34 350 IX Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2015 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2015 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IXB) en de Nationale Schuld (IXA).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2015 van het Ministerie van Financiën. In paragraaf 2.1 is een overzicht opgenomen van de belangrijkste mutaties (mutaties groter of gelijk aan € 10 mln. voor artikel 1 t/m 10). Ook worden de belangrijkste mutaties inzake schuldfinanciering en kasbeheer voor artikel 11 en 12 toegelicht. Paragrafen 2.2 en 2.3 bevatten per (niet-) beleidsartikel een tabel budgettaire gevolgen van beleid. Na de tabel budgettaire gevolgen van beleid wordt een toelichting op de cijfers uit de kolom «mutaties 2e suppletoire begroting» gegeven. Hierbij worden tenminste de mutaties op instrumentniveau groter of gelijk aan € 2,5 mln. of 5% van de ontwerpbegrotingstand toegelicht. De mutaties kunnen zowel beleidsmatig als technisch (bijvoorbeeld overboekingen en ramingsbijstellingen) van aard zijn. Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften behoeven de technische mutaties niet te worden toegelicht. Mutaties in de apparaatsuitgaven worden, voor zover deze betrekking hebben op overheveling van formatieplaatsen binnen de begroting of op overheveling tussen Financiën en andere departementen, niet nader toegelicht. De toelichting op de mutatie van de belastingontvangsten is in de Najaarsnota opgenomen.

2. Het beleid

2.1. Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties

De belangrijkste mutaties (uitgaven en ontvangsten groter of gelijk aan € 10 mln.) worden in onderstaande tabellen weergegeven en daarna toegelicht. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij het betreffende artikel.

2.1.1. Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties
Tabel: overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties (x € 1.000)
 

Art. nr.

Uitgaven 2015

Stand oorspronkelijke vastgestelde begroting 2015

 

6.922.713

Stand 1e suppletoire begroting 2015

 

6.984.247

Stand incidentele suppletoire begroting

 

6.972.247

     

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   
     

1) Belasting- en invorderingsrente

1

– 86.600

2) Apparaatsuitgaven Belastingdienst

1

– 10.807

3) Aankoop SNS Bank

3

1.101.950

4) Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

3

13.430

5) Multilarerale ontwikkelingsbanken en fondsen

4

80.000

6) Schade-uitkering EKV

5

25.100

7) Btw-compensatieregeling

6

– 38.678

8) Loon- en prijsbijstelling

10

– 13.244

9) Overige

 

– 11.225

Stand 2e suppletoire begroting 2015

 

8.032.173

  • 1. Doordat de grondslag voor het vergoeden van belasting- en invorderingsrente lager is dan geraamd zijn de uitgaven naar beneden bijgesteld.

  • 2. De lagere apparaatsuitgaven bij de Belastingdienst kennen meerdere oorzaken. Het budget wordt met € 31 mln. lager bijgesteld door onderuitputting op personeel. De loon- en prijscompensatie (inclusief compensatie CAO akkoord) heeft een budgetverhogend effect van € 28 mln. Verder zijn de kosten vervolging € 12 mln. lager bijgesteld. Overige mutaties bedragen per saldo € 4 mln., de begroting is hiervoor hoger bijgesteld.

  • 3. In verband met de verplaatsing van SNS Bank heeft de staat de aandelen SNS Bank van SNS REAAL gekocht, zie ook Kamerbrief 33 532 nr. 47. Hierbij is de eerder aan SNS REAAL verstrekte overbruggingslening van € 1,1 mld. verrekend met de aankoopprijs. Bij de uitgaven is daarom een betaling van € 1,1 mld. opgenomen. Aan de ontvangstenkant is hetzelfde bedrag opgenomen voor de verrekening met het overbruggingskrediet. Per saldo is de verplaatsing van SNS Bank derhalve budgettair neutraal.

  • 4. De uitvoeringskosten voor de staatsdeelnemingen zijn verhoogd in verband met de verkoop van de financiële deelnemingen. Het betreft vooral de verkoopkosten van ABN AMRO.

  • 5. Door een aanpassing van het IDA betaalschema wordt een bedrag van € 80 mln. betaald in 2015 in plaats van 2016.

  • 6. De raming op de schade-uitgaven wordt naar boven bijgesteld door een grote verwachte schade-uitkering eind 2015.

  • 7. Dit betreffen technische mutaties.

  • 8. Dit betreft de jaarlijkse loon- en prijsbijstelling. De post wordt afgeboekt van art 10 en verdeelt over de andere artikelen. Per saldo dus een neutrale mutatie.

Tabel: overzicht belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties (x € 1.000)
 

Art. nr

Ontvangsten 2015

Stand oorspronkelijke vastgestelde begroting 2015

 

121.575.790

Stand 1e suppletoire begroting 2015

 

121.738.952

Stand incidentele suppletoire begroting

 

121.738.952

     

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   
     

1) Belasting- en invorderingsrente

1

– 90.000

2) Ontvangsten boetes en schikkingen

1

16.000

3) Kosten vervolging

1

– 12.000

4) Belastingontvangsten

1

– 68.927

5) Ontvangsten IJsland

2

58.491

6) Verrekening overbruggingskrediet SNS

3

1.100.000

7) Opbrengst verkoop vermogenstitels

3

3.337.644

8) Dividend en afdrachten staatsdeelnemingen

3

248.400

9) Premies EKV

5

55.000

10) Schaderestituties EKV

5

– 29.900

11) Btw-compensatieregeling

6

– 38.678

12) Overig

 

– 6.314

Stand 2e suppletoire begroting 2015

 

126.308.668

  • 1. De ontvangsten uit belasting- en invorderingsrente worden met 90 mln. naar beneden bijgesteld. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de snellere indiening en behandeling van aangiften. Hierdoor daalt het rentebedrag dat belastingplichtigen eventueel verschuldigd zijn. Ook kiezen bedrijven voor het betalen van een hogere voorlopige belastingaanslag. Bij de vaststelling van de definitieve aanslag is hierdoor minder rente verschuldigd.

  • 2. De ontvangsten uit boetes en schikkingen laten een meevaller zien van 16 mln. Dit wordt met name veroorzaakt door de hogere boetetarieven binnen de motorrijtuigenbelasting.

  • 3. De aan burgers en bedrijven doorbelaste kosten vervolging zijn lager uitgevallen. De apparaatskosten zijn evenredig verlaagd (desaldering).

  • 4. In de Najaarsnota 2015 wordt de mutatie op de belastingontvangsten toegelicht

  • 5. Het dossier Icesave is na zeven jaar gesloten. Met het IJslandse DGS is een schikking overeengekomen. Dit zijn niet-geraamde ontvangsten als gevolg van de afwikkeling van de vordering inzake Icesave.

  • 6. Zie punt 3 bij uitgavenmutaties.

  • 7. Dit betreft vooral de bruto verkoopopbrengst van ABN AMRO van € 3,337 mld. als gevolg van de beursgang (eerste plaatsing).

  • 8. De geraamde dividenden (niet kaderrelevant) van de financiële instellingen zijn hoger uitgevallen.

  • 9. Door enkele grote exporttransacties zijn de premie-inkomsten hoger dan geraamd.

  • 10. De schaderestituties uit hoofde van terugbetalingsregelingen zijn lager dan geraamd.

  • 11. Dit betreffen technische mutaties.

2.1.2 Overzicht belangrijkste mutaties schuldfinanciering en kasbeheer

In onderstaande tabel worden de belangrijkste mutaties in kosten voor schuldfinanciering en kasbeheer weergegeven. De mutaties in deze posten zijn ook opgenomen in de tabellen in paragraaf 2.4. In die tabellen worden ook de overige mutaties gepresenteerd. Hieronder vallen de aflossingen en uitgiften van de staatsschuld en mutaties in de schuldverhouding van de Staat met de deelnemers aan het schatkistbankieren.

Overzicht belangrijkste mutaties schuldfinanciering en kasbeheer (x € 1 mln.)
 

2015

Mutaties netto rentelasten (EMU-saldo relevant)

 

Stand ontwerpbegroting 2015

7.086

   

Stand 1e suppletoire begroting 2015 (alleen EMU-saldo relevante rentelasten en -baten)

4.875

1. Bijstelling financieringsbehoefte

2. Bijstelling rekenrente

99

3. Effect schulduitgifte

– 64

4. Bijstelling rente interne schuldverhoudingen

85

Stand 2e suppletoire begroting 2015 (alleen EMU-saldo relevante rentelasten en -baten)

4.995

   

Overige mutaties (niet EMU-saldo relevant)

 

5. Ontvangsten rentederivaten

1.782

Stand 2e Suppletoire begroting 2015 (EMU-saldo relevante rentelaten en -baten én kasstromen a.g.v. derivaten)

3.213

Toelichting

  • 1. Veranderingen in het kastekort worden in het lopende begrotingsjaar opgevangen op de geldmarkt. De rente op de geldmarkt ligt dusdanig in de buurt van nul dat er geen mutatie is.

  • 2. De rekenrente op basis waarvan de renteramingen worden gemaakt is bij 2e suppletoire begroting licht hoger dan bij de 1e suppletoire begroting. De 1e suppletoire begroting maakt gebruik van de cijfers in de CPB publicatie Centraal Economisch Plan, de 2e suppletoire begroting van de cijfers in de CPB publicatie Macro Economische Verkenningen.

  • 3. Nieuwe schulduitgiften zijn sinds de 1e suppletoire begroting gefinancierd tegen iets gunstiger voorwaarden dan waarmee in de ramingen rekening was gehouden.

  • 4. De netto rentelasten voor de Staat ten aanzien van de interne schuldverhouding met de deelnemers aan het schatkistbankieren zijn toegenomen. Dit komt voornamelijk door dat er minder rente wordt ontvangen als gevolg van de herstructurering van de leningen aan het Rijksvastgoedbedrijf.

  • 5. Voortijdige beëindiging van rentederivaten heeft geleid tot een extra kasontvangst van € 1,8 mld. Het betreft de contant gemaakte waarde van de rentebaten die anders in de komende jaren zouden zijn ontvangen. Deze baten zijn nu in één keer ontvangen. Met deze voortijdige beëindiging is de gemiddelde looptijd van de schuld verlengd. De baten en lasten als gevolg van rentederivaten zijn niet relevant voor de bepaling van het EMU-saldo. Ze tellen wel mee bij de bepaling van de EMU-schuld.

2.2 De beleidsartikelen (Financiën)

Dit hoofdstuk bevat de budgettaire tabellen per artikel van begroting IX. In principe worden de mutaties op instrumentniveau groter of gelijk aan € 2,5 mln. of 5% van de ontwerpbegrotingstand toegelicht. De leeswijzer geeft nader aan welke mutaties wel en niet toegelicht worden, derhalve wordt naar de leeswijzer verwezen.

Artikel 1 Belastingen

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 1 Belastingen Bedragen x € 1.000
 

Stand vastgestelde begroting (na Nota van Wijziging, amendementen en ISB)

(1)

Stand 1ste suppletoire begroting

(2)

Mutatie Incidentele suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

(3)

Stand 2e suppletoire begroting

(4)=(2+3)

Verplichtingen

3.222.131

3.297.269

– 12.000

– 96.807

3.188.462

           

Uitgaven (1) + (2)

3.222.131

3.297.269

– 12.000

– 96.807

3.188.462

           

(1) Programma-uitgaven

392.664

279.664

 

– 86.000

193.664

           

waarvan juridisch verplicht

100%

100%

   

100%

           

Rente

386.750

273.750

 

– 86.600

187.150

Belasting- en invorderingsrente

379.750

273.750

 

– 86.600

187.150

Rentevergoeding depotstelsel

7.000

0

 

0

0

           

Bekostiging

5.914

5.914

 

600

6.514

Proceskosten

3.536

3.536

 

1.300

4.836

Overige programma-uitgaven

2.378

2.378

 

– 700

1.678

           

(2) Apparaatsuitgaven

2.829.467

3.017.605

– 12.000

– 10.807

2.994.798

           

Personele uitgaven

2.102.492

2.175.959

 

52.052

2.228.011

waarvan: Eigen personeel

1.961.505

1.993.870

 

19.052

2.012.922

waarvan: Inhuur externen

140.987

182.089

 

33.000

215.089

           

Materiële uitgaven

726.975

841.646

– 12.000

– 62.859

766.787

waarvan: ICT

212.880

232.207

– 12.000

2.010

222.217

waarvan: Bijdrage SSO's

208.640

208.640

 

– 13.772

194.868

waarvan: Overige

305.455

400.799

 

– 51.097

349.702

           

Ontvangsten (3) + (4)

115.547.130

116.202.250

 

– 156.918

116.045.332

           

(3) Programma-ontvangsten

115.521.508

116.177.585

 

– 154.927

116.022.658

Waarvan:

         

Belastingontvangsten

114.549.910

115.281.987

 

– 68.927

115.213.060

           

Rente

546.000

440.000

 

– 90.000

350.000

Belasting- en invorderingsrente

546.000

440.000

 

– 90.000

350.000

           

Boetes en schikkingen

218.322

238.322

 

16.000

254.322

Ontvangsten boetes en schikkingen

218.322

238.322

 

16.000

254.322

           

Bekostiging

207.276

217.276

 

– 12.000

205.276

Kosten vervolging

207.276

217.276

 

– 12.000

205.276

           

(4) Apparaatsontvangsten

25.622

24.665

 

– 1.991

22.674

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven (– € 96,8 mln.)

Rente (– € 86,6 mln.)

De uitgaven belasting- en invorderingsrente worden met 86,6 mln. naar beneden bijgesteld.

Dit komt doordat de Belastingdienst minder rente hoeft te vergoeden bij het vaststellen van definitieve aanslagen. De reden hiervoor is een lagere gerealiseerde grondslag dan de oorspronkelijk geraamd.

Bekostiging (+ € 0,6 mln.)

Het gebruik van de vergoedingsregeling is € 1,3 mln. hoger dan geraamd. De overig programma-uitgaven zijn 0,7 mln. lager uitgevallen.

Apparaatsuitgaven (– € 10,8 mln.)

De apparaatsuitgaven worden per saldo met € 11 mln. naar beneden bijgesteld. Dit betreft een aantal mutaties:

  • een onderuitputting van € 31 mln. op personele uitgaven als gevolg van met name later in het jaar op gang gekomen noodzakelijke werving van personeel en een hoger dan verwachte uitstroom (budget hierdoor neemt af);

  • ontvangen loon- en prijscompensatie ad € 28 mln. inclusief compensatie CAO deal (budget hierdoor neemt toe);

  • een desaldering met de lagere ontvangsten kosten vervolging ad – € 12 mln. (budget hierdoor neemt af);

  • een aantal (technische) mutaties en overboekingen van in totaal € 4 mln. (budget hierdoor neemt toe).

Ontvangsten (– € 156,9 mln.)

Belastingontvangsten (– € 68,9 mln.)

In de Najaarsnota 2015 worden de mutaties van de belastingontvangsten toegelicht. De aansluiting met de bedragen in de begrotingstoelichting (artikel 1 Belastingen, tabel budgettaire gevolgen van beleid) ziet er als volgt uit;

 

Stand vastgestelde begroting (NvW) 2015

(1)

Mutaties 1ste suppletoire begroting

(2)

Stand 1ste suppletoire begroting

(3)=(1+2)

Mutaties 2e suppletoire begroting

(4)

Stand 2e suppletoire begroting

(5)=(3+4)

Totaal belastingontvangsten

145.707.872

168.484

145.876.356

664.116

146.540.472

–/– Afdracht Gemeentefonds

27.272.721

– 616.240

26.656.481

651.415

27.307.896

–/– Afdracht Provinciefonds

952.181

50.945

1.003.126

111.468

1.114.594

–/– Afdracht BTW-Compensatiefonds

2.901.122

0

2.901.122

– 38.678

2.862.444

–/– Afdracht BES-fonds

31.938

1.702

33.640

8.838

42.478

           

Belastingontvangsten IX

114.549.910

732.077

115.281.987

– 68.927

115.213.060

Belasting- en invorderingsrente (– € 90 mln.)

De ontvangsten uit belasting- en invorderingsrente worden met 90 mln. naar beneden bijgesteld Dit komt vooral doordat aangiften sneller worden ontvangen (bijvoorbeeld door de vooraf ingevulde aangifte) en aanslagen hierdoor sneller worden opgelegd waardoor burgers en bedrijven minder rente hoeven te betalen dan eerder geraamd. Daarnaast is sprake van lagere renteontvangsten omdat veel bedrijven kiezen voor het betalen van een hogere voorlopige belastingaanslag, waardoor bij de vaststelling van de definitieve aanslag minder rente verschuldigd is.

Boetes en schikkingen (+ € 16 mln.)

De ontvangsten uit boetes en schikkingen laten een meevaller zien van 16 mln. Dit wordt met name veroorzaakt door de hogere boetetarieven binnen de motor- en rijtuigenbelasting.

Desaldering kosten vervolging (– € 12 mln.)

Als gevolg van tegenvallende ontvangsten uit kosten vervolging over heel 2015 wordt de raming van de ontvangsten verlaagd met 12 mln. evenals de apparaatsuitgaven.

Artikel 2 Financiële Markten

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 2 Financiële Markten Bedragen x € 1.000
 

Stand vastgestelde begroting (na Nota van Wijziging, amendementen en ISB)

(1)

Stand 1ste suppletoire begroting

(2)

Mutaties 2e suppletoire begroting

(3)

Stand 2e suppletoire begroting

(4)=(2+3)

Verplichtingen

21.500

– 4.228.792

14.078

– 4.214.714

         

Waarvan afboeking garantie WAKO

 

– 4.253.959

0

– 4.253.959

         

Uitgaven

21.500

25.307

– 3.922

21.385

         

waarvan juridisch verplicht

60%

60%

 

83%

         

Subsidies

4.642

6.755

344

7.099

Vakbekwaamheid

4.642

6.755

344

7.099

         

Bekostiging

13.775

13.775

– 4.177

9.598

Rechtspraak Financiële Markten

1.250

1.250

– 175

1.075

Muntcirculatie

12.385

12.385

– 3.885

8.500

Afname munten in circulatie

       

Overig

140

140

– 117

23

         

Opdrachten

270

1.964

0

1.964

Wijzer in geldzaken

270

1.964

0

1.964

         

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

2.413

2.413

– 89

2.324

Bijdrage BES-toezicht en FEC

2.413

2.413

– 89

2.324

         

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

400

400

0

400

Caribean Financial Action Taskforce

20

20

0

20

IASB

380

380

0

380

         

Ontvangsten

12.515

18.003

55.924

73.927

         

Garanties

0

0

0

0

feeopbrengsten gar. banc. leningen

0

0

0

0

         

Leningen

0

0

58.491

58.491

ontvangsten IJsland

0

0

58.491

58.491

         

Bekostiging

5.184

5.184

0

5.184

ontvangsten muntwezen

5.184

5.184

0

5.184

toename munten in circulatie

       
         

Overig

7.331

12.819

– 2.567

10.252

Toelichting

Verplichting (+ € 14,1 mln.)

De verplichtingen zijn vooral hoger bijgesteld door een verhoging van de kredietfaciliteit van AFM.

Uitgaven (– € 3,9 mln.)

Vakbekwaamheid (+ € 0,3 mln.)

De uitvoeringskosten van DUO komen € 0,3 mln. hoger uit dan het overeengekomen budget van € 4,3 mln. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat er meer uren benodigd zijn voor het functioneel beheer van de examenafname applicatie JUNO. Voorts moesten bij het diplomaproces extra uitzendkrachten worden ingezet om 35.000 extra diploma’s te printen naar aanleiding van de aanpassingen van de examenafname applicatie JUNO eind juli.

Rechtspraak financiële markten (– € 0,2 mln.)

De mutatie houdt verband met het overschot dat de accountantskamer in 2014 heeft gerealiseerd. Het overschot is met name toe te schrijven aan een zuinig uitgavenbeleid van de accountantskamer.

Muntcirculatie (– € 3,9 mln.)

De afgelopen periode is een beperker aantal nieuwe munten geslagen dan waarmee rekening werd gehouden in de begroting. De kosten vallen daardoor lager uit dan geraamd.

Overig (– € 0,1 mln.)

Er was € 140.000 voorzien voor commissies. Dit jaar is er voor de Commissie verzekeraars € 23.000 nodig. Het overige gedeelte van het budget valt vrij.

Ontvangsten (+ € 55,9 mln.)

Ontvangsten IJsland (+ € 58,5 mln.)

Het dossier Icesave is na zeven jaar gesloten. Met het IJslandse DGS is een schikking overeengekomen van omgerekend € 48,6 mln. Door deze schikking is de rechtszaak tegen het IJslandse DGS, over de vergoeding van rente- en uitvoeringskosten, beëindigd. Tevens is een onderdeel van de schikking dat de kronen die op een geblokkeerde rekening stonden zijn geconverteerd en overgeboekt naar een rekening buiten IJsland. Het totaalbedrag dat deze schikking oplevert voor de Nederlandse staat is ongeveer € 61 mln. Op deze opbrengst worden de juridische en proceskosten die vanaf 2011 zijn gemaakt in mindering gebracht. Het nettoresultaat bedraagt ruim € 58 mln.

Overig (– € 2,6 mln.)

Naar aanleiding van een door de Tweede Kamer aanvaarde motie, is juli jl. de overgangstermijn waarbinnen financieel adviseurs examens moeten afleggen om te voldoen aan de nieuwe vakbekwaamheidseisen met één jaar verlengd tot 2017. Het effect hiervan is dat een deel van de examinandi er voor kiest in 2016 examen af te leggen. Naar verwachting worden ultimo 2015 waarschijnlijk 155.000 examens afgenomen waar eerder uitgegaan werd van ca 210.000 examens. De inkomsten uit de examenleges dalen hierdoor vermoedelijk met ca. € 2,6 mln.

Artikel 3 Financierings-activiteiten publieke sector

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 3 Financierings-activiteiten publiek private sector Bedragen x € 1.000
 

Stand vastgestelde begroting (na Nota van Wijziging, amendementen en ISB)

(1)

Stand 1ste suppletoire begroting

(2)

Mutaties 2e suppletoire begroting

(3)

Stand 2e suppletoire begroting

(4)=(2+3)

Verplichtingen

19.314

28.898

2.713.380

2.742.278

Waarvan: aankoop SNS Bank

 

0

2.700.000

2.700.000

         

Uitgaven

19.314

28.898

1.115.330

1.144.228

         

waarvan juridisch verplicht

97%

97%

 

100%

         

Bijdrage aan RWT

10.000

17.920

0

17.920

NLFI

10.000

17.920

0

17.920

         

Verwerving vermogenstitels

0

0

1.101.950

1.101.950

Aankoop SNS Bank

0

0

1.101.950

1.101.950

         

Garantie

4.900

4.900

– 50

4.850

Dotatie begrotingsreserve TenneT

4.800

4.800

0

4.800

Overig

100

100

– 50

50

         

Opdrachten

4.414

6.078

13.430

19.508

Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

4.414

6.078

13.430

19.508

         

Ontvangsten

2.929.491

2.324.861

4.697.822

7.022.683

         

Bijdrage aan RWT

9.250

16.263

0

16.263

NLFI

9.250

16.263

0

16.263

         

Leningen

1.025.000

0

1.111.533

1.111.533

Aflossing kapitaalversterkingen ING, Aegon en SNS Reaal

683.333

0

0

0

Couponbetaling en/of boetebetaling kapitaal-versterking ING, Aegon en SNS Reaal

341.667

0

0

0

Renteontvangsten SNS krediet

0

0

11.533

11.533

Verrekening overbruggingskrediet SNS

0

0

1.100.000

1.100.000

         

Garantie

11.241

15.015

0

15.015

Premie-ontvangsten garantie Tennet

4.800

4.800

0

4.800

Premie-inkomsten counter indemnity

6.441

0

0

0

Garantiefee Propertize

0

9.300

0

9.300

Garantie overig

0

915

0

915

         

Opdrachten

0

575

0

575

Terug te vorderen uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

0

575

0

575

         

Vermogensonttrekking

1.884.000

2.293.008

3.586.289

5.879.297

Opbrengst verkoop vermogenstitels

0

0

3.337.644

3.337.644

Dividend en afdrachten staatsdeelnemingen

1.020.000

1.390.000

248.400

1.638.400

Winstafdracht DNB

864.000

903.008

245

903.253

Waarvan Griekse inkomsten SMP

104.000

98.000

0

98.000

waarvan Griekse inkomsten ANFA

44.000

52.000

0

52.000

Toelichting

Verplichting (+ € 2,7 mld.)

Verwerving vermogenstitels (+ € 2,7 mld.)

In verband met de verplaatsing van SNS Bank heeft de staat de aandelen SNS Bank van SNS REAAL gekocht, zie ook Kamerbrief 33 532 nr. 47.

Uitgaven (+ € 1,1 mld.)

Verwerving vermogenstitels (+ € 1,1 mld.)

In verband met de verplaatsing van SNS Bank heeft de staat de aandelen SNS Bank van SNS REAAL gekocht, zie ook Kamerbrief 33 532 nr. 47. Hierbij is de eerder aan SNS REAAL verstrekte overbruggingslening van € 1,1 mld. verrekend met de aankoopprijs. Bij de uitgaven is daarom een betaling van € 1,1 mld. opgenomen. Aan de ontvangstenkant is hetzelfde bedrag opgenomen voor de verrekening met het overbruggingskrediet.

Garanties (– € 50.000)

De uitgaven voor de regeling Bijzondere Financiering vallen lager uit dan geraamd.

Opdrachten (+ € 13,4 mln.)

De uitvoeringskosten voor de staatsdeelnemingen zijn verhoogd in verband met de verkoop van de financiële deelnemingen. Het grootste deel van de mutatie ziet op de verkoopkosten met betrekking tot ABN AMRO, zie ook Kamerbrief 31 789, nr. 77.

Ontvangsten (+ € 4,7 mld.)

Leningen (+ € 1,1 mld.)

In verband met de verplaatsing van SNS Bank heeft de staat de aandelen SNS Bank van SNS REAAL gekocht, zie ook Kamerbrief 33 532 nr. 47. Hierbij is de eerder aan SNS REAAL verstrekte overbruggingslening van € 1,1 mld. verrekend met de aankoopprijs. Bij de uitgaven is daarom een betaling van € 1,1 mld. opgenomen. Aan de ontvangstenkant is hetzelfde bedrag opgenomen voor de verrekening met het overbruggingskrediet.

Door het verrekenen van het overbruggingskrediet met de aankoopprijs van SNS Bank wordt er sinds 30 september geen rente meer betaald over het overbruggingskrediet. De realisatie van de renteontvangsten over de eerste negen maanden van het jaar is nu opgenomen. De voor 30 september opgebouwde en nog verschuldigde rente is verrekend met de resterende verplichting voor de aankoop van SNS Bank (zie ook de 1,95 mln. aan de uitgavenkant).

Opbrengst verkoop vermogenstitels (+ € 3,3 mld.)

Op vrijdag 20 november is ABN AMRO naar de beurs gegaan. De omvang van de toegewezen certificaten van de eerste plaatsing is vastgesteld op 20%, oftewel 188 miljoen certificaten. De prijs per certificaat is vastgesteld op € 17,75 euro. Dit heeft geresulteerd in een bruto verkoopopbrengst van € 3.337.000.000. Van dit bedrag zijn de kosten van € 9.500.000 afgetrokken, waardoor de Staat een netto bedrag heeft ontvangen van € 3.327.500.000. Op 24 november heeft de juridische afwikkeling van de verplichtingen plaatsgevonden en zijn de certificaten geleverd tegen de betaling, de zogenaamde settlement. Tot 30 dagen na de eerste handelsdag kan door de begeleidende banken gebruik worden gemaakt van de greenshoe optie om de koers te stabiliseren. Na deze termijn kan de definitieve opbrengst worden vastgesteld. In de slotwet zullen de eventuele opbrengsten van de greenshoe worden opgenomen.

Vermogensonttrekking (+ € 249 mln.)

De ontvangen dividenden van de staatsdeelnemingen zijn hoger dan geraamd. Dit komt voornamelijk door hoger dan geraamde dividenden van de financiële instellingen (+239 mln.). Dit deel van de meevaller is conform begrotingsregel 24 niet relevant voor het uitgavenkader.

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 4 Internationale Financiële Betrekkingen Bedragen x € 1.000
 

Stand vastgestelde begroting (na Nota van Wijziging, amendementen en ISB)

(1)

Stand 1ste suppletoire begroting

(2)

Mutaties 2e suppletoire begroting

(3)

Stand 2e suppletoire begroting

(4)=(2+3)

Verplichtingen

290.606

1.209.391

76.724

1.286.115

         

Waarvan;

       

Deelneming multilaterale ontwikkelingsbanken en -fondsen

181.841

181.841

0

181.841

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

0

0

35.000

35.000

EFSF en EFSM

0

0

42.000

42.000

Betalingsverplichting AIIB

0

188.521

0

188.521

Garantie deelname AIIB

0

730.088

0

730.088

         

Uitgaven

384.077

384.253

79.724

463.977

         

Waarvan juridisch verplicht

100%

100%

 

100%

         

Deelname aan internationale instellingen

382.577

382.577

80.000

462.577

Multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen

275.312

275.312

80.000

355.312

Uitkering aan Griekenland

20.265

20.265

0

20.265

Teruggeven winsten SMP

87.000

87.000

0

87.000

         

Opdrachten

1.500

1.268

– 118

1.150

Technische assistentie kiesgroeplanden

1.500

1.268

– 118

1.150

         

Subsidies

0

408

– 158

250

Technische assistentie

0

408

– 158

250

         

Ontvangsten

24.579

25.244

– 5.747

19.497

         

Deelname aan internationale instellingen

665

1.330

4.149

5.479

Ontvangsten IFI's

665

1.330

4.149

5.479

         

Leningen

23.914

23.914

– 9.896

14.018

Rente ontvangsten lening Griekenland

23.914

23.914

– 9.896

14.018

Toelichting

Verplichtingen (+ € 76,7 mln.)

EU-betalingsbalanssteun (+ € 35,0 mln.)

Naar aanleiding van een verandering in het Nederlandse aandeel in de EU-begroting is de bestaande garantieverplichting bijgesteld. Deze garantie wordt bijgesteld bij Ontwerpbegroting en bij het Jaarverslag.

EFSM (+ € 42,0 mln.)

Naar aanleiding van een verandering in het Nederlandse aandeel in de EU-begroting is de bestaande garantieverplichting bijgesteld. Deze garantie wordt bijgesteld bij Ontwerpbegroting en bij het Jaarverslag.

Uitgaven (+ € 79,7 mln.)

Deelname aan internationale instellingen (+ € 80,0 mln.)

Het IDA betaalschema is aangepast, middels een kasschuif wordt € 80 mln. eerder betaald. Door de kasschuif van de IDA betalingen kan er in het kalenderjaar 2016 € 80 mln. worden vrijgespeeld voor de Rijksbegroting.

Opdrachten en subsidies (– € 0,3 mln)

Dit jaar wordt niet het volledige budget voor Technische Assistentie uitgeput, omdat sommige projecten van een nieuw gestart programma nog in de opstartfase zitten.

Ontvangsten (– € 5,7 mln.)

Deelname aan internationale instellingen (+ € 4,1 mln.)

De hogere IFI ontvangsten ontstaan doordat de terugbetalingen van leningen door de Europese Investeringsbank (EIB) hoger zijn dan geraamd. Het gaat om leningen aan landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-landen) en de Europese landen en gebieden overzee (LGO) onder het Europees Ontwikkelingsfonds in het kader van de verdragen van Lomé en Cotonou.

Leningen (– € 9,9 mln.)

Door een nieuwe (lagere) rekenrente van het CPB dalen de geraamde rente-inkomsten van de bilaterale leningen aan Griekenland.

Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen Bedragen x € 1.000
 

Stand vastgestelde begroting (na Nota van Wijziging, amendementen en ISB)

(1)

Stand 1ste suppletoire begroting

(2)

Mutaties 2e suppletoire begroting

(3)

Stand 2e suppletoire begroting

(4)=(2+3)

Verplichtingen

10.616.438

10.616.438

0

10.616.438

waarvan garantieverplichtingen:

       

Reguliere EKV

10.000.000

10.000.000

0

10.000.000

Investeringsverzekeringen

453.780

453.780

0

453.780

MIGA

150.000

150.000

0

150.000

         

Uitgaven

88.058

88.058

25.100

113.158

         

waarvan juridisch verplicht

100%

100%

 

100%

         

Garanties

75.400

75.400

25.100

100.500

Schade-uitkering EKV

74.900

74.900

25.100

100.000

Schade-uitkering investeringsverzekeringen

500

500

0

500

Mutatie begrotingsreserve EKV

       
         

Opdrachten

12.658

12.658

– 58

12.600

Kostenvergoeding Atradius DSB

12.658

12.658

– 58

12.600

         

Overige

0

0

58

58

Overige uitgaven

0

0

58

58

         

Ontvangsten

103.250

193.250

25.100

218.350

Premies EKV

50.000

50.000

55.000

105.000

Premies investeringsverzekeringen

1.250

1.250

0

1.250

Schaderestituties EKV

38.000

128.000

– 29.900

98.100

Onttrekking begrotingsreserve SENO-GOM

14.000

14.000

0

14.000

Toelichting

Algemeen

Na de Najaarsnota zal er mogelijk nog een storting in of onttrekking uit de begrotingsreserve plaatsvinden. Na afloop van het jaar is pas duidelijk hoeveel er exact gestort kan worden in de begrotingsreserve, danwel hoeveel er ontrokken moet worden aan de begrotingsreserve. Dit is afhankelijk van de realisatie van de ontvangsten en uitgaven met betrekking tot de EKV. De omvang van de begrotingsreserve bedroeg ultimo 2014 € 186 mln. Deze begrotingsmutatie zal, samen met de overige autonome/technische begrotingsmutaties, budgettair worden verwerkt in de Slotwet 2015.

Verplichtingen en uitgaven (€ 0 en + € 25,1 mln.)

Schade-uitkering EKV (+ € 25,1 mln.)

De raming op de schade-uitgaven wordt naar boven bijgesteld door een grote verwachte schade-uitkering eind 2015.

Ontvangsten (+ € 25,1 mln.)

Premies EKV (+ € 55 mln.)

Door enkele grote exporttransacties zijn de premie-inkomsten hoger dan geraamd. De raming wordt daarom naar boven bijgesteld.

Schaderestituties EKV (– € 29,9 mln.)

De schaderestituties uit hoofde van terugbetalingsregelingen zijn lager dan geraamd. De raming wordt daarom naar beneden bijgesteld.

Artikel 6 BTW-compensatiefonds

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 6 BTW-compensatiefonds Bedragen x € 1.000
 

Stand vastgestelde begroting (na Nota van Wijziging, amendementen en ISB)

(1)

Stand 1ste suppletoire begroting

(2)

Mutaties 2e suppletoire begroting

(3)

Stand 2e suppletoire begroting

(4)=(2+3)

Verplichtingen

2.901.122

2.901.122

– 38.678

2.862.444

         

Uitgaven

2.901.122

2.901.122

– 38.678

2.862.444

         

waarvan juridisch verplicht

100%

100%

 

100%

         

Instrument: Btw-compensatieregeling

2.901.122

2.901.122

– 38.678

2.862.444

w.v. bijdragen aan gemeenten en kaderwetgebieden

2.565.154

2.565.154

– 45.118

2.520.036

w.v. bijdragen aan provincies

335.968

335.968

6.440

342.408

         

Ontvangsten

2.901.122

2.901.122

– 38.678

2.862.444

Toelichting

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten (– € 38,7 mln.)

Het BCF is bijgesteld als gevolg van enkele overhevelingen naar het Gemeente- en Provinciefonds.

Artikel 7 Beheer materiële activa

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 7 Beheer materiële activa Bedragen x € 1.000
 

Stand vastgestelde begroting (na Nota van Wijziging, amendementen en ISB)

(1)

Stand 1ste suppletoire begroting

(2)

Mutaties 2e suppletoire begroting

(3)

Stand 2e suppletoire begroting

(4)=(2+3)

Verplichtingen

306

306

0

306

         

Uitgaven

306

306

0

306

         

waarvan juridisch verplicht

0%

0%

 

0%

         

Opdrachten

306

306

0

306

Beheerskosten DRZ

306

306

0

306

         

Ontvangsten

1.800

1.800

0

1.800

         

Programma-ontvangsten Baten-lastendiensten

1.800

1.800

0

1.800

Vervreemding DRZ

1.800

1.800

0

1.800

Toelichting

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten

Er hebben geen mutaties plaatsgevonden.

2.3 De niet-beleidsartikelen

Artikel 8 Centraal Apparaat

Budgettaire gevolgen van beleid – niet beleidsartikel 8 Centraal Apparaat Kerndepartement Bedragen x € 1.000
 

Stand vastgestelde begroting (na Nota van Wijziging, amendementen en ISB)

(1)

Stand 1ste suppletoire begroting

(2)

Mutaties 2e suppletoire begroting

(3)

Stand 2e suppletoire begroting

(4)=(2+3)

Verplichtingen

236.162

245.318

– 7.627

237.691

         

Uitgaven

236.162

245.318

– 7.577

237.741

         

Personeel Kerndepartement

145.996

152.941

– 44

152.897

Eigen personeel

142.206

146.181

– 1.750

144.431

Inhuur externen

2.981

5.951

1.707

7.658

Overig personeel

809

809

– 1

808

         

Materieel Kerndepartement

90.166

92.377

– 7.533

84.844

waarvan ICT

13.168

11.941

– 831

11.110

waarvan bijdrage aan SSO's

36.285

42.978

26

43.004

waarvan overig materieel

40.713

37.458

– 6.728

30.730

         

Ontvangsten

55.903

72.422

– 7.787

64.635

Toelichting

Uitgaven en Verplichtingen (– € 7,6 mln.)

Materieel kerndepartement (– € 7,5 mln.)

Bij de materiële uitgaven is per saldo sprake van lagere uitgaven. De belangrijkste oorzaak is dat de uitgaven van Domeinen Roerende Zaken € 2,6 mln. lager zijn dan begroot door vertraging in de uitbreiding van verkoopactiviteiten voor CJIB-deurwaarders en executieverkopen voor de Belastingdienst (zie ook ontvangsten). Andere oorzaken zijn vertraging bij ICT-projecten en uitrol van de Landelijke Voorziening WOZ bij gemeenten, waardoor de uitgaven in 2016 vallen, het effect hiervan is ca. € 1,2 mln. Bij de Directoraten Generaal is vooruitgelopen op de taakstelling Rutte II, met als gevolg lagere uitgaven dan geraamd, totaal € 3,6 mln. Er is onder andere bezuinigd op uitgaven aan communicatie, buitenlandse reizen en evenementen, en (vervolg)onderzoeken.

Ontvangsten (– € 7,8 mln.)

Ontvangsten (– € 7,8 mln.)

De lagere ontvangsten hebben voor € 3,5 mln. betrekking op technische mutaties. Hierdoor worden zowel de uitgaven als ontvangsten verlaagd. Van andere departementen wordt nu budget overgeheveld in plaats van het onderling factureren van diensten. Op de uitgaven heeft dit geen effect vanwege overheveling van budget, terwijl de ontvangsten dalen.

Bij Domeinen Roerende Zaken (DRZ) zijn de ontvangsten lager dan de raming doordat de uitbreiding van de verkoopactiviteiten voor CJIB-deurwaarders en executieverkopen voor de Belastingdienst voor onbepaalde tijd zijn uitgesteld (ca. – € 2,6 mln).

Daarnaast zijn er enkele andere zaken met minder ontvangsten dan geraamd door onder andere minder uitgeleend personeel (per saldo ca. – € 1,7 mln.).

Artikel 10 Nominaal en onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid – niet beleidsartikel 10 Nominaal en Onvoorzien Bedragen x € 1.000
 

Stand vastgestelde begroting (na Nota van Wijziging, amendementen en ISB)

(1)

Stand 1ste suppletoire begroting

(2)

Mutaties 2e suppletoire begroting

(3)

Stand 2e suppletoire begroting

(4)=(2+3)

Verplichtingen

50.043

13.716

– 13.244

472

         

Uitgaven

50.043

13.716

– 13.244

472

         

Ontvangsten

0

0

0

0

Verplichtingen en uitgaven (– € 13,2 mln.)

De mutatie wordt veroorzaakt doordat de loon- en prijsbijstelling is verdeeld over de beleidsartikelen.

2.3 De beleidsartikelen (Nationale Schuld)

Artikel 11 Financiering Staatschuld

Tabel budgettaire gevolgen (x € 1 mln.)
 

Stand vastgestelde begroting (na Nota van Wijziging, amendementen en ISB)

(1)

Stand 1ste suppletoire begroting

(2)

Mutaties 2e suppletoire begroting

(3)

Stand 2e suppletoire begroting

(4)=(2+3)

Uitgaven

50.474

48.896

5.655

54.551

waarvan juridisch verplicht

100%

100%

 

100%

         

Rente

8.693

8.050

28

8.078

Rentelasten vaste schuld

8.638

8.095

– 11

8.084

Rentelasten vlottende schuld

55

– 45

39

– 6

Uitgaven voortijdige beëindiging

0

0

0

0

         

Leningen

41.762

40.831

5.627

46.458

Aflossing vaste schuld

41.762

40.831

4.964

45.795

Mutatie vlottende schuld

0

0

663

663

         

Opdrachten

19

15

0

15

Overige kosten

19

15

0

15

         

Ontvangsten

55.364

53.183

– 556

52.627

         

Rente

1.277

2.851

1.775

4.627

Rentebaten vaste schuld

1.169

1.101

– 38

1.063

Rentebaten vlottende schuld

107

105

– 7

98

Ontvangsten voortijdige beëindiging

0

1.646

1.820

3.466

         

Leningen

54.087

50.332

– 2.332

48.000

Uitgifte vaste schuld

54.087

48.000

0

48.000

Mutatie vlottende schuld

0

2.332

– 2.332

0

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Algemeen

De totale uitgaven en ontvangsten zijn opgebouwd uit drie onderdelen. Ten eerste worden de rentelasten en rentebaten verantwoord. Hierbinnen wordt onderscheid gemaakt tussen de rentelasten vaste schuld (schuld met een oorspronkelijke looptijd van langer dan een jaar) en de rentelasten vlottende schuld (looptijd korter dan een jaar). Ten tweede zijn de aflossing en de uitgifte van vaste schuld en de mutatie vlottende schuld in de tabel opgenomen. De derde en verreweg de kleinste post betreft de overige kosten. Deze kosten bestaan met name uit betalingsverkeer vanwege het schatkistbankieren en veilingkosten.

Toelichting op de raming van de programma-uitgaven en -ontvangsten

Rentelasten en rentebaten schuld (+ € 28 mln. en + € 1,8 mld.)

De raming van de rentelasten voor 2015 is nagenoeg gelijk gebleven. De rentebaten zullen naar verwachting € 1,8 mld. hoger uitvallen. Deze extra ontvangsten zijn het gevolg van het beëindigen van rentederivaten. De belangrijkste reden om deze derivaten te beëindigen is om de gemiddelde looptijd van de schuld te verlengen. Bij voortijdige beëindiging van rentederivaten ontvangt de Staat in één keer de contant gemaakte waarde van de rentebaten die anders in de komende jaren zouden zijn ontvangen.

Aflossing en uitgifte van vaste schuld (+ € 5,0 mld. en + € 0 mld.) en mutatie vlottende schuld (+ € 663 mln. en – € 2,3 mld.)

De raming voor de aflossingen vaste schuld is met € 5,0 mld. toegenomen. In 2015 zijn extra aflossingen gedaan op leningen die anders in 2016 en 2017 plaats zouden hebben. Hierdoor zijn de aflossingen op de schuldportefeuille de komende jaren gelijkmatiger. Door een verbetering van het kassaldo wordt dit jaar geraamd dat € 663 mln. op de geldmarkt wordt uitgezet. Eerder werd geraamd dat € 2,3 mld. op de geldmarkt moest worden aangetrokken. Het kassaldo is ten opzichte van de stand bij de 1e suppletoire begroting sterk verbeterd, onder andere doordat ABN Amro een lening van € 1,7 mld. voortijdig heeft afgelost en de opbrengsten van de eerste tranche aandelen van ABN Amro zijn geïncasseerd.

Overige kosten schulduitgifte (€ 0 mln.)

De post overige kosten schulduitgifte bestaat voor het grootste deel uit veilingkosten voor obligaties, bankkosten voor het beheer van de staatsschuld en schatkistbankieren. Er is geen bijstelling van de raming nodig voor deze kosten.

Artikel 12 Kasbeheer

Tabel budgettaire gevolgen (x € 1 mln.)
 

Stand vastgestelde begroting (na Nota van Wijziging, amendementen en ISB)

(1)

Stand 1ste suppletoire begroting

(2)

Mutaties 2e suppletoire begroting

(3)

Stand 2e suppletoire begroting

(4)=(2+3)

Uitgaven

4.359

3.311

4.156

7.467

waarvan juridisch verplicht

100%

100%

 

100%

         

Rente

53

37

6

43

Rentelasten

53

37

6

43

Uitgaven bij voortijdige beëindiging (hoofdsom)

0

0

0

0

         

Leningen

1.250

1.150

5.669

6.819

Verstrekte leningen

1.250

1.150

5.669

6.819

         

Mutaties in rekening-courant en deposito's

3.055

2.124

– 1.519

605

Agentschappen

0

0

113

113

RWT’s en derden

0

0

0

0

Sociale fondsen

3.055

2.124

– 1.633

491

Decentrale Overheden

0

0

0

0

         

Ontvangsten

2.732

2.986

7.156

10.142

         

Rente

383

361

– 80

281

Rentebaten

383

361

– 80

281

Ontvangsten bij voortijdige beëindiging

0

0

0

0

         

Leningen

1.249

1.525

4.527

6.052

Ontvangen aflossingen

1.249

1.525

4.527

6.052

         

Mutaties in rekening-courant en deposito's

1.100

1.100

2.709

3.809

Agentschappen

0

0

0

0

RWT’s en derden

0

0

1.142

1.142

Sociale fondsen

0

0

0

0

Decentrale Overheden

1.100

1.100

1.567

2.667

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Algemeen

De totale uitgaven en ontvangsten zijn opgebouwd uit drie onderdelen: (1) rentelasten en rentebaten, (2) mutaties in leningen en aflossingen en (3) mutaties in rekening-courant en deposito’s. Onder de rentelasten vallen de rentebetalingen aan baten-lastendiensten, RWT’s en sociale fondsen over de bij het Rijk aangehouden rekening-couranttegoeden en deposito’s. De rentebaten bestaan uit renteontvangsten over aan baten-lastendiensten en RWT’s verstrekte leningen en de renteontvangsten over negatieve rekening-couranttegoeden. Mutaties in leningen, aflossingen, rekening-courant en deposito’s bepalen de mutaties in de schuldverhouding van het Rijk met baten-lastendiensten, RWT’s en sociale fondsen in het kader van geïntegreerd middelenbeheer.

Toelichting op de raming van de programma-uitgaven en -ontvangsten

Rentelasten en rentebaten (+ € 6 mln. en – € 80 mln.)

De rentelasten op leningen, rekening-courantstanden en deposito’s worden bij de tweede suppletoire begroting iets hoger geraamd dan ten tijde van de 1e suppletoire begroting. Dit wordt grotendeels verklaard doordat de RWT’s en decentrale overheden meer tegoeden aanhouden op hun rekening-courant. De rentebaten zijn lager uitgevallen doordat de sociale fondsen minder rood zijn gaan staan.

Mutaties in rekening-courant en deposito’s (– € 1,5 mld. en + 2,7 mld.)

De mutatie aan de uitgavenkant komt grotendeels voor rekening van de Sociale Fondsen die lagere tekorten hebben op hun rekening-courant.

De mutatie aan de ontvangstenkant wordt veroorzaakt doordat zowel de RWT’s als de decentrale overheden meer tegoeden aanhouden op hun rekening-courant.

Verstrekte leningen en ontvangen aflossingen (+ € 5,7 mld. en + € 4,5 mld.)

Eerder dit jaar zijn de leningen van het Rijksvastgoedbedrijf geherstructureerd (in totaal ca. € 4,5 mld.). Dit bedrag beïnvloedt deze begroting aanzienlijk doordat de oude leningen eerst volledig zijn afgelost waarna nieuwe leningen zijn opgevoerd. Daarnaast zijn ook meer leningen verstrekt aan de RWT’s.

Naar boven