Tegenwoordig zijn 67 leden, te weten:
Asscher, Van de Beeten, Bemelmans-Videc, Benedictus, Van den Berg, Biermans,
Van Bijsterveld, De Boer, Böhler, Dölle, Van Driel, Duthler, Elzinga,
Engels, Essers, Franken, De Graaf, Hamel, Haubrich-Gooskens, Hendrikx, Hermans,
Hillen, Ten Hoeve, Hofstra, Holdijk, Ten Horn, Huijbregts-Schiedon, Janse
de Jonge, Van Kappen, Kneppers-Heijnert, Kox, Kuiper, Lagerwerf-Vergunst,
Laurier, Leijnse, Leunissen, Van der Linden, Linthorst, Meindertsma, Meulenbelt,
Meurs, Noten, Peters, Putters, Quik-Schuijt, Reuten, Rosenthal, Schaap, Schouw,
Schuurman, Slager, Slagter-Roukema, Smaling, Strik, Swenker, Sylvester, Tan,
Terpstra, Thissen, Tiesinga, Vedder-Wubben, Vliegenthart, De Vries, De Vries-Leggedoor,
Werner, Westerveld en Willems,
en mevrouw Ter Horst, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
de heer Donner, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en de heer
Van der Laan, minister voor Wonen, Wijken en Integratie.
De voorzitter:
Graag wil ik bij het begin van deze vergadering memoreren dat vandaag
een belangrijke dag is voor Europa. Vandaag, 1 december 2009, treedt
het Verdrag van Lissabon in werking. Hiermee gaat de Europese Unie, die thans
27 lidstaten omvat, na jaren van discussie over haar institutionele inrichting
een nieuwe fase in. Voor het eerst is op verdragsniveau een belangrijke verantwoordelijkheid
toebedeeld aan de nationale parlementen bij de Europese besluitvorming. Door
een nieuw stelsel van checks and balances ontstaat binnen Europa een beter
machtsevenwicht tussen de Unie en haar lidstaten. De grotere rol van de nationale
parlementen in het wetgevings- en besluitvormingsproces versterkt het democratische
karakter van de Europese Unie en brengt de communautaire besluitvorming dichter
bij de burger.
De Eerste Kamer heeft zich van meet af aan zeer actief opgesteld wat betreft
het versterken van de positie van de nationale parlementen en het vergroten
van hun invloed op de besluitvorming. Het nieuwe verdrag biedt de mogelijkheid
tot een effectiever Europees bestuur op basis van subsidiariteit. Dit maakt
de Unie voor burgers beter herkenbaar en kan het vertrouwen vergroten. Burgers
willen een Europa dat concrete, grensoverschrijdende problemen oplost. Waarborgen
zijn geschapen voor een beter Europa, dat niet het beeld oproept van een superstaat,
maar dat democratischer en slagvaardiger is, met helder afgebakende taken
en met een grotere inbreng van de nationale parlementen. Dankzij het proces
van herbezinning op Europese taken, dat mede in anticipatie op de inwerkingtreding
van het Verdrag van Lissabon in de Eerste Kamer heeft plaatsgehad, is onze
Kamer gereed om de nieuwe taken die aan de nationale parlementen zijn toebedeeld,
uit te voeren.
Zo veel mogelijk in samenwerking met de Tweede Kamer willen wij op de
onderscheiden beleidsterreinen Europese voorstellen toetsen aan het subsidiariteitsbeginsel
en de relevantie voor de Nederlandse beleidscontext. In complementariteit
met de Tweede Kamer gaan wij het politieke debat over Europese voorstellen
aan en zullen wij niet aarzelen om behalve onze nationale regeringen ook de
Europese instellingen van onze opvattingen in kennis te stellen. Waar nodig
en wenselijk zullen wij afstemming zoeken met de Tweede Kamer en de nationale
parlementen van de andere Europese lidstaten. In de brief die ik deze ochtend
ontving van de voorzitter van de Europese Commissie, de heer Barroso, en de
vicevoorzitter, mevrouw Wallström, spreken zij hun erkentelijkheid uit
voor het enthousiasme waarmee de nationale parlementen de afgelopen jaren
op de nieuwe structuur voor politieke dialoog hebben gereageerd. Met hen ben
ik ervan overtuigd dat het verdrag, dat vanaf vandaag voor ons allen in de
Europese Unie geldt, de mogelijkheden opent voor een verdere verdieping van
de actieve en constructieve rol van de nationale parlementen. Als Eerste Kamer
zullen wij ons ook in de toekomst niet onbetuigd laten.
Ik heb gemeend, deze gelegenheid daarvoor te moeten gebruiken, omdat het
toch een punt markeert in de Europese geschiedenis en met name omdat de rol
die de senaat in de toekomst zal vervullen, en die ik hopelijk ook zal vervullen,
een belangrijke is in dat hele besluitvormingsproces.
Ik deel aan de Kamer mede dat zijn ingekomen berichten van verhindering
van de leden:
Eigeman, Flierman, Yildirim en Broekers-Knol, wegens verblijf buitenslands;Voorzitter
Goyert en Doek, wegens ziekte.