Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014121

Vragen van het lid Van Raak (SP) aan de Minister-President en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de betrokkenheid van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) bij een onderzoek naar de heer De Roy van Zuydewijn (ingezonden 21 juni 2013).

Antwoord van Minister-President Rutte, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 1 oktober 2013). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 3118.

Vraag 1

Hoe zou u als lid van de Tweede Kamer hebben geoordeeld over de kwaliteit van uw antwoord op eerdere vragen?1

Antwoord 1

Leden van de Tweede Kamer kunnen vragen stellen aan leden van het kabinet die hierop antwoorden.

Vraag 2 en 3

Is het waar dat prins Bernhard in 2000 de directeur van het Kabinet der Koningin opdracht heeft gegeven om bij de toenmalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) inlichtingen op te vragen over de heer De Roy van Zuydewijn?

Waarom heeft toenmalig Minister-President Balkenende in 2003 niet aan de Tweede Kamer gemeld dat het initiatief voor het BVD-onderzoek naar de heer De Roy van Zuydewijn is uitgegaan van prins Bernhard?2

Antwoord 2 en 3

De brief van 10 maart 2003 bevat het kabinetsstandpunt over dit onderwerp en de gronden waarop het rust (Kamerstukken II 2002/3, 28811, nr.3. Voorts heeft het kabinet leden van de Tweede Kamer informatie en antwoorden gegeven op vragen uit commissies van de Tweede Kamer.

Op 12 maart vond in de Tweede Kamer een debat plaats met leden van het kabinet (de Minister-President, de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). De Tweede Kamer nam na dit debat op 18 maart enkele moties aan (Kamerstukken II 2002/3, 28 811, nrs. 4 en4 die het kabinet heeft uitgevoerd.

Vraag 4

Wat is uw oordeel over de herbevestiging door toenmalig hoofdredacteur van de Volkskrant Broertjes dat prins Bernhard tegen hem over de heer De Roy van Zuydewijn heeft gezegd: «Deze man is een vijandelijk projectiel dat onschadelijk moet worden gemaakt»?5

Antwoord 4

Uitlatingen van de voormalig hoofdredacteur komen voor diens rekening.


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 2243

X Noot
2

Kamerstuk 28 811, nr. 1, 10 maart 2003.

X Noot
3

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 2243

X Noot
4

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 2243

X Noot
5

politiek.thepostonline.nl/2013/06/19/dossier-zuydewijn-rutte-zwijgt-over-rol-prins-bernhard