Vragen van het lid Voortman (GroenLinks) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
over de sterke stijging van het aantal failliete kinderdagverblijven in 2012 (ingezonden
17 januari 2013).
Antwoord van minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 11 februari
2013).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat in 2012 zes maal zoveel kinderdagverblijven failliet
zijn gegaan?1
Vraag 2
Wat is uw reactie op de stelling dat de bezuinigingen in de kinderopvang de belangrijkste
reden is voor de sluitingen?
Antwoord 2
Ik zie drie verschillende ontwikkelingen die bijdragen aan de stijging van het aantal
sluitingen in de kinderopvangsector. De bezuinigingen zijn er daar één van, maar het
aantal faillissementen is door meerdere oorzaken gestegen. Daarbij is de oorzaak van
een faillissement in de regel een combinatie van factoren.
De stijging van het aantal faillissementen is ten eerste onderdeel van een algemene
stijging van het aantal faillissementen. De crisis zorgt voor moeilijke tijden in
de hele economie, ook in de kinderopvang. Daarnaast zijn ouders de afgelopen jaren
meer gaan betalen voor de kinderopvang. Een gevolg daarvan is dat ouders opnieuw nadenken
over het gebruik van opvang. Tot slot is in 2012 het aantal vestigingen in de dagopvang
en buitenschoolse opvang gestegen. Dit leidt tot meer concurrentie tussen kinderopvanginstellingen
in de sector.
Vraag 3
Bent u voornemens te onderzoeken wat de redenen zijn voor de sterke stijging van het
aantal faillissementen?
Antwoord 3
Hierboven heb ik drie ontwikkelingen geschetst die een belangrijke rol spelen in de
stijging van het aantal faillissementen in de kinderopvang. Een verder onderzoek acht
ik niet noodzakelijk.
Vraag 4
Deelt u de zorgen over de werkgelegenheid in de kinderopvangsector? Zo ja, welke maatregelen
kunt en wilt u nemen om de werkgelegenheid in de kinderopvangsector te stimuleren?
Antwoord 4
Ja. Een daling van het aantal kinderen dat naar de opvang gaat, heeft onvermijdelijk
ook gevolgen voor de werkgelegenheid. Tegelijkertijd zie ik dat er nog steeds nieuwe
instellingen bijkomen in de dagopvang en buitenschoolse opvang. Hiermee wordt nieuwe
werkgelegenheid gecreëerd in de kinderopvangsector. De werkgelegenheid in de kinderopvangsector
hangt uiteindelijk af van het aantal kinderen dat gebruik maakt van opvang. Door te
zorgen dat kinderopvang een toegankelijke voorziening blijft voor ouders, wordt ook
de werkgelegenheid in de kinderopvangsector geborgd.
Vraag 5
Wat is uw reactie op de stelling dat veel ouders hun kinderen van de kinderopvang
halen, omdat de economische situatie hen daartoe dwingt?
Antwoord 5
Ouders met jonge kinderen hebben, zoals iedereen, te maken met de gevolgen van de
economische situatie. Ouders zullen door de economische situatie opnieuw naar de kosten
van kinderopvang kijken en mogelijk de combinatie arbeid en zorg anders invullen.
Ook bij deze groep zullen sommigen hun baan kwijt zijn geraakt de afgelopen tijd.
De economische situatie zal hierdoor zeker effect hebben op het gebruik van kinderopvang.
In het tweede kwartaal van 2013 zal ik een analyse aan de Kamer sturen over het structurele
dan wel incidentele karakter van de daling in het gebruik van kinderopvang. Hier zal
ik ook aandacht besteden aan het effect van de economische situatie op het gebruik
van opvang.
Vraag 6
Deelt u de zorg over de mogelijkheden van ouders om met inzet van kinderopvang te
kunnen blijven of gaan werken? Bent u het er mee eens dat de arbeidsparticipatie in
Nederland niet mag lijden onder de bezuinigingen op de kinderopvang?
Antwoord 6
Ik vind het belangrijk dat ouders in staat zijn te blijven werken. Hiervoor is kwalitatief
goede en financieel toegankelijke kinderopvang essentieel. Ouders zijn door de bezuinigingen
de afgelopen jaren meer gaan betalen voor het gebruik van kinderopvang. De meest recente
cijfers over de arbeidsparticipatie van vaders en moeders met jonge kinderen laten
echter een stabiel beeld zien. Ik heb daarom op dit moment geen reden om aan te nemen
dat ouders niet meer kunnen blijven of gaan werken.
Bij het doorvoeren van zulke grote bezuinigingen op de kinderopvang is het niet te
voorkomen dat het effect zal hebben op de arbeidsparticipatie. De maatregelen van
de afgelopen jaren zijn dusdanig vormgegeven dat het effect op de arbeidsparticipatie
beperkt is. Eerder is berekend dat de totale bezuiniging in 2012 en 2013 gepaard gaat
met een daling van de arbeidsparticipatie van 0,1%.
Vraag 7
Bent u bereid de problematiek in de kinderopvangsector en de problemen voor ouders
die wegens de economische situatie geen gebruik kunnen maken van kinderopvang, in
te brengen in het overleg met de sociale partners over de sociale agenda?
Antwoord 7
Ik ben bereid kinderopvang in het reguliere overleg met de Stichting van de Arbeid
te bespreken, indien daar van de kant van sociale partners behoefte aan bestaat.