Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-20131526

Vragen van het lid Smits (SP) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht dat ouders massaal kinderopvang opzeggen (ingezonden 20 februari 2013).

Antwoord van minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 7 maart 2013).

Vraag 1

Wat is uw oordeel over het bericht dat dertig procent van de kinderen de opvang dit jaar gaat verlaten? Onderschrijft u het verwachte percentage? Zo nee, waarom niet?1

Antwoord:

De laatste inzichten over het gebruik van kinderopvang heb ik in de brief aan de Kamer van 11 december 2012 opgenomen. Ik zal de Kamer spoedig het beeld over heel 2012 toesturen. De daling in de eerste drie kwartalen 2012 is 10 procent, waarvan 4 procent kinderen en 6 procent daling in uren. De Brancheorganisatie meldt in de brief aan de Kamer van 14 februari 2013 dat de vraag naar kinderopvang in 2012 is gedaald met gemiddeld 15 procent. De Brancheorganisatie meldt verder dat zij ieder kwartaal een enquête onder hun leden houdt en dat in maart de eerste enquête van 2013 zal plaatsvinden. De 30 procent daling die in het bericht van Trouw wordt gemeld, herken ik dan ook niet.

Vraag 2

Deelt u de mening dat het zeer pijnlijk is dat ouders de opvang massaal opzeggen sinds de overheidstoeslag per 1 januari 2013 is verlaagd? Wat gaat u hiertegen ondernemen?

Antwoord:

Over het gebruik in 2013 zijn nog geen gegevens bekend. In 2012 zien we echter na jaren van groei voor het eerst een daling in het gebruik van kinderopvang. De bezuinigingen die de afgelopen jaren en dit jaar zijn ingevoerd, hebben geleid en zullen leiden tot minder gebruik van kinderopvang dan dat zonder de bezuinigingen het geval zou zijn. Ouders lijken opnieuw een afweging te maken inzake de combinatie arbeid en zorg en hoe deze vorm te geven. Dit is een logische afweging als de kosten van formele opvang hoger worden.

Vraag 3

Is het waar dat achtduizend werknemers in 2012 hun baan in de kinderopvang zijn verloren? Zo nee, wat is het correcte aantal?

Antwoord:

Exacte cijfers over het aantal werknemers dat in de kinderopvang zijn/haar baan is kwijtgeraakt heb ik niet tot mijn beschikking. De daling in het gebruik zal leiden tot een daling van de omzet voor ondernemers. Het totaal aantal werknemers is circa 80.000 tot 90.000. Een daling van het gebruik van 10% spoort met een effect op ca. 8000 banen. Ik wil er wel op wijzen dat een omzetdaling niet altijd hoeft te betekenen dat werknemers zullen worden ontslagen. Ondernemers kunnen een omzetdaling op verschillende manieren opvangen. Ik zie voorbeelden van kinderopvanginstellingen die kritisch naar hun kostenstructuur kijken of proberen door middel van aanpassing van contracten de klanten aan zich te binden.

Vraag 4

Hoe verklaart u de afname van het aantal ouders, dat gebruikt maakt van kinderopvang?

Antwoord:

Zowel de bezuinigingen als de conjunctuur leiden tot minder gebruik van kinderopvang. De eigen bijdrage van ouders voor formele opvang is omhoog gegaan. Het geheel heeft ertoe geleid dat ouders bij de keuze voor hoe de combinatie van arbeid en zorg wordt vormgegeven een stringentere afweging zijn gaan maken. Dit kan ertoe leiden dat een andere manier van het combineren van arbeid en zorg of een andere vorm van opvang voor een bepaald aantal uur voordeliger uitpakt.

Vraag 5

Hoe liggen de verhoudingen voor wat betreft het afnemen van minder uren, het overstappen naar een andere crèche, het kiezen voor goedkopere opvang of gastouderbureaus en het volledig stoppen met afnemen van opvang?

Antwoord:

Kijkend naar het gebruik van kinderopvang in 2012 zien we een daling van aantal kinderen met 4 procent en een daling in aantal uren met 6 procent. Dit geeft aan dat de afname zich vooral richt op het aantal uren dat ouders afnamen. Als gekeken wordt naar de opvangvormen dan is er bij alle opvangvormen sprake van een daling in gebruik, maar is de daling het sterkst in de dagopvang en de gastouderopvang. De arbeidsparticipatie gecombineerd met het gebruik van kinderopvangtoeslag geeft wel een indicatie in hoeverre de daling in het gebruik wordt opgevangen door een andere combinatie van arbeid en zorg. Bij de arbeidsparticipatie zien we in 2012 een constant beeld, wat er op lijkt te duiden dat ouders minder gebruik zijn gaan maken van formele opvang, maar dit hoeft er niet toe te leiden dat ouders minder zijn gaan werken. Ouders lijken de opvang op een andere manier te hebben geregeld. In het tweede kwartaal van 2013 ontvangt de Kamer een analyse van de daling in het gebruik 2012.

Vraag 6

Deelt u de grote zorgen van ouders en de branche over de willekeurige manier waarop ook goede opvang nu verdwijnt?

Antwoord:

Een daling in de vraag bij een gelijkblijvend en in sommige regio’s zelf stijgend aanbod van opvang, zal mogelijk leiden tot opvanginstellingen die de deuren moeten sluiten. Ik zie echter dat de sector er alles aan probeert te doen om kwalitatief goede opvang aan te blijven bieden.

Vraag 7

Wat is uw reactie op de uitspraak van de woordvoerder van het Waarborgfonds Kinderopvang, die zegt dat «zonder beleid de kwaliteit verdwijnt, die we straks weer nodig hebben als de crisis voorbij is»?

Antwoord:

Ik vind kwalitatief goede kinderopvang erg belangrijk, daarom zijn alle kinderopvanginstellingen ook gehouden aan de wet- en regelgeving omtrent kinderopvang, waarbij kwaliteitseisen zijn gesteld. Bij de vormgeving van de bezuinigingen is er dan ook ingezet op maatregelen die de kwaliteit zo min mogelijk zouden schaden. Het belang van kwalitatief goede opvang wordt tevens door de sector onderschreven. Daarom is er een gezamenlijke kwaliteitsagenda voor de kinderopvangsector opgesteld. Hierin staan verschillende maatregelen om de pedagogische kwaliteit van de kinderopvang te verbeteren. In maart 2012 is de Kamer hierover geïnformeerd. In de brief Kwaliteit, toezicht en handhaving van 14 februari jl. is de Kamer geïnformeerd over de voortgang van deze maatregelen en mijn plannen richting de toekomst.

Vraag 8

Deelt u de mening dat continuïteit van cruciaal belang is voor een goed pedagogisch klimaat voor kinderen? Zo ja, vindt u het aanvaardbaar dat kinderen steeds vaker opgevangen worden door meer partijen, wat ten koste gaat van de continuïteit, die een vaste plek met een vertrouwd pedagogisch medewerker biedt?

Antwoord:

Belangrijk is dat de kinderopvang van goede kwaliteit is en financieel toegankelijk is, zodat ouders arbeid en zorg kunnen combineren en kinderen goed toegerust zijn op het primair onderwijs. Ouders kunnen zelf keuzes maken in hoe ze de zorg voor hun kinderen, eventueel in combinatie met arbeid, willen vormgeven. De kinderopvang is één van de mogelijkheden, maar een dag zelf voor de kinderen zorgen of informele opvang is niet per definitie een slechte opvangvorm voor de kinderen.

Vraag 9

Bent u bereid te onderzoeken wat de sociaal-economische achtergrond is van de ouders, die de opvang voor hun kind (gedeeltelijk) opzeggen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

In de brieven die ik ieder kwartaal aan de Kamer stuur over de ontwikkeling in het gebruik van kinderopvang wordt ingegaan op het gebruik naar inkomensgroep. Op deze manier wordt inzicht geboden in het gebruik naar sociaal-economische achtergrond.

Vraag 10

Wat zijn de meest recente cijfers over de arbeidsparticipatie van vaders en moeders met jonge kinderen?

Antwoord:

De brief met cijfers over het derde kwartaal 2012 bevat de meest recente cijfers over de arbeidsparticipatie van vaders en moeders met jonge kinderen (Kamerstukken II, 2012–2013, 31 322, nr. 198). Voor beide groepen is een stabiel beeld te zien wat betreft de arbeidsparticipatie. De brief met cijfers over heel 2012 zal zo spoedig mogelijk aan de Kamer worden gezonden.

Vraag 11

Bent u bereid te onderzoeken in hoeverre ouders, die minder opvang zijn gaan afnemen, ook minder zijn gaan werken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

Ik monitor de ontwikkeling in het gebruik van kinderopvang en de ontwikkeling van de arbeidsparticipatie. In 2012 zie ik daarbij dat in tegenstelling tot de daling in het gebruik van kinderopvang, bij de arbeidsparticipatie geen daling is te zien. De Kamer wordt in het tweede kwartaal geïnformeerd over de uitkomst van de analyse naar de daling in het gebruik. Aangezien ik ook graag de achtergrond wil weten van de ouders die zijn gestopt en hoe zij de combinatie arbeid en zorg vervolgens hebben vormgegeven, zal ik bezien op welke wijze hiernaar het beste onderzoek kan worden gedaan.

Vraag 12

Waarop baseert u de stelling dat de stijging van het aantal faillissementen drie oorzaken heeft, namelijk de crisis, de gestegen kosten voor ouders voor kinderopvang en ten slotte de stijging van het aantal vestigingen in de dagopvang en buitenschoolse opvang?2

Antwoord:

Aan elk faillissement ligt doorgaans een complex aan factoren ten grondslag, waarvan een deel individueel bepaald is en per casus kan verschillen. Daarnaast heb ik deze drie algemene oorzaken genoemd. Dit zijn externe effecten die voor alle kinderopvanginstellingen van toepassing zijn.

Vraag 13

Hoeveel opvangorganisaties kampen met betalingsachterstanden en wat is daarvan de aard en de oorzaak?

Antwoord:

Ik heb geen informatie beschikbaar over het aantal opvangorganisaties dat met betalingsachterstanden kampt.

Vraag 14

Wat raadt u opvangorganisaties in financiële nood aan?

Antwoord:

Ik kan hier geen advies over geven. De kinderopvang is een sector die opereert op een vrije markt. Instellingen die in financiële nood verkeren kunnen terecht bij financieel adviseurs.

Vraag 15

Beschouwt u kinderopvang als basisvoorziening? Zo ja, erkent u dat bij een basisvoorziening een basisinfrastructuur hoort? Zo ja, hoe gaat u om met het risico dat deze infrastructuur wordt aangetast door het huidige verlies van kennis en ervaring?

Antwoord:

Ik hecht aan goede en financieel toegankelijke kinderopvang zodat ouders arbeid en zorg kunnen combineren en kinderen goed toegerust zijn op het basisonderwijs. Ik realiseer me dat de terugloop in de vraag naar kinderopvang effecten heeft op de sector en de ondernemers. Tegelijkertijd wordt een basiskwaliteitsniveau gegarandeerd doordat alle instellingen gehouden zijn aan de wet- en regelgeving hieromtrent.

Vraag 16

Kunt u garanderen dat bij economisch herstel en een stijgende vraag er sprake zal zijn van een kwalitatief hoogwaardig en breed aanbod van kinderopvang?

Antwoord:

Zoals ik ook bij het antwoord op vraag 7 heb aangegeven, wordt de basiskwaliteit van de kinderopvang gegarandeerd, doordat men zich moet houden aan de wet- en regelgeving. Ook bij een stijgende vraag zal een kinderopvanginstelling minimaal de basiskwaliteit moeten bieden.


X Noot
1

«Kinderopvang massaal opgezegd», Trouw, 16 februari 2013

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen vergaderjaar 2012–2013, nr. 1266