Vragen van het lid Siderius (SP) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat mensen verstoken blijven van huishoudelijke verzorging en thuiszorgorganisaties collectief thuiszorgmedewerkers ontslaan (ingezonden 3 juli 2014).

Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 september 2014). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2634.

Vraag 1

Vindt u het acceptabel dat de gemeenten Noordoostpolder, Steenwijkerland en Urk hun handen aftrekken van de huishoudelijke verzorging en daarvoor een bemiddelingsbureau inschakelen?1

Antwoord 1

Navraag bij deze gemeenten leert dat zij overwegen om voor inwoners die hulp willen bij het dweilen, stofzuigen of wassen en strijken, vanaf volgend jaar de mogelijkheid te bieden om gebruik te maken van een algemene voorziening. Gemeenten zouden hiertoe een bureau willen inzetten die in opdracht en onder de verantwoordelijkheid van gemeenten de bemiddeling verzorgt. De uitwerking van dit beleidsvoornemen en de besluitvorming daarover dient nog plaats te vinden.

De gemeenten laten weten dat zij de wettelijke kaders daarbij in acht zullen nemen. Dit impliceert dat na de melding van een ondersteuningvraag de gemeente op grond van de Wmo 2015 zal onderzoeken of een ingezetene in zijn zelfredzaamheid en participatie dient te worden ondersteund. Indien dit het geval is en het blijkt dat de ingezetene deze ondersteuning niet zelf of met zijn omgeving kan organiseren en een algemene voorziening onvoldoende bijdraagt, dan is de gemeente gehouden om een maatwerkvoorziening te verstrekken. Een dergelijke zorgvuldige, individuele afweging is ook aan de orde voor bestaande cliënten. Het inschakelen door gemeenten van een algemene voorziening in de vorm een bemiddelingsbureau is dus mogelijk onder de voorwaarde dat gemeenten een uitvoering waarborgen die conform de wet is.

Vraag 2, 3 en 4

Wat vindt u ervan dat mensen die geen huishoudelijke verzorging kunnen betalen, en niet kunnen terugvallen op familie, vrienden en bekenden, «mogelijk» aanspraak kunnen maken op bijzondere bijstand van deze drie gemeenten? Is dit in lijn met uw visie op de huishoudelijke verzorging en naar uw oordeel een juiste uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015? Kunt u uw antwoord toelichten?2

Vindt u het wenselijk dat mensen moeten terugvallen op de bijzondere bijstand om de huishoudelijke verzorging te kunnen financieren? Is deze constructie niet juist een broekzak-vestzak-constructie van gemeenten? Kunt u uw antwoord toelichten?

Welke regels stellen deze drie gemeenten om via de bijzondere bijstand de huishoudelijke verzorging vergoed te krijgen? Bent u bereid de Kamer hierover te informeren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2, 3 en 4

Daar waar – conform de bepalingen van de wet – maatschappelijke ondersteuning in de vorm van een maatwerkvoorziening wordt geboden, borgen de bepalingen van het (nog te publiceren) Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dat in de uiteindelijk verschuldigde eigen bijdrage rekening wordt gehouden met de inkomens- en vermogenspositie van mensen. In die situaties waarin – conform de bepalingen van de wet – maatschappelijke ondersteuning op grond van het wettelijke kader als noodzakelijk wordt beoordeeld en een algemene voorziening als passend kan worden aangemerkt, is het aan de gemeente om in het kader van die passendheid ook oog te hebben voor de persoonskenmerken en de situatie van betrokkene. Een mogelijk relevant persoonskenmerk is ook de inkomenspositie van betrokkene in relatie tot de eventueel door hem verschuldigde eigen bijdrage voor de algemene voorziening.

Ingezetenen die als gevolg van hun specifieke omstandigheden niet in hun bestaanskosten kunnen voorzien, kunnen mogelijk een beroep doen op de bijstand. Een ander instrument voor maatwerk dat gemeenten met de Wmo 2015 kunnen inzetten betreft de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.17. van die wet; gemeenten kunnen personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen en daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten, een tegemoetkoming verstrekken.

De uitwerking van het beleidsvoornemen van de gemeenten heeft nog niet plaatsgevonden. Ik ben bereid deze uitwerking te volgen en waar relevant u te informeren.

Vraag 5

Acht u het wenselijk dat deze gemeenten de alfahulp-constructie in de thuiszorg bevorderen? Kunt u toelichten welke effecten dit precies heeft op het loon en de arbeidsvoorwaarden in de thuiszorgsector?

Antwoord 5

In zijn algemeenheid acht ik dit niet wenselijk. De inzet van een alfahulp kan een bewuste keuze zijn van de cliënt als deze gekozen heeft voor een persoonsgebonden budget als leveringsvorm van de ondersteuning. Gemeenten dienen deze cliënt goed voor te lichten over de gevolgen van het in dienst nemen door de cliënt van een alfahulp. Ik zal gemeenten er op blijven wijzen dat zij deze voorwaarden in acht nemen.

Ook als de burger gebruik maakt van een bemiddelingsbureau dient de gemeente haar burgers te wijzen op de consequenties en verplichtingen. De burger moet dan een afweging maken. Deze afweging heeft dus als zodanig geen gevolgen op het loon en de arbeidsvoorwaarden in de thuiszorgsector, maar de mogelijkheid om iemand in te huren op grond van de regeling dienstverlening aan huis heeft wel tot gevolg dat de betreffende werknemer een andere arbeidsrechtspositie heeft dan werknemers in loondienst of ZZP-ers. Het actief bevorderen daarvan door de gemeente vind ik ongewenst. Via de zogenaamde huishoudelijke hulp toeslag stimuleer ik gemeenten om reguliere banen te behouden. De Minister van SZW heeft op 27 maart jl. het rapport van de commissie Kalsbeek aan de Tweede Kamer aangeboden. Het streven is om de kabinetsreactie op dit rapport in september af te ronden en de Kamer hierover te informeren.

Vraag 6

Is u bekend hoeveel andere gemeenten ook bemiddelingsbureaus inzetten om de huishoudelijke verzorging te organiseren? Zo ja, hoeveel en welke gemeenten betreft dit? Zo nee, bent u bereid dit uit te zoeken en de Kamer hierover te informeren?

Antwoord 6

Deze informatie is niet beschikbaar. Zoals ik in het antwoord op vraag 5 heb aangegeven kan de inzet van een alfahulp als de cliënt gekozen heeft voor een persoonsgebonden budget als leveringsvorm van de ondersteuning. In zijn algemeenheid acht ik dit niet wenselijk. Gemeenten dienen deze cliënt goed voor te lichten over de gevolgen van het in dienst nemen door de cliënt van een alfahulp. Ik zal gemeenten er op blijven wijzen dat zij deze voorwaarden in acht nemen. Ik zie nu geen aanleiding om landelijk onderzoek te doen naar de inschakeling van bemiddelingsbureaus door gemeenten.

Vraag 7

Hoeveel krijgt het betreffende bemiddelingsbureau betaald door de gemeenten Noordoostpolder, Steenwijkerland en Urk om de huishoudelijke zorg te organiseren? Welke uurtarieven worden gehanteerd, en welk percentage van dit tarief wordt daadwerkelijk besteed aan zorg, personeel en bemiddelingskosten?

Antwoord 7

Gemeenten hebben nu een beleidsvoornemen dat onvoldoende is uitgewerkt om deze vraag te kunnen beantwoorden.

Vraag 8

Bent u bereid maatregelen te treffen om te zorgen dat de gemeenten Noordoostpolder, Steenwijkerland en Urk weer de verantwoordelijkheid voor de huishoudelijke verzorging nemen en de samenwerking met dit bemiddelingsbureau per direct opzeggen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 8

De betreffende gemeenten hebben mij verzekerd dat zij de wet in acht zullen nemen. Ik volg de uitwerking van de beleidsvoornemens.

Vraag 9

Hoe oordeelt u over het bericht dat de gemeente Son en Breugel stopt met het aanbieden van huishoudelijke verzorging? Kunt u uw antwoord toelichten?3

Antwoord 9

Navraag bij de gemeente leert dat de uitwerking van dit beleidsvoornemen en besluitvorming daarover in de gemeenten nog plaats dient te vinden. Het is niet zo dat de gemeente stopt met het aanbieden van huishoudelijke verzorging. Wel geldt dat de gemeente met alle 380 huishoudens die nu huishoudelijke hulp ontvangen in gesprek gaat over een passende oplossing. De gemeente laat weten dat zij daarbij de wettelijke kaders daarbij in acht zullen nemen. Dat impliceert dat na de melding van een ondersteuningvraag de gemeente op grond van de Wmo 2015 zal onderzoeken of een ingezetene in zijn zelfredzaamheid en participatie dient te worden ondersteund. Indien dit het geval is en het blijkt dat de ingezetene deze ondersteuning niet zelf of met zijn omgeving kan organiseren en een algemene voorziening onvoldoende bijdraagt, dan is de gemeente gehouden om een maatwerkvoorziening te verstrekken. Een dergelijke zorgvuldige, individuele afweging is ook aan de orde voor bestaande cliënten.

Vraag 10

Wat is uw reactie op de volgende uitspraak van wethouder Frenken: «Het vertrekpunt is dat we met maatwerk kijken wat er nodig is om te participeren in de maatschappij. Huishoudelijke hulp hoort daar niet voor iedereen bij. En dat kan er best inhakken voor veel mensen»? Is naar uw oordeel het leveren van maatwerk in contrast met het schrappen van de huishoudelijke hulp voor mensen?

Antwoord 10

De door het Eindhovens Dagblad geciteerde uitspraak van de wethouder is in bovenstaande vraag onvolledig weergegeven. Het volledige citaat is: «Het vertrekpunt is dat we met maatwerk kijken wat er nodig is om te participeren in de maatschappij. Huishoudelijke hulp hoort daar niet voor iedereen bij. En dat kan er best inhakken voor veel mensen. Daarom willen we zorgen voor een goede voorlichting.» De wethouder gebruikt een metafoor om het belang van goede voorlichting te benadrukken. De geciteerde wethouder wil inzetten op een goede voorlichting over wat er mogelijk gaat veranderen voor mensen.

Vraag 11

Acht u het wenselijk dat de gemeente Berkelland (in de Achterhoek) alle contracten heeft ontbonden met thuiszorgorganisaties om «de handen vrij te hebben voor toekomstige ontwikkelingen»? Op welke wijze zijn de 1450 mensen die nu huishoudelijke verzorging ontvangen gegarandeerd van huishoudelijke verzorging per 1 januari 2015?4

Antwoord 11

Navraag bij de gemeente Berkelland leert dat zij van mening zijn dat -mede vanwege financiële kaders in 2015- de huidige contracten onvoldoende ruimte geven om een goede invulling te geven aan de opdracht om op grond van de Wmo 2015 passende ondersteuning te bieden. Het college dient hier verantwoording over af te leggen in de gemeenteraad. Het aantal van 1450 personen heeft betrekking op de gemeente Berkelland. Het gaat om 1125 personen die nu eenvoudige hulp ontvangen en 325 personen die meer complexe ondersteuning ontvangen. Er zal voor de personen die eenvoudige hulp ontvangen per individuele situatie opnieuw beoordeeld worden of de verstrekking van deze ondersteuning als maatwerkvoorziening nog passend is.

Daar waar verandering optreedt in de geboden ondersteuning, heeft de gemeente toegezegd te zorgen voor een «zachte landing». De wijziging zal naar huidig inzicht tussen 1 januari en 1 juli 2015 zijn beslag krijgen. Berkelland laat weten dat zij de wettelijke kaders daarbij in acht zullen nemen.

Met de huidige aanbieders van de hulp bij het huishouden loopt nog overleg om hen gelegenheid te bieden nieuwe, meer integrale arrangementen voor ondersteuning te ontwikkelen. Ook hier geldt dat ik de ontwikkelingen nauwgezet volg en niet zal aarzelen om in te grijpen als de voorbereidingen vastlopen.

Vraag 12

Hoe verhoudt het opzeggen van de huishoudelijke verzorging van 1.450 mensen in de Achterhoek zich tot de «lessen uit de Achterhoek» die door de commissie Borstlap zijn opgesteld na alle problemen bij zorgaanbieder Sensire vorig jaar?5

Antwoord 12

Zoals ik in het antwoord op vraag 11 heb weergegeven, is er geen sprake van «opzeggen» van de huishoudelijke verzorging voor 1450 mensen. De Minister van SZW en ik hebben op 10 februari de eindrapportage van de onafhankelijk waarnemer, de heer Borstlap, aangeboden aan de Tweede Kamer (TK 2013–2014, 23 235, nr. 111). Daarin hebben wij een reactie gegeven op de aanbevelingen die van landelijke betekenis zouden kunnen zijn voor het kabinet, gemeenten, werkgevers- en werknemersorganisaties en zorgverzekeraars. Zo hebben wij onder meer de verantwoordelijkheid van gemeenten benadrukt om invulling te geven aan de continuïteit van maatschappelijke ondersteuning. Gemeenten zullen, binnen de kaders van deze wet- en regelgeving, een eigen afweging moeten maken op welke wijze zij continuïteit blijven bieden voor cliënt en op welke wijze ze perspectief bieden voor hulpverleners die hun baan kwijtraken. Er zijn in de Wmo 2015 en het (nog te publiceren) Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 expliciet verplichtingen opgenomen voor gemeenten en aanbieders die beogen om deze afweging zo goed mogelijk te laten plaatsvinden. De gemeente Berkelland heeft deze afweging nog niet afgerond, zodat het prematuur is om hierover een oordeel te geven.

Vraag 13 en 14

Wat vindt u ervan dat zorgaanbieder Thebe stopt met het aanbieden van huishoudelijke verzorging? 6

Hoe oordeelt u over de handelwijze van Thebe die collectief ontslag aanvraagt voor 633 thuiszorgmedewerkers, maar hen ondertussen weer in dienst wil nemen als «huishulp» in een lagere salarisschaal? Is dit in lijn met uw visie op de Wmo 2015? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 13 en 14

Ik heb van dit bericht kennis genomen. Voor alle thuishulpen binnen Thebe Huishoudelijke Zorg BV (hierna: Thebe) heeft de raad van bestuur besloten om collectief ontslag aan te vragen. Thebe heeft dit besluit genomen, omdat er in de gemeenten waar zij actief is minder vraag is naar thuishulpen. Thebe verstaat onder «huishulp» activiteiten zoals schoonmaken, strijken en wassen.«Thuishulp» ondersteunt daarnaast bij de organisatie van de huishouding en signaleert problemen bij de cliënt in een vroegtijdig stadium.

Thebe geeft zelf aan dat ze, waar mogelijk, medewerkers een vaste baan wil te laten behouden. Thebe heeft daarom een voorstel gedaan aan de medewerkers waarin zij per 1 januari 2015 kunnen instromen als huishulp. Hierbij behouden zij het aantal arbeidsuren, zoals deze nu ook contractueel zijn vastgelegd. Voor alle medewerkers van Thebe geldt een sociaal statuut. Hierin zijn afspraken opgenomen, zoals een regeling voor het afbouwen van het oude salaris en een toeslag voor medewerkers die werkzaamheden uitvoeren die behoren tot de functie thuishulp. Ik ga er van uit dat over de reorganisatie zoals gebruikelijk afspraken worden gemaakt tussen werkgever en werknemersorganisaties.

Vraag 15

Bent u bereid deze vragen voor de behandeling van de Wmo 2015 in de Eerste Kamer op 6 juli a.s. te beantwoorden?

Antwoord 15

Voor een zorgvuldige beantwoording was uitvraag bij de verschillende gemeenten noodzakelijk. Daardoor is niet mogelijk gebleken aan deze korte termijn te voldoen.


X Noot
1

Noordoostpolder krijgt bemiddelingsbureau voor schoonmaakondersteuning, Evernote, 17 juni 2014

X Noot
2

WMO2015: Kamerstuknr. 33 841

X Noot
3

«Son en Breugel stopt hulp in huishouden», ED.nl, 1 juli 2014

X Noot
4

Thuiszorgcontracten opgezegd – de Stentor – 30 juni 2014

X Noot
5

Lessen uit de Achterhoek – 10 februari 2014

X Noot
6

«Thebe heft functie thuishulp op», dichtbij.nl, 01 juli 2014

Naar boven