Aan de orde zijn de stemmingen in verband met de behandeling
van het wetsvoorstel Uitbreiding van de Wet milieubeheer (retributies
milieugevaarlijke stoffen) (26161).
De voorzitter:
Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen.
De heer Rabbinge (PvdA):
Mijnheer de voorzitter! De PvdA-fractie heeft zich laten overtuigen door
de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Het onderhavige voorstel betreft het toelatingsproces van milieugevaarlijke
stoffen. Dat proces moet in publieke handen blijven. Vanwege de Europese harmonisatie
dient betaling plaats te vinden voor door de overheid geleverde diensten.
De omvang van die bijdrage is relatief gering en is alleen voor de volle 100%
verschuldigd, als het toelatingsproces positief wordt beëindigd. Dit
zijn voldoende redenen om deze wet, die ogenschijnlijk strijdig is met het
beleid inzake de afschaffing van leges voor milieumaatregelen, te steunen.
Dientengevolge krijgt dit wetsvoorstel onze volle steun.
De heer Baarda (CDA):
Mijnheer de voorzitter! De CDA-fractie is er bepaald niet van overtuigd
dat het in het wetsvoorstel inzake retributies milieugevaarlijke stoffen louter
gaat om toelating. Integendeel. Bestudering van de desbetreffende Europese
richtlijn en het rapport Maat houden leert dat het hierbij toch wel om handhaving
gaat. Dan is het heffen van retributies niet toegestaan. Ook navraag bij de
VNCI over het verloop in de praktijk van de procedures bij kennisgevingen
heeft de CDA-fractie bevestigd in haar standpunt.
In het wetsvoorstel gaat het om een zeer geringe maximale jaarlijkse opbrengst.
Kostendekkendheid moet dan wel leiden tot verhoging van retributies. De CDA-fractie
betreurt het dat er geen sprake is van harmonisatie van beleid in de Europese
Unie. De fractie wijst een monopoliepositie van de rijksoverheid af en is
voorstander van certificering, het liefst op Europees niveau.
Ten slotte is het voor de fractie van het CDA niet duidelijk waarom wetenschappelijk
onderzoek aan genetisch gemodificeerde stoffen wordt uitgezonderd van de retributieregeling.
De CDA-fractie zal dan ook geen steun verlenen aan dit wetsvoorstel.
De heer Ketting (VVD):
Mijnheer de voorzitter! De argumentatie van de minister gaf aanleiding
tot nader beraad in onze fractie. Uiteindelijk kwam mijn fractie tot de slotsom
dat de Europese richtlijn 67/548 én dus de wet Milieugevaarlijke stoffen
geen toelatingsstelsel toestaan. Dientenge volge ontbeert dit
wetsvoorstel een wettelijke basis.
Voorts kan het beoogde doel worden bereikt door certificering op basis
van zelfregulering. Het wetsvoorstel is voor mijn fractie dus overbodig. Zij
zal haar steun daaraan onthouden.
De heer Van der Lans (GroenLinks):
Mijnheer de voorzitter! Het komt niet vaak voor dat wij ons zo indringend
en rechtstreeks hebben laten overtuigen door de heer Pronk als bij de behandeling
van dit wetsvoorstel. Voor ons is het evident dat het hierbij om beoordeling
gaat.
Ik heb in mijn bijdrage gewezen op de informatie van het RIVM. Hieruit
blijkt dat het een buitengewoon ingewikkelde zaak is. Er wordt door de overheid
echt een prestatie geleverd. Ik vind het dan ook eigenlijk heel goed dat het
toelaten van bedoelde gevaarlijke stoffen niet langer op kosten van de gemeenschap
gebeurt. Wij zijn ook voor vanwege het belangrijke argument dat tien Europese
landen kennelijk niet die bezwaren zien die de heer Ketting hier zo voortvarend
naar voren heeft gebracht. Wij begrijpen eigenlijk niet, dat er nog iemand
in deze Kamer is die tegen kan stemmen, na de argumenten die gewisseld zijn.
De heer Van Bruchem (RPF/GPV):
Voorzitter! Onze fracties – ik spreek mede namens de SGP-fractie –
zijn van mening, dat milieugevaarlijke stoffen en genetisch gemodificeerde
organismen, waarvan er geleidelijk aan meer komen, grondig moeten worden beoordeeld
voordat zij op de markt worden gebracht. Het daartoe noodzakelijke uitvoerige
dossier dient zorgvuldig getoetst te worden door een onafhankelijke instantie,
waarbij voorlopig onze voorkeur uitgaat naar de overheid. Dat kost in alle
gevallen geld. Het gaat nu om de vraag, wie die kosten betaalt: de overheid,
en dus de belastingbetaler, of het bedrijf dat aan die stof of aan dat organisme
denkt te gaan verdienen. Onze fracties zijn van mening, dat deze kosten door
het betreffende bedrijf moeten worden gedragen. Wij zullen dit voorstel dan
ook met overtuiging steunen.
De voorzitter:
Ik stel voor, te stemmen bij zitten en opstaan.
De voorzitter:
Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks,
de SGP, de RPF, het GPV, de SP en de OSF voor dit wetsvoorstel hebben gestemd
en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.