Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam en de burgemeester van de gemeente Amsterdam tot wijziging van Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022, de lijst Opdrachtgeverschap projecten in de gebiedsontwikkeling, het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam en het Organisatiebesluit Amsterdam in verband met instellen van directie Vergunningen, Toezicht en Handhaving en ondergeschikte wijzigingen

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam en de burgemeester van de gemeente Amsterdam, ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft;

 

gelet op artikel 83 van de Gemeentewet, artikel 10:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 9, derde lid, van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022;

 

besluit:

Artikel I  

De Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

In Bijlage 2 Takenlijst, onderdeel 24 Omgevingswet, wordt in de rij met nummer 24.1 in de tekst in de kolom Omschrijving taak na ‘binnen een gebied dat niet is aangewezen als stedelijk gebied of project’ ingevoegd ‘en ook niet valt onder een technische wijziging of wijziging van het omgevingsplan in het kader van de transitie,’.

 

B

 

In Bijlage 3 Bevoegdhedenregister, Algemene bepalingen en beperkingen, komt nummer 7 te luiden:

  • 7.

    Het dagelijks bestuur is bevoegd de gedelegeerde bevoegdheden te mandateren, waarbij ondermandaat aan anderen is toegestaan. Het dagelijks bestuur en de voorzitter van het dagelijks bestuur zijn bevoegd om voor de gemandateerde bevoegdheden ondermandaat te verlenen, tenzij de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat is uitgesloten. De mandaatnemer is bevoegd de aan hem gemandateerde bevoegdheden onder te mandateren aan anderen, tenzij de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat is uitgesloten. Het voorgaande geldt ook als sprake is van volmacht en machtiging.

C

 

Bijlage 3 Bevoegdhedenregister, onderdeel 0 Algemene bevoegdheden, wordt als volgt gewijzigd:

  • a.

    In rij A.1, in de kolom Bijzonderheden en beperkingen vervalt ‘e. het aangaan van een rechtshandeling heeft betrekking op het verhaal van kosten van de grondexploitatie bij een ruimtelijk besluit, als bedoeld in artikel 6.24 Wro.’

  • b.

    Rij A.4 komt te luiden:

    A.4

    beslissen op aanvragen voor nadeelcompensatie als bedoeld in titel 4.5 Awb, volgens de procedure uit de Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022

    titel 4.5 Awb

    college/burge-meester

    mandaat 

    DB/VZ  

    mandaat geldt uitsluitend indien het (vermeend) schadeveroorzakende besluit in mandaat door de het dagelijks bestuur is genomen en er niet wordt afgeweken van het advies van de schadecommissie

D

 

In Bijlage 3 Bevoegdhedenregister, onderdeel 3. Afval en Grondstoffen wordt in rij D.13 in de kolom Grondslag ‘art. 13a, lid 2’ vervangen door ‘art. 13a, lid 1’.

 

E

 

Bijlage 3 Bevoegdhedenregister, onderdeel 18. Burgerparticipatie, inspraak en initiatief wordt als volgt gewijzigd:

  • a.

    De rij met nummer V.1 komt te luiden:

     

    V.1

    uitvoeren van hoofdstuk 2 van de Participatieverordening gemeente Amsterdam (burgerparticipatie), voor zover het gaat om beleid of projecten waarvoor het DB of de VZ bevoegd is

    Participatieverordening gemeente Amsterdam

    College en burgemeester

    mandaat

    DB en VZ

    Het mandaat is inclusief het beleid of projecten waarvoor het DB bevoegd is voor de voorbereiding, maar niet voor de besluitvorming, zoals taak 24.1. Het DB of de VZ is niet bevoegd om (onder)mandaat te verlenen. In het geval van ondermandatering door de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp aan haar dagelijks bestuur bepaalt de bestuurscommissie dat verdere ondermandatering niet is toegestaan.

  • b.

    In de rij met nummer V.2 komt de tekst in de kolom Bijzonderheden en beperkingen te luiden:

    Het DB informeert het college vooraf over een voorgenomen erkenning van een buurtplatform. Het DB is niet bevoegd om (onder)mandaat te verlenen. In het geval van ondermandatering door de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp aan haar dagelijks bestuur bepaalt de bestuurscommissie dat verdere ondermandatering niet is toegestaan.

F

 

In bijlage 3 Bevoegdhedenregister, onderdeel 19. Subsidieverlening, rij W.1, komt de tekst in de kolom Bijzonderheden en beperkingen te luiden:

mandaat geldt alleen wanneer uit de kaders een taak van het dagelijks bestuur blijkt. De bevoegdheid om incidentele subsidies te verlenen wordt niet door het DB van een stadsdeel (onder)gemandateerd. In het geval van ondermandatering door de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp aan haar dagelijks bestuur bepaalt de bestuurscommissie dat verdere ondermandatering niet is toegestaan.

 

G

 

Bijlage 3 Bevoegdhedenregister, onderdeel 24. Omgevingswet, wordt als volgt gewijzigd:

  • a.

    In onderdeel AA0., rij k., komt de tekst in de kolom Bijzonderheden en beperkingen te luiden:

    Ondermandatering door het db is niet toegestaan. In het geval van ondermandatering door de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp aan haar dagelijks bestuur bepaalt de bestuurscommissie dat verdere ondermandatering niet is toegestaan.

  • b.

    Onderdeel AA1., rij o. komt te luiden:

    o.

    Het stellen van maatwerkvoorschriften

    artikel 4.5, eerste lid, Omgevingswet

    college

    mandaat 

    DB

     

H

 

De kaart in Bijlage A van het Bevoegdhedenregister: Grenzen stedelijke gebieden, projecten en belangen wordt vervangen door onderstaande kaart.

 

Artikel II  

Vast te stellen de in bijlage 1 bij dit besluit opgenomen gewijzigde lijst ‘Opdrachtgeverschap projecten in de gebiedsontwikkeling’ d.d. 23 januari 2026.

Artikel III  

Het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam als volgt te wijzigen:

 

A

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2 Toepassing van mandaat

  • 1.

    Voor de toepassing van dit besluit en de op grond daarvan verleend ondermandaat wordt met mandaat gelijkgesteld:

    • a.

      het verlenen van volmacht om in naam van de mandaatgever privaatrechtelijke handelingen te verrichten en in dat kader stukken te ondertekenen;

    • b.

      machtiging in naam van de mandaatgever handelingen te verrichten die geen besluit of privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

  • 2.

    Mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid omvat ook alle direct met de gemandateerde bevoegdheid samenhangende handelingen en besluiten.

  • 3.

    Mandaat wordt verleend onder voorwaarde dat de gemandateerde bevoegdheden worden gebruikt met inachtneming van de Budgethoudersregeling 2023 en het Inkoop en Aanbestedingsbeleid.

B

 

Artikel 3, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

 

  • a.

    onderdeel b komt te luiden:

    • b.

      Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het besluiten omtrent het niet in behandeling nemen van een aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn onvoldoende is aangevuld, als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    In onderdeel l wordt na ‘kwijtschelding’ toegevoegd ‘van een geldschuld op grond van artikel 4:94a van de Algemene wet bestuursrecht’.

  • c.

    Onderdeel p komt te luiden:

    • p.

      Het benoemen van vervangers van de bestuurssecretaris als bedoeld in artikel 7 van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022;

C

 

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • a.

    Het tweede lid komt te luiden:

    • 2.

      In geval van mandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:

       

      Namens de burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

       

      [Handtekening]

       

      [Voor- en achternaam gemandateerde]

       

      [Functieaanduiding]

  • b.

    Het derde lid komt te luiden:

    • 3.

      Een besluit dat niet in mandaat wordt genomen, maar wel in mandaat wordt ondertekend, wordt als volgt ondertekend:

       

      De burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

       

      Ondertekend namens deze / dezen,

       

      [Handtekening]

       

      [Voor- en achternaam gemandateerde]

       

      [Functieaanduiding]

D

 

In Bijlage 2: Ondermandaatverlening van de gemeentesecretaris aan de stedelijk directeuren, Hoofdstuk 0 Algemene bevoegdheden, Paragraaf 1 wordt in onderdeel 1 ‘2’ vervangen door ‘1’.

 

E

 

Bijlage 2: Ondermandaatverlening van de gemeentesecretaris aan de stedelijk directeuren, Hoofdstuk 2 Cluster Stadsdelen, Beheer en Dienstverlening, Paragraaf 2 Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte wordt als volgt gewijzigd:

  • a.

    ‘Verordening Werken in de openbare ruimte Amsterdam 2021’ wordt telkens vervangen door ‘Verordening werken in de openbare ruimte Amsterdam 2024’ .

  • b.

    ‘Afvalstoffenverordening 2009’ wordt telkens vervangen door ‘Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023’.

  • c.

    In onderdeel 2 wordt na ‘handhaving van de bepalingen uit de’ ingevoegd ‘Algemene wet bestuursrecht,’

  • d.

    Onderdeel 5 vervalt en onderdelen 6 tot en met 9 worden vernummerd naar onderdelen 5 tot en met 8.

  • e.

    Toegevoegd wordt een onderdeel 9, luidende:

    • 9.

      Het afgeven van legitimatiebewijzen als bedoeld in artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht.

F

 

Bijlage 2 Ondermandaatverlening van de gemeentesecretaris aan de stedelijk directeuren, Hoofdstuk 4 Cluster Ruimte en Economie, Paragraaf 2 Ruimte en Duurzaamheid wordt als volgt gewijzigd:

  • a.

    Onderdeel 3, onderdeel 26 en onderdeel 43 vervallen onder vernummering van onderdeel 4 tot en met 25 naar onderdeel 3 tot en met 24, van onderdeel 26 tot en met 42 naar onderdeel 25 tot en met 40 en van onderdeel 43 tot en met 46 naar onderdeel 45 tot en met 47.

  • b.

    In onderdeel 3 (nieuw) wordt ‘(artikel 150 Gemeentewet en de Algemene inspraakverordening)’ vervangen door ‘in de zin van de Participatieverordening gemeente Amsterdam’.

  • c.

    In onderdeel 4 (nieuw) wordt na ‘omgevingsvergunning’ ingevoegd ‘waaronder’.

  • d.

    In onderdeel 13 (nieuw) wordt ‘artikel 5.52’ vervangen door ‘artikel 2.2’.

  • e.

    In onderdeel 20 (nieuw) wordt ‘hoofdstuk 8, 10, 17, 19 en 20’ vervangen door ‘hoofdstuk 8 en 19’.

  • f.

    Ingevoegd na onderdeel 40 (nieuw) worden de volgende onderdelen, luidende:

    • 41.

      Het beoordelen van een archeologisch rapport en het vaststellen van de archeologische waarde van een terrein, als bedoeld in artikel 6.6 van het Omgevingsplan Amsterdam.

    • 42.

      Het voorbereiden van vergunningsvoorschriften met betrekking tot archeologische vindplaatsen, als bedoeld in het Omgevingsplan Amsterdam, art. 6.7 lid 1 van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam

    • 43.

      Het vaststellen van een archeologisch Programma van Eisen, als bedoeld artikel 6.7 lid 2 van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam.

    • 44.

      Het geven van bindende aanwijzingen over de uitvoering van archeologisch onderzoek, als bedoeld in 6.7 lid 3 van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam.

  • g.

    Onderdeel 46 komt te luiden:

    De bevoegdheden in de onderdelen 12, 15, 16, 27, 28 en 30 van deze paragraaf blijven voorbehouden aan de directeur Ruimte en Duurzaamheid.

G

 

In Bijlage 2 Ondermandaatverlening van de gemeentesecretaris aan de stedelijk directeuren, hoofdstuk 4 Cluster Ruimte en Economie, paragraaf 1o Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie worden de volgende onderdelen toegevoegd:

  • 7.

    Het aanwijzen van gebieden als bedoeld in artikel 3.42 eerste lid van de Energiewet waar de taak voor een distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 3.40 van de Energiewet niet geldt voor kleine aansluitingen voor het onttrekken van gas indien zich in dat gebied een andere energie-infrastructuur bevindt die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte.

  • 8.

    Het melden van een besluit als bedoeld in artikel 3.42 eerste lid van de Energiewet aan de Autoriteit Consument en Markt.

  • 9.

    Het melden van een besluit als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, van de Energiewet aan de Autoriteit Consument en Markt.

  • 10.

    Het aanwijzen van een gebied als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, tweede volzin van de Energiewet.

  • 11.

    Het geven van een reactie of het indienen van een zienswijze ten aanzien van een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling voor zover het onderwerpen betreft die de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie aangaan.

H

 

Bijlage 5 vervalt.

Artikel IV  

Artikel 15 van het Organisatiebesluit Amsterdam komt te luiden:

 

Artikel 15 Cluster Stadsdelen, Beheer en Dienstverlening

  • 1.

    Het cluster Stadsdelen, Beheer en Dienstverlening voert taken uit op het gebied van het beheer en onderhoud van de buitenruimte van de stad, een duurzame en schone stad, het heffen, factureren en innen van gemeentelijke belastingen en heffingen, dienstverlening aan de burger, het behandelen van vergunningen en het houden van toezicht op de naleving van uitgegeven vergunningen, en de organisatie van de stadsdelen en het stadgebied.

  • 2.

    Het cluster stadsdelen, Beheer en Dienstverlening bestaat uit de volgende onderdelen:

    • a.

      directie Afval en Grondstoffen;

    • b.

      directie Belastingen;

    • c.

      directie Dienstverlening;

    • d.

      directie Stadswerken

    • e.

      directie Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte

    • f.

      directie Vergunningen, Toezicht en Handhaving

    • g.

      de zeven stadsdeelorganisaties en het stadsgebied.

Artikel V  

Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking, met uitzondering van artikel IV, dat in werking treedt op 1 juni 2026.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 3 maart 2026.

De burgemeester

Femke Halsema

De gemeentesecretaris

Catrien Lenstra

Aldus vastgesteld op 3 maart 2026.

De burgemeester

Femke Halsema

Aldus vastgesteld door de stedelijk directeur van het cluster Bedrijfsvoering op 11 maart 2026

Stedelijk directeur cluster Bedrijfsvoering

Ahmed Kansouh

Aldus vastgesteld door de stedelijk directeur van het cluster Digitalisering, Innovatie en Informatie op 11 maart 2026

Stedelijk directeur cluster Digitalisering, Innovatie en Informatie

Fiona Atighi

Aldus vastgesteld door de stedelijk directeur van het cluster Stadsdelen, Beheer en Dienstverlening op 11 maart 2026

Stedelijk directeur cluster Stadsdelen, Beheer en Dienstverlening

Sjoukje Alta

Aldus vastgesteld door de stedelijk directeur van het cluster Ruimte en Economie op 11 maart 2026

Stedelijk directeur cluster Ruimte en Economie

Thea de Vries

Aldus vastgesteld door de stedelijk directeur van het cluster Sociaal op 11 maart 2026

Stedelijk directeur cluster Sociaal

Duco Stuurman

Bijlage 1: Lijst Opdrachtgeverschap projecten in gebiedsontwikkeling, behorende bij Artikel II

 

 

 

 

 

Toelichting  

Algemeen deel

De Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam, het algemeen mandaatbesluit en het Organisatiebesluit worden twee keer per jaar gewijzigd. Op deze vaste verandermomenten worden gewenste wijzigingen uit verschillende directies opgehaald en verwerkt.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel I, A (wijziging taak 24.1 omgevingsplan Amsterdam)

In de Takenlijst is opgenomen dat de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan binnen een gebied dat niet is aangewezen als stedelijk gebied of project, tot de vrijgave van het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan, bij het dagelijks bestuur ligt. Als afronding van de voorbereiding geeft het dagelijks bestuur advies aan het college betreffende het ter inzage leggen van de ontwerpwijziging. Het dagelijks bestuur betrekt het advies van de stadsdeelcommissie of de bestuurscommissie van Weesp bij dit advies. Vanaf het besluit tot terinzagelegging van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan ligt de voorbereiding bij het college.

 

Om het proces van de transitie te harmoniseren en stroomlijnen zal het college in alle gevallen de wijzigingen van het omgevingsplan in het kader van de transitie voorbereiden, ook in de gebieden die niet zijn aangewezen als stedelijk gebied. Dit is vergelijkbaar met de procedure die nu reeds voor een technische wijziging van het omgevingsplan wordt gevolgd.

 

Daarom is in de taakomschrijving bij onderdeel 24.1 toegevoegd dat de voorbereiding van het omgevingsplan net bij het dagelijks bestuur ligt als het valt onder een technische wijziging of wijziging van het omgevingsplan in het kader van de transitie.

 

Het dagelijks bestuur van een stadsdeel of het stadsgebied zal voor deze gevallen gelijktijdig met de kennisgeving dat een wijziging wordt voorbereid worden geïnformeerd dat een gebied in het betreffende stadsdeel of stadsgebied zal worden omgezet én wordt gevraagd te adviseren gelijktijdig met het ter inzage liggen van het ontwerpwijzigingsplan.

 

Artikel I, B en F (Algemene bepalingen en beperkingen, ondermandaat)

In de algemene bepalingen en beperkingen is verduidelijkt dat, alhoewel in de regel ondermandaat is toegestaan, hier ook uitzonderingen op zijn. Er zijn een aantal specifieke bevoegdheden waarbij is bepaald dat ondermandaat niet toegestaan is.

 

Daarnaast is bij een aantal bevoegdheden waarbij in de bijzonderheden en beperkingen ondermandaat is verboden een zin opgenomen voor de bestuurscommissie Weesp. In artikel 53, tweede lid is namelijk bepaald dat waar in de bijlagen 2 en 3 (takenlijst en bevoegdhedenregister) behorend bij deze verordening staat genoemd ‘DB’ of ‘dagelijks bestuur’ wordt voor het stadsgebied Weesp gelezen: bestuurscommissie. Dat zou betekenen dat de bestuurscommissie bepaalde bevoegdheden ook niet mag mandateren aan haar dagelijks bestuur. Dat is niet de bedoeling. Daarom is bij deze mandaat beperkingen toegevoegd dat de bestuurscommissie Weesp wel mag mandateren aan haar eigen dagelijks bestuur. Met de voorwaarde dat de bestuurscommissie dan wel bepaalt dat het dagelijks bestuur deze bevoegdheid niet verder mag ondermandateren.

 

Artikel I, C (Algemene bevoegdheden)

Dit zijn technische wijzigingen. De wettelijke grondslag voor het aangaan van een rechtshandeling met betrekking op het verhaal van kosten van de grondexploitatie bij een ruimtelijk besluit is veranderd door de inwerkingtreding van de Omgevingswet. En met de inwerkingtreding van de Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022 op 1 januari 2024 is de Algemene Verordening Nadeelcompensatie ingetrokken. Daarop is de bevoegdheid over het beslissen op aanvragen voor nadeelcompensatie aangepast.

 

Artikel I, D (Afval en grondstoffen)

Dit is een technische wijziging, er werd per abuis verwezen naar het verkeerde lid van artikel 13a van de Afvalstoffenverordening. De bevoegdheid gaat om het stellen van regels en dat is niet in het tweede, maar in het eerste lid van artikel 13a geregeld.

 

Artikel I, E (wijziging bevoegdheid 18 Burgerparticipatie)

Bestuurlijke betrokkenheid bij burgerparticipatie is van groot belang. Daarom is het wenselijk dat het dagelijks bestuur zelf het participatieplan en het verslag van de participatie vaststelt en dit niet onder mandateert. Daarom is een beperking toegevoegd.

 

Daarnaast is toegevoegd dat ook de voorzitter van het db bevoegd is om de bevoegdheden uit hoofdstuk 2 van de participatieverordening uit te voeren, voor zover het gaat om beleid of projecten waarvoor de voorzitter bevoegd is.

 

Artikel I, G (Omgevingswet)

Dit zijn twee technische wijzigingen. In de kolom omschrijving wordt een grammaticale verschrijving hersteld door ‘een’ te verwijderen voor maatwerkvoorschriften en in de kolom Grondslag wordt ‘Ow’ vervangen door ‘Omgevingswet’ omdat in dit onderdeel verder overal Omgevingswet staat uitgeschreven en niet afgekort.

 

Artikel I, H (wijziging kaart bijlage A)

De kaart uit Bijlage A behorend bij het Bevoegdhedenregister wordt vervangen. Deze wijziging ziet niet op de kaart in bijlage 1, grenzen van de stadsdelen en gebieden.

 

Bij collegebesluit van 11 februari 2025 (Gemeenteblad 2025, 67971) is, conform in de lijst opdrachtgeverschap in gebiedsontwikkeling, aangegeven dat het bestuurlijk opdrachtgeverschap voor de gebiedsontwikkeling de Venser bij het college ligt. Voor de Banne Noord is door het college bij het principebesluit van 18 december 2018 besloten dat het bestuurlijk opdrachtgeverschap bij het college ligt. Voor de Wildemanbuurt is door het college met de vrijgave voor inspraak concept Vernieuwingsplan Wildemanbuurt van 1 oktober 2024 besloten dat het bestuurlijk opdrachtgeverschap bij het college ligt. Deze wijzigingen worden op de kaart doorgevoerd. De wijziging van de kaart A zorgt niet voor extra administratieve lasten voor inwoners en ondernemers.

 

Wijzigingen op kaart A ten opzichte van het raadsbesluit tot wijziging van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied van 9 oktober 2025:

 

 

 

 

Artikel II

Op de lijst ‘Opdrachtgeverschap projecten in de gebiedsontwikkeling’ worden de projecten in de gebiedsontwikkeling opgenomen en is aangegeven waar het ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgeverschap ligt.

 

Voor de meeste gebieden waar gebiedsontwikkeling plaatsvindt ligt het ambtelijk opdrachtgeverschap bij Grond en Ontwikkeling (G&O) en het bestuurlijk opdrachtgeverschap bij het college (verantwoordelijk wethouder). In sommige gevallen ligt dit bij het stadsdeel. Daar waar op de lijst is opgenomen dat het bestuurlijk opdrachtgeverschap bij het college ligt zijn deze gebieden ook opgenomen in bijlage A Grenzen stedelijke gebieden, projecten en belangen in de Verordening op de stadsdelen. In de voorliggende lijst zijn de wijzigingen verwerkt van gebiedsontwikkelingsprojecten waarbij het bestuurlijk en/of ambtelijk opdrachtgeverschap is gewijzigd.

 

Artikel III, A

Dit artikel is aangevuld om het toepassingsbereik van mandaat en de voorwaarden waaronder mandaat verleend wordt te verduidelijken. Wanneer mandaat gegeven wordt, mag de gemandateerde ook de daarmee samenhangende handelingen verrichten zoals feitelijke voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, stukken ondertekenen, voldoen aan publicatieverplichtingen, beslistermijnen verdagen, beslissen op ingebrekestellingen en dergelijke.

 

Het mandaatbesluit bestaat in samenhang met de budgethoudersregeling. Elk mandaat wordt geacht te zijn verleend onder de voorwaarde dat de gemandateerde daarmee geen hogere bestedingsruimte krijgt, maar onverminderd gehouden is aan de budgethoudersregeling.

 

Artikel III, B en C

Wijzigingen van tekstuele aard ter verbetering en verduidelijking. In artikel 3 eerste lid stond in onderdeel p de bevoegdheid om toezichthouders aan te wijzen en identifactiebewijzen te verstrekken. Deze bevoegdheden komen de gemeentesecretaris ook al toe via Bijlage 2. De directeur THOR wijst de toezichthouders aan en verstrekt hen de bedoelde identificatiebewijzen. Dit laatste wordt in Bijlage 2 toegevoegd. Als vervanging is onderdeel p gebruikt om een bevoegdheid aan de gemeentesecretaris te mandateren die niet in het algemeen mandaatbesluit was opgenomen maar in een afzonderlijk mandaatbesluit stond. Het gaat om het aanwijzen van ambtenaren die de bestuurssecretaris van een stadsdeel kunnen vervangen bij afwezigheid.

 

Artikel III, D

Dit mandaat geeft de clusterdirecteuren ook het mandaat om hun eigen directie organisatorisch in te richten. Denk daarbij aan de indeling in bepaalde teams en de namen daarvan. Dit gebeurde in de praktijk al, maar was nog niet in het mandaatbesluit als zodanig opgenomen.

 

Artikel III, E

Algemene wet bestuursrecht toegevoegd gelet op dat artikel 5:20 een verplichting geeft gehoor te geven aan vorderingen van toezichthouders, overtreding kan met een last onder bestuursdwang worden afgedwongen. Specifiek artikel 17 van de inmiddels vervangen Afvalstoffenwet komt te vervallen, omdat al mandaat is verleend voor het geheel van de bepalingen van de Afvalstoffenverordening Amsterdam, die een uitwerking geven aan de Afvalstoffenwet.

 

Artikel III, F

Verwijdering van enkele vervallen subsidieverordeningen waarop besluitvorming niet langer plaatsvindt en werd verwezen naar artikel 150 Gemeentewet en de Algemene inspraakverordening. Artikel 150 Gemeentewet geeft geen grondslag en de Algemene inspraakverordening is vervangen door de Participatieverordening. De term ‘waaronder’ wordt toegevoegd in het mandaat over vooroverleg met betrokken gemeenten, waterschappen en diensten, omdat er ook met (maatschappelijke) organisaties kan worden overlegd.

Toevoeging van mandaat over specifieke bevoegdheden met betrekking tot archeologisch onderzoek en archeologische rapporten gelet op in werking getreden artikelen van de eerste wijziging van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam.

 

Artikel III, G

Op 5 september 2025 heeft het Gemeentelijk Managementteam (GMT) ingestemd met het voornemen tot oprichting van de directie Energie. In afwachting van de formele oprichting is het Team Energietransitie van de directie Ruimte & Duurzaamheid toegevoegd aan de Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie. Deze overgang, ook wel aangeduid als een "Lift and Shift", heeft als doel om gezamenlijk te werken aan de opbouw van de nieuwe directie Energie. Als gevolg van deze organisatorische wijziging en het van kracht worden van de Energiewet op 1 januari 2026 wordt het mandaat van de directeur van de Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie aangepast en uitgebreid met een aantal mandaten.

 

Artikel III,H

Bijlage 5 vervalt. De bepalingen zijn vervat in de ondermandaatbesluiten die per directie worden genomen door de directeur van de betreffende directie.

 

Artikel IV

In het Organisatiebesluit Amsterdam wordt de nieuwe directie Vergunningen, Toezicht en Handhaving toegevoegd. Deze wijziging treedt op 1 juni 2026 in werking. Met deze reorganisatie worden de VTH-werkzaamheden samengebracht in één directie met gezamenlijke sturing. Daarmee worden centraal opgavegerichte dienstverlening en gebiedsgericht werken met elkaar verbonden. De ondermandaatbesluiten van de stadsdelen worden op de nieuwe inrichting aangepast.

Naar boven