Ontwerp projectbesluit Vispassage en gemaal Arcen

Het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg

gelezen de tekstinhoud van ”Ontwerp projectbesluit vispassage en gemaal Arcen” d.d. 28 april 2026

Overwegende,

dat het dagelijks bestuur op 25 juni 2024 een projectplan Waterwet heeft vastgesteld voor de dijkverlegging en -versterking  te Arcen;

dat dit ontwerp-projectbesluit ‘Vispassage en gemaal Arcen’ een aanvulling is op het eerdere vastgestelde onherroepelijke projectplan Waterwet Arcen;

dat op grond van artikel 5.45, lid 1  Omgevingswet op 24 februari 2026 door het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg is besloten dat de besluiten die nodig zijn ter uitvoering van het Projectbesluit Vispassage en gemaal Arcen in verband met duidelijkheid richting omgeving en het sneller doorlopen van de procedures gecoördineerd worden voorbereid;

dat Gedeputeerde Staten van Limburg het coördinerend bevoegd gezag zijn;

dat het participatieproces uitgebreid is beschreven en is toegelicht in hoofdstuk 9 van de Motivering en dat hiermee tevens is voldaan aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 2.6 van de Participatie- en inspraakverordening Waterschap Limburg 2022;

dat de maatregelen zoals opgenomen in dit projectbesluit passen binnen het geldende (tijdelijke) Omgevingsplan;

dat de bij dit besluit horende regeling een uitgebreide en zorgvuldige beschrijving bevat van de beschreven maatregelen, de wijze waarop deze zullen worden uitgevoerd, de effecten van de maatregelen en een beschrijving van de te treffen voorzieningen gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van de maatregelen; 

dat de juridische procedure voor het projectbesluit en de daarbij horende besluiten zorgvuldig is beschreven in hoofdstuk 8 van de Motivering (procedures en rechtsbescherming);

dat het projectbesluit pas rechtskracht krijgt na goedkeuring door Gedeputeerde Staten van Limburg; 

dat de voorgenomen aanpassingen van de vispassage en het gemaal zullen leiden tot een wijziging van de werkingsgebieden zoals opgenomen in de Waterschapsverordening Limburg, waarbij de procedure tot wijziging van de werkingsgebieden parallel loopt aan de procedure tot vaststelling van het projectbesluit Omgevingswet; 

dat de voorgenomen maatregelen in het projectbesluit leiden tot aanpassing van de legger na  realisatie van het project. 

 

Besluit;

Artikel I Vaststelling ontwerp projectbesluit

Het "Ontwerp projectbesluit vispassage en gemaal Arcen" dat is opgenomen in Bijlage A inclusief de motivering en bijlagen, is op 28 april door het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg vastgesteld.

Artikel II Vaststelling ontwerp besluit wijziging werkingsgebieden Waterschapsverordening

Het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg heeft in verband met het project 'Vispassage en gemaal Arcen' op 28 april 2026 het ontwerp-besluit wijziging werkingsgebieden Waterschapsverordening Limburg, [zaaknummer: 2023-Z15500], gelijktijdig vastgesteld met het ontwerp projectbesluit. 

Artikel III Inwerkingtreding

Het definitieve projectbesluit treedt vier weken na bekendmaking in werking. 

Aldus besloten op 28 april 2026 door het dagelijks bestuur Waterschap Limburg, 

Secretaris directeur               Dijkgraaf

Bijlage A Bijlage bij artikel I

Ontwerp projectbesluit vispassage en gemaal Arcen

1 Projectbesluit

1.1 Introductie

Dit ontwerp-projectbesluit ziet toe op het (1) aanleggen van een Vispassage als onderdeel van het project Vispassage en gemaal Arcen, ter bevordering van de ecologische kwaliteit van het water en de diversiteit van soorten in het gebied en (2) het realiseren van een gemaal in de primaire waterkering ter verbetering van de bescherming van Arcen tegen hoogwater.

1.2 Projectbeschrijving

Het projectgebied ligt in de gemeente Venlo. Het plan voorziet in een vispassage die de Maas en het bovenstroomse tracé van de Lingsforterbeek met elkaar verbindt waardoor vissen en andere fauna de watermolen kunnen passeren. Het tracé waar de vispassage is voorzien, takt noordelijk af van de Lingsforterbeek en gaat in westelijke richting om de molenaarswoning en de Wijmarsche watermolen heen en sluit, net voor de kistdam en het gemaal, aan op de Lingsforterbeek. De vispassage wordt uitgevoerd met twee visliften.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 1: Overzicht van het projectplangebied met het te realiseren gemaal en de vispassage

Daarnaast is in het (goedgekeurde en onherroepelijke) projectplan Waterwet Dijkversterking en -verlegging Arcen opgenomen dat nabij de watermolen een nieuw gemaal wordt gerealiseerd. Het gemaal wordt in een nieuw aan te leggen kistdam gebouwd die tevens functioneert als primaire kering. Dit nieuwe gemaal zorgt ervoor dat bij hoogwater op de Maas het binnendijkse gebied in en rond Arcen niet volloopt met water dat afkomstig is van lokaal gevallen neerslag. Het gemaal zal het regenwater dat binnendijks gevallen is en dat door de lokale beken wordt aangevoerd, afvoeren naar de Maas.

Figuur met daarin een impressie van het ontwerp. De ontwerplijnen van de vispassage en het gemaal staan hierin aangegeven op de kaart.
Figuur 2 Impressie van ontwerplijnen van het definitief ontwerp

2 Uitvoering

2.1 Ontwerpuitgangspunten

De vispassage verbindt de Maas en het bovenstroomse tracé van de Lingsforterbeek. Het tracé waar de vispassage is voorzien, takt noordelijk af van de Lingsforterbeek en gaat in westelijke richting om de molenaarswoning  en  de Wijmarsche watermolen heen en sluit net voor de kistdam en het gemaal, aan op de Lingsforterbeek. De vispassage wordt uitgevoerd met twee visliften van de firma Vislift, welke tevens zorgdragen voor een goede waterverdeling tussen de vispassage en de watermolen. 

Voor de vispassage zijn de volgende uitgangspunten bepaald:

  • de lokstroom heeft binnendijks bij de vislift 100 liter/seconde nodig;

  • bij minder dan 50 liter/seconde valt de vislift uit;

  • de watermolen mag één keer per twee weken voor de economische functie gedurende maximaal 24 uur stuwen.

 

Het gemaal wordt zo gerealiseerd dat het aangevoerde water vanuit het achterland, via de Lingsforterbeek en de Lommerbroeklossing, bij een normaal Maas-peil (stuwpeil) altijd afgevoerd wordt via de doorlaat in de kistdam. Zodra het Maas-peil enkele meters stijgt en het water zowel binnen- als buitendijks een peil bereikt boven ca. NAP +13,30m zullen de beide hefschuiven in deze doorlaatvoorziening sluiten, en neemt het naastgelegen gemaal de waterafvoer over.  Het water verzamelt zich dan binnen de nieuwe kistdam in de maalkom ten zuiden van de watermolen bij de kistdam. 

Voor het gemaal zijn de volgende uitgangspunten bepaald:

  • De droge ruimte in het gemaal is constructief berekend op het kunnen weerstaan van een binnendijks hoogwaterpeil van NAP +16,75 m.

  • De nieuwe waterkering is ontworpen op een maatgevend hoogwater (MHW) dat hoort bij de voor dit traject gehanteerde veiligheidsbenadering, met een herhalingstijd van circa 1:100 tot 1:300 jaar.

  • Het kunstwerk (gemaal en waterkerende constructie) is gedimensioneerd op een zichtjaar 2125, uitgaande van het meest behoudende klimaatscenario (W+).

  • De capaciteit van het gemaal als geheel kan – afhankelijk van het aantal ingeschakelde pompen en de toegepaste toerentallen – variëren tussen circa 27 en 210 m³/min, zowel bij lage als bij hoge peilverschillen.

 

Voor zowel de vispassage als het gemaal is de levensduur van de betonconstructie en damwanden ontworpen op 100 jaar. De overige onderdelen hebben een levensduur van tenminste 50 jaar (uitgezonderd elektrotechnische installatie en toe te passen kunststof / rubber onderdelen). 

2.2 Permanente maatregelen

De permanente maatregelen voor de vispassage bestaan uit:

  • begrenzing van de tuin behorend bij Schans 20 aanpassen. Door de aanleg van de kistdam door de tuin wordt noordelijk van de tuin (plek  richting huidig gemaal) de tuin gereconstrueerd. De aktepassering met Stichting Het Limburgs landschap heeft hiervoor al plaatsgevonden;

  • Aanpassen en graven watergangen met de aanleg van onderhoudspaden; 

  • Plaatsen van twee visliften.

 

De permanente maatregelen voor het gemaal bestaan uit:

  • Aanbrengen paalfundatie, damwandplanken en legankers;

  • Opvullen van de ruimte tussen de damwanden met grond;

  • Realiseren van grondwerk rondom het gemaal;

  • Realiseren gemaal, bestaand uit een onderbouw en een bovenbouw. De onderbouw heeft een instroomvloer op NAP +11,00m en bevat  achtereenvolgens een vuilrooster, drie instroomkokers met de pompen en een droge kelder met het leidingwerk dat het water door de dijk heen afvoert naar de Maas-zijde. Dit leidingwerk is vanuit het oogpunt van waterveiligheid voorzien van twee keermiddelen; een automatische schuifafsluiter en een eindklep aan de Maas-zijde van de kistdam. De instroomzijde is voorzien van een dek op NAP +14,50m ten behoeve van het reinigen van het vuilrooster. Het dek is bereikbaar voor onderhoudsvoertuigen vanaf de zuidzijde via een afrit vanaf de kistdam.

2.3 Tijdelijke maatregelen en voorzieningen

Ten behoeve van de aanleg van de Vispassage en het gemaal vinden verschillende tijdelijke werkzaamheden plaats. Voor dit tijdelijk ruimtebeslag is een inschatting gemaakt. De werkzaamheden vinden plaats in het 'Werkgebied Projectbesluit Vispassage en Gemaal Arcen’ zoals weergegeven in Figuur 3. Binnen dit tijdelijk ruimtebeslag dient de aannemer haar werkzaamheden te organiseren. Indien een aannemer aanvullende gronden nodig heeft voor realisatie dient de aannemer daar zelf aanvullende afspraken over te maken. Het betreft de volgende tijdelijke werkzaamheden:

  • Rij- en werkstroken ten behoeve van de bouwlogistiek;

  • Werkterreinen;

  • Tijdelijke depots;

 

Uitgangspunt hierbij is dat het werkterrein voorafgaand aan de aanleg van de vispassage en het gemaal bouwrijp wordt gemaakt, waarna het volledig nieuw in te richten terrein tijdelijk in gebruik wordt genomen. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal de aannemer de bouwlogistiek inzichtelijk maken en afstemmen met de gemeente, als onderdeel van de te verkrijgen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

Voor het uitvoeren van de werkzaamheden zijn een tijdelijke werkstrook en bouwroute nodig. De werkstrook maakt deel uit van het tijdelijk tijdelijk ruimtebeslag (Bijlage 2). De bouwroute loopt evenwijdig aan de Schans en sluit op twee plekken erop aan, waar veilige inritten worden gecreëerd.

Een luchtfoto met daarop het ontwerp en de bouwroute gedurende de uitvoeringsfase weergegeven.
Figuur 3: Bovenaanzicht van werkterrein (geel) en bouwroute gedurende de uitvoeringsfase

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt er rekening gehouden met de kans dat een hoogwatersituatie kan optreden. Bij werkzaamheden op of aan de primaire waterkeringen dient het bestaande veiligheidsniveau altijd aantoonbaar te zijn geborgd. Voor de uitvoering wordt een door Waterschap Limburg goed te keuren noodplan opgesteld.

2.4 Bouw- en aanlegfase

De vispassage en het gemaal worden via de volgende stappen gerealiseerd:

1. Voorbereidende werkzaamheden zoals onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten, kappen van bomen en ecologische maatregelen;

2. Tijdelijk omleggen van de beek om de bouw van de nieuwe doorlaat droog te kunnen uitvoeren;

3. Aanbrengen van paalfundatie onder het gemaal en de doorlaat;

4. Aanvullen van het bestaande maaiveld ter plaatse van de damwand en kistdam tot een hoogte van 15.00+m NAP;

5. Aanbrengen van damwandplanken voor de kistdam, doorlaat en gemaal;

6. Plaatsen van legankers tussen de dampwanden; 

7. Opvullen van de ruimte tussen de damwanden met grond;

8. Realiseren van het rondwerk rondom de kistdam en het gemaal;

9. Realiseren van het gemaal en de doorlaat en het plaatsen van de visliften;

10. Afbouw met o.a. metselwerk, straatwerk, inzaaien en plaatsen van hekwerken.

2.5 Beheer en onderhoud

Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de vispassage en het gemaal. In het ruimtelijk ontwerp is qua ruimtebeslag rekening gehouden met voldoende bereikbaarheid ten behoeve van toekomstig beheer en onderhoud.

3 Flexibiliteitsbepaling

De maatregelen en voorzieningen worden uitgevoerd volgens de kaartbeelden bij dit projectbesluit. Niet uit te sluiten is dat in de uitvoering kleine afwijkingen ontstaan van de maatvoering zoals opgenomen in de kaarten. Dit is inherent aan de aard van de werkzaamheden, de machines die worden gebruikt en de gesteldheid van het terrein. 

Bij de realisatie van de vispassage en het gemaal mag worden afgeweken van het ontwerp mits:

  • het type gekozen oplossing niet wijzigt. Dit betekent bijvoorbeeld dat een grondoplossing niet door een constructieve oplossing vervangen kan worden of andersom. Een wijziging van materiaal is bijvoorbeeld wel mogelijk zolang ook aan de overige voorwaarden van deze flexibiliteitsbepaling is voldaan; en 

  • het ontwerp binnen het definitief ruimtebeslag blijft;

  • de aan het ontwerp verbonden milieu- en omgevingseffecten niet groter zijn dan de milieu- en omgevingseffecten die zijn beschreven in de motivering van het Projectbesluit en in de mer-aanmeldingsnotitie en er geen sprake is van andere negatieve gevolgen voor de omgeving; 

 

Met andere woorden: Het uitvoeringsontwerp dient te passen binnen het ontwerp van dit projectbesluit, tenzij het (detail)afwijkingen betreft die passen binnen de bovenstaande voorwaarden.  

4 Maatregelen ter beperking of voorkoming van nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving

4.1 Introductie

Op sommige aspecten van de leefomgeving hebben de vispassage en het gemaal een effect. Hiervoor worden aanvullende mitigerende en compenserende maatregelen getroffen. Deze maatregelen worden in de volgende paragrafen (niet limitatief) opgesomd.

4.2 Flora en Fauna

Er wordt gewerkt binnen de vergunning van de dijkversterking en volgens het ecologisch werkprotocol (Backx, 2024) en daarnaast is de algemene zorgplicht (art 1.6 Omgevingswet) van kracht om negatieve effecten op beschermde soorten en overtreding van het onderdeel soortenbescherming uit de Omgevingswet te voorkomen. 

4.3 Bomen

Middels het kappen en aanplanten van struiken en bomen wordt de vispassage landschappelijk ingepast. Hiervoor wordt een melding kap houtopstanden gedaan. Er worden 25 bomen teruggeplaatst voor de 25 te kappen bomen. Dit staat los van de compensatie van 17 bomen bij de MFA (multifunctionele accommodatie) in Arcen, wat de compensatie vanuit de omgevingsvergunning kap betreft. Deze omgevingsvergunning was verleend t.b.v. het project dijkversterking Arcen. Er worden ten opzichte van de huidige situatie geen extra bomen toegevoegd aan het blijvend buitendijks gebied. Wel wordt binnen- en buitendijks het aantal te kappen bomen in een gelijk aantal in het projectgebied, op een andere plek dan waar de kap plaatsvindt,  teruggeplant. 

4.4 Stikstofdepositie

Met de inzet van stikstofarm materieel voor de werkzaamheden is de uitstoot van emissies beperkt en is er minder geluidshinder, waarbij gewerkt dient te worden binnen de kaders van de vergunning zoals verleend voor de dijkversterking. Er zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen nodig. 

4.5 Water

De watertoevoer door de vispassage kan worden gereguleerd middels een bypass en afsluiters. Afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid water kunnen de bovenstroomse en benedenstroomse vislift aan- of uitgezet worden. Hierdoor blijft de vispasseerbaarheid gewaarborgd en worden ongunstige situaties voor vismigratie voorkomen, terwijl er ook zorg gedragen wordt voor voldoende water voor de molen. 

Vanuit de KRW zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen nodig voor de eindsituatie. Er zijn alleen tijdelijke effecten. Die blijven onder de grenswaarden. Wel geldt dat de aanplant van nieuwe bomen en struiken aansluitend aan de realisatie moet plaats vinden om schaduwwerking te bevorderen en er bij het werken gestreefd moet worden naar minimale vertroebeling.

4.6 Bodem (milieuhygiënisch)

Op de locatie waar op basis van het ontwerp bodemroerende werkzaamheden gepland zijn en waar aan de hand van (water)bodemonderzoek en bijbehorende beoordeling mogelijk sprake is van bodemverontreiniging, wordt afperkend onderzoek uitgevoerd voorafgaand aan de werkzaamheden. Aangetroffen verontreinigingen kunnen dan eerst gesaneerd worden voordat de realisatie van het gemaal en de vispassage verder plaats vindt. Hierover heeft de aannemer net zoals bij eerdere situaties in Arcen noord en midden overleg en afstemming met RWS of gemeente Venlo. In casu is er sprake van waterbodem en wordt de situatie met RWS, als bevoegd gezag, kortgesloten. 

4.7 Landschap

In het definitieve ontwerp is zo veel mogelijk geoptimaliseerd om landschappelijke effecten te minimaliseren. Dit is vooral gebeurd door het ruimtebeslag van de vispassage klein te houden. Ook wordt middels aanplant van struiken en bomen de vispassage landschappelijk ingepast.

4.8 Archeologie

In de voorbereiding hebben divers archeologische onderzoeken plaats gevonden en is er een proefsleuf gegraven. Voor de realisatie geldt dat door middel van archeologische begeleiding bij toevalsvondsten, het zorgvuldig omgegaan met archeologische waarden wordt geborgd en worden negatieve effecten voorkomen. Conform de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 van de Erfgoedwet) dienen eventuele vondsten te worden gemeld.

4.9 Kabels en leidingen

Door laagsgewijs te graven wordt tijdens de uitvoering zorgvuldig omgegaan met onzekerheden in de ondergrond, zoals mogelijke verstoringen door het puinpad en onvoorziene kabels/leidingen.

4.10 Trillingen

Uitvoering vindt plaats binnen de geldende wet- en regelgeving voor trilling- en geluidshinder. Er is aandacht voor het zoveel mogelijk voorkomen van vervorming en trillingshinder. Vooraf worden bouwkundige opnames gedaan aan de omliggende gebouwen (Schans 20 en 20a) en infrastructuur en wordt een monitoring opgezet zodat tijdig kan worden ingegrepen om schade zo veel mogelijk te voorkomen

5 Omgevingsvergunningen

5.1 Geïntegreerde omgevingsvergunningen

De Ow biedt de mogelijkheid in het projectbesluit te bepalen dat het projectbesluit eveneens geldt als een omgevingsvergunning, indien een dergelijke vergunning voor de uitvoering van het projectbesluit is vereist (artikel 5.52, lid 2, onder a, Ow). Daarmee krijgt het projectbesluit juridisch het karakter van een integraal besluit. Dit is bij dit ontwerp-projectbesluit het geval voor die werkzaamheden die een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit in beheer bij het Rijk vereisen. De uitvoering van de in het projectbesluit beschreven maatregelen voor zover die vallen onder de bestemmingsregel ‘Waterstaat – Stroomvoerend deel rivierbed’ zijn aan te merken als vergunningplichtige activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit in beheer bij het Rijk is vereist. Dit projectbesluit is daarmee aan te merken als een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedsactiviteit met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, niet zijnde kanalen, voor zover de uitvoering van de in dit besluit beschreven maatregelen op grond van de paragrafen 6.2.1, 6.2.2 en 6.2.8 van het Besluit activiteiten leefomgeving vergunningplichtige activiteiten zijn. Die omgevingsvergunning is integraal onderdeel van onderhavig projectbesluit. Aan de vergunning zitten geen beperkingen verbonden. Na afronding van dijkversterking en de aanleg van het gemaal en de vispassage, zal het ‘beperkingengebied in beheer bij het Rijk’ een nieuwe begrenzing krijgen. 

De vispassage en het gemaal zijn niet strijdig met het geldende Omgevingsplan en daarom hoeft het projectbesluit niet als omgevingsvergunning voor een BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) te gelden. 

De omgevingsvergunning kap wordt gelijktijdig met de gecoördineerde terinzagelegging van het ontwerpprojectbesluit bekendgemaakt en ligt ter inzage. Deze volgt de regulier procedure. Dit laatste gebeurt, zodat de kapwerkzaamheden vanaf september 2026 kunnen worden uitgevoerd en mitigerende maatregelen voor de kamsalamander, dassen en bevers tijdig kunnen worden uitgevoerd. 

5.2 Coördinatie omgevingsvergunningen

Voor het gemaal en vispassage coördineert het Provincie Limburg het verlenen van een aantal hoofdvergunningen dat nodig is voor het gemaal en de vispassage. Met het projectbesluit en het besluit wijziging werkingsgebieden wordt de omgevingsvergunningen bouw en werk/werkzaamheden gecoördineerd met toepassing van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht. 

5.3 Reeds vergund

Er zullen werkzaamheden verricht worden in een beperkingengebied bij een waterkering. Deze werkzaamheden worden door de aannemer nog aangevraagd.

In het kader van projectplan waterwet ‘dijkversterking  en –verlegging Arcen’ is de Omgevingsvergunning (Flora- en fauna-activiteit en N2000 gecombineerd, bevoegd gezag provincie Limburg) reeds verleend en passend voor de realisatie van het gemaal en de vispassage. Hiervoor is geen wijzigingsvergunning nodig. 

I Overzicht Documentenbijlagen

A Ontwerptekening situatie-indelingstekening

/join/id/pubdata/ws0665/2026/2082c129b82a4665846c2c54f84b4e72/nld@2026‑05‑11;13393458

A Ontwerptekening gemaal - bovenaanzichten

/join/id/pubdata/ws0665/2026/feccb0fbfe4449e590ff86de231783bd/nld@2026‑05‑11;13393458

A Ontwerptekening gemaal - doorsneden en aanzichten

/join/id/pubdata/ws0665/2026/ef2dc71a2d814413a281a74b3418e4bd/nld@2026‑05‑11;13393458

A Ontwerptekening vislift en omgeving

/join/id/pubdata/ws0665/2026/84393571deed40b0b99b1bf21ec9e085/nld@2026‑05‑11;13393458

B Tijdelijk ruimtebeslag

/join/id/pubdata/ws0665/2026/f0f36d8406ed46bab09f75f187f87063/nld@2026‑05‑11;13393458

B Definitief ruimtebeslag

/join/id/pubdata/ws0665/2026/f6338df97ebf4070bc9b50f62bf6158d/nld@2026‑05‑11;13393458

C Toelichting mogelijke effecten in het kader van artikel 8.84 Bkl

/join/id/pubdata/ws0665/2026/d17358c1bb4942d0a7d59674ee1d17bd/nld@2026‑05‑11;13393458

Motivering

1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel

In opdracht van Waterschap Limburg worden meerdere projecten uitgevoerd om invulling te geven aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Het doel van deze richtlijn is om uiterlijk in 2027 de chemische en ecologische waterkwaliteit van onze rivieren, meren, beken, kustzones en bijbehorende grondwateren op orde te hebben. Door allerlei ingrepen in het watersysteem voor bijvoorbeeld hoogwaterveiligheid, scheepvaart, landbouw en drinkwater is het leefgebied van veel dier- en plantsoorten verdwenen of achteruitgegaan. Met diverse maatregelen wordt het watersysteem weer meer in balans gebracht met de natuur. 

Bij de Schans en de Lingsforterbeek in Arcen, nabij de Wijmarsche watermolen, geeft het waterschap invulling aan de KRW door een vispassage te realiseren, waardoor vissen en andere fauna de watermolen kunnen passeren. 

Een illustratie van het plangebied met daarin het gemaal en de vispassage voor het project Arcen.
Figuur 1.1: Illustratie projectgebied met gemaal en vispassage

Daarnaast is in het goedgekeurde en onherroepelijk projectplan Waterwet Dijkversterking en -verlegging Arcen (zoals goedgekeurd in september 2024) opgenomen dat nabij de watermolen een nieuw gemaal wordt gerealiseerd. Dit nieuwe gemaal zorgt ervoor dat bij hoogwater op de Maas het binnendijkse gebied in en rond Arcen niet volloopt met water dat afkomstig is van lokaal gevallen neerslag. Dit gemaal zal het regenwater dat binnendijks gevallen is en dat door de lokale beken wordt aangevoerd, afvoeren naar de Maas.

1.2 Waarom een projectbesluit

Een waterschap kan via twee verschillende trajecten een eigen project mogelijk maken: via een projectbesluit of een vergunning eigen dienst. Voor de aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen, is het vaststellen van een projectbesluit verplicht op grond van artikel 5.44 lid 1 i.c.m. artikel 5.46 lid 2 van de Omgevingswet. 

Het gemaal is onderdeel van de primaire kering. Voor de vispassage geldt dat dit in de basis geen primaire kering is, maar deze wordt wel gerealiseerd als gevolg van een wijziging in de primaire kering (de dijkversterking). Er is voor dit project gekozen het traject te volgen van een projectbesluit in plaats van een vergunning eigen dienst.

Een projectbesluit heeft voor de omgeving het voordeel dat het, in tegenstelling tot een vergunning eigen dienst, een integrale belangenafweging bevat. Daarnaast komt de procedure overeen met de procedure die gevolgd is voor het eerdere projectplan Waterwet Dijkversterking en -verlegging Arcen. Dit biedt duidelijkheid voor de omgeving. Daarbij is een eventuele beroepsprocedure korter, aangezien er dan direct beroep bij de Raad van State moet worden ingediend (niet via de Rechtbank). Het projectbesluit biedt tot slot de titel voor een mogelijk gedoogplichttraject of onteigeningstraject. 

Aangezien dit projectbesluit zich niet richt op de aanleg, versterking of -verlegging van primaire keringen is coördinatie van de benodigde vergunningen niet wettelijk verplicht. Het dagelijks bestuur van het waterschap kan als bevoegd gezag voor het vaststellen van het projectbesluit beslissen om voor dit project (gemaal en vispassage) de benodigde uitvoeringsbesluiten omgevings(vergunningen) (vrijwillig) te coördineren. Het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg heeft hiervoor op 24 februari 2026 een coördinatiebesluit genomen. Het coördineren van de benodigde vergunningen zorgt voor meer duidelijkheid (zowel over de inhoudelijke samenhang tussen besluiten als over de procedure zelf) richting omgeving: (Ontwerp)besluiten worden gelijktijdig (in plaats van versnipperd) ter visie gelegd en zienswijzen over de ontwerpbesluiten kunnen gelijktijdig en in samenhang worden ingediend en behandeld. Eventuele beroepen tegen verschillende omgevingsvergunningen kunnen gelijktijdig worden behandeld door de Raad van State.  Het coördineren van de benodigde vergunningen zal daarom in veel gevallen leiden tot een sneller en duidelijker proces. Deze werkwijze is afgestemd met provincie Limburg.  De Gedeputeerde Staten van Limburg is het coördinerend bestuursorgaan. Dit betekent onder andere dat eventuele zienswijzen over de ontwerpbesluiten worden ingediend bij de Provincie Limburg en dat de voor het project benodigde (ontwerp)vergunningen bekend worden gemaakt in het Provinciaal blad.  

Het projectbesluit voor de realisatie van de vispassage en het gemaal past binnen de planologische kaders van het aangepaste omgevingsplan Dijkverbetering Arcen. Uit de beoordeling van de geldende bestemmingen blijkt dat beide voorzieningen binnen alle relevante bestemmingen zijn toegestaan. Voor de uitvoering geldt wel dat voor alle werkzaamheden een omgevingsvergunning (bouw) nodig is, volgend uit de planregels van de gemeente Venlo. Daarnaast dienen archeologische en cultuurhistorische aspecten – zoals opgenomen in de bestemmingen Waarde – cultuurhistorie 2 en 3 – te worden meegenomen. 

In dit (ontwerp-)projectbesluit worden de maatregelen voor de aanleg van de vispassage en het gemaal nader toegelicht en wordt ingegaan op de gevolgen voor de fysieke leefomgeving. 

1.3 Betrokken partijen

De belanghebbenden zijn en worden betrokken bij de voorbereiding en de aanleg van de vispassage en het gemaal. Het betreft grondeigenaren (Stichting Limburgs Landschap (SLL)), vertegenwoordigers van belangen (Dorpsraad Arcen en Stichting Heemkunde Arcen), ondernemers (De IJsvogel), huurders van de molenaarswoning en (vergunningverlenende) overheden. Daarnaast speelt de omgevingswerkgroep Arcen een centrale rol als klankbordgroep, waarin diverse belangen zoals natuur, cultuurhistorie en wonen zijn vertegenwoordigd. Deze belanghebbenden zijn betrokken bij de ontwerpkeuzes die binnen het project gemaakt zijn, zowel voor als na belangrijke beslismomenten. De samenwerking met en participatie van deze partijen is beschreven in hoofdstuk 9

Het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg stelt het projectbesluit vast en het college van Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Limburg dienen het projectbesluit goed te keuren. GS coördineren de uitvoeringsbesluiten die nodig zijn voor de uitvoering van het projectbesluit. Voor de goedkeuring toetsen GS het projectbesluit aan het recht en of alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving goed zijn afgewogen.

In het vooroverleg met de bevoegde gezagen heeft afstemming plaats gevonden over de mogelijke vergunningen en procedures die nog nodig zijn voor de vispassage en het gemaal. Het betreft Rijkswaterstaat (voor die activiteiten die buitendijks plaats vinden), de provincie (onder andere over natuur / flora en fauna) en de gemeente (bomenkap en bouwactiviteiten).

1.4 Contact en inspraak

Opdrachtgever: Waterschap Limburg. 

Maria Theresalaan 99, 6043 CX, Roermond 

Postbus 2207, 6040 CC, Roermond 

Tel: 088 – 88 90 100 

E-mail: info@waterschaplimburg.nl

dijkversterking@waterschaplimburg.nl

Inspraak: 

U kunt op drie manieren uw zienswijze op het ontwerp-projectbesluit indienen bij het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg, onder vermelding van ‘Zienswijze vispassage en gemaal Arcen’:

1.           Digitaal via het mailadres: postbus@prvlimburg.nl , met afschrift aan jl.goudriaan@prvlimburg.nl en lmtw.van.der.loo@prvlimburg.nl.  Onder vermelding van zienswijze vispassage gemaal Arcen. Wij verzoeken u om eventuele bijlagen in pdf-formaat toe te voegen, en om in uw e-mail uw postadres te vermelden ten behoeve van de navolgende correspondentie. 

2.           Per post:

Gedeputeerde Staten van Limburg 

t.a.v. dhr. J. Goudriaan 

Postbus 5700 

6202 MA Maastricht 

3.           Daarnaast hebt u de mogelijkheid om uw zienswijze mondeling in te dienen. Hiervoor kunt u contact opnemen met de heer J. Goudriaan, of mevrouw van der Loo, telefoonnummer: 043-389 99 99.

Binnengekomen zienswijzen worden beantwoord in een Nota van Zienswijzen. Alle zienswijzen worden betrokken bij de definitieve besluitvorming. Indien een zienswijze nieuwe inzichten oplevert kan dat leiden tot een aanpassing van het definitieve besluit. 

1.5 Leeswijzer

▪ Hoofdstuk 2 beschrijft het doel van het project vispassage en gemaal en de visie hierop. 

▪ Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het ontwerp voor de vispassage en het gemaal.

▪ Hoofdstuk 4 omschrijft de wijze van uitvoering, de globale planning en fasering evenals relevante uitvoeringsaspecten. 

▪ Hoofdstuk 5 geeft respectievelijk een samenvatting van de effecten van het project op de fysieke leefomgeving en de maatregelen die deze effecten moeten voorkomen en beperken. Dit doen we aan de hand van de verschillende relevante omgevingsthema’s die in Projectplan Waterwet met bijbehorend MER in 2023 zijn opgenomen. 

▪ Hoofdstuk 6 gaat dieper in op grondverwerving en schaderegeling. 

▪ Hoofdstuk 7 omschrijft het besluit voor het wijzigen van de werkingsgebieden dat parallel aan dit projectbesluit wordt vastgesteld. Hoofdstuk 7 beschrijft tevens de relatie met het beleid van Waterschap Limburg en het Beheer en Onderhoud door Waterschap Limburg en door derden. 

▪ Hoofdstuk 8 en 9 gaan dieper in op de procedure en participatie in het gebied. 

▪ Onder Hoofdstuk 10 is de Begrippenlijst te vinden en in Hoofdstuk 11 is een overzicht van de referenties opgenomen.

2 Doel, opgaven en visie

2.1 Doel en visie vispassage en gemaal Arcen

Project vispassage is ontstaan vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Rijkswaterstaat heeft vanwege deze richtlijn het Waterschap Limburg verzocht om de haalbaarheid van een vispassage bij de Wijmarsche watermolen in Arcen te onderzoeken en deze te realiseren.  De KRW heeft als doel het op orde krijgen en houden van een voldoende kwaliteit van grondwater- en oppervlaktewaterlichamen. Een manier om dit doel te verwezenlijken is het verbeteren van leefgebied voor planten en dieren die van oorsprong in de rivier en beken thuishoren. Hierdoor verbetert de ecologische kwaliteit van het water en neemt het aantal verschillende soorten planten en dieren in dit gebied toe. 

De vispassage heeft een positieve invloed op de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater in het projectgebied omdat hij bijdraagt aan het opheffen van de migratiebarrières voor vissen. De vispassage omzeilt de blokkade van de molen en overbrugt het hoogteverschil in het gebied. De vispassage heeft met name het doel om de migratiebarrière voor migrerende beeksoorten van de sneller stromende (terras)beken, zoals Serpeling, Sneep en Winde, op te heffen. Zonder deze barrière kunnen de vissen vrij bewegen tussen de Maas en de Lingsforterbeek.

Ook zorgt de vispassage, en met name het bovenstroomse deel, voor de creatie van nieuwe oevers en bekkens. Zulke oevers en bekkens lenen zich voor de groei van bepaalde waterplanten. Op zulke ondergrond of ander sediment kan macrofauna (zoals muggen, slakjes, kreeftjes, wormen en haften) gaan leven, dat vervolgens weer als voedsel kan dienen voor andere soorten.

Daarnaast moet een nieuw gemaal worden gerealiseerd omdat de dijk bij Arcen wordt versterkt en verlegd, waardoor het huidige gemaal niet meer functioneel is. In het reeds in 2024 vastgestelde projectplan Waterwet Dijkversterking en -verlegging Arcen is daarom bepaald, dat in de nieuwe waterkering ten westen van de watermolen een nieuw gemaal wordt gerealiseerd. 

Dit nieuwe gemaal zorgt ervoor dat bij hoogwater op de Maas het binnendijkse gebied in en rond Arcen niet volloopt met water dat afkomstig is van lokaal gevallen neerslag. Dit gemaal zal het regenwater dat binnendijks gevallen is en dat door de lokale beken wordt aangevoerd, afvoeren naar de Maas.

2.2 Projectgebied

Het projectgebied ligt bij de Lingsforterbeek nabij de Wijmarsche watermolen aan de Schans in Arcen. Zie onderstaande kaart en luchtfoto van de huidige situatie en de tekening van het onherroepelijke projectplan Waterwet, waarop de plek van het gemaal is bepaald. 

Een kaart met daarop de ligging van het projectgebied aangegeven.
Figuur 2.1: Ligging van het projectgebied [bron: Open Streetmap]
Een luchtfoto van het plangebied.
Figuur 2.2 Luchtfoto projectgebied

Onderstaande tekening van het projectgebied komt uit het in september 2024 goedgekeurde (en onherroepelijke) projectplan Waterwet Arcen. In hoofdstuk 3 wordt het uiteindelijke ontwerp nader toegelicht.  

Een tekening van het plangebied voor projectplan Waterwet dijkversterking en -verlegging Arcen met daarin het ontwerp.
Figuur 2.3 Situatie Arcen Zuid: watermolen en vispassage uit projectplan Waterwet Arcen
Een kaart met daarop de verbeelding van het bestemmingsplan. Op de kaart zijn de volgende bestemmingen te zien: Waarde – Cultuurhistorie 1, 2 en 3; Waterstaat – Stroomvoerend Rivierbed en Waterkering; Recreatie; Natuur; Wonen; Water; Daarnaast zijn de volgende gebiedsaanduidingen te zien: Vrijwaringszone – dijk 1 en overige zone – cultuurhistorisch landschapselement voormalige molenvijver.
Figuur 2.4 Planverbeelding van het bestemmingsplan (Dijkversterking - verlegging en beekherstel Arcen) in het projectgebied. [bron: Regels op de kaart]

 

3 Het ontwerp

3.1 Inleiding

Dit hoofdstuk omschrijft het ontwerp van de vispassage en het gemaal. Het gemaal en de vispassage zijn gerelateerd aan de vastgestelde maatregelen ten behoeve van de hoogwaterveiligheid. Het gemaal heeft als primaire functie het afvoeren van binnendijks gevallen hemelwater. De ligging en functie van zowel het gemaal als de kistdam (van de dijkversterking) zijn in 2024 in een projectplan Waterwet juridisch-planologisch vastgesteld. De vispassage vervult geen rol binnen de hoogwaterveiligheidsopgave. De vispassage wordt gerealiseerd vanwege de KRW-opgave. Dit hoofdstuk is ingedeeld op basis van de twee onderdelen: vispassage en gemaal. Hierbij horen voor het gemaal en de vispassage bijlage A Ontwerptekening situatie-indelingstekening. Voor het gemaal zijn bijlage A Ontwerptekening gemaal - bovenaanzichten en bijlage A Ontwerptekening gemaal - doorsneden en aanzichten toegevoegd. Voor de vispassage is bijlage A Ontwerptekening vislift en omgeving opgenomen. 

3.2 Ontwerp vispassage

In de huidige situatie is het KRW-lichaam Lingsforterbeek niet vispasseerbaar ter hoogte van de Wijmarsche Watermolen. Het plan voorziet in een vispassage die de Maas en het bovenstroomse tracé van de Lingsforterbeek met elkaar verbindt. Het tracé waar de vispassage is voorzien, takt noordelijk af van de Lingsforterbeek en gaat in westelijke richting om de molenaarswoning en de Wijmarsche watermolen heen en sluit, net voor de kistdam en het gemaal, aan op de Lingsforterbeek. De vispassage wordt uitgevoerd met twee visliften van de firma Vislift, welke tevens zorgdragen voor een goede waterverdeling tussen de vispassage en de watermolen. 

Voor de vispasssage zijn de volgende uitgangspunten met Stichting Het Limburg Landschap bepaald:

  • de lokstroom heeft binnendijks bij de vislift 100 liter/seconde nodig;

  • bij minder dan 50 liter/seconde valt de vislift uit;

  • de watermolen mag één keer per twee weken voor de economische functie gedurende maximaal 24 uur stuwen.

 

De Lingsforterbeek heeft in het gebied drie verschillende functies, te weten het voeden van de gracht van het kasteel waarbij de fundering niet droog komt te staan, het leveren van debiet om economische of toeristisch te kunnen malen van de watermolen en het voeden van de benodigde vispassage.

De komende periode van 5 jaar na de realisatie van de vispassage worden de effecten van de waterverdeling gemonitord en geëvalueerd op aspecten van de werking lokstroom, het functioneren van de vispassage (aantallen, soorten, tijdstippen gerelateerd aan de hoeveelheid water), beschikbaarheid van water om te kunnen malen of toeristisch te draaien, droogval tussen de visliften, het grachtwaterpeil en de invloed van de grondwaterpeilen.  

De 50 l/s wordt gezien als “leefwater”, oftewel, de vissen die in het, tussen de visliften gelegen, bekken van de vispassage aanwezig zijn kunnen een tijdje overleven als gevolg van deze verse wateraanvoer. Het overig water is dan beschikbaar voor het malen of het esthetisch draaien. In de nacht gaat er bij deze optie geen water richting de molen en kan de vispassage weer volledig functioneren. 

3.3 Ontwerp gemaal

Het aangevoerde water vanuit het achterland, via de Lingsforterbeek en de Lommerbroeklossing, wordt bij een normaal Maas-peil (stuwpeil) altijd afgevoerd via de doorlaat in de kistdam.

Zodra het Maas-peil enkele meters stijgt en het water zowel binnen- als buitendijks een peil bereikt boven ca. NAP +13,30m zal het waterschap de beide hefschuiven in deze doorlaatvoorziening sluiten, en neemt het naastgelegen gemaal de waterafvoer over. 

Het water verzamelt zich dan binnen de nieuwe kistdam in een zogenaamde maalkom ten zuiden van de watermolen bij de kistdam. Deze maalkom is in nauw overleg met belanghebbenden vormgegeven, met aandacht voor de bestaande situatie, landschap, cultuurhistorie, natuur, bereikbaarheid voor periodiek onderhoud door het waterschap en de hydraulische stromingsvereisten vanuit de afvoer van water via het doorlaatmiddel en het gemaal. 

Het gemaal werkt automatisch; via vaste peilmeting worden pompen in- en uitgeschakeld om het waterpeil altijd tussen een inslagpeil van NAP +13,50 en een uitslagpeil van NAP +13,30 te houden. Bij bijzonderheden kan het gemaal ook handmatig worden bestuurd.

De constructie van het gemaal bestaat in hoofdlijnen uit een onderbouw en een bovenbouw. De onderbouw is op palen gefundeerd en heeft een instroomvloer op NAP +11,00m.  De onderbouw bevat achtereenvolgens een vuilrooster, drie instroomkokers met de pompen en een droge kelder met het leidingwerk dat het water door de dijk heen afvoert naar de Maas-zijde. Dit leidingwerk is vanuit het oogpunt van waterveiligheid voorzien van twee keermiddelen; een automatische schuifafsluiter en een eindklep aan de Maas-zijde van de kistdam. De instroomzijde is voorzien van een dek op NAP +14,50m ten behoeve van het reinigen van het vuilrooster. Het dek is bereikbaar voor onderhoudsvoertuigen vanaf de zuidzijde via een afrit vanaf de kistdam.

Een tekening van het ontwerp van het gemaal met daarin de bovenbouw en onderbouw aangegeven.
Figuur 3.1 Ontwerp gemaal

De bovenbouw van het gemaal is geïntegreerd in de contour van de kistdam, en betreft het deel boven het peil NAP +14,50m. Hierin is de schakelruimte ondergebracht, staan de elektromotoren van de pompen en kunnen de schuifafsluiters ook handmatig bediend worden. De toegang loopt via een waterdichte deur in de gevel (binnendijks van de kistdam). Deze deur is de hoofdingang van het gemaal. Het dek van de bovenbouw (bovenzijde kistdam) bevat een serie luiken met meerdere functies. Eén luik met ondergelegen trap is bedoeld voor het betreden van de bovenbouw door personeel (bij hoogwater). De andere luiken zijn bedoeld voor het in- dan wel uithijsen van pompen of andere onderdelen bij groot onderhoud of calamiteiten.

De droge ruimte in het gemaal is berekend op het weerstaan van een hoogwaterpeil van NAP +16,75m binnendijks. Deze situatie zou kunnen optreden bij een zeldzame samenloop van factoren; gesloten hefschuiven in de doorlaat vanwege hoogwater op de Maas en gelijktijdig stroomuitval waardoor de pompen niet kunnen functioneren. Vanaf dat moment kan de aanvoer van de beken dus niet meer worden afgevoerd naar de Maas en zal het peil stijgen rondom de watermolen. Zeker bij zware neerslag kunnen de beekaanvoeren fors toenemen. In de zwaarste scenario’s (beek-aanvoeren van 2 tot bijna 4 m3/sec) kan de zone rondom de watermolen tussen de kistdam en de Schans in enkele uren vol lopen, tot het uiteindelijk over het niveau van de Schans op NAP +16,60m gaat stromen naar het achterland.  

Diesel aangedreven noodpompen zijn hier alleen een oplossing als de beekaanvoer laag is. Voor de genoemde extreme aanvoercapaciteiten is het niet mogelijk om binnen de korte beschikbare tijd een dergelijk grote pompcapaciteit te installeren. Daarnaast is het wel zo dat, zolang het Maaspeil nog later ligt dan het water binnendijks, de hefschuiven richting de Maas kunnen worden geopend zodat het peil weer zakt. 

De nieuwe waterkering is ontworpen op een maatgevend hoogwater (MHW) dat hoort bij de voor dit traject gehanteerde veiligheidsbenadering met een herhalingstijd van circa 1:100 tot 1:300 jaar. De hoogste kering is 18,35 m + NAP ter plaatse; dat zijn de kunstwerken die zijn gedimensioneerd op een zichtjaar van 2125. Bij de vaststelling van de ontwerpwaterstand is uitgegaan van het klimaatscenario W+ (het meest behoudende scenario) en van advies van KNMI en TU Delft uit 2019, aangevuld met de inzichten die zijn opgedaan tijdens het hoogwater van juli 2021. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat de kering, binnen de gebruikte risicobenadering, voor de komende circa 100 jaar op een veilige hoogte is gedimensioneerd; absolute veiligheid (100% garantie) kan echter nooit worden gegeven.

Scenario’s met waterstanden die het MHW overstijgen, bijvoorbeeld als gevolg van een zeer onwaarschijnlijke samenloop van omstandigheden of een dijkdoorbraak elders in het Maastraject, zoals bij Arcen, vallen buiten de ontwerpopgave van dit project. In dergelijke situaties is sprake van een crisissituatie. De omgang met de dan optredende waterstanden, inclusief de bedrijfsvoering van het gemaal (zoals het eventueel gecontroleerd buiten bedrijf stellen daarvan), maakt onderdeel uit van de reguliere crisis- en calamiteitenorganisatie van het waterschap en de overige bevoegde gezagen. Daarmee wordt geborgd dat ook voor deze rest­risico’s passende procedures en maatregelen beschikbaar zijn, aanvullend op het ontwerp van de kering zelf.

De bovenbouw is geventileerd, en blaast uit aan de noordzijde met daarbij aandacht voor de toegestane geluidsproductie richting de bebouwing op aangrenzende percelen.

Bovenop het gemaal is ruimte voorzien voor het opstellen van een 50- tons telekraan en een mobiel noodstroomaggregaat voor situaties van stroomuitval. Meer hierover is te vinden in het onderdeel beheer en onderhoud van dit document.

De drie verticaal opgestelde pompen in het gemaal hebben elk een capaciteit van 27 tot tenminste 70 m3/min. Deze pompen zijn aantoonbaar visveilig, dat wil zeggen dat de visoverleefbaarheid meer dan 95% bedraagt voor zowel schubvis als aal, berekend en getest volgens de Europese norm NEN-EN18110:2025 (voorheen NEN8775). 

De capaciteit van het gemaal als geheel kan, afhankelijk van het aantal ingeschakelde pompen en toegepaste toerentallen, variëren tussen 27 en 210 m3/min, zowel bij lage als hoge peilverschillen (0 tot 4,55 meter peilverschil met de Maas).

Om bovenstaande capaciteiten te bepalen is in het voortraject onderzoek gedaan naar de optredende aanvoersituaties vanuit het achterland. Deze zijn daarna in combinatie met de optredende peilverschillen (t/m MHW, Maatgevend hoogwater NAP +17,85m op de Maas) vertaald in de hydraulische randvoorwaarden. Het geheel is beschreven in het Voorlopig Ontwerp (doc. 042207736-003401 V1.0, d.d. 25‑07‑2025), waarna de geschikte pompen zijn geselecteerd en verwerkt in het Definitief Ontwerp van het gemaal. Er zijn in het ontwerp, ten noorden van de molenaarswoning, twee locaties aangewezen, een voor de trafo voor de molenaarswoning en de molen, en een voor het laadstation ten behoeve van het gemaal.  

3.4 Flexibiliteit in ontwerp

In de vorige paragrafen is het definitief ontwerp (DO) besproken. Dit ontwerp is de basis voor het projectbesluit. Het ontwerp wordt nog verder uitgewerkt tot een uitvoeringsontwerp (UO). Ten opzichte van het definitief ontwerp vindt in het uitvoeringsontwerp nog nadere detaillering plaats, bijvoorbeeld op basis van (technische) onderzoeken en berekeningen. Daarnaast worden details als de aansluiting met het omliggend terrein uitgewerkt. Denkbaar is dat deze verdere (technische) uitwerking het wenselijk maakt van het ontwerp af te wijken. In hoofdstuk 3 van de Regeling is om die reden een bepaling opgenomen die enige flexibiliteit voor het projectbesluit toelaat. Die flexibiliteit is onderworpen aan randvoorwaarden. Er mag alleen afgeweken worden als: 

  • het type gekozen oplossing niet wijzigt. Dit betekent bijvoorbeeld dat een grondoplossing niet door een constructieve oplossing vervangen kan worden of andersom. Een wijziging van materiaal is bijvoorbeeld wel mogelijk zolang ook aan de overige voorwaarden van deze flexibiliteitsbepaling is voldaan; 

  • het ontwerp binnen het permanent ruimtebeslag blijft, 

  • de aan het ontwerp verbonden milieu- en omgevingseffecten niet groter zijn dan de milieu- en omgevingseffecten die zijn beschreven in de motivering van het Projectbesluit en er geen sprake is van andere negatieve gevolgen voor de omgeving; 

Met andere woorden: Het uitvoeringsontwerp dient te passen binnen het ontwerp van dit projectbesluit, tenzij het (detail)afwijkingen betreft die passen binnen de bovenstaande voorwaarden.  

4 Uitvoering werk

4.1 Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de wijze waarop het werk gerealiseerd gaat worden. Ook benoemt het de randvoorwaarden waarbinnen het werk wordt uitgevoerd en maakt inzichtelijk hoe mogelijke risico’s voor de veilige (voortgang van de) uitvoering worden beheerst.

De werkzaamheden worden in opdracht van Waterschap Limburg uitgevoerd in overeenstemming met hetgeen in dit projectbesluit is vastgelegd. Ook zijn er andere vergunningen aangevraagd/verleend die gelden als randvoorwaarden voor de realisatie. Dit betreft onder andere de omgang met flora en fauna. Daarnaast maakt het waterschap afspraken met de aannemer, bijvoorbeeld voor het werken tijdens het hoogwaterseizoen. Tot slot zijn er zaken die de aannemer dient te regelen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de benodigde vergunningen/meldingen die zien op de omgang met grond (kwaliteitseisen) en het minimaliseren van de kans op schade en hinder. 

4.2 Globale planning en ontsluiting

4.2.1 Algemeen

De realisatie van het gemaal, de kistdam, doorlaat en vispassage zal naar verwachting binnen 1 jaar worden uitgevoerd. Het moment waarop deze realisatie start is afhankelijk van verdere besluitvorming over het project. In het vroegste scenario zal de aannemer in het tweede kwartaal van 2026 starten met de werkvoorbereiding en het maken van de uitvoeringsontwerpen. De realisatie van de vispassage en het gemaal starten vanaf september 2026 met voorbereidende werkzaamheden. De daadwerkelijke bouw is vanaf het eerste kwartaal van 2027 voorzien, waarbij de oplevering in het tweede kwartaal van 2027 plaatsvindt. Met deze planning wordt de mijlpaal voor de hoogwaterveiligheid en de KRW-maatregel gehaald, zijnde 1 januari 2028. Het is uiteindelijk aan de aannemer om de planning binnen de contractuele mijlpalen nader uit te werken. Zodra deze gereed is, zal de planning worden gecommuniceerd aan omwonenden en andere belanghebbenden. 

4.2.2 Aan- en afvoer van materiaal en tijdelijke omleidingsroutes

De aan- en afvoer van het benodigde materieel en materiaal, o.a. grondtransport, vindt plaats via een te realiseren bouwroute (zie ook figuur 4.1). Deze bouwroute loopt evenwijdig aan de Schans en sluit op twee plekken erop aan. Op deze kruispunten wordt een veilige inrit gecreëerd. Aanvoer naar de Schans vindt plaats vanaf de N271 en dus niet via het dorp. Gedurende de werkzaamheden aan het gemaal en de vispassage blijft De IJsvogel bereikbaar via de N271 (zuidzijde) of via het centrum van Arcen (noordzijde).

Een luchtfoto met daarop het ontwerp en de bouwroute gedurende de uitvoeringsfase weergegeven.
Figuur 4.1: Bovenaanzicht van de bouwroute gedurende de uitvoeringsfase

4.3 Wijze van uitvoeren

De uitvoering ter plaatse van het gemaal en de vispassage bestaat in grote lijnen uit de volgende werkzaamheden:

  • Transport materieel en aanvoer materiaal;

  • Diverse grondwerkzaamheden;

  • Inbrengen damwandplanken;

  • Aanbrengen legankers;

  • Aanbrengen paalfundatie;

  • Realiseren betonwerk;

  • Aanbrengen pompen en E&W installatie;

  • Aanbrengen visliften

 

De bouwroute bestaande uit rijplaten is al aanwezig in verband met de aanleg van de dijk/kistdam. De aanleg van de bouwroute is dus niet specifiek onderdeel van de aanleg van de vispassage en het gemaal.

De uitvoering zal grofweg als volgt plaatsvinden:

Stap 0: Voordat het werk uitgevoerd kan worden zullen de voorbereidende werkzaamheden plaats vinden. Deze bestaan onder andere uit onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten (OOO), kappen van bomen, ecologische maatregelen, e.d. 

Stap 1: Ter plaatse van de huidige afwatering richting de Maas moet de nieuwe doorlaat gebouwd worden. Om de bouw in den droge te kunnen doen wordt de beek tijdelijk omgelegd (zie stap 2 in figuur 4.2).

Stap 2: Onder het gemaal en de doorlaat wordt een paalfundatie aangebracht. Deze palen worden trillingsvrij en geluidsarm aangebracht met geschroefde grondverdringende palen. 

Stap 3: Het bestande maaiveld ter plaatse van de damwand en kistdam wordt aangevuld tot een hoogte van 15.00+m NAP. Dit vormt het werkplateau van de damwandstelling;

Stap 4: Met een damwandstelling worden de damwandplanken voor de kistdam, doorlaat en gemaal aangebracht. Deze planken worden ingetrild m.b.v. een trilblok. Om risico op zwaar trilwerk en dus trillingen in de omgeving te voorkomen wordt de ondergrond t.b.v. het damwandscherm voorgewoeld/voorgeboord middels een stelling met avegaar. Het meest nabije gebouw wordt voorzien van deformatiebouten en trillingsmeters en de trillingen worden live gemonitord. 

Stap 5: Als de damwanden staan dan kunnen de legankers ertussen worden geplaatst. De legankers zijn liggende draadeinden welke bedoeld zijn om de twee evenwijdige damwandschermen te koppelen. Hierdoor wordt het een kistdam en is de samengestelde constructie in staat om in de toekomst het water en grond te keren;

Stap 6: De ruimte tussen de damwanden (kistdam) wordt opgevuld met grond dat gebruikt is voor het werkplateau van de damwand stelling. Het overige benodigde materiaal zal worden aangevoerd via de bouwroute. 

Stap 7: Het grondwerk rondom de kistdam en het gemaal wordt gerealiseerd.

Stap 8: Het gemaal en de doorlaat worden gerealiseerd en de visliften worden geplaatst.

Stap 9: Als laatste wordt afbouw gedaan, dit omvat onder andere het metselwerk, straatwerk, inzaaien en plaatsen van hekwerken.

Het projectgebied omvat de ruimte waarin de vispassage en het gemaal worden ingepast en de werkstroken die nodig zijn om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Gedurende de realisatiefase is er een werkstrook nodig om veilig ontgravingen te kunnen doen, doorgang voor werkverkeer te waarborgen, materiaal op te slaan en materieel te stallen en elektrisch materieel op te laden. Deze werkstrook maakt onderdeel uit van het tijdelijk ruimtebeslag, bevindt zich buitendijks en is breed genoeg voor vrachtverkeer. 

De werkzaamheden worden deels uitgevoerd met elektrisch materieel om een emissiearme uitvoering te borgen. Daarnaast wordt de bouwplaats uitsluitend verlicht tijdens werktijden en zijn de lampen gericht naar de grond om lichthinder te voorkomen.

Bij de uitvoering van de werkzaamheden moet rekening worden gehouden met de kans dat een hoogwatersituatie kan optreden. De aannemer zal de waterkering moeten kunnen herstellen binnen de zichttermijn van een optredend hoogwater. De aannemer dient mensen, materieel en materiaal ter beschikking te hebben om dit tijdig uit te voeren.

Het bovenaanzicht van het ontwerp en de situatie in het plangebied gedurende de uitvoeringsfase. Voor verschillende uitvoeringsstappen staat aangegeven waar in het plangebied ze plaatsvinden.
Figuur 4.2: Bovenaanzicht van de situatie gedurende de uitvoeringsfase
Dwarsdoorsnede F-F’ van de kistdam en het terras van de Wijmarsche Watermolen. Voor verschillende uitvoeringsstappen staat aangegeven waar in het plangebied ze plaatsvinden.
Figuur 4.3: Doorsnede F-F’ van de kistdam en het terras Wijmarsche Watermolen gedurende de uitvoeringsfase (schaal 1:200)

4.4 Overige uitvoeringsaspecten

4.4.1 Monitoring

Voorafgaand aan de uitvoering worden er bouwkundige opnames gedaan van de gebouwen de Schans 20 en 20a (De IJsvogel) en van de infrastructuur van de Schans. Tijdens de uitvoering worden er deformatiebouten en trillingsmeters geplaatst op deze gebouwen. Hiermee kunnen vroegtijdige deformaties aan de gebouwen geconstateerd worden en kan worden gemeten of trillingen beheersbaar blijven.

4.4.2 Flora en fauna

Ten behoeve van een zorgvuldige omgang met flora en fauna tijdens de uitvoering is voor het project een gecombineerde ontheffing en vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet (NBW) afgegeven, inclusief bijbehorend activiteitenplan. De aannemer werkt conform een goedgekeurd Ecologisch Werkprotocol, waarin project- en locatiespecifieke maatregelen zijn vastgelegd om verstoring, beschadiging en vernieling van beschermde soorten en hun leefgebieden zoveel mogelijk te voorkomen. Ecologische begeleiding is zowel in de voorbereidingsfase als tijdens de realisatie geborgd; een ecoloog ziet toe op de naleving van de voorschriften, stuurt zo nodig bij en adviseert over aanvullende maatregelen indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Hiermee is geborgd dat de werkzaamheden uitvoerbaar zijn binnen de kaders van de geldende natuurwetgeving en de verleende ontheffing en vergunning.

Het ecologisch werkprotocol (Backx, 2024) beschrijft de maatregelen die genomen worden om ecologische verstoring te voorkomen. De protocollen voor inspectie op beverholen voor aanvang van de werkzaamheden zijn van kracht. Ook is het protocol voor het visvrij maken van het werkgebied toepasbaar. Het kappen van bomen en andere voor broedvogels verstorende werkzaamheden vinden plaats buiten het broedseizoen of na vrijgave door een ecoloog. 

4.4.3 Milieuhygiënische bodemkwaliteit

De huidige situatie van de bodem binnen het projectgebied is beschreven in het conditionerend onderzoek (Verkennend (water)bodemonderzoek, Geonius, 9‑11‑2022). Sindsdien zijn er geen bodemroerende activiteiten geweest, het onderzoek is daarmee een goede basis voor de omgang met grond voor de aanleg van de vispassage en het gemaal. Het projectgebied voor de realisatie van het gemaal en de vispassage bevat zowel landbodem als waterbodem. 

Voor de landbodem geldt dat er geen relevante afwijkingen zijn waargenomen op het maaiveld en in de opgeboorde grond. Het agrarisch gebied wordt asbest onverdacht beschouwd op basis van vooronderzoek en aangetroffen bijmengingen. Ook voor de Schans zijn er geen belemmeringen voor uitvoering van de werkzaamheden betreffende asbest en de milieuhygiënische kwaliteit van de grond. 

Aan de hand van waterbodemonderzoek en afperkend onderzoek is er een nikkelverontreiniging in de waterbodem nabij de watermolen vastgesteld op circa 1,0–1,5 m diepte. Voorafgaand aan de uitvoering wordt aanvullend onderzoek gedaan. Op basis daarvan wordt bepaald of de bodem schoon genoeg is of gesaneerd moet worden. Eventuele sanering vindt plaats vóór de werkzaamheden. Er zijn geen negatieve gevolgen te verwachten in het kader van bodem- en waterkwaliteit.

4.4.4 Niet gesprongen explosieven

Explosive Clearance Group (ECG) heeft in december 2025 de opsporingswerkzaamheden naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) uitgevoerd in het projectgebied. Op basis van uitgevoerde opsporingswerkzaamheden is een groot deel van het projectgebied vrijgegeven tot een diepte van 4,5m -mv. Een klein deel is als verstoord gebied aangemerkt door aanwezigheid van een puinpad en kabels/leidingen en moet daarom laagsgewijs worden ontgraven. Hier wordt rekening mee gehouden tijdens de uitvoering.

Een kaart met daarop het onderzoeksgebied voor opsporingswerkzaamheden voor niet gesprongen explosieven weergegeven.
Figuur 4.4 Onderzoeksgebied opsporingswerkzaamheden (Bron: ECG)
4.4.5 Archeologie

Uit archeologisch onderzoek (RAAP, 26‑11‑2025) is gebleken dat de kans op het aantreffen van archeologische resten gerelateerd aan de watermolenbiotoop laag tot beperkt wordt geschat. Het aantreffen van archeologische resten kan echter niet volledig worden uitgesloten, wat resulteert in beperkte archeologische begeleiding tijdens de uitvoering. Eventuele vondsten moeten volgens de wettelijke meldingsplicht worden gemeld.

5 Effecten op de fysieke leefomgeving

5.1 Inleiding en effectbeoordeling

Voorafgaand aan het vaststellen van het projectbesluit is beoordeeld of het de uitvoering van een project betreft waarvoor een milieueffectrapport (mer) moet worden gemaakt. Uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit volgt dat het project niet mer-beoordelingsplichtig is. Daarmee is het doorlopen van de mer-procedure en het opstellen van een milieueffectrapport niet nodig. 

De komst van het gemaal en de vispassage zijn eerder meegenomen in het MER voor het projectplan Waterwet Arcen. Voorliggend projectbesluit betreft een nadere invulling ervan en hoeft dan ook niet zelfstandig nog eens te worden voorzien van een mer-beoordeling. Tevens past de vispassage en de invulling van het gemaal binnen de verleende natuurvergunning (N2000 en flora & fauna).

Vanuit het oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding heeft als onderdeel van het vaststellen van het projectbesluit wel een beoordeling plaatsgevonden van de (mogelijke) gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Deze beoordeling is uitgevoerd op basis van de referentiesituatie (de situatie zoals beschreven in projectplan Waterwet Arcen) en het ontwerp. Omdat de ligging en functie van het gemaal en de kistdam juridisch-planologisch passen, richt de beoordeling zich alleen op de effecten van deze nadere uitwerking van het gemaal en de vispassage. 

5.2 Effectbeoordeling

De effectbeoordeling is opgenomen in onderstaande tabel. De informatie die hiervoor gebruikt is, is afkomstig uit de onderzoeken die voor de dijkversterking Arcen zijn gedaan, met uitzondering van de KRW beoordeling voor de effecten op de Zandmaas (die in beheer is bij Rijkswaterstaat). Verder zijn er geen nieuwe inzichten of veranderende omstandigheden die aanvullend onderzoek vragen. Onder de tabel is nog een alinea opgenomen om het aspect landschap / cultuurhistorie en Natuurnetwerk Limburg (NNL) toe te lichten. De paragraaf sluit af met een conclusie over het effect. 

Aspect

Conclusie

Conditionerende onderzoeken / bronnen

Archeologie

De kans op het aantreffen van archeologische resten gerelateerd aan de watermolenbiotoop wordt laag tot beperkt geschat. Het aantreffen van resten kan echter niet volledig worden uitgesloten. Er heeft nader onderzoek plaats gevonden met onder andere een proefsleuf langs de Schans. De onderzoeksfase is afgerond. Voor de realisatie is voorzien in beperkte archeologische begeleiding tijdens de uitvoering bij toevalsvondsten. Eventuele vondsten moeten volgens de wettelijke meldingsplicht worden gemeld. Geen negatieve gevolgen voor de fysieke leefomgeving.

(RAAP, 2025)

Ontplofbare Oorlogsresten

Op basis van uitgevoerde opsporingswerkzaamheden is een deel van het gebied tot een diepte van 4,5 m-mv vrijgegeven en een deel is verstoord door de aanwezigheid van een puinpad en kabels/leidingen en moet daarom laagsgewijs worden ontgraven. Hier wordt rekening mee gehouden tijdens de uitvoering. Er worden geen negatieve effecten verwacht.

(ECG, 2025)

Landschap en Cultuurhistorie

 

 

 

Er is geen aantasting van landschappelijke en cultuurhistorische waardevolle elementen in het projectgebied, waaronder het watermolenensemble. De werking van de watermolen blijft gegarandeerd en het gemaal blijft zichtbaar, maar beplanting zorgt voor een groene uitstraling. 

 

In het MER Deelrapport Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie d.d. 10 oktober 2023 (MER, bijlage E) zijn de effecten op het landschap beschreven. Met name het realiseren van de vispassage geeft een nadrukkelijk positief effect in het ensemble met de watermolen, het bereiken van de KRW-doelen en het NNL. De kistdam met het gemaal zijn hierbij al eerder betrokken. De overige mitigerende zaken zijn in het projectplan Waterwet geborgd (o.a. deels verwijderen bestaande dijk).

(HNS, 2025)

Woon- en leefomgeving – Wonen

De woning in het projectgebied levert aan de westzijde grond voor het ontwerp en wordt daarvoor aan de noordzijde gecompenseerd. In het ontwerp (de visliften) is het ruimtebeslag klein gehouden. In het projectgebied vinden geen aanpassingen plaats die effect kunnen hebben op de bereikbaarheid van de woning. Gedurende de werkzaamheden blijft graanbranderij De IJsvogel bereikbaar via de N271 (zuidzijde) of via het centrum van Arcen (noordzijde). Er worden geen negatieve gevolgen voor wonen verwacht.

(Dijkzone Alliantie Arcen, 2025)

Woon- en leefomgeving – Werken

In het projectgebied vinden geen aanpassingen plaats die effect kunnen hebben op de bereikbaarheid van de woning en molen. Gedurende de werkzaamheden aan het gemaal en de vispassage blijft De IJsvogel bereikbaar via de N271 (zuidzijde) of via het centrum van Arcen (noordzijde). Er worden geen negatieve gevolgen voor werken verwacht.

(Dijkzone Alliantie Arcen, 2025)

Woon- en leefomgeving – Toerisme

Het nieuwe voetpad en het rolstoeltoegankelijke pad verbeteren de toegang en veiligheid voor bezoekers van de graanbranderij/ molen. De bereikbaarheid blijft onveranderd en is ook tijdens de werkzaamheden gewaarborgd. Er worden geen negatieve effecten op toerisme verwacht; de recreatieve beleving wordt juist versterkt.

(Dijkzone Alliantie Arcen, 2025)

Bodem

Aan de hand van waterbodemonderzoek en afperkend onderzoek is er een nikkelverontreiniging in de waterbodem nabij de watermolen vastgesteld op circa 1,0–1,5 m diepte.  Voorafgaand aan de uitvoering wordt aanvullend onderzoek gedaan om de afperking te verfijnen. Op basis daarvan wordt bepaald of de bodem schoon is of gesaneerd moet worden. Met de reeds aanwezige vergunning zijn de kaders gegeven hoe te werken. Eventuele sanering vindt plaats vóór de werkzaamheden. Er worden geen negatieve gevolgen verwacht in het kader van bodem- en waterkwaliteit.

(Geonius, 2022), (Geonius, 2025)

Water – Oppervlaktewater / rivierkunde / scheepvaart

De KRW Toets laat zien dat er geen permanente effecten zijn op de Zandmaas. De tijdelijke effecten (vertroebeling) blijven onder de grenswaarden.

Voor Rivierkunde is er geen effect. De werkzaamheden vinden binnendijks plaats (t.o.v. het projectplan waterwet) op de locatie waar het gemaal al was gepland en afgewogen op mogelijke effecten. Daarnaast wijzigt de hoeveelheid water die op de Maas wordt gebracht niet.

Voor scheepvaart zijn er geen effecten. Het gemaal ligt op meer dan 150 meter van de Maas en de monding van het water uit het gemaal is zo vormgegeven dat er geen te zware dwarsstroming ontstaat die belemmerend kan zijn voor de scheepvaart.

Voor het functioneren van de beek zijn geen effecten. Het ontwerp is zodanig dat de beek op een gelijkwaardige manier functioneert, zowel qua afvoer van het water als de omstandigheden in het water (bezonning / schaduw), bij lage waterstanden blijft in de vispassage voldoende water aanwezig voor de vissen. 

In bijlage Bijlage C Toelichting mogelijke effecten in het kader van artikel 8.84 Bkl bij dit projectbesluit is een nadere verduidelijking van de mogelijke effecten als gevolg van de aanleg vispassage, gemaal en kistdam op grond van artikel 8.84 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) opgenomen. Artikel 8.84 van het Bkl bevat de beoordelingsregels voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor wateractiviteiten. In dit projectbesluit is de omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden in een beperkingengebied in beheer van het Rijk geïntegreerd. Deze omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het voorkomen van wateroverlast, het verbeteren van de waterkwaliteit en het behoud van maatschappelijke waterfuncties.

(TAUW, 2026)

Water – Grondwater

Uit de geohydrologische studie blijkt dat geen negatieve effecten op grondwater, waterhuishouding of regenwaterafvoer worden verwacht. Door het extra open water binnendijks neemt de kans op watertekort niet toe. De kistdam veroorzaakt slechts een lichte grondwateropstuwing bij de watermolen en een kleine verlaging richting de uiterwaarden, zonder risico op het droogvallen van funderingen. Er worden geen negatieve gevolgen voor de omgeving verwacht.

 (Fugro, 2025)

Natuur – Soortbescherming

Er worden geen negatieve gevolgen verwacht in het kader van soortenbescherming. Ten opzichte van de referentiesituatie heeft het initiatief mogelijk een positief effect op soortenbescherming.  De werkzaamheden passen binnen de verleende vergunning voor de dijkversterking. Activiteitenplan is hiervoor opgesteld en er wordt gewerkt conform het ecologisch werkprotocol 

(Eco Assist, 2025)

Natuur – 

Natura 2000

Het zuidelijk deel van het projectgebied ligt binnen Natura 2000-gebied Maasduinen. De stikstofdepositie blijft binnen de vergunde situatie. Er is geen aanvullende omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten nodig. De vergunning is gecombineerd met die van soortenbescherming en bevat tevens activiteitenplan en goedgekeurd ecologisch werkprotocol 

Vergunning N2000 / ontheffing flora en fauna, kenmerk D2024-00013083, 

 

Natuur – Natuur Netwerk Limburg (NNL)

 

 

 

 

Het gemaal en de vispassage liggen in het Natuur Netwerk Limburg en buiten het Groen-Blauwe Netwerk (bron: Atlas Limburg 2024). In het NNL-gebied ligt de opgave in het beheertype N14.01-gebied (rivier- en beekbegeleidend bos).

Kaart natuurnetwerk Limburg
Figuur 4.5 Natuurnetwerk Limburg (groen) en Groenblauwe mantel (blauw) (bron: Atlas limburg, 2024)

 

Compensatieplan Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei/Dijkring Arcen (d.d. 7 oktober 2024) is de analyse voor het gehele gebied uitgevoerd. Er is een compensatie van 0,19 ha nodig. Dit wordt in Tegelen gerealiseerd. 

 

Voor dit project worden 25 bomen gekapt, met name schietwilgen, die in potentie snel kunnen terugkeren. Voor overige blijft het beheertype N14.01 onaangetast en wordt de beek opgeschoond, zodat deze beter tot zijn recht komt. Het tijdelijk negatief effect van de kap wordt gemitigeerd door bij de aanleg van de vispassage en het gemaal direct 25 bomen/houtopstanden te herplanten. Met de maatregelen wordt het natuurhersteltype rivier- en beekbegeleidend bos positief versterkt.

 

De ontwerpschets overlapt voor een klein deel met N14.03 (haagbeuken- en essenbos). Dit natuurtype is niet opgenomen in de MER van het project Dijkversterking Arcen. Tot deze N14.03 behoren oevers die liggen achter een stenen muur. Achter deze stenen muur zullen geen werkzaamheden verricht worden ten behoeve van de vispassage en het gemaal. Daarom heeft de uitvoering van het project geen toegevoegde nadelige effecten ten opzichte van de referentiesituatie met de afgesproken en bepaalde compensatie met provincie Limburg.

 

Natuur – Bomen en houtopstanden

Er is een opname houtopstanden gedaan en om het gemaal en de vispassage mogelijk te maken, worden in totaal 25 bomen/houtopstanden verwijderd. Hiervan geldt voor 6 bomen dat deze onder de kapvergunning voor de dijkversterking reeds zijn aangevraagd. Er zijn geen negatieve effecten op soorten- en/of gebiedsbescherming als gevolg van deze verwijdering. Voor het verwijderen van de overige bomen/houtopstanden wordt een melding gedaan in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De 25 te kappen bomen worden ter plekke gecompenseerd. Een en ander wordt geborgd in de omgevingsvergunning kap.

 

Natuur – Vismigratie

Met de vispassage en het gemaal ontstaat een goed functionerende, permanente migratieroute tussen de Maas en de bovenstroomse beek. Dankzij een waterverdelingssysteem functioneert de vispassage ook bij lage afvoer. Periodiek malen van de molen heeft geen negatief effect op de werking. Het plan levert daarmee een duidelijke verbetering van de vismigratie op. 

 

Hinder tijdens aanleg – Geluid

De werkzaamheden worden stikstofarm uitgevoerd, waardoor uitstoot van verbrandingsmotoren wordt beperkt. Hinder door geluid wordt mede daarmee voorkomen. Geen negatieve gevolgen voor geluid op lange termijn.

(Dijkzone Alliantie Arcen, 2025)

Hinder tijdens aanleg – Trillingen

Tijdens de uitvoering worden trillingsmeters (en deformatiebouten) geplaatst op de gebouwen Schans 20 en 20a. Hiermee kunnen mogelijke gevolgen aan de gebouwen vroegtijdig geconstateerd worden en indien de nodig de werkzaamheden worden aangepast. Geen negatieve gevolgen voor trillingen op lange termijn.

(Dijkzone Alliantie Arcen, 2025)

Hinder tijdens aanleg – Stikstof

De werkzaamheden worden stikstofarm uitgevoerd, waardoor uitstoot van verbrandingsmotoren wordt beperkt. De stikstofdepositie blijft ruim binnen de vergunningsvoorwaarden, zoals beschreven bij Natura-2000 vergunning. Er worden geen negatieve effecten door stikstof tijdens de aanleg verwacht. 

(Dijkzone Alliantie Arcen, 2025)

Hinder tijdens aanleg – Luchtkwaliteit

De werkzaamheden worden stikstofarm uitgevoerd, waardoor uitstoot van verbrandingsmotoren wordt beperkt. Hinder door emissies wordt daarmee voorkomen. Geen negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit op lange termijn.

(Dijkzone Alliantie Arcen, 2025)

Hinder tijdens aanleg – Licht

Tijdens de uitvoering wordt de bouwplaats uitsluitend verlicht tijdens werktijden en zijn de lampen gericht naar de grond. Geen negatieve gevolgen voor lichthinder op lange termijn.

(Dijkzone Alliantie Arcen, 2025)

Hinder tijdens aanleg – Wegverkeer/

Vaarverkeer

Tijdens de uitvoering wordt een bouwroute aangelegd die parallel loopt aan de Schans. Op de punten waar de bouwweg De Schans kruist wordt een veilige inrit gecreëerd. Tijdens de werkzaamheden aan het gemaal en de vispassage zal de aan- en afvoer van materiaal via de bouwroute plaatsvinden, waarbij het verkeer via de N271 rijdt en niet door het dorp. Geen negatieve gevolgen voor het wegverkeer op lange termijn.

(Dijkzone Alliantie Arcen, 2025)

Hinder tijdens aanleg – Kabels en Leidingen

In het projectgebied liggen diverse kabels en leidingen, die zijn geïnventariseerd door middel van een KLIC-melding. Eventuele hinder wordt afgestemd met de betreffende beheerders. Verleggingen en bijbehorende kosten worden door Waterschap Limburg opgedragen, waarna Dijkzone Alliantie de coördinatie verzorgt. Er worden geen negatieve gevolgen voor kabels en leidingen verwacht.

 

Uit de beoordeling van de effecten volgt dat bij de realisatie van het gemaal en de vispassage, met het nemen van mitigerende maatregelen (zie ook paragraaf 5.2), geen sprake zal zijn van negatieve gevolgen voor de fysieke leefomgeving.

5.3 Maatregelen om (mogelijke) negatieve effecten te voorkomen

In deze paragraaf worden de maatregelen beschreven die worden genomen om (mogelijke) negatieve effecten tijdens de uitvoering van het project te voorkomen. Uit de voorgaande paragraaf blijkt dat voor vrijwel alle toetsingscriteria aanzienlijke effecten kunnen worden uitgesloten, mede dankzij de toegepaste werkwijzen en voorzorgsmaatregelen. Hieronder worden de relevante mitigerende maatregelen toegelicht:

 

  • Door middel van archeologische begeleiding bij toevalsvondsten tijdens de uitvoering, wordt zorgvuldig omgegaan met archeologische waarden en worden negatieve effecten voorkomen. Conform de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 van de Erfgoedwet) dienen eventuele vondsten te worden gemeld.

  • Door laagsgewijs te graven wordt tijdens de uitvoering zorgvuldig omgegaan met onzekerheden in de ondergrond, zoals mogelijke verstoringen door het puinpad en kabels/leidingen. 

  • In het definitieve ontwerp is zo veel mogelijk geoptimaliseerd om landschappelijke effecten te minimaliseren. Dit is vooral gebeurd door het ruimtebeslag van de vispassage klein te houden. Ook wordt middels aanplant van struiken en bomen de vispassage landschappelijk ingepast. Er worden 25 bomen teruggeplaatst voor de 25 te kappen bomen. 

  • Op de locatie waar op basis van het ontwerp bodemroerende werkzaamheden gepland zijn en waar aan de hand van waterbodemonderzoek en bijbehorende beoordeling mogelijk sprake is van bodemverontreiniging (conclusie paragraaf 5.1), wordt afperkend onderzoek uitgevoerd voorafgaand aan de werkzaamheden. Aangetroffen verontreinigingen kunnen dan eerst gesaneerd worden.

  • Vanuit de KRW zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen nodig voor de eindsituatie. Er zijn alleen tijdelijke effecten. Die blijven onder de grenswaarden. Wel geldt dat de aanplant van nieuwe bomen en struiken aansluitend aan de realisatie moet plaatsvinden om schaduwwerking te bevorderen en er bij het werken gestreefd moet worden naar minimale vertroebeling.

  • Het opgestelde ecologische werkprotocol (Backx, 2024) en de algemene zorgplicht (art. 1.6 Omgevingswet) blijven van kracht. Het ecologisch werkprotocol beschrijft op welke wijze tijdens de werkzaamheden negatieve effecten op beschermde soorten én overtreding van het onderdeel soortbescherming uit de Omgevingswet kunnen worden voorkomen.

  • Er geldt een herplantplicht voor 25 bomen ter compensatie van de te kappen bomen in het kader van de melding kap houtopstanden. 

  • De watertoevoer richting de vispassage kan worden gereguleerd. Afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid water in de Lingsforterbeek kunnen de bovenstroomse en benedenstroomse vislift aan- of uitgezet worden. Hierdoor blijft de vispasseerbaarheid gewaarborgd en worden ongunstige situaties voor vismigratie voorkomen.  

  • Met de inzet van stikstofarm materieel voor de werkzaamheden is de uitstoot van emissies beperkt en is er minder geluidshinder, waarbij gewerkt dient te worden binnen de kaders van de vergunning. Er zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen nodig. 

  • Tijdens de uitvoering is er verder aandacht voor het zoveel mogelijk voorkomen van vervorming en trillingshinder. Vooraf worden bouwkundige opnames gedaan aan de omliggende gebouwen (Schans 20 en 20a) en infrastructuur en wordt een monitoring opgezet zodat tijdig kan worden ingegrepen om schade zo veel mogelijk te voorkomen (onderdeel van het Uitvoeringsontwerp, zie ook paragraaf 4.3). Uitvoering vindt plaats binnen de geldende wet- en regelgeving voor trilling- en geluidshinder. 

6 Grondverwerving en schaderegeling

6.1 Grondverwerving

Om de voorgenomen aanleg van het gemaal en de vispassage uit te kunnen voeren is ruimte en dus grond nodig. Voor het gemaal met de kistdam is de grondverwerving voor tijdelijk en permanent ruimtebeslag afgerond. Voor de vispassage is het grondverwervingsproces gestart en wordt onderscheid gemaakt in:

  • Definitief ruimtebeslag. Het waterschap wil gronden binnen de KRW-maatregel, die blijvend nodig zijn voor de vispassage met de heer- en onderhoudsstrook, in eigendom hebben. 

  • Tijdelijk ruimtebeslag. Daarnaast is er tijdelijk grond nodig, als werkstrook. Het waterschap streeft ernaar voor het tijdelijk gebruik van grond gebruiksregelingen af te sluiten met de betreffende rechthebbenden.



In bijlage B Tijdelijk ruimtebeslag en B Definitief ruimtebeslag zijn tekeningen opgenomen met het definitief en tijdelijk ruimtebeslag voor de aanleg van de vispassage. De werkstroken maken onderdeel uit van het tijdelijk ruimtebeslag. Voor de grondeigenaar zijn grondverwervingstekeningen gemaakt die de basis zijn voor de al gestarte minnelijke gesprekken.

Te verwerven gronden (permanent ruimtebeslag)

Het waterschap zal steeds beoordelen of verwerving van grond noodzakelijk is of dat bijzondere omstandigheden aanleiding geven tot afwijking hiervan. Ten tijde van de totstandkoming van dit Projectbesluit is gestart met de minnelijke werving van permanent benodigde percelen en is de verwachting dat met de eigenaar minnelijk tot overeenstemming wordt gekomen.

Op grond van de Nota Grondbeleid -vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het Waterschap Limburg- is het uitgangspunt dat wordt getracht de vispassage met beheer- en onderhoudsstrook via minnelijk overleg in eigendom te verwerven. Mocht het minnelijk overleg niet tot overeenstemming leiden dan kan het waterschap overgaan tot het opleggen van een gedoogplicht.

Tijdelijk gebruiksrecht gronden (tijdelijk ruimtebeslag)

Voor de realisatie van de werken dient de aannemer in veel gevallen ook tijdelijk te beschikken over gronden, als werkstrook (waaronder voor grondtransport, levering van materiaal of inzet van materieel), of anderszins. Daarnaast wordt het permanente ruimtebeslag, waar mogelijk, ook als werkstrook ingezet. Voor het tijdelijke in gebruik van gronden dient een tijdelijk gebruiksrecht te worden geregeld door het sluiten van een overeenkomst waarin het gebruik geregeld wordt, alsmede de aanspraak op schadevergoeding en andere zaken aangaande het tijdelijk gebruiksrecht. De grondeigenaar heeft recht op een vergoeding voor het tijdelijk gebruik en eventueel bijkomende schadevergoedingen. Na realisatie en afwerking van de voorziening komt de grond weer volledig in gebruik bij de grondeigenaar.

Bij geen overeenstemming tussen het waterschap en de grondeigenaar kan een gedoogplicht worden opgelegd.

6.2 Schade en nadeelcompensatie

Voor eventueel financieel nadeel, dat onverhoopt ontstaat als gevolg van de rechtmatige uitvoering van het projectbesluit, kan een belanghebbende een verzoek om schadevergoeding indienen bij het Waterschap Limburg. Verzoeken om nadeelcompensatie die naar aanleiding van dit projectbesluit worden ingediend, vallen onder het bepaalde van afdeling 15.1 van de Omgevingswet.

Een verzoek om schadevergoeding bevat in ieder geval een motivering en een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde schadevergoeding. Overige eisen die aan het verzoek worden gesteld kunnen worden gevonden in de “Verordening Nadeelcompensatie Waterschap Limburg”. 

Voor het verzoek geldt een verjaringstermijn van vijf jaar nadat de schade zich heeft geopenbaard, dan wel nadat de betrokkene redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de schadeveroorzakende gebeurtenis. Voorbeelden van nadelen die mogelijk voor (geheel of gedeeltelijke) vergoeding in aanmerking komen zijn: waardevermindering van gronden en opstallen, inkomensschade en kosten van onder meer schadebeperkende maatregelen. 

Aanvragen voor schadevergoeding worden conform de Verordening Nadeelcompensatie Waterschap Limburg afgehandeld. Een onafhankelijke commissie nadeelcompensatie zal, wanneer het verzoek voldoet aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de verordening, onderzoeken of het geleden nadeel voor vergoeding in aanmerking komt en het bestuur van het waterschap hierover adviseren. Hiervoor gelden onder andere de volgende criteria: 

  • Alleen schade die in vergelijking met andere burgers onevenredig zwaar op iemand drukt, wordt vergoed. Bij de vraag of schade onevenredig is, wordt onder andere gekeken of de schade op een beperkte groep burgers of instellingen drukt en of de schade uitstijgt boven het ‘normaal maatschappelijk risico'. Schade die niet uitstijgt boven het normaal maatschappelijk risico komt niet voor vergoeding in aanmerking. In artikel 15.7 van de Omgevingswet is een vast forfait van 4% opgenomen, dat geldt bij een waardevermindering van een onroerende zaak, indien het gaat om waardevermindering door activiteiten of een maatregel buiten de locatie van die onroerende zaak. 

  • De vergoeding is niet of niet voldoende anderszins verzekerd. Het waterschap streeft ernaar om in een zo vroeg mogelijk stadium overeenstemming met rechthebbenden te bereiken over de schadeafhandeling. Voorbeelden van “anderszins verzekerd” zijn het geven van een financiële vergoeding bij gewas- en structuurschade volgens de normbedragen per vierkante meter van LTO-Gasunie, het herstellen/opnieuw plaatsen van afrasteringen (vergoeding in natura) en reeds vergoede schade tijdens grondverwerving. 

  • Schadevergoeding is niet aan de orde als er sprake is van ‘risicoaanvaarding'. Hiervan is sprake als de betrokkene rekening had moeten houden met de kans dat er een ongunstig besluit zou worden genomen (actieve risicoaanvaarding). Ook als de betrokkene een gunstig regime van voorschriften of beleid voorbij heeft laten gaan zonder dat hij daar gebruik van heeft gemaakt (passieve risicoaanvaarding), heeft hij bij wijziging van dat regime geen recht op schadevergoeding. 

 

Het besluit over vergoeding van de schade wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur van het waterschap. Tegen het besluit over vergoeding van de schade kan bezwaar worden gemaakt. Indien de bezwaarmaker het niet eens is met de beslissing op bezwaar kan hij/zij beroep instellen bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7 Werkingsgebieden, legger, beheer en onderhoud

7.1 Wijzigingen in wet- en regelgeving

Samen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is ook de Waterschapsverordening van Waterschap Limburg (opvolger van de Keur) en de Omgevingsverordening Limburg (opvolger van de Omgevingsverordening Limburg 2014) in werking getreden. In plaats van dat er één leggerwijzigingsbesluit wordt genomen, worden er nu twee wijzigingsbesluiten genomen. Dit zijn wijzigingsbesluiten voor het wijzigingen van de zoneringen ter bescherming van waterstaatswerken (zoals de waterkering) en het vastleggen van ligging, vorm, afmeting en constructie en beheer en onderhoud. Het besluit voor het wijzigen van de werkingsgebieden zoals opgenomen in bijlage 1 van de Waterschapsverordening (voorheen: leggerzoneringen) wordt parallel vastgesteld aan voorliggend projectbesluit.

Nadat het projectbesluit is vastgesteld, is het mogelijk dat de aannemer het ontwerp, binnen de kaders die zijn beschreven in dit projectbesluit, nog optimaliseert. Het leggerwijzigingsbesluit voor het vastleggen van vorm, afmeting en constructie en beheer en onderhoud, stellen we vanwege deze mogelijke optimalisatie pas vast na realisatie van dijkverbetering.

7.2 Besluit tot wijziging van de werkingsgebieden Waterschap Limburg

De maatregelen die zijn opgenomen in dit projectbesluit hebben consequenties voor (de tracés van) het watersysteem. Om een juiste bescherming van het watersysteem te garanderen, is het noodzakelijk om de werkingsgebieden, zoals deze zijn opgenomen in bijlage I van de Waterschapsverordening Waterschap Limburg (hierna: Waterschapsverordening), aan te passen als gevolg van de geplande werkzaamheden. Hiertoe neemt het Dagelijks Bestuur van Waterschap Limburg parallel een Besluit tot wijziging van de werkingsgebieden. De bekendmaking en terinzagelegging loopt hierbij parallel aan de gecoördineerde bekendmaking van het (ontwerp)projectbesluit Omgevingswet met de (ontwerp)omgevingsvergunningen.

7.3 Leggerwijzigingsbesluit

Na realisatie van de maatregelen zoals beschreven in het projectplan Waterwet dijkversterking en -legging Arcen en de maatregelen die zijn opgenomen in dit projectbesluit ‘Vispassage en gemaal Arcen’, wordt in de legger de ligging, vorm, afmeting en constructie van de vispassage, het gemaal en de kering vastgelegd.

In de legger worden deze onderdelen, inclusief overige kunstwerken, opgenomen zoals ze door de aannemer zijn ontworpen en gerealiseerd, binnen de randvoorwaarden van dit projectbesluit en het projectplan Waterwet. Dit gebeurt op basis van as-built tekeningen.

De oude dwarsprofielen en kunstwerken, die zijn opgenomen in de huidige legger, vervallen met het nemen van dit besluit. Indien van toepassing worden in dit leggerwijzigingsbesluit ook de onderhoudsplichtigen aangewezen.

Op basis van de Participatie- en inspraakverordening van Waterschap Limburg wordt dit besluit, overeenkomstig het bepaalde in afdeling 3.4 van de algemene wet bestuursrecht, voorbereid. Gedurende de periode van terinzagelegging kunnen door belanghebbenden en ingezetenen schriftelijke of mondelinge zienswijzen over het ontwerp-leggerwijzigingsbesluit naar voren worden gebracht. Daarna wordt het definitieve leggerwijzigingsbesluit vastgesteld. Er kan tegen het definitieve leggerwijzigingsbesluit door belanghebbenden uitsluitend beroep worden ingesteld tegen het onderdeel onderhoudsplicht. Het onderdeel ‘ligging, vorm, afmeting en constructie’ is niet vatbaar voor beroep.

7.4 Relatie ontwerp met beleid Waterschap Limburg

7.4.1 Waterbeheerprogramma 2022-2027

Het waterbeheerprogramma van Waterschap Limburg focust zich op de volgende drie kernpunten:

1. Klimaatadapatie

2. Waterkwaliteit en ecologie

3. Zuiveren en waterketen

De realisatie van het gemaal en de vispassage zijn in lijn met het beleid van de eerste twee kernpunten; klimaatadaptatie en waterkwaliteit en ecologie, en heeft geen relatie met het derde kernpunt. 

De vispassage Lingsforterbeek is een KRW (kaderrichtlijn water) -maatregel. De KRW is een richtlijn die moet leiden tot verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van oppervlaktewateren, en daarom is deze maatregel in lijn met het kernpunt waterkwaliteit en ecologie uit het waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Limburg. De vispassage verhoogt de ecologische kwaliteit omdat hij bijdraagt aan het opheffen van migratiebarrières voor vissen. De vispassage omzeilt de blokkade van de molen en overbrugt het hoogteverschil. 

Onderdeel van het beleid op klimaatadaptatie is het inrichten van Limburg op weersextremen, waaronder regenextremen. Het gemaal bij Wijmarsche Watermolen wordt gerealiseerd met als doel binnendijks gevallen regenwater af te voeren, en draagt daarom dus bij aan het voorkomen van wateroverlast in Arcen. De vislift zorgt ervoor dat vissen zich vrij kunnen bewegen tussen de rivier en de beken. Dit levert een positieve bijdragen aan de ecologie binnen het gebied zonder dat het de waterveiligheid negatief beïnvloedt. 

7.4.2 Beleidsplan waterkeringen

Het beleidsplan waterkeringen focust zich op zes principes:

1. De veilige waterkering staat voorop

2. Een beheersbaar areaal, nu en in de toekomst

3. De dijk als groen lint in het landschap

4. De kering in zijn omgeving

5. Duurzaam en innovatief

6. Betaalbare waterkeringen

Het initiatief is of in lijn met deze principes of er niet strijdig mee. (1) De functie van de waterkering wordt niet aangetast door de inpassing van de vispassage en het gemaal waardoor de werking behouden blijft. Het project is daarom niet in strijd met het principe “de veilige waterkering staat voorop”.  (2) In dit ontwerp-projectbesluit staat beschreven hoe beheer en onderhoud plaats kan vinden. Het initiatief belemmert het beheer van de waterkering niet en is in lijn met het principe “een beheersbaar areaal, nu en in de toekomst”. (3) De inpassing van de vispassage zorgt voor een verbeterde ecologische kwaliteit waardoor het project bijdraagt aan het principe “de dijk als groen lint in het landschap”. (4) In de planuitwerkingsfase van het project vispassage en gemaal Arcen wordt actief ingezet op participatie van de omgeving. Het doel is om de direct belanghebbenden te betrekken bij het ontwerp en dat vast te leggen in het projectbesluit. Dit sluit aan bij het principe “de kering in zijn omgeving”. (5) Het project wordt emissiearm uitgevoerd om de uitstoot van broeikasgassen en fijnstof te verminderen wat bijdraagt aan het principe “duurzaamheid en innovatief”. Ten slotte, (6) het initiatief is niet in strijd met het principe “betaalbare waterkeringen”, omdat de kosten gedekt zijn (realisatie) of meegenomen in de budgetten (beheer en onderhoud).  

7.4.3 Soortenbeleid Waterschap Limburg

In het soortenbeleid van Waterschap Limburg wordt onderscheid gemaakt tussen gewenste soorten en plaagsoorten. Het beleid voor gewenste soorten is gebouwd op drie pijlers: kansen in projecten, ecologisch onderhoud en beschermingsplannen. Dit project is in lijn met de eerste pijler; kansen in projecten. De vispassage draagt bij aan een verbetering van de ecologische waterkwaliteit door het opheffen van de migratiebarrières voor vissen met als doelsoorten de migrerende beeksoorten van sneller stromende (terras)beken, zoals de Serpeling, Sneep en Winde. Het project is niet in strijd met het soortenbeleid van Waterschap Limburg.

7.5 Relatie met Toetsingskader waterkwaliteit Rijkswaterstaat

De beleidsregel Toetsingskader Waterkwaliteit beschrijft hoe Rijkswaterstaat beoordeelt of activiteiten negatieve effecten kunnen hebben op het watersysteem, en of deze effecten passen binnen het doel om de chemische en ecologische waterkwaliteit te beschermen en te verbeteren. Het doel van dit toetsingskader is het voorkomen van belemmering van kwaliteitsverbetering en achteruitgang van ecologische en chemische kwaliteit. 

Als een ingreep niet plaatsvindt in een ecologisch relevant of kwetsbaar gebied zijn er geen negatieve effecten of de biologische kwaliteitselementen te verwachten. Rijkswaterstaat heeft vuistregels opgesteld voor de bepaling van ecologische relevantie en kwetsbaarheid. Voor rivieren geldt dat bebouwing en infrastructuur in beginsel uitgezonderd zijn van verdere toetsing. De vispassage is een KRW-maatregel en draagt bij aan een ecologische kwaliteitsverbetering. Het gemaal vervangt een huidige uitlaatvoorziening en heeft ook geen negatieve effecten op de ecologische en chemische waterkwaliteit.  De waterkwaliteit blijft gelijk en de pompen zijn visveilig. Dit betekent dat de visoverleefbaarheid meer dan 95% bedraagt voor zowel schubvis als aal, berekend en getest volgens de Europese norm NEN-EN18110:2025 (voorheen NEN8775). Er is een KRW-toets uitgevoerd om de effecten op de Zandmaas in beeld te brengen. Hieruit volgt dat er geen effecten zijn in de eindsituatie en de tijdelijke effecten (vertroebeling) binnen de grenswaarden blijven. 

7.6 Beheer en onderhoud

In het ruimtelijk ontwerp is qua ruimtebeslag rekening gehouden met voldoende bereikbaarheid ten behoeve van toekomstig beheer en onderhoud door het waterschap. De hoofdingang van het gemaal is een waterdichte deur in de gevel (binnendijks van de kistdam). Voor de periodieke inspectie en bediening van het gemaal en het keermiddel in de dijk is toegang voor onderhoudsvoertuigen voorzien via de dijk/kistdam vanuit zowel noord- als zuidzijde. 

Bovenop het gemaal is de verharding van de toegangsweg verbreed tot een kraan-opstelplaats ten behoeve van een telescoopkraan, zodat bij groot onderhoud of calamiteit de pompen of hefschuiven eenvoudig kunnen worden gehesen en afgevoerd. Daarnaast is ook ruimte gereserveerd voor het kunnen opstellen van een mobiel noodstroomaggregaat, om in geval van stroomuitval het gemaal in bedrijf te kunnen houden.

Een afbeelding van het ontwerp met daarin de locatie van de kraanopstelplaats en het noodstroomaggregaat voor beheer en onderhoud.
Figuur 7.1: Locatie kraanopstelplaats en de hijsluiken die staan aangegeven met de rode cirkels. Het noodstroomaggregaat bevindt zich aan de zuidkant achter de kraan

Bij het gemaal is aan zuidzijde tevens een afrit vanaf de dijk voorzien, afgesloten met een hek en poort. Deze leidt enerzijds naar het lagere niveau van het kroosdek, waar een toegangsdeur is voorzien en waar periodiek vuil van het krooshek moet worden verwijderd en afgevoerd. Anderzijds leidt deze afrit naar een tweetal onderhoudspaden net onder en boven de waterlijn, zodat in de toekomst het meegevoerde sediment periodiek benedenstrooms van de watermolen kan worden verwijderd. Dit is van belang voor het gemaal en het keermiddel in de dijk, maar ook voor het goed laten functioneren van de Wijmarsche watermolen.

Een afbeelding van het ontwerp met daarin de locaties van de onderhoudspaden naar de watergang en het kroosbordes. Ook geeft de afbeelding een weergave van waar onderhoud van de watergang mogelijk is middels een (rups)kraan.
Figuur 7.2 Locaties van diverse onderhoudspaden die van belang zijn voor het periodiek verwijderen van vuil van het krooshek en het meegevoerde sediment benedenstrooms van de watermolen

Langs de nieuwe vispassage-beek is eenzijdig aan noord- en westzijde een onderhoudspad van tenminste 4 meter breed voorzien voor periodieke maai en reinigingswerkzaamheden, deze loopt door langs de teen van de dijk tot aan het keermiddel in de dijk. Toegang tot dit pad vindt plaats vanaf de Schans, ten noorden van huisnummer. 20, waar voor dit doel een duiker is voorzien met een afsluitbare poort. Vanaf deze duiker kan het grofrooster in de Lingsforterbeek tevens periodiek worden gereinigd. Ook is deze toegang vanaf de Schans bedoeld voor inspectie- en onderhoudswerk aan de nieuwe en bestaande transformatoren door Enexis.

Een afbeelding van het ontwerp met daarin de locaties van diverse onderhoudspaden die van belang zijn voor periodieke maai- en reinigingswerkzaamheden aangegeven. Ook staat in de afbeelding dat onderhoudsbaden een minimale breedte hebben van 4m t.b.v. onderhoud vispassage.
Figuur 7.3 Locaties van diverse onderhoudspaden die van belang zijn voor periodieke maai- en reinigingswerkzaamheden

Voor de werkzaamheden buitendijks zijn op drie locaties op-/afritten vanaf de groene dijk voorzien om met materieel onderhoud uit te kunnen voeren. De bestaande waterkering aan de noordzijde blijft buitendijks nog aanwezig maar wordt afgegraven tot de stijlrand (het diagonale deel in figuur 7.4). Twee afritten zijn voorzien om beide kanten van de oude dijk bereikbaar te maken.  Via deze afrit is de doorlaat bereikbaar.

Aan de zuidzijde is een onderhoudspad aanwezig bij de aansluiting van de Schans op de N271. 

Een luchtfoto met daarop de onderhoudspaden en openbare weten geprojecteerd. Dit figuur weergeeft de aansluiting van de onderhoudspaden op de openbare wegen.
Figuur 7.4 Aansluiting van onderhoudspaden op de openbare wegen

 

8 Procedures en rechtsbescherming

8.1 Projectbesluit Omgevingswet

Ontwerpbesluiten

Voor de dijkversterking Arcen is al een projectplan Waterwet goedgekeurd (in september 2024) voor de aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen. Voor de vispassage en het gemaal is een projectbesluit niet verplicht. Het nieuwe gemaal is gelegen in de primaire kering. Het betreft een uitwerking van het gemaal zoals was aangeduid in het projectplan Waterwet. Om de volgende redenen is voor het project vispassage en gemaal Arcen gekozen voor een projectbesluit. (1) De projectprocedure sluit goed aan bij de eerder doorlopen procedure (het projectplan Waterwet Arcen). Dit biedt meer duidelijkheid voor de omgeving. (2) De procedure is korter. Bij dit projectbesluit is sprake van direct beroep van de Raad van State. De vispassage en het gemaal zijn niet strijdig met het geldende Omgevingsplan en daarom hoeft het projectbesluit niet als omgevingsvergunning voor een BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) te gelden. 

Op grond van artikel 16.71 lid 1 onder a van de Omgevingswet is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de voorbereiding van dit Projectbesluit. Het ontwerp-projectbesluit wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd gelijktijdig met het ontwerpbesluit wijziging werkingsgebieden en de ontwerpbesluiten van de omgevingsvergunning bouw en werk/werkzaamheden. Gedurende de periode van terinzagelegging kunnen door eenieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren worden gebracht. De zienswijzen worden verzameld en afgestemd met de betrokken bevoegde bestuursorganen. De beantwoording van de ingediende zienswijzen zal worden vastgelegd in een Nota van Zienswijzen. Waar nodig worden aanpassingen in het definitieve Projectbesluit en/of de overige besluiten doorgevoerd. 

Los van de gecoördineerde ontwerp-besluiten (maar het streven is wel tegelijkertijd) wordt de kapvergunning ter inzage gelegd. Die volgt de reguliere vergunningprocedure.

Aansluitend zal het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg, mede op basis van de Nota van Zienswijzen het Projectbesluit definitief vaststellen. Op grond van artikel 16.72 lid 1 van de Omgevingswet behoeft het Projectbesluit goedkeuring van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg.

Het Projectbesluit wordt voorbereid volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De uitvoeringsbesluiten worden vrijwillig gecoördineerd door de Provincie (zie ook paragraaf 1.2). Voorliggend ontwerp-projectbesluit is door het Dagelijks Bestuur van Waterschap Limburg vastgesteld.

De Ow biedt de mogelijkheid in het projectbesluit te bepalen dat het projectbesluit eveneens geldt als een omgevingsvergunning, indien een dergelijke vergunning voor de uitvoering van het projectbesluit is vereist (artikel 5.52, lid 2, onder a, Ow). Daarmee krijgt het projectbesluit juridisch het karakter van een integraal besluit. Dit is bij dit ontwerp-projectbesluit enkel het geval voor werkzaamheden in een beperkingengebiedactiviteit in beheer bij het Rijk. De uitvoering van de in het projectbesluit beschreven maatregelen voor zover die vallen onder de bestemmingsregel ‘Waterstaat – Stroomvoerend deel rivierbed’ zijn aan te merken als vergunningplichtige activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit in beheer bij het Rijk is vereist. Deze omgevingsvergunning is integraal onderdeel van onderhavig projectbesluit. In bijlage C Toelichting mogelijke effecten in het kader van artikel 8.84 Bkl bij dit projectbesluit is een nadere verduidelijking van de mogelijke effecten als gevolg van de aanleg vispassage, gemaal en kistdam in het kader van artikel 8.84 Besluit Kwaliteit Leefomgeving opgenomen.

Daarnaast zullen werkzaamheden verricht worden in een beperkingengebied bij een waterkering. Deze werkzaamheden zijn al vergund in het kader van projectplan waterwet dat voor Dijkversterking Arcen is vastgesteld. Na uitvoering van dit project wordt met het behalen van de mijlpaal van hoogwaterveiligheid het binnendijkse gebied waarin onder andere de vispassage en het gemaal zijn gelegen, door de minister ontdaan van de Beleidslijn Grote Rivieren en van de waterstaatskundige functies binnendijks. Met andere woorden: er is dan geen sprake meer van een beperkingengebied in beheer bij het Rijk, omdat het geheel (de vispassage en het gemaal) binnendijks is komen te liggen. De consequentie dat tot dat moment het waterschap Limburg bevoegd verantwoordelijk is voor de handhaving is acceptabel omdat er enkel de realisatie van het gemaal en de vispassage plaats vindt.  

Definitieve besluiten

Aansluitend zal het Dagelijks Bestuur van Waterschap Limburg, mede op basis van de Nota van Zienswijzen het Projectbesluit Omgevingswet definitief vaststellen. Het vastgestelde Projectbesluit wordt vervolgens ter goedkeuring bij Gedeputeerde Staten van Limburg ingediend. Gedeputeerde Staten nemen binnen maximaal 13 weken na indiening van het definitieve Projectbesluit een goedkeuringsbesluit.

Gedeputeerde Staten maken het goedkeuringsbesluit bekend door toezending aan het waterschap. Daarnaast maken zij de mee gecoördineerde omgevingsvergunning bouw en werk/werkzaamheden met de daarbij horende stukken bekend in het Provinciaal Blad. Het goedkeuringsbesluit (en het daarbij horende definitieve projectbesluit) wordt als informele bijlage bekend gemaakt in het Provinciaal blad. Vervolgens liggen alle stukken ter inzage gedurende een termijn van zes weken. Beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden. Het beroepsschrift moet worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het projectbesluit en het besluit wijziging werkingsgebieden worden bekend gemaakt in het Waterschapsblad (www.overheid.nl). Op de projectpagina Dijkversterking Arcen (www.waterschaplimburg.nl) zullen voor de duidelijkheid linkjes worden geplaatst naar bovengenoemde kennisgevingen en daarmee naar alle relevante besluiten en stukken.

Op het Omgevingsloket (Home - Omgevingsloket (overheid.nl)) is via het tabblad ‘regels op de kaart’ te zien welke regels er gelden op een bepaalde locatie. De regels die als gevolg van het projectbesluit van toepassing zijn, zijn vanaf het moment van publicatie zichtbaar wanneer de daaraan gekoppelde locatie is geselecteerd via het tabblad ‘regels op de kaart’. Het projectbesluit treedt op grond van artikel 16.78 lid 4 van de Omgevingswet vier weken na bekendmaking van het goedkeuringsbesluit (= toezending aan het waterschap) in werking.

Er is sprake van direct beroep bij de Raad van State. In artikel 16.86, eerste lid Omgevingswet is bepaald dat er geen mogelijkheid is tot het indienen van een pro-forma beroepschrift.

8.2 Planologische context

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben gemeenten nog geen omgevingsplan volgens de regels van de Omgevingswet. Er ontstaat door het overgangsrecht een tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het tijdelijk deel bestaat uit de op dat moment geldende bestemmingsplannen en daarmee vergelijkbare instrumenten (waaronder inpassingsplannen) en uit de bruidsschat. Gemeenten hebben tot eind 2031 de tijd om het tijdelijk deel van het omgevingsplan om te zetten naar een nieuw deel van het omgevingsplan. In deze overgangsfase hoeft het projectbesluit nog geen regels te bevatten om het omgevingsplan te wijzigen. Dit volgt uit artikel 22.16 lid 1, eerste zin, Omgevingswet. Voor zover het projectbesluit in strijd is met het omgevingsplan, geldt het projectbesluit dan als een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 22.16 lid 1, tweede zin, Omgevingswet). De gemeente Venlo moet ervoor zorgen dat zij het nieuwe deel van het omgevingsplan in overeenstemming brengen met deze omgevingsvergunning. Dit moet uiterlijk aan het einde van de overgangsfase zijn gebeurd (artikel 4.17 en 22.5 en 22.16, lid 2 Omgevingswet).

Het projectbesluit voor de realisatie van de vispassage en het gemaal past binnen de planologische kaders van het omgevingsplan Dijkverbetering Arcen. Uit de beoordeling van de geldende bestemmingen blijkt dat beide voorzieningen binnen alle relevante bestemmingen zijn toegestaan. Het projectbesluit hoeft daarom niet als BOPA (buitenplanse omgevingsplan activiteit) te gelden voor het onderdeel vispassage en gemaal.  Voor de uitvoering geldt dat voor alle (bouw-)werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig is, volgend uit de vergunningplichten in de planregels. Daarnaast dienen archeologische en cultuurhistorische aspecten – zoals opgenomen in de bestemmingen Waarde – cultuurhistorie 2 en 3 – te worden meegenomen.  

Hieronder een uitsnede van de ‘regels op de kaart’ met vervolgens per bestemming een toelichting.

Een afbeelding met daarop het ontwerp van het gemaal en vispassage gecombineerd met de kaart uit het omgevingsplan zodat zichtbaar is welke bestemmingen er gelden.
Figuur 8.1: Overlap van het project met enkelbestemmingen, dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit het omgevingsplan

De bestemmingen waarbinnen de werkzaamheden worden uitgevoerd zijn (zie ook bovenstaande figuur 8.1):

1. Natuur

2. Recreatie

3. Waterstaat – stroomvoerend rivierbed

4. Waterstaat - waterkering

5. Waarde – cultuurhistorie 3

6. Waarde – cultuurhistorie 2

Vrijwaringszone – dijk 2 (gebiedsaanduiding)

Ad 1. Natuur: bestemd voor o.a. primaire kering en waterhuishoudkundige voorzieningen, ook voor instandhouding/herstel/ontwikkeling natuur (12.1), er mag niet gebouwd worden m.u.v. bouwwerken t.b.v. primaire kering, en overige bouwwerken als ze kleiner zijn dan 2m of t.b.v. de primaire kering zijn. (12.2). De bouwwerken en overige werkzaamheden zijn vergunningplichtig en er kunnen nadere eisen aan gesteld worden. Art 12.2.2 geeft de vergunningplicht weer voor bouwwerken, art 12.5.1 geeft de vergunningplicht voor werk- en werkzaamheden 

Ad 2. Waterstaat – stroomvoerend rivierbed: het is verboden te bouwen (22.2), tenzij het gaat om (22.3) de aanleg van waterstaatkundige (bouw)werken, realisatie natuur, activiteiten met een groot openbaar belang. Art. 22.3 geeft de vergunningplicht weer voor bouwen, art 22.4.1 geeft de vergunningplicht weer voor werkzaamheden. Een deel van het plangebied overlapt met de huidige bestemming ‘waterstaat – stroomvoerend rivierbed’. Dit ligt momenteel buitendijks maar zal na uitvoering van dit project binnendijks liggen. De minister zal dan besluiten om de aanduiding stroomvoerend rivierbed aan te passen. Dan kan vervolgens opgenomen worden in het omgevingsplan.

Ad.3 Recreatie (‘de tuin van de molen’): bestemd o.a. voor waterhuishoudkundige voorzieningen en primaire kering. Er wordt een stukje tuin ‘uitgeruild’ voor de vispassage, die aan te merken is als waterhuishoudkundige voorziening.

Ad 4. Waterstaat – waterkering: bestemd voor de waterkering. Kort gezegd mag er in de dijk alleen gebouwd worden t.b.v. de primaire kering. Het gemaal valt binnen deze bestemming en is ook waterkering, de werkzaamheden passen hierbinnen.  Art 24.2 en 24.3 geven de vergunningplicht voor bouwen, art 24.4 voor werk- en werkzaamheden.

Ad 5 Waarde – cultuurhistorie 3: naast de andere bestemmingen, is deze bestemming bedoelt om de aanwezige waarden te beschermen. De gemeentelijke archeoloog dient gehoord te worden (20.1). Artikelen 20.3 en 20.4 bevatten de vergunningplichten. Bovenop de andere bepalingen over de andere bestemmingen, geldt hier: bij bouwplangebieden kleiner dan 500m2 is een vorm van verstoring van de waarden toegestaan, bij groter dan 500m2 dient het aantoonbaar niet te leiden tot verstoring van de waarden. Bij verstoring en groter dan 500m2 kunnen de volgende voorwaarden in de vergunning worden opgenomen (20.3): maatregelen die getroffen moeten worden om de waarden te behouden, nader onderzoek en archeologische begeleiding. Dan zijn er nog soortgelijke bepalingen waarbij er vergunningen nodig zijn voor ‘uitvoeren werken’, waaronder graven watergangen, sloten etc. (20.4). 

Ad 6. Waarde – cultuurhistorie 2: Deze bestemming is op een gelijke manier opgebouwd als ‘waarde – cultuurhistorie 3’, alleen ligt de grens dan op 100m2 (19.2.1 en 19.2.4). De vergunningplichten volgen uit art. 19.4.

AD 7. Gebiedsaanduiding: vrijwaringszone – dijk 1: Kort gezegd is deze aanduiding bedoeld om de beschermingszone in stand te houden. Het bevat geen belemmeringen, art 27.1 onder c bevat vergunningplicht.

Samenvattend kan gesteld worden dat voor al deze bestemmingen wel bepalingen bestaan waaruit volgt dat voor de vispassage en het gemaal omgevingsvergunningen moeten worden verkregen voordat met de werkzaamheden gestart kan worden.

8.3 Overige vergunningen

Voor het gemaal en vispassage coördineert Provincie Limburg het verlenen van een aantal hoofdvergunningen die nodig zijn voor het gemaal en de vispassage. Gelijktijdig met het projectbesluit en het besluit wijziging werkingsgebieden worden de omgevingsvergunningen bouw en werk/werkzaamheden gecoördineerd met toepassing van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht. De omgevingsvergunning kap wordt gelijktijdig met de  gecoördineerde  ontwerpvergunningen bouwen en werk/werkzaamheden, het ontwerpbesluit wijziging werkingsgebieden en het ontwerpprojectbesluit bekendgemaakt en ter visie gelegd. Dit laatste gebeurt, zodat de kapwerkzaamheden vanaf september 2026 kunnen worden uitgevoerd en mitigerende maatregelen voor de kamsalamander, dassen en bevers tijdig kunnen worden uitgevoerd. 

Daarnaast wordt nog een Melding kap houtopstanden gedaan. 

In het kader van projectplan waterwet ‘dijkversterking  en –verlegging Arcen’ is de Omgevingsvergunning (flora- en fauna-activiteit en N2000 gecombineerd, bevoegd gezag Provincie Limburg) reeds verleend en passend voor de realisatie van het gemaal en de vispassage. Hiervoor is geen wijzigingsvergunning nodig. 

Ten slotte geldt er voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden in de bodem een meld- en informatieplicht. Hieronder vallen zowel het graven in de bodem als het toepassen van grond.

De benodigde besluiten met bijbehorende procedure zijn als volgt:

1. Een gecoördineerde bekendmaking terinzagelegging van het ontwerp-projectbesluit en de ontwerp-omgevingsvergunningen bouwen, werken en werkzaamheden conform afdeling 3.4 algemene wet bestuursrecht;

2. De bekendmaking en terinzagelegging van het wijzigingsbesluit werkingsgebieden waterschapsverordening conform afdeling 3.4 algemene wet. Dit vindt gelijktijdig plaats met punt 1;

3. De omgevingsvergunning kap die de reguliere procedure doorloopt;

4. Een reguliere melding kappen houtopstanden waarbij bezwaar en beroep niet mogelijk zijn.

9 Samenwerking en participatie

9.1 Voornemen en participatie omgeving

In de planuitwerkingsfase van het project vispassage en gemaal Arcen wordt actief ingezet op participatie van de omgeving. Het doel is om belanghebbenden en belangstellenden te betrekken bij het ontwerp en het uiteindelijke projectbesluit. De participatie richt zich op verschillende niveaus: beslissen, coproduceren, adviseren, raadplegen en informeren, raadplegen en coproduceren. Voor de vispassage is coproduceren met Stichting Het Limburgs Landschap (SLL) een belangrijk onderdeel naast informeren en raadplegen, terwijl voor het gemaal de nadruk ligt op raadplegen en informeren. De participanten zijn onderverdeeld in vijf groepen: grondeigenaren (SLL), vertegenwoordigers van belangen (Dorpsraad Arcen en Stichting Heemkunde Arcen), ondernemers (De IJsvogel), huurders van de molenaarswoning en overheden. 

Daarnaast speelt de omgevingswerkgroep Arcen een centrale rol als klankbordgroep, waarin diverse belangen zoals natuur, cultuurhistorie en wonen zijn vertegenwoordigd. Deze werkgroep komt enkele keren per jaar bijeen en bespreekt onder andere de uitkomsten van ontwerpbijeenkomsten.

De participatie in de planuitwerkingsfase van het project vispassage en gemaal Arcen bestaat uit meerdere momenten, gekoppeld aan belangrijke stappen in het proces. Het begint met een voornemen en kennisgeving participatie, waarin iedereen suggesties kan aandragen voor de aanleg en landschappelijke inpassing en de wijze waarop communicatie en participatie plaatsvindt. Vervolgens worden voorlopige ontwerpen besproken met betrokkenen zoals grondeigenaren, bewoners, ondernemers en belangenorganisaties. Deze groepen worden op verschillende manieren betrokken, zoals via ontwerpsessies, keukentafelgesprekken en vergaderingen.

Daarnaast vindt participatie plaats tijdens het effectenonderzoek, waarbij reacties op milieueffecten worden verzameld. In de formele fase kunnen belanghebbenden zienswijzen indienen op het ontwerp-projectbesluit en de vergunningen. Deze zienswijzen kunnen leiden tot aanpassingen in het ontwerp.

Op het voornemen en het Communicatie- en Participatieplan vispassage en gemaal Arcen zijn geen reacties binnengekomen. De reactieperiode van zes weken (startend op 25 november 2025) is verstreken zonder dat er zienswijzen zijn ingediend. Een Nota van Antwoord hoeft daarom niet te worden opgesteld/vastgesteld. De planning van het gemaal en de vispassage is op hoofdlijnen als volgt:

  • Tot en met februari 2026 opstellen definitief ontwerp

  • Maart 2026: ontwerp projectbesluit met mogelijk vergunningsaanvragen gereed

  • Mei 2026:

    • Start terinzagelegging gecoördineerd ontwerpprojectbesluit met de ontwerp omgevingsvergunning bouwen en ontwerp omgevingsvergunning werk/werkzaamheden

    • Gelijktijdige start terinzagelegging ontwerp wijzigingsbesluit werkingsgebieden waterschapverordening

    • Gelijktijdige terinzagelegging reguliere omgevingsvergunning kap

  • September 2026: start kapwerkzaamheden en uitvoeren mitigerende maatregelen kamsalamander, bevers en dassen

  • Oktober 2026: start terinzagelegging goedgekeurd projectbesluit met definitieve vergunningen voor mogelijk beroep

  • Oktober 2026: ook het definitief besluit wijziging werkingsgebieden ligt ter inzage. Beroep instellen is niet mogelijk tegen dit besluit

  • December 2026: start aanleg vispassage en gemaal. Verwacht mei – juni 2027 klaar.

Deze planning is op hoofdlijnen en er kunnen geen rechten aan worden ontleend.

9.2 Participatievormen

In de planuitwerkingsfase worden verschillende participatievormen ingezet. In tabel 9.1 is hier een overzicht van gegeven.

Participatievormen

Ronde/onderwerp

Gesprekpartners

Wat ophalen / presenteren?

Participatie-vormen

Planning

Kennisgeving

 

Alle groepen en belangstellenden

 

Mogelijke oplossingen aanleg en inpassing

 

Publicatie Kennisgeving

 

Q4 2025

 

Ontwerp & inpassing 

 

 

Voorlopig /

definitief ontwerp

1. Grondeigenaar (SLL)

2. Vertegenwoordigers van een belang (Dorpsraad Arcen, Stichting Heemkunde Arcen)

3. Ondernemer van De IJsvogel

4. Huurders molenaarswoning

5. Omgevingswerkgroep

Presentatie VO’s: opmerkingen, ideeën, wensen

 

Presentatie DO:

terugkoppeling en onderbouwing

 

Laatste punten m.b.t. ontwerp

Ontwerpsessie/ Keukentafel-gesprek met groepen 1, 3 en 4

 

Vergadering met groepen 2 en 5

Q3-Q4 2025

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Effectenonderzoek 

Alle groepen

Reactie 

 

Combineren met een bijeenkomst 

Q1 2026

Ontwerp projectbesluit en ontwerp-vergunningen

 

Alle groepen en belangstellenden

Opmerkingen en vragen op projectbesluitplan en uitvoeringswijze  

 

Inloop-bijeenkomst

 

Mogelijkheid voor indienen zienswijze

Q1 2026

Projectbesluit, Nota van Antwoord en vergunningen

 

 

Alle groepen en belangstellenden, specifiek indieners van zienswijze

Reactie op zienswijze in Nota van Antwoord

Mogelijkheid voor beroep

Q4 2026 

10 Begrippenlijst

10.1 Begrippenlijst

Deze verklarende woordenlijst gebaseerd op de begrippenlijst die is gepubliceerd via de website van Waterschap Limburg (Bron: https://www.waterschaplimburg.nl/uwbuurt/artikel/veelgestelde-vragen/begrippenlijst/ ).

Binnendijks

Gebied aan de landzijde van de dijk.

Buitendijks

Gebied aan de rivierzijde (in dit geval de Maaszijde) van de dijk.

Dit figuur geeft een visuele weergave van de termen “buitendijks”, “binnendijks”, “rivierbed” en “hoge grond”. “Buitendijks” is het gebied aan de kant van de Maas, de rivierzijde van de dijk. “Binnendijks” is het gebied aan de landzijde van de dijk. “Rivierbed” is het stroomgebied van de Maas. In de loop der jaren zijn in dit Maasdal mensen gaan wonen en werken. “Hoge grond” is grond die door hun hoogteligging niet de bescherming van de dijk nodig hebben.
Figuur 10.1 schematische weergave onderscheid binnendijks en buitendijks

Dijkversterking

Bij een dijkversterking wordt een bestaande dijk opgehoogd en/of versterkt.

Dit figuur geeft een visuele weergave van een dijkversterking. De dijk wort opgehoogd of versterkt waardoor een groter deel van het binnendijkse gebied gezien wordt als hoge gronden.
Figuur 10.2 schematische weergave dijkversterking en nieuw binnendijks gebied

Duiker

Een constructie, meestal een buis, die water onder een weg, spoorweg of dijk doorleidt.

Ecologische verbindingszone

Ruimtelijke verbinding die soorten helpt om zich tussen leefgebieden te verplaatsen.

Gedoogplicht bij uitvoerende werkzaamheden

Voor de uitvoering van de werkzaamheden zijn soms gronden nodig die tijdelijk of permanent gebruikt moeten worden, bijvoorbeeld voor het realiseren van een nieuwe dijk, het aanleggen van werkterreinen of het uitvoeren van bouwactiviteiten. Indien u niet wenst mee te werken, kan het waterschap daarom een gedoogplicht opleggen. Dat wil zeggen dat het waterschap zonder toestemming de werkzaamheden op of via de betreffende percelen kan uitvoeren. In sommige gevallen kan het waterschap daarnaast overgaan tot onteigening wanneer permanente grondverwerving noodzakelijk is. Uiteraard probeert het waterschap altijd eerst in goed overleg afspraken te maken over het betreden van de percelen.

Gemaal

Een kunstwerk dat water omhoog pompt om te zorgen dat een gebied niet te nat wordt.

Hoogwater

Bij hoogwater staat het water in de rivier zo hoog dat dit kan leiden tot overstromingen. Na de hoogwaters in 1993 en 1995 is hard gewerkt aan de beveiliging tegen Maashoogwater. Waterschap Limburg blijft werken aan sterke dijken in heel Limburg om zo te bouwen aan een goede hoogwaterbescherming voor de toekomst.

Hydraulische knelpunten

Locaties waar de waterafvoer of stroming wordt beperkt door de aanwezige infrastructuur of ontwerpkeuzes.

Kering (waterkering)

Een grondlichaam en/of constructie die water tegenhoudt, bijvoorbeeld een dijk.

Kruin

Het bovenste vlakke gedeelte van een dijk.

Legger

Dit is een kaart waar de kering op staat aangegeven, inclusief het gebied waarbinnen de regels van het waterschap van toepassing zijn. De ligging en het ontwerp van de kering uit het projectplan zijn de basis voor de legger.

Milieueffectrapportage (MER)

Een Milieueffectrapportage brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit wordt genomen over dat plan. Specifiek voor dijkversterkingen gaat dit over de milieugevolgen van de verschillende alternatieven die met elkaar worden vergeleken. De resultaten van dit onderzoek worden gepubliceerd in een rapport, het MER.

Minnelijke verwerving

Waterschap Limburg probeert gronden die nodig zijn voor de dijkversterking of -verlegging zo veel mogelijk op minnelijke basis aan te kopen. Dat wil zeggen dat vrijwillig overeenstemming wordt bereikt over onder andere de aankoopprijs en de vergoeding.

Nota van Zienswijzen / Nota van Antwoord

Na het indienen van zienswijzen, worden deze beoordeeld. De formele, inhoudelijke terugkoppeling op de zienswijze noemt men een Nota van Antwoord.

Participatie

Het betrekken van belanghebbenden, zoals burgers en bedrijven, bij besluitvormingsprocessen, vaak in de context van ruimtelijke ordening en infrastructuurprojecten.

Planuitwerkingsfase

Dit is een fase in een dijkversterkingsproject. In de planuitwerkingsfase werken we het voorkeursalternatief verder uit tot een ontwerp-projectplan. Dit plan moet worden goedgekeurd en er moeten vergunningen voor worden afgegeven. Belanghebbenden kunnen formeel reageren door een zienswijze in te dienen. Daarna neemt het bestuur van het waterschap een besluit. Waar nodig wordt grond aangekocht en we bereiden de aanbesteding van de bouw voor.

Projectbesluit Omgevingswet

Met ingang van 2024 is landelijk de nieuwe Omgevingswet van kracht. Deze wet vervangt 26 bestaande wetten tot één wet met één samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures.

Het (Ontwerp) Projectplan Waterwet (zie de toelichting van dit begrip hieronder) wordt dan (Ontwerp) Projectbesluit Omgevingswet.

Projectplan Waterwet

Het waterschap werkt het voorkeursalternatief (VKA) voor de dijkversterking uit tot een ontwerp projectplan Waterwet. Dit plan en de bijbehorende vergunningen en de legger gaan in procedure. Dat wil zeggen dat belanghebbenden dan formeel kunnen reageren op de plannen. Daarna wordt het projectplan Waterwet vastgesteld door het Dagelijks Bestuur van het Waterschap en vervolgens goedgekeurd door het college van Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie.

Lees meer over de Waterwet op www.overheid.nl.

Realisatiefase

Dit is een fase in een dijkversterkingsproject. In de realisatiefase gaat na grondverwerving en aanbesteding het werk buiten echt beginnen. De schop gaat in de grond. Hiervoor werkt het waterschap samen met deskundige bouwbedrijven. We noemen dit ook wel de uitvoeringsfase.

Rivierbed

Het stroomgebied van de Maas. Daar waar het water niet alleen onder normale omstandigheden, maar ook tijdens extreem hoogwater kan komen. Zie figuur bij definitie “Buitendijks”.

Stikstofdepositie

De neerslag van stikstofverbindingen uit de lucht op de grond of in water, wat kan leiden tot milieuproblemen zoals verzuring en vermesting. 

Vispassage / Vislift

Een vispassage is een breder begrip voor elke voorziening (vislift, vistrap, bypass) die vissen helpt om obstakels zoals stuwen te passeren, zodat ze vrij kunnen migreren binnen en tussen waterlichamen. Waar in dit projectbesluit wordt gesproken over een vispassage, wordt daarmee specifiek een vislift bedoeld. Een vislift is een kunstwerk dat vissen helpt hoogteverschillen te overbruggen. De vislift functioneert als een spiraalvormige passage met opeenvolgende kamers, waarin een gecontroleerde waterstroom aanwezig is. Hierdoor kunnen vissen stap voor stap omhoog of omlaag zwemmen en zicht veilig verplaatsen van het ene naar het andere waterlichaam.

Een visuele weergave van een vispassage / vislift. Aan de ene zijde van de vispassage is het waterpeil hoger dan aan de andere zijde.
Figuur 10.3 opengewerkte weergave vislift met rustkamers

Zonering

Het indelen van een gebied in zones met specifieke functies of gebruiksdoelen, zoals wonen, werken, recreatie of natuur. 

11 Referenties

11.1 Overzicht referenties

Onderstaande stukken zijn geraadpleegd voor het beschrijven van de effecten op de leefomgeving:

  • RAAP. (2025).  Quickscan plangebied Dijkversterking Arcen – projectbesluit vispassage De IJsvogel te Arcen, d.d. 26‑11‑2025

  • ECG. (2025). Beschrijving OO-proces, d.d. 29‑1‑2025

  • ECG. (2025). Overzichtstekening Dijkversterking Arcen [overzichtstekening]. Kenmerk: 170-023

  • HNS. (2025). Memo cultuurhistorische impact Wijmarsche watermolen & Lingsforterbeek Arcen, d.d. 22‑12‑2025

  • Dijkzone Alliantie Arcen. (2025). Bouwlogistiek en fasering van het gemaal en vispassage, d.d. 18‑11‑2025. Ref: 042207736-001488 

  • Geonius. (2022). Verkennend (water)bodemonderzoek, d.d. 9‑09‑2022. Documentnummer: MA200271.013.R02.V5.0 

  • Dijkzone Alliantie Arcen. (2025). NT-spots [overzichtstekening]. Afperking milieu 6-11 

  • Fugro. (2025). Geohydrologsiche effectenstudie Arcen Zuid, d.d. 17‑11‑2025. Ref: 042207736-003723

  • Eco Assist B.V. (2025). Effectbeoordeling wijziging ingreep vispassage Wijmarsche Watermolen, d.d. 24‑11‑2025 

  • TAUW (2026). Dijkversterking Aren – KRW Toets 2026, d.d. 2‑2‑2026, kenmerk R001-1291092-026JPT-V01

 

Naar boven