37 (2010) Nr. 2

A. TITEL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België voor de ontwikkeling van de samenwerking en van de wederzijdse administratieve bijstand op het gebied van de sociale zekerheid;

Brussel, 6 december 2010

B. TEKST

De Nederlandse en de Franse tekst van het Verdrag, zijn geplaatst in Trb. 2011, 50.


Op 28 februari 2013 is te Brussel een Administratieve Schikking, met Bijlagen, tot stand gekomen betreffende toepassing van het Verdrag.

De Nederlandse en de Franse tekst van deze Administratieve Schikking1) luiden als volgt:


Administratieve Schikking betreffende de toepassing van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België voor de ontwikkeling van de samenwerking en van de wederzijdse administratieve bijstand op het gebied van de sociale zekerheid

Gelet op het Verdrag dat op 6 december 2010 in Brussel werd gesloten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België voor de ontwikkeling van de samenwerking en van de wederzijdse administratieve bijstand op het gebied van de sociale zekerheid, hierna „het Verdrag” genoemd;

Met het oog op het bepalen van de nadere regels voor de uitvoering van dit Verdrag zoals bepaald in artikel 16 van het Verdrag en om de doeltreffendheid ervan te waarborgen;

Beslissen de bevoegde autoriteiten, te weten:

voor Nederland: de minister die het aangaat

en

voor België: de bevoegde Ministers op het federale niveau, en op het niveau van de gedefedereerde entiteiten de bevoegde Ministers van de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie

in onderlinge overeenstemming het volgende:

Artikel 1 Definities

  • 1. „Verdrag”: het Verdrag dat op 6 december 2010 in Brussel werd gesloten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België voor de ontwikkeling van de samenwerking en van de wederzijdse administratieve bijstand op het gebied van de sociale zekerheid.

  • 2. „Overdracht”: elke verwerking of elk geheel van verwerkingen met betrekking tot persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd met behulp van geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op enigerlei andere wijze ter beschikking stellen, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van persoonsgegevens.

  • 3. De in deze Administratieve Schikking gebruikte termen hebben de betekenis die daaraan in artikel 1 van het Verdrag wordt gegeven.

Artikel 2 Uitwisseling van gegevens en procedures

Algemeen:

Bij de beschrijving van de gegevens dient vermeld te worden welke instellingen of autoriteiten betrokken zijn bij de uitwisseling van deze gegevens. Er wordt duidelijk bepaald welke partij de gegevens ter beschikking stelt, welke partij de gegevens uiteindelijk ontvangt en welke andere partijen bij de uitwisseling betrokken zijn.

Wat België betreft:

Voor elke uitwisseling van gegevens buiten het netwerk, door de Kruispuntbank of de instellingen van sociale zekerheid, dient in voorkomend geval vooraf machtiging te worden gegeven in overeenstemming met de Belgische wetgeving.

Artikel 3 Uitvoeringsprocedures inzake de samenwerking voor de toepassing van de Belgische wettelijke niet-contributieve, inkomensgebonden uitkeringen die aan behoeftige personen worden toegekend en de Nederlandse wetgeving inzake sociale bijstand

  • 1. Het verlenen van bijstand, het in verband brengen van bestanden, de verificatie van gegevens en de samenwerking bij controles zoals bedoeld in respectievelijk de artikelen 7, 9, 10 en 13 van het Verdrag vindt plaats tussen de verbindingsorganen. Deze verbindingsorganen worden vermeld in Bijlage II bij deze Administratieve Schikking.

  • 2. De verbindingsorganen wijzen een vertegenwoordiger aan die de aanvragen van het verbindingsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij in ontvangst neemt en als contactpersoon fungeert.

  • 3. De verbindingsorganen werken in Samenwerkingsovereenkomsten een procedure uit voor het in verband brengen van bestanden en de verificatie van gegevens, waaronder gegevens betreffende het inkomen en vermogen.

Artikel 4 Vertrouwelijkheid en bescherming van de gegevens

Wat Nederland betreft:

Nederland past de Wet van 6 juli 2000 houdende regels inzake de bescherming van persoonsgegevens (Wet bescherming persoonsgegevens) toe.

Wat België betreft:

België past de Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens toe. Bovendien moeten de verschillende instellingen die betrokken zijn bij een overdracht van bepaalde gegevens zich aanpassen aan de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.

Artikel 5 Uitvoeringsprocedures inzake invordering en terugvordering zoals bedoeld in artikel 12 van het Verdrag

De bevoegde organen, in voorkomend geval in overleg met de verbindingsorganen, leggen, indien nodig, de uitvoeringsprocedures inzake invordering en terugvordering, zoals bedoeld in artikel 12 van het Verdrag, vast. Dit zal gebeuren in onderling te sluiten samenwerkingsovereenkomsten, overeenkomstig artikel 17 van het Verdrag.

Deze procedures kunnen onder meer het volgende betreffen:

  • 1. de aanstelling, bij de bevoegde organen of verbindingsorganen, van degene die de aanvragen van het bevoegde orgaan of verbindingsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij in ontvangst neemt en als contactpersoon fungeert.

  • 2. de aanvullende procedureregels voor de erkenning en de uitvoering van de voor tenuitvoerlegging vatbare beslissingen van rechterlijke en overheidsinstanties van de andere partij.

  • 3. de termijnen waarbinnen de aanvragen en de uitgevoerde procedures inzake invordering en terugvordering behandeld dienen te worden.

Artikel 6 Nadere regels voor de organisatie en werking van de Gemengde Commissie

  • 1. De krachtens artikel 18 van het Verdrag opgerichte Gemengde Commissie:

    • a. stelt vast welke statistische gegevens op grond van artikel 6 van het Verdrag tussen de bevoegde organen en verbindingsorganen worden uitgewisseld.

    • b. komt samen om de uitvoering van het Verdrag te evalueren en om aanbevelingen te doen.

  • 2. De bevoegde autoriteiten kunnen, naargelang de punten die op de agenda staan, de bevoegde organen of verbindingsorganen uitnodigen om deel te nemen aan de vergaderingen van de Gemengde Commissie.

  • 3. De vertegenwoordigers van de Belgische Gemeenschappen en Gewesten nemen deel aan de bijeenkomsten van de Gemengde Commissie, in ieder geval indien het materies betreft die onder hun bevoegdheid vallen.

Artikel 7 Uitwisseling van vertegenwoordigers en gezamenlijke controles

  • 1. Onder „vertegenwoordigers”, zoals bedoeld in artikel 14 van het Verdrag wordt verstaan:

    Voor Nederland:

    Medewerkers die zijn aangesteld door de bevoegde organen of de verbindingsorganen en belast zijn met controle- en verificatiewerkzaamheden en in het bezit zijn van een document dat hun hoedanigheid en bevoegdheden aantoont, dat ze steeds moeten overleggen op verzoek van de autoriteit van de Staat op het grondgebied waarvan de controle plaatsvindt.

    Voor België:

    De sociaal inspecteurs en controleurs die verbonden zijn aan de betrokken socialezekerheidsinstellingen of -autoriteiten, die beëdigd zijn en in het bezit zijn van een document dat hun hoedanigheid en hun bevoegdheden aantoont, dat ze steeds moeten overleggen op verzoek van de autoriteit van de Staat op het grondgebied waarvan de controle plaatsvindt.

  • 2. Elk betrokken orgaan geeft, in het kader van de onderling afgesloten Samenwerkingsovereenkomsten, alle verduidelijkingen die nodig zijn voor de uitvoering van de gezamenlijke controles en voor de uitwisseling van vertegenwoordigers.

Artikel 8 Wijzigingen van de Administratieve Schikking

Deze Administratieve Schikking kan in onderlinge overeenstemming tussen de bevoegde autoriteiten, in dezen zijnde de bevoegde minister van Nederland en de bevoegde minister van België op het federale niveau, worden gewijzigd bij diplomatieke notawisseling. Een wijziging treedt in werking op het tijdstip dat, in onderling overleg tussen de bevoegde autoriteiten, bij die diplomatieke notawisseling bepaald is.

Artikel 9 Inwerkingtreding en duur

Deze Administratieve Schikking treedt in werking op de dag van de inwerkingtreding van het Verdrag en heeft dezelfde duur.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, op 28 februari 2013 in tweevoud, in de Nederlandse en Franse taal, zijnde beide gelijkelijk authentiek.

Voor de bevoegde autoriteiten van Nederland, ASSCHER

Voor de bevoegde autoriteiten van België, CROMBEZ Deze handtekening verbindt eveneens de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie.



Arrangement administratif relatif à l’application du Traité entre le Royaume des Pays-Bas et le Royaume de Belgique pour le développement de la coopération et de l’entraide administrative en matière de sécurite sociale

Vu le Traité conclu à Bruxelles le 6 décembre 2010 entre le Royaume des Pays-Bas et le Royaume de Belgique pour le développement de la coopération et de I’entraide administrative en matière de sécurité sociale, ci-après dénommé le Traité ;

Dans l’optique de déterminer les modalités d’exécution de ce Traité, afin d’en garantir l’efficacité, comme prévu à l’article 16 du Traité ;

Les autorités compétentes, à savoir :

pour les Pays-Bas : le ministre compétent

et

pour la Belgique: les Ministres compétents au niveau fédéral d’une part, et au niveau des entités fédérées d’autre part les Ministres compétents de la Communauté française, la Communauté flamande, la Communauté germanophone, la Région wallonne, la Commission communautaire commune et la Commission communautaire française

décident de commun accord ce qui suit :

Article 1er Définitions

  • 1. «Traité»: le Traité conclu à Bruxelles le 6 décembre 2010 entre le Royaume des Pays-Bas et le Royaume de Belgique pour le développement de la coopération et de l’entraide administrative en matière de sécurité sociale.

  • 2. «Transfert»: chaque traitement ou ensemble de traitements concernant des données personnelles, effectués ou non à l’aide de procédés automatisés, tels que la collecte, l’enregistrement, l’organisation, la conservation, l’adaptation, la modification, l’extraction, la consultation, l’utilisation, la communication par transmission, diffusion ou toute autre forme de mise à disposition, le regroupement, le rapprochement ou l’interconnexion, ainsi que le verrouillage, l’effacement ou la destruction de données personnelles.

  • 3. Les termes utilisés dans le présent Arrangement administratif ont la signification qui leur est attribuée à l’article 1erdu Traité.

Article 2 Échange de données et procédures

Généralités:

Lors de la description des données, il y a lieu d’indiquer quelles institutions ou autorités sont concernées par l’échange de ces données. Il est clairement établi quelle partie met les données à la disposition, quelle partie reçoit finalement les données et quelles autres parties interviennent dans l’échange.

Pour ce qui concerne la Belgique:

Tout échange de données en dehors du réseau, par la Banque-carrefour ou les institutions de sécurité sociale, doit, le cas échéant, faire l’objet d’une autorisation préalable conformément à la législation belge.

Article 3 Procédures d’exécution en matière de collaboration pour l’application des prestations belges légales, non contributives, soumises à des conditions de ressources et qui sont allouées aux personnes en situation de besoin et de la législation néerlandaise en matière d’assistance sociale

  • 1. L’entraide, le rapprochement de fichiers, la vérification des données et la collaboration lors des contrôles visés aux articles 7, 9, 10 et 13 du Traité ont lieu entre les organismes de liaison. Ces derniers sont mentionnés à l’Annexe II du présent Arrangement administratif.

  • 2. Les organismes de liaison désignent un représentant qui reçoit les demandes de l’organisme de liaison de l’autre Partie contractante et fait office de personne de contact.

  • 3. Les organismes de liaison élaborent dans le cadre de conventions de coopération une procédure pour le rapprochement de fichiers et la vérification de données, notamment de données relatives au revenu et au patrimoine.

Article 4 Confidentialité et protection des données

Pour ce qui concerne les Pays-Bas:

Les Pays-Bas appliquent la loi du 6 juillet 2000 fixant les règles de protection des données à caractère personnel (loi sur la protection des données à caractère personnel).

Pour ce qui concerne la Belgique:

La Belgique applique la loi du 8 décembre 1992 pour la protection de la vie privée concernant les traitements de données à caractère personnel. En outre, les différentes institutions concernées par un transfert de données déterminées devront se conformer à la loi du 15 Janvier 1990, concernant la création et l’organisation d’une Banque-carrefour de la sécurité sociale.

Article 5 Procédures d’exécution en matière de recouvrement et de répétition comme visé à l’article 12 du Traité

Les organismes compétents fixent, en concertation avec les organismes de liaison le cas échéant, et si nécessaire, les procédures d’exécution en matière de recouvrement et de répétition visées à l’article 12 du Traité. Ces procédures seront fixées dans le cadre de conventions de coopération à conclure entre eux, conformément à l’article 17 du Traité.

Ces procédures peuvent notamment porter sur:

  • 1. la désignation, au sein des organismes compétents ou de liaison, de la personne qui reçoit les demandes de l’organisme compétent ou de l’organisme de liaison de l’autre Partie contractante et fait office de personne de contact.

  • 2. les règles additionnelles de procédure à mettre en œuvre aux fins de reconnaissance et d’exécution des décisions administratives ou judiciaires exécutoires provenant de l’autre partie.

  • 3. les délais dans lesquels les demandes doivent être traitées et les procédures de recouvrement et de répétition exécutées.

Article 6 Modalités d’organisation et de fonctionnement de la Commission mixte

  • 1. La Commission mixte créée en vertu de l’article 18 du Traité:

    • a. définit les données statistiques échangées entre les organismes compétents et les organismes de liaison sur la base de l’article 6 du Traité.

    • b. se réunit pour évaluer l’exécution du Traité et formuler des recommandations.

  • 2. Les autorités compétentes peuvent, en fonction des points inscrits à l’ordre du jour, inviter les organismes compétents ou organismes de liaison à participer aux réunions de la Commission mixte.

  • 3. Les représentants des Communautés et Régions de Belgique participent aux réunions de la Commission mixte, en tout cas si elles portent sur des matières relevant de leur compétence.

Article 7 Échange de représentants et contrôles conjoints

  • 1. Par «représentants» au sens de l’article 14 du Traité, il faut entendre:

    Pour les Pays-Bas:

    Les collaborateurs chargés des activités de contrôle et de vérification désignés par les organismes compétents ou les organismes de liaison, et munis d’une pièce justificative de leur qualité et de leurs pouvoirs, qu’ils devront présenter sur toute réquisition de l’autorité de l’Etat sur le territoire duquel se déroule le contrôle.

    Pour la Belgique:

    Les inspecteurs et contrôleurs sociaux attachés aux institutions ou autorités de sécurité sociale concernées, assermentés et munis d’une pièce justificative de leur qualité et de leurs pouvoirs, qu’ils devront présenter sur toute réquisition de l’autorité de l’Etat sur le territoire duquel se déroule le contrôle.

  • 2. Il appartient à chaque organisme concerné, dans le cadre de conventions de coopération convenues entre eux, d’apporter toutes les précisions nécessaires à l’exécution des contrôles conjoints et à l’échange de représentants.

Article 8 Modifications de l’Arrangement administratif

Le présent Arrangement administratif peut être modifié de commun accord par les autorités compétentes par échange de notes diplomatiques, à savoir le ministre néerlandais compétent et le ministre belge compétent au niveau fédéral. Une modification entre en vigueur au moment convenu de commun accord par les autorités compétentes, par échange de ces notes diplomatiques.

Article 9 Entrée en vigueur et durée

Le présent Arrangement administratif entre en vigueur le jour de l’entrée en vigueur du Traité et a la même durée.

EN FOI DE QUOI, les représentants des deux Gouvernements, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Accord.

FAIT à Bruxelles, le 28 février 2013 en double exemplaire, en langue néerlandaise et française, les deux textes faisant également foi.

Pour les autorités compétentes néerlandaises, ASSCHER

Pour les autorités compétentes Belges, CROMBEZ Cette signature engage également la Communauté française, la Communauté flamande, la Communauté germanophone, la Région wallonne, la Commission communautaire commune et la Commission communautaire française.


D. PARLEMENT

Zie Trb. 2011, 50


De Administratieve Schikking, met Bijlagen, behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan de Administratieve Schikking, met Bijlagen, kan worden gebonden.

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 2011, 50.


De bepalingen van de Administratieve Schikking, met Bijlagen, zullen, ingevolge artikel 9 van de Schikking, in werking treden op de dag van de inwerkingtreding van het Verdrag.

J. VERWIJZINGEN

Zie Trb. 2011, 50.

Titel

:

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

Rome, 25 maart 1957

Laatste Trb.

:

Trb. 2012, 181

     

Titel

:

Verdrag betreffende de Europese Unie;

Maastricht, 7 februari 1992

Laatste Trb.

:

Trb. 2012, 182

Uitgegeven de zestiende mei 2013.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. TIMMERMANS


X Noot
1)

De Bijlagen zijn niet opgenomen. Deze liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Naar boven