Gemeenteblad van Zutphen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zutphen | Gemeenteblad 2024, 537864 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zutphen | Gemeenteblad 2024, 537864 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Tarieventabel 2025 behorende bij de Legesverordening gemeente Zutphen 2025
HOOFDSTUK 1 Algemene dienstverlening
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand
Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking, registratie of omzetting partnerschap
Artikel 1.2 Omzetting partnerschap zonder ceremonie
Het tarief bedraagt voor de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk zonder ceremonie € 53,35.
Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking, registratie of omzetting partnerschap in een bijzonder huis
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek € 390,05.
Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het eenmalig benoemen van een al beëdigd buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, niet zijnde buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand benoemd door de gemeente Zutphen € 161,65.
Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente
Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige € 34,10.
Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand of zoals dit besluit laatstelijk is vervangen of gewijzigd.
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten
De tarieven bedragen voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van de in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden genoemde documenten, de daarvoor in dat artikel vermelde maximumtarieven, naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,05.
Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart
De tarieven bedragen voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van de in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden genoemde documenten, de daarvoor in dat artikel vermelde maximumtarieven, naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,05.
Voor de versnelde uitreiking worden de tarieven genoemd in de artikelen 1.9 en 1.10 vermeerderd met het daarvoor in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden vermelde maximumtarief, naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,05.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: het in de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer genoemde bedrag, vermeerderd met het in artikel 104b van het Reglement rijbewijzen genoemde bedrag, waarbij de som van deze bedragen naar beneden wordt afgerond op een veelvoud van € 0,05.
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.
Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een uittreksel uit de basisregistratie personen:
Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking
In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 17 van het Besluit basisregistratie personen, het bedrag zoals dat is opgenomen in artikel 10 van de Regeling basisregistratie personen.
Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen
Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager zijn meegedeeld, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Artikel 1.19 Afschriften van bestuursstukken
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie
Artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
Artikel 1.22 Informatie uit registers
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor:
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken
Artikel 1.25 Overige publiekszaken
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het:
verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag: de in de Regeling vergoeding verklaring omtrent het gedrag en gedragsverklaring aanbesteden genoemde bedragen;
Artikel 1.27 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie bouwtekening in kleur of een professionele digitale foto of het inbewaring geven van particuliere archieven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Het schenken van particuliere archieven is kosteloos.
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet € 99,40;
verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15 negende lid, van de Leegstandwet € 49,70.
Artikel 1.31 Wet op de kansspelen
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:
Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning) € 41,65.
Artikel 1.32 Telecommunicatiewet
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een instemmingsbesluit, als bedoeld in de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen, omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden: € 566,65;
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen, omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden van minder ingrijpende aard (tracés tot en met 25 m1) en spoedeisende werkzaamheden € 113,45.
Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 € 47,60;
een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 in combinatie met een parkeerontheffing voor betaalde en vergunninghoudersparkeerplaatsen:
een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling Voertuigen € 40,85;
een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer € 161,45;
Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:
kaarten, tekeningen en lichtdrukken, groter dan A3-formaat, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk € 13,50, vermeerderd met € 4,40 voor elke 1.000 cm2, waarmee de oppervlakte van de kaart, tekening of lichtdruk de 1.000 cm2 te boven gaat;
Het op grond van het eerste lid, onderdeel g, verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager is meegedeeld, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Artikel 1.35 Diverse vergunningen of beschikkingen
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
een vergunning voor het in exploitatie nemen van een kindercentrum of gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.45, eerste lid van de Wet kinderopvang € 1.410,10;
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag op grond van de Wet open overheid:
bij verstrekking op ander materiaal: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. De aanvraag wordt in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager is meegedeeld, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
HOOFDSTUK 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
Binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;
door middel van een omgevingsoverleg kan een initiatief voorafgaand aan het indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning aan de gemeente worden voorgelegd om van de gemeente te vernemen of en zo ja, op welke wijze het initiatief kan worden gerealiseerd. Het omgevingsoverleg heeft geen juridische status en is geen onderdeel van de wettelijke procedure. De wettelijke procedure start pas als een initiatiefnemer een aanvraag of melding indient. Er bestaan meerdere soorten omgevingsoverleg: vooroverleg, principeverzoek, een beoordeling aan de intaketafel en een beoordeling aan de omgevingstafel;
een mondelinge/telefonische vraag of korte schriftelijke vraag om een indicatie of een initiatief past binnen de geldende regels van een bestemmingsplan en/of er een vergunning nodig is. Dit is alleen een indicatie, er vindt geen planbeoordeling plaats, met een tijdsindicatie van ongeveer 30 minuten;
een beoordeling door de gemeente Zutphen of een voorgenomen (bouw)plan vergunbaar is, voorafgaand aan het indienen van een aanvraag voor dat (bouw)plan. Een aanvraag om een vooroverleg is in behandeling genomen op het moment dat het verzoek om aanvraag om een vooroverleg is geregistreerd. Het vooroverleg eindigt bij het verstrekken van het bericht “afronding vooroverleg”. Als dit voor de beoordeling van belang is, zal deze plaatsvinden in aanwezigheid van de initiatiefnemer;
voordat een definitieve aanvraag wordt ingediend en een procedure wordt doorlopen kan een initiatiefnemer aan de hand van een schriftelijk verzoek het college vragen om een voorlopig oordeel over de kans op de verlening van de medewerking aan een voorgenomen (bouw)plan of aan een wijziging dan wel herziening van het omgevingsplan. Een aanvraag om een principeverzoek is in behandeling genomen op het moment dat het initiatief waarover het bestuurlijke standpunt wordt gevraagd is ontvangen en is geregistreerd. Het principeverzoek eindigt bij de schriftelijke mededeling van het collegebesluit op het verzoek van initiatiefnemer;
de intaketafel is een beoordeling door de gemeente Zutphen van een initiatief dat niet past binnen de regels van het (tijdelijke) omgevingsplan. De intaketafel leidt tot een standpunt over de wenselijkheid van het initiatief, de eventuele medewerking en het vervolgproces. Een aanvraag om een beoordeling aan de intaketafel is in behandeling genomen op het moment dat het verzoek om een beoordeling aan de intaketafel is geregistreerd. De beoordeling aan de intaketafel eindigt bij het verstrekken van het bericht “afronding intaketafel”. Als dit voor de beoordeling van belang is, zal deze plaatsvinden in aanwezigheid van de initiatiefnemer;
de omgevingstafel is een overlegvorm voor initiatieven waarvan bij het intaketafelgesprek is geoordeeld dat deze onder voorwaarden mogelijk te realiseren zijn. Aan de omgevingstafel wordt een initiatief besproken en beoordeeld door gemeentelijke en in voorkomende gevallen externe adviseurs en specialisten (ketenpartners) met als doel het initiatief zodanig vorm te geven dat aan de voorwaarden om deze te kunnen realiseren is voldaan en te komen tot een realiseerbaar plan. Een aanvraag om een beoordeling aan de omgevingstafel is in behandeling genomen op het moment dat het verzoek om een beoordeling aan de omgevingstafel is geregistreerd. De beoordeling aan de omgevingstafel eindigt bij het verstrekken van de brief “afronding omgevingstafel”. Als dit voor de beoordeling van belang is, zal deze plaatsvinden in aanwezigheid van de initiatiefnemer.
In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving:
onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567;
Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven
Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;
een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;
toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;
Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een schriftelijke verklaring dat voor een voorgenomen initiatief geen omgevingsvergunning is vereist, of om een schriftelijke verklaring dat een voorgenomen initiatief past binnen de geldende regels van het (tijdelijke) omgevingsplan bedraagt het tarief € 113,10.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk, als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, wordt, als in het kader van een omgevingsoverleg een andere in dit hoofdstuk opgenomen dienst moet worden uitgevoerd, het tarief voor het omgevingsoverleg vermeerderd met de leges zoals vermeld in deze tarieventabel voor die betreffende dienst of diensten.
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Als de aanvraag betrekking heeft op het plaatsen van zonnecollectoren en/of zonnepanelen op, aan of bij een pand gelegen binnen het beschermd stadsgezicht en/of een beschermd monument en het plan voldoet aan de voorwaarden van artikel 2.29, onder d van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving worden de bouwkosten die betrekking hebben op de zonnecollectoren en/of zonnepanelen niet betrokken in de bepaling van de bouwkosten als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk en/of terreinen/percelen (ruimtelijke deel)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het bouwwerk/terreinen/percelen, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
De tarieven genoemd onder het eerste lid worden in voorkomende gevallen verhoogd met:
als sprake is van toepassing van de wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, zoals bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet € 4.683,20.
Onverminderd de voorgaande onderdelen van dit artikel wordt, als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, het tarief verhoogd met:
voor activiteiten die overeenkomen met de gevallen zoals deze zijn opgenomen in de Beleidsregels buitenplanse afwijkingsmogelijkheden 2022 Zutphen € 345,95;
Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 109,65.
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, voor een binnenplanse dan wel een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van hoofdstuk 5 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Zutphen in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit al dan niet met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Verordening Fysieke Leefomgeving Zutphen is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is, als:
het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.
Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, voor een binnenplanse dan wel buitenplanse omgevingsplanactiviteit in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit € 109,65.
Als de aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een op grond van de Verordening Fysieke Leefomgeving Zutphen aangewezen karakteristiek of beeldondersteunend (bouw)werk of aangewezen gebied met cultuurhistorische waarden, waarvoor een omgevingsvergunning of ontheffing vereist is, wordt het tarief zoals vermeld in het eerste lid vermeerderd met € 480,35.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.
Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10 en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 1.200,80.
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 2.587,30.
Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 3.080,70.
Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 3.080,70.
Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten
Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 514,85.
Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 514,85.
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde
Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 11:2 van de Verordening fysieke leefomgeving Zutphen in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 111,20.
Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld in artikel 11:3 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Zutphen in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 109,65.
Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 150,10.
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Verordening fysieke leefomgeving Zutphen in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in hoofdstuk 10 Verordening Fysieke Leefomgeving Zutphen in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 109,65.
Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, als bedoeld in artikel 11:1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Zutphen in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Zutphen in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 64,25.
Artikel 2.34 Andere activiteiten
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten € 360,25.
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift € 300,20.
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel
Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op:
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit € 263,45.
Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning
In afwijking van het eerste lid is voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning, in andere gevallen dan als gevolg van een geringe wijziging in het project, hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft.
Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning € 480,35.
Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is € 0,00.
Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten
De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan € 10.807,40.
Artikel 2.45a Omgevingsplanactiviteit: Geluidwaarde of trillingsterkte
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit betreffende het vaststellen van een hogere geluidwaarde of trillingsterkte als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving€ 1.542,00.
Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met 10%, met een maximum van € 1.028,00.
Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit:
Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als op aanvraag dan wel op grond van een wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:
voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening brede adviescommissie fysiek domein gemeente Zutphen 2021 dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:
als de bouwkosten minder dan € 500.000 bedragen 0,19% van de bouwkosten met een minimum van € 100,00, vermeerderd met:
0,12% van de bouwkosten, over de bouwkosten van € 500.000 tot € 1.000.000;
0,08% van de bouwkosten, over de bouwkosten van € 1.000.000 tot € 2.500.000;
0,05% van de bouwkosten, over de bouwkosten van € 2.500.000 tot € 5.000.000;
0,025% van de bouwkosten, over de bouwkosten vanaf € 5.000.000;
als het te toetsen initiatief nieuwbouw woningen, niet zijnde etage- of galerijwoningen en dergelijke, betreft van meer dan vijf gelijke woningen in één complex en hiervoor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening brede adviescommissie fysiek domein gemeente Zutphen 2021 moet worden uitgebracht dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet wordt het tarief zoals vermeld in onderdeel b in rekening gebracht, met dien verstande dat voor de bepaling van de hoogte van de bouwkosten in afwijking van artikel 2.1, vijfde lid, wordt uitgegaan van:
voor een advies van de brede adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in de Verordening brede adviescommissie fysiek domein gemeente Zutphen 2021 in verband met reclameobjecten, per adviesaanvraag € 100,00;
voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening brede adviescommissie fysiek domein gemeente Zutphen 2021 dat betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet in combinatie met één extra discipline: het tarief zoals vermeld in onderdeel b, verhoogd met 80%;
voor een advies van de brede adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in de Verordening brede adviescommissie fysiek domein gemeente Zutphen 2021 dat betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet in combinatie met meerdere extra disciplines: het tarief zoals vermeld in onderdeel b, verhoogd met 120%;
voor een advies in andere gevallen dan hiervoor bedoeld: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.
Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt 100% van de voor het omgevingsoverleg geheven leges, met uitzondering van de leges voor een principeverzoek op grond van artikel 2.4, zoals opgenomen in artikel 2.4, eerste lid, sub c, en de leges op grond van artikel 2.4, tweede en derde lid.
Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges, met dien verstande dat ten minste € 113,10 verschuldigd blijft.
Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 1 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt.
De teruggaaf bedraagt 20% van de voor de activiteit waarvoor de vergunning is ingetrokken verschuldigde leges.
Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.
De teruggaaf bedraagt 25% van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges.
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (hierna: APV) € 217,25, verhoogd met:
als de vergunning ook omvat het geopend hebben van het horecabedrijf in afwijking van het sluitingsuur op grond van artikel 2:29 van de APV € 118,65;
tot het wijzigen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR622626artikel 2.28 van de APV € 45,85.
Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet € 217,25;
om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet € 30,80;
Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijven
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf als bedoeld in artikel 3:4 van de APV € 1.050,05.
Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
om een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet€ 5,60;
om een ontheffing in het kader van artikel 3 van de Winkeltijdenverordening gemeente Zutphen 2017:
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt
Artikel 3.6 Organiseren evenement
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de APV, met een bezoekersaantal:
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing om op te treden als straatartiest als bedoeld in artikel 2:9 van de APV € 74,05.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het houden van een openbare inzameling van geld of goederen als bedoeld in artikel 5:13 van de APV € 25,65.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing voor het stoken van vuur in de open lucht, als bedoeld in artikel 33 van de Afvalstoffenverordening Zutphen 2005:
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing voor het venten als bedoeld in artikel 5:15 van de APV:
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing geluidhinder als bedoeld in artikel 8:4 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen:
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing recreatief nachtverblijf als bedoeld in artikel 8:6 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen € 28,80.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een verklaring van geen bezwaar voor de inrichting en gebruik van niet aangewezen luchthaven, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Regeling burgerluchthavens € 37,90.
Artikel 3.10 Losse standplaatsen
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 2:14 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen € 64,25.
Toelichting op de tarieventabel 2025 behorende bij de Legesverordening 2025
Waar mogelijk wordt (anders dan in het VNG-model) gebruik gemaakt van verwijzingen naar wettelijke tarieven of maxima, zodat wijzigingen in hogere regelgeving automatisch doorwerken in deze tarieventabel. Grotendeels is aangesloten bij het VNG-model. Niet alle opties uit dat model worden in Zutphen toegepast. Daarom staat diverse keren (bij) een artikel(lid): “gereserveerd”. Zo blijft de structuur en volgorde van de verordening in Zutphen zoveel mogelijk gelijk aan die van het VNG-model. Dat vergemakkelijkt het bijwerken in de toekomst. In deze toelichting zijn vooral de afwijkingen en bijzonderheden ten opzichte van het VNG-model toegelicht. De toelichting op het VNG-model bevat een nadere uiteenzetting die - tenzij in Zutphen voor een afwijking is gekozen - ook voor Zutphen van toepassing is.
Ten opzichte van de tarieventabel 2024 zijn er redactionele wijzigingen doorgevoerd. Sommige bepalingen bleken overbodig, waren onnodig ingewikkeld of niet helemaal correct geformuleerd. Dat is hiermee verbeterd.
2 Toelichting op de hoofdstukken
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
Dit hoofdstuk is ‘algemene dienstverlening’ genoemd ter onderscheiding van de twee andere hoofdstukken. Binnen dit hoofdstuk bestaat beleidsruimte om kruissubsidiëring of het profijtbeginsel toe te passen, ook met diensten buiten hoofdstuk 1. Zie HR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:282. Wel moet rekening worden gehouden met diensten die onder Europese Dienstenrichtlijn vallen. Zie de toelichting op artikel 5 van de Legesverordening.
Kosteloze voltrekking huwelijk, registratie partnerschap en omzetting
In artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand is geregeld dat gemeenten gelegenheid moeten geven tot een kosteloze huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk. De ambtenaar van de burgerlijke stand bepaalt de daarvoor bestemde dagen en uren. Sinds 1 maart 2009 is het niet meer mogelijk een huwelijk om te zetten in een geregistreerd partnerschap (Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding; Stb. 2008, 500).
Voor het kosteloos voltrekken van een huwelijk, registreren van een partnerschap of omzetten van een geregistreerd partnerschap is het voldoende als gelegenheid wordt gegeven tot het kosteloos voltrekken van een huwelijk, registreren van een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap in het gemeentehuis. Er bestaat geen wettelijke verplichting tot het kosteloos voltrekken van een huwelijk, registreren van een partnerschap of omzetten van een geregistreerd partnerschap in een bijzonder huis.
Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking, registratie of omzetting partnerschap
Naast de 'gewone' huwelijken met ceremonie, bestaat de mogelijkheid om tegen gereduceerd tarief te trouwen: het zogenaamde budgethuwelijk. Dit is sobere uitvoering zonder ceremonie.
Artikel 1.2 Omzetting partnerschap zonder ceremonie
Op de website van Zutphen staat informatie hoe en wanneer dit kan plaatsvinden.
Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente
Op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is het verplicht om ten minste twee getuigen te hebben bij de huwelijksvoltrekking of registratie van het partnerschap (artikel 63, eerste lid, en artikel 80a, vijfde lid, Boek 1 BW). Het komt voor dat toekomstige partners aan de gemeente vragen om getuigen beschikbaar te stellen. Hiervoor is een tarief opgenomen.
Artikel 1.7 Annuleren of wijzigen datum
Het is discutabel of voor het annuleren van een voorgenomen huwelijk vanwege de wettelijke beperkingen leges voor geheven kan worden. Volgens de wet mag alleen voor het voltrekken van een huwelijk leges geheven worden.
Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje
In artikel 1.8 van de tarieventabel zijn tarieven opgenomen voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje. De leges genoemd in artikel 1.8 worden geheven naast de leges die op grond van de artikelen 1.1 t/m 1.7 geheven worden.
Ook in het geval van een kosteloos huwelijk of registreren van een partnerschap is legesheffing voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje toegestaan. Het betreft hier een dienst van de gemeente die wordt verleend naast het voltrekken van het huwelijk of de registratie van een partnerschap zelf. Een verplichting tot het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje bestaat immers niet. Wij merken hierbij nog op dat dit dienstverlening waarvoor de gemeente btw-plichtig is. Het tarief is dus inclusief btw (artikel 38 Wet op de omzetbelasting 1968).
Verrichtingen ambtenaren van de burgerlijke stand
De mogelijkheden tot het heffen van leges voor verrichtingen van ambtenaren van de burgerlijke stand zijn geregeld in de Wet rechten burgerlijke stand (Stb. 1879, 72). In artikel 2 van die wet is geregeld voor welke verrichtingen leges geheven kunnen worden. De hoogte van die leges is vastgesteld in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. De gemeente kan deze leges rechtstreeks heffen op basis van dat Legesbesluit. Artikel 3, tweede lid, van die wet bepaalt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de leges heft en invordert. Dat is dus een afwijking van de belastingbepalingen in de Gemeentewet. Zo heeft Hof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat het Legesbesluit akten burgerlijke stand geen belastingwet is in de zin van de AWR, dat de vergoeding geen gemeentelijke belasting is en dat de AWR niet van toepassing is (Hof 's-Hertogenbosch 27 mei 2016, nr. 15/00138 (Roermond), ECLI:NL:GHSHE:2016:2100, VNG-nummer: 6601). Voor de rechtsbescherming zijn de bepalingen over bezwaar en beroep in de Awb van toepassing.
In afwijking van het VNG-model zijn nu nog tarieven opgenomen voor bepaalde handelingen (artikel 1.8, 2e lid en verder). In 2025 vindt een onderzoek van de legesverordening plaats. Mogelijk dat deze bepalingen daarna komen te vervallen.
Artikel 1.9 Paspoorten, andere reisdocumenten
Zutphen hanteert de wettelijke maximumtarieven, naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,05. De redactie is in afwijking van het VNG model zo vormgegeven dat wijzigingen in de rijksregelingen direct doorwerken in de tarieventabel van Zutphen, zonder dat deze hoeft te worden aangepast.
Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart
Hiervoor geldt hetzelfde als onder 1.9 vermeld.
Hiervoor geldt hetzelfde als onder 1.9 vermeld.
Zutphen hanteert de wettelijke maximumtarieven, naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,05. De redactie is in afwijking van het VNG model zo vormgegeven dat wijzigingen in de rijksregelingen direct doorwerken in de tarieventabel van Zutphen, zonder dat deze hoeft te worden aangepast.
Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen
De in artikel 1.18 opgenomen regeling is bedoeld voor gevallen waarin aan de gemeente wordt verzocht de basisregistratie personen door te nemen voor het verkrijgen van bepaalde inlichtingen. Deze bepaling geeft de mogelijkheid leges te heffen naar rato van de tijd die met het doornemen is gemoeid, ongeacht of dit leidt tot het daadwerkelijk verschaffen van de gevraagde inlichtingen. Naast een bedrag voor het doornemen van de basisregistratie is de aanvrager eventueel een bedrag verschuldigd op grond van artikel 1.15 als vervolgens persoonsgegevens worden verstrekt. Dit vloeit voort uit het feit dat het bepaalde in artikel 1.18 een afzonderlijk belastbaar feit vormt.
Artikel 1.28 Uitlenen archiefbescheiden
Hier staan tarieven voor uitlenen door de bibliotheek. Dat is echter een zelfstandige organisatie. De vraag is of de gemeente daarvoor wel tarieven kan vaststellen. Dit wordt meegenomen bij het onderzoek naar de legesverordening dat in 2025 zal plaatsvinden.
Voor het uitlenen van eigen (gemeentelijke) archiefbescheiden is geen tarief opgenomen. De Regeling tarieven rijksarchiefbescheiden voorziet evenmin in een tarief voor het uitlenen van archiefbescheiden.
HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET
De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Dit hoofdstuk is daarop aangepast.
HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING WAAROP DE DIENSTENRICHTLIJN VAN TOEPASSING IS
Het aantal tarieven dat in Zutphen onder hoofdstuk 3 valt is beperkt. Voor dienstverlening die niet met name genoemd is, is in artikel 3.18 een vangnetbepaling opgenomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-537864.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.