Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 11 maart 2026, nr. IENW/BSK-2026/38049, tot wijziging van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit in verband met het herstellen van artikel 2.1.12, tweede lid, onderdeel a [KetenID 28825]

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder h, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 2.1.12, tweede lid, wordt, onder verlettering van de onderdelen a tot en met c tot b tot en met d, een onderdeel a ingevoegd, luidende:

  • a. blauwe waterstof, te weten waterstof geproduceerd uit fossiele brandstoffen, waarbij gebruikt wordt gemaakt van CO2-afvang en opslag;

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 februari 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A. Bertram

TOELICHTING

Op 1 februari is de Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 26 januari 2026, nr. IENW/BSK-2026/868, tot wijziging van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit in verband met aanpassingen van financiële en technische aard aan de paragraaf Waterstof in mobiliteit in werking getreden (Stcrt. 2026, nr. 2666). Daarin is abusievelijk aangegeven dat artikel 2.1.12, tweede lid, onderdeel a, moest vervallen. Met deze wijziging wordt dit rechtgezet.

De subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWiM) stimuleert de investeringen in waterstoftankstations en onder meer emissievrije waterstofvoertuigen in het kader van de energietransitie in het wegvervoer. In artikel 2.1.12 zijn de verplichtingen voor de subsidieontvanger opgenomen die gelden in aanvulling op artikel 17 van het Kaderbesluit subsidies I en M.

In het oorspronkelijke, en nu te herstellen tweede lid, is de verplichting voor de exploitant van een waterstoftankstation opgenomen om één van de volgende soorten waterstof te leveren:

  • a. blauwe waterstof, te weten waterstof geproduceerd uit fossiele brandstoffen, waarbij gebruikt wordt gemaakt van CO2-afvang en opslag;

  • b. waterstof als bijproduct uit chlor-alkali-proces op basis van gecertificeerde hernieuwbare elektriciteit;

  • c. waterstof verkregen uit steam methane reforming op basis van gecertificeerd groen gas; of

  • d. hernieuwbare waterstof.

Exploitanten van een waterstoftankstation konden en kunnen daarbij kiezen voor blauwe waterstof (onderdeel a), reden waarom aan de onderhavige wijzigingsregeling terugwerkende kracht wordt verleend tot het moment waarop dit onderdeel abusievelijk is vervallen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A. Bertram

Naar boven