Vragen van de leden Sjoerdsma (D66), Van Helvert (CDA), Voordewind (ChristenUnie),
Van Rooijen (50PLUS), Ploumen (PvdA), Van Ojik (GroenLinks), Van der Staaij (SGP)
en Kuzu (DENK) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de uitvoering van de motie
inzake Magnitsky-sancties (ingezonden 20 september 2018).
Antwoord van Minister Blok (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 10 oktober 2018).
Vraag 1
Kunt u zich uw brief van 5 juli 2018 herinneren, waarin u stelde dat u voornemens
was tijdens een volgende Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) een concreet voorstel te doen
aan uw Europese collega’s inzake een EU-mensenrechtensanctieregime?1
Vraag 2
Heeft u dit voorstel tijdens een van de afgelopen RBZ's gedaan? Zo ja, welk voorstel
heeft u gedaan? Kunt u dit voorstel aan de Kamer doen toekomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Tijdens het Gymnich overleg van 30-31 augustus jl. heb ik voorgesteld om in EU kader
te gaan werken aan een «EU global human rights sanctions regime» en heb ik dit idee
nader toegelicht (ref ook Kamerstuk 21 501-02, nr. 1902 van 5 september jl. en Kamerstuk 32 735, nr. 205 van 5 juli jl.). Een thematisch sanctieregime tegen mensenrechtenschenders zou een
waardevolle aanvulling kunnen zijn op het bestaande Europese externe mensenrechteninstrumentarium
en de geografische sanctieregimes. Met een dergelijk sanctieregime kan wereldwijd
worden ingezet op het instellen van persoonsgerichte sancties tegen mensenrechtenschenders,
zoals bijvoorbeeld bevriezing van tegoeden en reisbeperkingen, met als doel hun gedrag
te veranderen. Daarnaast kan er een preventief effect van uitgaan richting andere
(potentiële) mensenrechtenschenders.
Vraag 3, 4, 5 en 6
Wat was de reactie ten tijde van de RBZ op het betreffende voorstel?
Welke landen waren positief over het voorstel?
Welke landen stonden neutraal tegenover het voorstel?
Welke landen waren negatief over het voorstel?
Antwoord 3, 4, 5 en 6
Van verschillende EU-lidstaten is inmiddels een positieve reactie op dit Nederlandse
initiatief ontvangen. Ook hebben enkele lidstaten aanvullende vragen gesteld ten behoeve
van hun positiebepaling. Vooralsnog zijn geen uitgesproken negatieve reacties ontvangen.
Vraag 7
Bent u bereid dit najaar, uiterlijk tijdens de RBZ in oktober, het voorstel formeel
in te dienen?
Antwoord 7
Het voorstel om in EU-verband een mensenrechtensanctieregime op te zetten, kan niet
als vanzelfsprekend rekenen op steun van alle lidstaten. Een dergelijk voorstel kan
alleen worden aangenomen als alle lidstaten instemmen. Door het voorstel formeel te
agenderen voordat er voldoende steun voor is, ontstaat het risico dat het voorstel
weggestemd wordt. Daarom wordt veel diplomatiek noodzakelijk voorwerk verricht in
Den Haag, in Brussel en in Europese hoofdsteden, en breng ik het idee op zowel in
bilaterale gesprekken als in EU-verband.
Vraag 8
Kunt u zich uw stelling herinneren dat het kabinet grote vraagtekens plaatst bij de
doeltreffendheid van het invoeren van een dergelijk sanctieregime op nationaal niveau?
Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot het feit dat door Canada, de Baltische Staten
en Groot-Brittannië – zoals u in uw brief beschrijft – wel dergelijke wetgeving op
nationaal niveau is ingevoerd? Waarom acht u een dergelijk sanctieregime op nationaal
niveau derhalve niet doeltreffend?
Antwoord 8
De genoemde sanctieregimes betreffen onder meer reisbeperkingen, al dan niet in samenhang
met een bevriezing van tegoeden. In de context van de EU zou een dergelijk sanctieregime
op Nederlands niveau weinig effectief zijn omdat het niet doeltreffend te handhaven
is. In Schengen is afgesproken dat er geen grenscontroles plaatsvinden tussen de landen
die bij Schengen zijn aangesloten. Iemand die op een Nederlandse sanctielijst staat,
kan dan nog steeds vrij reizen binnen het Schengengebied en bij afwezigheid van grenscontroles
zal het lastig blijken om de feitelijke toegang tot Nederland te voorkomen. Hetzelfde
geldt voor een nationale bevriezing van tegoeden. Niets belet de betrokkene om zijn
tegoeden in een EU-buurland aan te houden en vandaaruit zijn financiële transacties
te doen. Daardoor heeft een nationaal sanctieregime slechts zeer beperkte impact en
acht het kabinet het vooralsnog verstandig de inspanningen te blijven richten op een
Europees regime. Tot slot dient opgemerkt te worden dat het VK op dit moment slechts
de wettelijke basis heeft gecreëerd om een puur nationaal mensenrechtensanctieregime
op te zetten maar nog geen daadwerkelijk mensenrechtensanctieregime heeft opgezet.
Vraag 9
Bent u het eens dat de door de Kamer aangenomen motie-Omtzigt c.s.2 uitgevoerd dient te worden, te weten dat het kabinet Magnitsky-wetgeving op nationaal
niveau voorbereidt indien het niet lukt om tot Europese consensus op dit punt te komen?
Zo ja, bent u bereid deze motie uit te voeren en op welke termijn? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 9
Om een effectief sanctieregime tegen mensenrechtenschenders op te zetten is de EU-route
nog altijd de beste optie en daar zal ik mij de komende tijd voor blijven inzetten.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken organiseert in november een hoogambtelijke bijeenkomst
voor EU-lidstaten en enkele gelijkgezinde landen om het concept van een mensenrechtensanctieregime
verder te ontwikkelen en de steun hiervoor binnen de EU verder uit te bouwen. Na deze
bijeenkomst zal ik uw Kamer nader informeren over de voortgang op dit onderwerp.
X Noot
1Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 5 juli 2018 over uitvoering motie-Omtzigt
c.s. inzake Magnitsky-sancties (Kamerstuk 32 735, nr. 205).