Waterschapsblad van Waterschap Vallei en Veluwe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Vallei en Veluwe | Waterschapsblad 2025, 13137 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterschap Vallei en Veluwe | Waterschapsblad 2025, 13137 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening behandeling van bezwaren Waterschap Vallei en Veluwe 2025
Het algemeen bestuur van Waterschap Vallei en Veluwe,
op het voorstel van het college van dijkgraaf en heemraden van 4 maart 2025,
overwegende dat het wenselijk is algemene regels vast te stellen omtrent de behandeling van bezwaren;
gelet op artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht,
vast te stellen de volgende ‘Verordening behandeling van bezwaren Waterschap Vallei en Veluwe 2025’:
Artikel 3 Beslissing op bezwaren
Het bestuursorgaan beslist op de bij hem ingediende bezwaren na advies van de commissie, en desgevraagd over de kostenvergoeding als bedoeld in artikel 7:15 van de wet, na advies van de commissie. Het bestuursorgaan beslist zonder advies van de commissie indien de informele aanpak als bedoeld in artikel 9 lid 4 daartoe aanleiding geeft.
Artikel 4 Samenstelling commissie
De commissie bestaat uit één of meer voorzitters en tenminste twee leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het college van dijkgraaf en heemraden. Per zitting treden een voorzitter en bij voorkeur twee leden op, met inachtneming van artikel 14 en met dien verstande dat er niet meer dan twee leden per zitting optreden. De commissie regelt de samenstelling van de commissie per zitting.
De voorzitter en de leden van de commissie treden af op 1 januari van het kalenderjaar volgend op het aftreden van het college van dijkgraaf en heemraden. Het bepaalde in de vorige zin is niet van toepassing indien een of meer leden van het college van dijkgraaf en heemraden aftreden overeenkomstig artikel 41 lid 5 Waterschapswet.
Het secretariaat van de commissie wordt gevoerd door één van de door of namens het college van dijkgraaf en heemraden aangewezen ambtenaren of externen.
Artikel 13 Overdracht bevoegdheden
De bevoegdheden ingevolge de artikelen 2:1, derde lid en 7:6 vierde lid van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie.
Voor het houden van de zitting is vereist dat tenminste een voorzitter en een lid van de commissie aanwezig zijn.
Artikel 15 Onpartijdigheid voorzitter en leden commissie
De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de voorbereiding van en beraadslaging over het advies inzake de beslissing op het bezwaar, indien bij hen sprake is van vooringenomenheid of persoonlijk belang bij de beslissing.
Indien na afloop van de zitting, doch voor het uitbrengen van advies, nader onderzoek wenselijk is, kan de voorzitter van de commissie uit eigen beweging of op verzoek van de commissie dit onderzoek houden. Verkregen informatie of adviezen worden in afschrift aan het bestuursorgaan en belanghebbenden toegezonden.
Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van twaalf weken, als bedoeld in artikel 7:10 van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van advies door de commissie en het nemen van een beslissing op het bezwaar door het bestuursorgaan, verzoekt hij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig de beslissing op het bezwaar te verdagen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van 12 mei 2025.
drs. ing. K.A. Blokland
secretaris
mr. S.H.M. Ornstein MCPm
dijkgraaf
Toelichting bij de Verordening behandeling van bezwaren Waterschap Vallei en Veluwe 2025
Indien tegen een besluit van het waterschap beroep op de administratieve rechter openstaat, dient ingevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), alvorens tegen dat besluit beroep in te stellen, eerst bezwaar te worden gemaakt bij het orgaan dat het besluit heeft genomen, tenzij het besluit:
Ook vindt geen behandeling van het bezwaar plaats indien het bestuursorgaan instemt met het verzoek tot rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter, ingevolge artikel 7:1a van de Awb.
Bij de behandeling van bezwaren is het bestuursorgaan verplicht belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord.
Dit horen geschiedt door een adviescommissie voor de behandeling van bezwaarschriften als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb. De voorzitter maakt geen deel uit van of is niet werkzaam voor het bestuursorgaan. Deze wijze van horen biedt de beste waarborg voor een onafhankelijke behandeling van bezwaarschriften en blijkt in de praktijk een aanzienlijke zeeffunctie te vervullen op het instellen van beroep bij de administratieve rechter, de rechter die bevoegd is voor overheidsbesluiten.
Deze verordening regelt het horen niet uitputtend omdat in de Awb zelf al een aantal bepalingen voor het horen staat. Deze bepalingen zijn deels dwingende bepalingen, waarvan alleen in de wet kan worden afgeweken. Verder dient rekening te worden gehouden met de gelaagde structuur van de Awb. Dit betekent dat regeling van algemeen naar bijzonder plaats heeft. Zo zijn, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit, op de behandeling van bezwaren van toepassing, naast de algemene en bijzondere bepalingen over bezwaar en beroep (hoofdstukken 6 en 7), de definitiebepalingen (hoofdstuk 1), de bepalingen over het verkeer tussen burgers en bestuursorganen (hoofdstuk 2), de algemene bepalingen over besluiten (hoofdstuk 3), alsmede de bijzondere bepalingen over bepaalde besluiten, met name beschikkingen (hoofdstuk 4).
Het waterschap hanteert als uitgangspunt bij de behandeling van alle ingekomen bezwaarschriften een informele aanpak. Het toepassen en invullen van een informele aanpak is afhankelijk van de inhoud van het ingediende bezwaarschrift en wordt in overleg met de betrokken teams binnen het waterschap bepaald. Als een informele aanpak geen oplossing biedt, dan wordt het bezwaarschrift in handen van de commissie gesteld (zie artikel 8).
Artikel 2 Commissie (bezwarenadviescommissie)
De formeel wettelijke grondslag voor het instellen van een commissie voor de voorbereiding van beslissingen op bezwaren is vervat in artikel 7:13 Awb. Omdat bij de afhandeling van fiscale bezwaarschriften geen beleidsmatige heroverweging plaatsvindt, worden fiscale bezwaarschriften niet in de commissie behandeld. Daarnaast staat het behandelen van bezwaarschriften met betrekking tot belastingen in een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de wet op gespannen voet met de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen.
Het bepaalde onder b, c en d ligt in de lijn van het bepaalde in artikel 7:17 van de Algemene wet bestuursrecht. In dat artikel is bepaald dat van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien indien:
Artikel 4 Samenstelling commissie
De Awb schrijft in artikel 7:13 ten aanzien van de voorzitter voor dat deze geen deel mag uitmaken van of niet werkzaam mag zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.
De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd door het college van dijkgraaf en heemraden. Daaruit volgt dat het aftreden van de voorzitter en de leden van de commissie samenvalt met het aftreden van de leden van het dagelijks bestuur.
In artikel 41 lid 5 van de Waterschapswet is bepaald dat het algemeen bestuur een of meer leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, ontslag kan verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten. In een dergelijk geval is het niet de bedoeling dat ook de bezwarenadviescommissie aftreedt, daarom is in de laatste zin van lid 1 een uitzondering gemaakt.
Uitgangspunt is dat voorzitters en leden niet onbeperkt zitting hebben in de commissie, maar na twee termijnen opstappen. Dijkgraaf en heemraden kunnen echter (gemotiveerd) besluiten een voorzitter of lid voor een vervolgtermijn benoemen indien daaraan behoefte bestaat.
Artikel 8 Ontvangst bezwaarschrift
Artikel 6:14 Awb verplicht tot schriftelijke bevestiging van ontvangst van een bezwaarschrift. Een bezwaarschrift is tijdig ingediend, indien het voor het einde van zes weken is ontvangen of bij verzending binnen Nederland, indien het voor het einde van de termijn per post is bezorgd. Als de termijn wordt overschreden is het bezwaar niet-ontvankelijk.
Bij de informele aanpak wordt, voordat het bezwaar aan de bezwarenadviescommissie wordt voorgelegd, gekeken of een informele oplossing van het bezwaar mogelijk is. De informele oplossing kan bijvoorbeeld bestaan uit het toepassen van mediation-technieken, een extra uitleg over het besluit waardoor wederzijds begrip ontstaat of een goed gesprek tussen alle belanghebbende partijen, waarbij (al dan niet binnen de grenzen van bijvoorbeeld een vergunning) wordt gekeken of partijen elkaar nog tegemoet kunnen komen. Tijdens deze informele gesprekken kan ook nieuwe informatie boven tafel komen, die maakt dat het besluit waartegen het bezwaar zich richt toch moet worden herzien. Het is dan niet altijd noodzakelijk om het advies van de commissie in te winnen. Dit is expliciet opgenomen in artikel 3: het bestuursorgaan beslist zonder advies van de commissie indien de informele aanpak als bedoeld in artikel 9 lid 4 daartoe aanleiding geeft.
Artikel 10 Inlichtingen en advies
De voorzitter van de commissie draagt zorg voor een voldoende voorbereiding van de advisering over de beslissing op het bezwaar. Ten behoeve daarvan is het noodzakelijk dat hij alle inlichtingen kan inwinnen, die benodigd zijn voor een beoordeling van de ontvankelijkheid en de zaak zelf. Het inwinnen van advies bij externe deskundigen brengt uitgaven met zich die ten laste van het waterschap komen. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de begroting, zodat het aan dit bestuursorgaan is om te beoordelen of de betrokken uitgaven kunnen worden gedaan.
Artikel 11 Plaats en tijdstip zitting
De termijn tussen de oproeping en de zitting dient zodanig te zijn dat belanghebbenden en het bestuursorgaan voldoende tijd hebben om zich op de zitting voor te bereiden. Gekozen is voor een termijn van drie weken (zie artikel 12), mede in verband met de termijn van twaalf weken waarbinnen, behoudens verdaging, op het bezwaar moet zijn beslist (artikel 7:10 Awb). Voorzien is in de mogelijkheid om uitstel van de zitting te verzoeken. Als regel zou kunnen worden gehanteerd dat een zodanig verzoek eenmalig en voor een beperkte tijd wordt gehonoreerd om overschrijding van de beslistermijn te voorkomen.
Artikel 12 Uitnodiging zitting
Deze bepaling regelt de overdracht van:
Het stellen van een termijn voor verzuimherstel was eerder gedelegeerd aan de voorzitter van de commissie. In de praktijk ligt het meer voor de hand om deze termijn door (of in mandaat namens) het college van dijkgraaf en heemraden te laten stellen. Hiermee wordt voorkomen dat de voorzitter van de commissie moet worden ingeschakeld voor zaken van hoofdzakelijk administratieve aard.
Artikel 13 Overdracht bevoegdheden
Voor een omschrijving van de hier genoemde bevoegdheden, zie de toelichting op artikel 12.
Artikel 16 Openbaarheid zitting
Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb besluit het bestuursorgaan of het horen in het openbaar plaatsvindt, tenzij bij wettelijke regeling anders is bepaald. De onderhavige Verordening bepaalt dat het horen in principe in het openbaar plaatsvindt. Uitzondering op deze regel blijft mogelijk, bijvoorbeeld in het geval bijzonder persoonlijke zaken van familiaire, medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen.
Artikel 17 Verslaglegging zitting
Artikel 7:7 Awb bepaalt dat van het horen een verslag wordt gemaakt, maar stelt geen inhoudelijke eisen aan de verslaglegging. Deze eisen worden in de onderhavige bepaling gesteld. Ingevolge artikel 7:13, zesde lid Awb maakt het verslag deel uit van het advies van de commissie aan het bestuursorgaan.
Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om belanghebbenden en bestuursorgaan opnieuw te horen. De onderhavige bepaling voorziet in de mogelijkheid de commissie te verzoeken daartoe een nieuwe zitting te houden. Artikel 7:9 Awb bepaalt dat, indien het in vorenbedoeld geval feiten of omstandigheden betreft die voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, belanghebbenden opnieuw in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord.
De beslistermijn bedraagt twaalf weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken, behoudens de mogelijkheid tot opschorting en/of verdaging. Deze bepaling verlangt van de voorzitter van de commissie dat, ingeval hij voorziet dat de termijn van twaalf weken niet wordt gehaald, hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt om de beslissing op het bezwaar te verdagen. Het besluit tot verdaging is een beschikking. Op grond van artikel 7:14 Awb zijn de artikelen 3:41-3:45 van de wet, over de bekendmaking en mededeling van besluiten, hier niet van toepassing. De beslissing tot verdaging moet wel - eventueel door toezending aan belanghebbenden – worden bekendgemaakt omdat artikel 3:40 Awb (een besluit treedt niet in werking dan nadat het is bekendgemaakt) in artikel 7:14 van die wet niet van toepassing is uitgesloten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2025-13137.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.