Vragen van het lid Smaling (SP) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over het bericht dat het tekort aan mbo-stageplekken overdreven zou zijn (ingezonden
25 juli 2013).
Antwoord van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 27 september
2013).
Vraag 1
Kent u het bericht «Tekort mbo-stages overdreven», waarin wordt gesteld dat er in
tegenstelling tot berichten van mbo-opleidingen en het bedrijfsleven er helemaal geen
sprake zou zijn van een tekort aan stageplekken voor technische studenten?1
Vraag 2
Wat is uw oordeel over de gedane uitspraak dat er door de Stichting Beroepsonderwijs
Bedrijfsleven (SBB) ten onrechte wordt gesteld dat er een tekort aan stageplekken
is om zo (toch) in aanmerking te komen voor subsidies?
Antwoord 2
Door de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs (SBB) en de kenniscentra wordt hard
gewerkt aan het stage- en leerbanenoffensief. Mirjam Sterk, ambassadeur aanpak jeugdwerkloosheid,
en de SBB trekken sinds kort samen op om het offensief nog meer aandacht te geven.
Ik heb er vertrouwen in dat hiermee een groot deel van de knelpunten daadkrachtig
kan worden aangepakt. Een volledig beeld over een eventueel stage-tekort in dit schooljaar
kunnen we pas in het najaar verwachten aangezien studenten zich tot 1 oktober voor
een studie kunnen inschrijven.
Ik heb geen enkele reden te vermoeden dat het signaal van de SBB gerelateerd is aan
het verzoek om een (tijdelijke) subsidie in het leven te roepen voor BOL-stages.
Vraag 3
Klopt het dat de hoogte van de toegekende subsidie aan de SBB (mede) afhankelijk is
van de omvang van het tekort aan stageplaatsen? Zo ja, in hoeverre is SBB afhankelijk
van deze subsidies en daarmee van de hoogte van cijfers over beschikbare stageplekken?
Antwoord 3
De SBB krijgt geen structurele subsidie van het ministerie van OCW. Ook is er geen
tijdelijke subsidie voor de SBB waarin het tekort aan stageplaatsen een rol speelt
in de omvang van de subsidie. De bewering dat de hoogte van de toegekende subsidie
(mede) afhankelijk is van de omvang van het tekort aan stageplaatsen is dan ook niet
juist.
Vraag 4
In hoeverre houdt het verhaal in Trouw verband met de overgang van de regeling afdrachtvermindering
naar een nieuwe subsidieregeling met betrekking tot leerwerkplekken?
Antwoord 4
Ik heb ervoor gekozen om de nieuwe subsidieregeling praktijkleren voornamelijk te
richten op de ondersteuning van leerwerkplaatsen. Het kabinet heeft in zijn brief
over deze nieuwe voorgenomen regeling aangegeven welke overwegingen er bij de keuze
om onder meer BOL-stages niet in aanmerking te laten komen voor deze subsidie een
rol hebben gespeeld (Kamerstukken II, 2012/13, 33 650, nr. 2).
Het kabinet heeft voor de zogenoemde sectorplannen voor de periode 2014–2015 600 miljoen
euro vrijgemaakt. Sectoren kunnen daarmee aan de slag met de knelpunten op de arbeidsmarkt
(Staatscourant nr 22962 14 augustus 2013). Daarbij kan maatwerk worden geleverd: door mensen te begeleiden
naar een nieuwe baan, vakkrachten te behouden en de instroom van jongeren te vergroten.
Afhankelijk van de arbeidsmarktknelpunten per sector kunnen sociale partners in het
kader van deze regeling afspraken maken over het vergroten van het aantal stageplaatsen
en leerwerkplaatsen.
Vraag 5
Heeft u reden om aan te nemen dat de SBB opzettelijk verkeerde cijfers hanteert?
Antwoord 5
Ik heb geen reden te twijfelen aan de integriteit van de SBB.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het voor de beleidsvoering van belang is dat er duidelijkheid
en eenduidigheid bestaat in de gehanteerde cijfers over stageplekken? Zo ja, hoe gaat
u er zorg voor dragen dat die eenduidigheid er komt?
Antwoord 6
Ik deel de mening dat het van belang is dat er eenduidigheid bestaat over mogelijke
tekorten aan stages.
Een van de wettelijke taken van kenniscentra is het zoveel mogelijk zorg dragen voor
de beschikbaarheid van een toereikend aantal bedrijven en organisaties van voldoende
kwaliteit die de beroepspraktijkvorming verzorgen.
In het verlengde van deze wettelijke taak brengt de SBB elk kwartaal een stage-barometer
uit. In de barometer wordt onder meer een kwalitatief beeld van branches geschetst
(per kenniscentrum) en specifieke opleidingen met een geringe kans op stage. Het gaat
hierbij om de kans voor studenten om een stage of leerwerkplaats te kunnen vinden.
Ik heb de SBB gevraagd in de eerstvolgende barometer van oktober a.s. naast een beschouwing
over de kans op stage in de toekomst, ook terug te blikken. Het gaat dan bijvoorbeeld
om de vraag hoeveel meldingen bij het Meldpunt Stagetekort van de SBB zijn binnen
gekomen en in hoeverre uiteindelijk met behulp van de inspanningen van het stage-
en leerbanenoffensief toch een stage is gevonden.
Vraag 7
Op welke termijn kan de Kamer een helder overzicht van huidige en (eventuele) toekomstige
tekorten aan stageplekken tegemoet zien?
Antwoord 7
zie mijn antwoord op vraag 6.
X Noot
1Trouw, dinsdag 23 juli 2013