Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-20152139

Vragen van de leden Bashir en Van Gerven (beiden SP) en Schouw (D66) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over een einde aan de kraambox voor zeugen en enige andere samenhangende vragen (ingezonden 31 maart 2015).

Antwoord van Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) (ontvangen 30 april 2015).

Vraag 1

Bent u bekend met het recent gepubliceerde rapport «Einde aan de kraambox; Een onderzoek naar het welzijn van zeugen in kraamboxen en alternatieve huisvestingsystemen» van de Stichting Varkens in Nood?1 2

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Erkent u dat het van groot belang is dat er een alternatief komt voor deze dieronvriendelijke kraambox, nu uit dit rapport blijkt dat de kraamboxen, waarin één miljoen zeugen bijna een kwart van hun leven worden vastgezet, ernstig dierenleed veroorzaken?

Antwoord 2

Vanaf 1 januari 2013 is het houden van zeugen in groepshuisvesting verplicht.

In Nederland is de periode waarin de zeugen individueel in een hok worden gehouden verhoudingsgewijs kort. De belangrijkste reden om zeugen in kraamboxen te houden is het voorkomen van het doodliggen van biggen door de zeugen. Dit dient vanuit oogpunt van o.a. dierenwelzijn zoveel mogelijk te worden voorkomen. Uit onderzoek is gebleken dat de cruciale periode van doodliggen tot maximaal een week na geboorte is. Nu worden zeugen een week voor werpen tot 3 à 4 weken na werpen in een box geplaatst. Het huidige kraamhok is er niet opgebouwd om zeugen voor werpen en na de cruciale periode van doodliggen los te laten lopen. De afgelopen jaren is reeds een ontwikkeling ingezet waarbij een kraamhok nieuwe stijl ontwikkeld is, het zogenoemde Pro Dromi®kraamhok. Het gedrag en de behoeften van de zeug, biggen en zeugenhouder staan hier centraal. Zo wordt onder andere voorzien in het verstrekken van materiaal dat gebruikt kan worden om afleiding te verschaffen, maar ook als nestmateriaal kan worden gebruikt. Hiermee wordt voor de zeug de mogelijkheden om natuurlijk gedrag te vertonen verruimd. Het Ministerie van Economische Zaken heeft om die reden van 2010 tot en met 2013 de ontwikkeling van innovatieve huisvestingsconcepten financieel ondersteund.

Vraag 3 en 4

Is het u bekend dat er een veelbelovend alternatief bestaat voor de kraambox, namelijk het Pro Dromi kraamhok waarin de zeug samen met haar biggen veelal vrij kan rondlopen zonder dat dit de technische resultaten voor de boer negatief beïnvloedt? Deelt u de mening dat Pro Dromi 1,5 zowel voor het dierenwelzijn als voor de boeren een veelbelovende ontwikkeling is?

Deelt u de mening dat Nederland met deze uitvinding, die volgens onderzoekers niet alleen zorgt voor een sterke verbetering van dierenwelzijn maar ook economisch perspectiefvol is, een innovatie in handen heeft die voor het welzijn van de zeugen wereldwijd van grote betekenis kan zijn?

Antwoord 3 en 4

De Pro Dromi stalconcepten zijn een perspectiefvolle innovatieve ontwikkeling voor het dierenwelzijn, diergezondheid en economisch rendement in de zeugenhouderij, maar staat nog in de kinderschoenen. Enkele praktijkbedrijven zijn gestart met dit concept. Ook internationaal is er veel interesse. De praktijkbedrijven ondervinden echter nog diverse problemen, waaronder een verhoogd percentage doodgelegen biggen. Het houderijsysteem van Pro Dromi moet nog verder geoptimaliseerd worden onder praktijkomstandigheden voordat het breed in Nederland en andere landen kan worden uitgerold. Zoals ik heb aangegeven in het Algemeen Overleg Landbouw- en Visserijraad zal ik deze ontwikkeling ook tijdens de welzijnsconferentie Varken vandaag op 29 april in Kopenhagen onder de aandacht brengen van mijn Deense en Duitse collega’s.

Vraag 5 en 6

Onderschrijft u dat uw eerdere subsidie van € 350.000 weinig zinvol was indien het project niet afgerond kan worden?

Bent u bereid om dit onderzoek van Wageningen UR te helpen slagen zodat er een einde kan worden gemaakt aan het ernstige lijden van bijna één miljoen zeugen? Bent u bereid bij te dragen aan de circa € 160.000 die nog nodig is om het onderzoek naar Pro Dromi af te ronden? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet en op welke wijze bent u dan voornemens om dit ernstige dierenleed aan te pakken?

Antwoord 5 en 6

In goed overleg met het bedrijfsleven en Wageningen UR is besloten dat het onderzoekstraject eind 2013 zou worden afgerond omdat het Pro Dromi concept gereed was voor introductie in de markt. Op basis van de ervaringen tot nu toe van de eerste praktijkbedrijven blijkt dat het stalconcept nog verder geoptimaliseerd moet worden. Dit is primair de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven. Ik zal in gesprek gaan met de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV) en de betrokken ondernemers om na te gaan welke knelpunten er zijn bij de praktijkimplementatie en hoe ik het bedrijfsleven kan ondersteunen bij de optimalisering van Pro Dromi stallen via bestaande financiële regelingen van Rijk en provincies (Topsector Agri & Food, Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP-3) van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid).

Vraag 7 en 8

Wat vindt u ervan dat varkensboeren die willen overschakelen naar Pro Dromi geen gebruik meer kunnen maken van de Integrale Duurzame Stal- en Houderijsystemen-investeringsregeling (in het kader van de plattelandsontwikkelingsprojecten gelden) nu deze is overgeheveld naar de provincies die de investeringsregeling tot dusver niet hebben ingezet? Deelt u de mening dat dit soort investeringen van landelijk belang zijn en nauwelijks een provinciaal belang kennen?

Bent u bereid om de Integrale Duurzame Stal- en Houderijsystemen-investeringsregeling van de provincies terug te halen en te hervatten zodat boeren die vooruitstrevend zijn op gebied van dierenwelzijn weer financieel ondersteund worden bij dit soort investeringen?

Antwoord 7 en 8

Varkenshouders die investeren in Pro Dromi stallen of onderdelen hiervan kunnen in aanmerking komen voor landelijke fiscale regelingen en de Garantstelling Landbouw Plus op basis van de Maatlat Duurzame Veehouderij.

De regeling Integraal duurzame stallen (IDS) is de afgelopen periode onder andere gefinancierd uit de zogenoemde artikel 68 middelen vanuit de GLB periode 2007–2013. De IDS is in 2014 voor de laatste keer opengesteld omdat in het huidige GLB periode 2014–2020 de mogelijkheid van artikel 68 niet meer is opgenomen. In het kader van het nieuwe GLB is het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP-3) door de provincies opgesteld en goedgekeurd door de Europese Commissie. Ik heb met de provincies afspraken gemaakt over de thema's waarvoor de Europese middelen van het POP-3 kunnen worden ingezet met 50% cofinanciering van de provincies en waterschappen (Kamerstuk 28 625, nrs. 189 en 168). Een van de thema's is het versterken van innovatie, verduurzaming en concurrentiekracht in de landbouw. Onderdeel hiervan is het stimuleren van innovatieve investeringen in duurzame stallen. Op dit moment bereiden de provincies besluitvorming voor op welke thema’s en maatregelen zij de POP3-middelen willen inzetten. Ik zie geen aanleiding om de afspraken met de provincies over POP-3 te heroverwegen.

Vraag 9 en 10

Bent u bereid om vrijloop kraamboxen zoals Pro Dromi bij nieuwbouw verplicht te stellen, zodat zeugen het grootste gedeelte van de zoogperiode samen met hun biggen los kunnen lopen?

Bent u bereid om binnen tien jaar tot een verbod te komen van de reguliere kraambox? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 9 en 10

Mijn beleid is gericht op het stimuleren van innovaties die de mogelijkheid bieden voor het ontwikkelen van onderscheidende marktconcepten. Het verplichten van één stalsysteem of type kraamhok belet verdere innovatie. Zoals ik heb aangegeven tijdens het AO Landbouwraad op 15 april jl. wil ik het Pro Dromi stalsysteem dan ook niet verplichten. Wel pleit ik voor een Europese standaard voor kraamhokken waarbij zeugen meer onderling contact kunnen hebben.

Zoals aangegeven zal ik deze ontwikkeling ook tijdens de internationale welzijnsconferentie Varkens op vandaag 29 april in Kopenhagen onder de aandacht brengen van mijn Deense en Duitse collega’s.

Vraag 11

Bent u ervan op de hoogte dat verplicht nestmateriaal veelal ontbreekt en zeugen daar ernstig onder lijden? Wat vindt u hiervan?

Antwoord 11

Het Besluit Houders van Dieren schrijft voor dat zeugen en geiten in de laatste week voor het werpen over voldoende en adequaat nestmateriaal beschikken, tenzij dit in verband met de op het bedrijf gebruikte mengmestmethode technisch niet uitvoerbaar is. Bijna alle varkensstallen zijn uitgerust met dergelijke mengmestsystemen en kunnen om die reden gebruik maken van de uitzonderingsclausule.

Vraag 12 en 13

Is u bekend dat een jute doek als nestmateriaal voor een zeug een interessant surrogaat is voor bijvoorbeeld balen stro en dat deze eenvoudige oplossing ervoor zorgt dat de zeug rustiger is, de bevalling soepeler verloopt, de biggen meer biest opnemen en het aantal doodgelegen biggen daalt?

Bent u bereid om u er op zeer korte termijn voor in te zetten dat het gebruik van nestmateriaal de standaard wordt, in plaats van de uitzondering? Zo ja, hoe gaat u dit doen? Zo niet, waarom niet?

Antwoord 12 en 13

Ja. Het aanbieden van nestmateriaal is een Europese verplichting tenzij de gebruikte mengmestmethode dit niet mogelijk maakt. Tot voor kort bestond nestmateriaal voornamelijk uit organisch materiaal als stro ed. Dit zorgt voor verstoppingen in de mestputten. Door Varkens Innovatie Centrum Sterksel is een toepassingsvorm ontwikkeld bestaande uit een jute zak wat geen gevaar vormt voor verstopping. Ik ga met de sector in gesprek over de verspreiding van de bestaande kennis en ervaringen van deze toepassingsvorm.

Vraag 14

Kunt u aangeven hoe vaak de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit de laatste vijf jaar controles heeft uitgevoerd bij Nederlandse zeugenhouders, hoe vaak er geconstateerd werd dat er geen nestmateriaal aanwezig was en hoe vaak hiervoor boetes of waarschuwingen zijn gegeven? Kunt u de betreffende inspectierapporten meesturen?

Antwoord 14

In de periode 2010- 2014 heeft de NVWA in totaal 1318 inspecties op zeugenbedrijven uitgevoerd. Zoals aangegeven in antwoord op vraag 11 kunnen de meeste zeugenbedrijven gebruik maken van de uitzonderingsclausule. De NVWA heeft geen waarschuwingen gegeven of boetes opgelegd voor het niet verstrekken van nestmateriaal.

Vraag 15

Hoe en met welke snelheid geeft u uitvoering aan de motie Van Gerven over implementatie van de Europese richtlijn voor natuurlijk afleidingsmateriaal in varkensstallen?3

Antwoord 15

Hiervoor verwijs ik u naar mijn brief van 2 december 2014 (Kamerstuk 28 286 nr. 773).

Vraag 16

Hoe staat het met invulling van de ontwerprichtsnoeren voor de uitwerking van de Varkensrichtlijn waar met de Dierenbescherming en varkenssector aan wordt gewerkt? Kan de Kamer op korte termijn resultaten verwachten zoals ook reeds aan de orde kwam tijdens het Algemeen overleg Dierenwelzijn op 4 september 2014? Zo nee, waarom duurt het zo lang?

Antwoord 16

Deze richtsnoeren die door de Europese Commissie worden opgesteld en waar Nederland actief betrokken is, zijn tot op heden niet door de Commissie afgerond en gepubliceerd. Ik zal mij ervoor inzetten dat tot vaststelling en publicatie van de richtsnoeren wordt overgegaan.