U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Wijziging Omgevingsplan gemeente Oss - Herstel artikel 22.60 en artikel 22.61 Bruidsschat

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss, 

gelezen de inhoud van de 'Wijziging Omgevingsplan gemeente Oss - Herstel artikel 22.60 en artikel 22.61 Bruidsschat' en de motivering,

besluit;

Artikel I

De wijziging 'Omgevingsplan gemeente Oss - Herstel artikel 22.60 en artikel 22.61 Bruidsschat' zoals opgenomen in Bijlage A vast te stellen.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op 16‑10‑2026.

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss in de vergadering van 25‑08‑2026.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Oss,

De secretaris,

H. Reints

De burgemeester,

F.T. de Jonge

 

Beroep

Tegen dit besluit kan beroep worden ingesteld tot zes weken na de dag volgend op de dag waarop het besluit is bekendgemaakt. Dat wil zeggen dat u een brief (een beroepschrift) stuurt aan de Raad van State. Daarin legt u uit waarom u het er niet mee eens bent.

U kunt alleen beroep instellen als u: 

- belang hebt bij de omgevingsplanwijziging, of

- hebt gereageerd (een zienswijze hebt ingediend) op de omgevingsplanwijziging, of

- aan kunt tonen dat u redelijkerwijs niet in staat geweest bent om een zienswijze in te dienen.

U stuurt uw beroepschrift aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

Postbus 20019 

2500 EA Den Haag

U kunt uw beroepschrift ook indienen via het digitaal loket van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Hebt u binnen de termijn beroep ingediend? Dan kunt u de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen. Dit betekent dat de Voorzieningenrechter een voorlopige uitspraak doet over uw beroep. De Afdeling doet dan later een definitieve uitspraak. De Voorzieningenrechter kan alleen een voorlopige uitspraak doen als er snel een uitspraak nodig is.

Onder de Omgevingswet heeft het instellen van beroep of het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening geen schorsende werking. Dit betekent dat de wijziging van het omgevingsplan direct in werking treedt en uitgevoerd mag worden. Pas als de Voorzieningenrechter een verzoek om voorlopige voorziening geheel of gedeeltelijk toewijst is uitvoering (deels) niet meer mogelijk.

U moet betalen om beroep in te stellen of een voorlopige voorziening te vragen.

Op de site www.raadvanstate.nl leest u meer over het indienen van een beroepschrift en hoeveel dit kost.

Bijlage A Bijlage bij artikel I

A

Artikel 10.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 10.16 Toegestane activiteit - wonen

  • 1.

    Wonen is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan. 

  • 2.

     

    De voorwaarden zijn:

    • a.

      het wonen vindt plaats door één huishouden, zoals gedefinieerd in bestemmingsplan 'Parapluplan Wonen - 2023' in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan; en

    • b.

      binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de wijzigingsprocedure wijziging 'Omgevingsplan gemeente Oss - Postzegelplan Hoessenboslaan 27 - Berghem' moet het landschapsplan, zoals opgenomen in bijlage IVpz Hoessenboslaan 27 - Berghem | Landschappelijke inpassing bij dit omgevingsplan, zijn aangelegd en worden beheerd en in stand gehouden. 

B

Artikel 10.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 10.30 Vergunningsplichtige activiteit - hoofdgebouw bouwen

  • 1.

    Het bouwen van een hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan na het verkrijgen van een omgevingsvergunning. 

  • 2.

     

    De beoordelingsregels voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning zijn:

    • a.

      per bouwvlak is maximaal één hoofdgebouw toegestaan;

    • b.

      hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

    • c.

      de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens is minimaal 3 m;

    • d.

      algehele herbouw van een hoofdgebouw is alleen toegestaan binnen een bouwvlak;

    • e.

      de inhoudsmaat per hoofdgebouw is maximaal 750 m3;

    • f.

      de bouwhoogte is maximaal 8 m;

    • g.

      de goothoogte is maximaal 3 m;

    • h.

      alle voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (uitgezonderd voormalige agrarische bedrijfswoning) en bijbehorende voorzieningen zoals opgenomen in Bijlage IVpz Hoessenboslaan 27 - Berghem | Te slopen bebouwing en te verwijderen voorzieningen zijn verwijderd.

C

Artikel 22.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.60 Geluid: onderzoek en gegevens

  • 1.

    In de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht:

    • a.

      als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen;

    • b.

      bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

    • c.

      als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt;

    • d.

      bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden;

    • e.

      bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken;

    • f.

      bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren;

    • g.

      bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m;

    • h.

      bij een buitenschietbaan als bedoeld in artikel 22.79; en

    • i.

      als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat:

      • 1.

        in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:

        • i.

          70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of

        • ii.

          80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder i; of

      • 2.

        in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht.

  • 2.

    Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar.

  • 3.

    Voor een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, geldt in afwijking van het eerste lid, onder a, het aantal transportbewegingen tussen 19.00 en 6.00 uur.

  • 4.

    Uit het rapport van een geluidonderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of wordt voldaan aan:

    • a.

      de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.4.2, 22.3.4.3 en 22.3.4.4; of

    • b.

      de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden, bedoeld onder a en b, worden overschreden.

  • 5.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek zoals bedoeld in dit artikel verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 6.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek zoals bedoeld in dit artikel, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

D

Artikel 22.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.61 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek

  • 1.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

    Dit artikel is van toepassing op een activiteit op een gezoneerd industrieterrein.

  • 2.

    Dit artikel is van toepassing op activiteiten op een gezoneerd industrieterrein en op activiteiten die worden verricht op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.

  • 3 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit waar:

    • a.

      tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn;

    • b.

      het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:

      • 1.

        70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen;

      • 2.

        80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1;

    • c.

      in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht;

    • d.

      in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is;

    • e.

      geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel;

    • f.

      geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt;

    • g.

      geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s;

    • h.

      geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en

    • i.

      geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt.

  • 4 3.

    Dit artikel is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 22.6122.60 of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.

  • 5 4.

    Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;

    • b.

      gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

      • 1.

        de grenzen van het terrein; en

      • 2.

        de ligging van de gebouwen;

    • c.

      een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en

    • d.

      gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

  • 6.

    Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in artikel 22.60, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 5.

    Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

E

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.60 Geluid: onderzoek en gegevens

Dit artikel is een voortzetting van artikel 1.11 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. In dit artikel wordt bij een aantal activiteiten bepaald dat een rapport van een geluidonderzoek moet worden ingediend. Het gaat daarbij onder meer om het onder bepaalde omstandigheden ten gehore brengen van muziekgeluid en om transportactiviteiten in de avond- en nachtperiode (tussen 19.00 en 7.00 uur). In de gevallen waarvoor bij de specifieke bepalingen een plicht is opgenomen tot het indienen van een akoestisch rapport, leert de ervaring dat doorgaans problemen te verwachten zijn bij toetsing aan de geluidwaarden.

In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stond ook een specifieke mogelijkheid voor het bevoegd gezag om bij besluit ook voor andere activiteiten een geluidonderzoek te eisen. Deze mogelijkheid heeft het bevoegd gezag nog steeds, via de maatwerkmogelijkheid in artikel 22.45 van dit omgevingsplan. Hiervoor moet het bevoegd gezag aannemelijk maken dat het geluidsniveau of het maximale geluidsniveau meer bedraagt dan de waarden die gelden voor de activiteit op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning. Het gaat om gevallen waarin gelet op de te verwachten bronvermogens en afstanden tot gevoelige gebouwen het aannemelijk is dat de normen zullen worden overschreden.

De maatwerkmogelijkheid kan ook gebruikt worden om in voorkomende gevallen van de plicht tot het verstrekken van een geluidonderzoek af te zien.

In sommige gevallen kan het voor zonebeheer noodzakelijk zijn de geluidsproductie van activiteiten gelegen op een gezoneerd industrieterrein te weten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een activiteit aan de rand van het industrieterrein is gelegen of als een activiteit met de waarden, genoemd in dit omgevingsplan, een onevenredig groot beslag zou leggen op de nog beschikbare geluidsruimte, zonder dat die activiteit de bij deze waarden behorende geluidsruimte daadwerkelijk nodig heeft. Op grond van artikel 22.45 van dit omgevingsplan kan dan een rapport van een geluidonderzoek verlangd worden.

Aanvulling gemeente Oss:

Dit artikel is een samenvoeging van het oorspronkelijke artikel 22.60 en artikel 22.61 van de Bruidsschat, zoals opgenomen in het Invoeringsbesluit Omgevingswet (Stb. 2020, 400).

F

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.61 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek

Aanvulling gemeente Oss

Dit artikel is met de vaststelling van de 'Wijziging Omgevingsplan gemeente Oss - Casco omgevingsplan en regels voormalige stortplaatsen' op 9 september 2025 foutief samengevoegd en geformuleerd. Dit heeft tot onbedoelde consequenties geleid. Het artikel is daarop aangepast en bevat de oorspronkelijk tekst van artikel 22.61a zoals opgenomen in het Verzamelbesluit Omgevingswet 2022 (Stb 2022, 172). De Vangnetregeling Omgevingswet is bij het herstel van dit artikel achterwege gelaten. 

Verwerken Vangnetregeling Omgevingswet 

Aan artikel 22.61 is toegevoegd dat dit artikel naast activiteiten die worden verricht op een gezoneerd industrieterrein, ook van toepassing is op activiteiten die worden verricht op een industrieterrein waarvoor geluidsproductieplafonds zijn vastgesteld. 

Zonder de toevoeging zoals opgenomen in de Vangnetregeling Omgevingswet, zou de informatieplicht van artikel 22.61 komen te vervallen op het moment waarop voor een aanwezig industrieterrein, met toepassing van artikel 12.1.1. van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de eerste geluidsproductieplafonds als omgevingswaarden worden vastgesteld. Met de toevoeging blijft de informatieplicht als bedoeld in artikel 22.61 van toepassing, ook als voor een bestaand industrieterrein geluidsproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.

Zie ook de toelichting bij de Vangnetregeling Omgevingswet. 

Technische beperking

In het Omgevingsplan gemeente Oss is geen artikel 22.61a opgenomen. Door een technische beperking in de software die door de gemeente Oss wordt gebruikt om het Omgevingsplan op te stellen, is het niet mogelijk om artikelen met de aanduiding 'a' op te nemen. Dit heeft ertoe geleid dat de artikelen 22.61 en 22.61a uit de oorspronkelijke bruidsschat bij de technische inbeheername van het casco automatisch zijn samengevoegd. Artikel 22.61 bevatte daarmee zowel de artikelen 22.61 als 22.61a uit de oorspronkelijke bruidsschat. Dit zorgde voor een onleesbaar artikel. Er is daarom voor gekozen om het artikel volledig opnieuw op te bouwen, waarin tevens de aanvulling van Vangnetregeling Omgevingswet is verwerkt.

Oorspronkelijke toelichting

Ten minste vier weken voor het begin of wijziging van de activiteit moet het geluidonderzoek aan het bevoegd gezag versterkt worden. Behalve het geluidonderzoek moeten ook de gegevens zoals vermeld in artikel 22.46 (artikel vervallen en verplaatst naar artikel 1.6) worden verstrekt.

De leden drie tot en met zeven hebben, als afwijking op de algemene regel in de leden een en twee, tot doel om gemeenten op de hoogte te stellen van nieuwe of gewijzigde activiteiten op een gezoneerd industrieterrein.

Deze informatieplicht geldt niet als de gemeente al via een aanvraag om een omgevingsvergunning, via het overleggen van een geluidonderzoek op grond van artikel 22.60 en 22.61 of via een informatieplicht ergens anders in deze afdeling van dit omgevingsplan of in het Besluit activiteiten leefomgeving, op de hoogte wordt gesteld van het begin of de wijziging van de activiteit. In artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet is daarnaast nog bepaald dat gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.

Naar aanleiding van de ontvangen gegevens en bescheiden kan de gemeente vervolgens beoordelen of het noodzakelijk is om een geluidonderzoek te laten verrichten voor het zonebeheer. Op grond van artikel 22.45 van dit omgevingsplan kan dan een rapport van een geluidonderzoek verlangd worden van de initiatiefnemer.

Deze verplichting geldt niet voor activiteiten op een gezoneerd industrieterrein waar geen activiteiten verricht worden of installaties gebruikt worden zoals bedoeld in het tweede lid. Deze activiteiten en grenzen zijn overgenomen uit de begripsbepaling inrichting Type A in artikel 1.2 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Onder het oude recht hoefde voor een inrichting Type A geen melding te worden gedaan. Voor de informatieplicht in artikel 22.61, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid van het omgevingsplan is alleen gekeken naar die grenzen uit het oude begrip inrichting Type A die mede gesteld waren met het oogmerk om geluidhinder te voorkomen of beperken.

Motivering

1 Inleiding

Op 9 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders de wijziging ‘Omgevingsplan gemeente Oss – Casco omgevingsplan en regels voormalige stortplaatsen’ vastgesteld. De wijziging bevatte onder meer het opnemen van het casco voor het Omgevingsplan gemeente Oss, een aantal basisartikelen in hoofdstuk 1 en regels voor voormalige stortplaatsen. Daarnaast zijn onderdelen van de Vangnetregeling Omgevingswet verwerkt.  

De Vangnetregeling Omgevingswet bevat onder andere aanvullingen op de oorspronkelijke tekst van de Bruidsschat. De Bruidsschat is opgenomen in hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan gemeente Oss. Met het verwerken van één van de aanvullingen van de Vangnetregeling, tezamen met het herformuleren van een aanvulling op de Bruidsschat, is artikel 22.61 van het Omgevingsplan gemeente Oss foutief samengevoegd en geformuleerd. Het betreffende artikel moet ervoor zorgen dat bij bepaalde milieubelastende activiteiten waarbij geluid wordt geproduceerd een geluidsonderzoek wordt uitgevoerd. Daarnaast bepaalt het artikel wanneer een geluidonderzoek bij het bevoegd gezag moet worden aangeleverd.  

De onjuiste samenvoeging van het oorspronkelijke artikel 22.61 van de Bruidsschat en de verwerking van de Vangnetregeling heeft tot twee onbedoelde consequenties geleid: 

1) Het artikel heeft een onjuist toepassingsbereik, waardoor in sommige gevallen niet langer een geluidonderzoek hoeft te worden ingediend bij milieubelastende activiteiten die geluid veroorzaken; en 

2) De samenhang tussen artikel 22.60 en artikel 22.61 is onjuist. 

Bovenstaande houdt in dat het bevoegd gezag in sommige gevallen van handhaving moet afzien, dan wel bij vergunningverlening niet de gewenste stukken kan eisen. Artikel 22.60 en artikel 22.61 worden met deze wijziging van het omgevingsplan daarom bij wijze van rectificatie met een verkorte procedure hersteld.  

2 Herstel artikel 22.60 en artikel 22.61

Artikel 22.60 en artikel 22.61 van het Omgevingsplan gemeente Oss worden redactioneel gewijzigd. Met deze wijziging wordt de juridische werking van beide artikelen hersteld. Daarmee wordt op een juiste manier invulling gegeven aan de bedoeling van de wetgever. Het herstel van beide artikelen zorgt ervoor dat het bevoegd gezag haar taken en bevoegdheden op een juiste manier kan uitoefenen.  

3 Herstel verwijzingen naar Bijlage IV 'Overzicht documentbijlagen'

Met de vaststelling van de procedure 'Wijziging Omgevingsplan gemeente Oss - Postzegelplan Hoessenboslaan 27 Berghem' op 3 februari 2026 werd in artikel 10.16, tweede lid sub b en in artikel 10.30, tweede lid sub h voor wat betreft de landschappelijke inpassing en de te slopen bebouwing naar Bijlage IV 'Overzicht documentbijlagen' verwezen. Met een update van het toepassingsprofiel omgevingsplan is een verwijzing naar Bijlage IV niet meer toegestaan. Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt dit technisch hersteld: er wordt direct naar de betreffende pdf-bestanden in Bijlage IV verwezen. Het betreft geen inhoudelijke wijziging.

4 Verkorte vaststellingsprocedure

In artikel 16.24, tweede lid van de Omgevingswet is een mogelijkheid opgenomen om bij kennelijke verschrijvingen gebruik te maken van een verkorte vaststellingsprocedure. De wijze waarop artikel 22.61 in de 'Wijziging Omgevingsplan gemeente Oss - Casco omgevingsplan en regels voormalige stortplaatsen' is geformuleerd kan worden aangemerkt als een onbedoelde fout. Het herstel daarvan met deze wijziging van het omgevingsplan volgt niet uit nieuwe beleidsmatige inzichten en ziet enkel op het herstellen van artikel 22.60 en artikel 22.61. 

Met het toepassen van artikel 16.24, tweede lid van de Omgevingswet wordt de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure (UOV) zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten toepassing gelaten. Dit houdt in dat de wijziging van het omgevingsplan niet eerst als ontwerp ter inzage wordt gelegd, maar meteen tot vaststelling wordt overgegaan. Tegen het vaststellingsbesluit staat nog steeds beroep bij de hoogste bestuursrechter open.

5 Bevoegd gezag

De gemeenteraad van de gemeente Oss heeft op 7 oktober 2021 de Lijst adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en het delegatiebesluit Omgevingsplan gemeente Oss vastgesteld. Op basis van Bijlage I, categorie II onder 13 is het college bevoegd om een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen als het gaat om herstel van kennelijke verschrijvingen. De foutieve samenvoeging van artikel 22.61 kan als zodanig worden aangemerkt. Het college is daarom bevoegd om een besluit te nemen over de wijziging van het omgevingsplan.

6 Conclusie

Met de vaststelling van de wijziging 'Omgevingsplan gemeente Oss - Casco omgevingsplan en regels voormalige stortplaatsen' op 9 september 2025 zijn onbedoelde en ongewenste gevolgen opgetreden. Herstel van artikel 22.60 en artikel 22.61 van het Omgevingsplan gemeente Oss zorgt ervoor dat het bevoegd op een juiste manier en in lijn met de gedachte van de nationale wetgever haar vergunnings- en handhavingstaken kan uitoefenen.

Naar boven