Vragen van de leden JanVos (PvdA) en Van Tongeren (GroenLinks) aan de Minister van Economische Zaken over de sluiting van kolencentrales (ingezonden 16 maart 2016).

Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 19 april 2016).

Vraag 1

Kunt u aangeven waarom de eerder van overheidswege aangekondigde Carbon Capture and Storage (CCS) verplichting voor kolencentrales volgens u geen rol zou moeten spelen bij het eventueel betalen van een afkoopsom aan de energiebedrijven die nog kolencentrales exploiteren?1

Antwoord 1

In mijn antwoord op eerdere vragen van de leden Jan Vos en Van Tongeren (Aanhangsel Handelingen II, 2015/16, nr. 1737) heb ik aangegeven dat de vraag of bij eventuele uitfasering van de kolencentrales schadevergoeding zou moeten worden betaald en wat daarvan eventueel de hoogte zou zijn, afhangt van vele verschillende factoren. Die factoren ben ik aan het uitzoeken in het kader van het project dat ik heb toegelicht in mijn brief van 18 december jl. over uitvoering van de motie Van Weyenberg en Van Veldhoven (Kamerstuk 30 196, nr. 380).

Vraag 2

Bent u, in dat kader, op de hoogte van de duidelijke uitspraken van de Minister van het voormalige ministerie Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) ten tijde van de vergunningverlening van deze kolencentrales?2

Antwoord 2

Ja.

Vraag 3

Is het waar dat toen door de toenmalige Minister gesteld is dat binnen tien jaar zal worden toegewerkt naar een situatie waarbij CCS zal worden voorgeschreven en waarbij de kosten daarvan voor de exploitant zijn?

Antwoord 3

In de beantwoording van de vragen waaraan gerefereerd wordt, geeft de toenmalige Minister van VROM, mede namens de toenmalige Minister van Economische Zaken, aan dat haar streven is om binnen 10 jaar CCS in Europees verband de stand van de techniek te maken. Zij geeft daarbij aan dat de betrokken bedrijven hebben toegezegd om de nieuwe kolencentrales waarover de antwoorden in 2007 gingen, geschikt te maken om CCS toe te passen. Bovendien benadrukt zij dat financiële steun van de overheid – zowel de nationale als de Europese overheid – tijdelijk is en zich zal richten op de ontwikkelings- en demonstratiefase die nog doorlopen moet worden. Daarna zal CCS zichzelf moeten bedruipen. De toenmalige Minister van VROM heeft dus niet gesteld dat binnen tien jaar zal worden toegewerkt naar een situatie waarbij toepassing van CCS zal worden voorgeschreven.

Vraag 4

Is het waar dat gesteld is dat de marktcondities voor centrales gebaseerd op fossiele energiebronnen niet meer hetzelfde zullen zijn en investeerders in nieuwe centrales zullen hiermee rekening zullen moeten houden?

Kortom, is het waar dat de exploitanten van kolencentrales allang wisten dat rond 2017 een CCS-verplichting zou worden opgelegd?

Antwoord 4

Ten tijde van de investeringen in de nieuwe kolencentrales was niet duidelijk of er een verplichting voor toepassing van CCS zou worden geïntroduceerd, en in het geval dat zou gebeuren, wanneer dat dan zou zijn. Wel was het de verwachting dat CCS in de nabije toekomst onvermijdelijk zou zijn en de toenmalige Minister van VROM heeft in dat kader aangegeven het wenselijk te achten dat exploitanten van kolencentrales hier in hun (financiële) plannen rekening mee zouden houden. De drie nieuwe kolencentrales zijn dan ook alle drie technisch geschikt om CCS toe te passen. CCS heeft sinds 2007 niet een dusdanige vlucht heeft genomen dat gezegd kan worden dat dit nu op grote schaal wordt toegepast. Op dit moment zijn wij bezig om een eerste grootschalig CCS-demonstratieproject in Nederland te realiseren, het Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject (ROAD). ROAD is op dit moment het meest kansrijke CCS-demonstratieproject in Europa.

Vraag 5, 6

Deelt u de mening dat daardoor de kosten van de CCS-verplichting in mindering kunnen worden gebracht op de waarde van de kolencentrales?

Kortom, deelt u de mening dat deze waarde veel minder is dan de steeds genoemde 6 miljard euro, die ten onrechte voorbij gaat aan reeds lang geleden aangekondigde financiële verplichtingen?

Neemt u bij het bepalen van de waarde van de kolencentrales de afboekingen die E.ON, Engie, RWE en Vattenfall de afgelopen jaar op conventionele energiecentrales hebben gedaan mee?

Antwoord 5, 6

Op dit moment ben ik aan het onderzoeken wat de mogelijke financiële consequenties zouden zijn van maatregelen rond kolencentrales. Zie ook mijn antwoord op vraag 1.


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 1737

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2006–2007, nrs. 2001 en 2002

Naar boven