Vragen van de leden Heerema en Rutte (beiden VVD) aan de Staatssecretaris van Economische
Zaken en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over hondsdolheid (ingezonden
12 november 2013).
Antwoord van Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken), mede namens de minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 19 december 2013) Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 634
Vraag 1
Kent u het artikel «Dierenarts schrikt van gevallen hondsdolheid»?1
Vraag 2
Kunt u aangeven of hondsdolheid voorkomt in Nederland? Zo ja, kunt u aangeven of recentelijk
nog gevallen van hondsdolheid zijn geconstateerd in Nederland, welke oorzaken hieraan
ten grondslag lagen en welke maatregelen hiertegen zijn genomen?
Antwoord 2
De laatste uitbraak van hondsdolheid (rabiës, klassiek genotype I) in Nederland onder
dieren dateert uit 1988. Vleermuizen kunnen, ook in Nederland, wel besmet zijn. Daarbij
gaat het echter om een andere, minder gevaarlijke, virusvariant. In Nederland komt
hondsdolheid niet endemisch voor.
In 2012 is op 15 februari bij een pup in Amsterdam hondsdolheid geconstateerd. Dit
dier was meegenomen vanuit Marokko en is via Spanje naar Nederland gekomen. Uw Kamer
is hierover op 12 april 2012 geïnformeerd per brief (Kamerstuk 29 683, nr. 122). In deze brief is ook ingegaan op de oorzaak en de maatregelen die genomen zijn.
In 2013 zijn op 5 oktober 2 pups vanuit Bulgarije naar Nederland gekomen welke op
19 en 20 oktober positief getest zijn op hondsdolheid. Hierover is uw Kamer op 22 oktober
jl. geïnformeerd per brief (Kamerstuk 29 683, nr. 171).
Inmiddels is gebleken dat deze diagnose bij controletesten, die conform protocol zijn
uitgevoerd, niet bevestigd werd. U bent hierover geïnformeerd in de brief van 3 december
2013 (Kamerstuk 29 683, nr. 174).
Bij beide gevallen in 2012 en 2013 is gehandeld conform het draaiboek rabiës, in samenwerking
tussen veterinaire en de humane sector.
Vraag 3
Wat zijn, mede gezien het feit dat in Nederland niet tegen hondsdolheid gevaccineerd
wordt, de gezondheidsrisico’s als hondsdolheid in Nederland voet aan de grond krijgt?
Antwoord 3
Als hondsdolheid in Nederland voet aan de grond krijgt en de dierpopulatie niet beschermd
is dan kan de infectie zich verspreiden en een reëel volksgezondheidsrisico betekenen.
De epidemiologische situatie (het vóórkomen en de verspreiding van hondsdolheid) in
Nederland en ons omringende landen is in de afgelopen jaren niet wezenlijk veranderd.
Hondsdolheid blijft in de top 20 van relevante zoönosen en is een infectieziekte waarvan
de bestrijding, vanwege de grote impact die de infectie op gezondheid van mens en
dier heeft, wereldwijd veel aandacht krijgt.
Het grootste risico op insleep van hondsdolheid in Nederland vormt op dit moment het
illegaal invoeren van gezelschapsdieren. In alle importgevallen na 1962 heeft een
snelle interventie ervoor gezorgd dat er geen nieuwe contactgevallen in wilde fauna
zijn gevonden.
Vraag 4 en 5
Deelt u de opvatting van de dierenarts uit het genoemde artikel dat Nederland niet
alert is op een uitbraak van hondsdolheid? Zo nee, kunt u aangeven wat het huidige
beleid is ten aanzien van hondsdolheid en of het beleid nog voldoende toereikend is?
Indien ja, welke maatregelen kunt u wél nemen als er zich gevallen van hondsdolheid
aandienen?
Klopt het dat de uitbraak van hondsdolheid in Nederland en West-Europa grotendeels
wordt veroorzaakt doordat honden uit Oostbloklanden of Marokko worden gehaald? Zo
ja, deelt u de opvatting dat door de import van honden uit deze landen enorme gezondheidsrisico’s
naar Nederland gehaald worden? Bent u bereid indien nodig om hier maatregelen tegen
te nemen en In hoeverre is het mogelijk om bijvoorbeeld een (tijdelijk) importverbod
van honden uit Oost-Europa en Marokko in stellen?
Antwoord 4 en 5
Ik deel de opvattingen van de genoemde dierenarts niet. Nederland is voldoende alert
en voorbereid op een hondsdolheiduitbraak zoals de laatste twee gevallen (pup met
hondsdolheid uit Marokko en van hondsdolheid verdachte pups uit Bulgarije) hebben
bewezen.
Door de alertheid van de dierenartsen en een efficiënte afhandeling van de melding
bij de NVWA zijn deze dieren snel opgespoord en heeft verspreiding van de infectie
niet plaatsgevonden.
Het huidige beleid van euthanaseren van ernstig verdachte dieren, vaccineren van contactdieren
en het behandelen van humane contacten met profylaxe en vaccinatie acht ik voldoende
toereikend mede gezien de snelheid van handelen van de veterinaire (NVIC) als ook
de humane sector (GGD).
Het risico op import van hondsdolheid is groter wanneer honden afkomstig zijn uit
landen die geen hondsdolheid vrije status hebben en waar in wilde fauna en binnen
zwerfdierpopulaties hondsdolheid nog voorkomt. Wanneer import van honden volgens de
daarvoor vigerende regelgeving plaatsvindt wordt daarmee het risico op de import van
hondsdolheid aanzienlijk gereduceerd. Omdat het risico op insleep van hondsdolheid
in Nederland het grootst is door illegaal invoeren van gezelschapsdieren richt ik
mijn beleid op aspecten daaromtrent.
Ik heb in mijn brieven van 22 oktober en 3 december jl. aangegeven o.a. in gesprek
te zullen gaan met de stichtingen die zwerfhonden naar Nederland halen. Daarnaast
beraad ik mij op opheffing van de vrijstelling voor de invoer van ongevaccineerde
pups onder de 3 maanden waarvan op dit moment in Nederland onder bepaalde voorwaarden
gebruik van kan worden gemaakt.
Begin 2014 zal ik u in een brief nader informeren over de maatregelen die ik ga nemen.
X Noot
1Dagblad van het Noorden, 5 november 2013