Vragen van de leden Emiel vanDijk en Helder (beiden PVV) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het bericht dat asielzoekers georganiseerd op rooftocht door Amsterdam gaan (ingezonden 6 november 2019).

Antwoord van Staatssecretaris Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 8 januari 2020). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2019–2020, nr. 865.

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door de leden Emiel van Dijk en Helder (beiden PVV) over het bericht dat asielzoekers georganiseerd op rooftocht door Amsterdam gaan.

Met de beantwoording van deze vragen geef ik tevens uitvoering aan mijn toezegging aan het lid Becker (VVD) om per brief in te gaan op registratie van de verblijfsstatus door de politie. De Minister van Justitie van Veiligheid zal hier ook op ingaan in de beantwoording van de Kamervragen die op 14 november 2019 door de leden Emiel van Dijk en Helder zijn gesteld over het bericht «Politie mag niet noteren of zakkenrollers asielzoekers zijn».

Deze vragen werden ingezonden op 6 november 2019 met kenmerk 2019Z21304.

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Politie heeft handen vol aan rovende asielzoekers»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Om hoeveel asielzoekers gaat het volgens u?

Antwoord 2

De korpschef heeft mij erover geïnformeerd dat er geen cijfers beschikbaar zijn, anders dan het totaal aantal criminelen dat is genoemd in het artikel in De Telegraaf. Het vaststellen van de identiteit van een verdachte geschiedt op basis van identiteitsdocumenten, documenten die daarmee verband houden en/of naam-, adres- en woonplaatsgegevens. Dit wordt in het kader van het strafrecht uitgevoerd en valt daarmee onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie. Om zicht te krijgen op welke personen betrokken zijn bij criminele activiteiten is de verblijfsstatus irrelevant. Om die reden is er voor de politie geen grondslag voor het registreren van de juridische verblijfsstatus van verdachten.

De strafrechtketen en de migratieketen hebben een protocol afgesloten ten aanzien van vreemdelingen in strafrechtketen. Dit is het VRIS-protocol. Het VRIS-protocol is van toepassing op een in Nederland verblijvende vreemdeling met of zonder rechtmatig verblijf die in Nederland verdacht wordt van het plegen van een misdrijf en/of hiervoor is veroordeeld. Het doel van het protocol is vreemdelingenrechtelijke gevolgen te verbinden aan door politie en justitie geconstateerde strafbare feiten. Hierbij valt de denken aan intrekking van de asiel- of verblijfsvergunning en uitzetting. In het VRIS-protocol staat dat de politie handelingen verricht om dat doel te realiseren. Bijvoorbeeld het identificeren van de vreemdeling met behulp van een vreemdelingennummer.

Voor een rapportage over het aandeel asielzoekers van het in de Telegraaf genoemde aantal zullen de individuele dossiers moeten worden bekeken. Dat is niet gebeurd, omdat het voor de strafrechtelijke aanpak niet vereist is.

Vraag 3

Hoeveel van deze rovende asielzoekers zitten er achter de tralies?

Antwoord 3

Voor de strafrechtketen is het niet relevant om te registreren op verblijfsstatus. Deze vraag zou enkel te beantwoorden zijn door een arbeidsintensieve koppeling tussen verschillende informatiesystemen van de betrokken partijen uit de strafrecht- en migratieketen.

Vraag 4

Hoeveel worden er na het uitzitten van hun straf uitgezet en hoeveel heeft u er nu al uitgezet?

Antwoord 4

Om eerder genoemde reden kan ik deze vraag niet beantwoorden. Wel kan ik u in bredere zin informeren over uitzetting van vreemdelingen in de strafrechtketen die onder het VRIS-protocol vallen en instromen in de caseload van de DT&V. Met behulp van dit protocol weet iedere medewerker binnen de migratieketen wie wat op welk moment moet doen om uiteindelijk criminele en verwijderbare vreemdelingen uit te kunnen zetten.

In 2019 zijn tot en met september ongeveer 910 VRIS-vreemdelingen uit de caseload van de DT&V vertrokken, waarvan ongeveer 720 aantoonbaar uit Nederland zijn vertrokken en ongeveer 190 zelfstandig zonder toezicht zijn vetrokken.

Vraag 5, 6

Deelt u de mening dat asielzoekers die georganiseerd op rooftocht gaan, zouden moeten worden bestraft als deelnemers aan een criminele organisatie en in overeenstemming met dergelijke ernstige feiten, gestraft en vastgezet moeten worden en vervolgens Nederland moeten worden uitgezet? Zo nee, waarom niet?

Bent u tevens van mening dat asielzoekers die alleen op rooftocht gaan of zich op enig andere manier misdragen net zo hard moeten worden aangepakt en ook allemaal het land uit moeten worden gegooid? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5, 6

Of er in zaken sprake is van deelname aan een criminele organisatie is aan de rechter op vordering van het OM.

Ik zet in op een harde aanpak van alle asielzoekers die zich hier niet weten te gedragen. Hiertoe hebben mijn voorganger en ik een breed palet aan maatregelen getroffen. Uw kamer is hier bij meerdere brieven over geïnformeerd2. In onder meer mijn beantwoording van de vragen van het lid Fritsma, Emiel van Dijk en Wilders van 25 september jl.3 heb ik u ook geïnformeerd over de strafmaat op grond waarvan een asielvergunning kan worden onthouden.

Vraag 7

Bent u bereid een complete asielstop af te kondigen om de Nederlandse samenleving te beschermen tegen dit soort opportunistisch, buitenlands geteisem? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7

Nee. Het kabinet is van mening dat het categorisch sluiten van de Nederlandse grenzen geen realistische, laat staan een structureel wenselijke oplossing is voor het complexe migratievraagstuk. Het kabinet kiest ervoor risico’s voor de openbare orde zo veel mogelijk te beperken en de veiligheid te bevorderen, waarbij tevens bescherming wordt geboden aan die asielzoekers die bescherming behoeven.

Vraag 8

Kunt u deze vragen voor de begrotingsbehandelingen beantwoorden?

Antwoord 8

Nee.


X Noot
3

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2019–2020, nr. 88

Naar boven