Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-20162304

Vragen van het lid Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de ontmanteling van een Nederlands ontwikkelingsproject door het Israëlische leger (ingezonden 17 maart 2016).

Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) en Minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) (ontvangen 15 april 2016).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Israël ontmantelt door Nederland ondersteund ontwikkelingsproject»?1

Antwoord 1

Ja

Vraag 2

Kunt u bevestigen dat het Israëlische leger een landbouwproject ter waarde van 10 miljoen dollar dat gefinancierd is door Nederland, ontmanteld heeft? Zo ja, wat vind u hiervan?

Antwoord 2

Dit is niet correct. Het betreft een zgn. stop-work order voor één van de locaties waar Palestijnse boeren, met steun van een door Nederland gefinancierde Palestijnse NGO, hun land verder ontwikkeld hebben om een betere oogst te kunnen realiseren. Het is onderdeel van een groter project dat op meerdere locaties op de Westelijke Jordaanoever wordt uitgevoerd, waarvoor de Nederlandse bijdrage in de periode 2013–2016 € 8.005.240 bedraagt.

Vraag 3

Wat is de aanleiding van de ontmanteling van het desbetreffende ontwikkelingsproject?

Antwoord 3

In Israëlische optiek hadden de Palestijnse boeren dit stuk grond niet verder mogen ontwikkelen zonder vergunningen aan te vragen. Israël heeft daarom een stop-work order opgelegd.

Vraag 4, 5 en 6

Zijn er nog andere direct of indirect door Nederland gefinancierde projecten die beschadigd of vernield zijn door het Israëlische leger? Zo ja, welke zijn dit?

Zijn er nog andere direct of indirect door de Europese Unie gefinancierde projecten die beschadigd of vernield zijn door het Israëlische leger? Zo ja, welke zijn dit?

Hoeveel bedraagt de financiële schade voor Nederlandse en Europese projecten die tot nu toe door het Israëlische leger is veroorzaakt?

Antwoord 4, 5 en 6

In de periode 2010–2015 bedroeg de schade aan Nederlandse projecten ongeveer € 91.000 (zie antwoorden op de vragen van het lid Servaes, d.d. 8 oktober 2015, Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 248

De EU heeft met name schade ondervonden bij projecten, waarbij humanitaire organisaties assistentie verlenen aan Palestijnse gemeenschappen die blootstaan aan het risico van sloop van hun huizen of directe humanitaire basisvoorwaarden ontberen die noodzakelijk zijn voor overleven op de plek waar zij wonen. De totale schade aan door ECHO gefinancierde humanitaire projecten in de periode 2010–2015 bedraagt € 194.395. Vanaf 2015 wordt ook bijgehouden wat de schade aan door Lidstaten gefinancierde humanitaire projecten is. In 2015 was de totale schade aan door ECHO en Lidstaten gefinancierde humanitaire projecten € 205.998. In 2016 is de sloop van Palestijnse gebouwen zorgwekkend toegenomen. De schade aan door ECHO en Lidstaten gefinancierde humanitaire projecten bedraagt dit jaar al € 209.955.

Vraag 7

Welke maatregelen worden er genomen wanneer bekend wordt dat door Nederland direct of indirect gefinancierde projecten zijn beschadigd of vernield?

Antwoord 7

Zodra door Nederland gesteunde organisaties te maken krijgen met een stop-work order of een sloopbevel, informeren zij de Nederlandse Vertegenwoordiging in Ramallah. Het kabinet stelt de kwestie vervolgens aan de orde bij de relevante Israëlische autoriteiten en dringt er bij hen op aan het bevel niet uit te voeren en terug te draaien, zodat het werk kan worden voortgezet.

Uitvoerende partners vechten vaak tegelijkertijd het besluit aan bij de Israëlische rechter en vragen de Palestijnse Autoriteit om steun bij het bezwaar tegen dergelijke bevelen.

Nederland ondersteunt diverse organisaties die juridische bijstand verlenen, waar de getroffen belanghebbenden een beroep op kunnen doen.

Vraag 8

Welke preventieve maatregelen worden er genomen om dergelijke verwoestingen aan ontwikkelingsprojecten te voorkomen?

Antwoord 8

In samenwerking met de uitvoerende partners is een selectie gemaakt van de meest geschikte plekken om te werken, waarbij gekeken is naar de hoogst haalbare impact van landverbetering en de risico’s op interventies door het Israëlische leger of Israëlische kolonisten.

Vraag 9

Klopt het dat de ontmanteling een vergeldingsactie is uit onvrede over het EU-beleid? Zo ja, wat gaat u hiertegen doen? Zo nee, wat is dan het motief volgens u?

Antwoord 9

De regering beschikt uitsluitend over de Israëlische verklaring voor de sloop van door de EU gefinancierde projecten, namelijk dat deze zonder vergunning zijn uitgevoerd en daarom illegaal zouden zijn.

Vraag 10

Deelt u de mening dat de Israëlische regering verantwoordelijk is voor deze actie en de kosten die Nederland heeft gemaakt moet compenseren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 10

Nederland financiert het werk van NGO's en boeren. De boeren zijn de eigenaren van de grond die verbeterd wordt. Nederland vraagt de Israëlische autoriteiten om schadevergoeding voor de rechthebbenden, in dit geval de boeren en NGO’s als zij schade ondervinden door het optreden van het Israëlische leger.

Vraag 11

Heeft u bij de Israëlische autoriteiten geprotesteerd tegen deze ontmanteling? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 11

Er is geprotesteerd tegen de stop-work orders.

Vraag 12

Bent u bereid om op Europees niveau aan te dringen op hardere Europese maatregelen tegen dergelijke acties van het Israëlische leger? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 12

Ja. Nederland heeft hiervoor gepleit in de Raad Buitenlandse Zaken, zoals aangekondigd in het AO RBZ van 9 maart jl. Zie verslag van de Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken d.d. 18 maart jl. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1594).

Vraag 13

Klopt het dat de schade van dergelijke vergeldingsacties van het Israëlische leger op voorhand worden meegenomen in begrotingen? Zo ja, welke signalen geeft Nederland hiermee af aan de Israëlisch regering?

Antwoord 13

Het ontwikkelingsprogramma wordt onder bijzondere omstandigheden uitgevoerd, te weten de bezetting. Hieraan zijn bepaalde risico’s verboden. Bij de opzet van het programma wordt een afweging gemaakt tussen de risico’s en het beoogde resultaat. De kans op interventies van het Israëlische leger is een van de risico’s die is meegenomen in de afwegingen. Er is geen voorziening opgenomen in het programma voor schade resulterend uit dergelijke interventies.

Vraag 14 en 15

Wat voor consequenties heeft deze actie van het Israëlische leger op de bilaterale samenwerkingsfora met Israël?

Deelt u de mening dat de bilaterale samenwerking met Israël per direct beëindigd moet worden zolang het Israëlische leger ontwikkelingsprojecten verwoest? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 14 en 15

Het kabinet deelt uw grote zorgen over de toename van sloop van projecten in Area C in de eerste maanden van 2016 en heeft dit aangekaart bij de Israëlische autoriteiten. Dankzij de goede toegang die Nederland tot beide partijen heeft, mede als gevolg van de investering in de bilaterale relaties via de samenwerkingsfora, is Nederland op veel terreinen een partner waar Israël serieus naar luistert, in het bijzonder ten aanzien van movement & access, maar ook van innovatie, landbouw, counter-terrorism en energie. Dat heeft het kabinet in staat gesteld een kritische beleidsdialoog te voeren ten aanzien van het Midden-Oosten Vredesproces, waarbij onder meer ook zorgen over gevallen van sloop van projecten aan de orde worden gesteld.

Vraag 16

Bent u bereid om de Israelische ambassadeur te ontbieden over de schade die Israël brengt aan Nederlandse ontwikkelingsprojecten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 16

Er is een intensieve reguliere dialoog met de Israëlische ambassadeur waarbij alle onderwerpen van bilateraal belang besproken worden. Daarbij wordt ook consequent het conflict opgebracht en, wanneer daartoe aanleiding is, de zorgen uitgesproken over verdere ondermijning van de twee-statenoplossing, zoals nederzettingenuitbreidingen en gevallen van sloop van projecten. Bij het meest recente gesprek in maart is de sloop van EU-projecten aangekaart, als ook aangedrongen op een oplossing voor de stop work orders.

Voorts zullen de Nederlandse zorgen over de toename van sloop van projecten worden uitgesproken bij de aanstaande bijeenkomst van de Ad Hoc Liaison Committee (AHLC), waarbij het kabinet zal aandringen op positieve stappen die de Palestijnse ontwikkeling en staatsopbouw versterken en afzien van maatregelen die mogelijk escalerend werken, zoals toe-eigening van land en vernieling van Palestijnse bezittingen.

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van Bommel, ingezonden 5 februari 2016 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 1636)