Vragen van de leden Bontes en Van Klaveren (beiden Groep Bontes/Van Klaveren) aan de Minister en Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en de Minister-President over de affaire Demmink (ingezonden 10 december 2014).

Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de Minister-President (ontvangen 22 januari 2015).

Vraag 1

Heeft u de aangifte van de zes gevangenisdirecteuren tegen de Minister van Veiligheid en Justitie gezien?

Antwoord 1

Ja, ik ben overeenkomstig artikel 8 van de Wet ministeriële verantwoordelijkheid door de voorzitter van de Tweede Kamer van het verzoek aan de Kamer om gebruik te maken van de bevoegdheid op grond van artikel 5 van de Wet ministeriële verantwoordelijkheid op de hoogte gesteld.

Vraag 2 en 3

Klopt het dat de Minister van Veiligheid en Justitie sinds 14 juni 2013 beschikt over een document van een Turkse officier van Justitie (gedateerd 22 april 2013) waarin wordt vermeld dat onderzoek in Turkije heeft uitgewezen dat de heer Demmink op 20 juli 1996 Turkije was binnengereisd? Zo ja, kunt u dit document aan de Kamer doen toekomen, desnoods vertrouwelijk, inclusief een officiële vertaling (door een beëdigde tolk)?

Aan wie is dit document (reeds) ter beschikking gesteld?

Antwoord 2 en 3

Zoals ik uw Kamer reeds op 8 november 2013 heb laten weten, ontving het Ministerie van Veiligheid en Justitie op 14 juni 2013 een kopie van een document betreffende een Turkse sepotbeslissing in een zaak waarbij in Turkije aangifte was gedaan tegen o.a. tegen o.a. een oud-ambtenaar van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. In het document was een verwijzing opgenomen naar gegevens in een (aangifte)dossier die betrekking zouden hebben op in- en uitreisregistratie van de van de oud-ambtenaar in Turkije.

Het document is na ontvangst door het Ministerie van Veiligheid en Justitie onmiddellijk ter beschikking gesteld van het Openbaar Ministerie zodat de relevantie van het document voor de op dat moment nog lopende artikel 12 Strafvordering-procedure kon worden beoordeeld. De advocaat-generaal bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft vervolgens een rechtshulpverzoek geformuleerd waarin de Turkse autoriteiten om nadere informatie wordt gevraagd over de inhoud, achtergrond en betekenis van het document. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft het rechtshulpverzoek, zoals gebruikelijk is bij rechtshulpverzoeken, doorgezonden aan de Turkse autoriteiten.

De artikel 12 Strafvordering-procedure waarnaar hierboven wordt verwezen, heeft geleid tot de beschikking van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 21 januari 2014 waarin de officier van justitie bij het Landelijk Parket is bevolen een strafrechtelijke vervolging in te stellen. Ik doe geen mededeling over de inhoud van documenten die onderdeel zijn van een lopend strafrechtelijk onderzoek.

Vraag 4

Kunt u aangeven op welke wijze vragen over de affaire Demmink beantwoord worden en hoeveel ambtenaren zich daar de afgelopen jaren mee bezig gehouden hebben?

Antwoord 4

Er is niet geregistreerd hoeveel ambtenaren in de afgelopen jaren betrokken zijn geweest bij de behandeling van Kamervragen, Wob-verzoeken en burgerbrieven die betrekking hebben op juridische procedures waarbij de voormalige secretaris-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie betrokken was en daarmee verband houdende aangelegenheden. Ik kan u wel mededelen dat er door het Ministerie van Veiligheid en Justitie sinds 2012, meer dan tien burgerbrieven zijn beantwoord, er meer dan twintig besluiten zijn genomen in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur en er meer dan tien brieven aan de Tweede Kamer zijn gestuurd die betrekking hebben op deze juridische procedures en daarmee verband houdende aangelegenheden.

Vraag 5

Wat zijn de totale kosten die de afgelopen vijf jaar gemaakt zijn voor de heer Demmink in deze zaak, zoals advocaatkosten? Kunt u die kosten uitsplitsen naar zaak en naar tijdstip?

Antwoord 5

Zoals ik uw Kamer reeds heb medegedeeld op 22 januari 2014 liepen in de afgelopen jaren een drietal juridische procedures waarbij de voormalige secretaris-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie betrokken was. Het betreft de hiervoor genoemde artikel 12 Strafvordering-procedure die heeft geleid tot het thans lopende strafrechtelijke onderzoek. Daarnaast was er een voorlopig getuigenverhoor, geïnitieerd door De Stichting de Roestige Spijker en de civielrechtelijke procedure tegen het Algemeen Dagblad.

Over de afspraken met betrekking tot de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze procedures heb ik uw Kamer op 8 november 2013 en op 22 januari 2014 bericht. Alle declaraties van kosten van rechtsbijstand van de voormalige secretaris-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie die door het ministerie zijn vergoed, zijn in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur reeds openbaar gemaakt en zijn gepubliceerd op rijksoverheid.nl. De totale kosten van rechtsbijstand die in de afgelopen vijf jaar zijn vergoed, zijn in onderstaande tabellen weergegeven.

Bijstand in de artikel 12 Strafvordering-procedure

Factuurdatum

bedrag

7 oktober 2013

13.388,05

6 november 2013

21.072,10

10 december 2013

8.944,08

9 januari 2014

15.373,78

11 februari 2014

2.738,35

18 februari 2014

2.541,00

Totaal

64.057,36

Bijstand in civiele procedures

Factuurdatum

bedrag

19 februari 2013

9.268,30

12 september 2013

16.166,86

18 februari 2014

10.866,56

18 februari 2014

12.597,85

Totaal

48.899,57

Vraag 6 t/m 10

Bevinden de rapporten, die over de heer Demmink geschreven zijn door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, bij zijn sollicitaties als Directeur-Generaal en Secretaris-Generaal op de Ministeries van Justitie en van Defensie, zich op een veilige plek? Voor wie waren en zijn deze rapporten toegankelijk?

Kunt u er zorg voor dragen dat zij niet verloren gaan, kwijt raken of beschermd worden?

Wie hebben de afgelopen vier jaar de bedoelde rapporten ingezien?

Zijn er Ministers die deze rapporten ingezien hebben of deze rapporten hebben laten inzien en/of zich over de inhoud hebben laten informeren? Zo ja, welke, door wie en wanneer?

Kunt u deze rapporten op korte termijn voor de Kamer ter beschikking stellen (eventueel vertrouwelijk)

Antwoord vragen 6 t/m 10

De benoeming tot Directeur-Generaal en Secretaris-Generaal bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie vergt geen inzet van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Wel is voor de benoeming van de betrokken persoon in deze functies door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)een veiligheidsonderzoek uitgevoerd, dat heeft geleid tot het afgeven van een verklaring van geen bezwaar.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als politiek verantwoordelijke voor de uitvoering van de veiligheidsonderzoeken en ik als werkgever zijn geïnformeerd over de uitkomsten van de veiligheidsonderzoeken. De dossiers van de inhoudelijke onderzoeken berusten bij de AIVD en zijn ingezien door de medewerkers van de AIVD die daarvan uit hoofde van hun functie kennis dienden te nemen. Op deze dossiers zijn wettelijke regels inzake bewaring en geheimhouding van toepassing, waaronder de wettelijke zorgplicht ingevolge artikel 15 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten uit 2002. De AIVD doet daarover nooit mededelingen.

Vraag 11 en 12

Heeft een Minister, Minister-President of een hoge ambtenaar in de afgelopen vier jaar enig Kamerlid benaderd om een vertrouwelijk gesprek te voeren met ambtenaren over de zaak Demmink? Zo ja, wie deed/deden dat en met wie zijn die gesprekken gevoerd?

Heeft een Minister, Minister-President of hoge ambtenaar in de afgelopen vier jaar enige fractievoorzitter, partijvoorzitter of partijleider benaderd over de zaak-Demmink naar aanleiding van uitspraken, Kamervragen1 en vragen vanuit het Europees parlement?2 Zo ja, kunt u dan per gesprek een toelichting geven wat het doel ervan was?

Antwoord vragen 11 en 12

Het is niet ongebruikelijk dat, bijvoorbeeld naar aanleiding van Kamervragen of in het kader van een aanhangig wetsvoorstel, bewindspersonen en/of ambtenaren contact hebben met Kamerleden. Van de frequentie of het doel van dergelijke contacten wordt geen overzicht bijgehouden. Indien bedoelde contacten met ambtenaren plaatsvinden, geschiedt dat vanzelfsprekend overeenkomstig de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren. In dit kader heb ik ermee ingestemd dat in 2013 een aantal Kamerleden een mondelinge toelichting heeft gekregen op de antwoorden die waren gegeven op de gestelde Kamervragen.


X Noot
1

Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nrs. 691 Herdruk en 3019. Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nrs. 466, 1059, 1919 en 2178.

Naar boven