Vragen van het lid Jasper vanDijk (SP) aan de Ministers van Defensie en van Buitenlandse
Zaken over het bericht dat het mandaat voor de VN-missie in Mali dubbelzinnig is (ingezonden
26 oktober 2016).
Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken), mede namens de mdef, mede namens
de Minister van Defensie (ontvangen 30 november 2016)
Vraag 1, 2, 7 en 10
Wat is uw oordeel over het bericht «Militairen en experts: mandaat Mali dubbelzinnig»?1
Deelt u de mening dat het mandaat voor de VN-missie dubbelzinnig is, omdat de troepen
onafhankelijk moeten zijn, terwijl zij tegelijkertijd de Malinese regering ondersteunen
bij de opbouw van de staat?
Deelt u de mening van Defensiespecialist Dick Zandee van Clingendael: «Echte onpartijdigheid
– zoals de VN nastreven – is in Mali eigenlijk onmogelijk?» Zo nee, waarom niet?
Gaat u bij de VN aandringen op verduidelijking van het onduidelijke mandaat? Zo nee,
is voortzetting van de missie dan nog verstandig? Hoe voorkomt u voortgaande problemen
met het mandaat, zoals beschreven in NRC?
Antwoord 1, 2, 7 en 10
Het kabinet is van oordeel dat het mandaat van MINUSMA duidelijk is. De belangrijkste
taak van MINUSMA is ondersteuning van de uitvoering van het vredesakkoord, dat door
alle Malinese partijen is ondertekend. In dit akkoord zijn ook afspraken gemaakt over
de terugkeer van de overheid naar het noorden van Mali. Concrete stappen die worden
gezet ten behoeve van de uitvoering van het akkoord, zoals het instellen van gezamenlijke
patrouilles in het noorden van het land en het installeren van interim- besturen,
vinden plaats op basis van overeenstemming tussen alle gewapende groepen en de Malinese
regering. MINUSMA speelt hierbij een ondersteunende rol en faciliteert de dialoog
tussen de gewapende groepen onderling en de Malinese regering. Daarnaast ziet de missie
toe op naleving van het staakt-het-vuren. Het mandaat van MINUSMA is voldoende robuust
om indien noodzakelijk proactief op te treden.
Vraag 3
Welke lessen heeft u getrokken uit de opmerkingen en het rapport van VN-diplomaat
Lakhdar Brahimi, waarin hij stelt dat de VN steeds minder wordt gezien als onpartijdig?
Antwoord 3
Zoals ook in de kamerbrief van 2 september 2016 over de Nederlandse inzet in de Algemene
Vergadering van de Verenigde Naties (Kamerstuk 26 150, nr. 154) wordt toegelicht, vereist de verdere hervorming en verbetering van vredesmissies
blijvend de aandacht van het kabinet. Nederland is actief betrokken bij discussies
binnen VN-verband over dit onderwerp. De aanbevelingen uit het Brahimi-rapport van
2000, maar ook recentere evaluaties, vormen hierbij een belangrijke leidraad. De VN
heeft in 2015 drie grote evaluaties uitgevoerd op het terrein van vredesoperaties,
vredesopbouw en de positie van vrouwen in conflictgebieden (VNVR resolutie 1325).
Een van de terugkerende conclusies is de noodzaak voor een geïntegreerde benadering,
waarbij de samenhang op het gebied van veiligheid, stabiliteit, ontwikkeling en een
inclusief politiek proces centraal staat.
Vraag 4
Erkent u dat deze partijdigheid oorzaak kan zijn van de vele aanvallen op VN-militairen?
Zo nee, hoe verklaart u de aanvallen op blauwhelmen?
Antwoord 4
De aanvallen op blauwhelmen betreffen terroristische aanvallen door groeperingen die
het vredesakkoord niet hebben ondertekend en daarom ook niet betrokken zijn bij de
uitvoering daarvan. Deze aanslagen hebben een terroristisch oogmerk en worden gepleegd
omdat deze groeperingen, mede gemotiveerd door criminele doelstellingen, hun eigen
bewegingsvrijheid in Mali willen vergroten. De aanwezigheid van internationale troepen
in Noord-Mali beperkt deze bewegingsvrijheid en daarom vormen VN-militairen een doelwit
voor terroristen.
Vraag 5
Hoe verklaart u het geweldsincident waarbij een Nederlandse commandant door een «ziedende
rebellenleider werd beschuldigd van partijdigheid»?
Antwoord 5
In dit fragment uit de documentaire «De Missie» wordt gerefereerd aan het incident
op 20 januari 2015, waarbij een Nederlandse Apache-helikopter een Hellfire raket heeft
afgevuurd op een stelling van de Mouvement National de Libération de l’Azawad (MNLA). Deze actie was bedoeld om, in overeenstemming met het mandaat, de burgerbevolking
en eigen VN-troepen te beschermen. Uw Kamer is over dit incident geïnformeerd in de
brief «Tussentijdse evaluatie Nederlandse inzet MINUSMA» van 7 mei 2015 (Kamerstuk
29 521, nr. 292).
Vraag 6
Wat wordt ondernomen tegen de onduidelijke instructies voor VN-militairen als het
gaat om het gebruik van geweld?
Antwoord 6
De VN-veiligheidsraad heeft duidelijke en bruikbare instructies (Rules of Engagement) aan MINUSMA verstrekt. Er is bij de Nederlandse operationele commandanten geen sprake
van onduidelijkheid over het gebruik van geweld.
Vraag 8
Zijn er meer militairen zoals Peter Gordijn, die niet langer willen deelnemen aan
VN-missies? Welke lessen trekt u hieruit?
Antwoord 8
Nederlandse militairen worden voorbereid op, en ingezet in, uiteenlopende operaties,
waaronder VN-missies.
Vraag 9
Maakte het onduidelijke mandaat deel uit van de discussie over Nederlandse verlenging
van de VN-missie in Mali? Zo ja, wat was de conclusie?
Antwoord 9
Het mandaat van de missie vormt een onderdeel van het Toetsingskader en is daarmee
onderdeel van de Nederlandse politieke besluitvorming over verlenging. Zoals ook aangegeven
in de antwoorden op vraag 1, 2, 7 en 10 is het kabinet van mening dat het mandaat
van MINUSMA duidelijk is.
X Noot
1NRC Handelsblad, 22 oktober 2016