18 (2016) Nr. 2

A. TITEL

Verdrag van de Raad van Europa inzake een integrale benadering van veiligheid, beveiliging en gastvrijheid bij voetbalwedstrijden en andere sportevenementen;

Saint-Denis, 3 juli 2016

Voor een overzicht van de verdragsgegevens, zie verdragsnummer 013339 in de Verdragenbank.

B. TEKST

In Trb. 2016, 111 dienen in de Engelse tekst correcties te worden aangebracht.

Op blz. 5, in artikel 11, tweede lid, tweede regel, dient „national football information point” te worden vervangen door „National Football Information Point”.

Op blz. 7, in artikel 16, derde lid, tweede regel, dient het woord „convention” te worden vervangen door „Convention”.

In Trb. 2016, 111 dienen eveneens in de Franse tekst correcties te worden aangebracht.

Op blz. 14, in artikel 14, derde lid, eerste, tweede en derde regel, dient het woord „parties” te worden vervangen door „Parties” en in artikel 15, tweede lid, tweede regel, dient het woord „parties” te worden vervangen door „Parties”.

Op blz. 16, in artikel 22, eerste regel, dient het woord „notifie” te worden vervangen door „notifiera”.

C. VERTALING


Verdrag van de Raad van Europa inzake een integrale benadering van veiligheid, beveiliging en gastvrijheid bij voetbalwedstrijden en andere sportevenementen

Preambule

De lidstaten van de Raad van Europa en de andere staten die partij zijn bij het Europees Cultureel Verdrag (ETS nr. 18) die dit Verdrag hebben ondertekend,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden;

Zich inzettend voor het recht op fysieke integriteit en de legitieme verwachting van individuen om voetbalwedstrijden en andere sportevenementen bij te kunnen wonen zonder te hoeven vrezen voor geweld, verstoring van de openbare orde of andere criminele activiteiten;

Zich ervoor inzettend dat alle burgers voetbalwedstrijden en andere sportwedstrijden als plezierig en gastvrij ervaren, daarbij onderkennend dat het creëren van een gastvrije omgeving ook een belangrijke positieve impact op de veiligheid en beveiliging van dergelijke evenementen kan hebben;

Zich bewust van de noodzaak alle belanghebbenden te betrekken bij het bieden van een veilige omgeving bij voetbalwedstrijden en andere sportevenementen;

Zich bewust van de noodzaak de rechtsstaat te handhaven in en rondom voetbalstadions en andere sportstadions, op de doorgangsroutes naar en van de stadions en in andere gebieden die door vele duizenden toeschouwers worden bezocht;

Erkennend dat de sportwereld en alle instanties en belanghebbenden die betrokken zijn bij de organisatie en het management van een voetbalwedstrijd of ander sportevenement, kernwaarden van de Raad van Europa, zoals sociale cohesie, tolerantie, respect en non-discriminatie, hoog dienen te houden;

Erkennend dat er tussen staten verschillen bestaan wat betreft de constitutionele, gerechtelijke, culturele en historische omstandigheden, en de aard en ernst van veiligheids- en beveiligingsproblemen die samenhangen met voetbalwedstrijden en andere sportevenementen;

Erkennend de noodzaak volledig rekening te houden met de nationale en internationale wetgeving over zaken als gegevensbescherming, rehabilitatie van daders en mensenrechten;

Erkennend dat een breed scala van publieke en private instanties en overige belanghebbenden, onder wie toeschouwers, als gezamenlijke doelstelling hebben individuen op veilige en gastvrije wijze voetbalwedstrijden en andere sportevenementen te laten bijwonen en erkennend dat hun gezamenlijke acties noodzakelijkerwijs een reeks samenhangende en overlappende maatregelen zullen omvatten;

Erkennend dat de overlappende aard van deze maatregelen van de relevante instanties vereist dat zij effectieve internationale, nationale en lokale partnerschappen ontwikkelen om een integrale en evenwichtige benadering van veiligheid, beveiliging en gastvrijheid door meerdere instanties te ontwikkelen en uit te voeren voor voetbalwedstrijden en andere sportevenementen;

Erkennend dat evenementen buiten sportstadions een directe impact kunnen hebben op evenementen binnen de stadions en vice versa;

Erkennend dat overleg met belangrijke belanghebbenden, in het bijzonder supporters en lokale gemeenschappen, de relevante instanties kan helpen bij het terugdringen van risico’s op het gebied van veiligheid en beveiliging en het creëren van een gastvrije sfeer binnen en buiten stadions;

Vastbesloten samen te werken en gezamenlijk actie te ondernemen om de risico’s op het gebied van veiligheid en beveiliging bij voetbalwedstrijden en andere sportevenementen te verminderen teneinde toeschouwers, deelnemers en lokale gemeenschappen een prettige ervaring te bieden;

Voortbouwend op de inhoud van de Europese Overeenkomst inzake gewelddadigheden door en wangedrag van toeschouwers rond sportevenementen en in het bijzonder rond voetbalwedstrijden (1985, ETS nr. 120), opengesteld voor ondertekening te Straatsburg op 19 augustus 1985, (hierna „Overeenkomst nr. 120”);

Er rekening mee houdend dat uitgebreide Europese ervaringen en goede praktijken hebben geleid tot de ontwikkeling van een nieuwe, integrale en partnerschapsgerichte benadering van de veiligheid en beveiliging van toeschouwers, die met name tot uitdrukking komt in Aanbeveling Rec (2015) 1 inzake veiligheid, beveiliging en gastvrijheid bij voetbalwedstrijden en andere sportevenementen, aangenomen door de Permanente Commissie van Overeenkomst nr. 120 tijdens haar 40e bijeenkomst op 18 juni 2015,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1 Reikwijdte

  • 1. De partijen nemen, binnen de grenzen van hun respectieve constitutionele bepalingen, de stappen die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van dit Verdrag ten aanzien van voetbalwedstrijden of -toernooien op hun grondgebied gespeeld door professionele voetbalclubs en nationale teams.

  • 2. De partijen kunnen de bepalingen van dit Verdrag toepassen op andere sporten of sportevenementen die op hun grondgebied worden gehouden, met inbegrip van niet-professionele voetbalwedstrijden, in het bijzonder wanneer er omstandigheden zijn die veiligheids- of beveiligingsrisico’s met zich meebrengen.

Artikel 2 Doel

Het doel van dit Verdrag is het bieden van een veilige, beveiligde en gastvrije omgeving bij voetbalwedstrijden en andere sportevenementen. Hiertoe:

  • a. nemen de partijen een integrale, evenwichtige en door meerdere instanties gedragen benadering van veiligheid, beveiliging en gastvrijheid aan, gebaseerd op effectieve partnerschappen en samenwerking op lokaal, nationaal en internationaal niveau;

  • b. waarborgen de partijen dat alle publieke en private instanties, en overige belanghebbenden, erkennen dat veiligheid, beveiliging en gastvrijheid niet als op zichzelf staande componenten kunnen worden gezien en dat elke component de andere twee rechtstreeks kan beïnvloeden;

  • c. houden de partijen rekening met goede praktijken bij het ontwikkelen van een integrale benadering van veiligheid, beveiliging en gastvrijheid.

Artikel 3 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

a. „maatregelen op het gebied van veiligheid”

elke maatregel die wordt genomen en uitgevoerd met als voornaamste doel het beschermen van de gezondheid en het welzijn van individuen en groepen die een voetbalwedstrijd of ander sportevenement bezoeken of eraan deelnemen, zowel binnen als buiten een stadion, of personen die in de nabijheid van het evenement wonen of werken;

b. „maatregelen op het gebied van beveiliging”

elke maatregel die wordt genomen en uitgevoerd met als voornaamste doel het voorkomen van, verminderen van het risico op en/of het reageren op geweld dat of een andere criminele activiteit of verstoring die plaatsvindt in verband met een voetbalwedstrijd of ander sportevenement, zowel binnen als buiten een stadion;

c. „maatregelen op het gebied van gastvrijheid”

elke maatregel die wordt genomen en uitgevoerd met als voornaamste doel ervoor te zorgen dat individuen en groepen zich op hun gemak, gewaardeerd en welkom voelen wanneer zij een voetbalwedstrijd of ander sportevenement bezoeken, zowel binnen als buiten een stadion;

d. „instantie”

elke publiek of privaat lichaam met een constitutionele, wetgevende, regelgevende of andere verantwoordelijkheid ten aanzien van de voorbereiding en uitvoering van maatregelen op het gebied van veiligheid, beveiliging en gastvrijheid in verband met een voetbalwedstrijd of ander sportevenement, zowel binnen als buiten een stadion;

e. „belanghebbende”

alle toeschouwers, lokale gemeenschappen of andere belanghebbende partijen die geen wetgevende of regelgevende verantwoordelijkheden hebben, maar wel een belangrijke rol kunnen spelen bij het veilig en gastvrij maken van voetbalwedstrijden en andere sportevenementen, zowel binnen als buiten stadions;

f. „integrale benadering”

de erkenning dat, ongeacht hun primaire doel, maatregelen op het gebied van veiligheid, beveiliging en gastvrijheid bij voetbalwedstrijden en andere sportevenementen elkaar altijd overlappen, wat betreft hun impact met elkaar verband houden, evenwichtig dienen te zijn, en niet als op zichzelf staande maatregelen kunnen worden genomen of uitgevoerd;

g. „integrale benadering door meerdere instanties”

de erkenning dat de taken en acties van elke instantie die betrokken is bij de planning en operationele activiteiten van voetbal of andere sporten gecoördineerd, complementair en proportioneel dienen te zijn en ontwikkeld en uitgevoerd als onderdeel van een veelomvattende strategie voor veiligheid, beveiliging en gastvrijheid;

h. „goede praktijken”

maatregelen die in een of meer landen zijn toegepast en zeer effectief zijn gebleken bij het verwezenlijken van het gestelde streven of doelstelling;

i. „relevante instantie”

een lichaam (publiek of privaat) dat betrokken is bij de organisatie en/of het management van een voetbalwedstrijd of ander sportevenement dat binnen of buiten een sportstadion wordt gehouden.

Artikel 4 Coördinatie op binnenlands niveau

  • 1. De partijen waarborgen dat er nationale en lokale coördinatiestructuren worden opgezet om op nationaal en lokaal niveau een integrale benadering van veiligheid, beveiliging en gastvrijheid door meerdere instanties te ontwikkelen.

  • 2. De partijen waarborgen dat er coördinatiestructuren worden opgezet om de risico’s verbonden aan veiligheid, beveiliging en gastvrijheid te identificeren, analyseren en evalueren en om het delen van actuele informatie over risicobeoordeling mogelijk te maken.

  • 3. De partijen waarborgen dat bij de coördinatiestructuren alle belangrijke publieke en private instanties betrokken zijn die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid, beveiliging en gastvrijheid van het evenement, zowel binnen als buiten de locatie waar het evenement plaatsvindt.

  • 4. De partijen waarborgen dat er bij de coördinatiestructuren ten volle rekening wordt gehouden met de beginselen inzake veiligheid, beveiliging en gastvrijheid vervat in dit Verdrag en dat er nationale en lokale strategieën worden ontwikkeld die regelmatig worden geëvalueerd en verfijnd in het licht van nationale en internationale ervaringen en goede praktijken.

  • 5. De partijen waarborgen dat in nationale wettelijke, regelgevende of bestuursrechtelijke kaders de onderscheiden taken en verantwoordelijkheden van de relevante instanties duidelijk tot uiting komen en dat deze taken complementair zijn, in overeenstemming met een integrale benadering, en op strategische en operationeel niveau algemeen bekend zijn.

Artikel 5 Veiligheid, beveiliging en gastvrijheid in sportstadions

  • 1. De partijen waarborgen dat in nationale wettelijke, regelgevende of bestuursrechtelijke kaders van organisatoren van evenementen verlangd wordt dat zij, in overleg met alle partnerinstanties, een veilige en beveiligde omgeving bieden aan alle deelnemers en toeschouwers.

  • 2. De partijen waarborgen dat de bevoegde publieke autoriteiten regelgeving of regelingen in het leven roepen om de doelmatigheid van procedures voor het verlenen van vergunningen aan stadions, certificeringsregelingen en veiligheidsvoorschriften in het algemeen te waarborgen alsmede de toepassing, monitoring en handhaving daarvan.

  • 3. De partijen verlangen van de relevante instanties dat zij waarborgen dat het ontwerp en de infrastructuur van stadions en de daarmee samenhangende regelingen voor crowd management voldoen aan nationale en internationale normen en goede praktijken.

  • 4. De partijen moedigen de relevante instanties aan te waarborgen dat stadions zorgen voor een inclusieve en gastvrije omgeving voor alle geledingen van de maatschappij, met inbegrip van kinderen, ouderen en personen met een handicap, en daarbij met name zorgen voor de aanwezigheid van passende sanitaire voorzieningen en mogelijkheden om iets te eten of te drinken en een goed zicht voor alle toeschouwers.

  • 5. De partijen waarborgen dat stadions uitgebreide operationele procedures kennen, waaronder een effectieve liaison met de politie, hulpdiensten en partnerinstanties en duidelijk beleid en heldere procedures wat betreft zaken die van invloed kunnen zijn op crowd management en daarmee samenhangende veiligheids- en beveiligingsrisico’s, in het bijzonder:

    • het gebruik van pyrotechniek;

    • gewelddadig gedrag of andere gedragingen die verboden zijn; en

    • racistisch of ander discriminatoir gedrag.

  • 6. De partijen verlangen van de relevante instanties dat zij waarborgen dat alle medewerkers, uit de publieke of private sector, die zorgen voor veilige en gastvrije voetbalwedstrijden en andere sportevenementen de uitrusting en training hebben om hun taken doeltreffend en op de juiste wijze te vervullen.

  • 7. De partijen moedigen hun bevoegde instanties aan om te wijzen op de noodzaak voor spelers, coaches of andere vertegenwoordigers van de deelnemende teams om te handelen in overeenstemming met belangrijke beginselen in de sport, zoals tolerantie, respect en fair play, en te erkennen dat gewelddadig, racistisch of ander provocatief gedrag een negatieve invloed kan hebben op het gedrag van toeschouwers.

Artikel 6 Veiligheid, beveiliging en gastvrijheid in openbare ruimten

  • 1. De partijen moedigen alle instanties en belanghebbenden die betrokken zijn bij het organiseren van voetbalwedstrijden en andere sportevenementen in publieke ruimten, met inbegrip van de gemeentelijke autoriteiten, politie, lokale gemeenschappen en ondernemingen, vertegenwoordigers van supporters, voetbalclubs en nationale bonden, aan samen te werken, in het bijzonder op de volgende gebieden:

    • a. het beoordelen van risico’s en nemen van passende preventieve maatregelen, bedoeld om verstoringen tot een minimum te beperken en de lokale gemeenschap en ondernemingen gerust te stellen, met name degene die gevestigd zijn in de buurt van de locatie waar het evenement plaatsvindt of public viewing-locaties;

    • b. het creëren van een veilige, beveiligde en gastvrije omgeving in aangewezen publieke ruimten waar supporters voor en na het evenement kunnen samenkomen of locaties waar supporters naar verwachting uit eigen beweging naartoe gaan, en langs de doorgangsroutes naar en van de stad en/of naar en van het stadion.

  • 2. De partijen waarborgen dat bij risicobeoordeling en maatregelen op het gebied van veiligheid en beveiliging rekening wordt gehouden met de reis naar en van het stadion.

Artikel 7 Planning voor onvoorziene gebeurtenissen en noodgevallen

De partijen waarborgen dat er plannen voor onvoorziene gebeurtenissen en noodgevallen worden ontwikkeld waarbij meerdere instanties samenwerken en dat deze plannen worden getest en verfijnd met reguliere gezamenlijke oefeningen. Uit nationale wettelijke, regelgevende of bestuursrechtelijke kaders wordt duidelijk welke instantie verantwoordelijk is voor het initiëren, toezicht houden op en certificeren van de oefeningen.

Artikel 8 Relatie met supporters en lokale gemeenschappen

  • 1. De partijen moedigen alle instanties aan beleid te ontwikkelen en in te voeren om op proactieve wijze regelmatig contact te onderhouden met belangrijke belanghebbenden, onder wie vertegenwoordigers van supporters en lokale gemeenschappen, gebaseerd op het beginsel van dialoog en met als doel een gevoel van partnerschap en positieve samenwerking te genereren en oplossingen voor mogelijke problemen te vinden.

  • 2. De partijen moedigen alle publieke en private instanties en overige belanghebbenden, onder wie lokale gemeenschappen en vertegenwoordigers van supporters, aan tot het initiëren van of deelnemen aan door meerdere instanties uitgevoerde projecten met een sociaal, educatief of op criminaliteitspreventie gericht karakter of andere gemeenschapsprojecten, die gericht zijn op het bevorderen van wederzijds respect en begrip, met name bij supporters, sportclubs en sportbonden alsmede instanties die verantwoordelijk zijn voor veiligheid en beveiliging.

Artikel 9 Strategieën en operaties van de politie

  • 1. De partijen waarborgen dat er politiestrategieën worden ontwikkeld, regelmatig worden geëvalueerd en worden verfijnd in het licht van nationale en internationale ervaringen en goede praktijken, en dat die aansluiten op de bredere, integrale benadering van veiligheid, beveiliging en gastvrijheid.

  • 2. De partijen waarborgen dat bij de politiestrategieën rekening wordt gehouden met goede praktijken, waaronder in het bijzonder: het vergaren van inlichtingen, voortdurende risicobeoordeling, op risico’s gebaseerde inzet, proportionele interventie om het risico van escalatie of ongeregeldheden te voorkomen, effectieve dialoog met supporters en de gemeenschap in het algemeen, vergaren van bewijzen van criminele activiteiten en het delen van deze bewijzen met de bevoegde autoriteiten die vervolging kunnen instellen.

  • 3. De partijen waarborgen dat de politie samenwerkt met organisatoren, supporters, lokale gemeenschappen en overige belanghebbenden om voetbalwedstrijden en andere sportevenementen voor alle betrokkenen veilig en gastvrij te maken.

Artikel 10 Preventie en bestraffing van laakbaar gedrag

  • 1. De partijen nemen alle mogelijke maatregelen om het risico te verminderen dat individuen of groepen deelnemen aan geweldsincidenten of ongeregeldheden of deze organiseren.

  • 2. De partijen waarborgen, in overeenstemming met het nationale en internationale recht, dat er effectieve uitsluitingsregelingen, passend bij de aard en locatie van het risico, zijn ingesteld om geweldsincidenten of ongeregeldheden te ontmoedigen en te voorkomen.

  • 3. De partijen werken, in overeenstemming met het nationale en internationale recht, samen teneinde te waarborgen dat individuen die in het buitenland strafbare feiten begaan op passende wijze worden bestraft, hetzij in het land waar het strafbare feit is gepleegd, hetzij in het land van verblijf of nationaliteit.

  • 4. Waar van toepassing, en in overeenstemming met het nationale en internationaal recht, nemen de partijen in overweging de rechterlijke of bestuurlijke autoriteiten de bevoegdheid te geven sancties op te leggen aan individuen die voetbalgerelateerd(e) geweld en/of ongeregeldheden hebben veroorzaakt of daaraan hebben bijgedragen, met de mogelijkheid beperkingen te stellen aan het reizen naar voetbalevenementen in een ander land.

Artikel 11 Internationale samenwerking

  • 1. De partijen werken nauw samen bij alle zaken waarop dit Verdrag van toepassing is en bij daarmee verband houdende zaken, teneinde tot een zo goed mogelijke samenwerking te komen bij internationale evenementen, ervaringen te delen en deel te nemen aan het ontwikkelen van goede praktijken.

  • 2. De partijen zetten, onverminderd bestaande nationale bepalingen, met name de toewijzing van bevoegdheden aan de verschillende diensten en autoriteiten, binnen de politie een nationaal informatiepunt voetbal (NIPV) op of wijzen dit aan. Het nationaal informatiepunt voetbal:

    • a. treedt op als het rechtstreekse en centrale aanspreekpunt voor het uitwisselen van algemene (strategische, operationele en tactische) informatie in verband met een voetbalwedstrijd met een internationale dimensie;

    • b. wisselt persoonsgegevens uit in overeenstemming met de van toepassing zijnde nationale en internationale regels;

    • c. faciliteert, coördineert of organiseert de implementatie van internationale politiesamenwerking in verband met voetbalwedstrijden met een internationale dimensie;

    • d. is in staat de hem toegewezen taken efficiënt en voortvarend te vervullen.

  • 3. De partijen waarborgen voorts dat het nationaal informatiepunt voetbal een nationale bron van expertise is wat betreft voetbalgerelateerde politieoperaties, de bewegingen van supporters en daarmee samenhangende risico’s voor de veiligheid en beveiliging.

  • 4. Elke staat die partij is stelt het bij dit Verdrag ingestelde Comité veiligheid en beveiliging bij sportevenementen schriftelijk in kennis van de naam en contactgegevens van zijn nationaal informatiepunt voetbal en eventuele daaropvolgende wijzigingen daarvan.

  • 5. De partijen werken op internationaal niveau samen met betrekking tot het delen van goede praktijken en informatie over projecten op het gebied van preventie, educatie en informatie en het aangaan van partnerschappen met alle instanties die betrokken zijn bij nationale en lokale initiatieven, gericht op of geïnitieerd door de lokale gemeenschap en supporters.

PROCEDURELE BEPALINGEN

Artikel 12 Verstrekking van informatie

Elke partij doet het Comité veiligheid en beveiliging bij sportevenementen alle relevante informatie in een van de officiële talen van de Raad van Europa toekomen over wetgevende en andere maatregelen die zij heeft getroffen teneinde te voldoen aan de voorwaarden van dit Verdrag, met betrekking tot voetbal of andere sporten.

Artikel 13 Comité veiligheid en beveiliging bij sportevenementen
  • 1. Ten behoeve van dit Verdrag is hierbij het Comité veiligheid en beveiliging bij sportevenementen ingesteld.

  • 2. Elke partij bij dit Verdrag kan in het comité vertegenwoordigd worden door een of meer afgevaardigden die de belangrijkste overheidsinstanties, bij voorkeur instanties verantwoordelijk voor veiligheid en beveiliging van sport, vertegenwoordigen evenals het nationaal informatiepunt voetbal. Elke partij bij dit Verdrag heeft één stem.

  • 3. Elke lidstaat van de Raad van Europa of elke andere staat die partij is bij het Europees Cultureel Verdrag die geen partij is bij dit Verdrag, alsmede elke niet-lidstaat die partij is bij Overeenkomst nr. 120, kan in het comité als waarnemer vertegenwoordigd worden.

  • 4. Het comité kan, bij unanimiteit van stemmen, elke niet-lidstaat van de Raad van Europa die geen partij is bij dit Verdrag of bij Overeenkomst nr. 120 alsmede elke organisatie die blijk gegeven heeft van haar wens vertegenwoordigd te zijn, uitnodigen waarnemer te zijn bij een of meer van zijn bijeenkomsten.

  • 5. Het comité wordt bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. De eerste bijeenkomst van het comité wordt gehouden binnen een jaar na de datum waarop tien lidstaten van de Raad van Europa hun instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht. Na de eerste bijeenkomst komt het comité vervolgens ten minste elk jaar bijeen. Daarnaast komt het bijeen wanneer een meerderheid van de partijen daarom verzoekt.

  • 6. Een meerderheid van de partijen vormt een quorum voor het houden van een bijeenkomst van het comité.

  • 7. Met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag stelt het comité zijn eigen reglement van orde op en neemt dat bij consensus aan.

Artikel 14 Taken van het Comité veiligheid en beveiliging bij sportevenementen
  • 1. Het comité is verantwoordelijk voor het monitoren van de toepassing van dit Verdrag. Het kan in het bijzonder:

    • a. de bepalingen van dit Verdrag regelmatig toetsen en mogelijk noodzakelijke wijzigingen onderzoeken;

    • b. overleg voeren en, wanneer van toepassing, informatie uitwisselen met relevante organisaties;

    • c. aanbevelingen doen aan de partijen bij dit Verdrag over maatregelen voor de invoering ervan;

    • d. passende maatregelen aanbevelen om het publiek op de hoogte te houden van de activiteiten die in het kader van dit Verdrag worden uitgevoerd;

    • e. aanbevelingen doen aan het Comité van Ministers betreffende het uitnodigen van staten die geen lid zijn van de Raad van Europa om toe te treden tot het Verdrag;

    • f. voorstellen doen voor het verbeteren van de doelmatigheid van dit Verdrag;

    • g. het verzamelen, analyseren en uitwisselen van informatie, ervaringen en goede praktijken tussen de staten faciliteren.

  • 2. Het comité monitort, na voorafgaande instemming van de betrokken partijen, de naleving van dit Verdrag door middel van een programma van bezoeken aan de staten die partij zijn, teneinde advies en ondersteuning te bieden bij de implementatie van dit Verdrag.

  • 3. Het comité verzamelt tevens de informatie die conform artikel 12 door de staten die partij zijn wordt geleverd en geeft relevante gegevens door aan alle staten die partij zijn bij het Verdrag. Het comité kan in het bijzonder elke staat die partij is informeren over de aanwijzing van een nieuw nationaal informatiepunt voetbal en de contactgegevens ervan verspreiden.

  • 4. Voor het vervullen van zijn taken kan het comité uit eigen beweging vergaderingen met deskundigen organiseren.

Artikel 15 Wijzigingen
  • 1. Wijzigingen van dit Verdrag kunnen worden voorgesteld door een partij, het Comité veiligheid en beveiliging bij sportevenementen of het Comité van Ministers van de Raad van Europa.

  • 2. Elk voorstel tot wijziging wordt door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa medegedeeld aan de lidstaten van de Raad van Europa, aan de andere staten die partij zijn bij het Europees Cultureel Verdrag, aan elke niet-lidstaat van de Raad van Europa die tot Overeenkomst nr. 120 is toegetreden vóór de datum waarop dit Verdrag voor ondertekening wordt opengesteld en aan elke niet-lidstaat die in overeenstemming met de bepalingen van artikel 18 tot dit Verdrag is toegetreden of is uitgenodigd toe te treden.

  • 3. Elke wijziging die door een partij of door het Comité van Ministers wordt voorgesteld, wordt aan het comité medegedeeld ten minste twee maanden voor de vergadering waarop de wijziging zal worden behandeld. Het comité doet het Comité van Ministers zijn standpunt omtrent de voorgestelde wijziging toekomen.

  • 4. Het Comité van Ministers bestudeert de voorgestelde wijziging en het door het comité ingediende standpunt en kan de wijziging bij de in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa voorziene meerderheid aannemen.

  • 5. De tekst van elke wijziging aangenomen door het Comité van Ministers overeenkomstig het vierde lid van dit artikel, wordt toegezonden aan de partijen voor aanvaarding in overeenstemming met hun respectieve interne procedures.

  • 6. Elke overeenkomstig het vierde lid van dit artikel aangenomen wijziging treedt in werking op de eerste dag van de maand na het verstrijken van een tijdvak van een maand na de datum waarop alle partijen de Secretaris-Generaal hebben medegedeeld dat zij haar hebben aanvaard.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 16 Ondertekening
  • 1. Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de lidstaten van de Raad van Europa, de staten die partij zijn bij het Europees Cultureel Verdrag en elke niet-lidstaat van de Raad van Europa die voorafgaand aan de datum waarop dit Verdrag voor ondertekening wordt opengesteld, is toegetreden tot de Europese Overeenkomst inzake gewelddadigheden door en wangedrag van toeschouwers rond sportevenementen en in het bijzonder rond voetbalwedstrijden (ETS nr. 120), opengesteld voor ondertekening te Straatsburg op 19 augustus 1985.

  • 2. Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

  • 3. Geen staat die partij is bij Overeenkomst nr. 120 mag zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring nederleggen tenzij hij de genoemde Overeenkomst reeds heeft opgezegd of tegelijkertijd opzegt.

  • 4. Bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring in overeenstemming met het voorgaande lid, kan een verdragsluitende staat verklaren dat hij Overeenkomst nr. 120 blijft toepassen tot de inwerkingtreding van dit Verdrag volgens de bepalingen van artikel 17, eerste lid.

Artikel 17 Inwerkingtreding
  • 1. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van een maand na de datum waarop drie lidstaten van de Raad van Europa hun instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht overeenkomstig het bepaalde in artikel 16.

  • 2. Met betrekking tot elke ondertekenende staat die later zijn instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking brengt, treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van een maand na de datum van de nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Artikel 18 Toetreding door niet-lidstaten
  • 1. Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa, na overleg met de partijen, elke andere staat die geen lid is van de Raad van Europa uitnodigen toe te treden tot dit Verdrag, bij een besluit genomen met de meerderheid als voorzien in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa en met algemene stemmen van de vertegenwoordigers van de verdragsluitende staten die recht hebben op een zetel in het Comité van Ministers.

  • 2. Ten aanzien van elke toetredende staat treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van een maand na de datum van nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

  • 3. Een partij die geen lidstaat van de Raad van Europa is draagt bij aan de financiering van het Comité veiligheid en beveiliging bij sportevenementen, op een door het Comité van Ministers vast te stellen wijze.

Artikel 19 Gevolgen van het Verdrag
  • 1. In de betrekkingen tussen een partij bij dit Verdrag en een partij bij Overeenkomst nr. 120 die dit Verdrag niet heeft bekrachtigd, blijven de artikelen 4 en 5 van Overeenkomst nr. 120 van toepassing.

  • 2. Indien een staat Overeenkomst nr. 120 heeft opgezegd, maar deze opzegging is nog niet van kracht op het tijdstip waarop dit Verdrag wordt bekrachtigd, dan is dit Verdrag, na de inwerkingtreding ervan, van toepassing in overeenstemming met de bepalingen van artikel 17, tweede lid.

Artikel 20 Territoriale toepassing
  • 1. Elke staat kan, op het tijdstip van de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, het grondgebied of de grondgebieden waarop dit Verdrag van toepassing is nader aanduiden.

  • 2. Elke partij kan op een later tijdstip door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot elk ander grondgebied dat in de verklaring wordt genoemd. Ten aanzien van een dergelijk grondgebied treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van een maand na de datum van ontvangst van de verklaring door de Secretaris-Generaal.

  • 3. Elke krachtens de twee voorgaande leden gedane verklaring kan, met betrekking tot elk in die verklaring genoemd grondgebied, worden ingetrokken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 21 Opzegging
  • 1. Elke partij kan dit Verdrag te allen tijde opzeggen door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

  • 2. Deze opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 22 Kennisgevingen

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de lidstaten van de Raad van Europa, de andere staten die partij zijn bij het Europees Cultureel Verdrag en elke andere staat die is toegetreden tot dit Verdrag in kennis van:

  • a. elke ondertekening in overeenstemming met artikel 16;

  • b. de nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding in overeenstemming met artikel 16 of 18;

  • c. elke datum van inwerkingtreding van dit Verdrag in overeenstemming met de artikelen 17 en 18;

  • d. elk voorstel tot wijziging of elke wijziging die in overeenstemming met artikel 15 is aangenomen en de datum waarop de wijziging in werking treedt;

  • e. elke verklaring afgelegd ingevolge de bepalingen van artikel 20;

  • f. elke opzegging gedaan ingevolge de bepalingen van artikel 21;

  • g. elke andere akte, verklaring, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit Verdrag.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Saint-Denis op 3 juli 2016, in de Engelse en de Franse taal, waarbij beide teksten gelijkelijk authentiek zijn, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet een gewaarmerkt afschrift toekomen aan elke lidstaat van de Raad van Europa, aan elke staat die partij is bij het Europees Cultureel Verdrag en aan elke staat die is uitgenodigd tot dit Verdrag toe te treden.


Uitgegeven de eenentwintigste maart 2017.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. KOENDERS

Naar boven