Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-20102822

Vragen van het lid Arib (PvdA) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en voor Jeugd en Gezin over de toename van het aantal jongeren met overgewicht in Nederland (ingezonden 25 mei 2010).

Antwoord van minister Klink (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de minister voor Jeugd en Gezin (ontvangen 7 juli 2010).

Vraag 1

Bent u op de hoogte van het feit dat het aantal jongeren met overgewicht toeneemt in Nederland?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hoe verklaart u dit, gezien het feit dat vijf jaar geleden het Convenant Overgewicht werd gesloten om dit probleem juist te bestrijden? Bent u van mening dat het Convenant voldoende succesvol is? Bent u van mening dat het Convenant de verwachtingen heeft waargemaakt? Zo ja, kunt u concreet benoemen tot welke aantoonbare en meetbare resultaten de inbreng van het Convenant heeft geleid? Hoeveel heeft het Convenant tot nu toe gekost? Welk budget heeft het Convenant voor de komende jaren? Welk deel van dit budget wordt besteed aan personeelskosten?

Antwoord 2

De afgelopen vijf jaar (2005 t/m 2009) is overgewicht hoog op de agenda van burgers, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties gekomen. Zowel de minister voor Jeugd en Gezin als ik zien dit als een positief en relevant resultaat vanuit het Convenant Overgewicht. Helaas is de trend van toenemend overgewicht bij kinderen nog niet gedaald. Niemand kan echter verwachten dat bij afloop van het Convenant de overgewichtproblematiek in ons land is opgelost. Tijdens de behandeling van de nota Overgewicht op 7 september 2009 is bevestigd dat gezondheidsresultaten kunnen worden behaald door voorzetting en verbinding van ons beleid. Om de energie die het Convenant bij partijen en personen heeft opgewekt vast te houden en de ontwikkelde plannen en aanpakken om te zetten in integrale en structurele activiteiten, heb ik derhalve ingezet op een vervolg. Dit voornemen werd door uw Kamer tijdens het nota-overleg ondersteund. Het goede debat heeft toen ook geleid tot het aannemen van concrete doelstellingen met betrekking tot de invoering van de 100% Gezonde Schoolkantines in 2015 (Motie Vendrik) en implementatie van de EPODE-aanpak bij gemeenten (Motie Wiegman).2 Deze moties worden uitgevoerd via het vervolg van het Convenant.

Per 1 januari 2010 is het vijfjarig Convenant Gezond Gewicht van start gegaan. Ik heb dit Convenant mede namens de minister voor Jeugd en Gezin, de staatssecretaris van VWS en de staatssecretarissen van OCW ondertekend. De ambitie van het Convenant is om de trend in overgewicht én obesitas bij zowel kinderen als volwassenen te laten dalen.

Alle ondertekende partijen dienen bij te dragen aan de begroting van het Convenant Gezond Gewicht (1.228.500 Euro in 2010). De totaal begrote personele kosten voor 2010 bedragen 670.500 Euro (inclusief BTW).

In de Rijksbegroting kunt u de bijdrage vanuit de overheid aan het Convenant vinden. In 2010 bedraagt deze in totaal 775.195 Euro. Voor 2011 is een reservering van 774.481 Euro opgenomen. Voor 2012 t/m 2014 betreft het een reservering van 775.000 Euro. De reservering vanuit de overheid zegt niets over het totale budget van het Convenant; het budget bestaat immers uit financiële inleg van meerdere partijen.

Vraag 3

Heeft u enig idee waarom de voorzitter van het Convenant zegt niet tevreden te zijn met de resultaten van het Convenant, maar hoopvol te zijn voor de toekomst? Waarop is deze hoop gebaseerd? Deelt u deze mening?

Antwoord 3

Het feit dat de heer Rosenmöller zich opnieuw als voorzitter heeft gecommitteerd aan het Convenant Gezond Gewicht, wil voor mij zeggen dat hij vertrouwen heeft in het Convenant en de slagkracht ervan.

Zoals ik bij mijn antwoord op vraag 2 aangeef, is realisme ten aanzien van resultaten na een relatief korte periode met inzet van vele partijen op zijn plaats. Dat er nog ruimte is voor verbetering, heb ik namens de Rijksoverheid middels onder andere een vervolg van het Convenant bekrachtigd.

Vraag 4

Welke concrete wijzigingen in beleid hebt u doorgevoerd of gaat u nu binnenkort invoeren die ertoe zullen leiden dat het aantal jongeren met overgewicht nu wél snel zal afnemen?

Antwoord 4

Uit oogpunt van doeltreffendheid heb ik op diverse onderdelen van mijn beleid verscherping en verbinding aangebracht. Voorbeelden hiervan zijn:

  • a) Inzet op het monitoren van zelfregulering voedingsreclame. Via monitoring krijgen we medio 2011 een beeld van de omvang en inhoud van voedingsreclame bij kinderen tot 12 jaar. Dit geeft op termijn gefundeerde richting aan ons beleid.

  • b) Inzet op het versterken van effectief integraal lokaal gezondheidsbeleid. De sturing op een geïntegreerde handleiding lokaal gezondheidsbeleid is hier een belangrijk onderdeel van. In de handleiding worden door het Centrum Gezond Leven erkende interventies op o.a. het gebied van voeding en beweging aangereikt. De nieuwe geïntegreerde handleiding wordt november dit jaar gepresenteerd.

Nog een voorbeeld in dat kader is de specifieke handleiding voor professionals die basisscholen ondersteunen bij integrale en structurele gezondheidsbevordering, de zgn. handleiding Gezonde School. Deze handleiding is 9 april jl. gelanceerd. In deze handleiding komen voeding en bewegen nadrukkelijk aan bod.

Het ZonMw programma Gezonde Slagkracht speelt ook een rol in het stimuleren en ondersteunen van integraal lokaal gezondheidsbeleid voor overgewicht. Door in de eerste subsidieronde de nadruk te leggen op thema overgewicht, zijn 16 van de 27 gehonoreerde gemeenten aan de slag met overgewicht. Bovendien continueren partijen zoals het Voedingscentrum en het NISB de (door)ontwikkeling van interventies op het gebied van voeding en bewegen en ontsluiten zij kennis voor relevante doelgroepen van mijn beleid.

  • c) Inzet op verbetering door verbinding van preventie en curatie. Het Partnerschap Overgewicht Nederland ontwikkelt in opdracht van het ministerie van VWS een Zorgstandaard Obesitas. Deze zorgstandaard heeft als doel om de preventie en behandeling van obesitas bij kinderen en volwassenen op elkaar af te stemmen. Deze zorgstandaard wordt eind 2010 verwacht.

  • d) Inrichting van het Convenant Gezond Gewicht. Naar aanleiding van het Convenant Overgewicht bleek dat nieuwe afspraken tussen partijen concreter zouden moeten zijn om slagvaardiger te zijn. Daarnaast is de uitvoering van twee concrete doelstellingen (Motie Vendrik en Motie Wiegman) aan het Convenant verbonden. De verbeteringen in structuur en afspraken, integratie van beleid, aanpak en interventies zijn meegenomen in het Convenant Gezond Gewicht. U bent hier ook eerder over geïnformeerd.3

Vraag 5

Bent u van mening dat de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) voortdurend innovatieve producten ontwikkelt en dat deze producten daadwerkelijk bijdragen aan de vermindering van het aantal mensen met overgewicht?

Antwoord 5

Ja. De levensmiddelenindustrie is constant bezig met het verbeteren en vernieuwen van haar producten. Ik vind het belangrijk dat er levensmiddelen worden ontwikkeld en aangeboden die een gezond voedingspatroon beter mogelijk maken. Je kunt echter niet stellen dat dit meteen zal leiden tot een vermindering van het aantal mensen met overgewicht. De consument is uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor zijn/ haar voedselkeuze en voedingspatroon. Bovendien is overgewicht een multi-factorieel probleem. Zo gaat het niet alleen om voeding (energie-inname), maar ook om bewegen (energieverbruik).

Vraag 6

Bent u van mening dat de oproep van de FNLI aan haar leden om «uiterst terughoudend te zijn met reclame voor snoep en versnaperingen speciaal gericht op kinderen» enig c.q. voldoende effect sorteert?

Antwoord 6

Zoals de minister voor Jeugd en Gezin en ik u in de brief over voedingsreclame bij kinderen 4 hebben laten weten, zullen wij de zelfregulering nauwgezet volgen. Via monitoring willen we een beeld krijgen van de omvang en inhoud van voedingsreclame bij kinderen tot 12 jaar. Hieruit zal moeten blijken of de initiatieven effect hebben en of kinderen inderdaad zoveel mogelijk worden gevrijwaard van een reclameaanbod voor voedingsmiddelen die niet passen in een gezond voedingspatroon. De uitkomsten van de monitoring zullen medio 2011 beschikbaar zijn.

Vraag 7

Bent u van mening dat de oproep van de FNLI aan haar leden om «uiterst terughoudend te zijn met reclame voor snoep en versnaperingen speciaal gericht op kinderen» voor de overheid aanleiding mag zijn geen reclameverbod in te voeren? Zo ja, kunt u garanderen dat deze oproep ervoor zal zorgen dat er geen reclame voor niet gezonde producten gericht op kinderen meer zal worden gemaakt?

Antwoord 7

Nee, ik kan geen garanties geven over het effect van de oproep van de FNLI. In onze brief4 geven we aan dat we de industrie de kans willen geven hun initiatieven verder te ontplooien. Die ruimte is er nu dan ook. Gezien de doelstelling in de nota Overgewicht volgen we de genomen stappen nauwgezet middels de monitoring (zie ook antwoord 6). Zodra we medio volgend jaar over de resultaten beschikken, wordt u daarover geïnformeerd.

Vraag 8

Bent u van mening dat de overheid voldoende actief optreedt en alle mogelijke maatregelen heeft genomen om overgewicht terug te dringen? Zo ja, betekent dat dat geen aanvullend beleid meer nodig is en dat het aantal mensen met overgewicht binnenkort sterk zal dalen? Zo nee, welke maatregelen zijn er mogelijk, welke daarvan zijn aantoonbaar effectief en van welke kan effect worden verwacht? Welke maatregelen gaat u zo snel mogelijk implementeren?

Antwoord 8

De kern van ons beleid bestaat uit diverse peilers en is verwoord in de nota Overgewicht5. Zoals ik u bij het antwoord op vraag 4 heb aangegeven, richt ik mij meer op verscherping en verbinding van bestaand beleid dan op het inzetten en ontwikkelen van nieuw beleid. Er is veel en goed bruikbaar materiaal. Aandacht voor opschaling en implementatie van goede, erkende interventies vind ik dan ook efficiënt. Versterking van de lokale integrale aanpak op overgewicht zorgt voor slagkracht. Verbinding van informatie, partijen, professionals en kennis zorgt voor transparantie en doelmatigheid. Voorbeelden van verbinding en verscherping zijn ook in mijn brief van 9 november 2009 verwoord.2

Vraag 9

Ziet u aanleiding uw reactie op de motie Arib6, in uw brief van 9 maart 20107 te herzien en op korte termijn daadkrachtiger op te treden, nu blijkt dat het aantal jongeren met overgewicht schrikbarend stijgt?

Antwoord 9

In mijn antwoord op vraag 6 en 7 geef ik u aan dat we de industrie de kans willen geven hun initiatieven verder te ontplooien. Door dit via monitoring te volgen, krijgen we een beeld van de omvang en inhoud van voedingsreclame bij kinderen tot 12 jaar. Hieruit zal moeten blijken of de initiatieven effect hebben. Met de uitkomsten van de monitoring als basis, kunnen we medio 2011 onze richting nader bepalen.

Vraag 10

Denkt u dat de wens van de voorzitter van het Convenant dat Nederland over vijf jaar «de gezondste jeugd van Europa» heeft werkelijkheid zal worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u daarvoor zorgen?

Antwoord 10

Daar kan ik helaas nog geen uitspraken over doen. De inzet van vele relevante partijen is hier in ieder geval op gericht. Wij zijn één van de partijen van het Convenant Gezond Gewicht en zetten ons als rijksoverheid met grote betrokkenheid in. De toekomst zal uitwijzen of de ambitie wordt waar gemaakt.


XNoot
1

de Volkskrant, 19 mei 2010.

XNoot
2

TK 2009–2010 31899–14 Uitvoeren aangenomen moties inzake nota Overgewicht.

XNoot
3

TK 2009–2010 31 899-15 Convenant Gezond Gewicht.

XNoot
4

TK 2009–2010 31 899-17 Voedingsreclame kinderen.

XNoot
5

TK 2009 31 899-14 Nota Overgewicht.

XNoot
6

Kamerstuk 31 899, nr. 3.

XNoot
7

Kamerstuk 31 899, nr. 17.