwoording heeft de minister al gezegd dat hij uitgaat van rationale overwegingen en politieke controle. Maar die politieke controle staat rationale overwegingen juist meestal in de weg. Daar waar ondernemers tegen elkaar moeten opbieden en zich aan de regels en voorwaarden moeten houden, kunnen overheden doen waar ze zin in hebben. Dat zouden wij graag anders zien. Hoe zit de minister in deze wedstrijd? Wat ons betreft zouden die inbestedende overheden en diensten moeten aantonen dat ze de meest verantwoorde oplossing bieden. 

Ook gebeurt het dat aanbestedingen worden teruggetrokken terwijl marktpartijen forse kosten hebben gemaakt. De minister vindt het redelijk dat die kosten worden vergoed. Dat is mooi. Maar is dat geregeld? Zo niet, wil de minister dat dan regelen, ook om te voorkomen dat aanbestedende partijen hier al te lichtzinnig mee omgaan? 

De aanbestedingsrichtlijn maakt het mogelijk dat aanbestedende diensten, al dan niet gezamenlijk, een lijst bijhouden van ondernemers die tekortschieten in de uitvoering van de opdracht. Er is echter geen Europese verplichting. Zo kan het zijn dat malafide ondernemers uit landen die het met corruptie niet zo nauw nemen, niet op lijstjes verschijnen en vrijelijk kunnen meedingen naar Nederlandse opdrachten, terwijl dat andersom niet kan. Welke landen houden die lijstjes bij en welke niet? Dit zou het level playing field waarnaar wij streven natuurlijk dwars kunnen zitten. Het ligt dan ook voor de hand dat dit slecht voor Nederland zou kunnen zijn. 

Ik ben door mijn tijd heen. Ik zie de reactie van de minister tegemoet. 

Minister Kamp:

Voorzitter. Als de heer Dercksen van mij een overzicht of een lijst wil hebben van landen die bepaalde dingen wel of niet bijhouden, is een plenair debat daarvoor niet de beste gelegenheid. Ik kan die dingen niet uit mijn mouw schudden. Een dergelijke vraag bij de schriftelijke inbreng kan ik uitzoeken en beantwoorden, maar bij een plenair debat is mij dat helaas niet mogelijk. 

De heer Dercksen sprak over het feit dat Nederland op de vijfde plek op de lijst van landen met de minste corruptie staat. Ik hoop dat hij daar net zo blij mee is als ik. Er zijn ongeveer 200 landen in de wereld. Als je dan bij de vijf landen hoort met de minste corruptie, ben je een heel eind gekomen. Ons land heeft ook een heel concurrerende economie. Daarvan worden internationaal twee lijsten bijgehouden. Het afgelopen jaar zijn we op de ene lijst gestegen van plek dertien naar plek acht, en op de andere van plek acht naar plek vijf. Behalve een land met weinig corruptie, heeft Nederland dus ook een zeer concurrerende economie. Dat hebben we in Nederland met elkaar, met name de ondernemers en de werknemers bij die ondernemingen, voor elkaar gekregen. Nederlandse bedrijven zijn ook zeer goed in staat om te concurreren op de wereldmarkt. Ze hebben producten en diensten te bieden die goed op de wereldmarkt liggen en met een goede prijs. Bovendien worden ze met een goede service geleverd. Vandaar dat onze export ieder jaar weer stijgt. Ook nu is er sprake van een stijging van de export met 5% op jaarbasis. Dat is een hoog percentage. Bovendien zijn de investeringen in dezelfde periode met zo'n 10% gestegen. Dat geeft ook voor de toekomst goede hoop. Nederland is echt een internationaal ingesteld land en heeft er belang bij dat de mogelijkheden op de wereldmarkt zo fair en zo gelijk mogelijk zijn voor iedereen. Op basis van de kwaliteit van onze ondernemers en de producten en diensten die ze leveren, kunnen we zaken doen in andere landen. Wij hebben er veel belang bij dat de Europese Commissie ervoor zorgt dat er in de Europese Unie, waar 80% van onze export naartoe gaat, zo veel mogelijk gelijke regels gelden. Naarmate dat lukt, wordt het gemakkelijker voor onze ondernemers. Zij kunnen daar niet zelf voor zorgen, zij hebben daar Europa voor nodig. Ik had gehoopt dat hetzelfde enthousiasme dat de heer Dercksen heeft voor Eurostat, zou gelden voor dit onderwerp. Maar dat is nog niet het geval. De ondernemers hebben er dus groot belang bij dat de Europese aanbestedingsregels er zijn en dat de lidstaten van de EU zich daaraan houden. Je zorgt dat de regels er zijn en je spreekt als Commissie de landen daarop aan. Waar het niet goed gaat, moet dat beter. Alles wat daar gebeurt, is een beweging ten goede die in het belang is van onze ondernemers en daarmee in het belang van welvaart en werkgelegenheid in ons land. Natuurlijk doen zich in bepaalde landen nog problemen voor. Ik ben heel blij dat wij daar niet machteloos naar hoeven te kijken en dat we als Nederland niet een-op-een met zo'n land moeten proberen tot iets te komen, maar dat daarvoor Europese regels zijn, waarop de Commissie die landen vervolgens aanspreekt. 

Ik begrijp dat de heer Dercksen een grote belangstelling aan de dag legt voor keurmerken. Hij spreekt over de keurmerkenbonanza, waarbij de bedenkers daarvan — hij doelt daarbij kennelijk op politici en ambtenaren — de schuld van zich af proberen te schudden in de businessclass. Dat is het niveau waarop ik moet reageren. Ik weet niet goed wat ik daarmee moet. Door keurmerken ben je niet alleen afhankelijk van regels van de overheid, maar daarmee geef je ook ondernemers de kans om met zelfregulering dingen voor elkaar te krijgen. In de sector van de uitzendbureaus spreekt men boven op allerlei wettelijke regels met elkaar kwaliteitsnormen af, waaraan men zich wil houden en waarop men elkaar wil aanspreken. Daar wordt een keurmerk aan gekoppeld. Natuurlijk gaat dat niet altijd goed en natuurlijk is het niet altijd optimaal en moeten er dingen veranderd worden, maar het is een heel nuttige uiting van de wens om zo veel mogelijk zelf in een sector te regelen. Het kader waarbinnen dat mag worden geregeld, wordt door de mededingingsbepalingen op nationaal en Europees niveau bepaald. Ik denk dat keurmerken daaraan een heel goede bijdrage kunnen leveren. 

De heer Dercksen zegt dat er een enorme stijging is in de kosten. Hij haalt de EMVI erbij en laat daarover de suggestie hangen dat er sprake zou zijn van een kostenstijging als gevolg van de Europese aanbestedingsregels. Maar ik neem toch aan dat hij, toen hij het dossier bestudeerde, heeft gezien dat uit de evaluatie blijkt dat als gevolg van de nu drie jaar oud zijnde Aanbestedingswet — die wet is de vertaling van de Europese regels die toen tot stand zijn gekomen — een kostenbesparing van 184 miljoen is bereikt. Misschien nog een keer, voor de heer Dercksen: 184 miljoen kostenbesparing. Op grond van deze regels kan een Nederlandse ondernemer, als hij ergens aan een aanbesteding mee wil doen, op internet een gratis overzicht krijgen van alle aanbestedingen in Nederland waaraan hij mee kan doen. Die Nederlandse ondernemer is bovendien in Europa beschermd door de Europese regels die voor alle landen gelden. Houdt een land zich daar niet aan, dan kan dat land daarop door de Commissie worden aangesproken, waardoor het benadeelde land zijn recht kan halen. Zo verbetert de situatie ook in die andere landen steeds verder. We besparen hiermee dus enorm op de kosten en maken de situatie voor de ondernemers veel beter. 

De heer Dercksen (PVV):

Die enorme stijging van kosten bij de EMVI treedt op bij het onderdeel werken. Daar is een kwalitatief onderzoek naar gedaan. De rest van het dossier heb ik ook gelezen. Natuurlijk zijn er besparingen uitgekomen. Daarnaast hebben wij het idee dat bij meedoen aan een inschrijving in Bulgarije de kans niet erg groot is dat je die opdracht ook krijgt. De minister is daar wat hoopvoller over. Maar ik heb met name gewezen op de stijging van de kosten — daarover is een kwalitatief rapport uitgebracht — van 46% bij werken. Dat zijn heel belangrijke onderdelen, want die gaan met name over onze infrastructuur. 

Minister Kamp:

Uit de evaluatie blijkt dat de optelsom van alles wat we met de nog steeds vrij recente Aanbestedingswet, zijnde een invulling van de Europese richtlijnen, hebben gedaan, voor de ondernemers en de aanbestedende diensten per saldo tot een kostenbesparing van 184 miljoen heeft geleid. 

Met internet bedoel ik het volgende. In Nederland is geregeld dat alle aanbestedingen van alle overheden volgens een bepaald model toegankelijk op internet worden gepubliceerd. Ondernemers hoeven niet meer in het hele land allerlei advertenties te volgen voor werken waaraan ze mee zouden kunnen doen. Ze kunnen op ieder gewenst moment achter hun bureau kijken waaraan ze mee willen doen. Wat Bulgarije betreft: zonder Europa was er in Bulgarije helemaal niets te regelen voor de Nederlandse ondernemers. Nu is er vanwege de aanbestedingsregels die voor Nederland en ook voor Bulgarije gelden een proces ten goede gaande. Als daar achterstanden zijn, wordt voor ons vanuit Europa opgetreden. Als ondernemers daar met misstanden worden geconfronteerd, kunnen ze dat melden, waarna daartegen opgetreden kan worden. We zetten in Nederland dus eigenlijk alles op internet, waarmee we zeer ondersteunend richting ondernemers bezig zijn. Zo wordt dat ook door de ondernemers gewaardeerd. Zij vinden dit een goede manier van werken. Onze invulling van de aangepaste richtlijnen vinden zij eveneens goed. 

De heer Dercksen (PVV):

De minister heeft het niet zo op PVV-vocabulaire; dat mag. Maar ik wil dan toch nog eens die uitspraak van de CEO van Boskalis noemen. Hij zei letterlijk op tv, nota bene voor een gniffelend publiek: Nederland is het enige land waar Europees wordt aanbesteed. Daarbij zegt hij niet dat hij een klus van de Costa Concordia heeft verloren; hij zegt dat er maar een land is waar echt Europees wordt aanbesteed, internet of niet, en dat is Nederland. 

Minister Kamp:

De Europese aanbestedingsregels gelden voor alle landen in Europa. Op de uitvoering en naleving van die regels wordt toegezien door de Commissie. Ook als in de praktijk blijkt dat er iets mis is, heb je als ondernemer de mogelijkheden om daartegen op te komen. Was dat allemaal niet zo, dan had de ondernemer met lege handen gestaan. Nu is dat niet het geval. Als we in Europa afspraken maken en wij als Nederland hebben daar heel veel belang bij, is het vanzelfsprekend dat wij daarbij het goede voorbeeld geven en bijdragen aan dat initiatief vanuit Europa om dat een succes te laten worden. Zo'n initiatief van de Commissie is niet iets vaags vanuit Brussel, de Commissie bestaat uit vertegenwoordigers van alle lidstaten in Europa. Dat initiatief is gesteund door de Europese Raad, waarin alle lidstaten van de EU zijn vertegenwoordigd, en vervolgens heeft ook het Parlement daarmee ingestemd. Dat betekent dus dat er een breed draagvlak is voor het Europese beleid. Dat is de beste basis om ervoor te zorgen dat het beleid werkelijkheid wordt. 

Ik heb gesproken over de keurmerken en de kosten. Over het clusteren heb ik inderdaad een lange discussie gevoerd met de Tweede Kamer. Wij zijn bezig met de uitvoeringspraktijk, door daar een aparte benadering per regio op te zetten. Ik realiseer mij heel goed dat je, als je regels hebt, er nog niet bent. Je moet er ook voor zorgen dat al die regels op een praktische manier worden toegepast. Wij hebben daarom een aparte organisatie opgezet, onder leiding van de heer Huizing, die ervoor zorgt dat in iedere regio tussen overheden en ondernemers wordt bekeken wat de regels zijn, wat de toepassing in de praktijk is, wat er beter kan en hoe dat kan worden bereikt. Dat lukt ook, omdat ondernemers en overheden daar belang bij hebben. Overheden hebben er belang bij dat ze voor een goede prijs goede producten en diensten geleverd krijgen, ondernemers hebben er belang bij dat ze bij al die overheden kansen krijgen en dat ze op basis van een goede prijs-kwaliteitsverhouding kunnen winnen. Aanvullend op bestaande regels hebben we georganiseerd dat ook in de uitvoering grote stappen vooruit worden gezet. Dat wordt door de aanbestedende diensten en de ondernemers zeer gewaardeerd. Ik weet niet of iedereen zich realiseert waar het bij inbestedingen om gaat. Ik geef een voorbeeld. Een overheidsdienst wil op een gegeven moment van een bepaald bestand kopieën laten maken en laat dit door eigen mensen doen op eigen kopieerapparaten. Vervolgens zijn er ondernemers die zeggen: wij hebben ook kopieerapparaten en wij willen dat doen bij die overheid. Ik vind het niet raar dat de overheid daarover zelf een opvatting heeft, net zo goed als de overheid ook een opvatting kan hebben over het personeel dat in de kantine staat. Het kabinet heeft als opvatting dat binnen een groot ministerie waar duizenden mensen werkzaam zijn, het heel logisch is dat degenen die belangrijk beveiligingswerk of belangrijk cateringwerk doen, op de loonlijst van dat ministerie staan, net zoals de anderen die voor dat ministerie werken. Dat is de manier waarop wij dat doen. Verder zorgen wij ervoor dat de overheden zelf de werkzaamheden kunnen uitvoeren die bij hun eigen taak horen. Wij zorgen er ook voor dat de overheid niet op het terrein van de bedrijven gaat zitten en gaan concurreren met bedrijven. Daarvoor hebben wij de Wet markt en overheid, die precies regelt hoe je je als overheid moet gedragen als je dingen doet die bedrijven ook kunnen doen. Wij hebben daarvan een evaluatie uitgevoerd. Op grond van die evaluatie kom ik met een voorstel tot aanpassing van die wet. Deze zal binnen niet al te lange termijn aan de Kamer worden aangeboden. Vervolgens zal niet alleen de Tweede Kamer maar ook de Eerste Kamer daarover een opvatting hebben. Bij die gelegenheid zal ik daar graag weer met de heer Dercksen spreken. Op dit punt kan de overheid niet maar doen wat de overheid wil. De overheid kan er wel voor zorgen dat iedereen in het gebouw op dezelfde manier wordt behandeld. Ik weet niet wie daartegen bezwaar heeft. Ik heb de heer Dercksen zich nog niet horen uitspreken op dit punt. De overheid kan er ook voor zorgen dat er goede regels worden gesteld voor datgene waarmee ze in concurrentie treedt met de markt. Deze regels kunnen beter en daarvoor zullen we met een voorstel komen. Ik hoop dat ik op deze manier voldoende ben ingegaan op de punten die de heer Dercksen naar voren heeft gebracht. 

De voorzitter:

Dank u wel. Dan zijn we nu aangekomen bij de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik geef het woord aan de heer Dercksen. 

De heer Dercksen (PVV):

Voorzitter. Wij denken essentieel anders over hoe ondernemers functioneren. Ik heb de minister horen zeggen dat ondernemers de regels van Brussel nodig hebben om te kunnen ondernemen. Dat is niet mijn ervaring en dat is ook niet de ervaring die uit onze geschiedenis naar voren komt. Wij streven wel naar een gelijk speelveld. Daarvoor heb je de EU echter niet nodig, dat kun je ook bilateraal afspreken. Samen met de CEO van Boskalis stel ik vast dat dit gelijke speelveld helaas ontbreekt. Als ondernemingen keurmerken in de branche afspreken, is daar weinig op tegen. Ik heb het met name over de ideologische keurmerken, omdat het daar vaak misgaat. Ik vind het heel opvallend dat de VVD-minister vindt dat de catering door de overheid zelf kan worden uitgevoerd. Het digitaliseren van het Nationaal Archief wordt het "maken van kopietjes" genoemd. Ik vind dat voor een VVD-minister een opvallende move. Die wekt weinig vertrouwen voor de wetgeving die er nog zit aan te komen. Vandaar dat ik een motie heb meegenomen over het inbesteden. Ik onderbouw deze door mevrouw Manunza te citeren, de eerder genoemde hoogleraar aanbestedingsrecht, want zij wil onze stelling hier wel onderbouwen. Ik citeer: daarom pleit ik voor een wetswijziging waarbij je een objectieve openbare toets introduceert die voorafgaat aan een beslissing om wel of niet in te besteden. Je kunt op een objectieve manier toetsen op zaken als kwaliteit, duurzaamheid, sociale insluiting en milieu-impact. Dat is exacte wetenschap. Het gebeurt al over de gehele wereld. Tot zover de overwegingen van de motie die ik indien. 

De voorzitter: 

Door het lid Dercksen wordt de volgende motie voorgesteld: 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de (Aanbestedings)wet bij inbesteden van niet-kerntaken door overheden geen regels biedt; 

overwegende dat daarmee de plicht van overheden om te beargumenteren waarom men niet-kerntaken zelf uitvoert, ontbreekt; 

overwegende dat daarmee het bedrijfsleven ten onrechte buitenspel wordt gezet; 

overwegende dat het daarmee bij inbesteden onmogelijk is vast te stellen of er sprake is van een kwalitatief en/of prijstechnisch concurrerende uitvoering van taken door overheden; 

verzoekt de regering om met maatregelen te komen die het overheden verplicht om bij inbesteden van niet-kerntaken vooraf aan te tonen dat de uitoefening van taken geschiedt op minimaal gelijkwaardig niveau als zou een aanbesteding op basis van EMVI (economisch meest voordelige inschrijving) hebben plaatsgevonden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt letter E (34329). 

Ik heb nog vier steunbetuigingen nodig en zie dat deze er zijn. 

De heer Dercksen (PVV):

De Nederlandse eigen verklaring gaat de prullenbak in met deze aanbestedingsrichtlijn. De aanbestedingsdrempel gaat niet omhoog terwijl heel Nederland van mening is dat dit goed zou zijn, met name voor het mkb. Ook op het gebied van 2B-diensten, de aanbestedingen in het sociale domein, vist Nederland achter het net; de sleepnetten van Brussel waardoor Nederland met weer een stukje minder welvaart achterblijft. Ik vind het teleurstellend, misschien wel stuitend, om te zien dat niemand zelfs de moeite neemt om hierover het woord te voeren. Weg met ons lijkt ook hier het adagium. Niet echter voor de PVV. Wij zullen tegen dit wetsvoorstel stemmen. 

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Dercksen. Is de minister in de gelegenheid om direct te antwoorden? Dat is het geval, alleen moet hij de motie nog krijgen. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Kamp:

Voorzitter. Ik reageer eerst op de suggestie die de heer Dercksen wekt dat het voor ondernemers niet goed zou zijn wat hier gebeurt en hoe wij bezig zijn met de Europese aanbestedingsregels. De heer Dercksen kan zich vast voorstellen dat als je ondernemer bent in Amerika, een consumentenmarkt van 300 miljoen mensen met één juridisch systeem en één hooggerechtshof, het mogelijk is om vanuit één staat klanten te vinden in die ene grote markt, je bedrijf uit te breiden, geld te verdienen en werkgelegenheid te kunnen bieden. Wil je dat als ondernemer in Europa doen, dan heb je te maken met 28 landen en, op onderdelen, met 28 systemen. En er worden in Europa 24 talen gesproken. Dit betekent dat je het daar veel moeilijker hebt. In Europa heb je hierdoor veel minder grensoverschrijdende activiteiten dan in Amerika tussen de staten. De goederenhandel en dienstverlening over de grenzen van de staten in Europa heen, is factoren minder dan in Amerika, terwijl wij in Europa grotere kansen hebben, want wij hebben geen markt van 300 miljoen mensen maar van 500 miljoen mensen. Europa is de meest kapitaalkrachtige grote consumentenmarkt van de hele wereld. Ondernemers in heel Europa hebben er groot belang bij dat er zo veel mogelijk één interne markt in Europa wordt georganiseerd. Het is al mooi dat je de grenzen over kunt zonder belemmering en het is mooi dat allerlei regels op elkaar worden afgestemd, maar het is ook heel mooi als er ten aanzien van de aanbestedingen van de overheden kansen zijn en fiscale zaken goed lopen, beter dan nu het geval is. Vandaar dat wij er voortdurend met elkaar aan werken om te proberen die interne markt in Europa dichterbij te brengen. Die aanbestedingsrichtlijnen leveren daaraan een goede bijdrage. Uiteindelijk is daar heel veel winst te behalen. 

Laat ik een voorbeeld geven. Als wij erin slagen de interne markt, zowel wat diensten betreft als wat goederen betreft, de digitale markt en de kapitaalmarkt één Europese markt te laten zijn, dan kan dat volgens berekeningen van het Europees Parlement per jaar voor Europa als geheel een bedrag van 1.000 miljard euro extra opleveren. Dat betekent winst voor ondernemers en werkgelegenheid voor mensen. Europa kan daar veel beter van worden en die aanbestedingsregels zijn daar een heel goede bijdrage aan. 

Het digitaliseren van het overheidsarchief heb ik niet als voorbeeld genoemd; de heer Dercksen komt daarmee. Ik heb gezegd dat je werkzaamheden — ik heb het gehad over beveiliging, catering en het maken van kopieën — zelf kunt doen en dat je het ook kunt laten doen. Ik denk dat het niet gek is om als organisatie te besluiten om zulke dingen zelf te doen. Dat weerhield de heer Dercksen er niet van om met een motie te komen. Daarin staat: overwegende dat de Aanbestedingswet bij inbesteden van niet-kerntaken door overheden geen regels biedt; overwegende dat daarmee de plicht van overheden om te beargumenteren waarom men kerntaken niet zelf uitvoert ontbreekt. Let wel: de plicht om te beargumenteren waarom men kerntaken niet zelf uitvoert ontbreekt. Ik denk dat hij bedoelt … 

De voorzitter:

Nee, er staat "niet-kerntaken". 

Minister Kamp:

Ik denk dat hij bedoelt te argumenteren waarom kerntaken zelf uitgevoerd worden en waarom je dat niet door een ander laat doen. Ik vind het niet zo'n heldere formulering. Het bedrijfsleven wordt ten onrechte buitenspel gezet. Dat zie ik ook niet zitten. Daarvoor hebben wij de Wet markt en overheid. Ik zeg niet dat die wet ideaal is, vandaar dat hij ook is geëvalueerd en ik nu overweeg om met een voorstel tot aanpassing te komen. Ik vind deze motie niet helder. Om voorafgaand aan een al door mij aangekondigde evaluatie en wetswijziging, een uitspraak te doen, is voortijdig. Alleen al om die reden wil ik deze motie ontraden. Het is natuurlijk aan de Kamer zelf om haar interne orde te bepalen. Ik stel vast dat sommige stukken die worden aangedragen bij de Eerste Kamer hamerstukken zijn. Die kunnen dan verder, omdat de Eerste Kamer van mening is dat het zo in orde is, net zoals de Raad van State soms met een blanco advies komt omdat men meent dat het zo in orde is. Soms vinden er ook grote debatten plaats. Het komt ook voor dat dat een grote Kamermeerderheid vindt dat een stuk eigenlijk een hamerstuk zou moeten zijn, terwijl de heer Dercksen en zijn fractie daar anders over denken. Voor mij is het geen diskwalificatie van de rest van de Kamer en ik heb er geen behoefte aan om de heer Dercksen of de PVV te diskwalificeren. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik sluit de beraadslaging en kom tot afhandeling van het wetsvoorstel. Wenst een van de leden stemming over het wetsvoorstel? Dat is het geval. Dan stel ik voor, volgende week dinsdag over dit wetsvoorstel en de ingediende motie te stemmen. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Ik schors de vergadering in afwachting van mevrouw Lodders en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.