34 287 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Crisis- en herstelwet in verband met de uitvoering van Richtlijn 2014/52/EU van het Europees parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2014, L 124) (implementatie herziening mer-richtlijn)

29 383 Regelgeving Ruimtelijke Ordening en Milieu

34 986 Aanvulling en wijziging van de Omgevingswet, intrekking van enkele wetten over de fysieke leefomgeving, wijziging van andere wetten en regeling van overgangsrecht voor de invoering van de Omgevingswet (Invoeringswet Omgevingswet)

AI1 VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 3 februari 2026

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening2 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu over toezeggingen betreffende de milieueffectrapportage. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 1 oktober 2025.

  • Een uitstelbericht van 23 oktober 2025.

  • De antwoordbrief van 2 februari 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT / VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

Aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu

Den Haag, 1 oktober 2025

De vaste commissie van I&W/VRO heeft met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 4 juli 2025.3 Naar aanleiding van de antwoorden in deze brief hebben de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA nadere vragen over de milieueffectrapportage en de hierover openstaande toezeggingen.

  • 1. U beschrijft bij de beantwoording op vraag 2 dat u van mening bent aan de twee genoemde EU-richtlijnen te voldoen, ook nu besloten is om de registratie van milieueffectrapporten (MER’ren) en mer-beoordelingen niet via het DSO te laten verlopen. De informatieplicht voor landen geldt alleen wanneer er data beschikbaar is. De Commissie mer heeft sinds 2023 geen budget meer ontvangen voor monitoring van de data, omdat dit na invoering van de Omgevingswet via het DSO zou gaan lopen. Door de registratie in het DSO zou de kwantiteit van de MER gemonitord en kwaliteit van de MER verbeterd worden. Noch de Commissie mer, noch het DSO registreert volgens de brief op dit moment gestructureerd data. Moeten de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hieruit concluderen dat u gestopt bent of van plan bent te stoppen met het gestructureerd verzamelen van data over de kwaliteit en kwantiteit van de MER en mer-beoordelingen?

De toezegging om de registratie en monitoring van de MER te verbeteren is, los van de verplichtingen die voortkomen uit het Europees recht, ook aan de Eerste Kamer (op meerdere momenten en op meerdere manieren) gedaan.

  • 2. Kunt u aangeven hoe u aan toezegging T028594 gaat voldoen wanneer er geen gestructureerde brede inventarisatie van MER en mer-beoordelingen zal plaatsvinden?

  • 3. Kunt u aangeven hoe u aan toezeggingen T024465, T032766, T035787 en T028888 gaat voldoen wanneer geen gestructureerd beeld wordt opgebouwd van aantallen gemeentelijke en provinciale MER’ren en mer-beoordelingen?

  • 4. Kunt u aangeven hoe u de aangenomen motie motie-Kluit (GroenLinks) c.s. over gemeentelijke milieueffectrapportages9 wilt uitvoeren?

  • 5. Kunt u aangeven hoe u de teloorgang van de kwaliteit aan data en rapportage in Europa zal onderbouwen?

De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening R. Lievense

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT – OPENBAAR VERVOER EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 oktober 2025

Met de brief van 1 oktober jl. (kenmerk 178287) hebben de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA mij nadere vragen gesteld over het onderwerp milieueffectrapportage en de hierover openstaande toezeggingen.

Voor de beantwoording van deze vragen is interdepartementale afstemming vereist met het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Daarom is meer tijd nodig voor de beantwoording.

Ik zal de beantwoording zo spoedig mogelijk aan Uw Kamer doen toekomen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.A. Aartsen

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT – OPENBAAR VERVOER EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 februari 2026

Met deze brief beantwoord ik de vijf nadere vragen van de leden van de fractie van Groen-Links-PvdA van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat/ Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het onderwerp milieueffectrapportage en de hierover openstaande toezeggingen. Er wordt gevraagd naar de motie Kluit, de uitvoering van deze motie ligt bij de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke (VRO). De brief wordt dan ook mede namens de Minister van VRO verstuurd.

Ik vertrouw er op u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.A. Aartsen

Beantwoording van twee vervolgvragen van de leden van de fractie van Groen-Links-PvdA van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat/ Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het onderwerp milieueffectrapportage.

Vraag 1: U beschrijft bij de beantwoording op vraag 2 dat u van mening bent aan de twee genoemde EU-richtlijnen te voldoen, ook nu besloten is om de registratie van milieueffectrapporten (MER’ren) en mer-beoordelingen niet via het DSO te laten verlopen. De informatieplicht voor landen geldt alleen wanneer er data beschikbaar is. De Commissie mer heeft sinds 2023 geen budget meer ontvangen voor monitoring van de data, omdat dit na invoering van de Omgevingswet via het DSO zou gaan lopen. Door de registratie in het DSO zou de kwantiteit van de MER gemonitord en kwaliteit van de MER verbeterd worden. Noch de Commissie mer, noch het DSO registreert volgens de brief op dit moment gestructureerd data. Moeten de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hieruit concluderen dat u gestopt bent of van plan bent te stoppen met het gestructureerd verzamelen van data over de kwaliteit en kwantiteit van de MER en mer-beoordelingen?

Antwoord vraag 1:

In de vraagstelling lijkt sprake van enkele misverstanden over de monitoring van MER en mer-beoordelingen. Nederland voldoet aan de verplichtingen uit de twee EU-richtlijnen, omdat deze richtlijnen vragen om het beschikbaar stellen van gegevens die daadwerkelijk beschikbaar zijn. Dat blijft ook het uitgangspunt. Tegelijkertijd blijf ik inzetten op verdere versterking van de monitoring, binnen de mogelijkheden die er zijn.

Er is geen besluit genomen om monitoring via het DSO te beëindigen. Het onderzoek naar de mogelijkheden van het DSO loopt door. Zodra duidelijk is welke functionaliteit het DSO kan bieden voor het registreren van project-MER en project-mer-beoordelingen, wordt de Kamer hierover geïnformeerd. Voor andere onderdelen, zoals plan-MER en kwaliteitsinformatie, wordt gebruikgemaakt van bestaande bronnen die hiervoor geschikt zijn.

De Commissie mer heeft geen afzonderlijk budget voor monitoring, maar dat was vóór 2023 ook niet het geval. De Commissie mer blijft haar openbare database van adviezen op dezelfde wijze bijhouden. Deze database bevat informatie over plan-MER en project-MER die aan de Commissie worden voorgelegd. Het klopt dat niet alle MER-procedures aan de Commissie mer worden voorgelegd en dat er geen landelijke registratie bestaat van mer-beoordelingen. Dat is echter geen wijziging ten opzichte van de situatie vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Naar aanleiding van de antwoorden in deze brief hebben de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA nadere vragen over de milieueffectrapportage en de hierover openstaande toezeggingen.

De toezegging om de registratie en monitoring van de MER te verbeteren is, los van de verplichtingen die voortkomen uit het Europees recht, ook aan de Eerste Kamer (op meerdere momenten en op meerdere manieren) gedaan.

Vraag 2: Kunt u aangeven hoe u aan toezegging T0285910 gaat voldoen wanneer er geen gestructureerde brede inventarisatie van MER en mer-beoordelingen zal plaatsvinden?

Antwoord:

Voor deze vraag verwijs ik graag naar mijn eerdere beantwoording11 hierover. In onderstaande tabel wordt aangegeven wat op welke wijze zal worden gemonitord.

Mer-procedure

Monitoring aantallen (kwantiteit) via

Project-MER

DSO (omgevingsvergunning en projectbesluit)

Project-mer-beoordeling

DSO (omgevingsvergunning en projectbesluit

Plan-MER

Database Commissie mer

Plan-mer-beoordeling

Ministerie van IenW

Zoals bekend is de rol van DSO hierbij nog niet gerealiseerd, wel wordt hier nog onderzocht wat de mogelijkheden zijn.

Daarnaast wordt nu ook binnen IenW onderzocht of met «intelligent zoeken» in openbare informatie beschikbare gegevens over aantallen project-MER kunnen worden opgehaald.

Vraag 3: Kunt u aangeven hoe u aan toezeggingen T0244612, T0327613, T0357814 en T0288815 gaat voldoen wanneer geen gestructureerd beeld wordt opgebouwd van aantallen gemeentelijke en provinciale MER’ren en mer-beoordelingen?

Antwoord:

Ik ga hieronder apart in op de vier verschillende toezeggingen.

Toezegging T02446 gaat over twee zaken.

De eerste is volgen hoe vaak en in welke gevallen een onafhankelijke toets door de Commissie voor de mer plaatsvindt. De Commissie mer publiceert hierover jaarlijks in haar jaarverslag. Alle projecten waar de Commissie over adviseert zijn daarin terug te vinden.

De tweede is een evaluatie na twee jaar over wat de effecten zijn van het niet langer verplicht stellen van een onafhankelijke kwaliteitstoets in het geval van complexe projecten. Deze evaluatie is in het najaar van 2025 gestart op mijn ministerie. De evaluatie gaat over de eerste twee jaar van de Omgevingswet (2024 en 2025) en zal ook kijken naar de twee jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van die wet. De resultaten worden in de zomer van 2026 verwacht. De evaluatie zal in het najaar van 2026 aan uw Kamer worden gestuurd.

Toezegging T03276 vraagt om de monitoring van de verplichte en niet verplichte milieueffectrapportages op de omgevingsvisies. Er is door mijn ministerie vorig jaar een eerste keer in beeld gebracht hoeveel gemeenten en provincies een omgevingsvisie hebben opgesteld, ook al voorafgaand aan de Omgevingswet. Het betreft een momentopname. Deze inventarisatie zal begin 2026 worden herhaald en dan net als de voorgaande in het meest recente mer-jaarverslag worden opgenomen. De gegevens van afgelopen jaar zijn terug te vinden op Mer in cijfers | Magazines ministerie van IenW. Het mer-jaarverslag over 2025 wordt verwacht in april 2026.

Toezegging T03578 gaat over de verbetering van de kwaliteit van de milieueffectrapporten als onderdeel van het verbeterplan voor het VTH-stelsel, dat wordt meegenomen in de tweejaarlijkse evaluaties.

Zoals in een eerdere brief16 is aangegeven is de tweejaarlijkse evaluatie vervangen door de rapportage Staat van VTH. De nieuwste Staat van VTH is op 19 december 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden17. De resultaten worden als bijlage bij deze beantwoording gevoegd en met uw Kamer gedeeld.

Toezegging T02888 tenslotte gaat over de monitoring van de mer-beoordelingsplicht op het punt van diepe plassen.

Deze mer-beoordelingsplicht is geïntroduceerd met de Omgevingswet. Voor deze toezegging kan (nog) geen gebruik gemaakt worden van informatie uit het DSO. Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt daarom via het netwerk gevolgd of er vergunningen worden aangevraagd voor nieuwe verondiepingen en hoe daarbij het proces van de mer-beoordeling loopt.

In 2024 zijn er geen aanvragen bekend voor nieuwe verondiepingen. Ook in 2025 zijn er geen nieuwe verondiepingen gestart. Er zijn daarom tot nu toe geen resultaten van de monitoring te melden.

Vraag 4: Kunt u aangeven hoe u de aangenomen motie motie-Kluit (GroenLinks) c.s. over gemeentelijke milieueffectrapportages18 wilt uitvoeren?

Antwoord:

De motie Kluit verzoekt het kabinet om ervoor zorg te dragen dat, voor zover relevant voor 1 januari 2024, alle gemeenten een MER maken voor de omgevingsvisies en/of het omgevingsplan.19 De uitvoering van deze motie ligt bij het Ministerie van VRO. Onlangs is een nieuwe stand van zaken gestuurd door het Ministerie van VRO in de voorgangsbrief Omgevingswet derde kwartaal20.

Voor alle plannen en programma’s die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben, moet een MER worden gemaakt door het betreffende bevoegd gezag.21 Om gemeenten, voor zover relevant, te wijzen op deze verplichtingen bij het opstellen van omgevingsvisies en/of omgevingsplannen, komt dit periodiek terug op de agenda van bestuurlijke overleggen van het Ministerie van VRO en het Ministerie van IenW. Daarnaast wordt hier vanuit de VNG-aandacht voor gevraagd, en de informatiepagina’s over mer op de website Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) werken ook ondersteunend voor het bevoegd gezag. Deze aandacht werpt ook zijn vruchten af, want steeds meer omgevingsvisies zijn of worden door gemeenten voorzien van een MER. Zowel in de jaarverslagen van de Commissie mer, als de mer-jaarverslagen van het Ministerie van IenW is een stijgende lijn te zien in het aantal MER’en en adviezen van de Commissie mer over omgevingsvisies en/of omgevingsplannen van gemeenten.

Vraag 5: Kunt u aangeven hoe u de teloorgang van de kwaliteit aan data en rapportage in Europa zal onderbouwen?

Antwoord:

Ik herken het hierboven geschetste beeld niet. Mijn inzet blijft gericht op het beschikbaar houden en waar mogelijk verder versterken van de informatie die nodig is voor de uitvoering van de Europese richtlijnen.


X Noot
1

De letters AI hebben alleen betrekking op 34 287.

X Noot
2

Samenstelling:

Van Aelst-Den Uijl (SP), Aerdts (D66), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Croll (D66), Crone (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kaljouw (VVD), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Klip-Martin (VVD), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB) (voorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Van Meenen (D66), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Prins (CDA), Rietkerk (CDA) (ondervoorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
3

Kamerstukken I 2024/25, 34 287, AH.

X Noot
9

Kamerstukken I 2022/23, 33 118 / 34 986, EZ.

X Noot
10

Toezegging Monitoren ontwikkeling aantal, kwaliteit en onafhankelijke toetsing van milieueffectrapportages en m.e.r.-beoordelingen (34.986) (T02859) – Eerste Kamer der Staten-Generaal.

X Noot
11

Kamerstukken I 2024/25, 34 287, AG.

X Noot
12

Toezegging Terugkerende evaluatie van onafhankelijke toetsing en over twee jaar een evaluatie van de effecten daarvan (34.287) (T02446) – Eerste Kamer der Staten-Generaal.

X Noot
13

Toezegging Jaarlijkse mer-monitoring na inwerkingtreding Omgevingswet (34.287/ 29.383) (T03276) – Eerste Kamer der Staten-Generaal.

X Noot
14

Toezegging Verbetering kwaliteit MER (34.287/29.383) (T03578) – Eerste Kamer der Staten-Generaal.

X Noot
15

Toezegging m.e.r.-beoordelingsplicht monitoren op het punt van diepe plassen (34.864) (T02888) – Eerste Kamer der Staten-Generaal.

X Noot
16

Kamerstukken I 2024/25, 34 287, AG.

X Noot
17

Kamerstukken 22 343-436

X Noot
18

Kamerstukken I 2022/23, 33 118/ 34 986, EZ.

X Noot
19

Kamerstukken I 2022/23, 33 118/34 986, EZ.

X Noot
20

Kamerstukken I 2025/26, 33 118, GU.

X Noot
21

Artikel 16.36 Omgevingswet


X Noot
1

De letters AI hebben alleen betrekking op 34 287.

X Noot
2

Samenstelling:

Van Aelst-Den Uijl (SP), Aerdts (D66), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Croll (D66), Crone (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kaljouw (VVD), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Klip-Martin (VVD), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB) (voorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Van Meenen (D66), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Prins (CDA), Rietkerk (CDA) (ondervoorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
3

Kamerstukken I 2024/25, 34 287, AH.

X Noot
9

Kamerstukken I 2022/23, 33 118 / 34 986, EZ.

X Noot
10

Toezegging Monitoren ontwikkeling aantal, kwaliteit en onafhankelijke toetsing van milieueffectrapportages en m.e.r.-beoordelingen (34.986) (T02859) – Eerste Kamer der Staten-Generaal.

X Noot
11

Kamerstukken I 2024/25, 34 287, AG.

X Noot
12

Toezegging Terugkerende evaluatie van onafhankelijke toetsing en over twee jaar een evaluatie van de effecten daarvan (34.287) (T02446) – Eerste Kamer der Staten-Generaal.

X Noot
13

Toezegging Jaarlijkse mer-monitoring na inwerkingtreding Omgevingswet (34.287/ 29.383) (T03276) – Eerste Kamer der Staten-Generaal.

X Noot
14

Toezegging Verbetering kwaliteit MER (34.287/29.383) (T03578) – Eerste Kamer der Staten-Generaal.

X Noot
15

Toezegging m.e.r.-beoordelingsplicht monitoren op het punt van diepe plassen (34.864) (T02888) – Eerste Kamer der Staten-Generaal.

X Noot
16

Kamerstukken I 2024/25, 34 287, AG.

X Noot
17

Kamerstukken 22 343-436

X Noot
18

Kamerstukken I 2022/23, 33 118/ 34 986, EZ.

X Noot
19

Kamerstukken I 2022/23, 33 118/34 986, EZ.

X Noot
20

Kamerstukken I 2025/26, 33 118, GU.

X Noot
21

Artikel 16.36 Omgevingswet

Naar boven