Vragen van het lid Middendorp (VVD) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
over de uitvoering van de moties ingediend tijdens het VAO WNT (ingezonden 11 juli
2018).
Antwoord van Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
28 augustus 2018).
Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van de motie van het lid Middendorp1 en de Kamerbrief?2
Vraag 2 en 6
Op welke wijze bent u voornemens de volgende jaarrapportage Wet normering topinkomens
(WNT) met meer cijfermateriaal te onderbouwen?
Bent u bereid er zorg voor te dragen dat de in de motie gevraagde cijfermatige gegevens
en andere gegevens reeds onderdeel zijn van de jaarrapportage WNT die in december
2018 verschijnt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wilt u de Kamer daarover informeren?
Antwoord 2, 6
Voorheen rapporteerde ik jaarlijks over de effecten van de WNT en de ontwikkeling
van de salarissen in de (semi-) publieke sector. In de Evaluatiewet WNT die vorig
jaar is aanvaard door de Tweede Kamer is, onder meer omwille van vermindering van
administratieve lasten, vastgelegd dat ik voortaan jaarlijks in de WNT-jaarrapportage
rapporteer over toezicht en handhaving (overtredingen en handhavingsacties) en vijfjaarlijks,
te beginnen in 2020, over de effecten van de WNT middels een wetsevaluatie. Naar aanleiding
van de diverse moties in het VAO WNT van 17 mei 2018 kom ik u tegemoet en heb ik bij
herhaling toegezegd dat ik vanaf de eerstvolgende WNT-jaarrapportage deze zal verrijken
met meer informatie over de effecten WNT.
In de volgende WNT-jaarrapportage zal ik, conform de motie van de leden Van der Molen
en De Boer, ingaan op de praktijk van de uitzonderingsverzoeken, waarbij ik melding
maak van de ingediende en gehonoreerde uitzonderingsverzoeken. Ten behoeve van de
aankomende WNT-rapportage zal ik daarnaast, conform de motie van het lid Middendorp,
informatie verzamelen bij diverse stakeholders, waaronder branche- en beroepsorganisaties,
accountants, Raden van toezicht en werving- en selectiebureaus, over de door hen waargenomen
effecten, alsmede de mogelijke knelpunten van de WNT. Tot slot zal ik ten behoeve
van de WNT-jaarrapportage een inventarisatie maken van de thans reeds beschikbare
informatie over de WNT, waaronder op het punt van de in de motie-Middendorp genoemde
onderwerpen.
Vraag 3
Op welke wijze bent u voornemens bij de onderbouwing van de volgende jaarrapportage
WNT cijfers te betrekken over arbeidsmobiliteit en de ontwikkeling van het salarisverschil
tussen de publieke en private sector, en de Kamer daarover voor het eind van het zomerreces
te informeren?
Antwoord 3
Hoewel er tal van gegevens over de WNT voorhanden zijn, beschik ik op dit moment niet
over systematisch inzicht in de effecten van de WNT, waaronder de effecten op de arbeidsmobiliteit
en de salarisontwikkeling in de private en publieke sector. Overigens verschaften
ook de gegevens die voorheen werden verzameld voor de WNT-jaarrapportage dit inzicht
niet. Dat is precies de reden dat ik dit jaar vroegtijdig start met het verzamelen
van informatie met het oog op de tweede wetsevaluatie die in 2020 gereed moet zijn.
Het verzamelen van gegevens is een arbeidsintensief proces. Ik pak dat stapsgewijs
aan met deelonderzoeken die in de komende twee jaar leiden tot een continue stroom
van informatie over de effecten van de WNT. Zodra de deelonderzoeken met betrekking
tot arbeidsmobiliteit en het salarisverschil tussen de publieke en private sector
zijn afgerond informeer ik uw Kamer over de uitkomsten hiervan. De precieze planning
van deze onderzoeken zult u terugvinden in het plan van aanpak, dat u binnenkort ontvangt.
Het is uiteraard niet zo dat er over deze onderwerpen in het geheel geen informatie
voorhanden is. Informatie over arbeidsmobiliteit en de ontwikkeling van het salarisverschil
tussen de publieke en private sector zal uiteraard deel uitmaken van de in antwoord
op vraag 2 en 6 genoemde inventarisatie, die in de komende WNT-jaarrapportage wordt
opgenomen.
Vraag 4, 5
Deelt u de mening dat het om inzicht te krijgen in de impact van de WNT het plan van
aanpak voor de WNT-evaluatie in 2020, dat na de zomer naar de Kamer wordt gestuurd,
niet voldoende is? Deelt u de mening dat er meer nodig is dan een gedegen voorbereiding
op de wetsevaluatie in 2020? Zo ja, dat een meer cijfermatig onderbouwing van de WNT-jaarrapportages
een belangrijke tussenstap is als het gaat om het informeren van de Kamer? Zo ja,
hoe wil u dat gaan doen in de volgende jaarrapportage? Zo nee, waarom niet?
Als uw constatering is dat er stap voor stap meer informatie beschikbaar komt over
de WNT, hoe wordt de Kamer nu dan betrokken bij de stap voor stap verkregen informatie
over de WNT anders dan het beschikbaar stellen van de aanpak van de evaluatie in 2020?
Antwoord 4, 5
Het plan van aanpak is het startpunt van de wetsevaluatie. Het beschrijft onder meer
de onderzoeksvragen, het proces, inrichting en de deelonderzoeken die resulteren in
een gedegen wetsevaluatie. Het plan van aanpak bevat geen onderzoeksresultaten en
heeft niet tot doel een beschrijving te geven van de beoogde en niet-beoogde effecten
van de WNT. Wel geeft het de Kamer inzicht in welke resultaten wanneer kunnen worden
verwacht. Na vaststelling van het plan van aanpak volgt de uitvoering. Ik betrek de
Kamer gedurende de totstandkoming van de wetsevaluatie middels toezending van het
plan van aanpak en het verstrekken van de op het moment van uitbrengen van de WNT-jaarrapportage
beschikbare informatie. Zie hiervoor ook de antwoorden op de voorgaande vragen.