Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal1997-1998nr. 3, pagina 69-70

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 6 november 1992 te Madrid tot stand gekomen Protocol betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 en van de eveneens op 6 november 1992 te Madrid tot stand gekomen Overeenkomst betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Overeenkomst tot uitvoering van het Akkoord van Schengen van 19 juni 1990, beide gewijzigd bij de Protocollen, respectievelijk de Overeenkomsten van 27 november 1990 en 25 juni 1991 betreffende de toetreding van respectievelijk de Italiaanse Republiek, het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal (23584).

(Zie vergadering van 21 oktober 1997.)

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen.

De heer Glasz (CDA):

Voorzitter! Dit wetsvoorstel stelde de CDA-fractie voor de vraag of het streven naar effectieve buitengrenzen nog langer zou worden bevorderd door de toetreding tot het verdrag nog even aan te houden. Na grondige afweging concludeert mijn fractie tot ontkoppeling. Dat betekent in de eerste plaats dat wij ratificatie als zodanig niet willen tegenhouden. De Grieken, ook als Europartners, horen erbij. In de tweede plaats betekent dit ook dat wij de staatssecretaris nauwlettend houden aan zijn toezeggingen om al het mogelijke te doen opdat geen binnengrenzen worden opgeheven zonder dat er sprake is van voldoende effectieve buitengrenzen. Wij zullen dus voor stemmen.

De heer Jurgens (PvdA):

Voorzitter! Wij hebben vorige week met nadruk om stemming gevraagd omdat wij nog eens wilden bekijken of het middel van uitstel van goedkeuring een zekere druk kan uitoefenen op de houding van de regering ten aanzien van de binnengrenzen tussen Griekenland en de andere Schengenstaten. Tijdens het debat van vorige week heeft staatssecretaris Patijn met klem aangedrongen op goedkeuring van beide verdragen waarbij Griekenland toetreedt. De PvdA-fractie uitte toen sterke aarzelingen omdat zij bevreesd was dat de regering, als het verdrag eenmaal is geratificeerd, onder diplomatieke druk zal worden gezet om mee te werken aan het openen van de grenzen van Griekenland met de Schengenlidstaten. Mijn fractie acht die openstelling voorshands onwenselijk omdat gerede twijfels kunnen bestaan over de kwaliteit van het toezicht op de zeer langgerekte buitengrenzen van de Helleense republiek.

Tijdens het debat heeft de regering mijn fractie echter weten te overtuigen dat de regering in het Uitvoerend Comité van de Schengenovereenkomst pal zal staan voor het niet opheffen van deze binnengrenzen voordat de situatie aan de buitengrenzen is verbeterd. Mijn fractie zal daarom haar instemming aan het verdrag niet onthouden. Echter, als deze kwestie te zijner tijd aan de orde komt in het Uitvoerend Comité van Schengen, zal de PvdA-fractie hierop scherp toezien in het kader van het instemmingsrecht op grond van de goedkeuringswet van het Schengenverdrag dat deze Kamer terzake toekomt.

Voorzitter! Ik hecht eraan – te zijner nagedachtenis – in herinnering te brengen dat dit instemmingsrecht destijds aan de overzijde van het Binnenhof met name te danken is geweest aan de inzet van Maarten van Traa.

De voorzitter:

Ik stel voor te stemmen bij zitten en opstaan.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SGP, het GPV, de RPF en de SP tegen dit wetsvoorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het is aangenomen.