Vragen van het lid Van Bommel (SP) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie over het uitblijven van luchtsteun in Srebrenica (ingezonden 30 juni 2015).

Antwoord van Minister Hennis-Plasschaert (Defensie) mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 27 januari 2017). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 2995. Zoals uiteengezet in de brief van 16 december 2015 (Kamerstuk 26 122, nr. 43) is de beantwoording van deze schriftelijke vragen uitgesteld tot na de voltooiing van de NIOD-verkenning die de Kamer op 18 november 2016 heeft ontvangen (Kamerstuk 26 122, nr. 45 ).

Vraag 1

Kent u het bericht «Nederland wist niet van einde luchtaanvallen op Servische doelen»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Kunt u bevestigen dat Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten in mei 1995 afspraken om de bombardementen op Servische doelen op te schorten? Indien neen, kunt u aangeven wat u bekend is over (eventueel) gemaakte afspraken om geen luchtaanvallen meer uit te voeren?

Vraag 3

Is het waar dat de genoemde afspraak niet is gecommuniceerd met Nederland? Indien neen, wat zijn dan de feiten? Indien ja, hoe is dit mogelijk?

Antwoord 2 en 3

Op verzoek van het kabinet heeft het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies een verkenning uitgevoerd naar onder andere internationale politieke besluitvorming over het verlenen van luchtsteun (air strikesdan wel close air support)aan UNPROFOR, waaronder Dutchbat, voorafgaand en tijdens de val van de enclave Srebrenica, en in het bijzonder mogelijke afspraken hierover van eind mei 1995 tussen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

Het NIOD-rapport en de kabinetsreactie daarop heeft de Kamer op 18 november 2016 ontvangen (Kamerstuk 26 122, nr. 45). Het NIOD concludeert in zijn rapport dat de verkenning geen bewijzen of aanwijzingen heeft opgeleverd voor het bestaan van voor Nederland geheime internationale politieke besluitvorming over het verlenen van dergelijke luchtsteun.

Vraag 4

Bent u bekend met documenten van genoemde landen waarin het besluit om de bombardementen op Servische doelen op te schorten wordt genoemd? Indien neen, bent u bereid inzage in dergelijke documenten te vragen aan uw collega’s in Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten en de Kamer hierover te informeren?

Antwoord 4

Ja, het kabinet is bekend met in 2013 vrijgegeven Amerikaanse documenten van de William J. Clinton Presidential Library in Little Rock, Arkansas, die in de publiciteit zijn genoemd. Naar aanleiding van deze publiciteit heeft de Minister van Defensie in de zomer van 2015 bij Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten navraag laten doen of over genoemde kwesties meer informatie beschikbaar was. Tevens heeft het kabinet opdracht gegeven aan het NIOD om een verkenning uit te voeren naar de besproken onderwerpen. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft aan de bondgenoten verzocht om de gevraagde informatie ook aan het NIOD ter beschikking te stellen. Het NIOD heeft de in 2013 vrijgegeven Amerikaanse documenten betrokken bij de verkenning die de Kamer, met een kabinetsreactie, op 18 november 2016 heeft ontvangen.

Zoals uiteengezet in deze kabinetsreactie zijn landen in de regel terughoudend met het vrijgeven van gevoelige informatie, zeker als het gaat om informatie over internationaal beleid of van inlichtingendiensten. Het NIOD verwacht dat informatie die nu onder geheimhouding valt, niet op korte termijn wordt vrijgegeven. Het kabinet deelt deze verwachting en acht het daarom niet zinvol bondgenoten nu nogmaals te verzoeken om vrijgave van informatie. Overigens heeft het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, zoals vermeld in de NIOD-verkenning, nog een verzoek om vrijgave van documenten in behandeling.


X Noot
1

Nederland wist niet van einde luchtaanvallen op Servische doelen, http://www.nrc.nl/nieuws/2015/06/29/nederland-wist-niet-van-einde-luchtaanvallen-op-servische-doelen/, 29 juni 2015.

Naar boven