Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 2018, 8Verdrag

22 (2017) Nr. 1

A. TITEL

Protocol tot wijziging van het verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de staat Israël ondertekend te Jerusalem op 25 april 1984 en herzien op 17 juli 2001;

Jerusalem, 4 december 2017

Voor een overzicht van de verdragsgegevens, zie verdragsnummers 000109, 009420 en 010973 in de Verdragenbank.

B. TEKST 1)


Protocol tot wijziging van het verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de staat Israël ondertekend te Jeruzalem op 25 april 1984 en herzien op 17 juli 2001

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Staat Israël,

hierna „de Verdragsluitende Partijen”,

Geleid door de wens het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël, ondertekend te Jeruzalem op 25 april 1984, zoals herzien bij het Verdrag, ondertekend te Jeruzalem op 17 juli 2001, hierna te noemen „het Verdrag”, te wijzigen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel I Export van uitkeringen

Artikel 4, eerste lid, van het Verdrag wordt vervangen door het volgende lid:

  • „1. Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, kunnen pensioenen en andere uitkeringen, met uitzondering van werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslagen en toeslagen ingevolge de Toeslagenwet van 6 november 1986, niet worden verminderd, gewijzigd, geschorst of ingetrokken op grond van het feit dat de uitkeringsgerechtigde op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont.”

Artikel II Toepassing van het woonlandbeginsel

Het volgende nieuwe artikel wordt na artikel 4 van het Verdrag ingevoegd:

”Artikel 4a

Voor zover door de Nederlandse wetgeving wordt vereist en niettegenstaande artikel 4, wordt het woonlandbeginsel toegepast. Dit houdt in dat het bedrag van een uitkering wordt aangepast aan de kosten van levensonderhoud in het woonland van de uitkeringsgerechtigde.”

Artikel III Overgangsbepalingen

  • 1. Niettegenstaande het bepaalde in artikel I van dit Protocol, blijft artikel 4 van het Verdrag, zoals ongewijzigd door dit Protocol, van toepassing op een persoon die een uitkering ontvangt op de datum waarop dit Protocol in werking treedt ten aanzien van die uitkering, zolang deze persoon en het kind in hetzelfde land wonen als op de datum van inwerkingtreding van dit Protocol en zolang deze persoon, zonder onderbreking, blijft voldoen aan de overige voorwaarden voor het recht op de uitkering.

  • 2. Een toeslag ingevolge de Toeslagenwet van 6 november 1986 die ontvangen wordt door een persoon op de datum van inwerkingtreding van dit Protocol, wordt over een termijn van drie jaar verminderd zolang de persoon die de uitkering ontvangt in hetzelfde land woont als op de datum van inwerkingtreding van dit Protocol en zolang deze persoon, zonder onderbreking, blijft voldoen aan de overige voorwaarden voor het recht op die uitkering:

    • in het eerste jaar is de toeslag gelijk aan de toeslag die deze persoon zou ontvangen indien hij in Nederland zou wonen;

    • in het tweede jaar bedraagt de toeslag 2/3 van de toeslag die deze persoon zou ontvangen indien hij in Nederland zou wonen;

    • in het derde jaar bedraagt de toeslag 1/3 van de toeslag die deze persoon zou ontvangen indien hij in Nederland zou wonen.

  • 3. Niettegenstaande het bepaalde in artikel II van dit Protocol, blijft artikel 4 van het Verdrag, zoals ongewijzigd door dit Protocol, van toepassing op een persoon die een uitkering ontvangt op de datum waarop dit Protocol in werking treedt ten aanzien van die uitkering, zolang deze persoon in hetzelfde land woont als op de datum van inwerkingtreding van dit Protocol en zolang deze persoon, zonder onderbreking, blijft voldoen aan de overige voorwaarden voor het recht op die uitkering.

Artikel IV Inwerkingtreding

  • 1. De Partijen stellen elkaar schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun onderscheiden constitutionele procedures die vereist zijn voor de inwerkingtreding van dit Protocol.

  • 2. Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na de datum van de laatste kennisgeving.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun respectieve Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Jeruzalem op 4 december 2017, in de Nederlandse, de Hebreeuwse en de Engelse taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn. In geval van verschillen in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden, G.A. BESCHOOR PLUG

Voor de Staat Israël, HAIM KATZ



Protocol amending the convention on social security between the Kingdom of the Netherlands and the State of Israel, signed at Jerusalem on 25 April 1984 and revised on 17 July 2001

The Kingdom of the Netherlands

and

the State of Israel,

hereinafter “the Contracting Parties”,

Wishing to amend the Convention on social security between the Kingdom of the Netherlands and the State of Israel, signed at Jerusalem on 25 April 1984, as revised by the Convention, signed at Jerusalem on 17 July 2001, hereinafter “the Convention”,

Have agreed as follows:

Article I Export of benefits

Article 4, paragraph 1, of the Convention shall be replaced by the following :

  • “1. Except where otherwise provided in this Convention, pensions and other benefits, apart from benefits in respect of unemployment, children’s allowances and supplementary benefits under the Supplementary Benefits Act of 6 November 1986, may not be reduced, modified, suspended or withdrawn on account of the beneficiary residing in the territory of the other Contracting Party.”

Article II Application of the country of residence principle

The following new Article shall be inserted after Article 4 of the Convention:

”Article 4a

In so far as Dutch legislation so requires and notwithstanding Article 4, the country of residence principle shall be applied. This means that the amount of a benefit is adjusted to the cost of living in the country of residence of the beneficiary.”

Article III Transitional provisions

  • 1. Notwithstanding Article I of this Protocol, Article 4 of the Convention shall continue to be applied as unamended by this Protocol to the person who is in receipt of a benefit on the date of entry into force of this Protocol regarding that benefit, for as long as this person and the child are resident in the same country as on the date of entry into force of this Protocol and for as long as this person continues to fulfill, without interruption, the other conditions for entitlement to the benefit.

  • 2. A benefit under the Supplementary Benefits Act of 6 November 1986, received by a person on the day of entry into force of this Protocol, shall be reduced over a period of three years, for as long as the person in receipt of this benefit is resident in the same country on the date of entry into force of this Protocol and for as long as the person continues to fulfil, without interruption,the other conditions for entitlement to the benefit:

    • a) in the first year the benefit shall be equal to the benefit this person would receive if he would reside in the Netherlands;

    • b) in the second year the benefit shall be 2/3 of the benefit this person would receive if he would reside in the Netherlands;

    • c) in the third year the benefit shall be 1/3 of the benefit that this person would receive if he would reside in the Netherlands.

  • 3. Notwithstanding Article II of this Protocol, Article 4 of the Convention shall continue to be applied as unamended by this Protocol to the person who is in receipt of a benefit on the date of entry into force of this Protocol regarding that benefit, for as long as this person is resident in the same country as on the date of entry into force of this Protocol is and for as long as this person continues to fulfill, without interruption, the other conditions for entitlement to the benefit.

Article IV Entry into Force

  • 1. The Parties shall notify each other in writing of the accomplishment of their respective constitutional procedures required for the entry into force of this Protocol.

  • 2. This Protocol shall enter into force on the first day of the third month after the date of the last notification.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed the present Protocol.

DONE in duplicate at Jerusalem this 4 December 2017, in the Dutch, Hebrew and English languages, all texts being equally authentic. In case of any divergence of interpretation, the English text shall prevail.

For the Kingdom of the Netherlands, G.A. BESCHOOR PLUG

For the State Israel, HAIM KATZ


D. PARLEMENT

Het Protocol behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan het Protocol kan worden gebonden

G. INWERKINGTREDING

De bepalingen van het Protocol treden ingevolge artikel IV, tweede lid, in werking op de eerste dag van de derde maand volgend op de datum van de laatste kennisgeving door de verdragsluitende partijen, dat hun onderscheiden constitutionele procedures die vereist zijn voor de inwerkingtreding van het Protocol zijn voltooid.

Uitgegeven de zestiende januari 2018.

De Minister van Buitenlandse Zaken, H. ZIJLSTRA


X Noot
1)

De Hebreeuwse tekst is niet opgenomen.