A. TITEL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Belgie inzake de Nederlandse Taalunie;

Brussel, 9 september 1980

B. TEKST

De tekst van het Verdrag is geplaatst in Trb. 1980, 147.

Op 30 oktober 2006 heeft het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie een besluit genomen dat een regeling voor geschillenbeslechting bevat. De tekst van dat Besluit luidt als volgt:


Regeling Geschillenbeslechting Nederlandse Taalunie (Reges NTU)

Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie;

Gelet op artikel 14, eerste lid, van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie op grond waarvan het Comité van Ministers van de Taalunie regels vaststelt voor de wijze waarop het Algemeen Secretariaat, waaronder de algemeen secretaris, zijn werkzaamheden verricht;

Gelet op artikel 16, eerste lid, van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie dat de algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie bevoegdheid verleent om de Nederlandse Taalunie te vertegenwoordigen;

Overwegende dat de algemeen secretaris in verband met deze bevoegdheid beslissingen neemt in allerlei aangelegenheden, zoals de verstrekking van subsidies, het sluiten van licentieovereenkomsten, uitgavencontracten en andere contracten waartoe de Nederlandse Taalunie zich verbindt, en dat over deze beslissingen geschillen kunnen ontstaan;

Besluit:

HOOFDSTUK I HET BEZWAAR

Artikel 1
  • 1. Eenieder die rechtstreeks in zijn belang is geschaad door een beslissing van de algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, waaronder het aangaan van een verbintenis voor de Nederlandse Taalunie, kan tegen die beslissing schriftelijk bezwaar indienen bij de algemeen secretaris.

  • 2. De termijn voor het indienen van een bezwaar bedraagt zes weken. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beslissing is bekendgemaakt.

  • 3. Indien de beslissing niet wordt bekend gemaakt aan de betrokkene, dient deze zijn bezwaar binnen zes weken volgend op de dag na de feitelijke kennisname van de beslissing in.

  • 4. In de gevallen dat de algemeen secretaris verplicht is een beslissing te nemen, kan eenieder die rechtstreeks in zijn belang is geschaad ook bezwaar indienen tegen het uitblijven van een beslissing. Daartoe is vereist dat deze de algemeen secretaris schriftelijk verzoekt om een beslissing te nemen. Indien de algemeen secretaris twee maanden na hierom per aangetekend schrijven verzocht te zijn in gebreke blijft om een beslissing te nemen, kan de betrokkene een bezwaar indienen.

Artikel 2
  • 1. Het bezwaar wordt via aangetekend schrijven gericht aan de algemeen secretaris en bevat, tenzij het betrekking heeft op het uitblijven van een beslissing of degene die het bezwaar indient in de onmogelijkheid verkeert om dit voor te leggen, een afschrift van de bestreden beslissing.

  • 2. Het bezwaar vermeldt ten minste:

    • a. de naam en het adres van de indiener;

    • b. de dagtekening;

    • c. een omschrijving van de betwiste beslissing;

    • d. de gronden van het bezwaar.

  • 3. Het indienen van een bezwaar schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing niet, tenzij de algemeen secretaris na ontvangst van het bezwaar hierover onder vermelding van redenen anders beslist.

Artikel 3

De algemeen secretaris is gehouden om binnen een termijn van twee maanden na de datum van de poststempel van het bezwaar, die bij besluit van de algemeen secretaris kan worden verlengd met maximaal één maand, degene die een bezwaar ingediend heeft schriftelijk in kennis te stellen van zijn beslissing. De beslissing van de algemeen secretaris moet met redenen zijn omkleed.

HOOFDSTUK II BEROEP BIJ DE GESCHILLENBESLECHTINGSCOMMISSIE

Artikel 4
  • 1. Tegen de beslissing of het uitblijven van een tijdige beslissing van de algemeen secretaris op het bezwaar kan de betrokkene per aangetekend schrijven een geschil bij de geschillenbeslechtingscommissie, bedoeld in artikel 5, aanhangig maken.

  • 2. De termijn voor het aanhangig maken van een geschil bedraagt zes weken. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beslissing op het bezwaar bekend gemaakt is of van de dag waarop de in artikel 3 voorziene termijn is verstreken.

  • 3. Het geschil wordt aanhangig gemaakt via aangetekende brief die ten minste bevat:

    • a. de naam en het adres van de verzoekende partij;

    • b. de dagtekening;

    • c. de gronden voor het aanhangig maken van het geschil;

    • d. een afschrift van het bezwaar gericht aan de algemeen secretaris;

      en

    • e. in voorkomend geval, een afschrift van de beslissing van de algemeen secretaris op het bezwaar zoals bedoeld in artikel 3.

Artikel 5
  • 1. Er is een geschillenbeslechtingscommissie. Deze neemt kennis van de geschillen die ingevolge artikel 4 aanhangig worden gemaakt omtrent de beslissing of het uitblijven van een beslissing van de algemeen secretaris over het bezwaar.

  • 2. De verdragspartijen bij het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie benoemen elk een lid van de commissie. Het Comité van Ministers benoemt één lid van de commissie, dat tevens voorzitter van de commissie is en deel uitmaakt van de rechterlijke macht van een van de verdragspartijen. De leden van de commissie worden voor een periode van drie jaar benoemd. Zij kunnen worden herbenoemd. Het Comité van Ministers legt het statuut van de leden van de commissie vast.

  • 3. De commissie beslist bij eenvoudige meerderheid van stemmen.

Artikel 6
  • 1. De commissie oordeelt binnen vier weken na de datum van de poststempel van het aangetekend schrijven over de ontvankelijkheid. De commissie kan nadere inlichtingen over de aangevochten beslissing bij de algemeen secretaris inwinnen.

  • 2. De commissie stelt zowel de betrokkene als de algemeen secretaris schriftelijk in kennis van de beslissing over de ontvankelijkheid. Indien besloten wordt tot niet ontvankelijkheid wordt die beslissing met redenen omkleed.

  • 3. Het indienen van het verzoek schorst de tenuitvoerlegging van de oorspronkelijke beslissing niet, tenzij de commissie hierover onder vermelding van redenen anders beslist na de algemeen secretaris gehoord te hebben.

Artikel 7
  • 1. Na ontvangst van de beslissing over de ontvankelijkheid kan de algemeen secretaris schriftelijk op de brief van de betrokkene reageren. De algemeen secretaris deelt zijn reactie ten laatste vier weken na de mededeling van de beslissing over de ontvankelijkheid, bedoeld in artikel 6, aan de commissie mee en stuurt degene die het geschil aanhangig heeft gemaakt, daarvan tegelijkertijd een kopie.

  • 2. Degene die het geschil aanhangig heeft gemaakt, kan de commissie binnen 15 werkdagen na ontvangst van de reactie van de algemeen secretaris vragen om zijn grieven mondeling toe te lichten. In dat geval is de commissie ertoe gehouden om binnen een redelijke termijn een hoorzitting te houden, waarop zowel de betrokkene als de algemeen secretaris uitgenodigd worden.

  • 3. Bij de hoorzitting zijn zowel degene die het geschil aanhangig heeft gemaakt als de algemeen secretaris gerechtigd om zich door een derde te laten bijstaan of te laten vertegenwoordigen. Bij vertegenwoordiging door een derde dient deze aan de commissie een schriftelijke volmacht voor te leggen van degene die hij vertegenwoordigt.

Artikel 8
  • 1. De commissie beoordeelt of de beslissing van het algemeen secretaris bedoeld in artikel 1 de rechten van de verzoekende partij schaadt. De commissie houdt bij zijn beslissing rekening met de volgende criteria:

    • a. of de betrokkenen bij het geschil de voorgeschreven procedures in acht hebben genomen;

    • b. of de betrokkenen bij het geschil, voorzover de procedures niet helder zijn of er interpretatieverschillen over bestaan, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid gehandeld hebben;

    • c. of er in hoofde van of ten nadele van degene die het geschil aanhangig heeft gemaakt, sprake is van een verwijtbaar tekort;

    • d. of de beslissing van het algemeen secretaris in overeenstemming is met mogelijk onderling overeengekomen voorwaarden en of zij in verhouding is tot het eventuele verwijtbare tekort.

  • 2. Het staat de commissie vrij om bij haar beoordeling andere criteria te hanteren. De commissie zal dan expliciet aangeven aan welke criteria getoetst wordt. Indien de procedures van de Nederlandse Taalunie zijn gewijzigd in de periode tussen de eerste beoordeling door het algemeen secretaris en het aanhangig maken van het geschil bij de commissie, blijven de procedures gelden die van toepassing waren op het moment van de eerste beoordeling.

Artikel 9

De commissie kan voor het beoordelen van het aan haar voorgelegde geschil en mits schriftelijke instemming van degene die het geschil aanhangig heeft gemaakt en de algemeen secretaris beroep doen op additionele externe advisering.

Artikel 10
  • 1. Binnen vier maanden na de datum van de poststempel van het aangetekend schrijven, bedoeld in artikel 4, eerste lid, deelt de voorzitter van de commissie schriftelijk de beslissing van de commissie aan de betrokkenen bij het geschil mee.

  • 2. Mits de betrokkenen hiervan uiterlijk vier weken voor het einde van die periode schriftelijk in kennis worden gesteld, is de commissie gemachtigd om de beslissingstermijn eenmalig te verlengen met een periode van drie maanden.

  • 3. De commissie stelt de kosten van de procedure vast, met inbegrip van de kosten van eventuele externe advisering zoals bedoeld in artikel 9, en beslist over de verdeling van de kosten over de betrokkenen bij het geschil. Degene die in het ongelijk is gesteld, wordt veroordeeld tot betaling van de kosten, onverminderd de mogelijkheid voor de commissie om in bijzondere gevallen tot een andere kostenverdeling te beslissen.

Artikel 11
  • 1. De beslissing van de commissie is niet vatbaar voor beroep.

  • 2. De algemeen secretaris draagt zorg voor de onmiddellijke uitvoering van de beslissing van de commissie.

HOOFDSTUK III SLOTBEPALINGEN

Artikel 12
  • 1. Deze regeling is niet van toepassing op geschillen tussen de Nederlandse Taalunie en leden van haar personeel.

  • 2. Deze regeling doet geen afbreuk aan de immuniteiten en voorrechten die de Nederlandse Taalunie geniet krachtens het Protocol van 13 juli 1990 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake voorrechten en immuniteiten van de Nederlandse Taalunie.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Geschillenbeslechting Nederlandse Taalunie.

Artikel 14
  • 1. De algemeen secretaris zorgt voor de bekendmaking van deze regeling.

  • 2. Deze regeling wordt tevens door de verdragspartijen bekendgemaakt krachtens de hen eigen procedures.

Brussel, 30 oktober 2006

voor Nederland:

M. J. A. VAN DER HOEVEN

voor Vlaanderen:

F. VAN DEN BROUCKE

B. ANCIAUX


D. PARLEMENT

Zie Trb. 1982,16.

E. PARTIJGEGEVENS

Zie Trb. 1982, 16.

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 1982, 16.

Het Besluit van 30 oktober 2006 is op diezelfde datum in werking getreden.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt het Besluit, evenals het Verdrag, alleen voor Nederland.

J. VERWIJZINGEN

Zie Trb. 1980, 147.

Verbanden

Het Verdrag wordt aangevuld door:

Titel

:

Protocol tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake voorrechten en immuniteiten van de Nederlandse Taalunie;

’s-Gravenhage, 13 juli 1990

Tekst

:

Trb. 1990, 124 (Nederlands)

Laatste Trb.

:

Trb. 1994, 35

Overige verwijzingen

Titel

:

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de culturele en intellectuele betrekkingen;

’s-Gravenhage, 16 mei 1946

Laatste Trb.

:

Trb. 1997, 58

In overeenstemming met artikel 19, tweede lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen heeft de Minister van Buitenlandse Zaken bepaald dat het Besluit zal zijn bekendgemaakt in Nederland op de dag na de datum van uitgifte van dit Tractatenblad.

Uitgegeven de vierde maart 2008.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. VERHAGEN

Naar boven